Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een [niet-verworven salarisschaal] voor de houders van het getuigschrift grondige kennis verplichte tweede taal Frans

  • goedkeuringsdatum
    5/03/2004
  • publicatiedatum
    B.S. 14/05/2004 (pagina 38718)
  • bron

    Numac : 2004035698
  • datum laatste wijziging
    01/09/2010

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op de vastbenoemde, tot de proeftijd toegelaten en tijdelijke personeels-leden die geaffecteerd of aangesteld zijn in het lager onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in de rand- en taalgrensgemeenten in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel of in de ambten van zorgcoördinator en ICT-coördinator, en waarvoor de Vlaamse Gemeenschap een salaris financiert of subsidieert.

ART. 2.

§ 1. De in artikel 1 genoemde personeelsleden die houder zijn van het getuigschrift grondige kennis verplichte tweede taal Frans in het lager onderwijs, afgeleverd overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 25 november 1970 betreffende de organisatie van de taalexamens, hebben recht op de niet-verworven salarisschaal 045.

Krijgen eveneens deze salarisschaal:
- de personeelsleden die vóór 1 september 1978 vastbenoemd werden in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het lager onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in de rand- en taalgrensgemeenten;
- de personeelsleden die houder zijn van een Franstalig bekwaamheidsbewijs dat toegang geeft tot een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het lager onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in de rand- en taalgrensgemeenten, en die bovendien in het bezit zijn van een getuigschrift van de grondige kennis van het Nederlands, in de zin van artikel 3, of van een getuigschrift van de voldoende kennis van het Nederlands, in de zin van artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 november 1970 betreffende de organisatie van de taalexamens.

§ 2. Het jaarbedrag van de niet-verworven salarisschaal 045 vermeld in § 1 voor de personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een volledige betrekking in een instelling als vermeld in artikel 1, wordt vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. Zolang het personeelslid aan de voorwaarden voldoet, maakt de niet-verworven salarisschaal integraal deel uit van de salarisschalen waarop de betrokkene overeenkomstig zijn tijdelijke aanstelling, zijn toelating tot de proeftijd of zijn vaste benoeming recht heeft en vormt die schaal mede de grondslag voor de berekening van het salaris van het betrokken personeelslid.

Bij de berekening van de beperking van het salaris tot de eenheid of tot het best bezoldigd ambt, wordt met het bedrag van een niet-verworven salarisschaal echter geen rekening gehouden.

Voor de personeelsleden die niet aangesteld of geaffecteerd zijn in een volledige betrekking, wordt het jaarbedrag vastgesteld naar rato van de omvang van de betrekking, uitgeoefend in deze instelling.

ART. 3.

De niet-verworven salarisschaal bedoeld in artikel 2 volgt de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.

ART. 4.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.

ART. 5.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.