Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen

  • goedkeuringsdatum
    10/11/2006
  • publicatiedatum
    B.S. 15/12/2006 (pagina 72279)
  • bron

    Numac : 2006036944
  • datum laatste wijziging
    08/06/2018

Aanhef

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 6bis, 2°, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003, op artikel 24, § 2, 2°, en op artikel 24bis, § 1, 8°, en 12°, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006;

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid op artikel 45, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 1997;

Gelet op het decreet van 18 januari 2002 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, inzonderheid op artikel 8;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, inzonderheid op artikel 9, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting « Beeldende kunst », inzonderheid op artikel 11;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen « Muziek », « Woordkunst » en « Dans », inzonderheid op artikel 12;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1992 tot vaststelling van de goedkeuringsmodaliteiten van leerplannen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 1996 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het basisonderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 1996 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het secundair onderwijs;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 juli 2006;

Gelet op het overleg dat krachtens artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, met de afgevaardigden van de inrichtende machten heeft plaats gehad op 16 mei 2006;

Gelet op het advies 41.222/1 van de Raad van State, gegeven op 28 september 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op het basisonderwijs, het voltijds gewoon secundair onderwijs, de opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Dit besluit is, met het oog op de uitreiking van eindstudiebewijzen, identiek aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs, eveneens van toepassing op de algemene vorming van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en op de algemene vorming van de leertijd.

 

ART. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° dagen : schooldagen;
2° indiener : de inrichtende macht, het school- of centrumbestuur of het bestuur of de gemandateerde ervan.

ART. 3.

Bij de beoordeling van een leerplan houdt de inspectie, vermeld in titel IV van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, rekening met de volgende criteria:
1° in het basisonderwijs:
a) het leerplan beantwoordt aan de bepalingen, vermeld in artikel 45 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; voor het kleuteronderwijs worden de ontwikkelingsdoelen en voor het gewoon lager onderwijs worden de eindtermen letterlijk opgenomen;
b) alle leerplannen worden in samenhang ingediend;
c) de doelgroep wordt vermeld; de administratieve benamingen van de leerlingengroepen voor wie het leerplan bestemd is, worden vermeld;
d) het leerplan geeft aan welke ruimte gelaten wordt voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen;
e) het leerplan maakt de systematiek duidelijk volgens welke het is opgebouwd;
f) het leerplan vertoont consistentie met de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen;
g) het leerplan vermeldt duidelijk welke materiële vereisten minimaal noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering;
2° in het voltijds gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs:
a) het leerplan beantwoordt aan de bepalingen, vermeld in artikel 147/3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; de eindtermen worden letterlijk opgenomen;
b) alle leerplannen die aansluiten bij het curriculumdossier in kwestie, worden in samenhang ingediend;
c) de doelgroep wordt vermeld; de benaming van het structuuronderdeel of de structuuronderdelen waarvoor het leerplan bestemd is, wordt vermeld;
d) het leerplan geeft aan welke ruimte gelaten wordt voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen;
e) het leerplan maakt de systematiek duidelijk volgens welke het is opgebouwd;
f) het leerplan vertoont consistentie met de doelen van het curriculumdossier;
g) het leerplan vermeldt duidelijk welke materiële vereisten minimaal noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering;
3° in het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs:
a) de doelgroep wordt vermeld; de administratieve benamingen van de leerlingen- of cursistengroepen voor wie het leerplan bestemd is, worden vermeld;
b) het leerplan bevat ten minste herkenbaar de doelstellingen die noodzakelijk zijn om, in voorkomend geval, de eindtermen, de specifieke eindtermen, de basiscompetenties of de erkende beroepskwalificaties te bereiken; bij ontstentenis van eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties of erkende beroepskwalificaties, legt de indiener zelf de onderwijskundige doelen vast;
c) het leerplan geeft aan welke ruimte gelaten wordt voor de inbreng van centra, academies, leraren, lerarenteams, cursisten of leerlingen;
d) het leerplan maakt de systematiek duidelijk volgens welke het is opgebouwd;
e) het leerplan bevat geen doelstellingen die tegenstrijdig zijn met vastgelegde eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties of erkende beroepskwalificaties;
f) het leerplan vermeldt duidelijk welke materiële vereisten minimaal noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering.

ART. 4.

Een leerplan wordt ingediend bij de bevoegde inspecteur-generaal uiterlijk op 31 januari voorafgaand aan het schooljaar waarop het leerplan van kracht wordt.

Voor de leerplannen van de eerste graad die op 1 september 2019 van toepassing worden in het eerste leerjaar van die graad, geldt, in afwijking van de datum vermeld in het eerste lid, als datum "uiterlijk acht maanden na de goedkeuring van de desbetreffende eindtermen en uitbreidingsdoelen Nederlands".

Een leerplan dat een negatief advies heeft gekregen, kan niet opnieuw worden ingediend in ongewijzigde vorm.
 

ART. 5.

§ 1. De Onderwijsinspectie kan de volgende adviezen uitbrengen :
1° advies tot definitieve goedkeuring;
2° advies tot tijdelijke goedkeuring, beperkt tot één of meer schooljaren;
3° negatief advies.

Ieder advies wordt gemotiveerd. Uiterlijk drie maanden na de indiening van het leerplan wordt de indiener door de Onderwijsinspectie met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van het uitgebrachte advies. Als de indiener binnen die termijn niet geïnformeerd werd over het advies, moet het advies beschouwd worden als een advies tot definitieve goedkeuring.

§ 2. De Onderwijsinspectie kan eveneens een gemotiveerd advies tot opheffing van de goedkeuring uitbrengen voor al goedgekeurde leerplannen. Dat advies tot opheffing van de goedkeuring wordt ten minste twee schooljaren voor de vastgestelde vervaldatum gemeld aan de indiener van het leerplan.

§ 3. Ook de indiener van een leerplan kan een voorstel tot opheffing van de goedkeuring van het leerplan formuleren. Hij kan de datum van opheffing zelf bepalen.

ART. 6.

De indiener kan binnen twintig dagen na ontvangst van een negatief advies met een aangetekende brief een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 7.

De indiener kan binnen twee maanden na ontvangst van een advies tot opheffing van de goedkeuring met een aangetekende brief een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 7.

ART. 7.

Er wordt een beroepscommissie van acht leden opgericht. Die commissie is samengesteld uit enerzijds vier afgevaardigden van het betrokken onderwijsniveau of, als het bezwaar een leerplan voor de algemene vorming van de leertijd betreft, uit vier afgevaardigden van Syntra Vlaanderen, en anderzijds vier afgevaardigden van de Vlaamse Regering.

De afvaardiging van het onderwijsniveau is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van het officieel onderwijs en vertegenwoordigers van het vrij onderwijs. Er zijn evenveel plaatsvervangers als effectieve afgevaardigden.

De afvaardiging van de Vlaamse Regering is als volgt samengesteld :
1° de bevoegde inspecteur-generaal, die als voorzitter fungeert, of een afgevaardigde;
2° twee leden van de Onderwijsinspectie;
3° de leidinggevende van de entiteit Curriculum of een afgevaardigde.

Iemand die betrokken was bij de totstandkoming van het negatieve advies of het advies tot opheffing van de goedkeuring, kan geen zitting hebben in de beroepscommissie.

De beroepscommissie stelt zelfstandig haar eigen huishoudelijk reglement op.

ART. 8.

Voor de beroepscommissie haar eindadvies uitbrengt, moet ze de indiener van het leerplan en de adviserende inspecteurs horen en hen inzage geven in het dossier.

Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

ART. 9.

De beroepscommissie deelt haar eindadvies over het beroep aan de Vlaamse Regering mee binnen twintig dagen nadat de indiener het beroep heeft aangetekend.

Uiterlijk tien dagen na de beslissing van de Vlaamse Regering moet de inspecteur-generaal de indiener van het beroepschrift op de hoogte hebben gebracht van de beslissing.

ART. 10.

De volgende regelingen worden opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1992 tot vaststelling van de goedkeuringsmodaliteiten van leerplannen;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 1996 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het basisonderwijs;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 26 november 1996 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het secundair onderwijs.

ART. 11.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007.

ART. 12.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.