Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs [3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
, wat de eerste graad en de tweede graad van het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs betreft3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
]

  • goedkeuringsdatum
    06 JULI 2007
  • publicatiedatum
    B.S.03/08/2007
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    01/09/2015

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. van 10-7-2015)

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 30/05/2008 (B.S. 27/6/2008)

(2) B.Vl.R. van 17/12/2010 (B.S. 24/06/2011)

(3) B.Vl.R. van 10/07/2015 (B.S. 28/08/2015)

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het Basisonderwijs, inzonderheid op artikel 7, § 1, eerste lid, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006;

Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, inzonderheid op artikel 69, eerste lid;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 maart 2007;

Gelet op het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, gegeven op 24 april 2007;

Gelet op het advies 43.176/1 van de Raad van State, gegeven op 14 juni 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

[3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
Voorstellen van nieuwe structuuronderdelen van de eerste graad secundair onderwijs of de tweede graad algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs kunnen door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming op eigen initiatief worden uitgewerkt of kunnen door belanghebbenden permanent bij voormelde dienst worden ingediend.3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
]

Art. 2.

Het dossier met het voorstel bevat ten minste de volgende elementen :

1° de benaming van het structuuronderdeel;

2° de onderwijsvorm en het studiegebied waarin het structuuronderdeel, voor zover het de tweede [3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
...3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
] graad betreft, wordt gerangschikt;

3° het leerjaar- of leerjarenniveau waarop het structuuronderdeel wordt georganiseerd;

4° de toelichting en motivering van het voorstel, geïnspireerd op en gestructureerd volgens de criteria die bij de adviesformulering worden gehanteerd, vermeld in artikel 5.

Art. 3.

§ 1. Het voorstel wordt voorgelegd aan een commissie, samengesteld uit :

1° afgevaardigden van het Departement Onderwijs en Vorming, het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Onderwijsinspectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;

2° deskundigen intern of extern aan de onderwijssector.

De samenstelling van de commissie en het voorzitterschap ervan worden toevertrouwd aan [3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
] . De nominatieve samenstelling kan differentiëren afhankelijk van het te behandelen voorstel.

§ 2. [1B.Vl.R. van 30/05/2008
B.S. 27/6/2008
De commissie onderzoekt het voorstel ten minste op volledigheid, correctheid en actualiteitswaarde, en formuleert conclusies. De commissie hanteert daarbij de criteria, vermeld in artikel 5, en hoort de indiener van het voorstel.1B.Vl.R. van 30/05/2008
B.S. 27/6/2008
]

Art. 4.

[1B.Vl.R. van 30/05/2008
B.S. 27/6/2008
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt het oorspronkelijke voorstel en de conclusies van de commissie ter advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad.1B.Vl.R. van 30/05/2008
B.S. 27/6/2008
]

Art. 5.

[3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015

Bij het advies worden de volgende criteria gezamenlijk toegepast :

1° de maatschappelijke, economische of culturele behoefte;

2° de invulling: de invulling van het structuuronderdeel wordt bepaald vanuit een of meer actuele referentiekaders, waaronder studieprofielen en federale of Vlaamse regelgeving;

3° de onderwijskundige en opvoedkundige context: de aansluiting bij de doelgroep, het bieden van een duidelijke finaliteit, namelijk de arbeidsmarktgerichtheid en/of de doorstroomgerichtheid, de mate waarin leermotivatie gestimuleerd wordt;

4° een inschatting van de instroom;

5° een inschatting van de uitstroom;

6° de noodzakelijke materiële en financiële middelen en expertise;

7° de noodzakelijke samenwerking, als die vereist is;

8° de beschrijving van de plaats in de opleidingenstructuur en in voorkomend geval de vereiste voorkennis;

9° de beschrijving van het onderscheidend karakter ten opzichte van al bestaande structuuronderdelen;

10° het structuuronderdeel of de structuuronderdelen die in voorkomend geval vervangen worden.

3B.Vl.R. van 10/07/2015
B.S. 28/08/2015
]

Art. 6.

[1B.Vl.R. van 30/05/2008
B.S. 27/6/2008
Over een voorstel dat uiterlijk op 31 januari wordt ingediend, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk op 30 juni daaropvolgend na kennisname van enerzijds de conclusies van de commissie en anderzijds het advies van de Vlaamse Onderwijsraad.1B.Vl.R. van 30/05/2008
B.S. 27/6/2008
] Als op de uiterste datum geen beslissing is genomen, dan is het voorstel zoals het is ingediend van rechtswege goedgekeurd.

Een voorstel wordt al dan niet voorwaardelijk of onder beding van beperkingen goedgekeurd.

Art. 7.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007.

Art. 8.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.