Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    21 SEPTEMBER 2007
  • publicatiedatum
    B.S.29/10/2007
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    01/09/2019

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 10/07/2008 (B.S. 08/10/2008) detail
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
;

(2) B.Vl.R. van 02/10/2009 (B.S. 05/11/2009) detail
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Basiseducatie ter uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
;

(3) B.Vl.R. van 16/07/2010 (B.S. 16/08/2010) detail
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
;

(4) B.Vl.R. van 28/02/2014 (B.S. 04/04/2014) detail
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de indeling van studiegebieden in opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs en van de regelgeving betreffende de studiebekrachtiging, de premie en de modulaire structuur van het secundair volwassenenonderwijs voor de studiegebieden huishoudelijk onderwijs, land- en tuinbouw, mechanica-elektriciteit, Nederlands tweede taal en personenzorg
;

(5) B.Vl.R. van 12/06/2015 (B.S. 06/07/2015) detail
Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse personeelsmaatregelen in het onderwijs
;

(6) B.Vl.R. van 03/07/2015 (B.S. 04/08/2015) detail
Besluit van de Vlaamse Regering tot fusie van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen en het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming
;

(7) B.Vl.R. van 09/11/2018 (B.S. 10/12/2018) detail
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 3 tot en met 8, artikel 8septies, artikel 8decies en de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
;

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, inzonderheid op artikel 33, 100, § 6, artikel 105, § 3 en § 4 en op artikel 110, § 4, 2°;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 14 juni 2007;

Gelet op het protocol nr. 635 van 28 juni 2007 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten op 6 juli 2007;

Gelet op protocol nr. 400 van 28 juni 2007 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het overkoepelend onderhandelingscomité vrij gesubsidieerd onderwijs op 6 juli 2007;

Gelet op het advies nr. 43.470/1/V van de Raad van State, gegeven op 4 september 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de Centra voor Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 60 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs, zoals bepaald in artikel 60 van het decreet van 15 juni 2007;

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
1°bis centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

2° cursist : deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is;

3° decreet : het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

4° lesurencursist : het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal lestijden van een module met het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
4°bis lokaal comité : het lokale overleg- of onderhandelingscomité dat bevoegd is op het vlak van arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

5° NT2 : Nederlands tweede taal;

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
5°bis de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs;1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

6° referteperiode : een tijdspanne voor de registratie van de cursistenkenmerken.

HOOFDSTUK II. - De toelating van voltijds leerplichtige leerlingen uit het secundair onderwijs tot de opleidingen [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
van de studiegebieden NT27B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

Art. 3.

§ 1. Een [2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
voltijds leerplichtige2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
] leerling uit het secundair onderwijs kan toegelaten worden tot de opleidingen van [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
de studiegebieden NT2 richtgraad 1 en 2 en NT2 richtgraad 3 en 47B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] op voorwaarde dat :

1° de leerling op vrijwillige basis deelneemt aan een opleiding NT2 van [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
het secundair volwassenenonderwijs7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] ;

2° de leerling de opleiding [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
...7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] NT2 volgt buiten de lesuren van de school voor secundair onderwijs;

3° de leerling over een attest beschikt, afgeleverd door de school voor secundair onderwijs, waarin ten minste volgende elementen zijn opgenomen :

a) een omschrijving van de taalachterstand van de leerling in functie van de opleiding die de leerling in het secundair onderwijs volgt;

b) de contactgegevens van de persoon, die door de school voor secundair onderwijs wordt aangeduid voor de opvolging van de modules of de opleiding NT2 waarvoor de leerling in het organiserende centrum is ingeschreven.

Dit attest wordt bij inschrijving toegevoegd aan het cursistendossier van de leerling, zoals opgemaakt door het organiserende centrum;

4° het organiserende centrum de persoon, vermeld in § 1, 3°, b), van de school voor secundair onderwijs tenminste contacteert :

a) bij de aanvang en bij de afronding van de modules of de opleiding NT2, waarvoor de leerling is ingeschreven;

b) bij de vroegtijdige stopzetting van de modules of de opleiding NT2;

c) bij stagnatie van de leervorderingen van de leerling in de modules of de opleiding NT2.

§ 2. Voor de uitvoering van § 1, 3° en 4° maakt het organiserende centrum afspraken met de school voor secundair onderwijs van de leerling.

HOOFDSTUK III. - Berekening van de jaarlijkse puntenenveloppe voor de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 4.

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018

Overeenkomstig artikel 105, § 3, van het decreet heeft een centrum met behoud van de toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 196septies, § 2, tweede lid, van het decreet, jaarlijks recht op een puntenenveloppe om betrekkingen op te richten in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel.

Die puntenenveloppe wordt berekend op basis van het aantal gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld heeft in de referteperiode van 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 105, § 3bis, van het decreet, om de betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel voor het schooljaar n/n+1 toe te kennen.

7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

Art. 5.

§ 1. De punten worden als volgt omgerekend naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel :

1° als een betrekking in het ambt van administratief medewerker wordt opgericht die de salarisschaal 122 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht;

2° als een betrekking in het ambt van administratief medewerker wordt opgericht die de salarisschaal 158, 100 of 208 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht;

3° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van administratief medewerker die de salarisschaal 542 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht;

4° als een betrekking in het ambt van technisch adviseur wordt opgericht die de salarisschaal 257, 305 of 300 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 110 punten in rekening gebracht;

5° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van technisch adviseur-coördinator die de salarisschaal 258, 311 of 384 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht;

6° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van technisch adviseur-coördinator die de salarisschaal 538 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 126 punten in rekening gebracht;

7° [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
als een betrekking wordt opgericht in het ambt van stafmedewerker die de salarisschaal 316 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht;7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

8° [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
als een betrekking wordt opgericht in het ambt van stafmedewerker die de salarisschaal 502 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 130 punten in rekening gebracht;7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

9° [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
als een betrekking wordt opgericht in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs die de salarisschaal 312, 323, 328 of 327 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht;7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018

10° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs die de salarisschaal 413 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 122 punten in rekening gebracht;

11° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs die de salarisschaal 502 of 501 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 130 punten in rekening gebracht;

12° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs die de salarisschaal 540 genereert, worden voor een voltijdse betrekking 134 punten in rekening gebracht;

13° als een betrekking wordt opgericht in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs waarvan de titularis bij overgangsmaatregel de salarisschaal 509, 502, 312, 323, 328 of 327 geniet, worden voor een voltijdse betrekking 134 punten in rekening gebracht.

7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

§ 2. Voor de aanwending in uren van zestig minuten wordt de puntenenveloppe omgezet volgens onderstaande tabel :

1° voor de betrekkingen in de ambten van administratief medewerker

Puntenwaarde

63

82

120

Aantal uren

Punten

Punten

Punten

1

2

3

4

2

4

6

8

3

6

8

12

4

8

11

15

5

10

13

19

6

12

16

23

7

14

18

27

8

16

21

30

9

18

24

34

10

20

26

38

11

22

29

42

12

24

31

45

13

26

34

49

14

28

36

53

15

30

39

57

16

32

41

60

17

34

44

64

18

36

47

68

19

38

49

72

20

40

52

75

21

42

54

79

22

44

57

83

23

46

59

87

24

48

62

90

25

50

65

94

26

52

67

98

27

54

70

102

28

56

72

105

29

58

75

109

30

60

77

113

31

62

80

117

32

63

82

120

2° [2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
...2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
]

§ 3. [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
De puntenenveloppe wordt voor de aanwending in uren van zestig minuten voor de ambten in de betrekkingen van technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator , stafmedewerker en adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs omgezet volgens de onderstaande tabel:

puntenwaarde110120122126130134
aantal urenpuntenpuntenpuntenpuntenpuntenpunten
1444444
2777788
3101011111112
4131414141515
5161717181919
6192020212223
7222424252627
8252727282930
9283031323334
10313434353738
11343738394041
12374041424445
13404445464749
14434747495153
15465051535556
16495454565860
17525758606264
18556061636567
19596465676971
20626768707375
21657072747679
22687475778082
23717778818486
24748081848790
25778485889194
26808788919497
278390929598101
2886949598102105
29899799102105108
3092100102105109112
3195104106109112116
3298107108112116120
33101110112116120123
34104114115119123127
35107117119123127131
36110120122126130134
7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

§ 4. De som van het aantal punten van de betrekkingen die per ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het betrokken ambt worden opgericht.

[5B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
§ 5. Als een personeelslid wordt aangesteld in een niet-vacante betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel als vervanger van de titularis van deze betrekking, mag de vervanger geen hogere salarisschaal hebben dan de titularis van de betrekking, tenzij de inrichtende macht de puntenwaarde van de betrekking verhoogt.5B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
]

Art. 6.

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
...7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

[2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
HOOFDSTUK IIIbis. - De aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van voordrachtgevers2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
]

[2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009

Art. 6bis.

§ 1. Met toepassing van artikel 98, § 3, van het decreet kan een centrum per schooljaar maximaal 5 procent van het beschikbare pakket leraarsuren aanwenden voor de aanwerving van voordrachtgevers.

§ 2. Het krediet voor voordrachtgevers wordt vastgesteld op :

1° 33,77 euro per leraarsuur in het secundair volwassenenonderwijs;

2° [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
...7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

Het krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelstel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk gekoppeld worden. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.

§ 3. Het centrum deelt voor 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan [6B.Vl.R. van 03/07/2015
B.S. 04/08/2015
het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen6B.Vl.R. van 03/07/2015
B.S. 04/08/2015
] het aantal leraarsuren mee dat aangewend wordt voor de aanwerving van voordrachtgevers. Dit aantal kan in de loop van het schooljaar niet meer worden gewijzigd, behoudens vermindering bij overmacht.

§ 4. Het product van het aantal leraarsuren, vermeld in paragraaf 3, met het geïndexeerde krediet vormt het totale krediet dat voorbehouden is voor de aanwerving van de voordrachtgevers. Het wordt toegekend met een voorschot van 25 %, van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie, en het resterende saldo van 75 % in de loop van de maand juni die daarop volgt.

2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
]

[2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
HOOFDSTUK IIIter. - De begrenzing van de toename van leraarsuren of punten voor de oprichting van betrekkingen in ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel voor de Centra voor Volwassenenonderwijs2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
]

[2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009

Art. 6ter.

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
...7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
]

HOOFDSTUK IV. - Toekennen van de premie, [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
bepaald in artikel 113decies, § 37B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] , van het decreet

Art. 7.

§ 1. [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
Nadat de cursist voor de eerste keer het diploma van het secundair onderwijs heeft behaald van een opleiding, vermeld in artikel 41, § 4, 2° en 2°bis, van het decreet, wordt aan de cursist een premie toegekend die gelijk is aan het inschrijvingsgeld dat hij bij de eerste inschrijving voor de modules van deze opleiding heeft betaald overeenkomstig artikel 113novies van het decreet. In voorkomend geval wordt de premie beperkt tot het begrensd inschrijvingsgeld.7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

[4B.Vl.R. van 28/02/2014
B.S. 04/04/2014
...4B.Vl.R. van 28/02/2014
B.S. 04/04/2014
]

§ 2. De premie, vermeld in artikel 110, § 4, 2°, van het decreet, wordt enkel toegekend voor de opleidingen, vermeld in § 1, die gestart worden vanaf 1 september 2007.

Art. 8.

§ 1. Om de premie, vermeld in artikel 7, § 1, eerste [4B.Vl.R. van 28/02/2014
B.S. 04/04/2014
...4B.Vl.R. van 28/02/2014
B.S. 04/04/2014
] lid, te verkrijgen, dient de cursist een aanvraagdossier in bij de bevoegde administratie.

Het aanvraagdossier moet volgende elementen bevatten :

1° de persoonsgegevens van de aanvrager : [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
rijksregisternummer7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] voornaam, achternaam, adres en rekeningnummer waarop de premie moet gestort worden;

2° [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
...7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] ;

3° [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
voor de inschrijvingen vóór 1 april 2013 de originele bewijsstukken van het inschrijvingsgeld dat de cursist voor de opleiding in kwestie heeft betaald overeenkomstig artikel 113novies van het decreet, uitgereikt door het centrum of de centra waar de cursist de opleiding geheel of gedeeltelijk heeft gevolgd.7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
De bevoegde administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen.7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

§ 2. Het aanvraagdossier om de premie te verkrijgen, kan worden ingediend tot uiterlijk één jaar na het uitreiken van het diploma [4B.Vl.R. van 28/02/2014
B.S. 04/04/2014
...4B.Vl.R. van 28/02/2014
B.S. 04/04/2014
] .

§ 3. De bevoegde administratie bezorgt de aanvrager na uiterlijk 45 kalenderdagen een antwoord op de ingediende aanvraag tot toekenning van de premie.

Als de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 7 en artikel 8, § 1 en § 2, dan wordt de toegekende premie gestort op het rekeningnummer, vermeld in het aanvraagdossier, en binnen de betalingstermijn aangegeven in het antwoord van de bevoegde administratie, vermeld in het eerste lid.

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
HOOFDSTUK IVbis. De vakantieregeling en de aanwending van de onderwijstijd1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8bis.

Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus. De lessen kunnen op alle dagen van de week plaatsvinden.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8ter.

De volgende vakantieperioden worden vastgelegd :

1° de zomervakantie begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus;

2° de herfstvakantie begint op de maandag van de week waarin 1 november valt en duurt één week. Als 1 november op een zondag valt, dan begint de herfstvakantie op 2 november;

3° de kerstvakantie begint op de maandag van de week waarin 25 december valt en duurt twee weken. Als 25 december op een zaterdag of een zondag valt, dan begint de kerstvakantie op de maandag na 25 december;

4° de krokusvakantie begint op de zevende maandag voor Pasen en duurt één week;

5° de paasvakantie begint op de eerste maandag van april en duurt twee weken. Als Pasen in maart valt, dan begint de paasvakantie op de maandag na Pasen. Als Pasen na 15 april valt, dan begint de paasvakantie op de tweede maandag voor Pasen.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8quater.

Als ze niet tijdens een vakantieperiode vallen, is er bovendien vakantie op de volgende dagen :

1° 11 november;

2° 1 mei;

3° paasmaandag;

4° Hemelvaartsdag en de dag nadien;

5° pinkstermaandag.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8quinquies.

De centra kunnen bijkomend één facultatieve vakantiedag organiseren. Deze facultatieve vakantiedag kan opgesplitst worden in twee halve facultatieve vakantiedagen.

De lessen kunnen voor alle cursisten of voor een groep van cursisten één dag per schooljaar geschorst worden om pedagogische studiedagen voor de leraren te houden. Deze pedagogische studiedag kan niet opgesplitst worden.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8sexies.

De dag voor, van en na de bij wet of decreet bepaalde parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen kunnen de lessen geschorst worden in de instellingen waarvan lokalen naar aanleiding van die verkiezingen gebruikt zijn.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8septies.

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018

Met behoud van de toepassing van artikel 26, § 4, van het decreet kan een centrumbestuur permanent afwijken van de bepalingen, vermeld in artikel 8ter en 8quater wat de dag na Hemelvaartsdag betreft, na onderhandeling in het lokaal comité. In het centrum ligt het protocol van het lokaal comité ter beschikking.

Met behoud van de toepassing van artikel 26, § 4, van het decreet kan een centrumbestuur afwijken van de bepalingen, vermeld in artikel 8ter en 8quater, na akkoord van het betrokken personeelslid. In het centrum ligt het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité over de criteria en afspraken daarover ter beschikking.

7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] 1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8octies.

Uiterlijk op 15 juni voor de aanvang van het volgende schooljaar leggen de centra de facultatieve vakantiedag vast en de dagen waarop de lessen, met toepassing van artikel 8quinquies, tweede lid, geschorst worden.

Uiterlijk op 30 juni delen de centra de lijst van de dagen mee die met toepassing van artikel 8quinquies verdeeld zijn, alsook de bij toepassing van artikel 8septies, eerste en tweede lid, toegestane afwijkingen, mee aan de personeelsleden van de centra in kwestie en de bevoegde administratie.

Die lijst wordt eveneens opgenomen in het centrumreglement, vermeld in artikel 120 van het decreet.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8novies.

Het geheel van de concrete schikkingen die door het centrumbestuur kunnen worden getroffen conform de bepalingen van dit besluit, moeten het voorwerp uitmaken van onderhandelingen in het lokaal comité.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
HOOFDSTUK IVter. Financierbaarheid of subsidieerbaarheid van cursisten Nederlands tweede taal1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8decies.

§ 1. [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
Overeenkomstig artikel 46/1 en artikel 46/3 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid beschikken de instanties vermeld in artikel 36, eerste lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs over de uitsluitende bevoegdheid voor de organisatie en coördinatie van de intake, testing en doorverwijzing van cursisten die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal en bereiden deze instanties het plan voor een behoeftedekkend aanbod Nederlands als tweede taal in het volgende schooljaar voor.

Ter uitvoering van artikel 36 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs stelt de bevoegde administratie aan de hand van dit plan, goedgekeurd op het regionale overleg, vermeld in artikel 46/3, 4°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid vast of de centra de bevoegdheid van de instanties vermeld in het eerste lid aanvaarden en de afspraken daarover naleven.

7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

§ 2. De bevoegde administratie schrapt een cursist van [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
de opleiding7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
] Nederlands tweede taal, die voor de inschrijving niet beschikte over een studiebewijs Nederlands tweede taal, als financierbare of subsidieerbare cursist als bij verificatie van de cursistenkenmerken wordt vastgesteld dat de bepalingen opgenomen in het plan, vermeld in § 1, niet worden nageleefd.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
HOOFDSTUK IVquater. Sancties1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

[1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8undecies.

§ 1. [7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
De overtredingen van artikel 118, § 1, 1°, 2°, 3°, 5° en 6° van het decreet kunnen onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde administratie in de vorm van een rapport worden vastgesteld. 7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]

Het rapport wordt met een aangetekende brief meegedeeld aan het centrumbestuur in kwestie.

§ 2. Binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de betekening van de aangetekende brief kan het centrumbestuur bij de bevoegde administratie met een aangetekende brief een verweerschrift indienen. Het rapport wordt geacht betekend te zijn aan het centrumbestuur, de derde werkdag na het versturen van de aangetekende brief.

§ 3. Op basis van het rapport van de bevoegde administratie en het eventuele verweerschrift van het centrumbestuur in kwestie oordeelt de minister binnen een termijn van zestig kalenderdagen of de overtreding bestraft moet worden.

Indien de minister oordeelt dat de overtreding bestraft moet worden, oordeelt hij ook over de strafmaat.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8duodecies.

§ 1. De overtredingen van artikel 118, § 1, 3°, 4°, 5° en 7°, van het decreet kunnen onder de verantwoordelijkheid van de inspectie in de vorm van een verslag worden vastgesteld.

Het verslag wordt aangetekend verstuurd naar het centrumbestuur in kwestie.

§ 2. Binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de betekening van de aangetekende brief kan het centrumbestuur bij de inspectie met een aangetekende brief een verweerschrift indienen. Het verslag wordt geacht betekend te zijn aan het centrumbestuur, de derde werkdag na het versturen van de aangetekende brief.

§ 3. Op basis van het verslag van de inspectie en het eventuele verweerschrift van het centrumbestuur in kwestie oordeelt de minister binnen een termijn van zestig kalenderdagen of de overtreding bestraft moet worden.

Indien de minister oordeelt dat de overtreding bestraft moet worden, oordeelt hij ook over de strafmaat.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8ter decies.

De minister kan aan de centra een financiële sanctie opleggen van ten hoogste 10 procent van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108 van het decreet.

Bij een eerste overtreding kan dat bedrag ten hoogste 5 procent zijn van de werkingsmiddelen van het voorgaande schooljaar.

Bij een tweede of volgende overtreding kan dat bedrag ten hoogste 10 procent zijn van de werkingsmiddelen van het voorgaande schooljaar.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
] [1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008

Art. 8quater decies.

Als de minister oordeelt dat de overtreding bestraft moet worden, heeft het centrumbestuur het recht binnen zestig kalenderdagen na de beslissing van de minister met een aangetekende brief beroep tegen die beslissing aan te tekenen bij de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering neemt binnen zestig kalenderdagen na de aantekening van het beroep een definitieve beslissing over de bestraffing van de overtreding.

1B.Vl.R. van 10/07/2008
B.S. 08/10/2008
]

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 9.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2007.

[2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
...2B.Vl.R. van 02/10/2009
B.S. 05/11/2009
]

Art. 10.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

[7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
...7B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 10/12/2018
]