Decreet betreffende het volwassenenonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    15 JUNI 2007
  • publicatiedatum
    B.S.31/08/2007
  • datum laatste wijziging
    29/04/2016
  • erratum
    err. B.S. 27-12-2007

COORDINATIE

B.Vl.R. 19-7-2007 - B.S. 6-9-2007

Decr. 7-12-2007 - B.S. 21-1-2008

B.Vl.R. 22-2-2008 - B.S. 9-4-2008

B.Vl.R. 23-5-2008 - B.S. 26-6-2008

B.Vl.R. 13-6-2008 - B.S. 12-9-2008

Decr. 4-7-2008 - B.S. 1-9-2008

B.Vl.R. 10-7-2008 - B.S. 1-10-2008

B.Vl.R. 17-10-2008 - B.S. 4-12-2008

Decr. 30-4-2009 - B.S. 16-7-2009

Decr. 30-4-2009 - B.S. 20-7-2009

Decr. 8-5-2009 - B.S. 28-8-2009

Decr. 8-5-2009 - B.S. 28-8-2009

B.Vl.R. 24-7-2009 - B.S. 21-10-2009

Decr. 18-12-2009 - B.S. 30-12-2009

Decr. 18-12-2009 - B.S. 29-1-2010

B.Vl.R. 11-6-2010 - B.S. 5-8-2010

Decr. 9-7-2010 - B.S. 28-7-2010

Decr. 9-7-2010 - B.S. 31-8-2010

B.Vl.R. 23-7-2010 - B.S. 20-8-2010

B.Vl.R. 10-9-2010 - B.S. 22-10-2010

Decr. 23-12-2010 - B.S. 31-12-2010

B.Vl.R. 1-4-2011 - B.S. 30-5-2011

Decr. 1-7-2011 - B.S. 30-8-2011

B.Vl.R. 7-10-2011 - B.S. 14-11-2011

Decr. 23-12-2011 - B.S. 30-12-2011

B.Vl.R. 27-4-2012 - B.S. 30-5-2012

Decr. 1-6-2012 - B.S. 22-6-2012

B.Vl.R. 22-6-2012 - B.S. 13-7-2012

Decr. 29-6-2012 - B.S. 27-7-2012

Decr. 13-7-2012 - B.S. 24-7-2012

B.Vl.R. 21-9-2012 - B.S. 22-11-2012

Decr. 21-12-2012 - B.S. 31-12-2012

Decr. 21-12-2012 - B.S. 19-2-2013

B.Vl.R. 1-3-2013 - B.S. 5-4-2013

B.Vl.R. 1-3-2013 - B.S. 10-4-2013

Decr. 12-7-2013 - B.S. 30-8-2013

Decr. 19-7-2013 - B.S. 27-8-2013

B.Vl.R. 6-9-2013 - B.S. 8-10-2013

B.Vl.R. 28-2-2014 - B.S. 4-4-2014

Decr. 25-4-2014 - B.S. 25-9-2014

B.Vl.R. 5-9-2014 - B.S. 5-12-2014

Decr. 19-12-2014 - B.S. 30-12-2014

Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015

Decr. 19-12-2014 - B.S. 3-2-2015

B.Vl.R. 27-3-2015 - B.S. 6-5-2015

B.Vl.R. 24-4-2015 - B.S. 4-6-2015

Decr. 19-6-2015 - B.S. 21-8-2015

Decr. 3-7-2015 - B.S. 15-7-2015

Decr. 18-12-2015 - B.S. 29-12-2015

B.Vl.R. 18-3-2016 - B.S. 29-4-2016

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende het volwassenenonderwijs.

TITEL I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

TITEL II. - Definities

Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :

1° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden;

2° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. [Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden hiermee de competenties, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, bedoeld;]³

[2°bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;]³

3° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;

4° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;

5° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;

6° centrumreglement : door het centrumbestuur goedgekeurd document dat de betrekkingen regelt tussen het centrumbestuur en de cursisten;

7° certificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een opleiding heeft beëindigd;

8° consortium volwassenenonderwijs : het gesubsidieerde samenwerkingsverband tussen Centra voor Volwassenenonderwijs en Centra voor Basiseducatie binnen één welomschreven werkingsgebied;

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 11, 1°) : "het punt 8° wordt opgeheven."

9° contactonderwijs : onderwijs in een rechtstreeks contact tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de cursist, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking;

10° cursist : een deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is;

11°[deelcertificaat: een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie, het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleidingen met goed gevolg heeft beëindigd;]8

12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair of het hoger onderwijs heeft beëindigd;

13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie;

14° evaluatiereglement : het onderdeel van het centrumreglement waarin de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden vastgesteld worden;

15° fusie : de samenvoeging tot één centrum van twee of meer centra;

[14°bis examencommissie : de examencommissie zoals bedoeld in artikel 17sexies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, artikel 19sexies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 50 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en artikel 128sexies;]5

16° gecombineerd onderwijs : een combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs;

[16°bis gedetineerden : personen die ter uitvoering van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel verblijven in een Belgische gevangenis, personen die krachtens artikel 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, personen die met toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, of van artikel 606 van het Wetboek van strafvordering, verblijven in een gesloten federaal centrum, voor zover de gevangenis, de instelling waarin de betrokkene is geïnterneerd of het gesloten federaal centrum hetzij gelegen is in het Nederlandse taalgebied of in Brussel-Hoofdstad, hetzij elders gelegen is en daarvoor een overeenkomst met de bevoegde overheid werd gesloten;]6

17° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van een centrum is ondergebracht;

18° inburgeraar : een natuurlijk persoon zoals vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid;

[18°bis jaar : een kalenderjaar;

18°ter kwalificatieniveau : een onderverdeling van de kwalificatiestructuur gebaseerd op niveaudescriptoren vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;]³

19° kwaliteitszorg : het geheel van activiteiten dat het centrum onderneemt om de kwaliteit van zijn onderwijs en de werking van het centrum, te onderzoeken, te borgen en te verbeteren;

20° kwaliteitszorgsysteem : geheel van processen en procedures die nodig zijn om aan kwaliteitszorg te doen;

21° leergebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in de basiseducatie;

22° leerplan : plan waarin het centrumbestuur uitdrukkelijk de doelen voor zijn cursisten formuleert vanuit het eigen agogische project;

23° leertrajectbegeleiding : de begeleiding van een cursist tijdens het leerproces, waarbij het leertraject kan worden aangepast aan de behoeften van de cursist en waarbij de doorstroming naar vervolgopleidingen of werk wordt ondersteund;

24° leraarsuren : het aantal lestijden voor een schooljaar aan een Centrum voor Volwassenenonderwijs toegekend om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie in de ambten van leraar [secundair volwassenenonderwijs of een lector]6 te bepalen;

25° lesplaats : alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen die gevestigd zijn op eenzelfde kadastraal perceel of aaneensluitende percelen en die volledig of gedeeltelijk door personeelsleden van een centrum gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten met uitzondering van stages en buitenschoolse activiteiten;

26° lestijd : een periode van zestig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Basiseducatie, een periode van vijftig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Volwassenenonderwijs;

27° lesurencursist : het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal lestijden van een module met het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;

28° lokaal comité : het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is op het vlak van arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;

29°[module: het kleinste te certificeren deel van een opleiding, met uitzondering van deze in het hoger beroepsonderwijs waar modules verder worden onderverdeeld in opleidingsonderdelen, dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau;]8

30° openleercentrum : didactische term voor een speciaal uitgeruste ruimte in een centrum waar cursisten al dan niet onder begeleiding zelfstandig leren;

31° opleiding : een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten, dat vastgesteld is door de Vlaamse Gemeenschap;

32° opleidingsprofiel : een geordende opsomming van eindtermen, specifieke eindtermen [, erkende beroepskwalificatie(s)]² en basiscompetenties binnen een opleiding;

33° overheveling : de overbrenging van een structuuronderdeel van het ene naar het andere centrum, al dan niet op grond van onderlinge uitwisseling;

34° rand- en taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende de taalregeling in het onderwijs;

35° rationalisatienorm : de norm waaraan een centrum moet voldoen om voor verdere financiering of subsidiëring in aanmerking te komen;

36° referteperiode : een tijdspanne voor de registratie van de cursistenkenmerken;

[36°bis representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie en die een werking ontplooit, naargelang het geval, in de centra voor volwassenenonderwijs of in de centra voor basiseducatie;]¹

37° richtgraad : een niveau-indeling binnen het volwassenenonderwijs voor opleidingen van de studiegebieden talen richtgraad 1 en 2, talen richtgraad 3 en 4, Nederlands tweede taal, bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden en opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal en talen;

38° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;

39° specifieke eindtermen : doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een cursist beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten [...]²;

40° structuuronderdeel : [...]4 een opleiding of het geheel van het onderwijsaanbod georganiseerd in een vestigingsplaats van een centrum;

41° studiegebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs of in het hoger beroepsonderwijs;

42°[...]8

[42°bis studieomvang : het aantal studiepunten toegekend aan een onderdeel of aan een opleiding;]³

43° studiepunt : een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten en waarmee de studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt, [als vermeld inartikel I.3, 67°, van de Codex Hoger Onderwijs]8;

44° vestigingsplaats : alle lesplaatsen van een centrum gelegen op het grondgebied van dezelfde gemeente of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;

45° VTE : het aantal voltijdse equivalenten voor een schooljaar aan een Centrum voor Basiseducatie toegekend om de subsidieerbare personeelsformatie in de functie van leraar te bepalen;

46° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende Centra voor Volwassenenonderwijs en de erkende Centra voor Basiseducatie, vermeld in dit decreet;

47°[werkingsgebied: de geografische omschrijving van aan elkaar grenzende gemeenten waarover het centrum voor basiseducatie zich uitstrekt en waarbinnen het centrum voor volwassenenonderwijs de toegekende onderwijsbevoegdheden vrij kan uitoefenen;]7

[48° wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is er zich te vestigen, of die volgens een geldig document in het Rijk mag verblijven, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.]6

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 30-4-2009; [ ]³ Decr. 30-4-2009; [ ]4 Decr. 8-5-2009; [ ]5 Decr. 9-7-2010; [ ]6 Decr. 1-7-2011; [ ]7 Decr. 19-12-2014; [ ]8 Decr. 19-6-2015

TITEL III. - De opdracht en organisatie van het volwassenenonderwijs

HOOFDSTUK I. - Opdracht van het volwassenenonderwijs

Art. 3.

§ 1. Het volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de cursisten de kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen die nodig zijn voor de persoonlijke ontwikkeling, het maatschappelijk functioneren, het verder deelnemen aan onderwijs, het uitoefenen van een beroep of het beheersen van een taal en anderzijds de cursisten in staat te stellen erkende studiebewijzen te behalen.

§ 2. Hiertoe voeren de centra ten minste de volgende opdrachten uit :

1° onderwijs organiseren in overeenstemming met de bepalingen van dit decreet;

2° leertrajectbegeleiding organiseren op het niveau van de individuele cursist;

3° de educatieve behoeften detecteren die aanwezig zijn bij de eigen doelgroep;

4° het aanbod aan volwassenenonderwijs van de centra op elkaar afstemmen;

5° streven naar samenwerking en afstemming tussen de centra en andere publieke verstrekkers van opleidingen voor volwassenen;

6° reeds verworven competenties beoordelen of certificeren.

HOOFDSTUK II. - De indeling van het volwassenenonderwijs

Art. 4.

Het volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in :

1° basiseducatie;

2° secundair volwassenenonderwijs;

3° hoger beroepsonderwijs;

[4° specifieke lerarenopleidingen.]

Decr. 30-4-2009

Art. 5.

§ 1. De leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie en informatie- en communicatietechnologie in de basiseducatie omvatten opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs.

De leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal in de basiseducatie omvatten opleidingen die georganiseerd worden op het niveau richtgraad 1 van het Europese referentiekader voor vreemde talen. Het niveau van het leergebied talen is enerzijds richtgraad 1, niveau 1 van het Europese referentiekader voor vreemde talen, en anderzijds is het gelijkgesteld met het niveau van het lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs.

§ 2.[Het secundair volwassenenonderwijs omvat opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het voltijds secundair onderwijs, uitgezonderd de eerste graad en opleidingen die leiden naar een beroepskwalificatie van niveau 5, zoals bedoeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, voor zover deze beroepskwalificatie geen deel uitmaakt van een onderwijskwalificatie van niveau 5.]³

De studiegebieden talen en Nederlands tweede taal en de door de Vlaamse Regering bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden van het secundair volwassenenonderwijs worden ingedeeld in vier richtgraden, genummerd van 1 tot 4.

§ 3. Het hoger beroepsonderwijs [is beroepsgericht onderwijs als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs]¹. [De bepalingen van voormeld decreet zijn onverminderd van toepassing op deze opleidingen.]³

[De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs hebben een minimale globale duur van twee jaar en een studieomvang van 90 of 120 studiepunten.]²

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 9-7-2010; [ ]³ Decr. 12-7-2013

HOOFDSTUK III. - De leergebieden en de studiegebieden

Art. 6.

De basiseducatie wordt ingedeeld in de volgende leergebieden :

1° alfabetisering Nederlands tweede taal;

2° Nederlands;

3° Nederlands tweede taal;

4° wiskunde;

5° maatschappijoriëntatie;

6° informatie- en communicatietechnologie;

7° talen.

Art. 7.

Het secundair volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in de volgende studiegebieden :

1° algemene vorming;

2° auto;

3° bijzondere educatieve noden;

4° boekbinden;

5° bouw;

6° chemie;

7° decoratieve technieken;

8° diamantbewerking;

9° grafische technieken;

10° handel;

11° hout;

12° huishoudelijk onderwijs;

13° informatie- en communicatietechnologie;

14° juwelen;

15° kant;

16° koeling en warmte;

17° land- en tuinbouw;

18° leder bewerking;

19° lichaamsverzorging;

20° maritieme opleidingen;

21° mechanica-elektriciteit;

22° mode;

23° muziekinstrumentenbouw;

24° Nederlands tweede taal;

25° personenzorg;

26° smeden;

27° talen richtgraad 1 en 2;

28° talen richtgraad 3 en 4;

29° textiel;

30° toerisme;

31° voeding.

Art. 8.

[Het hoger beroepsonderwijs wordt ingedeeld in de studiegebieden, vermeld in [[artikel II.71, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs]].]

Decr. 12-7-2013; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 9.

De indeling van de leergebieden en studiegebieden in opleidingen en de concordantie tussen de categorieën technisch hoger onderwijs, economisch hoger onderwijs, agrarisch hoger onderwijs, paramedisch hoger onderwijs, sociaal hoger onderwijs, artistiek hoger onderwijs, pedagogisch hoger onderwijs en maritiem hoger onderwijs en de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs worden vastgelegd in bijlage I, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage I aanpassen.

Het studiegebied algemene vorming omvat ten minste de opleiding aanvullende algemene vorming. Het studiegebied handel omvat ten minste de opleiding bedrijfsbeheer.

Art. 10.

De Vlaamse Regering kan hetzij op eigen initiatief hetzij op voordracht van [het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs]² experimenteel nieuwe leergebieden voor de basiseducatie of nieuwe studiegebieden voor het secundair volwassenenonderwijs erkennen.

[Voor een experimenteel nieuw leergebied voor de basiseducatie kent de Vlaamse Regering een deler toe als vermeld in artikel 85, § 2. Voor een experimenteel nieuw studiegebied voor het secundair volwassenenonderwijs kent de Vlaamse Regering een deler toe als vermeld in artikel 98, § 1.]¹

De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijfjaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie.

[ ]¹ Decr. 8-5-2009; [ ]² Decr. 19-6-2015

HOOFDSTUK IV. - [De eindtermen, specifieke eindtermen, erkende beroepskwalificaties en basiscompetenties]

Decr. 30-4-2009

Afdeling I. - De basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs

Art. 11.

§ 1. De eindtermen en de specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

De Vlaamse Regering legt het besluit uiterlijk één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De eindtermen en de specifieke eindtermen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft.

§ 2. Voor de opleidingen van het studiegebied algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs gelden dezelfde eindtermen of specifieke eindtermen als voor de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. De concordantie tussen de opleidingen van het studiegebied algemene vorming en de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs wordt vastgelegd in bijlage II, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage II aanpassen.

§ 3. Met uitzondering van het studiegebied algemene vorming, gelden voor de opleidingen van de studiegebieden in het secundair volwassenenonderwijs dezelfde specifieke eindtermen [en erkende beroepskwalificaties]¹ als voor de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. De Vlaamse Regering legt de concordantie vast tussen deze opleidingen en studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs.

§ 4. Voor de opleidingen van de leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie, informatie- en communicatietechnologie en talen in de basiseducatie gelden dezelfde eindtermen als die voor de leergebieden in het lager onderwijs en eindtermen en ontwikkelingsdoelen in de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs.

§ 5. Voor het volwassenenonderwijs kan de Vlaamse Regering op basis van de eigenheid van het volwassenenonderwijs bepaalde [ontwikkelingsdoelen,]² eindtermen of specifieke eindtermen schrappen of aanpassen. Ze legt deze schrappingen of aanpassingen binnen een maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De schrappingen of aanpassingen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft.

[§ 6. De eindtermen en specifieke eindtermen worden ontwikkeld gebruik makend van [[descriptorelementen]] uit artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.]¹

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 8-5-2009; [[ ]] Decr. 19-7-2013

Art. 12.

§ 1. De eindtermen gelden voor de opleidingen van het studiegebied algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs en voor de opleidingen van de leergebieden in de basiseducatie. De eindtermen voor het secundair volwassenenonderwijs worden vastgelegd per opleiding. De eindtermen voor de basiseducatie worden vastgelegd voor het geheel van de opleidingen van de leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie, informatie- en communicatietechnologie en talen.

§ 2. De specifieke eindtermen [en erkende beroepskwalificaties]¹ zijn van toepassing op het specifieke gedeelte van de opleidingen, die geconcordeerd worden met de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs.

§ 3. De basiscompetenties worden vastgelegd per opleiding en zijn van toepassing op :

1° de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, die niet geconcordeerd worden met overeenkomstige opties of studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. [De basiscompetenties die worden vastgelegd voor opleidingen die leiden naar een beroep nemen erkende beroepskwalificaties op herkenbare wijze op;]¹

2° de opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs, waarvoor geen specifieke eindtermen [of erkende beroepskwalificaties]¹ bepaald zijn;

[2°bis de opleidingen van het leergebied talen in de basiseducatie, waarvoor geen eindtermen bepaald zijn;]²

3° de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal [, wiskunde]² en Nederlands tweede taal in de basiseducatie;

[4° de opleiding aanvullende algemene vorming.]³

De basiscompetenties worden bepaald door de Vlaamse Regering. [De basiscompententies voor opleidingen die leiden naar een beroep waarvoor geen erkende beroepskwalificaties bestaan, worden bepaald op basis van door sectoren of door overheidsinstanties erkende referentiekaders en gebruik makend van [[...]] descriptorelementen en dit zolang er geen erkende beroepskwalificaties zijn.]¹

[§ 4. In afwijking van § 3 worden de basiscompetenties voor het leergebied wiskunde van de basiseducatie vastgelegd voor het geheel van de modules of opleidingen.

De basiscompetenties voor de modules of opleidingen van het leergebied wiskunde worden bepaald door de Vlaamse Regering.]²

[§ 5. De basiscompetenties worden ontwikkeld op basis van descriptorelementen, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.]4

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 1-7-2011; [ ]4 Decr. 25-4-2014; [[ ]] Decr. 1-7-2011

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 9-7-2010 - B.S. 31-8-2010; Art. IV.17 en IV.46) : "In artikel 12, § 3, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Voor opleidingen die leiden naar een beroep waarvoor geen erkende beroepskwalificaties bestaan, en dit tot zolang er geen erkende beroepskwalificaties bestaan, bepaalt de Vlaamse Regering de referentiekaders waarvan de basiscompetenties voor de opleidingen worden afgeleid. De basiscompetenties worden, zoals bij erkende beroepskwalificaties, vastgelegd gebruikmakend van de descriptorelementen uit het kwalificatieraamwerk en waarborgen de toepassing van eventuele Europese, federale of Vlaamse regelgeving inzake beroepsuitoefening. De VLOR en SERV zullen om advies gevraagd worden bij het besluit dat de referentiekaders, het proces en de actoren om tot deze competenties te komen, zal vastleggen."

Art. 13.

§ 1. Elk centrum heeft de maatschappelijke opdracht de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden met de cursisten te bereiken.

§ 2. Het bereiken van de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties zal worden afgewogen tegenover de centrumcontext en de kenmerken van de cursistenpopulatie.

De eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties voor de attitudes moeten door elk centrum worden nagestreefd.

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 30-4-2009 - B.S. 16-7-2009; Art. 42 en 52) : "In artikel 13 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden tussen het woord « vaardigheden » en het woord « met » de woorden « en erkende beroepskwalificaties » ingevoegd; 2° in § 2 worden tussen de woorden « specifieke eindtermen » en het woord « of » de woorden « , erkende beroepskwalificaties » ingevoegd. "

Art. 14.

§ 1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes.

§ 2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen.

Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten.

§ 3. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen [van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7,] goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria.

Decr. 30-4-2009

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 30-4-2009 - B.S. 16-7-2009; Art. 43 en 52) : "In artikel 14, § 2, eerste lid, wordt de zin « In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen » vervangen door de zin, « In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen, de basiscompetenties of de erkende beroepskwalificaties op herkenbare wijze opgenomen »"

Art. 15.

§ 1. Als een centrumbestuur oordeelt dat de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan over de modules onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen of ermee onverzoenbaar zijn, dient het bij de Vlaamse Regering een aanvraag tot afwijking in. Die aanvraag is alleen ontvankelijk, als precies wordt aangegeven waarom die eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen onvoldoende ruimte laten of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het centrumbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of een eigen verkaveling ervan voor.

§ 2. De Vlaamse Regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en beslist, in voorkomend geval, of de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan in hun geheel gelijkwaardig zijn met de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties, die conform dit decreet werden vastgelegd, en de mogelijkheid bieden om gelijkwaardige studiebewijzen uit te reiken.

De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria :

1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;

2° de vereiste inhoud : het onderwijsaanbod, zoals gevat in de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties voor de basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs, omvat minstens inhouden voor de overeenstemmende opleidingen. Die inhouden moeten enkel in hun geheel evenwaardig zijn met de inhouden waarvoor conform dit decreet eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties werden vastgelegd;

3° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zijn geformuleerd in termen van wat van cursisten verwacht kan worden;

4° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties slaan op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes;

5° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de cursisten toelaten vervolgonderwijs aan te vatten [...];

6° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de cursisten ze verwerven of de centra ze nastreven.

De Vlaamse Regering wint voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het gemotiveerde advies in van de bevoegde administratie. [...] De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt.

§ 3. Het centrumbestuur dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. De Vlaamse Regering legt een besluit betreffende een afwijkingsaanvraag in verband met eindtermen en specifieke eindtermen binnen een termijn van zes maanden ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Als het Vlaams Parlement dat besluit niet bekrachtigt, houdt het op rechtskracht te hebben.

§ 4. In afwijking van § 3, kan het centrumbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, als dat bekrachtigingsdecreet gepubliceerd wordt na 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding. In de gevallen, vermeld in het vorige lid, is het centrumbestuur gebonden door de eindtermen en specifieke eindtermen vanaf 1 september na de publicatie van het decreet dat de gelijkwaardige eindtermen en specifieke eindtermen erkent of na de beslissing van de Vlaamse Regering die de afwijkingsaanvraag afwijst.

Decr. 30-4-2009

Afdeling II. - Hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding

Art. 16.

De basiscompetenties zijn van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs [...].

[...]

Decr. 30-4-2009

Art. 17.

§ 1. [...]¹

In afwijking van artikelen 24 en 25 bepalen de Centra voor Volwassenenonderwijs het opleidingsprogramma van de specifieke lerarenopleidingen op basis van de basiscompetenties van de leraar. Het opleidingsprogramma omvat een theoretisch gedeelte en een praktijkcomponent. De praktijkcomponent van het opleidingsprogramma omvat het geheel van praktijkgerichte onderwijsactiviteiten, preservicetraining of inservicetraining.

§ 2. De omvang van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 60 studiepunten. De praktijkcomponent van een specifieke lerarenopleiding bedraagt 30 studiepunten.

De Vlaamse Regering evalueert het effect van deze maatregel op de stagecapaciteit van de scholen uiterlijk voor september 2009.

§ 3. [...]²

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 18-12-2015

Art. 18.

§ 1. Het beroepsprofiel van de leraar is de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de leraar bij zijn beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat de taken die een ervaren leraar verricht en zal verrichten in het licht van maatschappelijke en andere ontwikkelingen, zoals de grootstedelijke context, de taalvaardigheid in het Nederlands, de meertaligheid en de diversificatie van het onderwijsgebeuren.

De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit binnen de zes maand na definitieve goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt binnen de zes maanden na de definitieve goedkeuring, houdt het op rechtskracht te hebben.

§ 2. De basiscompetenties van de leraar zijn de omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes, waarover iedere afgestudeerde moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te kunnen fungeren. De basiscompetenties stellen de leraar in staat door te groeien naar het beroepsprofiel en worden rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel.

De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

Art. 19.

§ 1. Onder preservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van een lerarenopleiding die men zonder een statutaire relatie met een centrum, instelling of school vervult. Onder inservicetraining wordt verstaan : de praktijkcomponent van de specifieke lerarenopleiding die men vervult als een personeelslid van een centrum, instelling of school.

§ 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs organiseren de preservicetraining in samenwerking met de centra, instellingen of scholen. De preservicetraining wordt begeleid door een personeelslid van het Centrum voor Volwassenenonderwijs, de stagebegeleider genaamd, en een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. De Centra voor Volwassenenonderwijs sluiten een overeenkomst met de centra, instellingen of scholen. Die overeenkomst bevat onder meer : de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het centrum, de instelling of de school, de cursist en het Centrum voor Volwassenenonderwijs, waarbij de rol van het centrum, de instelling of de school in de evaluatie van de cursist wordt vastgelegd, de periode van het schooljaar waarin de preservicetraining plaatsgrijpt en de opdrachten die de stagiair moet opnemen.

§ 3. De inservicetraining gebeurt in de vorm van een leraar-in-opleidingsbaan, hierna de LIO-baan genoemd, en wordt uitgeoefend in een of meer instellingen van het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs [, Centra voor Volwassenenonderwijs en Centra voor Basiseducatie]. De leraar-in-opleiding wordt begeleid door een personeelslid van de school, het centrum of de instelling, dat belast is met het mentorschap. Bij wijze van uitzondering kan de cursist van de specifieke lerarenopleiding die houder is van een masterdiploma lichamelijke opvoeding een LIO-baan vervullen in het basisonderwijs.

De LIO-baan moet op jaarbasis ten minste 500 uren-leraar (secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs), lesuren (buitengewoon secundair onderwijs), leraarsuren (volwassenenonderwijs), lestijden (in het basisonderwijs voor de master lichamelijke opvoeding) bedragen. [De LIO-baan in een Centrum voor Basiseducatie bedraagt op jaarbasis ten minste 0,6 VTE.] Op het einde van de LIO-baan wordt de cursist gedurende een assessment, voor de inservicetraining beoordeeld door het centrum, de instelling of de school enerzijds en het Centrum voor Volwassenenonderwijs anderzijds. Indien de leraar-in-opleiding er niet in slaagt deze 500 uren te presteren, kan hij dit tekort aanvullen met preservicetraining.

Het centrum, de instelling of de school en het Centrum voor Volwassenenonderwijs sluiten een LIO-baanovereenkomst af. Een LIO-baanovereenkomst is een overeenkomst waarbij de voorwaarden worden vastgelegd die moeten toelaten dat cursisten in het kader van hun lerarenopleiding kennis of vaardigheden verwerven in een centrum, instelling of school via een tijdelijke aanstelling door het uitvoeren van arbeidsprestaties. De LIO-baanovereenkomst bevat onder meer :

- de engagementen van het centrum, de instelling of de school ten aanzien van ondersteuning van leraren-in-opleiding;

- de engagementen van het Centrum voor Volwassenenonderwijs ten aanzien van de begeleiding van de cursist/leraar-in-opleiding;

- het aandeel van het centrum, de instelling of de school enerzijds en het Centrum voor Volwassenenonderwijs anderzijds in het assessment van de cursist.

[De leraar-in-opleiding in een instelling voor secundair onderwijs, voor deeltijds kunstonderwijs of in een centrum voor volwassenenonderwijs wordt aangesteld als tijdelijk personeelslid en is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs.

De leraar-in-opleiding in een centrum voor basiseducatie wordt aangesteld als contractueel personeelslid zoals bedoeld in artikel 127, 1°.]

§ 4. De Vlaamse Regering evalueert het systeem van de LIO-baan :

- op het einde van het schooljaar 2007-2008;

- op het einde van het schooljaar 2008-2009.

Vanaf het schooljaar 2009-2010 wordt het systeem van de LIO-baan vijfjaarlijks geëvalueerd.

Decr. 8-5-2009

Art. 20.

[...]

Decr. 9-7-2010

Art. 21.

[§ 1. [[Voor de opleidingen van de studiegebieden, vermeld in artikel 8, en voor de specifieke lerarenopleidingen wordt één studiepunt gelijkgesteld aan twaalf lestijden.

Voor de berekening van de financiering of subsidiëring van de opleidingen, vermeld in het eerste lid, wordt het aantal lestijden, zoals berekend in het eerste lid, in aanmerking genomen.]]

§ 2. De centra voor volwassenenonderwijs delen de opleidingsprogramma's, vermeld in artikel 17, § 1, in modules in en leggen het aantal lestijden per module vast.]

Decr. 30-4-2009; [[ ]] Decr. 12-7-2013

Art. 22.

De Centra voor Volwassenenonderwijs bouwen de specifieke lerarenopleidingen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling op vanaf het schooljaar 2007-2008.

HOOFDSTUK V. - De organisatie van het onderwijs door de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 23.

Het volwassenenonderwijs wordt aangeboden volgens een modulaire organisatie. In de modulaire organisatie wordt de leerstof aangeboden in modules. Een of meer modules vormen een opleiding.

Modules kunnen zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden. Als de modules in een sequentieel verband staan, moeten zij in een bepaalde volgorde worden gevolgd.

Art. 24.

§ 1. Op voordracht van [het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs]4 en na advies van de Vlaamse Onderwijsraad bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen [van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7]².

Een opleidingsprofiel omvat ten minste :

1° het minimale aantal lestijden van een opleiding;

2° het aantal modules;

3° het aantal lestijden per module dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de financiering;

4° de verdeling van de eindtermen, de specifieke eindtermen [, erkende beroepskwalificaties]¹ of basiscompetenties over de modules binnen een opleiding;

[5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgorderelatie van de modules.]³

[§ 1bis. Een opleidingsprofiel, zoals bedoeld in § 1, kan geletterdheidsmodules of uitbreidingsmodules omvatten. Een uitbreidingsmodule is een module die inspeelt op een vraag naar een specifieke uitbreiding van competenties van een bepaalde beroepsopleiding. Een geletterdheidsmodule is een module die inspeelt op een specifieke vraag naar geletterdheidscompetenties in functie van een beroepssituatie of een inhoudelijk aansluitende opleiding.

Een uitbreidingsmodule dient in sequentieel verband te staan met de aansluitende beroepsopleiding.]³

§ 2. De Vlaamse Regering kan voor bijzondere doelgroepen afwijken van het in § 1, 1°, bedoelde minimale aantal lestijden van een opleiding.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de criteria om tot opleidingsprofielen te komen.

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 30-4-2009; [ ]³ Decr. 1-7-2011; [ ]4 Decr. 19-6-2015

[Art. 24bis.

[[...]] ]

Decr. 30-4-2009; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 25.

Voor de organisatie van het opleidingsaanbod hanteren de centra uitsluitend de [opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24 [[...]] ].

Decr. 30-4-2009; [[ ]] Decr. 19-6-2015

[Art. 25bis.

[[§ 1. In afwijking van artikel 25 kan een centrum opleidingsaanbod organiseren in de vorm van een open module die in overeenstemming met dit decreet erkend is en voldoet aan volgende criteria :

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;

2° het aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering bedraagt 20, 40 of 60 lestijden;

3° de clustering van de eindtermen of basiscompetenties is relevant en consistent;

4° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelen;

5° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven.

De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten betreffende evaluatie, verantwoordingsstukken en procedure.

§ 2. De open module, vermeld in § 1, kan enkel ingericht worden :

1°[[[in de leergebieden wiskunde, Nederlands en alfabetisering Nederlands tweede taal van de basiseducatie. De open module wiskunde omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit het leergebied wiskunde. De open module Nederlands omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied Nederlands. De open module alfabetisering Nederlands tweede taal omvat uitsluitend basiscompetenties uit het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal;]]]

2° als geletterdheidsmodule, zoals bedoeld in artikel 24, § 1bis. De open module omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties bepaald door de Vlaamse Regering.]] ]

Decr. 8-5-2009; [[ ]] Decr. 21-12-2012; [[[ ]]] Decr. 19-6-2015

[Art. 25ter.

Zodra voor een modulaire opleiding waarvan een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd een nieuw opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de bestaande modulaire opleiding nog georganiseerd worden :

1° gedurende één schooljaar, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;

2° gedurende twee schooljaren, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.

In afwijking van het eerste lid kan zodra het opleidingsprofiel voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, de bestaande modulaire opleiding algemene vorming BSO3 nog gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering georganiseerd worden.]

Decr. 1-7-2011

Art. 26.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de [vakantieregeling]¹ en de aanwending van de onderwijstijd voor het volwassenenonderwijs in de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra.

§ 2. Een centrum is gehouden gedurende veertig weken per jaar administratief geopend te zijn.

§ 3. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een aantal dagen of weken, zoals het centrum dat nodig acht met inachtneming van de [vakantieregeling]¹, vermeld in § 1.

§ 4. Een centrumbestuur organiseert het opleidingsaanbod op die manier dat het aantal geplande lestijden overeenstemt met het aantal te organiseren lestijden, zoals bepaald in de opleidingsprofielen, [vermeld in artikel 24]³.

Voor de toepassing van het eerste lid worden de lestijden die samenvallen met een wettelijke, decretale of reglementaire feestdag geacht gepland te zijn.

Om een correcte uitvoering van de in § 1 bedoelde [vakantieregeling]¹ mogelijk te maken, kan het aantal geplande lestijden maximaal 8 percent afwijken van het aantal lestijden, zoals bepaald in de opleidingsprofielen, [vermeld in artikel 24]³.

§ 5. Onverminderd de regeling inzake cumulatie organiseert een centrumbestuur zijn onderwijsaanbod op die manier dat het volume van de opdracht die een [leraar secundair volwassenenonderwijs of een lector]³ op weekbasis effectief uitoefent, niet meer bedraagt dan 125 percent van de betrekking waarvoor hij op weekbasis wordt aangesteld. Van dit percentage kan alleen worden afgeweken mits uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken leraar [of lector]².

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 1-7-2011; [ ]³ Decr. 19-6-2015

Art. 27.

De activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten, vermeld in artikelen 62, § 2, 2°, en 63, § 1, 3°, zijn onderwijsprogramma's die gericht zijn op :

1° de verkenning van de onderwijsbehoeften van de cursist;

2° een exemplarische kennismaking met de inhouden en de werkwijzen van de opleidingen in het volwassenenonderwijs;

3° het stimuleren van de deelnemers om na het doorlopen van het programma zich verder te vervolmaken en door te stromen naar ander educatief aanbod.

Art. 28.

Het volwassenenonderwijs kan georganiseerd worden als contactonderwijs of als gecombineerd onderwijs. Gecombineerd onderwijs voldoet ten minste aan volgende criteria :

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;

2° [het omvat minimaal een evaluatiemoment in contactonderwijs;]

3° [...]

4° het cursusmateriaal en de didactische middelen voor het gedeelte afstandsonderwijs zijn geschikt voor multimediaal gebruik;

5° de wijze van evalueren van het gedeelte afstandsonderwijs is duidelijk omschreven;

6° de deelname van cursisten aan het gedeelte afstandsonderwijs wordt systematisch opgevolgd.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van gecombineerd onderwijs.

Decr. 8-5-2009

Art. 29.

§ 1. De centra kunnen de volgende vormen van onderwijs organiseren :

1° onderwijs dat overeenkomstig dit decreet is erkend, waarvoor de centra onderwijsbevoegdheid hebben en waarvan de VTE of de leraarsuren volledig volgens dit decreet zijn gefinancierd of gesubsidieerd;

2° onderwijs dat overeenkomstig dit decreet is erkend, waarvoor de centra onderwijsbevoegdheid hebben en waarvan de VTE of de leraarsuren geheel of gedeeltelijk door derden zijn gefinancierd of gesubsidieerd.

§ 2. Middelen van de Vlaamse Gemeenschap kunnen niet aangewend worden voor de organisatie van onderwijs dat noch erkend noch gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 30.

§ 1. In afwijking van artikel 29 kunnen de Centra voor Basiseducatie onderwijs organiseren met door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde VTE, dat overeenkomstig dit decreet niet erkend is en voldoet aan volgende criteria :

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;

2° het wordt georganiseerd op verzoek van derden die hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het organiserende Centrum voor Basiseducatie;

3° het is gericht op ten minste zes cursisten;

4° het bevat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit leergebieden overeenkomstig dit decreet erkend, waarvan de clustering relevant en consistent is;

5° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelstellingen;

6° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van deze vorm van onderwijs.

§ 2. Het onderwijs, zoals bepaald in § 1, kan niet leiden tot van rechtswege erkende studiebewijzen.

HOOFDSTUK VI. - Toelatingsvoorwaarden

Art. 31.

Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van de basiseducatie, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht.

In afwijking van het eerste lid moet een cursist voor de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal en talen voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Art. 32.

Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, moet de cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

In afwijking van het eerste lid moet de cursist voor de opleidingen van het studiegebied algemene vorming voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht.

In afwijking van het eerste lid moet de cursist voor de opleidingen Hebreeuws schrift, Hebreeuws richtgraad 1, Hebreeuws educatief richtgraad 1, Hebreeuws richtgraad 2 en Hebreeuws educatief richtgraad 2 van het studiegebied talen richtgraad 1 en 2 en voor de opleidingen Hebreeuws richtgraad 3, Hebreeuws educatief richtgraad 3, Hebreeuws richtgraad 4 en Hebreeuws educatief richtgraad 4 van het studiegebied talen richtgraad 3 en 4 niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

[In afwijking van het eerste lid moet de cursist aan een van volgende voorwaarden voldaan hebben om toegelaten te worden tot de opleidingen bedrijfsbeheer, bedrijfsbeheer tso 3 en bedrijfsbeheer, distributieattest, vestigingswet tso 3 van het studiegebied handel :

1° voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht;

2° ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs.]

Decr. 9-7-2010

Art. 33.

In afwijking van artikel 31, tweede lid, en artikel 32, eerste lid, kunnen leerlingen uit het secundair onderwijs op basis van door de Vlaamse Regering vastgelegde voorwaarden toegelaten worden tot de opleidingen van het leergebied Nederlands tweede taal en het studiegebied Nederlands tweede taal.

Art. 34.

§ 1. Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht.

Daarenboven moet de cursist beschikken over een van de volgende studiebewijzen :

1° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs [, dat minstens drie jaar behaald is]¹;

2° een diploma van het secundair onderwijs;

3° een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimum 900 lestijden;

4° een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimum 900 lestijden;

[4°bis een certificaat van het hoger beroepsonderwijs;]¹

5° een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;

6° een diploma van het hoger beroepsonderwijs;

7° een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;

8° een diploma van bachelor of master;

9° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het centrumbestuur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of een getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger [...]¹ onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een opleiding hoger beroepsonderwijs.

§ 2. In afwijking van § 1, tweede lid, [neemt het centrumbestuur in zijn centrumreglement afwijkende toelatingsvoorwaarden op]¹. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met de volgende elementen :

1° humanitaire redenen;

2° medische, psychische of sociale redenen;

3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een door het centrumbestuur georganiseerde toelatingsproef.

De toelatingsproef, vermeld in 3°, wordt uiterlijk de vijfde dag voor het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de module in kwestie aan te vangen. De directeur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren.

De directeur van het centrum maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist.

[De modaliteiten met betrekking tot de toelatingsproef worden opgenomen in het centrumreglement.]²

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 9-7-2010

[Art. 34bis.

§ 1. Om als cursist toegelaten te worden tot een specifieke lerarenopleiding, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht. Daarenboven moet de cursist beschikken over een van de volgende studiebewijzen :

1° een diploma van het secundair onderwijs;

2° een diploma van het hoger onderwijs;

3° een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de voorgaande diploma's. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het centrumbestuur personen, die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een specifieke lerarenopleiding.

§ 2. In afwijking van § 1, tweede lid, moeten de cursisten van de specifieke lerarenopleiding, die geen diploma secundair onderwijs behaald hebben, een door de Vlaamse Regering vast te leggen brugprogramma volgen.

In afwijking van het eerste lid kunnen deze cursisten toegelaten worden tot de opleiding op basis van een toelatingsproef die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de specifieke lerarenopleiding te volgen.

Deze toelatingsproef wordt uiterlijk de vijfde dag voor het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd.

De directeur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de cursist niet weigeren. De directeur van het centrum maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de cursist.

De modaliteiten met betrekking tot de toelatingsproef worden opgenomen in het centrumreglement.]

Decr. 9-7-2010

Art. 35.

§ 1. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in [artikelen 31, 32, 33, 34 en 34bis]³, worden [, met uitzondering van de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden Nederlands tweede taal, talen richtgraad 1 en 2 en talen richtgraad 3 en 4,]¹ geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of een niet-sequentieel geordende module.

[Om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding vanaf het niveau richtgraad 2 van [[de studiegebieden]], talen richtgraad 1 en 2 of talen richtgraad 3 en 4, met uitzondering van de opleidingen [[...]], Deens richtgraad 4, Duits richtgraad 4, Engels richtgraad 4, Frans richtgraad 4, Italiaans richtgraad 4, Portugees richtgraad 4, Spaans richtgraad 4 en Zweeds richtgraad 4, moet de cursist kunnen aantonen dat hij de basiscompetenties heeft behaald van de opleiding op het niveau van de voorgaande richtgraad.]¹

[Voor de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van het studiegebied Nederlands tweede taal gelden de volgende aanvullende toelatingsvoorwaarden :

1° om toegelaten te worden tot de aanvangsmodule met schriftelijke basiscompetenties moet de cursist kunnen aantonen dat hij de schriftelijke basiscompetenties heeft behaald op het niveau van de voorgaande richtgraad;

2° om toegelaten te worden tot de aanvangsmodule met mondelinge basiscompetenties moet de cursist kunnen aantonen dat hij de mondelinge basiscompetenties heeft behaald op het niveau van de voorgaande richtgraad.]4

[In afwijking van het eerste lid en in uitvoering van federale, Europese of andere hiërarchisch hogere regelgeving voortvloeiende verplichtingen, kan de Vlaamse Regering aanvullende toelatingsvoorwaarden bepalen om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of tot een niet-sequentieel geordende module.]²

§ 2. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, vermeld in [artikelen 31, 32, 33, 34 en 34bis]³, moet aan één van volgende voorwaarden voldaan zijn om als cursist toegelaten te worden tot een sequentieel geordende module :

1° de cursist beschikt over het deelcertificaat [of modulebewijs]5 van een sequentieel voorafgaande module in een leertraject;

2° de cursist beschikt over een welbepaald attest of certificaat van een andere opleidings- of vormingsinstelling. De Vlaamse Regering bepaalt welk attest of certificaat toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules;

3° de cursist beschikt over een titel van beroepsbekwaamheid, zoals vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van 23 september 2005 van het decreet betreffende de titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt welke titel van beroepsbekwaamheid toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules;

4° de directeur van het centrum oordeelt dat de cursist beschikt over een diploma, certificaat of getuigschrift uit het onderwijs of een attest of certificaat uit een andere opleidings- of vormingsinstelling waaruit blijkt dat hij over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om de module aan te vangen;

5° de directeur van het centrum oordeelt op basis van een toelatingsproef dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die hem toelaat de module te volgen.

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 9-7-2010; [ ]4 Decr. 25-4-2014; [ ]5 Decr. 19-6-2015; [[ ]] Decr. 25-4-2014

Art. 36.

In afwijking van de artikelen 31, 32 en 35 en overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de Huizen van het Nederlands, berust de uitsluitende bevoegdheid voor de organisatie en coördinatie van de intake, testing en doorverwijzing van cursisten die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal bij de Huizen van het Nederlands.

Als de centra deze uitsluitende bevoegdheid van de Huizen van het Nederlands niet aanvaarden en de afspraken hierover niet naleven, worden de cursisten van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en het studiegebied Nederlands tweede taal, die vóór de inschrijving niet beschikten over een studiebewijs Nederlands tweede taal, niet als financierbare of subsidieerbare cursist beschouwd.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de bevoegde administratie hiertoe de nodige vaststellingen kan doen en waarop ze cursisten kan schrappen als financierbare of subsidieerbare cursist.

Art. 37.

Voor de toepassing van artikel 56, 10°, worden de cursisten ingeschreven in de volgorde dat ze zich bij het centrum in orde stellen met de inschrijvingsvoorwaarden. Indien nodig kunnen wachtlijsten worden aangelegd.

De inschrijvingsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, omvatten volgende elementen :

1° aan de toelatingsvoorwaarden voldoen;

2° het inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan rechtmatig vrijgesteld zijn;

3° zich akkoord verklaard hebben met het centrumreglement;

4° zich akkoord verklaard hebben met het eigen agogisch project van het centrum;

[5° indien men voldaan heeft aan de deeltijdse leerplicht, het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf, zoals bedoeld in artikel 2, 48°.]

[De cursisten die behoren tot de volgende doelgroepen worden bij voorrang ingeschreven voor een opleiding die behoort tot het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal of het studiegebied Nederlands tweede taal.

Het gaat om de doelgroepen :

1° vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, die een inburgeringscontract hebben ondertekend, bedoeld in artikel 2, 9°, van hetzelfde decreet;

2° vermeld in artikel 3 van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid;

3° die de bereidheid om Nederlands leren moeten tonen zoals bedoeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.]

Decr. 1-7-2011

HOOFDSTUK VII. - Evaluatie, evaluatiereglement en studiebekrachtiging

Art. 38.

§ 1. [Een evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin de cursist de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan of het opleidingsprofiel heeft bereikt.

Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie.

Het centrum organiseert voor elke module en in het hoger beroepsonderwijs ook voor elk opleidingsonderdeel een evaluatie.]

§ 2. In het hoger beroepsonderwijs [en de specifieke lerarenopleidingen]¹ kan een tweede evaluatieperiode georganiseerd worden.

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 19-6-2015

Art. 39.

Elk centrumbestuur bepaalt zijn evaluatiereglement. Dat evaluatiereglement omvat ten minste :

1° de evaluatievoorwaarden;

2° de vorm van iedere evaluatie;

3° de tijdvakken waarbinnen de evaluaties worden afgelegd;

4° de samenstelling van de evaluatiecommissies;

5° de wijze van beraadslaging door de evaluatiecommissies en bekendmaking van de evaluatieresultaten;

6° de voorwaarden waaronder in het hoger beroepsonderwijs [en de specifieke lerarenopleidingen] een tweede evaluatieperiode georganiseerd wordt;

de procedure waarbij conflicten die plaatsvinden tussen de cursisten en de leden van de evaluatiecommissie voor de beraadslaging, worden behandeld of waarbij vermoede materiële vergissingen die na het afsluiten van de beraadslaging zijn vastgesteld, kunnen worden rechtgezet;

de procedure voor vrijstelling van evaluaties en voor de regeling van betwistingen hierover.

Decr. 30-4-2009

Art. 40.

[§ 1.]¹ In het volwassenenonderwijs bestaan de volgende studiebewijzen :

1° een deelcertificaat;

2° een certificaat;

3° een getuigschrift;

4° een diploma.

De Vlaamse Regering bepaalt de modellen van de studiebewijzen en de nadere modaliteiten met betrekking tot het uitreiken van de studiebewijzen.

[§ 2. Bij het bepalen van de bekrachtiging van de studies kan de Vlaamse Regering het met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering.

Onder externe certificering wordt verstaan : het toekennen aan cursisten, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan de beroepsuitoefeningvoorwaarden.]¹

[§ 3. Een centrumbestuur dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, is ertoe gemachtigd om een certificaat van een onderliggende opleiding uit te reiken aan de cursist die aantoonbaar de competenties van de onderliggende opleiding in voldoende mate heeft bereikt.]²

[ ]¹ Decr. 21-12-2012; [ ]² Decr. 19-6-2015

[Art. 40bis.

§ 1. De centra zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.

§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.

Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaald studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen.]

Decr. 29-6-2012

Art. 41.

§ 1. [Een deelcertificaat bekrachtigt een module. In het hoger beroepsonderwijs wordt een module bekrachtigd met een modulebewijs.]4

[Bij een deelcertificaat van een open module als vermeld in artikel 25bis wordt steeds een deelcertificaatsupplement uitgereikt, waarin het centrumbestuur de eindtermen of basiscompetenties van die module opneemt. De Vlaamse Regering bepaalt het model van deelcertificaatsupplement en de nadere modaliteiten met betrekking tot de uitreiking ervan.]²

§ 2. Een certificaat bekrachtigt :

1° een opleiding, met uitzondering van de opleidingen vermeld in § 3, § 4, § 5 en § 6;

2° een opleiding in afstandsonderwijs als dat onderwijs dezelfde structuur en dezelfde basiscompetenties of eindtermen respecteert als door de Vlaamse Gemeenschap erkend onderwijs, als dat onderwijs een evaluatieprocedure gebruikt die door de Vlaamse Regering is goedgekeurd en een controle door de Vlaamse Regering aanvaard wordt.

§ 3. Een getuigschrift bekrachtigt de opleiding bedrijfsbeheer in het studiegebied handel.

§ 4. Een diploma [van het secundair onderwijs]¹ bekrachtigt :

1° de opleidingen economie-moderne talen, economie-wiskunde, humane wetenschappen ASO3, moderne talen-wetenschappen, moderne talen-wiskunde en wetenschappen-wiskunde van het studiegebied algemene vorming;

2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs [, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5]³ [of een diploma van gegradueerde]¹;

[2°bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42;]²

3° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs.

§ 5. Een diploma van leraar bekrachtigt een [specifieke lerarenopleiding,]¹ zoals vermeld in artikel 17, § 1.

§ 6. Een diploma van gegradueerde bekrachtigt een opleiding van het [hoger beroepsonderwijs]¹.

[Diegene aan wie overeenkomstig dit decreet het diploma van gegradueerde (in het Engels vertaald als associate degree) is verleend met of zonder nadere specificatie, is gerechtigd tot het voeren van de overeenkomstige titel van gegradueerde met of zonder nadere specificatie.

Bij een diploma van gegradueerde wordt steeds een diplomasupplement uitgereikt. Dit is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt.

De Vlaamse Regering bepaalt het model van diplomasupplement en de nadere modaliteiten met betrekking tot het uitreiken van een diplomasupplement.]¹

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 12-7-2013; [ ]4 Decr. 19-6-2015

[Art. 41bis.

De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van studiebewijzen, afgegeven in het buitenland, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen.

Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :

1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader;

2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.]

Decr. 1-7-2011

[Art.41ter.

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 41bis zijn opgenomen, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :

1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader gebruikt;

2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

[[De financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs bedraagt 180 euro per aanvraag en per studiebewijs. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2013. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal. De Vlaamse Regering kan het bedrag verminderen voor specifieke doelgroepen. Voor asielzoekers, vluchtelingen en subsidiair-beschermden is de behandeling van de erkenningsaanvraag gratis. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor een versnelde procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen. De Vlaamse Regering kan het bedrag vermeerderen tot maximaal 500 euro indien de houder van het buitenlands studiebewijs opteert voor deze versnelde procedure.]] ]

Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 19-7-2013

Art. 42.

Ter uitvoering van artikel 41, § 4, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering, na advies van de inspectie de opleidingen [van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs], die in combinatie met het certificaat van de opleiding aanvullende algemene vorming leiden, tot een diploma secundair onderwijs. Hiertoe moeten die opleidingen voldoen aan volgende voorwaarden :

1° de minimale duur van de opleiding omvat 480 lestijden;

2° de opleiding beoogt een brede maatschappelijke participatie;

3° de opleiding, in combinatie met de opleiding aanvullende algemene vorming, verleent toegang tot het hoger onderwijs;

4° de opleiding, in combinatie met de opleiding aanvullende algemene vorming, verleent in voldoende mate toegang tot de arbeidsmarkt.

Decr. 30-4-2009

HOOFDSTUK VIII. - Ondersteuning van het Volwassenenonderwijs

Afdeling I. - Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs

Art. 43.

De Vlaamse Regering subsidieert één Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs.

Art. 44.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de Centra voor Basiseducatie en anderzijds de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, [als vermeld in artikel 16 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs], te ondersteunen bij de uitvoering van de opdrachten die krachtens dit decreet worden toegekend.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs realiseert deze doelstelling met respect voor het eigen agogisch project van de betrokken centra.

Decr. 8-5-2009

Art. 45.

[Aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs worden volgende opdrachten toegekend :

1° de begeleiding van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs :

a) ondersteunen bij de realisatie van hun eigen agogisch project;

b) ondersteunen bij het bevorderen van hun onderwijskwaliteit en bij hun ontwikkeling tot professionele lerende organisatie door :

1) netwerkvorming te bevorderen en netwerken te ondersteunen;

2) leidinggevenden te ondersteunen of te vormen;

3) de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden te ondersteunen binnen een centrum en centrumoverstijgend met bijzondere aandacht voor beginnende personeelsleden, personeelsleden met specifieke opdrachten;

4) het beleidsvoerend vermogen van centra te versterken;

5) de kwaliteitszorg van centra te ondersteunen;

c) op verzoek van het centrumbestuur het centrum ondersteunen en begeleiden bij de uitwerking van de aangegeven actiepunten na een doorlichting;

d) onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen;

e) aanbodgerichte nascholingsactiviteiten aanreiken en aansturen met inbegrip van de nascholing van directies;

f) met verscheidene onderwijsactoren op verschillende niveaus overleggen over onderwijskwaliteit;

g) participeren aan de aansturing of opvolging van ondersteuningsinitiatieven georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Regering die als doelstelling het ondersteunen van centra of hun leerkrachten of begeleiders hebben;

2° samen met de pedagogische begeleidingsdiensten de opdrachten geformuleerd in artikel 49 uitvoeren.]

Decr. 19-6-2015

Art. 46.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs kan enkel in aanmerking komen voor subsidiëring als :

1° het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs opgericht wordt in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;

2° in de algemene vergadering een afgevaardigde van elk deelnemend centrumbestuur opgenomen wordt. De leden van de algemene vergadering kunnen de algemene vergadering via coöptatie aanvullen met externe deskundigen;

3° vijfjaarlijks een beleidsplan en jaarlijks een ondersteuningsplan worden opgesteld, waarin de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, verduidelijkt worden;

4° jaarlijks een activiteitenverslag en een financieel rapport worden opgesteld.

Art. 47.

§ 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs een subsidie ter beschikking van ten minste [956.000 euro vanaf het begrotingsjaar 2015]. Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten, werkingskosten en investeringen.

§ 2. De Vlaamse Regering sluit met het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs vijfjaarlijks een samenwerkingsovereenkomst af over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, en de aanwending van de toegekende middelen, vermeld in § 1.

De subsidiëring van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs wordt afhankelijk gesteld van de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst door de Vlaamse Regering.

§ 3. De subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs wordt uitbetaald in twee schijven en een saldo :

1° een eerste schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 31 maart;

2° een tweede schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 30 september;

3° het saldo van 10 percent wordt uitbetaald nadat het activiteitenverslag en financieel rapport, zoals vermeld in artikel 46, 4°, is overgemaakt aan de bevoegde administratie.

§ 4. De middelen, zoals bepaald in § 1, kunnen geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdrachten, vermeld in artikelen 45 en 49.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs heeft zes maanden de tijd om zich opnieuw in orde te stellen met de voorwaarden, vermeld in artikel 46, indien niet meer voldaan wordt aan deze voorwaarden. In het andere geval is het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs niet langer subsidieerbaar.

§ 5. [De subsidie wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.]

Decr. 19-12-2014

[§ 6. In afwijking van paragraaf 5, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2012 niet aangepast aan de evolutie van de index.]

Decr. 1-6-2012

[§ 7. In afwijking van paragraaf 5, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2013 niet aangepast aan de evolutie van de index.]

Decr. 21-12-2012

[§ 8. In afwijking van paragraaf 5, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2015 niet aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.]

Decr. 19-12-2014

Art. 48.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs kan alle daden stellen die noodzakelijk zijn om de toegekende opdrachten te realiseren en om de toegekende middelen zorgvuldig te beheren.

Afdeling II. - Kennis- en expertiseontwikkeling in het volwassenenonderwijs

Art. 49.

[Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten moeten de subsidie toegekend op basis van respectievelijk artikel 47, § 1, van dit decreet en artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs ook aanwenden voor de gezamenlijke uitvoering van volgende opdrachten :]4

1°[...]4

2°[...]4

3° de ontwikkeling van nieuwe opleidingsprofielen of de actualisering van bestaande opleidingsprofielen voor het volwassenenonderwijs [, als vermeld in artikel 24 [[...]] ]¹ coördineren, rekening houdende met de bepalingen, vermeld in artikelen 24, 179, § 1, en 184;

4°[...]4

5°[...]4

6° de ontwikkeling van instrumenten en procedures in zake de erkenning van al verworven competenties coördineren en ondersteunen;

7°[...]4

8°[...]4

[8°bis in uitvoering van het Strategisch Plan Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden, de onderwijscoördinatoren ondersteunen bij enerzijds de uitbouw van een behoeftedekkend en aangepast aanbod voor onderwijs aan gedetineerden en anderzijds de coördinatie van het onderwijsaanbod in de gevangenis;]²

[8°ter [[...]] ]³

9°[...]4

Deze opdrachten worden gerealiseerd met respect voor het eigen agogisch project van de centra.

[Voor de uitvoering van de opdracht vermeld onder 8°bis, stelt de Vlaamse Regering jaarlijks aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs een bijkomende subsidie ter beschikking. Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten en werkingskosten.]²

[[...]] ]³

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 9-7-2010; [ ]4 Decr. 19-6-2015; [[ ]] Decr. 12-7-2013

Art. 50.

§ 1. De middelen, vermeld in artikel 49, kunnen enkel aangewend worden, als :

1° het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds een protocol tot samenwerking afsluiten;

2° tot en met 5°[...]

§ 2. De Vlaamse Regering sluit met het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds vijfjaarlijks een samenwerkingsovereenkomst af over de aanwending van de middelen en de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 49.

Decr. 19-6-2015

Afdeling III. - Kwaliteitscontrole en evaluatie

Art. 51.

In 2012 wordt het systeem van ondersteuning in het volwassenenonderwijs, zoals bepaald in dit hoofdstuk, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie.

In afwijking van het eerste lid organiseert de Vlaamse Regering in 2009 een financiële en kwalitatieve audit, hoofdzakelijk met betrekking tot artikelen 49 en 50. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten.

HOOFDSTUK IX. - Kwaliteitszorg

Afdeling I. - Algemene aspecten kwaliteitszorg

Art. 52.

Elk centrumbestuur ontwikkelt een kwaliteitszorgsysteem met betrekking tot :

1° de organisatie van het onderwijsaanbod;

2° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;

3° de uitvoering van andere onderwijsopdrachten en -bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegekend aan de centra;

4° de organisatie en het beheer van de instelling zodat de doelstellingen van de organisatie behaald kunnen worden;

5° de behandeling van de cursist en van de personeelsleden met respect voor hun rechten en plichten;

6° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra;

7° de permanente vorming van het personeel.

De centra realiseren dit kwaliteitszorgsysteem door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten.

Art. 53.

De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht inzake kwaliteitszorg, vermeld in artikel 52, uitvoeren.

Afdeling II. - De specifieke lerarenopleiding

Art. 54.

[ [[Artikel II.122 en II.125 van de Codex Hoger Onderwijs]], zijn van toepassing op de specifieke lerarenopleidingen.]

Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 55.

De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen met betrekking tot de kwaliteitszorg van de lerarenopleidingen door een beleidsevaluatie te organiseren. Deze zal worden uitgevoerd door een commissie van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de commissie.

Een beleidsevaluatie zal onder meer aandacht hebben voor de mate waarin de centra, hogescholen en universiteiten een beleid voeren inzake taalvaardigheid van de cursisten of studenten in het Nederlands en voor de mate waarin de preservicetraining voorbereidt op de verschillende onderwijsvormen. De resultaten van deze evaluatie zullen worden vastgelegd in een openbaar verslag dat voorgelegd wordt aan het Vlaams Parlement.

[Afdeling III. - Hoger beroepsonderwijs

Art. 55bis.

De bepalingen, vermeld in artikel 161/1 en titel II, hoofdstuk II, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, zijn van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs.

Decr. 12-7-2013

TITEL IV. - Structuur van het volwassenenonderwijs

HOOFDSTUK I. - De oprichting en de erkenning van de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs

Afdeling I. - De algemene erkenningsvoorwaarden

Art. 56.

Een centrum kan enkel erkend worden voor het geheel of voor een structuuronderdeel, als het centrum aan al de volgende voorwaarden voldoet :

1° de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens eerbiedigen en in het geheel van de werking toepassen;

2° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een centrumbestuur;

3° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne en bewoonbaarheid voldoen;

4° [de controle door de onderwijsinspectie of, indien het gaat om opleidingen van het hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding, een ander daarvoor door de Vlaamse Regering aangewezen orgaan mogelijk maken;]²

5° beschikken over didactisch materiaal en een centrumuitrusting die beantwoorden aan de agogische vereisten;

6° [de bepalingen naleven over de taalregeling en de taalkennis van het personeel;]¹

7° een structuur aannemen die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet;

8° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties, opleidingsprofielen en leerplannen;

9° [...]¹

10° zonder onderscheid elke cursist inschrijven voor de opleiding die hij wil volgen.

[ ]¹ Decr. 8-5-2009; [ ]² Decr. 12-7-2013

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 30-4-2009 - B.S. 16-7-2009; Art. 47 en 52) : "In artikel 56, 8°, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden « specifieke eindtermen, » en het woord « basiscompetenties » de woorden « erkende beroepskwalificaties, » ingevoegd."

Art. 57.

Op advies van een college van inspecteurs kan de Vlaamse Regering :

1° de erkenning van het geheel of een structuuronderdeel van een Centrum voor Basiseducatie opheffen, als niet voldaan wordt aan één of meer voorwaarden, vermeld in artikelen 56 en 58;

2° de erkenning van het geheel of een structuuronderdeel van een Centrum voor Volwassenenonderwijs opheffen, als niet voldaan wordt aan een of meer voorwaarden, vermeld in artikelen 56 en 60.

[De opheffing van de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 36 tot en met artikel 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.]

Decr. 8-5-2009

Afdeling II. - De specifieke oprichtings- en erkenningsvoorwaarden voor de Centra voor Basiseducatie

Art. 58.

Een Centrum voor Basiseducatie wordt opgericht als vrij centrum en wordt uitsluitend erkend voor de organisatie van het volwassenenonderwijs op niveau van de basiseducatie.

De centra, vermeld in het eerste lid, dragen de naam Centrum voor Basiseducatie, afgekort CBE. Deze benaming kan aangevuld worden met een eigen specifieke benaming. Een andere instelling kan de benaming Centrum voor Basiseducatie niet dragen.

Art. 59.

De instelling die wil erkend worden als een Centrum voor Basiseducatie moet hiertoe een dossier indienen waaruit blijkt dat het centrum aan de bepalingen van artikelen 56 en 58 kan voldoen.

[De opname in de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.]

Decr. 8-5-2009

Afdeling III. - De specifieke oprichtings- en erkenningsvoorwaarden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 60.

§ 1. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs wordt opgericht als vrij of als officieel centrum.

Een vrij centrum wordt opgericht door een natuurlijke persoon of door een privaatrechtelijke rechtspersoon.

Een officieel centrum wordt opgericht door een publiekrechtelijke rechtspersoon.

§ 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs worden uitsluitend erkend voor de organisatie van secundair volwassenenonderwijs [, specifieke lerarenopleiding] of hoger beroepsonderwijs.

§ 3. De centra, vermeld in § 1 en § 2, dragen de naam Centrum voor Volwassenenonderwijs, afgekort CVO. Die benaming kan aangevuld worden met een eigen specifieke benaming. Een andere instelling kan de benaming Centrum voor Volwassenenonderwijs niet dragen.

Decr. 12-7-2013

Art. 61.

§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs die erkend zijn op de datum van 31 augustus 2007 behouden hun erkenning als Centrum voor Volwassenenonderwijs, onverminderd de bepalingen, vermeld in artikel 56.

§ 2. De instelling die wil erkend worden als een Centrum voor Volwassenenonderwijs moet hiertoe een dossier indienen waaruit blijkt dat het centrum aan de bepalingen van artikelen 56 en 60 kan voldoen.

[De opname in de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.]

Decr. 8-5-2009

Afdeling IV. - De onderwijsbevoegdheid van de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 62.

§ 1. De Centra voor Basiseducatie zijn ertoe gehouden de volgende onderwij sbevoegdheden daadwerkelijk uit te oefenen :

1° [de organisatie van een of meerdere opleidingen per leergebied, als vermeld in artikel 6, 1° tot en met 6°;]

2° de organisatie van leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist.

§ 2. De Centra voor Basiseducatie zijn eveneens bevoegd voor :

1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot het leergebied, vermeld in artikel 6, 7°;

2° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten;

3° de organisatie van openleercentra.

§ 3. De besturen van de Centra voor Basiseducatie, in voorkomend geval op voordracht en na beslissing van de evaluatiecommissie, zijn bevoegd om aan de cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen voor zover de module of opleiding in kwestie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 2°, 3°,4°, 5°, 7°, 8° en 9°, d, en artikel 26, § 1.

Decr. 8-5-2009

[Art. 62bis.

In afwijking van artikel 62, kan de Vlaamse Regering aan een Centrum voor Basiseducatie onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaats van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor deze opleiding gelegen is in het werkingsgebied [[...]] waartoe het betrokken Centrum voor Basiseducatie behoort.

De Vlaamse Regering zal voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad [[...]] inwinnen. [[...]]

De onderwijsbevoegdheid wordt toegekend voor twee schooljaren en kan met twee schooljaren verlengd worden na een evaluatie door de bevoegde administratie.

De in het eerste lid bedoelde opleiding wordt ingedeeld in het leergebied Nederlands tweede taal van de basiseducatie.]

Decr. 9-7-2010; [[ ]] Decr. 19-12-2014

Art. 63.

§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs kunnen de volgende bevoegdheden uitoefenen :

1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot de studiegebieden, vermeld in artikelen 7 en 8, [en de organisatie van de specifieke lerarenopleidingen]¹ voor zover het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor onderwijsbevoegdheid heeft;

2° de organisatie van openleercentra;

3° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten;

4° de organisatie van leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;

5° [...]²

6° het assessment van de bekwaamheid die iemand via formeel of non-formeel leren heeft verworven om een bepaald beroep uit te oefenen, volgens de procedures, vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid.

[§ lbis. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming zijn ertoe gehouden om op verzoek van een cursist daadwerkelijk een bepaalde module van deze opleiding te organiseren en voor elke cursist van de opleiding Aanvullende Algemene Vorming individuele leertrajectbegeleiding te organiseren.

Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in het kader van de individuele leertrajectbegeleiding, bedoeld in het eerste lid, voor de aanvang van de opleiding en in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt hierbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist. Het centrum voor volwassenenonderwijs maakt een schriftelijke neerslag van het leertraject en voegt dit toe aan het cursistendossier. Het centrum voor volwassenenonderwijs rapporteert jaarlijks over deze leertrajecten aan de Vlaamse Regering.]4

[§ 1ter. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal zijn ertoe gehouden om aantoonbaar voor elke cursist een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren.

Het centrum voor volwassenenonderwijs legt hiertoe in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist en in voorkomend geval ook met de vragen van de doorverwijzende instantie.]5

§ 2. De onderwijsbevoegdheid van de Centra voor Volwassenenonderwijs op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet is opgenomen in bijlage III, die bij dit decreet gevoegd is.

[§ 2bis. Een centrum dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, beschikt over de onderwijsbevoegdheid voor de onderliggende opleidingen.]6

§ 3. Uitsluitend de Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van het studiegebied algemene vorming, zijn eveneens bevoegd voor het afnemen van evaluaties van personen die geen lessen gevolgd hebben in het centrum in kwestie, voor opleidingen binnen het studiegebied algemene vorming. Die evaluaties zijn gebaseerd op het voor hen goedgekeurde leerplan. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten.

[§ 3bis. [[Slechts één Centrum voor Volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 1 tot en met richtgraad 4 en Frans richtgraad 1 tot en met richtgraad 4, kan door de Vlaamse Regering aangewezen worden om de examencommissie te organiseren.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van de examencommissie en voor de aanwijzing van het Centrum voor Volwassenenonderwijs dat de examencommissie mag organiseren.]] ]³

§ 4. De besturen van de Centra voor Volwassenenonderwijs, in voorkomend geval op voordracht en na beslissing van de evaluatiecommissie, zijn bevoegd om aan de cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen voor zover de module of opleiding in kwestie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8° en 9°, d, en artikel 26, § 1.

[ ]¹ Decr. 30-4-2009; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 9-7-2010; [ ]4 Decr.29-6-2012; [ ]5 Decr. 25-4-2014; [ ]6 Decr. 19-6-2015; [[ ]] Decr. 19-7-2013

Art. 64.

[§ 1. Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan voor een andere opleiding dan de opleidingen bedoeld in artikel 63, § 1, 1°, onderwijsbevoegdheid aanvragen bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde bevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen [[...]]² bij een met redenen omklede beslissing. [[...]]²

De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor het toekennen van onderwijsbevoegdheid aan de besturen van de Centra voor Volwassenenonderwijs.

[[In afwijking van het eerste en tweede lid, kan de Vlaamse Regering aan de centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor een opleiding waarvoor een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel bestaat, ambtshalve onderwijsbevoegdheid verlenen voor nieuwe goedgekeurde opleidingsprofielen die met deze opleidingen inhoudelijk overeenstemmen.]]¹

[[De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.]]³

§ 2. Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat gedurende vijf opeenvolgende schooljaren een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs of de specifieke lerarenopleiding niet georganiseerd heeft, verliest vanaf het daaropvolgende schooljaar de onderwijsbevoegdheid voor die opleiding.

In afwijking van het eerste lid verliest een Centrum voor Volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de specifieke lerarenopleiding als het niet deelneemt aan de externe beoordeling van de specifieke lerarenopleiding door een visitatiecommissie als vermeld in [[artikel II.122 van de Codex Hoger Onderwijs]]³.

Om opnieuw onderwijsbevoegdheid voor die opleiding te verkrijgen, moet het centrumbestuur de procedure volgen, zoals vermeld in paragraaf 1.

§ 3. Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan de onderwijsbevoegdheid die toegekend wordt op basis van de procedure, vermeld in paragraaf 1, uitsluitend uitoefenen in de vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied [[...]]² waartoe de hoofdvestigingsplaats van het centrum behoort.

§ 4. In afwijking van paragraaf 1 tot en met [[paragraaf 2]]² wordt de onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs aan het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs toegekend, overeenkomstig de bepalingen in titel II van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

§ 5. In afwijking van artikel 63, § 1, kan de Vlaamse Regering aan één of meerdere Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van de basiseducatie, op voorwaarde dat het Centrum voor Basiseducatie dat beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor deze opleiding gelegen is in het werkingsgebied [[...]]² waartoe de hoofdvestigingsplaatsen van de betrokken Centra voor Volwassenenonderwijs behoren.

De Vlaamse Regering zal voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad [[...]]² inwinnen. [[...]]²

De onderwijsbevoegdheid wordt toegekend voor twee schooljaren en kan met twee schooljaren verlengd worden na een evaluatie door de bevoegde administratie. De in het eerste lid bedoelde opleiding wordt ingedeeld in het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs.]

Decr. 23-12-2011; [[ ]]¹ Decr. 29-6-2012; [[ ]]² Decr. 19-12-2014; [[ ]]³ Decr. 19-6-2015

Afdeling V. - Overheveling en fusie

Art. 65.

[§ 1. Een structuuronderdeel dat verder georganiseerd wordt na overheveling van een tijdens het voorafgaande schooljaar georganiseerd structuuronderdeel, kan gefinancierd of gesubsidieerd worden, als aan de volgende voorwaarden gelijktijdig voldaan is :

1° de overheveling vindt in één keer plaats op 1 september;

2° het structuuronderdeel wordt gerangschikt als ofwel :

a) secundair volwassenenonderwijs;

b) hoger beroepsonderwijs;

c) specifieke lerarenopleiding.

§ 2. Door de overheveling van een structuuronderdeel verkrijgt het ontvangende Centrum voor Volwassenenonderwijs het recht om dat structuuronderdeel te organiseren. Het overhevelende Centrum voor Volwassenenonderwijs verliest de onderwijsbevoegdheid voor dat structuuronderdeel. Het ontvangende Centrum voor Volwassenenonderwijs kan de overgehevelde opleidingen bijkomend blijven organiseren in de vestigingsplaatsen waar deze reeds de twee voorafgaande schooljaren georganiseerd werden.

§ 3. In de overeenkomst van een overheveling van een structuuronderdeel, vermeld in paragraaf 1, 2°, a), die door beide centrumbesturen moet worden ondertekend, wordt de overdracht van leraarsuren geregeld.

Als het gaat om een overheveling van een structuuronderdeel, vermeld in paragraaf 1, 2°, b) of c), gaat de overdracht van het structuuronderdeel steeds gepaard met een overdracht van leraarsuren.

§ 4. Elke overheveling zal het voorwerp uitmaken van onderhandeling in het lokaal comité van zowel het overhevelende als het ontvangende Centrum voor Volwassenenonderwijs.

§ 5. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan een structuuronderdeel als vermeld in paragraaf 1, 2°, b), of 1, 2°, c), alleen overhevelen naar een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat al onderwijsbevoegdheid heeft voor een structuuronderdeel als vermeld in paragraaf 1, 2°, b), of 1, 2°, c).

§ 6. Voor de subsidiëring of financiering wordt de overdracht van leraarsuren, zoals bedoeld in § 3, geacht reeds tijdens de voorgaande referteperiode te hebben plaatsgevonden.]

Decr. 12-7-2013

Art. 66.

§ 1. Een fusie van Centra voor Volwassenenonderwijs, al dan niet ingevolge het niet bereiken van de toepasbare rationalisatienormen door één of meer centra :

1° houdt het ontstaan in van een instelling die niet als nieuw wordt beschouwd voor de toepassing van artikelen 56, 60 en 61 en die alle voorheen bestaande vestigingsplaatsen mag omvatten waaronder één hoofdvestigingsplaats;

2° wordt in één keer op 1 september tot stand gebracht, wat impliceert dat er nog slechts één inrichtende macht en één directeur is;

3° vindt plaats :

a) hetzij door samenvoeging tot één instelling van twee of meer instellingen die gelijktijdig worden afgeschaft;

b) hetzij door samenvoeging van twee of meer instellingen, waarbij één blijft bestaan die de andere opslorpt;

4° kan betrekking hebben op één of meer instellingen die in geleidelijke afbouw zijn.

§ 2. Elke fusie zal het voorwerp uitmaken van onderhandeling in het lokaal comité van alle betrokken Centra voor Volwassenenonderwijs.

Afdeling VI. - De hoofdvestigingsplaatsen en vestigingsplaatsen

Art. 67.

Een centrum kan slechts één hoofdvestigingsplaats hebben en één of meer vestigingsplaatsen.

Als een centrum over meerdere vestigingsplaatsen met een administratieve zetel beschikt, wijst het centrumbestuur een van deze vestigingsplaatsen als hoofdvestigingsplaats aan. Het centrum deelt aan de bevoegde administratie mee welke vestigingplaats met een administratieve zetel als hoofdvestigingsplaats is aangewezen.

[De gemeente waar de hoofdvestigingsplaats ligt, bepaalt tot welk werkingsgebied het centrum voor basiseducatie en het centrum voor volwassenenonderwijs behoort. Er zijn dertien werkingsgebieden omschreven in bijlage IV die bij dit decreet gevoegd is.]

Decr. 19-12-2014

Art. 68.

[§ 1. Het bestuur van een Centrum voor Basiseducatie kan binnen het werkingsgebied [[vermeld in bijlage IV van dit decreet,]]¹ vrij de vte en de functies opgericht op basis van de puntenenveloppe aanwenden in bijkomende vestigingsplaatsen.

§ 2. Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering een aanvraag indienen om leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe in een bijkomende vestigingsplaats aan te wenden. De Vlaamse Regering kan de aanvraag uitsluitend weigeren of verlenen [[...]]¹ bij een met redenen omklede beslissing. [[De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.]]²

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het aanvragen van het aanwenden van leraarsuren en ambten opgericht met de puntenenveloppe in bijkomende vestigingsplaatsen.]¹

[§ 3. Paragraaf 2 is niet van toepassing voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding.]²

[ ]¹ Decr. 23-12-2011; [ ]² Decr. 12-7-2013; [[ ]]¹ Decr. 19-12-2014; [[ ]]² Decr. 19-6-2015

Art. 69.

[Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan voor de organisatie van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs geen leraars-uren aanwenden in de vestigingsplaatsen die in een ander werkingsgebied liggen dan het werkingsgebied waartoe de hoofdvestigingsplaats van het centrum voor volwassenenonderwijs behoort.]

Decr. 19-12-2014

Art. 70.

§ 1.[In afwijking van artikel 69 kan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs in een bestaande vestigingsplaats die in een ander werkingsgebied ligt dan het werkingsgebied waartoe de hoofdvestigingsplaats behoort, leraarsuren aanwenden voor de organisatie van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt :

1° de vestigingsplaats, zoals bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, is gesitueerd in een werkingsgebied dat grenst aan het werkingsgebied waartoe de hoofdvestigingsplaats behoort;]4

2° de vestigingsplaats, zoals bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, voldoet aan één van onderstaande criteria :

a) de vestigingsplaats is opgericht voor 14 februari 2003;

b) de vestigingsplaats is het resultaat van een fusie die tot stand is gekomen tot en met 1 september 2006;

c) in deze vestigingsplaats worden ten minste 50 000 lesurencursist per referteperiode gerealiseerd met leraarsuren;

[d) de vestigingsplaats is het resultaat van een fusie die tot stand is gekomen tussen 1 september 2013 en 1 september 2014.]³

De afwijking bedoeld in deze paragraaf wordt automatisch toegekend.

§ 2. Als in de vestigingsplaats, waarvoor het bestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs een afwijking heeft verkregen op basis van de voorwaarde vermeld in § 1, 2°, c), in de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ met leraarsuren niet langer ten minste 50 000 lesurencursist worden gerealiseerd, wordt de subsidiëring of financiering van deze vestigingsplaats afgebouwd tot nul vanaf het jaar n.

De cursisten, ingeschreven in de betreffende vestigingsplaats op het ogenblik dat beslist wordt tot afbouw, moeten de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen. Met een normaal tijdbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van maximum drie schooljaren.

§ 3. [...]4

[§ 4. [[Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat gemachtigd wordt leraarsuren aan te wenden in een vestigingsplaats buiten het werkingsgebied van de hoofdvestigingsplaats [[[op basis van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1]]], kan in deze vestigingsplaats uitsluitend de volgende onderwijsbevoegdheid uitoefenen :

1° opleidingen die tijdens de referteperiode 1 april 2008 tot en met 31 maart 2009 effectief in deze vestigingsplaats werden ingericht;

2° opleidingen die inhoudelijk overeenstemmen met de opleidingen bedoeld in 1° en waarvoor het centrumbestuur onderwijsbevoegdheid heeft verkregen via de procedure, vermeld in artikel 181.

[[[3° opleidingen die gedurende twee opeenvolgende schooljaren voorafgaand aan de fusie, zoals vermeld in paragraaf 1, 2°, d), georganiseerd worden.]]]

[[[...]]] ]]¹

Indien de onderwijsbevoegdheid, vermeld in het eerste lid, betrekking heeft op een opleiding van het studiegebied talen richtgraad 1 en 2 of het studiegebied talen richtgraad 3 en 4, dan wordt het centrumbestuur gemachtigd om de onderwijsbevoegdheid voor dezelfde opleiding respectievelijk zowel op het niveau richtgraad 1 als op het niveau richtgraad 2 of zowel op het niveau richtgraad 3 als het niveau richtgraad 4 in een vestigingsplaats buiten het werkingsgebied van de hoofdvestigingsplaats uit te oefenen.

§ 5. [[In afwijking van § 4, 1° en 2°, kan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs dat gemachtigd wordt leraarsuren aan te wenden in een vestigingsplaats buiten het werkingsgebied van de hoofdvestigingsplaats op basis van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, bij de Vlaamse Regering een aanvraag indienen om ook onderwijsbevoegdheid, vermeld in artikel 63, § 2, of verworven via de procedure, vermeld in artikel 181, uit te oefenen. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde onderwijsbevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing.

De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor het toekennen van de onderwijsbevoegdheid, vermeld in het eerste lid, aan de besturen van de centra voor volwassenenonderwijs.]]² ]²

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 12-7-2013; [ ]4 Decr. 19-12-2014; [[ ]]¹ Decr. 9-7-2010; [[ ]]² Decr. 19-12-2014; [[[ ]]] Decr. 12-7-2013

Afdeling VII. - [Samenwerking en ondersteuning van lerarenopleidingen

Art. 71.

De besturen van de centra voor volwassenenonderwijs kunnen met de hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen en/of centra voor volwassenenonderwijs een overeenkomst sluiten over de organisatie van de lerarenopleidingen, met name onderwijs- en studieactiviteiten, de kwaliteitszorg en het gebruik van infrastructuur.

Art. 72.

De Vlaamse Regering kan middelen toekennen voor initiatieven die de kwaliteit van de lerarenopleidingen verbeteren en/of de samenwerking tussen lerarenopleidingen bevorderen. Hiertoe zal ze minstens vijfjaarlijks de beleidsprioriteiten vastleggen.

Deze initiatieven kunnen georganiseerd worden door hogescholen en/of universiteiten en/of ambtshalve geregistreerde instellingen en/of centra voor volwassenenonderwijs, die één of meerdere lerarenopleidingen (zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen) organiseren.

De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de toekenning van de middelen.]

Decr. 18-12-2015

[Afdeling VIII. - De ondersteuning en stimulering van het gecombineerd onderwijs

Art. 72bis.

[[De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks [[[over een volume aan middelen ten bedrage van maximum 4 ambten of vte]]] voor het ondersteunen en het stimuleren van de centra die opleidingen als gecombineerd onderwijs willen organiseren.]]¹

Art. 72ter.

§ 1. Het centrumbestuur dat tijdens het schooljaar n/n+1 in aanmerking wil komen voor een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis, dient hiertoe uiterlijk op 30 april van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in bij de Vlaamse Regering.

Deze aanvraag voldoet aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :

1° het heeft betrekking op [[...]]² modules van een erkende en gefinancierde of gesubsidieerde opleiding waarvoor het centrumbestuur nog geen aanvullende financiering of subsidiëring via de middelen, vermeld in artikel 72bis, heeft gekregen;

2° het omvat een luik afstandsonderwijs dat minimaal 50 percent van het totale aantal lestijden [[van de volledige opleiding]]² bedraagt en minstens 200 lestijden omvat;

3° er is een openleercentrum voorzien;

4° het protocol van de onderhandeling over het gecombineerd onderwijs in het lokaal comité is bij de aanvraag bijgevoegd.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de aanvraagprocedure.

[[§ 3. De betrekking die met de middelen, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacantverklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.]]³

Art. 72 quater.

§ 1. De ingediende aanvragen worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit :

1°één lid van de inspectie;

2° twee ambtenaren van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;

3° twee externe experten met onderzoeks- of praktijkervaring inzake afstandsleren in volwasseneneducatie;

4°één extern expert in pedagogische aangelegenheden.

Een ambtenaar van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming is voorzitter van de selectiecommissie. De Vlaamse Regering wijst de commissieleden aan.

§ 2. Bij de beoordeling van de ingediende aanvragen zal de selectiecommissie rekening houden met de volgende criteria :

1° de inbedding van het gecombineerd onderwijs binnen de totale onderwijskundige organisatie en de innovatieve draagkracht van de betrokken centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;

2° de organisatie van het gecombineerd onderwijs en de afstemming van het gedeelte afstandsonderwijs op het gedeelte contactonderwijs;

3° de effectiviteit van het gecombineerd onderwijs inzake overdraagbaarheid, visie- en materiaalontwikkeling;

4° de mate van betrokkenheid van het personeel;

5°[[...]]4

6° de flexibiliteit van het aanbod;

7° de samenwerkingsverbanden en netwerken met centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;

8° de kwaliteitszorg.

De selectiecommissie draagt aan de Vlaamse Regering de aanvragen voor die op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, gunstig zijn beoordeeld en het aantal toe te kennen leraarsuren of VTE per gunstig beoordeelde aanvraag.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke door de selectiecommissie gunstig beoordeelde aanvragen een aanvullende financiering of subsidiëring wordt toegekend voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis. Hierbij wordt voorrang verleend aan aanvragen die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen :

1° aanvragen die betrekking hebben op opleidingen als vermeld in artikel 41, § 4, of onderwijs aan gedetineerden;

2° aanvragen die een integrale opleiding omvatten;

3° aanvragen die betrekking hebben op gecombineerd onderwijs dat minimaal 75 percent afstandsonderwijs omvat;

4° aanvragen die gegroeid zijn uit een samenwerking met andere centra, publieke opleidingsverstrekkers of andere organisaties.

Per goedgekeurde aanvraag kan de Vlaamse Regering respectievelijk minimaal 400 en maximaal 1 000 leraarsuren of minimaal 2 en maximaal 1 VTE toekennen aan het centrumbestuur voor het schooljaar n/n+1.

Art. 72quinquies.

§ 1. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om het ontwikkelde gecombineerd onderwijs ook effectief te organiseren binnen een termijn van maximaal twee schooljaren.

§ 2. Het centrumbestuur engageert er zich toe gedurende de looptijd van het gecombineerd onderwijs alle gegevens te verzamelen die de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen kunnen aantonen. Deze gegevens betreffen minimaal :

1° het aantal ingeschreven cursisten;

2° het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;

3° de scholingsgraad van de cursisten;

4° het aantal cursisten dat deelneemt aan de evaluaties;

5° het aantal geslaagde cursisten;

6° het aantal en de aard van de uitgereikte studiebewijzen.

§ 3. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om onderling samen te werken met andere centrumbesturen die tijdens het schooljaar n/n+1 een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs ontvangen via de middelen, vermeld in artikel 72bis, zodat de uitwisselbaarheid van de knowhow inzake cursusmateriaal en begeleiding van afstandsonderwijs gegarandeerd wordt.

§ 4. Het centrumbestuur gaat het engagement aan tevredenheidsmetingen uit te voeren bij de cursisten en de leraars. De resultaten van de tevredenheidsmeting bij de leraars worden ter beschikking gesteld van het bevoegde lokale comité.

Art. 72sexies.

Het centrumbestuur informeert [[het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs]]5, vermeld in artikel 50, § 1, [[...]]4 op regelmatige tijdstippen over de voortgang van het gecombineerd onderwijs.

Uiterlijk twee maanden na het [[schooljaar n+1/n+2]]² dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport bevat ten minste :

1° een evaluatie;

2° een verslag van de activiteiten;

3° de gegevens, als vermeld in artikel 72quinquies, § 2;

4° de resultaten van de tevredenheidsmetingen als vermeld in artikel 72quinquies, § 4.

Art. 72septies.

In 2012 worden de bepalingen van deze afdeling, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie.]

Decr. 8-5-2009; [[ ]]¹ Decr. 18-12-2009; [[ ]]² Decr. 1-7-2011; [[ ]]³ Decr. 19-7-2013; [[ ]]4 Decr. 19-12-2014; [[ ]]5 Decr. 19-6-2015; [[[ ]]] Decr. 21-12-2012

[Afdeling IX. - De coördinatie en ondersteuning van het onderwijs aan gedetineerden

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 20 en 21)

Art. 72octies.

§ 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een globale subsidie van ten minste 800.000 euro ter beschikking van een organisatie of organisaties voor de coördinatie en ondersteuning van de centra voor volwassenonderwijs en de centra voor basiseducatie bij de uitwerking van een onderwijs- en vormingsbeleid voor gedetineerden, de organisatie van het detecteren van de onderwijs- en vormingsbehoeften van gedetineerden en de begeleiding van het onderwijstraject van gedetineerden.

Opdat een organisatie of organisaties hiervoor in aanmerking kan of kunnen komen, beantwoordt of beantwoorden zij ten minste aan volgende gezamenlijke voorwaarden :

1° de organisatie moet of de organisaties moeten aantonen dat zij in staat zijn om in elke penitentiaire inrichting gelegen in de werkingsgebieden van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs de opdracht, bepaald in het eerste lid, op een efficiënte wijze uit te voeren;

2° de organisatie moet of de organisaties moeten aantonen dat zij een draagvlak vinden bij de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs;

3° een subsidieovereenkomst wordt gesloten met de Vlaamse Regering;

4° vijfjaarlijks legt de organisatie of leggen de organisaties een werkingsverslag voor, waaruit blijkt dat de bepalingen uit de subsidieovereenkomst werden gerealiseerd;

5° jaarlijks legt de organisatie of leggen de organisaties een jaarplan, een begroting, een jaarverslag en een jaarrekening voor.

§ 2. De subsidie zoals bepaald in paragraaf 1 kan geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdracht bepaald in paragraaf 1.

§ 3. De subsidie wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.]

Decr. 19-12-2014

HOOFDSTUK II. - De consortia volwassenenonderwijs

Art. 73.

Er zijn dertien werkingsgebieden, omschreven in bijlage IV die bij dit decreet gevoegd is. Per werkingsgebied subsidieert de Vlaamse Regering één consortium volwassenenonderwijs.

Een andere instelling dan de instellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen de benaming consortium volwassenenonderwijs niet dragen. Die benaming kan aangevuld worden met een eigen specifieke benaming.

De Vlaamse Regering kan bijlage IV wijzigen.

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 22) : "Artikel 73 en artikel 74 van hetzelfde decreet worden opgeheven. "

Art. 74.

De consortia volwassenenonderwijs hebben als doelstelling :

1° het aanbod van opleidingen die door de centra georganiseerd worden, optimaliseren en op elkaar afstemmen;

2° de samenwerking en afstemming met andere publieke verstrekkers van opleidingen voor volwassenen nastreven;

3° knelpunten, behoeften en oplossingen inzake opleidingen voor volwassenen signaleren aan de overheid;

4° als intermediair aanspreekpunt fungeren tussen de centra en andere opleidingsverstrekkers en socioculturele en sociaaleconomische actoren;

5° de dienstverlening optimaliseren voor de cursisten in de centra;

6° alle mogelijke vormen van samenwerking tussen de centra stimuleren en ondersteunen.

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 22) : "Artikel 73 en artikel 74 van hetzelfde decreet worden opgeheven. "

Art. 75.

§ 1. Het consortium volwassenenonderwijs oefent tenminste de volgende opdrachten uit :

[...]

8° de coördinatie en de ondersteuning van de centra bij de uitwerking van een onderwijs- en vormingsbeleid voor gedetineerden, de organisatie van het detecteren van de onderwijs- en vormingsbehoeften van gedetineerden en de begeleiding van het onderwijstraject van gedetineerden;

[...]

§ 2. De consortia volwassenenonderwijs kunnen nooit zelf over onderwijsbevoegdheid beschikken.

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 24) : "Artikel 75 wordt opgeheven."

Decr. 19-12-2014

[Art. 75bis.

[[...]] ]

Decr. 12-7-2013; [[ ]] Decr. 19-12-2014

Art. 76.

Een consortium volwassenenonderwijs kan alleen gesubsidieerd worden als :

1° het opgericht wordt in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;

2°[alle centrumbesturen van erkende Centra voor Basiseducatie of erkende Centra voor Volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs met een hoofdvestigingsplaats of een vestigingsplaats in het werkingsgebied van het consortium zich kunnen aansluiten bij het consortiumvolwassenenonderwijs;]¹

3° het bestuur van het Centrum voor Basiseducatie binnen het werkingsgebied van het consortium volwassenenonderwijs zich aangesloten heeft, rekening houdende met artikel 82, 2° en 3°;

4° de bevoegdheid over de opdrachten, vermeld in artikel 75, § 1, toegekend wordt aan de algemene vergadering;

[...]²

[ ]¹ Decr. 12-7-2013; [ ]² Decr. 19-12-2014

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 27) : "Artikel 76 wordt opgeheven."

Art. 77.

§ 1. [De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een globale subsidie ter beschikking voor alle consortia volwassenenonderwijs van ten minste 3.017.000 euro.]¹ Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten, werkingskosten en investeringen.

Van deze globale subsidie wordt 650.000 euro aangewend voor de uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 75, § 1, 8°.

§ 2. De Vlaamse Regering sluit met elk consortium volwassenenonderwijs vijfjaarlijks een samenwerkingsovereenkomst af over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 75, en de aanwending van de toegekende subsidie, vermeld in § 1.

De subsidiëring van een consortium volwassenenonderwijs wordt afhankelijk gesteld van de goedkeuring van een samenwerkingsovereenkomst tussen het consortium volwassenenonderwijs en de Vlaamse Regering.

§ 3. [Binnen de globale subsidie, vermeld in § 1, eerste lid, verminderd met het bedrag, vermeld in § 1, tweede lid, ontvangt elk consortium volwassenenonderwijs jaarlijks een forfaitair bedrag van 74.157 euro. Na aftrek van de forfaitaire bedragen wordt de rest van de subsidie voor een periode van vijf jaar verdeeld op basis van het totale volume lesurencursist gegenereerd door de centra die aangesloten zijn bij het consortium volwassenenonderwijs, in de laatste afgesloten en geverifieerde referteperiode voorafgaand aan het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst.]²

Het bedrag, vermeld in § 1, tweede lid, wordt verdeeld voor een periode van vijfjaar op basis van het aantal gedetineerden in het werkingsgebied van de consortia volwassenenonderwijs. Het aantal gedetineerden in het werkingsgebied van de consortia volwassenenonderwijs wordt vastgesteld op datum van afsluiting van de referteperiode, vermeld in het eerste lid.

§ 4. De subsidie zoals bepaald in § 1 kan geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de doelstellingen en de opdrachten bepaald in artikelen 74 en 75.

Een consortium volwassenenonderwijs dat niet meer voldoet aan de voorwaarden, bepaald in artikel 76, heeft zes maanden de tijd om zich opnieuw in orde te stellen met deze voorwaarden. In het andere geval is het consortium volwassenenonderwijs niet langer subsidieerbaar.

§ 5. De subsidies aan de consortia volwassenenonderwijs worden uitbetaald in twee schijven en een saldo :

1° een eerste schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 31 maart;

2° een tweede schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 30 september;

3° het saldo van 10 percent wordt uitbetaald, nadat het activiteitenverslag en het financieel rapport, zoals vermeld in artikel 76, 6°, is overgemaakt aan de bevoegde administratie.

§ 6. (voetnoot 2) De subsidie wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2008 aangepast aan de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt door de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.

De basisindex is die van het lopende begrotingsjaar. De nieuwe index is die van het volgende begrotingsjaar. Het eindbedrag wordt afgerond in euro op het laagste honderdste.

[§ 7. In afwijking van paragraaf 6, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan de Consortia Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2012 niet aangepast aan de evolutie van de index.]³

[ ]¹ Decr. 18-12-2009; [ ]² Decr. 23-12-2010; [ ]³ Decr. 1-6-2012

[§ 8. In afwijking van paragraaf 6, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan de Consortia Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2013 niet aangepast aan de evolutie van de index.]

Decr. 21-12-2012

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 28) : "Artikel 77 wordt vervangen door wat volgt : § 1. De Vlaamse Regering stelt in het begrotingsjaar 2015 een enveloppe ter beschikking voor alle consortia volwassenenonderwijs van [[maximum 469.000 euro]]. Die subsidie omvat middelen voor de afbouw van de opdrachten verbonden aan de doelstellingen, vermeld in artikel 74. Voor de uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 75, § 1, 8°, stelt de Vlaamse Regering een bijkomende subsidie ter beschikking aan de consortia volwassenenonderwijs met minstens één penitentiaire inrichting in het werkingsgebied. Indien deze opdracht gedurende het volledig begrotingsjaar 2015 wordt uitgevoerd, bedraagt de bijkomende subsidie 800.000 euro. Indien deze opdracht gedurende een deel van het begrotingsjaar 2015 wordt uitgevoerd, wordt de bijkomende subsidie overeenkomstig verminderd. § 2. De subsidie, vermeld in § 1, tweede lid, wordt verdeeld op basis van het aantal gedetineerden in het werkingsgebied van de consortia volwassenenonderwijs. Het aantal gedetineerden in het werkingsgebied van de consortia volwassenenonderwijs wordt vastgesteld op 1 januari 2015. § 3. De subsidie zoals bepaald in paragraaf 1 kan geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdracht, vermeld in artikel 75, § 1, 8°, en voor de afbouw van de opdrachten verbonden aan de doelstellingen, vermeld in artikel 74."[[ ]] Decr. 3-7-2015

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 29) : "Artikel 77 en 78 worden opgeheven."

Art. 78.

De consortia volwassenenonderwijs kunnen alle daden stellen die noodzakelijk zijn om de toegekende opdrachten te realiseren en om de toegekende middelen zorgvuldig te beheren.

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 29) : "Artikel 77 en 78 worden opgeheven."

Art. 79.

[...]

Decr. 19-12-2014

HOOFDSTUK III. - Inspraak van het personeel op het niveau van de consortia volwassenenonderwijs

IN VOEGE VANAF een door de Vlaamse Regering te bepalen datum (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 31) : "In titel IV wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 80, opgeheven."

Art. 80.

§ 1. In elk consortium volwassenenonderwijs wordt een lokaal onderhandelingscomité opgericht dat samengesteld is uit een afvaardiging van het bestuur van het consortium volwassenenonderwijs en een afvaardiging van het personeel van de centra die behoren tot het werkingsgebied van het consortium volwassenenonderwijs.

Het lokaal onderhandelingscomité neemt met eenparig akkoord een werkingsreglement aan dat door de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs bekrachtigd wordt.

§ 2. Het aantal afgevaardigden van het personeel in het lokaal onderhandelingscomité is minstens gelijk aan het aantal afgevaardigden van het bestuur van het consortium volwassenenonderwijs in het onderhandelingscomité.

§ 3. De afvaardiging van het personeel bestaat uit een aantal afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties, aangewezen uit de afgevaardigden in de lokale comités in de centra van het consortium volwassenenonderwijs.

§ 4. Het lokaal onderhandelingscomité is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor het consortium volwassenenonderwijs bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende centra en/of van het consortium zelf.

§ 5. De afgevaardigden van het personeel kunnen bij het bestuur van het consortium volwassenenonderwijs stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel.

§ 6. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin ofwel het eenparig akkoord van de afvaardiging van het bestuur en de afvaardiging van het personeel, ofwel hun respectieve standpunten worden opgetekend. Ingeval van eenparig akkoord kunnen, noch op het niveau van het consortium volwassenenonderwijs, noch op het niveau van de individuele centra beslissingen genomen die afwijken van het protocol.

TITEL V. - Financiering of subsidiëring van het volwassenenonderwijs

HOOFDSTUK I. - De subsidiëring van de Centra voor Basiseducatie

Art. 81.

De Vlaamse Regering subsidieert per werkingsgebied [...], vermeld in bijlage IV van dit decreet, één Centrum voor Basiseducatie. [...]

Decr. 19-12-2014

Art. 82.

Om voor subsidiëring van het schooljaar n/n+1 in aanmerking te komen, moet een Centrum voor Basiseducatie voldoen aan al de volgende voorwaarden :

1° het Centrum voor Basiseducatie is erkend overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikelen 56 en 58;

2° het Centrum voor Basiseducatie [...]² behaalt tijdens de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ ten minste 60 000 lesurencursist;

3°[...]²

4° het Centrum voor Basiseducatie spreidt de uitoefening van de toegekende bevoegdheden, vermeld in artikel 62, evenals de organisatie van wervingsactiviteiten, over de totaliteit van het werkingsgebied, rekening houdende met de demografische kenmerken van het werkingsgebied;

5° het Centrum voor Basiseducatie wordt opgericht als een pluralistisch centrum;

6° het Centrum voor Basiseducatie wordt opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk;

7° de algemene vergadering van het Centrum voor Basiseducatie bestaat voor ten minste een vierde uit vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, O.C.M.W.'s of districten.

In afwijking van 7° wordt in de algemene vergadering van het Centrum voor Basiseducatie dat in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt, ten minste één vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschapscommissie opgenomen.

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 19-12-2014

Art. 83.

Als een Centrum voor Basiseducatie in de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ niet langer voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 82, wordt de subsidiëring van het centrum afgebouwd tot nul vanaf het jaar n.

De cursisten, ingeschreven in het Centrum voor Basiseducatie op het ogenblik dat beslist wordt tot afbouw, moeten de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen. Met een normaal tijdbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren.

[Op verzoek van het betrokken centrumbestuur kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, voor een Centrum voor Basiseducatie een afwijking toestaan op de rationalisatienorm. De Vlaamse Regering bepaalt de periode waarvoor de afwijking geldt. Het centrumbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie.]²

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 9-7-2010

Art. 84.

§ 1. Het erkende Centrum voor Basiseducatie dat wil gesubsidieerd worden, moet hiertoe een dossier indienen bij de bevoegde administratie waaruit blijkt dat het centrum voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 82. De Vlaamse Regering kent op basis van het aanvraagdossier de subsidiëring toe na een gunstig advies van de inspectie.

§ 2. Een erkend Centrum voor Basiseducatie kan enkel een aanvraag tot subsidiëring indienen, als er in het werkingsgebied [, vermeld in bijlage IV van dit decreet,]² geen Centrum voor Basiseducatie door de Vlaamse Regering gesubsidieerd wordt.

§ 3. Als voor [hetzelfde werkingsgebied]² meerdere aanvragen tot subsidiëring van een Centrum voor Basiseducatie voor het schooljaar n/n+1 een gunstig advies van de inspectie verkregen hebben, kent de Vlaamse Regering de subsidiëring toe aan de aanvrager die in de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ met VTE het grootste volume aan lesurencursist gerealiseerd heeft.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de procedure tot toekenning van subsidiëring aan een Centrum voor Basiseducatie.

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 19-12-2014

Art. 85.

§ 1. Elk Centrum voor Basiseducatie heeft recht op VTE voor het aanwerven van personeelsleden in de functie van leraar.

§ 2. Het aantal door de Vlaamse Gemeenschap VTE waarop een Centrum voor Basiseducatie vanaf 1 september 2009 recht heeft per leergebied, wordt berekend volgens de formule : LUC,/d.N

waarbij :

1° LUC = het aantal lesurencursist voor de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ voor het toekennen van de VTE voor het schooljaar n/n+1;

2° d = de delers voor de in artikel 6 vermelde leergebieden;

3° N = 667.

De waarde van deler d is :

1° 6 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde;

2° 8 voor de leergebieden maatschappij oriëntatie en alfabetisering Nederlands tweede taal;

3° 10 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal;

4° 12 voor het leergebied talen.

Het aldus verkregen aantal VTE wordt verhoogd met 10 percent voor de subsidiëring van de educatieve activiteiten, vermeld in artikel 62, § 1, 2°, en § 2, 2°, en 3°.

De som van het aantal VTE overeenkomstig het eerste en het tweede lid wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Indien het derde cijfer na de komma 5 of meer is, wordt er afgerond naar het hogere honderdste. Indien het derde cijfer na de komma lager is dan 5, wordt er afgerond naar het lagere honderdste.

§ 3. [In afwijking van § 1 kan een Centrum voor Basiseducatie voor alle opleidingen toegekende VTE aanwenden voor de aanwerving van voordrachtgevers ten bedrage van maximaal 5 procent van het voor het Centrum voor Basiseducatie beschikbare aantal VTE.

Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum en die, hetzij in eigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming en in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma, voor cursisten voordrachten geeft vanuit zijn of haar deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt en bedrijfswereld.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van de aanwerving van voordrachtgevers aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, de grootte van het krediet per VTE dat wordt omgezet en de wijze van toekenning ervan.

Over de aanwending van VTE voor de aanwerving van voordrachtgevers en over de vergoeding van die voordrachtgevers moet een voorafgaandelijk akkoord bereikt worden in het lokale comité.]²

[§ 4. Het volume aan lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs wordt met een factor 1,2 vermenigvuldigd indien het gecombineerd onderwijs voldoet aan de bepalingen van artikel 28 en minimaal 25 percent aan afstandsonderwijs omvat.

[[Een Centrum voor Basiseducatie kan de extra [[[vte]]] gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs.]]

De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de procedure.]²

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 8-5-2009; [[ ]] Decr. 1-7-2011; [[[ ]]] Decr. 19-7-2013

Art. 86.

§ 1. Een centrumbestuur kan tijdens een bepaald schooljaar niet-aangewende VTE overdragen naar het daaropvolgende schooljaar, onder de volgende voorwaarden :

1° de overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende VTE tijdens dat bepaalde schooljaar;

2° de niet-aangewende VTE van dat bepaalde schooljaar worden vastgelegd uiterlijk op [31 mei]³ van dat schooljaar met het oog op de overdracht naar het daaropvolgende schooljaar;

3° de overgedragen VTE van dat bepaalde schooljaar worden enkel in het daaropvolgende schooljaar aangewend.

§ 2. Een centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité VTE overdragen naar een ander Centrum voor Basiseducatie. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende VTE. [Die overdracht wordt uiterlijk op [[31 mei]] van het lopende schooljaar vastgelegd.]²

[In afwijking van het eerste lid geldt er geen beperking op het aantal over te dragen VTE wanneer het centrumbestuur overdraagt naar een ander Centrum voor Basiseducatie dat :

1° hetzij voor de opleiding Nederlands tweede taal - richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37 eerste lid;

2° hetzij van de Vlaamse Regering onderwijsbevoegdheid heeft verkregen, zoals bedoeld in artikel 62bis.]¹

[ ]¹ Decr. 9-7-2010; [ ]² Decr. 1-7-2011; [ ]³ Decr. 19-6-2015; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 87.

§ 1. [Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op één voltijdse functie van directeur.

Elk centrum is verplicht een directeur aan te stellen.

De functie van directeur kan worden toegekend aan één personeelslid dat voltijds in deze functie wordt aangesteld of aan twee personeelsleden die elk halftijds in deze functie worden aangesteld.]¹

§ 2. Naast de VTE vermeld in artikel 85, heeft elk Centrum voor Basiseducatie recht op een puntenenveloppe voor het aanwerven van personeelsleden in de functies voor de ondersteuning van haar werking. Deze puntenenveloppe wordt berekend op basis van het aantal lesurencursist voor de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ voor het toekennen van de VTE voor het schooljaar n/n+1. De Vlaamse Regering bepaalt het aantal lesurencursist per toe te kennen punt.

§ 3. De oprichting van functies, vermeld in § 2, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan elke functie een aantal punten wordt gekoppeld. Dat aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat de functie uitoefent.

De Vlaamse Regering legt voor elke functie de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.

§ 4. Het centrumbestuur wendt de punten aan, rekening houdende met de criteria waarover onderhandeld wordt in het lokale comité.

§ 5. Het centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité een aantal punten overdragen aan een ander Centrum voor Basiseducatie of naar het eerstvolgend schooljaar. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende punten. [Die overdracht wordt uiterlijk op [[31 mei]] van het lopende schooljaar vastgelegd.]²

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 88.

§ 1. [Een centrumbestuur bekomt voor haar personeelsleden een salaristoelage, als deze personeelsleden :

1° voldoen aan volgende voorwaarden :

a) onderdaan zijn van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;

b) de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling, vermeld in a);

c) in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering bepaald bekwaamheidsbewijs voor de functie waarin ze worden aangesteld;

d) in een gezondheidsheidstoestand verkeren die de gezondheid van de cursisten niet in gevaar brengt;

e) voldoen aan de taalvereisten zoals bepaald in artikelen 128ter of 128 quater;

2° in dienst zijn op grond van de reglementering inzake de personeelsformatie.]

§ 2. De salaristoelagen worden door de bevoegde administratie rechtstreeks en maandelijks aan de betrokken personeelsleden uitbetaald.

Decr. 8-5-2009

Art. 89.

De Centra voor Basiseducatie ontvangen ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het schooljaar n/n+1 een werkingstoelage per lesuurcursist, gerealiseerd tijdens de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]. De Vlaamse Regering bepaalt de werkingstoelage per lesuurcursist.

De werkingstoelage wordt betaald in twee schijven vanaf het begrotingsjaar 2010. De eerste schijf is een voorschot en wordt betaald gedurende het eerste trimester van het begrotingsjaar. Het voorschot bedraagt 50 percent van het totale bedrag waarop het centrum het voorgaande begrotingsjaar recht had. Het resterende saldo wordt uitbetaald tijdens het tweede semester van het begrotingsjaar.

Decr. 4-7-2008

Art. 90.

De Vlaamse Regering bepaalt voor de Centra voor Basiseducatie jaarlijks het percentage waarmee het totale volume aan VTE zoals bedoeld in artikel 85, aan punten voor de oprichting van functies bedoeld in artikel 87 en aan werkingstoelage zoals bedoeld in artikel 89, maximaal kan toenemen.

De groei zoals bedoeld in voorgaand lid bedraagt voor alle Centra voor Basiseducatie samen maximaal 822.394,36 euro in het begrotingsjaar 2008 en maximaal 862.461,44 euro in het begrotingsjaar 2009. De hier vernoemde bedragen zijn gebaseerd op de prijsindex van mei 2006.

Art. 91.

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van een daartoe bepaald budget en op basis van samenwerkingsovereenkomsten [...] aanvullende VTE en werkingstoelagen toekennen aan de Centra voor Basiseducatie.

Decr. 19-12-2014

Art. 92.

§ 1. Het centrumbestuur is na onderhandeling in het lokale comité vrij de VTE over de opleidingen heen aan te wenden.

§ 2. Het centrumbestuur kan maximaal 3 percent van de VTE aanwenden voor andere opdrachten dan de onderwijsopdrachten. Die 3 percent kan worden overschreden, mits hierover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.

De directeur van elk Centrum voor Basiseducatie legt hiertoe, na onderhandeling in het lokaal comité, een lijst vast van de onderwijsopdrachten en van de opdrachten die niet als onderwijsopdracht worden beschouwd.

Art. 93.

§ 1. Voor de berekening van het aantal lesurencursist komen enkel cursisten in aanmerking die :

1° ingeschreven zijn vóór een derde van het minimum aantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel [, vermeld in artikel 24,]² georganiseerd moet worden;

2° [regelmatig aan het geheel van de vorming geparticipeerd hebben vanaf het moment van inschrijving tot het moment dat één derde van het minimum aantal lestijden van de module voorbij is.]¹

Indien de afwezigheid van een cursist tot het moment dat één derde van het minimum aantal lestijden van de module voorbij is meer dan 30 percent bedraagt maar slechts één dag betreft, komt deze cursist in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist.

§ 2. Cursisten die onderwijs volgen in een Centrum voor Basiseducatie dat niet door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend of gesubsidieerd, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist.

§ 3. In afwijking van § 1 komen voor de berekening van het aantal lesurencursist in het gecombineerd onderwijs enkel cursisten in aanmerking die :

1° ingeschreven zijn vóór één derde van het minimum aantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel [vermeld in artikel 24,]² georganiseerd moet worden;

2° aantoonbaar participeren aan de opleiding.

[...]³

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 30-4-2009; [ ]³ Decr. 8-5-2009

Art. 94.

Kunnen slechts een beroep doen op de aan het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs toegekende investeringsmiddelen :

1° de erkende en gesubsidieerde Centra voor Basiseducatie waarvan de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding is aangetoond door het niet beschikbaar zijn binnen een bepaalde gebiedsomschrijving van bestaande gebouwen of voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op kosten van de Vlaamse Gemeenschap zijn opgericht;

2° de werken die beantwoorden aan de vastgestelde fysische en financiële normen. Het plan, de voorwaarden waaronder de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding kan worden aangetoond en de normen worden vastgelegd door de Vlaamse Regering.

Art. 95.

De Centra voor Basiseducatie kunnen middelen die overeenkomstig artikelen 85 tot en met 94 verkregen worden, uitsluitend aanwenden voor uitgaven die het gevolg zijn van de opdracht, vermeld in dit decreet.

Minimaal 5 percent van de werkingstoelage, zoals bedoeld in artikel 89, moet besteed worden aan kwaliteitszorg en de ontwikkeling van leermiddelen.

De centrumbesturen voeren een boekhouding volgens de bepalingen van de wet van 21 mei 1921, gewijzigd door de wet van 2 mei 2002. Uiterlijk zes maanden van de afsluitdatum van het boekjaar moet het centrum de controle op de aanwending van de werkingstoelage overeenkomstig artikel 89 mogelijk maken door het voorleggen van een financieel verslag en het ter beschikking houden van de bijhorende verantwoordingsstukken.

Het financieel verslag, vermeld in het derde lid, omvat ten minste een overzicht van de opbrengsten en gemaakte kosten die op de werkingstoelagen betrekking hebben.

Art. 96.

In 2012 wordt door de Vlaamse Regering in overleg [...] met de Centra voor Basiseducatie de subsidiëring geëvalueerd en de resultaten van die evaluatie worden aan het Vlaams Parlement meegedeeld.

In afwijking van het eerste lid organiseert de Vlaamse Regering in 2009 een tussentijdse evaluatie van de subsidiëring van de Centra voor Basiseducatie. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten.

Decr. 19-12-2014

HOOFDSTUK II. - De financiering of subsidiëring van de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 97.

[§ 1. Een erkend Centrum voor Volwassenenonderwijs komt voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 in aanmerking wanneer het Centrum voor Volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n ten minste 120.000 lesurencursist heeft behaald.

§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, komt een erkend Centrum voor Volwassenenonderwijs in aanmerking voor de financiering of subsidiëring van de opleidingen uit de studiegebieden, vermeld in artikel 8, als op het moment van toetreding tot het samenwerkingsverband zoals vermeld in artikel 4 en artikel 50, § 1, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, tijdens de referteperiode voorafgaand aan die toetreding, voor die opleidingen samen ten minste 60.000 lesurencursist heeft behaald.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 komt een Centrum voor Volwassenenonderwijs waarvan de hoofdvestigingsplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, of in de rand- en taalgrensgemeenten ligt, in aanmerking voor financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 op voorwaarde dat het Centrum voor Volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n ten minste 60.000 lesurencursist heeft behaald.

§ 4. [[...]]

§ 5. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs dat erkend is via de procedure, vermeld in artikel 61, § 2, komt alleen in aanmerking voor financiering of subsidiëring als het [[...]] tijdens de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n ten minste 360.000 lesurencursist heeft behaald.

§ 6. Als in de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 3 en 4, wordt de financiering of de subsidiëring van het structuuronderdeel of de structuuronderdelen in kwestie, zoals vermeld in paragraaf 1, van het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie afgebouwd tot nul vanaf het jaar n.

De cursisten, ingeschreven in het Centrum voor Volwassenenonderwijs op het ogenblik dat beslist wordt tot afbouw, moeten de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren.

Op verzoek van het betrokken centrumbestuur kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, voor een Centrum voor Volwassenenonderwijs een afwijking toestaan op de rationalisatienorm. De Vlaamse Regering bepaalt de periode waarvoor de afwijking geldt. Het centrumbestuur stuurt daarvoor uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie.

§ 7. Indien op het moment van de toetreding tot een samenwerkingsverband een Centrum voor Volwassenenonderwijs niet langer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, wordt de financiering of de subsidiëring van het structuuronderdeel hoger beroepsonderwijs van het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie afgebouwd tot nul vanaf het daaropvolgende schooljaar.

De cursisten, ingeschreven in het Centrum voor Volwassenenonderwijs op het ogenblik dat beslist wordt tot afbouw, zoals vermeld in het eerste lid, moeten de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren.

Op verzoek van het betrokken Centrum voor Volwassenonderwijs kan de Vlaamse Regering, een afwijking toestaan op de norm vermeld in paragraaf 2. Om van deze afwijking gebruik te kunnen maken moet het Centrum voor Volwassenenonderwijs voor alle opleidingen van het structuuronderdeel hoger beroepsonderwijs die het centrum organiseert bij toetreding tot het samenwerkingsverband, de in paragraaf 2 vermelde norm wel behaald hebben in de referteperiode 2011-2012 of 2012-2013 en moet het centrum kunnen aantonen toe te willen treden tot een samenwerkingsverband waarvan nog geen ander Centrum voor Volwassenenonderwijs lid is. Het centrumbestuur stuurt daarvoor uiterlijk op 15 april van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag aan de bevoegde administratie.]

Decr. 12-7-2013; [[ ]] Decr. 19-12-2014

[Art. 97bis.

Als een Centrum voor Volwassenenonderwijs succesvol de accreditatie als bacheloropleiding verkrijgt voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs en die overdraagt naar een hogeschool, [[als vermeld in artikel II.138,II.155 en II.378, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs]], dan worden de lesurencursist gegenereerd door die opleiding tijdens de laatste afgesloten referteperiode, nog vijf jaar na de overdracht meegeteld voor het bepalen van de aantallen lesuurcursist, vermeld in artikel 97.]

Decr. 12-7-2013; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 98.

§ 1. Elk Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft recht op leraarsuren voor de oprichting van betrekkingen [in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of van lector]5. Het aantal leraarsuren waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2007 recht heeft per studiegebied, wordt berekend volgens de formule :

LUC,/d

waarbij :

1° LUC : het aantal lesurencursist van de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ voor het toekennen van de leraarsuren voor het schooljaar n/n+1;

2° d = de delers voor de in artikelen 7 en 8 vermelde studiegebieden.

De waarde van deler d is :

1° 7 voor de studiegebieden diamantbewerking, koeling en warmte, mechanica-elektriciteit en textiel;

2° 8 voor de studiegebieden auto, boekbinden en juwelen;

3° 9 voor de studiegebieden hout, maritieme opleidingen, mode, muziekinstrumentenbouw, smeden;

4° 10 voor de [geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren en de]8 studiegebieden algemene vorming, bouw, chemie, decoratieve technieken, grafische technieken, voeding, industriële wetenschappen en technologie, gezondheidszorg [, architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en podiumkunsten, nautische wetenschappen, onderwijs]7 en biotechniek;

5° 11 voor de studiegebieden informatie- en communicatietechnologie, kant en toerisme;

6° 12 voor de studiegebieden lederbewerking, Nederlands tweede taal en personenzorg;

7° 13 voor de studiegebieden land- en tuinbouw, lichaamsverzorging, talen richtgraad 3 en 4 en handelswetenschappen en bedrijfskunde;

8° 14 voor de studiegebieden handel, huishoudelijk onderwijs [en de specifieke lerarenopleidingen]²;

9° 15 voor de studiegebieden sociaal-agogisch werk en talen richtgraad 1 en 2.

Voor de opleidingen in het studiegebied bijzondere educatieve noden worden de delers als volgt bepaald :

1°[ 4 voor de opleidingen autocarchauffeur, autobuschauffeur, vrachtwagenchauffeur en nascholing vrachtwagenchauffeur;]6

2° 7 voor de opleidingen Vlaamse gebarentaal richtgraad 1 en Vlaamse gebarentaal richtgraad 2;

3° [8 voor de opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting.]³

[Met ingang van 1 januari 2014 heeft een vaste benoeming in het ambt van lector geen uitwerking ten aanzien van de overheid als ze wordt uitgesproken in een betrekking in een hbo5-opleiding en dit tot en met het ogenblik dat de hbo5-opleiding is omgevormd volgens artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

In afwijking van het voorgaande lid heeft een vaste benoeming in het ambt van lector wel uitwerking ten aanzien van de overheid als het gaat om een personeelslid dat gebruik maakt van artikel 40ter, § 2,van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of van artikel 35bis, § 2, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.]7

§ 2. Ter uitvoering van de onderwijsopdracht, vermeld in artikel 63, § 1, 2°, 3° en 4°, en § 3, worden de leraarsuren gegenereerd door de studiegebieden algemene vorming en Nederlands tweede taal en berekend volgens de formule, vermeld in § 1, met 10 percent verhoogd.

§ 3. [In afwijking van § 1 kan een centrum voor volwassenenonderwijs leraarsuren aanwenden voor de aanwerving van voordrachtgevers ten bedrage van maximaal 5 procent van het voor het centrum voor volwassenenonderwijs beschikbare pakket leraarsuren.

Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum en die, hetzij in eigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming en in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma, voor cursisten voordrachten geeft vanuit zijn of haar deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt en bedrijfswereld.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van de aanwerving van voordrachtgevers aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, de grootte van het krediet per leraarsuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning ervan.

Over de aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van voordrachtgevers en over de vergoeding van die voordrachtgevers moet een voorafgaandelijk akkoord bereikt worden in het lokale comité.]²

§ 4. De som van het aantal door de Vlaamse Gemeenschap toegekende leraarsuren overeenkomstig § 1 en § 2 wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Indien het derde cijfer na de komma 5 of meer is, wordt er afgerond naar het hogere honderdste. Indien het derde cijfer na de komma lager is dan 5, wordt er afgerond naar het lagere honderdste.

[§ 5. Het volume aan lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs wordt met een factor 1,2 vermenigvuldigd indien het gecombineerd onderwijs voldoet aan de bepalingen van artikel 28 en minimaal 25 percent aan afstandsonderwijs omvat.

[[Een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan de extra leraarsuren gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs.]]¹

De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de procedure.]³

[§ 6. [[Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3bis, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs dat werd aangeduid als examencommissie, recht op vierhonderd aanvullende leraarsuren per schooljaar voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. Het centrum voor volwassenenonderwijs krijgt jaarlijks een bijkomende subsidie ter beschikking gesteld door de Vlaamse Regering voor de ontwikkeling en het beheer van de taaltoetsen voor de examencommissie.]]²

Het personeelslid dat in de betrekking bedoeld in het eerste lid wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen :

1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Het centrumbestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikkinggestelde personeelslid;

2° het centrumbestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen dat voorrang heeft voor een tijdelijke aanstelling of dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikel 21 van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 23 van het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

3° de betrekking kan niet worden vacant verklaard. Het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.]4

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 30-4-2009; [ ]³ Decr. 8-5-2009; [ ]4 Decr. 9-7-2010; [ ]5 Decr. 1-7-2011; [ ]6 Decr. 29-6-2012; [ ]7 Decr. 12-7-2013; [ ]8 Decr. 18-12-2015; [[ ]]¹ Decr. 1-7-2011; [[ ]]² Decr. 19-7-2013

Art. 99.

§ 1. Voor de berekening van het aantal lesurencursist komen enkel de cursisten in aanmerking die :

1° het inschrijvingsgeld betaald hebben, als zij daartoe verplicht zijn;

2° ingeschreven zijn vóór een derde van het minimumaantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel [, vermeld in artikel 24 en artikel 24bis,]² georganiseerd moet worden;

3° [regelmatig aan het geheel van de vorming geparticipeerd hebben vanaf het moment van inschrijving tot het moment dat één derde van het minimum aantal lestijden van de module voorbij is.]¹

Indien de afwezigheid van een cursist tot het moment dat één derde van het minimumaantal lestijden van de module voorbij is meer dan 30 percent bedraagt maar slechts één dag betreft, komt deze cursist in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist.

§ 2. Cursisten die onderwijs volgen in een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat niet door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist.

§ 3. In afwijking van § 1 komen voor de berekening van het aantal lesurencursist in het gecombineerd onderwijs enkel cursisten in aanmerking die :

1° ingeschreven zijn vóór één derde van het minimum aantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel [, vermeld in artikel 24 en artikel 24bis,]² georganiseerd moet worden;

2° aantoonbaar participeren aan de opleiding.

[...]³

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 30-4-2009; [ ]³ Decr. 8-5-2009

Art. 100.

§ 1. Bij een fusie van Centra voor Volwassenenonderwijs worden de leraarsuren berekend op basis van de samengevoegde lesurencursist van de samengevoegde centra.

§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 105, § 1 en § 2, van dit decreet, heeft elk door fusie gevormd centrum recht op maximaal één voltijdse betrekking van directeur.

§ 3. De vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten directeurs die na een fusie-operatie niet opnieuw als directeur worden aangesteld, worden voor het volume van de opdracht waarvan ze op 31 augustus vóór de fusie titularis waren, aangesteld in het ambt van adjunct-directeur. Ze behouden voor datzelfde volume hun salarisschaal, tenzij ze door het besluit van de Vlaamse Regering dat de salarisschalen regelt recht hebben op een gunstiger salaris.

§ 4. Aan de puntenenveloppe waarop het centrum volgens artikel 105, § 3, recht heeft, wordt het aantal punten toegevoegd dat nodig is om de aanstelling tot adjunct-directeur, zoals bedoeld in § 3, mogelijk te maken. Deze toevoeging is persoonsgebonden en neemt een einde vanaf het ogenblik dat het betrokken personeelslid het ambt van adjunct-directeur niet meer uitoefent.

§ 5. Een personeelslid dat op het ogenblik van de fusie tot de proeftijd is toegelaten in het ambt van directeur, wordt, na twaalf maanden effectieve prestaties vanaf zijn toelating tot de proeftijd, vastbenoemd in het ambt van directeur of in het ambt van adjunctdirecteur, naargelang hij bij de fusie al dan niet het ambt van directeur van het centrum heeft toegewezen gekregen.

§ 6. Een centrum dat in de periode van 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2007 tot stand is gekomen door fusie, behoudt, in afwijking van § 3 en § 4, jaarlijks ten minste het aantal punten dat nodig is om het volume aan betrekkingen in de ambten van bestuurs- en ondersteunend personeel, toegekend aan de betrokken centra op de vooravond van de fusie, in stand te houden.

Art. 101.

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van een daartoe bepaald budget en op basis van samenwerkingsovereenkomsten [...] aanvullende leraarsuren toekennen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs.

Decr. 19-12-2014

Art. 102.

§ 1. Het centrumbestuur is na onderhandeling in het lokale comité vrij de leraarsuren over de opleidingen heen aan te wenden.

§ 2. Het centrumbestuur kan maximaal 3 percent van leraarsuren aanwenden voor andere opdrachten dan de onderwijsopdrachten. Die 3 percent kan worden overschreden, mits hierover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.

De directeur van elk Centrum voor Volwassenenonderwijs legt hiertoe, na onderhandeling in het lokaal comité, een lijst vast van de onderwijsopdrachten en van de opdrachten die niet als onderwijsopdracht worden beschouwd.

Een andere opdracht [in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of van lector] dan een lesopdracht, moet steeds in hoofdambt worden uitgeoefend.

Decr. 1-7-2011

Art. 103.

§ 1. Na onderhandelingen in het lokale comité kan het centrumbestuur leraarsuren overdragen aan een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende leraarsuren. [Die overdracht wordt uiterlijk op [[31 mei]]² van het lopende schooljaar vastgelegd.]²

§ 2. Die overdracht mag niet tot gevolg hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de overheid een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid, noch ten aanzien van het betrokken personeelslid.

§ 3. In de overgedragen leraarsuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de bevoegde administratie een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

[§ 4. In afwijking van § 1 geldt er geen beperking op het aantal over te dragen leraarsuren wanneer het centrumbestuur overdraagt naar een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs dat :

1° hetzij voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid;

2° hetzij van de Vlaamse Regering onderwijsbevoegdheid heeft verkregen, zoals bedoeld in [[artikel 64, § 5]]¹.]¹

[ ]¹ Decr. 9-7-2010; [ ]² Decr. 1-7-2011; [[ ]]¹ Decr. 23-12-2011; [[ ]]² Decr. 19-6-2015

Art. 104.

§ 1. Een centrumbestuur kan tijdens een bepaald schooljaar niet-aangewende leraarsuren overdragen naar het daaropvolgende schooljaar, onder de volgende voorwaarden :

1° de overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende leraarsuren tijdens dat bepaalde schooljaar;

2° de niet-aangewende leraarsuren van dat bepaalde schooljaar worden vastgelegd uiterlijk op [31 mei] van dat schooljaar met het oog op de overdracht naar het daaropvolgende schooljaar;

3° de overgedragen leraarsuren van dat bepaalde schooljaar worden enkel in het daaropvolgende schooljaar aangewend.

§ 2. De overdracht van leraarsuren tijdens een bepaald schooljaar, vermeld in § 1, is alleen mogelijk als het centrumbestuur op erewoord verklaart dat het tijdens dat schooljaar in het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of aanvullende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel moet uitspreken.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle van die overdracht aan de overheid een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

§ 3. In de overgedragen leraarsuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de bevoegde administratie een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid, noch ten aanzien van het betrokken personeelslid.

Decr. 19-6-2015

Art. 105.

§ 1. Elk Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft recht op één voltijdse betrekking in het ambt van directeur.

Elk centrumbestuur is verplicht een directeur aan te stellen.

De directeur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan zijn ambt enkel uitoefenen in hoofdambt.

De directeurs van een centrum die op 31 augustus 1999 het ambt van directeur in bijbetrekking uitoefenden, worden ten persoonlijken titel uitgesloten van het bepaalde in het derde lid voor het volume van de opdracht die zij op deze datum uitoefenden.

§ 2. [In afwijking van § 1, eerste lid, hebben centra voor volwassenenonderwijs die geen 120.000 lesurencursist behaald hebben, recht op een tiende voltijdse betrekking in het ambt van directeur per behaalde volle schijf van 12.000 lesurencursist, met maximaal één voltijdse betrekking in het ambt van directeur.]³

§ 3. Elk Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft recht op een puntenenveloppe voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel. Deze puntenenveloppe wordt berekend op basis van het aantal lesurencursist voor de [referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n]¹ voor het toekennen van [het volume aan punten]4 voor het schooljaar n/n+1. De Vlaamse Regering bepaalt het aantal lesurencursist per toe te kennen punt.

Op basis van de lesurencursist van de opleidingen van de studiegebieden auto, boekbinden, bouw, decoratieve technieken, diamantbewerking, grafische technieken, hout, juwelen, koeling en warmte, lederbewerking, mechanica-elektriciteit, mode, smeden, textiel, voeding wordt een bijkomend aantal punten toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt het aantal lesurencursist per toe te kennen punt en kan de lijst van studiegebieden die in aanmerking komen voor een bijkomend aantal punten wijzigen.

De Vlaamse Regering bepaalt het aandeel van de puntenenveloppe dat moet worden aangewend voor ambten van het ondersteunend personeel.

§ 4. De oprichting van betrekkingen in de ambten, vermeld in § 3, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan elk ambt een aantal punten wordt toegekend. Dat aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat de betrekking uitoefent.

De Vlaamse Regering legt voor elk ambt de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.

§ 5. Het centrumbestuur wendt de punten aan rekening houdende met criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité.

Het centrumbestuur moet evenwel de punten in eerste instantie aanwenden voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in de ambten vermeld in § 3, eerste lid en daarbij ook rekening houdende met het verplichte aandeel punten voor ondersteunend personeel.

Als het centrumbestuur na de voormelde verplichting nog punten over heeft, dan kan het die punten aanwenden voor de oprichting van betrekkingen in de ambten, vermeld in § 3, eerste lid, rekening houdende met de criteria waarover wordt onderhandeld in het lokale comité.

§ 6. Het centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité een aantal punten overdragen aan een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs of naar het eerstvolgend schooljaar. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende punten. [Deze overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd.]²

Die overdracht mag niet leiden tot een nieuwe of aanvullende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt, vermeld in § 4.

In de overgedragen punten kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de bevoegde administratie een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 1-7-2011; [ ]³ Decr. 29-6-2012; [ ]4 Decr. 19-7-2013

Art. 106.

§ 1. [Een centrumbestuur bekomt voor haar personeelsleden een salaris/salaristoelage als deze personeelsleden :

1° voldoen aan volgende voorwaarden :

a) onderdaan zijn van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;

b) de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling, vermeld in a);

c) in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering bepaald bekwaamheidsbewijs voor het ambt waarin ze worden aangesteld;

d) in een gezondheidsheidstoestand verkeren die de gezondheid van de cursisten niet in gevaar brengt;

e) voldoen aan de taalvereisten zoals bepaald in het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, respectievelijk het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

2° aangeworven zijn met inachtname van de reglementering inzake de reaffectatie en wedertewerkstelling;

3° in dienst zijn op grond van de reglementering inzake de personeelsformatie.]

§ 2. De salarissen/salaristoelagen worden door de bevoegde administratie rechtstreeks en maandelijks aan de betrokken personeelsleden uitbetaald.

Decr. 8-5-2009

Art. 107.

De Vlaamse Regering bepaalt voor de Centra voor Volwassenenonderwijs jaarlijks het percentage waarmee de leraarsuren zoals bedoeld in artikel 98 en de punten voor de oprichting van betrekkingen in ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel zoals bedoeld in artikel 105, kunnen toenemen. [Dit percentage wordt afzonderlijk bepaald voor de leraarsuren die gegenereerd worden door de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding.]³[Indien het afzonderlijke groeipercentage van een indeling niet overschreden is, wordt het resterend aantal leraarsuren herverdeeld over de andere indelingen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van vastleggen en herverdelen van de groei.]4

[Aan de groei met betrekking tot de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zoals vermeld in het voorgaande lid, wordt voor alle Centra voor Volwassenenonderwijs samen een bedrag van 1.644.512 euro in het begrotingsjaar 2016 en een bedrag van 3.114.506 euro vanaf het begrotingsjaar 2017 toegevoegd.]³

[...]4

[Wanneer er definitief leraarsuren of punten van een Centrum voor Volwassenenonderwijs overgedragen worden naar een instelling van het secundair onderwijs, hoger onderwijs of deeltijds kunstonderwijs, dan worden deze leraarsuren of punten niet meer in rekening gebracht voor het bepalen van het percentage vermeld in het eerste lid.]¹

[Wanneer er definitief leraarsuren of punten naar een Centrum voor Volwassenenonderwijs overgedragen worden door overdrachten vanuit andere onderwijsniveaus of andere beleidsdomeinen, dan worden deze leraarsuren of punten mee in rekening gebracht voor het bepalen van het percentage, vermeld in het eerste lid.]²

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 12-7-2013; [ ]4 Decr. 19-12-2014

[Art. 107bis.

De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over ten minste een totaal bedrag van 241.000 euro voor de organisatie van opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal door de Centra voor Volwassenenonderwijs in de maanden juli en augustus.]

Decr. 1-7-2011

[Art. 107ter.

§ 1. Het centrumbestuur dat in aanmerking wil komen voor de subsidiëring van het aanbod Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 107bis, dient hiertoe uiterlijk op 31 maart een of meerdere aanvragen in bij de Vlaamse Regering.

Deze aanvragen voldoen aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :

1° het heeft betrekking op de modules Nederlands tweede taal breakthrough A en Nederlands tweede taal breakthrough B van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal;

2° het aantal lestijden van de module(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt vermeld;

3° de startdatum van de module(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, bevindt zich in de maanden juli of augustus;

4° het protocol van de onderhandeling over de organisatie van aanbod Nederlands tweede taal in de maanden juli en augustus is bij de aanvraag bijgevoegd.]

Decr. 1-7-2011

[Art. 107quater.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke ontvankelijk verklaarde aanvragen een subsidie voor de organisatie van aanbod Nederlands tweede taal in de maanden juli en augustus wordt toegekend. Indien het totale subsidiebedrag, vermeld in § 1, ontoereikend is om aan alle ontvankelijke aanvragen een subsidie toe te kennen, dan wordt prioriteit gegeven aan :

1° de aanvragen van Centra voor Volwassenenonderwijs die op het moment van de aanvraag beschikken over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1;

2° de aanvragen die betrekking hebben op de organisatie van opleidingen Nederlands tweede taal voor inburgeraars, die behoren tot de doelgroep, vermeld in artikel 3, § 4, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid;

3° de aanvragen van de Centra voor Volwassenenonderwijs die het meest aantal lesuren-cursist in het studiegebied Nederlands tweede taal gegenereerd hebben in de laatst afgesloten referteperiode.

Indien een centrumbestuur meerdere aanvragen heeft ingediend die ontvankelijk zijn, wordt de tweede aanvraag van dat centrumbestuur pas goedgekeurd nadat er subsidies zijn toegekend aan de ontvankelijke aanvragen van de andere centrumbesturen.

§ 2. Het centrumbestuur ontvangt voor de goedgekeurde aanvragen een subsidie van 86,36 euro per lestijd.

De subsidie per lestijd, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2012 aangepast aan de evolutie van de prijsindex die berekend en benoemd wordt door de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.

§ 3. De subsidie, vermeld in § 2, wordt uitbetaald in een voorschot en een saldo :

1° een voorschot van 50 percent wordt uitbetaald na de beslissing van de Vlaamse Regering;

2° het saldo van 50 percent wordt uitbetaald na controle van het eindrapport, vermeld in artikel 107quinquies.

§ 4. De cursisten ingeschreven in een module, ingericht op basis van de subsidie, bedoeld in § 2, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist.]

Decr. 1-7-2011

[Art. 107quinquies.

Uiterlijk één maand na het beëindigen van de module(s) waarvoor men het voorschot, vermeld in artikel 107quater, § 3, 1°, heeft ontvangen, dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport omvat ten minste :

1° de begin- en einddatum van de ingerichte module(s);

2° de lesplaats waar de module(s) werd ingericht;

3° het aantal aangewende lestijden voor de module(s);

4° het aantal ingeschreven cursisten;

5° het aantal uitgereikte deelcertificaten;

6° het proces-verbaal van de evaluatie, zoals vermeld in artikel 38.]

Decr. 1-7-2011

Art. 108.

De werkingsmiddelen van Centra voor Volwassenenonderwijs bestaan uit :

1° de inschrijvingsgelden van de cursisten;

2° [de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 109, § 6, § 6bis en § 7;]

3° de toegekende middelen uit het Fonds, vermeld in artikel 110;

4° andere inkomsten.

Decr. 9-7-2010

Art. 109.

§ 1. Het inschrijvingsgeld dat de cursist verschuldigd is, wordt berekend door het aantal lestijden van een module [of voor het hoger beroepsonderwijs het opleidingsonderdeel]8 te vermenigvuldigen met [1,50 euro]8. Het inschrijvingsgeld voor het gecombineerd onderwijs wordt berekend, alsof het volledig in contactonderwijs is verstrekt.

[Indien de in artikel 24, § 2, bedoelde afwijking voor bijzondere doelgroepen het minimale aantal lestijden van een opleiding overschrijdt, dan wordt het inschrijvingsgeld berekend op basis van het aantal lestijden bedoeld in hetzelfde artikel 24, § 1, 3°.]¹

§ 2. [In afwijking van paragraaf 1 wordt het inschrijvingsgeld begrensd op 300 euro per opleiding per semester. Een semester is een periode van 1 september tot en met 31 december of een periode van 1 januari tot en met 31 augustus.]8

§ 3. In afwijking van § 1 geldt er een volledige vrijstelling van het inschrijvingsgeld voor cursisten die :

1° ingeschreven zijn voor een opleiding in het studiegebied algemene vorming;

[1°bis ingeschreven zijn voor de opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting;]²

2° op het moment van hun inschrijving materiële hulp genieten zoals bedoeld in de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen;

3° op het moment van hun inschrijving een inkomen verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste zijn van de voormelde categorieën;

4° [op het moment van inschrijving gedetineerd zijn zoals is bepaald in artikel 2, 16°bis;]4

5° [...]¹

6° [inburgeraar zijn en een inburgeringscontract hebben ondertekend, zoals is bepaald in artikel 2, 9°, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, of een attest van inburgering of een attest van EVC hebben behaald, zoals is bepaald in artikel 2, 11° en 13°, van voormeld decreet voor de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 1, Nederlands tweede taal richtgraad 2 en Latijns schrift in het studiegebied Nederlands tweede taal;]4

7° op het moment van hun inschrijving nog niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;

8° op het moment van hun inschrijving een inkomen verwerven via een wachtuitkering of een werkloosheidsuitkering voor een opleiding die gevolgd wordt in het kader van een door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding erkend traject naar werk;

9° niet-werkende, verplicht ingeschreven werkzoekenden zijn die op het moment van hun inschrijving nog geen recht op een wachtuitkering hebben verworven;

[10° ingeschreven zijn voor een opleiding zoals bedoeld in [[artikel 64, § 5]]¹.]³

§ 4. In afwijking van § 1 geldt er een verminderd inschrijvingsgeld van [0,60 euro]6 voor cursisten die ingeschreven zijn voor een opleiding in het studiegebied Nederlands tweede taal.

§ 5. In afwijking van § 1 geldt er een verminderd inschrijvingsgeld van [0,30 euro]6 voor cursisten die op het moment van hun inschrijving :

1° een inkomen verwerven via een wachtuitkering of een werkloosheidsuitkering voor andere opleidingen dan deze bedoeld in § 3, 1°, 6° en 7°, of ten laste zijn van voormelde categorieën;

2° in het bezit zijn van een van de volgende attesten of die ten laste zijn van een persoon die in het bezit is van een van de volgende attesten :

a) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 percent blijkt;

b) een attest waaruit het recht blijkt op een integratietegemoetkoming aan gehandicapten;

c) een attest waaruit de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap blijkt;

[d) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een gezonde persoon door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;

e) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van de zelfredzaamheid van ten minste zeven punten;]5

3° [gedurende twee opeenvolgende schooljaren een opleiding uit een leergebied van de basiseducatie gevolgd hebben gedurende ten minste 120 lestijden en dit voorafgaand aan het schooljaar van inschrijving in een opleiding uit een studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs.]7

§ 6. [Centra die het studiegebied algemene vorming organiseren en evaluaties afnemen van personen die geen lessen gevolgd hebben in het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie, vragen hiervoor een tegemoetkoming aan de cursist van 15 euro per evaluatieperiode.]³

[§ 6bis. [[Het centrum voor volwassenenonderwijs dat een examencommissie organiseert, vraagt hiervoor een tegemoetkoming van 15 euro per persoon en per evaluatieperiode.]] ]³

§ 7. [...]³

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 8-5-2009; [ ]³ Decr. 9-7-2010; [ ]4 Decr. 1-7-2011; [ ]5 Decr. 29-6-2012; [ ]6 Decr. 21-12-2012; [ ]7 Decr.19-7-2013; [ ]8 Decr. 19-6-2015; [[ ]]¹ Decr. 23-12-2011; [[ ]]² Decr. 19-7-2013

Art. 110.

§ 1. Er wordt een Fonds Inschrijvingsgelden Centra voor Volwassenenonderwijs opgericht, hierna het Fonds genoemd. Het Fonds wordt opgericht als een Dienst met Afzonderlijk Beheer zoals bedoeld in artikel 140 van de Gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.

§ 2. [Het Fonds wordt belast met het financieel beheer van de inschrijvingsgelden van de centra voor volwassenenonderwijs en de middelen die ter beschikking worden gesteld door de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.

Per begrotingsjaar wordt per centrum voor volwassenenonderwijs een afrekening gemaakt tussen de ontvangsten en uitgaven. Alleen het resultaat van de afrekening wordt in de begroting van het Fonds als uitgave of als ontvangst geboekt.]¹

§ 3. [De middelen van het Fonds zijn :

1° een dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap - Beleidsdomein Onderwijs en Vorming;

2° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap - overige beleidsdomeinen;

3°[[een vordering op de ontvangen inschrijvingsgelden van de Centra voor Volwassenenonderwijs. Die vordering bedraagt per 1,15 euro inschrijvingsgeld, zoals bepaald in artikel 109, § 1, voor de periode van 1 september 2014 tot en met 31 december 2014 0,40 euro. Die vordering bedraagt per 1,50 euro inschrijvingsgeld, zoals bepaald in artikel 109, § 1, voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2015 0,75 euro en vanaf het schooljaar 2015-2016 0,70 euro;]]

4° de terugvorderingen die voortvloeien uit de ten onrechte verrichte betalingen;]¹

[5° de inkomsten die voortvloeien uit de financiële sancties, vermeld in artikel 118, § 2.]²

§ 4. De middelen van het Fonds kunnen uitsluitend aangewend worden voor :

1° de toekenning van middelen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs. Deze middelen worden samengesteld uit :

[a) een bedrag per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die geen inschrijvingsgeld betalen, dat 0,75 euro bedraagt in het schooljaar 2014-2015 en 0,80 euro vanaf het schooljaar 2015-2016;

b) een bedrag per lesuurcursist waarvoor geen inschrijvingsgeld betaald werd op basis van artikel 109, § 2, dat 0,75 euro bedraagt in het schooljaar 2014-2015 en 0,80 euro vanaf het schooljaar 2015-2016;

c) een bedrag per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die verminderd inschrijvingsgeld van 0,30 euro per lesuur betalen, dat 0,45 euro bedraagt in het schooljaar 2014-2015 en 0,50 euro vanaf het schooljaar 2015-2016;

d) een bedrag per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die verminderd inschrijvingsgeld van 0,60 euro per lesuur betalen, dat 0,15 euro bedraagt in het schooljaar 2014-2015 en 0,20 euro vanaf het schooljaar 2015-2016;]³

e) 0,30 euro per lesuurcursist voor de opleidingen van de studiegebieden auto, bouw, chemie, [...]² hout, koeling en warmte, land- en tuinbouw, lichaamsverzorging, maritieme opleidingen, mechanica-elektriciteit, [...]² smeden, textiel en voeding;

2° de toekenning van een premie aan cursisten die een diploma [...]² behaald hebben, zoals vermeld in artikel 41, [...]²§ 4.

De Vlaamse Regering bepaalt de opleidingen, bekrachtigd met een diploma [...]², die in aanmerking komen voor het verkrijgen van een premie, het bedrag dat per behaald diploma [...]² wordt toegekend en de procedure voor de toekenning van de premie;

3° de toekenning van middelen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben in de studiegebieden auto, bouw, chemie, decoratieve technieken, hout, koeling en warmte, land- en tuinbouw, lichaamsverzorging, maritieme opleidingen, mechanica-elektriciteit, mode, smeden, textiel en voeding, voor investeringen in de basisuitrusting of de beveiliging van de bestaande uitrustingsgoederen. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de procedure en de nadere modaliteiten.

§ 5. De middelen van het Fonds worden eerst aangewend voor de toekenning van middelen zoals bedoeld in § 4, 1°. Slechts indien er na de toekenning van deze middelen in het Fonds nog resterende middelen zijn, kunnen deze aangewend worden voor de toekenning van een premie aan cursisten zoals bedoeld in § 4, 2°, of voor de toekenning van middelen voor de basisuitrusting of de beveiliging van de bestaande uitrustingsgoederen, zoals bedoeld in § 4, 3°.

§ 6. Het per 31 december van een lopend begrotingsjaar beschikbare saldo van het Fonds wordt overgedragen naar en gevoegd bij de inkomsten van het volgende begrotingsjaar.

§ 7. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten met betrekking tot de aanwending en het financiële en materiële beheer van het Fonds.

[ ]¹ Decr. 1-7-2011; [ ]² Decr. 13-7-2012; [ ]³ Decr. 19-12-2014; [[ ]] Decr. 19-12-2014

Art. 111.

§ 1. Kunnen slechts een beroep doen op de door de Vlaamse Gemeenschap aan het Gemeenschapsonderwijs of aan het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs toegekende investeringsmiddelen :

1° de erkende en gefinancierde of gesubsidieerde Centra voor Volwassenenonderwijs waarvan de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding is aangetoond door het niet beschikbaar zijn binnen een bepaalde gebiedsomschrijving van bestaande gebouwen of voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op kosten van de Vlaamse Gemeenschap zijn opgericht;

2° de werken die beantwoorden aan de vastgestelde fysische en financiële normen. Het plan, de voorwaarden waaronder de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding kan worden aangetoond en de normen worden vastgelegd door de Vlaamse Regering.

§ 2. De aan het Gemeenschapsonderwijs toegekende investeringsmiddelen en door het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs aan de gesubsidieerde onderwijsinstellingen toe te kennen investeringsmiddelen kunnen jaarlijks ten belope van maximaal 10 percent worden aangewend voor de aankoop van zware didactische apparatuur.

Art. 112.

Het centrumbestuur mag de middelen die het krachtens artikelen 98 tot en met 112 verkrijgt uitsluitend aanwenden voor uitgaven die het gevolg zijn van zijn opdrachten, bepaald in dit decreet.

Minimaal 5 percent van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, moet besteed worden aan kwaliteitszorg en de ontwikkeling van leermiddelen.

Het centrumbestuur voert een boekhouding, zodat de inkomsten overeenkomstig artikelen 98 tot en met 111 en de aanwending van die inkomsten duidelijk identificeerbaar zijn.

Art. 113.

In 2012 wordt door de Vlaamse Regering in overleg [...] met de centra [...] de financiering of subsidiering geëvalueerd, en de resultaten van die evaluatie worden aan het Vlaams Parlement meegedeeld.

In afwijking van het eerste lid organiseert de Vlaamse Regering in 2009 een tussentijdse evaluatie van de financiering of subsidiëring van de Centra voor Volwassenenonderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten.

Decr. 19-12-2014

HOOFDSTUK IIbis. Maatregelen in het kader van het wegwerken van wachtlijsten voor de opleidingen Nederlands tweede taal

[Art. 113bis.

Indien zich in een centrum een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voordoet voor een opleiding van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal of Nederlands tweede taal of voor het studiegebied Nederlands tweede taal, bedraagt in afwijking van artikelen 85, § 2, en 98, § 1, de waarde van de deler :

1° 11 voor het leergebied Nederlands tweede taal;

2° 13 voor het studiegebied Nederlands tweede taal.]

Decr. 1-7-2011

[Art. 113ter.

§ 1. De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over een volume aan leraarsuren voor de organisatie van de opleidingen van de leergebieden Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal en opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal.

Het volume, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt voor het schooljaar n/n+1 berekend volgens de formule :

((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) + ((LUC NT2CBE/10) - (LUCNT2CBE/11));

waarbij :

1° LUC NT2CVO : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het studiegebied Nederlands tweede taal;

2° LUC NT2CBE : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het leergebied Nederlands tweede taal.

§ 2. Het volume aan leraarsuren, zoals bepaald in § 1, kan gedeeltelijk of geheel omgezet worden in een volume aan vte, door het om te zetten volume aan leraarsuren te delen door 667.]

Decr. 1-7-2011

[Art. 113quater.

§ 1. De Vlaamse Regering kent de leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113ter, prioritair toe aan de centra die hun onderwijsbevoegdheid voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, voor de opleiding Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, voor de opleiding Latijns schrift van het studiegebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding bedoeld in artikel 62bis of voor de opleiding bedoeld in [[artikel 64, § 5,]] uitoefenen in een vestigingsplaats waar zich een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, voordoet.

§ 2. De leraarsuren of vte voor de centra, bedoeld in § 1, worden toegekend in verhouding tot het aantal cursisten die de intake, testing en doorverwijzing door het Huis van het Nederlands hebben doorlopen en op een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, staan.

§ 3. De leraarsuren die niet werden toegekend op basis van de bepalingen, bedoeld in § 2, worden pro rata het volume gegenereerde lesurencursist in de voorafgaande referteperiode verdeeld over de centra die nog geen leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113ter, toegekend kregen.]

Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 23-12-2011

[Art.113quinquies.

§ 1. De leraarsuren of vte, zoals bedoeld in artikel 113quater, § 1, kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal, de opleiding Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, de opleiding Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, de opleiding Latijns schrift van het studiegebied Nederlands tweede taal, de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal, de opleiding bedoeld in artikel 62bis of de opleiding bedoeld in [[artikel 64, § 5]].

Deze leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113quater, § 2, eerste lid, kunnen niet aangewend worden voor andere opdrachten dan de lesopdracht.

§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de organisatie van de opleidingen, bedoeld in § 1, eerste lid, met betrekking tot het aantal in te richten lestijden per week, het aantal ingeschreven cursisten en de vestigingsplaats waar de opleiding wordt ingericht.]

Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 23-12-2011

[Art. 113sexies.

In afwijking van artikel 113ter, § 1, wordt voor de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 het aantal leraarsuren waarover de Vlaamse Regering beschikt voor de organisatie van de opleidingen van de leergebieden Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal en opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal, berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2011-2012 :

(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,35) + ((CVO NT2CBE/10) - (CVO NT2CBE/11));

2° schooljaar 2012-2013 :

(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,65) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));

waarbij :

1° LUC NT2CVO : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het studiegebied Nederlands tweede taal;

2° LUC NT2CBE : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het leergebied Nederlands tweede taal.]

Decr. 1-7-2011

[Art. 113septies.

[[De Vlaamse Regering kan bepalen dat een Centrum voor Volwassenenonderwijs de leraarsuren die het gegenereerd heeft in het studiegebied Nederlands tweedetaal in de referteperiode 1 april n-1 tot en met 31 maart n, volledig moet aanwenden voor de organisatie van opleidingen in dit studiegebied in het schooljaar n/n+1, indien dat Centrum voor Volwassenenonderwijs :

1° beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor een opleiding uit het studiegebied Nederlands tweedetaal;

2° de leraarsuren die het gegenereerd heeft in het studiegebied Nederlands tweedetaal in de referteperiode 1 april n-2 tot en met 31 maart n-1, niet volledig heeft aangewend voor de organisatie van opleidingen van dit studiegebied in het schooljaar n-1/n.

De Vlaamse Regering bepaalt voor welke termijn de bepaling in het eerste lid van toepassing is, met een maximum van twee schooljaren.]] ]

Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 23-12-2011

[Art. 113octies.

[[...]] ]

Decr. 1-7-2011; [[ ]] Decr. 23-12-2011

HOOFDSTUK III. - Terugvorderingen, sancties en zorgvuldig bestuur

Afdeling I. - Terugvorderingen

Art. 114.

Elke ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiering wordt van het centrumbestuur teruggevorderd. Een ten onrechte uitbetaald salarisgedeelte wordt evenwel teruggevorderd van het betrokken personeelslid, als het centrumbestuur niet verantwoordelijk is voor de uitbetaling ervan.

Art. 115 t.e.m. 117.

[...]

Decr. 4-7-2008

Afdeling II. - Sancties

Art. 118.

§ 1. Onverminderd de strafvervolging waartoe het aanleiding zou geven, kan het centrumbestuur gesanctioneerd worden voor :

1° elke onnauwkeurige verklaring die de berekening van het bedrag voor financiering of subsidiëring beïnvloedt;

2° elke onnauwkeurige verklaring over de bezoldiging van het personeel;

3° elke inbreuk op de verplichting om de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens mee te delen op de wijze en op de data waarop die uiterlijk verstrekt moeten zijn;

4° elke inbreuk op de bepalingen van de vakantie- en de onderwijstijd;

5° elke inbreuk op de aanwending van de financiële middelen;

6° elke inbreuk op de verplichting om overeenkomstig artikel 110 op de door de Vlaamse Regering bepaalde data middelen aan het Fonds toe te wijzen;

7° elke inbreuk op de naleving van de verplichtingen, vermeld in artikel 52, 5° en 6°.

§ 2. De sanctie, vermeld in § 1, is een financiële sanctie van ten hoogste 10 percent van de werkingstoelage, zoals bepaald in artikel 89, of van de werkingsmiddelen, zoals bepaald in artikel 108.

[In afwijking van het eerste lid, bedraagt de financiële sanctie voor de inbreuk, vermeld in § 1, 3°, maximum 0,75 euro per lesuurcursist, gegenereerd door cursisten waarover het centrum de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens niet correct en tijdig aangeleverd heeft.

De in het eerste en tweede lid bedoelde financiële sanctie kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat gebruikt wordt voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen worden.]

Decr. 1-7-2011

Art. 119.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties. Het besluit waarborgt de rechten van de verdediging en voorziet in een mogelijkheid tot beroep.

Afdeling III. - Zorgvuldig bestuur

Art. 120.

Het centrumbestuur draagt er zorg voor dat de cursist vanaf het ogenblik van inschrijving het centrumreglement gemakkelijk kan raadplegen. Als een cursist er uitdrukkelijk om vraagt, is het centrumbestuur ertoe gehouden een papieren kopie van het centrumreglement te overhandigen.

[Het centrumreglement bevat ten minste de bijdrageregeling, het reglement van orde, het evaluatiereglement en informatie over de klachtenprocedure.]

Decr. 25-4-2014

Art. 121.

Aan de cursisten van een centrum mogen buiten het inschrijvingsgeld geen andere kosten worden aangerekend, tenzij voor cursusmateriaal. Onder cursusmateriaal wordt verstaan alle benodigdheden die door het centrumbestuur als noodzakelijk voor het volgen van de module [of in het hoger beroepsonderwijs het opleidingsonderdeel] worden opgegeven en die door het centrumbestuur worden aangerekend.

Het cursusmateriaal wordt aangerekend tegen kostprijs en moet bij het begin van elk schooljaar geraamd worden en moet voor de inschrijving aan de cursisten meegedeeld worden.

Decr. 19-6-2015

Art. 122.

De centra mogen informatie verstrekken over het eigen onderwijsproject en het onderwijsaanbod, maar mogen geen oneerlijke concurrentie voeren.

De verstrekte informatie moet correct zijn, moet overeenstemmen met de bepalingen van dit decreet en mag geenszins misleidend zijn voor de cursist.

Art. 123.

[Er mag in een centrum geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.

In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in een centrum worden toegelaten buiten de periodes waarin er centrumactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en cursisten worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het centrumbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.

Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.]

Decr. 1-7-2011

Art. 124.

De centra mogen handelsactiviteiten verrichten, voor zover die geen daden van koophandel zijn en voor zover ze verenigbaar zijn met de toegekende opdracht.

Art. 125.

De centra die sponsoring of mededelingen toestaan, die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, waken erover dat :

1° door het centrum verstrekte leermiddelen vrij blijven van vermelde mededelingen;

2° activiteiten vrij blijven van vermelde mededelingen, behalve als die mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit georganiseerd werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;

3° sponsoring en vermelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van het centrumbestuur;

4° sponsoring en vermelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het centrum niet in het gedrang brengen.

Art. 126.

Vragen en klachten over de toepassing van en de inbreuken op de bepalingen van deze afdeling kunnen door iedere belanghebbende volgens de geldende regelgeving bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur ingediend worden.

TITEL VI. - Personeel

HOOFDSTUK I. - [Personeel van de Centra voor Basiseducatie

Afdeling I. - Het personeelskader

Art. 127.

§ 1. Het personeelskader is samengesteld uit de volgende personeelsleden :

1° de personeelsleden met recht op een salaristoelage, bedoeld in artikel 88 van dit decreet;

2° de personeelsleden, niet bedoeld in artikel 88, doch aangesteld zijn in een functie zoals bedoeld in § 2;

3° de personeelsleden, niet bedoeld in 1° en 2°.

De personeelsleden vermeld in het eerste lid, worden aangeworven als contractuele personeelsleden op wie de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt voor de personeelsleden, vermeld in § 1, 1°, de functies waarin zij kunnen aangesteld worden.

Afdeling II. - Administratieve en geldelijke rechtspositie van het personeel

Art. 128.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt voor de personeelsleden bedoeld in artikel 127, § 1, 1°, nadere bepalingen met betrekking tot de prestatieregeling, de vakantieregeling, de verlofregeling en de terugbetaling van de vervoerskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling en terug.

In afwachting dat de Vlaamse Regering uitvoering geeft aan het eerste lid, blijven de bestaande bepalingen van toepassing die op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet gelden.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt voor de personeelsleden bedoeld in artikel 127, § 1, 1°, de geldelijke rechtspositie en de wijze waarop een aanvraag tot salarissubsidiëring plaatsvindt.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt wanneer en onder welke voorwaarden een personeelslid, bedoeld in artikel 127, § 1, 1°, tijdens zijn afwezigheid kan vervangen worden.

Art. 128bis.

De Vlaamse Regering legt vast welke bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden vermeld in artikel 127, § 1, 1°, ook gelden voor de personeelsleden vermeld in artikel 127, § 1, 2° en 3°.

Art. 128bis /1.

Aan de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 127, § 1, die volledig uitkeringsgerechtigd werkloos worden nadat ze op 1 september 2008 of later de leeftijd van 60 jaar bereiken of bereikt hebben, kan een aanvullende vergoeding worden toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten van deze vergoeding.]

Decr. 8-5-2009

[Afdeling III. - Taalvereisten

Art. 128ter.

Deze afdeling is van toepassing op de personeelsleden bedoeld in artikel 127, 1° en 2°.

Art. 128 quater.

[[Een personeelslid voldoet aan de taalvereisten voor de onderwijstaal als zijn aanwerving steunt op een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de onderwijstaal.

Als de aanwerving van het personeelslid niet steunt op een bekwaamheidsbewijs, voldoet het personeelslid aan de taalvereisten voor de onderwijstaal als het in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat behaald is in de onderwijstaal.]]

Art. 128quinquies.

§ 1. Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs bedoeld in artikel 128 quater , moet met betrekking tot de taalvereisten voor de onderwijstaal voldoen aan de bepalingen van dit artikel.

§ 2. Een personeelslid dat aangesteld is in een functie van directeur, stafmedewerker of leraar basiseducatie, moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.

§ 3. Een personeelslid dat aangesteld is in een functie van beleidsondersteunend administratief medewerker, uitvoerend administratief medewerker of ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting, moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.

§ 4. In afwijking van § 2 moet een personeelslid, aangesteld in de functie van leraar basiseducatie en dat uitsluitend één of meer levende vreemde talen onderwijst, de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.

Art. 128sexies.

§ 1. Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs bedoeld in artikel 128 quater , bewijst de in artikel 128quinquies vereiste taalkennis :

1° aan de hand van alle studiebewijzen van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs die het door voormelde artikelen vereiste niveau van taalkennis aantonen;

2° of aan de hand van alle studiebewijzen die gelijkwaardig zijn met de in 1° vermelde studiebewijzen en die het door voormelde artikelen vereiste niveau van taalkennis aantonen;

3° [[of aan de hand van een getuigschrift dat het personeelslid heeft behaald bij een examencommissie. De Vlaamse Regering is gemachtigd een examencommissie in te richten of examens te laten organiseren door een of meerdere instellingen van door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs.

De Vlaamse Regering is gemachtigd om een getuigschrift dat voor 1 september 2009 werd behaald via een wettelijk of reglementair bepaalde examencommissie, in te schalen in de niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.]]

§ 2. Indien een Centrum voor Basiseducatie moeilijkheden ondervindt om een kandidaat aan te werven die de vereiste taalbekwaamheid bezit, kan het centrum een kandidaat aanwerven die niet over de vereiste taalbekwaamheid beschikt. Op aanvraag kent de minister bevoegd voor onderwijs aan deze kandidaat een tijdelijke afwijking toe die geldt voor een termijn van 3 jaar, te rekenen vanaf de datum van de eerste aanstelling in een functie bedoeld in artikel 128quinquies.]

Decr. 8-5-2009; [[ ]] Decr. 9-7-2010

HOOFDSTUK II. - Personeel van de Centra voor Volwassenenonderwijs

Afdeling I. - De personeelscategorieën en ambten

Art. 129.

De Vlaamse Regering bepaalt de personeelscategorieën voor de Centra voor Volwassenenonderwijs en deelt deze in wervings-, selectie- en bevorderingsambten in.

Afdeling II. - De prestatieregeling

Art. 130.

De Vlaamse Regering bepaalt voor elk ambt van de in artikel 129 bedoelde personeelscategorieën het aantal prestatie-eenheden dat vereist is voor een voltijdse betrekking.

[Afdeling III. - Administratieve en geldelijke rechtspositie voor de personeelsleden van de specifieke lerarenopleidingen

Art. 130bis.

Voor de administratieve en geldelijke rechtspositie van de personeelsleden die worden aangesteld in de specifieke lerarenopleiding geldt dezelfde regelgeving als deze die van toepassing is op de personeelsleden van het hoger beroepsonderwijs, in afwachting dat de Vlaamse Regering dit anders bepaalt.]

Decr. 30-4-2009

[Afdeling IV. - Personeel ten laste van de werkingsmiddelen

Art. 130ter.

Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108 of van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.

Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.

Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het centrumbestuur terug.]

Decr. 21-12-2012

TITEL VII. - Overleg

Art. 131.

[De Vlaamse Regering informeert de afgevaardigden van de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de inrichtende machten een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de inrichtende machten.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties.]

Decr. 8-5-2009

TITEL VIII. - Wijzigingsbepalingen

HOOFDSTUK I. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs

...

HOOFDSTUK II. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding

...

HOOFDSTUK III. - Decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten

...

HOOFDSTUK IV. - Decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III

...

HOOFDSTUK V. - Decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek

...

HOOFDSTUK VI. - Decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV

...

TITEL IX. - Slotbepalingen

HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepalingen

Art. 162.

Titel I van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 15 augustus 1999, 20 oktober 2000, 13 juli 2001, 21 december 2001, 14 februari 2003, 19 december 2003, 19 maart 2004, 30 april 2004, 7 mei 2004, 24 december 2004, 15 juli 2005, 9 december 2005, [16 juni 2006, 7 juli 2006 en 15 december 2006]¹ wordt opgeheven met ingang van 1 september 2007, [met uitzondering van artikel 57 dat wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2008, artikel 57bis dat wordt opgeheven met ingang van 1 september 2008 [[en artikel 55 dat wordt opgeheven met ingang van 1 september 2010]] ]².

[ ]¹ Decr. 7-12-2007; [ ]² Decr. 4-7-2008; [[ ]] Decr. 8-5-2009

Art. 163.

In het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen worden volgende artikelen opgeheven met ingang van 1 september 2007 :

1° artikel 3, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004;

2° artikel 4, 2;

3° artikel 4, 4, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003;

4° artikel 5, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004 en 7 juli 2006;

5° artikel 6bis, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004;

6° artikel 13, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996.

Art. 164.

Artikelen 9, 10, 16 en 17 van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van laaggeschoolde volwassenen,vervangen bij het decreet van 14 februari 2003, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2008.

[Art. 164bis.

Het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen wordt opgeheven met ingang van 1 september 2010.]

Decr. 9-7-2010

Art. 165.

In het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen worden volgende artikelen opgeheven met ingang van 1 september 2008 :

1° artikel 1;

2° artikel 2;

3° artikel 4, 1, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001;

4° artikel 6, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003;

5° artikel 7;

6° artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994;

7° artikel 14, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994 en 13 juli 2001;

8° artikel 14bis, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2001;

9° artikel 15, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994;

10° artikel 15bis, ingevoegd bij het decreet 7 mei 2004;

11° artikel 18 vervangen bij het decreet van 2 maart 1999.

Art. 166.

Artikelen 141, 142, 143 en 145 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 167.

Artikel 33 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III wordt opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 168.

Artikel 154 van het decreet van 21 december 1994 betreffende het onderwijs-VI wordt opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 169.

Artikelen 184, 185, 186 en 187 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende het onderwijs-XI worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 170.

Artikelen 21, 22, 23 en 24 van het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 171.

Artikelen VI.9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 172.

Artikelen IV.2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19 en 20 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs-XIV worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 173.

Artikelen 6, 7, 8, 29, 30, 31, 32, 33 en 34 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 174.

Artikelen IV.1, 2, 3, 4, 5, 6, en 7, van het decreet van 15 juli 2005 betreffende het onderwijs-XV worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 175.

Artikelen IV.1, 2, 3, 4 en 8, van het decreet van 7 juli 2006 betreffende het onderwijs-XVI worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 176.

De volgende regelingen worden opgeheven met ingang van 1 september 2007 :

1° de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs, met uitzondering van artikel 1, § 1;

2° het koninklijk besluit van 30 april 1957 houdende coördinatie van de wetten op het technisch onderwijs;

3° het koninklijk besluit van 1 juli 1957 houdende algemene regeling van de studiën in het secundair technisch onderwijs;

4° het koninklijk besluit van 31 december 1960 tot regeling van de inrichting der tijdelijke scholen en leergangen van het technisch onderwijs;

5° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990 ter uitvoering van het decreet houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, met uitzondering van de artikelen 3, 4, § 4, 8, 11, 12, 13 en 14 die worden opgeheven met ingang van 1 september 2008;

6° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de vaststelling van de voorlopige structuurschema's van het modulair onderwijs voor sociale promotie;

7° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de ordening van de bestaande afdelingen van het onderwijs voor sociale promotie in studiegebieden en categorieën;

8° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende de vaststelling van de nadere regelen van de overdracht van studiegebieden tussen de centra voor volwassenenonderwijs;

9° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 houdende de vaststelling van de procedure voor de vrijstellingen van het inschrijvingsgeld in het volwassenenonderwijs;

10° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 houdende de vaststelling van de modellen van de studiebewijzen in het onderwijs voor sociale promotie en de voorwaarden voor de uitreiking van de studiebewijzen door de centra voor volwassenenonderwijs;

11° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005 tot uitvoering van artikelen 3, 5, 6 en 6bis, van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;

12° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2006 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2006-2007 en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de ordening van de bestaande afdelingen van het onderwijs voor sociale promotie in studiegebieden en categorieën;

13° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2005-2006 en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de ordening van de bestaande afdelingen van het onderwijs voor sociale promotie in studiegebieden en categorieën;

14° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2004-2005 en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 betreffende de structuur van het secundair onderwijs voor sociale promotie;

15° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de programmatie in het secundair volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2003-2004;

16° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2003 betreffende structuurwijzigingen in het hoger onderwijs voor sociale promotie;

17° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de programmatie in de centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2002-2003;

18° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2001 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2001-2002;

19° het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 betreffende de programmatie van studiegebieden, categorieën en afdelingen in de centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2000-2001;

20° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 2000 betreffende de programmatie van studiegebieden en afdelingen in de centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 1999-2000;

21° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de structuur van het secundair onderwijs voor sociale promotie.

[Art. 176bis.

De volgende regelingen worden opgeheven met ingang van 1 september 2010 :

1° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende de vaststelling van de opleidingen in het onderwijs voor sociale promotie waartoe ook de voltijds leerplichtigen worden toegelaten;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2004 betreffende structuurwijzigingen in het hoger onderwijs voor sociale promotie.]

Decr. 9-7-2010

[Art. 176ter.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 betreffende de organisatie en de werking van de ombudsdienst van de consortia volwassenenonderwijs wordt met ingang van 1 september 2014 opgeheven.]

Decr. 25-4-2014

Art. 177.

Voor het volwassenenonderwijs wordt de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving opgeheven met ingang van 1 september 2007, met uitzondering van artikelen 28, § 2, en 31.

Art. 178.

[Het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs is niet van toepassing op de specifieke lerarenopleiding, met uitzondering van de bepalingen onder deel II, titel I en titel II.]

Decr. 8-5-2009

HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen

Afdeling I. - Opdracht en organisatie van het onderwijs

Art. 179.

§ 1. In afwijking van artikelen 23 en 25, kunnen de Centra voor Volwassenenonderwijs de opleidingen waarvoor ze onderwijsbevoegdheid hebben nog lineair organiseren :

1° tijdens de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 als voor die opleidingen door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikbaar zijn op 1 september 2007;

2° tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012 als voor die opleidingen nog geen door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikbaar zijn op 1 september 2007.

§ 2. In de lineaire organisatie wordt de leerstof gegroepeerd en aangeboden in leerjaren. De leerjaren kunnen eventueel ingedeeld worden in vakken.

Elke opleiding, optie of afdeling kan worden ingericht als cyclische opleiding.

§ 3. Het onderwijsaanbod start ten vroegste op 1 september en eindigt uiterlijk op 30 juni. Het onderwijs is gespreid over ten minste 32 en ten hoogste 40 weken.

De Vlaamse Regering kan per centrum een afwijking verlenen voor een specifiek intensief aanbod ten behoeve van tewerkstelling.

§ 4. In de lineaire organisatie wordt een cursist toegelaten tot een leerjaar als hij in het voorgaande leerjaar is geslaagd.

Als toelatingsvoorwaarden voor alle andere leerjaren dan de aanvangsleerjaren, gelden dezelfde toelatingsvoorwaarden, zoals vermeld in artikel 35 met uitzondering van § 2, 1°, waarbij module moet gelezen worden als leerjaar.

§ 5. In de lineaire organisatie kan de directeur een cursist tot twee leerjaren toelaten als hij ten gevolge van vrijstellingen slechts een deel van de vakken van beide leerjaren moet volgen.

[Art. 179bis.

In afwijking van artikel 24, § 1, en in afwachting van de installatie van de stuurgroep vermeld in artikel 50, § 1, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen na advies van de Vlaamse Onderwijsraad.]

Decr. 8-5-2009

[Art. 179ter.

[[...]] ]

Decr. 30-4-2009; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 180.

In afwijking van artikel 25 kunnen de Centra voor Volwassenenonderwijs de modulaire opleidingen waarvoor op 1 september 2007 geen door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen bestaan zoals bedoeld in artikel 185, nog organiseren tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012.

[Zodra voor een modulaire opleiding, bedoeld in het eerste lid, een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de modulaire opleiding nog georganiseerd worden :

1° gedurende één schooljaar volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering en uiterlijk tot 1 september 2012, in het geval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;

2° gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering en uiterlijk tot 1 september 2012, in het geval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.]

Decr. 4-7-2008

Art. 181.

Op 1 september 2009 verliezen de Centra voor Volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen bedoeld in artikel 179, § 1, 1°. Die opleidingen zijn op dat ogenblik volledig afgebouwd.

Op 1 september 2012 verliezen de Centra voor Volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen vermeld in artikel 179, § 1, 2°, en artikel 180 [voor het secundair volwassenenonderwijs]³. [Die opleidingen beschikken op dat ogenblik over opleidingsprofielen, als vermeld in artikel 24 [[...]] ]² of zijn volledig afgebouwd.

[De Vlaamse Regering is gemachtigd om aan de Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleidingen, vermeld in artikel 179, § 1, 2°, en artikel 180 [[voor het secundair volwassenenonderwijs]], ambtshalve onderwijsbevoegdheid te verlenen voor de goedgekeurde opleidingsprofielen die met deze opleidingen inhoudelijk overeenstemmen.]¹

[ ]¹ Decr. 4-7-2008; [ ]² Decr. 30-4-2009; [ ]³ Decr. 9-7-2010; [[ ]] Decr. 9-7-2010

[Art. 181bis.

[[De timing van de afbouw van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zal bepaald worden door de Vlaamse Regering, rekening houdend met de bepalingen, vermeld in artikelen 160, 161 en 162 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.]] ]

Decr. 9-7-2010; [[ ]] Decr. 12-7-2013

[Art. 181ter.

In afwijking van artikel 181, tweede lid, wordt de onderwijsbevoegdheid van de opleidingen Biochemie TSO3, Diamantbewerking BSO3, Marketing en Verkoopsbeleid TSO3, Tuinbouw BSO3, Toerisme en Onthaal TSO3, Grime TSO3, Schoonheids-verzorging TSO3, Restauratievakman meubelen BSO3, Agogische bijscholing TSO3, Technische bijscholing voor de welzijnssector BSO3, Maritieme opleiding dek en motoren TSO3, Kunststoftechnieken TSO3, Handweven - kleding BSO3, Handweven - vervolmaking BSO3, Handweven - woning BSO3 en Handweven BSO3, opgeheven op 1 september 2013.]

Decr. 29-6-2012

Art. 182.

§ 1. In afwijking van artikel 41, § 4, 2°, [leidt het certificaat van de opleiding algemene vorming BSO 3] of [het certificaat van de opleiding] algemene vorming TSO 3 van het studiegebied algemene vorming, gecombineerd met een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, tot een diploma [...].

§ 2. In afwijking van artikel 41, § 2, 1°, leiden lineaire opleidingen tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012 in het secundair volwassenenonderwijs tot een getuigschrift.

§ 3. Cursisten die voor 1 september 2006 in het hoger onderwijs voor sociale promotie een opleiding van minder dan 900 lestijden aangevat hebben, kunnen voor zover deze opleiding nog georganiseerd wordt uiterlijk tot 31 augustus 2010 aanspraak maken op een diploma. Deze bepaling is niet van toepassing op de opleidingen van het pedagogisch hoger onderwijs.

Decr. 1-7-2011

Art. 183.

In afwachting van door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen worden de opleidingen van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikelen 179 en 180, gerangschikt als beroepssecundair onderwijs of technisch secundair onderwijs van de tweede of de derde graad.

Art. 184.

De opleidingen [, van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7,] die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet niet voldoen aan de bepalingen van artikelen 24 en 25, worden voor 1 januari 2012 door de stuurgroep voorgedragen.

Decr. 30-4-2009

Art. 185.

De modulaire opleidingen [, van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7,] waarvoor op 1 september 2007 door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikbaar zijn, worden geacht te voldoen aan de bepalingen van artikelen 24 en 25.

Decr. 30-4-2009

[Art. 185bis.

De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs van minder dan 900 lestijden leiden in afwachting van de omvorming, zoals vermeld in artikel 158 (voetnoot 1) van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, tot een certificaat van het hoger beroepsonderwijs.]

Decr. 30-4-2009

[Art. 185ter.

Wanneer opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vastgelegd in bijlage I, op basis van artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur leiden tot een erkende kwalificatie van kwalificatieniveau 4, is de Vlaamse Regering gemachtigd deze opleidingen in te delen in een studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs, als vermeld in artikel 7.

De Vlaamse Regering is ook gemachtigd ambtshalve onderwijsbevoegdheid te verlenen aan de centra voor volwassenenonderwijs, die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleidingen vermeld in het eerste lid.]

Decr. 30-4-2009

Art. 186.

§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs bouwen de opleidingen van de categorie pedagogisch van het hoger onderwijs voor sociale promotie af met ingang van het schooljaar 2007-2008.

§ 2. Cursisten die uiterlijk in het schooljaar 2006-2007 ingeschreven waren in een opleiding die leidt tot het behalen van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid hebben het recht voor 1 september 2010 die opleiding te voltooien.

§ 3. De Centra voor Volwassenenonderwijs bepalen de voorwaarden waaronder de cursisten, bedoeld in § 2, het diploma van leraar kunnen behalen.

Art. 187.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie opgericht bij het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, krijgt voor de periode van 1 september 2007 tot en met 31 december 2008 een aanvullende forfaitaire toelage van 250.000 euro die bestemd is voor de bekostiging van de personeelsuitgaven, de werkingsuitgaven en de investeringsuitgaven.

De personeelsleden van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie die worden betaald ten laste van de forfaitaire toelage, vermeld in het eerste lid, moeten beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in artikel 15 van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie bezorgt bij afloop van de periode, vermeld in het eerste lid, een financieel rapport aan de Vlaamse Regering.

[Art. 187bis.

Een personeelslid dat in een Centrum voor Basiseducatie voor 1 september 2009 werd aangesteld op basis van artikelen 15 en 16 van de wet houdende taalregeling in het onderwijs van 30 juli 1963, behoudt alle rechten die uit deze aanstelling voortvloeien.

Een personeelslid dat in een Centrum voor Basiseducatie werd aangesteld op basis van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs kan na 1 september 2009 opnieuw worden aangesteld in een zelfde functie en voldoet vanaf 1 september 2009 aan de taalvereisten inzake de onderwijstaal zoals bepaald in de artikelen 128ter tot en met 128quinquies.]

Decr. 8-5-2009

Afdeling II. - Structuur van het volwassenenonderwijs

Art. 188.

Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan een aanvraag indienen bij de Vlaamse Regering voor het verkrijgen van onderwijsbevoegdheid voor een andere opleiding dan de opleidingen bedoeld in artikel 63, § 1, 1°, of voor het aanwenden van leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe in een bijkomende vestigingsplaats.

De Vlaamse Regering zal, voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De Vlaamse Regering kan de aanvraag uitsluitend af- of goedkeuren bij een met redenen omklede beslissing.

De aanvraag, zoals vermeld in het eerste lid, moet uiterlijk vóór 31 januari 2008 ingediend worden bij de bevoegde administratie.

Dit artikel houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 2008.

Art. 189.

De Centra voor Basiseducatie die erkend zijn op datum van 31 augustus 2007 behouden hun erkenning als Centrum voor Basiseducatie uiterlijk tot 31 augustus 2008.

Indien twee of meer Centra voor Basiseducatie, vermeld in het eerste lid, samengevoegd worden tot een nieuw Centrum voor Basiseducatie in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008, ontvangt het nieuwe Centrum voor Basiseducatie de som van de subsidies, toegekend aan de samengevoegde centra overeenkomstig het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

Afdeling III. - Financiering van het volwassenenonderwijs

Art. 190.

§ 1. Het aantal VTE waarop een Centrum voor Basiseducatie, dat overeenkomstig artikel 84 in aanmerking komt voor subsidiëring, recht heeft voor het schooljaar 2008-2009, wordt berekend volgens de formule :

AxC,/B

waarbij :

1° A : het aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie binnen het werkingsgebied van het Centrum voor Basiseducatie;

2° B : het totale aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie;

3° C : het aantal VTE die door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd worden tijdens het schooljaar 2008-2009.

§ 2. De werkingsmiddelen waarop een Centrum voor Basiseducatie, dat overeenkomstig artikel 84 in aanmerking komt voor subsidiëring, recht heeft voor het schooljaar 2008-2009 wordt berekend volgens de formule :

AxD,/B

waarbij :

1° A : het aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie binnen het werkingsgebied van het Centrum voor Basiseducatie;

2° B : het totale aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie;

3° D : het volume aan werkingsmiddelen door de Vlaamse Gemeenschap voorzien tijdens het schooljaar 2008-2009.

§ 3. De budgetten, vermeld in § 1 en § 2, volgen de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de toekenning van de VTE en de werkingstoelagen aan de Centra voor Basiseducatie voor het schooljaar 2008-2009.

[Art. 190bis.

§ 1. Naast de VTE, vermeld in artikel 190, heeft elk Centrum voor Basiseducatie, dat overeenkomstig artikel 84 in aanmerking komt voor subsidiëring, voor het schooljaar 2008-2009 recht op een puntenenveloppe voor het aanwerven van personeelsleden in de functies voor de ondersteuning van haar werking. Deze puntenenveloppe wordt berekend op basis van het aantal door het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie.

De Vlaamse Regering bepaalt het aantal gesubsidieerde prestaties basiseducatie per toe te kennen punt.

§ 2. De oprichting van functies, vermeld in § 1, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan elke functie een aantal punten wordt gekoppeld. Dit aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat de functie uitoefent.

De Vlaamse Regering legt voor elke functie de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.

§ 3. De Vlaamse Regering kan voor het schooljaar 2008-2009 bijkomende punten toekennen aan een Centrum voor Basiseducatie, als het werkingsgebied van dat centrum samenvalt met drie of meer werkingsgebieden van de Centra voor Basiseducatie die tot en met 31 augustus 2008 erkend waren op basis van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de toekenning van deze bijkomende punten.]

Decr. 8-5-2009

Art. 191.

In afwijking van artikel 84 moet een Centrum voor Basiseducatie om voor subsidiëring van het schooljaar 2008-2009 in aanmerking te komen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 82, 1°, 4°, 5°, 6° en 7°.

Art. 192.

§ 1. De instelling die wil erkend en gesubsidieerd worden moet hiertoe uiterlijk op 1 maart 2008 een dossier indienen bij de bevoegde administratie waaruit blijkt dat het bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk of de vereniging zonder winstoogmerk in oprichting vanaf 1 september 2008 kan voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 82, 1°, 4°, 5°, 6° en 7°. De Vlaamse Regering kent op basis van het aanvraagdossier de erkenning en subsidiëring toe na gunstig advies van de inspectie.

§ 2. Alle instellingen die op basis van het aanvraagdossier, zoals vermeld in § 1, een gunstig advies van de inspectie verkregen hebben, worden door de Vlaamse Regering erkend als Centrum voor Basiseducatie voor het schooljaar 2008-2009.

Als voor het werkingsgebied van hetzelfde consortium volwassenenonderwijs meerdere instellingen na gunstig advies van de inspectie erkend worden als Centrum voor Basiseducatie, kent de Vlaamse Regering de subsidiëring toe aan de instelling die in het schooljaar 2007-2008 het grootste volume aan effectief gepresteerde lestijden gerealiseerd met door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming gesubsidieerde VTE.

§ 3. Het Centrum voor Basiseducatie wordt tijdens het schooljaar 2008-2009 aan een doorlichting van de inspectie onderworpen. Die doorlichting is specifiek gericht op de vaststelling of aan alle oprichtings- en erkenningsvoorwaarden is voldaan. De resultaten van die doorlichting moeten uiterlijk negen maanden na de oprichting bekendgemaakt worden, zo niet worden ze geacht gunstig te zijn.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de procedure tot erkenning en subsidiëring van een instelling als Centrum voor Basiseducatie. Die procedure waarborgt de rechten van de verdediging en voorziet in een mogelijkheid tot beroep.

[Art. 192bis.

In afwijking van artikel 103, § 1, geldt er ten gevolge de uitvoering van de bepalingen in artikel 130 voor het schooljaar 2010-2011 geen beperking op het aantal over te dragen leraarsuren wanneer een centrumbestuur overdraagt naar een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs.]

Decr. 9-7-2010

Art. 193.

§ 1. Onverminderd de bepalingen in artikel 107, wordt voor de schooljaren 2007-2008 tot en met 2012-2013, het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs recht heeft, berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2007-2008 : (leraarsuren schooljaar 2006-2007 x 0,70) + (LUC/d x 0,30);

2° schooljaar 2008-2009 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,95) + (LUC/d x 0,05);

3° schooljaar 2009-2010 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,90) + (LUC/d x 0,10);

4° schooljaar 2010-2011 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,85) + (LUC/d x 0,15);

5° schooljaar 2011-2012 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,65) + (LUC/d x 0,35);

6° schooljaar 2012-2013 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,35) + (LUC/d x 0,65);

waarbij LUC en d zijn bepaald overeenkomstig artikel 98.

In bijlage V, die bij dit decreet gevoegd is, is per Centrum voor Volwassenenonderwijs een overzicht opgenomen van het aantal gesubsidieerde of gefinancierde leraarsuren in het schooljaar 2006-2007 per Centrum voor Volwassenenonderwijs.

§ 2. Het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren, waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs recht heeft voor het schooljaar 2007-2008 kan in toepassing van § 1, 1°, niet minder bedragen dan 95 percent van het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren voor het schooljaar 2006-2007.

§ 3. De puntenenveloppe voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel, waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs recht heeft kan in toepassing van artikel 105, § 3 :

1° voor het schooljaar 2008-2009 niet minder bedragen dan 95 percent van de puntenenveloppe toegekend voor het schooljaar 2007-2008;

2° voor het schooljaar 2009-2010 niet minder bedragen dan 95 percent van de puntenveloppe toegekend voor het schooljaar 2008-2009;

3° voor het schooljaar 2010-2011 niet minder bedragen dan 95 percent van de puntenenveloppe toegekend voor het schooljaar 2009-2010.

[§ 4. Wanneer er definitief leraarsuren of punten overgedragen worden tussen twee onderwijsinstellingen in de periode dat de overgangsregeling bedoeld in § 1 en § 3 geldt, dan worden deze overgedragen leraarsuren of punten :

1° in mindering gebracht in het geval er een overdracht is van een Centrum voor Volwassenenonderwijs naar een andere onderwijsinstelling;

2° toegevoegd in het geval een Centrum voor Volwassenenonderwijs ontvangt van een andere onderwijsinstelling.]

Decr. 4-7-2008

Art. 194.

In afwijking van artikel 109, § 1, wordt voor het schooljaar 2007-2008 het inschrijvingsgeld dat een cursist verschuldigd is, berekend door het aantal lestijden van een module te vermenigvuldigen met 0,80 tot 1 euro.

[Art. 194bis.

In afwijking van artikel 109, § 2, wordt het inschrijvingsgeld van een lineair georganiseerde opleiding van het hoger beroepsonderwijs begrensd op 600 euro per schooljaar.]

Decr. 19-6-2015

Art. 195.

§ 1. In afwijking van artikel 110, § 3, 2°, bedraagt de vordering op de ontvangen inschrijvingsgelden van de Centra voor Volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2007-2008 0,05 euro voor de ontvangen inschrijvingsgelden per lestijd, zoals vermeld in artikel 193.

§ 2. In afwijking van artikel 110, § 4, 1°, wordt voor het schooljaar 2007-2008, de toekenning van middelen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs als volgt samengesteld :

a) 0,55 euro per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die geen inschrijvingsgeld betalen;

b) 0,55 euro per lesuurcursist waarvoor geen inschrijvingsgeld betaald werd op basis van artikel 109, § 2;

c) 0,30 euro per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die verminderd inschrijvingsgeld van 0,25 euro per lesuur betalen;

d) 0,05 euro per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die verminderd inschrijvingsgeld van 0,50 euro per lesuur betalen.

Art. 196.

§ 1. Een consortium volwassenenonderwijs dient om voor subsidiëring in aanmerking te komen voor de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008 een dossier in bij de bevoegde administratie waaruit blijkt dat voldaan is aan de bepalingen, vermeld in artikel 76.

In de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008 worden de Centra voor Basiseducatie, toegetreden tot een consortium volwassenenonderwijs, voor de berekening van het stemmenaantal in de algemene vergadering en in andere bestuursorganen beschouwd als één Centrum voor Basiseducatie.

§ 2. Het dossier vermeld in § 1 kan ingediend worden op een van de volgende data :

1° uiterlijk op 1 oktober 2007 voor de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008;

2° uiterlijk op 1 februari 2008 voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 augustus 2008.

Na goedkeuring van het dossier kent de Vlaamse Regering een subsidie toe aan het consortium volwassenenonderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie voor de consortia volwassenenonderwijs in de vermelde periodes.

§ 3. Het consortium volwassenenonderwijs bezorgt een financieel rapport aan de Vlaamse Regering over de aanwending van de forfaitaire toelage, vermeld in § 2, en over de uitvoering van de doelstelling en de opdrachten, vermeld in artikelen 74 en 75.

[Art. 196bis.

De referteperiode van 1 februari 2007 tot 31 januari 2008 wordt éénmalig met twee maanden verlengd tot 31 maart 2008.]

Decr. 4-7-2008

[Art. 196ter.

In afwijking van artikel 85, § 4, en artikel 98, § 5, wordt het volume aan lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs, waaraan de onderwijsinspectie voor de schooljaren 2008-2009 tot en met 2012-2013 een positief advies heeft verleend, gedurende die periode met een factor 1,2 vermenigvuldigd wordt ongeacht het minimaal percentage afstandsonderwijs.]

Decr. 8-5-2009

[Art.196quater.

§ 1. [[Voor schooljaar 2015-2016 worden in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 44 949 aanvullende leraarsuren, 592 aanvullende punten en een bedrag van 382.802,30 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 87 aanvullende vte, 1 295 aanvullende punten en een bedrag van 912.974,39 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.]]

§ 2. Voor het schooljaar 2014-2015 wordt het aantal aanvullende leraarsuren voor de centra voor volwassenenonderwijs en het aantal aanvullende vte voor de centra voor basiseducatie op basis van de referteperiode 2012-2013 verdeeld naar rato van het aantal unieke cursisten Nederlands als tweede taal in een inburgeringstraject. Voor de periode tussen 1 september 2014 en 31 januari 2015 wordt 50 procent van de aanvullende leraarsuren en aanvullende vte via deze verdeling toegekend. Op 1 februari 2015 wordt de resterende 50 procent van het aantal aanvullende leraarsuren en het aantal aanvullende vte verdeeld op basis van de aanwending van de lesurencursist gegenereerd door de toegekende aanvullende leraarsuren en aanvullende vte voor opleidingen Nederlands als tweede taal in de periode van 1 september 2014 tot 31 januari 2015.

[[Vanaf het schooljaar 2015-2016 wordt het aantal aanvullende leraarsuren voor de centra voor volwassenenonderwijs en het aantal aanvullende vte voor de centra voor basiseducatie verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal, richtgraad 1 en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject.

De aanvullende punten en werkingsmiddelen worden naar rato van het aantal toegekende aanvullende leraarsuren tussen de centra voor volwassenenonderwijs en naar rato van het aantal toegekende aanvullende vte tussen de centra voor de basiseducatie verdeeld.]]

[[De beschikbare leraarsuren, vte, punten en werkingsmiddelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs voor de centra voor volwassenenonderwijs of voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal van de basiseducatie en de opleidingen van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal voor de centra voor basiseducatie.]]

§ 3. De betrekking die met de aanvullende leraarsuren [[en de aanvullende punten]], vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de verdeling [[...]], vermeld in paragraaf 1, aanpassen, wanneer blijkt dat de initiële verdeling niet voldoet aan de noden bij de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie.]

Decr. 25-4-2014; [[ ]] Decr. 18-12-2015

[Art. 196quinquies.

§ 1. Voor het schooljaar 2014-2015 wordt in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid een eenmalige toekenning gedaan van werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie voor een totaalbedrag van 312.000 euro ten laste van de begroting 2014.

§ 2. Deze bijkomende werkingsmiddelen worden op basis van de referteperiode 2012-2013 verdeeld naar rato van het aantal unieke cursisten Nederlands als tweede taal in een inburgeringstraject.

§ 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands als tweede taal van de basiseducatie voor de centra voor basiseducatie.]

Decr. 19-12-2014

[Art. 196sexies.

§ 1. Ten laste van het begrotingsjaar 2016 worden 111 449,50 aanvullende leraarsuren, 1 568,79 aanvullende punten en een bedrag van 972.650,20 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 128,12 aanvullende vte, 2 025,98 aanvullende punten en een bedrag van 1.446.102,48 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.

§ 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject.

§ 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt.

§ 4. De betrekking die met de aanvullende leraarsuren en de aanvullende punten, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.

§ 5. De Vlaamse Regering kan de verdeling, vermeld in paragraaf 1, aanpassen, wanneer blijkt dat de initiële verdeling niet voldoet aan de noden bij de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie.

§ 6. In afwijking van artikel 64, § 3, artikel 68, § 2, artikel 69 en artikel 70, kan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs een bestaande onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het studiegebied Nederlands tweede taal in een andere vestigingsplaats aanwenden dan in de vestigingsplaatsen waarvoor deze was toegekend, als aan onderstaande voorwaarden is voldaan :

1° de aanvraag kadert in een project van beperkte duur in 2016;

2° de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft wordt effectief ingericht in samenwerking met een bedrijf, een dienst of een organisatie waarmee een samenwerkingsovereenkomst werd afgesloten;

3° er is een ondertekend akkoord van elk ander centrumbestuur dat in deze vestigingsplaats onderwijsbevoegdheid bezit voor dezelfde opleiding;

4° er is een protocol van het lokaal comité van het aanvragende centrumbestuur.]

Decr. 18-12-2015

Afdeling IV. - Personeel

Art. 197.

[§ 1.] Vanaf 1 september 2008 behouden de personeelsleden, die uiterlijk op 31 augustus 2008 aangesteld waren in een Centrum voor Basiseducatie, hun geldelijke anciënniteit die ze hebben verworven op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990 ter uitvoering van het decreet houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

[§ 2. Een personeelslid dat op 1 september 2008 in een Centrum voor Basiseducatie opnieuw in dienst wordt genomen in de functie die hij in dat Centrum op 31 augustus 2008 uitoefende en dat voor die functie niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de functies, de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen in de Centra voor Basiseducatie, wordt met ingang van 1 september 2008 bij wijze van overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het bekwaamheidsbewijs voor die functie.

Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel, vermeld in het eerste lid, zolang hij ononderbroken in dienst blijft in dezelfde functie in een Centrum voor Basiseducatie. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, het verlof voor de onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties, de ziekte- en bevallingsverloven, de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming, de verloven van korte duur met behoud van salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, evenals een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.]

Decr. 8-5-2009

[HOOFDSTUK IIbis. - Uitzonderingsbepalingen

Art. 197bis.

Aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs "De Vlaamse Ardennen", Fortstraat 47, 9700 Oudenaarde, wordt vanaf 1 september 2008 :

1° onderwijsbevoegdheid verleend voor de specifieke lerarenopleiding van het studiegebied onderwijs van het hoger beroepsonderwijs;

2°éénmalig 2740 bijkomende leraarsuren beschikbaar gesteld voor de organisatie van de opleiding bedoeld in 1°;

3°éénmalig 13 bijkomende punten beschikbaar gesteld, onverminderd de bepalingen in artikel 105, voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van bestuurs- en ondersteunend personeel.

De directeur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs "De Vlaamse Ardennen" stelt de personeelsleden aan die in toepassing van artikel 5 van de wet van 21 juli 1971 betreffende de bevoegdheid en de werking van de Cultuurraden voor de Nederlandse cultuurgemeenschap en voor de Franse cultuurgemeenschap tot 31 augustus 2008 door de Vlaamse overheid gefinancierde diensten hebben gepresteerd in het Centrum voor Volwassenenvorming Hogere Leergangen voor Technisch Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs Moeskroen, en die op 30 juni 2008 effectief in dienst waren.

De diensten, bedoeld in het tweede lid, worden geacht gepresteerd te zijn in het Centrum voor Volwassenenonderwijs "De Vlaamse Ardennen".

[[Art. 197ter.

Tijdens de periode 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2008 kan het getuigschrift, vermeld in artikel 41, § 3, ook samen met het certificaat van de opleiding kantooradministratie en gegevensbeheer BSO 3 of het certificaat van de opleiding boekhouden-informatica TSO 3 van het studiegebied handel worden uitgereikt, in het geval het bestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor over een goedgekeurd leerplan beschikt.]]

[[Art. 197 quater.

§ 1. In afwijking van artikel 193, § 1, wordt vanaf het schooljaar 2009-2010 voor de hiernavermelde Centra voor Volwassenenonderwijs :

1° Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Kortrijk - Sint-Amandsplein 15 - 8500 Kortrijk;

2° Centrum voor Volwassenenonderwijs B Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Gent - Edgard Tinelstraat 92 - 9040 Sint-Amandsberg;

3° Centrum voor Volwassenenonderwijs Gemeenschapsonderwijs Brussel - Materiaalstraat 67 - 1070 Anderlecht;

het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerde leraarsuren berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2009-2010 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,90) + 640 leraarsuren) + (LUC/d x 0,10);

2° schooljaar 2010-2011 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,85) + (LUC/d x 0,15);

3° schooljaar 2011-2012 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,65) + (LUC/d x 0,35);

4° schooljaar 2012-2013 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,35) + (LUC/d x 0,65).

§ 2. In afwijking van hetzelfde artikel, wordt vanaf het schooljaar 2010-2011 ook voor de hiernavermelde Centra voor Volwassenenonderwijs :

1° Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Hasselt VZW - Blijde Inkomstraat 36 - 3500 Hasselt;

2° Centrum voor Volwassenenonderwijs - Technicum Noord-Antwerpen - Londenstraat 43 - 2000 Antwerpen;

het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerde leraarsuren berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2010-2011 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,85) + 640 leraarsuren) + (LUC/d x 0,15);

2° schooljaar 2011-2012 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,65) + (LUC/d x 0,35);

3° schooljaar 2012-2013 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,35) + (LUC/d x 0,65). ]] ]

Decr. 4-7-2008; [[ ]] Decr. 8-5-2009

[Art. 197quinquies.

In afwijking van artikel 97, § 1, komt het Centrum voor Volwassenenonderwijs HIRL te Aarschot, in aanmerking voor subsidiëring tijdens het schooljaar 2009-2010 op voorwaarde dat dit centrum tijdens de referteperiode van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2009 ten minste 100.000 lesurencursist behaald heeft.]

Decr. 9-7-2010

[Art. 197sexies.

In afwijking van artikel 31 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, is de inspectie tijdens het schooljaar 2011-2012 bevoegd voor de controle van de criteria, vermeld in artikel 28 van dit decreet, voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleidingen.]

Decr. 23-12-2011

[Art. 197septies.

In afwijking van artikel 65 kan Centrum voor Volwassenenonderwijs Hoger Instituut der Kempen de hbo5-opleidingen die georganiseerd worden op de vestigingsplaats van Centrum voor Volwassenenonderwijs Technicum Noord-Antwerpen overdragen naar Centrum voor Volwassenenonderwijs Technicum Noord-Antwerpen zonder de onderwijsbevoegdheid hiervoor te verliezen.]

Decr. 12-7-2013

[Art. 197octies.

§ 1. In afwijking van artikel 47, § 2, wordt de in 2008 afgesloten vijfjaarlijkse samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, en de aanwending van de toegekende middelen, vermeld in artikel 47, § 1, verlengd tot uitvoering is gegeven aan de evaluatie, vermeld in artikel 51. Deze verlenging kan maximum twee jaar duren.

§ 2. In afwijking van artikel 50, § 2, wordt de in 2008 afgesloten vijfjaarlijkse samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds over de aanwending van de middelen en de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 49, verlengd tot uitvoering is gegeven aan de evaluatie, vermeld in artikel 51. Deze verlenging kan maximum twee jaar duren.

§ 3. [[...]] ]

Decr. 19-7-2013; [[ ]] Decr. 19-12-2014

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtredingsbepalingen

Art. 198.

Dit decreet treedt in werking op 1 september 2007, met uitzondering van :

1° de artikelen 43 tot en met 51, 134, 2° en 3°, 149, 1° en 3°, 156 tot en met 157 en 164 die in werking treden op 1 januari 2008;

2° de artikelen 53, 58 tot en met 59, 64, 68, § 2 tot en met § 5, 69 tot en met 70, 75, § 1, 5° en 6°, 77, 81 tot en met 97, 127 tot en met 130, 132 tot en met 134, 1° en 135 tot en met 148, 149, 2°, 150 tot en met 155 en 158 tot en met 161 die in werking treden op 1 september 2008;

[3° artikelen 113bis tot en met 113sexies treden in werking op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum.]

Decr. 23-12-2011

BIJLAGEN

De bijlagen zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen, vermeld in bijlage I, wordt vervangen door de indeling, vastgelegd in bijlage I, gevoegd bij B.Vl.R. 19-7-2007 (Art. 1).

Bijlage V wordt vervangen onder erratum B.S. 27-12-2007; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Aan bijlage I worden een aantal opleidingen toegevoegd met B.Vl.R. 22-2-2008; Art. 20 t.e.m. 22.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage I bij B.Vl.R. 23-5-2008 is gevoegd (B.Vl.R. 23-5-2008; Art. 1).

In dezelfde bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage II bij B.Vl.R. 23-5-2008 is gevoegd (B.Vl.R. 23-5-2008; Art. 2); cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Aan bijlage I wordt een opleiding toegevoegd en een aantal opleidingen gewijzigd met B.Vl.R. 13-6-2008; Art. 51.

Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor de opleiding vrachtwagenchauffeur, vermeld in bijlage III bij het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft vanaf het schooljaar 2008-2009 ook onderwijsbevoegdheid voor de opleiding nascholing vrachtwagenchauffeur (B.Vl.R. 10-7-2008; Art. 5).

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage IV bij B.Vl.R. 17-10-2008 is gevoegd.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage V bij B.Vl.R. 17-10-2008 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor de opleiding ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting TSO 3, vermeld in bijlage III bij het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft vanaf het schooljaar 2008-2009 ook onderwijsbevoegdheid voor de modulaire opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting (B.Vl.R. 17-10-2008; Art. 10)

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage II bij het B.Vl.R. 24-7-2009 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage I bij het B.Vl.R. 11-6-2010 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage II bij B.Vl.R. 11-6-2010 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage I bij B.Vl.R. 23-7-2010 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage IV bij B.Vl.R. 10-9-2010 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 1-4-2011 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 7-10-2011 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 27-4-2012 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 22-6-2012 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 21-9-2012 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 1-3-2013 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 1-3-2013 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 6-9-2013 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 28-2-2014 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 5-9-2014 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Het opschrift van bijlage IV wordt vervangen door wat volgt: "Bijlage IV. - De werkingsgebieden van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs" (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 41)

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 27-3-2015 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 24-4-2015 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad , waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I worden de indelingen van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs en het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indelingen die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 18-3-2016 zijn gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

- (2): In afwijking van artikel 77, § 6, wordt de jaarlijkse subsidie aan de consortia volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2010 niet aangepast aan de evolutie van de index. (Decr. 18-12-2009 - B.S. 30-12-2009; Art. 76)

- (1): NVDR : Bij de hernummering van de artikelen is er wat fout gelopen en eigenlijk gaat het hier om artikel 161 i.p.v. 158. Het erratum volgt.