Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap

  • goedkeuringsdatum
    24 OKTOBER 2008
  • publicatiedatum
    B.S.23/01/2009
  • datum laatste wijziging
    01/09/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 3-7-2009 - B.S. 3-9-2009

B.Vl.R. 9-10-2009 - B.S. 8-2-2010

B.Vl.R. 18-6-2010 - B.S. 30-7-2010

B.Vl.R. 19-9-2011 - B.S. 4-11-2011

B.Vl.R. 14-9-2012 - B.S. 23-11-2012

B.Vl.R. 13-9-2013 - B.S. 21-10-2013

B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 12-8-2015

B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 28-8-2015

B.Vl.R. 26-2-2016 - B.S. 22-3-2016

B.Vl.R. 30-8-2016 - B.S. 5-10-2016

B.Vl.R. 2-6-2017 - B.S. 6-7-2017

B.Vl.R. 7-7-2017 - B.S. 24-8-2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 7;

Gelet op de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, inzonderheid op artikel 3, § 1, laatste lid, § 2, § 3, en § 5;

Gelet op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 1999 betreffende de werking en de organisatie van het paritair college van onderwijsinspecteurs belast met het advies betreffende de opheffing van de erkenning van een school of een vestigingsplaats ervan, een onderwijsinstelling of een onderdeel ervan;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2006 tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 18 juli 2008;

Gelet op het overleg met de afgevaardigden van de inrichtende machten op 5 juni 2008;

Gelet op advies 45.095/1 van de Raad van State, gegeven op 23 september 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder het decreet : het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.

HOOFDSTUK II. - Centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs

Art. 2.

De lijst van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die bij de inwerkingtreding van het decreet op 1 september 2008 worden erkend en gefinancierd of gesubsidieerd, is opgenomen in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 3.

§ 1. De Vlaamse Regering houdt bij de beslissing tot gehele of gedeeltelijke inhouding van de financiering of subsidiëring van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, vermeld in artikel 11, § 4, van het decreet, rekening met de volgende afwegingen :

1° de aanleiding tot en de aard en ernst van het niet meer voldoen aan de gestelde financierings- of subsidiëringsvoorwaarden;

2° de bereidheid van het centrumbestuur tot het opmaken van een haalbaar voorstel tot remediëring enerzijds, en de implementatie van dat voorstel anderzijds;

3° de impact van de regeringsbeslissing, in het bijzonder wat het tijdstip van de inhouding betreft, zowel op de continuïteit van de werking van het centrum als op de centrumpopulatie.

§ 2. Het centrumbestuur heeft het recht binnen vijftien kalenderdagen na de betekening van de principiële beslissing van de minister, bevoegd voor het onderwijs, tot gehele of gedeeltelijke inhouding om bij die minister een verweerschrift in te dienen. De Vlaamse Regering neemt een definitieve beslissing binnen vijfenveertig kalenderdagen na de betekening in kwestie. Als na het verstrijken van die datum geen definitieve beslissing aan het centrumbestuur werd betekend, blijft de financiering of subsidiëring behouden. De definitieve beslissing over de inhouding gaat in op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum.

HOOFDSTUK III. - Centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, en centra voor deeltijdse vorming

Art. 4.

§ 1. Bij een aanvraag tot erkenning en subsidiëring van een centrum voor deeltijdse vorming gelden de procedureregels, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid.

De aanvraag van het centrumbestuur wordt schriftelijk ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten en bevat minimaal de volgende gegevens :

1° de identificatie van de verantwoordelijke vereniging, met inbegrip van haar statuten;

2° de geplande vestigingsplaatsen;

3° de resultaten van een behoefteonderzoek naar inplanting en aanbod van het centrum in kwestie;

4° een concrete beschrijving van het aanbod;

5° de geplande samenwerking met een of meer centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;

6° het kwalificatie- en competentieprofiel van de lesgevers;

7° de bewijsvoering van expertise in het organiseren van persoonlijke ontwikkelingstrajecten.

De commissie, belast met het uitbrengen van een advies, kan aanvullende gegevens vragen. Ze hoort de indiener van de aanvraag.

Binnen drie maanden na het indienen van de aanvraag beslist de Vlaamse Regering over de erkenning en subsidiëring van het centrum. Als binnen die periode geen beslissing is genomen, dan is de aanvraag zoals die werd ingediend, van rechtswege goedgekeurd.

§ 2. De lijst van organisatoren van centra voor deeltijdse vorming die bij de inwerkingtreding van het decreet op 1 september 2008 worden erkend en gesubsidieerd, is opgenomen in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 5.

§ 1. Syntra Vlaanderen houdt bij de beslissing tot gehele of gedeeltelijke inhouding van de subsidiëring van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, vermeld in artikel 16, tweede lid, van het decreet, rekening met de volgende afwegingen :

1° de aanleiding tot en de aard en ernst van het niet meer voldoen aan de gestelde subsidiëringsvoorwaarden;

2° de bereidheid van het centrumbestuur tot het opmaken van een haalbaar voorstel tot remediëring enerzijds, en de implementatie van dat voorstel anderzijds;

3° de impact van de beslissing van Syntra Vlaanderen, in het bijzonder wat het tijdstip van de inhouding betreft, zowel op de continuïteit van de werking van het centrum als op de centrumpopulatie.

§ 2. Het centrumbestuur heeft het recht binnen vijftien kalenderdagen na de betekening van de principiële beslissing van Syntra Vlaanderen tot gehele of gedeeltelijke inhouding, om een verweerschrift in te dienen bij de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen. De raad van bestuur van Syntra Vlaanderen neemt een definitieve beslissing binnen vijfenveertig kalenderdagen na de betekening in kwestie. Als na het verstrijken van die datum geen definitieve beslissing aan het centrumbestuur werd betekend, blijft de subsidiëring behouden. De definitieve beslissing over de inhouding gaat in op een door de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen te bepalen datum.

HOOFDSTUK IV. - Opleidingsaanbod deeltijds beroepssecundair onderwijs en leertijd

Art. 6.

[De lijst van opleidingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs respectievelijk de leertijd, vermeld in artikel 22 van het decreet, is opgenomen :

1° voor het schooljaar 2008-2009 : in bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd;

2° voor het schooljaar 2009-2010 : in bijlage III/1, die bij dit besluit is gevoegd;

[[3° voor het schooljaar 2010-2011 : in bijlage III/2, die bij dit besluit is gevoegd;]]¹

[[4° voor het schooljaar 2011-2012 : in bijlage III/3, die bij dit besluit is gevoegd;]]²

[[5° voor het schooljaar 2012-2013 : in bijlage III/4, die bij dit besluit is gevoegd;]]³

[[6° voor het schooljaar 2013-2014 : idem schooljaar 2012-2013, evenwel aangevuld met volgende opleidingen voor de leertijd :

a) rubriek land- en tuinbouw :

1° hovenier;

2° hovenier-aanleg;

3° hovenier-onderhoud;

b) rubriek personenzorg :

1° logistiek assistent in de ziekenhuizen;

2° logistiek helper in de zorginstellingen;

3° verzorgende;

4° verzorgende/zorgkundige;

5° begeleider in de kinderopvang;

c) rubriek schoonheidszorg :

1° assistent kapper;

2° kapper;

d) rubriek sport en vrije tijd :

1° sportbegeleider;

2° animator in de evenementensector;]]4

[[7° voor het schooljaar 2014-2015 : idem schooljaar 2013-2014;

8° voor het schooljaar 2015-2016 : idem schooljaar 2014-2015, maar :

a) met aanvulling van de volgende opleidingen voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs die modulair georganiseerd zijn op basis van een beroepskwalificatie :

1) Behandelaar luchtvracht en bagage;

2) Kapper;

3) Kapper-salonverantwoordelijke;

b) met aanvulling van de volgende opleidingen voor de leertijd die georganiseerd zijn op basis van een beroepskwalificatie :

1) Behandelaar luchtvracht en bagage;

2) Kapper;

3) Kapper-salonverantwoordelijke;

c) met opheffing van alle opleidingen van de rubriek schoonheidszorg voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs;

d) met opheffing van de volgende opleidingen van de rubriek schoonheidszorg voor de leertijd :

1) Assistent-kapper;

2) Kapper.]]5

[[9° voor het schooljaar 2016-2017 : idem schooljaar 2015-2016;

10° voor het schooljaar 2017-2018 : idem schooljaar 2016-2017, maar :

a) met aanvulling van de volgende opleidingen voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs die modulair georganiseerd zijn op basis van een beroepskwalificatie :

1) - Medewerker groen- en tuinaanleg;

2) - Medewerker groen- en tuinbeheer;

3) - Medewerker textielverzorging;

4) - Operator textielverzorging;

5) - Tuinaanlegger/groenbeheerder;

b) met aanvulling van de volgende opleidingen voor de leertijd die georganiseerd zijn op basis van een beroepskwalificatie :

1) - Medewerker groen- en tuinaanleg;

2) - Medewerker groen- en tuinbeheer;

3) - Medewerker textielverzorging;

4) - Operator textielverzorging;

5) - Tuinaanlegger/groenbeheerder;

c) met opheffing van de opleiding Operator in de wasserij van de rubriek kleding & confectie voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs;

d) met opheffing van de volgende opleidingen van de rubriek land- en tuinbouw voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs :

1) - Hovenier;

2) - Hovenier-aanleg;

3) - Hovenier-onderhoud;

e) met opheffing van de volgende opleidingen van de rubriek kleding & confectie voor de leertijd :

1) - Textielreiniger : chemisch reiniger-verver;

2) - Textielreiniger-witwasser;

f) met opheffing van de volgende opleidingen van de rubriek land- en tuinbouw voor de leertijd :

1) - Hovenier;

2) - Hovenier-aanleg;

3) - Hovenier-onderhoud;

4) - Tuinaannemer;

5) - Tuinontwerper;

6) - Tuinverzorger.]]6

Als de lijst, vermeld in het eerste lid, een indeling in rubrieken bevat, strekt die indeling er alleen toe om de screening, vermeld in artikel 23, § 1, van het decreet, mogelijk te maken.]

BVl.R. 3-7-2009; [[ ]]¹ B.Vl.R. 18-6-2010; [[ ]]² B.Vl.R. 19-9-2011; [[ ]]³ B.Vl.R. 14-9-2012; [[ ]]4 B.Vl.R. 13-9-2013; [[ ]]5 B.Vl.R. 10-7-2015; [[ ]]6 B.Vl.R. 2-6-2017

Art. 7.

De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 mei over een voorstel van nieuwe opleiding als vermeld in artikel 24 van het decreet, dat wordt ingediend uiterlijk op 31 december daaraan voorafgaand. Als op de uiterste datum geen beslissing is genomen, dan is het voorstel zoals het is ingediend, van rechtswege goedgekeurd. Een voorstel wordt al dan niet voorwaardelijk of onder beding van beperkingen goedgekeurd.

[Een voorstel kan alleen worden goedgekeurd als voor de opleiding een beroepskwalificatie bestaat.]

B.Vl.R. 13-9-2013

HOOFDSTUK V. - Organisatie deeltijds beroepssecundair onderwijs en leertijd

Art. 8.

[§ 1.[[Het geactualiseerde opleidingsaanbod, vermeld in artikel 23, § 1, wordt ingevoerd :

1° per 1 september 2009 : voor de opleidingen die behoren tot de rubrieken bouw, decoratie, hout;

2° per 1 september 2010 : voor de opleidingen die behoren tot de rubrieken handel en administratie, voeding-horeca;

3° per 1 september 2011 : alleszins voor de opleidingen die behoren tot de rubrieken distributie, elektriciteit-elektronica;

4° per 1 september 2012 : alleszins voor de opleidingen die behoren tot de rubriek metaal en kunststoffen [[[, transport]]]¹;]]¹

[[...]]³

[[6°[[[vanaf 1 september 2014]]]² : in elk geval voor de opleidingen waarvoor een beroepskwalificatie bestaat en die behoren tot een nog niet omgeschakelde rubriek.]]²

Met het oog op die invoering vindt een screening plaats van de bestaande opleidingen, als vermeld in artikel 23, § 1, van het decreet, op basis van alleszins de referentiekaders, vermeld in artikel 30, § 1, en artikel 32, § 1, van het decreet, die volledig zijn opgenomen in bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd.

§ 2. In bijlage V tot en met [[V/4]]¹, die bij dit besluit zijn gevoegd, worden voor elke afzonderlijke opleiding van het geactualiseerde opleidingsaanbod van het deeltijds beroepssecundair onderwijs [[die niet gebaseerd is op een beroepskwalificatie]]4 de volgende elementen bepaald :

1° de overeenstemmende referentiekaders, geput uit de bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd;

2° de opleidingenstructuur, vermeld in artikel 28, § 1, van het decreet;

3° de doelen voor de beroepsgerichte vorming, afgeleid van de referentiekaders, vermeld in artikel 30, § 1, van het decreet.

§ 3. In bijlage VI, die bij dit besluit is gevoegd, worden voor elke afzonderlijke opleiding van het geactualiseerde opleidingsaanbod van de leertijd [[die niet gebaseerd is op een beroepskwalificatie]]4 de volgende elementen bepaald :

1° de overeenstemmende referentiekaders, geput uit de bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd;

2° de doelen voor de beroepsgerichte vorming, afgeleid van de referentiekaders, vermeld in artikel 32, § 1, van het decreet.]

BVl.R. 3-7-2009; [[ ]]¹ B.Vl.R. 18-6-2010; [[ ]]² B.Vl.R. 14-9-2012; [[ ]]³ B.Vl.R. 13-9-2013; [[ ]]4 B.Vl.R. 10-7-2015; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 19-9-2011; [[[ ]]]² B.Vl.R. 10-7-2015

[§ 4. In bijlage V/7, die bij dit besluit is gevoegd, worden voor elke afzonderlijke opleiding van het geactualiseerde opleidingsaanbod van het deeltijds beroepssecundair onderwijs die gebaseerd is op een beroepskwalificatie, de volgende elementen bepaald :

1° de overeenstemmende referentiekaders, geput uit bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd;

2° de opleidingenstructuur, vermeld in artikel 28, § 1, van het decreet;

3° de doelen voor de beroepsgerichte vorming, afgeleid van de referentiekaders, vermeld in artikel 30, § 1, van het decreet.

§ 5. In bijlage VI/1, die bij dit besluit is gevoegd, worden voor elke afzonderlijke opleiding van het geactualiseerde opleidingsaanbod van de leertijd die gebaseerd is op een beroepskwalificatie, de volgende elementen bepaald :

1° de overeenstemmende referentiekaders, geput uit bijlage IV, die bij dit besluit is gevoegd;

2° de doelen voor de beroepsgerichte vorming, afgeleid van de referentiekaders, vermeld in artikel 32, § 1, van het decreet.]

B.Vl.R. 10-7-2015

[Art.8bis.

De organisatie van de opleiding begeleider in de kinderopvang is aan de volgende voorwaarden verbonden :

1° voor de component leren :

a) opdat het centrum knowhow zou hebben inzake kinderopvang, is het verplicht om samen te werken met een centrum voor volwassenenonderwijs dat de opleiding begeleider in de kinderopvang aanbiedt;

b) aangezien een zorgvuldige monitoring van de kwaliteit van de opleiding en de output ervan nodig is, zal onderwijs of de onderwijsoverheid nauw samenwerken met Kind en Gezin;

2° voor de component werkplekleren :

a) jongeren beneden de achttien jaar kunnen in de kinderopvang alleen als logistiek personeelslid werken;

b) jongeren boven de achttien jaar kunnen als begeleider in de kinderopvang werken, maar niet binnen de verplichte personeelsformatie;

c) voor werkplekleren komen uitsluitend de erkende kinderopvangsector en de zelfstandige kinderopvangsector die beschikt over de minimale financiële ondersteuning, in aanmerking.]

B.Vl.R. 19-9-2011

HOOFDSTUK VI. - Toelating

Art. 9.

De instapvereisten tot modules in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, vermeld in artikel 41, eerste lid, van het decreet, zijn de volgende :

1° de vastgelegde volgordes waarin modules, die zich sequentieel tot elkaar verhouden, moeten worden doorlopen zoals in de opleidingenstructuur zal worden bepaald;

2° een medische geschiktheidsverklaring : voor de eerste module van een opleiding waarin de jongere rechtstreeks met voedingswaren of -stoffen in aanraking komt en die waren kan verontreinigen of besmetten. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er aanleiding is om de geschiktheid opnieuw te evalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van een opleiding impliceert dat de jongere uiterlijk op het einde van de module die hij volgt, de opleiding in kwestie stopzet;

3° [een medische geschiktheidsverklaring : voor de eerste module van een van de volgende opleidingen waarin die geschiktheid noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep :

a) bouwplaatsmachinist;

b) dakafdichter;

c) dakdekker;

d) dakdekker leien en pannen;

e) dakdekker metalen daken;

f) dakdekker rieten daken;

g) daktimmerman;

h) [[magazijnmedewerker;]]¹

i) machinist mobiele kraan;

j) rigger-monteerder;

k) torenkraanbestuurder;

l) [[bestuurder mobiele kraan;]]² ]¹

[m) matroos;

n) motorist 221 kW;

o) roerganger;

p) schipper beperkt vaargebied;]²

[q) bestuurder heftruck;

r) bestuurder reachtruck;

s) installateur fotovoltaïsche systemen;]³

[t) matroos binnenvaart;

u) matroos motordrijver binnenvaart;

v) stellingbouwer;]4

[4° a) een jongere kan alleen worden toegelaten tot de opleiding Industrieel Maaltijdbereider als hij houder is van een van de volgende studiebewijzen :

1) een oriënteringsattest van een leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in een opleiding die is gerangschikt in het studiegebied voeding van het voltijds secundair onderwijs;

2) een certificaat, uitgereikt in de opleiding Productiemedewerker Voeding van het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd;

b) een jongere kan alleen worden toegelaten tot de opleiding Industrieel Vleesproductenbereider als hij houder is van een van de volgende studiebewijzen :

1) een oriënteringsattest van een leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in een opleiding die is gerangschikt in het studiegebied voeding van het voltijds secundair onderwijs;

2) een certificaat, uitgereikt in de opleiding Industrieel Vleesbewerker van het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd.]²

Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding. Ze is eveneens vereist voor de eerste toelating tot een van de opleidingen, vermeld in punt 2° en 3°, die in de overgangsperiode niet-modulair worden georganiseerd.

[ ]¹ BVl.R. 3-7-2009; [ ]² B.Vl.R. 18-6-2010; [ ]³ B.Vl.R. 19-9-2011; [ ]4 B.Vl.R. 14-9-2012; [[ ]]¹ B.Vl.R. 19-9-2011; [[ ]]² B.Vl.R. 14-9-2012

[Art. 9bis.

Voor individuele situaties en in uitzonderlijke omstandigheden kan van een of meer van de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 1°, a), c) en e), van het decreet, worden afgeweken als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :

1° de klassenraad neemt een gunstige en gemotiveerde beslissing uiterlijk 25 lesdagen na aanvang van de regelmatige lesbijwoning;

2° de klassenraad bestaat ten minste uit alle stemgerechtigde leden en een afgevaardigde van het centrum voor leerlingenbegeleiding in kwestie;

3° de toegestane afwijking wordt gemeld aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.]

B.Vl.R. 30-8-2016

HOOFDSTUK VII. - Centrumreglement

Art. 10.

De gemotiveerde beslissing van de praktijkcommissie tot uitsluiting van een jongere uit de leertijd, vermeld in artikel 55, § 3, van het decreet, wordt schriftelijk meegedeeld aan de jongere, en zijn wettelijk vertegenwoordiger indien de jongere minderjarig is.

De jongere, en zijn wettelijk vertegenwoordiger indien de jongere minderjarig is, kunnen binnen veertien kalenderdagen na kennisneming van de gemotiveerde beslissing van de praktijkcommissie een schriftelijk bezwaar aantekenen bij de praktijkcommissie. Dat bezwaar heeft geen opschortende werking. De praktijkcommissie vraagt aan Syntra Vlaanderen een advies over dit bezwaar. Daartoe hoort Syntra Vlaanderen de partijen. Syntra Vlaanderen bezorgt aan de praktijkcommissie een advies, samen met een schriftelijk verslag van het verhoor van de jongere, en zijn wettelijk vertegenwoordiger indien de jongere minderjarig is.

De praktijkcommissie spreekt zich uit binnen twee maanden na ontvangst van het bezwaar. De zittingsdatum van de praktijkcommissie alsook het voorstel van beslissing worden aan de jongere, en zijn wettelijk vertegenwoordiger indien de jongere minderjarig is, meegedeeld. Zij kunnen inzage vragen van het dossier, een schriftelijke verdediging neerleggen, of persoonlijk hun inzichten verwoorden tijdens de zitting.

De jongere, en zijn wettelijk vertegenwoordiger indien de jongere minderjarig is, worden door Syntra Vlaanderen zo snel mogelijk en in elk geval binnen een termijn van 15 dagen op de hoogte gebracht van de beslissing van de praktijkcommissie.

HOOFDSTUK VIII. - Verplichte aanwezigheid

Art. 11.

Ter uitvoering van artikel 58, derde lid, en artikel 59, tweede lid, van het decreet en ter uitvoering van artikel 3, § 5, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht gelden inzake wettiging van afwezigheden en problematische afwezigheden de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs.

HOOFDSTUK IX. - Studiebekrachtiging deeltijds beroepssecundair onderwijs

Art. 12.

Het model en de invulonderrichtingen, vermeld in artikel 74 van het decreet, van de volgende studiebewijzen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, zijn opgenomen in [bijlage VII tot en met XIII], die bij dit besluit zijn gevoegd :

1° attest van verworven competenties;

2° deelcertificaat;

3° certificaat;

4° getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

5° studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;

6° diploma van secundair onderwijs;

7° getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer.

BVl.R. 3-7-2009

[Art. 12bis.

Voor opleidingen die gebaseerd zijn op een beroepskwalificatie, geldt het certificaat als bewijs van beroepskwalificatie. Op het model van het certificaat dat wordt uitgereikt na voltooiing van de opleidingen die gebaseerd zijn op een beroepskwalificatie, wordt vermeld dat het een bewijs van beroepskwalificatie betreft en welk niveau dat bewijs heeft binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.]

B.Vl.R. 10-7-2015

[Art. 12ter.

[[De volgende certificaten gelden als een bewijs van beroepskwalificatie :

1° - van niveau 2 : Behandelaar luchtvracht en bagage, Medewerker groen- en tuinaanleg, Medewerker groen- en tuinbeheer en Medewerker textielverzorging;

2° - van niveau 3 : Kapper;

3° - van niveau 4 : Kapper-salonverantwoordelijke, Operator textielverzorging en Tuinaanlegger/groenbeheerder.]] ]

B.Vl.R. 10-7-2015; [[ ]] B.Vl.R. 2-6-2017

HOOFDSTUK X. - Studiebekrachtiging leertijd

Art. 13.

De examennormen in de leertijd, vermeld in artikel 77 van het decreet, zijn bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van [13 februari 2009] betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen.

BVl.R. 19-9-2011

Art. 14.

De beroepsprocedure tegen een beslissing van de praktijkcommissie, vermeld in artikel 79 van het decreet, is bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van [13 februari 2009] betreffende de leertijd, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen.

BVl.R. 19-9-2011

Art. 15.

[Ter uitvoering van artikel 81 van het decreet wordt in bijlage XIV, die bij dit besluit is gevoegd, bepaald [[welke certificaten van een opleiding of ]] welke combinatie van certificaten van een opleiding aanleiding geeft tot de uitreiking van een getuigschrift leertijd.]

B.Vl.R. 3-7-2009; [[ ]] B.Vl.R. 19-9-2011

Art. 16.

Het model en de invulonderrichtingen, vermeld in artikel 84 van het decreet, van de volgende studiebewijzen van de leertijd, zijn opgenomen [in bijlage XV tot en met XX], die bij dit besluit zijn gevoegd :

1° certificaat;

2° getuigschrift leertijd;

3° getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

4° studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;

5° diploma van secundair onderwijs;

6° getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer.

B.Vl.R. 3-7-2009

[Art. 16bis.

Voor opleidingen die gebaseerd zijn op een beroepskwalificatie, geldt het certificaat als bewijs van beroepskwalificatie. Op het model van het certificaat dat wordt uitgereikt na voltooiing van de opleidingen die gebaseerd zijn op een beroepskwalificatie, wordt vermeld dat het een bewijs van beroepskwalificatie betreft en welk niveau dat bewijs heeft binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.]

B.Vl.R. 10-7-2015

[Art. 16ter.

[[De volgende certificaten gelden als een bewijs van beroepskwalificatie :

1° - van niveau 2 : Behandelaar luchtvracht en bagage, Medewerker groen- en tuinaanleg, Medewerker groen- en tuinbeheer en Medewerker textielverzorging;

2° - van niveau 3 : Kapper;

3° - van niveau 4 : Kapper-salonverantwoordelijke, Operator textielverzorging en Tuinaanlegger/groenbeheerder.]] ]

B.Vl.R. 10-7-2015; [[ ]] B.Vl.R. 2-6-2017

HOOFDSTUK XI. - Financiering en subsidiëring deeltijds beroepssecundair onderwijs

Art. 17.

[De aanvullende werkingsmiddelen voor [[het schooljaar 2017-2018]], toegekend aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs als vermeld in artikel 86, § 1, 3°, van het decreet, worden als volgt vastgesteld :

1° 50 euro per jongere die minimaal 96 uur effectief in een voortraject heeft gepresteerd in [[het schooljaar 2016-2017]] en voor zover als dusdanig door de organisator geregistreerd in de chronologische fiche en door de opdrachthouder van de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming geverifieerd;

2° 0,50 euro per jongere per effectief gepresteerd uur in een brugproject in het schooljaar 2015-2016 met een maximum van achthonderd uur en voor zover als dusdanig door de organisator geregistreerd in Mijn Loopbaan van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en door de opdrachthouder van de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming geverifieerd;

3° 20 euro per jongere die deelneemt aan het project `intensieve begeleiding alternerend leren' in [[het schooljaar 2016-2017]], en voor zover als dusdanig geregistreerd in Mijn Loopbaan van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

4° 2,25 euro per kalenderdag voor leerplichtige jongeren die in [[het schooljaar 2015-2016]] contractueel in de fase arbeidsdeelname zitten, en 0,25 euro per kalenderdag voor niet-leerplichtige jongeren die in [[het schooljaar 2016-2017]] contractueel in de fase arbeidsdeelname zitten, en voor zover als dusdanig geregistreerd in Mijn Loopbaan van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Voor arbeidsdeelname, die inhoudelijk moet aansluiten bij de component leren, komen de volgende contracten in aanmerking :

a) deeltijds arbeidscontract;

b) werknemersleercontract;

c) contract individuele beroepsopleiding van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;

d) tewerkstelling via de Sociale Maribel of Generatiepact;

e) beroepsinlevingsovereenkomst;

f) Jojo-contract;

g) werkervaringsproject cfr. tewerkstelling in het kader van artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, tewerkstellingen in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende werkervaring;

[[h) een overeenkomst van alternerende opleiding zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen;]]

[[i) een stageovereenkomst alternerende opleiding zoals bedoeld in artikel 3, 2°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.]]

Een jongere waarvoor tijdens de looptijd van zijn contract in het schooljaar 2015-16 de leerplicht eindigt, wordt voor de toepassing van deze bepaling beschouwd als een leerplichtige jongere.

De aanvullende werkingsmiddelen voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden gevoegd bij het voorschot op het werkingsbudget.]

B.Vl.R. 30-8-2016; [[ ]] B.Vl.R. 7-7-2017

Art. 18.

§ 1. [De omzetting van uren-leraar van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs in een krediet bestemd voor voordrachtgevers, vermeld in artikel 90, § 1, 3°, van het decreet, wordt als volgt vastgesteld :

1° van het wekelijks pakket uren-leraar waarover een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs beschikt, wordt het aantal uren dat wordt voorbehouden voor voordrachtgevers, vermenigvuldigd met veertig, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaaruren wordt verkregen. Dat resultaat wordt voor 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld. Dat resultaat kan in de loop van het schooljaar niet meer worden gewijzigd, behoudens vermindering bij overmacht;

2° het krediet voor voordrachtgevers wordt vastgesteld op 29,63 euro per omgezet uur-leraar. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;

3° het product van het aantal jaaruren met het geïndexeerde krediet vormt het totale krediet dat voorbehouden is voor de aanwerving van voordrachtgevers. Het wordt toegekend door middel van een voorschot van 25 % van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75 % in de loop van de maand juni die daarop volgt.]

§ 2. De omzetting van uren-leraar van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs in een krediet voor een centrum voor deeltijdse vorming bestemd voor de organisatie van algemene vorming, vermeld in artikel 90, 4°, van het decreet, wordt als volgt vastgesteld :

1° van het wekelijks pakket uren-leraar waarover een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs beschikt, wordt het aantal uren dat als dusdanig wordt omgezet, vermenigvuldigd met veertig, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaaruren wordt verkregen. Dat resultaat, dat in de loop van het schooljaar niet meer kan worden gewijzigd, wordt vóór 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld;

2° het bedrag dat wordt toegepast bij de omzetting, wordt vastgesteld op 52,17 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat bedrag wordt vanaf 1 januari 1990, aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar gebeuren, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;

3° het product van het aantal jaaruren met het geïndexeerd bedrag vormt het krediet dat voorbehouden is voor de organisatie van algemene vorming door het centrum voor deeltijdse vorming. Het krediet wordt toegekend, samen met de eerste schijf van de subsidiëring van de persoonlijke ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 95 van het decreet.

§ 3. De omzetting van uren-leraar van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs in een krediet voor een centrum voor deeltijdse vorming bestemd voor de ondersteuning van leerlinggebonden activiteiten, vermeld in artikel 90, 5°, van het decreet, wordt als volgt vastgesteld :

1° van het wekelijks pakket uren-leraar waarover een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs beschikt, wordt het aantal uren dat als dusdanig wordt omgezet vermenigvuldigd met veertig, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaaruren wordt verkregen. Dat resultaat, dat in de loop van het schooljaar niet meer kan worden gewijzigd, wordt vóór 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld;

2° het bedrag dat wordt toegepast bij de omzetting, wordt vastgesteld op 52,17 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat bedrag wordt vanaf 1 januari 1990, aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar gebeuren, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;

3° het product van het aantal jaaruren met het geïndexeerd bedrag vormt het krediet dat voorbehouden is voor de ondersteuning van leerlinggebonden activiteiten door het centrum voor deeltijdse vorming. Het krediet wordt toegekend, samen met de eerste schijf van de subsidiëring van de persoonlijke ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 95 van het decreet.

B.Vl.R. 9-10-2009

HOOFDSTUK XII. - Subsidiëring leertijd

Art. 19.

[De aanvullende werkingsmiddelen voor [[het schooljaar 2017-2018]], toegekend aan Syntra Vlaanderen als vermeld in artikel 93, § 2, van het decreet, worden als volgt vastgesteld: 50 euro per jongere die minimaal 96 uur effectief in een voortraject heeft gepresteerd in [[het schooljaar 2016-2017]] en voor zover als dusdanig door de organisator geregistreerd in de chronologische fiche en door de opdrachthouder van de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming geverifieerd.]

B.Vl.R. 30-8-2016; [[ ]] B.Vl.R. 7-7-2017

HOOFDSTUK XIII. - Subsidiëring deeltijdse vorming

Art. 20.

[Het subsidiebedrag per deelnemersuur dat een centrum voor deeltijdse vorming organiseert, vermeld in artikel 95, § 4, van het decreet, wordt vastgesteld op 12,50 euro. Vanaf het schooljaar 2010-2011 wordt dat bedrag, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, geïndexeerd aan de hand van de volgende formule : 1° 85% van het bedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex, zoals vermeld in de begrotingsinstructies; 2° 15% van het bedrag volgt 75% van de evolutie van de gezondheidsindex.]

B.Vl.R. 19-9-2011

[HOOFDSTUK XIIIbis. - Brugprojecten

Art. 20bis.

De volgende organisaties met rechtspersoonlijkheid komen in aanmerking als organisator van een brugproject, als ze bereid zijn om netoverschrijdend en structureel volledig onafhankelijk te werken van de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs : een vzw, OCMW, een gemeente, een maatwerkbedrijf zoals bedoeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 12 juli 2013 `betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling', of lokale diensteneconomieonderneming zoals bedoeld in artikel 3, 5°, van het decreet van het decreet van 22 november 2013 `betreffende de lokale diensteneconomie'.

Voor de toepassing van dit besluit wordt met maatwerkbedrijf, vermeld in het eerste lid, gelijkgesteld :

1° de beschutte werkplaats : de beschutte werkplaats, erkend overeenkomstig artikel 79 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006;

2° de sociale werkplaats : de sociale werkplaats erkend overeenkomstig het decreet van 14 juli 1998 inzake sociale werkplaatsen.

Art. 20ter.

Voor een brugproject wordt een opleidingsovereenkomst gesloten tussen de organisator, het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de jongere.

Het model van de overeenkomst wordt vastgelegd door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Als een organisator voor een brugproject een beroep doet op een derde partij om in een werkplaats te voorzien, wordt vooraf een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin de wederzijdse verplichtingen, de opvolging en de evaluatie van het brugproject worden vastgelegd.

Art. 20quater.

[[Elk jaar bepaalt de Vlaamse Regering het bedrag van de vergoeding die wordt toegekend aan de organisator. Deze vergoeding bedraagt minimaal 4,50 euro per effectief gepresteerd begeleidingsuur.]]

De organisator betaalt de jongere een forfaitaire vergoeding van 1 euro per effectief gepresteerd uur, uitsluitend bedoeld voor het dekken van verplaatsings- en telefoonkosten.]

B.Vl.R. 26-2-2016; [[ ]] B.Vl.R. 7-7-2017

HOOFDSTUK XIV. - Wijzigingsbepalingen

...

HOOFDSTUK XV. - Slotbepalingen

Art. 47.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008, met uitzondering van artikel 22, 1°, dat in werking treedt op 1 september 2009, en de artikelen 21 en 22, 2°, die in werking treden op 1 september 2010.

Art. 48.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGEN

De bijlagen zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad dd. 23-1-2009, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Bijlage V, VI, VII, VIII, IX, X en XI van hetzelfde besluit worden respectievelijk hernummerd in bijlage VII, VIII, IX, X, XI, XII en XIII. (B.Vl.R. 3-7-2009; Art. 7)

Bijlage XII, XIII, XIV, XV, XVI en XVII van hetzelfde besluit worden respectievelijk hernummerd in bijlage XV, XVI, XVII, XVIII, XIX en XX. (B.Vl.R. 3-7-2009; Art. 8)

In dit besluit worden volgende bijlagen ingevoegd : bijlage III/1, V, V/1, V/2, V/3, VI en XIV (B.Vl.R. 3-7-2009; Art. 9, 11 t.e.m. 16)

In dit besluit wordt de volgende bijlage vervangen : bijlage IV (B.Vl.R. 3-7-2009; Art. 10)

De hierboven opgesomde bijlagen zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad dd. 3-9-2009, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Bijlage III/2 en V/4 worden ingevoegd (B.Vl.R. 18-6-2010; Art. 4 en 10) en zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad dd. 3-9-2009, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Bijlage IV, V, V/1, V/2, V/3, VI en XIV worden vervangen (B.Vl.R. 18-6-2010; Art. 5 t.e.m. 9, 11 en 12)

Bijlage III/3 wordt ingevoegd (B.Vl.R. 19-9-2011; Art. 9)

Bijlagen I, IV, V, V/1, V/2, V/3, V/4, VI en XIV worden vervangen (B.Vl.R. 19-9-2011; Art. 8, 10 t.e.m. 17)

De volgende bijlagen worden vervangen : bijlage I, IV, V, V/1 t.e.m. V/4, VI en XIV (B.Vl.R. 14-9-2012; Art. 4, 6 t.e.m. 11, 15 en 16)

De volgende bijlagen worden ingevoegd : bijlage III/4, V, V/1, V/2, V/3, VI en XIV (B.Vl.R. 14-9-2012; Art. 5, 12, 13 en 14)

De hierboven opgesomde bijlagen zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad dd. 23-11-2012, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Aan bijlage VI wordt de volgende zin toegevoegd : "Voor de opleidingen in de leertijd, limitatief vermeld in artikel 6, eerste lid, 6°, a) tot en met d) gelden als referentiekader en afgeleide doelen voor de beroepsgerichte vorming, de door de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, goedgekeurde opleidingskaarten voor de gelijknamige opleidingen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs." (B.Vl.R. 13-9-2013; Art. 16)

In bijlage IV worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° rubriek b) wordt vervangen door wat volgt :

b) Met betrekking tot opleidingen die gebaseerd zijn op een beroepskwalificatie :

1° besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2014 tot erkenning van de beroepskwalificatie kapper;

2° besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2014 tot erkenning van de beroepskwalificatie kapper-salonverantwoordelijke;

3° besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2015 tot erkenning van de beroepskwalificatie behandelaar luchtvracht en bagage;

2° rubriek c) tot en met f) worden opgeheven. (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 12-8-2015; Art. 5)

Bijlagen V/7 en VI/1 worden ingevoegd (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 12-8-2015; Art. 6 en 7)

In bijlage VII wordt aan de rubriek "Aandacht" de volgende bepaling toegevoegd :

"als het certificaat wordt uitgereikt in een opleiding die gebaseerd is op een beroepskwalificatie, wordt onder het opschrift "Certificaat" de volgende bepaling toegevoegd en wordt, naargelang van het geval, 2, 3 dan wel 4 als niveau vermeld :

Bewijs van beroepskwalificatie niveau ... van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau ... van het Europese kwalificatiekader (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 12-8-2015; Art. 8)

In bijlage XII wordt aan de rubriek "Aandacht" de volgende bepaling toegevoegd :

"als het certificaat wordt uitgereikt in een opleiding die gebaseerd is op een beroepskwalificatie, wordt onder het opschrift "Certificaat" de volgende bepaling toegevoegd en wordt, naargelang van het geval, 2, 3 dan wel 4 als niveau vermeld :

Bewijs van beroepskwalificatie niveau ... van de Vlaamse kwalificatiestructuur en niveau ... van het Europese kwalificatiekader (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 12-8-2015; Art. 9)

Aan bijlage VII wordt een rubriek toegevoegd, die luidt als volgt : "Aandacht: als het certificaat wordt uitgereikt in de opleiding Zorgkundige, dan wordt de zin "Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd" vervangen door de zin "Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd met inbegrip van het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen." (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 28-8-2015; Art. 21)

Aan bijlage XII wordt een rubriek toegevoegd, die luidt als volgt : "Aandacht: als het certificaat wordt uitgereikt in de opleiding Zorgkundige dan wordt de zin "Zij bevestigen dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd" vervangen door de zin "Zij bevestigen dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd met inbegrip van het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen." (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 28-8-2015; Art. 22)

Aan bijlage XIII wordt een rubriek toegevoegd, die luidt als volgt : "Aandacht: als het getuigschrift leertijd wordt uitgereikt in de opleiding Zorgkundige dan wordt de zin "Zij bevestigen dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd" vervangen door de zin "Zij bevestigen dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd met inbegrip van het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen ." (B.Vl.R. 10-7-2015 - B.S. 28-8-2015; Art. 23)

In bijlage IV worden aan rubriek b) de punten 4°, 5°, 6°, 7° en 8° toegevoegd, die luiden als volgt :

"4° besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2014 tot erkenning van de beroepskwalificatie medewerker groen- en tuinaanleg;

5° besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2014 tot erkenning van de beroepskwalificatie medewerker groen- en tuinbeheer;

6° besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 tot erkenning van de beroepskwalificatie medewerker textielverzorging;

7° besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 tot erkenning van de beroepskwalificatie operator textielverzorging;

8° besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2014 tot erkenning van de beroepskwalificatie tuinaanlegger/groenbeheerder." (B.Vl.R. 2-6-2017Art. 4)

Er wordt een bijlage V/8 ingevoegd, die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 2-6-2017 is gevoegd (B.Vl.R. 2-6-2017; Art. 5).

Er wordt een bijlage VI/2 ingevoegd, die als bijlage 2 bij het B.Vl.R. 2-6-2017 is gevoegd (B.Vl.R. 2-6-2017; Art. 6).

De hierboven opgesomde bijlagen zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad dd. 6-7-2017, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.