Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het bevallingsverlof voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    8/06/2012
  • publicatiedatum
    B.S. 9/07/2012 (pagina 37139)
  • bron

    Numac : 2012035738
  • datum laatste wijziging
    09/05/2018

Aanhef

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, artikel 77, eerste lid;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 51, eerste lid;

Gelet op het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, artikel 21, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009;

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek, artikel IX.3;

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 128, § 1, en artikel 128bis, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009;

Gelet op het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, artikel 142;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het bevallings- en borstvoedingsverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof toegekend aan tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsinstellingen, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 26 januari 2011 en op 19 april 2012;

Gelet op protocol nr. 742 van 23 december 2011 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 509 van 23 december 2011 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op protocol nr. 27 van 23 december 2011 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor de basiseducatie, vermeld in het decreet van 23 januari 2009 tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs;

Gelet op advies 51.286/1 van de Raad van State, gegeven op 15 mei 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;
5° de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

Voor de tijdelijke personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, gelden de bepalingen van dit besluit alleen als het verlof, vermeld in artikel 2, geheel of gedeeltelijk binnen de periode van hun aanstelling valt.
 

ART. 2.

§ 1. Het vrouwelijk personeelslid, vermeld in artikel 1, heeft recht op het verlof dat met het oog op de moederschapsbescherming toegestaan is door artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, hierna bevallingsverlof genoemd.

Het koninklijk besluit van 11 oktober 1991 tot gelijkstelling van sommige periodes met periodes van arbeid met het oog op de verlenging van de periode van arbeidsonderbreking na de achtste week na de bevalling is daarbij van toepassing. Weekends en feestdagen worden eveneens beschouwd als gewerkte periodes.

In afwijking van het eerste lid heeft het personeelslid geen recht op bevallingsverlof indien het kind dood geboren wordt voor 180 dagen zwangerschap en er geen geboorteakte opgemaakt wordt.

§ 2. De omzetting van de laatste twee weken van de postnatale rustperiode in verlofdagen van postnatale rust, zoals vermeld in artikel 39, derde lid van de arbeidswet van 16 maart 1971 moet gebeuren in twee periodes van zeven aaneensluitende kalenderdagen. Die twee verlofweken van postnatale rust kunnen al dan niet aaneensluiten.

Uiterlijk vier weken voor het einde van de verplichte periode van postnatale rust brengt de werkneemster de werkgever schriftelijk op de hoogte van de omzetting en de planning van de twee verlofweken van postnatale rust.

De vervanging van het personeelslid tijdens de twee verlofweken van postnatale rust, vermeld in het eerste lid, wordt geëvalueerd.

§ 3. Artikel 39bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 is eveneens van toepassing op het vrouwelijk personeelslid, vermeld in artikel 1. De afwezigheid wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

ART. 3.

Het bevallingsverlof wordt niet in aanmerking genomen om de duur van de proeftijd te berekenen.

ART. 4.

§ 1. Het bevallingsverlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

§ 2. Enkel het personeelslid dat vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten is, heeft tijdens het bevallingsverlof recht op salaris of salaristoelage.

ART. 5.

De bevallingsverloven die toegekend zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht in overeenstemming te zijn met de bepalingen van dit besluit.

ART. 6.

De volgende regelingen worden opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het bevallings- en borstvoedingsverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en 3 juli 2009;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof toegekend aan tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsinstellingen, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, 15 februari 2008 en 3 juli 2009.

ART. 7.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012, met uitzondering van artikel 2, § 2, eerste en tweede lid, dat van toepassing is op alle zwangerschappen met een bevallingsdatum vanaf 1 januari 2010.

ART. 8.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.