Besluit van de Vlaamse Regering [tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag en van het attest bij het verslag voor toegang tot een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs]

  • goedkeuringsdatum
    13/02/2015
  • publicatiedatum
    B.S. 3/04/2015 (pagina 20485)
  • bron

    Numac : 2015035322
  • datum laatste wijziging
    27/08/2018

Aanhef

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 15, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014, en artikel 16, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014;

Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 10;

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, artikel 294, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014, en artikel 352, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 november 2014;

Gelet op advies 56.975/1 van de Raad van State, gegeven op 9 februari 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op het basisonderwijs en op het secundair onderwijs.

ART. 2.

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° attest: het attest, vermeld in artikel 15, § 3, van het decreet van 25 februari 1997 en in artikel 294, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
2° decreet van 25 februari 1997: het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
3° gemotiveerd verslag: het gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van het decreet van 25 februari 1997 en in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
4° verslag: het attest en het protocol ter verantwoording, vermeld in artikel 15 van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.

HOOFDSTUK 2 Verslag

ART. 3.

Het attest bevat de volgende elementen:
1° de identificatiegegevens van de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres;
2° de identificatiegegevens van de ouders: voornaam, achternaam en adres;
3° de identificatiegegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat het attest opmaakt: naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;
4° het type voor het buitengewoon basisonderwijs, of het type en de opleidingsvorm voor het buitengewoon secundair onderwijs, met vermelding van de datum van de ondertekening van het attest, de ingangsdatum van het attest en de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in punt 3°. De datum van ondertekening is ook de datum van registratie in het registratiesysteem van de centra voor leerlingenbegeleiding;
5° het type voor het buitengewoon basisonderwijs, of het type en de opleidingsvorm voor het buitengewoon secundair onderwijs in geval van een attestwijziging, met vermelding van:
a) de identificatiegegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat de attestwijziging heeft uitgevoerd, als dat verschillend is van het centrum, vermeld in punt 3° : naam, adres en instellingsnummer, en voor- en achternaam van de directeur;
b) de datum van de ondertekening van de attestwijziging. De datum van ondertekening is ook de datum van registratie in het registratiesysteem van de centra voor leerlingenbegeleiding;
c) de ingangsdatum van de attestwijziging, die alleen betrekking kan hebben op het daaropvolgende schooljaar en niet op een datum tijdens het lopende schooljaar, tenzij de attestwijziging wordt doorgevoerd om een van de volgende redenen en nadat een handelingsgericht diagnostisch traject is doorlopen:
1) een verhuizing van woonplaats van de leerling, die gepaard gaat met het vinden van een meer passend onderwijsaanbod;
2) een schoolverandering op initiatief van de ouders, waarbij een overschakeling naar het type basisaanbod of type 9, dit laatste eventueel met inbegrip van een overschakeling naar een andere opleidingsvorm, nodig is;
3) na een verblijf in een residentiële setting om medische of psychiatrische redenen of door een plaatsing, waarbij de onderwijsbehoeften zo gewijzigd zijn dat het CLB-team in afstemming met alle partners bepaalt dat een wijziging van type of opleidingsvorm noodzakelijk is;
4) de noodzaak aan opname in een residentiële setting of door een plaatsing, waarbij de onderwijsbehoeften zo gewijzigd zijn dat het CLB-team in afstemming met alle partners bepaalt dat een wijziging van type of opleidingsvorm of onderwijsniveau noodzakelijk is;
5) de overgang van een leerling met een verlengd verblijf in het buitengewoon basisonderwijs naar een school voor buitengewoon secundair onderwijs die bij de start van het schooljaar volzet was maar intussen een vrije plaats voor inschrijving heeft;
d) de handtekening van de directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding;
6° de extern verkregen classificerende diagnose in geval van de opmaak van een attest voor een van de types, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, 4°, 6°, 7° of 8°, van het decreet van 25 februari 1997, of van artikel 259, § 1, 3°, 4°, 6°, 7° of 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. Dat gebeurt door vermelding van het opsommingsnummer of de opsommingsletter van het criterium of de criteria in kwestie, vermeld in de voormelde bepalingen van het decreet van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. De concrete stoornis hoeft niet genoteerd te worden.

ART. 4.

Het verslag wordt bezorgd aan de ouders. In geval van een effectieve inschrijving in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs is het verslag bestemd voor de directeur van de onderwijsinstelling, ter staving van de inschrijving en wordt het toegevoegd aan het leerlingendossier op school.

Als de leerling in de school voor gewoon onderwijs ingeschreven blijft, wordt het verslag toegevoegd aan het leerlingendossier op school.

ART. 5.

Als de leerling de school voor gewoon of buitengewoon onderwijs verlaat, bezorgt de directeur van de school het verslag terug aan de ouders.

HOOFDSTUK 3 Gemotiveerd verslag

ART. 6.

Het gemotiveerd verslag bevat ten minste de volgende analysegegevens:
1° de synthese van het handelingsgericht diagnostisch traject als onderdeel van de fase van uitbreiding van zorg, vermeld in artikel 3, 53° bis, van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 3, 44° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. In de schriftelijke rapportering worden ten minste de volgende elementen opgenomen:
a) een beschrijving van de specifieke onderwijsbehoeften en de sterktes van de leerling;
b) een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van de ouders die samengaan met de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling;
c) een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van het schoolteam die samengaan met de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling. De school voor gewoon onderwijs formuleert die ondersteuningsbehoeften in overleg met de leerling, de ouders, het schoolteam en het centrum voor leerlingenbegeleiding;
d) een beschrijving van de maatregelen, met inbegrip van compenserende of dispenserende maatregelen, die voor de leerling al genomen werden of nodig zijn;
e) de motivering dat de ondersteuning in het kader van het ondersteuningsmodel, in combinatie met de maatregelen, vermeld in punt d), nodig en voldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te laten participeren;
2° de aanduiding van het type door de omschrijving van de specifieke deskundigheid die vereist is vanuit een of meer van de types, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4° en 6° tot en met 8°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 259, § 1, 1° tot en met 4° en 6° tot en met 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
3° een algemene omschrijving van de ondersteuning die de school voor gewoon onderwijs nodig heeft en de wijze waarop de school voor buitengewoon onderwijs daaraan tegemoet kan komen. Dat gebeurt in dialoog tussen de school voor gewoon onderwijs, de ouders, het CLB en de school voor buitengewoon onderwijs of het ondersteuningsnetwerk;
4° de beschrijving van eventuele andere ondersteuning door onderwijsexterne diensten.

ART. 7.

...

ART. 8.

...

ART. 9.

§ 1. Het gemotiveerd verslag bevat de identificatiegegevens van de verschillende betrokken partijen. Het betreft:
1° de leerling: voornaam, achternaam, geboortedatum en adres;
2° de ouders: voornaam, achternaam en adres;
3° de school voor gewoon onderwijs waar de leerling ingeschreven is: naam, adres en instellingsnummer;
4° het centrum voor leerlingenbegeleiding dat de school voor gewoon onderwijs begeleidt en dat het gemotiveerd verslag opmaakt: naam, adres en instellingsnummer;
5° de school voor buitengewoon onderwijs die de ondersteuning biedt: naam, adres en instellingsnummer.

§ 2. De directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding van de school voor gewoon onderwijs waar de leerling is ingeschreven en de ouders bevestigen hun engagement via hun handtekening.

Als de ouders het gemotiveerd verslag niet ondertekenen, kan ondersteuning niet leerlinggericht ingezet worden. De weigering kan een inzet van ondersteuning gericht op de school, de leraar of het lerarenteam echter niet verhinderen.

§ 3. Het gemotiveerd verslag bevat de datum waarop dat gemotiveerd verslag is ondertekend en de ingangsdatum. De datum van ondertekening is ook de datum van registratie in het registratiesysteem van de centra voor leerlingenbegeleiding

ART. 10.

Het centrum voor leerlingenbegeleiding houdt de gegevens die de classificerende diagnose onderbouwen, vermeld in artikel 3, 6°, bij in het multidisciplinair dossier van de leerling.

HOOFDSTUK 4 Slotbepalingen

ART. 11.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015 voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016 en volgende.

ART. 12.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.