Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

  • goedkeuringsdatum
    30 augustus 2016
  • publicatiedatum
    B.S.12/09/2016
  • datum laatste wijziging
    20/12/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 17-11-2017 - B.S. 20-12-2017

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 77, eerste lid, artikel 80, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 13 juli 2001 en 19 juli 2013, en artikel 82, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 21 december 2012 en 19 juli 2013;

Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 51, eerste lid, artikel 54, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 19 juli 2013, en artikel 56, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 21 december 2012 en 19 juli 2013;

Gelet op het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, artikel 21, § 1, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009;

Gelet op het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, artikel X.58, § 4, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014;

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 128, § 1, eerste lid;

Gelet op het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, artikel 142, 144 en 146;

Gelet op de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel V.84,;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1976 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 januari 1977;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1976 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 3 februari 1977;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 1976 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 april 1977 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, van de gesubsidieerde personeelsleden;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 betreffende het opvangverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra met het oog op adoptie en pleegvoogdij;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 mei 2016;

Gelet op protocol nr. 34 van 17 juni 2016 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op protocol nr. 58 van 17 juni 2016 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor de basiseducatie, vermeld in het decreet van 23 januari 2009 tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs;

Gelet op protocol nr. 72 van 17 juni 2016 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor het Hoger Onderwijs, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013;

Gelet op advies 59.654/1/V van de Raad van State, gegeven op 29 juli 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 2, 2° tot en met 8° van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet. De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet zijn eveneens van toepassing.

HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden

Art. 2.

De personeelsleden, vermeld in artikel 1, hebben recht op zorgkrediet als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet. Het zorgkrediet eindigt in elk geval als de aanstelling eindigt.

HOOFDSTUK 3. - Volume van het zorgkrediet

Art. 3.

Tijdens het zorgkrediet kan het personeelslid zijn arbeidsprestaties :

1° volledig onderbreken;

2° verminderen tot een halftijdse betrekking;

3° verminderen met een vijfde van een voltijdse betrekking.

De volledige onderbreking van de arbeidsprestaties omvat alle arbeidsprestaties die het personeelslid uitoefent in het onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding en waarvoor een zorgkrediet kan worden opgenomen.

Het aantal prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, kan zowel in aanmerking worden genomen als prestatie-eenheden waarop het zorgkrediet genomen kan worden, als prestatie-eenheden die het personeelslid nog moet blijven uitoefenen.

Bij vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking blijft het personeelslid een of meer betrekkingen uitoefenen die samen de helft van het aantal prestaties of prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een betrekking met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties worden altijd afgerond naar de hogere eenheid, naargelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Bij vermindering van de arbeidsprestaties met een vijfde moet het personeelslid een of meerdere betrekkingen uitoefenen die samen een betrekking met volledige prestaties vormen. Bovendien moet het personeelslid een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen vier vijfde van het aantal prestaties of prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een betrekking met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties worden altijd afgerond naar de hogere eenheid, naargelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Als het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking op het ogenblik dat het de arbeidsprestaties vermindert voor het nemen van het zorgkrediet, worden voor het zorgkrediet eerst de prestatie-eenheden in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, en vervolgens de prestatie-eenheden waarvoor het wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is in een niet-organieke betrekking.

Art. 4.

Om het aantal prestaties of prestatie-eenheden te bepalen, vermeld in artikel 3, vierde en vijfde lid, worden de volgende prestaties ook als prestatie-eenheden beschouwd :

[1° de prestaties, verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht als vermeld in artikel 51quater, § 2 en § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 77quater, § 2 en § 3 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en van hoofdstuk 12, afdeling 2, van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie;]

2° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht als vermeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

3° de prestaties, verstrekt voor in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk voor de voorzitters van die groepen, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

4° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof als vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;

5° de prestaties, verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel Algemene Beleidscoördinatie en een cel Algemeen Beleid bij een lid van de federale regering als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;

6° de prestaties, verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid, ter beschikking gesteld van zijn voorganger als vermeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest;

7° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 166, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;

8° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

9° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 69 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs;

10° de prestaties verstrekt door personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende de toekenning van een verlof voor het uitoefenen van een andere tewerkstelling voor sommige personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie;

11° de prestaties, verstrekt door een personeelslid bij een associatie, vermeld in artikel II.14 van de Codex hoger onderwijs;

12° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met een verlof voor het uitoefenen van taken ten behoeve van de accreditatieorganisatie, vermeld in artikel II.31 tot en met II.35 van de Codex hoger onderwijs;

13° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden bij de Vlaamse Hogescholenraad, vermeld in artikel II.56 van de Codex hoger onderwijs;

14° de prestaties, verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, als vermeld in artikel IV.110 van de Codex hoger onderwijs;

15° de prestaties verstrekt door personeelsleden die elders een opdracht uitoefenen, vermeld in artikel V.223 tot V.230 van de Codex hoger onderwijs;

16° de prestaties verstrekt door personeelsleden die tewerkgesteld zijn bij de representatieve vakorganisaties, vermeld in artikel V.253 van de Codex hoger onderwijs.

B.Vl. R.17-11-2017

Art. 5.

Het ziekteverlof, het bevallingsverlof, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming maken geen einde aan het zorgkrediet.

HOOFDSTUK 4. - Duur van het zorgkrediet

Art. 6.

Het zorgkrediet moet worden opgenomen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet.

Met behoud van de toepassing van artikel 9, vierde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet, kan het personeelslid zelf beslissen om zijn zorgkrediet stop te zetten vooraleer de termijn van zes maanden is verstreken.

HOOFDSTUK 5. - Administratieve stand

Art. 7.

Tijdens het zorgkrediet is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

Voor het aantal prestatie-eenheden of voor de prestaties die niet worden gepresteerd omwille van het nemen van zorgkrediet, krijgt het personeelslid noch een salaris of salaristoelage, noch een wachtgeld of wachtgeldtoelage. Het personeelslid krijgt wel een onderbrekingsuitkering conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet.

HOOFDSTUK 6. - Procedure

Art. 8.

§ 1.Het personeelslid dat zorgkrediet wil opnemen, deelt dit mee aan de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waar hij werkt, of aan het centrumbestuur of aan het hogeschool- of universiteitsbestuur.De personeelsleden van de inspectie doen hun mededeling aan de inspecteur-generaal. De inspecteur-generaal doet zijn mededeling aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs. Bij die mededeling moeten de gewenste begin- en einddatum van het zorgkrediet worden vermeld.

§ 2. Het zorgkrediet voor medische bijstand of palliatieve zorgen begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin voornoemde mededeling is gedaan of op een vroeger tijdstip, na akkoord van de inrichtende macht of het centrumbestuur of het hogeschool- of universiteitsbestuur of de inspecteur-generaal of de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.

Voor het opnemen van zorgkrediet om te zorgen voor een kind, voor een kind met een handicap of voor opleiding moet de mededeling, behalve voor de personeelsleden van de universiteiten en de hogescholen, gebeuren minstens een maand voor de ingangsdatum van de onderbreking, tenzij een kortere termijn met de inrichtende macht, het centrumbestuur, de inspecteur-generaal of de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt overeengekomen.

Voor de personeelsleden van de universiteiten en de hogescholen in de Vlaamse gemeenschap legt het instellingsbestuur bij reglement de aanvraagprocedure vast voor het nemen van een zorgkrediet om te zorgen voor een kind, voor een kind met een handicap of voor opleiding. Het procedurereglement heeft maar uitwerking wanneer hierover een protocol van akkoord afgesloten is binnen het bevoegde onderhandelingscomité.

Art. 9.

§ 1. Als het recht op onderbrekingsuitkeringen definitief wordt ontzegd aan een personeelslid dat zorgkrediet opneemt, deelt de bevoegde dienst van het Departement Werk en Sociale Economie dat onmiddellijk mee aan het personeelslid, zijn werkgever en aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, met vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat.

§ 2. Het verlof van een personeelslid dat zorgkrediet opneemt, maar definitief geen recht heeft op het aangevraagde zorgkrediet op basis van een beslissing van de bevoegde dienst van het Departement Werk en Sociale Economie of op basis van de bepalingen van dit besluit, wordt stopgezet. De reeds opgenomen periode wordt, naar keuze van het personeelslid, omgezet in een verlof zonder salaris of salaristoelage, een afwezigheid zonder salaris of salaristoelage of een terbeschikkingstelling zonder salaris of salaristoelage.

In dat geval mag de duur overschreden worden van het verlof of de afwezigheid waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn.

HOOFDSTUK 7. - Wijzigingsbepalingen

Afdeling 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

...

Afdeling 2. - Wijziging aan het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 1994 betreffende het opvangverlof voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding met het oog op adoptie en pleegvoogdij

...

Afdeling 3. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool

...

Afdeling 4. - Wijziging aan het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd

...

Afdeling 5. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

...

HOOFDSTUK 8. - Opheffingsbepalingen

Art. 28.

De volgende regelingen worden opgeheven :

1° het koninklijk besluit van 25 november 1976 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 1981 en 12 juli 1983, en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 januari 1977;

2° het koninklijk besluit van 25 november 1976 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 1981, 8 juni 1983 en 13 januari 1988, en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 3 februari 1977;

3° het koninklijk besluit van 20 december 1976 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 1981, 4 juli 1983 en 1 februari 1988;

4° het koninklijk besluit van 14 april 1977 betreffende de afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, van de gesubsidieerde personeelsleden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 januari 1979, 23 juni 1981 en 12 juli 1983;

5° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;

6° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs.

HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen

Art. 29.

Dit besluit treedt in werking op 2 september 2016, met uitzondering van artikel 17 en 24, die in werking treden op 31 augustus 2016 en de artikelen 10 tot en met 16 en artikel 22, 23, 25 en 28, die in werking treden op 1 september 2017.

Art. 30.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 30 augustus 2016.