Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 betreffende het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

  • goedkeuringsdatum
    27 oktober 2017
  • publicatiedatum
    B.S.24/11/2017
  • datum laatste wijziging
    24/11/2017

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, gecodificeerd op van 28 oktober 2016, artikel V.19;

Gelet op het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie, artikel 17, 22 en 24;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 betreffende het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 31 mei 2017;

Gelet op protocol nr. 73 van 7 juli 2017 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor de basiseducatie, vermeld in het decreet van 23 januari 2009 tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs;

Gelet op advies 62.165/1 van de Raad van State, gegeven op 18 oktober 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte

Artikel 1.

Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011, wordt vervangen door wat volgt :

"Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op :

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;

5° de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie;

6° de werkgevers van de personeelsleden vermeld in punt 1° tot en met 5°. ".

Art. 2.

In artikel 21 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 1998, wordt tussen de zinsnede "of van artikel 60 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra" en de zinsnede "en onverminderd een eventuele tuchtsanctie opgelegd door de bevoegde inrichtende macht" de zinsnede "of van artikel 32 en 41 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie" ingevoegd.

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 betreffende het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

Art. 3.

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 betreffende het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011 en 28 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° aan paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :

"5° de personeelsleden vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.";

2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :

" § 2. Hoofdstuk II, afdeling III, is van toepassing op de personeelsleden van het onderwijs, vermeld in artikel V.66 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, gecodificeerd op 28 oktober 2016.".

Art. 4.

Aan artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :

"3° voor de personeelsleden die voor 1 januari 2018 uitsluitend aangesteld geweest zijn in een functie in een centrum voor basiseducatie en die op 1 januari 2018 of later uitsluitend prestaties verrichten in een centrum voor basiseducatie, wordt het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof voor de periode vóór 1 januari 2018 per twaalf maanden sociale anciënniteit, bepaald op vijftien dagen.".

Art. 5.

In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° aan paragraaf 1, 5°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt :

"d) de bepalingen van hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs.";

2° aan paragraaf 3, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :

"3° voor de berekening van de sociale anciënniteit voor de personeelsleden van de centra voor basiseducatie die voor 1 januari 2018 uitsluitend aangesteld geweest zijn in een functie in een centrum voor basiseducatie en die op 1 januari 2018 of later uitsluitend prestaties verrichten in een centrum voor basiseducatie, voor de periode vóór 1 januari 2018 alleen rekening gehouden met de geldelijke anciënniteit, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, op 31 december 2017. Als het personeelslid voor 1 januari 2018 aangesteld werd in meer dan één functie in een centrum voor basiseducatie, wordt de hoogste geldelijke anciënniteit in aanmerking genomen op die datum.";

3° aan paragraaf 4, tweede lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :

"3° de personeelsleden van de centra voor basiseducatie, vermeld in paragraaf 3, 3°, geen rekening gehouden met het aantal dagen ziekteverlof dat ze opgenomen hebben vóór 1 januari 2018.".

Art. 6.

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2011, 17 oktober 2014 en 28 oktober 2016, wordt een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :

"Art. 12/1. § 1. In afwijking van artikel 11 worden voor de tijdelijke personeelsleden die voor 1 januari 2018 uitsluitend aangesteld geweest zijn in een functie in een centrum voor basiseducatie en die op 1 januari 2018 of later uitsluitend prestaties verrichten in een centrum voor basiseducatie, het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof voor de periode vóór 1 januari 2018, bepaald op vijftien dagen per twaalf maanden geldelijke anciënniteit.

Voor de personeelsleden vermeld in het eerste lid, wordt de geldelijke anciënniteit berekend op 31 december 2017 conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de centra voor basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs. Als het personeelslid voor 1 januari 2018 aangesteld is in meer dan één functie in een centrum voor basiseducatie, wordt de hoogste geldelijke anciënniteit genomen op die datum.

§ 2. Bij de personeelsleden vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt geen rekening gehouden met het aantal dagen ziekteverlof dat ze opgenomen hebben vóór 1 januari 2018.".

Art. 7.

In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 wordt de zinsnede "ter uitvoering van artikel 57 van het decreet van 15 december 1993 betreffende het onderwijs-V" vervangen door de zinsnede "ter uitvoering van artikel V.19 van de codificatie van sommige bepalingen van 28 oktober 2016".

Art. 8.

In artikel 28/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2014, wordt het achtste lid opgeheven.

HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

Art. 9.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

Art. 10.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 27 oktober 2017.

De minister-president van de Vlaamse Regering,

G. BOURGEOIS

De Vlaamse minister van Onderwijs,

H. CREVITS