Besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    17/12/2010
  • publicatiedatum
    B.S. 24/06/2011 (pagina 37028)
  • bron

    Numac : 2011035474
  • datum laatste wijziging
    14/05/2018

Aanhef

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, artikel X.35, zoals gewijzigd, dat bepaalt :

« Artikel X.35. De Vlaamse Regering kan de bepalingen van volgende decreten coördineren, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie :
1°het koninklijk besluit van 20 augustus 1957 houdende coördinatie van de wetten op het lager onderwijs;
2° de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
3° de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs;
4° de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs;
5° de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen;
5bis° koninklijk besluit nr. 2 van 21 augustus 1978 tot vaststelling van het maximum aantal lestijden per week in het voltijds secundair onderwijs;
5ter° koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs.
5quater° koninklijk besluit nr. 66 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het administratief personeel en opvoedend hulppersoneel worden bepaald in de inrichtingen voor buitengewoon onderwijs met uitzondering van de internaten of semi-internaten.
5quinquies° koninklijk besluit nr. 67 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel worden bepaald in het buitengewoon secundair onderwijs.
5sexies° koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de salarissen, de salaristoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
6° het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs;
7° het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Vlaamse Autonome Hogescholen;
8° het decreet van 5 juli 1989 betreffende het onderwijs;
9° het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;
10° het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II;
11° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
12° het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
13° het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten van de Vlaamse Gemeenschap;
14° het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen;
15° het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten;
16° het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III;
17° het decreet van 28 april 1993 betreffende het onderwijs IV;
18° het decreet van 15 december 1993 betreffende het onderwijs V;
19° het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;
20° het decreet van 21 december 1994 betreffende het onderwijs VI;
21° het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding en de nascholing;
22° het decreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII;
22bis° koninklijk besluit nr. 439 van 11 augustus 1986 houdende rationalisatie en programmatie van het buitengewoon onderwijs;
23° het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997;
24° het decreet van 15 juli 1997 betreffende het onderwijs VIII;
25° het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool;
26° het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;
27° het decreet van 14 juli 1998 betreffende het onderwijs IX;
28° het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding;
29° het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs;
30° het decreet van 18 mei 1999 betreffende het onderwijs X;
31° het decreet van 18 mei 1999 betreffende het onderwijs XI;
32° het decreet van 8 juni 2000 houdende dringende maatregelen betreffende het lerarenambt;
33° het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII Ensor;
34° het decreet van 16 februari 2001 houdende regeling van de studietoelagen voor het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap;
35° het decreet van 20 april 2001 houdende een aanpassing van de regelgeving betreffende het tertiair onderwijs;
36° het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII Mozaïek;
36bis° het decreet van 22 juni 2002 betreffende de gelijke onderwijskansen I;
36ter° het decreet van 18 januari 2002 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs;
36quater° de decretale bepalingen uit het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van opleidingsvorm 3 in het buitengewoon secundair onderwijs;
37° het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV;
38° het decreet van 15 juli 2005 betreffende het onderwijs XV;
39° het decreet van 7 juli 2006 betreffende het onderwijs XVI;
40° het decreet van 22 juni 2007 betreffende het onderwijs XVII;
41° het decreet van 16 mei 2007 betreffende dringende maatregelen voor het onderwijs;
42° het decreet van 4 juli 2008 betreffende het onderwijs XVIII;
43° het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft
44° het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende bepalingen voor het deeltijds kunstonderwijs;
45° het decreet van 8 mei 2009 betreffende het onderwijs XIX;
46° het decreet van 9 juli 2010 betreffende het onderwijs XX.

Te dien einde kan de Vlaamse Regering :
1°de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;
3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde eenheid in de terminologie te brengen, de bepalingen onderling te doen overeenstemmen en ze in overeenstemming te brengen met de actuele stand van de regelgeving, inzonderheid door de afstemming met de bepalingen inzake begrippenkader;
4° in de bepalingen die niet in de coördinatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecoördineerde bepalingen aanpassen.

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 augustus 2009;

Gelet op het advies nummer 47.188/1 van de Raad van State, gegeven op 10 december 2009 met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

ART. 1.

De wettelijke en decretale bepalingen betreffende het secundair onderwijs, met inachtneming van de wijzigingen die ze hebben ondergaan, worden gecoördineerd in een codificatie volgens de bij dit besluit gevoegde tekst.

ART. 2.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.