Besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    11/10/2013
  • publicatiedatum
    B.S. 27/02/2014 (pagina 15979)
  • bron
    logo vlaamse codex
    Numac : 2014035166
  • datum laatste wijziging
    14/05/2018

Aanhef

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, artikel VII.1, dat bepaalt :
"Art. VII.1. § 1. De Vlaamse Regering brengt de bepalingen van dit decreet en van de volgende wetten en decreten onder in een codificatie :
1° het decreet van 21 december 1976 houdende organisatie van de Vlaamse interuniversitaire samenwerking;
2° het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;
3° het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;
4° het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen;
5° het decreet van 7 juli 1998 betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad;
6° het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening;
7° het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;
8° het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen;
9° het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen;
10° het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering en de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen;
11° het decreet van 29 juni 2012 betreffende de studentenvoorzieningen in Vlaanderen;
12° artikel 48 en 48/1 van het decreet van 6 juli 2012 tot wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, wat het stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie betreft.
De regering neemt daarbij de wijzigingen in acht die in de bedoelde decreten uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn of worden aangebracht tot aan het tijdstip van de codificatie.
§ 2. In functie van de opdracht tot codificatie kan de regering :
1° de volgorde en de nummering van de te codificeren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
2° de verwijzingen die voorkomen in de te codificeren bepalingen met de nieuwe nummering overeenbrengen;
3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te codificeren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde eenheid in de terminologie te brengen, de bepalingen onderling te doen overeenstemmen en ze in overeenstemming te brengen met de actuele stand van de regelgeving;
4° in de bepalingen die niet in de codificatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecodificeerde bepalingen aanpassen.
§ 3. De codificatie draagt het volgende opschrift : "Codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs".";

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 mei 2013;

Gelet op het advies 49.119/1 van de Raad van State, gegeven op 10 maart 2011 en op advies 53.540/1 van de Raad van State, gegeven op 12 juli 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

ART 1.

De hierna genoemde bepalingen worden, met inachtneming van de wijzigingen die ze hebben ondergaan, gecodificeerd volgens de bij dit besluit gevoegde tekst :
1° artikel 1 tot en met 6; 7, § 1 en § 3 en 8 van het decreet van 21 december 1976 houdende organisatie van de Vlaamse interuniversitaire samenwerking;
2° artikel 2, b) en m), 63 tot en met 69, 71 tot en met 76, eerste en tweede lid, 77, 78, 79, 80, tweede lid, 81 tot en met 93, 94, eerste, tweede en vierde lid, 95 tot en met 105, 106bis, eerste tot en met vijfde lid en zevende lid, eerste zin, 107, 108, 110 tot en met 117bis, 118, eerste tot en met zevende lid, eerste zin, 120, 120bis, 121, 121ter tot en met 122, 123, 124, 124bis, 130quater, 137, 138, 139, 140, § 1, 2°, § 2 eerste lid en § 3, 144 tot en met 150, 152 tot en met 158, 160, 161, 165 tot en met 167bis, 169, inleidende zin en 3°, 169bis, § 2 en § 3, 169ter, 169quater, § 1 tot en met § 8 en § 11, 170, 171, 172bis tot en met 175, 177 tot en met 180, 181, eerste, tweede, derde, vierde, zesde, zevende, achtste, negende en tiende lid, 182, eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid, 182quater, 184, eerste lid en 186bis van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;
3° artikel 2, 2°, 4°, 5°, 25° tot en met 45°, 47° tot en met 50° en 54° tot en met 59°, 57bis, 57ter, § 1, 57quinquies, 57sexies, 64, 65, 67 tot en met 76, 77, § 1, § 2, eerste lid, § 3, § 4, § 5 en § 7, 78 tot en met 88, 89, 1°, 2°, 3°, 5°, 6° en 7°, 90, 90bis, 91, 92, 1°, 1° bis, 2° en 4° tot en met 7°, 93 tot en met 106, 108 tot en met 121, 122, § 1, § 2, § 2bis en § 4, 123, eerste, tweede en vierde lid, 124 tot en met 139, 140, § 1, § 2, § 4 en § 5, 141 tot en met 155, 156, § 1, § 2 en § 4, 157 tot en met 171sexies, 171octies tot en met 171duodetricies, 179, 181bis, § 1 en § 2, 190bis, 196, § 3, 197, 198, 200, 204, 205, 215bis, 216, 216ter, 218, 223 tot en met 233, 234, § 3 en § 4, 237 tot en met 242, 243, § 1 en § 3, 245 tot en met 251, 283 tot en met 288, eerste zin, 289 tot en met 299, 301 tot en met 304bis/1, 305, § 1, 307sexies, 307septies, 307octies, 309, 310, 312quater, 312quinquies, 312sexies, 315 tot en met 317bis, 318 tot en met 326, eerste en tweede lid, 326bis tot en met 329, 330, tweede lid, 331, § 1 en § 2, 332, 332bis, 332quater tot en met 337bis, 339 tot en met 340bis, 340sexies, 342 tot en met 345 en 346ter van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;
4° artikel 2 tot en met 22 en 25 van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen;
5° artikel 2 tot en met 6, 7, § 1 en § 3 en 8 tot en met 10 van het decreet van 7 juli 1998 betreffende de organisatie van de Vlaamse Hogescholenraad;
6° artikel 2, 8, 8bis, 9 en 11 tot en met 14, 15, § 2 tot en met § 6, § 8 en § 9 en 15bis van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening;
7° artikel 2, 3, eerste, tweede, derde, vierde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde, dertiende, veertiende, vijftiende, zeventiende en achttiende streepje, 4 tot en met 8quinquies, 9, 9bis, 9/2, 9quater tot en met 9duodevicies, 10 tot en met 19, 23, 23bis, 24, 24ter, 25, 27 tot en met 39, 41 tot en met 51, 53/1, § 1, eerste en tweede lid, § 2, 1° tot en met 4°, 6°, 7° en 8°, § 3 en § 4, 53bis tot en met 55quinquies, 55septies, 55octies, 55decies tot en met 56, 57bis, 57ter, § 1, § 2, § 3 en § 5, 57quater tot en met 60septies, 61, § 1, 62 tot en met 63undecies, 63undecies, 63terdecies tot en met 64, § 1, § 2 en § 3, 68, § 1 tot en met § 4 en § 5, eerste en vierde lid, 69, § 1, § 2, § 4 en § 5, 76, 77, 78, 83 tot en met 99, 101, 101bis, 101ter, 102 tot en met 105, 107 tot en met 110, 112 tot en met 113quinquies, 125bis2, § 2, 128, § 4, 129, § 5 en § 6 en 130 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;
8° artikel I.1, Art. II.1, 1°, 2°, 3°, 4°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14°, 15°, 15° bis en 17°, II.2 tot en met II.43, II.47 tot en met II.58, II.59, eerste lid, 1° en 3° en tweede lid, II.60 tot en met II.68, II.78 tot en met II.82, II.86, II.88 tot en met II.88quinquies, II.88sexies, eerste lid, II.88septies tot en met II.88ter decies, II.93, V.101, VI.9.8 tot en met V.9.17 en V.9.19 tot en met V.9.26 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;
9° artikel 2, 1° tot en met 9° bis en 11° tot en met 27°, 3 eerste zin, 4 tot en met 11bis, 12, § 1, § 2 en § 4, 13 tot en met 15ter, 17 tot en met 36, 38 tot en met 58 en 61 tot en met 68 van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen;
10° artikel 78 en 79 van het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap;
11° artikel 2, 3°, 5°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 14°, 16° bis, 17°, 17° bis, 18°, 18° ter, 19°, 21° en 22°, 3 tot en met 20, 22, eerste, derde en vierde lid, 23, § 1, § 2, § 3bis, § 4 en § 5, 24, § 5, § 6 en § 7, 25, § 1, § 2 en § 3, 25bis, 25ter, 27, 28, 29, 30, § 1, 31 tot en met, 34, 35, § 1, § 2, § 3, § 4 en § 6, 36, 37, § 1 tot en met § 5, § 8 en § 9, 38, 38bis, 38ter, 39, § 2, § 3 en § 4, 39bis tot en met 40bis, 40quinquies tot en met 50, 54, § 2, 55 tot en met 59 en 75, § 1, tweede en derde lid en § 2 van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering en de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen;
12° artikel 2, 1°, 2°, 4°, en 6, 3 tot en met 31 en 33 tot en met 37 van het decreet van 29 juni 2012 betreffende de studentenvoorzieningen in Vlaanderen;
13° artikel 48, derde en vierde lid en 48/1 van het decreet van 6 juli 2012 tot wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, wat het stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie betreft.

ART 2.

Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2013.

ART 3.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.