De ambten, de prestatieregeling, de bezoldiging en de aanwending van de omkaderingsgewichten in de centra voor leerlingenbegeleiding

  • Deze omzendbrief geeft een overzicht van de ambten en bijhorende prestatieregeling voor de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • De prestatieregeling vormt ook de basis voor de vaststelling van het salaris van een personeelslid. Aan elk ambt is een specifiek omkaderingsgewicht verbonden. In deze omzendbrief vindt u hoe u de omkaderingsgewichten kunt aanwenden.
  • De bekwaamheidsbewijzen voor het selectieambt van coördinator zijn aangepast.
  • Met ingang van 1 september 2023 kan in het bevorderingsambt van directeur ook een personeelslid aangesteld worden met een diploma op niveau ten minste bachelor. Er wordt ook een specifiek omkaderingsgewicht toegevoegd voor dergelijke aanstelling. Deze aanpassing geldt onder voorbehoud van de definitieve goedkeuring van de regelgeving door de Vlaamse Regering.

1. Inleiding

Het nieuwe decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding leidt op 1 september 2018 tot een aantal aanpassingen in de ambtenstructuur van een centrum voor leerlingenbegeleiding.

Het ambt van directeur wordt vanaf nu ondergebracht in de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel (net als in andere onderwijsniveaus). In deze categorie wordt ook een nieuw selectieambt van coördinator ingevoegd.

De ambten van medewerker en administratief werker worden omgevormd tot een nieuw ambt van administratief medewerker en ondergebracht in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel.

De andere ambten blijven behoren tot het technisch personeel.

De prestatieregeling blijft ongewijzigd (36 klokuren voor een voltijdse aanstelling), maar vormt vanaf 1 september 2018 ook de basis voor de vaststelling van het salaris van het personeelslid.

Betrekkingen – ingericht op basis van de toegekende omkaderingsgewichten - worden niet langer uitgedrukt in een percentage maar in een opdrachtbreuk met noemer 36.

In deze omzendbrief vindt u informatie over:

  • de ambten en personeelscategorieën die van kracht zijn in een centrum voor leerlingenbegeleiding (punt 3);
  • het omkaderingsgewicht per ambt (punt 4);
  • de prestatieregeling per ambt (punt 5);
  • de vaststelling van het recht op een salaris (punt 6).

Deze omzendbrief biedt ook informatie over de extra omkaderingsgewichten toegekend op basis van CAO-XII.

2. Toepassingsgebied

De bepalingen van deze omzendbrief gelden voor elk vastbenoemd en tijdelijk personeelslid dat u in dienst houdt of aanstelt in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde betrekking.

3. De ambten in een centrum voor leerlingenbegeleiding

3.1. De indeling van de ambten

De ambten die u in een centrum kan organiseren worden ingedeeld in drie personeelscategorieën:

  • het bestuurs- en onderwijzend personeel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het technisch personeel.

3.1.1. Het bestuurs- en onderwijzend personeel

De personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel omvat:

  • het selectieambt van coördinator;
  • het bevorderingsambt van directeur.

3.1.2. Het ondersteunend personeel

De personeelscategorie van het ondersteunend personeel omvat:

  • het wervingsambt van administratief medewerker.

3.1.3. Het technisch personeel

De personeelscategorie van het technisch personeel omvat de volgende wervingsambten:

  • arts;
  • consulent;
  • psycho-pedagogisch consulent;
  • maatschappelijk werker;
  • paramedisch werker;
  • psycho-pedagogisch werker;
  • intercultureel bemiddelaar;
  • ervaringsdeskundige.

3.2. Oprichten van een betrekking

3.2.1. Algemeen

Elk CLB heeft jaarlijks recht op een aantal omkaderingsgewichten.

Deze omkaderingsgewichten zijn bedoeld voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in ambten van:

  • het bestuurs- en onderwijzend personeel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het technisch personeel.

Een CLB is niet verplicht om met haar omkaderingsgewichten een bepaalde minimale personeelsformatie te organiseren.

Wel geldt de verplichting om met de toegekende omkaderingsgewichten per centrum steeds 1 voltijdse betrekking van directeur te organiseren en in stand te houden. 

Daarnaast moet een centrum de resterende toegekende omkaderingsgewichten elk schooljaar aanwenden om op 1 september opnieuw betrekkingen toe te wijzen aan haar vastbenoemde personeelsleden.

Als er daarna nog omkaderingsgewichten over zijn, heeft een centrum de vrijheid om daarmee betrekkingen in te richten in een of meer ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, met uitzondering van het ambt van directeur, het ondersteunend personeel en het technisch personeel.

De omkaderingsgewichten moeten dus elk schooljaar in volgende volgorde worden aangewend:

1° instandhouding van een voltijdse betrekking van directeur;

2° instandhouding van de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden;

3° keuze om een of meer betrekkingen in te richten in een of meer ambten van het technisch personeel, het ondersteunend personeel en het bestuurs- en onderwijzend personeel, met uitzondering van het ambt van directeur.

Hoeveel omkaderingsgewichten elk ambt "kost", vindt u in punt 4.

3.2.2. Het bevorderingsambt van directeur

In een centrum voor leerlingenbegeleiding moet steeds een voltijdse betrekking in het bevorderingsambt van directeur worden georganiseerd.

Het ambt van directeur kan georganiseerd worden op verschillende niveaus. Deze niveaus hangen samen met het niveau van het bekwaamheidsbewijs van de titularis van de betrekking. Elk niveau geeft recht op een bepaalde salarisschaal en er is ook een bepaald omkaderingsgewicht aan verbonden (zie punt 4).

Het ambt kan op volgende niveaus ingericht worden:

  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste master (salarisschaal 525);
  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste bachelor (salarisschaal 464)

Een personeelslid kan, als hij daar expliciet mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van de (lagere) salarisschaal verbonden aan het desbetreffende niveau.

Als een personeelslid voor het ambt van directeur bij overgangsmaatregel ten persoonlijke titel de salarisschaal 599 geniet, kan hij in dat ambt echter niet onder zijn hoogste diplomaniveau aangesteld worden (en moet altijd verplicht 1,6 omkaderingsgewicht gebruikt worden). Meer informatie over deze overgangsmaatregel vindt u in de omzendbrief “Actualisering bekwaamheidsbewijzen centra voor leerlingenbegeleiding - CLB/2007/01”, punt 1.6.1.

3.2.3. Het selectieambt van coördinator

Dit ambt moet steeds ingericht worden voor een halftijdse betrekking of voor een voltijdse betrekking.

Het ambt van coördinator kan georganiseerd worden op verschillende niveaus. Deze niveaus hangen samen met het niveau van het bekwaamheidsbewijs van de titularis van de betrekking. Elk niveau geeft recht op een bepaalde salarisschaal en er is ook een bepaald omkaderingsgewicht aan verbonden (zie punt 4).

Het ambt kan op volgende niveaus ingericht worden:

  • Bekwaamheidsbewijs dat onder een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs toegang geeft tot het ambt van arts in een CLB (salarisschaal 511);
  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste master (salarisschaal 540);
  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste bachelor (salarisschaal 413)

Een personeelslid kan, als hij daar expliciet mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van de (lagere) salarisschaal verbonden aan het desbetreffende niveau.

Daarnaast kan het ambt van coördinator ook nog uitgeoefend worden door een personeelslid met een bekwaamheidsbewijs van het niveau tenminste secundair onderwijs op voorwaarde dat dit personeelslid een overgangsmaatregel heeft voor een aanstelling in dit ambt. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief "Actualisering bekwaamheidsbewijzen centra leerlingenbegeleiding (CLB/2007/01 van 05/09/2007, punt 1.8.2)".

3.2.4. Het wervingsambt van administratief medewerker

Het ambt van administratief medewerker kan georganiseerd worden op verschillende niveaus. Deze niveaus hangen samen met het niveau van bekwaamheidsbewijs van de titularis van de betrekking. Elk niveau geeft recht op een bepaalde salarisschaal en er is ook een bepaald omkaderingsgewicht verbonden (zie punt 4).

Het ambt kan op volgende niveaus ingericht worden:

  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste master (salarisschaal 542);
  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste bachelor (salarisschaal 333);
  • Bekwaamheidsbewijs niveau ten minste hoger secundair onderwijs (salarisschaal 202).

Een personeelslid kan, als hij daar expliciet mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van de (lagere) salarisschaal verbonden aan het desbetreffende niveau.

4. Aanwending omkaderingsgewicht per ambt

4.1. Oprichting van een betrekking

Elke betrekking in een ambt "kost" een aantal omkaderingsgewichten.

Elk ambt heeft een specifiek omkaderingsgewicht, met uitzondering van het ambt van coördinator, administratief medewerker en directeur.

Het omkaderingsgewicht voor het ambt van coördinator of administratief medewerker is afhankelijk van de salarisschaal die aan de titularis van de betrekking wordt toegekend.

Met de omkaderingsgewichten kunnen zowel voltijdse als deeltijdse betrekkingen worden ingericht.

Voor een voltijdse betrekking (36 klokuren) gelden volgende omkaderingsgewichten.

 

Ambt 

 

 

Omkaderingsgewicht 

Directeur  

 

Directeur met salarisschaal 525 

1,6 

Directeur met salarisschaal 599* 

1,6 

Directeur met salarisschaal 464 

1,4 

Arts 

1,6 

coördinator met salarisschaal 511 

1,6 

coördinator met salarisschaal 540 

1,4 

coördinator met salarisschaal 413 

1,1 

coördinator met salarisschaal 202 + 268** 

0,9 

Consulent 

1,3 

psycho-pedagogisch consulent 

1,3 

administratief medewerker met salarisschaal 200 of 202 

0,7 

administratief medewerker met salarisschaal 333 

administratief medewerker met salarisschaal 542 

1,2 

maatschappelijk werker 

paramedisch werker 

psycho-pedagogisch werker 

intercultureel bemiddelaar 

0,7 

Ervaringsdeskundige 

0,5 

*: zie punt 3.2.2, laatste lid

**: zie punt 3.2.3, laatste lid

Een deeltijdse betrekking kan worden georganiseerd vanaf 1/36 en dit steeds per volledig klokuur.

Het omkaderingsgewicht van een deeltijdse betrekking wordt berekend door het omkaderingsgewicht (OG) van een voltijdse betrekking in het ambt te delen door 36 en dat resultaat vervolgens te vermenigvuldigen met het aantal klokuren van de deeltijdse betrekking.

Hierbij gebruikt u volgende formule: OG = (OG voltijdse betrekking/36) * aantal klokuren.

Het resultaat van de berekening wordt afgerond tot op twee decimalen. Is het laatste decimaal kleiner dan 5, dan gebeurt de afronding naar beneden. Is het laatste decimaal 5 of groter, dan gebeurt de afronding naar boven.

Voorbeelden

Een betrekking van 18/36 consulent

(1,3/36)*18 = 0,65 omkaderingsgewicht

Een betrekking van 26/36 maatschappelijk werker

(1/36)*26 = 0,72 omkaderingsgewicht

Een betrekking van 29/36 administratief medewerker met salarisschaal 202

(0,7/36)*29 = 0,56 omkaderingsgewicht

Een betrekking van 22/36 administratief medewerker met salarisschaal 200

(0,7/36)*22 = 0,43 omkaderingsgewicht

Opgelet: Het bevorderingsambt van directeur moet steeds per voltijdse betrekking worden ingericht en het selectieambt van coördinator moet steeds per voltijdse betrekking of halftijdse betrekking worden ingericht. De voltijdse betrekking kan ingevuld worden door een personeelslid met een voltijdse opdracht of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse opdracht zijn belast.

4.2. Wat gebeurt er als de titularis van een betrekking in het ambt van directeur, administratief medewerker of van coördinator een bijkomend hoger diploma heeft of behaalt?

Het bevorderingsambt van directeur, het selectieambt van coördinator en het wervingsambt van administratief medewerker kunnen op verschillende niveaus worden georganiseerd (zie punt 3.2.2 , 3.2.3 en 3.2.4).

In deze ambten kan een personeelslid ook onder zijn hoogste niveau van bekwaamheidsbewijs aangesteld worden, op voorwaarde hij daarmee instemt.

Als een personeelslid na de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming in een betrekking van directeur, administratief medewerker of coördinator een bijkomend bekwaamheidsbewijs haalt (of dit reeds heeft), heeft dit in principe geen impact op het omkaderingsgewicht van de betrekking.

Het omkaderingsgewicht van een vacante betrekking in het ambt van administratief medewerker, directeur of coördinator wordt in eerste instantie immers bepaald door het omkaderingsgewicht die het CLB er bij de oprichting aan toekent.

Het centrumbestuur kan eventueel rekening houden met het bijkomende bekwaamheidsbewijs, maar is daartoe niet verplicht. Dit kan immers betekenen dat het omkaderingsgewicht van de betrekking moet aangepast worden.

Opgelet
Het personeelslid dat bij overgangsmaatregel de salarisschaal 599 geniet voor het ambt van directeur moet steeds op basis van die salarisschaal 599  aangesteld worden in dat ambt en kan in dat ambt dus nooit onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Voor de aanstelling van de directeur die bij overgangsmaatregel de salarisschaal 599 geniet, moet altijd 1,6 omkaderingsgewicht gebruikt worden. Zij worden aan AGODI gemeld als ‘directeur ten minste master’.

Hierna vindt u de principes die u kan hanteren als een personeelslid al een aanstelling heeft in een betrekking in het ambt van directeur, van coördinator of van administratief medewerker en daarna een bijkomend "hoger" bekwaamheidsbewijs behaalt.

4.2.1. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld voor bepaalde duur in het ambt van administratief medewerker

Als een personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor bepaalde duur (TABD) een nieuw en "hoger" bekwaamheidsbewijs behaalt (of reeds heeft), dan heeft dit op het ogenblik van een nieuwe tijdelijke aanstelling in een betrekking van administratief medewerker - zelfs als het om een aanstelling in dezelfde betrekking gaat - geen impact. Het personeelslid kan immers aangesteld blijven onder het niveau van zijn nieuwe bekwaamheidsbewijs, voor zover hij daarmee instemt.

Het centrumbestuur kan ook rekening houden met het nieuwe hoogste diplomaniveau van het personeelslid door het personeelslid een nieuwe aanstelling te geven in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het nieuwe diplomaniveau of door het omkaderingsgewicht van de betrekking waarin het personeelslid is aangesteld te verhogen. Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn "nieuwe" niveau van bekwaamheidsbewijs.

Voorbeeld

Een personeelslid is aangesteld op basis van een diploma secundair onderwijs in een betrekking van administratief medewerker (ten minste HSO – 0,7 OG – ssc 202).

Dit personeelslid behaalt een diploma van bachelor op 30 juni.

Het personeelslid heeft gekandideerd voor een betrekking van administratief medewerker. Zijn kandidatuur geldt t.a.v. elke betrekking waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft (zowel ten minste HSO als ten minste bachelor).

Situatie 1

Het volgende schooljaar biedt het centrumbestuur aan dit personeelslid een nieuwe aanstelling aan in dezelfde betrekking (ten minste HSO – 0,7 OG). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt aangesteld op het niveau ten minste HSO en wordt bezoldigd aan salarisschaal 202.

Situatie2

Het centrumbestuur biedt aan het personeelslid een betrekking aan van ten minste bachelor (1 OG). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt aangesteld op het niveau ten minste bachelor en wordt bezoldigd aan salarisschaal 333.

4.2.2. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in het ambt van administratief medewerker

Op het ogenblik van de aanstelling voor doorlopende duur (TADD) moet het personeelslid aan een aantal decretaal bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder eveneens in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Zolang de TADD-aanstelling loopt, moet het personeelslid dus aan deze initiële voorwaarden voldoen. Het behalen van een bijkomend "hoger" bekwaamheidsbewijs heeft dan ook geen invloed op de lopende aanstelling.

Als de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur echter eindigt en het personeelslid een nieuwe aanstelling krijgt - zelfs als dit in dezelfde betrekking is - moet hij terug voldoen aan de decretale bepalingen. Het nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs heeft geen impact op het recht op TADD, op voorwaarde dat het personeelslid aanvaardt om opnieuw te worden aangesteld onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau.

Door zijn nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs heeft het personeelslid echter ook recht op een TADD in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het niveau van zijn nieuwe (hogere) bekwaamheidsbewijs.

Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn "nieuwe" niveau van bekwaamheidsbewijs, maar ook het omkaderingsgewicht voor de vacante betrekking moet dan aangepast zijn aan het niveau van dat nieuwe bekwaamheidsbewijs.

Op het ogenblik dat een TADD-personeelslid zich kandidaat stelt voor vaste benoeming in een betrekking van administratief medewerker geldt het principe dat er een vaste benoeming mogelijk is in alle betrekkingen waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Dit betekent dat het personeelslid kan worden vastbenoemd op basis van zijn nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs, maar evenzeer kandidaat kan zijn voor een vaste benoeming onder het niveau van zijn (nieuwe) hoogste bekwaamheidsbewijs.

Voorbeeld

Een personeelslid is TADD aangesteld op basis van een diploma secundair onderwijs in een betrekking van administratief medewerker (ten minste HSO – 0,7 OG – ssc 202).

Dit personeelslid behaalt een diploma van bachelor op 30 juni.

Het recht op TADD geldt t.a.v. elke betrekking van administratief medewerker waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft (zowel ten minste HSO als ten minste bachelor).

Situatie 1

Het volgende schooljaar houdt het centrumbestuur dit personeelslid in dienst als TADD in dezelfde betrekking (ten minste HSO – 0,7 OG). Het personeelslid aanvaardt dit en wordt verder bezoldigd aan salarisschaal 202.

Situatie2

Het centrumbestuur biedt aan het personeelslid een betrekking aan ten minste bachelor (1 OG). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt TADD aangesteld op het niveau ten minste bachelor en wordt bezoldigd aan salarisschaal 333.

4.2.3. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld in het selectieambt van coördinator

Op het ogenblik van de tijdelijke aanstelling moet het personeelslid aan een aantal decretaal bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder eveneens in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Zolang de tijdelijke aanstelling loopt, moet het personeelslid dus aan deze initiële voorwaarden voldoen. Het behalen van een bijkomend "hoger" bekwaamheidsbewijs heeft dan ook geen invloed op de lopende aanstelling.

Als de tijdelijke aanstelling echter eindigt en het personeelslid een nieuwe tijdelijke aanstelling krijgt - zelfs als dit in dezelfde betrekking is - moet hij terug voldoen aan de decretale bepalingen. Het nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs heeft geen impact op voorwaarde dat het personeelslid aanvaardt om opnieuw te worden aangesteld onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau.

Door zijn nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs heeft het personeelslid echter ook recht op een tijdelijke aanstelling in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het niveau van zijn nieuwe (hogere) bekwaamheidsbewijs.

Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn "nieuwe" niveau van bekwaamheidsbewijs, maar ook het omkaderingsgewicht voor de vacante betrekking moet dan aangepast zijn aan het niveau van dat nieuwe bekwaamheidsbewijs.

Op het ogenblik dat een personeelslid zich kandidaat stelt of in aanmerking komt voor vaste benoeming in een betrekking van coördinator geldt het principe dat er een vaste benoeming mogelijk is in alle betrekkingen waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Dit betekent dat het personeelslid kan worden vastbenoemd op basis van zijn nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs, maar evenzeer kandidaat kan zijn voor een vaste benoeming onder het niveau van zijn (nieuwe) hoogste bekwaamheidsbewijs.

4.2.4. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld in het bevorderingsambt van directeur

Op het ogenblik van de tijdelijke aanstelling moet het personeelslid aan een aantal decretaal bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder eveneens in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Zolang de tijdelijke aanstelling loopt, moet het personeelslid dus aan deze initiële voorwaarden voldoen. Het behalen van een bijkomend "hoger" bekwaamheidsbewijs heeft dan ook geen invloed op de lopende aanstelling.

Als de tijdelijke aanstelling echter eindigt en het personeelslid een nieuwe tijdelijke aanstelling krijgt - zelfs als dit in dezelfde betrekking is - moet hij terug voldoen aan de decretale bepalingen. Het nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs heeft geen impact op voorwaarde dat het personeelslid aanvaardt om opnieuw te worden aangesteld onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau.

Door zijn nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs heeft het personeelslid echter ook recht op een tijdelijke aanstelling in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het niveau van zijn nieuwe (hogere) bekwaamheidsbewijs.

Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn "nieuwe" niveau van bekwaamheidsbewijs, maar ook het omkaderingsgewicht voor de vacante betrekking moet dan aangepast zijn aan het niveau van dat nieuwe bekwaamheidsbewijs.

Op het ogenblik dat een personeelslid zich kandidaat stelt of in aanmerking komt voor vaste benoeming in een betrekking van directeur geldt het principe dat er een vaste benoeming mogelijk is in alle betrekkingen waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Dit betekent dat het personeelslid kan worden vastbenoemd op basis van zijn nieuwe "hogere" bekwaamheidsbewijs, maar evenzeer kandidaat kan zijn voor een vaste benoeming onder het niveau van zijn (nieuwe) hoogste bekwaamheidsbewijs.

Opgelet
Het personeelslid dat bij overgangsmaatregel de salarisschaal 599 geniet voor het ambt van directeur moet steeds op basis van die salarisschaal 599 aangesteld worden in dat ambt en kan in dat ambt dus nooit onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Voor de aanstelling van de directeur die bij overgangsmaatregel de salarisschaal 599 geniet, moet altijd 1,6 omkaderingsgewicht gebruikt worden. Zij worden aan AGODI gemeld als ‘directeur ten minste master’.

4.2.5. Het personeelslid is vastbenoemd in het ambt van directeur, van coördinator of van administratief medewerker

Op het ogenblik van vaste benoeming moet een personeelslid aan een aantal decretaal vastgelegde voorwaarden voldoen, waaronder beschikken over het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Bij een vaste benoeming in het ambt bepaalt het omkaderingsgewicht van de betrekking het vereiste niveau van bekwaamheidsbewijs en ook de salarisschaal van de betrekking.

Op het ogenblik van de vaste benoeming wordt het personeelslid door het centrumbestuur vastbenoemd in een ambt en geaffecteerd in een betrekking.

Als het personeelslid na zijn vaste benoeming een bijkomend "hoger" bekwaamheidsbewijs behaalt, heeft dit geen effect op zijn initiële vaste benoeming. Op het ogenblik van de vaste benoeming voldeed het personeelslid immers aan alle decretale voorwaarden, en is hij dus rechtsgeldig benoemd.

Het centrumbestuur kan rekening houden met het nieuwe niveau van bekwaamheidsbewijs en het omkaderingsgewicht van het personeelslid verhogen. Het personeelslid wordt vanaf de ingangsdatum van de aanpassing betaald aan de salarisschaal die overeenkomt met het omkaderingsgewicht van de betrekking en blijft benoemd in het ambt in kwestie.

  • Vervanging van een administratief medewerker, van een directeur of van een coördinator

Als een personeelslid dat titularis is van een betrekking in het ambt van administratief medewerker, in het ambt van directeur of in het ambt van coördinator afwezig is en in aanmerking komt voor een door de overheid gefinancierde of gesubsidieerde vervanging, kan het centrumbestuur een vervanger in dienst nemen met hetzelfde niveau van bekwaamheidsbewijs als dat van de titularis of met een ander niveau van bekwaamheidsbewijs dan dat van de titularis.

Dit heeft geen invloed op het omkaderingsgewicht van de betrekking, maar de vervanger wordt wel bezoldigd op basis van zijn niveau van bekwaamheidsbewijs.

4.3. Bijkomende omkaderingsgewichten ter vermindering van de werkdruk

4.3.1. Doelstelling en inrichting

Aan de centra worden voor het schooljaar 2021-2022 globaal 20,69 organieke omkaderingsgewichten voor de ondersteuning van de vermindering van de werkdruk toegekend. Deze omkaderingsgewichten worden vanaf het schooljaar 2022-2023 evenredig aangepast aan eventuele wijzigingen aan de totaliteit van de reële omkadering van alle centra ten opzichte van het voorafgaande schooljaar.

Die omkaderingsgewichten worden over de centra verdeeld in verhouding tot de reële omkadering van het centrum en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de reële omkadering van alle centra.

De omkaderingsgewichten voor de vermindering van de werkdruk worden aangewend in wervingsambten van het technisch personeel of van het ondersteunend personeel. De wijze waarop de werkdruk wordt verminderd, en de middelen worden aangewend, volgt uit lokaal overleg.

De omkaderingsgewichten voor de vermindering van de werkdruk die elk centrum ontvangt, kunnen door elk centrum gedeeltelijk of volledig worden overgedragen aan een al dan niet netoverstijgend samenwerkingsverband van centra onderling, naar de permanente ondersteuningscel of een netoverstijgend samenwerkingsverband van de permanente ondersteuningscellen of naar een netoverstijgende regionale ondersteuningscel. Ook bij een overdracht kunnen die omkaderingsgewichten alleen voor de vermindering van de werkdruk in wervingsambten van het technisch personeel of van het ondersteunend personeel worden aangewend.

4.3.2. Melding

De personeelsleden die aangesteld worden in omkaderingsgewichten ter vermindering van de werkdruk meldt u met de vakcode 1778 (ondersteuning kerntaken leraar).

Voorbeeld

Een tijdelijk psycho-pedagogisch consulent wordt vanaf 15 november belast met één uur "vermindering werkdruk". Daarnaast heeft zij nog een aanstelling voor 18/36.

Bericht geldig op 15 november:

1u psycho-pedagogisch consulent ATO 2 met vakcode 1778 (ondersteuning kerntaken leraar) tot 31/08

18u psycho-pedgogisch consulent ATO 2 tot 31/08.

Voorbeeld

Een deeltijds (24/36 ) vastbenoemd maatschappelijk werker wordt vanaf 1 december belast met één uur "vermindering werkdruk". Daarnaast presteert zij nog 23/36 als vastbenoemd maatschappelijk werker.

Bericht geldig op 1 december:

23u maatschappelijk werker ATO 4 tot oneindig

1u maatschappelijk werker ATO 4 met vakcode 1778 (ondersteuning kerntaken leraar) tot oneindig

4.4. Bijkomende omkaderingsgewichten voor "Samen school maken"

4.4.1. Doelstelling en inrichting

De organieke omkaderingsgewichten samen school maken dienen aangewend te worden om het sociaal overleg en onderhandeling te versterken. Aan de centra worden voor het schooljaar 2021-2022 globaal 4,98 organieke omkaderingsgewichten samen school maken toegekend. Deze omkaderingsgewichten worden vanaf het schooljaar 2022-2023 evenredig aangepast aan eventuele wijzigingen aan de totaliteit van de reële omkadering van alle centra ten opzichte van het voorafgaande schooljaar.

Die omkaderingsgewichten worden over de centra verdeeld in verhouding tot de reële omkadering van het centrum en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de reële omkadering van alle centra.

De omkaderingsgewichten samen school maken worden aangewend in wervingsambten van het technisch personeel of van het ondersteunend personeel.

De omkaderingsgewichten samen school maken die elk centrum ontvangt, kunnen door elk centrum gedeeltelijk of volledig worden overgedragen aan een al dan niet netoverstijgend samenwerkingsverband van centra onderling, of naar een netoverstijgende regionale ondersteuningscel. Ook bij een overdracht kunnen die omkaderingsgewichten alleen voor het samen school maken in wervingsambten van het technisch personeel of van het ondersteunend personeel worden aangewend.

De omkaderingsgewichten samen school maken worden op centrumniveau aangewend conform het afsprakenkader tussen de sociale partners ter uitvoering van punt 3.4. Samen school maken van cao XII.

4.4.2. Melding

De personeelsleden die aangesteld worden in omkaderingsgewichten "samen school maken" meldt u met de vakcode 1777 (samen school maken).

Voorbeeld

Een tijdelijk paramedisch werker met een aanstelling van doorlopende duur wordt vanaf 15 november deeltijds belast met één uur "samen school maken". Daarnaast heeft hij nog een aanstelling voor 17/36 als paramedisch werker.

Bericht geldig op 15 november:

1 u paramedisch werker ATO 2 TADD met vakcode 1777 (samen school maken) tot 31/08

17u paramedisch werker ATO 2 TADD tot 31/08

Voorbeeld

Een CLB wenst een deeltijds vastbenoemde consulent (24/36) één uur in te zetten voor "samen school maken" vanaf 8 november. Daarnaast heeft het personeelslid nog een aanstelling voor 23/36 als vastbenoemde consulent.

Bericht geldig op 8 november:

1u consulent ATO 4 met vakcode 1777 (samen school maken) tot oneindig

23u consulent ATO 4 tot oneindig.

5. De prestatieregeling

5.1. Wervingsambten

Het aantal uren voor een voltijdse betrekking in de wervingsambten van het ondersteunend personeel en van het technisch personeel bedraagt 36 klokuren (36/36) op weekbasis.

Een deeltijdse betrekking in deze ambten kan worden uitgeoefend vanaf minstens één klokuur en altijd in gehele klokuren.

5.2. Het selectieambt van coördinator

Het selectieambt van coördinator moet steeds per voltijdse betrekking of halftijdse betrekking worden ingericht. De voltijdse betrekking kan ingevuld worden door een personeelslid met een voltijdse opdracht van 36 klokuren (36/36) op weekbasis of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse opdracht van 18 klokuren (18/36) op weekbasis zijn belast.

Een halftijdse betrekking van 18 klokuren (18/36) wordt steeds ingevuld door 1 personeelslid.

5.3. Het bevorderingsambt van directeur

Het bevorderingsambt van directeur moet steeds per voltijdse betrekking worden ingericht. De voltijdse betrekking kan ingevuld worden door één personeelslid of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast.

Voor het ambt van directeur legt de overheid geen feitelijke prestatieregeling op. Deze prestatieregeling wordt afgesproken met het centrumbestuur.

Om het salaris van de directeur te bepalen, moet voor de opdracht van de directeur - net als voor de andere personeelsleden - de administratieve noemer 36 worden gebruikt.

6. Vaststellen van het salaris

De vaststelling van het salaris gebeurt op basis van de prestatieregeling, d.w.z. op basis van opdrachtbreuk met noemer 36. Het personeelslid dat aangesteld is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en in een wervingsambt van het ondersteunend personeel of van het technisch personeel, ontvangt een salaris dat wordt uitgedrukt in zesendertigsten.

7. Melding aan AGODI

7.1. Het ambt van administratief medewerker

Het ambt van administratief medewerker kan op drie verschillende opleidingsniveaus ingericht worden, waarbij een personeelslid met zijn akkoord onder het niveau van zijn bekwaamheidsbewijs aangesteld kan worden. Het niveau van de aanstelling moet m.a.w. altijd gemeld worden.

Per opleidingsniveau wordt een aparte "ambtscode" voorzien:

  • Administratief medewerker ten minste master: ambtscode 0315
  • Administratief medewerker ten minste bachelor: ambtscode 0316
  • Administratief medewerker ten minste HSO: ambtscode 0317

Voorbeeld

Een medewerker is vastbenoemd voor 36/36 op niveau HSO.

Bericht geldig op 1 september:

36u administratief medewerker ten minste HSO (ambtscode 0317) ATO 04 tot 31/12/4444

7.2. Het ambt van coördinator

Het ambt van coördinator kan op drie verschillende opleidingsniveaus ingericht worden, waarbij een personeelslid met zijn akkoord onder het niveau van zijn bekwaamheidsbewijs aangesteld kan worden. Het niveau van de aanstelling moet m.a.w. altijd gemeld worden.

Per opleidingsniveau wordt een aparte "ambtscode" voorzien:

  • Coördinator in het bezit van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het ambt van arts in een CLB: ambtscode 0318
  • Coördinator ten minste master: ambtscode 0319
  • Coördinator ten minste bachelor: ambtscode 0320

Voorbeeld

Een personeelslid is vastbenoemd voor een voltijdse opdracht (36/36) in het ambt van coördinator op niveau ten minste master.

Bericht geldig op 1 september:

36u coördinator ten minste master (ambtscode 0319) ATO 04 tot 31/12/4444

7.3. Het ambt van directeur

Het ambt van directeur kan op twee verschillende opleidingsniveaus ingericht worden, waarbij een personeelslid met zijn akkoord onder het niveau van zijn bekwaamheidsbewijs aangesteld kan worden. Het niveau van de aanstelling moet m.a.w. altijd gemeld worden.

Daarnaast kan een directeur ook aangesteld zijn op basis van de overgangsmaatregel waarbij hij ten persoonlijke titel recht heeft op de salarisschaal 599. Zij worden ook gemeld als ‘directeur ten minste master’

Per opleidingsniveau wordt een aparte "ambtscode" voorzien:

  • Directeur ten minste master: ambtscode 0346
  • Directeur ten minste bachelor: ambtscode 0347