Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het opleidingsaanbod, de structuur, organisatie en financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen

  • goedkeuringsdatum
    4/05/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 18/06/2018 (pagina 50226)
  • bron

    Numac : 201812518
  • datum laatste wijziging
    04/05/2018

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 26;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2005 houdende de organisatie en de financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 24 november 2017;

Gelet op het protocol nr. 73 van 19 januari 2018, houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 73 van 19 januari 2018, houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies 63.066/1 van de Raad van State, gegeven op 3 april 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. Inleidende bepalingen

ART 1

Dit besluit is van toepassing op de Beiaardschool.

ART 2.

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Beiaardschool: de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn te Mechelen;
2° besluit van 4 mei 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs.

HOOFDSTUK 2. Structuur en indeling van het opleidingsaanbod in vakken

Afdeling 1. Structuur, lessenroosters en beroepskwalificatie

ART 3.

§ 1. De Beiaardschool organiseert een opleiding beiaard.

§ 2. Het aantal wekelijkse lestijden dat de Beiaardschool in de verschillende graden over heel de graad bekeken organiseert als ze de graad in kwestie organiseert, bedraagt:
1° in de twee leerjaren van de eerste graad: 2 lestijden;
2° in de vier leerjaren van de tweede graad: 14 lestijden;
3° in de drie of vier leerjaren van de derde graad: 12 lestijden;
4° in de drie leerjaren van de vierde graad: 15 lestijden.

§ 3. In afwijking van § 2 kan de Beiaardschool de opleiding ook organiseren in intensievere lespakketten van minimaal tweehonderd jaarlijkse lestijden op een kortere termijn dan een leerjaar in het lineaire traject.

§ 4. De volgende beroepskwalificatie geldt voor de vierde graad van de langlopende studierichting beiaardier, vermeld in artikel 18 § 1, 1° van het decreet van 9 maart 2018: beiaardier.

ART 4.

§ 1. De Beiaardschool bepaalt in een schoolwerkplan de volgende organisatorische aspecten van de opleiding:
1° de doelstellingen en de inhoud van de opleiding, het opleidingsprogramma en de studieomvang;
2° de organisatie van het schooljaar;
3° de mogelijkheid om de opleiding te volgen in intensieve lessenpakketten zoals vermeld in artikel 3, § 3;
4° de gehanteerde onderwijs-, werk- en evaluatievormen;
5° de toelatingsvoorwaarden, die betrekking hebben op artistieke vooropleiding of competenties.

De Beiaardschool bezorgt het schoolwerkplan jaarlijks aan het Departement Onderwijs en Vorming.

In het tweede lid wordt verstaan onder het Departement Onderwijs: het departement, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.

§ 2. De onderwijsinspectie is belast met de kwaliteitsbewaking, vermeld in TITEL IV van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs.

Afdeling 2. Vakken

ART 5.

De volgende vakken kunnen in de Beiaardschool worden gegeven:
1° instrument beiaard;
2° theorie en techniek van de beiaard;
3° instrument piano-beiaard;
4° samenspel/handbellenkoor;
5° campanologie;
6° harmonie en praktische harmonie;
7° harmonie, arrangement en compositie;
8° improvisatie.

HOOFDSTUK 3. Rechten en plichten van leerlingen

ART 6.

Voor wat de rechten en plichten van leerlingen betreft, zijn de bepalingen van hoofdstuk 4 van het besluit van 4 mei 2018 van toepassing op de Beiaardschool.

HOOFDSTUK 4. Financiering

ART 7.

Conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit, worden de personeels- en werkingskosten van de Beiaardschool gefinancierd op de wijze, vermeld in artikel 8 en 9.

ART 8.

De Beiaardschool ontvangt voor het schooljaar X, X+1 een werkingsbudget van 25.606 euro.

Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden de bedragen van het voorgaande schooljaar jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die berekend wordt met de volgende formule: A = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.

De A-coëfficiënt wordt voor 100% in rekening gebracht.

ART 9.

Op basis van het aantal ingeschreven leerlingen ontvangt de Beiaardschool jaarlijks een pakket lestijden. Dat pakket lestijden bedraagt per ingeschreven leerling twee lestijden. De Beiaardschool kan dat urenpakket vrij aanwenden.

De Beiaardschool heeft recht op het ambt van directeur naar rato van 1/20 per volledige reeks van tien leerlingen.

Als de Beiaardschool het aantal van vijf leerlingen niet bereikt, gaat ze over tot de geleidelijke sluiting van iedere graad, leerjaar per leerjaar, te beginnen met het laagste, tenzij ze op de vorige teldag voldeed aan de voorwaarden, vermeld in artikel 125 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs. In dat aantal zijn ook de studenten inbegrepen die de opleiding, vermeld in artikel 4, § 1, 3°, volgen. In dat geval worden de werkingsmiddelen en het aantal lestijden proportioneel aangepast.

HOOFDSTUK 5. Personeel

ART 10.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans", is van toepassing op het bestuurs- en onderwijzend personeel van de Beiaardschool, met dien verstande dat de bekwaamheidsbewijzen waarvan de leraars van de Beiaardschool houder moeten zijn en de bijhorende weddenschalen, opgesomd zijn in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

ART 11.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie is van toepassing op het bestuurs- en onderwijzend personeel van de Beiaardschool. Voor de toepassing ervan gelden de volgende ambtshalve concordanties:
1° het vak praktische harmonie en improvisatie wordt ambtshalve geconcordeerd naar het vak harmonie en praktische harmonie;
2° het vak praktische harmonie en improvisatie wordt ambtshalve geconcordeerd naar het vak improvisatie;
3° het vak harmonie en beiaardcompositie (carillonistiek) wordt ambtshalve geconcordeerd naar het vak harmonie, arrangement en compositie;
4° het vak samenspel wordt ambtshalve geconcordeerd naar het vak samenspel/handbellenkoor.

HOOFDSTUK 6. Inschrijvingsgeld

ART 12.

Voor het inschrijvingsgeld zijn de bepalingen van hoofdstuk 6 van het besluit van 4 mei 2018 ook van toepassing op de Beiaardschool.

HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen

ART 13.

 Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2005 houdende de organisatie en de financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen wordt opgeheven.

ART 14.

§ 1. De weddentoelagen die aan de personeelsleden van de Beiaardschool werden uitgekeerd op basis van diensten die werden gepresteerd in de Beiaardschool tot en met 31 augustus 2004, zijn definitief verworven.

§ 2. De afwijkingen voor de bekwaamheidsbewijzen die voor 31 augustus 2004 uitdrukkelijk of in feite werden toegestaan aan de personeelsleden van de Beiaardschool, zijn definitief verworven.

§ 3. De overgangsregeling, vermeld in de paragrafen 1 en 2, is van toepassing op:
1° het personeelslid dat in de Beiaardschool uiterlijk op 1 januari 2004 vastbenoemd is en als zodanig erkend is door de Vlaamse Gemeenschap;
2° het tijdelijke personeelslid in de Beiaardschool dat, met behoud van toepassing van de verloven en afwezigheden, vermeld in artikel 14, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans", vanaf 1 september 2002 ononderbroken in dienst was in de Beiaardschool in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en als dusdanig bezoldigd werd door de Vlaamse Gemeenschap.

De overgangsregeling, vermeld in de paragrafen 1 en 2, geldt voor het ambt van leraar, het vak en de specialiteit waarmee het personeelslid belast was in het schooljaar 2003-2004 en ook voor het vak en de specialiteit waarvan het op 1 juni 2004 titularis was.

In het tweede lid wordt verstaan onder titularis: het personeelslid dat in een vacante betrekking vastbenoemd of tijdelijk aangesteld is.

Het personeelslid, vermeld in het eerste lid, 1° of 2° en dat geen vereist bekwaamheidsbewijs bezit bij de toepassing van dit besluit, wordt voor de rechtspositie en de bezoldiging bij overgangsmaatregel beschouwd een vereist bekwaamheidsbewijs te hebben.

ART 15.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE Bijlage