Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de individuele concordantie in het deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie

  • goedkeuringsdatum
    8/06/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 1/08/2018 (pagina 60579)
  • bron

    Numac : 2018040469
  • datum laatste wijziging
    20/08/2019

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 56ter, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 15 juni 2007 en 22 juni 2007, en artikel 56quater, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007;
Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 74quater, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006, 15 juni 2007 en 22 juni 2007, en artikel 74quinquies, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 februari 2018;
Gelet op protocol nr. 92 van 20 april 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
Gelet op advies 63.371/1 van de Raad van State, gegeven op 30 mei 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Individuele concordantie in het deeltijds kunstonderwijs

ART 1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 2 van het decreet rechtspositie gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 4 van het decreet rechtspositie gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.

ART 2.

§ 1. In een academie van het deeltijds kunstonderwijs, als vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, kan op 1 september 2018 een individuele concordantie, als vermeld in artikel 56quater, § 1, van het decreet rechtspositie gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 74quinquies, § 1, van het decreet rechtspositie gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 toegekend worden.

Die individuele concordantie, vermeld in het eerste lid, kan toegekend worden aan de personeelsleden, die in het ambt van leraar aangesteld zijn in een vak waarvoor ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° uiterlijk op 31 augustus 2018 vastbenoemd zijn;
2° tijdelijk aangesteld geweest zijn of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht tijdens de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018.

§ 2. Ook op 1 september 2019 kan in een academie van het deeltijds kunstonderwijs een individuele concordantie toegekend worden. Die individuele concordantie kan toegekend worden aan de personeelsleden, die in het ambt van leraar aangesteld zijn in hetzij het kunstvak atelier musical/muziektheater, hetzij het kunstvak groepsmusiceren vocaal musical/muziektheater, hetzij het kunstvak zang musical/muziektheater, hetzij het algemeen vak muziekgeschiedenis: musical/muziektheater, hetzij het algemeen vak muziekcultuur: musical/muziektheater en aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in een van de hierboven vermelde vakken;
2° tijdelijk aangesteld geweest zijn of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in een van de hierboven vermelde vakken tijdens het schooljaar 2018-2019.

ART 3.

Voor een individuele concordantie, als vermeld in artikel 2, geldt het volgende:
1° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling, als dat van toepassing is, in de oude benaming, geldt als kandidaatstelling voor de nieuwe benaming;
2° de diensten, die gepresteerd zijn in de oude benaming, tellen automatisch mee als gepresteerde diensten in de nieuwe benaming;
3° de kandidaatstelling voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in de oude benaming geldt als kandidaatstelling voor de nieuwe benaming;
4° het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor de oude benaming geldt automatisch voor de nieuwe benaming;
5° een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor de oude benaming geldt automatisch voor de nieuwe benaming;
6° de vacantverklaring en de kandidaatstelling voor een vaste benoeming in de oude benaming, worden geacht te zijn gebeurd in de nieuwe benaming;
7° wie vast benoemd is voor de oude benaming, is automatisch vast benoemd voor de nieuwe benaming;
8° de vacantverklaring en de kandidaatstelling voor een mutatie, als dat van toepassing is, in de oude benaming, worden geacht te zijn gebeurd in de nieuwe benaming;
9° wie terbeschikking gesteld was wegens ontstentenis van betrekking voor de oude benaming, is dat automatisch voor de nieuwe benaming;
10° wie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld was in de oude benaming, is dat automatisch in de nieuwe benaming;
11° een conformiteitsattest voor de oude benaming, dat is uitgereikt ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36, geldt automatisch voor de nieuwe benaming;
12° artistieke ervaring voor de oude benaming, die erkend is ter uitvoering van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst" of van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans", geldt automatisch voor de nieuwe benaming.

ART 4.

In het geval van een individuele concordantie, als vermeld in artikel 2, § 1 moet het individueel ondertekende concordantieformulier uiterlijk op 15 september 2018 ingediend worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. In het geval van een individuele concordantie, als vermeld in artikel 2, § 2 moet het individueel ondertekende concordantieformulier uiterlijk op 15 september 2019 ingediend worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

ART 5.

§ 1. Als het personeelslid en de inrichtende macht niet tot een akkoord komen, kan het personeelslid het bezwaarschrift, vermeld in artikel 56quater, § 3, van het decreet rechtspositie gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 74quinquies, § 3, van het decreet rechtspositie gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, indienen bij de Commissie Bezwaarschriften, vermeld in paragraaf 2, uiterlijk tien kalenderdagen nadat de beslissing hem werd meegedeeld.

Als de inrichtende macht nagelaten heeft een beslissing te nemen, kan het personeelslid tot uiterlijk 5 oktober 2018 een gemotiveerd bezwaarschrift indienen, wanneer het een individuele concordantie betreft, als vermeld in artikel 2, § 1. Als het een individuele concordantie betreft, als vermeld in artikel 2, § 2, kan het personeelslid dat tot uiterlijk 5 oktober 2019 doen.

§ 2. De Commissie Bezwaarschriften bestaat uit de administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijsdiensten of zijn afgevaardigde, en uit een bevoegde inspecteur. De Commissie Bezwaarschriften beslist collegiaal binnen de dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de Commissie ingediend werd.

ART 6.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn alleen die individuele concordanties mogelijk, die vermeld zijn in de bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie

ART 7.

In artikel 2, § 1, 13°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de woorden "bestuurs- en onderwijzend personeel" en de woorden "en van het opvoedend hulppersoneel" wordt telkens de zinsnede "van het ondersteunend personeel" ingevoegd;
2° de zinsnede "studierichting "Beeldende kunst"" wordt vervangen door de zinsnede "domein "Beeldende en audiovisuele kunst"";
3° de zinsnede "studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans"" wordt vervangen door de zinsnede "domeinen "Muziek", "Woordkunst-Drama" en "Dans"".

ART 8.

Bijlage VI bij hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2014, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen

ART 9.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.

ART 10.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE Bijlage 1

BIJLAGE Bijlage 2