Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen

  • goedkeuringsdatum
    14/09/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 19/10/2018 (pagina 79631)
  • bron

    Numac : 2018014312
  • datum laatste wijziging
    28/08/2019

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse onderwijsraad, artikel 78;
Gelet op het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, artikel 84;
Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, artikel 7, vervangen bij het decreet van 1 juli 2017, 12, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2017, en 15, gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013;
Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, artikel 5, § 6, 12, 115, § 1, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014 en het decreet van 4 april 2014, en 123/3, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, en artikel 357/14, 357/18, 357/22, 357/24, 357/25, § 2, 357/27, 357/29, 357/31, 357/46, 357/47, 357/50, 357/52, 357/53 en 357/55, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 23 april 2018;
Gelet op het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, gegeven op 17 mei 2018;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen, gegeven op 28 mei 2018;
Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 4 juni 2018;
Gelet op protocol nr. 98 van 15 juni 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
Gelet op advies 63.754/1/V van de Raad van State, gegeven op 30 juli 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Duaal leren en de aanloopfase

Afdeling 1. Organisatie van duaal leren

ART 1.

De periode van twintig opleidingsdagen per schooljaar waarin de leerling geen overeenkomst hoeft te hebben, vermeld in artikel 357/22 van de codex secundair onderwijs, wordt in de volgende situaties verlengd :
1° de leerling is gewettigd afwezig gedurende die periode van twintig opleidingsdagen : de periode wordt verlengd met het aantal dagen van de afwezigheid;
2° de onderneming wordt erkend gedurende die periode van twintig opleidingsdagen : de periode wordt verlengd met het aantal dagen dat in beslag genomen wordt door de procedure voor de erkenning van de onderneming;
3° de trajectbegeleider beslist om die periode van twintig opleidingsdagen te verlengen met maximaal dezelfde periode van twintig opleidingsdagen op basis van de inspanningen van de leerling en de specifieke context.

ART 2.

Met het oog op de leerlingenevaluatie in de duale structuuronderdelen van het voltijds gewoon secundair onderwijs is de organisatie van een geïntegreerde proef als vermeld in artikel 56 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, facultatief.

ART 3.

In zijn hoedanigheid van stemgerechtigd lid van de klassenraad moet de mentor het ambtsgeheim bewaren waartoe de stemgerechtigde leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarop de rechtspositieregeling in onderwijs van toepassing is, gehouden zijn. Als de leerling de werkplekcomponent achtereenvolgens op verschillende werkplekken invult en er dus verschillende mentoren bij die leerling zijn betrokken tijdens hetzelfde schooljaar, kunnen die mentoren bij stemming in de klassenraad samen maar één stem uitbrengen. Bij staking van stemmen van de mentoren stemt de trajectbegeleider namens die mentoren, onverminderd zijn eigen stem.

Tussen de aanbieder duaal leren en de werkplek worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de mentor in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de mentor op klassenraadsvergaderingen.

ART 4.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan een oproep lanceren bij organisatoren om in een begeleidingstraject te voorzien voor leerlingen tijdens de zoektocht naar een werkplek of op de werkplek.

De oproep, vermeld in het eerste lid, omvat minstens de volgende elementen :
1° een overzicht van de organisaties die kunnen intekenen op de oproep;
2° de selectieprocedure en de selectiecriteria die gebruikt worden om de organisatoren aan te wijzen;
3° de voorwaarden waaraan kandidaat-organisatoren moeten voldoen;
4° de hoogte van de subsidie;
5° de voorwaarden waaronder de subsidies kunnen worden ingetrokken;
6° de maximale subsidieerbare ondersteuning binnen de oproep;
7° de evaluatie van de begeleidingstrajecten.

Afdeling 2. Organisatie van de aanloopfase

ART 5.

De bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming stelt een toolbox van methodieken samen voor de screening van de leerling op arbeidsrijpheid, arbeidsbereidheid, studieoriëntatie, interesses, motivatie en eerder verworven competenties om te bepalen of die toegelaten wordt tot de aanloopfase, waarbinnen de aanbieders van de aanloopfase hun eigen keuzes kunnen maken.

ART 6.

Een begeleide leerervaring ter invulling van de aanloopcomponent kan bij elke natuurlijke persoon, privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon. Daarvoor wordt een opleidingsovereenkomst gesloten tussen de jongere, de aanbieder van de aanloopfase en de desbetreffende natuurlijke persoon of rechtspersoon. Die overeenkomst bevat de wederzijdse verplichtingen, de opvolging en de evaluatie van de aanloopcomponent.

Het model van de overeenkomst wordt vastgelegd door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

ART 7.

De oproep bij organisatoren van de aanloopfase wordt gelanceerd door de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Afdeling 3. Studiebekrachtiging

ART 8.

§ 1. In duale structuuronderdelen, behalve bij Se-n-Se, kunnen de volgende studiebewijzen uitgereikt worden:
1° een diploma van secundair onderwijs;
2° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad;
3° een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad;
4° een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
5° een bewijs van beroepskwalificatie;
6° een bewijs van deelkwalificatie;
7° een bewijs van competenties.

In duale structuuronderdelen Se-n-Se kunnen de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 7°, uitgereikt worden.

In aanloopstructuuronderdelen kunnen de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 7°, uitgereikt worden. Die studiebekrachtiging gebeurt met in acht name van het gegeven dat, zoals vastgelegd in het standaardtraject in kwestie, de inhoud van een aanloopstructuuronderdeel altijd een onderdeel is van de inhoud van het duaal structuuronderdeel waaraan het is gekoppeld.

Een duaal structuuronderdeel kan op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden. Met behoud van de toepassing van het derde lid kan een aanloopstructuuronderdeel op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden.

De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, waarvan het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, alleen als het uitgereikt wordt in het beroepssecundair onderwijs, gelden als een onderwijskwalificatie, met toepassing van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een beroepskwalificatie.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 6°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een deel van een beroepskwalificatie. Dat wordt expliciet op het model van studiebewijs vermeld, samen met de benaming van de beroepskwalificatie.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 7°, wordt toegekend als de leerling bepaalde competenties heeft verworven uit een erkende kwalificatie, zonder dat hij evenwel in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°.

§ 2. Een attest van regelmatige lesbijwoning wordt uitgereikt bij vroegtijdige beëindiging van de opleiding zonder dat er attesteerbare competenties verworven zijn of na het eerste leerjaar van een graad. Als het attest wordt uitgereikt na het eerste leerjaar van een graad, verleent het van rechtswege toegang tot het tweede leerjaar van die graad. Het attest kan ook uitgereikt worden in aanloopstructuuronderdelen.

§ 3. De volgende modellen, inclusief invulinstructies, zijn opgenomen in de volgende bijlagen:
1° het model voor een diploma van secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
2° het model voor een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;
3° het model voor een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd;
4° het model voor een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;
5° het model voor een bewijs van beroepskwalificatie is opgenomen in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd;
6° het model voor een bewijs van deelkwalificatie is opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd;
7° het model voor een bewijs van competenties is opgenomen in bijlage 8, die bij dit besluit is gevoegd;
8° het model voor een attest van regelmatige lesbijwoning is opgenomen in bijlage 9, die bij dit besluit is gevoegd.

Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, waarvan het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, alleen als het uitgereikt wordt in het beroepssecundair onderwijs, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.

Op het model van het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, wordt expliciet vermeld dat het een beroepskwalificatie betreft, samen met de naam van de beroepskwalificatie en het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.

In het model van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, wordt een studiebewijssupplement geïntegreerd.

Afdeling 4. Financiering en subsidiëring

ART 9.

Binnen de beschikbare kredieten bepaalt de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, per schooljaar het bedrag van de aanvullende werkingsmiddelen dat aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt toegekend per regelmatige leerling die op de eerste lesdag van februari ingeschreven is in een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

De aanvullende werkingsmiddelen voor de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden bij het voorschot op het werkingsbudget gevoegd.

ART 10.

§ 1. Dit artikel is van toepassing op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen.

§ 2. Per week kan gemiddeld maximaal twee uur van het aantal uren-leraar dat de schoolcomponent omvat, voor voordrachtgevers aangewend worden.

§ 3. Bij de overdracht van uren-leraar van een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een krediet van 34,27 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.

Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan die school wordt overgedragen.

§ 4. Bij de overdracht van uren-leraar van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een krediet van 29,63 euro. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.

Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan dat centrum wordt overgedragen.

§ 5. Bij de overdracht van uren-leraar van een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan een centrum voor volwassenenonderwijs wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in een leraarsuur als vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

§ 6. Bij de overdracht van leraarsuren van een centrum voor volwassenenonderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen leraarsuur omgezet in een krediet van 33,77 euro. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.

Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een centrum voor volwassenenonderwijs, wordt hetzelfde bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur-leraar dat aan dat centrum wordt overgedragen.

ART 10/1.

In functie van artikel 123 van Verordening (EG) nummer 1303/2013, wordt voor de volgende categorieën van leerlingen een registratie gedaan in Mijn Loopbaan van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding:
1° Leerlingen in een duaal structuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor extra begeleiding;
2° Leerlingen in een aanloopstructuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor de invulling van de aanloopcomponent.

Deze registratie laat toe om de rechtmatige toekenning van subsidies aan organisatoren na te gaan.

De registratie gebeurt door de organisator of de aanbieder duaal leren en beslaat de volgende gegevens:
- Identificatiegegevens van de leerling: rijksregisternummer, identificatie van Mijn Loopbaan, schoolnummer en inschrijvingsdatum;
- Tijdgegevens: de aanwezigheid van de leerling per dagdeel;
- Prestatiegegevens: de aan- en afwezigheid van de leerling bij de organisator en bij de aanbieder duaal leren.

De verwerking van de gegevens gebeurt door de managementautoriteit als bedoeld in het derde lid van artikel 123 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013. De opslagperiode is vastgelegd op 10 jaar. De beveiliging van de gegevens is in lijn met artikel 140 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013.

HOOFDSTUK 2. Wijzigingsbepalingen

Afdeling 1. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken

ART 11.

In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en 24 oktober 2008, wordt de zinssnede "of Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," telkens opgeheven.

ART 12.

In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt de zinssnede "of Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," opgeheven.

ART 13.

In artikel 10bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt de zinssnede "of Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," opgeheven.

ART 14.

Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt vervangen door wat volgt :

"Art. 11. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de instellingen die niet gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen alleen van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".

ART 15.

Aan artikel 14ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :

"Afwezigheden tijdens de werkplekcomponent van duale structuuronderdelen of de aanloopcomponent van aanloopstructuuronderdelen, als hier gebruik gemaakt wordt van een begeleide leerervaring in een onderneming, moeten in overeenstemming zijn met het arbeidsreglement.".

ART 16.

In artikel 14septies van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

"De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".

ART 17.

In artikel 14octies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2003 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

"De bepalingen van dit artikel zijn voor de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote enkel van toepassing op de duale structuuronderdelen of aanloopstructuuronderdelen.".

Afdeling 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs

ART 18.

Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008, wordt de volgende zinssnede toegevoegd aan § 1 :

"Met toepassing van artikels 357/3 en 357/39 uit de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, is dit artikel niet van toepassing op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen.".

Afdeling 3. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad

ART 19.

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :

1° punt 21 wordt opgeheven;

2° een nieuw punt wordt ingevoegd dat luidt als volgt :
"15° bis SYNTRUM : de koepelorganisatie die optreedt als vertegenwoordiger van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;".

ART 20.

In artikel 2, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt het woord "VSKO" vervangen door het woord "Katholiek Onderwijs Vlaanderen".

ART 21.

In artikel 3, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt het woord "VSKO" vervangen door het woord "Katholiek Onderwijs Vlaanderen".

ART 22.

In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd.

1° in § 1 wordt het getal "28" vervangen door het getal "29";

2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° negen vertegenwoordigers van de inrichtende machten, waarvan twee aangewezen door het Gemeenschapsonderwijs, één door POV, één door OVSG, drie door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, één door OKO en één door SYNTRUM;".

ART 23.

In artikel 5, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013, wordt het woord "VSKO" vervangen door het woord "Katholiek Onderwijs Vlaanderen".

Afdeling 4. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap

ART 24.

In artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :

1° in de inleidende zin worden de woorden "in bijlage XV tot en met XX" vervangen door de woorden "in bijlage XV tot en met XIX";

2° punt 6° wordt opgeheven.

ART 25.

In hetzelfde besluit wordt bijlage XV, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, vervangen door bijlage 10, die bij dit besluit is gevoegd.

ART 26.

In hetzelfde besluit wordt bijlage XVI, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, vervangen door bijlage 11, die bij dit besluit is gevoegd.

ART 27.

In hetzelfde besluit wordt bijlage XVII vervangen door bijlage 12, die bij dit besluit is gevoegd.

ART 28.

In hetzelfde besluit wordt bijlage XVIII vervangen door bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd.

ART 29.

In hetzelfde besluit wordt bijlage XIX vervangen door bijlage 14, die bij dit besluit is gevoegd.

ART 30.

In hetzelfde besluit wordt bijlage XX opgeheven.

Afdeling 5. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs

ART 31.

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015 en 7 juli 2017, wordt punt 6° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :

"6° deelkwalificatie : het begrip, vermeld in artikel 8, tweede lid, van het decreet van 30 april 2009;".

ART 32.

In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"3° /1 als dat van toepassing is, de titel van de deelkwalificatie(s) en de competenties die samen een deelkwalificatie vormen;";

2° aan punt 4° wordt de zinsnede ", met inbegrip van de eventuele deelkwalificatie(s)" toegevoegd;

3° punt 6° wordt opgeheven.

ART 33.

In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

"De erkende beroepskwalificatie omvat minstens de naam en de definitie van de beroepskwalificatie, de competenties van het gevalideerde beroepskwalificatiedossier, de eventuele onderliggende deelkwalificatie(s), de niveaubepaling van de beroepskwalificatie en het jaartal van de erkenning. Elke erkende beroepskwalificatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.".

Afdeling 6. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs

ART 34.

Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :

"Deelkwalificaties die gebruikt worden in een onderwijskwalificatie van niveau 1 tot en met 4, zijn deelkwalificaties die onderdeel uitmaken van een beroepskwalificatie van niveau 1 tot en met 4.".

ART 35.

In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt :

3° "de onderwijsdoelen, meer bepaald de eindtermen en de overige onderdelen waaruit de onderwijskwalificatie is samengesteld met toepassing van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009;".

HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen

ART 36.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019, met uitzondering van artikel 4 en 7, artikel 8, § 1, zevende lid, en artikel 18 tot en met 34, die in werking treden op 1 oktober 2018.

ART 37.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE Bijlage 1

Bijlage 1

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 1:

1° in het studiebewijssupplement wordt de laatste zin vervangen door wat volgt:
"De inhoud van de opleiding . . . . . duaal (1) is gebaseerd op een standaardtraject (www.kwalificatiesencurriculum.be/duaal-leren) dat de overheid heeft vastgelegd.";
2° bij de invulinstructies wordt punt (9) en de bijhorende tekst opgeheven.

BIJLAGE Bijlage 2

...

BIJLAGE Bijlage 3

Bijlage 3

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 3:

1° in het opschrift wordt de zinsnede "3° " vervangen door de zinsnede "2° ";
2° in het studiebewijssupplement wordt de laatste zin vervangen door wat volgt:
"De inhoud van de opleiding . . . . . duaal (1) is gebaseerd op een standaardtraject (www.kwalificatiesencurriculum.be/duaal-leren) dat de overheid heeft vastgelegd.";
3° bij de invulinstructies wordt punt (8) en de bijhorende tekst opgeheven.

BIJLAGE Bijlage 4

Bijlage 4

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 4:

1° in het opschrift wordt de zinsnede "4° " vervangen door de zinsnede "3° ";
2° in het studiebewijssupplement wordt de laatste zin vervangen door wat volgt:
"De inhoud van de opleiding . . . . . duaal (1) is gebaseerd op een standaardtraject (www.kwalificatiesencurriculum.be/duaal-leren) dat de overheid heeft vastgelegd.";
3° bij de invulinstructies wordt punt (8) en de bijhorende tekst opgeheven.

BIJLAGE Bijlage 5

Bijlage 5

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 5:


1° in het opschrift wordt de zinsnede "5° " vervangen door de zinsnede "4° ";
2° in het studiebewijssupplement wordt de laatste zin vervangen door wat volgt:
"De inhoud van de opleiding . . . . . (1) is gebaseerd op een standaardtraject (www.kwalificatiesencurriculum.be/duaal-leren) dat de overheid heeft vastgelegd.";
3° bij de invulinstructies wordt punt (9) en de bijhorende tekst opgeheven.

BIJLAGE Bijlage 6

BIJLAGE Bijlage 7

Bijlage 7

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 7:

1° in het opschrift van wordt de zinsnede "7° " vervangen door de zinsnede "6° ";
2° in het studiebewijssupplement wordt de laatste zin vervangen door wat volgt:
"De inhoud van de opleiding . . . . . (6) is gebaseerd op een standaardtraject (www.kwalificatiesencurriculum.be/duaal-leren) dat de overheid heeft vastgelegd.";
3° bij de invulinstructies wordt punt (10) en de bijhorende tekst opgeheven.

BIJLAGE Bijlage 8

Bijlage 8

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 8:

In het opschrift van bijlage 8 wordt de zinsnede "8° " vervangen door de zinsnede "7° ".

BIJLAGE Bijlage 9

Bijlage 9

* Bij BVR van 19 juli 2019, BS 28 augustus 2019, worden met ingang van 1 september 2019, de volgende wijzigingen aangebracht aan bijlage 9

In het opschrift van bijlage 9wordt de zinsnede "9 " vervangen door de zinsnede "8 ".

BIJLAGE Bijlage 10

BIJLAGE Bijlage 11

BIJLAGE Bijlage 12

BIJLAGE Bijlage 13

BIJLAGE Bijlage 14