Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 en diverse andere maatregelen

  • goedkeuringsdatum
    26 APRIL 2019
  • publicatiedatum
    B.S.02/08/2019
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    18/09/2020

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 28/08/2020 (B.S. 18/09/2020)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, artikel 2, § 6, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, artikel 12, artikel 115, § 1, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014 en het decreet van 4 april 2014, artikel 336, § 4, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij het decreet van 20 april 2018, artikel 357/31, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, en artikel 357/65, 357/66, 357/68, 357/69 en 357/71, ingevoegd bij het decreet van 30 november 2018;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen;

Gelet op advies nr. 102/2018 van de Gegevensbeschermingsautoriteit gegeven op 17 oktober 2018;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 december 2018; Gelet op het advies van de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen, gegeven op 17 januari 2019;

Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 28 januari 2019;

Gelet op het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, gegeven op 12 februari 2019;

Gelet op protocol nr. 129 van 15 maart 2019 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies 65.713 van de Raad van State, gegeven op 12 april 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. — Duaal leren

Afdeling 1. — Organisatie van duaal leren

Artikel 1.

De periode van twintig opleidingsdagen per schooljaar waarin de leerling geen overeenkomst hoeft te hebben, vermeld in artikel 357/66 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt in de volgende situaties op de volgende wijze verlengd:

1° de leerling is gewettigd afwezig gedurende die periode van twintig opleidingsdagen: de periode wordt verlengd met het aantal dagen van de afwezigheid;

2° de erkenningsperiode van de onderneming start of loopt gedurende die periode van twintig opleidingsdagen: de periode wordt verlengd met het aantal dagen dat in beslag genomen wordt door de procedure voor de erkenning van de onderneming;

3° de trajectbegeleider beslist om die periode van twintig opleidingsdagen te verlengen met maximaal een periode van veertig opleidingsdagen op basis van de inspanningen van de leerling ,de specifieke context, en het individuele handelingsplan van de leerling.

Art. 2.

Voor de leerlingenevaluatie in de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4 is de organisatie van een geïntegreerde proef als vermeld in artikel 56 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, facultatief.

Voor de leerlingenevaluatie in de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 is de organisatie van een kwalificatieproef als vermeld in artikel 13, § 1, en artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 door een kwalificatiecommissie als vermeld in artikel 17 van het voormelde besluit, facultatief.

Art. 3.

In zijn hoedanigheid van stemgerechtigd lid van de klassenraad bewaart de mentor het ambtsgeheim waartoe ook de andere stemgerechtigde leden van het bestuurs- en onderwijzend en paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, op wie de rechtspositieregeling in het onderwijs van toepassing is, gehouden zijn. Als de leerling de werkplekcomponent achtereenvolgens op verschillende werkplekken invult en er dus verschillende mentoren bij de leerling zijn betrokken tijdens hetzelfde schooljaar, kunnen de mentoren bij stemming in de klassenraad samen maar één stem uitbrengen. Bij staking van stemmen van de mentoren stemt de trajectbegeleider namens de mentoren, onverminderd zijn eigen stem.

Tussen de aanbieder duaal leren en de werkplek worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de mentor in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de mentor op klassenraadsvergaderingen.

Art. 4.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan een oproep lanceren bij organisatoren om in een begeleidingstraject te voorzien voor leerlingen tijdens de zoektocht naar een werkplek of op de werkplek.

De oproep, vermeld in het eerste lid, omvat minstens de volgende elementen:

1° een overzicht van de organisaties die kunnen intekenen op de oproep;

2° de selectieprocedure en de selectiecriteria die gebruikt worden om de organisatoren aan te wijzen;

3° de voorwaarden waaraan kandidaat-organisatoren moeten voldoen;

4° de hoogte van de subsidie;

5° de voorwaarden waaronder de subsidies kunnen worden ingetrokken;

6° de maximale subsidieerbare ondersteuning binnen de oproep;

7° de evaluatie van de begeleidingstrajecten.

Afdeling 2. — Studiebekrachtiging

Art. 5.

§ 1. In duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4, behalve bij Se-n-Se, kunnen de volgende studiebewijzen uitgereikt worden:

1° een diploma van secundair onderwijs;

2° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad;

3° een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad;

4° een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

5° een bewijs van beroepskwalificatie;

6° een bewijs van deelkwalificatie;.

In voorkomend geval kunnen in duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4, Se-n-Se de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, uitgereikt worden.

Een duaal structuuronderdeel kan op een of meer beroepskwalificaties of deelkwalificaties zijn gebaseerd en bijgevolg tot een of meer bewijzen van beroepskwalificatie of bewijzen van deelkwalificatie leiden.

[1B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 18/09/2020
De studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden als een onderwijskwalificatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt alleen als een onderwijskwalificatie als het uitgereikt wordt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het voormelde decreet.1B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 18/09/2020
]

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een beroepskwalificatie.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 6°, geldt met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet als een deel van een beroepskwalificatie. Dat wordt expliciet op het model van het studiebewijs vermeld, samen met de benaming van de beroepskwalificatie.

§ 2. Een bewijs van competenties wordt toegekend in opleidingsvorm 4 als de leerling bepaalde competenties heeft verworven uit een erkende kwalificatie, zonder dat hij echter in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen, vermeld in paragraaf 1.

§ 3. Een attest van regelmatige lesbijwoning wordt uitgereikt in opleidingsvorm 4 bij vroegtijdige beëindiging van de opleiding zonder dat er competenties verworven zijn of na het eerste leerjaar van een graad. Als het attest wordt uitgereikt na het eerste leerjaar van een graad, verleent het van rechtswege toegang tot het tweede leerjaar van die graad.

§ 4. De volgende modellen, inclusief invulinstructies, zijn opgenomen in de volgende bijlagen:

1° het model voor een diploma van secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 1, die bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen is gevoegd;

2° het model voor een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 3, die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd;

3° het model voor een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad is opgenomen in bijlage 4, die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd;

4° het model voor een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs is opgenomen in bijlage 5, die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd;

5° het model voor een bewijs van beroepskwalificatie is opgenomen in bijlage 6, die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd;

6° het model voor een bewijs van deelkwalificatie is opgenomen in bijlage 7,die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd;

7° het model voor een bewijs van competenties is opgenomen in bijlage 8, die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd;

8° het model voor een attest van regelmatige lesbijwoning is opgenomen in bijlage 9, die bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 is gevoegd.

[1B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 18/09/2020
Op de modellen van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld. Op het model van studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wordt het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader vermeld, als het studiebewijs wordt uitgereikt in een structuuronderdeel van het beroepssecundair onderwijs dat beantwoordt aan de samenstelling, vermeld in artikel 14, 2°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.1B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 18/09/2020
]

Op het model van het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 5°, wordt expliciet vermeld dat het een beroepskwalificatie betreft, samen met de naam van de beroepskwalificatie en het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.

In het model van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, wordt een studiebewijssupplement geïntegreerd.

Art. 6.

§ 1. In duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 kunnen in de kwalificatiefase en de integratiefase de volgende studiebewijzen uitgereikt worden:

1° een getuigschrift van de opleiding, een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 2;

2° een getuigschrift van de opleiding;

3° een bewijs van beroepskwalificatie;

4° een bewijs van deelkwalificatie.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 1°, dat pas uitgereikt kan worden nadat de modernisering secundair onderwijs is doorgevoerd, geldt, met toepassing van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, als een onderwijskwalificatie.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 3°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet, als een beroepskwalificatie.

Leerlingen die één van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, behalen in de kwalificatiefase van een duaal structuuronderdeel kunnen niet toegelaten worden tot de integratiefase van de identieke duale opleiding en niet toegelaten worden tot de integratiefase van een verwante niet-duale opleiding.

Het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 4°, geldt, met toepassing van artikel 14 van het voormelde decreet als een deelkwalificatie en wordt toegekend als de leerling niet in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°. Dat studiebewijs geldt als een deel van een beroepskwalificatie. Dat wordt expliciet vermeld op het model van het studiebewijs, vermeld in paragraaf 4, samen met de benaming van de beroepskwalificatie.

§ 2. Een attest van verworven bekwaamheden, wordt uitgereikt in opleidingsvorm 3 in de kwalificatiefase en de integratiefase als de leerling bepaalde competenties heeft verworven uit een erkende kwalificatie binnen zijn opleiding, zonder dat hij echter in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen, vermeld in paragraaf 1.

Een leerling die in een duale kwalificatiefase een attest van verworven bekwaamheden heeft behaald kan alleen op gemotiveerd advies van de klassenraad, worden toegelaten tot de duale integratiefase van dezelfde opleiding.

Een leerling die in een niet-duale kwalificatiefase een attest van verworven bekwaamheden heeft behaald kan alleen op gemotiveerd advies van de klassenraad, worden toegelaten tot de duale integratiefase van een verwante opleiding.

§ 3. Een attest beroepsonderwijs wordt uitgereikt in opleidingsvorm 3 in de kwalificatiefase en de integratiefase als een leerling niet in aanmerking komt voor één van de studiebewijzen, vermeld in paragraaf 1 en 2.

Een leerling die in een duale of niet duale kwalificatiefase een attest beroepsonderwijs heeft behaald kan niet worden toegelaten tot de duale integratiefase.

§ 4. De volgende modellen inclusief invulinstructies zijn opgenomen in de volgende bijlagen die bij dit besluit zijn gevoegd:

1° het model voor een getuigschrift van de opleiding, een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 2, is opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;

2° het model voor een getuigschrift van de opleiding, is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd;

3° het model voor een bewijs van beroepskwalificatie is opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;

4° het model voor een bewijs van deelkwalificatie is opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd;

5° het model voor een attest van verworven bekwaamheden, is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd;

6° het model voor een attest beroepsonderwijs is opgenomen in bijlage 6, die bij dit besluit is gevoegd.

Op het model van het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt expliciet vermeld dat het een onderwijskwalificatie betreft en wat het niveau van die onderwijskwalificatie is binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.

Op het model van het studiebewijs, vermeld in het eerste lid, 2° , wordt expliciet vermeld dat het een beroepskwalificatie of een deelkwalificatie omvat, samen met de naam van de beroepskwalificatie en het niveau ervan binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader.

In het model van de studiebewijzen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, wordt een studiebewijssupplement geïntegreerd.

Afdeling 3. — Financiering en subsidiëring

Art. 7.

§ 1. Per week kunnen gemiddeld maximaal twee lesuren van het aantal lesuren dat de schoolcomponent omvat, voor voordrachtgevers aangewend worden.

§ 2. Bij de overdracht van lesuren van een school voor buitengewoon secundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen lesuur omgezet in een krediet van 31,72 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.

Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag als het bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per lesuur dat aan die school wordt overgedragen.

§ 3. Bij de overdracht van uren van een school voor buitengewoon secundair onderwijs aan een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wordt elk overgedragen uur omgezet in een krediet van 22,46 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen conform de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar.

Als de overdracht plaatsvindt van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs, wordt hetzelfde bedrag als het bedrag, vermeld in het eerste lid, gehanteerd per uur dat aan die school wordt overgedragen.

§ 4. Bij de overdracht van lesuren van een school voor buitengewoon secundair onderwijs aan een centrum voor volwassenenonderwijs wordt elk overgedragen lesuur omgezet in een leraarsuur als vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

Afdeling 4. — Andere bepalingen

Art. 8.

In functie van artikel 123 van Verordening (EG) nummer 1303/2013, wordt een registratie gedaan in Mijn Loopbaan van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding voor leerlingen in een duaal structuuronderdeel waarvoor een beroep gedaan wordt op een organisator voor extra begeleiding.

Deze registratie laat toe om de rechtmatige toekenning van subsidies aan organisatoren na te gaan.

De registratie gebeurt door de organisator of de aanbieder duaal leren en beslaat de volgende gegevens:

- Identificatiegegevens van de leerling: rijksregisternummer, identificatie van Mijn Loopbaan, schoolnummer en inschrijvingsdatum;

- Tijdgegevens: de aanwezigheid van de leerling per dagdeel;

- Prestatiegegevens: de aan- en afwezigheid van de leerling bij de organisator en bij de aanbieder duaal leren.

De verwerking van de gegevens gebeurt door de managementautoriteit als bedoeld in het derde lid van artikel 123 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013. De opslagperiode is vastgelegd op 10 jaar. De beveiliging van de gegevens is in lijn met artikel 140 van de Verordening (EG) nummer 1303/2013.

HOOFDSTUK 2. — Wijzigingsbepalingen

Afdeling 1. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs

Art. 9.

...

Afdeling 2. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3

Art. 10.

...

Afdeling 3. — Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2018 houdende uitvoeringsmaatregelen betreffende het duaal leren en de aanloopfase en diverse andere maatregelen

Art. 11.

...

HOOFDSTUK 3. — Slotbepalingen

Art. 12.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019, met uitzondering van artikel 4, dat in werking treedt op 28 april 2019.

Art. 13.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGEN

Bijlage 1.

Model (formaat A4 = 210 x 297 mm) van getuigschrift van een opleiding in een duale opleiding als vermeld in artikel 6, §4, eerste lid, 1°

Bijlage 2.

Model (formaat A4 = 210 x 297 mm) van getuigschrift van een opleiding in een duale opleiding als vermeld in artikel 6, §4, eerste lid, 2°

Bijlage 3.

Model (formaat A4 = 210 x 297 mm) van beroepskwalificatie in een duale opleiding als vermeld in artikel 6, §4, eerste lid, 3°

Bijlage 4.

Model (formaat A4 = 210 x 297 mm) van deelkwalificatie in een duale opleiding als vermeld in artikel 6, §4, eerste lid, 4°

Bijlage 5.

Model (formaat A4 = 210 x 297 mm) van attest van verworven bekwaamheden behaald in een duale opleiding als vermeld in artikel 6, §4, eerste lid, 5°

Bijlage 6.

Model (formaat A4 = 210 x 297 mm) van attest beroepsonderwijs in een duale opleiding als vermeld in artikel 6, §4, eerste lid, 6°