Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vastlegging van de lijst van educatieve masteropleidingen

  • goedkeuringsdatum
    13 JULI 2018
  • publicatiedatum
    B.S.27/08/2020
  • datum laatste wijziging
    14/10/2020

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 25/01/2019 (B.S. 18/03/2019)

(2) B.Vl.R. van 04/09/2020 (B.S. 14/10/2020)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel II.114, § 2 en § 3, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 16 november 2017;

Gelet op protocol nr. 94 van 4 mei 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op protocol nr. 87 van 4 mei 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor het Hoger Onderwijs, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013;

Gelet op advies 63481/1 van de Raad van State, gegeven op 13 juni 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Art. 1.

De universiteiten kunnen de volgende educatieve masteropleidingen aanbieden:

1° een educatieve masteropleiding Cultuurwetenschappen, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied geschiedenis of het studiegebied archeologie en kunstwetenschappen of het studiegebied wijsbegeerte en moraalwetenschapen;

2° een educatieve masteropleiding Maatschappijwetenschappen, met een studieomvang van 90 studiepunten, binnen het studiegebied politieke en sociale wetenschappen;

3° een educatieve masteropleiding Economie, met een studieomvang van 90 studiepunten, binnen het studiegebied economische en toegepaste economische wetenschappen of het studiegebied handelswetenschappen en bedrijfskunde;

4° een educatieve masteropleiding [1B.Vl.R. van 25/01/2019
B.S. 18/03/2019
Godsdienst1B.Vl.R. van 25/01/2019
B.S. 18/03/2019
] , met een studieomvang van 90 studiepunten, binnen het studiegebied godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht;

5° een educatieve masteropleiding Lichamelijke Opvoeding, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied bewegings- en revalidatiewetenschappen;

6° een educatieve masteropleiding Wetenschappen en Technologie, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied wetenschappen;

7° een educatieve masteropleiding Gedragswetenschappen, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied psychologie en pedagogische wetenschappen;

8° een educatieve masteropleiding Ontwerpwetenschappen, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied architectuur;

9° een educatieve masteropleiding Talen, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied taal- en letterkunde of het studiegebied toegepaste taalkunde;

10° een educatieve masteropleiding Gezondheidswetenschappen, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied sociale gezondheidswetenschappen of het studiegebieden Geneeskunde of het studiegebied Biomedische wetenschappen.

[2B.Vl.R. van 04/09/2020
B.S. 14/10/2020

Art. 1/1.

De Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee kan een educatieve masteropleiding Godsdienst aanbieden, met een studieomvang van 90 studiepunten, binnen het studiegebied godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht.

2B.Vl.R. van 04/09/2020
B.S. 14/10/2020
]

Art. 2.

§ 1. De student van de educatieve masteropleiding, vermeld in artikel 1 [2B.Vl.R. van 04/09/2020
B.S. 14/10/2020
en artikel 1/1,2B.Vl.R. van 04/09/2020
B.S. 14/10/2020
] kiest uit de onderstaande lijst minstens één vakdidactiek, binnen de mogelijkheden die de universiteit [2B.Vl.R. van 04/09/2020
B.S. 14/10/2020
of de Evangelische Theologische Faculteit, vermeld in artikel 1/1,2B.Vl.R. van 04/09/2020
B.S. 14/10/2020
] aanbiedt:

1° Aardrijkskunde;

2° Arabisch;

3° Architectuur;

4° Bio-engineering;

5° Biologie;

6° Bulgaars;

7° Chemie;

8° Chinees;

9° Cultuurwetenschappen;

10° Deens;

11° Duits;

12° Economie;

13° Engels;

14° Engineering en technologie;

15° Frans;

16° Fysica;

17° Gedragswetenschappen;

18° Geschiedenis;

19° Gezondheidswetenschappen: diergeneeskunde;

20° Gezondheidswetenschappen: farmaceutische wetenschappen;

21° Gezondheidswetenschappen: medische wetenschappen;

22° Gezondheidswetenschappen: tandheelkunde;

23° Gezondheidswetenschappen: verpleegwetenschappen;

24° Godsdienst ( met diplomaspecificatie met betrekking tot de erkende godsdienst);

25° Grieks;

26° Japans;

27° Informatica;

28° Italiaans;

29° Latijn;

30° Kunstwetenschappen;

31° Lichamelijke Opvoeding;

32° Maatschappijwetenschappen;

33° Moraalwetenschappen;

34° Musicologie;

35° Nautische wetenschappen;

36° Nederlands;

37° Nederlands - niet thuistaal;

38° Ontwerp;

39° Oud Grieks;

40° PAV-maatschappelijke vorming;

41° Pools;

42° Portugees;

43° Psychologie en pedagogische wetenschappen;

44° Productontwikkeling;

45° Rechten;

46° Russisch;

47° Servisch-Kroatisch;

48° Spaans;

49° Tsjechisch;

50° Turks;

51° Zweeds;

52° Wijsbegeerte;

53° Wiskunde.

§ 2. De universiteiten leggen, binnen de schoot van de VLIR, eenduidig vast welke academische bacheloropleidingen en masteropleidingen rechtstreeks toegang hebben tot een vakdidactiek, vermeld in paragraaf 1.

§ 3. De universiteiten maken, binnen de schoot van de VLIR, afspraken over mogelijke uitzonderingen op de in paragraaf 2 beschreven toegang.

Art. 3.

De hogescholen kunnen, in het kader van een School of Arts, de volgende educatieve masteropleidingen aanbieden:

1° een educatieve masteropleiding Audiovisuele en Beeldende Kunsten, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied audiovisuele en beeldende kunsten;

2° een educatieve masteropleiding Muziek en Podiumkunsten, met een studieomvang van 120 studiepunten, binnen het studiegebied muziek en podiumkunsten.

Art. 4.

§ 1. De student van de educatieve masteropleiding, vermeld in artikel 3 kiest uit de onderstaande lijst minstens één vakdidactiek, binnen de mogelijkheden die de hogeschool, in het kader van een School of Arts, aanbiedt:

1° Algemene vakdidactiek Audiovisuele Kunst;

2° Algemene vakdidactiek Beeldende Kunst;

3° Algemene vakdidactiek Dans;

4° Algemene vakdidactiek Drama;

5° Algemene vakdidactiek Muziek;

6° Algemene vakdidactiek Productdesign;

7° Domeinoverschrijdende vakdidactiek Kunsten;

8° Specifieke vakdidactiek Audiovisuele Kunst: Auditieve vorming en creatie;

9° Specifieke vakdidactiek Audiovisuele Kunst: Beeldende vorming en creatie;

10° Specifieke vakdidactiek Beeldende Kunst: Design, ontwerp en vormgeving;

11° Specifieke vakdidactiek Beeldende Kunst: Vrije kunsten;

12° Specifieke vakdidactiek Dans: Hedendaagse dans;

13° Specifieke vakdidactiek Dans: Improvisatie en creatie;

14° Specifieke vakdidactiek Dans: Klassieke dans;

15° Specifieke vakdidactiek Drama: Spelen;

16° Specifieke vakdidactiek Drama: Tekst en creatie;

17° Specifieke vakdidactiek Muziek: Creatie;

18° Specifieke vakdidactiek Muziek: Directie;

19° Specifieke vakdidactiek Muziek: Groepsmusiceren;

20° Specifieke vakdidactiek Muziek: Instrumentenbouw;

21° Specifieke vakdidactiek Muziek: instrument/zang.

§ 2. De hogeschool, in het kader van een Schools of Arts, leggen binnen de schoot van de VLHORA, eenduidig vast welke academische bacheloropleidingen en masteropleidingen rechtstreeks toegang hebben tot een vakdidactiek, vermeld in paragraaf 1.

§ 3. De Schools of Arts maken, binnen de schoot van de VLHORA, afspraken over mogelijke uitzonderingen op de in paragraaf 2 beschreven toegang.

Art. 5.

Dit besluit treedt in werking vanaf het academiejaar 2019-2020.

Art. 6.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.