Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    DKO/2014/02
  • publicatiedatum
    3/10/2014
  • datum laatste wijziging
    20/08/2018
  • Redelijke aanpassingen binnen het gemeenschappelijk curriculum
  • Gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster
  • Individueel aangepast curriculum voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
  • Financiering van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de einddoelen in het deeltijds kunstonderwijs

Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs (organisatiebesluit)

mailto:infolijnonderwijs@vlaanderen.be

Johan Krygelmans, 02 553 89 74

Ingrid Leys , 02 553 92 43

Jos Thys , 02 553 92 27

1. Aanpassingen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften: uitgangspunten

1.1. Vooraf: mogelijkheid tot ondersteuning van de pedagogische begeleidingsdiensten

Het deeltijds kunstonderwijs toegankelijker maken voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften vormt voor een academie een uitdaging waarbij heel wat vragen kunnen rijzen. De pedagogische begeleidingsdiensten kunnen uw academie helpen bij specifieke knelpunten of vragen. Ze kunnen op uw vraag een langer ondersteuningstraject uitwerken om uw team te ondersteunen.

hoofd van de pedagogische begeleidingsdienst van het GO!: Saskia Lieveyns saskia.lieveyns@g-o.be

coördinator pedagogische begeleidingsdienst dko bij OVSG: Hans Laureyn

hans.laureyn@ovsg.be

coördinatie pedagogische begeleiding Nederlands en taalbeleid/kso en dko Katholiek Onderwijs Vlaanderen : Marleen Lippens marleen.lippens@katholiekonderwijs.vlaanderen

1.2. Gemeenschappelijk curriculum met pedagogische en schoolorganisatorische aanpassingen

Binnen de contouren van het niveaudecreet en het organisatiebesluit heeft elke academie de vrijheid om voor elke opleiding een lessenrooster samen te stellen. Op die manier verwerven de leerlingen de basiscompetenties of de competenties van de beroepskwalificatie. Dat is het gemeenschappelijk curriculum.

In 2009 heeft België het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd, wat gevolgen heeft voor heel het onderwijs, dus ook voor het deeltijds kunstonderwijs. In de geest van het VN-verdrag gaan we ervan uit dat de academie inspanningen levert zodat alle leerlingen, dus ook leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (leerstoornis, handicap) het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen. ’Redelijk’ betekent dat leerkrachten en directeur samen met de leerling (en zijn ouders) bekijken wat haalbaar is zowel voor de academie als de leerling zodat hij alle vakken kan volgen en de basiscompetenties of de competenties van de beroepskwalificatieverwerven. Voorbeelden van redelijke aanpassingen: de leerling krijgt meer tijd of bepaalde hulpmiddelen om een opdracht uit voeren, de leerkracht gebruikt een aangepaste methode, er zijn remediërende lessen, de evaluatie gebeurt in een aangepaste vorm.

Voorbeeld van een gemeenschappelijk curriculum met aanpassingen:

Een leerling muziek met een visuele beperking volgt het vak muzikale en culturele vorming via een aangepaste methode. Er vinden twee ‘redelijke aanpassingen’ plaats:

  • schoolorganisatorisch: de leerling volgt het vak muzikale en culturel e vorming in een andere klasgroep
  • pedagogisch-didactisch: de leerling verwerft de basiscompetenties via een aangepaste methode. Het curriculum zelf wordt niet aangepast. De leerling volgt alle vakken van het lessenrooster dat de academie voor de opleiding muziek tweede graad heeft bepaalden verwerft de basiscompetenties.

1.3. Gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster

Voor leerlingen die beschikken over een gemotiveerd verslag in het leerplichtonderwijs of op basis van Vlaamse of andere regelgeving erkend zijn als persoon met een handicap kan de academie een aangepast lessenrooster samen stellen. De leerlingen volgen dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet .

Ze verwerven wel alle basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie en blijven dus binnen het gemeenschappelijke curriculum.

1.4. Individueel aangepast curriculum

Sommige leerlingen zullen ondanks redelijke aanpassingen toch te weinig leerwinst boeken om binnen het gemeenschappelijk curriculum te blijven functioneren. In dat geval bekijken de leerkrachten en directeur met de leerling (en zijn ouders) welke basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie haalbaar zijn en welke niet. Indien nodig kan de academie ook een aangepast lessenrooster samenstellen. De leerling zal dan bepaalde vakken gedeeltelijk (minder lestijden) of helemaal niet volgen. Vanaf het moment dat een leerling niet meer alle basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie moet verwerven, volgt hij een individueel aangepast curriculum. 

Net als leerlingen in het gemeenschappelijk curriculum doorlopen leerlingen met een individueel aangepast curriculum de verschillende graden en leerjaren. Hoewel de doelen volledig op maat van de leerling uitgetekend worden en dus sterk kunnen verschillen van de basiscompetenties of de competenties van de beroepskwalificatie spreekt het voor zich dat het individueel aangepast curriculum uiteraard niet om even wat kan inhouden. ‘Aangepast’ wijst erop dat dit curriculum nog altijd een relatie moet blijven houden tot het gemeenschappelijke curriculum.

2. Gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster

2.1. Doelgroep

Een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster is mogelijk voor jongeren en volwassenen die ofwel:

  • beschikken over een ‘gemotiveerd verslag’, dat hen recht geeft op ondersteuning vanuit het buitengewoononderwijs. Dit verslag wordt vermeld in artikel 16van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 352van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  • erkend is als persoon met een handicap op basis van regelgeving van de Vlaamse, Franse of Duitstalige gemeenschap of federale regelgeving of buitenlandse regelgeving .

2.2. Voorwaarden

Voor elke leerling in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster kan de academie een gemotiveerd dossier voorleggen aan inspectie of verificatie. Dat dossier bevat een ‘gemotiveerd verslag’ of een attest waarin een overheid de leerling als persoon met handicap heeft erkend. Een ander belangrijk element van het dossier is de verantwoording van de aanpassingen aan het lessenrooster. Op die manier hebben die aanpassingen geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

2.3. Welke aanpassingen zijn mogelijk?

In een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster is het mogelijk dat de leerling:

  • een bepaald vak niet volgt. Dat kan zowel een verplicht vak zijn als een vak dat academie kiest uit de mogelijke vakken van optie(= afwijking van de artikelen 17 tot en met 22 van het organisatiebesluit);
  • minder of meer lestijden aan een vak besteedt, dan wat de regelgeving voorschrijft voor de verplichte vakken of wat de academie bepaalt voor de keuzevakken(= afwijking van de artikelen 17 tot en met 22 van het organisatiebesluit);
  • op een andere manier geëvalueerd wordt dan de evaluatieprocedure in het academiereglement.

Meer verregaande aanpassingen zijn enkel mogelijk in een individueel aangepast curriculum.

2.4. Duur van een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster, financierbaarheid en attestering

2.4.1. Duur

Net als andere leerlingen in het gemeenschappelijk curriculum kunnen deze leerlingen in elke graad maximaal één leerjaar overzitten.

2.4.2. Financierbaarheid

Leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster zijn financierbaar volgens de bepalingen in het niveaudecreet. Ook leerlingen die één of meer vakken niet volgen, zijn volledig financierbaar.

2.4.3. Attestering

Leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster die een kortlopende studierichting of een graad van een langlopende studierichting succesvol beëindigen, behalen een bewijs van competenties . Als ze slagen voor de vierde graad behalen ze een bewijs van beroepskwalificatie.

2.5. Zending van leerlingen met een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster in het Elektronisch Schooldossier (ESD)

Voor de registratie van leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster wordt een aparte financieringscode voorzien.

3. Individueel aangepast curriculum

3.1. Doelgroep

J ongeren en volwassenen met een beperking die te weinig leerwinst boeken in het gemeenschappelijke curriculum hebben recht op een individueel aangepast curriculum. Leerlingen komen hiervoor in aanmerking als ze:

  • ofwel beschikken over een verslag buitengewoon onderwijs (cf. artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010). Zoals het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (beter bekend als het M-decreet) vooropstelt, is het niet noodzakelijk dat leerlingen met dit verslag schoollopen in het buitengewoon onderwijs; zij kunnen ook terecht in het gewoon onderwijs.
  • ofwel erkend zijn als persoon met een handicap op basis van regelgeving van de Vlaamse, Franse of Duitstalige gemeenschap of federale regelgeving of buitenlandse regelgeving .

Andere leerlingen die geen dergelijk verslag hebben of niet erkend zijn door een overheid als persoon met een handicap, volgen het gemeenschappelijke curriculum al dan niet met redelijke aanpassingen.

3.2. Voorwaarden bij de start van een individueel aangepast curriculum

Er zijn twee voorwaarden:

  • overleg,
  • motivatie.

Een individueel aangepast curriculum betekent onderwijs op maat van de leerling. Het traject start met een gesprek tussen de leerling (en zijn ouders) en de directeur en betrokken leerkrachten. Dat zijn alle leerkrachten van de vakken die de leerling in een bepaald leerjaar zou moeten volgen in het gemeenschappelijk curriculum.

De leerkrachten en directeur overlopen samen met de leerling (en zijn ouders) de basiscompetenties of competenties van de beroepskwalificatie en bekijken welke haalbaar zijn mits redelijke aanpassingen en welke niet. Hierbij kunnen zij voortbouwen op gegevens uit het verslag buitengewoon onderwijs of het attest waarin de leerling erkend wordt als persoon met een handicap.

Op basis van dat gesprek schrijven de directeur en betrokken leerkrachten een motivatie om voor de betrokken leerling over te gaan tot een individueel aangepast curriculum. Het motivatiedocument is in de academie beschikbaar voor de inspectie, die hierop tijdens de doorlichting een kwaliteitstoets uitvoert, en de verificatie.

3.3. Uittekenen van een individueel aangepast curriculum

3.3.1. Afwijkingen van de reguliere organisatie van de opleidingen

Op basis van het gesprek tekenen de betrokken leerkrachten en directeur een individueel aangepast curriculum uit.

Een individueel aangepast curriculum betekent dat de leerlingen een opleiding op maat volgt, bijgevolg is er geen vooraf bepaald curriculum voorhanden. De regelgever heeft ervoor gekozen om deze leerlingen niet in aparte opties of vakken onder te brengen. De leerling wordt dus administratief ingeschreven in het domein, de optie, de graad en de vakken die het nauwst aansluiten bij zijn leervraag en mogelijkheden.

Schoolorganisatorisch bekijkt de academie in samenspraak met de leerling of hij samen met de leerlingen van het gemeenschappelijke curriculum les volgt, dan wel of hij samen met andere leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen, een klasgroep vormt. Uiteraard zijn er ook mengvormen mogelijk. Het VN-verdrag indachtig, spreekt het voor zich dat de academie de participatie van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het academiegebeuren zoveel mogelijk aanmoedigt.

Uitgaande van de motivatie (cf. 3.2. Voorwaarden bij de start van een individueel aangepast curriculum) kunnen academies afwijken van de organisatie van de opleidingen zoals vastgelegd in het organisatiebesluit. In een individueel aangepast curriculum is het mogelijk dat de leerling:

  • alle vakken volgt maar met aangepaste doelen (= afwijking van de bepalingen over einddoelen en leerplannen in artikel 5 en 8 van het niveaudecreet en de bepalingen van het besluit over de einddoelen)
  • een bepaald vak niet volgt. Dat kan zowel een verplicht vak zijn als een vak dat academie kiest uit de mogelijke vakken van optie (= afwijking van de artikelen 17 tot en met 22 van het organisatiebesluit);
  • minder of meer lestijden aan een vak besteedt, dan wat de regelgeving voorschrijft voor de verplichte vakken of wat de academie bepaalt voor de keuzevakken(= afwijking van de artikelen 17 tot en met 22 van het organisatiebesluit);
  • in een andere graad of leerjaar les volgt dan degene waarin hij op basis van de reguliere toelatingsvereisten moet zitten, bv. een jongere volgt les in de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor volwassenen of omgekeerd (= afwijking van toelatings- en overgangsvereisten in artikel 30 tot en met 36 van het niveaudecreet)
  • op een andere manier geëvalueerd wordt dan de evaluatieprocedure in het academiereglement.

Het is niet mogelijk om af te wijken van de minimale instapleeftijd van zes jaar.

Voorbeelden van een individueel aangepast curriculum:

Leerling die de optie beeldatelier volgt in de 3 e graad beeldende en audiovisuele kunsten

 

1 e lj. 3 e graad 

2 e lj. 3 e graad 

3 e lj. 3 e graad 

4 e lj. 3 e graad 

5 e lj. 3 e graad 

6 e lj. 3 e graad 

7 e lj. 3 e graad 

waarnemingstekenen 

1 lst./ week 

1 lst. / week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

beeldatelier 

2 lst./ week 

2 lst./ week 

2 lst./ week 

2 lst./ week 

2 lst./ week 

2 lst./ week 

2 lst./ week 

Waarbij het individueel aangepast curriculum op de volgende punten afwijkt van het gemeenschappelijk curriculum:

- de leerling bereikt gedeeltelijk andere doelen dan de basiscompetenties van de 3 e graad beeldende en audiovisuele kunsten ;

- de leerling besteedt maar 14 in plaats van 18 lestijden aan het vak beeldatelier ;

- de globale studieomvang bedraagt 21 lestijden in plaats van 24 lestijden ;

- de leerling is een volwassene en start in het eerste leerjaar van de 3 e graad voor jongeren.

Leerling muziek

 

1 e lj. 2 e graad 

2 e lj. 2 e graad 

3 e lj. 2 e graad 

4 e lj. 2 e graad 

Instrument : folk en wereldmuziek 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

Groepsmusiceren 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

1 lst./ week 

Waarbij het individueel aangepast curriculum op de volgende punten afwijkt van het gemeenschappelijk curriculum:

- de globale studieomvang bedraagt 8 lestijden in plaats van 1 2 lestijden ;

- de leerling volgt geen muzikale en culturele vorming, in het gemeenschappelijk curriculum is dat een verplicht vak;

- de leerling verwerft een selectie van de basiscompetenties van de tweede graad muziek.

3.3.2. Ontwikkelingsgerichtheid

Het uitgestippelde leertraject moet ertoe leiden dat de leerling vorderingen maakt en dus leerwinst boekt. De academie volgt daarom het leerproces nauwgezet op in functie van de vooropgestelde doelen. Ze zorgt voor een leeromgeving die pedagogisch en didactisch is aangepast aan de leerling en de doelen. Er kunnen bijvoorbeeld organisatorische maatregelen nodig zijn zodat de leerling de klas gemakkelijk kan bereiken.

Leerkrachten en directeurs kunnen voor het uittekenen van het individueel aangepast curriculum een beroep doen op externe deskundigen, bv. deskundige van de pedagogische begeleidingsdienst.

Het kan ook nuttig zijn om contact op te nemen met leerkrachten van de school voor kleuter- of leerplichtonderwijs waar de leerling les volgt, het CLB, de zorgvoorziening. Uiteraard steeds in samenspraak met de leerling (en zijn ouders) zelf.

Het individueel aangepast curriculum hoeft niet opgestuurd te worden naar het ministerie van Onderwijs en Vorming, het is voldoende dat inspectie en verificatie het document kunnen raadplegen in de academie met het oog op kwaliteitsbewaking of leerlingentelling.

3.4. Duur van een individueel aangepast curriculum, financierbaarheid en attestering

3.4.1. Duur

Net als alle leerlingen volgt een leerling met een individueel aangepast curriculum een afgebakend leertraject met een bepaalde duur. De leerling schrijft zich in voor een bepaalde graad en een bepaald leerjaar en doorloopt vervolgens de verschillende leerjaren. Daarna gaat hij over naar de volgende graad.

Het leertraject van een graad kan maximaal één leerjaar langer duren dan het reguliere traject. In de tweede graad dans, de tweede graad woordkunst-drama, de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor jongeren, de derde graad muziek en de vierde graad beeldende en audiovisuele kunsten kan een academie trage en snelle trajecten aanbieden. Leerlingen met een individueel aangepast curriculum kunnen het gekozen traject met een leerjaar verlengen.

Bijvoorbeeld: 2 e graad muziek voor jongeren : 1 e leerjaar, 2 e leerjaar, 3 e leerjaar, 4 e leerjaar en extra leerjaar

Bijvoorbeeld: 3 e graad beeldende en audiovisuele kunst en, zevenjarig traject : 1 e leerjaar, 2 e leerjaar, 3 e leerjaar, 4 e leerjaar, 5 e leerjaar, 6 e leerjaar, 7 e leerjaar en extra leerjaar

In een individueel aangepast curriculum kan de leerling niet overzitten. Het individueel aangepast curriculum gaat uit van haalbare doelen op maat van de leerling. Mochten bepaalde doelen toch niet verworven zijn, dan kunnen ze meegenomen worden naar het volgende leerjaar, of de volgende graad.

3.4.2. Financierbaarheid

Leerlingen zijn financierbaar voor de duur van de graad met maximaal één leerjaar extra. De wegingsfactor 0,5, die op leerlingen van het gemeenschappelijke curriculum wordt toegepast als ze overzitten in de 4e graad of in een kortlopende studierichting, is niet van toepassing.

Ook leerlingen die één of meer vakken niet volgen, zijn volledig financierbaar. De wegingsfactor 0,85 voor vrijgestelden in het domein beeldende en audiovisuele kunsten en 0,7 in de overige domeinen is niet van toepassing.

Soms volgen leerlingen in de context van een ziekenhuisschool (type 5) deeltijds kunstonderwijs. Naar analogie van het leerplichtonderwijs gaat de omkaderingsberekening hier uit van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen die zijn ingeschreven in de opleiding deeltijds kunstonderwijs tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari.

3.4.3. Attestering

Op het einde van elke graad van een langlopende studierichting of op het einde van een kortlopende studierichting ontvangt de leerling een leerbewijs.

3.5. Individueel aangepast curriculum verplicht?

Leerlingen met een beperking die in het leerplichtonderwijs een individueel aangepast curriculum volgen, hoeven niet per definitie in het dko een individueel aangepast curriculum volgen. Het is perfect mogelijk dat voor sommige leerlingen hun beperking geen belemmering vormt om het gemeenschappelijk curriculum te volgen.

Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die ondanks redelijke aanpassingen niet goed kunnen functioneren in het gemeenschappel ijke curriculum hebben recht op een individueel aangepast cu rriculum. Sinds het niveaudecreet kan academie leerlingen met een beperking niet zomaar weigeren om zich in te schrijven omwille van die beperking.

Net als in het leerplichtonderwijs kunnen leerlingen en ouders niet het onmogelijke verwachten van academies.

Als de academie

  • haar openheid tot overleg,
  • haar oplossingsgerichte houding, 
  • haar inspanning om tot een zo objectief mogelijke afweging te komen (bv. door het betrekken van een onafhankelijke deskundige)

kan aantonen, en ondanks deze inspanningen geen traject op maat kan aanbieden, kan ze overwegen om de leerling door te verwijzen naar andere opleidingsverstrekkers (muziektherapie, kunsttherapie, culturele verenigingen, enz.).

4. Verificatie van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

4.1. Leerlingen met een individueel aangepast curriculum

4.1.1. Administratief dossier

Elke leerling met een individueel aangepast curriculum heeft een administratief dossier dat (een verwijzing naar) een verslag buitengewoon onderwijs of een attest van een overheid bevat waarin de leerling erkend wordt als persoon met een handicap. Ook het motivatiedocument is een belangrijk onderdeel van het dossier.

4.1.2. Registratie

Om leerlingen in een individueel aangepast curriculum te registreren, wordt de financieringscode 15 gebruikt. Deze code is gelijkwaardig aan de financieringscode 02. De vrijstellingscode 4 laat afwijkingen van het gemeenschappelijke curriculum toe zonder dat de financierbaarheid van de leerling vermindert. 

In een individueel aangepast curriculum volgt de leerling een lessenrooster op maat waarbij niet noodzakelijk alle verplichte vakken op het programma staan. Gebruik van de vrijstellingscode 2 (vrijgesteld voor het vak) is dan niet accuraat omdat het niet gaat om een vrijstelling wegens een eerder verworven studiebewijs of competentie, maar wel om gewijzigde leerdoelen. 

Aparte administratieve groepen voor leerlingen in een individueel aangepast curriculum zijn er niet. De registratie vindt plaats in die administratieve groep van de organieke optie die het nauwst aansluit bij de aangepaste lessenrooster. Daarbij heeft een leerling in een individueel aangepast curriculum in elke graad van elk domein de mogelijkheid om de opleiding met één extra leerjaar te verlengen.

4.1.3. Voorbeelden individueel aangepast leertraject

Voorbeeld 1

Een leerling met een beperking begint aan een opleiding beeldatelier in de 3e graad. De leerling krijgt een individueel aangepast curriculum waarbij hij maar twee van drie vakken volgt die de academie heeft opgenomen in haar lessenrooster voor beeldatelier. De leerling volgt in totaal 14 lestijden het vak beeldatelier. In het gemeenschappelijke curriculum moeten leerlingen minstens 18 lestijden het aan de optie gelijknamige vak volgen De opleiding is ook verlengd met een extra leerjaar. De lessentabel van het individueel aangepast curriculum ziet er zo uit.

Vak  

1e lj.  

2e lj.  

3e lj.  

4e lj.  

5e lj.  

6e lj.  

Lj. extra  

Beeldatelier   

2 lst./  

week  

2 lst./  

week  

2 lst./  

week  

2 lst./  

week  

2 lst./  

week  

2 lst./  

week  

2 lst./  

week  

Waarnemingstekenen  

1 lst./  

week  

1 lst./  

week  

1 lst./  

week  

1 lst./  

week  

1 lst./  

week  

1 lst./  

week  

1 lst./  

week  

De eerste registratie van deze leerling gebeurt in de administratieve groep van het eerste leerjaar in de optie beeldatelier. Zijn records in de leerlingenzending zien er zo uit:

Stamnummer  

beeldatelier 3 e graad 

leerjaar 1  

Fincode  

Vak  

Vrijstellingscode  

111  

25328  

15  

Digitale beeldverwerking   

4  

111  

25328  

15  

Beeldatelier   

1  

111  

25328  

15  

Waarnemingstekenen  

1  

Voor de berekening van de omkadering blijft deze leerling volledig financierbaar. De vrijstellingscode 4 in combinatie met financieringscode 15 wijst er op dat de leerling een vak van het gemeenschappelijk curriculum niet volgt in het kader van een individueel aangepast curriculum.

Voorbeeld 2

Een leerling met een visuele beperking start met een opleiding muziek in de tweede graad. De leerling volgt het verplichte vak muzikale en culturele vorming (MCV) niet in klasverband. Via een geïntegreerde aanpak in het vak instrument:folk- en wereldmuziek behaalt de leerling toch een deel van de basiscompetenties die leerlingen in het gemeenschappelijk curriculum in MCV verwerven.

De lessentabel van het individueel aangepast curriculum ziet er zo uit:

Vak  

1e leerjaar 

2 e leerjaar  

3 e leerjaar  

4 e leerjaar  

I nstrument: folk- en wereldmuziek  

2 lst./week  

2 lst./week  

2 lst./week  

2 lst./week  

Groepsmusiceren  

1 lst./week  

1 lst./week  

1 lst./week  

1 lst./week  

De eerste registratie van deze leerling gebeurt in de administratieve groep van het eerste leerjaar van de optie muziek. De records in de leerlingenzending zien er zo uit:

Stamnummer  

Muziek 2 e graad jongeren leerjaar 1  

Fincode  

Vak  

Vrijstellingscode  

222  

25478  

15  

MCV   

4  

222  

25478  

15  

Groepsmusiceren   

1  

222  

25478  

15  

Instrument : folk- en wereldmuziek   

1  

Voor de berekening van de omkadering blijft deze leerling volledig financierbaar. De vrijstellingscode 4 in combinatie met financieringscode 15 wijst er op dat de leerling het vak niet volgt, maar aangepaste competenties verwerft in het kader van een individueel aangepast curriculum.

4.2. Verificatie van leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster

4.2.1. Administratief dossier

Voor elke leerling in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster kan de academie een gemotiveerd dossier voorleggen aan inspectie of verificatie. Dat dossier bevat een ‘gemotiveerd verslag’ als vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of een verslag als vermeld in artikel 352 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of een attest waarin een overheid de leerling erkend als persoon met een handicap.

Een ander belangrijk element van het dossier is de verantwoording voor de redelijke aanpassingen aan het lessenrooster van het deeltijds kunstonderwijs. Op die manier hebben die aanpassingen geen gevolgen voor de regelmatigheid van de leerling of zijn financierbaarheid.

4.2.2. Registratie

Voor de registratie van leerlingen in een gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster wordt de financieringscode 02 en de vrijstellingscode 04 voorzien.

Voorbeeld

Een leerling een gemotiveerd verslag in het leerplichtonderwijs met een autismespectrumstoornis start met een opleiding muziek in de tweede graad. De leerling volgt het verplichte vak muzikale en culturele vorming (MCV) niet in klasverband. Via redelijke aanpassingen van het lessenrooster (bv. een individuele en geïntegreerde aanpak van MCV binnen het vak instrument: klassiek) behaalt de leerling de basiscompetenties die andere leerlingen in MCV verwerven.. De aangepaste lessentabel ziet er zo uit:

Vak  

1 e leerjaar   

2 e leerjaar   

3 e leerjaar   

4 e leerjaar   

M C  

-  

-  

-  

-  

Instrument : klassiek   

2 lst./week  

3 lst./week  

3 lst./week  

3 lst./week  

Groepsmusiceren  

1 lst./week  

1 lst./week  

 

 

De eerste registratie van deze leerling gebeurt in de administratieve groep van het eerste leerjaar van de optie muziek. De records in de leerlingenzending zien er zo uit:

Stamnummer  

Muziek tweede graad 

 Jongeren leerj aar 1  

Fincode  

Vak  

Vrijstellingscode  

333  

25478  

02  

M C  

04   

333  

25478  

02  

Groepsmusiceren  

1     

333  

25478  

02  

Instrument: klassiek  

1 

Voor de berekening van de omkadering blijft deze leerling financierbaar zoals de leerlingen in het gewone curriculum. De vrijstellingscode 04 voor MCV wijst er op dat, hoewel de leerling het vak niet klassikaal volgt, hij toch alle basiscompetenties verwerft via een aangepast lessenrooster.