Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte

  • goedkeuringsdatum
    8/12/1993
  • publicatiedatum
    B.S. 23/03/1994 (pagina 8005)
  • bron

    Numac : 0
  • datum laatste wijziging
    14/05/2018

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;
5° de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie;
6° de werkgevers van de personeelsleden vermeld in punt 1° tot en met 5°.

ART. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° directeur: de directeur van een instelling of een P.M.S.-centrum of de hiërarchische overste voor wat de leden van de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten betreft of hun plaatsvervanger;
2° controleorgaan: een gemeenschappelijke geneeskundige dienst die, op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993  houdende de organisatie van de controle op de afwezigheid wegens ziekte door de Vlaamse minister van onderwijs aangeduid is om het toezicht op de afwezigheid wegens ziekte uit te voeren;
3° afwezigheidsattest: een attest opgemaakt door middel van het door het departement onderwijs voorgeschreven formulier, gedateerd en ondertekend door een arts met vermelding van het aantal noodzakelijke kalenderdagen ziekteverlof en met vermelding of het betrokken personeelslid de woon- of verblijfplaats al dan niet mag verlaten. Voor personeelsleden die in verschillende betrekkingen fungeren moet het attest duidelijk vermelden op welke betrekkingen de afwezigheid wegens ziekte betrekking heeft;
4° medisch attest: een attest opgemaakt door middel van het door het departement voorgeschreven formulier, gedateerd en ondertekend door een arts met vermelding van de diagnose, het aantal noodzakelijke kalenderdagen ziekteverlof en met vermelding of het betrokken personeelslid de woon- of verblijfplaats al dan niet mag verlaten.

HOOFDSTUK II [FORMALITEITEN BIJ AFWEZIGHEID WEGENS ZIEKTE (verv. B.V.R. 25 januari 1995, art. 2) ]

ART. 3.

Elke afwezigheid wegens ziekte moet zo snel mogelijk door het personeelslid zelf of via een derde meegedeeld worden aan de directeur.

ART. 4.

Duurt de afwezigheid slechts één dag, dan is er geen afwezigheidsattest noch een medisch attest vereist.

Indien het wegens ziekte afwezige personeelslid tijdens de ziekte niet in zijn woonplaats verblijft, dient zijn verblijfplaats aan de directeur meegedeeld te worden. [ (verv. B.V.R. 25 januari 1995, art. 3, I: 1 februari 1995) ]

ART. 5.

Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan één dag stuurt het personeelslid onmiddellijk een afwezigheidsattest naar de directeur en een medisch attest naar het controleorgaan. Op beide attesten moet vermeld worden waar men tijdens de afwezigheid verblijft. Elke verandering van verblijfplaats in de loop van de afwezigheid wegens ziekte moet vooraf aan het controleorgaan worden gemeld.

Dit geldt eveneens voor personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte.

ART. 6.

§ 1. Bij verlenging van het in artikel 4 bedoelde ziekteverlof stuurt het personeelslid zo snel mogelijk een afwezigheidsattest naar de directeur en een medisch attest naar het controleorgaan.

§ 2. Bij verlenging van het ziekteverlof zoals bedoeld in artikel 5 stuurt het personeelslid zo snel mogelijk een nieuw afwezigheidsattest naar de directeur en een nieuw medisch attest naar het controleorgaan.

HOOFDSTUK III CONTROLE OP HET ZIEKTEVERLOF

ART. 7.

§ 1. De woon- of verblijfplaats kan tijdens de eerste vierentwintig uur van de afwezigheid wegens ziekte enkel verlaten worden om gerechtvaardigde medische redenen, desgevraagd te bewijzen door het betrokken personeelslid.

§ 2. Elk personeelslid, afwezig wegens ziekte, is verplicht zich te onderwerpen aan de controle van het door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, aangeduide controleorgaan.

ART. 8.

§ 1. Iedere directeur kan het controleorgaan verzoeken om over te gaan tot een controle-onderzoek van een personeelslid met ziekteverlof.

§ 2. Het departement onderwijs kan het controleorgaan verzoeken om over te gaan tot een controle-onderzoek van een personeelslid met ziekteverlof.

§ 3. Een personeelslid, afwezig wegens ziekte, kan via de directeur of via het departement Onderwijs een controle-onderzoek aanvragen.

Het personeelslid, dat tijdens zijn afwezigheid wegens ziekte voor meer dan een dag naar het buitenland wenst te gaan, is verplicht tenminste vier kalenderdagen vóór het vertrek zelf rechtstreeks een controleonderzoek aan te vragen bij het controleorgaan door middel van het document "medisch attest". Deze verplichting geldt niet als de afwezigheid wegens ziekte volledig binnen een schoolvakantie valt.

§ 4. Het door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, aangeduide controleorgaan kan, binnen de door deze minister opgelegde beperkingen, een controlearts sturen naar een personeelslid met ziekteverlof.

ART. 9.

Een controle-onderzoek kan schriftelijk, telefonisch of per fax aangevraagd worden. De telefonische aanvraag dient schriftelijk of per fax bevestigd te worden.

ART. 10.

Iedere directeur houdt een lijst met de aangevraagde controle-onderzoeken ter inzage voor de verificatiediensten.

ART. 11.

De kosten verbonden aan de controleonderzoeken worden gedragen door de Vlaamse Gemeenschap.

De kosten verbonden aan de uit de controleonderzoeken voortvloeiende beroepsprocedures zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

Indien de datum van arbeidsgeschiktheid voorgesteld door de scheidsrechter een datum is die ligt tussen de door de behandelende arts en de controlearts voorgestelde data, worden deze kosten evenredig omgeslagen over beide partijen. [ (verv. B.V.R. 24 november 1998, art. 4, I: 1 juni 1998) ]

ART. 12.

De controle-onderzoeken gebeuren in de woon- of verblijfplaats van het ziek personeelslid. Het controleorgaan dient het controle-onderzoek niet aan te kondigen.

ART. 13.

Een personeelslid bij wie de controlearts zich tevergeefs heeft aangeboden, kan door deze opgeroepen worden om zich voor een controle-onderzoek aan te bieden. Ten dien einde laat hij bij het betrokken personeelslid een bericht na. [ (verv. B.V.R. 25 januari 1995, art. 8, I: 1 februari 1995) ]

ART. 14.

§ 1. Stelt de controlearts vast dat de afwezigheid wegens ziekte gerechtvaardigd is, dan deelt hij dit onmiddellijk mee aan de betrokkene die kan afwezig blijven voor de duur van het toegestane ziekteverlof.

§ 2. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht.

§ 3. Het departement onderwijs wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht voor de controle-onderzoeken die het zelf aangevraagd heeft.

ART. 15.

§ 1. Als de controlearts van oordeel is dat de afwezigheid wegens ziekte niet of niet langer gerechtvaardigd is, deelt hij dit, bij middel van een formulier dat voor ontvangst wordt ondertekend, onmiddellijk mee aan het betrokken personeelslid. Het personeelslid moet dan zijn dienst hervatten op de eerstvolgende werkdag, tenzij de controlearts een andere dag bepaalt.

Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, staat het hem vrij zelf onmiddellijk contact op te nemen met zijn behandelende arts. Als deze laatste niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, moet hij onmiddellijk contact opnemen met de controlearts, om overleg te plegen over de arbeidsgeschiktheid van het betrokken personeelslid. Dit overleg moet plaatsvinden binnen 24 uur na de beslissing van de controlearts en vóór de door de controlearts bepaalde datum van werkhervatting. Als dit overleg niet binnen deze tijdspanne plaatsvindt, is de beslissing van de controlearts definitief en kan geen beroep worden gedaan op de in artikel 16 bedoelde procedure.

Het overleg tussen de behandelende arts en de controlearts schort de beslissing van de controlearts op.

Het personeelslid moet, binnen de voormelde tijdspanne, zelf informeren naar het resultaat van het overleg tussen de controlearts en de behandelende arts.

Als de behandelende arts en de controlearts een akkoord bereiken over de datum van werkhervatting, moet het personeelslid op die dag de dienst hervatten. Het akkoord tussen beide artsen wordt nadien bij aangetekend schrijven bevestigd door het controleorgaan.

§ 2. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht.

§ 3. Het departement onderwijs wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht voor de controle-onderzoeken die het zelf aangevraagd heeft.

§ 4. ...

ART. 15bis.

Indien de controlearts op het ogenblik van zijn onderzoek vaststelt dat er nog geen medisch attest werd opgesteld, beslist hij alleen over de gegrondheid van de afwezigheid wegens ziekte. Indien hij oordeelt dat het ziekteverlof niet verder gerechtvaardigd is, dient het personeelslid zijn dienst onmiddellijk te hervatten. [ (ing. B.V.R. 25 januari 1995, art. 10, I: 1 februari 1995) ]

HOOFDSTUK IV BEROEPSPROCEDURE

ART. 16.

Indien de behandelende arts niet akkoord gaat met de diagnose van de controle-arts en zij binnen de 24 uur geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, stellen zij in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

ART. 17.

§ 1. De scheidsrechter doet binnen de 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek en deelt aan het einde van dat onderzoek onmiddellijk zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dit bij middel van een document dat voor ontvangst wordt ondertekend. [ (verv. B.V.R. 24 november 1998, art. 6, I: 1 juni 1998) ]

§ 2. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht van de scheidsrechterlijke beslissing.

§ 3. Het departement onderwijs wordt binnen de 24 uur in kennis gesteld van de scheidsrechterlijke beslissingen in de zaken waarin het zelf een controle-onderzoek heeft aangevraagd.

ART. 18.

De beroepsprocedure zoals bepaald in de artikelen 16 en 17 van dit besluit schorst de beslissing van de controlearts op. Beslist de scheidsrechter dat de afwezigheid wegens ziekte niet gerechtvaardigd is, dan moet het betrokken personeelslid de eerstvolgende werkdag de dienst hervatten.

HOOFDSTUK V [TOEKENNING VAN EEN VERLOF VOOR VERMINDERDE PRESTATIES WEGENS ZIEKTE (verv. BVR 21 oktober 2011, art. 7)]

ART. 19.

Het personeelslid, vermeld in artikel 1, dat een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte wil opnemen, stuurt een geneeskundig attest en een plan, opgemaakt door de behandelende arts, in naar het controleorgaan. In dat plan vermeldt de behandelende arts de vermoedelijke duur van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte en het volume van de nog te verrichten prestaties.

ART. 20.

Het plan voor het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte wordt door het controleorgaan toegestaan of geweigerd. Het personeelslid moet voorafgaand aan de ingangsdatum van dat verlof, een positieve beslissing verkregen hebben van het controleorgaan.

ART. 20/1.

Als de controlearts het plan voor het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte goedkeurt, deelt hij die beslissing onmiddellijk mee aan de betrokkene. De directeur wordt door het controleorgaan binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van die beslissing.

Als de controlearts niet akkoord gaat met het plan voor het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. De weigering moet ten aanzien van het personeelslid schriftelijk worden gemotiveerd. Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, kan er na een overleg tussen de behandelende arts en de controlearts eventueel een nieuw plan worden ingediend. Als het controleorgaan het plan goedkeurt, deelt hij die beslissing onmiddellijk mee aan het personeelslid. De directeur wordt door het controleorgaan binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de beslissing.

Als de behandelende arts niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts en ze binnen 24 uur geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, kan de behandelende arts beroep aantekenen tegen die beslissing. Ze stellen dan in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek uit en deelt op het einde van dat onderzoek zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dat door middel van een document dat voor ontvangst wordt ondertekend. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de scheidsrechterlijke beslissing.

Het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, kan pas ingaan na een positieve beslissing van de arts-scheidsrechter.

ART. 20/2.

Als het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte langer duurt dan twee maanden, gaat het controleorgaan op het einde van iedere periode van twee maanden na of de gezondheidstoestand van het betrokken personeelslid de verderzetting van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte nog wettigt. Het controleorgaan maakt daarvoor de nodige afspraken met het personeelslid.

Als de controlearts niet akkoord gaat met de verderzetting van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. De weigering moet ten aanzien van het personeelslid schriftelijk worden gemotiveerd.

Als de behandelende arts niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts en ze binnen 24 uur geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, kan de behandelende arts beroep aantekenen tegen die beslissing. Ze stellen dan in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek uit en deelt op het einde van dat onderzoek zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dat door middel van een document dat voor ontvangst wordt ondertekend. Die beroepsprocedure schorst de beslissing van de controlearts. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de scheidsrechterlijke beslissing.

ART. 20/3.

De kosten die verbonden zijn aan de onderzoeken door het controleorgaan zijn ten laste van de Vlaamse Gemeenschap. De kosten die verbonden zijn aan de beroepsprocedures die voortvloeien uit de controleonderzoeken, zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

[HOOFDSTUK V/1 TOEKENNING VAN EEN LANGDURIG VERLOF VOOR VERMINDERDE PRESTATIES WEGENS MEDISCHE REDENEN (ing. BVR 17 oktober 2014, art. 7, I: 1 januari 2015)]

ART. 20/4.

Het personeelslid, vermeld in artikel 1, dat een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, zoals vermeld in hoofdstuk III/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 betreffende het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wil opnemen, stuurt zijn aanvraag, samen met een geneeskundig verslag, opgemaakt door de geneesheer-specialist, naar het controleorgaan. In het geneeskundig verslag vermeldt de geneesheer-specialist :
1° de omstandige motivering waarom een volledige hervatting van de opdracht die het personeelslid had voor de afwezigheid wegens ziekte, niet meer mogelijk is;
2° een voorstel voor het volume van de nog te verrichten prestaties.

ART. 20/5.

De aanvraag voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen wordt door de controlearts
1° toegestaan;
2° toegestaan maar met aanpassing van het percentage van de nog te verrichten prestaties;
3° geweigerd.

ART. 20/6.

Als de controlearts de aanvraag voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen goedkeurt, deelt hij die beslissing onmiddellijk mee aan de betrokkene.

Als de controlearts de aanvraag voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen weigert of als hij de aanvraag toestaat maar met aanpassing van het percentage van de nog te verrichten prestaties, deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. De weigering of de aanpassing van het percentage wordt ten aanzien van het personeelslid schriftelijk gemotiveerd.

Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, kan er na een overleg tussen de geneesheer-specialist en de controlearts eventueel een aangepaste aanvraag worden ingediend. De controlearts deelt zijn beslissing onmiddellijk mee aan het personeelslid.

Als de geneesheer-specialist niet akkoord gaat met die laatste beslissing van de controlearts en ze binnen vijf werkdagen geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, kan de geneesheer-specialist beroep aantekenen tegen die beslissing. Ze stellen dan in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek uit en deelt op het einde van dat onderzoek zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dat met een document dat voor ontvangst wordt ondertekend.

De directeur wordt binnen 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de definitieve beslissing van de controlearts of van de scheidsrechterlijke beslissing.

ART. 20/7.

De kosten die verbonden zijn aan de onderzoeken door het controleorgaan zijn ten laste van de Vlaamse Gemeenschap. De kosten die verbonden zijn aan de beroepsprocedures die voortvloeien uit de controleonderzoeken, zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

Als het volume van de nog te verrichten prestaties voorgesteld door de scheidsrechter een volume is dat ligt tussen de door de geneesheer-specialist en de controlearts voorgestelde volumes, dan worden de kosten evenredig verdeeld over beide partijen.

[HOOFDSTUK VBIS PROFYLACTISCH VERLOF, BEVALLINGSVERLOF EN AFWEZIGHEID NA ONGEVAL (ing. B.V.R. 25 januari 1995, art. 12, I: 1 februari 1995) ]

ART. 20bis.

Personeelsleden van wie een inwonend familielid een besmettelijke ziekte heeft, kunnen ambtshalve profylactisch verlof krijgen wanneer zij het document "medisch attest", ingevuld door de behandelende arts van het zieke familielid, en een verklaring van deze arts bezorgen aan het controleorgaan.

Het controleorgaan gaat na of de vermelde besmettelijke aandoening van het familielid wel degelijk aanleiding kan geven tot profylactische maatregelen en, in bevestigend geval, of de duur van de maatregelen op medische gronden is gesteund.

ART. 20ter.

Personeelsleden die met bevallingsverlof gaan sturen eveneens een afwezigheidsattest naar de directeur en een medisch attest naar het controleorgaan.

Deze personeelsleden zijn tijdens hun bevallingsverlof evenwel niet onderworpen aan de controle op de afwezigheid wegens ziekte.

ART. 20quater.

Met ingang van de ontvangst van de beslissing van de Administratieve Gezondheidsdienst waarbij de afwezigheid niet of niet langer aanvaard wordt als een arbeidsongeval of een trajectongeval kunnen de personeelsleden gecontroleerd worden door het controleorgaan.

Deze personeelsleden dienen dus, indien ze verder afwezig blijven, de formaliteiten bedoeld in hoofdstuk II van dit besluit na te leven en zich aan de controle op het ziekteverlof te onderwerpen.

ART. 20quinquies.

Bij een ongeval buiten dienstverband kan het controleorgaan door het departement Onderwijs belast worden met volgende opdrachten:
1° een medisch verslag opmaken over de afwezigheden die het gevolg zijn van een ongeval buiten dienstverband;
2° het departement Onderwijs vertegenwoordigen bij een minnelijke medische expertise;
3° het departement Onderwijs vertegenwoordigen bij een gerechtelijk deskundig onderzoek.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder ongeval buiten dienstverband verstaan, een ongeval dat buiten dienstverband veroorzaakt wordt door een derde en een arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft.

HOOFDSTUK VI SANCTIES

ART. 21.

Onverminderd de toepassing van artikel 86 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs of van artikel 60 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medische-sociale centra of van artikel 32 en 41 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie en onverminderd een eventuele tuchtsanctie opgelegd door de bevoegde inrichtende macht heeft het niet naleven van de bepalingen van de artikelen 5, 6, 7, 8 § 3, 15 § 1, 15bis en 18  van dit besluit tot gevolg dat het betrokken personeelslid onwettig afwezig is en het recht op wedde of weddetoelage voor de duur van de afwezigheid verliest.

ART. 22.

[... (opgeh. B.V.R. 25 januari 1995, art. 14, I: 1 februari 1995) ]

ART. 23.

[... (opgeh. B.V.R. 25 januari 1995, art. 14, I: 1 februari 1995) ]

ART. 24.

De sancties vermeld in het artikel 21 [ (verv. B.V.R. 25 januari 1995, art. 15, I: 1 februari 1995) ] van dit besluit kunnen niet opgelegd worden t.a.v. personeelsleden die te goeder trouw de formaliteiten met betrekking tot de arbeidsongevallen hebben vervuld, wanneer blijkt dat de bepalingen van onderhavig besluit hadden moeten toegepast zijn.

HOOFDSTUK VII WIJZIGINGSBEPALINGEN

ART. 25.

(niet opgenomen)

(Wijzigt de artikelen 16, 19 en 20 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen)

ART. 26.

(niet opgenomen)

(Wijzigt artikel 47 van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra)

ART. 27.

(niet opgenomen)

(Wijzigt de artikelen 11, 14 en 15 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen ter uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de Rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager-, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs)

ART. 28.

(niet opgenomen)

(Wijzigt de artikelen 16, 19 en 20 van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, de Rijksvormingscentra en de inspectiediensten)

HOOFDSTUK VIII INWERKINGTREDING

ART. 29.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994.

ART. 30.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.