Besluit van de Vlaamse regering betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte.

  • goedkeuringsdatum
    08 DECEMBER 1993
  • publicatiedatum
    B.S.23/03/1994
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    14/05/2018

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 25/01/1995 (B.S. 19/05/1995)

(2) B.Vl.R. van 27/10/1998 (B.S. 10/12/1998)

(3) B.Vl.R. van 24/11/1998 (B.S. 22/01/1999)

(4) B.Vl.R. van 15/02/2008 (B.S. 10/04/2008)

(5) B.Vl.R. van 21/10/2011 (B.S. 01/12/2011)

(6) B.Vl.R. van 17/10/2014 (B.S. 12/01/2015)

(7) B.Vl.R. van 27/10/2017 (B.S. 24/11/2017)

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet betreffende het onderwijs-V, inzonderheid op artikel 57;

Gelet op het protocol nr. 118 van 22 juli 1993 houdende de conclusie van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 22 juni 1993;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

[7B.Vl.R. van 27/10/2017
B.S. 24/11/2017

Dit besluit is van toepassing op :

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;

5° de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie;

6° de werkgevers van de personeelsleden vermeld in punt 1° tot en met 5°.

7B.Vl.R. van 27/10/2017
B.S. 24/11/2017
]

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° directeur : de directeur van een instelling of een P.M.S.-centrum of de hiërarchische overste voor wat de leden van de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten betreft of hun plaatsvervanger;

2° [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] : een gemeenschappelijke geneeskundige dienst die, op basis van het besluit van de Vlaamse regering [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
van 8 december 19936B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] houdende de organisatie van de controle op de afwezigheid wegens ziekte door de Vlaamse minister van onderwijs aangeduid is om het toezicht op de afwezigheid wegens ziekte uit te voeren;

3° afwezigheidsattest : een attest opgemaakt door middel van het door het departement onderwijs voorgeschreven formulier, gedateerd en ondertekend door een arts met vermelding van het aantal noodzakelijke kalenderdagen ziekteverlof en met vermelding of het betrokken personeelslid de woon- of verblijfplaats al dan niet mag verlaten. Voor personeelsleden die in verschillende betrekkingen fungeren moet het attest duidelijk vermelden op welke betrekkingen de afwezigheid wegens ziekte betrekking heeft;

4° medisch attest : een attest opgemaakt door middel van het door het departement voorgeschreven formulier, gedateerd en ondertekend door een arts met vermelding van de diagnose, het aantal noodzakelijke kalenderdagen ziekteverlof én met vermelding of het betrokken personeelslid de woon- of verblijfplaats al dan niet mag verlaten.

HOOFDSTUK II. - [1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
Formaliteiten bij afwezigheid wegens ziekte1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 3.

Elke afwezigheid wegens ziekte moet zo snel mogelijk door het personeelslid zelf of via een derde meegedeeld worden aan de directeur.

Art. 4.

Duurt de afwezigheid slechts één dag, dan is er geen afwezigheidsattest noch een medisch attest vereist.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
Indien het wegens ziekte afwezige personeelslid tijdens de ziekte niet in zijn woonplaats verblijft, dient zijn verblijfplaats aan de directeur meegedeeld te worden. 1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 5.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan één dag stuurt het personeelslid onmiddellijk een afwezigheidsattest naar de directeur en een medisch attest naar het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] . Op beide attesten moet vermeld worden waar men tijdens de afwezigheid verblijft. [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
Elke verandering van verblijfplaats in de loop van de afwezigheid wegens ziekte moet vooraf aan het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] worden gemeld.3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

Dit geldt eveneens voor personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ziekte.

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 6.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
§ 1. Bij verlenging van het in artikel 4 bedoelde ziekteverlof stuurt het personeelslid zo snel mogelijk een afwezigheidsattest naar de directeur en een medisch attest naar het controle-organisme. 1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
§ 2.1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
] Bij verlenging van het ziekteverlof [1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
zoals bedoeld in artikel 51B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
] stuurt het personeelslid zo snel mogelijk een nieuw afwezigheidsattest naar de directeur en een nieuw medisch attest naar het controle-organisme.

HOOFDSTUK III. - Controle op het ziekteverlof

Art. 7.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

§ 1. De woon- of verblijfplaats kan tijdens de eerste vierentwintig uur van de afwezigheid wegens ziekte enkel verlaten worden om gerechtvaardigde medische redenen, desgevraagd te bewijzen door het betrokken personeelslid.

§ 2. Elk personeelslid, afwezig wegens ziekte, is verplicht zich te onderwerpen aan de controle van het door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, aangeduide [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] .

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 8.

§ 1. Iedere directeur kan het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] verzoeken om over te gaan tot een controle-onderzoek van een personeelslid met ziekteverlof.

§ 2. Het departement onderwijs kan het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] verzoeken om over te gaan tot een controle-onderzoek van een personeelslid met ziekteverlof.

§ 3. [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
Een personeelslid, afwezig wegens ziekte, kan via de directeur of via het departement Onderwijs een controleonderzoek aanvragen.

Het personeelslid, dat tijdens zijn afwezigheid wegens ziekte voor meer dan een dag naar het buitenland wenst te gaan, is verplicht ten minste vier kalenderdagen vóór het vertrek zelf rechtstreeks een controleonderzoek aan te vragen bij het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] door middel van het document "medisch attest". Deze verplichting geldt niet als de afwezigheid wegens ziekte volledig binnen een schoolvakantie valt.

3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

§ 4. Het door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, aangeduide [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] kan, binnen de door deze minister opgelegde beperkingen, een controlearts sturen naar een personeelslid met ziekteverlof.

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 9.

Een controle-onderzoek kan schriftelijk, telefonisch of per fax aangevraagd worden. De telefonische aanvraag dient schriftelijk of per fax bevestigd te worden.

Art. 10.

Iedere directeur houdt een lijst met de aangevraagde controle-onderzoeken ter inzage voor de verificatiediensten.

Art. 11.

[3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999

De kosten verbonden aan de controleonderzoeken worden gedragen door de Vlaamse Gemeenschap.

De kosten verbonden aan de uit de controleonderzoeken voortvloeiende beroepsprocedures zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

Indien de datum van arbeidsgeschiktheid voorgesteld door de scheidsrechter een datum is die ligt tussen de door de behandelende arts en de controlearts voorgestelde data, worden deze kosten evenredig omgeslagen over beide partijen.

3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

Art. 12.

De controle-onderzoeken gebeuren in de woon- of verblijfplaats van het ziek personeelslid. Het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] dient het controle-onderzoek niet aan te kondigen.

Art. 13.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
Een personeelslid bij wie de controlearts zich tevergeefs heeft aangeboden, kan door deze opgeroepen worden om zich voor een controle-onderzoek aan te bieden. Ten dien einde laat hij bij het betrokken personeelslid een bericht na.1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 14.

§ 1. Stelt de controle-arts vast dat de afwezigheid wegens ziekte gerechtvaardigd is, dan deelt hij dit onmiddellijk mee aan de betrokkene die kan afwezig blijven voor de duur van het toegestane ziekteverlof.

§ 2. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht.

§ 3. Het departement onderwijs wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht voor de controle-onderzoeken die het zelf aangevraagd heeft.

Art. 15.

§ 1. [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
Als de controlearts van oordeel is dat de afwezigheid wegens ziekte niet of niet langer gerechtvaardigd is, dan deelt hij dit, bij middel van een formulier dat voor ontvangst wordt ondertekend, onmiddellijk mee aan het betrokken personeelslid. Het personeelslid moet dan zijn dienst hervatten op de eerstvolgende werkdag, tenzij de controlearts een andere dag bepaalt.

Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, staat het hem vrij zelf onmiddellijk contact op te nemen met zijn behandelende arts. Als deze laatste niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, moet hij onmiddellijk contact opnemen met de controlearts, om overleg te plegen over de arbeidsgeschiktheid van het betrokken personeelslid. Dit overleg moet plaatsvinden binnen de 24 uur na de beslissing van de controlearts en vóór de de door de controlearts bepaalde datum van werkhervatting. Als dit overleg niet binnen deze tijdsspanne plaatsvindt, is de beslissing van de controlearts definitief en kan geen beroep worden gedaan op de in artikel 16 bedoelde procedure.

Het overleg tussen de behandelende arts en de controlearts schort de beslissing van de controlearts op.

Het personeelslid moet, binnen de voormelde tijdsspanne, zelf informeren naar het resultaat van het overleg tussen de controlearts en de behandelende arts.

Als de behandelende arts en de controlearts een akkoord bereiken over de datum van de werkhervatting, moet het personeelslid op die dag de dienst hervatten. Het akkoord tussen beide artsen wordt nadien bij aangetekend schrijven bevestigd door het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] .

3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

§ 2. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht.

§ 3. Het departement onderwijs wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht voor de controle-onderzoeken die het zelf aangevraagd heeft.

§ 4. [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
...3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

Art. 15bis.

Indien de controlearts op het ogenblik van zijn onderzoek vaststelt dat er nog geen medisch attest werd opgesteld, beslist hij alleen over de gegrondheid van de afwezigheid wegens ziekte. Indien hij oordeelt dat het ziekteverlof niet verder gerechtvaardigd is, dient het personeelslid zijn dienst onmiddellijk te hervatten.

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

HOOFDSTUK IV. - Beroepsprocedure

Art. 16.

Indien de behandelende arts niet akkoord gaat met de diagnose van de controle-arts en zij binnen de 24 uur geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, stellen zij in gezamenlijk overleg een andere arts van het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] als scheidsrechter aan.

Art. 17.

§ 1. [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
De scheidsrechter doet binnen de 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek en deelt aan het einde van dat onderzoek onmiddellijk zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dit bij middel van een document dat voor ontvangst wordt ondertekend. 3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

§ 2. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, telefonisch of per fax op de hoogte gebracht van de scheidsrechterlijke beslissing.

§ 3. Het departement onderwijs wordt binnen de 24 uur in kennis gesteld van de scheidsrechterlijke beslissingen in de zaken waarin het zelf een controle-onderzoek heeft aangevraagd.

Art. 18.

De beroepsprocedure zoals bepaald in de artikelen 16 en 17 van dit besluit schorst de beslissing van de controle-arts op. Beslist de scheidsrechter dat de afwezigheid wegens ziekte niet gerechtvaardigd is, dan moet het betrokken personeelslid de eerstvolgende werkdag de dienst hervatten.

HOOFDSTUK V. - [5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
Toekenning van een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
]

Art. 19.

[5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011

Het personeelslid, vermeld in artikel 1, dat een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte wil opnemen, stuurt een geneeskundig attest en een plan, opgemaakt door de behandelende arts, in naar het controleorgaan. In dat plan vermeldt de behandelende arts de vermoedelijke duur van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte en het volume van de nog te verrichten prestaties.

5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
]

Art. 20.

[5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011

Het plan voor het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte wordt door het controleorgaan toegestaan of geweigerd. Het personeelslid moet voorafgaand aan de ingangsdatum van dat verlof, een positieve beslissing verkregen hebben van het controleorgaan.

5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
] [5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011

Art. 20/1.

Als de controlearts het plan voor het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte goedkeurt, deelt hij die beslissing onmiddellijk mee aan de betrokkene. De directeur wordt door het controleorgaan binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van die beslissing.

Als de controlearts niet akkoord gaat met het plan voor het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. De weigering moet ten aanzien van het personeelslid schriftelijk worden gemotiveerd. Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, kan er na een overleg tussen de behandelende arts en de controlearts eventueel een nieuw plan worden ingediend. Als het controleorgaan het plan goedkeurt, deelt hij die beslissing onmiddellijk mee aan het personeelslid. De directeur wordt door het controleorgaan binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de beslissing.

Als de behandelende arts niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts en ze binnen 24 uur geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, kan de behandelende arts beroep aantekenen tegen die beslissing. Ze stellen dan in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek uit en deelt op het einde van dat onderzoek zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dat door middel van een document dat voor ontvangst wordt ondertekend. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de scheidsrechterlijke beslissing.

Het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, kan pas ingaan na een positieve beslissing van de arts-scheidsrechter.

5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
] [5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011

Art. 20/2.

Als het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte langer duurt dan twee maanden, gaat het controleorgaan op het einde van iedere periode van twee maanden na of de gezondheidstoestand van het betrokken personeelslid de verderzetting van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte nog wettigt. Het controleorgaan maakt daarvoor de nodige afspraken met het personeelslid.

Als de controlearts niet akkoord gaat met de verderzetting van het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. De weigering moet ten aanzien van het personeelslid schriftelijk worden gemotiveerd.

Als de behandelende arts niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts en ze binnen 24 uur geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, kan de behandelende arts beroep aantekenen tegen die beslissing. Ze stellen dan in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek uit en deelt op het einde van dat onderzoek zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dat door middel van een document dat voor ontvangst wordt ondertekend. Die beroepsprocedure schorst de beslissing van de controlearts. De directeur wordt binnen de 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de scheidsrechterlijke beslissing.

5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
] [5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011

Art. 20/3.

De kosten die verbonden zijn aan de onderzoeken door het controleorgaan zijn ten laste van de Vlaamse Gemeenschap. De kosten die verbonden zijn aan de beroepsprocedures die voortvloeien uit de controleonderzoeken, zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

5B.Vl.R. van 21/10/2011
B.S. 01/12/2011
]

[6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
HOOFDSTUK V/1. - Toekenning van een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
]

[6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015

Art. 20/4.

Het personeelslid, vermeld in artikel 1, dat een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, zoals vermeld in hoofdstuk III/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 betreffende het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wil opnemen, stuurt zijn aanvraag, samen met een geneeskundig verslag, opgemaakt door de geneesheer-specialist, naar het controleorgaan. In het geneeskundig verslag vermeldt de geneesheer-specialist :

1° de omstandige motivering waarom een volledige hervatting van de opdracht die het personeelslid had voor de afwezigheid wegens ziekte, niet meer mogelijk is;

2° een voorstel voor het volume van de nog te verrichten prestaties.

6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015

Art. 20/5.

De aanvraag voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen wordt door de controlearts

1° toegestaan;

2° toegestaan maar met aanpassing van het percentage van de nog te verrichten prestaties;

3° geweigerd.

6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015

Art. 20/6.

Als de controlearts de aanvraag voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen goedkeurt, deelt hij die beslissing onmiddellijk mee aan de betrokkene.

Als de controlearts de aanvraag voor het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen weigert of als hij de aanvraag toestaat maar met aanpassing van het percentage van de nog te verrichten prestaties, deelt hij dat onmiddellijk mee aan de betrokkene. De weigering of de aanpassing van het percentage wordt ten aanzien van het personeelslid schriftelijk gemotiveerd.

Als het betrokken personeelslid niet akkoord gaat met de beslissing van de controlearts, kan er na een overleg tussen de geneesheer-specialist en de controlearts eventueel een aangepaste aanvraag worden ingediend. De controlearts deelt zijn beslissing onmiddellijk mee aan het personeelslid.

Als de geneesheer-specialist niet akkoord gaat met die laatste beslissing van de controlearts en ze binnen vijf werkdagen geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke beslissing, kan de geneesheer-specialist beroep aantekenen tegen die beslissing. Ze stellen dan in gezamenlijk overleg een andere arts van het controleorgaan als scheidsrechter aan.

De scheidsrechter voert binnen 24 uur na zijn aanstelling zijn onderzoek uit en deelt op het einde van dat onderzoek zijn bindende beslissing mee aan het personeelslid. Hij doet dat met een document dat voor ontvangst wordt ondertekend.

De directeur wordt binnen 24 uur schriftelijk, per e-mail of per fax op de hoogte gebracht van de definitieve beslissing van de controlearts of van de scheidsrechterlijke beslissing.

6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015

Art. 20/7.

De kosten die verbonden zijn aan de onderzoeken door het controleorgaan zijn ten laste van de Vlaamse Gemeenschap. De kosten die verbonden zijn aan de beroepsprocedures die voortvloeien uit de controleonderzoeken, zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.

Als het volume van de nog te verrichten prestaties voorgesteld door de scheidsrechter een volume is dat ligt tussen de door de geneesheer-specialist en de controlearts voorgestelde volumes, dan worden de kosten evenredig verdeeld over beide partijen.

6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
]

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
HOOFDSTUK Vbis. - Profylactisch verlof, bevallingsverlof en afwezigheid na ongeval1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

Art. 20bis.

[3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
Personeelsleden van wie een inwonend familielid een besmettelijke ziekte heeft, kunnen ambtshalve profylactisch verlof krijgen wanneer zij het document "medisch attest", ingevuld door de behandelende arts van het zieke familielid, en een verklaring van deze arts bezorgen aan het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] . 3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

Het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] gaat na of de vermelde besmettelijke aandoening van het familielid wel degelijk aanleiding kan geven tot profylactische maatregelen en, in bevestigend geval, of de duur van de maatregelen op medische gronden is gesteund.

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
] [1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

Art. 20ter.

Personeelsleden die met bevallingsverlof gaan sturen eveneens een afwezigheidsattest naar de directeur en een medisch attest naar het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] .

Deze personeelsleden zijn tijdens hun bevallingsverlof evenwel niet onderworpen aan de controle op de afwezigheid wegens ziekte.

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
] [1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995

Art. 20quater.

Met ingang van de ontvangst van de beslissing van de Administratieve Gezondheidsdienst waarbij de afwezigheid niet of niet langer aanvaard wordt als een arbeidsongeval of een trajectongeval kunnen de personeelsleden gecontroleerd worden door het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] .

Deze personeelsleden dienen dus, indien ze verder afwezig blijven, de formaliteiten bedoeld in hoofdstuk II van dit besluit na te leven en zich aan de controle op het ziekteverlof te onderwerpen.

1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
] [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999

Art. 20quinquies.

Bij een ongeval buiten dienstverband kan het [6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
controleorgaan6B.Vl.R. van 17/10/2014
B.S. 12/01/2015
] door het departement Onderwijs belast worden met :

1° een medisch verslag opmaken over de afwezigheden die het gevolg zijn van een ongeval buiten dienstverband;

2° het departement Onderwijs vertegenwoordigen bij een minnelijke medische expertise;

3° het departement Onderwijs vertegenwoordigen bij een gerechtelijk deskundig onderzoek.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder ongeval buiten dienstverband verstaan, een ongeval dat buiten dienstverband veroorzaakt wordt door een derde en een arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft.

3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
]

HOOFDSTUK VI. - Sancties

Art. 21.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
Onverminderd de toepassing van artikel 86 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs of van artikel 60 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra [7B.Vl.R. van 27/10/2017
B.S. 24/11/2017
of van artikel 32 en 41 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie7B.Vl.R. van 27/10/2017
B.S. 24/11/2017
] en onverminderd een eventuele tuchtsanctie opgelegd door de bevoegde inrichtende macht heeft het niet naleven van de bepalingen van [3B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
de artikelen 5, 6, 7, 8, § 3, 15, § 1, 15bis en 183B.Vl.R. van 24/11/1998
B.S. 22/01/1999
] van dit besluit tot gevolg dat het betrokken personeelslid onwettig afwezig is en het recht op wedde of weddetoelage voor de duur van de afwezigheid verliest.1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 22 en 23.

[1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
...1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
]

Art. 24.

De sancties vermeld in [1B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
het artikel 211B.Vl.R. van 25/01/1995
B.S. 19/05/1995
] van dit besluit kunnen niet opgelegd worden t.a.v. personeelsleden die te goeder trouw de formaliteiten met betrekking tot de arbeidsongevallen hebben vervuld, wanneer blijkt dat de bepalingen van onderhavig besluit hadden moeten toegepast zijn.

HOOFDSTUK VII - Wijzigingsbepalingen

Art. 25. t.e.m. 28

niet opgenomen

HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding

Art. 29.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994.

Art. 30.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.