Besluit van de Vlaamse regering betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool.

  • goedkeuringsdatum
    24 MEI 2002
  • publicatiedatum
    B.S.07/09/2002
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    19/04/2021

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 01/10/2010 (B.S. 17/11/2010)

(2) B.Vl.R. van 09/09/2011 (B.S. 20/10/2011)

(3) B.Vl.R. van 12/10/2012 (B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013)

(4) B.Vl.R. van 06/09/2013 (B.S. 04/10/2013)

(5) B.Vl.R. van 15/04/2016 (B.S. 19/05/2016)

(6) B.Vl.R. van 30/08/2016 (B.S. 12/09/2016)

(7) B.Vl.R. van 21/04/2017 (B.S. 30/05/2017)

(8) B.Vl.R. van 09/11/2018 (B.S. 14/12/2018)

(9) B.Vl.R. van 17/07/2020 (B.S. 25/08/2020)

(10) B.Vl.R. van 28/08/2020 (B.S. 03/09/2020)

(11) B.Vl.R. van 26/02/2021 (B.S. 19/04/2021)

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 68 en 70;

Gelet op het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool, inzonderheid op artikel 6;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 1997;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 27 november 2000;

Gelet op het protocol nr. 390 van 13 juli 2001 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 13 juli 2001, betreffende de aanvraag om advies van de Raad van State binnen een maand;

Gelet op het advies 32.071/1 van de Raad van State, gegeven op 18 oktober 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied [2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011
en definities2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011
]

Artikel 1.

Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op de tijdelijke en de benoemde personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool, die behoren tot de categorieën van het onderwijzend, het bestuurs- en onderwijzend of van het administratief en technisch personeel.

Dit besluit is eveneens van toepassing op de personeelsleden :

- die hun ambt op persoonlijke titel hebben behouden met toepassing van [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
artikel V.276, V.286, V.287, § 1 en artikel V.288, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 20138B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] ,

- bedoeld in [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
vermeld in artikel III.35, § 1, 1° tot en met 3°, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 20138B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] , die benoemd waren aan een hogeschool.

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
De bepalingen in hoofdstuk 2, afdeling 2, subafdeling 3 en 4, over het ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid zijn ook van toepassing op de contractuele personeelsleden van de [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
publiekrechtelijke hogescholen4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
] en de rechtsopvolgers van deze hogescholen. 3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
]

[6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
In afwijking van [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
artikel 17 kan8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] een deeltijdse loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar uiterlijk op 1 september 2016 ingaan. 6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
]

[2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011

Art. 1/1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder gedeeltelijke loopbaanonderbreking verstaan : het halftijds of voor een vijfde onderbreken van de beroepsloopbaan. [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
Voor de toepassing van het in hoofdstuk 2, afdeling 2, subafdeling 3 vermelde ouderschapsverlof wordt onder gedeeltelijke loopbaanonderbreking ook het voor een tiende onderbreken van de beroepsloopbaan verstaan.9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

Bij een halftijdse onderbreking van de beroepsloopbaan blijft het personeelslid een opdracht van 50 % vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.

Bij een onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde blijft het personeelslid een opdracht van 80 % vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
Bij een onderbreking van de beroepsloopbaan met een tiende blijft het personeelslid een opdracht van 90% vervullen aan de hogeschool, aan meerdere hogescholen of aan andere onderwijsinstellingen. De nog te verrichten prestaties worden afgerond naar de hogere eenheid.9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011
]

HOOFDSTUK II. - Onderbreking van de beroepsloopbaan

Afdeling 1. - Algemene bepalingen betreffende de volledige en de gedeeltelijke loopbaanonderbreking

Art. 2.

[2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011
De personeelsleden die belast zijn met ten minste een halftijdse opdracht mogen hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreken.2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011
]

Art. 3.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Voor tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking nemen, eindigt de loopbaanonderbreking in ieder geval als hun aanstelling eindigt.

Art. 4.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Art. 5.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Art. 6.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Art. 7.

Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het personeelslid met verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan onderbreekt, krijgt het geen salaris; het krijgt wel een onderbrekingsuitkering overeenkomstig de bepalingen van het voormeld koninklijk besluit van 12 augustus 1991.

Art. 8.

§ 1. Het hogeschoolbestuur kan het personeelslid, op verzoek van het personeelslid en mits inachtneming van een opzeggingsperiode van één maand, om uitzonderlijke [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
...4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
] redenen toestaan vervroegd een einde te maken aan de loopbaanonderbreking. Het hogeschoolbestuur kan een kortere opzeggingstermijn aanvaarden.

§ 2. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

§ 3. Het hogeschoolbestuur brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

Art. 9.

§ 1. Bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau kan aan een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, het recht op uitkeringen worden ontzegd.

§ 2. [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
...4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
]

§ 3. [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, maar geen recht heeft op een loopbaanonderbreking op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau of op basis van de bepalingen van dit besluit, wordt ambtshalve omgezet in een [7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
afwezigheid voor verminderde prestaties7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
] .4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
]

In dit geval mag de duur overschreden worden van de [7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
afwezigheid voor verminderde prestaties7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
] waarop het betrokken personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. [7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
Die afwezigheid7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
] eindigt alleszins bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan was aangevraagd.

§ 4. [7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
...7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
]

Art. 10.

Voor het bepalen van het opdrachtvolume bedoeld in de artikelen 2 [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] en 17 wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties verstrekt in een onderwijsinstelling van een ander niveau, met uitzondering van de universiteiten.

De volledige loopbaanonderbreking omvat al de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde ambten die het personeelslid uitoefent, in hoofdambt, in het onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding.

Afdeling 2. - Specifieke stelsels

Subafdeling 1. - Loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding

Art. 11.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Subafdeling 2. - Loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging

Art. 12.

§ 1. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
De personeelsleden hebben8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor een periode van één maand [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] voor het verstrekken van palliatieve verzorging aan een persoon. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
Deze periode kan twee keer worden verlengd met één maand.8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder palliatieve verzorging verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

§ 2. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Subafdeling 3. - Ouderschapsverlof

Art. 13.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
De personeelsleden hebben8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken om voor hun kind te zorgen. [5B.Vl.R. van 15/04/2016
B.S. 19/05/2016
[6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
De bepaling, vermeld in artikel 2, en de voorwaarde "in hoofdambt", vermeld in artikel 10, tweede lid6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
] , zijn niet van toepassing op de volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.5B.Vl.R. van 15/04/2016
B.S. 19/05/2016
]

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
De volledige onderbreking van de beroepsloopbaan kan [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
in periodes van een maand of een veelvoud daarvan,4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
] met een maximumduur van 4 maanden worden genomen.3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
]

De [3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
halftijdse3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
] onderbreking van de beroepsloopbaan [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
kan worden genomen in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van acht maanden4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
] .

[4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
De onderbreking van de beroepsloopbaan met een vijfde [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
kan worden opgenomen in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
] , met een maximumduur van 20 maanden.4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
]

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
De onderbreking van de beroepsloopbaan met een tiende kan worden opgenomen in periodes van tien maanden of een veelvoud daarvan, met een maximumduur van veertig maanden. In afwijking van het eerste lid is de onderbreking met een tiende geen recht. Het hogeschoolbestuur kan deze opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid.9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 13/1.

In afwijking van artikel 13, tweede lid, kan de periode van vier maanden, na akkoord van het hogeschoolbestuur, volledig of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud daarvan. Het hogeschoolbestuur kan die opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid. Als in geval van een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterende gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dat saldo in overleg met het hogeschoolbestuur op te nemen. Het hogeschoolbestuur kan de opname van het saldo met maximaal 1 academiejaar en uiterlijk tot de in artikel 14 vermelde leeftijd uitstellen omwille van de continuïteit van het onderwijs of de dienstverlening.

In afwijking van artikel 13, derde lid, kan de periode van acht maanden, na akkoord van het hogeschoolbestuur, volledig of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud daarvan. Het hogeschoolbestuur kan die opnamevorm weigeren. Het hogeschoolbestuur deelt die gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid. Als in geval van een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterende gedeelte een maand bedraagt, heeft het personeelslid het recht om dat saldo in overleg met het hogeschoolbestuur op te nemen. Het hogeschoolbestuur kan de opname van het saldo met maximaal 1 academiejaar en uiterlijk tot de in artikel 14 vermelde leeftijd uitstellen omwille van de continuïteit van het onderwijs of de dienstverlening.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

Art. 14.

[1B.Vl.R. van 01/10/2010
B.S. 17/11/2010

Het personeelslid heeft recht op het ouderschapsverlof :

1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;

2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
Wanneer het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft, die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
of dat ten minste negen punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving over de kinderbijslag,9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] wordt de leeftijdsgrens vastgesteld op 21 jaar. 3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
]

Aan de voorwaarde van de twaalfde [3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
of de eenentwintigste3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
] verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.

1B.Vl.R. van 01/10/2010
B.S. 17/11/2010
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
Subafdeling 3/1 - Loopbaanonderbreking voor corona-ouderschapsverlof 9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 14/1.

Tijdens de periode die loopt van 1 mei 2020 tot en met 30 [10B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 03/09/2020
september10B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 03/09/2020
] 2020 kan een personeelslid corona-ouderschapsverlof opnemen om voor zijn kind te zorgen. Het personeelslid kan :

1° ofwel zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreken tot een halftijdse betrekking, op voorwaarde dat het personeelslid belast is met een of meer betrekkingen die samen ten minste 75% van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties;

2° ofwel zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde, op voorwaarde dat het personeelslid een ambt met volledige prestaties uitoefent.

In afwijking van het eerste lid kunnen nieuwe aanvragen voor corona-ouderschapsverlof ingaan vanaf 11 mei 2020.

[10B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 03/09/2020
Tijdens de periode die loopt van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020 kan een personeelslid voltijds corona-ouderschapsverlof opnemen om voor zijn kind te zorgen:

1° als het kind een gehandicapt kind is als bedoeld in artikel 14/2, tweede of derde lid, of,

2° als de ouder van het kind alleenwonend is. Onder alleenwonende ouder wordt verstaan, de persoon die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft.

10B.Vl.R. van 28/08/2020
B.S. 03/09/2020
]

Het corona-ouderschapsverlof kan enkel worden opgenomen met akkoord van het hogeschoolbestuur.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 14/2.

Het corona-ouderschapsverlof kan worden genomen:

1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;

2° naar aanleiding van de adoptie van zijn kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.

3° door een pleegouder aangesteld als pleegouder door de rechtbank of door een door de gemeenschap erkende dienst, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.

De leeftijdsgrens wordt vastgesteld op 21 jaar als het kind een gehandicapt kind is.

In afwijking van het vorige lid, is er geen leeftijdsgrens als een kind of volwassene met een handicap opgevangen wordt door zijn ouders indien hij geniet van een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 14/3.

De opname van het corona ouderschapsverlof gebeurt met een periode van één week, een veelvoud daarvan of een kalendermaand.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 14/4.

§ 1. Een personeelslid dat conform subafdeling 2, 3 of 4 van dit besluit of conform hoofdstuk 3, afdeling 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt tot een halftijdse betrekking of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt door zijn prestaties te verminderen met een vijfde, kan, met akkoord van zijn hogeschoolbestuur, die loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet omzetten in het corona-ouderschapsverlof.

Als de loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet een voorziene duurtijd heeft die langer is dan die van het corona-ouderschapsverlof, dan wordt de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet onmiddellijk na afloop van het corona-ouderschapsverlof hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.

§ 2. Een personeelslid dat conform subafdeling 2, 3 of 4 van dit besluit of conform hoofdstuk 3, afdeling 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet zijn loopbaan volledig onderbreekt of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt tot een halftijdse betrekking of zijn loopbaan gedeeltelijk onderbreekt door zijn prestaties te verminderen met een vijfde, kan, met akkoord van zijn hogeschoolbestuur, die loopbaanonderbreking of dat zorgkrediet schorsen met het oog op het opnemen van het coronaouderschapsverlof.

Als de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet een voorziene duurtijd heeft die langer is dan die van het corona-ouderschapsverlof, dan wordt de loopbaanonderbreking of het zorgkrediet onmiddellijk na afloop van het corona-ouderschapsverlof hernomen tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.

§ 3. De periode waarin de loopbaanonderbreking wordt omgezet in een corona-ouderschapsverlof volgens de paragrafen 1 of 2, wordt niet aangerekend voor de maximale duur van de loopbaanonderbreking.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 14/5.

§ 1. Het personeelslid dat gebruik wenst te maken van het corona-ouderschapsverlof, doet een aanvraag bij zijn hogeschoolbestuur overeenkomstig de volgende bepalingen:

1° het personeelslid brengt ten minste drie werkdagen op voorhand zijn hogeschoolbestuur hiervan schriftelijk op de hoogte;

2° de kennisgeving gebeurt door middel van een aangetekend schrijven of de overhandiging van het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door het hogeschoolbestuur, hetzij op elektronische wijze mits ontvangstbevestiging van het bericht door het hogeschoolbestuur;

3° het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift vermeldt de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof.

§ 2. Het hogeschoolbestuur geeft het personeelslid schriftelijk zijn akkoord binnen een termijn van maximaal drie werkdagen na aanvraag en in ieder geval ten laatste voor de aanvang van het corona-ouderschapsverlof. Het geeft binnen dezelfde termijn zijn akkoord met, naar gelang het geval, de omzetting van de loopbaanonderbreking in corona-ouderschapsverlof of met de schorsing van de loopbaanonderbreking in toepassing van artikel 14/4.

§ 3. De onderbrekingsuitkering wordt aangevraagd met toepassing van de ter zake geldende federale regels.

De omzetting van de loopbaanonderbreking en de schorsing van de loopbaanonderbreking, zoals voorzien in artikel 14/4, worden schriftelijk meegedeeld aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

Subafdeling 4. - Loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid

Art. 15.

§ 1. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
De personeelsleden hebben8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
] het recht hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad dat lijdt aan een zware ziekte.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Voor de toepassing van deze subafdeling wordt verstaan onder gezinslid, elke persoon die samenwoont met het personeelslid en als familielid zowel de bloed- als de aanverwanten.

Voor de toepassing van deze subafdeling wordt onder zware ziekte verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel.

[5B.Vl.R. van 15/04/2016
B.S. 19/05/2016
[6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
De bepaling, vermeld in artikel 2, en de voorwaarde "in hoofdambt", vermeld in artikel 10, tweede lid6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
] , zijn niet van toepassing op de volledige loopbaanonderbreking voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid.5B.Vl.R. van 15/04/2016
B.S. 19/05/2016
]

§ 2. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

Art. 16.

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
§ 1.3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
] De onderbrekingsperiodes kunnen enkel opgenomen worden met periodes van minimum één en maximum drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 12 maanden per patiënt [bij een volledige loopbaanonderbreking of 24 maanden per patiënt bij een gedeeltelijke loopbaanonderbreking]¹.

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013

§ 2. Voor het personeelslid dat alleenstaand is, wordt, in geval van zware ziekte van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, de maximumperiode van 12 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt, en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt, vermeld in paragraaf 1, voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.

Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor de toepassing van het eerste lid moet het personeelslid het bewijs leveren van de samenstelling van het gezin met een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meer van zijn kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.

3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 kan bij de opname van een volledige loopbaanonderbreking de minimumduur van de onderbrekingsperiodes, na akkoord van het hogeschoolbestuur, ingekort worden tot één van de volgende periodes:

1° één week;

2° twee weken;

3° drie weken.

Als het resterend gedeelte van de maximumperiode van de onderbreking na de toepassing van het eerste lid minder bedraagt dan één maand, heeft het personeelslid het recht om dat volledige saldo zonder akkoord van het hogeschoolbestuur op te nemen.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013

Art. 16/1.

§ 1. In afwijking van de duur van minimum één maand, vermeld in artikel 16, kan het personeelslid voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, zijn beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, eventueel verlengbaar met één week.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder zware ziekte, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.

§ 2. De mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, staat open voor :

1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;

2° het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.

Als de personeelsleden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen :

1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;

2° als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een familielid van het zwaar zieke kind tot de tweede graad.

§ 3. Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zoals vermeld in paragraaf 1, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand zoals vermeld in artikel 15 voor datzelfde zwaar zieke kind, kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.

4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
Subafdeling 4/1. – Loopbaanonderbreking voor mantelzorg9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 16/2.

Personeelsleden die erkend mantelzorger zijn van een zorgbehoevende persoon, hebben het recht om hun loopbaan [11B.Vl.R. van 26/02/2021
B.S. 19/04/2021
...11B.Vl.R. van 26/02/2021
B.S. 19/04/2021
] te onderbreken voor mantelzorg conform artikel 100ter en 102ter van de wet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. [11B.Vl.R. van 26/02/2021
B.S. 19/04/2021
Ze hebben daarvoor een van de volgende opties:

1° hun loopbaan volledig onderbreken;

2° hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken, op voorwaarde dat het personeelslid aangesteld is in een ambt met volledige prestaties.

11B.Vl.R. van 26/02/2021
B.S. 19/04/2021
]

In het eerste lid wordt verstaan onder erkend mantelzorger: de persoon van wie de hoedanigheid van mantelzorger erkend is conform hoofdstuk 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

Art. 16/3.

Een personeelslid heeft recht op één maand voltijdse loopbaanonderbreking per zorgbehoevende persoon of twee maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking per zorgbehoevende persoon.

Het recht op volledige loopbaanonderbreking voor mantelzorg bedraagt maximaal zes maanden over de gehele beroepsloopbaan. Het recht op gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor mantelzorg bedraagt maximaal twaalf maanden over de gehele beroepsloopbaan.

Voor de toepassing van dit artikel moet rekening gehouden worden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking overeenkomt met twee maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

Subafdeling 5. - Deeltijdse loopbaanonderbreking vanaf [3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
55 jaar3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
]

Art. 17.

§ 1. De benoemde personeelsleden kunnen vanaf 1 september, 1 oktober of 1 november volgend op het bereiken van de leeftijd van [3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
55 jaar3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
] [7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
tot aan de vooravond van hun pensionering7B.Vl.R. van 21/04/2017
B.S. 30/05/2017
] , een gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen.

Die personeelsleden moeten benoemd zijn zowel voor het volume van de opdracht waarvoor zij gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor het volume van de opdracht die zij blijven uitoefenen.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013

§ 1bis. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de personeelsleden die hun loopbaan onderbreken met een vijfde, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, zoals bepaald in artikel 3, § 4, van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, doorlopen hebben.

3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
]

§ 2. De personeelsleden die van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking bedoeld in § 1, genieten en die tijdens vermelde periode hun opdracht opnieuw volledig opnemen, behouden de onderbrekingsuitkeringen die hun werden uitbetaald op grond van artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De personeelsleden genoemd in voorgaand lid, kunnen niet opnieuw een gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen zoals bedoeld in § 1 van dit artikel en kunnen niet opnieuw het voordeel krijgen van het artikel 4, § 3 van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991.

[2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011

§ 3. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

2B.Vl.R. van 09/09/2011
B.S. 20/10/2011
] [3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013

§ 4. In afwijking van paragraaf 1 behouden de personeelsleden die voor 1 juli 2012 al van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 50 jaar genieten, dit recht, ook al zijn zij op dat moment nog geen 55 jaar.

§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt de leeftijd op vijftig jaar gebracht voor de personeelsleden van wie de eerste aanvraag of verlengingsaanvraag voor 1 september 2012 werd ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering vóór 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving.

3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
] [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

§ 6. De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar wordt geschorst op het ogenblik dat het personeelslid het recht doet gelden op een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of voor het hervatten van het werk binnen de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 ingevolge de coronacrisis.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

HOOFDSTUK III. - Procedure en administratieve verplichtingen

Art. 18.

§ 1. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken, dient daartoe een aanvraag in bij het hogeschoolbestuur. Deze aanvraag vermeldt de gewenste aanvangsdatum en de duur van de volledige of de gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

Het hogeschoolbestuur deelt zijn beslissing aan het personeelslid mee binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.

Het invullen en overhandigen van het formulier bedoeld in artikel 16, § 2, van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991, geldt als toestemming.

§ 2. [8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

§ 3. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van palliatieve verzorging, deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij deze mededeling een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging nodig heeft en waaruit blijkt dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verstrekken. Het attest vermeldt in geen geval de identiteit van de patiënt.

De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve verzorging begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van het hogeschoolbestuur.

In geval het personeelslid wenst gebruik te maken van de verlenging van de periode met één maand, moet hij opnieuw een doktersattest indienen. Een personeelslid kan maximum twee attesten indienen voor de palliatieve verzorging van eenzelfde persoon.

Het hogeschoolbestuur vult het formulier bedoeld in artikel 16, § 2 van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1991 in, en overhandigt het aan het personeelslid.

§ 4. Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken om voor zijn kind te zorgen in het kader van het ouderschapsverlof, deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur.

Bij deze mededeling moeten de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof worden vermeld.

Het personeelslid verstrekt uiterlijk op het ogenblik dat het ouderschapsverlof ingaat, naar gelang van het geval, volgende stavingdocumenten :

1° [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
...9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

2° een attest waaruit de adoptie blijkt.

Bij de in het derde lid, [9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
...9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
] 2°, vermelde documenten moet steeds een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister worden gevoegd, waaruit de samenstelling van het gezin blijkt.

§ 5. Het personeelslid dat zijn loopbaanonderbreking wenst te onderbreken voor de verzorging van een ziek gezinslid of ziek familielid deelt dit mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij deze mededeling een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad, waaruit blijkt dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. [4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
In geval van hospitalisatie van het kind wordt het bewijs van hospitalisatie geleverd door een attest van het betrokken ziekenhuis.4B.Vl.R. van 06/09/2013
B.S. 04/10/2013
]

[6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
De loopbaanonderbreking voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de voornoemde mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip, mits akkoord van het hogeschoolbestuur.6B.Vl.R. van 30/08/2016
B.S. 12/09/2016
]

[9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020

§ 6. Het personeelslid dat zijn loopbaan wil onderbreken om mantelzorg te verstrekken, deelt dat mee aan zijn hogeschoolbestuur. Hij voegt bij die mededeling het bewijs van de erkenning van zijn hoedanigheid als mantelzorger.

De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van mantelzorg begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip, na akkoord van het hogeschoolbestuur.

Het hogeschoolbestuur vult het formulier, vermeld in artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, in, en overhandigt het aan het personeelslid.

9B.Vl.R. van 17/07/2020
B.S. 25/08/2020
]

Art. 19.

[3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
...3B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 21/11/2012; err. B.S. 04/02/2013
]

Art. 20.

[8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
...8B.Vl.R. van 09/11/2018
B.S. 14/12/2018
]

HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen

Art. 21.

Het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt opgeheven wat betreft de instellingen en de personeelsleden waarop dit besluit van toepassing is, met uitzondering van artikel 3 § 1b .

HOOFDSTUK VI. -. Inwerkingtredings- en uitvoeringsbepalingen

Art. 22.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1996 met uitzondering van :

1° de artikelen 3, 4 en 9 § 4, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1996;

2° de artikelen 6 en 17 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1997;

3° de artikelen 5, derde lid, 13, 14 en 18 § 4 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998;

4° de artikelen 5, vierde lid, 15, 16 en 18 § 5, die in werking treden op 1 juni 2002.

Art. 23.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.