Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de aanrekening van administratieve kosten bij een verlof wegens opdracht, verlof voor vakbondsopdrachten, verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet, of verlof voor prestaties ten behoeve van politieke groeperingen die in de wetgevende vergaderingen erkend zijn of hun voorzitters, voor de personeelsleden van het onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    11/09/2015
  • publicatiedatum
    B.S. 25/09/2015 (pagina 60095)
  • bron

    Numac : 2015036153
  • datum laatste wijziging
    14/05/2018

Aanhef

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 77quater, § 4;

Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 51quater, § 4;

Gelet op het advies van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 3 juli 2015;

Gelet op advies 57.896/1/V van de Raad van State, gegeven op 1 september 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op de volgende personeelsleden :
1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.
5° de personeelsleden vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

ART. 2.

Met toepassing van artikel 77quater, § 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 51quater, § 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en van hoofdstuk 12, afdeling 2, van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie, worden aan de organisaties die een beroep doen op de personeelsleden vermeld in artikel 1, die vastbenoemd, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijk aangesteld zijn, voor de uitoefening van een verlof wegens opdracht, verlof voor vakbondsopdrachten, verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet, of verlof om prestaties ten behoeve van politieke groeperingen die in de wetgevende vergadering erkend zijn, of hun voorzitters, administratieve kosten aangerekend.

ART. 3.

De administratieve kosten, vermeld in artikel 2, worden aangerekend gedurende de periode van het goedgekeurde verlof wegens opdracht, verlof voor vakbondsopdrachten, verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet, of verlof voor prestaties ten behoeve van politieke groeperingen die in de wetgevende vergaderingen erkend zijn of hun voorzitters, en bedraagt 60 euro per begonnen maand.

ART. 4.

De maandelijkse administratieve kosten, vermeld in artikel 2, worden in rekening gebracht op de periodieke schriftelijke betalingsstaat die bezorgd wordt aan de organisatie die er zich toe verbonden heeft het salaris en alle vergoedingen en bijslagen terug te betalen aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten of aan het Agentschap voor Hoger onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelage.

ART. 5.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2015.