Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het volwassenenonderwijs

  • referentie
    VWO/2010/03 (cvo)
  • publicatiedatum
    17/05/2010
  • datum laatste wijziging
    30/01/2017
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen in het volwassenenonderwijs
  • wettelijke basis
    Opheffing: VWO/2007/04 (cvo)
  • Vanaf 1 september 2010 geldt voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt of in het ambt van lector of in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een opleiding die op basis van een definitief modulair opleidingsprofiel ingericht wordt en voor het ondersteunend personeel, een nieuw besluit van de Vlaamse Regering waarin de bekwaamheidsbewijzen geregeld worden. In deze omzendbrief wordt dit nieuwe stelsel bekwaamheidsbewijzen toegelicht. In een algemeen gedeelte wordt vooral aandacht besteed aan wat een bekwaamheidsbewijs is, welke soorten bekwaamheidsbewijzen er zijn, wie het mag uitreiken, hoe omgegaan moet worden met buitenlandse en anderstalige diploma's en hoe het besluit en de bijhorende bijlage gebruikt dienen te worden. In een specifiek gedeelte wordt gefocust op wat in het schooljaar 2016-2017 nieuw is. Met ingang van 1 september 2016 worden 24 nieuwe opleidingen in de studiegebieden auto, handel, voeding en ICT geïntroduceerd. Met ingang van 1 februari 2017 worden drie nieuwe opleidingen in de studiegebieden mechanica-elektriciteit en handel geïntroduceerd. Via een link zijn de specifieke aandachtspunten voor de voorbije schooljaren eveneens nog raadpleegbaar, evenals de website BBVWO (bekwaamheidsbewijzen volwassenenonderwijs online). 

De nieuwe maatregelen die in deze omzendbrief staan, worden toegelicht onder voorbehoud dat de Vlaamse Regering het besluit tot wijziging van de regelgeving betreffende de nuttige ervaring en de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het volwassenenonderwijs, definitief goedkeurt.

1. Inleiding

In het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs is definitief gekozen om het volwassenenonderwijs modulair te organiseren. Kenmerkend voor een modulaire organisatie van het onderwijs is het gebruik van modules, terwijl in het lineaire onderwijs gebruik gemaakt wordt van vakken, die een aantal uren per week gegeven worden. Hoewel in het volwassenenonderwijs organisatorisch al jaren gewerkt werd met modules, hield de personeelsregelgeving tot nu toe geen rekening met de specificiteit van de modulaire organisatie en was de regelgeving nog altijd afgestemd op een lineaire organisatie met vakken.

Met ingang van 1 september 2010 houdt ook de personeelsregelgeving rekening met de modulaire structuur die in het volwassenenonderwijs gehanteerd wordt in het hoger beroepsonderwijs, de specifieke lerarenopleiding en in het secundair volwassenenonderwijs.

Daarvoor is een besluit van 23 april 2010 opgesteld betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs. Deze omzendbrief geeft meer informatie over het systeem van bekwaamheidsbewijzen.

Dit systeem geldt in:

- het hoger beroepsonderwijs, zowel in de modulaire als in de lineaire opleidingen;

- de specifieke lerarenopleiding;

- de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, waarvoor de Vlaamse Regering een definitief opleidingsprofiel goedgekeurd heeft.

(...)

Telkens in het secundair volwassenenonderwijs een nieuwe definitief modulaire opleiding goedgekeurd wordt (...) zal het stelsel voor de bekwaamheidsbewijzen aangevuld worden met deze nieuwe definitief modulaire opleidingen. (...) De omvorming naar een volledig aanbod van opleidingen op basis van een definitief modulair opleidingsprofiel is in 2013 afgerond. Dit betekent dat na 31 augustus 2013 geen enkele opleiding in het secundair volwassenenonderwijs nog aangeboden kan worden onder lineaire of voorlopig modulaire vorm.

2. Toepassingsgebied van deze omzendbrief

Deze omzendbrief is van toepassing op de volgende ambten:
· de leraar secundair volwassenenonderwijs, aangesteld in een opleiding die modulair georganiseerd wordt op basis van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel;
· de lector;
· de technisch adviseur;
· de technisch adviseur-coördinator;
· de adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs;
· de adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding;
· de directeur van centra zonder hoger beroepsonderwijs en/of specifieke lerarenopleiding;
· de directeur van centra met hoger beroepsonderwijs en/of specifieke lerarenopleiding;
· de administratief medewerker.

Deze omzendbrief is dus van toepassing op alle personeelsleden van het secundair volwassenenonderwijs en het hoger beroepsonderwijs/de specifieke lerarenopleiding.  

3. Inhoud van deze omzendbrief

Deze omzendbrief bevat twee onderdelen. Een algemeen gedeelte (punt 4) handelt over de algemene principes en definities die gelden bij de regelgeving over de bekwaamheidsbewijzen. Punt 5 behandelt de aandachtspunten voor het schooljaar 2016-2017. 

Voor het schooljaar 2016-2017 focust punt 5 op de wijzigingen met ingang van 1 september 2016 die zich beperken tot de invoering van 24 nieuwe opleidingen in de studiegebieden auto, handel, ICT en voeding en op de wijzigingen met ingang van 1 februari 2017 die zich beperken tot de invoering van 3 nieuwe opleidingen in de studiegebieden mechanica-elektriciteit en handel.

In punt 6 vindt u de aandachtspunten van de vorige schooljaren 2010-2011 tot en met 2015-2016. In punt 7 ten slotte vindt u de link naar bekwaamheidsbewijzen volwassenenonderwijs (BBVWO) online.

4. De bekwaamheidsbewijzen in het volwassenenonderwijs

4.1. Wat is een bekwaamheidsbewijs?

De Vlaamse Regering bepaalt de bekwaamheidsbewijzen die toegang verlenen tot de ambten in het volwassenenonderwijs en voor de leraar secundair volwassenenonderwijs tot de opleidingen en modules. Als 'bekwaamheidsbewijs' geldt een 'basisdiploma', eventueel aangevuld met een 'diploma van leraar of een bewijs van pedagogische bekwaamheid' en eventueel aangevuld met de vereiste erkende 'nuttige ervaring'.

In een aantal gevallen bestaat het bekwaamheidsbewijs enkel uit erkende nuttige ervaring.

De Vlaamse Regering kan voor elk ambt, elke opleiding en elke module 'vereiste', 'voldoende geachte' en 'andere' bekwaamheidsbewijzen vastleggen.

4.2. Wie reikt het bekwaamheidsbewijs uit?

De studiebewijzen die deel uitmaken van het bekwaamheidsbewijs moeten in principe uitgereikt zijn door een Belgische onderwijsinstelling of examencommissie. Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling.

In afwijking hiervan komen ook studiebewijzen in aanmerking die afgeleverd worden door erkende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (Syntra); in het kader van de leertijd kunnen deze centra een aantal studiebewijzen van secundair onderwijs afleveren. Concreet gaat het om:

- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);

- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);

- het diploma secundair onderwijs(beroepssecundair onderwijs).

4.3. Het stelsel van de bekwaamheidsbewijzen

De bekwaamheidsbewijzen worden als volgt ingedeeld:

- 'vereiste' bekwaamheidsbewijzen:

Wie voor een ambt of in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs voor een opleiding of module een vereist bekwaamheidsbewijs heeft, is specifiek opgeleid om dat ambt/die opleiding/die module uit te oefenen.

In de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel moet het personeelslid steeds over een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschikken om een vereist bekwaamheidsbewijs te hebben.

- 'voldoende geachte' bekwaamheidsbewijzen

Wie voor een ambt of in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs voor een opleiding of module een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft, voldoet aan het gevraagde opleidingsniveau, maar is niet specifiek opgeleid voor dit ambt/die opleiding/die module. Wel beschikt het personeelslid in de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel - met uitzondering van het ambt van lector - ook hier telkens over een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Het centrumbestuur kan bij een aanwerving vrij kiezen tussen kandidaten met een vereist bekwaamheidsbewijs of kandidaten met een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Bij de invulling van de vereiste en de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen bij het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, is een parallel getrokken tussen de toegelaten diplomaniveaus van de vereiste en de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen: indien bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen enkel diploma's van het niveau master toegelaten zijn, is dit ook zo bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen; indien bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen enkel diploma's hoger onderwijs toegelaten zijn, is dit ook zo bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen. Wanneer bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen studiebewijzen van het niveau secundair onderwijs met drie jaar erkende nuttige ervaring toegelaten zijn, is dit ook zo bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen en worden daarenboven bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen ook nog studiebewijzen van lager secundair technisch of beroepsonderwijs met zes jaar erkende nuttige ervaring en 9 jaar erkende nuttige ervaring erkend.

In afwijking op het algemene stelsel dat voorziet in zowel vereiste, voldoende geachte als 'andere' bekwaamheidsbewijzen, gelden binnen het ambt van lector in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding geen vereiste, maar enkel voldoende geachte (en 'andere') bekwaamheidsbewijzen. Om voor het ambt van lector een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs te hebben, hoeft het personeelslid niet noodzakelijk over een bewijs van pedagogische bekwaamheid te beschikken om gefinancierd/ gesubsidieerd te kunnen worden.

- 'andere' bekwaamheidsbewijzen

Aan personen met een 'ander' bekwaamheidsbewijs, wordt tijdelijk een financiering of subsidiëring verleend. Een centrumbestuur moet voorrang verlenen aan kandidaten met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Het kan enkel kandidaten met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanwerven bij wijze van tijdelijke uitzonderingsmaatregel. Daarbij moet het centrumbestuur aan de afdeling Volwassenenonderwijs op eer verklaren dat het niet mogelijk was om een houder van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aan te werven. (Zie omzendbrief: Indiensttreding van een tijdelijk personeelslid in het onderwijs: mededeling aan het departement Onderwijs referentie : PERS/2005/09 van 29/06/2005.)

Het centrumbestuur hoeft die verklaring op eer niet af te leggen:

- wanneer de aanstelling van het personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs zich beperkt tot een aanstelling van maximaal 97 dagen;

- wanneer het personeelslid over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs zou beschikken, als het ook een bewijs van pedagogische bekwaamheid had. Dan hoeft het centrumbestuur de verklaring op eer niet af te leggen gedurende een periode, gelijk aan de minimumduur nodig om een bewijs van pedagogische bekwaamheid te behalen, vermeerderd met een schooljaar. De bedoelde periode loopt vanaf de 1e september volgend op de datum van de eerste aanstelling in het secundair volwassenenonderwijs.

Als het centrumbestuur een personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanstelt buiten de twee bovenvermelde gevallen, kan een personeelslid dat een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit en dat zich voor het betrokken ambt, de betrokken opleiding of de betrokken module kandidaat heeft gesteld, verhaal aantekenen bij het centrumbestuur. Meer informatie hierover vindt u terug in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

De aanstelling van een personeelslid dat een 'ander' bekwaamheidsbewijs heeft, is beperkt tot het lopende schooljaar. Het personeelslid kan eventueel het volgende schooljaar opnieuw aangesteld worden op basis van een 'ander' bekwaamheidsbewijs als opnieuw aan de hierboven vermelde voorwaarden is voldaan.

Personeelsleden die aangesteld zijn met een 'ander' bekwaamheidsbewijs, kunnen geen tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of vaste benoeming verwerven. Zij worden ook aan een lagere salarisschaal bezoldigd dan personeelsleden die over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikken.

4.4. Regeling voor buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften

Om aangesteld te kunnen worden in het onderwijs, moeten buitenlandse diploma's erkend worden door Naric-Vlaanderen. Naric-Vlaanderen kent twee grote systemen:

- de academische erkenning van buitenlandse diploma's;

- de professionele erkenning (EER-leerkrachten).

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van Naric-Vlaanderen.

4.5. Regeling voor diploma's behaald in de Franse Gemeenschap

De diploma's die erkende onderwijsinstellingen in de Franse Gemeenschap uitreiken, zijn als evenwaardig erkend met de overeenkomstige diploma's die erkende onderwijsinstellingen in Vlaanderen uitreiken. Er is dus geen beslissing tot gelijkwaardigheid voor een diploma van de Franse Gemeenschap nodig.

4.6. Het bekwaamheidsbewijs als bewijs van de vereiste kennis van het Nederlands

Vanaf 1 september 2009 is het gehele stelsel van taalkennisvoorwaarden om een betrekking in het onderwijs te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) herzien en is het Europees Referentiekader voor Talen van toepassing. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs” (PERS/2010/01).

4.7. Hoe het besluit en de bijlagen gebruiken?

Een bekwaamheidsbewijs bestaat, zoals hierboven al vermeld, uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en eventueel aangevuld met erkende nuttige ervaring. In een aantal gevallen bestaat het bekwaamheidsbewijs enkel uit erkende nuttige ervaring.

4.7.1. Basisdiploma's

Het overzicht van de aanvaarde basisdiploma's vindt u terug in artikel 6 van het besluit van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

Deze lijst bevat een reeks studiebewijzen die gerangschikt zijn volgens niveau en gaan van de diploma's uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden tot de studiebewijzen van het niveau lager secundair onderwijs.

In het kader van de leertijd worden het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) en het diploma secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) die na 1 september 2008 in het deeltijds beroepssecundair onderwijs uitgereikt werden, eveneens als basisdiploma aanvaard.

4.7.2. Bewijzen van pedagogische bekwaamheid

De bewijzen van pedagogische bekwaamheid die gelden in het volwassenenonderwijs zijn dezelfde als die, die gelden in het gewoon secundair onderwijs. U vindt het overzicht ervan terug in artikel 3, §2 van het hierboven al aangehaalde besluit van 14 juni 1989.

Met ingang van 1 september 2013 worden een aantal studiebewijzen en diploma’s niet langer als bewijs van pedagogische bekwaamheid erkend. Het gaat om de volgende studiebewijzen:

1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;

2° het diploma van bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren;

3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;

4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;

5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;

6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;

7° het diploma van bachelor in het onderwijs: buitengewoon onderwijs;

8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.

Meer informatie hierover vindt u onder punt 6, Aandachtspunten schooljaar 2013-2014, punt 1.1.

4.7.3. Nuttige ervaring als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs

Bij studiebewijzen van het niveau secundair onderwijs of van een lager onderwijsniveau, of wanneer het personeelslid geen erkend studiebewijs heeft, is het steeds noodzakelijk dat het personeelslid beschikt over minimaal 3 jaar erkende nuttige ervaring. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief betreffende de erkenning van diensten als nuttige ervaring (referentie 13/CB/SG/WVB/4).

Belangrijk is dat bij opleidingen met een definitief modulair opleidingsprofiel waar de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van de opleiding vastgelegd zijn, een personeelslid dat nuttige ervaring nodig heeft als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs, voor alle modules van de betrokken opleiding nuttige ervaring erkend moet krijgen om aangesteld te kunnen worden in die opleiding.

Voorbeeld 1: een centrum voor volwassenenonderwijs wil een personeelslid met het diploma HSTO haartooi en een bewijs van pedagogische bekwaamheid aanstellen in de opleiding kapper. Het centrum vraagt voor dit personeelslid nuttige ervaring aan voor deze opleiding. Het personeelslid krijgt voor alle modules van deze opleiding 6 jaar en 3 maanden nuttige ervaring erkend en kan dus aangesteld worden in de opleiding kapper….

Voorbeeld 2: een centrum voor volwassenenonderwijs wil een personeelslid met het studiebewijs HSBS bouw en een bewijs van pedagogische bekwaamheid aanstellen in de opleiding ijzervlechter. Het centrum vraagt voor dit personeelslid nuttige ervaring aan voor de modules basis betonconstructies, betonconstructies en ijzervlechtwerk. Het personeelslid krijgt 4 jaar en 2 maanden nuttige ervaring erkend voor de modules basis betonconstructies en betonconstructies en 2 jaar en 6 maanden voor de module ijzervlechtwerk. Het personeelslid beschikt niet over minimaal 3 jaar erkende nuttige ervaring voor alle modules van de opleiding ijzervlechter en kan dus niet in die opleiding aangesteld worden, tenzij als uitzonderingsmaatregel met een 'ander' bekwaamheidsbewijs.

Enkel voor de opleidingen bakkersgast, …, grootkeukenmedewerker, kelner, meubelmaker, slagersgast en spekslager wordt een uitzondering gemaakt: hoewel de bekwaamheidsbewijzen hier op opleidingsniveau vastgelegd zijn, zullen deze opleidingen behandeld worden als lagen de bekwaamheidsbewijzen op moduleniveau. Dat betekent dus dat personeelsleden die nuttige ervaring nodig hebben als onderdeel van hun bekwaamheidsbewijs en die niet voor alle modules van deze opleidingen nuttige ervaring kunnen aantonen, in uitzondering op de hierboven geschetste algemene regel toch aangesteld kunnen worden in die modules waarvoor ze de benodigde nuttige ervaring erkend gekregen hebben.

Voorbeeld 3: een centrum voor volwassenenonderwijs wil een personeelslid met het diploma HSTO hotel - keuken en een bewijs van pedagogische bekwaamheid aanstellen in de opleiding grootkeukenmedewerker. Het centrum vraagt voor alle vijf modules van die opleiding nuttige ervaring aan en het personeelslid krijgt voor vier modules 4 jaar nuttige ervaring erkend, behalve voor de module toonbankbediening. Hoewel het personeelslid dus niet voor alle modules van de opleiding grootkeukenmedewerker nuttige ervaring erkend gekregen heeft, kan het omwille van de toegelaten uitzondering toch aangesteld worden met een vereist bekwaamheidsbewijs in die modules van de opleiding grootkeukenmedewerker waarvoor het wel de vereiste nuttige ervaring erkend gekregen heeft.

4.7.4. Bekwaamheidsbewijzen online: BBVWO

De bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs sommen per ambt en voor de leraar secundair volwassenenonderwijs per opleiding of per module de bekwaamheidsbewijzen op. U kunt deze overzichten online raadplegen via de website Onderwijs en Vorming en meer specifiek via de toepassing BBVWO. Een toelichting over de mogelijkheden ervan vindt u in de bijhorende handleiding.

De toepassing BBVWO bestaat uit twee luiken, namelijk enerzijds een luik met de ambten (behalve het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs) en anderzijds een luik dat voor het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs een verdere opsplitsing maakt naar de opleidingen en modules. Bij het luik met de ambten kunt u per ambt de verscheidene bekwaamheidsbewijzen terug vinden. U kunt ook omgekeerd op basis van een bekwaamheidsbewijs zoeken tot welke ambten dit bekwaamheidsbewijs toegang geeft.

Bij het luik met de opleidingen en modules kunt u via de knop 'van opleiding naar module of diploma' nagaan welke bekwaamheidsbewijzen gelden per opleiding. Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs liggen de bekwaamheidsbewijzen ofwel vast op het niveau van de opleiding, wanneer de modules die deel uitmaken van de betrokken opleiding van gelijkaardige inhoud zijn, ofwel op het niveau van de module, wanneer de modules die deel uitmaken van de opleiding te divers van aard zijn. Dit wordt ook zo weerspiegeld in de online toepassing: wanneer u klikt op een opleiding en u krijgt meteen de bekwaamheidsbewijzen te zien, betekent dit dat de bekwaamheidsbewijzen vastgelegd zijn op opleidingsniveau. Wanneer u op een opleiding klikt en u krijgt daarna een scherm met modules te zien, betekent dit dat de bekwaamheidsbewijzen op moduleniveau vastgelegd zijn. U kunt ook via de knop 'van module naar diploma' de bekwaamheidsbewijzen per module opzoeken of omgekeerd via de knop 'van diploma naar module' nagaan welke bekwaamheidsbewijzen aan welke modules gekoppeld zijn. De schermen geven telkens ook de koppeling tussen de opleiding en de modules weer.

Behoudens een paar uitzonderingen, zijn bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen bij het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs concrete diploma's opgenomen, zoals bv. licentiaat taal- en letterkunde: Romaanse talen (hoofdtaal Frans) + BPB, master in de taal- en regiostudies: sinologie + BPB, Bachelor (PBA) toegepaste informatica + BPB, HOKT orthopedagogie + BPB, GLSO hout, HSTO drukken + BPB + 3 jaar NE, HSTO mode en kleding + BPB + 3 jaar NE, HSBO boekbinden + BPB + 3 jaar NE, ...

Bij de voldoende geachte en 'andere' bekwaamheidsbewijzen van het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en bij de andere ambten wordt gebruik gemaakt van een algemeen diplomaniveau, al dan niet aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Deze algemene niveaus worden aangeduid via een aantal 'definities'. Hieronder vindt u informatie over de belangrijkste definities.

4.7.4.1. Ten minste master

De term ‘diploma van master’ omvat het diploma van

- een initiële master aansluitend bij een bachelor, eventueel na een schakelprogramma.

Met ingang van 1 september 2013 vallen hier ook onder:

- de master, aansluitend op een master (manama);

- de graden van gediplomeerde in de aanvullende studiën (GAS) en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën (GGS).

Onder de definitie 'ten minste master' worden niet alleen de bovenvermelde diploma's van master gerekend, maar ook de diploma’s van licentiaat, arts, burgerlijk en industrieel ingenieur, hoger technisch of hoger kunstonderwijs van de 3e graad met volledig leerplan, enz.

Voor het volledige overzicht zie punt 1° tot en met 11° van artikel 6 van het besluit van 14 juni 1989.

4.7.4.2. Ten minste bachelor (tot en met 31 augustus 2013 ‘ten minste PBA’)

De term ‘diploma van bachelor’ omvat diploma’s van:

- professioneel gerichte bachelor uitgereikt na het volgen van een initiële bacheloropleiding;

- bachelor, aansluitend op een bachelor (vanaf 1 september 2013);

- academisch gerichte bachelor (vanaf 1 september 2013).

Onder de definitie 'ten minste bachelor' worden in de eerste plaats de bovenvermelde diploma's van bachelor gerekend. Bovendien omvat de verzamelbenaming ook de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type (HOKT), de diploma's van gegradueerde (zowel de vroeger uitgereikte als de nu uitgereikte in het hoger beroepsonderwijs), diploma's van technisch ingenieur, diploma's van hoger kunstonderwijs van de eerste of tweede graad met volledig leerplan, diploma's van een hogere technische leergang van de tweede graad, ...

Ook alle diploma's die onder de definitie 'ten minste master' vallen, worden hieronder gerekend.Voor het volledige overzicht zie punt 1° tot en met 42° van artikel 6 van het besluit van 14 juni 1989.

De diploma's van onderwijzer, kleuteronderwijzer, GLSO en GVSO-groep 1, evenals de huidige bachelors in het onderwijs vallen eveneens onder de definitie 'ten minste bachelor’, maar voldoen tezelfdertijd ook aan de definitie van 'bewijs van pedagogische bekwaamheid'.

Let op: onder de definitie van 'ten minste bachelor’ valt niet het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, noch het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, noch het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, noch het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs.

4.7.4.3. Ten minste HSO

Onder deze definitie vallen onder meer alle diploma's hoger onderwijs, het diploma van kandidaat, het diploma van de 4e graad beroepssecundair onderwijs, het diploma secundair onderwijs, het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, het certificaat gerangschikt als TSO3 of BSO3, ... Voor het volledige overzicht zie zowel punt 1° tot en met 56bis° van artikel 6 als de definities ASBO, HSBO, HSTO en HSKO, die opgenomen zijn in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989.

4.7.4.4. Andere definities

Andere definities, zoals bv. HOKT, HSTO, LSTO, LSBO, ... vindt u eveneens terug in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989.

Bij de 'andere' bekwaamheidsbewijzen van het ambt van lector in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding is als bekwaamheidsbewijs 'alle andere bekwaamheidsbewijzen' opgenomen. Hiermee worden alle basisdiploma's bedoeld die niet onder de definities van 'ten minste master' of 'ten minste bachelor ' gerekend worden. Concreet gaat het aldus om alle basisdiploma's die in artikel 6 onder punt 43° tot en met 70° opgesomd zijn.

4.7.5. Uitbreidingsmodules

Met ingang van 1 september 2011 werden voor het eerst de zogenaamde uitbreidingsmodules geïntroduceerd. Eigen aan uitbreidingsmodules is dat ze een uitbreiding of specialisatie bij een opleiding zijn, maar dat ze geen deel uitmaken van het certificaattraject van de opleiding: een cursist hoeft de uitbreidingsmodule met andere woorden niet te volgen om het certificaat van de opleiding waarbij de uitbreidingsmodule hoort, te behalen.

Zoals in punt 4.7.4. toegelicht, kent het secundair volwassenenonderwijs opleidingen waar de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van de opleiding vastgelegd zijn en opleidingen waar de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van de module vastgelegd zijn. Uitbreidingsmodules kunnen bij beide soorten opleidingen een uitbreiding/specialisatie vormen. In beide gevallen worden de uitbreidingsmodules behandeld als aparte modules, ook wanneer een uitbreidingsmodule dezelfde bekwaamheidsbewijzen heeft als een volledige opleiding. Zoals hierboven immers vermeld, maken de uitbreidingsmodules geen deel uit van een opleiding en kunnen ze aldus evenmin naar de invulling van de rechten en plichten van de personeelsleden samen met de erbij horende opleiding bekeken worden.

Voorbeeld:

Een aanvraag/erkenning nuttige ervaring voor de opleiding ‘autobuschauffeur’ (bekwaamheidsbewijzen op opleidingsniveau) geldt niet automatisch voor de module ‘rijtechnieken aanhangwagen’; de aanvraag/erkenning nuttige ervaring voor deze module moet apart verlopen. Ook de opbouw voor het aantal benodigde dagen dienstanciënniteit met het oog op het verkrijgen van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verloopt voor de opleiding ‘autobuschauffeur’ en de module ‘rijtechnieken aanhangwagen’ apart. Wie bijgevolg op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs 720 dagen dienstanciënniteit heeft opgebouwd in het kader van het verwerven van een recht op TADD voor de opleiding ‘autobuschauffeur’ heeft deze dienstanciënniteit niet automatisch ook verworven voor de uitbreidingsmodule ‘rijtechnieken aanhangwagen’.

4.7.6. Geletterdheidmodules en open modules

Met ingang van 1 september 2014 worden voor het eerst de zogenaamde geletterdheidsmodules geïntroduceerd. Net zoals uitbreidingsmodules maken geletterdheidsmodules geen deel uit van de opleiding waartoe ze behoren en hoeft een cursist aldus de geletterdheidsmodule niet te volgen om het certificaat van de opleiding waarbij de geletterdheidsmodule hoort, te behalen.

Momenteel komen de geletterdheidsmodules voor bij opleidingen uit het studiegebied Nederlands tweede taal waar de bekwaamheidsbewijzen van de opleidingen die deel uitmaken van dat studiegebied op het niveau van de opleiding liggen. Met ingang van 1 februari 2016 worden er ook geletterdheidsmodules geïntroduceerd in het kader van Nederlands en leren leren. Die geletterdheidsmodules kunnen bij elke diplomagerichte opleiding aangeboden worden.

In elk geval worden de geletterdheidsmodules, net zoals de uitbreidingsmodules, als aparte modules beschouwd, ook wanneer een geletterdheidsmodule dezelfde bekwaamheidsbewijzen heeft als een volledige opleiding. Zoals hierboven immers vermeld, maken de geletterdheidsmodules geen deel uit van een opleiding en kunnen ze aldus evenmin naar de invulling van de rechten en plichten van de personeelsleden samen met de erbij horende opleiding bekeken worden.

Het decreet volwassenenonderwijs bepaalt dat geletterdheidsmodules ook onder de vorm van een zogenaamde ‘open module’ aangeboden kunnen worden. Omdat een ‘open module’ geen volledig aparte module is, die zoals alle andere modules in een opleidingsprofiel opgenomen is, is er voor gekozen om bij het inrichten van een open module met het systeem van de gelijkstelling te werken. Wanneer een geletterdheidsmodule onder de vorm van een open module ingericht wordt, moet de open module gelijkgesteld worden met die geletterdheidsmodule waarvan de open module afgeleid is of waaruit de open module de meeste competenties haalt.

De personeelsleden die met een open module belast worden, worden dan bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor de geletterdheidsmodule waarmee de open module gelijkgesteld is. In de elektronische zendingen meldt u deze open modules door de vakcode 978 te koppelen aan de geletterdheidsmodule waarmee de open module wordt gelijkgesteld.

Voorbeeld

Een centrum richt een open module in binnen de opleiding Nederlands tweede taal – richtgraad 1. Deze open module is afgeleid of haalt de meeste competenties uit de module NT2 - Breakthrough/Waystage spreken/gesprekken voeren en luisteren in de opleiding. Het centrum meldt het betrokken personeelslid in dit geval in dienst voor de betreffende module en koppelt deze module aan de vakcode 978 – ‘open module’.

5. Aandachtspunten schooljaar 2016-2017

5.1. Met ingang van 1 september 2016

Met ingang van 1 september 2016 worden vierentwintig nieuwe opleidingen ingevoerd, waarvan 3 nieuwe opleidingen in het studiegebied handel en eenentwintig hervormde opleidingen ter vervanging van al bestaande opleidingen. Bij tweeëntwintig nieuwe opleidingen zijn de bekwaamheidsbewijzen vastgelegd op het niveau van de opleiding en zijn de vereiste bekwaamheidsbewijzen van de nieuw omgevormde opleidingen in globo dezelfde als van de ‘oude’ opleidingen. Bij de opleidingen ICT programmeren en ICT besturingssystemen en netwerken zijn de bekwaamheidsbewijzen vastgelegd op het niveau van de module, maar zijn ze ook hier in globo dezelfde als van de ‘oude’ opleidingen.

5.1.1. Nieuwe opleidingsprofielen in het studiegebied auto

In het studiegebied auto worden de opleidingen heftruckchauffeur, reachtruckchauffeur, fietshersteller en mecanicien bromfietsen en motorfietsen geïntroduceerd ter vervanging van bestaande opleidingen. Voor het overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen die gelden voor deze vier opleidingen, raadpleegt u BBVWO .

5.1.2. Nieuwe opleidingen in het studiegebied handel

In het studiegebied handel worden de opleidingen magazijnier, verhuizer en behandelaar luchtvracht en bagage als nieuwe opleidingen geïntroduceerd. Aan de opleidingen verhuizer en behandelaar luchtvracht en bagage worden enkel voldoende geachte en ‘andere’ bekwaamheidsbewijzen toegekend. Voor het overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen raadpleegt u BBVWO .

5.1.3. Nieuwe opleidingen in het studiegebied ICT

In het studiegebied ICT worden de opleidingen ICT programmeren en ICT besturingssystemen en netwerken geïntroduceerd ter vervanging van respectievelijk de opleidingen informatica: programmeren en informatica: computer- en besturingssystemen en netwerken. Bij de opleiding ICT besturingssystemen en netwerken blijft de bestaande uitbreidingsmodule Virtualisatie behouden, maar wordt tevens een nieuwe uitbreidingsmodule Automatisatie toegevoegd. Voor het overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen raadpleegt u BBVWO .

De bestaande opleiding informatica: toepassingssoftware wordt vervangen door zeven nieuwe opleidingen, nl. Start to ICT, ICT en sociale media, ICT en administratie, ICT in een educatieve context, ICT in een creatieve context, Webcontent en App-ontwikkeling. Voor het overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen raadpleegt u BBVWO .

5.1.4. Nieuwe opleidingen in het studiegebied voeding

In het studiegebied voeding worden de opleidingen in de cluster slagerij hervormd. Concreet houdt dat de introductie van acht nieuwe opleidingen in, nl. medewerker slagerij, slager-spekslager, slager-distributie, wild- en gevogelteslager, bereider van vleesproducten (charcutier), vleesbereider, vleesbewerker en uitbener-uitsnijder in. Voor het overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen raadpleegt u BBVWO .

5.2. Met ingang van 1 februari 2017

Met ingang van 1 februari 2017 worden drie nieuwe opleidingen in de studiegebieden handel en mechanica-elektriciteit ingevoerd. Het betreft in de eerste plaats de vernieuwde opleiding bedrijfsbeheer waarvan de bekwaamheidsbewijzen in de nieuwe opleiding dezelfde zijn als in de al bestaande opleiding en dus op het opleidingsniveau vastgelegd blijven.

Voor wat de twee nieuwe opleidingen onderhoudsmonteur en elektromecanicien

in het studiegebied mechanica-elektriciteit betreft, zijn de bekwaamheidsbewijzen vastgelegd op moduleniveau. Voor het overzicht van de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen raadpleegt u BBVWO .

6. Aandachtspunten voorafgaande schooljaren

7. Bekwaamheidsbewijzen volwassenenonderwijs online (BBVWO)