Decreet basisonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    25 FEBRUARI 1997
  • publicatiedatum
    B.S.17/04/1997
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    14/05/2020

COORDINATIE

(1) Decr. van 15/07/1997 (B.S. 21/08/1997) detail
Decreet betreffende het onderwijs VIII
;

(2) Decr. van 15/07/1997 (B.S. 29/08/1997) detail
Decreet betreffende een afwijkingsprocedure voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen
;

(3) Decr. van 19/12/1997 (B.S. 30/12/1997) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1998
;

(4) Decr. van 14/07/1998 (B.S. 29/08/1998) detail
Decreet betreffende het onderwijs IX
;

(5) Decr. van 14/07/1998 (B.S. 29/08/1998) detail
Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs
;

(6) Decr. van 01/12/1998 (B.S. 10/04/1999) detail
Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
;

(7) Arr. nr. 19/99 van dd. 17/02/1999 (B.S. 17/03/1999)

(8) Decr. van 22/12/1999 (B.S. 30/12/1999) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2000
;

(9) Decr. van 20/10/2000 (B.S. 16/12/2000)

(10) Decr. van 22/12/2000 (B.S. 30/12/2000) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001
;

(11) Decr. van 13/07/2001 (B.S. 27/11/2001) detail
Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek
;

(12) Decr. van 28/06/2002 (B.S. 14/09/2002) detail
Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I
;

(13) Decr. van 14/02/2003 (B.S. 01/07/2003) detail
Decreet betreffende het onderwijs XIV
;

(14) Decr. van 10/07/2003 (B.S. 24/10/2003) detail
Decreet betreffende het landschap basisonderwijs
;

(15) Decr. van 02/04/2004 (B.S. 06/08/2004) detail
Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
;

(16) Decr. van 07/05/2004 (B.S. 31/08/2004) detail
Decreet betreffende de regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen
;

(17) Decr. van 07/05/2004 (B.S. 15/10/2004) detail
Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat betreft het vreemdetalenonderwijs in het gewoon basisonderwijs
;

(18) Decr. van 24/12/2004 (B.S. 21/02/2005) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2004
;

(19) Decr. van 24/06/2005 (B.S. 24/08/2005) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005
;

(20) Decr. van 15/07/2005 (B.S. 16/09/2005) detail
Decreet betreffende het onderwijs XV
;

(21) Decr. van 09/12/2005 (B.S. 02/02/2006) detail
Decreet betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs
;

(22) Decr. van 30/06/2006 (B.S. 13/12/2006) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006
;

(23) Decr. van 07/07/2006 (B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006) detail
Decreet betreffende het onderwijs XVI
;

(24) Decr. van 15/12/2006 (B.S. 06/02/2007) detail
Decreet betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen
;

(25) Decr. van 22/12/2006 (B.S. 29/12/2006) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007
;

(26) decr. van 22/06/2007 (B.S. 21/08/2007) detail
Decreet betreffende het onderwijs XVII
;

(27) Decr. van 06/07/2007 (B.S. 24/08/2007) detail
Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek en van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
;

(28) Decr. van 13/07/2007 (B.S. 31/08/2007) detail
Decreet houdende dringende maatregelen met betrekking tot functiebeschrijving en evaluatie in het onderwijs
;

(29) B.VL.R. van 13/07/2007 (B.S. 31/08/2007) detail
;

(30) Decr. van 30/11/2007 (B.S. 11/02/2008) detail
Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau
;

(31) Decr. van 01/02/2008 (B.S. 04/03/2008) detail
Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat betreft de gegevensuitwisseling in het kader van de stimulering van de kleuterparticipatie
;

(32) Decr. van 06/06/2008 (B.S. 18/07/2008) detail
Decreet houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding
;

(33) Decr. van 04/07/2008 (B.S. 01/09/2008) detail
Decreet betreffende het onderwijs XVIII
;

(34) decr. van 04/07/2008 (B.S. 20/10/2008) detail
Decreet betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft
;

(35) Decr. van 19/12/2008 (B.S. 29/12/2008) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009
;

(36) Decr. van 20/03/2009 (B.S. 09/04/2009) detail
Decreet betreffende de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs en de engagementsverklaring tussen de school en de ouders in het basis- en secundair onderwijs
;

(37) Decr. van 08/05/2009 (B.S. 28/08/2009) detail
Decreet betreffende het onderwijs XIX
;

(38) Decr. van 08/05/2009 (B.S. 28/08/2009) detail
Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
;

(39) Decr. van 18/12/2009 (B.S. 30/12/2009) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010
;

(40) Decr. van 18/12/2009 (B.S. 29/01/2010) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009
;

(41) B.VL.R. van 26/02/2010 (B.S. 11/05/2010)

(42) Decr. van 09/07/2010 (B.S. 31/08/2010) detail
Decreet betreffende het onderwijs XX
;

(43) Decr. van 23/12/2010 (B.S. 31/12/2010) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2011
;

(44) Decr. van 17/12/2010 (B.S. 24/06/2011) detail
Gecodificeerde decreten betreffende het secundair onderwijs [citeeropschrift: "Codex Secundair Onderwijs"]
;

(45) Decr. van 17/06/2011 (B.S. 20/07/2011) detail
Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs
;

(46) Decr. van 01/07/2011 (B.S. 30/08/2011) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXI
;

(47) Decr. van 08/07/2011 (B.S. 25/07/2011) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2011
;

(48) Decr. van 25/11/2011 (B.S. 23/02/2012) detail
Decreet betreffende het inschrijvingsrecht
;

(49) Decr. van 23/12/2011 (B.S. 30/12/2011) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012
;

(50) Decr. van 01/06/2012 (B.S. 22/06/2012) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2012
;

(50/1) Decr. van 08/06/2012 (B.S. 23/07/2012) detail
(Het decr. van 08/06/2012 wijzigt het decr. van 25/11/2011 dat het decr. basisonderwijs wijzigt.)
;

(51) Decr. van 29/06/2012 (B.S. 27/07/2012) detail
Decreet betreffende de noodzakelijke bepalingen voor de organisatie van het onderwijs
;

(52) Decr. van 06/07/2012 (B.S. 30/08/2012) detail
Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, met het oog op de invoering van een deels op socio-economische leerlingenkenmerken gebaseerd omkaderingssysteem, waarbij het kleuteronderwijs evenwaardig omkaderd wordt als het lager onderwijs
;

(53) decr. van 21/12/2012 (B.S. 31/12/2012) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013
;

(54) Decr. van 21/12/2012 (B.S. 19/02/2013) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXII
;

(55) Decr. van 05/07/2013 (B.S. 30/07/2013) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2013
;

(56) Decr. van 19/07/2013 (B.S. 27/08/2013) detail
Decreet betreffende het Onderwijs XXIII
;

(57) Decr. van 21/03/2014 (B.S. 28/08/2014) detail
Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
;

(58) Decr. van 04/04/2014 (B.S. 20/08/2014) detail
Decreet houdende diverse maatregelen betreffende de rechtspositie van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs en betreffende de participatie op school
;

(59) Decr. van 25/04/2014 (B.S. 25/09/2014) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXIV
;

(60) Decr. van 19/12/2014 (B.S. 30/12/2014) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015
;

(61) Decr. van 19/12/2014 (B.S. 27/01/2015) detail
Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs
;

(62) Decr. van 03/07/2015 (B.S. 28/07/2015) detail
Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs
;

(63) Decr. van 19/06/2015 (B.S. 21/08/2015) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXV
;

(64) Decr. van 13/11/2015 (B.S. 23/11/2015) detail
Decreet houdende dringende tijdelijke maatregelen in het kader van een stijgend aantal anderstalige kleuters en inzake flexibilisering van de programmatiemogelijkheden onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs
;

(65) Decr. van 17/06/2016 (B.S. 10/08/2016) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXVI
;

(66) Decr. van 15/07/2016 (B.S. 06/09/2016) detail
Decreet houdende de verschuiving en aanwending van werkingsmiddelen als gevolg van de toepassing van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, en houdende de verlenging van de aanwendingstermijn voor de extra werkingstoelage voor de stijging van het aantal anderstalige kleuters
;

(67) B.VL.R. van 28/10/2016 (B.S. 29/12/2016) detail
Gecodificeerde decreten sommige bepalingen voor het onderwijs
;

(68) Decr. van 18/11/2016 (B.S. 13/12/2016) detail
Decreet houdende de dringende verlenging van een tijdelijke maatregel in het kader van het stijgend aantal anderstalige kleuters
;

(69) Decr. van 23/12/2016 (B.S. 29/12/2016) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017
;

(70) Decr. van 16/06/2017 (B.S. 18/08/2017) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXVII
;

(71) Decr. van 30/06/2017 (B.S. 03/07/2017) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017
;

(72) Decr. van 24/11/2017 (B.S. 15/01/2018) detail
Decreet houdende diverse bepalingen onderwijs
;

(73) Decr. van 22/12/2017 (B.S. 29/12/2017) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018
;

(74) Decr. van 26/01/2018 (B.S. 09/03/2018) detail
Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat de onderwijsdoelen betreft (opschrift gewijzigd door de commissie:... tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat onderwijsdoelen betreft, en tot wijziging van de decreten Rechtspositie onderwijspersoneel)
;

(75) Decr. van 23/03/2018 (B.S. 16/04/2018) detail
Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0
;

(76) Decr. van 27/04/2018 (B.S. 25/06/2018) detail
Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
;

(77) Decr. van 08/06/2018 (B.S. 26/06/2018) detail
Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
;

(78) Decr. van 15/06/2018 (B.S. 17/08/2018) detail
Decreet betreffende het onderwijs XXVIII
;

(79) Decr. van 06/07/2018 (B.S. 20/08/2018) detail
Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
;

(80) Decr. van 06/07/2018 (B.S. 30/08/2018) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018
;

(81) Decr. van 21/12/2018 (B.S. 28/12/2018) detail
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019
;

(82) Decr. van 21/12/2018 (B.S. 11/01/2019) detail
Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft
;

(83) Decr. van 15/03/2019 (B.S. 08/05/2019) detail
Decreet tot uitvoering van maatregelen betreffende het onderwijs uit cao XI vanaf het schooljaar 2019-2020
;

(84) Decr. van 22/03/2019 (B.S. 15/05/2019) detail
Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid
;

(85) Decr. van 03/05/2019 (B.S. 29/05/2019) detail
Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wat de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs betreft
;

(86) Decr. van 05/04/2019 (B.S. 24/06/2019) detail
Decreet betreffende het Onderwijs XXIX
;

(87) Decr. van 17/05/2019 (B.S. 26/07/2019) detail
Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft
;

(88) Decr. van 22/11/2019 (B.S. 11/12/2019) detail
Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de wijziging van het inschrijvingsrecht betreft. (Dit decreet wijzigt het decreet basisonderwijs en het decreet van 17/05/2019 dat o.a. het decreet basisonderwijs wijzigt.)
;

(89) Decr. van 20/12/2019 (B.S. 30/12/2019) detail
PROGRAMMADECREET bij de begroting 2020
;

(90) Decr. van 08/05/2020 (B.S. 14/05/2020) detail
Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (Dit decreet wijzigt het decreet basisonderwijs en het decreet van 17/05/2019 dat o.a. het decreet basisonderwijs wijzigt.)
;

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op het gewoon en het buitengewoon, erkend, gefinancierd en gesubsidieerd basisonderwijs, tenzij het uitdrukkelijk anders vermeld wordt. Het decreet is niet van toepassing op de internaten, semi-internaten, opvangcentra en observatiecentra die verbonden zijn aan basisscholen.

§ 2. In afwijking van § 1 is [42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
artikel 27quater42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
] van toepassing op internaten.

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

HOOFDSTUK II. - Afkortingen en definities

Art. 3.

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :

1° [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
aanvullende lestijden : lestijden toegekend [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
...52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] voor specifieke behoeften bepaald door de regering;13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

2° aanvullende uren : uren paramedische, medische, psychologische, sociale of orthopedagogische hulp toegekend voor specifieke behoeften;

3° administratieve vestigingsplaats : vestigingsplaats door het schoolbestuur gekozen als administratieve zetel van de school;

4° afstand : de kortst mogelijke afstand gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, éénrichtingsverkeer en autosnelwegen;

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

4°bis Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;

4°ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

4° quater anderstalige nieuwkomer :

a) een leerling die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is en [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
die op de dag van de voorziene instap in de school65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] , gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :

1) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft;

2) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal;

3) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;

4) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal;

b) een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is.

Dat de leerling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt a), 1) en 2), wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer van de ouders. Met die verklaring op eer wordt voor het beantwoorden aan de voorwaarde vermeld in punt 1) echter geen rekening gehouden, als in het inschrijvings- of leerlingendossier documenten aanwezig zijn die deze verklaring tegenspreken. Dat de leerling voldoet aan de voorwaarde vermeld in punt b) wordt bewezen aan de hand van een attest, uitgereikt door het open asielcentrum waar hij officieel verblijft. De verklaringen die aantonen dat anderstalige nieuwkomers voldoen aan de voorwaarden, worden ten minste vijf jaar in de school bewaard en moeten eventueel ter verificatie worden voorgelegd.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

5° [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs : een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

6° basisschool : school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt;

7° behoudsnorm : gunstige rationalisatienorm die in welbepaalde situaties in het buitengewoon onderwijs mag toegepast worden;

8° [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[ (tot 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
bevolkingsdichtheid van een gemeente : het aantal inwoners per km² [42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
zoals berekend door de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek en zoals dat op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de zesjaarlijkse [45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
periode45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
] voor scholengemeenschappen, vermeld in artikel 125quinquies [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
...65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] beschikbaar is.42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
]
] [ (vanaf 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
bevolkingsdichtheid van een gemeente: het aantal inwoners per vierkante kilometer dat opgenomen is in de gemeentemonitor van de Vlaamse overheid en dat op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de zesjaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, vermeld in artikel 125quinquies, beschikbaar is;] 86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

De bevolkingsdichtheid in aanmerking te nemen voor een school die vestigingsplaatsen heeft in verschillende gemeenten wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². Voor een vestigingsplaats wordt de bevolkingsdichtheid van de gemeente waarin die vestigingsplaats werkelijk gelegen is, in aanmerking genomen;

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

8°bis bijkomende lestijden : lestijden die niet behoren tot het lestijdenpakket en geen extra lestijden zijn;

8°ter bijkomende uren : uren die niet behoren tot het urenpakket en geen extra uren zijn;

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
8° quater brede basiszorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school vanuit een visie op zorg de ontwikkeling van alle leerlingen stimuleert en problemen tracht te voorkomen door een krachtige leeromgeving te bieden, de leerlingen systematisch op te volgen en actief te werken aan het verminderen van risicofactoren en aan het versterken van beschermende factoren; 57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

9° [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
...57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
9°bis CKG-school : school die verbonden is aan een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
9°ter26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] CLB : centrum voor leerlingenbegeleiding zoals bedoeld in het decreet van [76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
27 april 2018 betreffende leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
] 11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
9° quater CLR : Commissie inzake Leerlingenrechten als vermeld in afdeling 2 van hoofdstuk IV van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I; 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
9° quater/1 consultatieve leerlingenbegeleiding: de kernactiviteit van een centrum voor leerlingenbegeleiding waarbij het versterking biedt aan de school bij problemen van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
9° quinquies compenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen, waardoor de doelen van het gemeenschappelijk curriculum of de doelen die na dispensatie voor de leerling bepaald zijn, bereikt kunnen worden; 57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
9° sexies : contactonderwijs : onderwijs waarbij er een rechtstreeks en regelmatig contact is tussen de leraar of beg eleider van een onderwijsactiviteit en de leerling, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking; 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

10° [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
POV : Provinciaal Onderwijs Vlaanderen;13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

11° departement : bevoegde dienst of ambtenaar van het departement onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;

12° [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum, een beperkte variatie aanbrengt in het onderwijsleerproces om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele leerlingen of groepen van leerlingen;57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
12° bis dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het onderwijsniveau ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs, nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
12° ter disproportionaliteit/disproportioneel: onredelijkheid van aanpassingen aangetoond na een proces van afweging met toepassing van de criteria als vermeld in artikel 2, § 2 en § 3, van het Protocol van 19 juli 2007 betreffende het begrip redelijke aanpassingen in België krachtens de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding; 57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

13° [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
[75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
erkend onderwijs : onderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 62 of artikel 62bis en erkend is door de Vlaamse Regering zoals bepaald in artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
] 54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

14° extra lestijden : lestijden toegekend in het kader van een tijdelijk project;

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
14°bis [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
extra uren : uren die toegekend zijn in het kader van tijdelijke projecten;33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] 26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
14°ter extra-muros activiteiten : activiteiten die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder;33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

15° fusie van scholen : de samenvoeging tot één nieuwe school van twee of méér scholen die gelijktijdig worden afgeschaft of de samenvoeging tot één school van twee of méér scholen waarbij één van de betrokken scholen blijft bestaan en de andere(n) opslorpt;

16° gefinancierd onderwijs : gemeenschapsonderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68;

17° Gemeenschap : de Vlaamse Gemeenschap;

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
17° bis gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de leergebiedoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen; 57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

18° gemeenschapsonderwijs : onderwijs georganiseerd door of namens de Gemeenschap;

19° gesubsidieerd onderwijs : vrij onderwijs of officieel onderwijs, met uitzondering van het gemeenschapsonderwijs, dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68;

20° godsdienst of levensbeschouwing : een godsdienst of levensbeschouwing erkend door de overheid die terzake bevoegd is;

21° groep : indeling van de scholen en vestigingsplaatsen in het gewoon basisonderwijs en van de scholen in het buitengewoon basisonderwijs naargelang ze behoren tot het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheidene godsdiensten, of tot het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs;

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
21° bis handelingsgericht advies: het CLB geeft advies aan de leerling, de ouders of het schoolteam over keuzemogelijkheden en gedragsalternatieven of eventueel bepaalde hulp;76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

22° [10Decr. van 22/12/2000
B.S. 30/12/2000
herstructurering : 10Decr. van 22/12/2000
B.S. 30/12/2000
]

[10Decr. van 22/12/2000
B.S. 30/12/2000

a) in het gewoon onderwijs : wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onderwijsniveaus en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meer nieuwe scholen. Een fusie wordt niet als een herstructurering beschouwd;

b) in het buitengewoon onderwijs : wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onderwijsniveaus en/of types en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van de leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meerdere scholen. Een fusie [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
en veranderingen van bestaande types of niveaus binnen bestaande vestigingsplaatsen in de school zonder dat het bestaande aanbod in de totale school wijzigt, worden65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] niet als een herstructurering beschouwd;

10Decr. van 22/12/2000
B.S. 30/12/2000
]

23° [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
hoofdopdracht : lesopdracht voor het onderwijzend personeel, kindgebonden opdracht voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. In de hoofdopdracht kunnen bijzondere pedagogische taken en/of lestijden beleidsondersteuning begrepen zijn;11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

24° [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
huisonderwijs : 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school; 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan; 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
24° /1 individueel aangepast curriculum : een curriculum waarbij leerdoelen op maat van de leerling met een verslag [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
als vermeld in artikel 15,79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] worden geformuleerd. De leerdoelen op maat van de leerling worden gekozen door de klassenraad in afstemming met de ouders, waar mogelijk de leerling, de CLB-medewerker en in voorkomend geval externe ondersteuners, vertrekkende van de ontwikkelingsdoelen en de leerdoelen die het bereiken van de eindtermen beogen. Dit curriculum kan, indien dit noodzakelijk is voor de leerling, ook gebaseerd worden op de ontwikkelingsdoelen van het buitengewoon onderwijs. Het curriculum wordt naargelang de studievoortgang van de leerling aangepast. Deze leerdoelen moeten worden nagestreefd en beogen de maximale ontplooiing van de leerling en een zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren in de school voor gewoon onderwijs. Leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen komen niet in aanmerking voor het getuigschrift basisonderwijs behoudens wanneer voldaan is aan de voorwaarden van artikel 54; 70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
24° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen; 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

25° klassenraad : team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
of zal dragen59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
25°bis kleuterparticipatie : de inschrijving in en deelname aan het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen met het oog op het realiseren van de ontwikkelingsdoelen;26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

26° kleuterschool : school waar alleen kleuteronderwijs georganiseerd wordt;

27° lagere school : school waar alleen lager onderwijs georganiseerd wordt;

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
27° bis [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
leefentiteit56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] : leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder, als vermeld in 41°, of leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats; 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
27° ter leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg;76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

28° leerlingengroep : aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt;

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
28° bis leerling met specifieke onderwijsbehoeften: leerling met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen:

a) één of meerdere functiebeperkingen op mentaal, psychisch, lichamelijk of zintuiglijk vlak en;

b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en;

c) persoonlijke en externe factoren;

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

29° leergebied : samenhangend geheel van leerinhouden;

30° leerplicht : periode binnen dewelke men verplicht is onderwijs te volgen, zoals vastgelegd in [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
artikel 1, § 1, § 3, § 759Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;

31° leerplichtige : jongere onderworpen aan de leerplicht;

32° lestijd : een periode van vijftig minuten die als eenheid voor de bepaling van de duur van de onderwijsactiviteiten wordt gebruikt;

33° [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
lestijdenpakket : 52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

a) in het gewoon basisonderwijs : pakket lestijden dat bestaat uit de lestijden volgens de schalen, de SES-lestijden en de aanvullende lestijden, toegekend aan een school om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie van het onderwijzend personeel te bepalen, inclusief de eventuele lesopdracht van de directie;

b) in het buitengewoon basisonderwijs : het pakket lestijden dat bestaat uit de lestijden volgens de schalen en de aanvullende lestijden, toegekend aan een school om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie van het onderwijzend personeel te bepalen, inclusief de eventuele lesopdracht van de directie;

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

34° [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
lestijden volgens de schalen : resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode aan de hand van schalen of bekomen als additionele lestijden volgens de schalen volgens de berekeningswijzen vermeld in dit decreet;52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

35° lokaal comité : het lokaal overlegorgaan of onderhandelingsorgaan bevoegd voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;

36° [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
36° LOP : lokaal overlegplatform als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

37° officieel onderwijs : onderwijs georganiseerd door een [46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
publiekrechtelijke rechtspersoon46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
] ;

38° onderwijs aan huis : onderwijs dat thuis of in een medische instelling verstrekt wordt aan zieke [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
leerlingen37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] of [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
leerlingen37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] met een handicap;

39° onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in [38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] of de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het basisonderwijs;

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

39°bis onderwijsnet :

- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;

- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht [46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
...46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
] door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;

- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap;

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

40° onderwijsniveau : indeling van het onderwijs in kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs en hoger onderwijs;

41° ouders : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben;

42° OVSG : Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap;

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
42° bis pedagogisch project : het geheel van de fundamentele uitgangspunten voor een school en haar werking; 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

43° periode van normale aanwezigheid van de leerlingen : periode die loopt vanaf 15 minuten vóór de eerste les 's morgens tot 15 minuten na de laatste les 's middags en vanaf 15 minuten vóór de eerste les 's namiddags tot 15 minuten na de laatste les 's avonds

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
43°bis plage : lestijden of uren buiten het lestijden- en urenpakket die zich situeren boven het minimum maar binnen het maximum van de hoofdopdracht;13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

44° preventorium : medische instelling die onder meer in residentieel verband kuurmogelijkheden biedt aan kinderen en jongeren van [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
twee jaar en zes maanden13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] tot achttien jaar en waar buitengewoon onderwijs van type 5 gegeven wordt;

45° programmatienorm : aantal regelmatige leerlingen dat op een [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
] in een school [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
...23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
] of een type moet ingeschreven zijn om in de financierings- of subsidiëringsregeling te worden opgenomen;

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
45°bis [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
puntenenveloppe : het aantal punten waarover een school en/of scholengemeenschap op basis van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of op basis van het gemiddeld aantal leerlingen tijdens de telperiode beschikt en dat het aantal organiseerbare betrekkingen van beleids- en ondersteunend personeel en/of bestuurs- en onderwijzend personeel bepaalt;26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006

45°ter randgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;

45°quater taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs;

23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

46° [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
rationalisatienorm : het aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een school, een vestigingsplaats, een onderwijsniveau of een type moet ingeschreven zijn om na de programmatieperiode nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven;26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

47° regering : de Vlaamse regering;

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
47° bis remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum; 57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

48° salaris : wedde, weddetoelage, bijwedde, toelagen en vergoedingen;

49° school : pedagogisch geheel, waar onderwijs georganiseerd wordt en dat onder leiding staat van één directeur;

50° [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
schoolbestuur : de inrichtende macht zoals bedoeld in artikel 24, § 4, van de Grondwet, dit is de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen;11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

51° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus;

52° schoolopdracht van het personeel : het geheel van taken die een personeelslid in schoolverband uitvoert;

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
52°bis scholengemeenschap basisonderwijs : is een samenwerkingsverband dat beantwoordt aan de criteria van de artikelen 125sexies tot en met 125octies;14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
52° bis/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

[84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
52° bis/1/184Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
] SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
[84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
52° bis/1/284Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
] systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

52° bis/2 thuisloze : de leerling is tijdelijk of permanent buiten het eigen gezin verband opgenomen door een gezin of persoon, een voorziening of een sociale dienst, bedoeld in het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van de internaten die gefinancierd of gesubsidieerd worden door het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap; [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 200278Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
]

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
52°ter trekkende bevolking : binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

53° type : indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
53° bis uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school de maatregelen uit de fase van verhoogde zorg onverkort verderzet en het CLB een proces van handelingsgerichte diagnostiek opstart. Het CLB richt zich daarbij op een uitgebreide analyse van de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling en op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht(en) en ouders met het oog op het formuleren van adviezen voor het optimaliseren van het proces van afstemming van het onderwijs- en opvoedingsaanbod op de zorgvraag van de leerling. Het CLB bepaalt in samenspraak met de school en de ouders welke bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise, hetzij ten aanzien van de school of de leerling, al dan niet in zijn context, wenselijk is alsook de omvang en de duur daarvan;57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

54° [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
urenpakket :13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

a) in gewoon onderwijs : het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor kinderverzorgers in het kleuteronderwijs te bepalen;

b) in het buitengewoon onderwijs : het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor het paramedisch, medisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel te bepalen. Dit pakket bestaat uit uren volgens de richtgetallen en aanvullende uren.

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

55° uren volgens de richtgetallen : resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
teldag of tijdens een welbepaalde telperiode23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
] aan de hand van de richtgetallen door de regering vastgelegd;

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
55°bis [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onder- wijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg;57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] 12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

56° vestigingsplaats : gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is;

57° vrij onderwijs : onderwijs georganiseerd door een natuurlijk persoon of een private rechtspersoon;

58° ziekenhuisschool : school voor buitengewoon basisonderwijs van type 5 verbonden aan een ziekenhuis waar kinderen omwille van ernstige medische redenen worden opgenomen;

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
59° zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving op het gebied van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg. 57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

HOOFDSTUK III. - Structuur van het basisonderwijs

Afdeling 1. - Kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs

Art. 4.

Het basisonderwijs omvat kleuteronderwijs en lager onderwijs. Er is gewoon en buitengewoon basisonderwijs.

Art. 5.

Het kleuteronderwijs is basisonderwijs voor kinderen vanaf [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
twee jaar en zes maanden13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] en loopt tot de aanvang van het lager onderwijs.

Er is gewoon en buitengewoon kleuteronderwijs.

Art. 6.

§ 1. Het lager onderwijs is basisonderwijs dat aanvangt met het begin van de leerplicht, bestemd is voor kinderen na het kleuteronderwijs en loopt tot de aanvang van het secundair onderwijs.

Er is gewoon en buitengewoon lager onderwijs.

§ 2. Het gewoon lager onderwijs duurt zes jaar, het buitengewoon lager onderwijs duurt zeven jaar.

Art. 7.

§ 1. Elk schoolbestuur beslist of het alleen kleuteronderwijs, alleen lager onderwijs of beide organiseert.

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
In nieuwe scholen voor gewoon onderwijs, opgericht vanaf 1 september 2003, moet zowel kleuter- als lager onderwijs worden georganiseerd.14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

§ 2. [63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
Het schoolbestuur bepaalt vrij de organisatie van zijn kleuteronderwijs en lager onderwijs. Het legt die organisatie vast in het schoolwerkplan.63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

§ 3. [63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
In scholen met lager onderwijs moet het lager onderwijs steeds volledig georganiseerd worden. In scholen met kleuteronderwijs moet het kleuteronderwijs steeds volledig georganiseerd worden. Deze verplichting geldt, voor wat het gewoon kleuteronderwijs betreft, vanaf het schooljaar 2016-2017. 63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

[63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
In het gewoon basisonderwijs moet het kleuteronderwijs volledig georganiseerd zijn vanaf het derde bestaansjaar van dat onderwijsniveau in de school en het lager onderwijs volledig georganiseerd zijn vanaf het zesde bestaansjaar van dat onderwijsniveau in de school.63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

Afdeling 2. [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
Gewoon en buitengewoon basisonderwijs79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

Art. 8.

Het gewoon basisonderwijs wordt zodanig georganiseerd dat, op grond van een pedagogisch project, in de school een opvoedings- en leeromgeving gecreëerd wordt waarin de leerlingen een ononderbroken leerproces kunnen doormaken. Die omgeving wordt aangepast aan de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
Een school die beslist het ononderbroken leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt deze beslissing na overleg met het CLB. De genomen beslissing wordt ten aanzien van de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht, waarbij de school ook aangeeft welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn.58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

Het gewoon basisonderwijs is in principe verantwoordelijk voor het onderwijs aan alle leerlingen van bedoelde leeftijdscategorie. Het moet door blijvende aandacht en verbreding van de zorg zoveel mogelijk leerlingen blijvend begeleiden. [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
Het werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het CLB en de ouders en doet, in het bijzonder voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de leerling. De specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

Art. 9.

Het buitengewoon basisonderwijs is het onderwijs dat op grond van een pedagogisch project aangepast onderwijs, opvoeding, verzorging en therapie verstrekt aan leerlingen waarvan de totale persoonlijkheidsontwikkeling tijdelijk of permanent, niet of onvoldoende door het gewoon onderwijs kan verzekerd worden.

Art. 10.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

§ 1. Het buitengewoon basisonderwijs is ingedeeld in volgende types :

1° type basisaanbod, voor kinderen voor wie de onderwijsbehoeften dermate zijn en voor wie al tijdens het gewoon kleuteronderwijs of tijdens het gewoon lager onderwijs aantoonbaar blijkt dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te kunnen blijven meene- men in een school voor gewoon onderwijs;

2° type 2, voor kinderen met een verstandelijke beperking.

Kinderen met een verstandelijke beperking voldoen aan alle onderstaande criteria :

a) ze hebben significante beperkingen in het intellectueel functioneren, wat op basis van een psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een totaal intelligentiequotiënt op een gestandaardiseerde en genormeerde intelligentietest [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
dat twee of meer standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdsgenoten79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] , rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval;

b) ze hebben significante beperkingen in het [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
adaptief gedrag79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] , wat op basis van psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een uitslag op een gestandaardiseerde en genormeerde schaal voor [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
adaptief gedrag79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] , die [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
twee of meer79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdgenoten, rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval;

c) de functioneringsproblemen zijn ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar;

d) het besluit "verstandelijke beperking" wordt genomen na een periode van procesdiagnostiek;

3° type 3, voor kinderen met een emotionele of gedragsstoornis die geen verstandelijke beperking hebben zoals bepaald in 2°.

Kinderen met een emotionele of gedragsstoornis zijn kinderen bij wie op basis van gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld :

a) een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit;

b) een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis;

c) de gedragsstoornis in enge zin, `conduct disorder';

d) een angststoornis;

e) een stemmingsstoornis;

f) een hechtingsstoornis;

4° type 4, voor kinderen met een motorische beperking.

Kinderen met een motorische beperking zijn kinderen bij wie op basis van specifieke medische diagnostiek, een uitval wordt vastgesteld in de neuromusculoskeletale en beweginggerelateerde functies, meer bepaald :

a) de functies van gewrichten en beenderen;

b) de spierfuncties, meer bepaald de spierkracht, de tonus en het uithoudingsvermogen, met gedeeltelijke of volledige uitval van :

1) een van de of beide bovenste of onderste ledematen;

2) de linkerzijde, de rechterzijde of beide zijden;

3) de romp;

4) overige;

c) de bewegingsfuncties;

d) een door medische diagnostiek geobjectiveerde problematiek met weerslag op het beweginggerelateerd functioneren die niet terug te brengen is tot criterium a) tot en met c) maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;

5° type 5, voor kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis, een residentiële setting of verblijven in een preventorium.

De regering bepaalt de voorwaarden waaraan de residentiële setting moet voldoen opdat er een school voor buitengewoon onderwijs type 5 aan verbonden kan zijn.

Kinderen in type 5 beantwoorden aan alle onderstaande voorwaarden :

a) de medische, psychiatrische of residentiële opvang of begeleiding laat niet toe dat de kinderen voltijds in een school aanwezig zijn;

b) de kinderen hebben behoefte aan een individueel of geïndividualiseerd aanbod dat in de residentiële omgeving verstrekt wordt;

6° type 6, voor kinderen met een visuele beperking.

Kinderen met een visuele beperking zijn kinderen bij wie op basis van specifieke oogheelkundige diagnostiek een gezichtsstoornis werd vastgesteld die beantwoordt aan minstens een van de volgende criteria :

a) een optimaal gecorrigeerde gezichtsscherpte die kleiner dan of gelijk is aan 3/10 voor het beste oog;

b) een of meer gezichtsvelddefecten die meer dan 50% van de centrale zone van 30° beslaan of die het gezichtsveld concentrisch tot minder dan 20° verkleinen;

c) een volledige altitudinale hemianopsie, een oftalmoplegie, een oculomotorische apraxie of een oscillopsie.

Onder altitudinale hemianopsie wordt verstaan: halfzijdige blindheid of blindheid in de helft van het gezichtsveld met verschillende varianten die door hersenbeschadiging veroorzaakt is.

Onder oculomotorische apraxie wordt verstaan: het niet kunnen fixeren van de ogen op één voorwerp en het niet kunnen volgen van bewegende voorwerpen.

Onder oftalmoplegie wordt verstaan : verlamming van de oogspieren.

Onder oscillopsie wordt verstaan: subjectieve instabiliteit van het gezichtsveld of het symptoom waarbij het beeld dat iemand van de omgeving heeft, beweegt zodra het hoofd wordt bewogen;

d) een ernstige gezichtsstoornis die uit een geobjectiveerde cerebrale pathologie voortvloeit, zoals cerebrale visuele inperking;

e) een door een oogarts geobjectiveerde visuele problematiek die niet tot criterium a) tot en met d) terug te brengen is, maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;

7° type 7, voor kinderen met een auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis.

Kinderen met een auditieve beperking zijn kinderen die, op basis van een audiologisch onderzoek door een neus-, keel- en oorarts, beantwoorden aan een van de onderstaande criteria :

a) volgens de Fletcher-index een gemiddeld gehoorverlies hebben voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hz van 40 dB of meer voor het beste oor zonder correctie;

b) als de Fletcher-index minder dan 40 dB bedraagt: een foneemscore van 80% of minder hebben bij de spraakaudiometrie met woorden met een medeklinker-klinker- medeklinker-samenstelling bij 70 dB geluidsterkte;

c) een door een neus-, keel- en oorarts geobjectiveerde auditieve problematiek hebben die niet terug te brengen is tot criterium a) of b), maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten.

Kinderen met een spraak- of taalstoornis zijn kinderen zonder een verstandelijke beperking, zoals bepaald in 2°, waarvoor, op basis van een multidisciplinair onderzoek door een erkend gespecialiseerd team met minstens een logopedist, audioloog en neus-, keel- en oorarts, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld :

a) voor leerlingen jonger dan 6 jaar :

1) kinderafasie met een terugval in de taalontwikkeling of;

2) een vermoeden van ontwikkelingsdysfasie, gebaseerd op de vaststelling van een zeer moeizame spraak- en taalontwikkeling en met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;

b) voor leerlingen vanaf 6 jaar: diagnose ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie;

8° type 9, voor kinderen met een autismespectrumstoornis en die geen verstandelijke beperking hebben zoals bepaald in 2°.

Kinderen met een autismespectrumstoornis zijn kinderen bij wie op basis van gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld :

a) de autistische stoornis;

b) een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet-anders-omschreven.

Het basisaanbod buitengewoon onderwijs wordt niet erkend, gefinancierd of gesubsidieerd in het buitengewoon kleuteronderwijs.

§ 2. De regering legt diagnostische protocollen vast voor de oriëntering naar de types als vermeld in § 1, 2° tot 8°.

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

Art. 11.

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
... 79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Afdeling 3. - Overleg fundamentele onderwijshervormingen37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 11bis.

De regering informeert de afgevaardigden van de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de inrichtende machten een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de inrichtende machten.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
Afdeling 3bis. - Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

Art. 11ter.

§ 1. Voor elke leerling die voor het eerst in het gewoon lager onderwijs instroomt, voert de school een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden en gebeurt met een valide en betrouwbaar screeningsinstrument. Indien de resultaten van deze screening daar aanleiding toe geven, voorziet de school een taaltraject dat aansluit bij de beginsituatie en de specifieke noden van de betrokken leerling inzake de onderwijstaal.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
In afwijking van het eerste lid, is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen in elk geval een taaltraject dat aansluit bij hun beginsituatie en specifieke noden inzake de onderwijstaal.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

§ 2. Voor leerlingen die bij de eerste instroom in het gewoon lager onderwijs de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, kunnen scholen een taalbad organiseren.

Met taalbad wordt bedoeld voltijdse en intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten.

Schoolbesturen kunnen dit taalbad individueel of gezamenlijk organiseren. De duur van het taalbad voor de leerling is maximaal een jaar.

§ 3. In het geval scholen het taalbad gezamenlijk organiseren, is er wederzijdse samenwerking tussen de school van inschrijving en de school die het taalbad aan de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalbad wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalbad wordt georganiseerd, het opvolgen van de leerling die het taalbad volgt door de school waar de leerling is ingeschreven.

§ 4. De leerkracht die het onderwijs in het taalbad verstrekt, wordt betrokken bij de beslissing over de duur van het taalbad.

§ 5. Na het taalbad integreert de leerling zich in de school van inschrijving waar hij de reguliere onderwijsactiviteiten volgt.

§ 6. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalbad niet beschouwd als een herstructurering.

§ 7. De leerlingen die een taalbad volgen, tellen alleen mee voor financiering of subsidiering in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag.

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

HOOFDSTUK IV. - Leerlingen in het basisonderwijs

Afdeling 1. - Toelatingsvoorwaarden

Onderafdeling A. - [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
Toelatingsvoorwaarden tot het kleuteronderwijs65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

Art. 12.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

§ 1. Om toegelaten te worden [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
tot65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee jaar en zes maanden zijn.

§ 2. Voor het gewoon kleuteronderwijs gelden voor kinderen tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar de volgende instapdata :

1° de eerste schooldag na de zomervakantie;

2° de eerste schooldag na de herfstvakantie;

3° de eerste schooldag na de kerstvakantie;

4° de eerste schooldag van februari;

5° de eerste schooldag na de krokusvakantie;

6° de eerste schooldag na de paasvakantie;

[20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
7° de eerste schooldag na hemelvaartsdag.20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
]

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016

Art. 12/1.

§ 1. In het gewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Voor leerplichtige leerlingen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

§ 2. In het buitengewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Het volgen van kleuteronderwijs kan daarna nog met één schooljaar verlengd worden. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Voor leerplichtige leerlingen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
Onderafdeling B. Toelatingsvoorwaarden tot het lager onderwijs65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

Art. 13.

[36Decr. van 20/03/2009
B.S. 09/04/2009

§ 1. Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen :

1° [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste [70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
25070Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] halve dagen aanwezig geweest zijn; halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is;54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

2° [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
toegelaten zijn door de klassenraad. 59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
De beslissing omtrent de toelating wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. In afwachting van deze mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven. 59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

3° [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
...59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 2. Met uitzondering van de eerste zin is paragraaf 1 niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

[42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
§ 2bis. In afwijking van § 1, 1°, bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de school overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
]

§ 3. De leerling die met toepassing van dit artikel verplicht wordt ingeschreven in het kleuteronderwijs, kan voor het onderricht in een van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer lessen bijwonen in de lagere school die zijn ouders daarvoor kiezen.

§ 4. Om toegelaten te worden tot het buitengewoon lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.

36Decr. van 20/03/2009
B.S. 09/04/2009
]

Art. 14.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016

§ 1. In afwijking van artikel 13, § 1, kan een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar toegelaten worden tot het gewoon lager onderwijs. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad overeenkomstig artikel 13, § 1, 2°, nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

§ 2. In afwijking van artikel 13, § 4, kan een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar toegelaten worden tot het buitengewoon lager onderwijs. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

§ 3. Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar en die in het lager onderwijs toegelaten is, is onderworpen aan de leerplicht.

65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016

Art. 14/1.

§ 1. Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs behaald heeft, kan geen lager onderwijs meer volgen tenzij, na toelating door de klassenraad.

§ 2. In het gewoon lager onderwijs kan een leerling die 14 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, nog één schooljaar het lager onderwijs volgen, na gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

§ 3. [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
In het buitengewoon onderwijs kan een leerling die veertien jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar, nog een schooljaar het lager onderwijs volgen. De ouders nemen daarover een beslissing na kennis te nemen van en toelichting te krijgen bij de adviezen van de klassenraad en het CLB.79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018

Een inschrijving in het type basisaanbod wordt op het einde van het tweede schooljaar geevalueerd door de klassenraad en het CLB. Het CLB informeert de ouders en de leerling op een actieve wijze over de onderstaande mogelijkheden.

Als de klassenraad en het CLB op basis van de evaluatie, vermeld in het tweede lid, en in overleg met de ouders en met betrokkenheid van de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remedierende, differentierende, compenserende of dispenserende maatregelen, proportioneel zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, dan :

1° heft het CLB, naargelang de situatie, het verslag op, maakt het een gemotiveerd verslag op of past het bestaande verslag aan op basis van de reele noden van de leerling. Deze aanpassing aan het verslag kan gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak;

2° ondersteunen de school voor buitengewoon onderwijs en het CLB de ouders bij het vinden van en bij de overstap naar een school voor gewoon onderwijs waar de leerling wordt ingeschreven in geval van een gemotiveerd verslag of onder ontbindende voorwaarde wordt ingeschreven in geval van een verslag met het oog op de afweging van redelijke aanpassingen;

3° maken de betrokken scholen, de centra voor leerlingenbegeleiding en de ouders, met betrokkenheid van de leerling, afspraken met het oog op de eventuele ondersteuning, vermeld in artikel 172quinquies.

Als de klassenraad en het CLB op basis van de evaluatie, vermeld in het tweede lid, en in overleg met de ouders en met betrokkenheid van de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remedierende, differentierende, compenserende of dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, motiveert het CLB dat in het verslag conform artikel 15. De motivatie kan opgenomen worden in een addendum, voorzien van de datum van opmaak. De inschrijving in de school voor buitengewoon onderwijs kan dan verlengd worden. Uiterlijk na twee schooljaren volgt dan opnieuw een evaluatie.

79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

§ 4. Een leerling die 15 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan niet meer toegelaten worden tot het lager onderwijs.

65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

Onderafdeling [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
C. [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
Bijkomende toelatingsvoorwaarden voor het buitengewoon onderwijs en voorwaarden voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon basisonderwijs79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

Art. 15.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

§ 1. Naast de toelatingsvoorwaarden bepaald in [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
de artikelen 12, § 1, 12/1, § 2, 13, § 4, en 14, § 265Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] is voor de toelating van een leerling tot het buitengewoon onderwijs, met uitzondering voor de toelating tot type 5, [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
of voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon basisonderwijs, het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] een verslag van een CLB vereist, opgesteld met inachtname van [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
artikel 7 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] , waaruit blijkt :

1° dat de fasen van het zorgcontinuüm voor de betreffende leerling werden doorlopen, tenzij de school in uitzonderlijke omstandigheden kan motiveren dat het doorlopen van een bepaalde fase niet relevant is;

2° dat met toepassing van de principes van artikel 8, tweede lid, de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen die nodig zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen, ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn;

3° dat de onderwijsbehoeften van de leerling werden omschreven met toepassing van een classificatiesysteem dat wetenschappelijk onderbouwd is en gebaseerd is op een interactionele visie en een sociaal model van handicap;

4° dat de onderwijsbehoeften niet louter toe te schrijven zijn aan een SES-kenmerk van de leerling, vermeld in artikel 133;

5° welk type voor de leerling van toepassing is, als bepaald in artikel 10, § 1, 1° tot 8°, met uitzondering van 5°.

Voor de toelating van een leerling tot het type 5, als vermeld in artikel 10, § 1, 5°, is een attest vereist dat uitgereikt is door de behandelende [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
arts65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] van de medische of psychiatrische voorziening ofwel door de directeur van de residentiële setting. De Vlaamse Regering bepaalt wat het attest moet inhouden.

§ 2. Voor een leerling die voor het eerst naar school gaat en wil starten in het buitengewoon onderwijs moet in afwijking van § 1, 1° en 2°, worden aangetoond dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zullen zijn om de leerling in het gemeenschappelijk curriculum mee te nemen en moet in afwijking van § 1, 5°, bepaald worden welk type voor de leerling van toepassing is, als bepaald in artikel 10, § 1, 2° tot 8°, met uitzondering van 5°.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
Voor een leerling die voor het eerst naar school gaat en met een individueel aangepast curriculum wil starten in het gewoon onderwijs moet in afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, worden aangetoond dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zullen zijn om de leerling in het gemeenschappelijk curriculum mee te nemen en moet in afwijking van paragraaf 1, 5°, bepaald worden welk type voor de leerling van toepassing is, als bepaald in artikel 10, § 1, 2°, 4°, 6° of 7°. 86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

§ 3. [63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
Het verslag bestaat uit een attest en een protocol ter verantwoording. De regering bepaalt wat het attest moet inhouden. Het protocol ter verantwoording bevat de verantwoording van de elementen vermeld in paragraaf 1, 1° tot 5°, en, in voorkomend geval, in paragraaf 2.63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

§ 4. Een leerling kan alleen het buitengewoon onderwijs volgen van het type waarnaar hij in het verslag georiënteerd wordt, met uitzondering van type 5.

§ 5. [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
Voor leerlingen die tijdens het schooljaar 2014-2015 met een inschrijvingsverslag ingeschreven waren in een school voor buitengewoon of gewoon onderwijs geldt paragraaf 1 alleen bij wijziging van onderwijsniveau, van type of bij overgang van buitengewoon onderwijs naar gewoon onderwijs of omgekeerd.86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

§ 6. [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
Als niet meer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, heft het CLB het verslag op.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016

Als voor een leerling die beschikt over een verslag, een gemotiveerd verslag wordt opgemaakt, vervalt het verslag.

Als een CLB voor een leerling met een verslag, een gemotiveerd verslag of verslag opmaakt met het oog op een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, dan vervalt het verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.

65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

§ 7. Bij onenigheid tussen ouders, school en CLB over het afleveren van het verslag kan, op initiatief van een van de betrokken partijen, een beroep gedaan worden op een Vlaamse Bemiddelingscommissie.

De regering bepaalt de samenstelling, de bevoegdheden en de werkingsprincipes van deze commissie.

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018

§ 8. Als een leerling, die met toepassing van paragraaf 5 nog beschikt over een inschrijvingsverslag, overgaat van het buitengewoon basisonderwijs naar het gewoon basisonderwijs [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
of omgekeerd86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] , dan heft het CLB het inschrijvingsverslag op of maakt het naargelang de situatie van de leerling een gemotiveerd verslag of een verslag op. Voor een leerling met een verslag heft het CLB, naargelang de situatie, het verslag op, maakt een gemotiveerd verslag op of past het bestaande verslag aan. Aanpassingen aan gemotiveerde verslagen en verslagen kunnen gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak.

§ 9. Leerlingen met een verslag die een individueel aangepast curriculum volgen in het gewoon basisonderwijs, komen in aanmerking voor ondersteuning met toepassing van [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
artikel 172quinquies en artikel 172quinquies/186Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] .

§10. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 5°, kan voor leerlingen in het gewoon onderwijs voor wie een handelingsgericht diagnostisch traject is afgerond met een vermoeden van een emotionele of gedragsstoornis waarvoor een aanbod in type 3 nodig is, eenmalig een voorlopig verslag type 3 opgemaakt worden door het CLB, ook al is niet voldaan aan de voorwaarden betreffende diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°. Dit voorlopig verslag voldoet aan alle vereisten zoals bepaald in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 4°.

De opmaak van een voorlopig verslag leidt tot de inschrijving van de leerling in een school voor buitengewoon onderwijs type 3. In geval van onenigheid kunnen ouders een beroep doen op de Vlaamse Bemiddelingscommissie, vermeld in paragraaf 7.

Een voorlopig verslag is geldig gedurende het lopende schooljaar. Als de diagnose, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, nog niet beschikbaar is bij de start van het daaropvolgende schooljaar, kan het CLB het voorlopig verslag uitzonderlijk met maximaal een schooljaar verlengen.

Indien het handelingsgericht diagnostisch traject leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, wordt het voorlopig verslag opgeheven en wordt er een verslag opgesteld dat voldoet aan alle voorwaarden zoals bepaald in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°.

Indien het handelingsgericht diagnostisch traject niet leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, wordt het voorlopig verslag opgeheven door het betrokken CLB. Tenzij de ouders beslissen tot een inschrijving in een school voor gewoon onderwijs, behoudt de leerling het recht om in de school type 3 ingeschreven te blijven tot het einde van het lopende schooljaar.

79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

Onderafdeling [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
D. [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
Bijkomende voorwaarden om in het gewoon basisonderwijs in aanmerking te komen voor ondersteuning vanuit het buitengewoon onderwijs79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

Art. 16.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018

§ 1. Om als school voor gewoon basisonderwijs in aanmerking te komen voor ondersteuning met toepassing van [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
artikel 172quinquies en artikel 172quinquies/186Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] is voor regelmatige leerlingen het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van een gemotiveerd verslag door een CLB vereist, tenzij ze al beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15. In dat gemotiveerd verslag wordt :

1° gemotiveerd dat met toepassing van de principes, vermeld in artikel 8, tweede lid, het inzetten van de ondersteuning, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen;

2° de specifieke deskundigheid omschreven die vereist is vanuit een of meer van de types, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, en 6° tot en met 8°.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere inhoud van het gemotiveerd verslag

79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor een leerling, die toegelaten werd tot het geïntegreerd onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs, slechts een gemotiveerd verslag opgemaakt [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
bij wijziging van het onderwijsniveau of het type, vermeld in paragraaf 1, 2°79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] . [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
De overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een wijziging van onderwijsniveau.79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

§ 3. [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
Bij wijziging van het onderwijsniveau of het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld. De overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een wijziging van onderwijsniveau. Een wijziging van het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, binnen hetzelfde onderwijsniveau kan gebeuren met een addendum bij het gemotiveerd verslag, voorzien van de datum van opmaak.79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
§ 4. Als niet meer voldaan is aan de criteria, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° of 2°, heft het CLB het gemotiveerd verslag op. Als een CLB voor een leerling met een gemotiveerd verslag, een gemotiveerd verslag of verslag opmaakt met het oog op een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, dan vervalt het gemotiveerd verslag dat de leerling had in het basisonderwijs. 79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
§ 5. Voor leerlingen met gedrags- of emotionele problemen waarvoor scholen, met toepassing van artikel 172quinquies, in het schooljaar 2017-2018 al een beroep konden doen op ondersteuning ook al was er geen gemotiveerd verslag of verslag voor die leerlingen afgeleverd, moet ten laatste tegen 1 januari 2019 een gemotiveerd verslag of verslag zijn opgemaakt als er voor deze leerlingen verder nood is aan ondersteuning vanaf het schooljaar 2018-2019.79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

Art. 17. t.e.m. art. 19.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
... 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

Onderafdeling E. - Regelmatige leerling

Art. 20.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

§ 1. Een regelmatige leerling is een leerling die :

1° voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals bepaald in [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
de artikelen 12, 12/1, 13, 14, 14/1, 15 of 1665Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] ;

2° slechts in één school is ingeschreven.

§ 2. In het lager onderwijs, of als leerplichtige in het kleuteronderwijs, moet de leerling daarenboven voldoen aan de volgende voorwaarden :

1° aanwezig zijn, behoudens gewettigde afwezigheid;

2° deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leergroep worden georganiseerd, behoudens vrijstelling bedoeld in de artikelen 29 en 30. [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
Deelnemen aan het taalbad wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit die voor hem of zijn leerlingengroep wordt georganiseerd.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
...14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

§ 3. [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
Leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van type 5, kunnen gemiddeld per schooljaar maximaal halftijds lessen of activiteiten volgen in een school voor gewoon basisonderwijs. In overleg met de ouders, met betrokkenheid van de leerling en in overleg met het CLB ondersteunt de school voor buitengewoon onderwijs de school voor gewoon onderwijs79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Art. 21.

[78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018

Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van het moment van de inschrijving en de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Als de leerling in kwestie al was ingeschreven in een school, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, deze inschrijving automatisch als schoolverandering aan de vorige school, met vermelding van de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Bij een inschrijving voor het volgende schooljaar, die plaatsvindt voor 1 juli van het voorafgaande schooljaar, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, de schoolverandering aan de oude school op 1 juli.

Een leerling kan uitgeschreven worden op basis van een melding van schoolverandering van de leerling in kwestie door de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Als de voorziene start van de lesbijwoning niet gepland wordt op de eerste schooldag van september, blijft de leerling tot die datum ingeschreven in de oude school.

78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
]

Art. 22.

§ 1. De regering regelt de controle op de inschrijvingen, ze bepaalt op welke wijze dubbele inschrijvingen geregulariseerd worden, ze regelt de controle op de leerplicht en op het geregeld schoolbezoek van de leerplichtigen en bepaalt in welke gevallen afwezigheid gewettigd is.

[31Decr. van 01/02/2008
B.S. 04/03/2008
De regering neemt maatregelen om de kleuterparticipatie te stimuleren en kan met dat doel gegevens met betrekking tot niet-ingeschreven kleuters uitwisselen met door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instellingen die het welzijn van kinderen beogen en met de gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.31Decr. van 01/02/2008
B.S. 04/03/2008
]

§ 2. De directie is verplicht medewerking te verlenen aan de controle op de inschrijvingen en het geregeld schoolbezoek.

[4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
§ 3. [30Decr. van 30/11/2007
B.S. 11/02/2008
...30Decr. van 30/11/2007
B.S. 11/02/2008
] 4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
]

Art. 23.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
In afwijking van [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
artikel 20, § 1, 2°37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] , worden de leerlingen die onderwijs volgen in een school van type 5 of een dienst bedoeld in artikel X.1, 2°, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV beschouwd als regelmatige leerling in de school waar zij zijn ingeschreven. Deze school heeft daardoor de verplichting alle medewerking te verlenen bij het onderwijs dat aldus aan haar leerling verstrekt wordt.13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

De leerling is daarenboven regelmatige leerling :

in de ziekenhuisschool, voor de dagen dat hij ten minste één lestijd onderwijs krijgt;

in het preventorium, wanneer voldaan is aan de bepalingen van [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
artikel 20, § 1, 1°, en § 237Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] .

Art. 24.

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
...79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

Afdeling 2. - Rechten en plichten van leerlingen en ouders

Onderafdeling A. - Vrije keuze, leerplicht en de inschrijving

Art. 25.

§ 1. Ouders kunnen hun kinderen onderwijs laten volgen in een school of ze kunnen kiezen voor huisonderwijs.

Ouders hebben bovendien de vrije keuze tussen officieel onderwijs en vrij onderwijs.

Dit betekent dat de Gemeenschap verplicht is :

1° op verzoek van ouders die officieel onderwijs in een school zoals bedoeld in [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
artikel 9713Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] wensen en dat binnen een afstand van vier kilometer niet vinden, hetzij een officiële school zoals bedoeld in [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
artikel 9713Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] in de financierings- of subsidiëringsregeling op te nemen, hetzij tussen te komen in de kosten van het vervoer naar dergelijke officiële school;

2° op verzoek van ouders die vrij onderwijs gebaseerd op een erkende godsdienst of vrij onderwijs gebaseerd op een erkende levensbeschouwing wensen en dat binnen een afstand van vier kilometer niet vinden hetzij dergelijke vrije school in de subsidiëringsregeling op te nemen, hetzij tussen te komen in de kosten van het vervoer naar dergelijke vrije school.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1bis. De tussenkomst in de kosten van het vervoer bedoeld in § 1, 1° en 2°, bedraagt voor het gesubsidieerd onderwijs per schooljaar 75 % van de kostprijs van een treinkaart van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. De Vlaamse Regering stelt de nadere uitvoeringsregels met betrekking tot de toekenning en de uitbetaling van deze tussenkomst vast.

Het Gemeenschapsonderwijs neemt de tussenkomst in de kosten van het vervoer bedoeld in § 1, 1°, ten laste van haar werkingsmiddelen.

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

§ 2. Opdat de Gemeenschap de in § 1, 1° en 2° bedoelde verplichting om een officiële of een vrije school in de financierings- of subsidiëringsregeling op te nemen, op zich moet nemen, zijn er ten minste ouders van zestien leerlingen nodig.

§ 3. Het Vlaams Parlement kan de afstandsregeling bedoeld in § 1, 1° en 2° vervangen door regio's of subregio's, door het Vlaams Parlement vastgesteld, waarbinnen de verplichtingen betreffende de vrije keuze moeten worden nagekomen.

[23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006

Art. 25bis.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
...57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

Art. 26.

§ 1. Ouders zijn verplicht ervoor te zorgen dat hun leerplichtig kind daadwerkelijk onderwijs volgt, dit wil zeggen ingeschreven is in een school en er regelmatig aanwezig is, of huisonderwijs volgt. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Voor leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs is de leerplicht voltijds.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

Voor de leerplichtige van vreemde nationaliteit geldt dit vanaf de zestigste dag na de inschrijving in het vreemdelingen- of in het bevolkingsregister zoals bepaald in artikel 1, § 7 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.

§ 2. Indien het kind in de onmogelijkheid verkeert om onderwijs te volgen, kan de [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
onderwijsinspectie57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] , op vraag van de ouders, beslissen tot een tijdelijke of permanente vrijstelling van de leerplicht.

§ 3. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Inbreuken op de regelgeving met betrekking tot de leerplicht worden gesanctioneerd conform artikel 5 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

Art. 26bis.

Ouders die opteren voor huisonderwijs zoals voorzien in artikel 25, § 1, verbinden zich ertoe onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat beantwoordt aan volgende minimumeisen :

1° het onderwijs is gericht op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwassene;

2° het onderwijs bevordert het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van het kind zelf en van anderen.

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

Art. 26bis/l.

§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs, indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

De informatie over het huisonderwijs moet minstens de volgende elementen bevatten :

1° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;

2° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;

3° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;

4° de periode wanneer het huisonderwijs zal plaatsvinden;

5° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;

6° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;

7° en, de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
In het geval dat voor twee of meerdere leerplichtige kinderen gezamenlijk huisonderwijs wordt georganiseerd en de plaats waar dit huisonderwijs wordt georganiseerd verschilt van het adres waar de kinderen gedomicilieerd zijn, dan kan voor deze leerplichtige kinderen één gezamenlijke verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over huisonderwijs ingediend worden door de organisator van het huisonderwijs. De bijhorende informatie over het huisonderwijs moet naast de elementen vermeld in het tweede lid ook het adres bevatten waarop het huisonderwijs effectief wordt verstrekt.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een document ter beschikking stellen.

In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie in te dienen :

1° Europese scholen;

2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;

3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;

4° scholen gelegen in het buitenland [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] .

§ 2. In afwijking van de termijn, vermeld in paragraaf 1, kunnen de ouders van volgende leerplichtigen steeds een verklaring van huisonderwijs en bijhorende informatie over het huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap :

1° leerplichtigen die zich in de loop van een schooljaar domiciliëren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;

2° leerplichtigen die in de loop van een schooljaar naar het buitenland gaan, maar gedomicilieerd blijven in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;

3° leerplichtigen die begeleid worden door een centrum voor leerlingenbegeleiding en indien dat centrum voor leerlingenbegeleiding na de nodige informatie door de ouders, geen gemotiveerd bezwaar indient tegen het starten met huisonderwijs, binnen de tien werkdagen nadat het betrokken centrum voor leerlingenbegeleiding op de hoogte werd gesteld van de verklaring.

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

Art. 26bis/2.

§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs zijn verplicht de leerplichtige in te schrijven bij de examencommissie met het oog op het verkrijgen van een getuigschrift Basisonderwijs als vermeld in artikel 56, uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige elf jaar is geworden voor 1 januari [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
, of, indien de leerplichtige geboren werd in 2002, uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige twaalf jaar is geworden voor 1 januari.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] .

Als de leerplichtige zich niet tijdig aandient bij de examencommissie of na maximaal twee pogingen en uiterlijk in het schooljaar waarin hij of zij dertien jaar is geworden voor 1 januari het getuigschrift Basisonderwijs niet verkrijgt, moeten de ouders de leerplichtige inschrijven, hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :

1° Europese scholen;

2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;

3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;

4° scholen gelegen in het buitenland [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] .

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 moeten ouders van de volgende leerplichtigen, de leerplichtige niet inschrijven bij de examencommissie :

1° leerplichtigen aan wie een centrum voor leerlingenbegeleiding uitdrukkelijk een vrijstelling geeft voor het examen, vermeld in paragraaf 1;

2° indien de leerplichtige in het bezit is van een individuele gelijkwaardigheidsbeslissing met minstens het niveau van het basisonderwijs;

3° leerplichtigen die ingeschreven zijn in één van volgende scholen :

a) Europese scholen;

b) internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;

c) internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;

d) scholen gelegen in het buitenland [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] .

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

Art. 26ter.

§ 1. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs beantwoordt aan de doelstellingen omschreven in artikel 26bis.

§ 2. De ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs.

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
§ 2bis. De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen zoals vermeld artikel 6, § 4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

§ 3. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee opeenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in artikel 26bis bedoelde doelstellingen, schrijven de ouders de leerling in [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen : 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

1° Europese scholen;

2° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;

3° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;

4° scholen gelegen in het buitenland [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Het hervatten van huisonderwijs om aan de leerplicht voor de betrokken leerling te voldoen, kan uitsluitend mits de onderwijsinspectie voorafgaandelijk toestemming verleent. Die toestemming wordt verleend als de onderwijsinspectie oordeelt, op basis van elementen aangereikt door de ouders, dat de tekortkomingen die bij de controle destijds aanleiding hebben gegeven tot beëindiging van het huisonderwijs, zijn of worden weggewerkt. De regering legt de aanvraagprocedure voor de ouders vast.26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

Art. 26quater.

De Vlaamse regering bepaalt de formele voorwaarden die moeten vervuld worden bij het organiseren van huisonderwijs.

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

Art. 26quater/1.

De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan.

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

Art. 27.

[27Decr. van 06/07/2007
B.S. 24/08/2007

In de door de gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde basis-, kleuter- of lagere scholen kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd voor kosten die gemaakt worden om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

De lijst met materialen die bij gebruik kosteloos ter beschikking dienen gesteld te worden om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven, vormt een bijlage 1 bij dit decreet.

27Decr. van 06/07/2007
B.S. 24/08/2007
] [27Decr. van 06/07/2007
B.S. 24/08/2007

Art. 27bis.

§ 1. Het schoolbestuur kan aan de ouders een bijdrage vragen voor :

1° activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor het realiseren van de eindtermen of het nastreven van de ontwikkelingsdoelen;

2° verplichte materialen die niet begrepen zitten onder artikel 27 en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen;

3° meerdaagse extra-muros activiteiten.

§ 2. [61Decr. van 19/12/2014
B.S. 27/01/2015
Voor de berekening van het maximumbedrag van de bijdrage, vermeld in § 1, 1° en 2°, wordt vanaf 1 september 2015 uitgegaan van de volgende basisbedragen per schooljaar:

- voor het kleuteronderwijs: 40 euro;

- voor het lager onderwijs: 80 euro.

Deze basisbedragen zijn per schooljaar aanpasbaar op basis van de gezondheidsindex van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar waarin het schooljaar in kwestie begint volgens de volgende formule:

Nx = basisbedrag (Cx/100,60);

waarbij:

Nx gelijk is aan het geïndexeerde bedrag voor schooljaar x-y;

Cx de gezondheidsindex is van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar (x) waarin het schooljaar begint;

100,6 de gezondheidsindex is van de maand januari 2014.

Hierbij wordt Nx afgerond naar het hoger gelegen geheel getal dat een veelvoud is van vijf.

61Decr. van 19/12/2014
B.S. 27/01/2015
]

§ 3. In afwijking van § 1, 2°, kan het schoolbestuur beslissen om de bijdrage die aan de ouders gevraagd wordt voor verplichte kledij die omwille van een sociale finaliteit aangeboden wordt, niet op te nemen in de maximumfactuur. Deze afwijking is enkel mogelijk mits schriftelijk advies van de schoolraad.

§ 4. [49Decr. van 23/12/2011
B.S. 30/12/2011
Voor de berekening van het maximumbedrag van de bijdrage in § 1, 3°, wordt vanaf 1 januari 2012 uitgegaan van het volgende basisbedrag voor het lager onderwijs : 360 euro.

Dit bedrag is per schooljaar aanpasbaar op basis van de gezondheidsindex van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar waarin het schooljaar in kwestie begint volgens de volgende formule :

Nx = 360(Cx/107,85);

waarbij :

Nx gelijk is aan het geïndexeerde bedrag voor schooljaar x-y;

Cx de gezondheidsindex is van de maand maart van hetzelfde kalenderjaar (x) waarin het schooljaar begint;

107,85 de gezondheidsindex is van de maand januari 2008.

Hierbij wordt Nx afgerond naar het hoger gelegen geheel getal dat een veelvoud is van vijf.

Voor het kleuteronderwijs mag er geen bijdrage gevraagd worden voor meerdaagse extra-murosactiviteiten.

49Decr. van 23/12/2011
B.S. 30/12/2011
]

Art. 27ter.

§ 1. De kosten die niet vervat zitten in artikel 27bis, § 1, zijn niet onderworpen aan de maximumfactuur. Deze kosten worden kenbaar gemaakt in de bijdrageregeling. De gevraagde kostprijs moet steeds in verhouding zijn tot de geleverde prestatie.

§ 2. Na overleg binnen de schoolraad legt het schoolbestuur de lijst vast van bijdragen die aan de ouders kunnen worden gevraagd, zoals bepaald in artikel 27bis en § 1 van dit artikel evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend.

[49Decr. van 23/12/2011
B.S. 30/12/2011
Deze bijdragen kunnen niet in één keer aan de ouders gevraagd worden, maar enkel gespreid over minstens drie keer gedurende het schooljaar.49Decr. van 23/12/2011
B.S. 30/12/2011
]

§ 3. Vragen in verband met de toepassing van de beginselen vermeld in de artikelen 27, 27bis en 27ter en klachten in verband met inbreuken op deze beginselen kunnen door iedere belanghebbende ingediend worden bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
...67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] .

Art. 27quater.

Het kostgeld van een leerplichtig kind wiens ouders geen vaste verblijfplaats hebben, en toevertrouwd is aan één van de erkende internaten, [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
...67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] of aan gelijk welk ander internaat toegevoegd aan een gesubsidieerde school, georganiseerd door een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, door een andere openbare of privépersoon, valt ten laste van zijn ouders.

De gemeenschap draagt bij in het kostgeld. Deze bijdrage wordt toegevoegd aan de werkingstoelagen toegekend aan het erkend internaat, aan het internaat toegevoegd aan een gesubsidieerde school of aan het autonoom internaat en wordt in mindering gebracht op het in het vierde lid bedoelde kostgeld. Deze bijdrage is gelijk aan de bijdrage, vermeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit, vermeld in het eerste lid.

De bijdrage wordt uitgekeerd aan het internaatsbestuur dat het kind huisvest op voorlegging van een staat ingediend door het internaatsbestuur en juist verklaard door de bevoegde diensten van Agodi.

Het internaatsbestuur bepaalt autonoom het kostgeld.

27Decr. van 06/07/2007
B.S. 24/08/2007
]

Art. 28.

[11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001

§ 1. Bij de [42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
...42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
] inschrijving van hun kind informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk over onder meer :

1° de juridische aard en de samenstelling van hun schoolbestuur;

2° het pedagogisch project van de school;

3° de organisatie van de schooluren;

4° de voor- en naschoolse opvang indien daarin voorzien is;

5° het leerlingenvervoer indien daarin voorzien is;

6° [75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
in voorkomend geval dat voor de school een aanvraag tot voorlopige erkenning bij de bevoegde overheid is ingediend of een voorlopige erkenning voor één schooljaar van de bevoegde overheid is verkregen;

Het schoolbestuur informeert de ouders onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning.

75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
]

7° het begeleidend CLB;

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
8° de samenstelling van de scholengemeenschap indien de school behoort tot een scholengemeenschap;14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
9° de samenstelling van de schoolraad.23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

§ 2. In afwijking van § 1 informeert het schoolbestuur van een ziekenhuisschool, bij de [42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
...42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
] inschrijving, de ouders schriftelijk over onder meer :

1° de wijze waarop ouders overleg kunnen plegen met de directie van de school en contact kunnen opnemen met de voorzitter van het schoolbestuur;

2° het pedagogisch project van de school;

3° het begeleidend CLB.

11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

Art. 29.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
Bij elke inschrijving13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] van hun leerplichtig kind in het officieel lager onderwijs bepalen de ouders, bij ondertekende verklaring, of hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten of een cursus niet-confessionele zedenleer volgt. [70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
Die keuze kunnen ze uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar wijzigen voor het volgende schooljaar.70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling.

De regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lestijden waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
De lestijden waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere leergebieden.13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Art. 30.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

...

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

Art. 31.

[78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
§1.78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
Bij verandering van school door een leerling [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
draagt de oude school de leerlingengegevens over aan de nieuwe school, onder de volgende voorwaarden78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] :58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

1° de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;

2° de overdracht gebeurt enkel in het belang van de persoon op wie de onderwijsloopbaan betrekking heeft;

3° tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt, gebeurt de overdracht niet indien de ouders er zich expliciet tegen verzetten, na, op hun verzoek, de gegevens te hebben ingezien;

[63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
4° [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
een kopie van het verslag of gemotiveerd verslag65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] van een CLB in het kader van het decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dient verplicht te worden overgedragen door de oude school aan de nieuwe school. Tevens zal het CLB dat verbonden was aan de oude school een verslag of een gemotiveerd verslag verplicht overdragen aan het CLB dat verbonden is met de nieuwe school. In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de school kunnen ouders zich tegen deze overdrachten niet verzetten.63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling zijn echter nooit tussen scholen overdraagbaar.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
§ 2. Paragraaf 1 is, met uitzondering van het eerste lid, 4°, ook van toepassing bij schoolverandering van basisonderwijs naar secundair onderwijs.78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
]

Onderafdeling B. - [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
Preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

Art. 32.

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

§ 1. Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur of zijn afgevaardigde voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur of zijn afgevaardigde kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om desbetreffende periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

§ 2. De directeur of zijn afgevaardigde kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
... 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

§ 3. De directeur of zijn afgevaardigde kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving, vermeld in artikel 33, 5°. In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

Tegen deze beslissing is beroep mogelijk zoals voorzien in artikel 37/4.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

Art. 33.

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Tijdelijke en definitieve uitsluitingen kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gerespecteerd worden :

1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;

2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht;

3° de ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling, met inbegrip van het advies van de klassenraad, en worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon;

4° de tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten;

5° de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot het instellen van het beroep en neemt de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben, op in die kennisgeving.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

Onderafdeling C. - Onderwijs aan huis

Art. 34.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

§ 1. Leerlingen voor wie het door ziekte of ongeval tijdelijk onmogelijk is om onderwijs te volgen in hun school hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis. [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
De regering kan bijkomend mogelijke redenen van de afwezigheid bepalen. Deze redenen dienen gerechtvaardigd en gegrond te zijn en worden gemotiveerd en geattesteerd door een bevoegde derde.89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

§ 2. De regering legt de voorwaarden vast om in aanmerking te komen voor tijdelijk onderwijs aan huis. De regering maakt hierbij een onderscheid tussen een veelvuldige afwezigheid [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] en een langdurige afwezigheid.

Een afwezigheid van minder dan eenentwintig kalenderdagen is geen langdurige afwezigheid voor de toepassing van dit artikel tenzij het gaat om een veelvuldige afwezigheid [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] .

§ 3. De regering bepaalt hoe het onderwijs aan huis georganiseerd wordt, welke vorm van hulp de school krijgt om het onderwijs aan huis te organiseren en de voorwaarden tot het verkrijgen van lestijden tijdelijk onderwijs aan huis, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan.

De betrekkingen die worden ingericht op basis van de lestijden, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.

§ 4. Het schoolbestuur is verplicht om de ouders van leerlingen die recht hebben of zullen hebben op tijdelijk onderwijs aan huis te informeren over het recht op, en de mogelijkheden en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis.

§ 5. De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 2, verplicht het schoolbestuur ertoe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren.

De verplichting om tijdelijk onderwijs aan huis in te richten, vervalt voor de school ten aanzien van de leerling of de kleuter gedurende zijn verblijf in een ziekenhuis, een residentiële setting of een preventorium waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of bij zijn opname in een dienst als bedoeld in artikel IV 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

§ 6. Het recht op tijdelijk onderwijs aan huis kan gecombineerd worden met het recht op synchroon internetonderwijs als bedoeld in artikel 36/1.

86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

Art. 35.

§ 1. [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar 37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 15, § 1, maar voor wie het omwille van een handicap permanent onmogelijk is [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
...37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] onderwijs te volgen op school, hebben na gunstig advies van de [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
onderwijsinspectie57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] , recht op permanent onderwijs aan huis.

§ 2. [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
De ouders kiezen in overleg met het CLB de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs van hun vrije keuze om het permanent onderwijs aan huis te organiseren. Omwille van omstandigheden eigen aan het kind en mits omstandige motivering kan een andere school voor buitengewoon onderwijs worden gekozen.57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

Art. 36.

De regering bepaalt op welke wijze het permanent onderwijs aan huis georganiseerd wordt en welke vorm van hulp de school krijgt om het permanent onderwijs aan huis te organiseren.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
Onderafdeling C/1. Synchroon internetonderwijs86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

Art. 36/1.

§ 1. Synchroon internetonderwijs, verder in deze onderafdeling SIO te noemen, biedt leerlingen voor wie het [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] tijdelijk onmogelijk is om onderwijs te volgen in hun school de mogelijkheid om op afstand, via digitale toepassingen, rechtstreeks en in interactie met de leerkrachten en klasgenoten de lessen te volgen.

SIO ondersteunt het leerproces, beperkt de leerachterstand en bereidt de terugkeer naar school voor. Door SIO blijft de band van de afwezige leerling met de school, leerkrachten en medeleerlingen behouden.

§ 2. Leerlingen komen in aanmerking voor SIO als aan volgende voorwaarden voldaan is:

1° de leerling wordt minstens 5 jaar vóór 1 januari van het lopende schooljaar;

2° [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
de leerling is afwezig wegens ziekte of ongeval en de school beschikt over de bewijsstukken;89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

3° het gebruik van SIO is verenigbaar met de medische toestand van de leerling. De ouders brengen de behandelende arts op de hoogte; de school informeert de CLB-arts;

4° SIO is voor de betrokken leerling haalbaar en zinvol:

a) SIO komt tegemoet aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling conform paragraaf 1, tweede lid. SIO wordt niet aangewend als permanent alternatief voor onderwijs op school;

b) op basis van het ziektebeeld en de inschatting van het ziekteverloop mag aangenomen worden dat de leerling die langdurig of veelvuldig afwezig zal zijn, het SIO zal gebruiken voor een periode van minimaal 36 halve lesdagen;

c) de leerling en de school maken er optimaal gebruik van. Het CLB is betrokken.

De regering kan bijkomende criteria met betrekking tot zinvolheid en haalbaarheid voor de leerling vastleggen.

[89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
§ 2/1. De Vlaamse Regering kan bijkomende in aanmerking komende leerlingen en de respectieve voorwaarden bepalen. De redenen voor de afwezigheid op school dienen gerechtvaardigd en gegrond te zijn en worden gemotiveerd en geattesteerd door een bevoegde derde.89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

§ 3. Het schoolbestuur is verplicht om de ouders van leerlingen die recht hebben of zullen hebben op SIO te informeren over het recht op, de mogelijkheden en de modaliteiten van SIO.

§ 4. De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 2, verplicht het schoolbestuur ertoe om SIO te organiseren.

§ 5. Het recht op SIO kan gecombineerd worden met het recht op tijdelijk onderwijs aan huis als bedoeld in artikel 34, een verblijf in een ziekenhuis, een residentiële setting of een preventorium waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of met een opname in een dienst als bedoeld in artikel IV 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

Het recht op SIO kan niet gecombineerd worden met permanent onderwijs aan huis als bedoeld in artikel 35.

86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

Onderafdeling D. - Schoolreglement

Art. 37.

[11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001

§ 1. Een schoolbestuur moet, met uitzondering van de ziekenhuisscholen, voor elk van zijn scholen met toepassing van de regelgeving inzake medezeggenschap een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en leerlingen regelt.

§ 2. Voor het kleuteronderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen :

1° geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen;

2° de bijdrageregeling bedoeld in [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
artikel 27ter, § 237Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] ;

[36Decr. van 20/03/2009
B.S. 09/04/2009

3° de engagementsverklaring tussen de school en de ouders waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal.

Met betrekking tot het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal bevat het schoolreglement de bepaling dat leerlingen aangemoedigd worden om Nederlands te leren [46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
en dat de ouders positief staan ten aanzien van extra initiatieven en maatregelen die de school neemt om de taalachterstand van hun leerlingen weg te werken.46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
] . [46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
deel VIII van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] , is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
]

[46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente.46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
] ;

36Decr. van 20/03/2009
B.S. 09/04/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
4° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod;37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
5° [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
de bepalingen in verband met onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs;65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] 37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

6° de wijze waarop in voorkomend geval de schoolraad en ouderraad, vermeld in artikel 10 en 46 in het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, worden samengesteld;

7° het recht op inzage door de ouders en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht. [77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
...77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
] Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling. [77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
]

8° informatie over extra-murosactiviteiten;

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
9° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien; 63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
10° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is een kopie van het gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van dit decreet, en een kopie van het verslag, vermeld in artikel 15 van dit decreet, over te dragen aan de nieuwe school.79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018

11° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;

12° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt.

76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

§ 3. Voor het lager onderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen :

1° [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
het reglement inzake tucht en schending van de leefregels van de leerlingen met inbegrip van een preventieve schorsing, een tijdelijke uitsluiting of een definitieve uitsluiting en inzake de beroepsprocedure zoals vermeld in [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
...65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] onderafdeling F van deze afdeling, inbegrepen het hanteren van redelijke en haalbare termijnen;58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

2° [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
de procedure volgens dewelke het getuigschrift basisonderwijs wordt toegekend, met inbegrip van de beroepsprocedure vermeld in onderafdeling E van deze afdeling;58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

3° [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
de bepalingen in verband met onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs;65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

4° richtlijnen inzake afwezigheden en te laat komen;

5° afspraken in verband met huiswerk, agenda's [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
, leerlingenevaluatie58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] en rapporten;

6° geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse Gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen;

7° de bijdrageregeling bedoeld in [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
artikel 27ter, § 237Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] ;

[15Decr. van 02/04/2004
B.S. 06/08/2004
8° de wijze waarop de leerlingenraad [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
, schoolraad en ouderraad als vermeld in artikel 10 en 46 in het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, in voorkomend geval worden58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] samengesteld;15Decr. van 02/04/2004
B.S. 06/08/2004
]

[36Decr. van 20/03/2009
B.S. 09/04/2009

9° de engagementsverklaring tussen de school en de ouders waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal.

Met betrekking tot het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal bevat het schoolreglement de bepaling dat leerlingen aangemoedigd worden om Nederlands te leren [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
en dat de ouders positief staan ten aanzien van extra initiatieven en maatregelen die de school neemt om de taalachterstand van hun leerlingen weg te werken.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] . [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
deel VIII van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] , is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

[54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente.54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
] ;

36Decr. van 20/03/2009
B.S. 09/04/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
10° de afspraken inzake het rookverbod, bedoeld in het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, de controle op de naleving ervan en de sancties die kunnen opgelegd worden bij overtreding van het rookverbod;37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

11° het recht op inzage door de ouders en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht. [77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
...77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
] Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

[77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;77Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
]

12° informatie over extra-murosactiviteiten;

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
13° de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, en voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt, de ouders er zich expliciet tegen verzetten na op hun verzoek deze gegevens te hebben ingezien;63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
14° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is een kopie van het gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van dit decreet, en een kopie van het verslag, vermeld in artikel 15 van dit decreet, over te dragen aan de nieuwe school;79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

15° eventuele beroepsprocedures buiten de verplichte beroepsprocedures zoals vermeld in punt 1° en punt 2°.

65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] [76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018

16° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;

17° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt.

76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

§ 4. [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
...48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
§ 5. Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden.446Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
]

11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
Onderafdeling E. Beroepsmogelijkheid tegen het niet verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Art. 37/1.

Ouders die niet akkoord gaan met het niet toekennen van een getuigschrift basisonderwijs aan hun kind, hebben toegang tot een beroepsprocedure. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement, met behoud van de toepassing van de bepalingen van deze onderafdeling. Ouders kunnen evenwel slechts een beroep instellen na het overleg zoals bepaald in artikel 55.

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Het beroep wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van het beroep met beschrijving van de feiten en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij deze beschrijving kunnen overtuigingsstukken worden gevoegd.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Art. 37/2.

Het beroep als vermeld in artikel 37/1 dat behandeld wordt door de beroepscommissie leidt tot :

1° hetzij de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als :

a) de termijn voor indiening van het beroep, opgenomen in het schoolreglement, is overschreden;

b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° hetzij de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs, hetzij de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht uiterlijk op 15 september daaropvolgend.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Art. 37/3.

§ 1. De beroepscommissie wordt opgericht door het schoolbestuur.

§ 2. Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen :

1° de samenstelling kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;

2° de samenstelling is als volgt: enerzijds "interne leden", zijnde leden van de klassenraad die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, waaronder alleszins de directeur of zijn afgevaardigde, eventueel aangevuld met een lid van het schoolbestuur; anderzijds "externe leden", zijnde personen die extern zijn aan dat schoolbestuur en aan de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet uit te reiken.

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen :

a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;

b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;

3° de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe leden aangeduid.

§ 3. Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen :

1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend heeft;

5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs;

6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
Onderafdeling F. Beroepsmogelijkheid tegen definitieve uitsluiting58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Art. 37/4.

§ 1. De ouders die een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten, hebben toegang tot een beroepsprocedure. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement, met behoud van de toepassing van de bepalingen van deze onderafdeling.

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Het verzoekschrift wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij deze omschrijving kunnen overtuigingsstukken gevoegd worden.

Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie.

§ 2. Het beroep als vermeld in § 1 door een beroepscommissie leidt tot :

1° hetzij de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als :

a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;

b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° hetzij de bevestiging van de definitieve uitsluiting, hetzij de vernietiging van de definitieve uitsluiting. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

§ 3. Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht binnen de vervaltermijn bepaald in het schoolreglement.

Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Art. 37/5.

§ 1. De beroepscommissie wordt opgericht door het schoolbestuur.

§ 2. Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen :

1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;

2° de samenstelling is als volgt: enerzijds "interne leden", zijnde leden intern aan het schoolbestuur of aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur of zijn afgevaardigde die de beslissing heeft genomen; anderzijds "externe leden", zijnde personen die extern zijn aan het schoolbestuur en aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen.

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen :

a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;

b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;

3° de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe personen aangeduid.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014

Art. 37/6.

§ 1. Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen :

1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;

5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;

6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

§ 2. Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot uitsluiting niet op.

58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Afdeling 3. - Recht op inschrijving 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling A. Beginselen48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37bis.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het aanwezige onderwijsaanbod zoals bepaald in afdeling 1 van hoofdstuk III.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project als vermeld in artikel 28, § 1, 2° , en 47, § 1, 1° , en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen.

De inschrijving wordt genomen na ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Ouders die erom verzoeken, ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van maart van het voorafgaande schooljaar.

De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar.

Scholen maken de start van hun inschrijvingen bekend aan alle belanghebbenden. Scholen die deel uitmaken van een LOP maken de start van hun inschrijvingen minstens via het LOP bekend.

§ 4. Behoudens de bij decreet of besluit bepaalde gevallen van uitschrijving [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
...58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
] , geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele school-loopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden overeenkomstig artikel 37novies of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014

Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats, het niveau in de vestigingsplaats(en) of het type in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 5. In afwijking van paragraaf 4 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 6. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014

§ 7. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen en één capaciteit, overeenkomstig artikel 37novies, § 1, te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] 50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/6/1.

De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3, zijn enkel nog van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het [88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
...88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
] schooljaar [88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
[90 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
2019-2020, 2020-2021 en 2021-202290 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
] 88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
] .

Voor de toepassing van de termijnen bepaald in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3 worden de door de regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

[88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
[90 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
De bepalingen van hoofdstukken, IV/1, IV/2 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het schooljaar 2021-2022 en verder.90 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
] 88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
]

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling B. - Voorrangsregelingen48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37ter.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Elke inschrijvingsperiode begint met de verschillende voorrangsperiodes, waarbij eerst voorrang verleend wordt aan de leerlingen, vermeld in artikel 37quater, dan aan de leerlingen, vermeld in artikel 37quinquies, dan in voorkomend geval aan de leerlingen, vermeld in artikel 37sexies, en dan aan de leerlingen, vermeld in artikel 37septies.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen genomen worden.

Op voorwaarde dat geen enkele leerling, gevat door de betrokken voorrangsperiodes, geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4, kunnen twee of meerdere voorrangsperiodes voor de inschrijvingen voor een bepaald schooljaar samen of apart starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Indien de betrokken scholen gelegen zijn in het werkingsgebied van een LOP, moet de voorrangsperiode voor de leerlingen vermeld in artikel 37septies starten in overeenstemming met artikel 37bis, § 3. Indien de betrokken scholen gelegen zijn buiten het werkingsgebied van een LOP, kunnen de inschrijvingen van de leerlingen die niet gevat worden door een voorrangsperiode, al dan niet samen met de inschrijvingen van de leerlingen gevat door een voorrangsperiode, ook starten vanaf de eerste schooldag van september van het voorgaande schooljaar op voorwaarde dat geen enkele leerling geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37novies, § 4.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
In afwijking van het derde lid, kunnen voor scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, enkel de voorrangsperiodes, vermeld in artikel 37quater en artikel 37quinquies, samen genomen worden.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

Met uitzondering van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37quinquies, duurt elke voorrangsperiode minimaal twee weken. Binnen elke voorrangsperiode gebeuren de inschrijvingen chronologisch.

In afwijking van het eerste lid zijn scholen voor type 5 niet verplicht om de voorrangsperiodes te hanteren.

54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

§ 2. Voor de scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maakt het LOP afspraken over de voorrangsperiodes en worden deze minstens door het LOP bekendgemaakt aan alle belanghebbenden uit het werkingsgebied.

Voor scholen buiten een werkingsgebied van een LOP worden de voorrangsperiodes bepaald in overleg met de schoolbesturen van alle scholen binnen dezelfde gemeente. De schoolbesturen maken de voorrangsperiodes bekend aan alle belanghebbenden.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37quater.

Elke leerling die tot dezelfde [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
leefentiteit56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle leerlingen, een recht op inschrijving in de betrokken school of de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37bis, § 6.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37quinquies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

Met behoud van de toepassing van artikel 37quater geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen van personeelsleden van de school of van de scholen die de inschrijving van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37bis, § 6, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelsleden als vermeld in het eerste lid wordt bedoeld :

1° personeelsleden als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;

2° personeelsleden die via een arbeidsovereenkomst werden aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld worden in de school.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37sexies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 37quater en artikel 37quinquies, geven schoolbesturen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorrang aan leerlingen met minstens één ouder, als vermeld in artikel 3, 41° , die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

§ 2. Om van de voorrangsregeling, vermeld in paragraaf 1, gebruik te kunnen maken, toont de ouder op één van volgende wijzen aan dat hij het Nederlands in voldoende mate machtig is :

1° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;

2° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;

3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
B259Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken :

a) een studiebewijs van door de Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;

b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

4° [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
...59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

5° door het voorleggen van het bewijs dat hij 9 jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager én secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.

§ 3. Schoolbesturen bepalen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een aantal leerlingen dat wordt vooropgesteld voor de inschrijving bij voorrang van leerlingen met minstens één ouder, als vermeld in artikel 3, 41° , die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Het aantal leerlingen vermeld in het eerste lid moet gericht zijn op het verwerven of het behoud van 55 % leerlingen in de school met minstens één ouder, als vermeld in artikel 3, 41° , die het Nederlands in voldoende mate machtig is. Binnen het LOP van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan afgesproken worden om een hoger percentage dan 55 te hanteren.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Het aantal leerlingen, vermeld in het eerste lid, zal door een schoolbestuur bepaald worden voor elke, overeenkomstig artikel 37novies, § 1, door het schoolbestuur bepaalde capaciteit.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

Het LOP maakt het overeengekomen percentage en de bepaalde aantallen bekend aan alle belanghebbenden.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met de thuistaal Nederlands, mag beschouwd worden als een leerling met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is als vermeld in paragraaf 1. Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is, wordt beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in paragraaf 1.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 4. Leerlingen die naast de voorwaarde, vermeld in paragraaf 2, ook beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 37septies, § 3, tellen niet mee voor het bereiken van het in paragraaf 3 vermelde aantal. Deze leerlingen worden ingeschreven tot het contingent voor de leerlingen die beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 37septies, § 3, bereikt is.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37septies

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt voor al zijn scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP twee contingenten die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

Een schoolbestuur kan voor een of meer van zijn scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP twee contingenten als bedoeld in het eerste lid bepalen.

De vooropgestelde contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van de leerlingen vermeld in het eerste en het tweede lid in de scholen in het werkingsgebied van het LOP of de betrokken gemeente buiten het werkingsgebied van een LOP.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
De twee contingenten samen vormen 100 procent en kunnen door een schoolbestuur bepaald worden op die niveaus waarvoor het schoolbestuur overeenkomstig artikel 37duodecies, § 1, een inschrijvingsregister hanteert. In scholen in het werkingsgebied van een LOP en aanmeldende scholen moeten contingenten bepaald worden voor kleuters geboren in de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn en voor het eerste jaar van het lager onderwijs. Indien de school geen apart inschrijvingsregister hanteert voor de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn en voor het eerste jaar van het lager onderwijs moeten de contingenten bepaald worden respectievelijk voor de niveaus als bedoeld in artikel 37novies, § 1. De contingenten worden door het schoolbestuur bekendgemaakt aan alle belanghebbenden.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

De reeds ingeschreven leerlingen worden op basis van het voldoen aan één of meer of het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent.

Leerlingen ingeschreven in toepassing van artikel 37quater, artikel 37quinquies, en in voorkomend geval artikel 37sexies, worden op basis van het voldoen aan één of meer of het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent, zolang het contingent niet bereikt is.

De inschrijving van leerlingen, met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 37sexies, § 4, die zich aandienen nadat het contingent waartoe zij behoren vol is, wordt uitgesteld. Deze leerlingen worden chronologisch in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, als uitgesteld ingeschreven. Een uitgestelde inschrijving is niet gelijk aan een niet-gerealiseerde inschrijving, vermeld in artikel 37novies.

Indien, nog voor de voorrangsperiodes afgesloten worden, beide contingenten vol zijn, wordt voor alle leerlingen die in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, vermeld staan als uitgesteld de inschrijving geweigerd en wordt de uitgestelde inschrijving in het inschrijvingsregister gewijzigd in een niet-gerealiseerde inschrijving. De ouders van de leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden en alle volgende leerlingen, ontvangen daarvan, in overeenstemming met artikel 37terdecies, § 1, een schriftelijke bevestiging.

Indien, op het moment dat een voorrangsperiode afgesloten wordt, het andere contingent niet vol is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met leerlingen die in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, vermeld staan als uitgesteld, indien de ouders dit nog wensen en met respect voor de in het inschrijvingsregister opgenomen chronologie. De leerlingen die op deze wijze niet ingeschreven kunnen worden, worden geweigerd en de ouders ontvangen daarvan, in overeenstemming met artikel 37terdecies,§ 1, een schriftelijke bevestiging.

Het LOP maakt voor de start van de inschrijvingen afspraken over :

1° de berekening van de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied of deelgebieden ervan, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied of deelgebieden ervan en dit eventueel tot op de niveaus vermeld in artikel 37novies, § 1;

2° de berekening van de relatieve aanwezigheid in vestigingsplaatsen en scholen, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen in de vestigingsplaatsen en scholen en dit eventueel tot op de niveaus vermeld in artikel 37novies, § 1;

3° de niveaus, vermeld in artikel 37novies, § 1, van de school waarop de contingenten bepaald zullen worden en de verschillen die er eventueel tussen de verschillende deelgebieden gemaakt worden;

4° de wijze waarop de contingenten bepaald zullen worden;

5° de wijze waarop enerzijds andere actoren betrokken zullen worden bij de werving, toeleiding en ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren.

Voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP is :

1° de relatieve aanwezigheid in de school of vestigingsplaats de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het aantal leerlingen in een school of vestigingsplaats;

2° de relatieve aanwezigheid in de gemeente de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen de gemeente.

Als een schoolbestuur er om vraagt, stelt het AgODi gegevens over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van elk van zijn leerlingen ter beschikking van dat schoolbestuur. Daarnaast stelt het AgODi, in voorkomend geval, gegevens ter beschikking van het LOP over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van de leerlingen van de scholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP. Deze gegevens zijn afkomstig van de meest recente jaarlijkse centraal georganiseerde telling.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan een schoolbestuur voor één of meer van zijn scholen voor buitengewoon onderwijs gelegen in het werkingsgebied van een LOP twee contingenten bepalen die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

§ 3. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
De indicatoren op basis waarvan voorrang verleend wordt, zijn:

1° [84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
het gezin, vermeld in artikel 3, § 1, 17°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één selectieve participatietoeslag leerling ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen. 84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
]

[84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
Voor de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 komen eveneens in aanmerking voor voorrang: de leefeenheid ontving in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één schooltoelage zoals bedoeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen. Met leefeenheid wordt bedoeld, een of meer meerderjarigen, ongeacht hun geslacht, met eventueel een of meer minderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres, alsook een of meer minderjarige gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerlingen of studenten, ongeacht hun geslacht, met eventueel een of meer minder- en meerderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres;84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
]

2° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 4. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, aangetoond wordt, bepalen en kan hiervoor een procedure vastleggen.

Voor de indicator, vermeld in § 3, 1o , gelden dan de inkomensgrenzen van de regeling inzake [84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
de selectieve participatietoeslagen leerling84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
] als richtinggevend.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling C. - Weigeren48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37octies.

§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37novies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

. § 1. Een schoolbestuur bepaalt voorafgaand aan een inschrijvingsperiode als vermeld in artikel 37bis, § 3, voor al zijn scholen de capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur per niveau, zoals bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, als een maximaal aantal leerlingen ziet.

In het gewoon basisonderwijs bepaalt het schoolbestuur de capaciteit op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, het niveau kleuteronderwijs en het niveau lager onderwijs. Het schoolbestuur kan de capaciteit voor het kleuteronderwijs ook op niveau van het geboortejaar en voor het lager onderwijs ook op niveau van het leerjaar bepalen.

Een schoolbestuur kan voor anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4o quater, een capaciteit bepalen, enkel indien aldus geweigerde leerlingen een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders. Schoolbesturen met scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maken daartoe binnen het LOP afspraken. Een schoolbestuur met scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP maakt daartoe afspraken met de schoolbesturen van scholen gelegen in dezelfde gemeente. De capaciteit voor anderstalige nieuwkomers kan nooit minder zijn dan acht leerlingen [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
voor scholen of vestigingsplaatsen met een capaciteit van meer dan honderd leerlingen, en vier leerlingen voor scholen of vestigingsplaatsen met een capaciteit van maximaal honderd leerlingen59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] .

In het buitengewoon basisonderwijs bepaalt het schoolbestuur de capaciteit op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, het niveau kleuteronderwijs, het niveau lager onderwijs en voor elk type afzonderlijk.

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
In afwijking van het vierde lid is een schoolbestuur niet verplicht om voor zijn scholen voor type 5 de capaciteit te bepalen.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

§ 2. Met toepassing van paragraaf 1 maakt een schoolbestuur, voor al zijn scholen, de capaciteiten die hij bepaald heeft, bekend aan alle belanghebbenden. Een schoolbestuur deelt voor al zijn scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP de capaciteiten die hij bepaald heeft, mee aan dat LOP.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014

Daarnaast bepaalt en communiceert een schoolbestuur minstens op volgende momenten het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, desgevallend per contingent:

a) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37quater;

b) in voorkomend geval voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37sexies;

c) voor de start van de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37septies;

d) na de voorrangsperiode, vermeld in artikel 37septies.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 kan een schoolbestuur, met toepassing van artikel 37duodecies, § 2, en met toepassing van de overeenkomstig artikel 37septies te bepalen contingenten, de capaciteit, vermeld in paragraaf 1, verhogen na de start van de inschrijvingen.

In gemeenten gelegen in een werkingsgebied van een LOP, moet de verhoging door het LOP zijn goedgekeurd. In gemeenten gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP deelt het schoolbestuur de verhoging ter kennisgeving mee aan de schoolbesturen van de andere scholen gelegen in die gemeente.

§ 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit, als vermeld in paragraaf 1 en 3, overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit, als vermeld in paragraaf 1 en 3, voor dat volgend schooljaar overschreden zou worden.

§ 5. In afwijking van paragraaf 4 kan een schoolbestuur in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :

1° voor de toelating van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs;

2° voor de toelating van leerlingen die :

a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg;

b) hetzij als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school;

c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;

3° [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
...79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

4° [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
...79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

5° voor de toelating van leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;

6° [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
voor de toelating van leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, vermeld in paragraaf 1, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit, vermeld in paragraaf 1.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
7° voor leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt."59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018

§ 5bis. In afwijking van paragraaf 4 moet een schoolbestuur in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :

1° voor de terugkeer van leerlingen in het buitengewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 15 of 16, in een school voor gewoon onderwijs ingeschreven waren;

2° voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die in een school voor buitengewoon onderwijs ingeschreven waren.

79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37decies.

Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar, overeenkomstig artikel 32 en 33, definitief werd verwijderd.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37undecies.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37bis, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. [63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, [70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
binnen een redelijke termijn na de inschrijving70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] 63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk 60 kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn.70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
...79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

§ 3. [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een verslag, als vermeld in artikel 15, nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag of het gewijzigd verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor een daaropvolgend schooljaar te ontbinden.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018

§ 4. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.

Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling D. Procedure48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37duodecies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37novies door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin hij alle gerealiseerde, uitgestelde en niet-gerealiseerde inschrijvingen chronologisch, in voorkomend geval per contingent, noteert, in dien verstande dat voor een door het schoolbestuur bepaalde capaciteit die exact uit andere door het schoolbestuur bepaalde capaciteiten bestaat er geen inschrijvingsregister gehanteerd moet worden.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Een school, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, noteert, vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2015-2016, met behoud van het eerste lid, eveneens de inschrijving in toepassing van artikel 37sexies. Een school, gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, noteert voor de niet-gerealiseerde inschrijvingen, met behoud van het eerste lid, eveneens het behoren tot de leerlingen, gevat door artikel 37sexies.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 2. Met uitzondering van de inschrijvingen, vermeld in artikel 37novies, § 5, wordt voor inschrijvingen, door vrijgekomen plaatsen of door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37novies, § 3, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen, in voorkomend geval, voor de leerlingen wiens inschrijving tijdens de voorrangsperiodes, vermeld in artikel 37ter, § 1, niet gerealiseerd kon worden, per contingent, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] . [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Vanaf de inschrijvingen voor het schooljaar 2015-2016, wordt in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bij inschrijvingen voor vrijgekomen plaatsen van leerlingen, ingeschreven in toepassing van artikel 37sexies, de volgorde van de niet-gerealiseerde inschrijvingen, desgevallend per contingent, in toepassing van § 1, tweede lid, gerespecteerd, met behoud van artikel 37quater en 37quinquies.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
...59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
...59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 4. Het verloop van gerealiseerde en niet-gerealiseerde inschrijvingen kan onderworpen worden aan een controle door het AgODi.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37terdecies.

§ 1. Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van vier kalenderdagen bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs mee aan de ouders van de leerling en volgens afspraak aan de voorzitter van het lokaal overlegplatform. Indien de school of vestigingsplaats gelegen is buiten het werkgebied van een LOP, meldt het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving aan het AgODi.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving meedeelt aan de ouders en in voorkomend geval het LOP of het AgODi.

Het model, vermeld in het eerste lid, bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot weigering en bevat de melding dat de ouders voor informatie of bemiddeling een beroep kunnen doen op een LOP of klacht kunnen indienen bij de CLR en de wijze waarop men met een van beide in contact kan treden.

Indien de weigering gebeurde op basis van artikel 37novies, of 37vicies quater, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister, vermeld in artikel 37duodecies, § 1, de betrokken leerling staat. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad deelt het schoolbestuur eveneens mee welke plaats onder de geweigerde leerlingen, vermeld in artikel 37sexies, de betrokken leerling inneemt.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37quater decies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen naar aanleiding van een niet-gerealiseerde inschrijving [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of een uitschrijving78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] , een schriftelijke klacht indienen bij de CLR. Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de niet-gerealiseerde inschrijving [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of de uitschrijving78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] .

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 3. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of de uitschrijving78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het om een niet-gerealiseerde inschrijving gaat op basis van artikel 37undecies, schrijven de ouders de leerling in een andere school in uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR, vermeld in paragraaf 2, tweede lid.

Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB’s die deel uitmaken van dat LOP.

§ 4. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of de uitschrijving onterecht acht78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] , kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

§ 5. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art.37quindecies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
...57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

Bij een niet-gerealiseerde inschrijving [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of een uitschrijving78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
...57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] start het LOP een bemiddeling wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen een termijn van tien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening of afgifte, als vermeld in artikel 37terdecies, tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.

De bemiddeling schort de termijn van dertig kalenderdagen, als vermeld in artikel 37quater decies, § 1, op.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, als vermeld in § 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of de uitschrijving78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] . De CLR formuleert dit oordeel binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen die ingaat de dag na het verstrijken van de termijn, als vermeld in § 2.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigeringsbeslissing [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of uitschrijving78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het gaat om een niet-gerealiseerde inschrijving op basis van artikel 37undecies, schrijven de ouders de leerling in een andere school in uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR, als vermeld in § 3, tweede lid.

De ouders kunnen bij het zoeken naar een andere school bijgestaan worden door het LOP, inzonderheid door de CLB’s die deel uitmaken van dat LOP.

§ 5. Indien de CLR de niet-gerealiseerde inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
of de uitschrijving onterecht acht78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] , kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

§ 6. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37sedecies

§ 1. De CLR kan in een situatie als vermeld in artikel 37quindecies, § 5, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, als vermeld in paragraaf 1 en 2 :

1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;

2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

§ 4. Onverminderd de toepassing van § 1 tot § 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37septies decies

Voor de toepassing van de bemiddeling, vermeld in artikel 37quindecies duidt de Vlaamse Regering per provincie, een LOP-deskundige en een onderwijsinspecteur aan die voor de gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opnemen.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37duodevicies

Voor de toepassing van artikel 37quater decies tot en met artikel 37septies decies bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Afdeling 4. - Aanmeldingsprocedures 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling A. - Beginselen48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37undevicies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Aanmelden is het kenbaar maken van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in een of meerdere scholen of vestigingsplaatsen waarbij een volgorde van keuze wordt aangegeven.

§ 2. De aanmeldingsperiode kan bestaan uit meerdere deelperiodes voor de leerlingen vermeld in artikel 37quater, artikel 37quinquies, artikel 37sexies en artikel 37septies. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
In voorkomend geval wordt het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, gecommuniceerd overeenkomstig artikel 37novies, § 2, tweede lid.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] Met respect voor de bepaalde volgorde kunnen twee of meerdere deelperiodes tegelijk plaatsvinden.

De deelperiodes voor de aanmeldingen van de leerlingen vermeld in artikel 37quater en artikel 37quinquies kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.

De deelperiodes voor de aanmeldingen van de leerlingen vermeld in artikel 37sexies en artikel 37septies kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag na de kerstvakantie van het voorafgaande schooljaar.

Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode kunnen er geen inschrijvingen gebeuren [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
voor het volgende schooljaar59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] . Indien de aanmeldingsperiode bestaat uit meerdere deelperiodes mogen de betrokken leerlingen na elke deelperiode, overeenkomstig artikel 37vicies quater, ingeschreven worden.

In afwijking van het vierde lid kan een schoolbestuur voorafgaand aan de deelperiodes vermeld in het derde lid leerlingen als vermeld in artikel 37quater of artikel 37quinquies inschrijven zonder aanmeldingsperiode vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar onder de voorwaarde dat geen enkele van de betrokken leerlingen geweigerd wordt omwille van de overschrijding van de capaciteit, bedoeld in artikel 37novies, § 4.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014

Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat:

1° op het moment van de vraag tot inschrijving nog een vrije plaats is;

2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP of voor scholen buiten het werkingsgebied van een LOP aan de schoolbesturen van scholen in dezelfde gemeente;

3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

Na de aanmeldingsperiode gebeuren de inschrijvingen, in afwijking van artikel 37ter, § 1, chronologisch

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

Een schoolbestuur kan in één van de volgende situaties een aanmeldingsprocedure instellen :

1° voor het optimaliseren van het inschrijvingsproces;

2° voor het streven naar een evenredige verdeling, zoals bedoeld in artikel 37septies.

Een schoolbestuur kan een aanmeldingsprocedure instellen voor één of meerdere niveaus waarvoor het schoolbestuur overeenkomstig artikel 37duodecies, § 1, een inschrijvingsregister hanteert.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies semel.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, moet de aanmeldingsprocedure bij een dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd.

De dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door, enerzijds meer dan de helft van de [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
participanten, bedoeld in artikel VIII.4, §1, 1°, 2° en 3° en anderzijds, meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4,§1, 4° tot en met 12°, telkens van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] .

§ 2. In gemeenten zonder LOP kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen actief binnen die gemeenten een aanmeldingsprocedure instellen.

In gemeenten buiten, maar grenzend aan, een werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur, mits akkoord van het betrokken LOP, aansluiten bij de door dat LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure, als vermeld in paragraaf 1.

In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectieve ordeningscriteria zoals opgenomen in artikel 37vicies bis en artikel 37vicies ter, onverminderd gelden.

§ 3. De Vlaamse Regering kan, in situaties als vermeld in artikel 37vicies, 1o , een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het instellen van een aanmeldingsprocedure voor hun scholen wanneer de vragen tot inschrijving van onderwijszoekenden de door de schoolbesturen, overeenkomstig artikel 37novies bepaalde capaciteit, benaderen of overschrijden en er als dusdanig een capaciteitsprobleem dreigt of heerst waardoor het recht op inschrijving vermeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk niet meer kan worden gegarandeerd.

In afwijking van het eerste lid moeten de schoolbesturen die een school, scholen voor buitengewoon onderwijs uitgezonderd, hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Antwerpen, Brussel-Hoofdstad of Gent een aanmeldingsprocedure instellen die geldt voor alle scholen, scholen voor buitengewoon onderwijs uitgezonderd, gelegen binnen dat respectieve werkingsgebied.

§ 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure, en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling B. - Ordeningscriteria48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies bis.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode of een deelperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP voor elk van zijn scholen gelegen in het Vlaamse Gewest alle aangemelde leerlingen als volgt :

1° [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
eerst de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit;56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

2° dan de kinderen van personeelsleden van de school, zoals bepaald in artikel 37quinquies;

3° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria :

a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;

b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;

c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);

d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Indien leerlingen overeenkomstig artikel 37undevicies § 2, vijfde lid, worden ingeschreven, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om de ordening van de groepen vermeld in 1° of 2° van het eerste lid al dan niet te behouden.

Voor alle betrokken scholen en vestigingsplaatsen geldt hetzelfde ordeningscriterium of dezelfde combinatie van ordeningscriteria. Daarvan kan, op school- of vestigingsplaatsniveau, gemotiveerd afgeweken worden.

§ 2. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan wordt binnen die groep aangemelde leerlingen geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1.

Indien slechts één van de vooraf bepaalde contingenten zoals bepaald in artikel 37septies bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan worden de leerlingen binnen die groep van dat contingent geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1, en nemen ze in die volgorde de openstaande plaatsen in het andere contingent in.

§ 3. Van zodra de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt, worden de resterende aangemelde leerlingen geordend met toepassing van paragraaf 1 en 2 van dit artikel, en zo in het aanmeldingsregister, als vermeld in artikel 37vicies quater, § 1, opgenomen.

§ 4. Bij de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3 moet een schoolbestuur, desgevallend met uitzondering van de schoolbesturen voor haar scholen voor buitengewoon onderwijs, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP betrokken bij een aanmeldingsprocedure de aangemelde leerlingen ordenen met het oog op een evenredige verdeling overeenkomstig artikel 37septies

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies ter.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Op het einde van de aanmeldingsperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP voor elk van zijn scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad alle aangemelde leerlingen als volgt :

1° [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
eerst de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit; 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

2° dan de kinderen van personeelsleden van de school, zoals bepaald in artikel 37quinquies;

3° dan kinderen van ouders die in overeenstemming met artikel 37sexies het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;

4° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria :

a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;

b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;

c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);

d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Indien leerlingen overeenkomstig artikel 37undevicies § 2, vijfde lid, worden ingeschreven, kunnen schoolbesturen ervoor kiezen om de ordening van de groepen vermeld in 1o of 2o van het eerste lid al dan niet te behouden.

Voor alle betrokken scholen en vestigingsplaatsen geldt hetzelfde ordeningscriterium of dezelfde combinatie van ordeningscriteria. Daarvan kan, op school- of vestigingsplaatsniveau, gemotiveerd afgeweken worden.

§ 2. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan wordt binnen die groep aangemelde leerlingen geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1. [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 37sexies, § 3, niet binnen de groep aangemelde [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 37quater56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 37quinquies. 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

Indien slechts één van de vooraf bepaalde contingenten zoals bepaald in artikel 37septies bereikt wordt in een te ordenen groep, zoals opgenomen in paragraaf 1, dan worden de leerlingen binnen die groep van dat contingent geordend volgens de volgende stappen binnen de procedure, als vermeld in paragraaf 1, en nemen ze in die volgorde de openstaande plaatsen in het andere contingent in. [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
In voorkomend geval gelden de aantallen en het percentage, vermeld in artikel 37sexies, § 3, niet binnen de groep aangemelde [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit als vermeld in artikel 37quater56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] of de groep aangemelde kinderen van personeelsleden van de school, vermeld in artikel 37quinquies. 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

§ 3. Van zodra de vooraf bepaalde capaciteit, als vermeld in artikel 37novies, § 1, bereikt wordt, worden de resterende aangemelde leerlingen geordend met toepassing van paragraaf 1 en 2, en zo in het aanmeldingsregister, als vermeld in artikel 37vicies quater, § 1, opgenomen.

§ 4. Bij de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3 moet een schoolbestuur, desgevallend met uitzondering van de schoolbesturen voor haar scholen voor buitengewoon onderwijs, of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP betrokken bij een aanmeldingsprocedure de aangemelde leerlingen ordenen met het oog op een evenredige verdeling overeenkomstig artikel 37septies.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling C. Het beëindigen van de aanmeldingsprocedure en het inschrijven van de leerlingen 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies quater.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37novies, bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister in dien verstande dat voor een door het schoolbestuur bepaalde capaciteit die exact uit andere door het schoolbestuur bepaalde capaciteiten bestaat er geen aanmeldingssregister gehanteerd moet worden.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37vicies bis of 37vicies ter tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Van de scholen of vestigingsplaatsen waar de aangemelde leerling een gunstige rangschikking heeft gekregen, wijst het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, het LOP [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] de aangemelde leerling toe aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van dezelfde combinatie van ordeningscriteria [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
, en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met inachtname van artikel 37sexies, § 4,56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] eerstvolgend gerangschikte leerling.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de ordeningscriteria, vermeld in artikel 37vicies quinquies, § 2, 9°, d).59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

De ouders krijgen binnen vier werkdagen na de aldus bekomen definitieve toewijzing schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen en over de periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal vijftien schooldagen.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien de ouders binnen de periode, vermeld in het vierde lid, geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, overeenkomstig § 1, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten, bedoeld in artikel 37vivies quinquies, § 2, 10° , b), leidt tot een andere beslissing.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Wanneer een via aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerder gerealiseerde inschrijving beëindigen.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Leerlingen wiens recht op inschrijving, overeenkomstig het zesde, zevende of achtste lid komt te vervallen worden overeenkomstig artikel 37duodecies, § 2, vervangen. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad worden, in afwijking van artikel 37duodecies, § 2, leerlingen als vermeld in artikel 37septies die eveneens beantwoorden aan de criteria, vermeld in artikel 37sexies, wiens recht op inschrijving, overeenkomstig het zesde, zevende of achtste lid komt te vervallen vervangen door de eerstvolgend gerangschikte leerlingen als vermeld in artikel 37septies die eveneens beantwoorden aan de criteria, vermeld in artikel 37sexies, met behoud van artikel 37quater en artikel 37quinquies. Deze ouders krijgen binnen vier werkdagen na de nodige vaststellingen door het schoolbestuur of het LOP schriftelijk of via elektronische drager melding dat de aangemelde leerling alsnog is toegewezen. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal vijf schooldagen.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 3. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] , krijgen de ouders binnen vier werkdagen, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 4. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP de schriftelijke meldingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, uitvoeren. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
De betrokken schoolbesturen kunnen beslissen een niet-gunstige rangschikking gelijk te stellen met een niet-gerealiseerde inschrijving, overeenkomstig artikel 37novies, § 4, en kunnen de mededeling van de niet-gerealiseerde inschrijvingen zoals bepaald in artikel 37ter decies, mandateren aan het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP aan het daartoe aangeduide schoolbestuur.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 5. Overeenkomstig artikel 37duodecies en artikel 37vivies quinquies, § 2, 8o , wordt de volgorde van de [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] overgenomen in het inschrijvingsregister.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
Onderafdeling D. - Goedkeuring aanmeldingsprocedures 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies quinquies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Uiterlijk op 15 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP een voorstel van aanmeldingsprocedure voor aan de CLR.

[88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 december 2019 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 voorleggen aan de CLR.88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
]

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[90 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.90 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
]

§ 2. Het dossier daartoe bevat minstens de volgende onderdelen :

1° de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en de motivering ervan, overeenkomstig artikel 37undevicies;

2° het middel of de middelen tot aanmelden;

3° de wijze waarop scholen hun capaciteit, [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] hun aanmeldingsmiddelen, de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes en inschrijvingsperiodes bekendmaken;

4° [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
de manier waarop de mogelijkheid om een leerling in één aanmeldingsdossier voor verschillende scholen of vestigingsplaatsen tegelijk aan te melden, indien de aanmeldingsprocedure geldt voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen, wordt geoperationaliseerd, waarbij tegelijkertijd vermeden wordt dat voor eenzelfde leerling meerdere aanmeldingsdossiers aangelegd kunnen worden binnen het eigen aanmeldingssysteem;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

5° een regeling waarbij de aanmeldingen van [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] , als vermeld in artikel 37quater, aan elkaar gekoppeld kunnen worden, of een motivering om deze regeling niet te voorzien;

6° de regeling om bij verschillende scholen of vestigingsplaatsen een duidelijke voorkeurorde op te geven;

7° een regeling voor de communicatie aan de ouders, als vermeld in artikel 37vicies quater;

8° een regeling over het bijhouden van het aanmeldingsregister per school of vestigingsplaats en de overdracht van de informatie over de aangemelde leerlingen aan het schoolbestuur;

9° de verdere concretisering van de ordeningscriteria. Dit bestaat uit :

a) het bepalen van de wijze waarop de noties afstand, in afwijking van artikel 3, 4° , en werkadres, bedoeld in artikel 37vicies bis, § 1, 3° , en artikel 37vicies ter, § 1, 4° , gehanteerd worden;

b) de hantering van de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze, bedoeld in artikel 37vicies bis, § 1, 3° , en artikel 37vicies ter, § 1, 4° , gemaakt door de ouders bij de ordening en de toewijzing, als vermeld in artikel 37vicies quater;

c) de hantering van toeval, bedoeld in artikel 37vicies bis, § 1, 3° , en artikel 37vicies ter, § 1, 4° ;

d) het bepalen van de verhouding en de volgorde tussen de verschillende gekozen ordeningscriteria [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
, en de ordeningscriteria, in toepassing van artikel 37vicies quater, § 2, derde lid, die gehanteerd worden bij de rangschikking van de niet-toegewezen leerlingen;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] ;

e) het maken van afspraken rond het bepalen van de evenredige verdeling, als vermeld in artikel 37septies, van de scholen en vestigingsplaatsen, met onder meer het bepalen van de geografische omschrijving waarbinnen de toetsing zal gebeuren [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
en de elementen die in overweging worden genomen bij de berekening van de contingenten59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] ;

f) het bepalen van de mate waarin scholen de vrijheid hebben om hun instroom met het oog op de evenredige verdeling, als vermeld in artikel 37septies, te sturen;

g) de gemotiveerde afwijking, vermeld in artikel 37vicies bis, § 1, derde lid, en artikel 37vicies ter, § 1, derde lid;

10° beslissingen aangaande de uitvoeringsmodaliteiten :

a) de wijze waarop ouders en scholen bij de aanmeldingsprocedure ondersteund zullen worden en wie daarbij betrokken zal zijn;

b) de wijze waarop zal omgegaan worden met de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten over het verloop van de aanmeldingsprocedure;

c) de wijze waarop enerzijds de werving, de toeleiding en de ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren met het oog op de evenredige verdeling, als vermeld in artikel 37septies;

d) de wijze waarop de aanmeldingsprocedure gemonitord en geëvalueerd zal worden;

11° de wijze waarop over de aanmeldingsprocedure en alle genomen beslissingen daarin gecommuniceerd wordt aan alle belanghebbenden.

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014

12° het al dan niet door de schoolbesturen mandateren aan het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP aan het daartoe aangeduide schoolbestuur, van:

a) de rangschikking van de aangemelde leerlingen;

b) het uitreiken van de melding van de definitieve toewijzing of van de melding over het niet kunnen toewijzen van de leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats;

c) de mededeling van de niet-gerealiseerde inschrijvingen.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

§ 3. De CLR toetst het voorstel van aanmeldingsprocedure aan de bepalingen inzake het recht op inschrijving en de aanmeldingsprocedures, vermeld in afdelingen 3 en 4, en de volgende uitgangspunten :

1° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;

2° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie;

3° het bevorderen van sociale mix en cohesie;

4° voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad daarnaast ook de bescherming van de gelijke onderwijs- en inschrijvingskansen van Nederlandstaligen en het behoud van het Nederlandstalige karakter van het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs.

§ 4. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk twee maanden na de indiening. Enkel indien de einddatum van deze periode van twee maanden valt in de periode tussen 15 juli en 15 augustus, valt de beslissing uiterlijk in de week volgend op 16 augustus.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies sexies.

[50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over het voorstel van aanmeldingsprocedure kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, een van volgende initiatieven nemen :

1° een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;

2° het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.

[82Decr. van 21/12/2018
B.S. 11/01/2019
In afwijking van het eerste lid, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP, uiterlijk op [88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
[90Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
[ (tot 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
31 januari 2020] [ (vanaf 01/09/2020)Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
31 januari 2021] 90Decr. van 08/05/2020
B.S. 14/05/2020
] 88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
] de initiatieven nemen zoals bepaald in het eerste lid, 1° en 2°. 82Decr. van 21/12/2018
B.S. 11/01/2019
]

§ 2. Bij een negatief besluit, van de CLR over het, overeenkomstig paragraaf 1, 1° , voorgelegde aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure of het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3.

De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het verloop van de procedure.

§ 3. Bij een negatief besluit, van de Vlaamse Regering over het, overeenkomstig paragraaf 1, 2° , voorgelegde voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP uiterlijk dertig kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3.

De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

§ 4. Voor de toepassing van de termijnen bepaald in dit artikel worden zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en de door de Regering, overeenkomstig artikel 50, bepaalde vakantieperioden niet meegerekend.

50/1Decr. van 08/06/2012
B.S. 23/07/2012
] 48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
] [48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012

Art. 37vicies septies.

Bij een positief besluit van de CLR of de Vlaamse Regering blijft de aanmeldingsprocedure van kracht voor de inschrijvingen voor de schooljaren volgend op het schooljaar waarin het positief besluit werd genomen, totdat :

1° de betrokken regelgeving gewijzigd wordt;

2° het betrokken schoolbestuur, groep schoolbesturen of het LOP de lopende aanmeldingsprocedure wil wijzigen of stopzetten.

48Decr. van 25/11/2011
B.S. 23/02/2012
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Hoofdstuk IV/1. Recht op inschrijving in het gewoon onderwijs voor scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 1. Recht op inschrijving87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/7.

De gezamenlijke doelstellingen van het inschrijvingsrecht, als instrument van het beleid op gelijke onderwijskansen, zijn:

1° het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen;

2° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;

3° het bevorderen van sociale mix en cohesie;

4° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/8.

§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of een vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van een vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen.

De inschrijving wordt genomen op het moment van ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar.

§ 4. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van:

1° de datum en het tijdstip van de inschrijving;

2° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning in het geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/9.

§ 1. Behoudens de bij decreet bepaalde gevallen van uitschrijving, zoals bepaald in artikel 32, § 3, artikel 37/8, § 2, derde lid, artikel 37/10 en artikel 37/11, § 3, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats of het niveau in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 3. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 4. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen en één capaciteit te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/10.

De vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, beëindigt een eerdere inschrijving van rechtswege.

Een leerling die reeds in de eigen school schoolloopt en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven in de school waar de leerling schoolloopt vanaf 1 juli van het lopende schooljaar.

Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van de eerste schooldag van september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/11.

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/8, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennisneemt van een verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk zestig kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn.

Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.

§ 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een verslag als vermeld in artikel 15 nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag of het gewijzigd verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor een daaropvolgend schooljaar te ontbinden.

§ 4. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.

Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 2. Organisatie van de inschrijvingen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Onderafdeling A. Beslissing over kunnen weigeren op basis van capaciteit87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/12.

§ 1. Een schoolbestuur beslist jaarlijks, en uiterlijk op 15 november, voor elk van zijn scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel per geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, of het voor het daaropvolgende schooljaar leerlingen wil kunnen weigeren omwille van bereikte capaciteit. Een schoolbestuur bepaalt eveneens, voor elk van deze scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, of het leerlingen uit de voorrangsgroepen, zoals bepaald in artikel 37/22, §§ 3 en 4, wil kunnen weigeren.

§ 2. Voor de scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, waarvoor het schoolbestuur beslist geen leerlingen te zullen weigeren omwille van capaciteit gelden de regels voor niet-aanmeldende scholen, vermeld in onderafdeling B, tenzij het schoolbestuur beslist aan te sluiten bij een aanmeldingsprocedure. In dat geval zijn de bepalingen uit onderafdeling B van toepassing.

Voor de scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, waarvoor het schoolbestuur beslist te willen kunnen weigeren omwille van capaciteit, en de scholen, vermeld in § 3, tweede lid, die verplicht worden tot aanmelden worden de inschrijvingen georganiseerd via een aanmeldingsprocedure. Hiervoor gelden de regels voor aanmeldende scholen, vermeld in onderafdeling C.

Voor de onderdelen waarvoor het schoolbestuur besliste ook leerlingen uit de voorrangsgroepen te willen kunnen weigeren, gelden de regels, zoals vermeld in artikel 37/22.

§ 3. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van paragraaf 1, en wanneer er een capaciteitsprobleem dreigt of heerst doordat de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden, waardoor het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/8, niet meer kan worden gegarandeerd, een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het organiseren van een gezamenlijke aanmeldingsprocedure voor hun scholen.

De verplichting tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure geldt in ieder geval voor alle schoolbesturen die een school hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Antwerpen of LOP Gent, voor hun scholen binnen dat respectievelijke werkingsgebied.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Onderafdeling B. Organisatie van de inschrijvingen in niet-aanmeldende scholen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/13.

§ 1. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar. Het schoolbestuur bepaalt de startdatum van de inschrijvingen en communiceert deze startdatum aan alle belanghebbenden.

Het schoolbestuur van scholen en vestigingsplaatsen, gelegen in het werkingsgebied van een LOP, respecteert de afspraken over de startdata van de inschrijvingen binnen het LOP.

De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, gebieden afbakenen waarbinnen een centrale startdatum wordt bepaald voor de inschrijvingen in alle scholen, wanneer het naast elkaar blijven bestaan van verschillende startdata de transparantie van het inschrijvingsgebeuren aantast of de problematiek van de dubbele inschrijvingen in stand houdt.

§ 2. Alle leerlingen worden in chronologische volgorde ingeschreven en genoteerd in het inschrijvingsregister.

Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 3. Een niet-aanmeldende school kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met 100 leerlingen, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met meer dan 100 leerlingen, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders.

Schoolbesturen met scholen of vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied van een LOP maken daartoe binnen het LOP afspraken.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/14.

Een schoolbestuur dat omwille van uitzonderlijke omstandigheden in de onmogelijkheid verkeert om bijkomende inschrijvingen te realiseren in een of meerdere scholen, vestigingsplaatsen, schooljaren of geboortejaren, moet een aanvraag indienen bij de CLR om alsnog leerlingen te kunnen weigeren op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden.

De CLR beslist, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na het ontvangen van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, of en onder welke voorwaarden weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toegestaan worden.

Indien het schoolbestuur reeds leerlingen geweigerd heeft, voorafgaand aan de aanvraag bij de CLR of de beslissing door de CLR, worden deze alsnog ingeschreven indien de CLR beslist geen weigeringen op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden, toe te staan.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Onderafdeling C. Organisatie van de inschrijvingen in aanmeldende scholen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/15.

Aanmelden is het digitaal kenbaar maken door ouders van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in één of meerdere scholen of vestigingsplaatsen voor de daartoe door het schoolbestuur beschikbaar gestelde plaatsen. Als de betrokken leerling voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen wordt aangemeld, wordt een volgorde van keuze aangegeven.

Na afsluiten van de aanmeldingsperiode worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/23, 37/24 en 37/25, en in voorkomend geval, volgens artikel 37/22. De leerlingen die gunstig geordend worden, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, verwerven een recht op inschrijving voor een beschikbaar gestelde plaats. Binnen gezamenlijke aanmeldingsprocedures wordt slechts één gunstige ordening weerhouden, zijnde de gunstige ordening in de school van hoogste keuze van de betreffende leerling. Leerlingen die niet gunstig geordend worden, worden in de volgorde zoals in het aanmeldingsregister, opgenomen als geweigerde leerlingen in het inschrijvingsregister.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/16.

§ 1. Een schoolbestuur, alle deelnemende schoolbesturen samen of het LOP, meldt uiterlijk op 15 november van het voorafgaande schooljaar, via het daartoe ontwikkelde formulier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap:

[87Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
1° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het de inschrijvingen zal organiseren via een aanmeldingsprocedure;87Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

2° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, wil kunnen weigeren;

3° welk standaarddossier het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wenst af te wijken, als vermeld in artikel 37/18. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.

[88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
...88Decr. van 22/11/2019
B.S. 11/12/2019
]

De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid.

§ 2. Elk schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP, dat de inschrijvingen laat voorafgaan door een aanmeldingsprocedure richt een commissie op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van disfuncties en klachten betreffende de aanmeldingsprocedure. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere bepalingen betreffende de samenstelling en opdracht van de disfunctiecommissie.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/17.

§ 1. Voor aanmeldende scholen, gelegen in het werkingsgebied van een LOP, moet de aanmeldingsprocedure bij dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd.

De dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door enerzijds meer dan de helft van de participanten, bedoeld in artikel VIII.4, § 1, 1°, 2° en 3°, en anderzijds, meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VIII.4, § 1, 4° tot en met 12°, telkens van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.

§ 2. Voor scholen in gemeenten, gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen een aanmeldingsprocedure instellen na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen in de gemeente, en op voorwaarde dat alle aanmeldende scholen in de betreffende gemeente deelnemen aan de aanmeldingsprocedure.

§ 3. Schoolbesturen kunnen, over scholen, gemeenten en werkingsgebieden van een LOP heen, samen een aanmeldingsprocedure instellen, mits het respecteren van de voorwaarden, vermeld in de eerste en tweede paragraaf.

In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectieve ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en artikel 37/24 onverminderd gelden.

§ 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/18.

Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, wanneer ze wensen af te wijken van een standaarddossier, de betreffende afwijkingen voor aan de CLR.

De CLR toetst de afwijkingen van een standaarddossier aan de bepalingen, vermeld in afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en neemt hierover een besluit, uiterlijk twee maanden na de indiening, en in ieder geval voor 24 december.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/19.

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, een van volgende initiatieven nemen:

1° aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de Commissie inzake leerlingenrechten melden de aanmeldingen te zullen organiseren conform een standaarddossier;

2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt het een besluit, uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;

3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure.

§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de, overeenkomstig paragraaf 1, 2°, voorgelegde aangepaste afwijkingen van een standaarddossier, kan het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, voorleggen aan de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen uit artikel 37/7 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure.

§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het, overeenkomstig paragraaf 1, 3°, voorgelegde voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/16, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepaste voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/7, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk.

De CLR neemt over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/20.

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt uiterlijk op 15 februari van het voorafgaande schooljaar voor elke school en vestigingsplaats, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, een capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur voor de betreffende scholen, vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, als het maximaal aantal leerlingen ziet.

§ 2. Daarnaast maakt het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen, zijnde het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, desgevallend per contingent als vermeld in artikel 37/24, minstens bekend op volgende momenten:

1° voor de start van de inschrijvingen of, in voorkomend geval, de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, §§ 2 en 3;

2° voor de start van de aanmeldingsperiode, vermeld in artikel 37/21;

3° voor de start van de vrije inschrijvingsperiode, vermeld in artikel 37/27.

Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP communiceert het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen minstens aan het LOP, en respecteert daarbij de binnen het LOP gemaakte afspraken.

§ 3. Een schoolbestuur kan de capaciteit verhogen na de start van de inschrijvingen, mits toepassing van de volgens artikel 37/24 te bepalen contingenten.

Voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP moet de capaciteitsverhoging door het LOP zijn goedgekeurd. Schoolbesturen van scholen, gelegen in gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP, delen de capaciteitsverhoging ter kennisgeving mee aan de schoolbesturen van de andere scholen, gelegen in die gemeente.

§ 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit als vermeld in paragraaf 1 overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit voor dat volgende schooljaar overschreden zou worden.

§ 5. Een aanmeldende school kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met een capaciteit van 100, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met een capaciteit hoger dan 100, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders.

Schoolbesturen met scholen of vestigingsplaatsen gelegen in het werkingsgebied van het LOP maken hierover afspraken binnen het LOP.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/21.

§ 1. Elk schoolbestuur respecteert de volgende door de Vlaamse Regering bepaalde periodes en data:

1° de start- en de einddatum van de aanmeldingsperiode voor een bepaald schooljaar;

2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt aan ouders;

3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen;

4° de startdatum van de vrije inschrijvingsperiode, zijnde de periode voor de inschrijvingen voor de eventuele resterende vrije plaatsen.

§ 2. Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode voor het volgende schooljaar kunnen geen inschrijvingen van leerlingen die niet behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, voor het volgende schooljaar gebeuren.

Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat:

1° op het moment van de vraag tot inschrijving nog een vrije plaats is;

2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP of voor scholen buiten het werkingsgebied van een LOP aan de schoolbesturen van scholen in dezelfde gemeente;

3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven."

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/22.

§ 1. Leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, worden bij voorrang ingeschreven. Een schoolbestuur bepaalt en communiceert aan alle belanghebbenden de periode of desgewenst periodes waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken. Deze periode start ten vroegste vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.

Een schoolbestuur dat besliste geen leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te weigeren, schrijft de leerlingen uit beide voorrangsgroepen in chronologische volgorde in en kan deze leerlingen tijdens de voorrangsperiode, vermeld in het eerste lid, niet weigeren op basis van bereikte capaciteit.

Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te willen kunnen weigeren, respecteert bij de inschrijving van deze voorrangsgroepen volgende regels:

1° het ordent deze leerlingen, zoals bepaald in paragraaf 4;

2° het wijst de leerlingen die gunstig geordend zijn, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, toe, en noteert de niet-gunstig geordende leerlingen, in de volgorde zoals bepaald in paragraaf 4, op de weigeringslijst.

Scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP respecteren eventuele afspraken binnen het LOP over de organisatie van de inschrijvingen van de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3.

§ 2. Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle andere leerlingen, recht op inschrijving in de betrokken school of de betrokken scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, op basis van artikel 37/9.

§ 3. Na de leerlingen, vermeld in paragraaf 2, geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/9, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelslid wordt bedoeld:

1° een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;

2° een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school.

§ 4. Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragrafen 2 en 3, te willen kunnen weigeren op basis van capaciteit, ordent de leerlingen uit de voorrangsgroepen in deze volgorde:

1° leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen;

2° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 2;

3° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 3.

Indien de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/20, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, bedoeld in punt 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, en met toepassing van artikel 37/24, vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/16.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/23.

§ 1. Op het einde van de door de Vlaamse Regering bepaalde aanmeldingsperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen, aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria:

a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;

b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;

c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);

d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het door bij hen onderschreven standaarddossier of de eventuele afwijkingen daarop, zoals goedgekeurd door de CLR, en met toepassing van artikel 37/24.

§ 2. Indien het schoolbestuur besliste de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend als volgt:

1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen als vermeld in artikel 37/22, §§ 2 en 3;

2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/22, § 2;

2° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, zoals bepaald in artikel 37/22, § 3;

3° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria:

a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;

b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;

c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);

d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het door bij hen onderschreven standaarddossier of de eventuele afwijkingen daarop, zoals goedgekeurd door de CLR, en met toepassing van artikel 37/24.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/24.

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt minstens voor de kleuters, geboren in de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn, en voor het eerste jaar van het lager onderwijs van al zijn scholen of vestigingsplaatsen waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, twee contingenten die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer indicatoren ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

De vooropgestelde contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van de leerlingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, in de scholen in het werkingsgebied van het LOP of, voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, in de betrokken gemeente. De twee contingenten samen vormen 100 procent.

De contingenten, en de vrije plaatsen per contingent, worden voor de start van de aanmeldingsperiode door het schoolbestuur bekendgemaakt aan alle belanghebbenden.

De reeds ingeschreven leerlingen en leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/22, worden op basis van het voldoen aan één of meer of op basis van het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent.

De aangemelde leerlingen worden op basis van het voldoen aan één of meer van de indicatoren of op basis van het voldoen aan geen van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in respectievelijk het contingent indicatorleerlingen of niet-indicatorleerlingen, zolang het contingent niet bereikt is.

Indien bij het ordenen van de aangemelde leerlingen, na afsluiten van de aanmeldingsperiode, de capaciteit binnen een van beide contingenten niet bereikt is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met de, conform de bepalingen in artikel 37/23, hoogst gerangschikte leerlingen op de lijst van de ongunstig gerangschikte leerlingen uit het andere contingent.

§ 2. Het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP de schoolbesturen die een gezamenlijke aanmeldingsprocedure organiseren, maken voor de start van de inschrijvingen afspraken over:

1° de berekening van de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied of deelgebieden ervan, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied of deelgebieden ervan, eventueel tot op de niveaus, vermeld in artikel 37/20;

2° de berekening van de relatieve aanwezigheid in vestigingsplaatsen en scholen, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen in de vestigingsplaatsen en scholen en dit eventueel tot op de niveaus, vermeld in artikel 37/20;

3° de niveaus, vermeld in artikel 37/20, van de school waarop de contingenten bepaald zullen worden en de verschillen die er eventueel tussen de verschillende deelgebieden gemaakt worden;

4° de wijze waarop de contingenten bepaald zullen worden;

5° de wijze waarop enerzijds andere actoren betrokken zullen worden bij de werving, toeleiding en ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren.

Voor scholen gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP is:

1° de relatieve aanwezigheid in de school of vestigingsplaats de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het aantal leerlingen in een school of vestigingsplaats;

2° de relatieve aanwezigheid in de gemeente de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen de gemeente.

Als een schoolbestuur erom vraagt, stellen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap gegevens over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van elk van zijn leerlingen ter beschikking van dat schoolbestuur. Daarnaast stellen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, in voorkomend geval, gegevens ter beschikking van het LOP over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van de leerlingen van de scholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP. Deze gegevens zijn afkomstig van de meest recente jaarlijkse centraal georganiseerde telling.

§ 3. De indeling van de aangemelde leerlingen in een van beide contingenten gebeurt op basis van volgende indicatoren:

1° het gezin, vermeld in artikel 3, § 1, 17°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één selectieve participatietoeslag leerling ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen.

Voor de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 komen eveneens in aanmerking voor voorrang: de leefeenheid, vermeld in artikel 5, 21°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één schooltoelage zoals bedoeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen;

2° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, aangetoond wordt, bepalen en kan hiervoor een procedure vastleggen.

Voor de indicator, vermeld in paragraaf 3, 1°, gelden dan de inkomensgrenzen van de regeling inzake schooltoelagen of de selectieve participatietoeslag leerling als richtinggevend.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/25.

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37/20 bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37/22 tot en met artikel 37/24, tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Voor aanmeldingsprocedures voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen geldt dat het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP, of buiten het werkingsgebied van een LOP het daartoe gemandateerde schoolbestuur, de aangemelde leerling toewijst aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven en waarvoor de leerling gunstig geordend is.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/22 tot en met 37/24, eerstvolgend gerangschikte leerling.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop.

§ 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria of indicatoren die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten, zoals bepaald in artikel 37/16, § 2, leidt tot een andere beslissing.

Wanneer een via de aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerdere inschrijving beëindigen.

§ 4. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de ouders uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 5. Een niet-gunstige rangschikking wordt gelijkgesteld met een weigering op basis van bereikte capaciteit, overeenkomstig artikel 37/20. Binnen het werkingsgebied van het LOP kan het uitreiken van de weigeringsdocumenten gemandateerd worden aan het LOP, buiten het werkingsgebied van een LOP aan een daartoe gemandateerd schoolbestuur.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/26.

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin het alle inschrijvingen en weigeringen chronologisch, in voorkomend geval per contingent, noteert.

Overeenkomstig artikel 37/25 wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister.

§ 2. Met uitzondering van leerlingen die werden ingeschreven in overcapaciteit, zoals bepaald in artikel 37/28, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/20, de volgorde van de weigeringen, indien van toepassing binnen het betreffende contingent, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de weigeringen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar.

Ouders van leerlingen die alsnog een plaats wordt toegewezen krijgen daar binnen de zeven kalenderdagen schriftelijk of via elektronische drager melding van. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal zeven kalenderdagen.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 4. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/27.

Het schoolbestuur noteert eventuele bijkomende inschrijvingen na de start van de door de Vlaamse Regering bepaalde vrije inschrijvingsperiode voor de resterende vrije plaatsen in chronologische volgorde in het inschrijvingsregister.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/28.

§ 1. In afwijking van artikel 37/20, § 5, kan een schoolbestuur volgende leerlingen toch inschrijven:

1° een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs;

2° leerlingen die:

a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter;

b) hetzij als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school;

c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;

3° leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;

4° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit;

5° leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt;

6° leerlingen waarvoor de disfunctiecommissie, bepaald in artikel 37/16, § 2, toestemming heeft verleend voor een inschrijving in overcapaciteit.

§ 2. In afwijking van artikel 37/20, § 5, moet een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling die in het lopende, het voorafgaande of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school ingeschreven was, en die met toepassing van artikel 15 of 16 terugkeert uit het buitengewoon onderwijs, inschrijven.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 3. Weigeren van inschrijvingen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/29.

§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

§ 3. Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd verwijderd, overeenkomstig artikel 32 en 33.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/30.

§ 1. Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen en bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs, mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Indien de school of vestigingsplaats gelegen is buiten het werkgebied van een LOP, meldt het schoolbestuur de weigering aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Het weigeringsdocument, vermeld in het eerste lid, bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot weigering en bevat de melding dat de ouders voor informatie of bemiddeling een beroep kunnen doen op een LOP of klacht kunnen indienen bij de CLR en de wijze waarop men met een van beide in contact kan treden.

Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20 of op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden als vermeld in artikel 37/14, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen, desgevallend in het betreffende contingent, de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 4. Bemiddelings- en klachtenprocedure87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/31.

§ 1. Ouders en alle belanghebbenden kunnen vragen om bemiddeling door het LOP, zoals bepaald in artikel 37/32 of een klacht indienen bij de CLR, zoals bepaald in artikel 37/33, wanneer ze niet akkoord zijn met:

1° een weigering op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20;

2° een weigering van inschrijving, op basis van de weigeringsgronden, vermeld in artikel 37/29;

3° een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 37/10;

4° een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften als vermeld in artikel 37/11;

5° een weigering op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandig-heden als vermeld in artikel 37/14.

In geval van weigeringen, die niet behoren tot de weigeringen bepaald in punt 2°, 3° en 4°, door een school die eerder, conform artikel 37/12, besliste geen leerlingen te zullen weigeren, kunnen ouders van geweigerde leerlingen en eventueel andere belanghebbenden gezamenlijk een klacht indienen.

§ 2. Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/32, duidt de Vlaamse Regering per provincie, een LOP-deskundige en een onderwijsinspecteur aan die voor de gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opnemen.

Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/32, en de klachtenprocedure, vermeld in artikel 37/33, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/32.

§ 1. Het LOP start wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken een bemiddeling in situaties als vermeld in artikel 37/31.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen een termijn van tien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening of afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.

De bemiddeling schort de termijn op van dertig kalenderdagen voor de behandeling van klachten door de CLR als vermeld in artikel 37/33.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de uitschrijving, conform artikel 37/33, § 2.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/33.

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen in de situaties, vermeld in artikel 37/31, al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP als vermeld in artikel 37/32, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR.

Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de weigering of de uitschrijving.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 3. Indien de CLR de weigering, de ontbinding van een inschrijving of de uitschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het om een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften gaat omwille van onredelijkheid van de aanpassingen, schrijven de ouders de leerling uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR in een andere school in.

Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB's die deel uitmaken van dat LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigering of de ontbinding van de inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht of de uitschrijving onterecht acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/34.

§ 1. De CLR kan, wanneer het een weigering of ontbinding van inschrijving onvoldoende gemotiveerd acht of een uitschrijving onterecht acht, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, vermeld in paragraaf 1 en 2:

1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;

2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

§ 4. Onverminderd de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Hoofdstuk IV/2. Recht op inschrijving in het buitengewoon onderwijs87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 1. Recht op inschrijving87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/35.

§ 1. Elke leerling die beschikt over een verslag, zoals bepaald in artikel 15, of over een document opgemaakt door het CLB waaruit blijkt dat het handelingsgericht diagnostisch proces is doorlopen, heeft recht op inschrijving in de school of vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders, onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet voor het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen. De inschrijving wordt genomen na ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van:

1° het type waarvoor wordt ingeschreven;

2° de datum en het tijdstip van de inschrijving;

3° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/36.

§ 1. Behoudens de bij decreet of besluit bepaalde gevallen van uitschrijving, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, beëindigt de vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar en hetzelfde type in een andere school voor buitengewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, een eerdere inschrijving van rechtswege.

Een leerling die effectief schoolloopt in de school en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een school voor buitengewoon onderwijs, voor hetzelfde type, wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven vanaf 1 juli van het lopende schooljaar.

Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van 1 september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 2. Organisatie van de inschrijvingen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/37.

Een schoolbestuur beslist jaarlijks voor al zijn scholen voor buitengewoon basisonderwijs, of het voor het daaropvolgende schooljaar leerlingen moet kunnen weigeren op basis van capaciteit. Het schoolbestuur neemt deze beslissing, en bepaalt de betreffende capaciteit, voor een of meer van volgende niveaus:

a) per school;

b) per vestigingsplaats;

c) per niveau, al dan niet per vestigingsplaats;

d) per type, al dan niet per vestigingsplaats.

Voor de niveaus, vermeld in het eerste lid, waarvoor het schoolbestuur oordeelt alle verzoeken tot inschrijving te kunnen realiseren, zijn de bepalingen in artikel 37/38 van toepassing.

Voor de niveaus, vermeld in het eerste lid, waarvoor het schoolbestuur wenst te kunnen weigeren op basis van capaciteit als vermeld in artikel 37/39, en beroep wenst te doen op het platform voor het realiseren van een inschrijving van leerlingen na het bereiken van de capaciteit, zijn de bepalingen van artikel 37/39 tot en met 37/42 van toepassing.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/38.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de startdatum voor de inschrijvingen.

Een schoolbestuur hanteert een inschrijvingsregister per onderdeel waarvoor het besliste geen leerlingen te zullen weigeren op basis van capaciteit, waarin het alle inschrijvingen chronologisch noteert.

De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 2. Het verloop van de inschrijvingen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/39.

§ 1. Een schoolbestuur moet de inschrijvingen voor de niveaus, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, waarvoor het besliste leerlingen te moeten kunnen weigeren omwille van capaciteit, laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure.

De Vlaamse Regering bepaalt de start- en einddatum van de aanmeldingsperiode.

§ 2. Het schoolbestuur meldt uiterlijk op 15 februari voor welke niveaus, zoals bepaald in artikel 37/37, het de inschrijvingen zal laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/40.

§ 1. Het schoolbestuur rangschikt de binnen de aanmeldingsperiode, zoals bepaald in artikel 37/39, aangemelde leerlingen, die behoren tot de volgende voorrangsgroepen bovenaan en respecteert daarbij onderstaande volgorde:

1° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit als een reeds ingeschreven leerling;

2° leerlingen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/36, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen. Met personeelslid wordt bedoeld:

a) een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;

b) een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school;

3° voor scholen, gelegen in tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, en tot het aandeel van 65 procent van de capaciteit van het betreffende niveau, zoals bepaald in artikel 37/37, bereikt is, leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, zoals bepaald in artikel 37/58;

4° een schoolbestuur kan voor zijn scholen een maximum van 50 procent van de capaciteit van het betreffende niveau, zoals bepaald in artikel 37/39, § 2, voorrang verlenen aan leerlingen die - uiterlijk op het moment van de effectieve lesbijwoning - verblijven of gebruikmaken van dat internaat of semi-internaat. Met internaat of semi-internaat wordt bedoeld:

a) internaten, als bepaald in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;

b) internaten met permanente openstelling als vermeld in hoofdstuk 6 van dezelfde codificatie;

c) semi-internaten, als bepaald in het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen;

d) multifunctionele centra, als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, voor wat de functies dagopvang, verblijf, diagnostiek of intensieve behandeling betreft.

Indien de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of artikel 37/41, § 4, reeds bereikt werd binnen bovenstaande voorrangsgroepen worden de leerlingen uit de betreffende voorrangsgroep, geordend op basis van de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats.

Indien de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of artikel 37/41, § 4, bereikt werd binnen de overige aangemelde leerlingen, worden de betreffende leerlingen geordend op basis van de afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats.

§ 2. Wanneer meerdere scholen of vestigingsplaatsen samen aanmelden worden de aangemelde leerlingen toegewezen aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven, waarbinnen de leerling een gunstige rangschikking heeft gekregen. De leerling wordt verwijderd uit de lijst van aangemelde leerlingen in de lager gerangschikte scholen of vestigingsplaatsen op zijn voorkeurslijst.

De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen ter beschikking stellen voor gezamenlijke aanmeldingsprocedures.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/41.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt.

Aan de ouders wordt meegedeeld of de leerling gunstig of ongunstig gerangschikt is, op basis van de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of de verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/41, § 4. Indien de leerling ongunstig gerangschikt is, deelt de school eveneens mee welke plaats de leerling inneemt op de lijst van ongunstig gerangschikte leerlingen.

De ouders van de gunstig gerangschikte leerlingen krijgen een melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

§ 2. Het schoolbestuur noteert alle inschrijvingen van de gunstig gerangschikte leerlingen in het inschrijvingsregister, met vermelding van datum en tijdstip en het type waarvoor wordt ingeschreven.

Inschrijvingen voor eventueel resterende vrije plaatsen na de aanmeldingen, binnen de bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, of de verhoogde capaciteit, vermeld in artikel 37/41, § 4, worden in chronologische volgorde genoteerd in het inschrijvingsregister, met vermelding van datum en tijdstip van inschrijving, en het type waarvoor wordt ingeschreven en in voorkomend geval vermelding van de toewijzing van de leerling door het platform, vermeld in artikel 37/43/3, § 1.

§ 3. Plaatsen van gunstig gerangschikte leerlingen die zich in deze periode, vermeld in § 1, derde lid, niet zijn komen inschrijven, of wiens inschrijving door een inschrijving in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan gemaakt wordt, zoals bepaald in artikel 37/36, worden tot de door de Vlaamse Regering bepaalde datum toegekend aan de hoogst gerangschikte leerlingen van de lijst van niet-gunstig gerangschikte leerlingen.

Deze leerlingen behouden hun recht op inschrijving gedurende veertien kalenderdagen na de melding van de omzetting in een gunstige rangschikking.

§ 4. Het schoolbestuur kan de capaciteit, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, verhogen tot de door de Vlaamse Regering bepaalde datum.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/42.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de uiterlijke datum waarop het schoolbestuur aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap meldt welke leerlingen ongunstig gerangschikt zijn, op basis van de capaciteit, zoals bepaald in artikel 37/37, eerste lid, of de verhoogde capaciteit, zoals bepaald in artikel 37/41, § 4.

§ 2. Voor de niveaus, vermeld in artikel 37/37, eerste lid, waarvoor ongunstig geordende leerlingen werden gemeld aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in paragraaf 4, kunnen bijkomende inschrijvingen enkel gerealiseerd worden op vraag van, of mits goedkeuring van het platform, zoals bepaald in artikel 37/43/2. Het platform kan hierover afspraken maken.

Elke bijkomende vraag tot inschrijving voor een niveau waarvoor de capaciteit bereikt werd op het einde van deze inschrijvingsperiode, wordt in chronologische volgorde genoteerd in het inschrijvingsregister, en via het digitale weigeringsdocument gemeld aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 37/43/1.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 3. Weigeren87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/43.

§ 1. Een schoolbestuur kan geen verzoek tot inschrijving weigeren, behoudens in volgende gevallen:

1° wanneer het gaat om een leerling die op het moment van de effectieve start van de lesbijwoning niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 1, onderafdeling A, B en C;

2° wanneer het gaat om een leerling die in het lopende schooljaar definitief werd verwijderd uit de betrokken school, overeenkomstig artikel 32 en 33.

§ 2. Een schoolbestuur kan geen verzoeken tot inschrijving weigeren op basis van bereikte capaciteit, van leerlingen:

1° die terugkeren in het buitengewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 15 of 16, in een school voor gewoon onderwijs ingeschreven waren;

2° voor wie de school door het platformoverleg werd voorgesteld als passend alternatief, zoals bepaald in artikel 37/43/3.

§ 3. Een schoolbestuur kan, ook nadat de capaciteit overschreden werd, en nadat reeds beroep werd gedaan op het platform voor geweigerde leerlingen, alsnog leerlingen inschrijven die:

a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter;

b) hetzij als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school;

c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;

d) behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/39, § 3, a) en b).

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/43/1.

Het schoolbestuur meldt, in geval van een weigering van het verzoek tot inschrijving als vermeld in artikel 37/42, § 1, 1° en 2°, of op basis van bereikte capaciteit, de weigering binnen de zeven kalenderdagen aan de ouders en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

Het schoolbestuur meldt, in geval van een definitieve uitsluiting van een leerling als vermeld in artikel 32 en 33, de definitieve uitsluiting binnen de zeven kalenderdagen aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

De Vlaamse Regering bepaalt het digitale model van het weigeringsdocument.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/43/2.

§ 1. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap roepen, op basis van de informatie in de digitale melding van weigering, of in geval van een definitieve uitsluiting van een leerling als vermeld in artikel 32, § 3, en artikel 33, alle relevante actoren samen voor een platformoverleg.

§ 2. Voor het platformoverleg worden uitgenodigd:

1° de schoolbesturen van alle scholen uit de regio met een aanbod voor het betreffende type;

2° afgevaardigden van het CLB dat de betreffende leerling tot op dat moment begeleid heeft, en van het CLB van de school voor buitengewoon onderwijs die het verzoek tot inschrijving weigerde;

3° de ouders of hun eventuele vertegenwoordiger, en waar mogelijk de leerling;

4° vertegenwoordigers van organisaties die schoolexterne begeleidingsmogelijkheden bieden voor jongeren met bijkomende zorgbehoeften, of verblijfmogelijkheden voorzien, wanneer het weigeringsdocument een vraag naar deze begeleiding of verblijfsmogelijkheid bevat.

Leden die uitgenodigd worden voor het platformoverleg kunnen zich laten bijstaan door externe deskundigen die de leerling, waarvoor het platform een passend alternatief zoekt, begeleiden.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten inzake de werking van het platform.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/43/3.

§ 1. Het platformoverleg formuleert, binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de weigering of definitieve uitsluiting van de leerling, een passend alternatief voor de leerling die geweigerd of definitief uitgesloten werd, aan de ouders.

Het passend alternatief bestaat uit een voorstel tot inschrijving in één of meerdere scholen. Het platformoverleg houdt daarbij rekening met de vrije schoolkeuze, het onderwijsaanbod, de afstand tussen de woon- of verblijfplaats van de leerling en de school, de vraag van de ouder naar leerlingenvervoer, in voorkomend geval het behoren tot de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/40, § 1, en desgevallend de nood aan schoolexterne begeleidingsmogelijkheden of verblijfmogelijkheden voor kinderen met bijkomende zorgbehoeften.

Het passend alternatief kan ook bestaan uit de beslissing om alsnog in te schrijven in de school waarin de inschrijving initieel niet gerealiseerd werd.

Indien de leerling geweigerd werd in een school, waarnaar de leerling recht op leerlingenvervoer genoot, en de ouders vragen om leerlingenvervoer, dient het platform de regels met betrekking tot het recht op leerlingenvervoer te respecteren bij het zoeken naar een passend alternatief. Het platform kan enkel een gemotiveerde afwijking toestaan op het recht op leerlingenvervoer naar de school of vestigingsplaats die voorgesteld wordt als passend alternatief, op voorwaarde dat het passend alternatief zich bevindt binnen redelijke afstand.

§ 2. Ouders beslissen binnen de zeven kalenderdagen of ze al dan niet ingaan op het passend alternatief dat wordt voorgesteld door het platformoverleg. Indien de ouders akkoord gaan met de voorgestelde school, schrijven ze hun kind er binnen die termijn van zeven kalenderdagen in.

Indien de ouders de inschrijving niet bevestigen binnen de zeven kalenderdagen, of indien de ouders een inschrijving realiseren in een andere school, vervalt de verplichting van het platformoverleg om een plaats te garanderen voor de betreffende leerling.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/43/4.

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen naar aanleiding van een weigering, of wanneer ze niet akkoord gaan met het door het platform voorgesteld passend alternatief, een schriftelijke klacht indienen bij de CLR. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, bevoegdheden en de werkingsprincipes van deze commissie voor deze klachten.

§ 2. Klachten die worden ingediend na de termijn van zeven kalenderdagen na het ontvangen van de weigering of nadat het passend alternatief aan de ouders werd gecommuniceerd, zijn onontvankelijk.

§ 3. Een klacht bij de CLR schort de termijn van zeven kalenderdagen, waarbinnen ouders de inschrijving in de school die door het platform wordt voorgesteld als passend alternatief, zoals bepaald in artikel 37/43/3, § 1, moeten bevestigen.

§ 4. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de weigering.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 5. Indien de CLR de klacht gegrond acht, wordt het platform opnieuw bevoegd voor het formuleren van een passend alternatief.

Indien de CLR de klacht ongegrond acht, schrijft de leerling zich alsnog in, in de door het platform voorgestelde school, binnen de termijn van zeven kalenderdagen.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Hoofdstuk IV/3. Recht op inschrijving in het gewoon onderwijs voor scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 1. Recht op inschrijving87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/44.

De gezamenlijke doelstellingen van het inschrijvingsrecht, als instrument van het beleid op gelijke onderwijskansen, zijn:

1° het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen;

2° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit voor het basisonderwijs, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;

3° het bevorderen van sociale mix en cohesie;

4° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie;

5° de bescherming van de gelijke onderwijs- en inschrijvingskansen van Nederlandstaligen en het behoud van het Nederlandstalige karakter van het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

87 (vanaf 01/09/2020)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/45.

§ 1. Elke leerling heeft recht op inschrijving in de school of een vestigingsplaats, gekozen door zijn ouders. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de schoolkeuze in samenspraak met de leerling. Bij de keuze van een vestigingsplaats wordt rekening gehouden met het onderwijsaanbod in de betreffende vestigingsplaats.

§ 2. Voorafgaand aan een inschrijving biedt het schoolbestuur schriftelijk of via elektronische drager het pedagogisch project, vermeld in artikel 28, § 1, 2°, en 47, § 1, 1°, en het schoolreglement, vermeld in artikel 37, aan de ouders en de leerling aan en geeft hierbij, indien de ouders dit wensen, toelichting. Indien het schoolbestuur het pedagogisch project of het schoolreglement via elektronische drager ter beschikking stelt, vraagt het de ouders of ze een papieren versie wensen te ontvangen.

De inschrijving wordt genomen op het moment van ondertekening voor akkoord van de ouders van dit pedagogisch project en dit schoolreglement.

Bij elke wijziging van het pedagogisch project of het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geeft hierbij, indien ouders dit wensen, toelichting. Ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Ouders die erom verzoeken ontvangen steeds een papieren versie van het pedagogisch project of het schoolreglement. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Een wijziging van het pedagogisch project of schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.

§ 3. De inschrijvingen voor de kleuters, die tijdens een bepaald schooljaar wel twee jaar en zes maanden worden maar op de laatste instapdatum van dat schooljaar niet meer kunnen instappen, starten op dezelfde dag als de inschrijvingen voor de andere kleuters van hetzelfde geboortejaar.

§ 4. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van:

1° de datum en het tijdstip van de inschrijving;

2° de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/46.

§ 1. Behoudens de bij decreet bepaalde gevallen van uitschrijving, zoals bepaald in artikel 32, § 3, artikel 37/45, § 2, derde lid, artikel 37/47 en artikel 37/48, § 3, geldt een inschrijving van een leerling in een school voor de duur van de hele schoolloopbaan in die school.

Het behoud van de inschrijving geldt over de vestigingsplaatsen heen, tenzij de capaciteit van de vestigingsplaats is of wordt overschreden of de leerling er niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. De voortgang van het leerproces, waarbij een verandering van vestigingsplaats noodzakelijk is, kan niet worden gestuit.

Het behoud van inschrijving kan, als de vestigingsplaats of het niveau in de vestigingsplaats(en) van de leerling betrokken is bij een herstructurering en verdwijnt uit de school, ook gegarandeerd worden in een andere school betrokken bij de herstructurering of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur, gelegen op een billijke afstand. Het behoud van inschrijving wordt, als de school van de leerling betrokken is bij een fusie, gegarandeerd in de fusieschool of in een andere school van hetzelfde schoolbestuur gelegen op een billijke afstand. In voorkomende situaties informeert het schoolbestuur de betrokken ouders.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen schoolbesturen van basisscholen waarvan de capaciteit van het kleuteronderwijs groter is dan die van het lager onderwijs, opteren voor een nieuwe inschrijving bij de overgang tussen beide onderwijsniveaus. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 3. Indien zijn betrokken scholen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om bij de overgang van een leerling van een autonome kleuterschool naar een lagere of basisschool de inschrijvingen van de ene naar de andere school te laten doorlopen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheid gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

§ 4. Indien zijn betrokken scholen of vestigingsplaatsen gelegen zijn binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden zijn door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, kan een schoolbestuur ervoor opteren om de desbetreffende scholen of vestigingsplaatsen als één geheel te beschouwen en één capaciteit te bepalen voor de verschillende scholen of vestigingsplaatsen, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen, hetzij door een weg, samen. Een schoolbestuur dat van deze mogelijkheden gebruikmaakt, neemt dit op in zijn schoolreglement.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/47.

De vaststelling van een recentere inschrijving voor hetzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs, via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, beëindigt een eerdere inschrijving van rechtswege.

Een leerling die reeds in de eigen school schoolloopt en van wie een recentere inschrijving voor het volgend schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs wordt vastgesteld via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, wordt pas uitgeschreven in de school waar de leerling schoolloopt vanaf 1 juli van het lopende schooljaar.

Wanneer de voorziene startdatum van de meest recente inschrijving verschilt van de eerste schooldag van september of de voorziene instapdatum voor kleuters van het jongste geboortejaar, wordt de leerling pas uitgeschreven vanaf de datum van de effectieve start van de lesbijwoning.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/48.

§ 1. Het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37bis, § 1, geldt onverkort voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum kunnen volgen met toepassing van gepaste maatregelen, zoals remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, die proportioneel zijn. Leerlingen voor wie deze aanpassingen worden toegepast, blijven in aanmerking komen voor de gewone studiebekrachtiging toegekend door de klassenraad.

§ 2. Leerlingen die beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15 worden door een school voor gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde ingeschreven. Dit verslag maakt deel uit van de informatie die ouders bij een vraag tot inschrijving aan de school overmaken. Het ter beschikking stellen van het verslag door de ouders gaat samen met de verbintenis van de school tot het organiseren van overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, binnen een redelijke termijn na de inschrijving over de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of om de leerling studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum. Ook indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennisneemt van een verslag, ten laatste gedateerd op de dag waarop de leerling in de betreffende school instapt, wordt de inschrijving van de leerling omgezet in een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk zestig kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn.

Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.

§ 3. Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag dan wel een wijziging van een verslag als vermeld in artikel 15 nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag of het gewijzigd verslag werd afgeleverd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor een daaropvolgend schooljaar te ontbinden.

§ 4. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.

Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 2. Organisatie van de inschrijvingen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/49.

De Vlaamse Regering kan, wanneer er een capaciteitsprobleem dreigt of heerst doordat de vragen tot inschrijving de door de schoolbesturen bepaalde capaciteit benaderen of overschrijden, waardoor het recht op inschrijving, vermeld in artikel 37/45, niet meer kan worden gegarandeerd, een schoolbestuur of meerdere schoolbesturen samen verplichten tot het organiseren van een gezamenlijke aanmeldingsprocedure voor hun scholen.

De verplichting tot een gezamenlijke aanmeldingsprocedure geldt in ieder geval voor alle schoolbesturen die een school hebben binnen het werkingsgebied van het LOP Brussel-Hoofdstad, voor hun scholen voor gewoon onderwijs binnen dat respectievelijke werkingsgebied.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/50.

Aanmelden is het digitaal kenbaar maken door ouders van een intentie tot inschrijven voor een bepaald schooljaar in één of meerdere scholen of vestigingsplaatsen voor de daartoe door het schoolbestuur beschikbaar gestelde plaatsen. Als de betrokken leerling voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen wordt aangemeld, wordt een volgorde van keuze aangegeven.

Na afsluiten van de aanmeldingsperiode worden de aangemelde leerlingen geordend, conform artikel 37/59, 37/60 en 37/61, en in voorkomend geval, volgens artikel 37/57. De leerlingen die gunstig geordend worden, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, verwerven een recht op inschrijving voor een beschikbaar gestelde plaats. Binnen gezamenlijke aanmeldingsprocedures wordt slechts één gunstige ordening weerhouden, zijnde de gunstige ordening in de school van hoogste keuze van de betreffende leerling. Leerlingen die niet gunstig geordend worden, worden in de volgorde zoals in het aanmeldingsregister, opgenomen als geweigerde leerlingen in het inschrijvingsregister.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/51.

§ 1. Een schoolbestuur meldt uiterlijk op 15 november van het voorafgaande schooljaar, via het daartoe ontwikkelde formulier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap:

1° voor welke scholen en vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaren of leerjaren per school of per vestigingsplaats, het leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, wil kunnen weigeren;

2° welk standaarddossier als vermeld in artikel 37/53, het zal hanteren bij de organisatie van de aanmeldingsprocedure, of van welk standaarddossier het schoolbestuur of het LOP wenst af te wijken. Een standaarddossier is een dossier waarin de verschillende stappen van een aanmeldingsprocedure concreet worden uitgewerkt.

De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in het eerste lid.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van ieder standaarddossier en het formulier voor de meldingen, vermeld in paragraaf 1.

§ 3. Elk schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen, of het LOP, dat de inschrijvingen laat voorafgaan door een aanmeldingsprocedure richt een commissie op die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van disfuncties en klachten betreffende de aanmeldingsprocedure. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere bepalingen betreffende de samenstelling en opdracht van de disfunctiecommissie.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/52.

§ 1. Voor aanmeldende scholen, gelegen in het werkingsgebied van een LOP, moet de aanmeldingsprocedure bij dubbele meerderheid door het LOP zijn goedgekeurd.

De dubbele meerderheid is bereikt wanneer de goedkeuring verleend wordt door, enerzijds meer dan de helft van de participanten, bedoeld in artikel VI.4, § 1, 1°, 2° en 3°, en anderzijds, meer dan de helft van de participanten, vermeld in artikel VI.4, § 1, 4° tot en met 12°, telkens van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

Voor scholen die, conform artikel 37/1, § 2, en mits goedkeuring van LOP Brussel, aansluiten bij de aanmeldingsprocedure van LOP Brussel, blijven de respectieve ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22, artikel 37/23 en artikel 37/24 onverminderd gelden.

§ 2. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/53.

Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, wanneer ze wensen af te wijken van een standaarddossier, de betreffende afwijkingen voor aan de CLR.

De CLR toetst de afwijkingen van een standaarddossier aan de bepalingen, vermeld in afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en neemt hierover een besluit, uiterlijk twee maanden na de indiening, en in ieder geval voor 24 december.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/54.

§ 1. Bij een negatief besluit van de CLR over de afwijkingen van een standaarddossier kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, een van volgende initiatieven nemen:

1° aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap melden de aanmeldingen te zullen organiseren conform een standaarddossier;

2° aangepaste afwijkingen indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR de aangepaste afwijkingen aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk en neemt het een besluit, uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan;

3° het voorstel van afwijkingen van het standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure.

§ 2. Bij een negatief besluit van de CLR over de overeenkomstig paragraaf 1, 2°, voorgelegde aangepaste afwijkingen van een standaarddossier, kan het betrokken schoolbestuur, meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP beslissen de aanmeldingsprocedure te organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit het aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, voorleggen aan de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering toetst de voorgestelde afwijkingen van het standaarddossier aan de doelstellingen uit artikel 37/44 en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk, en neemt een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelingen inzake het verloop van de procedure.

§ 3. Bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering over het overeenkomstig paragraaf 1, 3°, voorgelegde voorstel van afwijkingen van een standaarddossier, vermeld in artikel 37/51, kan het betrokken schoolbestuur, de meerdere betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP beslissen de aanmeldingsprocedure organiseren volgens een standaarddossier, of uiterlijk tien kalenderdagen na ontvangst van het negatief besluit, en eenmalig, een aangepast voorstel van afwijkingen van een standaarddossier voorleggen aan de CLR. In dat geval toetst de CLR het aangepast voorstel aan de doelstellingen, vermeld in artikel 37/44, en de bepalingen van afdelingen 2 en 3 van dit hoofdstuk.

De CLR neemt over het voorstel van afwijkingen van een standaarddossier een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen volgend op de dag van de indiening ervan.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/55

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt uiterlijk op 15 februari van het voorafgaande schooljaar voor elke school en vestigingsplaats, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, een capaciteit. Dit is het totaal aantal leerlingen dat het schoolbestuur voor de betreffende scholen, vestigingsplaatsen, en eventueel geboortejaar of leerjaar per school of per vestigingsplaats, als het maximaal aantal leerlingen ziet.

§ 2. Daarnaast maakt het schoolbestuur de resterende vrije plaatsen, zijnde het aantal plaatsen waarin een inschrijving gerealiseerd kan worden, desgevallend per contingent als vermeld in artikel 37/60, minstens bekend op volgende momenten:

1° voor de start van de inschrijvingen of, in voorkomend geval, de aanmeldingen van de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/55, §§ 2 en 3;

2° voor de start van de aanmeldingsperiode, zoals bepaald in artikel 37/56;

3° voor de start van de vrije inschrijvingsperiode, vermeld in artikel 37/63.

Het schoolbestuur bepaalt en communiceert de resterende vrije plaatsen minstens aan het LOP.

§ 3. Een schoolbestuur kan de capaciteit verhogen na de start van de inschrijvingen, mits toepassing van de volgens artikel 37/60 te bepalen contingenten.

De capaciteitsverhoging moet door het LOP zijn goedgekeurd.

§ 4. Een schoolbestuur weigert elke bijkomende inschrijving wanneer de capaciteit, vermeld in paragraaf 1, overschreden wordt en als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit voor dat volgende schooljaar overschreden zou worden.

§ 5. Een schoolbestuur kan anderstalige nieuwkomers, als bedoeld in artikel 3, 4° quater, weigeren, wanneer het aantal anderstalige nieuwkomers in de betreffende vestigingsplaats minstens vier bedraagt in vestigingsplaatsen tot en met een capaciteit van 100, en minstens acht bedraagt in vestigingsplaatsen met een capaciteit hoger dan 100, op voorwaarde dat de geweigerde anderstalige nieuwkomers een plaats gegarandeerd wordt binnen een school, gelegen op een redelijke afstand en rekening houdend met de vrije keuze van de ouders.

Schoolbesturen maken hierover afspraken binnen het LOP.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/56.

§ 1. Elk schoolbestuur respecteert de volgende door de Vlaamse Regering bepaalde periodes en data:

1° de start- en de einddatum van de aanmeldingsperiode voor een bepaald schooljaar;

2° de datum waarop de resultaten van de aanmeldingsprocedure uiterlijk worden bekendgemaakt aan ouders;

3° de inschrijvingsperiode voor de gunstig gerangschikte leerlingen;

4° de startdatum van de vrije inschrijvingsperiode, zijnde de periode voor de inschrijvingen voor de eventuele resterende vrije plaatsen.

§ 2. Voorafgaand aan en tijdens de aanmeldingsperiode voor het volgende schooljaar kunnen geen inschrijvingen voor het volgende schooljaar gebeuren.

Voorafgaand aan de aanmeldingsperiode kunnen er inschrijvingen gebeuren voor het huidige schooljaar. Tijdens de aanmeldingsperiode kan een inschrijving voor het huidige schooljaar gebeuren, op voorwaarde dat:

1° op het moment van de vraag tot inschrijving er nog een vrije plaats is;

2° de inschrijving gemeld wordt aan het LOP;

3° alle leerlingen die gunstig gerangschikt werden tijdens de aanmeldingsperiode ook effectief worden ingeschreven.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/57.

§ 1. Leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, worden bij voorrang ingeschreven. Een schoolbestuur bepaalt en communiceert aan alle belanghebbenden de periode of desgewenst periodes waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken. Deze periode start ten vroegste vanaf de eerste schooldag van september van het voorafgaande schooljaar.

Een schoolbestuur dat besliste geen leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te weigeren, schrijft de leerlingen uit beide voorrangsgroepen in chronologische volgorde in en kan deze leerlingen tijdens de voorrangsperiode, vermeld in het eerste lid, niet weigeren op basis van bereikte capaciteit.

Een schoolbestuur dat besliste leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3, te willen kunnen weigeren, respecteert bij de inschrijving van deze voorrangsgroepen volgende regels:

1° het communiceert aan alle belanghebbenden de periode waarbinnen en de wijze waarop de leerlingen, behorend tot deze voorrangsgroepen, hun vraag tot inschrijving dienen bekend te maken;

2° ordent deze leerlingen, zoals bepaald in paragraaf 4;

3° wijst de leerlingen die gunstig geordend zijn, zijnde binnen de door het schoolbestuur bepaalde capaciteit, toe, en noteert de niet-gunstig geordende leerlingen, in de volgorde zoals bepaald in paragraaf 4 op de weigeringslijst.

Scholen respecteren de afspraken binnen het LOP over de organisatie van de inschrijvingen van de voorrangsgroepen, vermeld in paragraaf 2 en 3.

§ 2. Elke leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling, heeft bij voorrang op alle andere leerlingen, recht op inschrijving in de betrokken school of de betrokken scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen, op basis van artikel 37/46.

§ 3. Na de leerlingen, vermeld in paragraaf 2, geeft een schoolbestuur voor zijn scholen voorrang aan kinderen met een ouder die personeelslid is van de school of van de scholen die de inschrijvingen van de ene naar de andere school laten doorlopen op basis van artikel 37/46, op voorwaarde dat er op het ogenblik van de inschrijving sprake is van een lopende tewerkstelling voor meer dan 104 dagen.

Met personeelslid wordt bedoeld:

1° een personeelslid als vermeld in artikel 2 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs en in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, voor zover ze geaffecteerd zijn aan of aangesteld zijn in de school;

2° een personeelslid dat via een arbeidsovereenkomst werd aangeworven door een schoolbestuur en tewerkgesteld wordt in de school.

§ 4. Een schoolbestuur dat beslist leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in paragrafen 2 en 3, te willen kunnen weigeren op basis van capaciteit, ordent de leerlingen uit de voorrangsgroepen in deze volgorde:

1° leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen;

2° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 2;

3° leerlingen die behoren tot de voorrangsgroep, vermeld in paragraaf 3.

Indien de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, bedoeld in punt 1°, 2° of 3°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, en met toepassing van artikel 37/60, vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/58.

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 37/59, geven schoolbesturen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorrang aan leerlingen met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

§ 2. Om van de voorrangsregeling, vermeld in paragraaf 1, gebruik te kunnen maken, toont de ouder op één van volgende wijzen aan dat hij het Nederlands in voldoende mate machtig is:

1° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;

2° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;

3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken:

a) een studiebewijs van door de Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;

b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;

c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;

4° door het voorleggen van het bewijs dat hij 9 jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager én secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.

§ 3. Schoolbesturen bepalen voor hun scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het aantal leerlingen dat wordt vooropgesteld voor de inschrijving bij voorrang van leerlingen met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Dit aantal moet gericht zijn op het verwerven of het behoud van 65% leerlingen in de school met minstens één ouder als vermeld in artikel 3, 41°, die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Het aantal leerlingen, vermeld in het eerste lid, zal door een schoolbestuur bepaald worden voor elke overeenkomstig artikel 37/55, § 1, door het schoolbestuur bepaalde capaciteit.

Het LOP maakt de bepaalde aantallen bekend aan alle belanghebbenden.

Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met de thuistaal Nederlands, mag beschouwd worden als een leerling met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is als vermeld in paragraaf 1. Een reeds ingeschreven leerling of een leerling die tot dezelfde leefentiteit behoort als een reeds ingeschreven leerling die op basis van de op het moment van zijn inschrijving geldende regelgeving werd beschouwd als een leerling met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, wordt beschouwd als een leerling met minstens één ouder als vermeld in paragraaf 1.

§ 4. Leerlingen die naast de voorwaarde, vermeld in paragraaf 2, ook beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 37/60, tellen niet mee voor het bereiken van het in paragraaf 3 vermelde aantal. Deze leerlingen worden ingeschreven tot het contingent voor de leerlingen die beantwoorden aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in artikel 37/60, § 3, bereikt is.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/59.

§ 1. Op het einde van de door de Vlaamse Regering bepaalde aanmeldingsperiode ordent het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen, en met respect voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60, aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria:

a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;

b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;

c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);

d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria uit het door hen onderschreven standaarddossier of de eventuele afwijkingen daarop, zoals goedgekeurd door de CLR, en met toepassing van artikel 37/60.

§ 2. § 2. Indien het schoolbestuur besliste de voorrang voor de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57 uitsluitend of na een voorafgaande voorrangsperiode, te organiseren via de aanmeldingsprocedure voor alle leerlingen, worden alle aangemelde leerlingen geordend als volgt:

1° eerst de leerlingen die behoren tot beide voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57;

2° dan de leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, vermeld in artikel 37/57, § 2;

3° dan de kinderen met een ouder die personeelslid is, zoals bepaald in artikel 37/57, § 3;

4° dan de kinderen van ouders die in overeenstemming met artikel 37/58 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;

5° dan de overige kinderen aan de hand van één of een combinatie van volgende ordeningscriteria:

a) afstand van het domicilieadres van de leerling tot de school of vestigingsplaats;

b) afstand van het werkadres van één van beide ouders tot de school of vestigingsplaats;

c) toeval. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of d);

d) de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze gemaakt door de ouders. Dit ordeningscriterium kan enkel gekozen worden in combinatie met minstens ordeningscriterium a), b) of c).

§ 3. Indien de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 37/55, reeds bereikt wordt binnen de leerlingengroep, bedoeld in paragraaf 2, 1°, 2°, 3° of 4°, worden de leerlingen binnen die betreffende leerlingengroep, geordend volgens het ordeningscriterium of de combinatie van ordeningscriteria, vermeld in het door het schoolbestuur onderschreven standaarddossier of de door de CLR goedgekeurde afwijkingen op het standaarddossier, vermeld in artikel 37/53, en met toepassing van artikel 37/60.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/60.

§ 1. Een schoolbestuur bepaalt minstens voor de kleuters, geboren in de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn, en voor het eerste jaar van het lager onderwijs van al zijn scholen of vestigingsplaatsen waarvoor het de inschrijvingen organiseert via een aanmeldingsprocedure, twee contingenten die worden vooropgesteld voor de gelijktijdige inschrijving van leerlingen die ofwel voldoen aan één of meer indicatoren ofwel niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3.

Indien de school geen capaciteit bepaalt voor de twee meest recente kalenderjaren waarvoor inschrijvingen voor het betrokken schooljaar mogelijk zijn en voor het eerste jaar van het lager onderwijs moeten de contingenten bepaald worden op niveau van het kleuteronderwijs en het lager onderwijs.

De vooropgestelde contingenten zijn gericht op het verkrijgen van een evenredige verdeling van de leerlingen vermeld in het eerste en het tweede lid in de scholen in het werkingsgebied van het LOP. De twee contingenten samen vormen 100 procent.

De contingenten, en de vrije plaatsen per contingent, worden voor de start van de aanmeldingsperiode door het schoolbestuur bekendgemaakt aan alle belanghebbenden.

De reeds ingeschreven leerlingen en leerlingen uit de voorrangsgroepen, vermeld in artikel 37/57, worden op basis van het voldoen aan één of meer of op basis van het niet voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in hun respectieve contingent.

De aangemelde leerlingen worden op basis van het voldoen aan één of meer van de indicatoren of op basis van het voldoen aan geen van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, opgenomen in respectievelijk het contingent indicatorleerlingen of niet-indicatorleerlingen, zolang het contingent niet bereikt is.

Indien bij het ordenen van de aangemelde leerlingen, na afsluiten van de aanmeldingsperiode, de capaciteit binnen een van beide contingenten niet bereikt is, worden de openstaande plaatsen opgevuld met de, conform de bepalingen in artikel 37/59, hoogst gerangschikte leerlingen op de lijst van de ongunstig gerangschikte leerlingen uit het andere contingent.

§ 2. Het LOP maakt voor de start van de inschrijvingen afspraken over:

1° de berekening van de relatieve aanwezigheid in het werkingsgebied of deelgebieden ervan, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen van alle scholen binnen het werkingsgebied of deelgebieden ervan, eventueel tot op de niveaus, vermeld in artikel 37/55;

2° de berekening van de relatieve aanwezigheid in vestigingsplaatsen en scholen, zijnde de procentuele verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerdere van de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, en het totaal aantal leerlingen in de vestigingsplaatsen en scholen en dit eventueel tot op de niveaus, vermeld in artikel 37/55;

3° de niveaus, vermeld in artikel 37/55, van de school waarop de contingenten bepaald zullen worden en de verschillen die er eventueel tussen de verschillende deelgebieden gemaakt worden;

4° de wijze waarop de contingenten bepaald zullen worden;

5° de wijze waarop enerzijds andere actoren betrokken zullen worden bij de werving, toeleiding en ondersteuning van ouders en anderzijds de ondersteuning van scholen zal gebeuren.

Als een schoolbestuur erom vraagt, stellen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap gegevens over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van elk van zijn leerlingen ter beschikking van dat schoolbestuur. Daarnaast stellen de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, in voorkomend geval, gegevens ter beschikking van het LOP over het al dan niet voldoen aan één of meerdere indicatoren als vermeld in paragraaf 3, van de leerlingen van de scholen gelegen in het werkingsgebied van het LOP. Deze gegevens zijn afkomstig van de meest recente jaarlijkse centraal georganiseerde telling.

§ 3. De indeling van de aangemelde leerlingen in een van beide contingenten gebeurt op basis van volgende indicatoren:

1° het gezin, vermeld in artikel 3, § 1, 17°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één selectieve participatietoeslag leerling ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen.

Voor het schooljaar 2020-2021 komen eveneens in aanmerking voor voorrang: de leefeenheid, vermeld in artikel 5, 21°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, heeft in het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarop de inschrijving van de leerling betrekking heeft, of in het daaraan voorafgaande schooljaar, minstens één schooltoelage zoals bedoeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, ontvangen, of het gezin heeft een beperkt inkomen;

2° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de wijze waarop het voldoen aan de indicatoren, vermeld in paragraaf 3, aangetoond wordt, bepalen en kan hiervoor een procedure vastleggen.

Voor de indicator, vermeld in paragraaf 3, 1°, gelden dan de inkomensgrenzen van de regeling inzake schooltoelagen of de selectieve participatietoeslag leerling als richtinggevend.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/61.

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke, overeenkomstig artikel 37/55 bepaalde capaciteit betrokken bij de aanmeldingsprocedure, een aanmeldingsregister.

Een schoolbestuur komt, per aanmeldingsregister, met toepassing van artikel 37/57 tot en met artikel 37/60, tot een gunstige of niet-gunstige rangschikking van alle aangemelde leerlingen en neemt die rangschikking op in het aanmeldingsregister. Mits akkoord van de betrokken schoolbesturen, kan het LOP de rangschikking van de aangemelde leerlingen in het aanmeldingsregister uitvoeren.

§ 2. Voor aanmeldingsprocedures voor meerdere scholen en vestigingsplaatsen geldt dat het schoolbestuur of, mits akkoord van de betrokken schoolbesturen het LOP, de aangemelde leerling toewijst aan de school of vestigingsplaats van de hoogste keuze die de ouders bij de aanmelding opgaven en waarvoor de leerling gunstig geordend is.

Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/57 tot en met 37/60, eerstvolgend gerangschikte leerling.

Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop.

§ 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

Indien bij de inschrijving blijkt dat de leerling niet voldoet aan de door de ouders opgegeven ordeningscriteria of indicatoren die aanleiding gaven tot de gunstige rangschikking en toewijzing, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven, tenzij de behandeling van disfuncties en eerstelijnsklachten, vermeld in artikel 37/51, § 3, leidt tot een andere beslissing.

Wanneer een via de aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerdere inschrijving beëindigen.

§ 4. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de ouders uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de ouders gekozen school of vestigingsplaats.

Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders hadden gekozen, de aangemelde leerling heeft ingenomen.

§ 5. Een niet-gunstige rangschikking wordt gelijkgesteld met een weigering op basis van bereikte capaciteit, overeenkomstig artikel 37/55. Binnen het werkingsgebied van het LOP kan het uitreiken van de weigeringsdocumenten gemandateerd worden aan het LOP.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/62.

§ 1. Een schoolbestuur hanteert voor elke door het schoolbestuur bepaalde capaciteit een inschrijvingsregister waarin het alle inschrijvingen en weigeringen chronologisch, in voorkomend geval per contingent, noteert.

Overeenkomstig artikel 37/61, §§ 4 en 5, wordt de volgorde van de toegewezen leerlingen en de volgorde van de niet-toegewezen leerlingen overgenomen in het inschrijvingsregister.

§ 2. Met uitzondering van leerlingen die werden ingeschreven in overcapaciteit, zoals bepaald in artikel 37/64, wordt bij het invullen van vrijgekomen plaatsen of bijkomende plaatsen door verhoogde capaciteit als vermeld in artikel 37/55, met respect voor de volgorde van de voorrangsgroepen en, wat de leerlingen, vermeld in artikel 37/58 en artikel 37/60 betreft, met het oog op het bereiken van hun respectievelijke aandeel, vermeld in artikel 37/58, § 3, tweede lid, en artikel 37/60, § 2, gerespecteerd en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Voor kleuters geboren in het meest recente kalenderjaar dat mogelijk is voor de inschrijvingen van het betrokken schooljaar, wordt deze volgorde gerespecteerd tot en met 30 juni van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had. Uiterlijk vanaf 1 juli geldt de volgorde van de weigeringen van kleuters van hetzelfde geboortejaar voor het volgende schooljaar.

Ouders van leerlingen die alsnog een plaats wordt toegewezen krijgen daar binnen de zeven kalenderdagen schriftelijk of via elektronische drager melding van. Deze melding bevat informatie over de periode waarbinnen de ouders de betrokken leerling kunnen inschrijven. Die periode duurt minimaal zeven kalenderdagen.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.

§ 4. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/63.

Het schoolbestuur noteert eventuele bijkomende inschrijvingen na de start van de door de Vlaamse Regering bepaalde vrije inschrijvingsperiode voor de resterende vrije plaatsen in chronologische volgorde in het inschrijvingsregister.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/64.

§ 1. In afwijking van artikel 37/55, § 5, kan een schoolbestuur volgende leerlingen toch inschrijven:

1° een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs;

2° leerlingen die:

a) hetzij geplaatst zijn door de jeugdrechter;

b) hetzij als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school;

c) hetzij opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang;

3° leerlingen die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;

4° leerlingen die behoren tot dezelfde leefentiteit, indien de ouders deze leerlingen wensen in te schrijven in hetzelfde niveau, en slechts één van de leerlingen ingeschreven kan worden omwille van de capaciteit;

5° leerlingen van scholen, gelegen in een gemeente waar alle scholen de inschrijvingen laten voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, wiens continuïteit van de schoolloopbaan niet gegarandeerd kan worden omwille van het feit dat de enige school van een schoolbestuur ophoudt te bestaan, waarbij dit niet kadert in een herstructurering, op voorwaarde dat alle leerlingen van de betrokken school een plaats in andere scholen aangeboden wordt;

6° leerlingen waarvoor de disfunctiecommissie, zoals bepaald in artikel 37/51, § 3, toestemming heeft verleend voor een inschrijving in overcapaciteit.

§ 2. In afwijking van artikel 37/55, § 5, moet een schoolbestuur, ook wanneer de capaciteit overschreden werd of wordt, een leerling die in het lopende, het voorafgaande of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school ingeschreven was, en die met toepassing van artikel 15 of 16 terugkeert uit het buitengewoon onderwijs, inschrijven.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 3. Weigeren van inschrijvingen87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/65.

§ 1. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een onderwijszoekende die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1.

Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de onderwijszoekende op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet.

§ 2. Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een leerling die in de loop van hetzelfde schooljaar van school verandert, als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan.

§ 3. Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd verwijderd, overeenkomstig artikel 32 en 33.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/66.

§ 1. Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen en bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs, mee aan de ouders van de leerling en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en aan het LOP.

Het weigeringsdocument, vermeld in het eerste lid, bevat zowel de feitelijke als de juridische grond van de beslissing tot weigering en bevat de melding dat de ouders voor informatie of bemiddeling een beroep kunnen doen op een LOP of klacht kunnen indienen bij de CLR en de wijze waarop men met een van beide in contact kan treden.

Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit, vermeld in artikel 37/55, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen, desgevallend in het betreffende contingent, de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.

§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
Afdeling 4. Bemiddelings- en klachtenprocedure87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

[87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/67.

Ouders en alle belanghebbenden kunnen vragen om bemiddeling door het LOP, zoals bepaald in artikel 37/68 of een klacht indienen bij de CLR, zoals bepaald in artikel 37/69, wanneer ze niet akkoord zijn met:

1° een weigering op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/55;

2° een weigering van inschrijving, op basis van de weigeringsgronden, vermeld in artikel 37/65;

3° een uitschrijving op basis van een inschrijving in een andere school als vermeld in artikel 37/47;

4° een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften als vermeld in artikel 37/48.

Voor de toepassing van de bemiddelingsprocedure, vermeld in artikel 37/68, en de klachtenprocedure, vermeld in artikel 37/69, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere procedureregelen. Zij garandeert daarbij de hoorplicht.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/68.

§ 1. Het LOP start wanneer de ouders er uitdrukkelijk om verzoeken een bemiddeling in situaties als vermeld in artikel 37/67.

§ 2. Het LOP bemiddelt binnen een termijn van tien kalenderdagen, die ingaat op de dag na de betekening of afgifte van het weigeringsdocument tussen de leerling en zijn ouders en de schoolbesturen van de scholen binnen het werkingsgebied, met het oog op een definitieve inschrijving van de leerling in een school.

De bemiddeling schort de termijn op van dertig kalenderdagen voor de behandeling van klachten door de CLR, vermeld in artikel 37/69.

§ 3. Wanneer de bemiddeling van het LOP binnen de termijn, vermeld in paragraaf 2, niet resulteert in een definitieve inschrijving, wordt de CLR gevat om haar oordeel uit te spreken over de gegrondheid van de weigeringsbeslissing of de uitschrijving, conform artikel 37/69, § 2.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/69

§ 1. Ouders en andere belanghebbenden kunnen in de situaties, vermeld in artikel 37/67, al dan niet na een bemiddelingsprocedure door het LOP als vermeld in artikel 37/68 een schriftelijke klacht indienen bij de CLR.

Klachten die na de termijn van dertig kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.

§ 2. De CLR oordeelt binnen een termijn van eenentwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na die van betekening of van poststempel van de schriftelijke klacht, over de gegrondheid van de weigering of de uitschrijving.

Het oordeel van de CLR wordt uiterlijk binnen een termijn van zeven kalenderdagen bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokkenen en de voorzitter van het LOP.

§ 3. Indien de CLR de weigering, de ontbinding van een inschrijving of de uitschrijving gegrond acht, schrijven de ouders de leerling in een andere school in.

Indien het om een ontbinding van inschrijving van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften gaat omwille van onredelijkheid van de aanpassingen, schrijven de ouders de leerling uiterlijk vijftien kalenderdagen na de schriftelijke kennisgeving van het oordeel van de CLR in een andere school in.

Op vraag van de ouders worden zij bij het zoeken naar een andere school bijgestaan door het LOP, inzonderheid door de CLB's die deel uitmaken van dat LOP.

§ 4. Indien de CLR de weigering of de ontbinding van de inschrijving niet of niet afdoende gemotiveerd acht of de uitschrijving onterecht acht, kan de leerling zijn recht op inschrijving in de school laten gelden.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
] [87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019

Art. 37/70.

§ 1. De CLR kan, wanneer het een weigering of ontbinding van inschrijving onvoldoende gemotiveerd acht of een uitschrijving onterecht acht, de Vlaamse Regering adviseren een bedrag op de werkingsmiddelen van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had van de school terug te vorderen of in te houden.

De CLR stelt de Vlaamse Regering onverwijld in kennis van dit advies.

§ 2. Binnen een termijn van veertien kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het advies, beslist de Vlaamse Regering over het opleggen van een financiële sanctie die kan bestaan uit een terugvordering of inhouding op de werkingsmiddelen van de school.

Voorafgaandelijk aan het opleggen van een sanctie gaat de Vlaamse Regering na of de betrokken leerling alsnog in de betrokken school werd ingeschreven.

§ 3. De terugvordering of inhouding, vermeld in paragraaf 1 en 2:

1° kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de school;

2° kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat bestemd is voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou zijn getroffen.

§ 4. Onverminderd de toepassing van paragraaf 1 tot en met 3, kan de CLR het dossier aanhangig maken bij het orgaan dat in toepassing van artikel 33, § 2, van het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap en in toepassing van artikel 40 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid het mandaat heeft van onafhankelijk mechanisme.

87 (vanaf 01/09/2021)Decr. van 17/05/2019
B.S. 26/07/2019
]

HOOFDSTUK V. - Opdracht van het basisonderwijs

Afdeling 1. - Onderwijsaanbod

Art. 38.

Ieder schoolbestuur bepaalt de inhoud van het basisonderwijs in zijn scholen en bepaalt vrij zijn eigen pedagogische en onderwijskundige methodes.

Art. 39.

Het onderwijsaanbod in het gewoon kleuteronderwijs omvat ten minste, en waar mogelijk in samenhang, de volgende leergebieden :

- lichamelijke opvoeding;

- muzische vorming;

- Nederlands;

- [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
wetenschappen en techniek; 59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

- [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
mens en maatschappij; 59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

- wiskundige initiatie.

Art 40.

Het onderwijsaanbod in het gewoon lager onderwijs omvat ten minste, en waar mogelijk in samenhang, de volgende leergebieden :

- lichamelijke opvoeding;

- muzische vorming;

- Nederlands;

- wiskunde;

- [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
wetenschappen en techniek; 59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
- mens en maatschappij;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
- Frans,37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

en volgende leergebiedoverschrijdende thema's

- leren leren;

- sociale vaardigheden;

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
- informatie en communicatietechnologie.26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 41.

§ 1. In de officiële lagere scholen omvat het onderwijsaanbod bovendien wekelijks ten minste twee lestijden onderwijs in de erkende godsdiensten en in de op die godsdiensten berustende zedenleer en ten minste twee lestijden onderwijs in de niet-confessionele zedenleer.

§ 2. [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
In de officiële scholen wordt het godsdienstonderwijs verstrekt door bedienaars van de betrokken godsdienst of door hun afgevaardigde.13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

In de scholen van het gemeenschapsonderwijs en van het gesubsidieerd officieel onderwijs wordt de cursus in de niet-confessionele zedenleer bij voorrang gegeven door een personeelslid dat daartoe een initiële of voortgezette opleiding heeft gevolgd.

Art. 42.

In de vrije lagere scholen wordt hetzij onderwijs in één of meer erkende godsdiensten en in de op deze godsdiensten berustende zedenleer, hetzij het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer, hetzij beide, hetzij onderwijs in de cultuurbeschouwing verstrekt.

In de vrije lagere scholen wordt de cursus in de niet-confessionele zedenleer bij voorrang gegeven door een personeelslid dat daartoe een initiële of voortgezette opleiding heeft gevolgd.

Art. 43.

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017

§ 1. Het leergebied Frans is verplicht in het vijfde en zesde jaar gewoon lager onderwijs. Het leergebied Frans kan aangeboden worden vanaf het eerste jaar gewoon lager onderwijs in de scholen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen, vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs in de scholen buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

§ 2. De talen Frans en/of Duits en/of Engels kunnen facultatief aangeboden worden vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen.

§ 3. Taalinitiaties in het Frans, Engels en Duits behoren facultatief tot het onderwijsaanbod van het gewoon basisonderwijs.

§ 4. Het in paragraaf 2 en paragraaf 3 bedoelde aanbod wordt bepaald door het schoolbestuur met toepassing van de regelgeving inzake participatie.

§ 5. De onderwijsinspectie waakt over een kwaliteitsvolle invulling van het taalaanbod, vermeld in dit artikel.

70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

Afdeling 2. - Eindtermen en ontwikkelingsdoelen

Art. 44.

[74Decr. van 26/01/2018
B.S. 09/03/2018

§ 1. 1° Ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie.

Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de ontwikkelingsdoelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes op populatieniveau bij de leerlingen na te streven.

Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon kleuteronderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de ontwikkelingsdoelen.

2° Eindtermen voor het gewoon lager onderwijs zijn minimumdoelen die het Vlaams Parlement noodzakelijk en bereikbaar acht voor die leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie.

Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en bepaalde attitudes op populatieniveau bij de leerlingen te bereiken en de eindtermen met betrekking tot bepaalde andere attitudes bij de leerlingen na te streven.

Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het gewoon lager onderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van de eindtermen.

3° Ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die het Vlaams Parlement wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van een bepaalde leerlingenpopulatie.

Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de ontwikkelingsdoelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bij de leerlingen na te streven indien opgenomen in het handelingsplan, zoals bepaald in artikel 46.

De school kan steeds extra doelen nastreven bij de leerlingen.

Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van scholen voor het buitengewoon basisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van de ontwikkelingsdoelen via het handelingsplan, zoals bepaald in artikel 46.

4° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuur-beschouwing, zijn er geen ontwikkelingsdoelen of eindtermen.

§ 2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties:

1. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid;

2. competenties in het Nederlands;

3. competenties in andere talen;

4. digitale competentie en mediawijsheid;

5. sociaal-relationele competenties;

6. competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie;

7. burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven;

8. competenties met betrekking tot historisch bewustzijn;

9. competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn;

10. competenties inzake duurzaamheid;

11. economische en financiële competenties;

12. juridische competenties;

13. leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatie-denken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatie-verwerking en samenwerken;

14. zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid;

15. ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties;

16. cultureel bewustzijn en culturele expressie.

Het Vlaams Parlement haakt deze ontwikkelingsdoelen en eindtermen niet vast aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de in dit decreet opgenomen leergebieden.

§ 3. De ontwikkeling van eindtermen en ontwikkelingsdoelen wordt gecoördineerd door de regering. De regering stelt daartoe een of meerdere ontwikkelcommissies samen die ten minste bestaan uit leerkrachten uit basis- en secundair onderwijs, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en vak- en andere experten uit het hoger onderwijs. De ontwikkelcommissie formuleert een beperkt aantal van sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare eindtermen en ontwikkelingsdoelen waar de aspecten kennis, vaardigheden, inzichten en indien van toepassing attitudes aan bod komen. Ze geeft ook het belang en de uitgangspunten ervan aan.

De ontwikkelde eindtermen en ontwikkelingsdoelen worden vervolgens door de ontwikkelcommissie voorgelegd aan een valideringscommissie. De valideringscommissie bestaat uit leden van de onderwijsinspectie en andere experten. De valideringscommissie valideert of stuurt de ontwikkelde eindtermen of ontwikkelingsdoelen terug naar de ontwikkelcommissie met het oog op bijsturing, waarna ze finaal ter validering aan de valideringscommissie worden voorgelegd. De valideringscommissie bewaakt de coherentie, consistentie en evalueerbaarheid van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen.

De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden door de regering als een ontwerp van decreet ingediend bij het Vlaams Parlement. Het Vlaams Parlement kan het initiatief nemen de in het eerste lid voorziene procedure op te starten.

De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. De regering bepaalt de procedure voor deze screening en bijsturing.

§ 4. In afwachting van ontwikkelingsdoelen en eindtermen tot stand gekomen in uitvoering van de bepalingen van dit artikel blijven de bestaande ontwikkelingsdoelen en eindtermen van toepassing. [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
In afwijking van paragraaf 3 en 5 kan de regering de bestaande ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs herordenen en technisch aanpassen.86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

Bij de ontwikkeling en de implementatie van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen wordt rekening gehouden met de coherentie en continuïteit over het kleuter- en lager onderwijs heen en de aansluiting op de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het secundair onderwijs, zonder de eigenheid van het basisonderwijs uit het oog te verliezen.

§ 5. Het Vlaams Parlement keurt een beperkt aantal van sober geformuleerde, duidelijke, competentiegerichte en evalueerbare eindtermen en ontwikkelingsdoelen goed waar kennis telkens geëxpliciteerd wordt en vaardigheden, inzichten en indien van toepassing attitudes aan bod komen.

74Decr. van 26/01/2018
B.S. 09/03/2018
] [2Decr. van 15/07/1997
B.S. 29/08/1997

Art. 44bis.

[74Decr. van 26/01/2018
B.S. 09/03/2018

§ 1. Wanneer een schoolbestuur oordeelt dat de eindtermen of de ontwikkelingsdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of ermee onverzoenbaar zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijkwaardigheid in door vervangende eindtermen en/of ontwikkelingsdoelen voor te stellen. De indiening gebeurt uiterlijk op 1 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen zullen gelden.

Wanneer de aanvraag gebeurt ingevolge een wijziging van ontwikkelingsdoelen of eindtermen door het Vlaams Parlement, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waarbinnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen mag werken.

De aanvraag is slechts ontvankelijk indien precies wordt aangegeven waarom de eindtermen of de ontwikkelingsdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen voor.

§ 2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met deze eindtermen of ontwikkelingsdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.

De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;

2° de vereiste inhoud, in functie van de sleutelcompetenties, zoals bepaald in artikel 44;

3° de formulering

a) gebeurt onder de vorm van ontwikkelingsdoelen of eindtermen, naargelang van het geval;

b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd of eindtermen worden bereikt.

Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure.

§ 3. De vervangende eindtermen of ontwikkelingsdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement.

74Decr. van 26/01/2018
B.S. 09/03/2018
] 2Decr. van 15/07/1997
B.S. 29/08/1997
]

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
Afdeling 2bis. Gebruik van gevalideerde toetsen voor interne kwaliteitszorg70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017

Art. 44ter.

Op het einde van het gewoon lager onderwijs neemt de school van elke leerling, vanaf het schooljaar 2017-2018, een gevalideerde toets af voor ten minste twee leergebieden en vanaf het schooljaar 2018-2019 voor ten minste drie leergebieden.

De resultaten van deze toetsafnames zijn gericht op het verkrijgen van informatie op schoolniveau over de mate waarin de leerlingenpopulatie de eindtermen bereikt en ze worden aangewend in het kader van interne kwaliteitszorg. De resultaten kunnen één van de elementen zijn waar de klassenraad rekening mee houdt bij de toekenning van een getuigschrift zoals bepaald in artikel 53.

70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

Afdeling 3. - Leerplan, handelingsplan en schoolwerkplan

Art. 45.

[74Decr. van 26/01/2018
B.S. 09/03/2018

§ 1. Vanuit de ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs en de eindtermen voor het gewoon lager onderwijs, worden door het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen ontwikkeld die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen. In de leerplannen zijn in elk geval alle door het Vlaams Parlement goedgekeurde ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en eindtermen voor het gewoon lager onderwijs letterlijk opgenomen waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt welke doelen de eindtermen realiseren en met welke doelen de ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd. De leerplannen zijn voor de onderwijsinspectie een aanvullend instrument om het kwaliteitsbeleid van een school te kaderen.

Leerplannen worden ter goedkeuring door de onderwijsverstrekkers ingediend bij de onderwijsinspectie. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering volgens de vooraf door haar bepaalde criteria en op advies van de onderwijsinspectie, de leerplannen goed.

§ 2. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing, zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties.

De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten.

§ 3. In afwijking op paragraaf 1 dienen de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing niet door de Vlaamse Regering te worden goedgekeurd. Deze leerplannen worden publiek bekendgemaakt.

§ 4. Over het in overeenstemming zijn met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en het respecteren van de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen, evenals over de uitvoering van de leerplannen, wordt jaarlijks aan het Vlaams Parlement een stand van zaken gerapporteerd door:

1° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken: over de leerplannen godsdienst en niet-confessionele zedenleer met inbegrip van de interlevensbeschouwelijke competenties;

2° de onderwijsinspectie bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs: over de leerplannen cultuurbeschouwing.

74Decr. van 26/01/2018
B.S. 09/03/2018
]

Art. 46.

Met inachtneming van de door de regering opgelegde [2Decr. van 15/07/1997
B.S. 29/08/1997
of gelijkwaardig verklaarde2Decr. van 15/07/1997
B.S. 29/08/1997
] ontwikkelingsdoelen wordt in het buitengewoon onderwijs voor één of meer leerlingen samen op basis van zijn (hun) opvoedings- en onderwijsbehoeften, een handelingsplan opgemaakt. Dit plan bevat voor een bepaalde periode de pedagogisch-didactische planning voor bedoelde leerling(en) en legt onder meer de keuze aan ontwikkelingsdoelen vast, die de klassenraad in opdracht van het schoolbestuur voor hem (hen) wil nastreven.

Het handelingsplan geeft in voorkomend geval weer hoe het multidisciplinair teamwerk wordt gepland en hoe de sociale, psychologische, orthopedagogische, medische en paramedische hulpverlening in het opvoedings- en onderwijsaanbod wordt geïntegreerd.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

Bepaalde eindtermen of ontwikkelingsdoelen van het gewoon basisonderwijs of van andere types van het buitengewoon basisonderwijs kunnen door een beslissing van de klassenraad in een handelingsplan worden opgenomen.

Het handelingsplan wordt opgemaakt door de klassenraad, in samenspraak met het CLB en indien mogelijk met de ouders.

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
In het handelingsplan opgenomen ontwikkelingsdoelen met betrekking tot godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing zijn gebaseerd op de overeenkomstige leerplannen en zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder. 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

Art. 47.

§ 1. Ieder schoolbestuur maakt voor elk van zijn scholen een schoolwerkplan dat ten minste volgende elementen bevat :

1° de omschrijving van het pedagogisch project zijnde het geheel van fundamentele uitgangspunten dat door het schoolbestuur voor de school wordt vastgelegd;

2° de organisatie van de school en voornamelijk de indeling in leerlingengroepen;

3° de wijze waarop het leerproces van de leerlingen wordt beoordeeld en hoe daarover wordt gerapporteerd;

4° de voorzieningen in het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap of die leerbedreigd zijn, inclusief de samenwerkingsvormen met andere scholen van gewoon en/of buitengewoon onderwijs;

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
5° [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
de wijze waarop de school via haar zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid werkt aan de optimale leer- en ontwikkelingskansen van al haar leerlingen.52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

§ 2. Tijdens de schooldoorlichting neemt de onderwijsinspectie kennis van het schoolwerkplan zonder de inhoud ervan te beoordelen.

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
Afdeling 3bis. Leerlingenbegeleiding76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

[76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018

Art. 47bis

Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding bevordert de totale ontwikkeling van alle leerlingen, verhoogt hun welbevinden, voorkomt vroegtijdig schoolverlaten en creëert meer gelijke onderwijskansen. Op die manier draagt het bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context.

Het begeleidingsdomein onderwijsloopbaan heeft tot doel de leerling te ondersteunen om voldoende zelfkennis te ontwikkelen, om inzicht te verwerven in de structuur van en de mogelijkheden binnen onderwijs, opleiding en arbeidsmarkt en om adequate keuzes te leren maken op school en daarbuiten.

Het begeleidingsdomein leren en studeren heeft tot doel het leren van de leerling te optimaliseren en het leerproces te bevorderen door leer- en studeervaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen.

Het begeleidingsdomein psychisch en sociaal functioneren heeft tot doel het welbevinden van de leerling te bewaken, te beschermen en te bevorderen waardoor de leerling op een spontane en vitale manier tot leren kan komen en zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtige volwassene.

Het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces op te volgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.

Voor het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg omvat dat voor de school minimaal het actief meewerken aan:

1° de organisatie van de systematische contactmomenten door het centrum voor leerlingenbegeleiding. De regering bepaalt de frequentie en de inhoud van de systematische contacten;

2° de organisatie van de vaccinaties door het centrum voor leerlingenbegeleiding om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziekten tegen te gaan. De regering legt het vaccinatieschema vast;

3° de uitvoering van de profylactische maatregelen die het centrum voor leerlingenbegeleiding neemt om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan. De regering bepaalt hiervoor de nadere regels.

76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
] [76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018

47ter.

De school ontwikkelt een beleid op leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de noden van de leerlingenpopulatie en de context waarin de school zich bevindt. Het zorg- en GOK-beleid, zoals omschreven in het schoolwerkplan, wordt erin geïntegreerd. Het beleid op leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel en de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van de school. De school implementeert, evalueert en stuurt, zo nodig, dat beleid bij. Ter versterking van dat beleid voert de school een professionaliseringsbeleid.

Bij de opmaak en evaluatie van het beleid op leerlingenbegeleiding betrekt de school relevante actoren. Voor bijkomende inhoudelijke expertise doet de school een beroep op het centrum voor leerlingenbegeleiding. Voor schoolondersteuning zoekt de school externe ondersteuning bij de pedagogische begeleidingsdienst of een andere externe dienst.

Een beleid op leerlingenbegeleiding beantwoordt aan volgende principes:

1° het belang van elke leerling staat centraal;

2° het komt participatief tot stand en is gedragen door het hele schoolteam;

3° het is doelgericht, systematisch, planmatig en transparant;

4° het wordt discreet uitgevoerd;

5° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding.

76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
] [76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018

Art. 47quater.

Bij de leerlingenbegeleiding heeft de school een basisaanbod voor alle leerlingen en biedt zorg voor leerlingen voor wie dit niet volstaat.

In de fase van de verhoogde zorg kan de school consultatieve leerlingenbegeleiding vragen aan het CLB of wordt dit door het CLB aangeboden waar het dat nodig acht.

In de fase uitbreiding van zorg wisselen de school en het CLB met elkaar de beschikbare relevante informatie uit om de afspraken over de bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise te realiseren.

De Vlaamse Regering kan met betrekking tot deze opdrachten nadere bepalingen vastleggen.

76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
] [76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018

Art. 47quinquies.

§ 1. De school en het centrum maken afspraken over de schoolspecifieke samenwerking en leggen die vast. De school neemt daarvoor het initiatief. De Vlaamse Regering bepaalt welke samenwerkingsafspraken een school en een centrum minstens vastleggen.

Het centrum deelt relevante informatie over de leerlingen in begeleiding met de school. De school deelt relevante informatie die in de school aanwezig is over de leerlingen met het centrum. Bij het doorgeven en het gebruik van deze informatie gelden de regels inzake het ambts- en beroepsgeheim, de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

§ 2. De samenwerking tussen een school en een centrum voor leerlingenbegeleiding loopt voor onbepaalde duur en start in het begin van het schooljaar. Op basis van een evaluatie van de samenwerking kunnen de samenwerkingsafspraken in onderling overleg worden bijgestuurd.

De samenwerking tussen een school en een centrum kan door de school of het centrum worden stopgezet. Bij stopzetting van de samenwerking deelt de school of het centrum tegen uiterlijk 31 december, aan respectievelijk het centrum of de school mee dat de samenwerking wordt beëindigd. De samenwerking wordt stopgezet met ingang van het daaropvolgende schooljaar. Bij stopzetting van de samenwerking op initiatief van het centrum zal het de dienstverlening blijven verlenen tot de school een samenwerking met een ander centrum heeft vastgelegd. De dienstverlening blijft daarbij gegarandeerd tot het einde van hetzelfde schooljaar en maximaal voor de periode van het daarop volgende volledige schooljaar.

§ 3. Uiterlijk op 31 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop een gewijzigde samenwerking ingaat, deelt de school aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering mee met welk centrum voor leerlingenbegeleiding ze zal samenwerken.

§ 4. Als een school en een centrum niet tot afspraken over een samenwerking komen, meldt de school dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de bemiddeling en de samenstelling van de bemiddelingscommissie.

§ 5. In uitvoering van de erkenningsvoorwaarde om samenwerkingsafspraken aan te gaan zoals bepaald in artikel 62, § 1, 10°, kunnen de Franstalige scholen die zijn opgericht op basis van artikel 6 en 7 van de wet van 30 juli 1963 houdende de taalregeling in het onderwijs of artikel 7, § 3, van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken samenwerkingsafspraken sluiten met een of meer door de Franse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instellingen die taken uitvoeren op het vlak van leerlingenbegeleiding. Als er wordt samengewerkt met een door de Franse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling wordt de samenwerkingsovereenkomst aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering meegedeeld. Deze samenwerking bestaat uit:

1° het organiseren en uitvoeren van systematische contacten om de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen, het groei- en ontwikkelingsproces opvolgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelingsproblemen detecteren;

2° het aanbieden van vaccinaties om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziekten tegen te gaan;

3° het nemen van profylactische maatregelen waar nodig om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan;

4° het nemen van begeleidingsinitiatieven ter opvolging van de leerplicht;

5° een jaarlijks verslag over de gegevens die voortkomen uit de opdrachten, vermeld in punt 1°, 2°, 3° en 4°, zodat de Vlaamse Regering op basis daarvan beleidsopties kan formuleren.

76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
]

Afdeling 4. - Organisatie van de schooltijd

Art. 48.

§ 1. De leerlingen krijgen achtentwintig lestijden onderwijs- en opvoedingsactiviteiten per week.

§ 2. In afwijking van § 1 kan een negenentwintigste lestijd worden georganiseerd na overleg of na onderhandeling in het lokaal comité.

[11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
§ 3. De bepalingen van § 1 en § 2 gelden niet voor de leerlingen die ingeschreven zijn in een ziekenhuisschool.11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

Art. 49.

De regering bepaalt in welke gevallen revalidatie tijdens de lestijden mogelijk is, alsook het maximum aantal uren.

Met revalidatie worden bedoeld therapeutische behandelingen die tijdens de lestijden verstrekt worden aan leerlingen en worden uitgevoerd door hulpverleners die niet aan de school verbonden zijn en die hiertoe door de wet zijn gemachtigd.

Art. 50.

De regering bepaalt de vakantieperioden, regelt de organisatie van de schooltijd en bepaalt in welke gevallen de lessen kunnen geschorst worden.

Afdeling 5. - [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
Zorgvuldig bestuur11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

Art. 51.

§ 1. Een schoolbestuur mag informatie verstrekken over het eigen opvoedings- en onderwijsaanbod, maar het mag geen oneerlijke concurrentie voeren.

§ 2. [46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
]

[46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011

§ 2bis. In afwijking van § 2 kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.

Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
]

§ 3. [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
Een schoolbestuur kan handelsactiviteiten verrichten, voor zover deze geen daden van koophandel zijn en voor zover ze verenigbaar zijn met zijn onderwijsopdracht.11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

[11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001

§ 4. Een schoolbestuur dat mededelingen toelaat die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, waakt erover dat :

1° door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen of verplichte activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen;

2° facultatieve activiteiten vrij blijven van bedoelde mededelingen, behoudens indien deze mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;

3° bedoelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;

4° bedoelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

Art. 52.

Vragen in verband met de toepassing van artikel 51 en klachten met betrekking tot de overtreding ervan kunnen door iedere belanghebbende ingediend worden bij de [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
Commissie zorgvuldig bestuur [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
...67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] .11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

Afdeling 6. - Het getuigschrift basisonderwijs

Art. 53.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

Het schoolbestuur van een erkende school kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan de regelmatige leerlingen in het gewoon lager onderwijs, die vóór 1 januari van het lopende schooljaar al acht jaar geworden zijn.

De klassenraad oordeelt hierbij autonoom of een leerling in voldoende mate de doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen, heeft bereikt.

86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

Art. 54.

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017

§ 1. Aan leerlingen uit het buitengewoon lager onderwijs en aan leerlingen met een individueel aangepast curriculum in het gewoon lager onderwijs kan een getuigschrift basisonderwijs worden uitgereikt indien de voor deze leerlingen vooropgestelde leerdoelen door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs.

§2. [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018

Art. 54bis

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
Leerlingen in het gewoon en het buitengewoon lager onderwijs die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, ontvangen een verklaring met het aantal en soort gevolgde jaren lager onderwijs, een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet uitgereikt werd, alsook aandachtspunten voor de toekomst.86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
]

Art. 55.

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
...70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
De beslissing omtrent het toekennen van het getuigschrift [70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
...70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld. De ouders worden geacht die beslissing uiterlijk op 1 juli in ontvangst te hebben genomen. Indien de ouders niet akkoord gaan met de genomen beslissing volgt er, op vraag van de ouders, een overleg met de directeur en zijn afgevaardigde, binnen een termijn vastgelegd in het schoolreglement. De school kan dit overleg niet weigeren. Van het overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Dit overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen om het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs te bevestigen of te wijzigen. De ouders nemen de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, dan wel de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen schriftelijk in ontvangst. Bij het niet in ontvangst nemen van deze beslissing door de ouders op de voorziene datum wordt ze toch geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum. Indien de ouders niet akkoord gaan met de beslissing, wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling E.58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

Art. 56.

Op advies van de inspectie duidt de regering per provincie [63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
ten minste één officiële en ten minste één vrije school63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
] aan die dienen als examencommissies met het oog op het bekomen van een getuigschrift basisonderwijs.

De onderwijsinspectie is bevoegd om de organisatie en de werking van die examencommissies na te gaan.

Art. 57.

[70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
De regering bepaalt de modaliteiten, de vorm en de procedure tot aflevering van [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
het getuigschrift86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] zoals bepaald in artikel 5370Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] en legt de vergoeding voor de in artikel 56 bedoelde scholen vast. [58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.58Decr. van 04/04/2014
B.S. 20/08/2014
]

[46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011

Art. 57bis.

De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met het getuigschrift basisonderwijs, afgeleverd door scholen die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.

Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :

1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader;

2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
] [46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011

Art. 57ter.

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 57bis zijn opgenomen, met het getuigschrift basisonderwijs, afgegeven in de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :

1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader gebruikt;

2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur als referentiekader gebruikt.

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
De financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs bedraagt 90 euro per aanvraag en per studiebewijs. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2013. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal. De Vlaamse Regering kan het bedrag verminderen voor specifieke doelgroepen. Voor asielzoekers, vluchtelingen en subsidiair-beschermden is de behandeling van de erkenningsaanvraag gratis. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor een versnelde procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen. De Vlaamse Regering kan het bedrag dan vermeerderen tot maximaal 500 euro indien de houder van het buitenlands studiebewijs opteert voor deze versnelde procedure.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

46Decr. van 01/07/2011
B.S. 30/08/2011
] [51Decr. van 29/06/2012
B.S. 27/07/2012

Art. 57quater.

§ 1. De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren getuigschrift aan de houders van het getuigschrift. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het getuigschrift.

§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze het getuigschrift basisonderwijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het getuigschrift basisonderwijs te laten vervangen door een getuigschrift met hun nieuwe naam.

Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaalde getuigschrift worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen.

51Decr. van 29/06/2012
B.S. 27/07/2012
]

HOOFDSTUK VI. - Organiseren van basisonderwijs

Art. 58.

De Gemeenschap - of [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] namens de Gemeenschap -, de provincies, gemeenten, verenigingen van gemeenten of andere publiekrechtelijke personen of private personen kunnen scholen en/of vestigingsplaatsen voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs oprichten.

Art. 59 en 60.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
...13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Art. 61.

De gemeenten met een bijzonder taalstatuut hebben voor wat het organiseren van kleuteronderwijs en/of lager onderwijs betreft de verplichtingen zoals bepaald in artikel 6 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en in artikel 7, § 3 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

HOOFDSTUK VII. - Erkenning, financiering en subsidiering van scholen

Afdeling 1. - Erkenning van scholen

Art. 62.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
§ 1.13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] Een school kan erkend worden indien zij :

1° georganiseerd is onder de verantwoordelijkheid van een schoolbestuur;

2° gevestigd is in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;

3° een structuur aanneemt zoals vastgesteld bij dit decreet. Onder structuur wordt verstaan de grote indelingen binnen een onderwijsniveau en de duur van deze indelingen;

4° een pedagogisch geheel vormt dat gevestigd is in een zelfde complex van gebouwen of in elk geval in eenzelfde of aangrenzende gemeente of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, behoudens door de regering verleende afwijking;

5° beschikt over voldoende didactisch materieel en over een aangepaste schooluitrusting;

6° [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
de bepalingen naleeft over de taalregeling in het onderwijs en de taalkennis van het personeel;37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

7° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maakt;

8° de reglementering inzake vakantieperioden en de aanwending van de onderwijstijd, zoals bedoeld in artikel 50 in acht neemt;

9° [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
de reglementering betreffende eindtermen, ontwikkelingsdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en handelingsplannen naleven;54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

[6Decr. van 01/12/1998
B.S. 10/04/1999
10° [76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
samenwerkingsafspraken maakt met een centrum voor leerlingenbegeleiding en een beleid op leerlingenbegeleiding voert;76Decr. van 27/04/2018
B.S. 25/06/2018
] 6Decr. van 01/12/1998
B.S. 10/04/1999
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
11° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt;12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

[32Decr. van 06/06/2008
B.S. 18/07/2008
12° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement.32Decr. van 06/06/2008
B.S. 18/07/2008
]

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

§ 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden :

1° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerling;

2° de leerplannen volgen van het gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV, of eigen leerplannen ermee verenigbaar;

3° een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter bedoeld in 1°;

4° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV;

5° het godsdienstonderwijs of het onderwijs in de niet-confessionele zedenleer wordt door een leermeester gegeven.

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] [75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018

Art. 62bis

Een school die wordt opgericht, kan voorlopig erkend worden als ze voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 62, § 1, 1°, 2°, 3°, 7°, 10° en 11°.

75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
]

Art. 63.

[75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018

§ 1. Een schoolbestuur dat voor een school de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting een aanvraag in bij AGODI. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van aanvraagformulier vast.

De Vlaamse Regering neemt conform artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs een beslissing tot hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar, hetzij geen voorlopige erkenning.

De Vlaamse Regering beslist conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs om de school te erkennen of om de school niet te erkennen, vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar van de voorlopige erkenning.

§ 2. Een school die een nieuwe vestigingsplaats als vermeld in artikel 3, 56°, of een tijdelijke onderbrenging als vermeld in artikel 108, in gebruik wil nemen, meldt dat aan AGODI.

De melding, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van ingebruikname ingediend. In de melding wordt verklaard dat :

1° de vestigingsplaats of tijdelijke onderbrenging beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid, vermeld in artikel 62, § 1, 2° ;

2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als de school een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere school gevestigd is of voordien gevestigd was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.

§ 3. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in paragraaf 2, vast.

75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
]

Art. 64.

§ 1. [38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
De Vlaamse Regering kan de erkenning [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
van een school, een vestigingsplaats, een onderwijsniveau of een type in een vestigingsplaats56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] ervan opheffen met inachtname van artikel 36 tot en met artikel 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

§ 2. [38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
...38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

§ 3. [38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
...38Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Art. 65.

Een schoolbestuur kan voor de scholen die erkend zijn, in toepassing van de artikelen 53, 54 en 56, van rechtswege geldende getuigschriften [75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
...75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
] uitreiken.

Afdeling 2. - Financiering en subsidiëring van scholen

Art. 66.

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de scholen die erkend zijn en in aanmerking komen om gefinancierd of gesubsidieerd te worden.

Art. 67.

§ 1. Elk schoolbestuur draagt de kosten van en financiële verantwoordelijkheid voor de organisatie van het onderwijs in zijn scholen en vestigingsplaatsen.

Voor de scholen en vestigingsplaatsen die aan de in artikel 68 bepaalde voorwaarden voldoen komt de gemeenschap financieel tussen, voor het gemeenschapsonderwijs door een financiering, en voor het gesubsidieerd onderwijs door een subsidiëring, onder de vorm van :

1° salarissen;

2° een werkingsbudget;

3° investeringsmiddelen.

§ 2. De regering kan jaarlijks een toelage toekennen voor anderstalige nieuwkomers. Ze bepaalt de toekenningsvoorwaarden, alsook de berekeningswijze van de toelage.

[4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998

§ 3. [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
...11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
] ]

4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
]

Onderafdeling A. - Financierings- en subsidiëringsvoorwaarden

Art. 68.

§ 1. Zonder afbreuk te doen aan de specifieke voorwaarden die gesteld zijn voor het verkrijgen van salarissen, een werkingsbudget of investeringsmiddelen, verkrijgt een schoolbestuur financiering of subsidiëring voor zijn scholen of vestigingsplaatsen die :

1° [75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
erkend zijn75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
]

2° [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
voldoen aan de programmatie- en rationalisatienormen en de afstanden zoals bepaald in uitvoering van hoofdstuk VIII van dit decreet;14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002

3° deelnemen aan en samenwerken binnen een lokaal overlegplatform opgericht [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
overeenkomstig artikel VIII.3, §2, eerste lid, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] .

Onder "samenwerken" wordt verstaan :

- de in [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
artikel VIII.5, eerste lid, 1°, van dezelfde codificatie67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] bedoelde gegevens leveren, en

- de in het kader van [67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
artikel VIII.5, eerste lid, van dezelfde codificatie67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
] gemaakte afspraken naleven;

12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
Dit punt is niet van toepassing op de scholen van het buitengewoon basisonderwijs type 5.33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

[15Decr. van 02/04/2004
B.S. 06/08/2004

4° - voor wat betreft het gesubsidieerd onderwijs : geen afbreuk doen aan de besluitvormingsprocedures bedoeld in artikelen 19 tot en met 22 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Deze voorwaarde sluit tevens in dat de directeur met betrekking tot de hem door de inrichtende macht gedelegeerde bevoegdheden die voorwerp uitmaken van advies of overleg, voldoende gemandateerd wordt om in de verhouding tot de schoolraad autonoom te kunnen optreden;

- voor wat betreft het gemeenschapsonderwijs : de bevoegdheden van de schoolraad respecteren.

15Decr. van 02/04/2004
B.S. 06/08/2004
]

§ 2. [75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
Een schoolbestuur dat voor een school financiering of subsidiëring wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april van het schooljaar dat voorafgaat aan de opname in de financiering of subsidiëring, een aanvraag in bij AGODI.

De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de opname in de financierings- of subsidiëringsregeling. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur en gaat in bij de aanvang van het schooljaar dat volgt op de aanvraag van de financiering of subsidiëring.

75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
]

[75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018

§ 3. In een voorlopig erkende school is affectatie, mutatie of vaste benoeming van personeelsleden niet mogelijk.

75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
]

Art. 69.

Een schoolbestuur verliest de financiering of subsidiëring van haar scho(o)l(en) of vestigingsplaats(en) of types die niet meer voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 68, § 1, 2°.

Art. 70.

Wanneer een gefinancierde of gesubsidieerde school of vestigingsplaats niet meer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 62, kan de regering na toepassing van artikel 64 :

- de erkenning opheffen : de school of vestigingsplaats verliest de financiering of subsidiëring zodra de regering de erkenning opheft;

- de financiering of subsidiëring geheel of gedeeltelijk inhouden wanneer het schoolbestuur kan aantonen dat de voorwaarden bepaald in artikel 62 binnen een termijn overeengekomen met de regering opnieuw vervuld zullen zijn.

Art. 71.

[54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
...54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002

Art. 71bis.

De regering kan de financiering of subsidiëring geheel of gedeeltelijk inhouden wanneer een gefinancierde of gesubsidieerde school niet meer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 68, § 1, 3°.

12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

Onderafdeling B. - Aanneming van werken, leveringen en diensten

Art. 72.

Een schoolbestuur dat werken, leveringen of diensten aanneemt die geheel of gedeeltelijk betaald worden met :

- middelen uit de dotatie van [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] ,

- het werkingsbudget ter beschikking gesteld van gesubsidieerde scholen,

- middelen ter beschikking gesteld door [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Agion37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] ,

moet een overeenkomst afsluiten volgens de toepasselijke procedure en onder de toepasselijke voorwaarden die voor het Rijk gelden.

Onderafdeling C. - De salarisfinanciering of -subsidiëring

Art. 73.

§ 1. Een schoolbestuur bekomt voor haar personeelsleden die tot de categorieën bestuurs- en onderwijzend, [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
beleids- en ondersteunend,14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] medisch, paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch of sociaal personeel behoren een salaris indien die personeelsleden voldoen aan de volgende voorwaarden :

1° [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

2° [11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1°;11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

3° houder zijn van de bekwaamheidsbewijzen zoals bedoeld in artikel 74;

4° aangeworven zijn met inachtname van de reglementering inzake de reaffectatie en wedertewerkstelling;

5° in dienst zijn op grond van de reglementering inzake de personeelsformatie;

6° in een gezondheidstoestand verkeren die de gezondheid van de leerlingen niet in gevaar brengt.

§ 2. De salarissen worden door [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
Agodi54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
] rechtstreeks en maandelijks aan de betrokken personeelsleden uitbetaald.

Art. 74.

[67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
De regering bepaalt de bekwaamheidsbewijzen die toegang verlenen tot een onderwijsambt. 67B.VL.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
]

Art. 75.

[54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
... 54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
]

Onderafdeling D. - De werkingsbudgetten

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
1° Algemene bepalingen34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 76.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Ieder schooljaar krijgen de schoolbesturen een werkingsbudget voor de werking, de uitrusting, het groot onderhoud van hun scholen, voor het werken aan rationeel energiegebruik in hun scholen en om tegemoet te komen aan de kosteloosheid vermeld in artikel 27 en aan de maximumfacturen vermeld in artikel 27bis.

Bij de aanwending van het werkingsbudget moet ieder schoolbestuur rekening houden met een gelijke behandeling van al zijn gefinancierde of gesubsidieerde scholen en van al zijn leerlingen.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
] [85Decr. van 03/05/2019
B.S. 29/05/2019

Art. 76bis.

[89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

85Decr. van 03/05/2019
B.S. 29/05/2019
]

Art. 77.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Ieder schoolbestuur van een gesubsidieerde school moet aan Agodi verantwoording afleggen over het gebruik van zijn werkingsbudget. De verificatiediensten van Agodi kunnen ter plaatse controle uitoefenen zonder dat die controle betrekking mag hebben op de opportuniteit.

De regering bepaalt nader de controlemaatregelen en ontwikkelt een methode die jaarlijks toelaat om een globaal zicht te krijgen op de besteding van de werkingsbudgetten in het basisonderwijs.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 78.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden volgende kenmerken :

1° leerlingenkenmerken :

a) het opleidingsniveau van de moeder : de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs, hierna leerlingenkenmerk 1 te noemen;

[84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
b) het krijgen van een selectieve participatietoeslag leerling: er wordt een selectieve participatietoeslag leerling uitbetaald ten gunste van de leerling, hierna leerlingenkenmerk 2 te noemen. Voor de toepassing van dit artikel worden de leerlingen die enkel door ongewettigde afwezigheid of onvoldoende aanwezigheid geen recht hadden op een selectieve participatietoeslag, ook meegerekend;84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
]

c) de taal die de leerling in het gezin spreekt en die verschilt van de onderwijstaal : daaronder wordt de taal verstaan die de leerling meestal spreekt met moeder, vader of broers en zussen, hierna leerlingenkenmerk 3 te noemen. De taal die de leerling in het gezin spreekt is niet de onderwijstaal, indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximum één gezinslid de onderwijstaal spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd;

d) de leerling heeft zijn woonplaats in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd, hierna leerlingenkenmerk 4 te noemen. Onder schoolse vertraging wordt het aantal leerjaren vertraging verstaan die een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen. Voor leerlingen woonachtig in het Vlaamse Gewest wordt onder "buurt" de statistische sector verstaan. De statistische sector is de territoriale basiseenheid zoals vastgelegd door de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor leerlingen woonachtig in het Brussels Gewest wordt onder "buurt" de gemeente waar zij wonen verstaan;

2° schoolkenmerken :

a) het schoolbestuur organiseert gewoon kleuteronderwijs, hierna schoolkenmerk 1 te noemen;

b) het schoolbestuur organiseert gewoon lager onderwijs, hierna schoolkenmerk 2 te noemen;

c) het schoolbestuur organiseert buitengewoon kleuteronderwijs met uitzondering van type 4, hierna schoolkenmerk 3 te noemen;

d) het schoolbestuur organiseert buitengewoon kleuteronderwijs van type 4, hierna schoolkenmerk 4 te noemen;

e) het schoolbestuur organiseert buitengewoon lager onderwijs met uitzondering van type 4, hierna schoolkenmerk 5 te noemen;

f) het schoolbestuur organiseert buitengewoon lager onderwijs van type 4, hierna schoolkenmerk 6 te noemen;

g) [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

h) het schoolbestuur organiseert, conform artikel 24, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde Grondwet, neutraal onderwijs, hierna voorafname 1 (V1) te noemen;

i) het schoolbestuur biedt, conform artikel 24, § 1, vierde lid, van de gecoördineerde grondwet, de keuze aan tussen onderricht in een van de erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer, hierna voorafname 2 (V2) te noemen.

[84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
In afwijking van het eerste lid, 1°, b), wordt voor het begrotingsjaar 2020 voor de scholen die tellen conform artikel 87, § 1, onder leerlingenkenmerk 2 begrepen, het krijgen van een schooltoelage: er wordt een schooltoelage gegeven aan de leerling, als vermeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap uitbetaald ten gunste van de leerling, hierna leerlingenkenmerk 2 te noemen. Voor de toepassing van dit artikel worden de leerlingen die alleen door ongewettigde afwezigheid of onvoldoende aanwezigheid geen recht op een schooltoelage hadden, ook meegerekend;84Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
]

§ 2. Leerlingenkenmerk 4 wordt als volgt vastgesteld :

1° in een eerste fase wordt de schoolse vertraging van alle buurten berekend. De berekening van de schoolse vertraging, is gebaseerd op alle leerlingen van het gewoon onderwijs die school hebben gelopen in een onderwijsinstelling, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Per buurt wordt het percentage vijftienjarige leerlingen berekend die de afgelopen zes tot tien jaar op vijftienjarige leeftijd twee of meer jaar schoolse vertraging hebben opgelopen. Buurten waarvan de berekening van de schoolse vertraging gebaseerd is op minder dan vijftig vijftienjarigen worden hierna dunbevolkte buurten genoemd;

2° in een tweede fase wordt voor elke leerling vastgesteld wat het percentage schoolse vertraging is van de buurt. Leerlingen die behoren tot de trekkende bevolking, vermeld in artikel 3, 52ter, en thuislozen, vermeld in artikel [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
3, 52° bis/2,52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] worden geacht te wonen in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd.

Voor alle leerlingen uit het gewoon basisonderwijs wordt het 75e percentiel van de buurtscores bepaald. Leerlingen die hun woonplaats hebben in een buurt met een score hoger dan of gelijk aan het 75e percentiel beantwoorden aan de indicator 'woonplaats hebben in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd'.

Leerlingenkenmerk 4 is enkel van toepassing voor leerlingen die in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen.

§ 3. De regering bepaalt de wijze waarop de leerlingenkenmerken worden vastgesteld en legt de procedure vast volgens dewelke de gegevens door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming worden verzameld. Voor leerlingenkenmerk 4 bepaalt de regering de wijze waarop de buurten worden afgebakend.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
2° Werkingsbudgetten in het gefinancierde en gesubsidieerde gewoon basisonderwijs 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
A. Vaststelling van het totale werkingsbudget en de verdeling ervan in deelbudgetten34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 79.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Voor het begrotingsjaar 2009, dat de kredieten omvat voor het schooljaar 2008-2009, is het startbedrag voor de werkingsbudgetten voor het gewoon basisonderwijs [39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
402.900.00039Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
] euro.

§ 2. 1° Vanaf begrotingsjaar 2010 tot en met begrotingsjaar 2015 wordt het werkingsbudget voor het gewoon basisonderwijs jaarlijks berekend op basis van de kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het vorige begrotingsjaar als werkingsbudget bestemd zijn voor het gewoon basisonderwijs vermeerderd met 30 % van de loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs van het vorige begrotingsjaar voor het gewoon basisonderwijs.

2° Voor het begrotingsjaar 2016 wordt het werkingsbudget voor het gewoon basisonderwijs berekend op basis van de kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het vorige begrotingsjaar als werkingsbudget bestemd zijn voor het gewoon basisonderwijs, vermeerderd met 60 % van de loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs van het vorige begrotingsjaar voor het gewoon basisonderwijs.

3° [73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
Vanaf het begrotingsjaar 201773Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
] wordt het werkingsbudget voor het gewoon basisonderwijs berekend op basis van de kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het vorige begrotingsjaar als werkingsbudget bestemd zijn voor het gewoon basisonderwijs, vermeerderd met de volledige loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs van het vorige begrotingsjaar voor het gewoon basisonderwijs.

[73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
...73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
]

§ 3. Voor het begrotingsjaar 2009 wordt het bedrag van [39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
402.900.00039Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
] euro vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A1 en A2.

Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt het bedrag, verkregen na de toepassing van § 2, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A1 en A2.

De coëfficiënten A1 en A2 worden als volgt berekend :

1° A1 = 0,6 + 0,4 (punten 1/punten 0), waarbij :

a) punten 1 = het totale aantal punten voor schoolkenmerk 1 en 2, berekend na de toepassing van artikel 81, voor de leerlingen van het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar;

b) punten 0 = het totale aantal punten voor schoolkenmerk 1 en 2, berekend na de toepassing van artikel 81, voor de leerlingen van het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het voorlaatste schooljaar;

2° A2 = (Cx-1/Cx-2), waarbij :

a) Cx-1 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;

b) Cx-2 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.

De A2-coëfficiënt wordt voor 100 % in rekening gebracht;

[39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
3° in afwijking van § 3, 2°, is de A2-coëfficiënt voor het begrotingsjaar 2010 [43Decr. van 23/12/2010
B.S. 31/12/2010
en 201143Decr. van 23/12/2010
B.S. 31/12/2010
] gelijk aan 1;39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
]

[50Decr. van 01/06/2012
B.S. 22/06/2012
4° in afwijking van punt 2° is voor het begrotingsjaar 2012 de coëfficiënt A2= 0,6 (Cx-1/Cx-2) + 0,4; 50Decr. van 01/06/2012
B.S. 22/06/2012
]

[53decr. van 21/12/2012
B.S. 31/12/2012
5° in afwijking van punt 2° is voor het begrotingsjaar 2013 de coëfficiënt A2 = 0,6(Cx-1/Cx-2) + 0,4; 53decr. van 21/12/2012
B.S. 31/12/2012
]

[60Decr. van 19/12/2014
B.S. 30/12/2014

6° in afwijking van punt 2° is voor het begrotingsjaar 2015 de coëfficiënt A2 = 0,6(Cx-1/Cx-2) + 0,4;

7° het bedrag voor begrotingsjaar 2015 verkregen na toepassing van § 3, 1°, en § 3, 6°, wordt verminderd met 8.101.000 euro.

60Decr. van 19/12/2014
B.S. 30/12/2014
]

[89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
8° het bedrag voor begrotingsjaar 2020 verkregen na toepassing van paragraaf 3, 1° en 2°, wordt verhoogd met 70.282.000 euro.89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

§ 4. [71Decr. van 30/06/2017
B.S. 03/07/2017
Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 486.000 euro.71Decr. van 30/06/2017
B.S. 03/07/2017
]

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 80.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Van het werkingsbudget gewoon basisonderwijs verkregen na de toepassing van artikel 79, wordt een budget van 3 % voorafgenomen voor scholen die voldoen aan schoolkenmerk V1. Die voorafname wordt berekend volgens de volgende formule :

V1 = B * lln_Neu * 3 % / (lln_tot + lln_Neu * 3 % + lln_LB * [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ), waarbij :

1° B = werkingsbudget verkregen na de toepassing van artikel 79;

2° lln_Neu = leerlingen in het gewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs;

3° lln_tot = het totaal aantal leerlingen in het gewoon basisonderwijs;

4° lln_LB = leerlingen van het officieel gewoon lager onderwijs.

§ 2. Van het werkingsbudget gewoon basisonderwijs verkregen na toepassing van artikel 79, wordt een budget van [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] voorafgenomen voor scholen die voldoen aan schoolkenmerk V2. Die voorafname wordt berekend volgens de volgende formule :

V2 = B * lln_LB * [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] / (lln_tot + lln_Neu * 3 % + lln_LB * [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ).

§ 3. Van het werkingsbudget gewoon basisonderwijs verkregen na de toepassing van artikel 79 en na toepassing van § 1 en § 2, wordt een percentage berekend dat in aanmerking komt voor verdeling op basis van de leerlingenkenmerken. Dat budget wordt berekend volgens de volgende formule :

(B - V1 - V2) * Pjaar x = B_lli, waarbij :

1° [60Decr. van 19/12/2014
B.S. 30/12/2014
Pjaarx = percentage voor het begrotingsjaar in kwestie. Dat percentage bedraagt 14,5625 % voor de begrotingsjaren 2014 en 2015. Vanaf het begrotingsjaar 2016 stijgt dit percentage jaarlijks met 0,1875 % tot 15,5 % vanaf 2020. Vanaf begrotingsjaar 2021 is het dit percentage van 15,5 % dat zal worden toegepast;60Decr. van 19/12/2014
B.S. 30/12/2014
]

2° B_lli = werkingsbudget dat verdeeld zal worden op basis van leerlingenkenmerken.

Het werkingsbudget per leerlingenkenmerk wordt als volgt bepaald : B_lli / 4, respectievelijk : B_lliOpl, B_lliSt, B_lliTa, B_lliBu, met :

a) B_lliOpl= werkingsbudget leerlingenkenmerk 1;

b) B_lliSt= werkingsbudget leerlingenkenmerk 2;

c) B_lliTa= werkingsbudget leerlingenkenmerk 3;

d) B_lliBu= werkingsbudget leerlingenkenmerk 4.

§ 4. Het werkingsbudget dat verdeeld wordt op basis van de schoolkenmerken hierna B_SchK te noemen, wordt bepaald door de toepassing van volgende formule : B_SchK = B - V1 - V2 - B_lli.

[39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009

Voor het begrotingsjaar 2010 wordt het B_SchK bepaald door toepassing van volgende formule :

B_SchK = GPP_SchK2009 x het totale aantal punten verkregen na toepassing van artikel 81, 1° en 2°,

waarbij : GPP_SchK2009 de geldwaarde per punt is voor het begrotingsjaar 2009, zoals vastgesteld na de derde begrotingscontrole 2009.

39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
] 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
B. Verdelingsmechanisme van de deelbudgetten34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 81.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

B_SchK, vermeld in artikel 80, § 4, wordt als volgt verdeeld over de schoolkenmerken 1 en 2, vermeld in artikel 78, § 1 :

1° [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
voor de leerlingen van het kleuteronderwijs en van het lager onderwijs wordt het puntengewicht bepaald op 8 punten;89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

2° voor alle scholen wordt per schoolkenmerk vermeld in § 1, het aantal leerlingen geteld zoals bepaald in artikel 87, vermenigvuldigd met het overeenkomstige puntengewicht verkregen na toepassing van 1°;

3° het B_SchK wordt vervolgens gedeeld door het totale aantal te verdelen punten. Het quotiënt van die deling is de geldwaarde per punt voor schoolkenmerken, hierna GPP_SchK te noemen.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 82.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Het budget V1, vermeld in artikel 80, § 1, wordt als volgt verdeeld : V1 wordt gedeeld door alle leerlingen van het gewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per leerling voor schoolkenmerk V1, hierna GW_V1 te noemen.

§ 2. Het budget V2, vermeld in artikel 80, § 2, wordt als volgt verdeeld : V2 wordt gedeeld door alle leerlingen van het officieel gewoon lager onderwijs. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per leerling voor schoolkenmerk V2, hierna GW_V2 te noemen.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
] [3Decr. van 19/12/1997
B.S. 30/12/1997

Artikel 82bis en 82ter

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
...34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

3Decr. van 19/12/1997
B.S. 30/12/1997
]

Art. 83.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Het budget leerlingenkenmerken, vermeld in artikel 80, § 3, wordt verdeeld in een bedrag per leerling per kenmerk volgens de volgende formules :

1) B_ClliOpl= B_lliOpl/ClliOpl;

2) B_ClliSt= B_lliSt/ClliSt;

3) B_ClliTa= B_lliTa/ClliTa;

4) B_ClliBu= B_lliBu/ ClliBu;

met :

a) B_ClliOpl= bedrag per gecorrigeerd leerlingenaantal leerlingenkenmerk 1;

b) B_ClliSt= bedrag per gecorrigeerd leerlingenaantal leerlingenkenmerk 2;

c) B_ClliTa= bedrag per gecorrigeerd leerlingenaantal leerlingenkenmerk 3;

d) B_ClliBu= bedrag per gecorrigeerd leerlingenaantal leerlingenkenmerk 4;

e) ClliOpl= het gecorrigeerde aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 1;

f) ClliSt= het gecorrigeerde aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 2;

g) ClliTa= het gecorrigeerde aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 3;

h) ClliBu= het gecorrigeerde aantal leerlingen dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 4.

ClliOpl, ClliSt, ClliTaen ClliBuworden respectievelijk via de volgende formules berekend :

1° ClliOpl= S alle scholenClliOpl_school,

waarbij ClliOpl_school = MIN (Proc._school_iOpl; Gemid_tot_iOpl + (2 x Stdev_tot_iOpl)) x aantal leerlingen in de school, waarbij :

a) ClliOpl_school = het gecorrigeerde leerlingenaantal per school voor leerlingenkenmerk 1;

b) Proc_school_iOpl = het Procentueel aantal leerlingen dat per school in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 1;

c) Gemid_tot_iOpl = het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 1;

d) Stdev_tot_iOpl = de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie die in aanmerking komen voor leerlingenkenmerk 1;

e) MIN = de laagste waarde van de twee : Proc_school_iOpl of Gemid_tot_iOpl + (2 x Stdev_tot_iOpl); het procentueel aantal leerlingen dat per school in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 1 of het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 1 vermeerderd met twee keer de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie voor leerlingenkenmerk 1;

2° ClliSt= S alle scholenClliSt_school,

waarbij : ClliSt_school = MIN (Proc_school_iSt; Gemid_tot_iSt + (2 x Stdev_tot_iSt)) x aantal leerlingen in de school, waarbij :

a) ClliSt_school = het gecorrigeerde leerlingenaantal per school voor leerlingenkenmerk 2;

b) Proc_school_iSt = het procentueel aantal leerlingen per school dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 2;

c) Gemid_tot_iSt = het gemiddeld van het procentueel aantal leerlingen dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 2;

d) Stdev_tot_iSt = de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie die in aanmerking komen voor leerlingenkenmerk 2;

e) MIN= de laagste waarde van de twee : Proc_school_iSt of Gemid_tot_iSt + (2 x Stdev_tot_iSt); het procentueel aantal leerlingen dat per school in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 2 of het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 2 vermeerderd met twee keer de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie voor leerlingenkenmerk 2;

3° ClliTa= S alle scholenClliTa_school,

waarbij ClliTa_school = MIN (Proc_school_iTa; Gemid_tot_iTa + (2 x Stdev_tot_iTa)) x aantal leerlingen in de school, waarbij :

a) ClliTa _school = het gecorrigeerde leerlingenaantal per school voor leerlingenkenmerk 3;

b) Proc_school_iTa = het procentueel aantal leerlingen per school dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 3;

c) Gemid_tot_iTa = het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen per school dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 3;

d) Stdev_tot_iTa = de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie die in aanmerking komen voor leerlingenkenmerk 3;

e) MIN = de laagste waarde van de twee : Proc_school_iTa of Gemid_tot_iTa + (2 x Stdev_tot_iTa); het procentueel aantal leerlingen dat per school in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 3 of het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 3 vermeerderd met twee keer de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie voor leerlingenkenmerk 3;

4° ClliBu= S alle scholenClliBu_school,

waarbij ClliB_school = MIN (Proc_school_iBu; Gemid_tot_iBu + (2 x Stdev_tot_iBu)) x aantal leerlingen in de school, waarbij :

a) ClliBu_school = het gecorrigeerde leerlingenaantal per school voor leerlingenkenmerk 4;

b) Proc_school_iBu = het procentueel aantal leerlingen per school dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 4;

c) Gemid_tot_iBu = het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen per school dat in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 4 voor alle scholen samen;

d) Stdev_tot_iBu = de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie die in aanmerking komen voor leerlingenkenmerk 4;

e) MIN = de laagste waarde van de twee : Proc_school_iBu of Gemid_tot_iBu + (2 x Stdev_tot_iBu). het procentueel aantal leerlingen dat per school in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 4 of het gemiddelde van het procentueel aantal leerlingen dat voor alle scholen samen in aanmerking komt voor leerlingenkenmerk 4 vermeerderd met twee keer de standaarddeviatie berekend op de totale procentuele leerlingenpopulatie voor leerlingenkenmerk 4.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
C. Berekening van het werkingsbudget per school34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 84.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Het werkingsbudget per school wordt voor een deel berekend op basis van schoolkenmerken en voor een deel op basis van leerlingenkenmerken.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 85.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Per school wordt het totaal aantal punten berekend door het aantal leerlingen, geteld overeenkomstig artikel 87, te vermenigvuldigen met hun puntengewicht voor schoolkenmerk 1 en 2.

§ 2. Het werkingsbudget per school is de som van :

1° het resultaat van de vermenigvuldiging van het totale aantal punten per school met de GPP_SchK, zoals bepaald in artikel 81, 3°;

2° het bedrag, verkregen door het resultaat de van volgende vermenigvuldigingen :

a) B_ClliOplx ClliOpl_school;

b) B_ClliStx ClliSt_school;

c) B_ClliTax ClliTa_school;

d) B_ClliBux ClliBu_school;

3° GW_V1, zoals bepaald in artikel 82, § 1, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen in de school;

4° GW_V2, zoals bepaald in artikel 82, § 2, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen lager onderwijs in de school.

§ 3. Het budget, verkregen na de toepassing van § 2, wordt voor het Gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend in overeenstemming met de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs waarbij :

1° de som van het bedrag dat met toepassing van artikel 85, § 2, verkregen is, voor het geheel van de scholen van het gewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs tot en met 2015 verminderd wordt met 30 percent van de loonkosten van de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, in 2016 met 60 percent en [69Decr. van 23/12/2016
B.S. 29/12/2016
vanaf 201769Decr. van 23/12/2016
B.S. 29/12/2016
] met 100 percent van die loonkosten;

2° de som van het bedrag dat met toepassing van § 2, verkregen is, voor het geheel van de scholen van het gewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs verhoogd wordt met de middelen vastgelegd voor het optrekken van het vakantiegeld tot 92 % voor het contractuele onderhouds- of meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs, toegekend via de betreffende onderwijs-cao. Voor het begrotingsjaar 2009 is dat bedrag [35Decr. van 19/12/2008
B.S. 29/12/2008
554.00035Decr. van 19/12/2008
B.S. 29/12/2008
] euro.

Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt dat bedrag jaarlijks geïndexeerd door de toepassing van de A2-coëfficiënt zoals bepaald in artikel 79.

§ 4. Het werkingsbudget verkregen na de toepassing van artikel 85, § 2, wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs.

Daarbij worden de middelen voor de schoolbesturen van het vrij gesubsidieerd onderwijs verhoogd met de middelen tot harmonisering van de lonen tussen het onderhouds-, meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat personeel van het Gemeenschapsonderwijs, toegekend via de respectieve onderwijs-cao's. Voor het begrotingsjaar 2009 is dat bedrag [35Decr. van 19/12/2008
B.S. 29/12/2008
3.239.00035Decr. van 19/12/2008
B.S. 29/12/2008
] euro.

Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt dat bedrag jaarlijks geïndexeerd door toepassing van de A2-coëfficiënt zoals bepaald in artikel 79.

Die cao-middelen worden verdeeld pro rata het aantal punten per school van het vrij gesubsidieerd onderwijs, dat verkregen is na de toepassing van artikel 85, § 1.

§ 5. De werkingsbudgetten van de scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs en van de scholen van het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs worden elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.

[47Decr. van 08/07/2011
B.S. 25/07/2011

§ 6. Indien het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin de werkingsmiddelen voor het betrokken schooljaar zijn opgenomen aanleiding geeft tot meer middelen voor de schoolbesturen van het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs of de scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs, dan worden deze bijkomende middelen uitbetaald binnen de twee maanden na de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van betrokken decreet.;

47Decr. van 08/07/2011
B.S. 25/07/2011
] 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
3° Werkingsbudgetten in het gefinancierde en gesubsidieerde buitengewoon onderwijs34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
A. Vaststelling van het totale werkingsbudget en de verdeling ervan in deelbudgetten34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 85bis.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Voor het begrotingsjaar 2009, dat de kredieten omvat voor het schooljaar 2008-2009, is het startbedrag voor de werkingsmiddelen voor het buitengewoon basisonderwijs [39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
35.599.00039Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
] euro.

§ 2. 1° Vanaf begrotingsjaar 2010 tot en met begrotingsjaar 2015 wordt het werkingsbudget voor het buitengewoon basisonderwijs jaarlijks berekend op basis van de kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het vorige begrotingsjaar als werkingsbudget bestemd zijn voor het buitengewoon basisonderwijs, vermeerderd met 30 % van de loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs van het vorige begrotingsjaar voor het buitengewoon basisonderwijs.

2° Voor het begrotingsjaar 2016 wordt het werkingsbudget voor het buitengewoon basisonderwijs jaarlijks berekend op basis van de kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het vorige begrotingsjaar als werkingsbudget bestemd zijn voor het buitengewoon basisonderwijs, vermeerderd met 60 % van de loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs van het vorige begrotingsjaar voor het buitengewoon basisonderwijs.

3° Vanaf het begrotingsjaar 2017 wordt het werkingsbudget voor het buitengewoon basisonderwijs berekend op basis van de kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap van het vorige begrotingsjaar als werkingsbudget bestemd zijn voor het buitengewoon basisonderwijs, vermeerderd met de volledige loonkosten van de leden van het vastbenoemde meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs van het vorige begrotingsjaar voor het buitengewoon basisonderwijs.

[73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
...73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
]

§ 3. Voor het begrotingsjaar 2009 wordt het bedrag van [39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
35.599.00039Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
] euro vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A1 en A2.

Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt het bedrag, verkregen na de toepassing van § 2, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënten A1 en A2.

De coëfficiënten A1 en A2 worden als volgt berekend :

1° A1 = 0,6 +0,4 (punten 1/punten 0), waarbij :

a) punten 1 = het totale aantal punten voor schoolkenmerk 3, 4, 5 en 6, zoals berekend na toepassing van artikel 85quater, voor de leerlingen van het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het vorige schooljaar;

b) punten 0 = het totaal aantal punten voor schoolkenmerk 3, 4, 5 en 6, zoals berekend na toepassing van artikel 85quater, voor de leerlingen van het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van het voorlaatste schooljaar;

2° A2 = (Cx-1/Cx-2), waarbij :

a) Cx-1 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;

b) Cx-2 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.

De A2-coëfficiënt wordt voor 100 % in rekening gebracht;

[39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
3° in afwijking van 2° is de A2-coëfficiënt voor het begrotingsjaar 2010 [43Decr. van 23/12/2010
B.S. 31/12/2010
en 201143Decr. van 23/12/2010
B.S. 31/12/2010
] gelijk aan 1;39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
]

[50Decr. van 01/06/2012
B.S. 22/06/2012
4° in afwijking van punt 2° is voor het begrotingsjaar 2012 de coëfficiënt A2= 0,6 (Cx-1/Cx-2) + 0,4; 50Decr. van 01/06/2012
B.S. 22/06/2012
]

[53decr. van 21/12/2012
B.S. 31/12/2012
5° in afwijking van punt 2° is voor het begrotingsjaar 2013 de coëfficiënt A2 = 0,6(Cx-1/Cx-2) + 0,4; 53decr. van 21/12/2012
B.S. 31/12/2012
]

[60Decr. van 19/12/2014
B.S. 30/12/2014

6° in afwijking van punt 2° is voor het begrotingsjaar 2015 de coëfficiënt A2 = 0,6(Cx-1/Cx-2) + 0,4;

7° het bedrag voor begrotingsjaar 2015, verkregen na toepassing van § 3, 1°, en § 3, 6°, wordt verminderd met 731.000 euro.

60Decr. van 19/12/2014
B.S. 30/12/2014
]

[89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
8° het bedrag voor begrotingsjaar 2020 verkregen na toepassing van § 3, 1° en 2°, wordt verhoogd met 994.000 euro.89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

§ 4. [71Decr. van 30/06/2017
B.S. 03/07/2017
Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 53.000 euro.71Decr. van 30/06/2017
B.S. 03/07/2017
]

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
] [34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Art. 85ter.

§ 1. Van het werkingsbudget buitengewoon basisonderwijs verkregen na de toepassing van artikel 85bis, wordt een budget van 3 % voorafgenomen voor scholen die voldoen aan schoolkenmerk V1. Die voorafname wordt berekend volgens de volgende formule :

V1 = B * lln_Neu * 3 % / (lln_tot + lln_Neu * 3 %+ lln_LB * [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ), waarbij :

1° B = werkingsbudget verkregen na toepassing van artikel 85bis ;

2° lln_Neu = leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs;

3° lln_tot = het totale aantal leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs;

4° lln_LB = leerlingen van het officieel buitengewoon lager onderwijs.

§ 2. Van het werkingsbudget buitengewoon basisonderwijs verkregen na de toepassing van artikel 85bis, wordt een budget van [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] voorafgenomen voor scholen die voldoen aan schoolkenmerk V2. Die voorafname wordt berekend volgens de volgende formule :

V2 = B * lln_LB * [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] / (lln_tot + lln_Neu * 3 % + lln_LB * [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
3,97 %89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ).

§ 3. Het werkingsbudget dat verdeeld wordt op basis van de schoolkenmerken, hierna B_SchK te noemen, wordt bepaald door de toepassing van de volgende formule :

B_SchK = B - V1 - V2.

[39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009

Voor het begrotingsjaar 2010 wordt het B_SchK bepaald door toepassing van volgende formule :

B_SchK = GPP_SchK2009 x het totale aantal punten verkregen na toepassing van artikel 85quater, 1° en 2°,

waarbij : GPP_SchK2009 de geldwaarde per punt is voor het begrotingsjaar 2009, zoals vastgesteld na de derde begrotingscontrole 2009.

39Decr. van 18/12/2009
B.S. 30/12/2009
] 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
B. Verdelingsmechanisme van de deelbudgetten34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Art. 85quater.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

B_SchK zoals bepaald in artikel 85ter, § 3, wordt als volgt verdeeld over de schoolkenmerken 3, 4, 5, en 6:

1° voor de leerlingen van het buitengewoon onderwijs wordt het puntengewicht als volgt vastgesteld:

a) buitengewoon kleuteronderwijs niet type 4 (= schoolkenmerk 3) [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
13 punten89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ;

b) buitengewoon kleuteronderwijs wel type 4 (= schoolkenmerk 4) [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
15 punten89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ;

c) buitengewoon lager onderwijs niet type 4 (= schoolkenmerk 5) 13 punten;

d) buitengewoon lager onderwijs wel type 4 (= schoolkenmerk 6) 15 punten.

[89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
] ;

2° voor alle scholen wordt per schoolkenmerk, vermeld in punt 1°, het aantal leerlingen, geteld zoals bepaald in artikel 87, vermenigvuldigd met het overeenkomstige puntengewicht;

3° het B_SchK wordt vervolgens gedeeld door het totale aantal te verdelen punten.

Het quotiënt van die deling is de geldwaarde per punt voor schoolkenmerken, hierna GPP_SchK te noemen.

86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
] [34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Art. 85quinquies.

§ 1. Het budget V1, zoals bepaald in artikel 85ter, wordt als volgt verdeeld : V1 wordt gedeeld door alle leerlingen van het buitengewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per leerling voor schoolkenmerk V1, hierna GW_V1 te noemen.

§ 2. Het budget V2, zoals bepaald in artikel 85ter, wordt als volgt verdeeld : V2 wordt gedeeld door alle leerlingen van het officieel buitengewoon lager onderwijs. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per leerling voor schoolkenmerk V2, hierna GW_V2 te noemen.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
C.1. Berekening van het werkingsbudget per school34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Art. 85sexies.

Het werkingsbudget per school wordt berekend op basis van schoolkenmerken.

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 86.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Per school wordt het totale aantal punten berekend door de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen, geteld overeenkomstig artikel 87, te vermenigvuldigen met hun puntengewicht voor schoolkenmerk 3, 4, 5, 6.

§ 2. Het werkingsbudget per school van het buitengewoon basisonderwijs is de som van :

1° het resultaat van de vermenigvuldiging van het totale aantal punten per school met de GPP_SchK, zoals bepaald in artikel 85quater, § 3;

2° GW_V1, zoals bepaald in artikel 85sexies, § 1, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen in de school;

3° GW_V2, zoals bepaald in artikel 85sexies, § 2, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen lager onderwijs in de school.

§ 3. Het budget verkregen na de toepassing van § 2, wordt voor het Gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs waarbij :

1° de som van het bedrag dat met toepassing van § 2 verkregen is, voor het geheel van de scholen van het buitengewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs tot en met 2015 verminderd wordt met 30 percent van de loonkosten van de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het buitengewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs, in 2016 met 60 percent en [69Decr. van 23/12/2016
B.S. 29/12/2016
vanaf 201769Decr. van 23/12/2016
B.S. 29/12/2016
] met 100 percent van die loonkosten;

2° de som van het bedrag dat met toepassing van § 2 verkregen is, voor het geheel van de scholen van het buitengewoon basisonderwijs van het Gemeenschapsonderwijs verhoogd wordt met de middelen, vastgelegd voor het optrekken van het vakantiegeld tot 92 % voor het contractuele onderhouds- of meesters-, vak- en dienstpersoneel van het Gemeenschapsonderwijs, toegekend via de betreffende onderwijs-cao. Voor het begrotingsjaar 2009 is dat bedrag 86.000 euro.

Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt dat bedrag jaarlijks geïndexeerd door toepassing van de A2-coëfficiënt zoals bepaald in artikel 79.

§ 4. Het werkingsbudget verkregen na de toepassing van § 2 wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs.

Daarbij worden de middelen voor de schoolbesturen van het vrij gesubsidieerd onderwijs verhoogd met de middelen tot harmonisering van de lonen tussen het onderhouds-, meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat personeel van het Gemeenschapsonderwijs, toegekend via de betreffende onderwijs-cao's. Voor het begrotingsjaar 2009 is dat bedrag [35Decr. van 19/12/2008
B.S. 29/12/2008
287.000 euro35Decr. van 19/12/2008
B.S. 29/12/2008
] .

Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt dat bedrag jaarlijks geïndexeerd door de toepassing van de A2-coëfficiënt, zoals bepaald in artikel 79.

Die cao-middelen worden verdeeld pro rata het aantal punten per school van het vrij gesubsidieerd onderwijs, dat verkregen is na de toepassing van artikel 86, § 1.

§ 5. De werkingsbudgetten van de scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs en van de scholen van het gesubsidieerd buitengewoon basisonderwijs worden elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.

[47Decr. van 08/07/2011
B.S. 25/07/2011

§ 6. Indien het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin de werkingsmiddelen voor het betrokken schooljaar zijn opgenomen aanleiding geeft tot meer middelen voor de schoolbesturen van het gesubsidieerd buitengewoon basisonderwijs of de scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs, dan worden deze bijkomende middelen uitbetaald binnen de twee maanden na de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van betrokken decreet.

47Decr. van 08/07/2011
B.S. 25/07/2011
] 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
C.2. Berekening van de integratietoelage per school34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

Art. 86bis.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

...

86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] 34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
] [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018

Art. 86bis/1.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

§ 1. Er worden jaarlijks werkingsmiddelen toegekend aan de schoolbesturen van scholen buitengewoon onderwijs die met toepassing van artikel 172quinquies en 172quinquies/1 ondersteuning bieden.

§ 2. Voor de leerlingen, vermeld in artikel 172quinquies en 172quinquies/1, § 3, 2°, worden de voormelde werkingsmiddelen voor het schooljaar (X, X+1) berekend door het aantal aan de schoolbesturen toegekende begeleidingseenheden, extra lestijden en extra uren in het kader van het ondersteuningsmodel, vermeld in artikel 172quinquies en 172quinquies/1, § 3, 2°, in voorkomend geval na overdrachten, te vermenigvuldigen met een bedrag per begeleidingseenheid, lestijd of uur.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, werd berekend door het budget dat op de onderwijsbegroting voor 2018 voorzien was voor de toekenning van werkingsmiddelen voor het ondersteuningsmodel te delen door het totaal aantal toegekende begeleidingseenheden, extra lestijden, extra lesuren en extra uren in het kader van het ondersteuningsmodel voor het schooljaar 2017-2018.

Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die berekend wordt conform de volgende formule:

A = (Cx-1/Cx-2), waarbij:

1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;

2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x- 2.

§3. Voor de leerlingen, vermeld in artikel 172quinquies/1, § 3, 1°, die op een van de teldagen, vermeld in artikel 172quinquies/1, § 4, begeleid worden, krijgt de begeleidende school voor buitengewoon onderwijs de volgende werkingsmiddelen toegekend: 1° voor het kleuteronderwijs:

1° voor het kleuteronderwijs:

a) type 2, 6 of 7: 360,66 euro per leerling;

b) type 4: 548,07 euro per leerling;

2° voor het lager onderwijs:

a) type 2, 6 of 7: 645,48 euro per leerling;

b) type 4: 843,80 euro per leerling.

De werkingsmiddelen toegekend aan de school voor buitengewoon onderwijs op basis van de leerlingen op de eerste schooldag van oktober, worden gegarandeerd voor het volledige schooljaar.

Als op basis van de telling op de eerste schooldag van februari van het lopende schooljaar en met toepassing van de bedragen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, een hoger bedrag aan werkingsmiddelen wordt bekomen voor een school voor buitengewoon onderwijs in vergelijking met de werkingsmiddelen toegekend op basis van de telling van de eerste schooldag van oktober, dan ontvangt deze school dit verschil aan werkingsmiddelen. In geval van een daling behoudt de school voor buitengewoon onderwijs de werkingsmiddelen berekend op basis van de eerste schooldag van oktober.

In geval een school voor gewoon basisonderwijs voor ondersteuning samenwerkt met een school voor buitengewoon secundair onderwijs, dan worden de werkingsmiddelen bepaald met toepassing van de bedragen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, toegekend aan die school voor buitengewoon secundair onderwijs.

§ 4. De bedragen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, worden jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die berekend wordt conform de volgende formule:

A = (Cx-1/Cx-2), waarbij:

1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;

2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x- 2.

86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] 79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] [69Decr. van 23/12/2016
B.S. 29/12/2016

Art. 86ter.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

69Decr. van 23/12/2016
B.S. 29/12/2016
] [73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017

Art. 86quater.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
]

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
4° Teldagen34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

Art. 87.

[34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008

§ 1. Het werkingsbudget wordt ieder schooljaar per school berekend op basis van het aantal regelmatige leerlingen dat ingeschreven is op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.

§ 2. In afwijking van § 1 is de teldag voor de berekening van het werkingsbudget voor scholen in programmatie de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.

Die teldag geldt in het gewoon basisonderwijs voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de vijf daaropvolgende schooljaren.

Die teldag geldt in het buitengewoon basisonderwijs voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de twee daaropvolgende schooljaren.

§ 3. In afwijking van § 1 is de teldag voor de berekening van het werkingsbudget voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.

§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden "de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als "de maand september" en wordt het woord "teldag" telkens gelezen als "telperiode".

Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en scholen voor type 5 worden de woorden "op basis van het aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven op de eerste schooldag van februari" gelezen als "op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".

§ 5. Het werkingsbudget van een school voor type 5 kan alleen volledig worden aangewend als een door de regering vastgelegd gemiddelde van onderwijsdagen per kind gedurende de telperiode wordt bereikt.

Als dat gemiddelde niet wordt bereikt, dan wordt het werkingsbudget evenredig verminderd.

§ 6. [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

34decr. van 04/07/2008
B.S. 20/10/2008
]

[73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
5° Extra werkingsbudget voor het kleuteronderwijs73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
]

[73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017

Artikel 87bis.

§ 1. [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

§ 2. [89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
...89Decr. van 20/12/2019
B.S. 30/12/2019
]

[81Decr. van 21/12/2018
B.S. 28/12/2018

§ 3. Voor het begrotingsjaar 2019 wordt een extra werkingsbudget van 10.000.000 euro toegekend aan de scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, voor het schooljaar 2018-2019. Deze middelen kunnen ook aangewend worden tijdens het schooljaar 2019-2020.

Het extra werkingsbudget per school is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal kleuters in de school op 1 februari 2018, met de G_Kl, waarbij:

G_Kl = het extra werkingsbudget vermeld in het eerste lid, gedeeld door het totaal aantal kleuters in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs op 1 februari 2018.

Het extra werkingsbudget wordt aan de schoolbesturen uitbetaald uiterlijk op 31 maart 2019.

81Decr. van 21/12/2018
B.S. 28/12/2018
] [81Decr. van 21/12/2018
B.S. 28/12/2018

§ 4. Voor het begrotingsjaar 2019 wordt een extra werkingsbudget van 397.607 euro toegekend aan het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, voor het schooljaar 2018-2019. Deze middelen kunnen ook aangewend worden tijdens het schooljaar 2019-2020.

Het extra werkingsbudget per school is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal kleuters in de school op 1 februari 2018, met de G_Kl, waarbij:

G_Kl = het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, gedeeld door het totaal aantal kleuters in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs op 1 februari 2018.

Het extra werkingsbudget wordt aan de schoolbesturen uitbetaald uiterlijk op 31 maart 2019.

81Decr. van 21/12/2018
B.S. 28/12/2018
] 73Decr. van 22/12/2017
B.S. 29/12/2017
]

Onderafdeling E. - De investeringsmiddelen

Art. 88.

§ 1. [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] en de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs kunnen voor hun scholen een beroep doen op de door de Gemeenschap aan [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] of aan de [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Agion26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] toegekende investeringsmiddelen voor zover :

- hun scholen voldoen aan de subsidiërings- of financieringsvoorwaarden;

- de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding is aangetoond en er binnen een bepaalde gebiedsomschrijving geen bestaande gebouwen of voorzieningen beschikbaar zijn die geheel of gedeeltelijk door de Gemeenschap zijn gefinancierd of gesubsidieerd;

- de werken beantwoorden aan de vastgestelde fysische en financiële normen.

§ 2. De regering legt de fysische en financiële normen vast.

Art. 89.

De jaarlijks in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap ingeschreven vastleggingsmachtigingen bestemd voor investeringen in onroerend goed in het onderwijs worden over het gesubsidieerd vrij onderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gemeenschapsonderwijs verdeeld naar rato van de vervangingswaarde van de schoolgebouwen van elk hiervoor vermeld onderwijsnet. Hierbij wordt rekening gehouden met een dekkingsgraad van 100 % in het gefinancierd onderwijs. De dekkingsgraad is 70 % voor de scholen in het gesubsidieerd basisonderwijs.

Art. 90.

§ 1. Voor de toepassing van artikel 89 wordt per onderwijsnet de vervangingswaarde van de schoolgebouwen vastgesteld op basis van de volgende berekeningswijze :

benodigde oppervlakte x eenheidsprijs

afschrijvingstermijn

Per onderwijsnet is de benodigde oppervlakte gelijk aan de som van de produkten van de gemiddelde oppervlakte per onderwijsniveau en het aantal leerlingen in het overeenkomstig onderwijsniveau.

De gemiddelde oppervlakte per onderwijsniveau wordt berekend op basis van een voor alle netten gelijke oppervlakte per leerling, rekening houdend met de objectieve verschillen inzake schoolgrootte.

§ 2. Overeenkomstig de in § 1 bedoelde formule wordt de waarde van de parameters telkens voor een periode van vijf jaar vastgesteld.

De eenheidsprijs per vierkante meter ten bedrage van [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
641,42 euro23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
] en de afschrijvingsperiode, die vijftig jaar bedraagt, zijn voor alle netten en niveaus gelijk.

Onderafdeling F. - Speciale onderwijsleermiddelen

Art. 91.

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

§ 1. Regelmatige leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die gewoon gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs volgen, kunnen speciale onderwijsleermiddelen ter beschikking krijgen.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
§ 2.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] Indien deze speciale onderwijsleermiddelen, vermeld in paragraaf 1, de vorm aannemen van tolken Vlaamse Gebarentaal of schrijftolken, dan bepaalt de Vlaamse Regering :

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] de procedure voor de aanvraag en toekenning van de schrijftolken en tolken Vlaamse Gebarentaal bij het Agodi; het Agodi zal hiertoe eveneens een intern beroep voorzien;

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] de diplomavoorwaarden voor de tolken Vlaamse Gebarentaal en schrijftolken;

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] de te indexeren loonkost voor de tolken Vlaamse Gebarentaal en de loonkost voor de schrijftolken;

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
4° de definitie van de doelgroep.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
§ 3.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
Indien deze speciale onderwijsleermiddelen, vermeld in paragraaf 1, de vorm aannemen van tolken Vlaamse gebarentaal of schrijftolken, dan verleent de Vlaamse Regering voor de realisatie van deze tolkuren een subsidie aan een centraal tolkenbureau, die bestaat uit enerzijds werkingsmiddelen voor dit tolkenbureau en anderzijds lonen en verplaatsingskosten voor de tolken. 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
De Vlaamse Regering bepaalt de verdere voorwaarden voor de werking van dit tolkenbureau.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
§ 4.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] De procedure voor de aanvraag en toekenning en het intern beroep en de werking van het door de Vlaamse Regering te bepalen centraal tolkenbureau worden om de drie jaar geëvalueerd. De eerste evaluatie vindt plaats gedurende het schooljaar 2015-2016. Tijdens deze evaluatie wordt de betrokkenheid van de doelgroep verzekerd.

[65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
§ 5.65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] Indien deze speciale onderwijsleermiddelen een andere vorm aannemen dan hetgeen vermeld is onder paragraaf 2 tot en met [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
465Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] , dan bepaalt de Vlaamse Regering de procedure voor de aanvraag en de criteria voor toekenning van deze middelen.

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

Onderafdeling G. - Sociale voordelen en gezondheidstoezicht

Art. 92 t.e.m. 95.

[30Decr. van 30/11/2007
B.S. 11/02/2008
...30Decr. van 30/11/2007
B.S. 11/02/2008
]

HOOFDSTUK VIII. - [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Programmatie en rationalisatie van scholen14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

Art. 96.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de gefinancierde en gesubsidieerde scholen [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
...14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] .

Afdeling 1. - Vrije keuzeschool

Art. 97.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
Elke officiële school voor gewoon onderwijs kan de vrije keuze verzekeren indien zij begeleid wordt door een officieel CLB en indien de oudervereniging van de school aansluit bij het ondersteuningscentrum van ouderverenigingen van het officieel onderwijs.13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Art. 98.

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
...13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Art. 99.

Een vrije school voor gewoon onderwijs, gebaseerd op een godsdienst of levensbeschouwing, die op grond van artikel 25, § 1, 2° opgericht wordt om de vrije keuze te verzekeren, is een vrije keuzeschool indien ze erkend is door de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of levensbeschouwing.

Art. 100.

§ 1. Een vrije keuzeschool zoals bedoeld in [20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
de artikelen 97 en 9920Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
] voldoet aan de programmatienormen indien er [9Decr. van 20/10/2000
B.S. 16/12/2000
op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar 9Decr. van 20/10/2000
B.S. 16/12/2000
] zestien regelmatige leerlingen [13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
...13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
] zijn ingeschreven.

§ 2. Een vrije keuzeschool die voldoet aan § 1 kan een beroep doen op de door de Gemeenschap aan [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] of aan [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Agion37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] toegekende investeringsmiddelen.

§ 3. De directeur van een vrije keuzeschool die voldoet aan § 1 krijgt de weddeschaal van directeur toegekend.

§ 4. De norm bepaald in § 1 is de rationalisatienorm zolang de school vrije keuzeschool is en de bepaling van § 2 geldt zolang de school vrije keuzeschool blijft.

Art. 101.

§ 1. [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
In elke gefinancierde of gesubsidieerde school voor buitengewoon onderwijs die voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen kunnen per 1 september types van vrije keuze, met uitzondering van type 5, worden gefinancierd of gesubsidieerd indien het type binnen de provincie niet georganiseerd wordt in een school van dezelfde groep.57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

§ 2. [70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
De conform paragraaf 1 nieuw opgerichte types van vrije keuze moeten op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar voldoen aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen.70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
]

§ 3. Een volgens § 1 opgericht type kan niet tot een ander type omgevormd worden.

[57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

§ 4. In aanvulling op § 1 tot § 3 moet een schoolbestuur dat een nieuw type van vrije keuze wil oprichten een oprichtingsdossier indienen. Dit oprichtingsdossier moet ten minste voldoen aan onderstaande kwaliteitsvoorwaarden :

1° het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het indienen van het dossier na overleg binnen de schoolraad en na overleg of na onderhandeling in het lokaal comité;

2° de school moet beschikken over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen nodig voor het nieuwe type;

3° de reeds bestaande expertise of de inspanningen rond professionalisering van het team met betrekking tot het nieuwe type worden in het dossier weergegeven.

De regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld.

§ 5. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type van vrije keuze kan pas na een gunstige beslissing van de regering.

Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi.

In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van een type 9 van vrije keuze gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.

De regering neemt deze beslissing na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

Afdeling 2. - Programmatie

Onderafdeling A. - [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Programmatie van scholen26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 102.

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

§ 1. Buiten de gevallen zoals bedoeld in artikel 100, kan een nieuwe school voor gewoon basisonderwijs per 1 september in de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden, indien ze op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar de door de regering vastgelegde programmatienormen bereikt en gelegen is op een voldoende afstand van elke andere school of vestigingsplaats voor gewoon kleuter-, lager-, of basisonderwijs van dezelfde groep. Een nieuwe school is een school die opgericht wordt vanaf 1 september 2003.

In gemeenten met een bevolkingsdichtheid van vijfhonderd of minder inwoners per km² is de afstand drie kilometer, in gemeenten met een bevolkingsdichtheid van meer dan vijfhonderd inwoners per km² is de afstand twee kilometer.

§ 2. Voor een verdere financiering of subsidiëring moet de in programmatie zijnde school het tweede, derde [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
, vierde, vijfde en zesde26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] bestaansjaar telkens op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar de door de regering vastgelegde programmatienormen bereiken.

Indien dit niet het geval is, wordt de school met ingang van 1 september van hetzelfde schooljaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 3. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen worden de woorden "op de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "tijdens de maand september".

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 103.

§ 1. Een nieuwe school voor buitengewoon onderwijs kan per 1 september in de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden indien zij [20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
op de eerste schooldag van oktober20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
] van het oprichtingsjaar :

- ten minste twee types organiseert, type 5 uitgezonderd;

- voor elk type de door de regering vastgelegde programmatienormen bereikt;

- voor alle georganiseerde types samen de door de regering vastgelegde programmatienormen bereikt.

[20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005

§ 1bis. In afwijking van § 1 kan, indien er [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
binnen de provincie56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] nog geen school van die groep bestaat, één nieuwe school voor buitengewoon onderwijs per 1 september in de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden indien zij op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar de door de Vlaamse Regering vastgestelde programmatienorm bereikt.

20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
]

§ 2. Voor een verdere financiering of subsidiëring moet de nieuwe school het tweede en derde bestaansjaar telkens [9Decr. van 20/10/2000
B.S. 16/12/2000
op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar9Decr. van 20/10/2000
B.S. 16/12/2000
] de door de regering vastgelegde programmatienormen bereiken zowel voor de totale schoolbevolking als voor elk type afzonderlijk.

Indien dit niet het geval is wordt de school met ingang van 1 september van hetzelfde schooljaar niet gefinancierd of gesubsidieerd.

§ 3. In afwijking van § 1 kan aan een door de regering aangeduide medische instelling per 1 september één school voor type 5 in de financierings- of subsidieregeling opgenomen worden indien de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen gedurende de maand september van het oprichtingsjaar voldoet aan de door de regering vastgestelde programmatienormen.

Voor het type 5 wordt de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen gedurende de maand september van het tweede en derde bestaansjaar vergeleken met de programmatienorm.

Art. 104.

De directeur van de volgens de artikelen 102 en 103 gefinancierde of gesubsidieerde school krijgt vanaf 1 september van het oprichtingsjaar de weddeschaal van directeur.

Art. 105.

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
§ 1. De volgens artikelen 102 of 103 gefinancierde of gesubsidieerde scholen kunnen na het derde bestaansjaar een beroep doen op de door de Gemeenschap aan het Gemeenschapsonderwijs of aan de [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Agion26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] toegekende investeringsmiddelen.14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
§ 2.4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
] In afwijking van § 1, kan een nieuwe gefinancierde of gesubsidieerde school die voorheen vestigingsplaats was, vanaf het oprichtingsjaar een beroep doen op de door de Gemeenschap aan [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] of aan de [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Agion26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] toegekende investeringsmiddelen.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

Art. 105bis.

Bij het vastleggen van de verschillende programmatienormen neemt de regering de volgende principes in acht :

1° de programmatienormen zijn verschillend naargelang de bevolkingsdichtheid van de gemeenten;

2° a) voor het gewoon basisonderwijs worden programmatienormen vastgelegd voor de eerste zes bestaansjaren;

b) voor het buitengewoon basisonderwijs worden programmatienormen vastgelegd voor de eerste drie bestaansjaren;

3° a) de programmatienormen voor het gewoon basisonderwijs liggen tussen 25 en 165 leerlingen;

b) de programmatienormen voor het buitengewoon basisonderwijs liggen tussen 5 en 180 leerlingen.

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Onderafdeling B. - Fusies en herstructureringen

Art. 106.

Elke school kan vanaf het [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
tweede14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] schooljaar dat ze opgenomen is in de financierings- of subsidieregeling met één of meer andere scholen gefusioneerd worden.

Een fusie van scholen heeft uitwerking op 1 september. De school door fusie ontstaan wordt niet als een nieuwe oprichting beschouwd. De programmatienormen zijn niet van toepassing.

Art. 107.

Schoolbesturen kunnen hun scholen herstructureren vanaf het [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
tweede14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] schooljaar dat ze opgenomen zijn in de financierings- of subsidieregeling. [1Decr. van 15/07/1997
B.S. 21/08/1997
Zij kunnen hun scholen overhevelen naar een ander schoolbestuur.1Decr. van 15/07/1997
B.S. 21/08/1997
]

Een herstructurering heeft uitwerking op 1 september. [1Decr. van 15/07/1997
B.S. 21/08/1997
De overheveling van een school naar een ander schoolbestuur heeft ten aanzien van [54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming54Decr. van 21/12/2012
B.S. 19/02/2013
] uitwerking op 1 september.1Decr. van 15/07/1997
B.S. 21/08/1997
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
...14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

Art. 108.

Wegens uitzonderlijke redenen van tijdelijke aard [63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
kunnen leerlingen, [75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
conform artikel 63, § 2,75Decr. van 23/03/2018
B.S. 16/04/2018
] , tijdelijk buiten de bestaande vestigingsplaats ondergebracht worden63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
] . De programmatienormen [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
en rationalisatienormen23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
] zijn hier niet van toepassing.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Afdeling 2bis - Oprichten van vestigingsplaatsen, niveaus of types26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Onderafdeling A - Oprichten van vestigingsplaatsen26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 108bis.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1. Elke school voor gewoon kleuter-, lager-, of basisonderwijs die op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen, mag één of meer vestigingsplaatsen oprichten. Daartoe moeten de school en al haar reeds bestaande vestigingsplaatsen en niveaus op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken en moeten de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken.

§ 2. In afwijking van § 1 kan een school voor gewoon basisonderwijs in programmatie, vanaf het tweede jaar dat ze opgenomen is in de financierings- of subsidieregeling, één of meer vestigingsplaats(en) oprichten. In voorkomend geval gelden de programmatienormen.

§ 3. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen worden de woorden "op de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "tijdens de maand september" en worden de woorden "op de eerste schooldag van februari" gelezen als de woorden "tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

Art. 109.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1. Elke school voor buitengewoon basisonderwijs die op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen, mag binnen een afstand van minder dan twee kilometer van de administratieve vestigingsplaats één of meer vestigingsplaats(en) oprichten.

§ 2. Elke school voor buitengewoon basisonderwijs die op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen, mag op een afstand van twee kilometer en meer van de administratieve vestigingsplaats één of meer vestigingsplaats(en) oprichten. Daartoe moeten de school al haar reeds bestaande types in scholen en al haar reeds bestaande types in vestigingsplaatsen op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken en moeten de types in de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken.

§ 3. In afwijking van § 1 en § 2 kan een school voor buitengewoon basisonderwijs in programmatie vanaf het tweede jaar, dat ze opgenomen is in de financierings- of subsidieregeling één of meer vestigingsplaats(en) oprichten. In voorkomend geval gelden de programmatienormen.

§ 4. Onverminderd de bepalingen in § 1, § 2 en § 3 kan een school voor type 5 pas een nieuwe vestigingsplaats oprichten na goedkeuring door de regering.

§ 5. Voor de toepassing van dit artikel op een school voor type 5 worden de woorden "op de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "tijdens de maand september" en worden de woorden "op de eerste schooldag van februari" gelezen als de woorden "tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Onderafdeling B - Oprichten van een niveau 26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 110.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1. Elke gefinancierde of gesubsidieerde school of vestigingsplaats die alleen gewoon lager onderwijs of alleen gewoon kleuteronderwijs organiseert, kan gefinancierde of gesubsidieerde basisschool of vestigingsplaats basisonderwijs worden. Daartoe moeten de school en elke vestigingsplaats of niveau van de school op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van het nieuwe niveau de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken en moet het nieuw opgerichte niveau de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken.

§ 2. Elke gefinancierde of gesubsidieerde school die alleen buitengewoon lager onderwijs organiseert of alleen buitengewoon kleuteronderwijs organiseert, kan voor de door haar georganiseerde types basisschool worden. Daartoe moeten de school en elk type in de school en elk type in de vestigingsplaatsen van de school op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van het nieuwe niveau de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken.

§ 3. In afwijking van § 2 kan een school voor buitengewoon basisonderwijs in programmatie vanaf het tweede jaar, dat ze opgenomen is in de financierings- of subsidieregeling een niveau oprichten. In voorkomend geval gelden de programmatienormen.

§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden "op de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "tijdens de maand september".

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Onderafdeling C - Oprichten van een type26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 111.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1. Met uitzondering van de scholen voor type 5, kan een school voor buitengewoon onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm, per 1 september een nieuw type oprichten, met uitzondering van type 5, op voorwaarde dat :

1° de school als geheel op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen;

2° het opgerichte type op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienorm.

§ 2. In afwijking van § 1 kan een school voor buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van de scholen voor type 5, in programmatie vanaf het tweede jaar, dat ze opgenomen is in de financierings- of subsidieregeling één of meer types, met uitzondering van type 5, oprichten op voorwaarde dat de school het voorgaande schooljaar voldeed aan de door de regering vastgelegde programmatienormen. In dat geval zijn de programmatienormen van toepassing.

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014

§ 3. In aanvulling op § 1 en § 2 moet een schoolbestuur dat een nieuw type wil oprichten een oprichtingsdossier indienen. Dit oprichtingsdossier moet ten minste voldoen aan onderstaande kwaliteitsvoorwaarden :

1° het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het indienen van het dossier na overleg binnen de schoolraad en na overleg of na onderhandeling in het lokaal comité;

2° het dossier bevat een omgevingsanalyse die de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid van het programmatievoorstel motiveert. Bij de omgevingsanalyse wordt, waar dit voor de betrokken schoolpopulatie relevant is, de link met eventuele aangepaste begeleidingsmogelijkheden, met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmoge- lijkheden voor kinderen met bijkomende zorgbehoeften, expliciet behandeld;

3° de school moet beschikken over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen nodig voor het nieuwe type;

4° de reeds bestaande expertise of de inspanningen rond professionalisering van het team met betrekking tot het nieuwe type worden in het dossier weergegeven.

De regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld.

§ 4. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering.

Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt.

In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014.

De regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.

§ 5. De scholen voor buitengewoon basisonderwijs die tijdens het schooljaar 2014-2015 een aanbod type 1 of type 8 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 10, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering.

[63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering.63Decr. van 19/06/2015
B.S. 21/08/2015
]

57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
Onderafdeling D - Oprichten van een type door omvorming 26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 112.

§ 1. Met uitzondering van scholen voor type 5, kan elke gefinancierde of gesubsidieerde school voor buitengewoon onderwijs die voldoet aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen per 1 september een bestaand type dat aan de door de regering vastgelegde rationalisatienorm voldoet, geleidelijk, jaar na jaar, omvormen tot een ander type, het type 5 uitgezonderd, op voorwaarde dat :

- het type dat wordt omgevormd jaar na jaar wordt opgeheven in alle vestigingsplaatsen van de school;

- het nieuwe type [9Decr. van 20/10/2000
B.S. 16/12/2000
op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar9Decr. van 20/10/2000
B.S. 16/12/2000
] van het schooljaar waarin de omvorming wordt aangevat, de door de regering vastgelegde [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
rationalisatienorm26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] bereikt.

§ 2. Tijdens de periode van omvorming kunnen er in het type dat opgeheven wordt, geen nieuwe leerlingen ingeschreven worden.

§ 3. De leerlingen van het type dat opgeheven wordt, komen niet in aanmerking voor de berekening van de door de regering vastgelegde rationalisatienormen.

§ 4. De omvorming van een bestaand type van buitengewoon onderwijs moet doorgevoerd worden in alle vestigingsplaatsen van de school waar dit type georganiseerd wordt.

§ 5. Er kan maar één type tegelijkertijd omgevormd worden.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 6. In een school kunnen, gedurende de programmatieperiode geen types omgevormd worden.

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 112bis.

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
...79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

Onderafdeling G. - Programmatienormen

Art. 113.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
...26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Afdeling 3. - Rationalisatie

Onderafdeling A. - Algemeen

Art. 114.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

§ 1. De teldag voor de rationalisatie is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.

§ 2. In afwijking van § 1 is de teldag voor het behalen van de rationalisatienormen voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering of voor scholen die door een beslissing van de regering moeten afbouwen, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. In het geval van een herstructurering geldt deze teldag voor het schooljaar van de herstructurering, in het geval van afbouw geldt deze teldag voor de duur van de afbouw.

§ 3. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 wordt het woord "teldag" telkens gelezen als het woord "telperiode" en worden de woorden "eerste schooldag van februari" telkens gelezen als de woorden "periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".

Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden "de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "de maand september".

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 115.

[42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010

§ 1. Scholen, vestigingsplaatsen, niveaus of types die op de teldag, zoals bepaald in artikel 114, § 1, niet aan de voor hen geldende rationalisatienormen of behoudsnormen voldoen, blijven gesubsidieerd of gefinancierd als op de vorige [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
, of [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] de daaraanvoorafgaande,79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] teldag de volgende voorwaarden vervuld waren :

1° de school in haar geheel voldeed aan de rationalisatienormen of behoudsnormen;

2° elke vestigingsplaats, elk niveau, elk type van de school en elk type van de vestigingsplaatsen voldeden aan de voor hen geldende rationalisatienormen of behoudsnormen.

§ 2. Scholen, vestigingsplaatsen, niveaus of types die op de teldag, zoals bepaald in artikel 114, § 2, niet aan de voor hen geldende rationalisatienormen of behoudsnormen voldoen blijven gesubsidieerd of gefinancierd als op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
, of [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] de daaraanvoorafgaande teldag,79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] de volgende voorwaarden vervuld waren :

1° de school in haar geheel voldeed aan de rationalisatienormen of behoudsnormen;

2° elke vestigingsplaats, elk niveau, elk type van de school en elk type van de vestigingsplaatsen [79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
, die tijdens het lopende schooljaar nog deel uitmaken van de school,79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
] voldeden aan de voor hen geldende rationalisatienormen of behoudsnormen.

42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
]

Onderafdeling B. - Behoud in het buitengewoon onderwijs

Art. 116.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007

In afwijking van de rationalisatienormen kan een gefinancierde of gesubsidieerde school voor buitengewoon onderwijs die twee of meer types organiseert, deze types behouden, wanneer de school als geheel op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar de door de regering vastgestelde rationalisatienormen bereikt en elk type afzonderlijk op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar de door de regering vastgelegde behoudsnorm bereikt.

Types die door de regering vastgelegde behoudsnormen niet bereiken, worden met ingang van 1 september van het daaropvolgende schooljaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.

26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 117.

In afwijking van de rationalisatienormen kan elke gefinancierde of gesubsidieerde school voor buitengewoon onderwijs die tegelijk de types 2 en 4 organiseert, gefinancierd of gesubsidieerd blijven indien zij op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar de door de regering vastgelegde behoudsnormen bereikt.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
...26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 118.

§ 1. In afwijking van de rationalisatienormen kunnen gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor type 5, waar twee taalafdelingen gefinancierd of gesubsidieerd worden of waar de onderwijstaal niet deze is van het taalgebied, gefinancierd of gesubsidieerd blijven als zij op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar de door de regering vastgelegde behoudsnormen bereikt.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
...26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

§ 2. De bepalingen van artikel 120, § 5 zijn niet van toepassing op de in onderhavig artikel bedoelde scholen.

Art. 119.

Indien voor een bepaald type in een bepaalde provincie, per groep geen enkele school de rationalisatienorm bereikt, kan, behalve voor type 5, in afwijking op die norm één school van deze groep in die provincie dat type behouden.

Onderafdeling C. - Rationalisatienormen

Art. 120.

§ 1. Voor het gewoon basisonderwijs legt de regering vier categorieën van rationalisatienormen vast :

1° de rationalisatienormen voor scholen;

2° de rationalisatienormen voor vestigingsplaatsen;

3° de rationalisatienormen voor geïsoleerde scholen;

4° de rationalisatienormen voor geïsoleerde vestigingsplaatsen.

§ 2. Een geïsoleerde school is een school voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs waarvan elke vestigingsplaats op een bepaalde afstand gelegen is van elke andere school voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs of vestigingsplaats van een andere school voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs van dezelfde groep [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
en van hetzelfde taalstelsel26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] waar onderwijs van hetzelfde niveau gegeven wordt.

In gemeenten met een bevolkingsdichtheid van vijfhonderd of minder inwoners per km2 is de afstand 3 kilometer, in gemeenten met een bevolkingsdichtheid van meer dan vijfhonderd inwoners per km2 is de afstand twee kilometer.

De geïsoleerde school blijft geïsoleerd als er op basis van de vrije keuze een school wordt opgericht binnen een straal van drie kilometer, respectievelijk 2 kilometer.

§ 3. Een geïsoleerde vestigingsplaats is een vestigings-plaats voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs of basisonderwijs die op ten minste 2 kilometer gelegen is van elke andere vestigingsplaats voor gewoon kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs van dezelfde groep [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
en van hetzelfde taalstelsel26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] waar onderwijs op hetzelfde niveau gegeven wordt.

Deze vestigingsplaats blijft geïsoleerd als er op basis van de vrije keuze een school binnen een straal van twee kilometer wordt opgericht.

§ 4. Binnen elke van de in § 1 opgesomde categorieën worden afzonderlijke rationalisatienormen vastgelegd per niveau en liggen de rationalisatienormen het laagst voor vestigingsplaatsen en scholen in gemeenten met een bevolkingsdichtheid van minder dan vijfenzeventig inwoners per km² en het hoogst voor vestigingsplaatsen en scholen in gemeenten met meer dan vijfhonderd inwoners per km².

§ 5. De programmatienormen en rationalisatienormen voor scholen en vestigingsplaatsen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zijn die van de geïsoleerde scholen en vestigingsplaatsen in gemeenten met minder dan vijfenzeventig inwoners per km².

§ 6. Voor de programmatienormen en rationalisatienormen worden alle scholen verbonden aan kinderopvangcentra georganiseerd of erkend door Kind en Gezin en alle scholen, rechtstreeks verbonden aan internaten voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben, geacht gelegen te zijn in een gemeente met minder dan vijfenzeventig inwoners per km2.

Art. 121.

§ 1. Voor het buitengewoon basisonderwijs legt de regering drie categorieën van rationalisatienormen en behoudsnormen vast :

1° de rationalisatienormen en behoudsnormen voor vestigingsplaatsen;

2° de rationalisatienormen en behoudsnormen voor scholen;

3° de rationalisatienormen en behoudsnormen voor scholen en vestigingsplaatsen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

§ 2. Binnen elke categorie worden er afzonderlijke rationalisatienormen vastgelegd per type en liggen de rationalisatienormen het laagst voor vestigingsplaatsen en scholen in gemeenten met een bevolkingsdichtheid van minder dan vijfenzeventig inwoners per km² en het hoogst voor vestigingsplaatsen en scholen in gemeenten met [4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
vijfenzeventig en meer4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
] inwoners per km².

Afdeling 4. - Telling

Art. 122 en 123.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
...26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

Art. 124.

Bij het tellen van de leerlingen gelden volgende principes :

1° in scholen met twee taalafdelingen worden de leerlingen van beide taalafdelingen samengeteld voor het behoud van de financiering of subsidiëring van de school.

De leerlingen van elke taalafdeling worden afzonderlijk geteld voor het behoud van de financiering of subsidiëring van de afdeling;

2° in scholen met verscheidene vestigingsplaatsen [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
, de scholen voor buitengewoon onderwijs van het type 5 uitgezonderd,33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] worden de leerlingen van elke vestigingsplaats afzonderlijk geteld voor de rationalisatienorm van de vestigingsplaats. Voor het buitengewoon onderwijs geldt dit alleen voor de vestigingsplaatsen die op twee kilometer of meer van de administratieve vestigingsplaats gelegen zijn.

Voor de rationalisatienorm van de school worden de leerlingen van alle vestigingsplaatsen samengeteld;

3° in scholen met verschillende onderwijsniveaus worden voor het gewoon basisonderwijs de leerlingen van elk niveau afzonderlijk geteld; voor het buitengewoon basisonderwijs worden per type de leerlingen van kleuter- en lager onderwijs samengeteld;

4° de voor de telling in aanmerking te nemen leerlingen zijn de regelmatige leerlingen die op de teldag zijn ingeschreven;

5° in afwijking van 4° wordt voor de scholen van type 5 [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
en voor een CKG-school26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] het gemiddelde van de tijdens de tellingsperiode ingeschreven regelmatige leerlingen berekend.

Afdeling 5. - Afwijkingen

Art. 125.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
...26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
HOOFDSTUK VIIIbis . - Scholengemeenschappen14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Afdeling 1. - Algemene bepaling 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125bis.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gefinancierd en gesubsidieerd basisonderwijs.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125ter.

Een scholengemeenschap is een vrijwillig tot stand gebracht samenwerkingsverband tussen scholen, dat ten minste de bevoegdheden bedoeld in afdeling 4 uitoefent.

Een scholengemeenschap stelt zich tot doel :

1° het verhogen van het draagvlak van de betrokken scholen;

2° een efficiënter gebruik van de beschikbare middelen en een beter management.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Afdeling 2. - Oprichting14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125quater.

Het schoolbestuur beslist over de toetreding van zijn scho(o)l(en) tot een scholengemeenschap.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125quinquies.

[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[ (tot 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014

§ 1. Een scholengemeenschap wordt opgericht :

1° bij beslissing als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van hetzelfde schoolbestuur;

2° bij overeenkomst als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van verschillende schoolbesturen.

De beslissing of de overeenkomst regelt de organisatie en de werking van de scholengemeenschap.

§ 2. Op 1 september 2014 treedt de beslissing of overeenkomst in werking voor een periode van zes schooljaren. De beslissing of overeenkomst eindigt op 31 augustus 2020.

§ 3. In afwijking van paragraaf 2 eindigen de overeenkomsten of beslissingen die in werking treden in de loop van de zesjaarlijkse periode, vermeld in paragraaf 2, op 31 augustus 2020.

§ 4. Tijdens de voormelde periode kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.

Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen :

1° indien de scholengemeenschap minder dan negenhonderd gewogen regelmatige leerlingen telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;

2° indien de school overgenomen wordt door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt;

3° indien de school behoort tot een schoolbestuur met bepaalde kenmerken en voor zover de uitstap plaatsvindt op 1 september [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
..65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] [78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
...78Decr. van 15/06/2018
B.S. 17/08/2018
] 2019. In voorkomend geval genereert desbetreffende school extra middelen voor het betrokken schoolbestuur. De Vlaamse Regering bepaalt :

a) aan welke kenmerken een desbetreffend schoolbestuur moet voldoen, met dien verstande dat een dergelijk schoolbestuur niet tot een scholengemeenschap kan behoren;

b) de vorm, de wijze van berekening, de toekenning en de aanwending van die extra middelen, met dien verstande dat de berekening ervan op lineaire basis gebeurt;

c) de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van die middelen, voor zover ze de personeelsomkadering betreffen, betrekkingen kunnen worden ingericht en hoe de omrekening naar gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen gebeurt.

Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.

§ 5. De beslissing of overeenkomst wordt voor 15 juni voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding bezorgd aan AgODi.

59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]
] [ (vanaf 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

§ 1. Een scholengemeenschap wordt opgericht:

1° bij beslissing als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van hetzelfde schoolbestuur;

2° bij overeenkomst als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van verschillende schoolbesturen.

De beslissing of de overeenkomst regelt de organisatie en de werking van de scholengemeenschap.

§ 2. Vanaf 1 september 2020 treedt de beslissing of overeenkomst in werking op 1 september en geldt ze telkens voor een periode van zes schooljaren.§ 2. Vanaf 1 september 2020 treedt de beslissing of overeenkomst in werking op 1 september en geldt ze telkens voor een periode van zes schooljaren.

Elke volgende periode van zes schooljaren start zes jaar of een veelvoud van zes jaar na 1 september 2020.

De beslissing of overeenkomst wordt telkens van rechtswege voor dezelfde periode verlengd als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:

1° de scholengemeenschap beantwoordt nog aan de criteria om scholengemeenschappen te vormen;

2° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;

3° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;

4° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 mei voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.

Scholengemeenschappen die op 31 augustus 2020 bestaan, kunnen op 1 september 2020 onder de voorwaarden van het derde lid van rechtswege worden verlengd voor een periode van zes schooljaren.

§ 3. In afwijking van paragraaf 2 eindigen de overeenkomsten of beslissingen, vermeld in paragraaf 1, die in werking treden in de loop van een periode van zes schooljaren als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, op het einde van de zes schooljaren in kwestie.

§ 4. Tijdens de periode, vermeld in paragraaf 2, kan de beslissing of overeenkomst over de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.

Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen:

1° de scholengemeenschap telt minder dan 900 gewogen regelmatige leerlingen als vermeld in artikel 125septies, op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;

2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.

Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.

§ 5. Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap wordt, voor 15 juni van het schooljaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid. Ook een verlenging van rechtswege wordt uiterlijk op voormelde datum aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid.

] 86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Afdeling 3. - Criteria voor het vormen van scholengemeenschappen14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125sexies.

§ 1. Een scholengemeenschap omvat meerdere scholen basisonderwijs die al dan niet behoren tot eenzelfde schoolbestuur en/of eenzelfde onderwijsnet, met dien verstande dat een scholengemeenschap zowel het niveau kleuter- én lager onderwijs omvat.

§ 2. In afwijking van § 1 kan een scholengemeenschap één of meerdere vestigingsplaatsen bevatten van scholen waaraan de regering op basis van artikel 62, 4°, een afwijking toegekend heeft.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125septies.

§ 1. Elke scholengemeenschap bevat zowel kleuter- als lager onderwijs en telt op de eerste schooldag van februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de scholengemeenschap ten minste 900 gewogen leerlingen.

§ 2. Bij het tellen van de leerlingen gelden de volgende regels :

1° alleen de regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar worden geteld;

2° in afwijking van 1° worden voor de basisscholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning en scholen voor type 5 de leerlingen geteld op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari;

3° elke leerling telt voor één teleenheid. De regering kan hierop een afwijking toekennen op basis van de bevolkingsdichtheid van de gemeenten en op basis van de inschrijving en het buitengewoon basisonderwijs;

4° het aantal gewogen leerlingen per scholengemeenschap is gelijk aan de som van het aantal gewogen leerlingen per school.

§ 3. [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[ (tot 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
De telling voor het voldoen aan de norm van scholengemeenschap geldt voor een periode van zes schooljaren.] [ (vanaf 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

De telling om na te gaan of er voldaan wordt aan de norm van scholengemeenschap, geldt voor een periode van zes schooljaren.

Voor scholengemeenschappen die opgericht worden in de loop van een periode van zes schooljaren, geldt de norm tot op het einde van de zes schooljaren in kwestie.

] 86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

[45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011

§ 3bis. [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
...65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
]

§ 4. [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
...65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
]

§ 5. [86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[ (tot 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
In afwijking van paragraaf 3 geldt de telling voor het voldoen aan de norm van de scholengemeenschap voor overeenkomsten of beslissingen die in werking treden in de loop van de periode van zes schooljaren zoals bedoeld in artikel 125quinquies, § 3, tot op 31 augustus 2020.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]
] [ (vanaf 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
...] 86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125octies.

§ 1. Elke scholengemeenschap is gelegen binnen maximaal [20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
vijf20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
] aangrenzende onderwijszones. Met onderwijszones worden bedoeld, één van de 44 onderwijszones die zijn vastgelegd in de bijlage gevoegd bij [44Decr. van 17/12/2010
B.S. 24/06/2011
de coördinatie betreffende het secundair onderwijs44Decr. van 17/12/2010
B.S. 24/06/2011
] .

§ 2. Indien de scholen van eenzelfde groep binnen de grenzen van een provincie [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
of binnen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] de norm van 900 leerlingen niet bereiken, dan kunnen in afwijking van § 1 scholengemeenschappen gevormd worden over méér dan [20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
vijf20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
] aangrenzende zones.

[20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005

§ 3. Het schoolbestuur van een school met meerdere vestigingsplaatsen die gelegen zijn in verschillende zones bepaalt tot welke zone de volledige school behoort.

20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005

Art. 125octies 1.

§ 1. Een scholengemeenschap behoort tot één van de volgende contingenten :

1° categorie 1 :gemeenschapsonderwijs : maximum 44 scholengemeenschappen;

2° categorie 2 : gesubsidieerd officieel onderwijs : maximum 95 scholengemeenschappen;

3° categorie 3 : gesubsidieerd vrij confessioneel onderwijs : maximum 248 scholengemeenschappen;

4° categorie 4 : gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs : maximum 5 scholengemeenschappen.

§ 2. Een scholengemeenschap bestaande uit scholen die behoren tot verschillende categorieën bedoeld in § 1, wordt verrekend op het contingent van die categorie waartoe de meeste scholen van de scholengemeenschap behoren.

Is het aantal scholen uit de verschillende categorieën evenwel gelijk, dan wordt door de Raad voor het Gemeenschapsonderwijs en/of de betrokken representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, naargelang van het geval, bepaald op welk contingent de scholengemeenschap wordt verrekend.

§ 3. De Raad voor het Gemeenschapsonderwijs of de betrokken representatieve vereniging van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, naargelang van het geval, beslist welke voorgestelde scholengemeenschappen niet kunnen worden gevormd indien het vastgestelde contingent in de betrokken categorie wordt overschreden.

20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Afdeling 4. - Bevoegdheden van de scholengemeenschap14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125novies.

§ 1. Volgende bevoegdheden worden op het niveau van de scholengemeenschap uitgeoefend. De scholengemeenschap :

1° maakt afspraken over de aanwending van de puntenenveloppe toegekend aan de scholengemeenschap zoals bepaald in artikel 125duodecies;

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

1°bis maakt afspraken over het zorgbeleid in de scholen van de scholengemeenschap;

1°ter maakt afspraken over de aanwending van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend aan de scholengemeenschap zoals bepaald in artikel 125duodecies1;

1°quater duidt een personeelslid aangesteld in het ambt van zorgcoördinator aan als aanspreekpunt, voor de overheid, voor de kleuterparticipatie binnen de scholengemeenschap;

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

2° maakt afspraken over de aanwending van de punten beleids- en ondersteunend personeel die op het niveau van de scholengemeenschap kunnen worden samengelegd;

3° maakt afspraken over de wijze waarop de puntenenveloppe voor ICT aangewend wordt binnen de scholengemeenschap;

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
3°bis [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
...33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] 26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

4° maakt afspraken over de wijze waarop de school voor buitengewoon basisonderwijs haar deskundigheid ter beschikking stelt voorzover er een school voor buitengewoon onderwijs deel uitmaakt van de scholengemeenschap;

5° maakt afspraken over het sluiten van een samenwerkingsakkoord met één of meer scholen voor gewoon en/of buitengewoon basisonderwijs die niet tot de scholengemeenschap behoren; met een scholengemeenschap basisonderwijs of secundair onderwijs; met één of meer instellingen voor secundair onderwijs, deeltijdskunstonderwijs en/of volwassenenonderwijs.

Deze bepaling geldt niet voor samenwerkingsovereenkomsten die afgesloten zijn vooraleer de scholengemeenschap gevormd is;

6° maakt afspraken over het opnemen van bijkomende scholen in de scholengemeenschap;

7° [28Decr. van 13/07/2007
B.S. 31/08/2007
maakt algemene afspraken inzake functiebeschrijvingen en evaluaties;28Decr. van 13/07/2007
B.S. 31/08/2007
]

[24Decr. van 15/12/2006
B.S. 06/02/2007
8° [45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
maakt algemene afspraken over de interne afstemming van het personeelsbeleid binnen de scholengemeenschap;45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
] 24Decr. van 15/12/2006
B.S. 06/02/2007
] [83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
en over de aanvangsbegeleiding van personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur;83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
]

§ 2. Het schoolbestuur/de schoolbesturen kan/kunnen de beslissingsbevoegdheid inzake de in § 1 bedoelde aangelegenheden overdragen naar het niveau van de scholengemeenschap.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125decies.

De scholengemeenschap kan het initiatief nemen om afspraken te maken omtrent de volgende aangelegenheden :

1° de overdracht van lestijden en uren uit het urenpakket;

2° [42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
de inhoud en de toepassing van de engagementsverklaring vermeld in artikel 37;42Decr. van 09/07/2010
B.S. 31/08/2010
]

3° de overdracht van punten zorg naar andere scholengemeenschappen teneinde speciale projecten met betrekking tot zorg mogelijk te maken zoals bedoeld in artikel [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
17233Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] . Deze overdrachten zijn enkel mogelijk naar scholengemeenschappen die binnen dezelfde zone(s) of aangrenzende zone(s) liggen;

4° [45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
...45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
]

5° het gebruik van de infrastructuur;

6° de overdracht naar een andere scholengemeenschap van punten voor het voeren van een zorgbeleid verkregen op basis van artikel 125duodecies1, § 1, op voorwaarde dat een school op basis van artikel [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
[86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[ (tot 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
125quinquies, § 4, 1° en 2°,] [ (vanaf 01/09/2020)Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
artikel 125quinquies, § 4, tweede lid, 1° en 2°, ] 86Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] 65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] de scholengemeenschap verlaat en toetreedt tot de scholengemeenschap naar waar de punten voor het voeren van een zorgbeleid worden overgedragen.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125undecies.

Schoolbesturen kunnen aan de scholengemeenschap bijkomende bevoegdheden toewijzen, tenzij dit krachtens een wet, een bijzonder decreet of een decreet wordt verboden. De bijkomend toegewezen bevoegdheden worden opgenomen in de beslissing of overeenkomst.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
Afdeling 5. - Voordelen voor de scholengemeenschap14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125duodecies.

[20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005

§ 1. De scholengemeenschap ontvangt jaarlijks een door de Vlaamse Regering vastgelegde puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking.

§ 2. Bij het tellen van de leerlingen voor de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking gelden de volgende regels :

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
1° scholen die op basis van artikel 125quinquies een nieuwe scholengemeenschap vormen, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de scholengemeenschap, voor de berekening van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van die scholengemeenschap op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap geen deel uitmaakte van een andere scholengemeenschap [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
en op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsdieringsregeling59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] ;37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

1°bis alleen de regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar worden geteld. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Bij de start van een nieuwe zesjaarlijkse periode voor scholengemeenschappen zoals bepaald in artikel 125quinquies, worden de scholen, die bij de start van de scholengemeenschap op 1 september deel uitmaken van de scholengemeenschap, geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

2° in afwijking van 1° worden voor de basisscholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning en scholen voor type 5 de leerlingen geteld op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari;

3° elke leerling telt voor één teleenheid. De Vlaamse Regering kan hierop afwijking toekennen op basis van de bevolkingsdichtheid van de gemeente en op basis van de inschrijving in het buitengewoon basisonderwijs;

4° het aantal gewogen leerlingen per scholengemeenschap is gelijk aan de som van het aantal gewogen leerlingen per school.

§ 3. In afwijking van § 1 behoudt de scholengemeenschap die op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar minder dan 900 gewogen regelmatige leerlingen telt, gedurende maximaal twee opeenvolgende schooljaren, het recht op een puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap. De puntenenveloppe is deze voor scholengemeenschappen met 900 gewogen regelmatige leerlingen.

20Decr. van 15/07/2005
B.S. 16/09/2005
]

[23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
§ 4. Scholengemeenschappen, waar scholen van het gemeenschapsonderwijs deel van uitmaken, kunnen de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking aanwenden om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur in de scholengroep, waar één of meerdere scholen van de scholengemeenschap deel van uit maken, school- of klasvrij te maken.23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013

§ 5. De betrekkingen die worden ingericht op basis van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.

56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125duodecies 1.

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

§ 1. De scholengemeenschap ontvangt jaarlijks een door de regering vastgelegde puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid. Deze puntenenveloppe kan enkel voor dit doel, zoals omschreven in artikel 153septies, aangewend worden.

Bij het vastleggen van de berekeningswijze van deze puntenenveloppe neemt de regering volgende principes in acht :

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

1° Scholen die, op basis van artikel 125quinquies, [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
...59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
] toetreden tot een al bestaande scholengemeenschap, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, voor de berekening van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid van de scholengemeenschap, op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de toetreding tot de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling en geen deel uitmaakte van een andere scholengemeenschap.

Scholen die op basis van artikel [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
125quinquies, § 4,65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] toetreden tot een al bestaande scholengemeenschap, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, voor de berekening van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid van die scholengemeenschap op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de toetreding tot de scholengemeenschap deel uitmaakte van een scholengemeenschap die op 31 augustus van het schooljaar voor de toetreding van de school tot haar nieuwe scholengemeenschap ophoudt te bestaan.

Scholen die op basis van artikel 125quinquies een nieuwe scholengemeenschap vormen, worden geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de scholengemeenschap, voor de berekening van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid van die scholengemeenschap op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap geen deel uitmaakte van een andere scholengemeenschap; [45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
en op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling.45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
]

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

1°bis elke scholengemeenschap ontvangt per school voor gewoon basisonderwijs dat de scholengemeenschap telt op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar een sokkel aan punten. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Bij de start van een nieuwe zesjaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, zoals bepaald in artikel 125quinquies, worden de scholen, die bij de start van de scholengemeenschap op 1 september deel uitmaken van de scholengemeenschap, geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling.59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

2° de overige punten worden lineair toegekend op basis van de leerlingenaantallen in het gewoon basisonderwijs en het aantal kleuters in het buitengewoon basisonderwijs binnen de scholengemeenschap.

Voor de lineaire toekenning wordt er een puntengewicht vastgelegd voor :

a) kleuters in het gewoon basisonderwijs;

b) kleuters in het buitengewoon basisonderwijs;

c) leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs.

§ 2. Bij het tellen van de leerlingen voor deze puntenenveloppe gelden de volgende regels :

1° in het gewoon basisonderwijs worden alleen de regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar geteld. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Bij de start van een nieuwe zesjaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, zoals bepaald in artikel 125quinquies, worden de scholen, die bij de start van de scholengemeenschap op 1 september deel uitmaken van de scholengemeenschap, geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

2° in afwijking van 1° worden voor de CKG-scholen de leerlingen geteld op basis van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari;

3° in het buitengewoon basisonderwijs worden alleen de regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar geteld. [59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
Bij de start van een nieuwe zesjaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, zoals bepaald in artikel 125quinquies, worden de scholen, die bij de start van de scholengemeenschap op 1 september deel uitmaken van de scholengemeenschap, geacht deel uit te maken van de scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, op voorwaarde dat de school het schooljaar voor de start van de scholengemeenschap opgenomen was in de financierings- of subsidiëringsregeling;59Decr. van 25/04/2014
B.S. 25/09/2014
]

4° in afwijking van punt 3°, worden in de scholen voor type 5 de kleuters geteld op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari.

§ 3. Maximaal 10 % van de puntenenveloppe kan aangewend worden voor het aanstellen van personeelsleden die een beleidsondersteunende functie, in het kader van het zorgbeleid zoals omschreven in artikel 153septies, uitoefenen ten behoeve van de scholengemeenschap. Van dit percentage kan na akkoord in het bevoegd lokaal comité worden afgeweken.

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
De betrekkingen die worden ingericht op basis van de overeenkomstig deze paragraaf aangewende punten komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

§ 4. De scholengemeenschap kent, tijdens de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 [45Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
, 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 en 2013-201445Decr. van 17/06/2011
B.S. 20/07/2011
] , aan elke school van de scholengemeenschap jaarlijks minimum het aantal punten toe dat de school, op basis van haar leerlingenaantal op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, kon inrichten op basis van de berekeningswijze, geldig tijdens het schooljaar 2007-2008 voor de puntenenveloppe toegekend voor een personeelsomkadering ter ondersteuning van het op school gevoerde zorgbeleid.

§ 5. De verdeling van de puntenenveloppe door de scholengemeenschap mag niet tot gevolg hebben dat bijkomende personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking moeten worden gesteld, tenzij ze onmiddellijk kunnen gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledige schooljaar.

§ 6. De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de puntenenveloppe betrekkingen kunnen worden ingericht en bepaalt op welke wijze de omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen gebeurt.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] 14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] 26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125terdecies.

In afwijking van artikelen 142, 146ter en 153bis , kan er door de betrokken schoolbesturen tussen scholen die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap méér dan 3 procent van het lestijdenpakket en/of urenpakket worden overgedragen, mits :

1° de overdracht in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;

2° akkoord van het bevoegd lokaal comité;

3° de overdracht gebeurt vóór 15 oktober van het lopende schooljaar;

4° de overdracht niet voor gevolg heeft dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.

De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. De scholengemeenschap moet met het oog op de controle een verklaring op eer bezorgen aan [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
Agodi56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] waarin ze verklaart deze bepaling in acht te nemen.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003

Art. 125quaterdecies.

Schoolbesturen kunnen, in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap gemaakt zijn, punten samenleggen op het niveau van de scholengemeenschap mits :

1° de samenlegging gebeurt vóór 15 oktober van het lopende schooljaar;

2° de samenlegging niet voor gevolg heeft dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.

De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. De scholengemeenschap moet met het oog op de controle een verklaring op eer bezorgen aan [56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
Agodi56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
] waarin ze verklaart deze bepaling in acht te nemen.

14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
Afdeling 6. - Inspraak van het personeel op niveau van de scholengemeenschap33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
Onderafdeling 1. - Scholengemeenschappen gesubsidieerd officieel onderwijs33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125quinquies decies.

Deze onderafdeling is van toepassing op de scholengemeenschappen basisonderwijs die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125sexies decies.

In elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd.

Het vorige lid is niet van toepassing op de scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur. In dat geval worden de bevoegdheden van het OCSG zoals vastgelegd in deze onderafdeling uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité opgericht krachtens artikel 4, § 1, 3°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125septies decies.

§ 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben in het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap".

§ 2. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens één lid van elk schoolbestuur zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties.

De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectief schoolbestuur te verbinden.

§ 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld.

§ 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald in het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125duodevicies.

De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties genieten de rechten en plichten voorzien in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125undevicies.

§ 1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG.

§ 2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies.

§ 1. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf.

§ 2. De leden van het OCSG hebben een informatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.

Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling.

Deze inlichtingen hebben betrekking op :

1° inlichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen in de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en infrastructuur in de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;

2° inlichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, inclusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;

3° inlichtingen over het personeelsverloop in de scholen van de scholengemeenschap.

[83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
4° inlichtingen over het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat in de scholen van de scholengemeenschap het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing van diegenen die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en van diegenen die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen.83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
]

§ 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG inlichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap.

§ 4. De leden van het OCSG ontvangen de informatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd.

§ 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam in de scholengemeenschap.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies semel.

De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen innemen.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies bis.

Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies ter.

§ 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin worden opgetekend :

1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;

2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;

3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties.

§ 2. Ingeval van eenparig akkoord of ingeval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van de individuele schoolbesturen, noch op het niveau van de individuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies quater.

Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld in artikel 125vicies ter.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies quinquies.

§ 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal :

1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;

2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;

3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;

4° de taken van de voorzitter;

5° de taken van de secretaris;

6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;

7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;

8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;

9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;

10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 125vicies;

11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld in artikel 125duodevicies;

12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen.

§ 2. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten van toepassing.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies sexies.

De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
Onderafdeling 2. - Netoverschrijdende scholengemeenschappen33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125vicies septies.

Deze onderafdeling is van toepassing op de netoverschrijdende scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die basisonderwijs inrichten.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125duodetricies.

In elke scholengemeenschap wordt een lokaal comité opgericht op het niveau van de scholengemeenschap, verder OCSG genoemd.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125undetricies.

§ 1. Elk OCSG is samengesteld uit afgevaardigden van enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de representatieve vakorganisaties. Als representatieve vakorganisaties worden beschouwd de vakorganisaties die zitting hebben in Sectorcomité X - Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" en/of het Overkoepelend Onderhandelingscomité Gesubsidieerd Vrij Onderwijs".

§ 2. De afvaardiging van de schoolbesturen bestaat uit minstens één lid van elk schoolbestuur zonder dat haar totale afvaardiging groter mag zijn dan de totale afvaardiging van de representatieve vakorganisaties.

De vertegenwoordigers van de schoolbesturen moeten bevoegd zijn om hun respectief schoolbestuur te verbinden.

§ 3. De afvaardiging van de representatieve vakorganisaties bestaat uit maximaal één lid per representatieve vakorganisatie per schoolbestuur en wordt vrij door hen samengesteld.

In afwijking van het vorige lid mag voor de schoolbesturen van de scholengemeenschap die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs waar maar één representatieve vakorganisatie vertegenwoordigd is in het lokaal comité of de lokale comités, deze representatieve vakorganisatie maximaal drie vertegenwoordigers afvaardigen naar het OCSG. Zijn er twee representatieve vakorganisaties vertegenwoordigd in het lokaal comité of de lokale comités, dan mag de representatieve vakorganisatie met het grootst aantal vertegenwoordigers in het lokaal comité of de lokale comités maximaal twee vertegenwoordigers afvaardigden naar het OCSG. De andere representatieve vakorganisatie mag dan maximaal één vertegenwoordiger afvaardigen.

§ 4. De effectieve leden van het OCSG kunnen zich laten vervangen op de wijze zoals bepaald in het werkingsreglement. De leden van de afvaardiging van de schoolbesturen kunnen zich alleen laten vervangen door een behoorlijk gemachtigde afgevaardigde.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies.

De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd officieel onderwijs of Gemeenschapsonderwijs genieten de rechten en plichten voorzien in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en haar uitvoeringsbesluiten.

De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties vanuit het gesubsidieerd vrij onderwijs genieten de rechten en de plichten voorzien in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies semel.

§ 1. De afgevaardigden van de schoolbesturen bepalen wie onder hen het voorzitterschap van het OCSG waarneemt. De voorzitter waakt over de goede werking van het OCSG.

§ 2. Het secretariaat van het OCSG wordt waargenomen door een secretaris die onder en door de vertegenwoordigers van het personeel wordt gekozen. Mits akkoord van alle leden van het OCSG kan het secretariaat ook worden waargenomen door een secretaris die geen deel uitmaakt van het OCSG.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies bis.

§ 1. Het OCSG is bevoegd om te onderhandelen over de aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is voor zover deze aangelegenheden een repercussie kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden of de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de onderliggende scholen en/of van de scholengemeenschap zelf.

§ 2. De leden van het OCSG hebben een informatierecht met betrekking tot alle aangelegenheden waarvoor de scholengemeenschap bevoegd is.

Ze hebben bovendien ten minste jaarlijks recht op inlichtingen in verband met de tewerkstelling.

Deze inlichtingen hebben betrekking op :

1° inlichtingen over de evolutie van het aantal leerlingen in de scholen van de scholengemeenschap en de weerslag ervan op tewerkstelling en infrastructuur in de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;

2° inlichtingen over de structuur van de scholen die tot de scholengemeenschap behoren, inclusief over de mogelijke structuurwijzigingen die een weerslag kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden en/of tewerkstelling;

3° inlichtingen over het personeelsverloop in de scholen van de scholengemeenschap.

[83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
4° inlichtingen over het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat in de scholen van de scholengemeenschap het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verwerft op basis van een positieve beoordeling of dat geen beoordeling heeft gekregen en het aantal tijdelijke personeelsleden met een aanstelling voor bepaalde duur dat op basis van de beoordeling een verslag met werkpunten krijgt, met binnen die laatste groep een opsplitsing tussen de personeelsleden die daarna een nieuwe aanstelling verkrijgen en de personeelsleden die daarna geen nieuwe aanstelling verkrijgen83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
]

§ 3. De afgevaardigden van de schoolbesturen moeten aan de leden van het OCSG inlichtingen verstrekken over beslissingen die een belangrijke weerslag kunnen hebben op de personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap.

§ 4. De leden van het OCSG ontvangen de informatie die nodig is om na te gaan of de onderwijswetgeving met betrekking tot schooloverschrijdende personeelsmateries correct wordt nageleefd.

§ 5. De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties kunnen bij de afgevaardigden van de schoolbesturen stappen zetten in het gemeenschappelijk belang van het personeel werkzaam in de scholengemeenschap.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies ter.

De aangelegenheden waarover moet onderhandeld worden, worden op de agenda geplaatst door de voorzitter van het OCSG. Ook de andere leden van het OCSG kunnen punten op de agenda zetten. Met het oog op de onderhandelingen ontvangen de leden van het OCSG vooraf alle documenten die nodig en nuttig zijn om met voldoende kennis van zaken standpunten te kunnen innemen.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies quater.

Noch de afwezigheid van een of meer regelmatig opgeroepen leden van de afvaardiging van de schoolbesturen, noch die van een of meer regelmatig opgeroepen afgevaardigden van representatieve vakorganisaties, maakt de onderhandelingen ongeldig.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies quinquies.

§ 1. De conclusies van iedere onderhandeling worden vermeld in een protocol waarin worden opgetekend :

1° ofwel het eenparig akkoord van al de afvaardigingen;

2° ofwel het akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties, alsook het standpunt van de afvaardiging van een of meer representatieve vakorganisaties;

3° ofwel het respectieve standpunt van de afvaardiging van de schoolbesturen en dat van de afvaardigingen van de verschillende representatieve vakorganisaties.

§ 2. Ingeval van eenparig akkoord of ingeval van akkoord tussen de afvaardiging van de schoolbesturen en de afvaardiging van één of meer representatieve vakorganisaties kunnen, noch op het niveau van de individuele schoolbesturen, noch op het niveau van de individuele scholen beslissingen genomen worden die afwijken van het protocol.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies sexies.

Maatregelen die na onderhandeling worden genomen vermelden de datum van het protocol bedoeld in artikel 125tricies quinquies.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125tricies septies.

§ 1. Het OCSG neemt bij eenparigheid een werkingsreglement aan. Het bepaalt minimaal :

1° de wijze waarop het OCSG wordt samengeroepen, de termijn van bijeenroeping en het aantal vergaderingen per schooljaar met een minimum van drie;

2° de wijze waarop documenten zullen bezorgd worden;

3° de wijze waarop leden van het OCSG een punt op de agenda van het OCSG kunnen zetten en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;

4° de taken van de voorzitter;

5° de taken van de secretaris;

6° de termijnen voor het beëindigen van de onderhandeling;

7° de wijze waarop de notulen en protocollen tot stand komen;

8° de wijze waarop de agenda, bijgevoegde documentatie, notulen en protocollen zullen bewaard worden;

9° de wijze waarop de effectieve leden zich kunnen laten vervangen en de wijze waarop en de gevallen waarin de afvaardigingen technici kunnen laten deelnemen aan de vergaderingen;

10° de concretisering van de bevoegdheden zoals vermeld in artikel 125tricies bis;

11° de concretisering van de rechten en plichten bedoeld in artikel 125tricies;

12° de nominatieve lijst van de effectieve vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de effectieve vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties alsook de vertegenwoordigers die hen kunnen vervangen.

§ 2. Indien er binnen een termijn van drie maanden na de oprichting van het OCSG geen akkoord is over een werkingsreglement, is het model van werkingsreglement bij eenparigheid opgesteld door Sectorcomité X, onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en het Overkoepelend Onderhandelingscomité van toepassing.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008

Art. 125duodequadragies.

De werkingskosten van het OCSG komen ten laste van de schoolbesturen.

33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

HOOFDSTUK IX. - Personeelsformatie in het basisonderwijs

Art. 126.

[14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gefinancierd of gesubsidieerd gewoon en buitengewoon basisonderwijs, tenzij anders bepaald.14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
]

[13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003

Art. 126bis.

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
...26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

13Decr. van 14/02/2003
B.S. 01/07/2003
]

Afdeling 1. - Directie

Art. 127.

In iedere school wordt een ambt van directeur gefinancierd of gesubsidieerd.

Art. 128.

[4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
... 4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
]

Art. 129.

[4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998

§ 1. In een school die ontstaan is uit vrijwillige fusie [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
met uitzondering van scholen voor type 526decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] kan één van de wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gestelde directeurs van de bij de fusie betrokken scholen door het schoolbestuur belast worden met de functie van adjunct-directeur, op voorwaarde dat :

1° de scholen die bij de fusie betrokken zijn op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar een leerlingenaantal bereikten dat tenminste 15 % boven de rationalisatienormen [26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
voor scholen26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
] ligt. Als meer dan twee scholen bij de fusie betrokken zijn, is het toegelaten dat één school die verhoogde rationalisatienorm niet bereikt;

2° tenminste twee directeurs van de bij de fusie betrokken scholen vastbenoemd zijn.

§ 2. De functie van adjunct-directeur wordt tijdelijk niet georganiseerd gedurende de tijdelijke uitdiensttreding om welke reden ook van :

- de directeur;

- diegene die de functie van adjunct-directeur waarneemt.

De functie van adjunct-directeur wordt niet meer georganiseerd zodra :

- de directeur definitief uit dienst treedt;

- de functie van adjunct-directeur definitief niet meer waargenomen wordt tenzij er nog een directeur is die ter beschikking gesteld is zoals bedoeld in § 1;

- het schoolbestuur een nieuwe kleuter-, lagere of basisschool opricht in dezelfde of aangrenzende gemeente.

4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
]

Afdeling 2. - Onderwijzend personeel

Art. 130.

§ 1. In iedere school worden onderwijsambten gefinancierd of gesubsidieerd.

§ 2. [27Decr. van 06/07/2007
B.S. 24/08/2007
Het aantal financierbare of subsidieerbare betrekkingen in de ambten van het onderwijzend personeel is afhankelijk van het toegekende lestijdenpakket en van het aantal toegekende extra of bijkomende lestijden.27Decr. van 06/07/2007
B.S. 24/08/2007
]

[23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
Beneden een door de Vlaamse Regering vastgelegd leerlingenaantal moet de directie, afhankelijk van de beslissing van het schoolbestuur, een gedeeltelijke lesopdracht of een gedeeltelijke opdracht van zorg of ICT opnemen. De gedeeltelijke opdracht van zorg of ICT kan opgenomen worden op basis van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap, [33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
] , de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie of op basis van de in artikel 153sexies, § 4, vermelde vrij aan te wenden samengelegde punten op het niveau van de scholengemeenschap. Het schoolbestuur kan zijn beslissing maar herzien als dat niet leidt tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking.23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

[4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998

Het schoolbestuur kan de directie geheel of gedeeltelijk ontslaan van een gedeeltelijke lesopdracht en die toewijzen aan een lid van het onderwijzend personeel dat zoals bepaald in artikel 154, § 2, aangeworven wordt ten laste van het werkingsbudget, bedoeld in artikel 76.

De personeelsleden die door de lokale bestuursorganen van [14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
het Gemeenschapsonderwijs14Decr. van 10/07/2003
B.S. 24/10/2003
] aangeworven worden, vallen onder de toepassing van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs.

De personeelsleden die door de schoolbesturen van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen aangeworven worden, vallen onder toepassing van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden uit het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.

4Decr. van 14/07/1998
B.S. 29/08/1998
]

Onderafdeling A. - [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Basisomkadering52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Sectie 1. - Basisomkadering in het gewoon basisonderwijs52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Subsectie 1. - Samenstelling van de basisomkadering52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 131.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

De basisomkadering in het gewoon basisonderwijs bestaat uit de lestijden volgens de schalen en de SES-lestijden.

Die lestijden worden, per niveau, aan de scholen toegekend volgens de bepalingen van subsecties 2, 3 en 4. Er kan, om budgettaire redenen, een aanwendingspercentage vastgelegd worden dat voor één of meerdere schooljaren toegepast moet worden op de basisomkadering verkregen volgens subsecties 2, 3 en 4.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Subsectie 2. - Lestijden volgens de schalen 52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 132.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

§ 1. De lestijden volgens de schalen worden ieder schooljaar per niveau en per school berekend.

Het aantal lestijden volgens de schalen waarop de school per niveau recht heeft, is het aantal lestijden dat verkregen wordt door het aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven in het betrokken niveau op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar, af te zetten op de lestijdschaal, vermeld in bijlage 2, en te vermenigvuldigen met een SES-percentage van 97,16. Als het resultaat van die vermenigvuldiging voor een niveau in een school kleiner is dan 26, dan heeft de school voor dat niveau recht op 26 lestijden.

De lestijden volgens de schalen worden per niveau binnen een school als volgt afgerond : als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen voor scholen in het gewoon onderwijs in programmatie de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Die teldag geldt voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de vijf daaropvolgende schooljaren.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 is de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.

§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen worden de woorden "de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "de maand september" en wordt het woord "teldag" telkens gelezen als het woord "telperiode".

Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen worden de woorden "door het aantal regelmatige leerlingen ingeschreven in het betrokken niveau op de eerste schooldag van februari" gelezen als de woorden "door het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven in het betrokken niveau tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Subsectie 3. - SES-lestijden52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 133.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

§ 1. Voor de toepassing van de subsecties 3, 4, 5 en 6 gelden de volgende leerlingkenmerken :

a) het opleidingsniveau van de moeder : de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs, hierna leerlingkenmerk 1 te noemen;

[84 (vanaf 01/11/2020)Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
b) het krijgen van een selectieve participatietoeslag leerling: er wordt een selectieve participatietoeslag leerling uitbetaald ten gunste van de leerling, hierna leerlingenkenmerk 2 te noemen. Voor de toepassing van dit artikel worden de leerlingen die alleen door ongewettigde afwezigheid of onvoldoende aanwezigheid geen recht op een selectieve participatietoeslag hadden, ook meegerekend; 84 (vanaf 01/11/2020)Decr. van 22/03/2019
B.S. 15/05/2019
]

c) de taal die de leerling in het gezin spreekt en die verschilt van de onderwijstaal : daaronder wordt de taal verstaan die de leerling meestal spreekt met moeder, vader of broers en zussen, hierna leerlingkenmerk 3 te noemen. De taal die de leerling in het gezin spreekt is niet de onderwijstaal, indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximum één gezinslid de onderwijstaal spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd.

§ 2. De regering bepaalt de wijze waarop de leerlingkenmerken worden vastgesteld en legt de procedure vast volgens welke de gegevens door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming worden verzameld.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 134.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

§ 1. Het aantal SES-lestijden waarop de school voor het kleuteronderwijs recht heeft, voor het schooljaar (J)-(J+1), is de som van A, B en C waarbij :

1° A = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige kleuters, die beantwoorden aan leerlingkenmerk 1, dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, met 0,2710 lestijden;

2° B = S x het aantal regelmatige kleuters dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, vermenigvuldigd met 0,11917 lestijden, waarbij :

S = X / het aantal regelmatige leerlingen dat de school telde op de eerste schooldag van februari van het jaar J-1, waarbij :

X = het aantal regelmatige leerlingen die beantwoorden aan de volgende cumulatieve voorwaarden :

i° ze beantwoorden uiterlijk op 28 februari J aan leerlingkenmerk 2 voor het schooljaar (J-2)-(J-1);

ii° ze zijn op de eerste schooldag van februari van het jaar J-1 regelmatig ingeschreven in de school;

3° in afwijking van punt 2° is B, voor scholen voor gewoon basisonderwijs die zijn opgericht vanaf 1 september 2011, gedurende hun twee eerste bestaansjaren gelijk aan het resultaat van 0,25 x het aantal regelmatige kleuters dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, vermenigvuldigd met 0,11917 lestijden.

In afwijking van punt 2° is B, voor scholen voor gewoon basisonderwijs die, zoals bepaald in artikel 3, 15°, fusioneren gedurende het schooljaar dat de fusie uitwerking heeft en het daaropvolgende schooljaar gelijk aan het resultaat van 0,25 x het aantal regelmatige kleuters dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, vermenigvuldigd met 0,11917 lestijden;

4° C = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige kleuters, die beantwoorden aan leerlingkenmerk 3, dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, met 0,29116 lestijden.

§ 2. Het aantal SES-lestijden waarop de school voor het lager onderwijs recht heeft, voor het schooljaar (J)-(J+1), is de som van A, B en C waarbij :

1° A = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs, die beantwoorden aan leerlingkenmerk 1, dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, met 0,26710 lestijden;

2° B = S x het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, vermenigvuldigd met 0,11917 lestijden, waarbij :

S = X / het aantal regelmatige leerlingen dat de school telde op de eerste schooldag van februari van het jaar J-1, waarbij :

X = het aantal regelmatige leerlingen die beantwoorden aan de volgende cumulatieve voorwaarden :

i° ze beantwoorden uiterlijk op 28 februari J aan leerlingkenmerk 2 voor het schooljaar (J-2)-(J-1);

ii° ze zijn op de eerste schooldag van februari van het jaar J-1 regelmatig ingeschreven in de school;

3° in afwijking van punt 2° is B, voor scholen voor gewoon basisonderwijs die zijn opgericht vanaf 1 september 2011 gedurende hun twee eerste bestaansjaren gelijk aan het resultaat van 0,25 x het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, vermenigvuldigd met 0,11917 lestijden.

In afwijking van punt 2° is B, voor scholen voor gewoon basisonderwijs die, zoals bepaald in artikel 3, 15°, fusioneren gedurende het schooljaar dat de fusie uitwerking heeft en het daaropvolgende schooljaar gelijk aan het resultaat van 0,25 x het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, vermenigvuldigd met 0,11917 lestijden;

4° C = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs, die beantwoorden aan leerlingkenmerk 3, dat de school telt op de teldag, vermeld in artikel 132, met 0,29116 lestijden.

§ 3. De SES-lestijden verkregen volgens paragraaf 1 en paragraaf 2 worden per niveau als volgt afgerond : als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hogere gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere gelegen geheel getal.

§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen is artikel 132, § 4, niet van toepassing.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Subsectie 4. - Additionele lestijden volgens de schalen52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 135.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

§ 1. Er worden additionele lestijden volgens de schalen voor het lager onderwijs toegekend aan scholen die aan de voorwaarde, zoals bepaald in paragraaf 2, voldoen. Deze lestijden worden berekend volgens de bepalingen van paragraaf 3.

§ 2. Om recht te hebben op additionele lestijden volgens de schalen voor het lager onderwijs dient de school aan de volgende voorwaarde te voldoen :

Het resultaat van de breuk 24*A/B is groter dan 18,5.

Waarbij :

1° A = het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen zoals bepaald in artikel 132.

2° B = de som van de lestijden volgens de schalen van de school in het lager onderwijs, zoals bepaald in artikel 132, en de SES-lestijden van de school in het lager onderwijs, zoals bepaald in artikel 134, § 2. De lestijden bepaald in artikel 173quater worden niet in rekening gebracht bij het bepalen van deze som.

§ 3. De additionele lestijden volgens de schalen toegekend aan de school voor het lager onderwijs worden als volgt berekend :

Het verschil van C en D wordt gemaakt en afgerond naar het bovenliggende geheel getal.

Waarbij :

- C = 24*A / 18,5 waarbij A = het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen zoals bepaald in artikel 132.

- D : de som van de lestijden volgens de schalen van de school in het lager onderwijs, zoals bepaald in artikel 132, en de SES-lestijden van de school in het lager onderwijs, zoals bepaald in artikel 134, § 2. De lestijden bepaald in artikel 173quater worden niet in rekening gebracht bij het bepalen van deze som.

§ 4. Er worden additionele lestijden volgens de schalen voor het kleuteronderwijs toegekend aan scholen die aan de voorwaarde, zoals bepaald in paragraaf 5, voldoen. Deze lestijden worden berekend volgens de bepalingen van paragraaf 6.

§ 5. Om recht te hebben op additionele lestijden volgens de schalen voor het kleuteronderwijs dient de school aan de volgende voorwaarde te voldoen :

Het resultaat van de breuk 24*A/B is groter dan 18,5.

Waarbij :

1° A = het aantal regelmatige leerlingen kleuteronderwijs dat de school telt op de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen zoals bepaald in artikel 132.

2° B = de som van de lestijden volgens de schalen van de school in het kleuteronderwijs, zoals bepaald in artikel 132, en de SES-lestijden van de school in het kleuteronderwijs, zoals bepaald in artikel 134, § 1. De lestijden bepaald in artikel 141, § 2, worden niet in rekening gebracht bij het bepalen van deze som.

§ 6. De additionele lestijden volgens de schalen toegekend aan de school voor het kleuteronderwijs worden als volgt berekend :

Het verschil van C en D wordt gemaakt en afgerond naar het bovenliggende geheel getal.

Waarbij :

- C = 24*A / 18,5 waarbij A = het aantal regelmatige leerlingen kleuteronderwijs dat de school telt op de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen zoals bepaald in artikel 132.

- D : de som van de lestijden volgens de schalen van de school in het kleuteronderwijs, zoals bepaald in artikel 132, en de SES-lestijden van de school in het kleuteronderwijs, zoals bepaald in artikel 134, § 1. De lestijden bepaald in artikel 141, § 2, worden niet in rekening gebracht bij het bepalen van deze som.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Subsectie 5. - Aanwending52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 136.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

De regering bepaalt de ambten waarin een school met de basisomkadering, zoals bepaald in artikel 131, betrekkingen kan inrichten en de wijze waarop de omrekening gebeurt van de basisomkadering, zoals bepaald in artikel 131, naar deze betrekkingen.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Subsectie 6. - Monitoring52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Art. 137.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming voert jaarlijks een monitoring uit van de bepalingen in deze sectie. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de evolutie van de verschillende componenten van de basisomkadering. De resultaten van deze monitoring worden aan de Regering bezorgd. 52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
Sectie 2. - Lestijden volgens de schalen in het buitengewoon basisonderwijs52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

Art. 137bis.

§ 1. De lestijden volgens de schalen worden ieder schooljaar per school berekend op basis van het aantal regelmatige leerlingen die zijn ingeschreven op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar en aan de hand van de lestijdenschalen die door de regering worden vastgelegd.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen voor scholen in het buitengewoon onderwijs in programmatie, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Die teldag geldt voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de twee daaropvolgende schooljaren.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 is de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.

§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op scholen voor type 5 worden de woorden "de eerste schooldag van oktober" telkens gelezen als de woorden "de maand september" en wordt het woord "teldag" telkens gelezen als het woord "telperiode".

Voor de toepassing van dit artikel op scholen voor type 5 worden de woorden "op basis van het aantal regelmatige leerlingen die zijn ingeschreven op de eerste schooldag van februari" gelezen als de woorden "op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen die zijn ingeschreven tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".

§ 5. De lestijden volgens de schalen van een school voor type 5 kunnen uitsluitend volledig worden aangewend als een door de regering vastgelegd gemiddelde van onderwijsdagen per kind gedurende de telperiode wordt bereikt. Als dat gemiddelde niet wordt bereikt, worden de lestijden volgens de schalen evenredig verminderd.

§ 6. In afwijking van paragraaf 1 is het aantal lestijden volgens de schalen voor scholen voor type 5 die betrokken zijn bij of die ontstaan zijn door een fusie, gelijk aan de som van de lestijdenpakketten van de scholen in kwestie.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

Art. 137ter.

De regering legt voor het buitengewoon basisonderwijs lestijdenschalen vast voor elk type.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

Art. 137quater.

De regering bepaalt de ambten waarin een school met de lestijden volgens de schalen betrekkingen kan inrichten, en op welke wijze de omrekening gebeurt van de lestijden volgens de schalen naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen die in deze ambten worden ingericht.

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
Als de regering bepaalt dat lestijden volgens de schalen kunnen worden omgezet in uren kinderverzorging, dan komen de betrekkingen die worden ingericht op basis van deze omgezette lestijden niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

Art. 137quinquies.

De regering kan voor het buitengewoon basisonderwijs, om budgettaire redenen, aanwendingspercentages vastleggen die voor een of meer schooljaren op de lestijden volgens de schalen moeten worden toegepast.

52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

Onderafdeling B. - Aanvullende lestijden

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
Sectie 1. - Algemene bepalingen12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

Art. 138.

§ 1. Naast de lestijden volgens de schalen worden volgende categorieën aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd :

1° lestijden voor godsdienst en niet-confessionele zedenleer :

- in het gewoon lager onderwijs zijn dit aanvullende lestijden voor elke erkende godsdienst en voor de niet-confessionele zedenleer of voor cultuurbeschouwing;

- in het buitengewoon lager onderwijs zijn dit aanvullende lestijden voor de minder gevolgde cursussen in de godsdienst of niet-confessionele zedenleer;

[79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
2° ...79Decr. van 06/07/2018
B.S. 20/08/2018
]

3° lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers;

[33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
3°bis lestijden voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers;33Decr. van 04/07/2008
B.S. 01/09/2008
]

4° lestijden voor het permanent onderwijs aan huis in het buitengewoon onderwijs;

[11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
5° [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
...52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] 11Decr. van 13/07/2001
B.S. 27/11/2001
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002

6° lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
in het buitengewoon basisonderwijs52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] ;

7° [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
lestijden [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
in het buitengewoon basisonderwijs52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] ter ondersteuning van de integratie van de anderstalige leerlingen voor de Nederlandstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten, voor de scholen in de gemeenten die grenzen aan de randgemeenten en/of aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en voor de scholen in de gemeenten die bepaald worden door de Vlaamse Gemeenschap;23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

[26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
8° [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
[83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
8° lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering.83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
] 52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] 26decr. van 22/06/2007
B.S. 21/08/2007
]

[56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
De betrekkingen die worden ingericht op basis van de lestijden voor het permanent onderwijs aan huis in het buitengewoon onderwijs komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen. 56Decr. van 19/07/2013
B.S. 27/08/2013
]

§ 2. De regering kan [23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
...23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
] beslissen een nieuwe categorie aanvullende lestijden te financieren of te subsidiëren.

Art. 139.

[23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van aanvullende lestijden, vermeld in artikel 138, [65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
§ 1,65Decr. van 17/06/2016
B.S. 10/08/2016
] 1°, 2°, 3°, [52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
3°bis, 4°, en 7°52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
] , alsook het aantal en de wijze van berekening ervan.23Decr. van 07/07/2006
B.S. 31/08/2006; err. 13/10/2006
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
Sectie 2. - Lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
in het gewoon basisonderwijs37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] 12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002

Art. 139bis tot en met 139novies

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
...52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012
]

12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

[12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
Sectie 3. - Aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs12Decr. van 28/06/2002
B.S. 14/09/2002
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 139decies.

De bepalingen van deze sectie zijn uitsluitend van toepassing op de scholen voor buitengewoon basisonderwijs.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Subsectie 1. - Gelijkekansenindicatoren37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 139undecies.

§ 1.Voor de toepassing van deze sectie gelden de volgende indicatoren, verder genoemd "gelijkekansenindicatoren" :

1° de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs;

2° de taal die de leerling in het gezin spreekt, dit is de taal die de leerling spreekt met moeder, vader, broers of zussen, is niet het Nederlands. Die taal is niet het Nederlands indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximaal één gezinslid het Nederlands spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd.

§ 2. Het beantwoorden aan de in § 1 vermelde gelijkekansenindicatoren wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer door de ouders. De regering legt de procedure vast waarmee de gegevens worden gemeld aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. Zij houdt daarbij rekening met de vigerende regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De documenten of verklaringen die aantonen dat leerlingen aan één of meer van de gelijkekansindicatoren beantwoorden, worden ten minste vijf jaar bewaard op school.

§ 3. De regering kent aan elke gelijkekansenindicator een gewicht toe. Het hoogste gewicht wordt toegekend aan de in § 1, 1°, bedoelde gelijkekansenindicator. De in § 1, 2°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt enkel gewogen in combinatie met de andere gelijkekansenindicator.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Subsectie 2. - Toekenning van de middelen37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] 37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 139duodecies.

§ 1. Scholen kunnen voor een periode van drie schooljaren aanvullende lestijden krijgen, voor zover ze aan alle onderstaande voorwaarden voldoen :

1° op 1 februari van het voorafgaande schooljaar ten minste 40 % externe en semi-interne regelmatige leerlingen [57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
type basisaanbod57Decr. van 21/03/2014
B.S. 28/08/2014
] en type 3 tellen, die beantwoorden aan de in artikel 139undecies, § 1, 1°, bedoelde gelijkekansenindicator;

2° overeenkomstig de bepalingen van artikel 139ter decies batig gerangschikt zijn onder de in 1° bedoelde scholen en ten minste 6 aanvullende lestijden genereren.

§ 2. In afwijking van § 1 krijgen scholen gedurende de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 slechts voor een periode van twee schooljaren aanvullende lestijden.

§ 3. De regering voorziet voor de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 in een sociale overgangsmaatregel voor de scholen die in het schooljaar 2008-2009 lestijden voor het voeren van een onderwijsvoorrangsbeleid kregen.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] [70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017

Art. 139duodecies/1.

In afwijking van de bepalingen van artikel 139duodecies en artikel 139terdecies, § 1, wordt de driejarige cyclus 2014-2015 tot en met 2016-2017 waarbij aan scholen een geïntegreerd ondersteuningsaanbod gelijke onderwijskansen wordt toegekend, verlengd tot en met het schooljaar 2017-2018 met behoud voor elke school van het aantal bijkomende lestijden.

70Decr. van 16/06/2017
B.S. 18/08/2017
] [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Artikel 139ter decies

§ 1. De toekenning van de middelen gebeurt driejaarlijks als volgt :

1° de in artikel 139duode cies bedoelde scholen worden gerangschikt volgens het percentage leerlingen die beantwoorden aan de in artikel 139undecies, § 1, 1°, bedoelde gelijkekansenindicator. Binnen eenzelfde percentage worden de scholen volgens het absolute aantal van deze leerlingen gerangschikt;

2° de leerlingen genereren een aantal punten op basis van het gewicht van de gelijkekansenindicatoren die op hen van toepassing zijn.

§ 2. De regering bepaalt binnen de beschikbare begrotingskredieten hoeveel aanvullende lestijden een punt vertegenwoordigt.

De regering bepaalt de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van de aanvullende lestijden betrekkingen kunnen worden ingericht en op welke wijze de lestijden, rekening houdend met bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen, naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen worden omgerekend.

De regering bepaalt tevens de regelen inzake de toekenning of herverdeling, tijdens een lopende periode van drie schooljaren, van nieuwe of vrijkomende aanvullende lestijden.

§ 3. In de lestijden bekomen op basis van artikel 139duo decies, § 3, kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
Subsectie 3. - Aanwending van de middelen37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 139 quater decies.

§ 1. Een school die aanvullende lestijden krijgt, werkt in het eerste trimester van het eerste schooljaar een gelijkekansenbeleid uit. Vanuit een analyse van haar beginsituatie geeft de school aan :

1° welke concrete doelstellingen zij op het vlak van de leerlingen, de personeelsleden en de school wil bereiken. De regering bepaalt doelstellingen die kunnen worden gekozen binnen de volgende thema's :

a) een gericht aanbod rond taalvaardigheid;

b) het aanbieden van onderwijsgerichte opvoedingsondersteuning aan ouders;

c) het opnemen van de (laagdrempelige) sociale functie in een netwerk met partners uit andere sectoren;

2° op welke manier zij die doelstellingen wil bereiken;

3° op welke manier zij zichzelf in de loop van het tweede trimester van het tweede schooljaar evalueert.

§ 2. De aanvullende lestijden kunnen enkel worden aangewend om de in § 1 bedoelde doelstellingen te bereiken.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 139quinquies decies.

De scholen betrekken in het ontwikkelen en realiseren van de in artikel 139 quater decies, § 1, bedoelde doelstellingen het centrum voor leerlingenbegeleiding waardoor ze worden begeleid.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
] [37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009

Art. 139sexies decies.

§ 1. De onderwijsinspectie gaat telkens in de loop van het laatste schooljaar na of, en in welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie.

Bij een positieve evaluatie kan de school voor een nieuwe periode van drie schooljaren aanvullende lestijden krijgen indien opnieuw aan alle voorwaarden van artikel 139duodecies voldaan is.

Bij een negatieve evaluatie verliest de school elk recht op de in artikel 139duodecies bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende periode van drie schooljaren, tenzij de school een engagement tot remediëring aangaat. In dat geval krijgt ze de helft van het aantal aanvullende lestijden waarop ze in geval van positieve evaluatie recht zou hebben.

Een engagement tot remediëring moet aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° de scholen verbinden er zich toe een stappenplan op te stellen dat aan de volgende criteria voldoet :

a) het uitgangspunt van het stappenplan zijn de geformuleerde knelpunten in het evaluatieverslag van de onderwijsinspectie van de betrokken school;

b) de geformuleerde doelstellingen tot remediëring in het stappenplan passen binnen de doelstellingen van artikel 139 quater decies, § 1, 1°;

c) de doelstellingen zijn outputgericht, concreet en operationeel geformuleerd. Ze moeten voldoende controleerbaar zijn;

d) het stappenplan wordt vóór 1 mei van het schooljaar dat op de negatieve evaluatie volgt aan de onderwijsinspectie bezorgd;

e) de doelstellingen moeten gerealiseerd zijn vóór 1 juni van het schooljaar volgend op de negatieve evaluatie;

2° de scholen verbinden er zich toe om een beroep te doen op externe begeleiding en ondersteuning bij het opstellen en de uitvoering van het stappenplan.

De onderwijsinspectie gaat in de maand juni van het schooljaar dat op de negatieve evaluatie volgt opnieuw na of, en in welke mate, de doelstellingen werden bereikt. Het bereiken van de doelstellingen wordt afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie.

Bij een positieve evaluatie kan de school vanaf het tweede schooljaar weer een beroep doen op het volledige aantal van de in artikel 139duodecies bedoelde aanvullende lestijden. Bij een negatieve evaluatie verliest de school het recht op de in artikel 139duodecies bedoelde aanvullende lestijden voor de volgende twee schooljaren.

§ 2. De regering legt de nadere criteria en procedurele bepalingen, waarmee de onderwijsinspectie de controle uitvoert, vast.

Ze voorziet voor de school in een beroepsmogelijkheid tegen een negatieve evaluatie. Het beroep wordt ingesteld bij een college van inspecteurs.

37Decr. van 08/05/2009
B.S. 28/08/2009
]

[83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
Sectie 4. Aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
]

[83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019

Art. 139septies decies.

§ 1. Het totale aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering bedraagt, voor het schooljaar 2019-2020, in het gewoon basisonderwijs 7766 lestijden en in het buitengewoon basisonderwijs 1156 lestijden.

Voor het schooljaar X-X+1, startend in schooljaar 2020-2021, worden de 7766 lestijden, vermeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A1 = X/Y, waarbij:

1° X: het totale aantal leerlingen in het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari X;

2° Y: het totale aantal leerlingen in het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2019.

Voor het schooljaar X-X+1, startend in schooljaar 2020-2021, worden de 1156 lestijden, vermeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A2 = R/S, waarbij:

1° R: het totale aantal leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari X;

2° S: het totale aantal leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2019.

§ 2. Het aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering waarop de school voor gewoon basisonderwijs recht heeft, is A*B, waarbij:

1° A: de beschikbare lestijden voor het gewoon basisonderwijs, vermeld in paragraaf 1, gedeeld door het totale aantal lestijden in het gewoon basisonderwijs van het vorige schooljaar van alle scholen samen, waarbij onder het totale aantal lestijden in het gewoon basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal:

a) lestijden volgens de schalen;

b) SES-lestijden;

c) additionele lestijden volgens de schalen die gebaseerd zijn op de leerlingleerkrachtratio;

d) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing;

2° B: het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden van de school wordt verstaan de som van de:

a) lestijden volgens de schalen;

b) SES-lestijden;

c) additionele lestijden volgens de schalen die gebaseerd zijn op de leerlingleerkrachtratio;

d) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing.

De lestijden, vermeld in het eerste lid, worden binnen een school als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 3. Het aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering waarop de school voor buitengewoon basisonderwijs recht heeft, is C*D, waarbij:

1° C: de beschikbare lestijden voor het buitengewoon basisonderwijs, vermeld in paragraaf 1, gedeeld door het totale aantal lestijden in het buitengewoon basisonderwijs van het vorige schooljaar van alle scholen samen, waarbij onder het totale aantal lestijden in het buitengewoon basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal:

a) lestijden volgens de schalen;

b) aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs;

c) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing;

2° D: het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar waarbij onder het totale aantal lestijden van de school wordt verstaan de som van de:

a) lestijden volgens de schalen;

b) aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs;

c) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing.

De lestijden, vermeld in het eerste lid, worden binnen een school als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 4. Uit de lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen, in het gewoon kleuteronderwijs, betrekkingen worden ingericht:

1° in het ambt van kleuteronderwijzer;

2° in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding.

De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, worden als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer of leermeester lichamelijke opvoeding: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer of leermeester lichamelijke opvoeding. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.

§ 5. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen, in het gewoon kleuteronderwijs, worden ingericht in het ambt van kinderverzorger, na omzetting volgens de onderstaande tabel:

lestijden

uren kindervezorger

1

2

2

3

3

5

4

6

5

8

6

10

7

11

8

13

9

14

10

16

11

17

12

19

13

21

14

22

15

24

16

25

17

27

18

29

19

30

20

32

De omrekening van de uren naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen kinderverzorger gebeurt door de som van de uren verkregen overeenkomstig het eerste lid te delen door 32 tot op de eenheid; het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.

§ 6. Uit de lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen, in het gewoon lager onderwijs, betrekkingen worden ingericht:

1° in het ambt van onderwijzer;

2° in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding;

3° in het ambt van leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer.

De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, worden als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer: de lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.

§ 7. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 2, kunnen, in het gewoon basisonderwijs, worden omgezet in punten, na omzetting volgens de onderstaande tabel:

lestijden

punten

1

4

2

7

3

11

4

14

5

18

6

21

7

25

8

28

9

32

10

35

11

39

12

43

13

46

14

50

15

53

16

57

17

60

18

64

19

67

20

71

21

74

22

78

23

81

24

85

Uit de punten, verkregen volgens het eerste lid, kunnen de volgende ambten worden ingericht:

1° het ambt van zorgcoördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

2° het ambt van ICT-coördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

3° het ambt van administratief medewerker uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.

De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen van het beleids- en ondersteund personeel gebeurt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs.

§ 8. Uit de lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, kunnen, in het buitengewoon onderwijs, betrekkingen worden ingericht in:

1° het ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;

2° het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming;

3° het ambt van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding;

4° het ambt van leermeester algemene en sociale vorming, compensatietechnieken braille, type 6;

5° het ambt van leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer.

De lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, worden als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen: de lestijden worden gedeeld door 22 tot op de eenheid. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.

§ 9. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, kunnen, in het buitengewoon basisonderwijs, worden omgezet in uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, na omzetting volgens de onderstaande tabel:

lestijden

uren

1

1

2

3

3

4

4

6

5

7

6

9

7

10

8

12

9

13

10

15

11

16

12

18

13

19

14

21

15

22

16

24

17

25

18

27

19

28

20

29

21

31

22

32

23

34

24

35

25

37

26

38

27

40

De omrekening van uren naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel gebeurt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs.

§ 10. De lestijden, verkregen volgens paragraaf 3, kunnen, in het buitengewoon basisonderwijs, worden omgezet in punten, na omzetting volgens de onderstaande tabel:

lestijden

punten

1

4

2

8

3

12

4

15

5

19

6

23

7

27

8

31

9

35

10

39

11

43

12

46

13

50

14

54

15

58

16

62

17

66

18

70

19

73

20

77

21

81

22

85

Uit de punten, verkregen volgens het eerste lid, kunnen de volgende ambten worden ingericht:

1° het ambt van zorgcoördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

2° het ambt van ICT-coördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

3° het ambt van administratief medewerker uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.

De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen van het beleids- en ondersteund personeel gebeurt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs.

§ 11. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de omzettingstabellen vervat in dit artikel te wijzigen.

83Decr. van 15/03/2019
B.S. 08/05/2019
]

Onderafdeling C. - Telling

Art. 140.

[52Decr. van 06/07/2012
B.S. 30/08/2012

§ 1. Bij het tellen van de leerlingen in het gewoon basisonderwijs gelden de volgende regels :

1° er wordt afzonderlijk geteld per taalstelsel;

2° de leerlingen van het kleuteronderwijs en het lager onderwijs worden afzonderlijk geteld;

3° in een school met verschillende vestigingsplaatsen worden, voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, de leerlingen van alle vestigingsplaatsen samengeteld. Er is echter een afzonderlijke telling voor de vestigingsplaatsen die op 1 februari van het voorgaande schooljaar gelegen zijn op ten minste 1,5 kilometer, in een rechte lijn gemeten, van elke andere vestigingsplaats behorende tot dezelfde groep en gelegen in dezelfde stad of gemeente, waar onderwijs van hetzelfde onderwijsniveau wordt georganis