Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

  • goedkeuringsdatum
    29 APRIL 1992
  • publicatiedatum
    B.S.01/07/1992
  • datum laatste wijziging
    01/09/2019

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 31-8-1999)

COORDINATIE

(1) Decr. van 21/12/1994 (B.S. 31/12/1994)

(2) B.Vl.R. van 07/12/1994 (B.S. 09/03/1995)

(3) B.Vl.R. van 09/07/1996 (B.S. 29/08/1996)

(4) B.Vl.R. van 25/03/1997 (B.S. 13/05/1997)

(5) B.Vl.R. van 22/09/1998 (B.S. 06/11/1998)

(6) B.Vl.R. van 31/08/1999 (B.S. 07/03/2000)

(7) B.Vl.R. van 04/02/2000 (B.S. 16/05/2000)

(8) B.Vl.R. van 28/08/2000 (B.S. 20/10/2000) detail
Besluit van de Vlaamse Regering inzake het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling
;

(9) B.Vl.R. van 28/08/2000 (B.S. 10/01/2001) detail
Besluit van de Vlaamse Regering houdende invoering van een experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel
;

(10) B.Vl.R. van 01/03/2002 (B.S. 19/06/2002)

(11) B.Vl.R. van 05/12/2003 (B.S. 02/03/2004)

(12) B.Vl.R. van 23/09/2005 (B.S. 07/02/2006)

(13) B.Vl.R. van 08/09/2006 (B.S. 24/11/2006)

(14) B.Vl.R. van 21/09/2007 (B.S. 29/10/2007)

(15) B.Vl.R. van 17/10/2008 (B.S. 22/12/2008)

(16) Decr. van 18/12/2009 (B.S. 30/12/2009)

(17) B.Vl.R. van 28/05/2010 (B.S. 08/07/2010)

(18) B.Vl.R. van 10/09/2010 (B.S. 21/10/2010)

(19) B.Vl.R. van 17/12/2010 (B.S. 24/06/2011)

(20) B.Vl.R. van 07/10/2011 (B.S. 23/11/2011)

(21) B.Vl.R. van 12/10/2012 (B.S. 04/12/2012)

(22) B.Vl.R. van 24/10/2014 (B.S. 03/12/2014)

(23) B.Vl.R. van 21/11/2014 (B.S. 14/01/2015)

(24) B.Vl.R. van 12/06/2015 (B.S. 06/07/2015)

(25) B.Vl.R. van 01/06/2018 (B.S. 10/07/2018)

(26) B.Vl.R. van 15/02/2019 (B.S. 03/04/2019)

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op hoofdstuk IX, afdeling IV;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op titel II, hoofdstuk VI, afdeling 4;

Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, inzonderheid op titel II;

Gelet op de protocollen van 17 juli 1991 en 18 september 1991 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sector Comité X en van Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van Afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op de beslissing van de Vlaamse Regering van 26 juni 1991 getroffen in uitvoering van art. 15 van het koninklijk besluit van 5 oktober 1961 tot regeling van de administratieve en begrotingscontrole;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Gemeenschapsminister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

TITEL I. - Algemene bepalingen

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden, de instellingen, de centra en de inrichtende machten op wie de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd personeel van toepassing zijn, met uitzondering van de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten en de inrichtende machten die deze personeelsleden tewerkstellen en de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel.17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

HOOFDSTUK II. - Algemene begrippen

Art. 2.

§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
geldt het volgende15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] , tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald :

1° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
de termen "ter beschikking stellen" en "terbeschikkingstelling" moeten respectievelijk worden gelezen als "ter beschikking stellen wegens gedeeltelijke of volledige ontstentenis van betrekking" en "terbeschikkingstelling wegens gedeeltelijke of volledige ontstentenis van betrekking";15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

2° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
er wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende onderwijsniveaus :

1. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
het basisonderwijs, dat bestaat uit de niveaus kleuteronderwijs en lager onderwijs;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

2. het secundair onderwijs;

3. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
het deeltijds kunstonderwijs, dat bestaat uit het lager secundair niveau en het hoger secundair niveau. De eerste, tweede en derde graad behoren tot het lager secundair niveau en de vierde graad en de kortlopende studierichtingen behoren tot het hoger secundair niveau;26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

4. het volwassenenonderwijs;

5. de centra voor leerlingenbegeleiding, hierna centra genoemd;

15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

3° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

4° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

5° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt begrepen onder :

1° "vast benoemd" : vast benoemd zijn, vast benoemd en erkend zijn daar waar de erkenning bestaat, gelijkgesteld zijn met de definitief erkende personeelsleden, gelijkgesteld zijn met de in vast verband benoemde personeelsleden;

2° "volledige ontstentenis van betrekking" : het niet voorhanden zijn van een betrekking waardoor het vastbenoemde personeelslid geen vastbenoemd titularis meer is van enige betrekking in het onderwijs of de centra die recht geeft op een salaris of salaristoelage;

3° "gedeeltelijke ontstentenis van betrekking" : het niet voorhanden zijn van een betrekking waardoor het vastbenoemde personeelslid vastbenoemd titularis blijft van een betrekking in het onderwijs of de centra die recht geeft op een salaris of salaristoelage, maar die in zijnen hoofde als onvolledig dient beschouwd te worden;

4° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste tien werkdagen. Elke betrekking die door de overheid financierbaar of subsidieerbaar is, is onderworpen aan de bepalingen van dit besluit;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

5° [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
"betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling" :12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt, gespreid over ten minste drie schooljaren.

Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op :

a) 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het administratief personeel, de administratieve medewerker in het basisonderwijs, [13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
de leden van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs,13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
voor het ondersteunend en technisch personeel van de centra25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] , en voor het personeel van de semi-internaten en van de [23B.Vl.R. van 21/11/2014
B.S. 14/01/2015
internaten van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen23B.Vl.R. van 21/11/2014
B.S. 14/01/2015
] ;

b) 30 juni van het voorgaande schooljaar voor de andere personeelsleden.

Voor het personeelslid dat aan deze voorwaarden voldoet, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen;

6° "ononderbroken periode" : een periode zonder dienstonderbreking.

Wordt niet als dienstonderbreking beschouwd: de vakantieperioden, de militaire dienst, de burgerdienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
de borstvoedingsverloven, de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging van een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] , de verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] of dienstjaar;

7° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

8° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
gewoon secundair onderwijs : het voltijds secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
9° "karakter" : indeling van instellingen en scholen naargelang ze behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheiden godsdiensten of levensbeschouwingen, of tot het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs;12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
10° "basisenveloppe" : de puntenenveloppe voor het bestuurs- en ondersteunend personeel van een centrum voor volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 4, § 2, 1° van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
11° "globale puntenenveloppe" : de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs, vermeld in [19B.Vl.R. van 17/12/2010
B.S. 24/06/2011
artikel 24 tot en met artikel 31 van de [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Codex Secundair Onderwijs 20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
] 19B.Vl.R. van 17/12/2010
B.S. 24/06/2011
] ;17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010

12° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

13° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

14° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

15° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

16° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
17° "niet-organieke betrekking": een betrekking die niet wordt aangerekend op de personeelsomkadering van de instelling die door de overheid wordt toegekend, waarin conform artikel 47bis en artikel 52/1 van dit besluit een ter beschikking gesteld personeelslid kan worden toegewezen en waarin geen vervanging mogelijk is.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

§ 3. [2B.Vl.R. van 07/12/1994
B.S. 09/03/1995
Voor de toepassing van dit besluit worden de begrippen hoofdambt en bijbetrekking begrepen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en in het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan.2B.Vl.R. van 07/12/1994
B.S. 09/03/1995
]

§ 4. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 5. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
1° [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

2° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.

Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden.

3° voor de toepassing van dit besluit moet in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.

Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer algemene en sociale vorming en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden.

[21B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 04/12/2012
4° Voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon kleuteronderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.

Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal vijf is of meer. Die afronding mag niet tot gevolg hebben dat het aantal lestijden, bestemd voor kleuteronderwijzer en leermeester lichamelijk opvoeding, berekend volgens de geldende reglementering, overschreven wordt.

21B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 04/12/2012
]

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 6. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor de toepassing van dit besluit mag een leermeester [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] , godsdienst of niet-confessionele zedenleer van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen, niet ter beschikking gesteld worden om een onderwijzer aan te werven. Ook mag een onderwijzer niet ter beschikking gesteld worden om een leermeester [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] , godsdienst of niet-confessionele zedenleer aan te werven van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 7. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon secundair onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.

Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
basisonderwijs12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het paramedisch personeel, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon basisonderwijs bij een daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau, of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

§ 8. Voor de toepassing van dit besluit worden de autonome internaten beschouwd als instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren.

§ 9. [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten van de globale puntenenveloppe op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité, in welke personeelscategorie of personeelscategorieën en in welke ambten binnen die personeelscategorie of -categorieën ze die vermindering zal toepassen.17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

§ 10. Voor de toepassing van dit besluit moet in het [13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
...13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
] secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
van de globale puntenenveloppe17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] voor het ondersteunend personeel rekening worden gehouden met het feit dat in een instelling de personeelsleden van het ondersteunend personeel [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
ten minste 50 % opvoeders11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] moeten bestaan.

§ 11. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
anderzijds één instelling met een tweede en derde graad en eventueel [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] .11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

§ 12. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het volwassenenonderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het bestuurs- en ondersteunend personeel welke betrekking of betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel door die vermindering nog in stand kunnen worden gehouden, op basis van de criteria waarover in het lokaal comité wordt onderhandeld.

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] [14B.Vl.R. van 21/09/2007
B.S. 29/10/2007

§ 13. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Voor de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs die volgens artikel 79, § 3, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs beschikken over één of meer gefinancierde of gesubsidieerde betrekking(en) in het ambt van studiemeester-opvoeder en daarnaast een of meer betrekking(en) in het ambt van administratief medewerker opgericht hebben, geldt dat voor de toepassing van dit besluit de inrichtende macht bij een vermindering van het aantal uren voor administratief medewerkers beslist of ze de vermindering volledig ten laste legt van de groep van studiemeester-opvoeder, of volledig ten laste legt van de groep van administratief medewerker, of dat ze die verdeelt over beide groepen, op basis van de criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

14B.Vl.R. van 21/09/2007
B.S. 29/10/2007
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018

§ 14. Voor de toepassing van dit besluit voor de centra voor leerlingenbegeleiding beslist de inrichtende macht van een centrum bij een vermindering van het aantal omkaderingsgewichten op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité, in welke personeelscategorie of personeelscategorieën en in welke ambten binnen die personeelscategorie of -categorieën ze die vermindering toepast.

§ 15. De criteria die een inrichtende macht in toepassing van dit artikel hanteert bij een vermindering van de jaarlijkse omkadering van een instelling worden telkens voor een periode van drie schooljaren onderhandeld in het lokaal comité.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

HOOFDSTUK III. - Bepaling van het begrip "hetzelfde ambt" en het begrip "ander ambt" bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling

Afdeling 1. - Algemene bepaling

Art. 3.

Voor de toepassing van dit besluit hebben de personeelsleden en de inrichtende machten rechten en plichten in een ambt.

§ 1. Het ambt waarop de personeelsleden en de inrichtende machten in toepassing van dit besluit rechten kunnen doen gelden en plichten hebben inzake :

- de aan de terbeschikkingstelling voorafgaande te nemen maatregelen;

- de terbeschikkingstelling;

- de reaffectatie,

wordt "hetzelfde ambt" genoemd. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

§ 2. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor de personeelsleden die een erkende nascholing genoten hebben en hierdoor een aanvullende onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid op basis van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid, zowel voor de maatregelen die voorafgaan aan de terbeschikkingstelling als voor de terbeschikkingstelling.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Als het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies leidt tot een aanvullende onderwijsbevoegdheid wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid conform deze paragraaf.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
§ 2bis. Voor de personeelsleden van wie de vaste benoeming ingeperkt is in het kader van herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid volgens artikel 55vicies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44quinquiesdecies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, wordt "hetzelfde ambt" beperkt tot de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die nog tot de ingeperkte vaste benoeming behoren.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

§ 3. "Ander ambt" wordt als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van " hetzelfde ambt " in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid :

1° over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;

2° over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs, mits er een onderlinge overeenkomst is tussen het personeelslid en de inrichtende macht.

Deze bepaling kan niet worden ingeroepen door [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
een leermeester niet-confessionele zedenleer en een leraar niet-confessionele zedenleer22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] . In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kunnen de leermeester godsdienst en de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen.

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 2bis, behoren de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die als gevolg van de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming niet meer tot "hetzelfde ambt" behoren, ook niet tot "ander ambt".22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Afdeling 2. - [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Gewoon basisonderwijs6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 4.

§ 1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
1° Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel in het basisonderwijs, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, en van het administratief en opvoedend hulppersoneel. De directeur die ter beschikking gesteld is in een school met enkel kleuteronderwijs heeft de keuze om de betrekking van directeur ingericht in een basisschool of lagere school al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen.

2° Voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel gelden voor de toepassing van "hetzelfde ambt" volgende bepalingen :

a) er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;

b) voor de toepassing van artikel 18 moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

§ 2 en § 3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Afdeling 3. - [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Gewoon secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

Art. 5.

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

§ 1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het gewoon secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

1° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel, het opvoedend hulp- en administratief personeel in het gewoon secundair onderwijs.

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds het ambt van directeur van een instelling met een derde graad of met enkel hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde en anderzijds het ambt van directeur van een instelling met alleen een eerste graad of alleen een eerste en tweede graad.17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten en op voorwaarde dat het personeelslid hierdoor niet in een lagere salarisschaal terechtkomt;

15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

2° Als het een ambt van leraar betreft :

a) [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten en, voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
het einde24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] van het voorgaande schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;

b) een opdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid :

- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] ;

- ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling geldt voor de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de instelling in kwestie behoort tot een scholengemeenschap, geldt de toepassing van deze bepaling eveneens voor alle instellingen van deze scholengemeenschap.

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt"; 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

3° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal en een voor die salarisschaal gelijke geldelijke anciënniteit oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur, uitgezonderd voor de bepaling in § 1, 1°, tweede lid;15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

4° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
in afwijking van 1° en 3°, van § 1, wordt in [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het gewoon secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt :

a) de ambten van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";

b) de ambten van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt";

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] Voor de personeelsleden van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel van [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] is de overgang naar het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs :

a) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel in [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] als in de andere onderwijsvormen een vereist bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;

b) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] en in de andere onderwijsvormen een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;

c) niet mogelijk als het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken wel een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] , maar niet in de andere onderwijsvormen.

In afwijking van de bepaling onder b) kan de inrichtende macht na onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] en de drie andere onderwijsvormen, behalve als het betrokken personeelslid reeds in één van deze drie onderwijsvormen fungeert als vastbenoemde in dit leervak.

Als de betrokken partijen het niet eens worden over de vraag of een onderscheid moet worden gemaakt tussen [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] enerzijds en de andere drie onderwijsvormen anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht tegen uiterlijk 15 september van het schooljaar in kwestie een gefundeerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.

In afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van b).

§ 2 en § 3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Afdeling 4. - Buitengewoon onderwijs

Onderafdeling 1. - [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Buitengewoon basisonderwijs6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 6.

§ 1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor het buitengewoon basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het beleids- en ondersteunend personeel, het psychologisch personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel en administratief personeel in het buitengewoon basisonderwijs. De directeur die ter beschikking gesteld is in een school met enkel kleuteronderwijs heeft de keuze om de betrekking van directeur ingericht in een basisschool of lagere school al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

2. In het type 6 van het buitengewoon onderwijs wordt het ambt van leermeester ASV compensatietechniek-braille en het ambt van leraar ASV compensatietechniek-braille steeds als "hetzelfde ambt" beschouwd, ongeacht het onderwijsniveau : [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] basis- of secundair onderwijs en ongeacht de opleidingsvorm in het secundair onderwijs.

Deze bepaling is niet van toepassing indien hierdoor een lagere salarisschaal bekomen wordt;

3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

4. Voor de toepassing van hetzelfde ambt wordt evenwel geen onderscheid gemaakt tussen het ambt van directeur en het ambt van directeur van een medisch pedagogisch instituut.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
5. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel gelden voor de toepassing van "hetzelfde ambt" volgende bepalingen :

a) er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;

b) voor de toepassing van artikel 18 moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] 11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 2 en § 3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Onderafdeling 2. - Buitengewoon secundair onderwijs

Art. 7.

§ 1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor het buitengewoon secundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, [13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
ondersteunend personeel,13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
] opvoedend hulp-, medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch, [13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
en orthopedagogisch13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
] personeel van het buitengewoon secundair onderwijs;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

2. Wanneer het een ambt van directeur betreft wordt een onderscheid gemaakt tussen het ambt van directeur van een instelling van buitengewoon secundair onderwijs zonder opleidingsvorm 4, het ambt van directeur van een instelling van buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4 zonder derde graad enerzijds en het ambt van directeur van een instelling van buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4 en met derde graad anderzijds. Dit onderscheid geldt niet wanneer het betrokken personeelslid een [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
vereist bekwaamheidsbewijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] heeft voor deze ambten;

3. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
en als het een ambt van leraar betreft :

a) [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken, artistieke vakken, technische vakken en beroepspraktijk, praktijk, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
het einde24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] van het voorgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. 12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] Voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, de beroepsgerichte vorming die behoort tot dezelfde specialiteit. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid, voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;

b) een opdracht in elk vak dat of elke specialiteit, die niet onder a) valt, voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en voor de technische vakken, artistieke vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid :

- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] ;

- ofwel dat vak [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of die specialiteit,11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen.

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

4. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal en een voor die salarisschaal gelijke geldelijke anciënniteit oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur;15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

5. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
5.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] In type 6 van het buitengewoon onderwijs wordt het ambt van leermeester ASV compensatietechniek-braille en het ambt van leraar ASV compensatietechniek-braille steeds als "hetzelfde ambt" beschouwd, ongeacht het onderwijsniveau : kleuter-, lager, basis- of secundair onderwijs en ongeacht de opleidingsvorm in het secundair onderwijs.

Deze bepaling is niet van toepassing wanneer hierdoor een lagere salarisschaal wordt bekomen;

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
6.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 2 en de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] kan de gemotiveerde beslissing van de inrichtende macht waarbij de beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 als "hetzelfde ambt" beschouwd worden, aanvaarden;

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
7.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] In het buitengewoon secundair onderwijs wordt de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3, waarvan de specialiteit is aangeduid in de linkerkolom van onderstaande tabel als "hetzelfde ambt" beschouwd als de praktische vakken in de eerste graad in opleidingsvorm 4 of in de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs die zijn opgenomen in de rechterkolom.

De toepassing van deze bepaling is :

1. verplicht indien de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel in het buitengewoon secundair onderwijs als in het gewoon secundair onderwijs een vereist bekwaamheidsbewijs is;

2. verplicht indien de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het buitengewoon secundair onderwijs en in het gewoon secundair onderwijs een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is;

3. niet mogelijk indien het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het buitengewoon secundair onderwijs maar noch een vereist, noch een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het gewoon secundair onderwijs.

In afwijking van de bepaling onder 2 hiervoor kan de inrichtende macht in onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen het buitengewoon secundair en het gewoon secundair onderwijs, behalve wanneer het betrokken personeelslid reeds in het gewoon secundair onderwijs fungeert als vastbenoemde in het betrokken leervak.

Wanneer de betrokken partijen niet akkoord gaan omtrent het al of niet onderscheid maken tussen het buitengewoon secundair onderwijs enerzijds en het gewoon secundair onderwijs anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht uiterlijk tegen 15 september van het betrokken schooljaar een gefundeerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.

In afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van punt 2 hierboven.

Beroepsgerichte vorming in O.V.3 die behoort tot de volgende specialiteiten :

Praktische vakken in O.V.4 of in de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs die behoren tot de volgende specialiteiten :

Agrarische technieken

Agrarische technieken

Autotechniek

Autotechniek

Bakkerij

Bakkerij

Bouw

Bouw

Carrosserie

Carrosserie

Centrale verwarming

Centrale verwarming

Elektriciteit

Elektriciteit

Gezinstechnieken

Gezinstechnieken

Grafische technieken

Grafische technieken

Haartooi- en schoonheidszorgen

Haartooi

Hout

Hout

Huishoudkunde

Huishoudkunde

Kleding

Kleding

Lassen-monteren

Lassen-constructie

Leder

Leder

Mechanica

Mechanica

Metaal

Mechanica

Sanitair

Sanitair

Schilderen en decoratie

Schilderen en decoratie

Sierkunsten

Plastische en decoratieve technieken

Slagerij

Slagerij

Textiel

Textiel

Verkoop- en kantoortechnieken

Dactylografie

Verzorging

Verzorging

Verzorgingstechnieken

Voeding

Voeding

[13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
8. In afwijking van punt 1 en 4 van § 1 wordt in het buitengewoon secundair onderwijs voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt :

a) de ambten van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";

b) de ambten van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt".

13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
]

§ 2 en § 3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Afdeling 5. - Deeltijds kunstonderwijs

Art. 8.

§ 1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

1. Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulp- en [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
ondersteunend personeel25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] in het deeltijds kunstonderwijs;

2. Wanneer het een ambt van directeur [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] betreft moet rekening worden gehouden met de reglementering inzake de vereiste bekwaamheidsbewijzen;

3. en wanneer het een ambt van leraar betreft :

a) [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
het einde24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] van het voorgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel deze specialiteit;6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

b) een opdracht in elk vak of elke specialiteit, andere dan bedoeld in a), en wanneer het technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken betreft, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het betrokken personeelslid :

- [2B.Vl.R. van 07/12/1994
B.S. 09/03/1995
ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit, ofwel geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs in toepassing van artikel 14, § 3, van het [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-Drama" en "Dans"25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] .

Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die bij toepassing van andere overgangsmaatregelen geacht worden in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;

2B.Vl.R. van 07/12/1994
B.S. 09/03/1995
]

- ofwel dat vak, indien het hiervoor vastbenoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren voorafgaand aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit.

Deze bepaling is enkel geldig wanneer het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel specialiteit.

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt"; 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

4. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling geldt niet als het gaat om een leraar die belast is met een van de volgende vakken:

1° Arrangeren;

2° Begeleidingspraktijk

3° Begeleidingspraktijk: folk- en wereldmuziek;

4° Begeleidingspraktijk: jazz-pop-rock;

5° Begeleidingspraktijk: klassiek;

6° Begeleidingspraktijk: oude muziek;

7° Geluidsleer en opnametechniek;

8° Historische uitvoeringspraktijk;

9° Improvisatie;

10° Instrument: folk- en wereldmuziek;

11° Instrument: jazz-pop-rock;

12° Instrument: klassiek;

13° Instrument: oude muziek;

14° Live/studio electronics;

15° Muziektheorie;

16° Singer-songwriter;

17° Zang musical/muziektheater.

Elke opdracht in een van de voormelde vakken geldt altijd als "hetzelfde ambt", ook als dat leidt tot een aanstelling in een opdracht die geen gelijke salarisschaal oplevert.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

5. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
5.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" in het deeltijds kunstonderwijs wordt een onderscheid gemaakt tussen het lager secundair niveau enerzijds en het hoger secundair niveau anderzijds. Dit onderscheid geldt niet voor opdrachten in een of meer van de vakken vermeld in punt 4.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
6.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" in het deeltijds kunstonderwijs wordt steeds onderscheid gemaakt tussen de vakken vermeld in punt 4 en de andere vakken.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 2. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Afdeling 6. - [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

Art. 9.

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019

Voor het volwassenenonderwijs wordt "hetzelfde ambt" gedefinieerd als het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel en daarenboven:

1° als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs betreft:

a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op het einde van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module;

b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a) waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

1) het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;

2) het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, onderwezen gedurende een periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;

2° een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal oplevert en een geldelijke anciënniteit die voor die salarisschaal gelijk is, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet hetzelfde is in beide ambten;

3° voor het bestuurs- en ondersteunend personeel levert het ambt hetzelfde puntengewicht en dezelfde salarisschaal op.

In afwijking van het eerste lid, 1°, a) en b), behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt.

26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Afdeling 7. - De centra

Art. 10.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018

Voor de centra wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd:

1° het ambt zoals opgenomen in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en het technisch personeel;

2° als het gaat om een ambt van het ondersteunend personeel of om het ambt van coördinator moet het ambt een zelfde omkaderingsgewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

HOOFDSTUK IV. - Reaffectatie en wedertewerkstelling

Art. 11.

§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit dient onder "reaffectatie" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan : de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in "hetzelfde ambt".

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor "hetzelfde ambt" geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs en tussen de verschillende onderwijsniveaus voor de leden van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het orthopedagogisch personeel, het sociaal personeel en het psychologisch personeel.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

§ 2. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Voor de toepassingen van de bepalingen van dit besluit dient onder "wedertewerkstelling" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan : [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in een "ander ambt"11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] .

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Onder voorbehoud van toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 3, § 3, zijn de verplichtingen inzake wedertewerkstelling voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorieën in de linkerkolom van onderstaande tabellen beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechterkolom.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen of als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een selectieambt, een betrekking in een bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

alle personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel

wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- opvoedend hulppersoneel

- administratief personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- medisch personeel

- technisch personeel

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het secundair onderwijs in het ambt van:

het ambt van:

directeur met een derde graad of met hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde

directeur met alleen een eerste graad of met alleen een eerste en tweede graad

directeur

coördinator adjunct-directeur

technisch adviseur-coördinator

technisch adviseur

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het volwassenenonderwijs in het ambt van:

het ambt van:

directeur

adjunct-directeur

technisch adviseur-coördinator

technisch adviseur

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding in het ambt van:

het ambt van:

directeur

coördinator

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het opvoedend hulppersoneel/het ambt van opvoeder

Wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- opvoedend hulppersoneel

- administratief personeel

- ondersteunend personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- technisch personeel

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorieën van het paramedisch/medisch/ psychologisch/ sociaal/orthopedagogisch personeel

Wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- psychologisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- administratief personeel

- opvoedend hulppersoneel

[13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
...13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
]

- het technisch personeel

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het administratief personeel, in het ambt van stafmedewerker in het volwassenenonderwijs of in het ambt van administratief medewerker, met uitzondering van de administratief medewerker in het basisonderwijs26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- administratief personeel

- opvoedend hulppersoneel

- ondersteunend personeel

- technisch personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het technisch personeel

wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- opvoedend hulppersoneel

- administratief personeel

[13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
...13B.Vl.R. van 08/09/2006
B.S. 24/11/2006
]

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- technisch personeel

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie

- wervingsambten van het ondersteunend personeel

- wervingsambten in het kader van taak- en functiedifferentiatie van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- medisch personeel

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorieën van het paramedisch/medisch/psychologisch/sociaal/orthopedagogisch personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie

- wervingsambten van het ondersteunend personeel

- wervingsambten in het kader van taak- en functiedifferentiatie van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- medisch personeel

17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] 11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] 6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
§ 3. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Een vastbenoemd personeelslid van een centrum voor volwassenenonderwijs dat met toepassing van artikel V.79/1, § 1, artikel V.206/1 of artikel V.206/4 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 niet wordt overgenomen door een universiteit of door een hogeschool en aldus ter beschikking gesteld wordt wegens ontstentenis van betrekking bij de inrichtende macht van dat centrum voor volwassenenonderwijs, kan conform artikel V.79/4 of artikel V.206/7 van de Codex Hoger Onderwijs een tewerkstelling opnemen bij een hogeschool of bij een universiteit. Die tewerkstelling verloopt in wederzijdse toestemming tussen het ter beschikking gestelde personeelslid en de hogeschool of de universiteit en wordt als een wedertewerkstelling beschouwd voor de toepassing van dit besluit.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

HOOFDSTUK V. - Dienstanciënniteit en ambtsanciënniteit

Art. 12.

§ 1. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit worden voor de berekening van de dienstanciënniteit de volgende diensten in aanmerking genomen : alle diensten, gepresteerd in het gemeenschapsonderwijs met uitsluiting van de diensten aan een hogeschool na 1 januari 1999 of aan een universiteit, en berekend zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en alle gesubsidieerde diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra met uitsluiting van het universitair onderwijs en met uitsluiting van de diensten gepresteerd na 1 januari 1999 aan een hogeschool en berekend zoals bepaald in artikel 6 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Voor de toepassing van deze bepaling worden de perioden die gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit, gelijkgesteld met gefinancierde of gesubsidieerde diensten.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 2. De ambtsanciënniteit omvat de dienstanciënniteit verworven in het betrokken ambt. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt bij gelijke dienstanciënniteit de ambtsanciënniteit in aanmerking genomen. [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
...17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

§ 3. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
De dienst- en ambtsanciënniteit bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling worden in aanmerking genomen vanaf :

1° 21 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het ondersteunend, [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
het beleids- en ondersteunend personeel van het basisonderwijs,11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] het paramedisch, het sociaal en het administratief personeel;

2° 21 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs;

3° 23 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs;

4° 25 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs en voor het psychologisch, het medisch en het orthopedagogisch personeel;

5° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs;15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

6° 23 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van maatschappelijk werker, paramedisch werker [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of psycho-pedagogisch werker11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] bekleden;

7° 25 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
arts, consulent of psycho-pedagogisch-consulent11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
of die een ambt in het bestuurs- en onderwijzend personeel in de centra25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] bekleden.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
HOOFDSTUK Vbis. - De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art. 12bis.

§ 1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op instellingen van het basisonderwijs [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
en het secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] die behoren tot een scholengemeenschap als bedoeld in het decreet van 10 juli 2003 betreffende het landschap basisonderwijs en [19B.Vl.R. van 17/12/2010
B.S. 24/06/2011
in de bepalingen van de [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Codex Secundair Onderwijs20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
] 19B.Vl.R. van 17/12/2010
B.S. 24/06/2011
] .12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

§ 2. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Voor de toepassing van dit besluit richt een scholengemeenschap een reaffectatiecommissie op volgens de samenstelling van die scholengemeenschap op 1 september van het schooljaar waarin de toewijzingen van die commissie ingaan.20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

§ 3. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de inrichtende machten van de scholen van de scholengemeenschap enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de inrichtende machten geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de inrichtende machten de uiteindelijke beslissing.

Elke scholengemeenschap stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie.

§ 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. In het gesubsidieerd onderwijs kan aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap op zijn verzoek [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
een verlof wegens bijzondere opdracht11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september. De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures zoals bepaald in artikel 25bis, § 3, en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de inrichtende machten die erom verzoeken.

§ 5. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden :

1° het verzamelen van gegevens over de vacatures en de ter beschikking gestelde personeelsleden;

2° het reaffecteren van ter beschikking gestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

3° het weder tewerkstellen binnen dezelfde categorie van ter beschikking gestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

4° het behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen, uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en zo mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling.

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

[20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
5° [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] 20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

§ 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap doorgestuurd naar de voorzitter van de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, die naar gelang van het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep is, of de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
HOOFDSTUK Vter. - De reaffectatiecommissie van de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art. 12ter.

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengroep een reaffectatiecommissie opgericht.

§ 2. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
De reaffectatiecommissie van de scholengroep gaat als volgt te werk :

1° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :

a) het gewoon basisonderwijs;

b) het buitengewoon basisonderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.

In derde instantie wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs;

2° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :

a) het gewoon secundair onderwijs;

b) het buitengewoon secundair onderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.

In derde instantie wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs;

3° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het volwassenenonderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;

4° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;

5° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;

6° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 5°, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

[20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
7° [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] 20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

§ 3. De reaffectatiecommissie van de scholengroep bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de scholengroep enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus.

Als de vertegenwoordigers van de scholengroep geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, zijn het de vertegenwoordigers van de scholengroep die de uiteindelijke beslissing nemen.

Elke scholengroep stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie.

§ 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengroep kan op zijn verzoek [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
een verlof wegens bijzondere opdracht11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september.

De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de instellingen van de scholengroep die erom verzoeken.

§ 5. De reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft de volgende bevoegdheden :

1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;

2° Reaffecteren en wedertewerkstellen zoals bepaald in § 2;

3° Behandelen van de resterende bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 12bis, § 6;

4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengroep;

5° De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling;

6° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
De gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengroep geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengroep doorgestuurd naar de voorzitter van de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie.

§ 7. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengroep moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie :

1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft doorgevoerd;

2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengroep;

3° de resterende vacatures in de scholengroep.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

HOOFDSTUK VI. - De zonale reaffectatiecommissies

Art. 13.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

HOOFDSTUK VII. - De interprovinciale reaffectatiecommissies

Art. 14.

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

HOOFDSTUK VIII. - Samenstelling, werking en bevoegdheid van de Vlaamse reaffectatiecommissie

Art. 15.

Bij [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] wordt één Vlaamse reaffectatiecommissie opgericht.

De Vlaamse reaffectatiecommissie is samengesteld uit twee kamers. Eén van de kamers is bevoegd voor het gemeenschapsonderwijs, de andere kamer is bevoegd voor het gesubsidieerd onderwijs.

De voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de adjunct-secretaris, en hun plaatsvervangers worden door [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] gekozen onder de ambtenaren van zijn administratie. Een ambtenaar van [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
de Stafdiensten van het Departement Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] en de [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
inspecteur-generaal of zijn afgevaardigde17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] , met raadgevende stem, kunnen ook lid zijn van de Vlaamse reaffectatiecommissie.

De kamer voor het gemeenschapsonderwijs is als volgt samengesteld : 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
het Gemeenschapsonderwijs6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] vertegenwoordigen en 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die de representatieve groeperingen van personeelsverenigingen van het gemeenschapsonderwijs, aangesloten bij een in de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie vertegenwoordigen.

De kamer voor het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra is als volgt samengesteld : 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die de representatieve verenigingen van de inrichtende machten vertegenwoordigen - het officieel onderwijs en de officiële centra enerzijds en het vrij onderwijs en de vrije centra anderzijds, moeten in gelijk aantal vertegenwoordigd zijn - en 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die de representatieve groeperingen van personeelsverenigingen van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra aangesloten bij een in de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie vertegenwoordigen. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de representatieve vereniging van de inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs lid zijn van deze reaffectatiecommissie.6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar een centrum voor leerlingenbegeleiding van het gesubsidieerd vrij onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de vrije VCLB-koepel adviserend lid zijn van deze reaffectatiecommissie.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

Art. 16.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] regelt de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie en stelt de leden aan.

Art. 17.

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft de volgende bevoegdheden :

1° in eerste orde het reaffecteren van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze reaffectaties daarenboven per karakter;

2° in tweede orde het wedertewerkstellen van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze wedertewerkstellingen daarenboven per karakter;

3° in derde orde het reaffecteren en wedertewerkstellen van personeelsleden over de onderwijsniveaus heen;

4° het beslechten van bezwaarschriften en het beslissen over de moeilijkheden met betrekking tot reaffectaties, wedertewerkstellingen en tewerkstellingen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter;

5° na de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
toewijzen in een niet-organieke betrekking26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Deze bepaling geldt niet voor een personeelslid dat het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies weigert of niet succesvol beëindigt;22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

6° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
met toepassing van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 201625B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] en door de beslissing van Medex nog geschikt worden geacht om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis;

7° [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

De voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie brengt jaarlijks bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, verslag uit over de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Dat verslag bevat ook een evaluatie van de werking van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap en de reaffectatiecommissies van de scholengroep, en een evaluatie van de toepassing van de bepalingen van dit besluit. Daarvoor beschikt de voorzitter over de bevoegdheid om alle nuttige gegevens over reaffectatie en wedertewerkstelling op te vragen bij de bevoegde reaffectatiecommissies.

18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

TITEL II. - De terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking

HOOFDSTUK I. - Principes

Afdeling 1. - Verdeling van de betrekkingen onder de vastbenoemde titularissen

Art. 18.

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
§ 1.6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Bij het begin van het schooljaar verdeelt de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier:25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
De inrichtende macht wijst per instelling en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt".12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

2. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
De inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit. Als het om een personeelslid van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 10. Als door de voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50% van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. Als het om een personeelslid in het volwassenenonderwijs gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 12. Als het om een personeelslid van de centra gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 14.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

3. Wanneer voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dreigt, moet de inrichtende macht vooraleer de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking uit te spreken de in artikel 20 vermelde maatregelen nemen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Als het in het secundair onderwijs om een personeelslid gaat dat titularis is van een betrekking die is opgericht met punten van de globale puntenenveloppe, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 9. Als het om een personeelslid van het volwassenenonderwijs gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 12. Als het om een personeelslid van de centra gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 14.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

§ 2. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 3. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de toepassing van dit artikel wordt een pedagogische entiteit beschouwd als één instelling, behalve voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Voor de toepassing van dit artikel houdt de inrichtende macht in het volwassenenonderwijs steeds rekening met artikel 40duodecies van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 36novies/2 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 19.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

Afdeling 2. - Maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling

Art. 20.

§ 1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Bij de maatregelen, voorafgaand aan de terbeschikkingstelling in het onderwijs, wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.

Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking nadat ze, in het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
gemeenschapsonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling en in het gesubsidieerd onderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling of tot de instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
, en die in voorkomend geval behoren tot eenzelfde scholengemeenschap15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] , in de opgegeven volgorde en voorzover dat nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden :

1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimumaantal [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
prestatie-eenheden25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] , vereist voor een betrekking met volledige prestaties;

2° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" in een andere instelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
prestatie-eenheden25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] , vereist voor een betrekking met volledige prestaties;

3° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen. [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
In het secundair onderwijs moet daarbij voor de ambten, ingericht met punten van de globale puntenenveloppe, rekening gehouden worden met artikel 2, § 9 en voor het ondersteunend personeel daarenboven ook met artikel 2, § 10.17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling dreigt te dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. In het volwassenenonderwijs moet hierbij rekening worden gehouden met artikel 2, § 12. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
In de centra voor leerlingenbegeleiding wordt daarbij rekening gehouden met artikel 2, § 14;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] ;15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

4° een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;

5° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de toepassing van deze bepaling wordt een pedagogische entiteit beschouwd als één instelling, behalve voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 2. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Als een inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs in toepassing van § 1 beslist de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling toe te passen op alle instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die in voorkomend geval behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, behoort een nieuwe affectatie van een vastbenoemd personeelslid ook tot de voorafgaande maatregelen.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
§ 3. Het personeelslid dat behoort tot een instelling en centrum van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat niet akkoord gaat met een nieuwe affectatie als gevolg van de toepassing van de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling, wordt in afwijking van § 1 en § 2 terbeschikkinggesteld aan de instelling of het centrum van affectatie. 6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Deze bepalingen zijn niet van toepassing als de nieuwe affectatie gebeurt binnen een pedagogische entiteit.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

§ 4. In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.

Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling een of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest het schoolbestuur in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.

§ 5. In het buitengewoon secundair onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.

Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest de inrichtende macht in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006

§ 6. In het gewoon lager onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van onderwijzer en/of van leermeester lichamelijke opvoeding minder kan inrichten.

Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Het gaat hier steeds om lestijden die in de school of instelling in kwestie werden aangewend op 30 juni van het voorgaande schooljaar.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] [21B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 04/12/2012

§ 6bis. In het gewoon kleuteronderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van kleuteronderwijzer of van leermeester lcihamelijke opvoeding minder kan inrichten.

Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Het gaat hier altijd om lestijden die in de school of instelling in kwestie werden aangewend op 30 juni van het voorafgaande schooljaar.

21B.Vl.R. van 12/10/2012
B.S. 04/12/2012
] [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006

§ 7. In het buitengewoon lager onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van onderwijzer algemene en sociale vorming en/of van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding minder kan inrichten.

Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding anderzijds. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Het gaat hier steeds om lestijden die in de school of instelling in kwestie werden aangewend op 30 juni van het voorgaande schooljaar.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

§ 8. In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar een daling van het leerlingenaantal heeft binnen een bepaald niveau kan dit tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming minder kan inrichten.

Bij daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau kiest het schoolbestuur of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegd lokaal comité.

Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

§ 9. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

Art. 20bis.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

Afdeling 3. - De terbeschikkingstelling

Art. 21.

§ 1. De inrichtende machten spreken de terbeschikkingstellingen uit volgens de voorschriften van dit besluit.

§ 2. De terbeschikkingstelling kan echter enkel worden uitgesproken voor de prestaties die, in het kader van de bezoldigingsregeling die op het betrokken personeelslid van toepassing is, de bezoldiging van een ambt met volledige prestaties niet overschrijden.

Voor het [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
gemeenschapsonderwijs6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] geldt, voor de personeelsleden die zowel in hoofdambt als in bijbetrekking in [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
het volwassenenonderwijs26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] of met beperkt leerplan vastbenoemd zijn, deze bepaling afzonderlijk voor hoofdambt en bijbetrekking.

Art. 22.

§ 1. Bij de terbeschikkingstelling in het onderwijs wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.

§ 2. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Onder de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" als hoofdambt uitoefenen, wordt volgende volgorde van terbeschikkingstelling gehanteerd.

1° In het gewoon basisonderwijs :

a) wordt in het gemeenschapsonderwijs onder de leden die "hetzelfde ambt" uitoefenen, in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) wordt in het gesubsidieerd onderwijs :

1) eerst onder de leden andere dan die bedoeld in 2), die "hetzelfde ambt" uitoefenen diegene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft :

- voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet;

- voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze :

- in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

of

- in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor het vrij onderwijs of voor de lopende of aanvangende legislatuur voor het officieel onderwijs voor alle personeelsleden in alle categorieën;

2) daarna onder de directeurs van een basisschool die een inrichtende macht heeft ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs en opnieuw in dienstactiviteit heeft geroepen in één van de ambten van onderwijzer, van leermeester niet-confessionele zedenleer, van leermeester godsdienst, van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzondere leermeester diegene met de kleinste dienstanciënniteit :

- voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet;

- voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze :

- in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

of

- in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor het vrij onderwijs of voor de lopende of aanvangende legislatuur voor het officieel onderwijs voor alle personeelsleden in alle categorieën;

2° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
In het secundair onderwijs wordt :15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de toepassing van dit artikel wordt een pedagogische entiteit beschouwd als één instelling, behalve voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

In instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gebeurt de terbeschikkingstelling naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel der instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
Bij de terbeschikkingstelling in een ambt dat wordt ingericht met punten van de globale puntenenveloppe, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9 en voor het ondersteunend personeel daarenboven ook met artikel 2, § 10.17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld;

3° In het deeltijds kunstonderwijs wordt :

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

4° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
In het volwassenenonderwijs wordt:

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert, degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

Bij de terbeschikkingstelling houdt de inrichtende macht altijd rekening met artikel 2, § 12.

26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

5° In het buitengewoon basisonderwijs wordt :

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs diegene ter beschikking gesteld met de kleinste dienstanciënniteit - voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

- voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze :

- in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

of

- in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

6° In de centra wordt in het centrum en in het ambt waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
, rekening houdend met artikel 2, § 14.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] .

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Art. 23.

§ 1. [4B.Vl.R. van 25/03/1997
B.S. 13/05/1997
De terbeschikkingstellingen gaan in op 1 september.4B.Vl.R. van 25/03/1997
B.S. 13/05/1997
]

§ 2. [4B.Vl.R. van 25/03/1997
B.S. 13/05/1997
[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vermeld in artikel V.75, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de daarin vermelde beslissingen uitwerking hebben.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] Indien deze beslissingen uitwerking hebben op de eerste dag van de maand, dan gaan de terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in op dezelfde dag.4B.Vl.R. van 25/03/1997
B.S. 13/05/1997
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
§ 3. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

Art. 24.

De personeelsleden die ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking door hun inrichtende macht en die zich, wat betreft de terbeschikkingstelling benadeeld achten bij de toepassing van dit besluit, kunnen een bezwaarschrift indienen bij hun inrichtende macht. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

HOOFDSTUK II. - Procedures

Afdeling 1. - Melding van terbeschikkingstelling en aanvraag wachtgeld en wachtgeldtoelage

Art. 25.

§ 1. De inrichtende macht is verplicht om jaarlijks de hierna vermelde gegevens van de personeelsleden [5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld zijn of worden,5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
] aan de bevoegde diensten van [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] , mede te delen met vermelding van :

- de naam en de voornaam;

- de geboortedatum;

- de dienstanciënniteit;

- de bekwaamheidsbewijzen;

- het ambt waarin betrokkene ter beschikking gesteld is [5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
of wordt5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
] met vermelding van het aantal uren.

Bij deze mededeling wordt het verzoek gevoegd van het ter beschikking gestelde personeelslid tot toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, alsmede een verklaring dat hij onder de voorwaarden van dit besluit wil worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld. Indien geen wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt aangevraagd of bij een laattijdige aanvraag wordt geen wachtgeld of wachtgeldtoelage toegekend.

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Als het personeelslid een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies, voegt de inrichtende macht dat ook toe aan de mededeling. Als het personeelslid het voormelde professionaliseringstraject voortijdig beëindigt, deelt de inrichtende macht dat onmiddellijk mee aan de bevoegde diensten van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

§ 2. De gegevens, de aanvraag van wachtgeld of wachtgeldtoelage en de verklaring van het personeelslid worden [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] meegedeeld voor de hierna vermelde data :

1. [5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
Het basisonderwijs : [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
na 1 juli en vóór 15 augustus24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] . In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
eerste schooldag van oktober11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] als teldag hebben.5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
]

[5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
...5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
]

5. Het gewoon secundair onderwijs : vanaf 1 juli en vóór de vijftiende september. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

6. Het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] : vóór de vijftiende oktober.

7. Het buitengewoon secundair onderwijs : vóór de vijftiende september. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

8. Het deeltijds kunstonderwijs : vóór de vijftiende oktober.

9. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

10. De internaten en semi-internaten : vóór de tiende werkdag van oktober.

11. In de centra : vanaf 1 juli en vóór de vijftiende september.

§ 3. Geen enkele beslissing van terbeschikkingstelling van de inrichtende macht en aanvraag en verklaring van het personeelslid kan worden aanvaard ingeval zij na de gestelde datum wordt medegedeeld.

In uitzonderlijke omstandigheden kan nochtans [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] of zijn afgevaardigde hierop, op behoorlijk gemotiveerde aanvraag, afwijking verlenen.

[4B.Vl.R. van 25/03/1997
B.S. 13/05/1997

§ 4. Bij de aanvang van een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
overeenkomstig artikel 23, § 2 of § 322B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] , moeten in afwijking van § 2 hiervoor, de gegevens en de aanvraag om wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals bepaald in § 1 hiervoor, ingediend worden binnen de 10 werkdagen na de ingangsdatum ervan.

4B.Vl.R. van 25/03/1997
B.S. 13/05/1997
]

Afdeling 2. - Melding van de nog niet gereaffecteerde of niet weder te werk gestelde personeelsleden en van de vacatures voor de werking van de reaffectatiecommissies

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art. 25bis.

§ 1. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Dit artikel geldt voor instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs :

1° die behoren tot een scholengemeenschap;

2° die op 1 september 2014 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 2014 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;

3° die op of na 1 september 2014 fuseren met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort.

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

§ 2. [10B.Vl.R. van 01/03/2002
B.S. 19/06/2002
Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
van de instellingen vermeld in paragraaf 122B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] , aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren :

de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of het aantal punten11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] , de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.

Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of de opleidingsvorm11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] , [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
...17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] of in het deeltijds kunstonderwijs.

10B.Vl.R. van 01/03/2002
B.S. 19/06/2002
]

§ 3. De inrichtende machten moeten tevens aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] de betrekkingen meedelen, die uitgeoefend worden of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Als op de uiterste datum van indienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld.

§ 4. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld :

a) voor het basisonderwijs : [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
na 1 juli en vóór 15 augustus24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] . In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

b) voor het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] : in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 5 september. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

§ 5. De voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap levert een ondertekend en gedateerd document af, dat in de instelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig indienen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap van de in de § 2 en § 3 vermelde gegevens.

§ 6. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de volgende gegevens worden doorgestuurd naar de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, zijnde al naar gelang het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep of de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie :

1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft doorgevoerd;

2° [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengemeenschap;17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

3° de vacatures in de scholengemeenschap die worden ingenomen door personeelsleden die niet vrij zijn van reaffectatie. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Deze bepaling geldt niet voor vacatures in ambten van het ondersteunend personeel.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Als het gaat om een net overschrijdende scholengemeenschap worden per net de hiervoor vermelde gegevens aan de voor dat net bevoegde reaffectatiecommissie doorgestuurd.

[20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011

§ 7. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend niet tot een andere scholengemeenschap zal behoren, moet de inrichtende macht van die instelling het eerste schooljaar volgend op de uittreding de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, nog meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waar de instelling uittreedt. Vanaf het tweede schooljaar geldt artikel 25ter.

Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend toetreedt tot een andere scholengemeenschap, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waartoe de instelling vanaf 1 september zal behoren.

De gegevens worden meegedeeld conform paragraaf 4.

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
] 6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art 25ter.

§ 1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Dit artikel geldt voor de instellingen die niet ressorteren onder artikel 25bis, § 1.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

§ 2. [10B.Vl.R. van 01/03/2002
B.S. 19/06/2002
Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
van de in § 1 [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] , genoemde instellingen11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap :

de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of het aantal punten11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] , de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.

Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of de opleidingsvorm11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] , [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] of in het deeltijds kunstonderwijs.

10B.Vl.R. van 01/03/2002
B.S. 19/06/2002
]

§ 3. De inrichtende machten moeten tevens aan de bevoegde reaffectatiecommissie [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] de betrekkingen meedelen, die worden uitgeoefend of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Als op de uiterste datum van indienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld.

§ 4. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld :

a) voor het basisonderwijs : [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
na 1 juli en vóór 15 augustus24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] . In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

b) voor het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] : in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 15 september.

In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de instellingen [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

c) voor het deeltijds kunstonderwijs en het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] voor de vijfde werkdag van oktober;

d) voor de centra in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 20 september.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

§ 5. De voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie levert een ondertekend en gedateerd document af, dat in de instelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig indienen aan de bevoegde reaffectatiecommissie van de in § 2 en § 3 vermelde gegevens.

§ 6. De inrichtende macht van in § 1 vermelde instellingen van het gemeenschapsonderwijs moet de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep.

De inrichtende macht van in § 1 vermelde instellingen van het gesubsidieerd onderwijs moet de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie.

§7. en §8. [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art. 25quater.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 26.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Afdeling 3. - De ingangsdatum van de reaffectaties en de wedertewerkstelling

Art. 27.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs en aan de inrichtende macht met een gewone brief, gaan in uiterlijk op :

a) 1 september voor het basisonderwijs;

b) 15 september voor de andere.

In uitzonderlijke omstandigheden kan van deze datum worden afgeweken.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art. 27bis.

De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, gaan in uiterlijk op de volgende data en in uitzonderlijke omstandigheden op een latere datum :

1° Het basisonderwijs : reaffectatie en wedertewerkstelling binnen het zelfde niveau op 1 september. Wedertewerkstelling over de niveaus heen op 15 september;

2° Het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] secundair onderwijs : op 15 september;

3° [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

4° Het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] : [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
op 1 oktober;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

5° Het deeltijds kunstonderwijs : [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
op 1 oktober;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

6° De centra : op 15 september.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 28.

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
De toewijzingen van de Vlaamse reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen afgifte van een ontvangstbewijs, gaan in op 1 oktober of op een latere datum.18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

TITEL III. - Bezoldigingsregeling voor personeelsleden terbeschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

HOOFDSTUK I. - Volledige ontstentenis van betrekking

Art. 29.

§ 1. Het wegens volledige ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid bekomt op zijn aanvraag een wachtgeld of wachtgeldtoelage dat de eerste twee jaren gelijk is aan het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage, die betrokkene genoot voor de terbeschikkingstelling.

Het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage is het salaris of de salaristoelage die betrokkene genoot of zou genoten hebben voor de betrekking waarvan hij vastbenoemd titularis was.

Vanaf het derde jaar wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage elk jaar met 20% verminderd. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag evenwel niet lager zijn dan zoveel maal 1/30 van voormelde activiteitssalaris of activiteitssalaristoelage als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt. De opeenvolgende verminderingen worden berekend met het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage voor de volledige ontstentenis van betrekking als basis.

Voor het personeelslid dat oorlogsinvalide is, is het wachtgeld of de wachtgeldtoelage gedurende de eerste drie jaren gelijk aan het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage. Vanaf het vierde jaar wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage op de hierboven bepaalde wijze verminderd.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder dienstjaren verstaan deze welke in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties wegens diploma's tellen niet mee.

De militaire dienst of burgerdienst, vervuld voor de indiensttreding, wordt niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende militaire dienst en burgerdienst wordt slechts meegerekend voor zijn gewone duur, onverminderd de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende prioriteiten.

§ 2. De duur van de volledige terbeschikkingstelling met genot van wachtgeld of wachtgeldtoelage mag in één of in verscheidene malen de duur niet overschrijden van de diensten die voor de berekening van het rustpensioen in aanmerking komen. De periodes van terbeschikkingstelling worden niet in aanmerking genomen.

§ 3. De periode voor het berekenen van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage wordt opgeschort bij de volgende gelegenheden :

- gedeeltelijke of volledige reaffectatie;

- gedeeltelijke of volledige wedertewerkstelling;

- [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
het volgen of geven van erkende nascholing of navorming;6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

- overgang naar een andere administratieve stand;

- overgang naar een andere vorm van terbeschikkingstelling;

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
- het volledig afstand doen van wachtgeld of van wachtgeldtoelage;6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
- het volgen van een professionaliseringstraject als vermeld in artikel 47quinquies.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
De ziekten of gebrekkigheden of het feit dat op het personeelslid de bepalingen van toepassing zijn van artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 schorten de periode voor het berekenen van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage niet op.6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 4. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Na de hierboven opgesomde periodes van opschorting wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage berekend op grond van het initiële activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage. Behoudens bij volledige afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt het initiële activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage evenwel verhoogd met de nieuw verworven anciënniteit gedurende deze periode van opschorting.6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 5. Wanneer een personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ziekte en wanneer dit personeelslid ter beschikking moet gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft het personeelslid slechts recht op een wachtgeld of op een wachtgeldtoelage ingevolge zijn ontstentenis van betrekking, op het ogenblik dat dit personeelslid door [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Medex15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] geschikt verklaard wordt om zijn functies op normale en regelmatige wijze te vervullen.

§ 6. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking en dat volledig of gedeeltelijk gereaffecteerd of weder te werk gesteld is of dat opnieuw aangesteld is, heeft gedurende de periode van reaffectatie of wedertewerkstelling of aanstelling recht op het salaris of op de salaristoelage verbonden aan de verrichte prestaties. Wanneer echter het bedrag van dit salaris of deze salaristoelage lager is dan het bedrag van het salaris of de salaristoelage die het als vastbenoemde titularis genoot of zou genoten hebben indien het in dienstactiviteit was gebleven, dan heeft het personeelslid in ieder geval recht op die laatste salaris of salaristoelage.

§ 7. Wanneer een terbeschikkingstelling wegens volledige ontstentenis van betrekking beëindigd wordt doordat het personeelslid opnieuw vastbenoemd titularis wordt van een betrekking [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
of een nieuwe affectatie of mutatie krijgt11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] , heeft het personeelslid bij een volgende terbeschikkingstelling opnieuw recht op de regeling van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage zoals berekend in § 1.

§ 8. Bij afwijking van de hierboven vermelde bepalingen, hebben de directeurs van een kleuter- of lagere of basisschool, de onderwijzers, de leermeesters niet-confessionele zedenleer, de leermeesters godsdienst, de leermeesters lichamelijke opvoeding en de bijzondere leermeesters, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, littera a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs, van toepassing vanaf het schooljaar 1975-1976, zonder tijdsbeperking en op hun aanvraag recht :

- op een salaris of salaristoelage, indien ze gereaffecteerd zijn in hetzelfde ambt of indien zij opnieuw in dienst treden ofwel tijdelijk, ofwel in vast verband in een ander ambt;

- op een wachtgeld of wachtgeldtoelage in de andere gevallen.

Zowel de salaristoelage als de wachtgeldtoelage moeten ten minste gelijk zijn aan de salaristoelage die zij zouden genoten hebben indien zij in dienstactiviteit waren gebleven in het ambt dat zij uitoefenden op het ogenblik van hun terbeschikkingstelling.

§ 9. De personeelsleden die op 31 augustus 1984 van de bijzondere bescherming genoten met betrekking tot de terbeschikkingstelling, voorzien bij koninklijk besluit van 8 oktober 1975 houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs en tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 oktober 1966, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 juli 1982 en 3 augustus 1983, blijven hun rechten behouden.

§ 10. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

§ 11. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de directeur in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs die sinds 1 september 2002 volledig is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, geldt als laatste activiteitssalaris het salaris of de salaristoelage zoals bepaald in de salarisschaal 479 of in de salarisschaal 498 als het gaat om een directeur van een oefenschool.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

HOOFDSTUK II. - Gedeeltelijke ontstentenis van betrekking

Art. 30.

§ 1. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking behoudt op zijn aanvraag en onder de in dit besluit gestelde voorwaarden het voordeel van het salaris of van de salaristoelage verbonden aan de prestaties die het uitoefende voor zijn terbeschikkingstelling.

Dit salaris of deze salaristoelage is het salaris of de salaristoelage die betrokkene genoot of zou genoten hebben voor de betrekking waarvan hij vastbenoemd titularis was.

§ 2. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking en dat volledig of gedeeltelijk gereaffecteerd is of weder te werk gesteld is of dat opnieuw aangesteld is, heeft gedurende de periode van reaffectatie of wedertewerkstelling of aanstelling recht op het activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage verbonden aan de effectief verrichte prestaties. Wanneer echter het globale bedrag van dit activiteitssalaris of deze activiteitssalaristoelage van de effectief verrichte prestaties lager is dan het globale bedrag van het salaris of de salaristoelage, die het personeelslid zou genieten op basis van zijn gedeeltelijke ontstentenis van betrekking, dan heeft het personeelslid in ieder geval recht op het bedrag van het salaris of de salaristoelage, verbonden aan de prestaties die het uitoefende vóór zijn terbeschikkingstelling.

Dit salaris of deze salaristoelage is het salaris of de salaristoelage die betrokkene genoot of zou genoten hebben voor de betrekking waarvan hij vastbenoemd titularis was.

HOOFDSTUK III. - Afstand van wachtgeld of van wachtgeldtoelage

Art. 31.

§ 1. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat tijdelijk afstand doet van zijn recht op de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikel 29 of artikel 30 wordt zonder dat hierdoor afbreuk gedaan wordt aan de terbeschikkingstelling, op zijn verzoek, voor de duur van deze afstand ontslagen van elke verplichting inzake reaffectatie en wedertewerkstelling. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Wanneer er echter in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die tot dezelfde scholengemeenschap [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] behoort of in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 2. De verklaring van afstand van het recht op bovenvermelde financiële voordelen moet schriftelijk en naargelang van het geval vóór dezelfde datum als waarop de terbeschikkingstelling moet ingediend worden of bij het begin van het schooljaar [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] of dienstjaar, bij de bevoegde dienst van het [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] en bij de instelling of het gesubsidieerd centrum dat het personeelslid ter beschikking heeft gesteld, worden ingediend. De afstand van het recht op de bovenvermelde financiële voordelen moet betrekking hebben op het volledige schooljaar of dienstjaar of in ieder geval vanaf het begin van de terbeschikkingstelling waarvoor de verklaring wordt ingediend en op een gedeelte van of op de totale opdracht waarvoor het betrokken personeelslid de financiële voordelen genoot of zou genieten.

HOOFDSTUK IV. - Personeelsleden titularis van een betrekking in hoofdambt en van een betrekking in bijbetrekking

Art. 32.

Voor de personeelsleden die vastbenoemd titularis zijn van een betrekking in hoofdambt en titularis zijn van een betrekking in bijbetrekking geldt de volgende regeling :

§ 1. Vastbenoemd titularis in hoofdambt en vastbenoemd titularis in bijbetrekking :

1° voor het Gemeenschapsonderwijs wordt de betrekking uitgeoefend in hoofdambt en de betrekking uitgeoefend in bijbetrekking afzonderlijk beschouwd voor de toepassing van dit besluit;

2° voor het gesubsidieerd onderwijs wordt bij een vermindering van de opdracht in hoofdambt, het betrokken personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking met recht op de financiële voordelen toegekend op grond van artikel 29 of artikel 30. In afwachting van een reaffectatie of wedertewerkstelling wordt de salaristoelage in bijbetrekking in mindering gebracht van de wachtgeldtoelage of de salaristoelage in hoofdambt.

§ 2. Vastbenoemd titularis in hoofdambt en tijdelijk titularis in bijbetrekking :

bij een vermindering van de opdracht in hoofdambt, wordt het betrokken personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking met recht op de financiële voordelen toegekend op grond van artikel 29 of artikel 30.

In afwachting van een reaffectatie of wedertewerkstelling wordt het salaris of de salaristoelage in bijbetrekking in mindering gebracht van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage of het salaris of de salaristoelage in hoofdambt.

In de gevallen bedoeld in § 1, 2 en § 2 dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot harmonisering van de bezoldigingsregeling van het onderwijs met volledig leerplan en het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan.

TITEL IV. - Voorwaarden waaronder de inrichtende machten gehouden zijn een betrekking toe te wijzen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Art. 33.

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
§ 1.15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] De inrichtende machten zijn ertoe gehouden bij het toewijzen van een vacature met volledige of onvolledige prestaties bij wijze van reaffectatie en wedertewerkstelling een beroep te doen op de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking. De personeelsleden dienen in dienst genomen te worden onder de hierna bepaalde voorwaarden en in de gegeven volgorde.

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008

§ 2. In afwijking van § 1 is de inrichtende macht niet verplicht een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling aan te stellen in een vacature, als dat personeelslid in de instelling of de pedagogische entiteit waar die vacature te begeven is, ontslagen werd als gevolg van een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" volgens hoofdstuk VIIIter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of hoofdstuk Vter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

HOOFDSTUK II. - [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Het basisonderwijs6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Afdeling 1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Art. 34.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006

§ 1. A. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap :

Elke inrichtende macht is :

1° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

2° in volgende volgorde :

a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

c) verplicht om elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermelde personeelslid vast benoemd heeft in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;

d) verplicht om elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen, in dienst te nemen. Die verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.

- Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang.

3° verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, als vermeld in artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, een van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking;

4° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
4bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon basisonderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

5° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking van directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht;

5°bis. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

6° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

7° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking is van directeur, van beheerder of van hoofdopvoeder in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Elke inrichtende macht is :

1° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

2° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
in volgende volgorde25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] :

a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 2005 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

c) Verplicht elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;

d) Verplicht elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.

- Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
...15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

3° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

4° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
4bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon basisonderwijs van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

5° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die :

a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;

b) door de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft;

c) [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.

6° En onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

7° In het gemeenschapsonderwijs verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze vat reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking is van directeur, van beheerder of van hoofdopvoeder in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

8° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

C. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Elke inrichtende macht is:25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

1° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
...25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

2° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
in volgende volgorde25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

c) verplicht om elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij die inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermelde personeelslid vast benoemd heeft in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;

d) verplicht om elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen. Die verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.

- Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

3° verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, als vermeld in artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, een van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

4° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
4bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon basisonderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

5° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden;

5°bis. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

6° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

7° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking is van directeur, van beheerder of van hoofdopvoeder in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

§ 2. Als aan de bepalingen in § 1 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een salaris of een salaristoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.

Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.

§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in "hetzelfde ambt" beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

§ 4. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

§ 5. Een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

§ 6. Een reaffectatie in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Afdeling 2. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Art. 35.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

HOOFDSTUK III. - [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Het secundair onderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

Afdeling 1. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

Art. 36.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006

§ 1. [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
...17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

§ 2. A. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap

Elke inrichtende macht is in deze volgorde :

1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van a en b geldt het volgende :

- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;

- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
2bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon secundair onderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. Als het gaat om ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel, moet de toewijzing bij voorrang plaatsvinden in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid. Als dat niet mogelijk is, gebeurt de toewijzing in een betrekking met een andere puntenwaarde;

3°bis. [23B.Vl.R. van 21/11/2014
B.S. 14/01/2015
...23B.Vl.R. van 21/11/2014
B.S. 14/01/2015
]

4° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid in dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

5° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren

Elke inrichtende macht is in volgende volgorde :

1° [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van a en b geldt het volgende :

- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;

- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

2° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
2bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon secundair onderwijs van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

3° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die :

a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;

b) [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft;18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

c) [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] , op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.

4° En onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

5° In het gemeenschapsonderwijs verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
Vlaamse18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

6° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

C. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen

Elke inrichtende macht is in deze volgorde :

1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;

- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur;

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
2bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon secundair onderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. Als het gaat om ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel, moet de toewijzing bij voorrang plaatsvinden in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid. Als dat niet mogelijk is, gebeurt de toewijzing in een betrekking met een andere puntenwaarde. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dat personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie;

3°bis. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

4° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

5° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

§ 3. Als aan de bepalingen in § 2 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een salaris of een salaristoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.

Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.

§ 4. Het salaris of de salaristoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of in dienst wordt gehouden in een betrekking waarin een personeelslid ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in de scholengemeenschap of scholengroep ingevolge de bepalingen van dit besluit in dienst moest worden genomen.

§ 5. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
Een reaffectatie of wedertewerkstelling in een ambt van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als deze van het terbeschikkinggestelde personeelslid en daarna in een vacante betrekking met een andere puntenwaarde.17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

§ 6. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

§ 7. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

§ 8. [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Voor de toepassing van dit artikel worden de instellingen die behoren tot eenzelfde pedagogische entiteit, beschouwd als één instelling. 15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Art. 36bis.

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
...17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 37.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

[17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
HOOFDSTUK IIIbis. - Het deeltijds kunstonderwijs17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
]

Art. 38.

§ 1. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde :11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

A. In het gemeenschapsonderwijs :

1° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
verplicht bij wijze van reaffectatie in de volgende volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:

a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt". Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) elke persoon die ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

De bepalingen van dit punt worden in de hiervoor vermelde volgorde in eerste instantie nageleefd in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld. In onderling akkoord tussen de inrichtende macht en het personeelslid kan van deze bepaling worden afgeweken.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

2° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in instellingen van de inrichtende macht en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

3° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van art. 2, § 2, 5°.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

4° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

5° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

B. In het gesubsidieerd onderwijs :

1° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen :

a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt". Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) elke persoon die ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

De bepalingen van dit punt worden in de hiervoor vermelde volgorde in eerste instantie nageleefd in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld. In onderling akkoord tussen de inrichtende macht en het personeelslid kan van deze bepaling worden afgeweken .

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010

1°ter verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.

Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden.

18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

2° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

3° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

4° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 2. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] kan een inrichtende macht salaris of salaristoelage bekomen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] aangegeven is aan de [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
bevoegde18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure. Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies.

Wanneer een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen is de inrichtende macht gehouden het personeelslid in dienst te nemen.

§ 3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 4. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden.

§ 5. Een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

HOOFDSTUK IV. - [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Het volwassenenonderwijs15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

Art. 39.

[15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008

§ 1. Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde :

A. In het gemeenschapsonderwijs :

1° a) verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Die verplichting geldt ook in de loop van het schooljaar voor elke nieuwe vacature.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra voor volwassenenonderwijs. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Die verplichting geldt ook in de loop van het schooljaar voor elke nieuwe vacature.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken als het gaat om een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in het centrum waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een ander centrum van de inrichtende macht. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Die verplichting geldt ook in de loop van het schooljaar voor elke nieuwe vacature;26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
2° bis voor het personeelslid dat ter beschikking gesteld is in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, en voor wie met toepassing van punt 1° en 2° geen passende reaffectatie of wedertewerkstelling wordt gevonden in een centrum van de inrichtende macht, stelt de inrichtende macht in overleg met het personeelslid in kwestie een professionaliseringstraject op als vermeld in artikel 47quater;26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid in dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

5° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, technisch adviseur-coördinator of adjunct-directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

6° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

B. In het gesubsidieerd onderwijs :

1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Die verplichting geldt ook in de loop van het schooljaar voor elke nieuwe vacature.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in één van haar centra voor volwassenenonderwijs. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Die verplichting geldt ook in de loop van het schooljaar voor elke nieuwe vacature.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken in geval van een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in het centrum waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een ander centrum van de inrichtende macht. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Die verplichting geldt ook in de loop van het schooljaar voor elke nieuwe vacature;26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
2° bis voor het personeelslid dat ter beschikking gesteld is in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, en voor wie met toepassing van punt 1° en 2° geen passende reaffectatie of wedertewerkstelling wordt gevonden in een centrum van de inrichtende macht, stelt de inrichtende macht in overleg met het personeelslid in kwestie een professionaliseringstraject op als vermeld in artikel 47quater;26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

3° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
directeur, technisch adviseur-coördinator of adjunct-directeur25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden;18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

5° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

§ 2. Als aan de bepalingen in § 1 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een salaris of een salaristoelage bekomen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling, op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is bij de bevoegde reaffectatiecommissie volgens de voorgeschreven procedure.

Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of de wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.

§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, en vervolgens in niet-vacante betrekkingen, waarbij niet-vacante betrekkingen voor de duur van een schooljaar of voor de duur van een opleiding of module voorrang hebben op niet-vacante betrekkingen van kortere duur.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

§ 4. De personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

§ 5. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat al in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfde van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010

§ 6. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.

18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] 15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
]

HOOFDSTUK V. - De centra

Art. 40.

§ 1. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde:

A. in het gemeenschapsonderwijs:

1° verplicht:

a) verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in dat centrum. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van de volgorde vermeld in a) en b) worden afgeweken als het gaat om een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn, bij wijze van wedertewerkstelling in dienst te nemen in het centrum waar ze ter beschikking gesteld zijn of in een van haar andere centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

4° onverminderd de bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, in de volgende volgorde:

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, 5°, van dit besluit, vervult;

5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of van coördinator, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.

B. in het gesubsidieerd onderwijs:

1° verplicht:

a) om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in dat centrum. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;

b) om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van de volgorde vermeld in a) en b) worden afgeweken als het gaat om een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking zijn gesteld bij wijze van wedertewerkstelling in dienst te nemen in het centrum waar ze ter beschikking gesteld zijn of in een van haar andere centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;

3° verplicht om personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur. Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of van coördinator, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden;

4° onverminderd de bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, in de volgende volgorde:

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, 5°, van dit besluit, vervult.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

§ 2. [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
Mits naleving van de verplichtingen in § 1, 1 kan een inrichtende macht een salaris of salaristoelage bekomen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is overeenkomstig de voorgeschreven procedure.12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies.

Wanneer een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen is de inrichtende macht gehouden het personeelslid in dienst te nemen.

§ 3. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

§ 4. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden.

[25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018

§ 5. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat al in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfde van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden in een andere instelling buiten die drie instellingen.

§ 6. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel of in het selectieambt van coördinator gebeurt bij voorrang in een betrekking met hetzelfde omkaderingsgewicht als dat van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een ander omkaderingsgewicht.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

HOOFDSTUK VI. - Bestendigheid van reaffectatie en wedertewerkstelling

Art. 41.

§ 1. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Een reaffectatie of wedertewerkstelling blijft behouden over de schooljaren heen.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
Deze bepaling geldt ook voor de reaffectatie en wedertewerkstelling die niet verplicht is volgens de voorschriften van dit besluit.6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 2. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Aan een reaffectatie of wedertewerkstelling in een betrekking wordt alleen een einde gesteld :11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

- doordat de toegewezen betrekking niet meer voor bezoldiging of subsidiëring in aanmerking komt;

- [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
doordat de inrichtende macht in kwestie personeelsleden in deze betrekking in dienst moest nemen bij wijze van voorafgaande maatregelen of bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

- doordat de betrokken inrichtende macht, bij het begin van een school- [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] of dienstjaar, [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
deze betrekking11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] toewijst aan een ander ter beschikking gesteld personeelslid;

- [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
doordat het personeelslid in kwestie zelf een gelijkwaardige andere betrekking opneemt;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

- [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
doordat het personeelslid in kwestie niet meer voor subsidiëring of financiering in aanmerking komt;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

- [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
doordat de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de reaffectatiecommissie van de scholengroep, [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
...17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] of de Vlaamse reaffectatiecommissie een nieuwe beslissing van toewijzing neemt;6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

- na voorafgaande toestemming van de [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Vlaams minister, bevoegd voor het onderwijs11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] of zijn afgevaardigde op advies van de Vlaamse reaffectatiecommissie;

- doordat hij opnieuw vastbenoemd titularis wordt bij de inrichtende macht die hem in dienst genomen heeft of opnieuw aangewezen wordt;

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

- [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
door een benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling, een mutatie, nieuwe affectatie of toelating tot de proeftijd van betrokken personeelslid;11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

- door de terugkeer van de titularis of van het personeelslid dat de titularis vervangt;

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008

- als het personeelslid [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
ontslagen of afgezet17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] wordt als gevolg van een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" volgens hoofdstuk VIIIter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of hoofdstuk Vter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

- als het personeelslid ontslagen wordt ingevolge een tuchtmaatregel volgens hoofdstuk VIII van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of hoofdstuk IX van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] [5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998

§ 3. Aan een waarneming van de functie van adjunct-directeur met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt slechts een einde gesteld wanneer :

- de directeur die de functie waarneemt van adjunct-directeur gereaffecteerd wordt in een vacante betrekking van directeur, opnieuw vast benoemd titularis wordt van een betrekking van directeur, of wanneer hij in deze hoedanigheid opnieuw aangewezen of geaffecteerd wordt, of wanneer hij definitief uit dienst treedt;

- de directeur van de school waar de waaneming van de functie van adjunct-directeur is gebeurd, definitief uit dienst treedt.

Een waarneming van de functie van adjunct-directeur met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt opgeschort gedurende :

- de tijdelijke afwezigheid, om welke reden ook, van de directeur van de school waar de functie van adjunct-directeur wordt uitgeoefend;

- de periode van reaffectatie in een tijdelijke vacante betrekking van directeur;

- de periode waarin degene die belast is met de functie van adjunct-directeur, van een reglementaire afwezigheid, van verlof of terbeschikkingstelling geniet.

5B.Vl.R. van 22/09/1998
B.S. 06/11/1998
] [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

§ 4. Een personeelslid kan vragen aan de inrichtende macht waar hij gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, om de reaffectatie of wedertewerkstelling op te schorten voor de volledige duur van een andere vacature die hem wordt aangeboden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

§ 5. [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

HOOFDSTUK VII. - Indienen van bezwaarschriften door de inrichtende machten

Art. 42.

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

§ 1. De inrichtende machten en wat betreft het gemeenschapsonderwijs eveneens de instellingshoofden kunnen tegen :

1° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap een bezwaarschrift indienen;

2° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep een bezwaarschrift indienen;

3° [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

4° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie;18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

5° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

De bezwaarschriften moeten per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs worden ingediend binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de toewijzing. In het bezwaarschrift moet de inrichtende macht de redenen van haar bezwaar aanvoeren en omstandig motiveren. De inrichtende macht moet binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift van het bezwaarschrift bezorgen aan het betrokken personeelslid.

§ 2. Als een reaffectatiecommissie een bezwaarschrift aanvaardt, moet ze een vervangende reaffectatie of wedertewerkstelling aanbieden. Als dit niet mogelijk is, wordt het bezwaarschrift samen met haar advies doorgestuurd naar de voorzitter van de daaropvolgende reaffectatiecommissie, zoals bepaald in dit besluit.

§ 3. De bevoegde administratie van [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] zal de bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse reaffectatiecommissie samen met haar advies ter beoordeling voorleggen aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 4. Het indienen van een bezwaarschrift schort de reaffectatie of de wedertewerkstelling niet op, tenzij de voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie anders beslist.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

TITEL V. - Rechten en plichten van de personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

HOOFDSTUK I. - Rechten en verplichtingen

Art. 43.

§ 1. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking is verplicht naar rata van het gepondereerde volume van de opdracht waarvoor het ter beschikking gesteld is de betrekking waarin het gereaffecteerd of weder te werk gesteld is onmiddellijk te aanvaarden en in dienst te treden op de aangeduide datum.

§ 2. Het ter beschikking gesteld personeelslid dat opnieuw in dienst wordt geroepen ingevolge de verplichtingen van de inrichtende macht [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
of dat12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] wordt aangeduid door de bevoegde reaffectatiecommissie, wordt geacht in dienstactiviteit te zijn vanaf de datum waarop het de betrekking opneemt.

§ 3. Het ter beschikking gesteld personeelslid dat gereaffecteerd of weder te werk gesteld wordt, kan in de nieuwe instelling of gesubsidieerd centrum onder de reglementair bepaalde voorwaarden van de verlofstelsels genieten.

Voor het verlof, de afwezigheid of de terbeschikkingstelling neemt [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
] de inrichtende macht waar het personeelslid gereaffecteerd of weder te werk gesteld is de bevoegdheden over van de inrichtende macht waar het personeelslid ter beschikking gesteld is met respekt van de engagementen die door deze inrichtende macht werden aangegaan.

§ 4. [6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
...6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

§ 5. Het wegens volledige ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid is ertoe gehouden aan zijn directeur een woonplaats in het Rijk mee te delen, waar de beslissingen die hem aangaan, kunnen worden meegedeeld.

Wanneer de instelling of het gesubsidieerd centrum opgeheven is en er bijgevolg geen directeur meer is, dient het ter beschikking gesteld personeelslid zijn woonplaats mede te delen aan de inrichtende macht. Wanneer de inrichtende macht niet meer bestaat wordt de woonplaats meegedeeld aan de bevoegde administratie van [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] .

§ 6. Wanneer er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
artikel V.79, § 4, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 201625B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] moet er altijd een onderling akkoord zijn tussen de twee betrokken personeelsleden en het instellingshoofd. Deze omruiling moet niet medegedeeld worden aan [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] . Deze omruiling geldt maximaal voor de duur van het lopende schooljaar. Het ter beschikking gestelde personeelslid blijft in aanmerking komen voor reaffectaties en wedertewerkstellingen volgens de bepalingen van dit besluit en wordt bij afwezigheid vervangen door het personeelslid van wie het prestaties heeft overgenomen.

HOOFDSTUK II. - Indienen van bezwaarschriften door de personeelsleden

Art. 44.

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

§ 1. Het personeelslid dat gereaffecteerd of wedertewerkgesteld wordt, kan binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een bezwaarschrift indienen tegen :

1° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap;

2° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep;

3° [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

4° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

5° [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
...18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

Het personeelslid moet tevens binnen dezelfde termijn een afschrift van het bezwaarschrift indienen bij de inrichtende macht waarnaar het wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

§ 2. Als de bevoegde reaffectatiecommissie een bezwaarschrift aanvaardt, moet ze een vervangende reaffectatie of wedertewerkstelling aanbieden. Als dit niet mogelijk is, wordt het bezwaarschrift samen met haar advies doorgestuurd naar de voorzitter van de daaropvolgende reaffectatiecommissie, zoals bepaald in dit besluit.

§ 3. De bevoegde administratie van [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
het Ministerie van Onderwijs en Vorming15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] zal de bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse reaffectatiecommissie samen met haar advies ter beoordeling voorleggen aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 4. Het personeelslid moet zijn bezwaarschrift omstandig motiveren.

§ 5. Het indienen van een bezwaarschrift schort de reaffectatie of wedertewerkstelling niet op, tenzij de voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie anders beslist.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

HOOFDSTUK III. - Geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling

Art. 45.

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010

De geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling zijn de volgende :

1° wanneer het gereaffecteerde of weder te werk gesteld personeelslid de tewerkstellingsplaats niet kan bereiken binnen de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Met uitzondering van het volwassenenonderwijs geldt dit niet als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de eigen instelling, met inbegrip van alle vestigingsplaatsen van deze instelling.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Dit geldt evenmin als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een instelling of vestigingsplaats gelegen in dezelfde gemeente als die waar het personeelslid op de vooravond van zijn terbeschikkingstelling tewerkgesteld was;

2° wanneer het bezwaarschrift aanvaard wordt;

3° [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
als een betrekking aangeboden wordt door een andere inrichtende macht dan de inrichtende macht die het personeelslid ter beschikking heeft gesteld en als het personeelslid op het ogenblik van het aanbod binnen twee jaar zijn recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist kan laten gelden. In dat geval wordt het voordeel van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage ingetrokken als de betrokkene de vroegst mogelijke pensioendatum bereikt. Die reden geldt evenwel niet als het personeelslid aan de voorwaarden voldoet om een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te genieten als vermeld in het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding. Een gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid dat binnen twee jaar zijn recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist kan laten gelden, blijft in dienst zolang de betrekking waarin het gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, voor salaris of salaristoelage in aanmerking komt;25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

4° als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs georganiseerd volgens het modulair stelsel, in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de [23B.Vl.R. van 21/11/2014
B.S. 14/01/2015
internaten van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen23B.Vl.R. van 21/11/2014
B.S. 14/01/2015
] , in betrekkingen en ambten als vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling.

Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de onderwijssector in kwestie fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;

5° als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden.

Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.

Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in het buitengewoon basisonderwijs fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;

6° wanneer aan een ter beschikking gesteld personeelslid dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult en dat reeds in drie instellingen fungeert een betrekking wordt aangeboden in een andere instelling dan degenen waar hij reeds tewerkgesteld is;

7° wanneer bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling een betrekking aangeboden wordt aan het ter beschikking gesteld personeelslid dat voor de volledige duur van het schooljaar of dienstjaar en voor eenzelfde aantal uren als waarvoor het ter beschikking gesteld is, gereaffecteerd of weder te werk gesteld is in een door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde betrekking in een andere instelling of gesubsidieerd centrum.

Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;

8° wanneer er door het ter beschikking gesteld personeelslid afstand gedaan wordt van de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikelen 29 en 30 van dit besluit.

Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;

9° wanneer ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 aan een ter beschikking gesteld directeur de betrekking van adjunct-directeur wordt aangeboden;

10° wanneer aan een ter beschikking gesteld directeur, die ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, buiten de school waar hij deze functie waarneemt, een tijdelijk vacante betrekking van directeur wordt aangeboden;

11° als aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden van een ambt dat nacht- en/of weekendprestaties omvat en het personeelslid voor dergelijk ambt niet benoemd is;

12° als in een netoverschrijdende scholengemeenschap aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking;

13° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
met toepassing van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 201625B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van Medex;

14° [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
...22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
]

HOOFDSTUK IV. - Tewerkstelling buiten het onderwijs of de [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
centra11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Art. 46.

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000

Voor de toepassing van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 201625B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] worden de instellingen die worden opgesomd in het besluit van de Vlaamse regering van [17B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
11 mei 199917B.Vl.R. van 28/05/2010
B.S. 08/07/2010
] betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra beschouwd als mogelijkheden van tewerkstelling.

6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

TITEL VI. - [2B.Vl.R. van 07/12/1994
B.S. 09/03/1995
Reaffectatie en wedertewerkstelling van personeelsleden ter beschikking gesteld aan een [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
onderwijsinstelling20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
] die opgeheven is2B.Vl.R. van 07/12/1994
B.S. 09/03/1995
]

Art. 47.

[12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006

§ 1. [20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder onderwijsinstelling : school, instelling, centrum voor volwassenenonderwijs of centrum voor leerlingenbegeleiding.

De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de personeelsleden, die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking aan een van de volgende onderwijsinstellingen :

1° onderwijsinstellingen van het Technisch Instituut van het Kempens Bekken;

2° de School voor Moderne Beroepen in Kortrijk;

3° het Hof ter Linden in Evergem;

4° het Instituut voor Secundair Beroepsonderwijs in Zelzate;

5° de Vrije Beroepsschool voor Beenhouwers-Charcutiers in Brussel;

6° de gesubsidieerde vrije niet-confessionele onderwijsinstellingen die gesloten zijn;

7° de gesubsidieerde vrije lagere school in Horebeke, Abraham Hansstraat 1;

8° de gesubsidieerde vrije basisschool in Boechout, Lange Kroonstraat 1;

9° de gesloten onderwijsinstellingen die werden of worden overgedragen naar een inrichtende macht die behoort tot een ander net voorzover de personeelsleden ervoor opteren om niet mee over te gaan naar een onderwijsinstelling van het overnemende net en voorzover er voor die gesloten onderwijsinstellingen enkel de Vlaamse reaffectatiecommissie bestaat.

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
]

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
10° de gesloten onderwijsinstellingen die niet zijn of worden overgedragen aan een andere inrichtende macht, op voorwaarde dat voor die gesloten onderwijsinstellingen alleen de Vlaamse reaffectatiecommissie bestaat.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

§ 2. Met betrekking tot de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking aan een van de onderwijsinstellingen, vermeld in § 1 gelden de volgende bijzondere bepalingen, zonder rekening te houden met het net en het karakter :

1° de Vlaamse reaffectatiecommissie reaffecteert en stelt de personeelsleden weder te werk in de onderwijsinstellingen van de verschillende netten of buiten het onderwijs of de centra zoals bepaald in artikel 46;

2° de personeelsleden zijn verplicht een reaffectatie of wedertewerkstelling van de Vlaamse reaffectatiecommissie te aanvaarden. De bepalingen van artikel 45 zijn op hen van toepassing;

3° de inrichtende machten zijn verplicht de personeelsleden die hen toegewezen worden bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen.

De personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn aan een van de onderwijsinstellingen, vermeld in § 1, kunnen hun voorkeur voor een reaffectatie of wedertewerkstelling in een bepaald net kenbaar maken aan de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.

Bij het begin van elk schooljaar kan het personeelslid die keuze wijzigen als het nog niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld of na het regelmatig beëindigen van een reaffectatie of wedertewerkstelling in het gekozen net. Als artikel 41 van toepassing is, geldt deze bepaling niet.

§ 3. Zowel de inrichtende macht als het personeelslid kan eveneens tegen deze toewijzingen een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie met het verzoek de toewijzing opnieuw in overweging te nemen.

12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
Titel VIbis. - [15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
Toewijzing van een personeelslid [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
in een niet-organieke betrekking25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] aan een instelling of een scholengemeenschap15B.Vl.R. van 17/10/2008
B.S. 22/12/2008
] 11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

Art. 47bis.

[18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010

§ 1. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
Na toepassing van de procedure, vermeld in titel IV van dit besluit, kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, toegewezen worden in een niet-organieke betrekking als ondersteuning van een scholengemeenschap of van een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap. Die toewijzing wordt toegekend door de Vlaamse reaffectatiecommissie op basis van de volgende criteria:

1° de personeelsleden kunnen alleen toegewezen worden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 45, 1° ;

2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden toegewezen in het ambt van terbeschikkingstelling en in het onderwijsniveau waar ze ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, tenzij alle betrokken partijen akkoord gaan met een toewijzing in een ander onderwijsniveau;

3° een personeelslid dat niet toegewezen wordt aan een scholengemeenschap, kan maar in één instelling worden tewerkgesteld. In onderling akkoord kan daarvan worden afgeweken.

Als het personeelslid toegewezen wordt als ondersteuning aan een scholengemeenschap, worden in de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap voorstellen besproken over die ondersteuning. Daarbij gelden de volgende principes:

1° het personeelslid wordt ingezet in bij voorkeur één instelling of in meer instellingen van de scholengemeenschap;

2° het personeelslid dat op basis van die voorstellen een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd, is verplicht die betrekking te aanvaarden;

3° als een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap aan het personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd. Het personeelslid kan die toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de reaffectatiecommissie tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap met de daarbij horende prestatie- en vakantieregeling.

Als het personeelslid toegewezen wordt als ondersteuning van een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort, doet de inrichtende macht van die instelling aan het personeelslid een voorstel. Daarbij gelden de volgende principes:

1° het personeelslid dat op basis van dat voorstel een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd, is verplicht die betrekking te aanvaarden;

2° als een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de inrichtende macht aan het personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd. Het personeelslid kan die toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de inrichtende macht tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de instelling met de daarbij horende prestatie- en vakantieregeling.

25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

§ 2. De personeelsleden die al als administratieve hulp in het basisonderwijs werden tewerkgesteld voor 1 september 2003 of als administratieve ondersteuning werden toegewezen aan een scholengemeenschap in het basisonderwijs voor 1 september 2008, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een eventuele nieuwe toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 3. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
De toewijzing in een niet-organieke betrekking wordt beschouwd als een reaffectatie voor de toepassing van dit besluit. In die betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

§ 4. [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
De toewijzing in een niet-organieke betrekking als ondersteuning wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Bij de aanvang van elk schooljaar is het ter beschikking gestelde personeelslid dat in een niet-organieke betrekking is toegewezen ook altijd opnieuw onderhevig aan de verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling, zoals beschreven in dit besluit.25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
]

§ 5. Wanneer er binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie geen consensus bestaat over een mogelijke beslissing, legt de voorzitter een voorstel ter stemming neer. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

§ 6. [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat met toepassing van [25B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 201625B.Vl.R. van 01/06/2018
B.S. 10/07/2018
] ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen.22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] 11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
Titel VIter - Het professionaliseringstraject22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

[22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

Art. 47ter.

Deze titel is van toepassing op het volwassenenonderwijs.

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

Art. 47quater.

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019

Als een inrichtende macht een personeelslid dat voor de volledige opdracht van vaste benoeming ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking niet kan reaffecteren of wedertewerkstellen als vermeld in artikel 39, biedt ze aan het personeelslid een professionaliseringstraject aan onder de voorwaarden vermeld in artikel 47quinquies. Dit professionaliseringstraject moet er voorzorgen dat het personeelslid inzetbaar wordt in een andere opleiding of in een ander ambt in een centrum voor volwassenenonderwijs. De opleiding of het ambt wordt gekozen in overleg tussen het personeelslid en de inrichtende macht. In onderling overleg kunnen de inrichtende macht en het personeelslid ook overeenkomen om een professionaliseringstraject op te stellen dat leidt tot tewerkstelling in een ambt in een ander onderwijsniveau.

Het duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject maakt het mogelijk dat het personeelslid in kwestie binnen de tijdspanne, vermeld in artikel 47quinquies, de nodige competenties kan verwerven die vereist zijn om ingezet te worden in de andere opleiding of in het andere ambt in het volwassenenonderwijs of, in voorkomend geval, in een ambt in een ander onderwijsniveau, als dat in onderling overleg is overeengekomen.

Tijdens de loopbaan van een personeelslid kan hem maar één keer een professionaliseringstraject worden aangeboden.

De inrichtende macht draagt de kosten die verbonden zijn aan het afgesproken professionaliseringstraject.

26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

Art. 47quinquies.

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019

Het professionaliseringstraject, vermeld in artikel 47quater, wordt opgesteld in overleg tussen de inrichtende macht en het personeelslid en omvat minstens de volgende elementen:

1° een omschrijving van de bijkomende competenties die het personeelslid moet verwerven en de doelstelling daarvan;

2° de wijze waarop het personeelslid de competenties, vermeld in punt 1°, moet behalen. Dat houdt minstens in dat de inrichtende macht het personeelslid een heel concreet en haalbaar professionaliseringstraject aanbiedt om de bijkomende competenties te verwerven. De inrichtende macht houdt daarbij rekening met de andere opdrachten die het personeelslid eventueel uitoefent;

3° de duur van het traject, die niet langer mag zijn dan de duur, vermeld in artikel V.79, § 5, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;

4° de wijze waarop de inrichtende macht beoordeelt of de bijkomende competenties zijn verworven nadat het personeelslid het traject heeft gevolgd. Die competenties zijn in elk geval verworven als dat blijkt uit een certificaat, getuigschrift, diploma of ander document dat het personeelslid krijgt nadat het dat traject heeft gevolgd, en dat opgenomen is op de lijst van bekwaamheidsbewijzen die de overheid bepaalt voor de opleiding of het ambt in kwestie;

5° de concrete afspraken over de betaling van alle kosten die verbonden zijn aan het volgen van het professionaliseringstraject.

Als het overleg, vermeld in het eerste lid, tot een akkoord leidt, wordt het professionaliseringstraject schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door het personeelslid en de inrichtende macht. Het professionaliseringstraject wordt ook opgenomen in de functiebeschrijving van het personeelslid.

Als het overleg, vermeld in het eerste lid, niet tot een akkoord leidt, blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en moet de inrichtende macht het personeelslid aanmelden bij de Vlaamse reaffectatiecommissie

26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

Art. 47sexies.

§ 1. Tijdens het professionaliseringstraject blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en heeft hij voor het volume van de opdracht waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking recht op een wachtgeld of wachtgeldtoelage als vermeld in titel III van dit besluit. Tijdens de duur van het professionaliseringstraject wordt het personeelslid beschouwd als zijnde gereaffecteerd.

§ 2. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
Als het personeelslid het professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt omdat hij het traject vroegtijdig stopzet en vervolgens niet onmiddellijk in een organieke betrekking kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, kan dit personeelslid niet toegewezen worden in een niet-organieke betrekking als vermeld in artikel 47bis en 52/2, § 3. Het personeelslid blijft dan ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en de al gepresteerde duur van het professionaliseringstraject werkt, in afwijking van artikel 29, § 3, niet opschortend voor de vaststelling van de vermindering van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage conform artikel 29, § 1. De duur van het professionaliseringstraject wordt dan onmiddellijk in mindering gebracht van de periode van twee jaar, vermeld in artikel 29, § 1, naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

§ 3. [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
...26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] .

22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
] [22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014

Art. 47septies.

[26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019

Na de succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in de afgesproken opleiding als vermeld in artikel 47quater, kan het vastbenoemde personeelslid ingezet worden in een betrekking in die opleiding.

Na de succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in een ander ambt of in een ander onderwijsniveau als vermeld in artikel 47quater, blijft het vastbenoemde personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in zijn ambt van vaste benoeming. Hij komt dan in aanmerking voor een reaffectatie of wedertewerkstelling in dat andere ambt of in een ander onderwijsniveau conform dit besluit. De inrichtende macht meldt in dat geval het ter beschikking gestelde personeelslid aan bij de bevoegde reaffectatiecommissie.

26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
] 22B.Vl.R. van 24/10/2014
B.S. 03/12/2014
]

TITEL VII. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 48.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

In afwijking van artikel 2, § 2, 5°, zijn bij wijze van overgangsmaatregel in het deeltijds kunstonderwijs de betrekkingen op 1 september 2003 niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als ze bekleed worden door personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° ten minste 720 dagen dienstanciënniteit, zoals bepaald in artikel 12, § 1, in hoofdambt gepresteerd hebben op 31 augustus 2002 voor de leden van het administratief personeel of op 30 juni 2002 voor de andere personeelsleden;

2° op 31 december 2002 de hierna vermelde leeftijd bereikt hebben :

a) 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel;

b) 26 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die geen hogere graad inrichten;

c) 28 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die een hogere graad inrichten.

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

Art. 49.

Het personeelslid dat op 1 september 1991 in het Gemeenschapsonderwijs vastbenoemd titularis was van een deeltijdse opdracht en voor die datum als vastbenoemd titularis ruimere opdrachten heeft vervuld, wordt ter beschikking gesteld voor het verschil tussen de grootste ruimere opdracht en die welke hij op 1 september 1991 bekleedde.

Art. 50.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004

§ 1. In het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat luidt als volgt : ...

11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
§ 2.11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] Opgeheven worden :

1° wat het administratief personeel betreft, Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 21 oktober 1968 genomen ter uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs;

2° [11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
...11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
]

3° behoudens wat de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst betreft, Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 14 november 1978 houdende aanvulling van het koninklijk besluit van 8 juli 1976 genomen ter toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der inrichtingen voor buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat;

4° Hoofdstuk IX en Hoofdstuk XI, Afdeling 4, Onderafdeling 2 van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiediensten belast met het toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra;

5° het ministerieel besluit van 14 november 1985 houdende de oprichting en de samenstelling van de begeleidingscommissies voor godsdienstleerkrachten in het Rijksonderwijs;

6° het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 1989 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtsalaristoelage in het gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 en 5 juni 1991;

[6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
7° Artikel 1, 1°, en artikel 12 tot en met 15 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1969 betreffende de terbeschikkingstelling van het onderwijzend personeel van de rijksinrichtingen voor zeevaartonderwijs.6B.Vl.R. van 31/08/1999
B.S. 07/03/2000
]

Art. 51.

§ 1. Artikel 3, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1991 betreffende het aanwendingspercentage in het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 1991-1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"§ 2. Deze betrekkingen worden met ingang van 1 september 1991 wel toegewezen aan de vaste personeelsleden van het gewoon en het buitengewoon onderwijs van wie de betrekking geheel of gedeeltelijk werd opgeheven en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is.

De diensten gepresteerd door deze personeelsleden worden beschouwd als wedertewerkstelling".

§ 2. In artikel 15, eerste lid van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden de woorden "wegens ontstentenis van betrekking" geschrapt.

Art. 52.

[20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011

[De reaffectaties en wedertewerkstellingen voor het schooljaar 2011-2012 die vóór 1 september 2011 door een reaffectatiecommissie van een scholengemeenschap van het basisonderwijs zijn uitgesproken in een school die op 1 september 2011 niet meer tot die scholengemeenschap behoort, worden geacht gebeurd te zijn volgens dit besluit.

De reaffectaties en wedertewerkstellingen voor het schooljaar 2011-2012 die vóór 1 september 2011 zijn uitgesproken door een reaffectatiecommissie van een scholengemeenschap van het basisonderwijs t.a.v. personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking in een school die op 1 september 2011 niet meer tot die scholengemeenschap behoort, worden geacht gebeurd te zijn volgens dit besluit.

20B.Vl.R. van 07/10/2011
B.S. 23/11/2011
] [24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015

Art. 52/1.

§ 1. Met ingang van 1 september 2015 en tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt de werking van de in artikel 12ter vermelde reaffectatiecommissie van de scholengroep en de in artikel 15 vermelde Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort voor wat betreft de instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die tot een scholengemeenschap behoren en hun personeelsleden.

§ 2. Tijdens de periode, vermeld in § 1, worden alle verplichtingen opgeschort die de inrichtende machten, instellingen, personeelsleden en de in dit besluit vermelde reaffectatiecommissies in toepassing van dit besluit hebben ten aanzien van de reaffectatiecommissie van de scholengroep en de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 3. De terbeschikkinggestelde personeelsleden die behoren tot een scholengemeenschap en die na de bepalingen van artikel 34, § 1, A, 1° tot en met 6°, artikel 34, § 1, C, 1° tot en met 6°, artikel 36, § 2, A, 1° tot en met 4°, of artikel 36, § 2, C, 1° tot en met 4°, van hetzelfde besluit geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap toegewezen aan bij voorkeur één of aan meerdere instellingen van de scholengemeenschap. Zulke toewijzingen gebeuren steeds in niet-organieke betrekkingen in het ambt waarin de desbetreffende personeelsleden ter beschikking gesteld zijn.

Met het oog op de toewijzingen zoals bedoeld in vorig lid worden voor de nog niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden voorstellen besproken in de in het vorig lid vermelde reaffectatiecommissies. Een personeelslid dat op basis van deze voorstellen een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden, is verplicht deze betrekking te aanvaarden. Wanneer een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de reaffectatiecommissie aan het betrokken terbeschikkinggestelde personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden. Het personeelslid kan deze toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de reaffectatiecommissie tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap met de daarbijhorende prestatie- en vakantieregeling.

Iedere toewijzing conform deze paragraaf houdt maximaal rekening met de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeelslid. Artikel 45 is ook van toepassing op de toewijzingen conform deze paragraaf.

De toewijzingen zoals bedoeld in deze paragraaf worden beschouwd als een reaffectatie in een niet vacante betrekking, maar ze schorten de reaffectatieverplichtingen van de inrichtende machten in de scholengemeenschap niet op. Tijdens periodes van reaffectatie in een organieke betrekking wordt de toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf opgeschort.

Een ter beschikking gesteld personeelslid dat een reaffectatie of een wedertewerkstelling in een organieke betrekking verkiest boven een toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf kan daartoe een vraag richten aan de reaffectatiecommissie van de eigen scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.

De reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of de Vlaamse reaffectatiecommissie is verplicht op de vraag van het personeelslid in te gaan. Als de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs een vacature heeft, wijst zij die vacature toe aan voormeld personeelslid na toepassing van artikel 34, § 1, A, 6°, artikel 34, § 1, B, 6°, b, artikel 34, § 1, C, 6°, artikel 36, § 2, A, 4°, artikel 36, § 2, B, 4°, b, of artikel 36, § 2, C, 4°. In afwachting van zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs of zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de Vlaamse reaffectatiecommissie blijft de beslissing genomen door de in het eerste lid vermelde reaffectatiecommissies van kracht.

24B.Vl.R. van 12/06/2015
B.S. 06/07/2015
] [26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019

Art. 52/2.

§ 1. Met ingang van 1 september 2019 en tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt voor de instellingen van het volwassenenonderwijs de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengroep, vermeld in artikel 12ter, en de Vlaamse reaffectatiecommissie, vermeld in artikel 15, opgeschort.

§ 2. Tijdens de periode, vermeld in paragraaf 1, worden alle verplichtingen opgeschort die de inrichtende machten, instellingen en personeelsleden met toepassing van dit besluit hebben ten aanzien van de reaffectatiecommissie van de scholengroep en de Vlaamse reaffectatiecommissie.

In afwijking van het eerste lid geldt voor de inrichtende macht ten aanzien van de Vlaamse reaffectatiecommissie wel nog de verplichting om een ter beschikking gesteld personeelslid aan te melden in uitvoering van artikel 47quinquies, derde lid.

§ 3. De ter beschikking gestelde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die na de toepassing van artikel 39, § 1, A, 1° tot en met 2° bis, of artikel 39, § 1, B, 1° tot en met 2° bis, geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden toegewezen aan bij voorkeur één instelling of aan meer instellingen van hun inrichtende macht. Ze worden daarbij altijd toegewezen in een niet-organieke betrekking in het ambt waarin de personeelsleden in kwestie ter beschikking gesteld zijn.

Voor de toewijzingen, vermeld in het eerste lid, doet de inrichtende macht het personeelslid een voorstel. Daarbij gelden de volgende principes:

1° het personeelslid dat op basis van dat voorstel een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd, is verplicht die betrekking te aanvaarden;

2° als een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de inrichtende macht aan het personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd. Het personeelslid kan die toewijzing weigeren. In dat geval stelt de inrichtende macht het personeelslid tewerk als administratieve ondersteuning van de instelling en geldt de bijbehorende prestatie- en vakantieregeling.

Iedere toewijzing conform deze paragraaf houdt maximaal rekening met de arbeidsomstandigheden van het personeelslid in kwestie. Artikel 45 is ook van toepassing op de toewijzingen conform deze paragraaf.

De toewijzing in een niet-organieke betrekking wordt beschouwd als een reaffectatie voor de toepassing van dit besluit. In die betrekking is geen vaste benoeming mogelijk. De toewijzing in een niet-organieke betrekking wordt telkens opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Bij het begin van elk schooljaar gelden voor het ter beschikking gestelde personeelslid dat in een niet-organieke betrekking is toegewezen, ook altijd opnieuw de verplichtingen op het vlak van reaffectatie en wedertewerkstelling, vermeld in dit besluit.

Een ter beschikking gesteld personeelslid van het gemeenschapsonderwijs dat een reaffectatie of een wedertewerkstelling in een organieke betrekking verkiest boven een toewijzing als vermeld in deze paragraaf, kan daarvoor een vraag richten aan de reaffectatiecommissie van de eigen scholengroep in het gemeenschapsonderwijs of aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. De reaffectatiecommissie van de scholengroep of de Vlaamse reaffectatiecommissie is verplicht op de vraag van het personeelslid in te gaan. Als de reaffectatiecommissie van de scholengroep of de Vlaamse reaffectatiecommissie een vacature heeft, wijst ze die vacature toe aan het voormelde personeelslid. In afwachting van een dergelijke reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie van de scholengroep of door de Vlaamse reaffectatiecommissie blijft de toewijzing in de niet-organieke betrekking, vermeld in het tweede lid, van kracht.

Een ter beschikking gesteld personeelslid van het gesubsidieerd onderwijs dat een reaffectatie of een wedertewerkstelling in een organieke betrekking verkiest boven een toewijzing als vermeld in deze paragraaf, kan daarvoor een vraag richten aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. De Vlaamse reaffectatiecommissie is verplicht op de vraag van het personeelslid in te gaan. Als de Vlaamse reaffectatiecommissie een vacature heeft, wijst ze die vacature toe aan het voormelde personeelslid. In afwachting van een dergelijke reaffectatie of wedertewerkstelling door de Vlaamse reaffectatiecommissie blijft de toewijzing in de niet-organieke betrekking, vermeld in het tweede lid, van kracht.

Een ter beschikking gesteld personeelslid dat succesvol een professionaliseringstraject heeft beëindigd met het oog op inzetbaarheid in een ander ambt of in een ander onderwijsniveau als vermeld in artikel 47quater, wordt door de inrichtende macht bij de bevoegde reaffectatiecommissie aangemeld. In afwachting van een reaffectatie of wedertewerkstelling door de bevoegde reaffectatiecommissie blijft de toewijzing in de niet-organieke betrekking, vermeld in het tweede lid, van kracht.

26B.Vl.R. van 15/02/2019
B.S. 03/04/2019
]

Art. 53.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1991, met uitzondering van de artikel 50, § 1, 2° , wat de leden van de inspectiedienst betreft, en van [18B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
het artikel 5118B.Vl.R. van 10/09/2010
B.S. 21/10/2010
] die allen uitwerking hebben met ingang van 1 september 1991.

Art. 54.

[11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs11B.Vl.R. van 05/12/2003
B.S. 02/03/2004
] [12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
...12B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 07/02/2006
] is belast met de uitvoering van dit besluit.