Decreet betreffende het volwassenenonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    15 JUNI 2007
  • publicatiedatum
    B.S.31/08/2007
  • datum laatste wijziging
    01/09/2019
  • erratum
    err. B.S. 27-12-2007

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 19/07/2007 (B.S. 06/09/2007)

(2) Decr. van 07/12/2007 (B.S. 21/01/2008)

(3) B.Vl.R van 22/02/2008 (B.S. 09/04/2008)

(4) B.Vl.R. van 23/05/2008 (B.S. 26/06/2008)

(5) B.Vl.R van 13/06/2008 (B.S. 12/09/2008)

(6) Decr. van 04/07/2008 (B.S. 01/09/2008)

(7) B.Vl.R. van 10/07/2008 (B.S. 01/10/2008)

(8) B.Vl.R. van 17/10/2008 (B.S. 04/12/2008)

(9) Decr. van 30/04/2009 (B.S. 16/07/2009) detail ;

(10) Decr. van 30/04/2009 (B.S. 20/07/2009) detail ;

(11) Decr. van 08/05/2009 (B.S. 28/08/2009) detail ;

(12) Decr. van 08/05/2009 (B.S. 28/08/2009) detail ;

(13) B.Vl.R van 24/07/2009 (B.S. 21/10/2009)

(14) Decr. van 18/12/2009 (B.S. 30/12/2009) detail ;

(15) Decr. van 18/12/2009 (B.S. 29/01/2010) detail ;

(16) B.Vl.R. van 11/06/2010 (B.S. 05/08/2010)

(17) Decr. van 09/07/2010 (B.S. 28/07/2010) detail ;

(18) Decr. van 09/07/2010 (B.S. 31/08/2010) detail ;

(19) B.Vl.R. van 23/07/2010 (B.S. 20/08/2010)

(20) B.Vl.R van 10/09/2010 (B.S. 22/10/2010)

(21) Decr. van 23/12/2010 (B.S. 31/12/2010)

(22) B.Vl.R. van 01/04/2011 (B.S. 30/05/2011)

(23) Decr. van 01/07/2011 (B.S. 30/08/2011)

(24) B.Vl.R. van 07/10/2011 (B.S. 14/11/2011)

(25) Decr. van 23/12/2011 (B.S. 30/12/2011)

(26) B.Vl.R. van 27/04/2012 (B.S. 30/05/2012)

(27) Decr. van 01/06/2012 (B.S. 22/06/2012)

(28) B.Vl.R. van 22/06/2012 (B.S. 13/07/2012)

(29) Decr. van 29/06/2012 (B.S. 27/07/2012)

(30) Decr. van 13/07/2012 (B.S. 24/07/2012)

(31) B.Vl.R. van 21/09/2012 (B.S. 22/11/2012)

(32) Decr. van 21/12/2012 (B.S. 31/12/2012) detail ;

(33) Decr. van 21/12/2012 (B.S. 19/02/2013) detail ;

(34) B.Vl.R van 01/03/2013 (B.S. 05/04/2013) detail ;

(35) B.Vl.R. van 01/03/2013 (B.S. 10/04/2013) detail ;

(36) Decr. van 12/07/2013 (B.S. 30/08/2013)

(37) Decr. van 19/07/2013 (B.S. 27/08/2013)

(38) B.Vl.R. van 06/09/2013 (B.S. 08/10/2013)

(39) B.Vl.R. van 28/02/2014 (B.S. 04/04/2014)

(40) Decr. van 25/04/2014 (B.S. 25/09/2014)

(41) B.Vl.R. van 05/09/2014 (B.S. 05/12/2014)

(42) Decr. van 19/12/2014 (B.S. 30/12/2014) detail ;

(43) Decr. van 19/12/2014 (B.S. 27/01/2015) detail ;

(44) Decr. van 19/12/2014 (B.S. 03/02/2015) detail ;

(45) B.Vl.R. van 27/03/2015 (B.S. 06/05/2015)

(46) B.Vl.R. van 24/04/2015 (B.S. 04/06/2015)

(47) B.Vl.R. van 30/04/2015 (B.S. 13/04/2017) detail ;

(48) Decr. van 19/06/2015 (B.S. 21/08/2015)

(49) Decr. van 03/07/2015 (B.S. 15/07/2015)

(50) Decr. van 18/12/2015 (B.S. 29/12/2015)

(51) B.Vl.R. van 18/03/2016 (B.S. 29/04/2016)

(52) Decr. van 17/06/2016 (B.S. 10/08/2016)

(53) Decr. van 08/07/2016 (B.S. 22/08/2016)

(54) B.Vl.R. van 30/08/2016 (B.S. 20/09/2016)

(55) Decr. van 23/12/2016 (B.S. 29/12/2016) detail ;

(56) Decr. van 23/12/2016 (B.S. 13/02/2017) detail ;

(57) B.Vl.R. van 10/03/2017 (B.S. 10/04/2017)

(58) Decr. van 16/06/2017 (B.S. 18/08/2017)

(59) Decr. van 30/06/2017 (B.S. 03/07/2017)

(60) Decr. van 07/07/2017 (B.S. 15/09/2017)

(61) B.Vl.R. van 08/09/2017 (B.S. 05/10/2017)

(62) Decr. van 22/12/2017 (B.S. 29/12/2017)

(63) B.Vl.R. van 22/12/2017 (B.S. 05/02/2018)

(64) Decr. van 23/03/2018 (B.S. 16/04/2018)

(65) Decr. van 16/03/2018 (B.S. 20/04/2018)

(66) Decr. van 04/05/2018 (B.S. 16/07/2018)

(67) Decr. van 15/06/2018 (B.S. 17/08/2018)

(68) Decr. van 06/07/2018 (B.S. 30/08/2018)

(69) Decr. van 21/12/2018 (B.S. 28/12/2018)

(70) B.Vl.R. van 15/02/2019 (B.S. 23/05/2019)

(71) Decr. van 15/03/2019 (B.S. 08/05/2019)

(72) Decr. van 26/04/2019 (B.S. 03/06/2019)

(73) Decr. van 05/04/2019 (B.S. 24/06/2019)

(74) B.Vl.R. van 19/07/2019 (B.S. 27/08/2019)

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet betreffende het volwassenenonderwijs.

TITEL I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

TITEL II. - Definities

Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :

1° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden;

2° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. [10Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden hiermee de competenties, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, bedoeld;10]

[102°bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;10]

3° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;

[583° bis bevolkingsdichtheid : het aantal inwoners per km² in de vestigingsplaats volgens de meest recente berekening van de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor de vestigingsplaats tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt de totale bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². De in aanmerking te nemen bevolkingsdichtheid voor een centrum met meerdere vestigingsplaatsen wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km²;58]

4° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;

5° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;

6° centrumreglement : door het centrumbestuur goedgekeurd document dat de betrekkingen regelt tussen het centrumbestuur en de cursisten;

7° certificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een opleiding heeft beëindigd;

8° [43...43]

9° contactonderwijs : onderwijs in een rechtstreeks contact tussen de leraar of begeleider van een onderwijsactiviteit en de cursist, gebonden aan een bepaald tijdstip en plaats van onderwijsverstrekking;

10° cursist : een deelnemer aan het volwassenenonderwijs die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en ingeschreven is;

11° [66deelcertificaat : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die een module in de basiseducatie of het secundair volwassenenonderwijs met goed gevolg heeft beëindigd;66]

12° diploma : een van rechtswege erkend studiebewijs, door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg het secundair [66...66] onderwijs heeft beëindigd;

13° eindtermen : minimumdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes die de Vlaamse Gemeenschap noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde cursistenpopulatie;

14° evaluatiereglement : het onderdeel van het centrumreglement waarin de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden vastgesteld worden;

[1814°bis examencommissie : de examencommissie zoals bedoeld in artikel 17sexies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, artikel 19sexies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 50 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en artikel 128sexies;18]

[6514° ter financieringspunten : de punten om de financierbare of subsidieerbare vte of leraarsuren, punten en werkingsmiddelen van de centra te bepalen, ongewogen berekend tegen 80 % op basis van het aantal lesurencursist per ingeschreven module en tegen 20 % op basis van het aantal lesurencursist per geslaagde module en vervolgens gewogen met de puntengewichten en de kwalificatiebonus;65]

15° fusie : de samenvoeging tot één centrum van twee of meer centra;

16° gecombineerd onderwijs : een combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs;

[2316°bis gedetineerden : personen die ter uitvoering van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel verblijven in een Belgische gevangenis, personen die krachtens artikel 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, personen die met toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, of van artikel 606 van het Wetboek van strafvordering, verblijven in een gesloten federaal centrum, voor zover de gevangenis, de instelling waarin de betrokkene is geïnterneerd of het gesloten federaal centrum hetzij gelegen is in het Nederlandse taalgebied of in Brussel-Hoofdstad, hetzij elders gelegen is en daarvoor een overeenkomst met de bevoegde overheid werd gesloten;23]

17° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van een centrum is ondergebracht;

18° [65inburgeraar : een natuurlijk persoon als vermeld in artikel 2, eerste lid, 7°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;65]

[10

18°bis jaar : een kalenderjaar;

18°ter kwalificatieniveau : een onderverdeling van de kwalificatiestructuur gebaseerd op niveaudescriptoren vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;

10]

19° kwaliteitszorg : het geheel van activiteiten dat het centrum onderneemt om de kwaliteit van zijn onderwijs en de werking van het centrum, te onderzoeken, te borgen en te verbeteren;

20° kwaliteitszorgsysteem : geheel van processen en procedures die nodig zijn om aan kwaliteitszorg te doen;

21° leergebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in de basiseducatie;

22° leerplan : plan waarin het centrumbestuur uitdrukkelijk de doelen voor zijn cursisten formuleert vanuit het eigen agogische project;

23° leertrajectbegeleiding : de begeleiding van een cursist tijdens het leerproces, waarbij het leertraject kan worden aangepast aan de behoeften van de cursist en waarbij de doorstroming naar vervolgopleidingen of werk wordt ondersteund;

24° leraarsuren : het aantal lestijden voor een schooljaar aan een Centrum voor Volwassenenonderwijs toegekend om de financierbare of subsidieerbare personeelsformatie in de ambten van leraar [23secundair volwassenenonderwijs [66...66] 23] te bepalen;

25° lesplaats : alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen die gevestigd zijn op eenzelfde kadastraal perceel of aaneensluitende percelen en die volledig of gedeeltelijk door personeelsleden van een centrum gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten met uitzondering van stages en buitenschoolse activiteiten;

26° lestijd : een periode van zestig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Basiseducatie, een periode van vijftig minuten als eenheid voor de duur van een onderwijsactiviteit georganiseerd door een Centrum voor Volwassenenonderwijs;

27° lesurencursist : het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal lestijden van een module met het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;

28° lokaal comité : het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is op het vlak van arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;

29° [48module: het kleinste te certificeren deel van een opleiding [66...66] dat overeenstemt met een bepaalde inhoud, omvang en een bepaald niveau;48]

[6429° bis onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, voor zover belast met taken op het gebied van het volwassenenonderwijs;64]

30° openleercentrum : didactische term voor een speciaal uitgeruste ruimte in een centrum waar cursisten al dan niet onder begeleiding zelfstandig leren;

31° opleiding : een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten, dat vastgesteld is door de Vlaamse Gemeenschap;

32° opleidingsprofiel : een geordende opsomming van eindtermen, specifieke eindtermen [9, erkende beroepskwalificatie(s)9] en basiscompetenties binnen een opleiding;

33° overheveling : de overbrenging van een structuuronderdeel van het ene naar het andere centrum, al dan niet op grond van onderlinge uitwisseling [56waardoor het overhevelende centrum de onderwijsbevoegdheid verliest van dat structuuronderdeel en het ontvangende centrum hiervoor de onderwijsbevoegdheid verwerft56] ;

34° rand- en taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende de taalregeling in het onderwijs;

35° rationalisatienorm : de norm waaraan een centrum moet voldoen om voor verdere financiering of subsidiëring in aanmerking te komen;

36° referteperiode : een tijdspanne voor de registratie van de cursistenkenmerken;

[636°bis representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie en die een werking ontplooit, naargelang het geval, in de centra voor volwassenenonderwijs of in de centra voor basiseducatie;6]

37° richtgraad : een niveau-indeling binnen het volwassenenonderwijs voor opleidingen van de [56studiegebieden talen richtgraad 1 en 2, talen richtgraad 3 en 4, Nederlands tweede taal, bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden" vervangen door de zinsnede "studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Hebreeuws, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen56] en opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal en talen;

38° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;

39° specifieke eindtermen : doelen met betrekking tot de vaardigheden, de specifieke kennis, inzichten en attitudes waarover een cursist beschikt om vervolgonderwijs aan te vatten [9...9] ;

40° structuuronderdeel : [12...12] [56een studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs, een opleiding van de basiseducatie [66...66] 56] of het geheel van het onderwijsaanbod georganiseerd in een vestigingsplaats van een centrum;

41° studiegebied : een groep van inhoudelijk verwante opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs [66...66] ;

42° [48...48]

[1042°bis. [66...66] 10]

43° [66...66]

44° vestigingsplaats : alle lesplaatsen van een centrum gelegen op het grondgebied van dezelfde gemeente of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;

45° VTE : het aantal voltijdse equivalenten voor een schooljaar aan een Centrum voor Basiseducatie toegekend om de subsidieerbare personeelsformatie in [58het ambt58] van leraar te bepalen;

46° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende Centra voor Volwassenenonderwijs en de erkende Centra voor Basiseducatie, vermeld in dit decreet;

47° [43werkingsgebied: de geografische omschrijving van aan elkaar grenzende gemeenten waarover het centrum voor basiseducatie zich uitstrekt [56en waarbinnen het centrum voor volwassenenonderwijs een hoofdvestigingsplaats aanwijst56] ;43]

[6547° bis werkzoekende : de werkzoekende waarvan de opleiding kadert in een [73traject naar werk of een gepast opleidingsaanbod vastgesteld door VDAB73] ;65]

[2348° wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is er zich te vestigen, of die volgens een geldig document in het Rijk mag verblijven, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.23]

TITEL III. - De opdracht en organisatie van het volwassenenonderwijs

HOOFDSTUK I. - Opdracht van het volwassenenonderwijs

Art. 3.

§ 1. Het volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de cursisten de kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen die nodig zijn voor de persoonlijke ontwikkeling, het maatschappelijk functioneren, het verder deelnemen aan onderwijs, het uitoefenen van een beroep of het beheersen van een taal en anderzijds de cursisten in staat te stellen erkende studiebewijzen te behalen.

§ 2. Hiertoe voeren de centra ten minste de volgende opdrachten uit :

1° onderwijs organiseren in overeenstemming met de bepalingen van dit decreet;

2° leertrajectbegeleiding organiseren op het niveau van de individuele cursist;

3° de educatieve behoeften detecteren die aanwezig zijn bij de eigen doelgroep;

4° het aanbod aan volwassenenonderwijs van de centra op elkaar afstemmen;

5° streven naar samenwerking en afstemming tussen de centra en andere publieke verstrekkers van opleidingen voor volwassenen;

6° reeds verworven competenties beoordelen of certificeren.

HOOFDSTUK II. - De indeling van het volwassenenonderwijs

Art. 4.

Het volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in :

1° basiseducatie;

2° secundair volwassenenonderwijs;

3° [66...66]

[104° [66...66] 10]

Art. 5.

§ 1. De leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie en informatie- en communicatietechnologie in de basiseducatie omvatten opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs.

De leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal in de basiseducatie omvatten opleidingen die georganiseerd worden op het niveau richtgraad 1 van het Europese referentiekader voor vreemde talen. Het niveau van het leergebied talen is enerzijds richtgraad 1, niveau 1 van het Europese referentiekader voor vreemde talen, en anderzijds is het gelijkgesteld met het niveau van het lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs.

§ 2. [36Het secundair volwassenenonderwijs omvat opleidingen die georganiseerd worden op het niveau van het voltijds secundair onderwijs, uitgezonderd de eerste graad en opleidingen die leiden naar een beroepskwalificatie van niveau 5, zoals bedoeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, voor zover deze beroepskwalificatie geen deel uitmaakt van een onderwijskwalificatie van niveau 5.36]

De studiegebieden talen en Nederlands tweede taal en de door de Vlaamse Regering bepaalde opleidingen van het studiegebied bijzondere educatieve noden van het secundair volwassenenonderwijs worden ingedeeld in vier richtgraden, genummerd van 1 tot 4.

§ 3. [66...66]

HOOFDSTUK III. - De leergebieden en de studiegebieden

Art. 6.

De basiseducatie wordt ingedeeld in de volgende leergebieden :

1° alfabetisering Nederlands tweede taal;

2° Nederlands;

3° Nederlands tweede taal;

4° wiskunde;

5° maatschappijoriëntatie;

6° informatie- en communicatietechnologie;

7° talen.

Art. 7.

[56

§ 1. Het secundair volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in de volgende studiegebieden :

1° aanvullende algemene vorming;

2° administratie;

3° afwerking bouw;

4° algemene personenzorg;

5° algemene vorming;

6° ambachtelijke accessoires;

7° ambachtelijk erfgoed;

8° assistentie vrije zorgberoepen;

9° auto;

10° bakkerij;

11° bedrijfsbeheer;

12° bibliotheek-, archief- en documentatiekunde;

13° bijzondere educatieve noden;

14° chemie;

15° drankenkennis;

16° Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2;

17° Europese neventalen richtgraad 1 en 2;

18° Europese talen richtgraad 3 en 4;

19° fotografie;

20° grafische communicatie en media;

21° groot transport;

22° Hebreeuws;

23° horeca;

24° huishoudhulp;

25° huishoudelijk koken;

26° huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken;

27° ICT-technieken;

28° informatie- en communicatietechnologie;

29° koeling en warmte;

30° lassen;

31° land- en tuinbouw;

32° lichaamsverzorging;

33° logistiek en verkoop;

34° maritieme diensten;

35° mechanica-elektriciteit;

36° meubelmakerij;

37° mode : maatwerk;

38° mode : realisaties;

39° Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2;

40° Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4;

41° Oosterse talen;

42° printmedia;

43° ruwbouw;

44° schrijnwerkerij;

45° Scandinavische talen;

46° slagerij;

47° Slavische talen;

48° specifieke personenzorg;

49° textiel;

50° toerisme.

§ 2. De Vlaamse Regering kan de namen van de studiegebieden wijzigen.

56]

Art. 8.

[66...66]

Art. 9.

De indeling van de leergebieden en studiegebieden in opleidingen [66...66] worden vastgelegd in bijlage I, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage I aanpassen.

[56 Het studiegebied aanvullende algemene vorming omvat ten minste de opleiding Aanvullende Algemene Vorming. Het studiegebied bedrijfsbeheer omvat ten minste de opleiding Bedrijfsbeheer.56]

Art. 10.

De Vlaamse Regering kan hetzij op eigen initiatief hetzij op voordracht van [48het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs48] experimenteel nieuwe leergebieden voor de basiseducatie of nieuwe studiegebieden voor het secundair volwassenenonderwijs erkennen.

[12Voor een experimenteel nieuw leergebied voor de basiseducatie kent de Vlaamse Regering een deler toe als vermeld in artikel 85, § 2. Voor een experimenteel nieuw studiegebied voor het secundair volwassenenonderwijs kent de Vlaamse Regering een deler toe als vermeld in artikel 98, § 1.12]

De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijfjaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie.

HOOFDSTUK IV. - [9De eindtermen, specifieke eindtermen, erkende beroepskwalificaties en basiscompetenties9]

Afdeling I. - De basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs

Art. 11.

§ 1. De eindtermen en de specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

De Vlaamse Regering legt het besluit uiterlijk één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De eindtermen en de specifieke eindtermen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft.

§ 2. Voor de opleidingen van [56de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming56] in het secundair volwassenenonderwijs gelden dezelfde eindtermen of specifieke eindtermen als voor de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. De concordantie tussen de opleidingen van [56de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming56] en de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs wordt vastgelegd in bijlage II, die bij dit decreet gevoegd is. De Vlaamse Regering kan bijlage II aanpassen.

§ 3. Met uitzondering van [56de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming56] , gelden voor de opleidingen van de studiegebieden in het secundair volwassenenonderwijs dezelfde specifieke eindtermen [9en erkende beroepskwalificaties9] als voor de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. De Vlaamse Regering legt de concordantie vast tussen deze opleidingen en studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs.

§ 4. Voor de opleidingen van de leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie, informatie- en communicatietechnologie en talen in de basiseducatie gelden dezelfde eindtermen als die voor de leergebieden in het lager onderwijs en eindtermen en ontwikkelingsdoelen in de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs.

§ 5. Voor het volwassenenonderwijs kan de Vlaamse Regering op basis van de eigenheid van het volwassenenonderwijs bepaalde [12ontwikkelingsdoelen,12] eindtermen of specifieke eindtermen schrappen of aanpassen. Ze legt deze schrappingen of aanpassingen binnen een maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. De schrappingen of aanpassingen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft.

[9

§ 6. De eindtermen en specifieke eindtermen worden ontwikkeld gebruik makend van [37descriptorelementen37] uit artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

9]

Art. 12.

§ 1. De eindtermen gelden voor de opleidingen van [56de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming56] in het secundair volwassenenonderwijs en voor de opleidingen van de leergebieden in de basiseducatie. De eindtermen voor het secundair volwassenenonderwijs worden vastgelegd per opleiding. De eindtermen voor de basiseducatie worden vastgelegd voor het geheel van de opleidingen van de leergebieden Nederlands, wiskunde, maatschappijoriëntatie, informatie- en communicatietechnologie en talen.

§ 2. De specifieke eindtermen [9en erkende beroepskwalificaties9] zijn van toepassing op het specifieke gedeelte van de opleidingen, die geconcordeerd worden met de overeenkomstige studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs.

§ 3. De basiscompetenties worden vastgelegd per opleiding en zijn van toepassing op :

1° de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, die niet geconcordeerd worden met overeenkomstige opties of studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs. [9De basiscompetenties die worden vastgelegd voor opleidingen die leiden naar een beroep nemen erkende beroepskwalificaties op herkenbare wijze op;9]

2° de opleidingen in het secundair volwassenenonderwijs, waarvoor geen specifieke eindtermen [9of erkende beroepskwalificaties9] bepaald zijn;

[122°bis de opleidingen van het leergebied talen in de basiseducatie, waarvoor geen eindtermen bepaald zijn;12]

3° de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal [12, wiskunde12] en Nederlands tweede taal in de basiseducatie;

[234° de opleiding aanvullende algemene vorming.23]

[18 [ (tot datum bepaald door Vlaamse Regering) De basiscompetenties worden bepaald door de Vlaamse Regering. [9De basiscompententies voor opleidingen die leiden naar een beroep waarvoor geen erkende beroepskwalificaties bestaan, worden bepaald op basis van door sectoren of door overheidsinstanties erkende referentiekaders en gebruik makend van [23...23] descriptorelementen en dit zolang er geen erkende beroepskwalificaties zijn.9] ] [ (vanaf datum bepaald door Vlaamse Regering) Voor opleidingen die leiden naar een beroep waarvoor geen erkende beroepskwalificaties bestaan, en dit tot zolang er geen erkende beroepskwalificaties bestaan, bepaalt de Vlaamse Regering de referentiekaders waarvan de basiscompetenties voor de opleidingen worden afgeleid. De basiscompetenties worden, zoals bij erkende beroepskwalificaties, vastgelegd gebruikmakend van de descriptorelementen uit het kwalificatieraamwerk en waarborgen de toepassing van eventuele Europese, federale of Vlaamse regelgeving inzake beroepsuitoefening.

De VLOR en SERV zullen om advies gevraagd worden bij het besluit dat de referentiekaders, het proces en de actoren om tot deze competenties te komen, zal vastleggen.

] 18]

[12

§ 4. In afwijking van § 3 worden de basiscompetenties voor het leergebied wiskunde van de basiseducatie vastgelegd voor het geheel van de modules of opleidingen.

De basiscompetenties voor de modules of opleidingen van het leergebied wiskunde worden bepaald door de Vlaamse Regering.

12] [40

§ 5. De basiscompetenties worden ontwikkeld op basis van descriptorelementen, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

40]

Art. 13.

§ 1. Elk centrum heeft de maatschappelijke opdracht de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden [9 (vanaf datum bepaald door Vlaamse Regering) en erkende beroepskwalificaties9 (vanaf datum bepaald door Vlaamse Regering)] met de cursisten te bereiken.

§ 2. Het bereiken van de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties zal worden afgewogen tegenover de centrumcontext en de kenmerken van de cursistenpopulatie.

De eindtermen, specifieke eindtermen [9 (vanaf datum bepaald door Vlaamse Regering) , erkende beroepskwalificaties9 (vanaf datum bepaald door Vlaamse Regering)] of basiscompetenties voor de attitudes moeten door elk centrum worden nagestreefd.

Art. 14.

§ 1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes.

§ 2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. [9 [ (tot bepaald door de Vlaamse Regering) In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen.] [ (vanaf bepaald door de Vlaamse Regering) In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen, de basiscompetenties of de erkende beroepskwalificaties op herkenbare wijze opgenomen ] 9]

Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten.

§ 3. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen [10van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7,10] goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria.

Art. 15.

§ 1. Als een centrumbestuur oordeelt dat de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan over de modules onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen of ermee onverzoenbaar zijn, dient het bij de Vlaamse Regering een aanvraag tot afwijking in. Die aanvraag is alleen ontvankelijk, als precies wordt aangegeven waarom die eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen onvoldoende ruimte laten of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het centrumbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of een eigen verkaveling ervan voor.

§ 2. De Vlaamse Regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en beslist, in voorkomend geval, of de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties of de verkaveling ervan in hun geheel gelijkwaardig zijn met de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties, die conform dit decreet werden vastgelegd, en de mogelijkheid bieden om gelijkwaardige studiebewijzen uit te reiken.

De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria :

1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;

2° de vereiste inhoud : het onderwijsaanbod, zoals gevat in de eindtermen, specifieke eindtermen of basiscompetenties voor de basiseducatie en het secundair volwassenenonderwijs, omvat minstens inhouden voor de overeenstemmende opleidingen. Die inhouden moeten enkel in hun geheel evenwaardig zijn met de inhouden waarvoor conform dit decreet eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties werden vastgelegd;

3° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zijn geformuleerd in termen van wat van cursisten verwacht kan worden;

4° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties slaan op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes;

5° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de cursisten toelaten vervolgonderwijs aan te vatten [9...9] ;

6° de vervangende eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de cursisten ze verwerven of de centra ze nastreven.

De Vlaamse Regering wint voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het gemotiveerde advies in van de bevoegde administratie. [9...9] De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt.

§ 3. Het centrumbestuur dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de eindtermen, specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. De Vlaamse Regering legt een besluit betreffende een afwijkingsaanvraag in verband met eindtermen en specifieke eindtermen binnen een termijn van zes maanden ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Als het Vlaams Parlement dat besluit niet bekrachtigt, houdt het op rechtskracht te hebben.

§ 4. In afwijking van § 3, kan het centrumbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, als dat bekrachtigingsdecreet gepubliceerd wordt na 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding. In de gevallen, vermeld in het vorige lid, is het centrumbestuur gebonden door de eindtermen en specifieke eindtermen vanaf 1 september na de publicatie van het decreet dat de gelijkwaardige eindtermen en specifieke eindtermen erkent of na de beslissing van de Vlaamse Regering die de afwijkingsaanvraag afwijst.

Afdeling II. - [66...66]

Art. 16.

[66...66]

Art. 17.

[66...66]

Art. 18.

[66...66]

Art. 19.

[66...66]

Art. 20.

[18...18]

Art. 21.

[66...66]

Art. 22.

[66...66]

HOOFDSTUK V. - De organisatie van het onderwijs door de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 23.

Het volwassenenonderwijs wordt aangeboden volgens een modulaire organisatie. In de modulaire organisatie wordt de leerstof aangeboden in modules. Een of meer modules vormen een opleiding.

Modules kunnen zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden. Als de modules in een sequentieel verband staan, moeten zij in een bepaalde volgorde worden gevolgd.

Art. 24.

§ 1. Op voordracht van [48het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs48] en na advies van de Vlaamse Onderwijsraad bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen [10van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 710] .

Een opleidingsprofiel omvat ten minste :

1° het minimale aantal lestijden van een opleiding;

2° het aantal modules;

3° het aantal lestijden per module dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de financiering;

4° de verdeling van de eindtermen, de specifieke eindtermen [9, erkende beroepskwalificaties9] of basiscompetenties over de modules binnen een opleiding;

[235° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgorderelatie van de modules.23]

[736° als de opleiding naar een beroepskwalificatie leidt waarvoor een deelkwalificatie is afgebakend, de afbakening van de module of modules die het samenhangende geheel van de competenties van de deelkwalificatie bevatten.73]

[23

§ 1bis. Een opleidingsprofiel, zoals bedoeld in § 1, kan geletterdheidsmodules of uitbreidingsmodules omvatten. Een uitbreidingsmodule is een module die inspeelt op een vraag naar een specifieke uitbreiding van competenties van een bepaalde beroepsopleiding. Een geletterdheidsmodule is een module die inspeelt op een specifieke vraag naar geletterdheidscompetenties in functie van een beroepssituatie of een inhoudelijk aansluitende opleiding.

Een uitbreidingsmodule dient in sequentieel verband te staan met de aansluitende beroepsopleiding.

23]

§ 2. De Vlaamse Regering kan voor bijzondere doelgroepen afwijken van het in § 1, 1°, bedoelde minimale aantal lestijden van een opleiding.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de criteria om tot opleidingsprofielen te komen.

[10

Art. 24bis.

[48...48]

10]

Art. 25.

Voor de organisatie van het opleidingsaanbod hanteren de centra uitsluitend de [10opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24 [48...48] 10] .

[12

Art. 25bis.

[33

§ 1. In afwijking van artikel 25 kan een centrum opleidingsaanbod organiseren in de vorm van een open module die in overeenstemming met dit decreet erkend is en voldoet aan volgende criteria :

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;

2° het aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering bedraagt 20, 40 of 60 lestijden;

3° de clustering van de eindtermen of basiscompetenties is relevant en consistent;

4° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelen;

5° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven.

De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten betreffende evaluatie, verantwoordingsstukken en procedure.

§ 2. De open module, vermeld in § 1, kan enkel ingericht worden :

1° [48in de leergebieden wiskunde, Nederlands en alfabetisering Nederlands tweede taal van de basiseducatie. De open module wiskunde omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit het leergebied wiskunde. De open module Nederlands omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied Nederlands. De open module alfabetisering Nederlands tweede taal omvat uitsluitend basiscompetenties uit het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal;48]

2° als geletterdheidsmodule, zoals bedoeld in artikel 24, § 1bis. De open module omvat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties bepaald door de Vlaamse Regering.

33] 12] [23

Art. 25ter.

Zodra voor een modulaire opleiding waarvan een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd een nieuw opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de bestaande modulaire opleiding nog georganiseerd worden :

1° gedurende één schooljaar, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;

2° gedurende twee schooljaren, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.

In afwijking van het eerste lid kan zodra het opleidingsprofiel voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, de bestaande modulaire opleiding algemene vorming BSO3 nog gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering georganiseerd worden.

23]

Art. 26.

§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt de [6vakantieregeling6] en de aanwending van de onderwijstijd voor het volwassenenonderwijs in de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra.

§ 2. Een centrum is gehouden gedurende veertig weken per jaar administratief geopend te zijn.

§ 3. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een aantal dagen of weken, zoals het centrum dat nodig acht met inachtneming van de [6vakantieregeling6] , vermeld in § 1.

§ 4. Een centrumbestuur organiseert het opleidingsaanbod op die manier dat het aantal geplande lestijden overeenstemt met het aantal te organiseren lestijden, zoals bepaald in de opleidingsprofielen, [48vermeld in artikel 2448] .

Voor de toepassing van het eerste lid worden de lestijden die samenvallen met een wettelijke, decretale of reglementaire feestdag geacht gepland te zijn.

Om een correcte uitvoering van de in § 1 bedoelde [6vakantieregeling6] mogelijk te maken, kan het aantal geplande lestijden maximaal 8 percent afwijken van het aantal lestijden, zoals bepaald in de opleidingsprofielen, [48vermeld in artikel 2448] .

§ 5. Onverminderd de regeling inzake cumulatie organiseert een centrumbestuur zijn onderwijsaanbod op die manier dat het volume van de opdracht die een [48leraar secundair volwassenenonderwijs of een lector48] op weekbasis effectief uitoefent, niet meer bedraagt dan 125 percent van de betrekking waarvoor hij op weekbasis wordt aangesteld. Van dit percentage kan alleen worden afgeweken mits uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken leraar [23of lector23] .

[73

Art. 26bis.

In afwijking van artikel 26, § 4, kunnen de centra geïntegreerd onderwijs organiseren waarbij voor eenzelfde groep cursisten een deel van de module gelijktijdig met een of twee modules van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 georganiseerd wordt, zonder dat het totale aantal te organiseren lestijden de som bedraagt van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24.

Gelijktijdig geïntegreerd onderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria:

1° het voldoet aan de bepalingen van dit decreet;

2° het aantal gelijktijdig georganiseerde lestijden van de modules van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 omvat maximaal de helft van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24;

3° het totale aantal lestijden dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidiëring of financiering, bedraagt de som van het aantal lestijden zoals bepaald in de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24;

4° de gelijktijdig georganiseerde lessen worden door ten minste twee leraren gegeven;

5° de gelijktijdig georganiseerde lessen zijn inhoudelijk op elkaar afgestemd.

73]

Art. 27.

De activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten, vermeld in artikelen 62, § 2, 2°, en 63, § 1, 3°, zijn onderwijsprogramma's die gericht zijn op :

1° de verkenning van de onderwijsbehoeften van de cursist;

2° een exemplarische kennismaking met de inhouden en de werkwijzen van de opleidingen in het volwassenenonderwijs;

3° het stimuleren van de deelnemers om na het doorlopen van het programma zich verder te vervolmaken en door te stromen naar ander educatief aanbod.

Art. 28.

Het volwassenenonderwijs kan georganiseerd worden als contactonderwijs of als gecombineerd onderwijs. Gecombineerd onderwijs voldoet ten minste aan volgende criteria :

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;

2° [12het omvat minimaal een evaluatiemoment in contactonderwijs;12]

3° [12...12]

4° het cursusmateriaal en de didactische middelen voor het gedeelte afstandsonderwijs zijn geschikt voor multimediaal gebruik;

5° de wijze van evalueren van het gedeelte afstandsonderwijs is duidelijk omschreven;

6° de deelname van cursisten aan het gedeelte afstandsonderwijs wordt systematisch opgevolgd.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van gecombineerd onderwijs.

Art. 29.

§ 1. De centra kunnen de volgende vormen van onderwijs organiseren :

1° onderwijs dat overeenkomstig dit decreet is erkend, waarvoor de centra onderwijsbevoegdheid hebben en waarvan de VTE of de leraarsuren volledig volgens dit decreet zijn gefinancierd of gesubsidieerd;

2° onderwijs dat overeenkomstig dit decreet is erkend, waarvoor de centra onderwijsbevoegdheid hebben en waarvan de VTE of de leraarsuren geheel of gedeeltelijk door derden zijn gefinancierd of gesubsidieerd.

§ 2. Middelen van de Vlaamse Gemeenschap kunnen niet aangewend worden voor de organisatie van onderwijs dat noch erkend noch gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 30.

§ 1. In afwijking van artikel 29 kunnen de Centra voor Basiseducatie onderwijs organiseren met door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde VTE, dat overeenkomstig dit decreet niet erkend is en voldoet aan volgende criteria :

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van dit decreet;

2° het wordt georganiseerd op verzoek van derden die hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het organiserende Centrum voor Basiseducatie;

3° het is gericht op ten minste zes cursisten;

4° het bevat uitsluitend eindtermen of basiscompetenties uit leergebieden overeenkomstig dit decreet erkend, waarvan de clustering relevant en consistent is;

5° de duur staat in verhouding tot de vooropgestelde doelstellingen;

6° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag van deze vorm van onderwijs.

§ 2. Het onderwijs, zoals bepaald in § 1, kan niet leiden tot van rechtswege erkende studiebewijzen.

HOOFDSTUK VI. - Toelatingsvoorwaarden

Art. 31.

Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van de basiseducatie, moet de cursist voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht.

In afwijking van het eerste lid moet een cursist voor de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal en talen voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Art. 32.

Om als cursist toegelaten te worden tot een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, moet de cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

In afwijking van het eerste lid moet de cursist voor de opleidingen van [56de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming56] voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht.

In afwijking van het eerste lid moet de cursist voor de opleidingen [56van het studiegebied Hebreeuws56] niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

[18

In afwijking van het eerste lid moet de cursist aan een van volgende voorwaarden voldaan hebben om toegelaten te worden tot [56de [73opleidingen73] van het studiegebied bedrijfsbeheer56] :

1° voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht;

2° [73ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, een centrum voor deeltijdse vorming, of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen;73]

18]

Art. 33.

In afwijking van artikel 31, tweede lid, en artikel 32, eerste lid, kunnen leerlingen uit het secundair onderwijs op basis van door de Vlaamse Regering vastgelegde voorwaarden toegelaten worden tot de opleidingen van het leergebied Nederlands tweede taal en [56de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 456] .

Art. 34.

[66...66]

[18

Art. 34bis.

[66...66]

18]

Art. 35.

§ 1. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, [66vermeld in artikel 31, 32 en 3366] , worden [6, met uitzondering van de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van de studiegebieden [56Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Hebreeuws, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen56] 6] geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of een niet-sequentieel geordende module.

[6Om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding vanaf het niveau richtgraad 2 van [40de studiegebieden40] , [56Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Europese talen richtgraad 3 en 4, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen56] , met uitzondering van de opleidingen [40...40] , Deens richtgraad 4, Duits richtgraad 4, Engels richtgraad 4, Frans richtgraad 4, Italiaans richtgraad 4, Portugees richtgraad 4, Spaans richtgraad 4 en Zweeds richtgraad 4, moet de cursist kunnen aantonen dat hij de basiscompetenties heeft behaald van de opleiding op het niveau van de voorgaande richtgraad.6]

[40

Voor de opleidingen vanaf het niveau richtgraad 2 van [56de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 456] gelden de volgende aanvullende toelatingsvoorwaarden :

1° om toegelaten te worden tot de aanvangsmodule met schriftelijke basiscompetenties moet de cursist kunnen aantonen dat hij de schriftelijke basiscompetenties heeft behaald op het niveau van de voorgaande richtgraad;

2° om toegelaten te worden tot de aanvangsmodule met mondelinge basiscompetenties moet de cursist kunnen aantonen dat hij de mondelinge basiscompetenties heeft behaald op het niveau van de voorgaande richtgraad.

40]

[12In afwijking van het eerste lid en in uitvoering van federale, Europese of andere hiërarchisch hogere regelgeving voortvloeiende verplichtingen, kan de Vlaamse Regering aanvullende toelatingsvoorwaarden bepalen om als cursist toegelaten te worden tot de aanvangsmodule van een opleiding in de sequentieel geordende organisatie of tot een niet-sequentieel geordende module.12]

§ 2. Behoudens de toelatingsvoorwaarden, [66vermeld in artikel 31, 32 en 3366] , moet aan één van volgende voorwaarden voldaan zijn om als cursist toegelaten te worden tot een sequentieel geordende module :

1° de cursist beschikt over het deelcertificaat [48 [66...66] 48] van een sequentieel voorafgaande module in een leertraject;

2° de cursist beschikt over een welbepaald attest of certificaat van een andere opleidings- of vormingsinstelling. De Vlaamse Regering bepaalt welk attest of certificaat toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules;

3° de cursist beschikt over een titel van beroepsbekwaamheid, zoals vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van 23 september 2005 van het decreet betreffende de titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt welke titel van beroepsbekwaamheid toegang geeft tot welke sequentieel geordende modules;

4° de directeur van het centrum oordeelt dat de cursist beschikt over een diploma, certificaat of getuigschrift uit het onderwijs of een attest of certificaat uit een andere opleidings- of vormingsinstelling waaruit blijkt dat hij over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om de module aan te vangen;

5° de directeur van het centrum oordeelt op basis van een toelatingsproef dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die hem toelaat de module te volgen.

Art. 36.

[65In afwijking van de artikelen 31, 32 en 35 en overeenkomstig artikel 46/1 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, berust de uitsluitende bevoegdheid voor de organisatie en coördinatie van de intake, testing en doorverwijzing van cursisten die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal bij de volgende instanties :

1° het Agentschap Integratie en Inburgering, vermeld in artikel 17, § 2, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;

2° het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Antwerpen vzw;

3° het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Gent vzw;

4° het Huis van het Nederlands Brussel vzw.

65]

Als de centra deze uitsluitende bevoegdheid van [65de instanties vermeld in het eerste lid65] niet aanvaarden en de afspraken hierover niet naleven, worden de cursisten van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en [56de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 456] , die vóór de inschrijving niet beschikten over een studiebewijs Nederlands tweede taal, niet als financierbare of subsidieerbare cursist beschouwd.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de bevoegde administratie hiertoe de nodige vaststellingen kan doen en waarop ze cursisten kan schrappen als financierbare of subsidieerbare cursist.

Art. 37.

Voor de toepassing van artikel 56, 10°, worden de cursisten ingeschreven in de volgorde dat ze zich bij het centrum in orde stellen met de inschrijvingsvoorwaarden. Indien nodig kunnen wachtlijsten worden aangelegd.

De inschrijvingsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, omvatten volgende elementen :

1° aan de toelatingsvoorwaarden voldoen;

2° het inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan rechtmatig vrijgesteld zijn;

3° zich akkoord verklaard hebben met het centrumreglement;

4° zich akkoord verklaard hebben met het eigen agogisch project van het centrum;

[235° indien men voldaan heeft aan de deeltijdse leerplicht, het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf, zoals bedoeld in artikel 2, 48°.23]

[23

De cursisten die behoren tot de volgende doelgroepen worden bij voorrang ingeschreven voor een opleiding die behoort tot het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal of [56de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 456] .

Het gaat om de doelgroepen :

1° [65vermeld in artikel 26, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, die een inburgeringscontract hebben ondertekend, vermeld in artikel 2, eerste lid, 10°, van hetzelfde decreet;65]

2° vermeld in artikel 3 van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid;

3° die de bereidheid om Nederlands leren moeten tonen zoals bedoeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

23]

HOOFDSTUK VII. - Evaluatie, evaluatiereglement en studiebekrachtiging

Art. 38.

§ 1. [48Een evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin de cursist de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan of het opleidingsprofiel heeft bereikt.

Een evaluatie kan georganiseerd worden in de vorm van een permanente evaluatie of in de vorm van een afsluitende evaluatie.

Het centrum organiseert voor elke module [66...66] een evaluatie.

48]

§ 2. [66...66]

Art. 39.

[66

Elk centrumbestuur bepaalt zijn evaluatiereglement. Dat evaluatiereglement omvat ten minste :

1° de evaluatievoorwaarden;

2° de vorm van iedere evaluatie;

3° de tijdvakken waarbinnen de evaluaties worden afgelegd;

4° de samenstelling van de evaluatiecommissies;

5° de wijze van beraadslaging door de evaluatiecommissies en bekendmaking van de evaluatieresultaten;

6° de procedure waarbij conflicten die plaatsvinden tussen de cursisten en de leden van de evaluatiecommissie voor de beraadslaging, worden behandeld of waarbij vermoede materiële vergissingen die na het afsluiten van de beraadslaging zijn vastgesteld, kunnen worden rechtgezet;

7° de procedure voor vrijstelling van evaluaties en voor de regeling van betwistingen hierover.

66]

Art. 40.

[33 § 1.33] [73In het volwassenenonderwijs bestaan de volgende studiebewijzen :

1° een deelcertificaat;

2° een certificaat;

3° een bewijs van deelkwalificatie;

4° een getuigschrift;

5° een diploma

73]

De Vlaamse Regering bepaalt de modellen van de studiebewijzen en de nadere modaliteiten met betrekking tot het uitreiken van de studiebewijzen.

[33

§ 2. Bij het bepalen van de bekrachtiging van de studies kan de Vlaamse Regering het met vrucht beëindigen van een [56opleiding56] afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering.

Onder externe certificering wordt verstaan : het toekennen aan cursisten, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan de beroepsuitoefeningvoorwaarden.

33] [48

§ 3. Een centrumbestuur dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, is ertoe gemachtigd om een certificaat van een onderliggende opleiding uit te reiken aan de cursist die aantoonbaar de competenties van de onderliggende opleiding in voldoende mate heeft bereikt.

48] [29

Art. 40bis.

§ 1. De centra zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houders van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.

§ 2. Personen die in toepassing van de wetgeving betreffende de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.

Bij de aanvraag moet het oorspronkelijk behaald studiebewijs worden ingeleverd en moeten stukken worden gevoegd die de naamswijziging aantonen.

29]

Art. 41.

§ 1. [48Een deelcertificaat bekrachtigt een module. [66...66] 48]

[12Bij een deelcertificaat van een open module als vermeld in artikel 25bis wordt steeds een deelcertificaatsupplement uitgereikt, waarin het centrumbestuur de eindtermen of basiscompetenties van die module opneemt. De Vlaamse Regering bepaalt het model van deelcertificaatsupplement en de nadere modaliteiten met betrekking tot de uitreiking ervan.12]

[73

§ 1bis. Een bewijs van deelkwalificatie bekrachtigt een samenhangend geheel van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie en biedt uitstroomkansen in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie.

73]

§ 2. Een certificaat bekrachtigt :

1° [66een opleiding, met uitzondering van de opleidingen vermeld in paragraaf 3 en paragraaf 4;66]

2° een opleiding in afstandsonderwijs als dat onderwijs dezelfde structuur en dezelfde basiscompetenties of eindtermen respecteert als door de Vlaamse Gemeenschap erkend onderwijs, als dat onderwijs een evaluatieprocedure gebruikt die door de Vlaamse Regering is goedgekeurd en een controle door de Vlaamse Regering aanvaard wordt.

§ 3. Een getuigschrift bekrachtigt de opleiding bedrijfsbeheer in het studiegebied [56Bedrijfsbeheer56] .

§ 4. Een diploma [10van het secundair onderwijs10] bekrachtigt :

1° de opleidingen economie-moderne talen, economie-wiskunde, humane wetenschappen ASO3, moderne talen-wetenschappen, moderne talen-wiskunde en wetenschappen-wiskunde van het studiegebied algemene vorming;

2° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs [36, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 536] [10of een diploma [66of graad66] van gegradueerde10] ;

[122°bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42;12]

3° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan [56aanvullende algemene vorming of56] algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs.

§ 5. [66...66]

§ 6. [66...66]

[23

Art. 41bis.

De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van studiebewijzen, afgegeven in het buitenland, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen.

Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :

1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader;

2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

23] [23

Art.41ter.

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 41bis zijn opgenomen, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :

1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader gebruikt;

2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

[37De financiële bijdrage die de houder van een buitenlands studiebewijs moet betalen aan de erkenningsautoriteit voor een onderzoek met betrekking tot de erkenning van de gelijkwaardigheid van het buitenlands studiebewijs bedraagt 180 euro per aanvraag en per studiebewijs. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2013. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal. De Vlaamse Regering kan het bedrag verminderen voor specifieke doelgroepen. Voor asielzoekers, vluchtelingen en subsidiair-beschermden is de behandeling van de erkenningsaanvraag gratis. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor een versnelde procedure tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen. De Vlaamse Regering kan het bedrag vermeerderen tot maximaal 500 euro indien de houder van het buitenlands studiebewijs opteert voor deze versnelde procedure. 37]

23]

Art. 42.

Ter uitvoering van artikel 41, § 4, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering, na advies van de inspectie de opleidingen [10van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs10] , die in combinatie met het certificaat van de opleiding aanvullende algemene vorming leiden, tot een diploma secundair onderwijs. Hiertoe moeten die opleidingen voldoen aan volgende voorwaarden :

1° de minimale duur van de opleiding omvat 480 lestijden;

2° de opleiding beoogt een brede maatschappelijke participatie;

3° de opleiding, in combinatie met de opleiding aanvullende algemene vorming, verleent toegang tot het hoger onderwijs;

4° de opleiding, in combinatie met de opleiding aanvullende algemene vorming, verleent in voldoende mate toegang tot de arbeidsmarkt.

HOOFDSTUK VIII. - Ondersteuning van het Volwassenenonderwijs

Afdeling I. - Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs

Art. 43.

De Vlaamse Regering subsidieert één Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs.

Art. 44.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de Centra voor Basiseducatie en anderzijds de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, [11als vermeld in artikel 16 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs11] , te ondersteunen bij de uitvoering van de opdrachten die krachtens dit decreet worden toegekend.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs realiseert deze doelstelling met respect voor het eigen agogisch project van de betrokken centra.

Art. 45.

[48

Aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs worden volgende opdrachten toegekend :

1° de begeleiding van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs :

a) ondersteunen bij de realisatie van hun eigen agogisch project;

b) ondersteunen bij het bevorderen van hun onderwijskwaliteit en bij hun ontwikkeling tot professionele lerende organisatie door :

1) netwerkvorming te bevorderen en netwerken te ondersteunen;

2) leidinggevenden te ondersteunen of te vormen;

3) de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden te ondersteunen binnen een centrum en centrumoverstijgend met bijzondere aandacht voor beginnende personeelsleden, personeelsleden met specifieke opdrachten;

4) het beleidsvoerend vermogen van centra te versterken;

5) de kwaliteitszorg van centra te ondersteunen;

c) op verzoek van het centrumbestuur het centrum ondersteunen en begeleiden bij de uitwerking van de aangegeven actiepunten na een doorlichting;

d) onderwijsinnovaties aanreiken, stimuleren en ondersteunen;

e) aanbodgerichte nascholingsactiviteiten aanreiken en aansturen met inbegrip van de nascholing van directies;

f) met verscheidene onderwijsactoren op verschillende niveaus overleggen over onderwijskwaliteit;

g) participeren aan de aansturing of opvolging van ondersteuningsinitiatieven georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Regering die als doelstelling het ondersteunen van centra of hun leerkrachten of begeleiders hebben;

2° samen met de pedagogische begeleidingsdiensten de opdrachten geformuleerd in artikel 49 uitvoeren.

48]

Art. 46.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs kan enkel in aanmerking komen voor subsidiëring als :

1° het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs opgericht wordt in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;

2° in de algemene vergadering een afgevaardigde van elk deelnemend centrumbestuur opgenomen wordt. De leden van de algemene vergadering kunnen de algemene vergadering via coöptatie aanvullen met externe deskundigen;

3° [52driejaarlijks een beleidsplan wordt opgesteld, waarin de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, verduidelijkt worden;52]

4° jaarlijks een activiteitenverslag en een financieel rapport worden opgesteld.

Art. 47.

§ 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs een subsidie ter beschikking van ten minste [42956.000 euro vanaf het begrotingsjaar 201542] . Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten, werkingskosten en investeringen.

§ 2. [52...52]

§ 3. De subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs wordt uitbetaald in twee schijven en een saldo :

1° een eerste schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 31 maart;

2° een tweede schijf van 45 percent wordt uitbetaald uiterlijk op 30 september;

3° het saldo van 10 percent wordt uitbetaald nadat het activiteitenverslag en financieel rapport, zoals vermeld in artikel 46, 4°, is overgemaakt aan de bevoegde administratie.

§ 4. De middelen, zoals bepaald in § 1, kunnen geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdrachten, vermeld in artikelen 45 en 49.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs heeft zes maanden de tijd om zich opnieuw in orde te stellen met de voorwaarden, vermeld in artikel 46, indien niet meer voldaan wordt aan deze voorwaarden. In het andere geval is het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs niet langer subsidieerbaar.

§ 5. [52De subsidie wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.52]

[27

§ 6. In afwijking van paragraaf 5, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2012 niet aangepast aan de evolutie van de index.

27] [32

§ 7. In afwijking van paragraaf 5, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2013 niet aangepast aan de evolutie van de index.

32] [42

§ 8. In afwijking van paragraaf 5, wordt het werkingsgedeelte van de jaarlijkse subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs voor het begrotingsjaar 2015 niet aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

42]

Art. 48.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs kan alle daden stellen die noodzakelijk zijn om de toegekende opdrachten te realiseren en om de toegekende middelen zorgvuldig te beheren.

Afdeling II. - Kennis- en expertiseontwikkeling in het volwassenenonderwijs

Art. 49.

[48Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs en de pedagogische begeleidingsdiensten moeten de subsidie toegekend op basis van respectievelijk artikel 47, § 1, van dit decreet en artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs ook aanwenden voor de gezamenlijke uitvoering van volgende opdrachten : 48]

1° [48...48]

2° [48...48]

3° de ontwikkeling van nieuwe opleidingsprofielen of de actualisering van bestaande opleidingsprofielen voor het volwassenenonderwijs [10, als vermeld in artikel 24 [36...36] 10] coördineren, rekening houdende met de bepalingen, vermeld in artikelen 24, 179, § 1, en 184;

4° [48...48]

5° [48...48]

6° de ontwikkeling van instrumenten en procedures in zake de erkenning van al verworven competenties coördineren en ondersteunen;

7° [48...48]

8° [48...48]

[118°bis in uitvoering van het Strategisch Plan Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden, de onderwijscoördinatoren ondersteunen bij enerzijds de uitbouw van een behoeftedekkend en aangepast aanbod voor onderwijs aan gedetineerden en anderzijds de coördinatie van het onderwijsaanbod in de gevangenis;11]

[188°ter [36...36] 18]

9° [48...48]

Deze opdrachten worden gerealiseerd met respect voor het eigen agogisch project van de centra.

[12Voor de uitvoering van de opdracht vermeld onder 8°bis, stelt de Vlaamse Regering jaarlijks aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs een bijkomende subsidie ter beschikking. Die subsidie omvat middelen voor personeelskosten en werkingskosten.12]

[18 [37...37] 18]

Art. 50.

[52De middelen, vermeld in artikel 49, kunnen enkel aangewend worden, als het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds driejaarlijks een protocol tot samenwerking over de aanwending van de middelen en de uitvoering van de opdrachten afsluiten en dit protocol meedelen aan de centra en aan de Vlaamse Regering.52]

Afdeling III. - Kwaliteitscontrole en evaluatie

Art. 51.

In 2012 wordt het systeem van ondersteuning in het volwassenenonderwijs, zoals bepaald in dit hoofdstuk, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie.

In afwijking van het eerste lid organiseert de Vlaamse Regering in 2009 een financiële en kwalitatieve audit, hoofdzakelijk met betrekking tot artikelen 49 en 50. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten.

HOOFDSTUK IX. - Kwaliteitszorg

Afdeling I. - Algemene aspecten kwaliteitszorg

Art. 52.

Elk centrumbestuur ontwikkelt een kwaliteitszorgsysteem met betrekking tot :

1° de organisatie van het onderwijsaanbod;

2° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;

3° de uitvoering van andere onderwijsopdrachten en -bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegekend aan de centra;

4° de organisatie en het beheer van de instelling zodat de doelstellingen van de organisatie behaald kunnen worden;

5° de behandeling van de cursist en van de personeelsleden met respect voor hun rechten en plichten;

6° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra;

7° de permanente vorming van het personeel.

De centra realiseren dit kwaliteitszorgsysteem door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten.

Art. 53.

De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht inzake kwaliteitszorg, vermeld in artikel 52, uitvoeren.

Afdeling II. - [66...66]

Art. 54.

[66...66]

Art. 55.

[66...66]

[36Afdeling III. - [66...66] 36]

[36

Art. 55bis.

[66...66]

36]

TITEL IV. - Structuur van het volwassenenonderwijs

HOOFDSTUK I. - De oprichting en de erkenning van de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs

Afdeling I. - De algemene erkenningsvoorwaarden

Art. 56.

Een centrum kan enkel erkend worden voor het geheel of voor een structuuronderdeel, als het centrum aan al de volgende voorwaarden voldoet :

1° de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens eerbiedigen en in het geheel van de werking toepassen;

2° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een centrumbestuur;

3° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne en bewoonbaarheid voldoen;

4° [36de controle door de onderwijsinspectie [66...66] mogelijk maken;36]

5° beschikken over didactisch materiaal en een centrumuitrusting die beantwoorden aan de agogische vereisten;

6° [12de bepalingen naleven over de taalregeling en de taalkennis van het personeel;12]

7° een structuur aannemen die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet;

8° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over eindtermen, specifieke eindtermen, [9 (vanaf bepaald door de Vlaamse Regering) erkende beroepskwalificaties,9 (vanaf bepaald door de Vlaamse Regering)] basiscompetenties, opleidingsprofielen en leerplannen;

9° [12...12]

10° zonder onderscheid elke cursist inschrijven voor de opleiding die hij wil volgen.

[52

Art. 56bis.

Erkenning is de toekenning van de bevoegdheid aan het centrumbestuur om aan cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen.

Erkenning is noodzakelijk om in aanmerking te kunnen komen voor subsidiëring of financiering. Uitsluitend de erkende centra die subsidiëring of financiering wensen, moeten voldoen aan de bepalingen van titel V. Opleidingen van erkende Centra voor Volwassenenonderwijs komen enkel in aanmerking voor subsidiëring of financiering indien de onderwijsbevoegdheid is toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 64.

52]

Art. 57.

Op advies van een college van inspecteurs kan de Vlaamse Regering :

1° de erkenning van het geheel of een structuuronderdeel van een Centrum voor Basiseducatie opheffen, als niet voldaan wordt aan één of meer voorwaarden, vermeld in artikelen 56 en 58;

2° de erkenning van het geheel of een structuuronderdeel van een Centrum voor Volwassenenonderwijs opheffen, als niet voldaan wordt aan een of meer voorwaarden, vermeld in artikelen 56 en 60.

[11De opheffing van de erkenning gebeurt met inachtname van artikel 36 tot en met artikel 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.11]

Afdeling II. - De specifieke oprichtings- en erkenningsvoorwaarden voor de Centra voor Basiseducatie

Art. 58.

Een Centrum voor Basiseducatie wordt opgericht als vrij centrum en wordt uitsluitend erkend voor de organisatie van het volwassenenonderwijs op niveau van de basiseducatie.

De centra, vermeld in het eerste lid, dragen de naam Centrum voor Basiseducatie, afgekort CBE. Deze benaming kan aangevuld worden met een eigen specifieke benaming. Een andere instelling kan de benaming Centrum voor Basiseducatie niet dragen.

Art. 59.

[64

Een centrum voor basiseducatie dat wordt opgericht, kan voorlopig erkend worden als het voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°, en artikel 58.

Een centrumbestuur dat voor een centrum de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting een aanvraag in bij het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. Die termijn geldt als vervaltermijn.

De Vlaamse Regering neemt conform artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs een beslissing tot hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar, hetzij geen voorlopige erkenning.

Artikel 56bis, eerste lid, is ook op een voorlopig erkend centrum voor basiseducatie van toepassing.

De Vlaamse Regering beslist conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs om het centrum te erkennen of om het centrum niet te erkennen, vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar van de voorlopige erkenning.

64]

Afdeling III. - De specifieke oprichtings- en erkenningsvoorwaarden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 60.

§ 1. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs wordt opgericht als vrij of als officieel centrum.

Een vrij centrum wordt opgericht door een natuurlijke persoon of door een privaatrechtelijke rechtspersoon.

Een officieel centrum wordt opgericht door een publiekrechtelijke rechtspersoon.

§ 2. De Centra voor Volwassenenonderwijs worden uitsluitend erkend voor de organisatie van secundair volwassenenonderwijs [66...66]

§ 3. De centra, vermeld in § 1 en § 2, dragen de naam Centrum voor Volwassenenonderwijs, afgekort CVO. Die benaming kan aangevuld worden met een eigen specifieke benaming. Een andere instelling kan de benaming Centrum voor Volwassenenonderwijs niet dragen.

Art. 61.

§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs die erkend zijn op de datum van 31 augustus 2007 behouden hun erkenning als Centrum voor Volwassenenonderwijs, onverminderd de bepalingen, vermeld in artikel 56.

§ 2. [64Een centrum voor volwassenenonderwijs dat wordt opgericht, kan voorlopig erkend worden als het voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°, en artikel 60.

Een centrumbestuur dat voor een centrum de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting een aanvraag in bij het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. Die termijn geldt als vervaltermijn.

De Vlaamse Regering neemt conform artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs een beslissing tot hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar, hetzij geen voorlopige erkenning.

Artikel 56bis, eerste lid, is ook op een voorlopig erkend centrum voor volwassenenonderwijs van toepassing.

De Vlaamse Regering beslist conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs om het centrum te erkennen of om het centrum niet te erkennen, vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar van de voorlopige erkenning.

64]

Afdeling IV. - De onderwijsbevoegdheid van de Centra voor Basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 62.

§ 1. De Centra voor Basiseducatie zijn ertoe gehouden de volgende onderwij sbevoegdheden daadwerkelijk uit te oefenen :

1° [12de organisatie van een of meerdere opleidingen per leergebied, als vermeld in artikel 6, 1° tot en met 6°;12]

2° de organisatie van leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist.

§ 2. De Centra voor Basiseducatie zijn eveneens bevoegd voor :

1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot het leergebied, vermeld in artikel 6, 7°;

2° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten;

3° de organisatie van openleercentra.

§ 3. De besturen van de Centra voor Basiseducatie, in voorkomend geval op voordracht en na beslissing van de evaluatiecommissie, zijn bevoegd om aan de cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen voor zover de module of opleiding in kwestie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 2°, 3°,4°, 5°, 7°, 8° en 9°, d, en artikel 26, § 1.

[18

Art. 62bis.

In afwijking van artikel 62, kan de Vlaamse Regering aan een Centrum voor Basiseducatie onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaats van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor deze opleiding gelegen is in het werkingsgebied [43...43] waartoe het betrokken Centrum voor Basiseducatie behoort.

De Vlaamse Regering zal voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad [43...43] inwinnen. [43...43]

De onderwijsbevoegdheid wordt toegekend voor twee schooljaren en kan met twee schooljaren verlengd worden na een evaluatie door de bevoegde administratie.

De in het eerste lid bedoelde opleiding wordt ingedeeld in het leergebied Nederlands tweede taal van de basiseducatie.

18]

Art. 63.

§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs kunnen de volgende bevoegdheden uitoefenen :

1° de organisatie van de opleidingen die behoren tot de studiegebieden, [66vermeld in artikel 766] , [10 [66...66] 10] voor zover het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor onderwijsbevoegdheid heeft;

2° de organisatie van openleercentra;

3° de organisatie van activerings- en keuzebegeleidingsactiviteiten;

4° de organisatie van leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist;

5° [12...12]

6° het assessment van de bekwaamheid die iemand via formeel of non-formeel leren heeft verworven om een bepaald beroep uit te oefenen, volgens de procedures, vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid.

[29

§ 1bis. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming zijn ertoe gehouden om op verzoek van een cursist daadwerkelijk een bepaalde module van deze opleiding te organiseren en voor elke cursist van de opleiding Aanvullende Algemene Vorming [67aantoonbaar een67] individuele leertrajectbegeleiding te organiseren.

Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist.

29] [40

§ 1ter. De centra voor volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van [56de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 456] zijn ertoe gehouden om aantoonbaar voor elke cursist een individuele leertrajectbegeleiding te organiseren.

Het centrum voor volwassenenonderwijs legt hiertoe in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist en in voorkomend geval ook met de vragen van de doorverwijzende instantie.

40]

§ 2. [56 [66De onderwijsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt vanaf 1 september 2017 voor het secundair volwassenenonderwijs per vestigingsplaats toegekend in de vorm van een studiegebied als vermeld in artikel 7.66] 56]

[56

§ 2bis. Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs per vestigingsplaats onderwijsbevoegdheid voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7, waartoe de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs behoren die het centrum in die vestigingsplaats effectief heeft georganiseerd tijdens minstens één van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016, met uitzondering van de onderwijsbevoegdheden die het tussen 1 september 2013 en 31 augustus 2016 heeft overgeheveld naar een ander centrum. Als het centrum voor volwassenenonderwijs tussen 31 januari 2014 en 2 februari 2017 onderwijsbevoegdheid heeft verworven, maar nog geen opleidingen kon organiseren, wijst het centrumbestuur daarvoor per studiegebied waartoe deze opleidingen behoren, uiterlijk op 1 september 2017 één vestigingsplaats aan. Als het centrum voor volwassenenonderwijs op 1 september 2016 door overheveling een vestigingsplaats heeft verworven, heeft het centrum in die vestigingsplaats op 1 september 2017 de onderwijs|Upbevoegdheid die het overhevelende centrum daar effectief heeft georganiseerd tijdens de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016. Als de Vlaamse Regering tussen 31 januari 2016 en 2 september 2016 de bevoegdheid verleende aan een centrum voor volwassenenonderwijs om in een bijkomende vestigingsplaats leraarsuren en ambten opgericht op basis van de puntenenveloppe aan te wenden, heeft het centrum op 1 september 2017 in die vestigingsplaats de onderwijsbevoegdheid die het daar effectief heeft georganiseerd tussen 1 september 2016 en 31 december 2016.

Op 1 september 2017 heeft een centrum voor volwassenenonderwijs dat tijdens de schooljaren 2013-2014 tot en met 2015-2016 in een penitentiaire inrichting effectief opleidingen heeft georganiseerd, in die penitentiaire inrichting de onderwijsbevoegdheid die het in al zijn andere vestigingsplaatsen heeft.

[66...66]

[66...66]

[66De Vlaamse Regering legt op basis van de criteria, vermeld in het eerste en het tweede lid, per vestigingsplaats van de centra voor volwassenenonderwijs een lijst vast met de onderwijsbevoegdheden voor de studiegebieden, vermeld in artikel 7.66]

De eerste lijsten geven de situatie weer op 1 september 2017.

De Vlaamse Regering kan de lijsten, vermeld in het vorige lid, aanpassen op basis van wijzigingen van de onderwijsbevoegdheden en vestigingsplaatsen van een centrum voor volwassenenonderwijs die het gevolg zijn van het doorlopen van de procedures, vermeld in artikel 64 en artikel 65.

56]

[48 § [562ter.56] Een centrum dat onderwijsbevoegdheid bezit voor een opleiding waarvan andere opleidingen integraal deel uitmaken, beschikt over de onderwijsbevoegdheid voor de onderliggende opleidingen. 48]

§ 3. Uitsluitend de Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor opleidingen van [de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming]7, zijn eveneens bevoegd voor het afnemen van evaluaties van personen die geen lessen gevolgd hebben in het centrum in kwestie, voor opleidingen binnen [de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming]7. Die evaluaties zijn gebaseerd op het voor hen goedgekeurde leerplan. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de nadere modaliteiten.

[72De centra voor volwassenenonderwijs die als EVC-testcentrum erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, zijn eveneens bevoegd voor het afnemen van evaluaties van personen die geen lessen gevolgd hebben in het centrum in kwestie, voor opleidingen die leiden naar een bewijs van een erkende beroepskwalificatie.72]

[18

§ 3bis. [37Slechts één Centrum voor Volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 1 tot en met richtgraad 4 en Frans richtgraad 1 tot en met richtgraad 4, kan door de Vlaamse Regering aangewezen worden om de examencommissie te organiseren.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van de examencommissie en voor de aanwijzing van het Centrum voor Volwassenenonderwijs dat de examencommissie mag organiseren.

37]

18]

§ 4. De besturen van de Centra voor Volwassenenonderwijs, in voorkomend geval op voordracht en na beslissing van de evaluatiecommissie, zijn bevoegd om aan de cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen voor zover de module of opleiding in kwestie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8° en 9°, d, en artikel 26, § 1.

Art. 64.

[56

§ 1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering bijkomende onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, in een vestigingsplaats. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde onderwijsbevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen.

Als het een aanvraag betreft voor een vestigingsplaats die verder dan 25 km van de hoofdvestigingsplaats van het centrum voor volwassenenonderwijs gelegen is, dan zal een protocol van akkoord van het bevoegde lokaal onderhandelingscomité voor de Vlaamse Regering een zeer belangrijk element vormen bij de beoordeling van de aanvraag. De Vlaamse Regering motiveert haar beslissing indien deze afwijkt van het standpunt aangenomen in het protocol van akkoord.

De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de toekenning van onderwijsbevoegdheid voor een of meerdere studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in een vestigingsplaats aan de besturen van de centra voor volwassenenonderwijs.

Voor de toepassing van de bepalingen in het eerste en tweede lid wordt een penitentiaire inrichting beschouwd als vestigingsplaats.

§ 2. [66...66]

§ 3. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan de onderwijsbevoegdheid, verkregen via de procedures, vermeld in paragraaf 1 [66...66] , of verkregen via overheveling, uitsluitend uitoefenen in de vestigingsplaatsen waarvoor de onderwijsbevoegdheid is verkregen.

§ 4. In afwijking van paragraaf 3 kan de Vlaamse Regering omwille van dringende redenen aan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs een bestaande onderwijsbevoegdheid voor een studiegebied vermeld in artikel 7 toekennen om gedurende maximaal één schooljaar in een andere vestigingsplaats uit te oefenen dan in de vestigingsplaats waarvoor ze was toegekend, als aan de onderstaande voorwaarden is voldaan :

1° er is een ondertekend akkoord van elk ander centrumbestuur dat in die vestigingsplaats dezelfde onderwijsbevoegdheid bezit;

2° er is een protocol van het lokaal comité van het aanvragende centrumbestuur.

§ 5. [66...66]

§ 6. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs verliest de onderwijsbevoegdheid in de volgende gevallen :

1° voor een studiegebied als vermeld in artikel 7 van dit decreet [66...66] :

a) als het die gedurende drie opeenvolgende schooljaren niet georganiseerd heeft, vanaf het daaropvolgende schooljaar of in het geval van onderwijsbevoegdheid in een penitentiaire inrichting als het die gedurende drie opeenvolgende schooljaren in geen enkele vestigingsplaats heeft uitgeoefend;

b) als het vrijwillig afstand gedaan heeft van de onderwijsbevoegdheid;

c) als het de onderwijsbevoegdheid overgeheveld heeft naar het bestuur van een ander centrum voor volwassenenonderwijs conform artikel 65 van dit decreet;

d) als het centrum voor volwassenenonderwijs de erkenning voor het betreffende studiegebied [66...66] verliest conform artikel 57 van dit decreet;

2° [66...66]

Om de onderwijsbevoegdheid voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, opnieuw te verkrijgen, volgt het centrumbestuur de procedures, vermeld in paragraaf 1 [66...66] .

56] [56

Art. 64bis.

In afwijking van artikel 63, § 1, kan de Vlaamse Regering aan een of meer centra voor volwassenenonderwijs, die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het secundair volwassenenonderwijs, onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van de basiseducatie, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaatsen van de centra voor volwassenenonderwijs in kwestie in het werkingsgebied liggen van het centrum voor basiseducatie dat voor die opleiding beschikt over een wachtlijst als vermeld in artikel 37, eerste lid.

De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De onderwijsbevoegdheid wordt toegekend voor twee schooljaren en kan met twee schooljaren verlengd worden na een evaluatie door de bevoegde administratie. De opleiding, vermeld in het eerste lid, wordt ingedeeld in het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 van het secundair volwassenenonderwijs.

56]

Afdeling V. - Overheveling en fusie

Art. 65.

[56

§ 1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering een overheveling van een structuuronderdeel aanvragen. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde overheveling uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de overheveling van een structuuronderdeel.

[58Als het een aanvraag betreft voor een vestigingsplaats die verder dan 25 km van de hoofdvestigingsplaats van het centrum voor volwassenenonderwijs gelegen is, dan zal een protocol van akkoord van de bevoegde lokale onderhandelingscomités van zowel het overhevelende als het ontvangende centrum, voor de Vlaamse Regering een zeer belangrijk element vormen bij de beoordeling van de aanvraag. De Vlaamse Regering motiveert haar beslissing indien deze afwijkt van het standpunt aangenomen in het protocol.58]

In afwijking van het eerste lid kan een centrum voor volwassenenonderwijs zonder beslissing van de Vlaamse Regering een structuuronderdeel dat gerangschikt is als secundair volwassenenonderwijs op 1 september overhevelen naar een ander centrum voor volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, op voorwaarde dat de overheveling binnen dezelfde vestigingsplaats geschiedt.

§ 2. In de overeenkomst van een overheveling van een structuuronderdeel die door beide centrumbesturen moet worden ondertekend, wordt [58de overdracht van leraarsuren en/of punten58] geregeld.

§ 3. Elke overheveling zal het voorwerp uitmaken van onderhandeling in het lokaal comité van zowel het overhevelende als het ontvangende centrum voor volwassenenonderwijs.

§ 4. Voor de subsidiëring of financiering wordt [58de overdracht van leraarsuren en/of punten58] , zoals bedoeld in paragraaf 2, geacht reeds tijdens de voorgaande referteperiode te hebben plaatsgevonden.

56]

Art. 66.

§ 1. Een fusie van Centra voor Volwassenenonderwijs, al dan niet ingevolge het niet bereiken van de toepasbare rationalisatienormen door één of meer centra :

1° houdt het ontstaan in van een instelling die niet als nieuw wordt beschouwd voor de toepassing van artikelen 56, 60 en 61 en die alle voorheen bestaande vestigingsplaatsen mag omvatten waaronder één hoofdvestigingsplaats;

2° wordt in één keer op 1 september tot stand gebracht, wat impliceert dat er nog slechts één inrichtende macht en één directeur is;

3° vindt plaats :

a) hetzij door samenvoeging tot één instelling van twee of meer instellingen die gelijktijdig worden afgeschaft;

b) hetzij door samenvoeging van twee of meer instellingen, waarbij één blijft bestaan die de andere opslorpt;

4° kan betrekking hebben op één of meer instellingen die in geleidelijke afbouw zijn.

§ 2. Elke fusie zal het voorwerp uitmaken van onderhandeling in het lokaal comité van alle betrokken Centra voor Volwassenenonderwijs.

Afdeling VI. - De hoofdvestigingsplaatsen en vestigingsplaatsen

Art. 67.

Een centrum kan slechts één hoofdvestigingsplaats hebben en één of meer vestigingsplaatsen.

Als een centrum over meerdere vestigingsplaatsen met een administratieve zetel beschikt, wijst het centrumbestuur een van deze vestigingsplaatsen als hoofdvestigingsplaats aan. Het centrum deelt aan de bevoegde administratie mee welke vestigingplaats met een administratieve zetel als hoofdvestigingsplaats is aangewezen.

[43 De gemeente waar de hoofdvestigingsplaats ligt, bepaalt tot welk werkingsgebied het centrum voor basiseducatie en het centrum voor volwassenenonderwijs behoort. Er zijn dertien werkingsgebieden omschreven in bijlage IV die bij dit decreet gevoegd is. 43]

Art. 68.

[25

§ 1. Het bestuur van een Centrum voor Basiseducatie kan binnen het werkingsgebied [43vermeld in bijlage IV van dit decreet,43] vrij de vte en de [58ambten58] opgericht op basis van de puntenenveloppe aanwenden in bijkomende vestigingsplaatsen.

§ 2. [56...56]

25] [36

§ 3. [56...56]

36]

Art. 69 en 70.

[56...56]

Afdeling VII. - [50Samenwerking en ondersteuning van lerarenopleidingen50]

Art. 71.

[66De centra voor volwassenenonderwijs kunnen met de hogescholen of universiteiten een overeenkomst sluiten over de organisatie van de lerarenopleidingen voor het gebruik van infrastructuur.66]

Art. 72.

[66

...

66]

[12Afdeling VIII. - De ondersteuning en stimulering van het gecombineerd onderwijs12]

[12

Art. 72bis.

[15De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks [32over een volume aan middelen ten bedrage van maximum 4 ambten of vte32] voor het ondersteunen en het stimuleren van de centra die opleidingen als gecombineerd onderwijs willen organiseren.15]

12] [12

Art. 72ter.

§ 1. Het centrumbestuur dat tijdens het schooljaar n/n+1 in aanmerking wil komen voor een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis, dient hiertoe uiterlijk op 30 april van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in bij de Vlaamse Regering.

Deze aanvraag voldoet aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :

1° het heeft betrekking op [23...23] modules van een erkende en gefinancierde of gesubsidieerde opleiding waarvoor het centrumbestuur nog geen aanvullende financiering of subsidiëring via de middelen, vermeld in artikel 72bis, heeft gekregen;

2° het omvat een luik afstandsonderwijs dat minimaal 50 percent van het totale aantal lestijden [23van de volledige opleiding23] bedraagt en minstens 200 lestijden omvat;

3° er is een openleercentrum voorzien;

4° het protocol van de onderhandeling over het gecombineerd onderwijs in het lokaal comité is bij de aanvraag bijgevoegd.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de aanvraagprocedure.

[37

§ 3. De betrekking die met de middelen, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacantverklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.

37] 12] [12

Art. 72 quater.

§ 1. De ingediende aanvragen worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit :

1°één lid van de inspectie;

2° twee ambtenaren van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;

3° twee externe experten met onderzoeks- of praktijkervaring inzake afstandsleren in volwasseneneducatie;

4°één extern expert in pedagogische aangelegenheden.

Een ambtenaar van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming is voorzitter van de selectiecommissie. De Vlaamse Regering wijst de commissieleden aan.

§ 2. Bij de beoordeling van de ingediende aanvragen zal de selectiecommissie rekening houden met de volgende criteria :

1° de inbedding van het gecombineerd onderwijs binnen de totale onderwijskundige organisatie en de innovatieve draagkracht van de betrokken centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;

2° de organisatie van het gecombineerd onderwijs en de afstemming van het gedeelte afstandsonderwijs op het gedeelte contactonderwijs;

3° de effectiviteit van het gecombineerd onderwijs inzake overdraagbaarheid, visie- en materiaalontwikkeling;

4° de mate van betrokkenheid van het personeel;

5° [43...43]

6° de flexibiliteit van het aanbod;

7° de samenwerkingsverbanden en netwerken met centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;

8° de kwaliteitszorg.

De selectiecommissie draagt aan de Vlaamse Regering de aanvragen voor die op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, gunstig zijn beoordeeld en het aantal toe te kennen leraarsuren of VTE per gunstig beoordeelde aanvraag.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke door de selectiecommissie gunstig beoordeelde aanvragen een aanvullende financiering of subsidiëring wordt toegekend voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis. Hierbij wordt voorrang verleend aan aanvragen die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen :

1° aanvragen die betrekking hebben op opleidingen als vermeld in artikel 41, § 4, of onderwijs aan gedetineerden;

2° aanvragen die een integrale opleiding omvatten;

3° aanvragen die betrekking hebben op gecombineerd onderwijs dat minimaal 75 percent afstandsonderwijs omvat;

4° aanvragen die gegroeid zijn uit een samenwerking met andere centra, publieke opleidingsverstrekkers of andere organisaties.

Per goedgekeurde aanvraag kan de Vlaamse Regering respectievelijk minimaal 400 en maximaal 1 000 leraarsuren of minimaal 2 en maximaal 1 VTE toekennen aan het centrumbestuur voor het schooljaar n/n+1.

12] [12

Art. 72quinquies.

§ 1. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om het ontwikkelde gecombineerd onderwijs ook effectief te organiseren binnen een termijn van maximaal twee schooljaren.

§ 2. Het centrumbestuur engageert er zich toe gedurende de looptijd van het gecombineerd onderwijs alle gegevens te verzamelen die de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen kunnen aantonen. Deze gegevens betreffen minimaal :

1° het aantal ingeschreven cursisten;

2° het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;

3° de scholingsgraad van de cursisten;

4° het aantal cursisten dat deelneemt aan de evaluaties;

5° het aantal geslaagde cursisten;

6° het aantal en de aard van de uitgereikte studiebewijzen.

§ 3. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om onderling samen te werken met andere centrumbesturen die tijdens het schooljaar n/n+1 een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs ontvangen via de middelen, vermeld in artikel 72bis, zodat de uitwisselbaarheid van de knowhow inzake cursusmateriaal en begeleiding van afstandsonderwijs gegarandeerd wordt.

§ 4. Het centrumbestuur gaat het engagement aan tevredenheidsmetingen uit te voeren bij de cursisten en de leraars. De resultaten van de tevredenheidsmeting bij de leraars worden ter beschikking gesteld van het bevoegde lokale comité.

12] [12

Art. 72sexies.

Het centrumbestuur informeert [48het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs48] , vermeld in artikel 50, § 1, [43...43] op regelmatige tijdstippen over de voortgang van het gecombineerd onderwijs.

Uiterlijk twee maanden na het [23schooljaar n+1/n+223] dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport bevat ten minste :

1° een evaluatie;

2° een verslag van de activiteiten;

3° de gegevens, als vermeld in artikel 72quinquies, § 2;

4° de resultaten van de tevredenheidsmetingen als vermeld in artikel 72quinquies, § 4.

12] [12

Art. 72septies.

In 2012 worden de bepalingen van deze afdeling, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie.

12]

[43Afdeling IX. - De coördinatie en ondersteuning van het onderwijs aan gedetineerden43]

[43

Art. 72octies.

§ 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een globale subsidie van ten minste 800.000 euro ter beschikking van een organisatie of organisaties voor de coördinatie en ondersteuning van de centra voor volwassenonderwijs en de centra voor basiseducatie bij de uitwerking van een onderwijs- en vormingsbeleid voor gedetineerden, de organisatie van het detecteren van de onderwijs- en vormingsbehoeften van gedetineerden en de begeleiding van het onderwijstraject van gedetineerden.

Opdat een organisatie of organisaties hiervoor in aanmerking kan of kunnen komen, beantwoordt of beantwoorden zij ten minste aan volgende gezamenlijke voorwaarden :

1° de organisatie moet of de organisaties moeten aantonen dat zij in staat zijn om in elke penitentiaire inrichting gelegen in de werkingsgebieden van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs de opdracht, bepaald in het eerste lid, op een efficiënte wijze uit te voeren;

2° de organisatie moet of de organisaties moeten aantonen dat zij een draagvlak vinden bij de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs;

3° een subsidieovereenkomst wordt gesloten met de Vlaamse Regering;

4° vijfjaarlijks legt de organisatie of leggen de organisaties een werkingsverslag voor, waaruit blijkt dat de bepalingen uit de subsidieovereenkomst werden gerealiseerd;

5° jaarlijks legt de organisatie of leggen de organisaties een jaarplan, een begroting, een jaarverslag en een jaarrekening voor.

§ 2. De subsidie zoals bepaald in paragraaf 1 kan geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdracht bepaald in paragraaf 1.

§ 3. De subsidie wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

43]

HOOFDSTUK II. - De consortia volwassenenonderwijs

Art. 73 en 74.

[43...43]

Art. 75.

[43...43]

[36

Art. 75bis.

[43...43]

36]

Art. 76.

[43...43]

Art. 77 en 78.

[43...43]

Art. 79.

[43...43]

HOOFDSTUK III. - Inspraak van het personeel op het niveau van de consortia volwassenenonderwijs

Art. 80.

[43...43]

TITEL V. - Financiering of subsidiëring van het volwassenenonderwijs

HOOFDSTUK I. - De subsidiëring van de Centra voor Basiseducatie

Art. 81.

De Vlaamse Regering subsidieert per werkingsgebied [43...43] , vermeld in bijlage IV van dit decreet, één Centrum voor Basiseducatie. [43...43]

Art. 82.

Om voor subsidiëring van het schooljaar n/n+1 in aanmerking te komen, moet een Centrum voor Basiseducatie voldoen aan al de volgende voorwaarden :

1° het Centrum voor Basiseducatie is erkend overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikelen 56 en 58;

2° het Centrum voor Basiseducatie [43...43] behaalt tijdens de [6 [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] 6] ten minste 60 000 lesurencursist;

3° [43...43]

4° het Centrum voor Basiseducatie spreidt de uitoefening van de toegekende bevoegdheden, vermeld in artikel 62, evenals de organisatie van wervingsactiviteiten, over de totaliteit van het werkingsgebied, rekening houdende met de demografische kenmerken van het werkingsgebied;

5° het Centrum voor Basiseducatie wordt opgericht als een pluralistisch centrum;

6° het Centrum voor Basiseducatie wordt opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk;

7° de algemene vergadering van het Centrum voor Basiseducatie bestaat voor ten minste een vierde uit vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, O.C.M.W.'s of districten.

In afwijking van 7° wordt in de algemene vergadering van het Centrum voor Basiseducatie dat in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt, ten minste één vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschapscommissie opgenomen.

Art. 83.

[65

Als een centrum voor basiseducatie in de referteperiode van 1 januari n-2 tot en met 31 december n-1 niet langer voldoet aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 82, wordt de subsidiëring van het centrum afgebouwd tot nul vanaf het jaar n.

Elk centrum dat de rationalisatienorm gedurende twee opeenvolgende referteperiodes niet bereikt heeft, moet op 1 september van het daaropvolgende schooljaar :

1° hetzij fusioneren met een ander centrum;

2° hetzij overgaan tot geleidelijke afbouw waarbij de cursisten, ingeschreven in het centrum voor basiseducatie op het moment dat beslist wordt tot afbouw, de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek moeten kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren.

65]

Art. 84.

§ 1. Het erkende Centrum voor Basiseducatie dat wil gesubsidieerd worden, moet hiertoe een dossier indienen bij de bevoegde administratie waaruit blijkt dat het centrum voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 82. De Vlaamse Regering kent op basis van het aanvraagdossier de subsidiëring toe na een gunstig advies van de inspectie.

§ 2. Een erkend Centrum voor Basiseducatie kan enkel een aanvraag tot subsidiëring indienen, als er in het werkingsgebied [43, vermeld in bijlage IV van dit decreet,43] geen Centrum voor Basiseducatie door de Vlaamse Regering gesubsidieerd wordt.

§ 3. Als voor [43hetzelfde werkingsgebied43] meerdere aanvragen tot subsidiëring van een Centrum voor Basiseducatie voor het schooljaar n/n+1 een gunstig advies van de inspectie verkregen hebben, kent de Vlaamse Regering de subsidiëring toe aan de aanvrager die in de [6referteperiode van 1 april n-1 tot 31 maart n6] met VTE het grootste volume aan lesurencursist gerealiseerd heeft.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de procedure tot toekenning van subsidiëring aan een Centrum voor Basiseducatie.

Art. 85.

§ 1. [65Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op vte voor het aanwerven van personeelsleden in het ambt van leraar.

Voor de berekening van het aantal vte waarop een centrum voor basiseducatie vanaf 1 september 2020 jaarlijks recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan vte voor de basiseducatie uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal financieringspunten is de som van het aantal gewogen financieringspunten van alle centra voor basiseducatie. Elk centrum heeft op 1 september n recht op hetzelfde aandeel aan vte als het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld in de referteperiode 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 2, heeft bereikt.

De som van het aantal vte wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Indien het derde cijfer na de komma 5 of meer is, wordt er afgerond naar het hogere honderdste. Indien het derde cijfer na de komma lager is dan 5, wordt er afgerond naar het lagere honderdste.

65]

§ 2. [65Het totale aantal financieringspunten voor de vte per centrum is de som van het aantal gewogen financieringspunten waarbij 90 % gewogen wordt op centrumkenmerken en opleidingskenmerken en 10 % op cursistenkenmerken en vermeerderd met de kwalificatiebonus voor de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal.

Voor de 90 %-weging op centrumkenmerken en opleidingskenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (kg) * (bd) * (pi), waarbij :

1° FP = het ongewogen financieringspunt;

2° kg = de coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte;

3° bd = de coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats vastgesteld op 31 december n-1;

4° pi = de coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting.

De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is :

1° 1 voor het leergebied talen;

2° 1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal;

° 1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal;

4° 2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde.

De coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats is :

1° 1 voor lesplaatsen van een vestigingsplaats met meer dan 300 inwoners per km² en voor lesplaatsen in een penitentiaire inrichting;

2° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².

De coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting is 1,40.

Voor de 10 %-weging op cursistenkenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (dip) * (as), waarbij :

1° FP = ongewogen financieringspunt;

2° dip = de coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs;

3° as = de coëfficiënt voor het arbeidsstatuut van de cursist.

De coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs is 2,50.

De coëfficiënt voor cursisten met het arbeidsstatuut werkzoekende is 1,50.

De kwalificatiebonus wordt berekend door het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in artikel 24, § 1, 1°, te vermenigvuldigen met 0,20 per uitgereikt certificaat.

65]

§ 3. [12In afwijking van § 1 kaneen Centrum voor Basiseducatie voor alle opleidingen toegekende VTE aanwendenvoor de aanwerving van voordrachtgevers ten bedrage van maximaal 5 procent vanhet voor het Centrum voor Basiseducatie beschikbare aantalVTE.

Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaaktvan het centrumbestuur of van het personeel van het centrum en die, hetzij ineigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming en in het kadervan de realisatie van het onderwijsprogramma, voor cursisten voordrachten geeftvanuit zijn of haar deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt enbedrijfswereld.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze vanmelding van de aanwerving van voordrachtgevers aan het Agentschap voor HogerOnderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, de grootte van het kredietper VTE dat wordt omgezet en de wijze van toekenningervan.

Over de aanwending van VTE voor de aanwerving vanvoordrachtgevers en over de vergoeding van die voordrachtgevers moet eenvoorafgaandelijk akkoord bereikt worden in het lokalecomité.

12]

[12

§ 4. [65...65]

12]

Art. 86.

§ 1. Een centrumbestuur kan tijdens een bepaald schooljaar niet-aangewende VTE overdragen naar het daaropvolgende schooljaar, onder de volgende voorwaarden :

1° de overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende VTE tijdens dat bepaalde schooljaar;

2° de niet-aangewende VTE van dat bepaalde schooljaar worden vastgelegd uiterlijk op [4831 mei48] van dat schooljaar met het oog op de overdracht naar het daaropvolgende schooljaar;

3° de overgedragen VTE van dat bepaalde schooljaar worden enkel in het daaropvolgende schooljaar aangewend.

§ 2. Een centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité VTE overdragen naar een ander Centrum voor Basiseducatie. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende VTE. [23Die overdracht wordt uiterlijk op [4831 mei48] van het lopende schooljaar vastgelegd.23]

[18

In afwijking van het eerste lid geldt er geen beperking op het aantal over te dragen VTE wanneer het centrumbestuur overdraagt naar een ander Centrum voor Basiseducatie dat :

1° hetzij voor de opleiding Nederlands tweede taal - richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37 eerste lid;

2° hetzij van de Vlaamse Regering onderwijsbevoegdheid heeft verkregen, zoals bedoeld in artikel 62bis.

18]

Art. 87.

§ 1. [6Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op één [58voltijds ambt58] van directeur.

Elk centrum is verplicht een directeur aan te stellen.

[60...60] 6]

§ 2. [65Naast de vte, vermeld in artikel 85, heeft elk centrum voor basiseducatie recht op een puntenenveloppe voor het aanwerven van personeelsleden in de ambten voor de ondersteuning van zijn werking. Voor de berekening van de puntenenveloppe waarop een centrum voor basiseducatie vanaf 1 september 2020 jaarlijks recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan punten voor de basiseducatie uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal financieringspunten is de som van het aantal gewogen financieringspunten van alle centra voor basiseducatie. Elk centrum heeft op 1 september n recht op hetzelfde aandeel aan punten als het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld in de referteperiode 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 2bis, heeft bereikt.65]

[65

§ 2bis. Het totale aantal financieringspunten voor de punten per centrum is de som van het aantal gewogen financieringspunten, waarbij 90 % gewogen wordt op centrumkenmerken en opleidingskenmerken en 10 % op cursistenkenmerken en vermeerderd met de kwalificatiebonus voor de opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal.

Voor de 90 %-weging op centrumkenmerken en opleidingskenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (kg) * (bd) * (pi), waarbij :

1° FP = het ongewogen financieringspunt;

2° kg = de coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte;

3° bd = de coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats vastgesteld op 31 december n-1;

4° pi = de coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting.

De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is :

1° 1 voor het leergebied talen;

2° 1,2 voor de leergebieden informatie- en communicatietechnologie en Nederlands tweede taal;

3° 1,5 voor de leergebieden maatschappijoriëntatie en alfabetisering tweede taal;

4° 2 voor de leergebieden Nederlands en wiskunde.

De coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats is :

1° 1 voor lesplaatsen van een vestigingsplaats met meer dan 300 inwoners per km² en voor lesplaatsen in een penitentiaire inrichting;

2° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².

De coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting is 1,40.

Voor de 10 %-weging op cursistenkenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (dip) * (as), waarbij :

1° dip = de coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs;

2° as = de coëfficiënt voor het arbeidsstatuut van de cursist.

De coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs is 2,50.

De coëfficiënt voor cursisten met het arbeidsstatuut werkzoekende is 1,50.

De kwalificatiebonus wordt berekend door het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in artikel 24, § 1, 1°, te vermenigvuldigen met 0,20 per uitgereikt certificaat.

65] [73

§ 2ter. Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden jaarlijks 3826 aanvullende punten aan de centra voor basiseducatie toegekend voor het extra tewerkstellingsbeleid.

De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende punten, vermeld in het eerste lid.

Elk centrum voor basiseducatie heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende punten als het aandeel aan punten waarop het centrum volgens de berekening van paragraaf 1 recht heeft volgens de berekening, vermeld in paragraaf 2bis.

Het personeelslid dat met deze aanvullende punten wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid.

73]

§ 3. De oprichting van [58ambten58] , vermeld in § 2, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan [58elk ambt58] een aantal punten wordt gekoppeld. Dat aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat de functie uitoefent.

De Vlaamse Regering legt voor [58elk ambt58] de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.

§ 4. Het centrumbestuur wendt de punten aan, rekening houdende met de criteria waarover onderhandeld wordt in het lokale comité.

§ 5. Het centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité een aantal punten overdragen aan een ander Centrum voor Basiseducatie of naar het eerstvolgend schooljaar. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende punten. [23Die overdracht wordt uiterlijk op [4831 mei48] van het lopende schooljaar vastgelegd.23]

Art. 88.

§ 1. [12Een centrumbestuur bekomt voor haar personeelsleden een salaristoelage, als deze personeelsleden :

1° voldoen aan volgende voorwaarden :

a) onderdaan zijn van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;

b) de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling, vermeld in a);

c) in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering bepaald bekwaamheidsbewijs voor [58de functie58] waarin ze worden aangesteld;

d) in een gezondheidsheidstoestand verkeren die de gezondheid van de cursisten niet in gevaar brengt;

e) voldoen aan de taalvereisten zoals bepaald [60in het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 201760] ;

2° in dienst zijn op grond van de reglementering inzake de personeelsformatie.

12]

§ 2. De salaristoelagen worden door de bevoegde administratie rechtstreeks en maandelijks aan de betrokken personeelsleden uitbetaald.

[68

§ 3. In uitvoering van [69het protocol van akkoord nr. 8669] van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het Vlaams Onderhandelingscomité voor de Basiseducatie tussen de Vlaamse Regering, de werkgevers Federatie Centra voor Basiseducatie vzw, het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs (VOCVO) en de representatieve vakorganisaties ACOD, COC en VSOA, wordt het aanvullend pensioenbedrag door de bevoegde administratie aan de personeelsleden van de centra basiseducatie uitbetaald.

68]

Art. 89.

[69

De centra voor basiseducatie ontvangen ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het schooljaar n-1/n een werkingstoelage per lesuurcursist, berekend op basis van het gemiddelde aantal gerealiseerde lesurencursist van de referteperiodes van 1 januari n-4 tot en met 31 december n-2. De Vlaamse Regering bepaalt de werkingstoelage per lesuurcursist.

De werkingstoelage wordt betaald in twee schijven vanaf het begrotingsjaar 2020. De eerste schijf wordt betaald gedurende het eerste trimester van het begrotingsjaar. De eerste schijf bedraagt 50 percent van het totale bedrag waarop het centrum voor het schooljaar n-1/n recht heeft. Het resterende saldo wordt uitbetaald tijdens het tweede semester van het begrotingsjaar.

Het totale volume aan werkingsmiddelen wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

69] [73

Art. 89bis.

Vanaf het schooljaar 2019-2020 wordt jaarlijks een bedrag van 1.621.466,46 euro aan de centra voor basiseducatie toegekend voor de ondersteuning van het Netwerk Basiseducatie en de eigen werking.

De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale te verdelen bedrag, vermeld in het eerste lid.

Elk centrum voor basiseducatie heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan werkingsmiddelen als het aandeel aan werkingsmiddelen waarop het centrum volgens de berekening van artikel 89 recht heeft. Elk centrum voor basiseducatie heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan werkingsmiddelen als het aandeel aan werkingsmiddelen waarop het centrum volgens de berekening van artikel 89 recht heeft.

Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

73]

Art. 90.

[65

Het totale volume te verdelen vte en punten voor alle leergebieden volgt de evolutie van het totale aantal gewogen financieringspunten met het reële groeipercentage ten opzichte van [73het vorige referentiepunt73] .

[73Het eerste referentiepunt is gelijk aan het aantal gewogen financieringspunten in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019. Bij elke daling of stijging van het aantal gewogen financieringspunten wordt er een nieuw referentiepunt vastgelegd dat gelijk is aan het vorige referentiepunt plus of min het groeipercentage.73]

De Vlaamse Regering kan omwille van de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar per leergebied een ander groeipercentage dan vermeld in het eerste lid vastleggen.

65]

Art. 91.

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van een daartoe bepaald budget en op basis van samenwerkingsovereenkomsten [43...43] aanvullende VTE en werkingstoelagen toekennen aan de Centra voor Basiseducatie.

Art. 92.

§ 1. Het centrumbestuur is na onderhandeling in het lokale comité vrij de VTE over de opleidingen heen aan te wenden.

§ 2. Het centrumbestuur kan maximaal 3 percent van de VTE aanwenden voor andere opdrachten dan de onderwijsopdrachten. Die 3 percent kan worden overschreden, mits hierover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.

De directeur van elk Centrum voor Basiseducatie legt hiertoe, na onderhandeling in het lokaal comité, een lijst vast van de onderwijsopdrachten en van de opdrachten die niet als onderwijsopdracht worden beschouwd.

Art. 93.

§ 1. Voor de berekening van het aantal [65financieringspunten65] komen enkel cursisten in aanmerking die :

1° ingeschreven zijn vóór een derde van het minimum aantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel [10, vermeld in artikel 24,10] georganiseerd moet worden;

2° [6 [65...65] 6]

[65...65] .

§ 2. Cursisten die onderwijs volgen in een Centrum voor Basiseducatie dat niet door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend of gesubsidieerd, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal [65financieringspunten65] .

§ 3. [65...65]

Art. 94.

Kunnen slechts een beroep doen op de aan het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs toegekende investeringsmiddelen :

1° de erkende en gesubsidieerde Centra voor Basiseducatie waarvan de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding is aangetoond door het niet beschikbaar zijn binnen een bepaalde gebiedsomschrijving van bestaande gebouwen of voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op kosten van de Vlaamse Gemeenschap zijn opgericht;

2° de werken die beantwoorden aan de vastgestelde fysische en financiële normen. Het plan, de voorwaarden waaronder de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding kan worden aangetoond en de normen worden vastgelegd door de Vlaamse Regering.

Art. 95.

De Centra voor Basiseducatie kunnen middelen die overeenkomstig artikelen 85 tot en met 94 verkregen worden, uitsluitend aanwenden voor uitgaven die het gevolg zijn van de opdracht, vermeld in dit decreet.

Minimaal 5 percent van de werkingstoelage, zoals bedoeld in artikel 89, moet besteed worden aan kwaliteitszorg en de ontwikkeling van leermiddelen.

De centrumbesturen voeren een boekhouding volgens de bepalingen van de wet van 21 mei 1921, gewijzigd door de wet van 2 mei 2002. Uiterlijk zes maanden van de afsluitdatum van het boekjaar moet het centrum de controle op de aanwending van de werkingstoelage overeenkomstig artikel 89 mogelijk maken door het voorleggen van een financieel verslag en het ter beschikking houden van de bijhorende verantwoordingsstukken.

Het financieel verslag, vermeld in het derde lid, omvat ten minste een overzicht van de opbrengsten en gemaakte kosten die op de werkingstoelagen betrekking hebben.

Art. 96.

[65...65]

HOOFDSTUK II. - De financiering of subsidiëring van de Centra voor Volwassenenonderwijs

Art. 97.

[36

§ 1. [58Een erkend centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor de studiegebieden als vermeld in artikel 7 komt voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 in aanmerking wanneer het centrum voor volwassenenonderwijs aan één van de volgende voorwaarden voldoet :

1° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van meer dan 300 inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 700.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs behaald, waarbij de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n naar een ander centrum, niet meegerekend zijn;

2° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van meer dan 300 inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft op 1 september n ten minste de som van 700.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n;

3° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van 300 of minder inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 360.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs behaald, waarbij de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n naar een ander centrum, niet meegerekend zijn;

4° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van 300 of minder inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft op 1 september n ten minste de som van 360.000 lesurencursist in het secundair volwassenenonderwijs bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n;

5° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de hoofdvestigingsplaats op 1 januari 2017 in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in de rand- en taalgrensgemeenten of in de voormalige mijngemeente Beringen, Genk, Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder en Maasmechelen ligt, heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 525.000 lesurencursist behaald, waarbij de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n naar een ander centrum, niet meegerekend zijn;

6° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvan de hoofdvestigingsplaats op 1 januari 2017 in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in de rand- en taalgrensgemeenten of in de voormalige mijngemeente Beringen, Genk, Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder en Maasmechelen ligt, heeft op 1 september n ten minste de som van 525.000 in het secundair volwassenenonderwijs bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n;

7° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft onderwijsbevoegdheid voor maximaal één studiegebied als vermeld in artikel 7 en heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 200.000 lesurencursist in dit studiegebied behaald;

8° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft onderwijsbevoegdheid voor maximaal één studiegebied als vermeld in artikel 7 en heeft op 1 september n ten minste de som van 200.000 lesurencursist bereikt, waarvan een deel de lesurencursist zijn die door het centrum tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] in dit studiegebied zijn behaald en een deel de lesurencursist die volgens de formule van artikel 98, § 1, aan de basis hebben gelegen van de berekening voor de overdracht van leraarsuren bij een overheveling van een of meer structuuronderdelen op 1 september n;

9° het centrum voor volwassenenonderwijs heeft onderwijsbevoegdheid voor maximaal twee studiegebieden als vermeld in artikel 7, waarvan één studiegebied waarvoor op 1 februari 2017 geen enkel ander centrum voor volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid heeft, en heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 200.000 lesurencursist in één van deze studiegebieden behaald.

Een erkend centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor uitsluitend de studiegebieden, vermeld in artikel 8, en/of uitsluitend de specifieke lerarenopleiding komt voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar n/n+1 in aanmerking wanneer het centrum voor volwassenenonderwijs tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 120.000 lesurencursist heeft behaald.

58]

§ 2. [66...66]

§ 3. [58...58]

§ 4. [43...43]

§ 5. Een Centrum voor Volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs dat erkend is via de procedure, vermeld in artikel 61, § 2, komt alleen in aanmerking voor financiering of subsidiëring [58wanneer het aan één van de volgende voorwaarden voldoet :

1° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van meer dan 300 inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 850.000 lesurencursist behaald;

2° het centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor een bevolkingsdichtheid van 300 of minder inwoners per km² wordt in aanmerking genomen, heeft tijdens de [65referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-165] ten minste 360.000 lesurencursist behaald.

58]

§ 6. [58Als in de referteperiodes van 1 april n-2 tot en met 31 maart n niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, wordt de financiering of de subsidiëring van het structuuronderdeel of de structuuronderdelen in kwestie, zoals vermeld in paragraaf 1, van het centrum voor volwassenenonderwijs in kwestie afgebouwd tot nul vanaf het jaar n.

Elk centrum dat de rationalisatienorm gedurende twee opeenvolgende referteperiodes niet bereikt heeft, moet op 1 september van het daaropvolgende schooljaar :

1° hetzij fusioneren met een andere centrum;

2° hetzij overgaan tot geleidelijke afbouw waarbij de cursisten, ingeschreven in het centrum voor volwassenenonderwijs op het moment dat beslist wordt tot afbouw, de aangevatte opleiding volledig en binnen een normaal tijdsbestek moeten kunnen beëindigen. Met een normaal tijdsbestek wordt bedoeld zonder onderbreking en zonder herhaling van een module. De afbouw tot nul moet gerealiseerd worden binnen een periode van drie schooljaren.

58] .

§ 7. [66...66]

36] [36

Art. 97bis.

Als een Centrum voor Volwassenenonderwijs succesvol de accreditatie als bacheloropleiding verkrijgt voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs en die overdraagt naar een hogeschool, [48als vermeld in artikel II.138, [66...66] en II.378, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs48] , dan worden de lesurencursist gegenereerd door die opleiding tijdens de laatste afgesloten referteperiode, nog vijf jaar na de overdracht meegeteld voor het bepalen van de aantallen lesuurcursist, vermeld in artikel 97.

36]

Art. 98.

§ 1. [56 [65Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op leraarsuren voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs.

Voor de berekening van het aantal leraarsuren waarop een centrum vanaf 1 september 2020 recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan leraarsuren voor het volwassenenonderwijs uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal financieringspunten is de som van het aantal gewogen financieringspunten van alle centra voor volwassenenonderwijs. Elk centrum heeft op 1 september n recht op hetzelfde aandeel aan leraarsuren als het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld in de referteperiode 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 2, heeft bereikt.

65] 56]

§ 2. [65Het totale aantal financieringspunten voor de leraarsuren per centrum is de som van het aantal gewogen financieringspunten, waarbij 90 % gewogen wordt op centrumkenmerken en opleidingskenmerken en 10 % op cursistenkenmerken en vermeerderd met de kwalificatiebonus.

Voor de 90 %-weging op centrumkenmerken en opleidingskenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (kg) * (bd) * (mb) * (skk) * (lpg) * (cg) * (pi), waarbij :

1° FP = het ongewogen financieringspunt;

2° kg = de coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte;

3° bd = de coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats vastgesteld op 31 december n-1;

4° mb = de coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van het studiegebied;

5° skk = de coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter;

6° lpg = de coëfficiënt voor het aantal gemeenten of deelgemeenten waar het centrum minstens 1 lesplaats heeft met ingericht aanbod in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1;

7° cg = de coëfficiënt voor de centrumgrootte of de grootte van het samenwerkingsverband van een of meer centra;

8° pi = de coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting.

De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is :

1° 1,000 voor de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen;

2° 1,071 voor de studiegebieden administratie, bedrijfsbeheer, logistiek en verkoop, huishoudelijk koken, huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken en huishoudhulp;

3° 1,154 voor de studiegebieden land- en tuinbouw, lichaamsverzorging en Europese talen richtgraad 3 en 4;

4° 1,250 voor de studiegebieden algemene personenzorg, bibliotheek-, archief- en documentatiekunde, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 en specifieke personenzorg;

5° 1,364 voor de studiegebieden ambachtelijke accessoires, assistentie vrije zorgberoepen, informatie- en communicatietechnologie en toerisme;

6° 1,500 voor de geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren en de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, afwerking bouw, bakkerij, chemie, drankenkennis, fotografie, grafische communicatie en media, horeca, printmedia, slagerij en ruwbouw;

7° 1,667 voor de studiegebieden ambachtelijk erfgoed, maritieme diensten, meubelmakerij, mode : maatwerk, mode : realisaties en schrijnwerkerij;

8° 1,875 voor de opleiding Ervaringsdeskundige in de Armoede en de Sociale Uitsluiting en voor het studiegebied auto;

9° 2,143 voor de opleidingen Vlaamse Gebarentaal 1 en Vlaamse Gebarentaal 2 en voor de studiegebieden koeling en warmte, ICT-technieken, lassen, mechanica-elektriciteit en textiel;

10° 3,750 voor het studiegebied groot transport.

De coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats is :

1° 1 voor lesplaatsen van een vestigingsplaats met meer dan 300 inwoners per km² en voor lesplaatsen in een penitentiaire inrichting;

2° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².

De coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van de opleidingen is 1,30 voor de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.

De coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter is 1,05 voor de studiegebieden algemene personenzorg, schrijnwerkerij, groot transport, mechanica-elektriciteit en koeling en warmte. De Vlaamse Regering kan die studiegebieden aanpassen en ook op lokaal niveau vastleggen.

De coëfficiënten voor het aantal deelgemeenten van gemeenten die op 1 januari 2016 meer dan 100.000 inwoners telden of het aantal gemeenten waar het centrum lesplaatsen heeft, zijn :

1° 1,000 voor één gemeente of deelgemeente;

2° 1,004 voor twee gemeenten of deelgemeenten;

3° 1,009 voor drie gemeenten of deelgemeenten;

4° 1,013 voor vier gemeenten of deelgemeenten;

5° 1,017 voor vijf gemeenten of deelgemeenten;

6° 1,021 voor zes gemeenten of deelgemeenten;

7° 1,026 voor zeven gemeenten of deelgemeenten;

8° 1,030 voor acht gemeenten of deelgemeenten;

9° 1,034 voor negen gemeenten of deelgemeenten;

10° 1,039 voor tien gemeenten of deelgemeenten;

11° 1,043 voor elf gemeenten of deelgemeenten;

12° 1,047 voor twaalf gemeenten of deelgemeenten;

13° 1,051 voor dertien gemeenten of deelgemeenten;

14° 1,056 voor veertien gemeenten of deelgemeenten;

15° 1,060 voor vijftien en meer gemeenten of deelgemeenten.

De Vlaamse Regering kan voor de toepassing van bovenstaande coëfficiënten een minimum aantal lesurencursist per gemeente of deelgemeente bepalen.

De coëfficiënten voor de centrumgrootte of de grootte van het samenwerkingsverband van een of meer centra zijn :

1° 1,000 voor een centrum of een samenwerkingsverband van minder dan 850.000 lesurencursist;

2° 1,100 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 850.000 en 950.000 lesurencursist;

3° 1,110 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 950.001 en 1.050.000 lesurencursist;

4° 1,120 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.050.001 en 1.150.000 lesurencursist;

5° 1,130 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.150.001 en 1.250.000 lesurencursist;

6° 1,140 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.250.001 en 1.350.000 lesurencursist;

7° 1,150 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.350.001 en 1.450.000 lesurencursist;

8° 1,160 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.450.001 en 1.550.000 lesurencursist;

9° 1,170 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.550.001 en 1.650.000 lesurencursist;

10° 1,180 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.650.001 en 1.750.000 lesurencursist;

11° 1,190 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.750.001 en 1.850.000 lesurencursist;

12° 1,200 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.850.001 en 1.950.000 lesurencursist;

13° 1,210 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.950.001 en 2.050.000 lesurencursist;

14° 1,200 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.050.001 en 2.150.000 lesurencursist;

15° 1,191 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.150.001 en 2.250.000 lesurencursist;

16° 1,183 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.250.001 en 2.350.000 lesurencursist;

17° 1,175 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.350.001 en 2.450.000 lesurencursist;

18° 1,168 voor een centrum of een samenwerkingsverband van minstens 2.450.001 lesurencursist.

Het samenwerkingsverband, vermeld in het achtste lid, van twee of meer centra voor volwassenenonderwijs :

1° maakt afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband, eventueel gespreid over de verschillende centra die het samenwerkingsverband vormen;

2° maakt afspraken over een objectieve informatieverstrekking, doorverwijzing en begeleiding van cursisten;

3° maakt afspraken over het personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden.

De coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting is 1,40.

Voor de 10 %-weging op cursistenkenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (dip) * (as), waarbij :

1° FP = het ongewogen financieringspunt;

2° dip = de coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs;

3° as = de coëfficiënt voor het arbeidsstatuut van de cursist.

De coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs is 2,50.

De coëfficiënt voor cursisten met het arbeidsstatuut werkzoekende is 1,50.

De kwalificatiebonus wordt berekend door het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in artikel 24, § 1, 1°, te vermenigvuldigen met 0,20 per uitgereikt certificaat of diploma.

65]

§ 3. [10In afwijking van § 1 kan een centrum voor volwassenenonderwijs leraarsuren aanwenden voor de aanwerving van voordrachtgevers ten bedrage van maximaal 5 procent van het voor het centrum voor volwassenenonderwijs beschikbare pakket leraarsuren.

Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaakt van het centrumbestuur of van het personeel van het centrum en die, hetzij in eigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming en in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma, voor cursisten voordrachten geeft vanuit zijn of haar deskundigheid en ervaring in de arbeidsmarkt en bedrijfswereld.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van de aanwerving van voordrachtgevers aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, de grootte van het krediet per leraarsuur dat wordt omgezet en de wijze van toekenning ervan.

Over de aanwending van leraarsuren voor de aanwerving van voordrachtgevers en over de vergoeding van die voordrachtgevers moet een voorafgaandelijk akkoord bereikt worden in het lokale comité.

10]

§ 4. De som van het aantal door de Vlaamse Gemeenschap toegekende leraarsuren overeenkomstig § 1 [65...65] wordt afgerond tot twee cijfers na de komma. Indien het derde cijfer na de komma 5 of meer is, wordt er afgerond naar het hogere honderdste. Indien het derde cijfer na de komma lager is dan 5, wordt er afgerond naar het lagere honderdste.

[71

§ 4bis. Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden jaarlijks 15.111 aanvullende leraarsuren aan de centra voor volwassenenonderwijs toegekend voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in het kader van de organisatie van aanvangsbegeleiding.

De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende leraarsuren, vermeld in het eerste lid.

Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft vanaf 1 september 2019 recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende leraarsuren voor aanvangsbegeleiding als het aandeel aan leraarsuren waarop het centrum volgens de berekening van paragraaf 1 recht heeft.

Een centrumbestuur kan de aanvullende leraarsuren voor aanvangsbegeleiding omzetten in aanvullende punten voor aanvangsbegeleiding volgens de onderstaande tabel:

leraarsuren

punten

40

5

80

9

120

14

160

19

200

24

240

28

280

33

320

38

360

43

400

47

440

52

480

57

520

63

560

66

600

71

640

76

680

82

720

85

760

90

800

95

840

100

880

104

920

110

960

114

1000

120

Deze aanvullende leraarsuren kunnen worden samengelegd. Centra voor volwassenenonderwijs die kiezen om de aanvullende leraarsuren samen te leggen, richten daartoe een samenwerkingsverband `aanvangsbegeleiding' op dat bestaat uit twee of meer centra. Het samenwerkingsverband maakt afspraken over de aanwending van de aanvullende lesuren. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot dit samenwerkingsverband volgende maatregelen vastleggen:

- de duur van de samenwerking;

- de vorm van overeenkomst waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht;

- de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de overheid.

71] [12

§ 5. [65...65]

12] [18

§ 6. [37Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3bis, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs dat werd aangeduid als examencommissie, recht op vierhonderd aanvullende leraarsuren per schooljaar voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. Het centrum voor volwassenenonderwijs krijgt jaarlijks een bijkomende subsidie ter beschikking gesteld door de Vlaamse Regering voor de ontwikkeling en het beheer van de taaltoetsen voor de examencommissie37]

Het personeelslid dat in de betrekking bedoeld in het eerste lid wordt aangesteld, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van volgende bepalingen :

1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Het centrumbestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikkinggestelde personeelslid;

2° het centrumbestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen dat voorrang heeft voor een tijdelijke aanstelling of dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikel 21 van het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 23 van het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

3° de betrekking kan niet worden vacant verklaard. Het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

18]

Art. 99.

§ 1. Voor de berekening van het aantal [65financieringspunten65] komen enkel de cursisten in aanmerking die :

1° het inschrijvingsgeld betaald hebben, als zij daartoe verplicht zijn;

2° ingeschreven zijn vóór een derde van het minimumaantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel [10, vermeld in artikel 24 en artikel 24bis,10] georganiseerd moet worden;

3° [65...65]

[65...65] .

§ 2. Cursisten die onderwijs volgen in een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat niet door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist.

§ 3. [65...65]

Art. 100.

§ 1. Bij een fusie van Centra voor Volwassenenonderwijs worden de [65financieringspunten berekend op basis van de samengevoegde financieringspunten65] van de samengevoegde centra.

§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 105, § 1 en § 2, van dit decreet, heeft elk door fusie gevormd centrum recht op maximaal één voltijdse betrekking van directeur.

§ 3. [73De vastbenoemde en tot de proeftijd toegelaten directeurs die op 31 augustus titularis zijn van een betrekking en die na een fusieoperatie niet opnieuw als directeur worden aangesteld, worden aangesteld in het ambt van adjunct-directeur. Ze behouden hun salarisschaal, tenzij ze door het besluit van de Vlaamse Regering dat de salarisschalen regelt, recht hebben op een gunstiger salaris.73]

§ 4. [73Aan de puntenenveloppe waarop het centrum volgens artikel 105, § 3, recht heeft, worden voor de toepassing van paragraaf 3 per betrekking van directeur 130 punten toegevoegd. Als er voor 1 september 2019 een einde komt aan de aanstelling van de vastbenoemde directeur in het ambt van adjunct-directeur behoudt het centrum de toegevoegde punten tot 31 augustus 2019. Als er vanaf 1 september 2019 een einde komt aan de aanstelling van de vastbenoemde directeur in het ambt van adjunct-directeur dan worden de 130 punten toegevoegd aan het totale beschikbare volume aan punten voor het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 105, § 3.73]

§ 5. Een personeelslid dat op het ogenblik van de fusie tot de proeftijd is toegelaten in het ambt van directeur, wordt, na twaalf maanden effectieve prestaties vanaf zijn toelating tot de proeftijd, vastbenoemd in het ambt van directeur of in het ambt van adjunctdirecteur, naargelang hij bij de fusie al dan niet het ambt van directeur van het centrum heeft toegewezen gekregen.

§ 6. Een centrum dat in de periode van 1 september 1999 tot en met 31 augustus 2007 tot stand is gekomen door fusie, behoudt, in afwijking van § 3 en § 4, jaarlijks ten minste het aantal punten dat nodig is om het volume aan betrekkingen in de ambten van bestuurs- en ondersteunend personeel, toegekend aan de betrokken centra op de vooravond van de fusie, in stand te houden.

Art. 101.

De Vlaamse Regering kan binnen de perken van een daartoe bepaald budget en op basis van samenwerkingsovereenkomsten [43...43] aanvullende leraarsuren toekennen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs.

Art. 102.

§ 1. Het centrumbestuur is na onderhandeling in het lokale comité vrij de leraarsuren over de opleidingen heen aan te wenden.

§ 2. Het centrumbestuur kan maximaal 3 percent van leraarsuren aanwenden voor andere opdrachten dan de onderwijsopdrachten. Die 3 percent kan worden overschreden, mits hierover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.

De directeur van elk Centrum voor Volwassenenonderwijs legt hiertoe, na onderhandeling in het lokaal comité, een lijst vast van de onderwijsopdrachten en van de opdrachten die niet als onderwijsopdracht worden beschouwd.

Een andere opdracht [23in [65het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs65] 23] dan een lesopdracht, moet steeds in hoofdambt worden uitgeoefend.

Art. 103.

§ 1. Na onderhandelingen in het lokale comité kan het centrumbestuur leraarsuren overdragen aan een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende leraarsuren. [65Die 2 percent kan worden overschreden, mits hierover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.65] [23Die overdracht wordt uiterlijk op [4831 mei48] van het lopende schooljaar vastgelegd.23]

§ 2. Die overdracht mag niet tot gevolg hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de overheid een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid, noch ten aanzien van het betrokken personeelslid.

§ 3. In de overgedragen leraarsuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de bevoegde administratie een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

[18

§ 4. In afwijking van § 1 geldt er geen beperking op het aantal over te dragen leraarsuren wanneer het centrumbestuur overdraagt naar een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs dat :

1° hetzij voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van [56de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 456] beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid;

2° hetzij van de Vlaamse Regering onderwijsbevoegdheid heeft verkregen, zoals bedoeld in [25artikel [5664bis56] 25] .

18]

Art. 104.

§ 1. [65Na onderhandelingen in het lokale comité kan een centrumbestuur65] tijdens een bepaald schooljaar niet-aangewende leraarsuren overdragen naar het daaropvolgende schooljaar, onder de volgende voorwaarden :

1° de overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende leraarsuren tijdens dat bepaalde schooljaar;

2° de niet-aangewende leraarsuren van dat bepaalde schooljaar worden vastgelegd uiterlijk op [4831 mei48] van dat schooljaar met het oog op de overdracht naar het daaropvolgende schooljaar. [65Die 2 percent kan worden overschreden, mits hierover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.65] ;

3° de overgedragen leraarsuren van dat bepaalde schooljaar worden enkel in het daaropvolgende schooljaar aangewend.

§ 2. De overdracht van leraarsuren tijdens een bepaald schooljaar, vermeld in § 1, is alleen mogelijk als het centrumbestuur op erewoord verklaart dat het tijdens dat schooljaar in het Centrum voor Volwassenenonderwijs in kwestie overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of aanvullende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel moet uitspreken.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle van die overdracht aan de overheid een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

§ 3. In de overgedragen leraarsuren kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de bevoegde administratie een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid, noch ten aanzien van het betrokken personeelslid.

Art. 105.

§ 1. Elk Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft recht op één voltijdse betrekking in het ambt van directeur.

Elk centrumbestuur is verplicht een directeur aan te stellen.

De directeur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan zijn ambt enkel uitoefenen in hoofdambt.

De directeurs van een centrum die op 31 augustus 1999 het ambt van directeur in bijbetrekking uitoefenden, worden ten persoonlijken titel uitgesloten van het bepaalde in het derde lid voor het volume van de opdracht die zij op deze datum uitoefenden.

§ 2. [65...65]

§ 3. [65Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op een puntenenveloppe voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel. Voor de berekening van de puntenenveloppe waarop een centrum voor volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2020 jaarlijks recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan punten voor het volwassenenonderwijs uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal financieringspunten is de som van het aantal gewogen financieringspunten van alle centra voor volwassenenonderwijs. Elk centrum heeft op 1 september n recht op hetzelfde aandeel aan punten als het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld in de referteperiode 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 3bis, heeft bereikt65]

[65

§ 3bis. Het totale aantal financieringspunten voor de punten per centrum is de som van het aantal gewogen financieringspunten, waarbij 90 % gewogen wordt op centrumkenmerken en opleidingskenmerken en 10 % op cursistenkenmerken en vermeerderd met de kwalificatiebonus.

Voor de 90 %-weging op centrumkenmerken en opleidingskenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (kg) * (bd) * (mb) * (skk) * (lpg) * (cg) * (pi), waarbij :

1° FP = het ongewogen financieringspunt;

2° kg = de coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte;

3° bd = de coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats vastgesteld op 31 december n-1;

4° mb = de coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van het studiegebied;

5° skk = de coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter;

6° lpg = de coëfficiënt voor het aantal gemeenten of deelgemeenten waar het centrum minstens 1 lesplaats heeft met ingericht aanbod in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1;

7° cg = de coëfficiënt voor de centrumgrootte of de grootte van het samenwerkingsverband van een of meer centra;

8° pi = de coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting.

De coëfficiënt voor de gemiddelde klasgrootte is :

1° 1,000 voor de studiegebieden Europese hoofdtalen richtgraad 1 en 2, Europese neventalen richtgraad 1 en 2, Hebreeuws, Oosterse talen, Scandinavische talen en Slavische talen;

2° 1,071 voor de studiegebieden administratie, bedrijfsbeheer, logistiek en verkoop, huishoudelijk koken, huishoudelijke decoratie- en naaitechnieken en huishoudhulp;

3° 1,154 voor de studiegebieden land- en tuinbouw, lichaamsverzorging en Europese talen richtgraad 3 en 4;

4° 1,250 voor de studiegebieden algemene personenzorg, bibliotheek-, archief- en documentatiekunde, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 en specifieke personenzorg;

5° 1,364 voor de studiegebieden ambachtelijke accessoires, assistentie vrije zorgberoepen, informatie- en communicatietechnologie en toerisme;

6° 1,500 voor de geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren en de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, afwerking bouw, bakkerij, chemie, drankenkennis, fotografie, grafische communicatie en media, horeca, printmedia, slagerij en ruwbouw;

7° 1,667 voor de studiegebieden ambachtelijk erfgoed, maritieme diensten, meubelmakerij, mode : maatwerk, mode : realisaties en schrijnwerkerij;

8° 1,875 voor de opleiding Ervaringsdeskundige in de Armoede en de Sociale Uitsluiting en voor het studiegebied auto;

9° 2,143 voor de opleidingen Vlaamse Gebarentaal 1 en Vlaamse Gebarentaal 2 en voor de studiegebieden koeling en warmte, ICT-technieken, lassen, mechanica-elektriciteit en textiel;

10° 3,750 voor het studiegebied groot transport.

De coëfficiënt voor de bevolkingsdichtheid per vestigingsplaats is :

1° 1 voor lesplaatsen van een vestigingsplaats met meer dan 300 inwoners per km² en voor lesplaatsen in een penitentiaire inrichting;

2° 1,10 voor lesplaatsen die buiten een penitentiaire inrichting gelegen zijn in een vestigingsplaats met 300 of minder inwoners per km².

De coëfficiënt voor het maatschappelijk belang van de opleidingen is 1,30 voor de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.

De coëfficiënt voor de studiegebieden met een structureel knelpuntkarakter is 1,05 voor de studiegebieden algemene personenzorg, schrijnwerkerij, groot transport, mechanica-elektriciteit en koeling en warmte. De Vlaamse Regering kan die studiegebieden aanpassen en ook op lokaal niveau vastleggen.

De coëfficiënten voor het aantal deelgemeenten van gemeenten die op 1 januari 2016 meer dan 100.000 inwoners telden of het aantal gemeenten waar het centrum lesplaatsen heeft, zijn :

1° 1,000 voor één gemeente of deelgemeente;

2° 1,004 voor twee gemeenten of deelgemeenten;

3° 1,009 voor drie gemeenten of deelgemeenten;

4° 1,013 voor vier gemeenten of deelgemeenten;

5° 1,017 voor vijf gemeenten of deelgemeenten;

6° 1,021 voor zes gemeenten of deelgemeenten;

7° 1,026 voor zeven gemeenten of deelgemeenten;

8° 1,030 voor acht gemeenten of deelgemeenten;

9° 1,034 voor negen gemeenten of deelgemeenten;

10° 1,039 voor tien gemeenten of deelgemeenten;

11° 1,043 voor elf gemeenten of deelgemeenten;

12° 1,047 voor twaalf gemeenten of deelgemeenten;

13° 1,051 voor dertien gemeenten of deelgemeenten;

14° 1,056 voor veertien gemeenten of deelgemeenten;

15° 1,060 voor vijftien en meer gemeenten of deelgemeenten.

De Vlaamse Regering kan voor de toepassing van bovenstaande coëfficiënten een minimum aantal lesurencursist per gemeente of deelgemeente bepalen.

De coëfficiënten voor de centrumgrootte of de grootte van het samenwerkingsverband van een of meer centra zijn :

1° 1,000 voor een centrum of een samenwerkingsverband van minder dan 850.000 lesurencursist;

2° 1,100 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 850.000 en 950.000 lesurencursist;

3° 1,110 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 950.001 en 1.050.000 lesurencursist;

4° 1,120 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.050.001 en 1.150.000 lesurencursist;

5° 1,130 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.150.001 en 1.250.000 lesurencursist;

6° 1,140 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.250.001 en 1.350.000 lesurencursist;

7° 1,150 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.350.001 en 1.450.000 lesurencursist;

8° 1,160 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.450.001 en 1.550.000 lesurencursist;

9° 1,170 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.550.001 en 1.650.000 lesurencursist;

10° 1,180 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.650.000 en 1.750.000 lesurencursist;

11° 1,190 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.750.001 en 1.850.000 lesurencursist;

12° 1,200 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.850.001 en 1.950.000 lesurencursist;

13° 1,210 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 1.950.001 en 2.050.000 lesurencursist;

14° 1,200 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.050.001 en 2.150.000 lesurencursist;

15° 1,191 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.150.001 en 2.250.000 lesurencursist;

16° 1,183 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.250.001 en 2.350.000 lesurencursist;

17° 1,175 voor een centrum of een samenwerkingsverband tussen 2.350.001 en 2.450.000 lesurencursist;

18° 1,168 voor een centrum of een samenwerkingsverband van minstens 2.450.001 lesurencursist.

Het samenwerkingsverband, vermeld in het achtste lid, van twee of meer centra voor volwassenenonderwijs :

1° maakt afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband, eventueel gespreid over de verschillende centra die het samenwerkingsverband vormen;

2° maakt afspraken over een objectieve informatieverstrekking, doorverwijzing en begeleiding van cursisten;

3° maakt afspraken over het personeelsbeleid, meer bepaald over de criteria voor het aanwerven, functioneren en evalueren van personeelsleden.

De coëfficiënt voor het aanbod in een penitentiaire inrichting is 1,40.

Voor de 10 %-weging op cursistenkenmerken wordt het aantal financieringspunten berekend volgens de formule : FP * (dip) * (as), waarbij :

1° FP = ongewogen financieringspunt;

2° dip = de coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs;

3° as = de coëfficiënt voor het arbeidsstatuut van de cursist.

De coëfficiënt voor cursisten zonder diploma secundair onderwijs is 2,50.

De coëfficiënt voor cursisten met het arbeidsstatuut werkzoekende is 1,50.

De kwalificatiebonus wordt berekend door het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in artikel 24, § 1, 1°, te vermenigvuldigen met 0,20 per uitgereikt certificaat of diploma.

De Vlaamse Regering bepaalt het aandeel van de puntenenveloppe dat moet worden aangewend voor ambten van het ondersteunend personeel.

65]

§ 4. De oprichting van betrekkingen in de ambten, vermeld in § 3, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan elk ambt een aantal punten wordt toegekend. Dat aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat de betrekking uitoefent.

De Vlaamse Regering legt voor elk ambt de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.

§ 5. Het centrumbestuur wendt de punten aan rekening houdende met criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité.

Het centrumbestuur moet evenwel de punten in eerste instantie aanwenden voor de instandhouding van betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden in de ambten vermeld in § 3, eerste lid en daarbij ook rekening houdende met het verplichte aandeel punten voor ondersteunend personeel.

[52Als het centrumbestuur na de voormelde verplichting nog punten over heeft, dan kan het die punten aanwenden :

- voor de oprichting van betrekkingen in de ambten, vermeld in § 3, eerste lid, rekening houdende met de criteria waarover wordt onderhandeld in het lokale comité;

- voor de tijdelijke verhoging van de puntenwaarde van een betrekking in een ambt, vermeld in paragraaf 3, waarvan de titularis een dienstonderbreking heeft, zodat aan de vervanger een hogere salarisschaal kan worden toegekend. Als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan het centrumbestuur ook de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen.

52]

§ 6. Het centrumbestuur kan na onderhandeling in het lokale comité een aantal punten overdragen aan een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs of naar het eerstvolgend schooljaar. De overdracht wordt beperkt tot 2 percent van het aantal toegekende punten. [23Deze overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd.23]

Die overdracht mag niet leiden tot een nieuwe of aanvullende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in een ambt, vermeld in § 4.

In de overgedragen punten kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het centrumbestuur moet met het oog op de controle aan de bevoegde administratie een verklaring op erewoord bezorgen, waarin het aangeeft die bepaling in acht te zullen nemen.

De niet-naleving van die bepaling heeft tot gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Art. 106.

§ 1. [12Een centrumbestuur bekomt voor haar personeelsleden een salaris/salaristoelage als deze personeelsleden :

1° voldoen aan volgende voorwaarden :

a) onderdaan zijn van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;

b) de burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling, vermeld in a);

c) in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering bepaald bekwaamheidsbewijs voor het ambt waarin ze worden aangesteld;

d) in een gezondheidsheidstoestand verkeren die de gezondheid van de cursisten niet in gevaar brengt;

e) voldoen aan de taalvereisten zoals bepaald in het decreet Rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, respectievelijk het decreet Rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

2° aangeworven zijn met inachtname van de reglementering inzake de reaffectatie en wedertewerkstelling;

3° in dienst zijn op grond van de reglementering inzake de personeelsformatie.

12]

§ 2. De salarissen/salaristoelagen worden door de bevoegde administratie rechtstreeks en maandelijks aan de betrokken personeelsleden uitbetaald.

Art. 107.

[65

§ 1. Het totale volume te verdelen leraarsuren en punten voor alle studiegebieden, met uitzondering van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4, volgt de evolutie van het totale aantal lesurencursist als volgt :

1° als het aantal gewogen financieringspunten voor het schooljaar n/n+1 afneemt of toeneemt met minder dan 1 % ten opzichte van het referentiepunt, vermeld in het tweede lid, neemt het totale volume te verdelen leraarsuren en punten voor het schooljaar n/n+1 toe of af met het reële groeipercentage;

2° als het aantal gewogen financieringspunten voor het schooljaar n/n+1 toeneemt met ten minste 1 % ten opzichte van het referentiepunt, vermeld in het tweede lid, neemt het totale volume te verdelen leraarsuren en punten voor het schooljaar n/n+1 toe met 1 %.

Het eerste referentiepunt is gelijk aan het aantal gewogen financieringspunten in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019. Bij elke daling of stijging van het aantal gewogen financieringspunten wordt er een nieuw referentiepunt vastgelegd dat gelijk is aan het vorige referentiepunt plus of min het reële groeipercentage of het begrensde groeipercentage van 1 %.

De Vlaamse Regering kan omwille van de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar een ander groeipercentage dan vermeld in het eerste en tweede lid vastleggen.

§ 2. Het totale volume te verdelen leraarsuren en punten voor de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 volgt de evolutie van het totale aantal gewogen financieringspunten met het reële groeipercentage ten opzichte van [73het vorige referentiepunt73] .

§ 3. Als er definitief leraarsuren of punten van een centrum overgedragen worden aan een instelling van het secundair onderwijs, hoger onderwijs of deeltijds kunstonderwijs, worden die leraarsuren of punten niet meer in rekening gebracht voor het bepalen van het percentage, vermeld in paragraaf 1 en 2.

Als er definitief leraarsuren of punten aan een centrum overgedragen worden door overdrachten vanuit andere onderwijsniveaus of andere beleidsdomeinen, worden die leraarsuren of punten niet mee in rekening gebracht voor het bepalen van het percentage, vermeld in paragraaf 1 en 2.

§ 4. De Vlaamse Regering evalueert de berekening van de financieringspunten zoals vermeld in paragraaf 1 en 2 met het oog op een mogelijke bijsturing ervan vanaf het schooljaar 2023-2024.

65] [23

Art. 107bis.

[65...65]

23] [23

Art. 107ter.

[65...65]

23] [23

Art. 107quater.

[65...65]

23] [23

Art. 107quinquies.

[65...65]

23]

Art. 108.

[65

§ 1. Elk centrum voor volwassenenonderwijs ontvangt ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor [69het schooljaar n-1/n69] een werkingstoelage per financieringspunt.

§ 2. Voor de berekening van de werkingstoelage waarop een centrum voor volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2020 jaarlijks recht heeft, wordt het totale beschikbare volume aan werkingsmiddelen voor het volwassenenonderwijs uitgedrukt in financieringspunten. Het totale aantal financieringspunten is de som van het aantal gewogen financieringspunten van alle centra voor volwassenenonderwijs. Elk centrum heeft op 1 september n recht op de som van een vast bedrag per ongewogen financieringspunt en hetzelfde aandeel aan werkingsmiddelen als het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum gemiddeld in de referteperiode 1 januari n-4 tot en met 31 december n-2 volgens de berekeningsformules, vermeld in paragraaf 3, heeft bereikt. De Vlaamse Regering bepaalt het vaste bedrag van de werkingstoelage binnen de volgende grenzen :

1° het bedrag per ongewogen financieringspunt mag niet minder bedragen dan 0,40 euro;

2° het bedrag per ongewogen financieringspunt mag niet meer bedragen dan 0,68 euro.

[69De werkingstoelage wordt betaald in twee schijven vanaf het begrotingsjaar 2020. De eerste schijf wordt betaald gedurende het eerste trimester van het begrotingsjaar. De eerste schijf bedraagt 50 percent van het totale bedrag waarop het centrum voor het schooljaar n-1/n recht heeft. Het resterende saldo wordt uitbetaald tijdens het tweede semester van het begrotingsjaar.69]

§ 3. Het totale aantal financieringspunten voor de werking per centrum wordt berekend volgens de formule : FP * (ds) * (lpg), waarbij :

1° FP = ongewogen financieringspunt;

2° ds = de coëfficiënt voor infrastructureel dure studiegebieden;

3° lpg = de coëfficiënt voor het aantal gemeenten of deelgemeenten waar het centrum minstens 1 lesplaats heeft met ingericht aanbod in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1.

De coëfficiënt voor de infrastructureel dure studiegebieden afwerking bouw, ambachtelijk erfgoed, auto, bakkerij, chemie, groot transport, horeca, huishoudelijk koken, koeling en warmte, land- en tuinbouw, lassen, lichaamsverzorging, maritieme diensten, mechanica-elektriciteit, meubelmakerij, ruwbouw, schrijnwerkerij, slagerij en textiel is 1,38.

De coëfficiënten voor het aantal deelgemeenten van gemeenten die op 1 januari 2016 meer dan 100.000 inwoners telden of het aantal gemeenten waar het centrum lesplaatsen heeft, zijn :

1° 1,000 voor één gemeente of deelgemeente;

2° 1,004 voor twee gemeenten of deelgemeenten;

3° 1,009 voor drie gemeenten of deelgemeenten;

4° 1,013 voor vier gemeenten of deelgemeenten;

5° 1,017 voor vijf gemeenten of deelgemeenten;

6° 1,021 voor zes gemeenten of deelgemeenten;

7° 1,026 voor zeven gemeenten of deelgemeenten;

8° 1,030 voor acht gemeenten of deelgemeenten;

9° 1,034 voor negen gemeenten of deelgemeenten;

10° 1,039 voor tien gemeenten of deelgemeenten;

11° 1,043 voor elf gemeenten of deelgemeenten;

12° 1,047 voor twaalf gemeenten of deelgemeenten;

13° 1,051 voor dertien gemeenten of deelgemeenten;

14° 1,056 voor veertien gemeenten of deelgemeenten;

15° 1,060 voor vijftien en meer gemeenten of deelgemeenten.

De Vlaamse Regering kan voor de toepassing van bovenstaande coëfficiënten een minimum aantal lesurencursist per gemeente of deelgemeente bepalen.

65] [69

§ 4. Het totale volume aan werkingsmiddelen volgt de evolutie van de gewogen financieringspunten voor het bijkomend bedrag dat berekend wordt op basis van de formule, vermeld in paragraaf 3.

Het totale volume aan werkingsmiddelen wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

69]

Art. 109.

[65...65]

Art. 110.

[65...65]

Art. 111.

§ 1. Kunnen slechts een beroep doen op de door de Vlaamse Gemeenschap aan het Gemeenschapsonderwijs of aan het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs toegekende investeringsmiddelen :

1° de erkende en gefinancierde of gesubsidieerde Centra voor Volwassenenonderwijs waarvan de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding is aangetoond door het niet beschikbaar zijn binnen een bepaalde gebiedsomschrijving van bestaande gebouwen of voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op kosten van de Vlaamse Gemeenschap zijn opgericht;

2° de werken die beantwoorden aan de vastgestelde fysische en financiële normen. Het plan, de voorwaarden waaronder de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding kan worden aangetoond en de normen worden vastgelegd door de Vlaamse Regering.

§ 2. De aan het Gemeenschapsonderwijs toegekende investeringsmiddelen en door het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs aan de gesubsidieerde onderwijsinstellingen toe te kennen investeringsmiddelen kunnen jaarlijks ten belope van maximaal 10 percent worden aangewend voor de aankoop van zware didactische apparatuur.

Art. 112.

Het centrumbestuur mag de middelen die het krachtens artikelen 98 tot en met [7310873] verkrijgt uitsluitend aanwenden voor uitgaven die het gevolg zijn van zijn opdrachten, bepaald in dit decreet.

Minimaal 5 percent van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108, moet besteed worden aan kwaliteitszorg en de ontwikkeling van leermiddelen.

Het centrumbestuur voert een boekhouding, zodat de inkomsten overeenkomstig artikelen 98 tot en met 111 en de aanwending van die inkomsten duidelijk identificeerbaar zijn.

Art. 113.

[65...65]

HOOFDSTUK IIbis. [65Specifieke maatregelen voor de opleidingen Nederlands tweede taal65]

[23

Art. 113bis.

[65

§ 1. Bij de aanwending van het toegekende aantal vte, volume leraarsuren, punten, en werkingstoelagen houdt het centrum voor de volgende soorten opleiding rekening met het plan voor een behoeftedekkend aanbod Nederlands als tweede taal in het volgend schooljaar, goedgekeurd op het regionaal overleg, vermeld in artikel 46/3, 4°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid :

1° de opleidingen van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en leergebied Nederlands tweede taal;

2° de opleidingen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.

§ 2. Als de onderwijsinspectie in een centrum een kennelijk onverantwoord gebruik van de vrije aanwending vaststelt ten nadele van een van de volgende soorten opleidingen, formuleert ze een omstandig en gemotiveerd advies voor de Vlaamse Regering :

1° de opleidingen van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal of het leergebied Nederlands tweede taal;

2° de opleidingen van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 of Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.

De Vlaamse Regering kan op basis van het voormelde advies ten aanzien van het betrokken centrum een norm bepalen. Boven die norm kunnen de vte of de leraarsuren die aan het centrum worden toegekend, gegenereerd door de opleidingen, vermeld in het eerste lid, niet worden aangewend voor andere opleidingen. De Vlaamse Regering kan beslissen om de subsidiëring of financiering van de vte of de leraarsuren boven die norm voor het komende schooljaar in mindering te brengen op het totale aantal financieringspunten, vermeld in artikel 85, § 1, tweede lid, en in artikel 98, § 1, tweede lid. De in mindering gebrachte middelen kunnen toegekend worden aan de instanties, vermeld in artikel 36, om in overeenstemming met het regionaal behoefteplan vermeld in het eerste lid een aanbod te organiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de elementen van toetsing voor het advies en de criteria om de subsidie of financiering van een centrum te verminderen en de voorwaarden voor de toekenning van deze in mindering gebrachte middelen aan een andere instelling.

§ 3. De Vlaamse Regering kan de onderwijsinspectie verzoeken om, op vraag van de instanties zoals vermeld in artikel 36, een onderzoek in te richten, en legt de nadere modaliteiten hiervoor vast.

65] 23] [23

Art. 113ter.

[65...65]

23] [23

Art. 113quater.

[65...65]

23] [23

Art.113quinquies.

[65...65]

23] [23

Art. 113sexies.

[56...56]

23] [23

Art. 113septies.

[25

[65...65]

25] 23] [23

Art. 113octies.

[25...25]

23]

[65Hoofdstuk IIter. Inschrijvingsgelden centra voor basiseducatie en centra voor volwassenenonderwijs65]

[65

Art. 113novies.

§ 1. Het inschrijvingsgeld dat de cursist verschuldigd is, wordt berekend door het aantal lestijden van een module te vermenigvuldigen met 1,50 euro. Het inschrijvingsgeld voor het gecombineerd onderwijs wordt berekend, alsof het volledig in contactonderwijs is verstrekt.

Indien de in artikel 24, § 2, bedoelde afwijking voor bijzondere doelgroepen het minimale aantal lestijden van een opleiding overschrijdt, dan wordt het inschrijvingsgeld berekend op basis van het aantal lestijden bedoeld in hetzelfde artikel 24, § 1, 3°.

§ 2. Als de cursist zich binnen een periode van zes schooljaren drie keer voor dezelfde module heeft ingeschreven, wordt het verschuldigde inschrijvingsgeld bij een volgende inschrijving in dezelfde module berekend door het aantal lestijden van die module te vermenigvuldigen met 3 euro. Indien de cursist een volledige vrijstelling van inschrijvingsgeld geniet zoals bepaald in paragraaf 4, dan wordt het aantal lestijden vermenigvuldigd met 1,5 euro.

In afwijking van het eerste lid geldt de vermenigvuldiging met 3 of 1,5 euro niet voor een inschrijving in een open module die voldoet aan de bepalingen van artikel 25bis.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt het inschrijvingsgeld begrensd op 300 euro per opleiding per semester. Een semester is een periode van 1 september tot en met 31 december of een periode van 1 januari tot en met 31 augustus. Het inschrijvingsgeld, vermeld in paragraaf 2, wordt niet meegerekend in de begrenzing van het inschrijvingsgeld.

§ 4. In afwijking van paragraaf 1 geldt er een volledige vrijstelling van het inschrijvingsgeld voor cursisten die :

1° geen houder zijn van een diploma van het secundair onderwijs en ingeschreven zijn voor geletterdheidsmodules Nederlands en Leren leren, een opleiding in de leergebieden van de basiseducatie of een opleiding in de studiegebieden aanvullende algemene vorming of algemene vorming;

2° ingeschreven zijn voor de opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting;

3° op het moment van hun inschrijving materiële hulp genieten zoals bedoeld in de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen;

4° op het moment van hun inschrijving een inkomen verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste zijn van de voormelde categorieën;

5° op het moment van inschrijving gedetineerd zijn zoals is bepaald in artikel 2, 16° bis;

6° inburgeraar zijn en een inburgeringscontract hebben ondertekend als vermeld in artikel 2, eerste lid, 10°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, of een attest van inburgering hebben behaald als vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, voor de opleidingen Nederlands tweede taal alfa mondeling richtgraad 1, Nederlands tweede taal alfa mondeling richtgraad 1 - schriftelijk richtgraad 1.1, Latijns schrift - Basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal en de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 1 Nederlands tweede taal richtgraad 1, Nederlands tweede taal richtgraad 2 en Latijns schrift in het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2;

7° op het moment van hun inschrijving nog niet voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;

8° werkzoekend zijn, zoals bepaald in artikel 2, 47° bis;

9° niet-werkende, verplicht ingeschreven werkzoekenden zijn die op het moment van hun inschrijving nog geen recht op een inschakelingsuitkering hebben verworven;

10° ingeschreven zijn voor een opleiding zoals bedoeld in artikel 64bis.

[7311° ingeschreven zijn voor de opleiding Ondernemerschap en tegelijk ingeschreven zijn als leerling in de derde graad van het secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, een centrum voor deeltijdse vorming, of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.73]

§ 5. In afwijking van paragraaf 1 geldt er een verminderd inschrijvingsgeld van 0,60 euro voor cursisten die ingeschreven zijn voor een opleiding in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.

§ 6. In afwijking van paragraaf 1 geldt er een verminderd inschrijvingsgeld van 0,30 euro voor cursisten die op het moment van hun inschrijving :

1° een inkomen verwerven via een inschakelingsuitkering of een werkloosheidsuitkering voor andere opleidingen dan deze bedoeld in [73paragraaf 473] , 1°, 6° en 7°, of ten laste zijn van voormelde categorieën;

2° in het bezit zijn van een van de volgende attesten of die ten laste zijn van een persoon die in het bezit is van een van de volgende attesten :

a) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 percent blijkt;

b) een attest waaruit het recht blijkt op een integratietegemoetkoming aan gehandicapten;

c) een attest waaruit de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap blijkt;

d) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een gezonde persoon door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;

e) een attest, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een vermindering blijkt van de zelfredzaamheid van ten minste zeven punten.

§ 7. Centra die de studiegebieden aanvullende algemene vorming en algemene vorming organiseren en evaluaties afnemen van personen die geen lessen gevolgd hebben in het centrum voor volwassenenonderwijs in kwestie, vragen hiervoor een tegemoetkoming aan de cursist van 15 euro per evaluatieperiode.

§ 8. Het centrum voor volwassenenonderwijs dat een examencommissie organiseert, vraagt hiervoor een tegemoetkoming van 15 euro per persoon en per evaluatieperiode.

65] [65

Art. 113decies.

[69

§ 1. Er wordt per 1 september 2019 een begrotingsfonds "Fonds Volwassenenonderwijs" opgericht, hierna genoemd `het fonds'.

§ 2. Het fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.

§ 3. Het fonds wordt gespijsd door:

1° alle ontvangsten die voortvloeien uit de inschrijvingsgelden van het volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 113novies. Elk centrumbestuur betaalt daartoe in het jaar n aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen voor elk van zijn gesubsidieerde of gefinancierde centra in twee schijven een bedrag dat berekend wordt tegen 100 % van de inschrijvingsgelden van de cursisten die ingeschreven waren in het schooljaar n-2/n-1. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het centrumbestuur de inschrijvingsgelden overmaakt aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;

2° andere ontvangsten ten behoeve van het volwassenenonderwijs.

§ 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van:

1° de werkingstoelagen en de werkingsmiddelen in het volwassenenonderwijs;

2° de premie aan cursisten die een diploma van het secundair onderwijs behaald hebben als vermeld in artikel 41, § 4, 2° en 2° bis. De Vlaamse Regering bepaalt de opleidingen, bekrachtigd met een diploma van het secundair onderwijs, die in aanmerking komen voor het verkrijgen van een premie, het bedrag dat wordt toegekend en de procedure voor de toekenning van de premie;

3° de betaling van andere uitgaven ten voordele van het volwassenenonderwijs.

§ 5. Het saldo en de vastgestelde rechten vastgesteld op 31 december 2019 op het Fonds Inschrijvingsgelden Centra voor Volwassenenonderwijs zoals bepaald in artikel 110 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, wordt overgedragen naar het fonds, zoals bepaald in het vorige artikel.

69] 65]

HOOFDSTUK III. - Terugvorderingen, sancties en zorgvuldig bestuur

Afdeling I. - Terugvorderingen

Art. 114.

Elke ten onrechte uitbetaalde financiering of subsidiering wordt van het centrumbestuur teruggevorderd. Een ten onrechte uitbetaald salarisgedeelte wordt evenwel teruggevorderd van het betrokken personeelslid, als het centrumbestuur niet verantwoordelijk is voor de uitbetaling ervan.

Art. 115 t.e.m. 117.

[6...6]

Afdeling II. - Sancties

Art. 118.

§ 1. Onverminderd de strafvervolging waartoe het aanleiding zou geven, kan het centrumbestuur gesanctioneerd worden voor :

1° elke onnauwkeurige verklaring die de berekening van het bedrag voor financiering of subsidiëring beïnvloedt;

2° elke onnauwkeurige verklaring over de bezoldiging van het personeel;

3° elke inbreuk op de verplichting om de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens mee te delen op de wijze en op de data waarop die uiterlijk verstrekt moeten zijn;

4° elke inbreuk op de bepalingen van de vakantie- en de onderwijstijd;

5° elke inbreuk op de aanwending van de financiële middelen;

6° elke inbreuk op de verplichting om overeenkomstig artikel 110 op de door de Vlaamse Regering bepaalde data middelen aan het Fonds toe te wijzen;

7° elke inbreuk op de naleving van de verplichtingen, vermeld in artikel 52, 5° en 6°.

§ 2. De sanctie, vermeld in § 1, is een financiële sanctie van ten hoogste 10 percent van de werkingstoelage, zoals bepaald in artikel 89, of van de werkingsmiddelen, zoals bepaald in artikel 108.

[23

In afwijking van het eerste lid, bedraagt de financiële sanctie voor de inbreuk, vermeld in § 1, 3°, maximum 0,75 euro per lesuurcursist, gegenereerd door cursisten waarover het centrum de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens niet correct en tijdig aangeleverd heeft.

De in het eerste en tweede lid bedoelde financiële sanctie kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat gebruikt wordt voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen worden.

23]

Art. 119.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties. Het besluit waarborgt de rechten van de verdediging en voorziet in een mogelijkheid tot beroep.

Afdeling III. - Zorgvuldig bestuur

Art. 120.

Het centrumbestuur draagt er zorg voor dat de cursist vanaf het ogenblik van inschrijving het centrumreglement gemakkelijk kan raadplegen. Als een cursist er uitdrukkelijk om vraagt, is het centrumbestuur ertoe gehouden een papieren kopie van het centrumreglement te overhandigen.

[40 Het centrumreglement bevat ten minste de bijdrageregeling, het reglement van orde, het evaluatiereglement en informatie over de klachtenprocedure. 40]

[73Indien het centrum voor volwassenenonderwijs onderwijsbevoegdheid heeft voor opleidingen waarbij cursisten in aanraking komen met voedingswaren, vermeldt het centrumreglement dat de cursist die deelneemt aan een opleiding waarbij deze in aanraking komt met voedingswaren, in voorkomend geval, het centrum onmiddellijk op de hoogte brengt van het feit dat zijn medische toestand een risico inhoudt op (on)rechtstreekse verontreiniging van levensmiddelen, met als gevolg dat na beslissing van het centrum de cursist hetzij tijdelijk bepaalde programmaonderdelen niet mag volgen, hetzij de opleiding in zijn geheel niet langer mag volgen. Daarbij wordt eveneens vermeld dat de gegevens over de medische toestand worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de centrumdirecteur en dat de centrumdirecteur en de personeelsleden van het centrum die deze gegevens over de medische toestand verwerken, gehouden zijn tot geheimhouding over deze gegevens.73]

Art. 121.

Aan de cursisten van een centrum mogen buiten het inschrijvingsgeld geen andere kosten worden aangerekend, tenzij voor cursusmateriaal. Onder cursusmateriaal wordt verstaan alle benodigdheden die door het centrumbestuur als noodzakelijk voor het volgen van de module [48 [66...66] 48] worden opgegeven en die door het centrumbestuur worden aangerekend.

Het cursusmateriaal wordt aangerekend tegen kostprijs en moet bij het begin van elk schooljaar geraamd worden en moet voor de inschrijving aan de cursisten meegedeeld worden.

Art. 122.

De centra mogen informatie verstrekken over het eigen onderwijsproject en het onderwijsaanbod, maar mogen geen oneerlijke concurrentie voeren.

De verstrekte informatie moet correct zijn, moet overeenstemmen met de bepalingen van dit decreet en mag geenszins misleidend zijn voor de cursist.

Art. 123.

[23

Er mag in een centrum geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.

In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in een centrum worden toegelaten buiten de periodes waarin er centrumactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en cursisten worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het centrumbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.

Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

23]

Art. 124.

De centra mogen handelsactiviteiten verrichten, voor zover die geen daden van koophandel zijn en voor zover ze verenigbaar zijn met de toegekende opdracht.

Art. 125.

De centra die sponsoring of mededelingen toestaan, die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, waken erover dat :

1° door het centrum verstrekte leermiddelen vrij blijven van vermelde mededelingen;

2° activiteiten vrij blijven van vermelde mededelingen, behalve als die mededelingen louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit georganiseerd werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;

3° sponsoring en vermelde mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van het centrumbestuur;

4° sponsoring en vermelde mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het centrum niet in het gedrang brengen.

Art. 126.

Vragen en klachten over de toepassing van en de inbreuken op de bepalingen [52van artikel 120 tot en met 12652] kunnen door iedere belanghebbende volgens de geldende regelgeving bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur ingediend worden.

[52

Art. 126bis.

Voor een cursistenstage wordt een overeenkomst afgesloten tussen de onderwijsinstelling, de stagegever en de cursist-stagiair. Een cursistenstage is een vorm van opleiding buiten een lesplaats van een centrum, in een reële arbeidsomgeving bij een werkgever, onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers van die werkgever waarbij effectieve arbeid wordt verricht met de bedoeling beroepservaring op te doen.

Indien de cursist-stagiair bij de uitvoering van zijn stage de stagegever of derden schade berokkent, is hij, met behoud van toepassing van artikel 1384, derde tot en met het vijfde lid van het Burgerlijk Wetboek, enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld is de cursist-stagiair enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.

De aansprakelijkheid van de vader en de moeder in de zin van artikel 1384, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek geldt enkel wanneer een minderjarige cursist-stagiair overeenkomstig de hier voormelde gevallen persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld.

De stagegever is een aansteller in de zin van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Alle met de bepalingen van dit artikel strijdige bedingen zijn nietig.

52]

TITEL VI. - Personeel

HOOFDSTUK I. - [12Personeel van de Centra voor Basiseducatie12]

[12Afdeling I. - Het personeelskader12]

Art. 127.

[60

Het personeelskader is samengesteld uit de volgende personeelsleden:

1° de statutaire personeelsleden die onder het toepassingsgebied van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 vallen;

2° de contractuele personeelsleden op wie de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is.

60]

[12Afdeling II. - Administratieve en geldelijke rechtspositie van het personeel12]

Art. 128.

[60...60]

Art. 128bis.

De Vlaamse Regering legt vast welke bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden vermeld in artikel 127, § 1, 1°, ook gelden voor de personeelsleden vermeld in artikel 127, § 1, 2° [60...60] .

[12

Art. 128bis /1.

[60

Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 89, of met andere middelen of van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, personeel aanwerven. Het centrumbestuur kan het voormelde principe aanwenden voor het personeel, vermeld in artikel 3 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017.

De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt georganiseerd, kan niet vacant worden verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in die betrekking.

Het personeelslid dat door een centrum voor basiseducatie wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld mits toepassing van hoofdstuk 9 van het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017. Het decreet Rechtspositie Basiseducatie is op hem van toepassing.

Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen betaalt het salaris of de salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Die dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, de bijslagen, het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de werkgeversbijdrage, van het centrumbestuur terug.

60] 12]

[12Afdeling III. - Taalvereisten12]

[12

Art. 128ter.

[60...60]

12] [12

Art. 128quater.

[60...60]

12] [12

Art. 128quinquies.

[60...60]

12] [12

Art. 128sexies.

[60...60]

12]

HOOFDSTUK II. - Personeel van de Centra voor Volwassenenonderwijs

Afdeling I. - De personeelscategorieën en ambten

Art. 129.

De Vlaamse Regering bepaalt de personeelscategorieën voor de Centra voor Volwassenenonderwijs en deelt deze in wervings-, selectie- en bevorderingsambten in.

Afdeling II. - De prestatieregeling

Art. 130.

De Vlaamse Regering bepaalt voor elk ambt van de in artikel 129 bedoelde personeelscategorieën het aantal prestatie-eenheden dat vereist is voor een voltijdse betrekking.

[10Afdeling III. - [66...66] 10]

[10

Art. 130bis.

[66...66]

10]

[33Afdeling IV. - Personeel ten laste van de werkingsmiddelen33]

[33

Art. 130ter.

Het centrumbestuur kan ten laste van de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 108 of [65van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB of van andere middelen,65] personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het meesters-, vak en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een centrumbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het volwassenenonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.

Het personeelslid dat door een centrumbestuur voor volwassenenonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.

Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen betaalt het salaris of salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het centrumbestuur terug.

33]

TITEL VII. - Overleg

Art. 131.

[18

De Vlaamse Regering informeert de afgevaardigden van de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de inrichtende machten een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de inrichtende machten.

Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties.

18]

TITEL VIII. - Wijzigingsbepalingen

HOOFDSTUK I. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs

...

HOOFDSTUK II. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding

...

HOOFDSTUK III. - Decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten

...

HOOFDSTUK IV. - Decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III

...

HOOFDSTUK V. - Decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek

...

HOOFDSTUK VI. - Decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV

...

TITEL IX. - Slotbepalingen

HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepalingen

Art. 162.

Titel I van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 15 augustus 1999, 20 oktober 2000, 13 juli 2001, 21 december 2001, 14 februari 2003, 19 december 2003, 19 maart 2004, 30 april 2004, 7 mei 2004, 24 december 2004, 15 juli 2005, 9 december 2005, [216 juni 2006, 7 juli 2006 en 15 december 2006 2] wordt opgeheven met ingang van 1 september 2007, [6met uitzondering van artikel 57 dat wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2008, artikel 57bis dat wordt opgeheven met ingang van 1 september 2008 [12en artikel 55 dat wordt opgeheven met ingang van 1 september 201012] 6] .

Art. 163.

In het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen worden volgende artikelen opgeheven met ingang van 1 september 2007 :

1° artikel 3, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004;

2° artikel 4, 2;

3° artikel 4, 4, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003;

4° artikel 5, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004 en 7 juli 2006;

5° artikel 6bis, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004;

6° artikel 13, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1996.

Art. 164.

Artikelen 9, 10, 16 en 17 van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van laaggeschoolde volwassenen,vervangen bij het decreet van 14 februari 2003, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2008.

[18

Art. 164bis.

Het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen wordt opgeheven met ingang van 1 september 2010.

18]

Art. 165.

In het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen worden volgende artikelen opgeheven met ingang van 1 september 2008 :

1° artikel 1;

2° artikel 2;

3° artikel 4, 1, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2001;

4° artikel 6, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003;

5° artikel 7;

6° artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994;

7° artikel 14, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994 en 13 juli 2001;

8° artikel 14bis, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2001;

9° artikel 15, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1994;

10° artikel 15bis, ingevoegd bij het decreet 7 mei 2004;

11° artikel 18 vervangen bij het decreet van 2 maart 1999.

Art. 166.

Artikelen 141, 142, 143 en 145 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 167.

Artikel 33 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III wordt opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 168.

Artikel 154 van het decreet van 21 december 1994 betreffende het onderwijs-VI wordt opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 169.

Artikelen 184, 185, 186 en 187 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende het onderwijs-XI worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 170.

Artikelen 21, 22, 23 en 24 van het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 171.

Artikelen VI.9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 172.

Artikelen IV.2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19 en 20 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs-XIV worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 173.

Artikelen 6, 7, 8, 29, 30, 31, 32, 33 en 34 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 174.

Artikelen IV.1, 2, 3, 4, 5, 6, en 7, van het decreet van 15 juli 2005 betreffende het onderwijs-XV worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 175.

Artikelen IV.1, 2, 3, 4 en 8, van het decreet van 7 juli 2006 betreffende het onderwijs-XVI worden opgeheven met ingang van 1 september 2007.

Art. 176.

De volgende regelingen worden opgeheven met ingang van 1 september 2007 :

1° de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs, met uitzondering van artikel 1, § 1;

2° het koninklijk besluit van 30 april 1957 houdende coördinatie van de wetten op het technisch onderwijs;

3° het koninklijk besluit van 1 juli 1957 houdende algemene regeling van de studiën in het secundair technisch onderwijs;

4° het koninklijk besluit van 31 december 1960 tot regeling van de inrichting der tijdelijke scholen en leergangen van het technisch onderwijs;

5° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990 ter uitvoering van het decreet houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, met uitzondering van de artikelen 3, 4, § 4, 8, 11, 12, 13 en 14 die worden opgeheven met ingang van 1 september 2008;

6° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de vaststelling van de voorlopige structuurschema's van het modulair onderwijs voor sociale promotie;

7° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de ordening van de bestaande afdelingen van het onderwijs voor sociale promotie in studiegebieden en categorieën;

8° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende de vaststelling van de nadere regelen van de overdracht van studiegebieden tussen de centra voor volwassenenonderwijs;

9° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 houdende de vaststelling van de procedure voor de vrijstellingen van het inschrijvingsgeld in het volwassenenonderwijs;

10° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 houdende de vaststelling van de modellen van de studiebewijzen in het onderwijs voor sociale promotie en de voorwaarden voor de uitreiking van de studiebewijzen door de centra voor volwassenenonderwijs;

11° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2005 tot uitvoering van artikelen 3, 5, 6 en 6bis, van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;

12° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2006 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2006-2007 en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de ordening van de bestaande afdelingen van het onderwijs voor sociale promotie in studiegebieden en categorieën;

13° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2005-2006 en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1999 houdende de ordening van de bestaande afdelingen van het onderwijs voor sociale promotie in studiegebieden en categorieën;

14° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2004-2005 en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 betreffende de structuur van het secundair onderwijs voor sociale promotie;

15° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de programmatie in het secundair volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2003-2004;

16° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2003 betreffende structuurwijzigingen in het hoger onderwijs voor sociale promotie;

17° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de programmatie in de centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2002-2003;

18° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2001 betreffende de programmatie in het onderwijs voor sociale promotie voor het schooljaar 2001-2002;

19° het besluit van de Vlaamse Regering van 1 december 2000 betreffende de programmatie van studiegebieden, categorieën en afdelingen in de centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2000-2001;

20° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 2000 betreffende de programmatie van studiegebieden en afdelingen in de centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 1999-2000;

21° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 betreffende de structuur van het secundair onderwijs voor sociale promotie.

[18

Art. 176bis.

De volgende regelingen worden opgeheven met ingang van 1 september 2010 :

1° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende de vaststelling van de opleidingen in het onderwijs voor sociale promotie waartoe ook de voltijds leerplichtigen worden toegelaten;

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2004 betreffende structuurwijzigingen in het hoger onderwijs voor sociale promotie.

18] [40

Art. 176ter.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 betreffende de organisatie en de werking van de ombudsdienst van de consortia volwassenenonderwijs wordt met ingang van 1 september 2014 opgeheven.

40]

Art. 177.

Voor het volwassenenonderwijs wordt de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving opgeheven met ingang van 1 september 2007, met uitzondering van [60artikel60] 28, § 2, [60...60] [60met dien verstande dat voor de basiseducatie, zoals bedoeld in artikel 4, 1°, de zinsnede "van een inrichtende macht van het gesubsidieerd vrij onderwijs" moet gelezen worden als "een centrumbestuur van een centrum voor basiseducatie" en de zinsnede "het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs" moet gelezen worden als "decreet Rechtspositie Basiseducatie" 60] .

Art. 178.

[11Het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs is niet van toepassing op de specifieke lerarenopleiding, met uitzondering van de bepalingen onder deel II, titel I en titel II.11]

HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen

Afdeling I. - Opdracht en organisatie van het onderwijs

Art. 179.

§ 1. In afwijking van artikelen 23 en 25, kunnen de Centra voor Volwassenenonderwijs de opleidingen waarvoor ze onderwijsbevoegdheid hebben nog lineair organiseren :

1° tijdens de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 als voor die opleidingen door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikbaar zijn op 1 september 2007;

2° tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012 als voor die opleidingen nog geen door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikbaar zijn op 1 september 2007.

§ 2. In de lineaire organisatie wordt de leerstof gegroepeerd en aangeboden in leerjaren. De leerjaren kunnen eventueel ingedeeld worden in vakken.

Elke opleiding, optie of afdeling kan worden ingericht als cyclische opleiding.

§ 3. Het onderwijsaanbod start ten vroegste op 1 september en eindigt uiterlijk op 30 juni. Het onderwijs is gespreid over ten minste 32 en ten hoogste 40 weken.

De Vlaamse Regering kan per centrum een afwijking verlenen voor een specifiek intensief aanbod ten behoeve van tewerkstelling.

§ 4. In de lineaire organisatie wordt een cursist toegelaten tot een leerjaar als hij in het voorgaande leerjaar is geslaagd.

Als toelatingsvoorwaarden voor alle andere leerjaren dan de aanvangsleerjaren, gelden dezelfde toelatingsvoorwaarden, zoals vermeld in artikel 35 met uitzondering van § 2, 1°, waarbij module moet gelezen worden als leerjaar.

§ 5. In de lineaire organisatie kan de directeur een cursist tot twee leerjaren toelaten als hij ten gevolge van vrijstellingen slechts een deel van de vakken van beide leerjaren moet volgen.

[12

Art. 179bis.

In afwijking van artikel 24, § 1, en in afwachting van de installatie van de stuurgroep vermeld in artikel 50, § 1, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen na advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

12] [10

Art. 179ter.

[48...48]

10]

Art. 180.

In afwijking van artikel 25 kunnen de Centra voor Volwassenenonderwijs de modulaire opleidingen waarvoor op 1 september 2007 geen door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen bestaan zoals bedoeld in artikel 185, nog organiseren tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012.

[6

Zodra voor een modulaire opleiding, bedoeld in het eerste lid, een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de modulaire opleiding nog georganiseerd worden :

1° gedurende één schooljaar volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering en uiterlijk tot 1 september 2012, in het geval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;

2° gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering en uiterlijk tot 1 september 2012, in het geval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.

6]

Art. 181.

Op 1 september 2009 verliezen de Centra voor Volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen bedoeld in artikel 179, § 1, 1°. Die opleidingen zijn op dat ogenblik volledig afgebouwd.

Op 1 september 2012 verliezen de Centra voor Volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen vermeld in artikel 179, § 1, 2°, en artikel 180 [18voor het secundair volwassenenonderwijs18] . [10Die opleidingen beschikken op dat ogenblik over opleidingsprofielen, als vermeld in artikel 24 [18...18] 10] of zijn volledig afgebouwd.

[6De Vlaamse Regering is gemachtigd om aan de Centra voor Volwassenenonderwijs die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleidingen, vermeld in artikel 179, § 1, 2°, en artikel 180 [18voor het secundair volwassenenonderwijs18] , ambtshalve onderwijsbevoegdheid te verlenen voor de goedgekeurde opleidingsprofielen die met deze opleidingen inhoudelijk overeenstemmen.6]

[18

Art. 181bis.

[66...66]

18] [29

Art. 181ter.

In afwijking van artikel 181, tweede lid, wordt de onderwijsbevoegdheid van de opleidingen Biochemie TSO3, Diamantbewerking BSO3, Marketing en Verkoopsbeleid TSO3, Tuinbouw BSO3, Toerisme en Onthaal TSO3, Grime TSO3, Schoonheids-verzorging TSO3, Restauratievakman meubelen BSO3, Agogische bijscholing TSO3, Technische bijscholing voor de welzijnssector BSO3, Maritieme opleiding dek en motoren TSO3, Kunststoftechnieken TSO3, Handweven - kleding BSO3, Handweven - vervolmaking BSO3, Handweven - woning BSO3 en Handweven BSO3, opgeheven op 1 september 2013.

29]

Art. 182.

§ 1. In afwijking van artikel 41, § 4, 2°, [23leidt het certificaat van de opleiding algemene vorming BSO 323] of [23het certificaat van de opleiding23] algemene vorming TSO 3 van het studiegebied algemene vorming, gecombineerd met een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, tot een diploma [23...23] .

§ 2. In afwijking van artikel 41, § 2, 1°, leiden lineaire opleidingen tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012 in het secundair volwassenenonderwijs tot een getuigschrift.

§ 3. Cursisten die voor 1 september 2006 in het hoger onderwijs voor sociale promotie een opleiding van minder dan 900 lestijden aangevat hebben, kunnen voor zover deze opleiding nog georganiseerd wordt uiterlijk tot 31 augustus 2010 aanspraak maken op een diploma. Deze bepaling is niet van toepassing op de opleidingen van het pedagogisch hoger onderwijs.

Art. 183.

In afwachting van door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen worden de opleidingen van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikelen 179 en 180, gerangschikt als beroepssecundair onderwijs of technisch secundair onderwijs van de tweede of de derde graad.

Art. 184.

De opleidingen [10, van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7,10] die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet niet voldoen aan de bepalingen van artikelen 24 en 25, worden voor 1 januari 2012 door de stuurgroep voorgedragen.

Art. 185.

De modulaire opleidingen [10, van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7,10] waarvoor op 1 september 2007 door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikbaar zijn, worden geacht te voldoen aan de bepalingen van artikelen 24 en 25.

[10

Art. 185bis.

[66

Op 1 september 2019 verliezen de centra voor volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de bevoegdheid om de overeenstemmende diploma's van gegradueerde te verlenen.

De centra voor volwassenenonderwijs sluiten een overeenkomst met een hogeschool als vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, die de betreffende opleidingen zal aanbieden. Die overeenkomst betreft de wijze waarop de ingeschreven cursisten hun opleiding kunnen voltooien.

66] 10] [10

Art. 185ter.

Wanneer opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vastgelegd in bijlage I, op basis van artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur leiden tot een erkende kwalificatie van kwalificatieniveau 4, is de Vlaamse Regering gemachtigd deze opleidingen in te delen in een studiegebied van het secundair volwassenenonderwijs, als vermeld in artikel 7.

De Vlaamse Regering is ook gemachtigd ambtshalve onderwijsbevoegdheid te verlenen aan de centra voor volwassenenonderwijs, die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleidingen vermeld in het eerste lid.

10]

Art. 186.

§ 1. De Centra voor Volwassenenonderwijs bouwen de opleidingen van de categorie pedagogisch van het hoger onderwijs voor sociale promotie af met ingang van het schooljaar 2007-2008.

§ 2. Cursisten die uiterlijk in het schooljaar 2006-2007 ingeschreven waren in een opleiding die leidt tot het behalen van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid hebben het recht voor 1 september 2010 die opleiding te voltooien.

§ 3. De Centra voor Volwassenenonderwijs bepalen de voorwaarden waaronder de cursisten, bedoeld in § 2, het diploma van leraar kunnen behalen.

Art. 187.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie opgericht bij het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, krijgt voor de periode van 1 september 2007 tot en met 31 december 2008 een aanvullende forfaitaire toelage van 250.000 euro die bestemd is voor de bekostiging van de personeelsuitgaven, de werkingsuitgaven en de investeringsuitgaven.

De personeelsleden van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie die worden betaald ten laste van de forfaitaire toelage, vermeld in het eerste lid, moeten beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in artikel 15 van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

Het Vlaams Ondersteuningscentrum voor de Basiseducatie bezorgt bij afloop van de periode, vermeld in het eerste lid, een financieel rapport aan de Vlaamse Regering.

[12

Art. 187bis.

Een personeelslid dat in een Centrum voor Basiseducatie voor 1 september 2009 werd aangesteld op basis van artikelen 15 en 16 van de wet houdende taalregeling in het onderwijs van 30 juli 1963, behoudt alle rechten die uit deze aanstelling voortvloeien.

Een personeelslid dat in een Centrum voor Basiseducatie werd aangesteld op basis van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs kan na 1 september 2009 opnieuw worden aangesteld in een zelfde functie en voldoet vanaf 1 september 2009 aan de taalvereisten inzake de onderwijstaal zoals bepaald in de artikelen 128ter tot en met 128quinquies.

12]

Afdeling II. - Structuur van het volwassenenonderwijs

Art. 188.

[Decreet volwassenenonderwijs (vanaf 01/09/2008) ...Decreet volwassenenonderwijs (vanaf 01/09/2008)]

Art. 189.

De Centra voor Basiseducatie die erkend zijn op datum van 31 augustus 2007 behouden hun erkenning als Centrum voor Basiseducatie uiterlijk tot 31 augustus 2008.

Indien twee of meer Centra voor Basiseducatie, vermeld in het eerste lid, samengevoegd worden tot een nieuw Centrum voor Basiseducatie in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008, ontvangt het nieuwe Centrum voor Basiseducatie de som van de subsidies, toegekend aan de samengevoegde centra overeenkomstig het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

Afdeling III. - Financiering van het volwassenenonderwijs

Art. 190.

§ 1. Het aantal VTE waarop een Centrum voor Basiseducatie, dat overeenkomstig artikel 84 in aanmerking komt voor subsidiëring, recht heeft voor het schooljaar 2008-2009, wordt berekend volgens de formule :

AxC,/B

waarbij :

1° A : het aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie binnen het werkingsgebied van het Centrum voor Basiseducatie;

2° B : het totale aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie;

3° C : het aantal VTE die door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd worden tijdens het schooljaar 2008-2009.

§ 2. De werkingsmiddelen waarop een Centrum voor Basiseducatie, dat overeenkomstig artikel 84 in aanmerking komt voor subsidiëring, recht heeft voor het schooljaar 2008-2009 wordt berekend volgens de formule :

AxD,/B

waarbij :

1° A : het aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie binnen het werkingsgebied van het Centrum voor Basiseducatie;

2° B : het totale aantal door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie;

3° D : het volume aan werkingsmiddelen door de Vlaamse Gemeenschap voorzien tijdens het schooljaar 2008-2009.

§ 3. De budgetten, vermeld in § 1 en § 2, volgen de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de toekenning van de VTE en de werkingstoelagen aan de Centra voor Basiseducatie voor het schooljaar 2008-2009.

[12

Art. 190bis.

§ 1. Naast de VTE, vermeld in artikel 190, heeft elk Centrum voor Basiseducatie, dat overeenkomstig artikel 84 in aanmerking komt voor subsidiëring, voor het schooljaar 2008-2009 recht op een puntenenveloppe voor het aanwerven van personeelsleden in de functies voor de ondersteuning van haar werking. Deze puntenenveloppe wordt berekend op basis van het aantal door het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming in 2007 gesubsidieerde prestaties basiseducatie.

De Vlaamse Regering bepaalt het aantal gesubsidieerde prestaties basiseducatie per toe te kennen punt.

§ 2. De oprichting van functies, vermeld in § 1, is gebaseerd op een puntensysteem, waarbij aan elke functie een aantal punten wordt gekoppeld. Dit aantal punten wordt bepaald op basis van de salarisschaal van het personeelslid dat de functie uitoefent.

De Vlaamse Regering legt voor elke functie de puntenwaarde vast volgens de salarisschaal.

§ 3. De Vlaamse Regering kan voor het schooljaar 2008-2009 bijkomende punten toekennen aan een Centrum voor Basiseducatie, als het werkingsgebied van dat centrum samenvalt met drie of meer werkingsgebieden van de Centra voor Basiseducatie die tot en met 31 augustus 2008 erkend waren op basis van het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de toekenning van deze bijkomende punten.

12]

Art. 191.

In afwijking van artikel 84 moet een Centrum voor Basiseducatie om voor subsidiëring van het schooljaar 2008-2009 in aanmerking te komen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 82, 1°, 4°, 5°, 6° en 7°.

Art. 192.

§ 1. De instelling die wil erkend en gesubsidieerd worden moet hiertoe uiterlijk op 1 maart 2008 een dossier indienen bij de bevoegde administratie waaruit blijkt dat het bestuur van de vereniging zonder winstoogmerk of de vereniging zonder winstoogmerk in oprichting vanaf 1 september 2008 kan voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 82, 1°, 4°, 5°, 6° en 7°. De Vlaamse Regering kent op basis van het aanvraagdossier de erkenning en subsidiëring toe na gunstig advies van de inspectie.

§ 2. Alle instellingen die op basis van het aanvraagdossier, zoals vermeld in § 1, een gunstig advies van de inspectie verkregen hebben, worden door de Vlaamse Regering erkend als Centrum voor Basiseducatie voor het schooljaar 2008-2009.

Als voor het werkingsgebied van hetzelfde consortium volwassenenonderwijs meerdere instellingen na gunstig advies van de inspectie erkend worden als Centrum voor Basiseducatie, kent de Vlaamse Regering de subsidiëring toe aan de instelling die in het schooljaar 2007-2008 het grootste volume aan effectief gepresteerde lestijden gerealiseerd met door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming gesubsidieerde VTE.

§ 3. Het Centrum voor Basiseducatie wordt tijdens het schooljaar 2008-2009 aan een doorlichting van de inspectie onderworpen. Die doorlichting is specifiek gericht op de vaststelling of aan alle oprichtings- en erkenningsvoorwaarden is voldaan. De resultaten van die doorlichting moeten uiterlijk negen maanden na de oprichting bekendgemaakt worden, zo niet worden ze geacht gunstig te zijn.

§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de procedure tot erkenning en subsidiëring van een instelling als Centrum voor Basiseducatie. Die procedure waarborgt de rechten van de verdediging en voorziet in een mogelijkheid tot beroep.

[18

Art. 192bis.

In afwijking van artikel 103, § 1, geldt er ten gevolge de uitvoering van de bepalingen in artikel 130 voor het schooljaar 2010-2011 geen beperking op het aantal over te dragen leraarsuren wanneer een centrumbestuur overdraagt naar een ander Centrum voor Volwassenenonderwijs.

18]

Art. 193.

§ 1. Onverminderd de bepalingen in artikel 107, wordt voor de schooljaren 2007-2008 tot en met 2012-2013, het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs recht heeft, berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2007-2008 : (leraarsuren schooljaar 2006-2007 x 0,70) + (LUC/d x 0,30);

2° schooljaar 2008-2009 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,95) + (LUC/d x 0,05);

3° schooljaar 2009-2010 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,90) + (LUC/d x 0,10);

4° schooljaar 2010-2011 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,85) + (LUC/d x 0,15);

5° schooljaar 2011-2012 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,65) + (LUC/d x 0,35);

6° schooljaar 2012-2013 : (leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,35) + (LUC/d x 0,65);

waarbij LUC en d zijn bepaald overeenkomstig artikel 98.

In bijlage V, die bij dit decreet gevoegd is, is per Centrum voor Volwassenenonderwijs een overzicht opgenomen van het aantal gesubsidieerde of gefinancierde leraarsuren in het schooljaar 2006-2007 per Centrum voor Volwassenenonderwijs.

§ 2. Het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren, waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs recht heeft voor het schooljaar 2007-2008 kan in toepassing van § 1, 1°, niet minder bedragen dan 95 percent van het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren voor het schooljaar 2006-2007.

§ 3. De puntenenveloppe voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel, waarop een Centrum voor Volwassenenonderwijs recht heeft kan in toepassing van artikel 105, § 3 :

1° voor het schooljaar 2008-2009 niet minder bedragen dan 95 percent van de puntenenveloppe toegekend voor het schooljaar 2007-2008;

2° voor het schooljaar 2009-2010 niet minder bedragen dan 95 percent van de puntenveloppe toegekend voor het schooljaar 2008-2009;

3° voor het schooljaar 2010-2011 niet minder bedragen dan 95 percent van de puntenenveloppe toegekend voor het schooljaar 2009-2010.

[6

§ 4. Wanneer er definitief leraarsuren of punten overgedragen worden tussen twee onderwijsinstellingen in de periode dat de overgangsregeling bedoeld in § 1 en § 3 geldt, dan worden deze overgedragen leraarsuren of punten :

1° in mindering gebracht in het geval er een overdracht is van een Centrum voor Volwassenenonderwijs naar een andere onderwijsinstelling;

2° toegevoegd in het geval een Centrum voor Volwassenenonderwijs ontvangt van een andere onderwijsinstelling.

6]

Art. 194.

In afwijking van artikel 109, § 1, wordt voor het schooljaar 2007-2008 het inschrijvingsgeld dat een cursist verschuldigd is, berekend door het aantal lestijden van een module te vermenigvuldigen met 0,80 tot 1 euro.

[48

Art. 194bis.

[66...66]

48]

Art. 195.

§ 1. In afwijking van artikel 110, § 3, 2°, bedraagt de vordering op de ontvangen inschrijvingsgelden van de Centra voor Volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2007-2008 0,05 euro voor de ontvangen inschrijvingsgelden per lestijd, zoals vermeld in artikel 193.

§ 2. In afwijking van artikel 110, § 4, 1°, wordt voor het schooljaar 2007-2008, de toekenning van middelen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs als volgt samengesteld :

a) 0,55 euro per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die geen inschrijvingsgeld betalen;

b) 0,55 euro per lesuurcursist waarvoor geen inschrijvingsgeld betaald werd op basis van artikel 109, § 2;

c) 0,30 euro per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die verminderd inschrijvingsgeld van 0,25 euro per lesuur betalen;

d) 0,05 euro per lesuurcursist gegenereerd door cursisten die verminderd inschrijvingsgeld van 0,50 euro per lesuur betalen.

Art. 196.

§ 1. Een consortium volwassenenonderwijs dient om voor subsidiëring in aanmerking te komen voor de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008 een dossier in bij de bevoegde administratie waaruit blijkt dat voldaan is aan de bepalingen, vermeld in artikel 76.

In de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008 worden de Centra voor Basiseducatie, toegetreden tot een consortium volwassenenonderwijs, voor de berekening van het stemmenaantal in de algemene vergadering en in andere bestuursorganen beschouwd als één Centrum voor Basiseducatie.

§ 2. Het dossier vermeld in § 1 kan ingediend worden op een van de volgende data :

1° uiterlijk op 1 oktober 2007 voor de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008;

2° uiterlijk op 1 februari 2008 voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 augustus 2008.

Na goedkeuring van het dossier kent de Vlaamse Regering een subsidie toe aan het consortium volwassenenonderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie voor de consortia volwassenenonderwijs in de vermelde periodes.

§ 3. Het consortium volwassenenonderwijs bezorgt een financieel rapport aan de Vlaamse Regering over de aanwending van de forfaitaire toelage, vermeld in § 2, en over de uitvoering van de doelstelling en de opdrachten, vermeld in artikelen 74 en 75.

[6

Art. 196bis.

De referteperiode van 1 februari 2007 tot 31 januari 2008 wordt éénmalig met twee maanden verlengd tot 31 maart 2008.

6] [12

Art. 196ter.

In afwijking van artikel 85, § 4, en artikel 98, § 5, wordt het volume aan lesurencursist gegenereerd in gecombineerd onderwijs, waaraan de onderwijsinspectie voor de schooljaren 2008-2009 tot en met 2012-2013 een positief advies heeft verleend, gedurende die periode met een factor 1,2 vermenigvuldigd wordt ongeacht het minimaal percentage afstandsonderwijs.

12] [40

Art.196quater.

§ 1. [50Voor schooljaar 2015-2016 [53en schooljaar 2016-201753] worden in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 44 949 aanvullende leraarsuren, 592 aanvullende punten en een bedrag van 382.802,30 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 87 aanvullende vte, 1 295 aanvullende punten en een bedrag van 912.974,39 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.50]

[59Voor schooljaar 2017-2018 worden in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 54.645 aanvullende leraarsuren, 720 aanvullende punten en een bedrag van 465.372,43 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 106,03 aanvullende vte, 1574 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.902,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.59]

§ 2. Voor het schooljaar 2014-2015 wordt het aantal aanvullende leraarsuren voor de centra voor volwassenenonderwijs en het aantal aanvullende vte voor de centra voor basiseducatie op basis van de referteperiode 2012-2013 verdeeld naar rato van het aantal unieke cursisten Nederlands als tweede taal in een inburgeringstraject. Voor de periode tussen 1 september 2014 en 31 januari 2015 wordt 50 procent van de aanvullende leraarsuren en aanvullende vte via deze verdeling toegekend. Op 1 februari 2015 wordt de resterende 50 procent van het aantal aanvullende leraarsuren en het aantal aanvullende vte verdeeld op basis van de aanwending van de lesurencursist gegenereerd door de toegekende aanvullende leraarsuren en aanvullende vte voor opleidingen Nederlands als tweede taal in de periode van 1 september 2014 tot 31 januari 2015.

[50

Vanaf het schooljaar 2015-2016 [59tot en met het schooljaar 2017-201859] wordt het aantal aanvullende leraarsuren voor de centra voor volwassenenonderwijs en het aantal aanvullende vte voor de centra voor basiseducatie verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal, richtgraad 1 en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject.

De aanvullende punten en werkingsmiddelen worden naar rato van het aantal toegekende aanvullende leraarsuren tussen de centra voor volwassenenonderwijs en naar rato van het aantal toegekende aanvullende vte tussen de centra voor de basiseducatie verdeeld.

50]

[50 De beschikbare leraarsuren, vte, punten en werkingsmiddelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs voor de centra voor volwassenenonderwijs of voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal van de basiseducatie en de opleidingen van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal voor de centra voor basiseducatie.50]

§ 3. De betrekking die met de aanvullende leraarsuren [50en de aanvullende punten50] , vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de verdeling [50...50] , vermeld in paragraaf 1, aanpassen, wanneer blijkt dat de initiële verdeling niet voldoet aan de noden bij de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie.

[65

§ 5. Bij de toevoeging van de middelen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, aan de reguliere financierings- en subsidiëringsmiddelen voor het volwassenenonderwijs wordt de verdeling tussen de centra [67het daaropvolgende schooljaar berekend op basis van het aandeel van elk centrum binnen het totale aantal LUC die tijdens de voorafgaande referteperiode gegenereerd werden in opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.67]

De groei voor alle centra voor basiseducatie, vermeld in artikel 90, wordt berekend op basis van de som van de reguliere middelen voor de vte en punten van de basiseducatie en de middelen voor de aanvullende vte en aanvullende punten van de centra voor basiseducatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.

De groei voor de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 107, wordt berekend op basis van de som van de reguliere middelen voor leraarsuren en punten van het secundair volwassenenonderwijs en de middelen voor de aanvullende leraarsuren en aanvullende punten van de centra voor volwassenenonderwijs, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.

65] 40] [44

Art. 196quinquies.

§ 1. Voor het schooljaar 2014-2015 wordt in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid een eenmalige toekenning gedaan van werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie voor een totaalbedrag van 312.000 euro ten laste van de begroting 2014.

§ 2. Deze bijkomende werkingsmiddelen worden op basis van de referteperiode 2012-2013 verdeeld naar rato van het aantal unieke cursisten Nederlands als tweede taal in een inburgeringstraject.

§ 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands als tweede taal van de basiseducatie voor de centra voor basiseducatie.

44] [50

Art. 196sexies.

§ 1. Ten laste van het begrotingsjaar 2016 worden 111 449,50 aanvullende leraarsuren, 1 568,79 aanvullende punten en een bedrag van 972.650,20 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 128,12 aanvullende vte, 2 025,98 aanvullende punten en een bedrag van 1.446.102,48 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.

[55 Ten laste van het begrotingsjaar 2017 worden 73.900 aanvullende leraarsuren, 1.080,81 aanvullende punten en een bedrag van 666.550,71 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 136,30 aanvullende vte, 2.247,19 aanvullende punten en een bedrag van 1.609.718,00 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.55]

[62 [68Ten laste van het begrotingsjaar 2018 worden 33.970,40 aanvullende leraarsuren, 496,83 aanvullende punten en een bedrag van 579.000,23 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 96,40 aanvullende vte, 1.589,46 aanvullende punten en een bedrag van 1.339.999,77 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.68] 62]

[69Ten laste van het begrotingsjaar 2019 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 643.454,45 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.731.545,55 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.69]

§ 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject.

§ 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt.

§ 4. De betrekking die met de aanvullende leraarsuren en de aanvullende punten, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.

§ 5. De Vlaamse Regering kan de verdeling, vermeld in paragraaf 1, aanpassen, wanneer blijkt dat de initiële verdeling niet voldoet aan de noden bij de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie.

§ 6. In afwijking van artikel 64, § 3, artikel 68, § 2, artikel 69 en artikel 70, kan het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs een bestaande onderwijsbevoegdheid voor een opleiding van het studiegebied Nederlands tweede taal in een andere vestigingsplaats aanwenden dan in de vestigingsplaatsen waarvoor deze was toegekend, als aan onderstaande voorwaarden is voldaan :

1° de aanvraag kadert in een project van beperkte duur [56in het schooljaar 2016-201756] ;

2° de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft wordt effectief ingericht in samenwerking met een bedrijf, een dienst of een organisatie waarmee een samenwerkingsovereenkomst werd afgesloten;

3° er is een ondertekend akkoord van elk ander centrumbestuur dat in deze vestigingsplaats onderwijsbevoegdheid bezit voor dezelfde opleiding;

4° er is een protocol van het lokaal comité van het aanvragende centrumbestuur.

50] [65

Art. 196septies.

§ 1. Onverminderd artikel 90 wordt voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2022-2023 het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vte waarop een centrum voor basiseducatie recht heeft, berekend volgens de volgende formules :

1° schooljaar 2019-2020 : (vte schooljaar 2018-2019 berekend op basis van de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 [73waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt;73] );

2° schooljaar 2020-2021 : (vte berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 85, § 2, heeft bereikt [73waarbij de groei wordt bepaald door de lesurencursist die gerealiseerd zijn tijdens de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019, te vergelijken met de lesurencursist die gerealiseerd zijn tijdens de maanden 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 en vermenigvuldigd met 3,33.73] );

3° schooljaar 2021-2022 : (vte berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 85, § 2, heeft bereikt);

4° schooljaar 2022-2023 : (vte berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 85, § 2, heeft bereikt).

Onverminderd artikel 107 wordt voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2022-2023 het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren waarop een centrum voor volwassenenonderwijs recht heeft, berekend volgens de volgende formules :

1° schooljaar 2019-2020 : (leraarsuren schooljaar 2018-2019 berekend op basis van de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 [73waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt en de lesurencursist gerealiseerd in de specifieke lerarenopleiding en het hoger beroepsonderwijs niet worden meegerekend;73] );

2° schooljaar 2020-2021 : (leraarsuren, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 98, § 2, heeft bereikt [73waarbij de groei wordt bepaald door de lesurencursist die gerealiseerd zijn in het secundair volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019, te vergelijken met de lesurencursist die gerealiseerd zijn in het secundair volwassenenonderwijs tijdens de maanden 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 en vermenigvuldigd met 3,33.73] );

3° schooljaar 2021-2022 : (leraarsuren, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 98, § 2, heeft bereikt);

4° schooljaar 2022-2023 : (leraarsuren, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 98, § 2, heeft bereikt).

§ 2. Onverminderd artikel 90 wordt voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2022-2023 het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde punten waarop een centrum voor basiseducatie recht heeft, berekend volgens de volgende formule :

1° schooljaar 2019-2020 : (punten schooljaar 2018-2019 berekend op basis van de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 [73waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt;73] );

2° schooljaar 2020-2021 : (punten, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 87, § 2bis, heeft bereikt [73waarbij de groei wordt bepaald door de lesurencursist die gerealiseerd zijn tijdens de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019, te vergelijken met de lesurencursist die gerealiseerd zijn tijdens de maanden 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 en vermenigvuldigd met 3,33.73] );

3° schooljaar 2021-2022 : (punten, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 87, § 2bis, heeft bereikt);

4° schooljaar 2022-2023 : (punten, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 87, § 2bis, heeft bereikt).

Onverminderd artikel 107 wordt voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2022-2023 het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde punten waarop een centrum voor volwassenenonderwijs recht heeft, berekend volgens de volgende formules :

1° schooljaar 2019-2020 : (punten schooljaar 2018-2019 berekend op basis van de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 [73waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt en de lesurencursist gerealiseerd in de specifieke lerarenopleiding en het hoger beroepsonderwijs niet worden meegerekend;73] );

2° schooljaar 2020-2021 : (punten, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 105, § 3bis, heeft bereikt [73waarbij de groei wordt bepaald door de lesurencursist die gerealiseerd zijn in het secundair volwassenenonderwijs tijdens de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019, te vergelijken met de lesurencursist die gerealiseerd zijn in het secundair volwassenenonderwijs tijdens de maanden 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 en vermenigvuldigd met 3,33.73] );

3° schooljaar 2021-2022 : (punten, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 105, § 3bis, heeft bereikt);

4° schooljaar 2022-2023 : (punten, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 105, § 3bis, heeft bereikt).

§ 3. Voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2023-2024 wordt de werkingstoelage waarop een centrum voor basiseducatie recht heeft, als volgt berekend :

1° schooljaar 2019-2020 : werkingstoelage schooljaar 2018-2019 berekend op basis van de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 [73waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt;73] ;

2° schooljaar 2020-2021 : werkingstoelage, berekend op basis van de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019;

3° schooljaar 2021-2022 : werkingstoelage, berekend op basis van [73het gemiddelde van73] de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020;

4° schooljaar 2022-2023 : werkingstoelage, berekend op basis van [73het gemiddelde van73] de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021;

5° schooljaar 2023-2024 : werkingstoelage, berekend op basis van [73het gemiddelde van73] de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021.

Voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2023-2024 wordt de werkingstoelage waarop een centrum voor volwassenenonderwijs recht heeft, berekend volgens de volgende formules :

1° schooljaar 2019-2020 : (werkingstoelage schooljaar 2018-2019 berekend op basis van de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 [73waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt en de lesurencursist gerealiseerd in de specifieke lerarenopleiding en het hoger beroepsonderwijs niet worden meegerekend;73] );

2° schooljaar 2020-2021 : (werkingstoelage, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 108, § 3, heeft bereikt);

3° schooljaar 2021-2022 : (werkingstoelage, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum [73gemiddeld73] in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 108, § 3, heeft bereikt);

4° schooljaar 2022-2023 : (werkingstoelage, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum [73gemiddeld73] in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 108, § 3, heeft bereikt);

5° schooljaar 2023-2024 : (werkingstoelage, berekend volgens het aandeel aan gewogen financieringspunten dat het centrum [73gemiddeld73] in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021 volgens de berekeningsformules, vermeld in artikel 108, § 3, heeft bereikt).

§ 4. Het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde vte en punten en de werkingstoelage waarop een centrum voor basiseducatie recht heeft voor de schooljaren 2020-2021 tot en met 2022-2023 kan in toepassing van paragraaf 1 tot en met paragraaf 3 niet minder bedragen dan 100 % van het aantal gesubsidieerde vte en punten en de werkingstoelage voor het schooljaar [732019-202073] . Indien deze vte, punten en werkingstoelagen in toepassing van paragraaf 1 tot en met paragraaf 3 minder bedragen dan 100 % van het aantal gesubsidieerde vte en punten en de werkingstoelage voor het schooljaar [732019-202073] , worden voor elk centrum deze verliezen gecompenseerd a rato van :

1° 100 % voor het schooljaar 2020-2021;

2° 66 % voor het schooljaar 2021-2022;

3° 33 % voor het schooljaar 2022-2023.

Het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde leraarsuren en punten en de werkingstoelage waarop een centrum voor volwassenenonderwijs recht heeft voor de schooljaren 2020-2021 tot en met 2022-2023 kan in toepassing van paragraaf 1 tot en met paragraaf 3 niet minder bedragen dan 100 % van het aantal gesubsidieerde leraarsuren en punten en de werkingstoelage voor het schooljaar 2018-2019. Indien deze [73leraarsuren73] , punten en werkingstoelagen in toepassing van paragraaf 1 tot en met paragraaf 3 minder bedragen dan 100 % van het aantal gesubsidieerde [73leraarsuren73] en punten en de werkingstoelage voor het schooljaar 2018-2019, worden voor elk centrum deze verliezen gecompenseerd a rato van :

1° 100 % voor het schooljaar 2020-2021;

2° 66 % voor het schooljaar 2021-2022;

3° 33 % voor het schooljaar 2022-2023.

65] [65

Art. 196octies.

In afwijking van artikel 83 en artikel 97, § 6, wordt voor het schooljaar 2020-2021 in de [73referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019 en de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 201973] vastgesteld of een centrum voldoet aan de rationalisatienorm.

65] [65

Art. 196novies.

§ 1. Voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 augustus 2019 worden 3826 aanvullende punten en een bedrag van 1.621.466,46 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.

§ 2. Deze middelen worden als volgt verdeeld over de centra voor basiseducatie :

Centra voor basiseducatie

%

CBE Antwerpen

21,80 %

CBE Kempen

4,48 %

CBE Open School

7,58 %

CBE Open School (Leuven-Hageland)

7,50 %

CBE Halle-Vilvoorde

8,13 %

CBE Brussel

6,60 %

CBE Limburg Midden-Noord

9,34 %

CBE Limburg-Zuid

3,94 %

CBE Leerpunt Waas & Dender

4,92 %

CBE Zuid-Oost-Vlaanderen

4,70 %

CBE Gent-Meetjesland-Leieland

9,43 %

CBE Midden en Zuid-West-Vlaanderen

4,52 %

CBE Brugge-Oostende-Westhoek

7,06 %

TOTAAL

100,00 %

De beschikbare werkingsmiddelen en vte moeten aangewend worden voor de financiering van het Netwerk Basiseducatie, extra investeringen in didactisch materiaal, infrastructuur, logistiek en het vormings-, trainings- en opleidingsbeleid in de centra en extra tewerkstelling.

De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere modaliteiten bepalen.

§ 3. De betrekking die met de aanvullende punten, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacant verklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen in deze betrekking.

65]

Afdeling IV. - Personeel

Art. 197.

[12§ 1.12] Vanaf 1 september 2008 behouden de personeelsleden, die uiterlijk op 31 augustus 2008 aangesteld waren in een Centrum voor Basiseducatie, hun geldelijke anciënniteit die ze hebben verworven op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990 ter uitvoering van het decreet houdende de regeling van de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen.

[12

§ 2. Een personeelslid dat op 1 september 2008 in een Centrum voor Basiseducatie opnieuw in dienst wordt genomen in de functie die hij in dat Centrum op 31 augustus 2008 uitoefende en dat voor die functie niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de functies, de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen in de Centra voor Basiseducatie, wordt met ingang van 1 september 2008 bij wijze van overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het bekwaamheidsbewijs voor die functie.

Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel, vermeld in het eerste lid, zolang hij ononderbroken in dienst blijft in dezelfde functie in een Centrum voor Basiseducatie. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, het verlof voor de onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties, de ziekte- en bevallingsverloven, de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming, de verloven van korte duur met behoud van salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar, evenals een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.

12] [56

Art. 197/1.

Tot 1 september 2017 blijven de studiegebieden, vermeld in artikel 7 vóór 1 februari 2017, van toepassing voor de bepaling van het aantal prestatie-eenheden dat vereist is voor een voltijdse betrekking voor elk ambt van de in artikel 129 bedoelde personeelscategorieën voor de centra voor volwassenenonderwijs.

56]

[6HOOFDSTUK IIbis. - Uitzonderingsbepalingen6]

[6

Art. 197bis.

Aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs "De Vlaamse Ardennen", Fortstraat 47, 9700 Oudenaarde, wordt vanaf 1 september 2008 :

1° onderwijsbevoegdheid verleend voor de specifieke lerarenopleiding van het studiegebied onderwijs van het hoger beroepsonderwijs;

2°éénmalig 2740 bijkomende leraarsuren beschikbaar gesteld voor de organisatie van de opleiding bedoeld in 1°;

3°éénmalig 13 bijkomende punten beschikbaar gesteld, onverminderd de bepalingen in artikel 105, voor de oprichting van betrekkingen in de ambten van bestuurs- en ondersteunend personeel.

De directeur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs "De Vlaamse Ardennen" stelt de personeelsleden aan die in toepassing van artikel 5 van de wet van 21 juli 1971 betreffende de bevoegdheid en de werking van de Cultuurraden voor de Nederlandse cultuurgemeenschap en voor de Franse cultuurgemeenschap tot 31 augustus 2008 door de Vlaamse overheid gefinancierde diensten hebben gepresteerd in het Centrum voor Volwassenenvorming Hogere Leergangen voor Technisch Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs Moeskroen, en die op 30 juni 2008 effectief in dienst waren.

De diensten, bedoeld in het tweede lid, worden geacht gepresteerd te zijn in het Centrum voor Volwassenenonderwijs "De Vlaamse Ardennen".

6] [12

Art. 197ter.

Tijdens de periode 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2008 kan het getuigschrift, vermeld in artikel 41, § 3, ook samen met het certificaat van de opleiding kantooradministratie en gegevensbeheer BSO 3 of het certificaat van de opleiding boekhouden-informatica TSO 3 van het studiegebied handel worden uitgereikt, in het geval het bestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor over een goedgekeurd leerplan beschikt.

12] [12

Art. 197 quater.

§ 1. In afwijking van artikel 193, § 1, wordt vanaf het schooljaar 2009-2010 voor de hiernavermelde Centra voor Volwassenenonderwijs :

1° Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Kortrijk - Sint-Amandsplein 15 - 8500 Kortrijk;

2° Centrum voor Volwassenenonderwijs B Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Gent - Edgard Tinelstraat 92 - 9040 Sint-Amandsberg;

3° Centrum voor Volwassenenonderwijs Gemeenschapsonderwijs Brussel - Materiaalstraat 67 - 1070 Anderlecht;

het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerde leraarsuren berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2009-2010 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,90) + 640 leraarsuren) + (LUC/d x 0,10);

2° schooljaar 2010-2011 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,85) + (LUC/d x 0,15);

3° schooljaar 2011-2012 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,65) + (LUC/d x 0,35);

4° schooljaar 2012-2013 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,35) + (LUC/d x 0,65).

§ 2. In afwijking van hetzelfde artikel, wordt vanaf het schooljaar 2010-2011 ook voor de hiernavermelde Centra voor Volwassenenonderwijs :

1° Centrum voor Volwassenenonderwijs - Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk Hasselt VZW - Blijde Inkomstraat 36 - 3500 Hasselt;

2° Centrum voor Volwassenenonderwijs - Technicum Noord-Antwerpen - Londenstraat 43 - 2000 Antwerpen;

het aantal door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerde leraarsuren berekend volgens de formule :

1° schooljaar 2010-2011 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 x 0,85) + 640 leraarsuren) + (LUC/d x 0,15);

2° schooljaar 2011-2012 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,65) + (LUC/d x 0,35);

3° schooljaar 2012-2013 : ((leraarsuren schooljaar 2007-2008 + 640 leraarsuren) x 0,35) + (LUC/d x 0,65).

12] [18

Art. 197quinquies.

In afwijking van artikel 97, § 1, komt het Centrum voor Volwassenenonderwijs HIRL te Aarschot, in aanmerking voor subsidiëring tijdens het schooljaar 2009-2010 op voorwaarde dat dit centrum tijdens de referteperiode van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2009 ten minste 100.000 lesurencursist behaald heeft.

18] [25

Art. 197sexies.

In afwijking van artikel 31 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, is de inspectie tijdens het schooljaar 2011-2012 bevoegd voor de controle van de criteria, vermeld in artikel 28 van dit decreet, voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleidingen.

25] [36

Art. 197septies.

In afwijking van artikel 65 kan Centrum voor Volwassenenonderwijs Hoger Instituut der Kempen de hbo5-opleidingen die georganiseerd worden op de vestigingsplaats van Centrum voor Volwassenenonderwijs Technicum Noord-Antwerpen overdragen naar Centrum voor Volwassenenonderwijs Technicum Noord-Antwerpen zonder de onderwijsbevoegdheid hiervoor te verliezen.

36] [37

Art. 197octies.

§ 1. In afwijking van artikel 47, § 2, wordt de in 2008 afgesloten vijfjaarlijkse samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs over de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 45, en de aanwending van de toegekende middelen, vermeld in artikel 47, § 1, verlengd tot uitvoering is gegeven aan de evaluatie, vermeld in artikel 51. Deze verlenging kan maximum twee jaar duren.

§ 2. In afwijking van artikel 50, § 2, wordt de in 2008 afgesloten vijfjaarlijkse samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs enerzijds en de pedagogische begeleidingsdiensten anderzijds over de aanwending van de middelen en de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 49, verlengd tot uitvoering is gegeven aan de evaluatie, vermeld in artikel 51. Deze verlenging kan maximum twee jaar duren.

§ 3. [43...43]

37]

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtredingsbepalingen

Art. 198.

Dit decreet treedt in werking op 1 september 2007, met uitzondering van :

1° de artikelen 43 tot en met 51, 134, 2° en 3°, 149, 1° en 3°, 156 tot en met 157 en 164 die in werking treden op 1 januari 2008;

2° de artikelen 53, 58 tot en met 59, 64, 68, § 2 tot en met § 5, 69 tot en met 70, 75, § 1, 5° en 6°, 77, 81 tot en met 97, 127 tot en met 130, 132 tot en met 134, 1° en 135 tot en met 148, 149, 2°, 150 tot en met 155 en 158 tot en met 161 die in werking treden op 1 september 2008;

[253° artikelen 113bis tot en met 113sexies treden in werking op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum.25]

BIJLAGEN

De bijlagen zijn raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen, vermeld in bijlage I, wordt vervangen door de indeling, vastgelegd in bijlage I, gevoegd bij B.Vl.R. 19-7-2007 (Art. 1).

Bijlage V wordt vervangen onder erratum B.S. 27-12-2007; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Aan bijlage I worden een aantal opleidingen toegevoegd met B.Vl.R. 22-2-2008; Art. 20 t.e.m. 22.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage I bij B.Vl.R. 23-5-2008 is gevoegd (B.Vl.R. 23-5-2008; Art. 1).

In dezelfde bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage II bij B.Vl.R. 23-5-2008 is gevoegd (B.Vl.R. 23-5-2008; Art. 2); cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Aan bijlage I wordt een opleiding toegevoegd en een aantal opleidingen gewijzigd met B.Vl.R. 13-6-2008; Art. 51.

Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor de opleiding vrachtwagenchauffeur, vermeld in bijlage III bij het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft vanaf het schooljaar 2008-2009 ook onderwijsbevoegdheid voor de opleiding nascholing vrachtwagenchauffeur (B.Vl.R. 10-7-2008; Art. 5).

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage IV bij B.Vl.R. 17-10-2008 is gevoegd.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage V bij B.Vl.R. 17-10-2008 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Het bestuur van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat onderwijsbevoegdheid heeft voor de opleiding ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting TSO 3, vermeld in bijlage III bij het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, heeft vanaf het schooljaar 2008-2009 ook onderwijsbevoegdheid voor de modulaire opleiding ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting (B.Vl.R. 17-10-2008; Art. 10)

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage II bij het B.Vl.R. 24-7-2009 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage I bij het B.Vl.R. 11-6-2010 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage II bij B.Vl.R. 11-6-2010 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage I bij B.Vl.R. 23-7-2010 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage IV bij B.Vl.R. 10-9-2010 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 1-4-2011 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 7-10-2011 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij het B.Vl.R. 27-4-2012 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 22-6-2012 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 21-9-2012 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 1-3-2013 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 1-3-2013 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 6-9-2013 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 28-2-2014 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 5-9-2014 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Het opschrift van bijlage IV wordt vervangen door wat volgt: "Bijlage IV. - De werkingsgebieden van de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs" (Decr. 19-12-2014 - B.S. 27-1-2015; Art. 41)

In bijlage I wordt de indeling van de leergebieden van de basiseducatie in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 27-3-2015 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 24-4-2015 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I worden de indelingen van de studiegebieden van het hoger beroepsonderwijs en het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indelingen die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 18-3-2016 zijn gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 30-8-2016 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij Decr. 23-12-2016 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling die als bijlage 1 bij B.Vl.R. 10-3-2017 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad , waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen door de indeling dia als bijlage 1 bij B.Vl.R 8-9-2017 is gevoegd; cfr.het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

[74In bijlage I wordt de indeling van de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs in opleidingen vervangen. Bijlage I74]