Bekwaamheidsbewijzen in het deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    DKO/2011/01
  • publicatiedatum
    21/06/2011
  • datum laatste wijziging
    12/06/2019
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst"
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans"
  • Deze omzendbrief geeft toelichting over de bekwaamheidsbewijzen van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel in het deeltijds kunstonderwijs.
  • Onder punt 5 worden de wijzigingen toegelicht die ingaan op 1 september 2019.In de eerste plaats wordt de hervorming van de lerarenopleidingen toegelicht en welke effecten die heeft op de bekwaamheidsbewijzen die gelden voor het deeltijds kunstonderwijs. Daarnaast wordt ingezoomd op de nieuwe vakken die in het domein muziek en in het domein beeldende en audiovisuele kunsten ingericht zullen kunnen worden en welke bekwaamheidsbewijzen daarvoor gelden. Vervolgens worden de wijzigingen aan de bekwaamheidsbewijzen toegelicht die bij een aantal vakken van de domeinen muziek, woordkunst-drama en beeldende en audiovisuele kunsten doorgevoerd worden. Ten slotte is er ook aandacht voor overgangsmaatregelen met betrekking tot het bekwaamheidsbewijs die voor een aantal vakken uit de domeinen muziek en woordkunst-drama voorzien worden.

1. Inleiding

De twee besluiten van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst", respectievelijk domeinen “Muziek”, “Woordkunst-drama” en “Dans”, worden regelmatig geactualiseerd. In punt 5 van deze omzendbrief vindt u daar toelichting over.

2. Toepassingsgebied van deze omzendbrief

Deze omzendbrief is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel van de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Ook de personeelsleden van een kunstacademie, met inbegrip van de directeur en de personeelsleden die aangesteld zijn met uren-leraar voor beleidsondersteuning, vallen met ingang van 1 september 2018 onder het toepassingsgebied van deze omzendbrief.

3. Inhoud van deze omzendbrief

Deze omzendbrief omvat vier onderdelen.

  • Een algemeen gedeelte over de bekwaamheidsbewijzen (punt 4) handelt over de algemene principes en definities.
  • Een specifiek gedeelte (punt 5) licht recente vernieuwingen en aandachtspunten toe.
  • De wijzigingen en aandachtspunten die in vorige schooljaren bij omzendbrief meegedeeld werden, kunt u terugvinden via punt 6. Ook de wijzigingen die ingingen in het schooljaar 2018-2019 zijn naar deze sectie verhuisd.
  • Ten slotte vindt u in punt 7 de link naar de website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs en in punt 8 de link naar de bijlage (aanvraagformulier artistieke ervaring).

4. De bekwaamheidsbewijzen in het deeltijds kunstonderwijs

4.1. Wat is een bekwaamheidsbewijs?

De Vlaamse regering bepaalt de bekwaamheidsbewijzen die toegang verlenen tot de ambten in het deeltijds kunstonderwijs, en voor het ambt van leraar de vakken.

Als bekwaamheidsbewijs geldt een 'basisdiploma', meestal aangevuld met een 'bewijs van pedagogische bekwaamheid' (BPB). In uitzonderlijke gevallen kan 'artistieke ervaring' een bekwaamheidsbewijs vormen.

De Vlaamse regering kan voor elk ambt, en voor het ambt van leraar voor elk vak, naast 'vereiste' ook 'voldoende geachte' en 'andere' bekwaamheidsbewijzen vastleggen. Zij kan daarbij onder andere rekening houden met de situatie op de arbeidsmarkt.

4.2. Wie reikt het bekwaamheidsbewijs uit?

De studiebewijzen die deel uitmaken van het bekwaamheidsbewijs moeten in principe uitgereikt zijn door een Belgische onderwijsinstelling of examencommissie. Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling.

In het kader van de leertijd kunnen vanaf 1 september 2008in het deeltijds beroepssecundair onderwijs het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) en het diploma secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) uitgereikt worden.

Daarnaast komen ook sommige studiebewijzen in aanmerking die afgeleverd worden door erkende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (Syntra); in het kader van de leertijd kunnen deze centra een aantal studiebewijzen van secundair onderwijs afleveren. Concreet gaat het om:

  • het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  • het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  • het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs).

4.3. Het stelsel van bekwaamheidsbewijzen

De bekwaamheidsbewijzen worden ingedeeld als volgt.

Vereiste bekwaamheidsbewijzen (VE)

Wie voor een ambt of vak een vereist bekwaamheidsbewijs heeft, is specifiek opgeleid om dat ambt uit te oefenen of dat vak te onderwijzen.

Voor de ambten van leraar en directeur, moet het personeelslid steeds over een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschikken (daarover meer in punt 4.7.3).

Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen (VO)

Wie voor een ambt of een vak een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft, is niet specifiek voor dat ambt of vak opgeleid. Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen zijn ruim omschreven. Niet elke houder van die bekwaamheidsbewijzen is de geschikte persoon voor het ambt, vak of de specialiteit in kwestie, maar sommigen kunnen dat wel zijn. De academies beschikken over de mogelijkheid om bij het toewijzen van opdrachten naast de lesbevoegdheid die door het specifieke diploma gegarandeerd wordt (VE), ook met de andere competenties van het individu rekening te houden: vakbekwaamheid die hij bijvoorbeeld door voortgezette opleiding, persoonlijke studie of ervaring verworven heeft. Het spreekt voor zich dat een aanstelling van een personeelslid op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs alleen gebeurt met instemming van zowel het personeelslid als de school, waarbij beide partijen overtuigd zijn van de competenties van het personeelslid.

Bij het gebruiken van voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen is het wel van belang rekening te houden met de rechtspositieregeling. Voor voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen zijn een aantal bepalingen verschillend van die voor vereiste bekwaamheidsbewijzen; u vindt daarover meer toelichting via punt 6 in de aandachtspunten die meegedeeld werden voor het schooljaar 2002-2003.

Voor de ambten van leraar en directeur moet het personeelslid ook bij voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen telkens over een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschikken.

De inrichtende macht kan bij een aanwerving vrij kiezen tussen kandidaten met een vereist bekwaamheidsbewijs of kandidaten met een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Andere bekwaamheidsbewijzen (AND)

Aan personen met een 'ander' bekwaamheidsbewijs, wordt tijdelijk een financiering of subsidiëring verleend.

Een inrichtende macht moet voorrang verlenen aan kandidaten met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Zij kan enkel kandidaten met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanwerven bij wijze van tijdelijke uitzonderingsmaatregel. Daarbij moet de inrichtende macht aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming op eer verklaren dat het niet mogelijk was om een houder van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aan te werven. In de praktijk gebeurt dit door het aankruisen van het veldje 'geen kandidaat VE/VO' in de elektronische zending.

(Zie omzendbrief: Indiensttreding van een tijdelijk personeelslid in het onderwijs: mededeling aan het departement Onderwijs referentie : PERS/2005/09 van 29/06/2005.)

De inrichtende macht hoeft die verklaring op eer niet af te leggen:

- wanneer de aanstelling van het personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs zich beperkt tot een aanstelling van maximaal 97 dagen;

- wanneer het personeelslid over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs zou beschikken indien het ook in het bezit zou zijn van een bewijs van pedagogische bekwaamheid. In dat geval hoeft de inrichtende macht de verklaring op eer niet af te leggen gedurende de periode die gelijk is aan de minimumduur nodig om een bewijs van pedagogische bekwaamheid te behalen, vermeerderd met één schooljaar. Die periode loopt vanaf de eerste september volgend op de datum van de eerste aanstelling in het deeltijds kunstonderwijs.

Als de inrichtende macht een personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanstelt buiten de twee bovenvermelde gevallen, kan een personeelslid dat een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit en dat zich voor een dergelijke betrekking bij die inrichtende macht kandidaat gesteld heeft, 'verhaal' aantekenen bij de inrichtende macht. Meer informatie hierover vindt u terug in:

- artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

De aanstelling van een personeelslid dat een 'ander' bekwaamheidsbewijs heeft, is beperkt tot het lopende schooljaar. Het personeelslid kan eventueel het volgende schooljaar opnieuw aangesteld worden op basis van een 'ander' bekwaamheidsbewijs als opnieuw aan de hierboven vermelde voorwaarden is voldaan.

Zolang het personeelslid een 'ander' bekwaamheidsbewijs heeft, kan het geen recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of vaste benoeming verwerven. De salarisschaal is lager dan bij de vereiste en voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

4.4. Regeling voor buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften

Buitenlandse studiebewijzen moeten erkend worden om als een bekwaamheidsbewijs te kunnen gelden. Er zijn 2 soorten erkenning:

  • de academische erkenning van buitenlandse diploma's;
    De erkenning wordt uitgereikt door NARIC-Vlaanderen.
    Voor meer informatie kunt u terecht op de website van Naric-Vlaanderen.
  • de professionele erkenning (EER-leerkrachten).
    Hiervoor kunnen personeelsleden terecht bij Agodi. Dit is de website met meer informatie.

4.5. Regeling voor diploma's behaald in de Franse Gemeenschap van België

De diploma's uitgereikt door erkende onderwijsinstellingen in de Franse Gemeenschap van België zijn evenwaardig met de overeenkomstige diploma's die erkende onderwijsinstellingen in Vlaanderen uitreiken. Er is dus geen beslissing tot gelijkwaardigheid nodig voor een diploma van de Franse Gemeenschap in Vlaanderen. Indien gewenst, kan NARIC- Vlaanderen wel een verklarend attest afleveren.

4.6. Het bekwaamheidsbewijs als bewijs van de vereiste taalkennis van het Nederlands

Vanaf 1 september 2009 is het gehele stelsel van taalkennisvoorwaarden om een betrekking in het onderwijs te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) herzien en is het Europees Referentiekader voor Talen van toepassing. De kennis van de onderwijstaal Nederlands kan o.a. aangetoond worden via een Nederlandstalig bekwaamheidsbewijs. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs” (PERS/2010/01).

4.7. Hoe het besluit en de bijlagen gebruiken?

De bekwaamheidsbewijzen en bijhorende salarisschalen, zijn per ambt en, voor het ambt van leraar, per vak opgenomen in bijlagen bij de bovenvermelde besluiten van de Vlaamse regering van 31 juli 1990. De inhoud van die bijlagen kunt u ook raadplegen op de website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs.

4.7.1. Website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs

Een toelichting over de mogelijkheden en zoekopties van de website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs vindt u in de handleiding erbij. De website biedt de mogelijkheid opzoekingen te doen in twee richtingen. Met 'van vak of ambt naar diploma' kunt u per vak of per ambt (voor de andere ambten dan leraar) de aanvaarde bekwaamheidsbewijzen terugvinden. U kunt ook omgekeerd via 'van diploma naar vak of ambt' voor een bekwaamheidsbewijs opzoeken tot welke vakken en ambten dit bekwaamheidsbewijs toegang geeft. Die opzoekingen in beide richtingen doet u afzonderlijk voor de domeinen muziek, woordkunst-drama en dans enerzijds en beeldende en audiovisuele kunst anderzijds.

Bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen zijn hoofdzakelijk concrete diploma's opgenomen, zoals bv. diploma hoger kunstonderwijs van de tweede graad fotografie + BPB, diploma van bachelor in het onderwijs secundair onderwijs plastische opvoeding, het diploma van master in de muziek, directie, orkestdirectie + BPB, bachelor (PBA) dans + BPB, het diploma van educatieve master vakdidactiek kunstwetenschappen, het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren, specialisatie jazz-pop-rock: zang enz.

Bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van verzamelbenamingen die verschillende bekwaamheidsbewijzen van een bepaald niveau, of vanaf een bepaald niveau, omvatten, zoals bv. ten minste bachelor + BPB, ten minste master + BPB, diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad + BPB enz. Concrete diplomabenamingen komen in die categorie van bekwaamheidsbewijzen minder vaak voor.

Als andere bekwaamheidsbewijzen is alleen een minimum diplomaniveau vastgelegd, meestal 'ten minste HSO', ook een verzamelbenaming.

Voor een goed begrip van de bekwaamheidsbewijzen gaan we hierna verder in op de bestanddelen ervan en op de betekenis van de meest gebruikte verzamelbenamingen, zoals ze gedefinieerd zijn in de regelgeving.

4.7.2. Basisdiploma's

Het overzicht van de aanvaarde basisdiploma's vindt u terug in:

- artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Deze lijst bevat een reeks studiebewijzen die gerangschikt zijn volgens niveau en gaan van de diploma's uitgereikt door universiteiten tot de studiebewijzen van het niveau hoger secundair onderwijs.

Voor de ambten en vakken in het deeltijds kunstonderwijs komen de basisdiploma's van het hoger kunstonderwijs uiteraard het meest voor in de bekwaamheidsbewijzen.

4.7.3. Bewijs van pedagogische bekwaamheid (BPB)

Een bewijs van pedagogische bekwaamheid geeft aan dat de houder ervan een lerarenopleiding gevolgd heeft. Als bewijs van pedagogische bekwaamheid komen diverse studiebewijzen in aanmerking. U vindt het overzicht in:

- artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Diploma's van een geïntegreerde lerarenopleiding, kunnen tegelijkertijd als basisdiploma en als bewijs van pedagogische bekwaamheid gelden, bv. de diploma's van bachelor in het onderwijs, GVSO-groep 1, GLSO kleuteronderwijzer, onderwijzer. Met de hervorming van de lerarenopleidingen behoren ook de nieuwe opleidingen van educatieve master, educatieve bachelor en educatief graduaat met ingang van 1 september 2019 ook tot deze groep diploma’s die als zowel basisdiploma als bewijs van pedagogische bekwaamheid gelden.

Diverse oudere bekwaamheidsgetuigschriften zijn gelijkgesteld met een getuigschrift van pedagogische leergangen en komen bijgevolg ook als bewijs van pedagogische bekwaamheid in aanmerking. Dat geldt ook voor diploma's van laureaat, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, in muziekopvoeding, of met de aanvullende vermelding '... en muziekopvoeding', '... en muziekopvoeding van... (specialiteit)' of '... en opvoeding van... (specialiteit)'. U vindt een volledig overzicht van die gelijkstellingen in:

- artikel 8, paragraaf 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 8, paragraaf 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

4.7.4. Verzamelbenamingen van bekwaamheidsbewijzen

Hieronder vindt u informatie over de belangrijkste verzamelbenamingen die gebruikt worden in de bekwaamheidsbewijzen. Het volledige overzicht vindt u in:

- artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama " en "Dans".

4.7.4.1. Ten minste master

De term 'diploma van master’ omvat het diploma van een initiële master, aansluitend bij een bachelor, eventueel na een schakelprogramma.

Met ingang van 1 september 2013 vallen hier ook onder:

- de master, aansluitend op een master (manama);,

- de graden van gediplomeerde in de aanvullende studiën (GAS) en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën (GGS).

Met ingang van 1 september 2019 wordt hier ook de nieuwe educatieve master onder gerekend.

Onder de definitie 'ten minste master' worden niet alleen de bovenvermelde diploma's van master gerekend maar ook de diploma's van meester, licentiaat, arts, burgerlijk en industrieel ingenieur, hoger technisch of hoger kunstonderwijs van de 3e graad met volledig leerplan, architect, ingenieurarchitect enz. 

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'ten minste master':

· licentiaat oudheidkunde en kunstgeschiedenis;

· meester in muziek, instrument-zang, optie cello;

· meester in de beeldende kunsten, vrije kunsten, grafiek;

· master in de muziek, instrument-zang, gitaar;

· licentiaat Germaanse filologie

. educatieve master vakdidactiek musicologie

. educatieve master specifieke vakdidactiek: vrije kunsten, specialisatie mixed media.

4.7.4.2. Ten minste bachelor

De term ‘diploma van bachelor’ omvat diploma’s van :

- professioneel gerichte bachelor, uitgereikt na het volgen van een initiële bacheloropleiding;

- bachelor, aansluitend op een bachelor (vanaf 1 september 2013);

- academisch gerichte bachelor (vanaf 1 september 2013).

Onder de term 'ten minste bachelor' worden in de eerste plaats de bovenvermelde diploma's van bachelor gerekend. Bovendien omvat de verzamelbenaming ook de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, de diploma's van gegradueerde (zowel de vroeger uitgereikte als de nu uitgereikte in het hoger beroepsonderwijs en vanaf 1 september 2019 ook de diploma’s van het educatief graduaat in het secundair onderwijs), diploma's van technisch ingenieur, diploma's van hoger kunstonderwijs van de eerste of tweede graad met volledig leerplan, diploma's van een hogere technische leergang van de tweede graad, ... Ook de hele groep van diploma's die onder de definitie 'ten minste master' vallen, wordt onder ten minste bachelor gerekend.

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'ten minste bachelor':

· GVSO-groep 1 uitdieping muzikale opvoeding en basiscluster muzikale opvoeding-Engels;

· gegradueerde in de plastische kunsten;

. educatieve bachelor plastische opvoeding;

· master in de beeldende kunsten, vrije kunsten

. educatief graduaat in het secundair onderwijs onderwijsvak hedendaagse dans.

Opmerking
Onder de definitie van 'ten minste bachelor' vallen niet:
· het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie;
· het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
· het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
· het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
· het diploma van eerste prijs notenleer.

4.7.4.3. Ten minste HSO

Onder deze definitie vallen onder meer het diploma secundair onderwijs, het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, het certificaat gerangschikt als TSO3 of BSO3, het diploma van de 4e graad beroepssecundair onderwijs, maar ook het diploma van kandidaat en alle diploma's die onder 'ten minste bachelor' vallen.

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'ten minste HSO':

· gehomologeerd diploma algemeen HSO volledig leerplan;

· diploma van secundair kunstonderwijs 3de graad met volledig leerplan; architecturale kunst;

· studiegetuigschrift van het 7de specialisatiejaar beroeps HSO volledig leerplan;

· getuigschrift DKO hogere graad.

4.7.4.4. Diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad

Onder deze verzamelbenaming vallen:

- het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;

- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;

- het diploma van de eerste cyclus, uiterlijk in academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium en met uitzondering van het diploma van kandidaat.

Een heel aantal diploma's zijn bovendien met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad gelijkgesteld, bv.:

- een aantal diploma's van eerste prijs uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;

- diploma's van bachelor, afgeleverd in de studiegebieden architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en dramatische kunst of muziek en podiumkunsten;

- diploma's van bachelor in het onderwijs secundair onderwijs en van educatieve bachelor secundair onderwijs, met vermelding van een van de volgende opleidingseenheden of onderwijsvakken: plastische kunsten, plastische opvoeding, muzikale opvoeding, muzikale vorming, muziekopvoeding, project kunstvakken.

Een volledig overzicht van die gelijkstellingen vindt u in:

- artikel 8, paragrafen 2 en 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 8, paragrafen 2 en 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad':

· het diploma eerste prijs viool;

· het diploma eerste prijs lyrische kunst;

· het diploma eerste prijs kamermuziek;

· het diploma eerste prijs muziekgeschiedenis;

· het diploma eerste prijs toneel;

· basisopleiding van één cyclus VL gegradueerde plastische kunsten;

· het diploma professioneel gerichte bachelor in de dans;

· het diploma professioneel gericht bachelor in de musical;

· het diploma professioneel gericht bachelor in de pop- en rockmuziek.

4.7.4.5. Diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad

Onder deze verzamelbenaming vallen:

- het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;

- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;

- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;

- het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;

- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;

- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen;

- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut De Bijloke in Gent;

- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;

Een aantal diploma's zijn bovendien met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad gelijkgesteld, bv. het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs. Deze gelijkstellingen vindt u terug in artikel 8, paragraaf 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Daarenboven werkt een vroegere gelijkstelling met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad ook vandaag nog door. Het gaat over de A7/A1-diploma's, de diploma's van de hogere technische scholen met kunstkarakter van de eerste graad en de diploma's van artistiek hoger onderwijs van het korte type, uitgereikt vóór 1 oktober 1982 door St-Lucas Brussel, St-Lucas Gent, het St-Lucaspaviljoen Antwerpen en het St-Maria-instituut Antwerpen. Zij moeten als gelijkwaardig aanzien worden met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad indien afgeleverd door afdelingen, ook al veranderden ze van naam, die voor 1 oktober 1982 werden gerangschikt in het hoger kunstonderwijs van de tweede graad.

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad':

· het hoger diploma piano;

· het diploma eerste prijs fuga;

· het diploma eerste prijs contrapunt;

· diploma van hoger kunstonderwijs VL (4-jarige cyclus) vrije grafiek;

· diploma HOKT VL foto-film uitgereikt door St. Lucas Brussel.

4.7.4.6. Diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad

Onder deze verzamelbenaming vallen:

- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;

- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;

- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;

- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste 5 studiejaren;

- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;

- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op het hoger onderwijs;

- het diploma van architect, interieurarchitect;

- het diploma van doctor in de kunsten.

Een heel aantal diploma's zijn bovendien met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad gelijkgesteld, bv.

- het diploma van virtuositeit, het diploma van een eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;

- diploma's van (educatieve) master, afgeleverd in de studiegebieden architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en dramatische kunst, muziek en podiumkunsten.

Een volledig overzicht van die gelijkstellingen vindt u in:

- artikel 8, paragraaf 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 8, paragrafen 2 en 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad':

· diploma van hoger kunstonderwijs van de 3de graad beeldhouwen;

· diploma hoger kunstonderwijs VL (5-jarige cyclus) industriële vormgeving;

· het diploma van meester in muziek, muziektheorie + schriftuur;

· het diploma van meester in beeldende kunst, optie Vrije Kunsten: beeldhouwen;

· het diploma van meester in Dramatische kunst, optie toneel;

· het diploma van master in de muziek, instrument/zang, piano;

· het diploma van master in de beeldende kunsten, vrije kunsten, juweelontwerp en edelsmeedkunst;

. het diploma van educatieve master algemene vakdidactiek drama;

· het diploma eerste prijs compositie.

4.7.5. Studiebewijzen van het volwassenenonderwijs

4.7.5.1. Algemene regel

Om als basisdiploma in aanmerking te komen moet voor een studiebewijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs (of het vroegere onderwijs voor sociale promotie) de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid uitgereikt in het volwassenenonderwijs (of het vroegere onderwijs voor sociale promotie) geldt een minimum van 450 lestijden.

4.7.5.2. Studiebewijzen van het secundair volwassenenonderwijs

Met het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs komt er op termijn voor alle opleidingen secundair volwassenenonderwijs een nieuwe modulaire structuur (opleidingsprofiel). In overeenstemming hiermee zijn er al vanaf 1 september 2007 studiebewijzen van opleidingen secundair onderwijs in het volwassenenonderwijs afgeleverd zonder vermelding van onderwijsvorm en graad.

De bekwaamheidsbewijzen hanteren momenteel wel nog onderwijsvorm en graad bij studiebewijzen van secundair volwassenenonderwijs, bv. bso3, tso2 enz. Om van de nieuwe studiebewijzen de correcte rangschikking te kennen, wordt een tabel als bijlage bij de bekwaamheidsbewijzen gevoegd waarin de rangschikking van de opleiding staat voor modulaire opleidingen die voor 2011 ingevoerd werden (bijlage1 bij deze omzendbrief).

Nieuwe opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs zijn niet meer gerangschikt naar onderwijsvorm en –graad van secundair onderwijs. De studiebewijzen (certificaten en diploma’s) die uitgereikt worden in het modulaire volwassenenonderwijs na het volgen van een nieuwe opleiding, ingevoerd vanaf 1 september 2011, die niet meer gerangschikt zijn als bso2, bso3, bso4, tso2 of tso3, kunnen in aanmerking genomen worden als een bekwaamheidsbewijs. Zij worden gegroepeerd onder de verzamelbenaming ‘ten minste HSO’.

4.7.6. Erkenning van artistieke ervaring

In uitzonderlijke gevallen kan de artistieke ervaring van een kandidaat-leerkracht kunstvakken als bekwaamheidsbewijs in aanmerking komen. De procedure vindt u terug in: 

- artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

De laatste stap in die procedure is dat de inrichtende macht of haar gemandateerde de beslissing tot erkenning meedeelt aan het ministerie van Onderwijs en Vorming via het formulier (bijlage2), samen met een kopie van het advies dat tot de beslissing aanleiding gegeven heeft.

4.7.7. Gelijkgestelde uren

Voor bv. een opdracht als pedagogisch coördinator, is er een regeling die erin bestaat dat de inrichtende macht de opdracht gelijkstelt met een bestaand vak, op basis van de bekwaamheidsbewijzen waar het personeelslid over beschikt. Het personeelslid wordt voor die opdracht dan bezoldigd op basis van de salarisschaal voor lesuren in het vak waarmee de opdracht gelijkgesteld is, en wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs, naargelang hij voor het onderwijzen van het gelijkstellingsvak in het bezit zou zijn van een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs.

5. Aandachtspunten vanaf het schooljaar 2019-2020

5.1. Hervorming van de lerarenopleiding

5.1.1. Algemeen

Naar aanleiding van het decreet van 4 mei 2018 waarin de versterking van de lerarenopleidingen in de hogescholen en universiteiten voorzien wordt, was het noodzakelijk om de stelsels van de bekwaamheidsbewijzen aan te vullen met de vernieuwde lerarenopleidingen. De vernieuwde lerarenopleidingen bestaan uit 5 soorten lerarenopleidingen:

  • de educatieve master met een of meer gevolgde vakdidactieken
    • als generatietraject, aansluitend aan een academische bachelor;
    • in verkorte vorm voor wie al een ander masterdiploma heeft;
  • de educatieve bachelor in het secundair onderwijs
    • met onderwijsvakken
    • in verkorte vorm zonder onderwijsvakken voor wie al een ander bachelordiploma heeft ;
  • d e educatieve bachelor in het kleuteronderwijs
  • de educatieve bachelor in het lager onderwijs;
  • het educatief graduaat in het secundair onderwijs met een of meer gevolgde onderwijsvakken ;

Deze 5 soorten lerarenopleidingen worden allen beschouwd als zowel een basisdiploma als een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Ze worden daarenboven ook allen gerekend onder de definities ten minste HSO en ten minste bachelor (dus ook het educatief graduaat in het secundair onderwijs). De educatieve master behoort daarnaast ook tot de omschrijving ten minste master .

5.1.2. Educatieve master (niveau 7 van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

Er zijn twee soorten van opleidingen die leiden tot het diploma van educatieve master. Enerzijds is er het ‘generatietraject’ die studenten aansluitend bij een academische gerichte bachelor kiezen en dat uit hetzij 90 studiepunten, hetzij 120 studiepunten bestaat. Anderzijds is er een korter traject van 60 studiepunten voor wie al een ander masterdiploma heeft.

  • Wie de opleiding educatieve master volgt, kiest minstens één vakdidactiek uit het aanbod van de Schools of Art of de universiteit, die erover waakt dat de student de nodige vakinhoudelijke voorkennis heeft. D e lijst van benamingen van toegelaten vakdidactieken is in een besluit van de Vlaamse Regering vastgelegd. De vakdidactieken en aanverwante opleidingsonderdelen bepalen wie in het deeltijds kunstonderwijs een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor welk vak.

Voor de educatieve masters aangeboden aan de universiteit, is de onderwijsbevoegdheid louter bepaald op basis van de gevolgde vakdidactiek (bv. architectuur, kunstwetenschappen, ontwerp, musicologie, Nederlands, …). Voor de educatieve masters aangeboden in een School of Art is een onderscheid gemaakt tussen de domeinoverschrijdende vakdidactiek kunsten, een algemene vakdidactiek per domein en meerdere specifieke vakdidactieken. Voor muziek, audiovisuele kunsten en beeldende kunsten is het bij sommige specifieke vakdidactieken daarenboven ook nog nodig om er een welbepaalde specialiteit aan te koppelen om een correcte inschaling in vereiste bekwaamheidsbewijzen te verkrijgen.

Voorbeelden:

Voorbeeld 1: het diploma van educatieve master vakdidactiek architectuur is een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken architectuuratelier (3e graad), expressie (4e graad), ontwerpschetsen (4e graad), specifiek artistiek atelier: interieurontwerp (4e graad), waarnemingstekenen (3e en 4e graad) en wetenschappelijk tekenen (3e en 4e graad) ;

Voorbeeld 2: het diploma van educatieve master algemene vakdidactiek drama heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken dramacultuur, dramalab, dramastudio, dramaturgie (podiumkunsten), literaire facetten, literatuurgeschiedenis, spreken en pr esenteren, spreken en vertellen, theaterkritiek, voorstellingsanalyse woordkunst-drama, woordatelier, woordinitiatie, woordlab en woordstudio;

Voorbeeld 3: het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek dans: improvisatie en creatie heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken danscompositie en -improvisatie, musical dans en scenografie (podiumkunsten);

Voorbeeld 4: het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: creatie, specialisatie compositie heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken arrangeren, compositie, compositie: klassiek, compositie opera/muziektheater, muziekanalyse en muziektheorie;

Voorbeeld 5: het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: creatie, specialisatie live/electronics heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken live/studio-electronics en muziektheorie;

Voorbeeld 6: het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: beeldende vorming en creatie, specialisatie animatiefilm heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken beeldverhaalatelier, initiatie tekenen, scenografie (BAK), specifiek artistiek atelier: animatiefilm, specifiek artistiek atelier: video- en filmkunst en waarnemingstekenen;

Voorbeeld 7: het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten: specialisatie illustratie heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken beeldverhaalatelier, specifiek artistiek atelier: grafiekkunst en specifiek artistiek atelier: grafische ontwerp en illustratie.

Voor het volledige overzicht raadpleegt u best de online toepassing en BBBAK en BBMWDD .

  • Wat de onderwijsbevoegdheid betreft, kan er een verschil zijn tussen de onderwijsbevoegdheid toegekend op basis van een educatieve master en de bijhorende vakdidactiek enerzijds en de huidige gelijknamige master + BPB.

5.1.3. Educatieve bachelor in het secundair onderwijs (niveau 6 van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

Binnen de educatieve bachelor secundair onderwijs kunnen twee trajecten onderscheiden worden:

  • het traject van 180 studiepunten waarin de student 2 onderwijsvakken kiest. Dit traject is de opvolger van de bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs;
  • het verkorte traject van 60 studiepunten zonder onderwijsvakken dat gericht is naar kandidaat-leraren die al over een ander bachelordiploma beschikken.

In de meeste gevallen kan de student van de educatieve bachelor met onderwijsvakken uit dezelfde lijst onderwijsvakken kiezen als de student die tot nu toe de bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs volgde. De onderwijsbevoegdheid van wie een verkorte educatieve bachelor heeft, wordt zoals dit tot nu toe gebeurde, bepaald op basis van het eerste bachelordiploma + de educatieve bachelor.

Bv. de bachelor (PBA) in de pop- en rockmuziek, afstudeerrichting muziektechniek + educatieve bachelor heeft een vereist bekwaamheidsbewijs voor de 3e graad van AV geluidsleer en opnametechniek en de 3e graad van KV live/studio electronics.

5.1.4. Educatieve bachelor in het kleuteronderwijs en educatieve bachelor in het lager onderwijs (niveau 6 van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

De nieuwe opleidingen van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs en educatieve bachelor in het lager onderwijs zijn net als hun voorlopers , de bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs en de bachelor in het onderwijs: lager onderwijs , als basisdiploma opgenomen. Zij worden tot de definities van ten minste HSO en bachelor + BPB gerekend en hebben aldus voor sommige vakken een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Voor het concrete overzicht zie de online toepassing en BBBAK en BBMWDD .

5.1.5. Educatief graduaat in het secundair onderwijs (niveau 5van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

Deze opleiding is specifiek gericht naar kandidaat-leraren die niet over een diploma hoger onderwijs beschikken en les wensen te geven in technische en praktische vakken en in sommige gevallen kunstvakken. Om tot de opleiding en een welbepaald onderwijsvak toegelaten te worden, oordeelt de inrichtende hogeschool of de kandidaat-leraar over de nodige vakinhoudelijke startbekwaamheid beschikt. De Vlaamse Regering heeft de onderwijsvakken die de student kan opnemen, in een besluit vastgelegd.

Specifiek voor het deeltijds kunstonderwijs zijn vooral de onderwijsvakken hedendaagse dans en klassieke dans belangrijk: deze onderwijsvakken hebben immers voor het overeenstemmende danslab een vereist bekwaamheidsbewijs toegekend gekregen en voor een aantal andere dansvakken een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Globaal gezien wordt het educatief graduaat ook onder de omschrijving HOKT + BPB gerekend, zodat alle houders van een educatief graduaat met een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs in dienst kunnen treden waar het bekwaamheidsbewijs HOKT + BPB opgenomen is.

5.2. Specifieke wijzigingen voor de podiumkunsten

5.2.1. Nieuwe vakken in het domein muziek

5.2.1.1. Stemvorming voor minderjarigen

Bij het vak instrument: klassiek wordt een bijkomend instrument voorzien, namelijk “stemvorming voor minderjarigen”. De bekwaamheidsbewijzen hiervoor zijn dezelfde als die gelden voor instrument: klassiek: zang.

Voorbeelden:

Voorbeeld 1: het diploma van master in de muziek, instrument-zang, zang + BPB is een vereist bekwaamheidsbewijs voor het vak instrument: klassiek: stemvorming voor minderjarigen;

Voorbeeld 2: het diploma eerste prijs zang, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs + BPB is een vereist bekwaamheidsbewijs voor het vak instrument: klassiek: stemvorming voor minderjarigen;

5.2.1.2. Banjo

Aan de vak ken instrument: folk- en wereldmuziek en begeleidingspraktijk: folk- en wereldmuziekwordt banjo toegevoegd. De bekwaamheidsbewijzen zijn de al bestaande bekwaamheidsbewijzen bij dat vak, met dien verstande dat de bekwaamheidsbewijzen in de specialiteit banjo behaald dienen te zijn.

5.2.1.3. Muzikale en culturele vorming: dj

Aan het nieuwe vak muzikale en culturele vorming: dj worden enkel VOLDOENDE GEACHT en ANDERE bekwaamheidsbewijzen toegekend, gezien de specificiteit van het vak.

5.2.1.4. Dj- vaardigheden

Het bestaande vak dj-vaardigheden wordt uitgebreid naar de 2e en 3e graad met dezelfde bekwaamheidsbewijzen als degene die nu in de 4e graad gelden.

5.2.1.5. Muziekanalyse

Aan dit nieuwe vak van de 3e en 4e graad worden de volgende vereiste bekwaamheidsbewijzen toegekend:

5.2.1.6. Vakken musical/muziektheater worden musical en opera/muziektheater

De met ingang van 1 september 2018 ingevoerde vakken musical/muziektheater worden vanaf het schooljaar 2019-2020 gesplitst tot hetzij vakken musical, hetzij vakken opera/muziektheater en in het geval van musical/muziektheater-dans en musical/muziektheater-drama omgevormd tot musical dans en musical drama. Voor het concrete overzicht: zie BBMWDD.

5.2.1.6.1. Musical-dans en musical-drama

De vakken musical/muziektheater-dans en musical/muziektheater-drama worden omgevormd tot respectievelijk musical dans en musical drama. Volgende bekwaamheidsbewijzen worden als vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen:

De voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen worden afgestemd op de algemene principes voor de kunstvakken , dit is HKO 1 e graad + BPB, HKO 2e graad + BPB en HKO 3e graad + BPB, met bijkomend een aantal dansdiploma’s.

5.2.1.6.2. Muziekgeschiedenis: musical en muziekcultuur: musical

Bij deze vakken worden de volgende bekwaamheidsbewijzen als vereiste opgenomen:

  • a lle diploma’s musicologie;
  • d e bachelor (PBA) musical + BPB en diens voorloper het diploma van meester in dramatische kunst, toneel, musical + BPB

5.2.1.6.3. Compositie musical

Gezien de opleiding musical niet echt voorbereidt op componeren, worden aan dit vak enkel de brede voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen gekoppeld zoals die ook voorkomen bij de andere vakken waar geen vereist e bekwaamheidsbewijzen voor voorzien zijn.

5.2.1.6.4. Atelier musical,groepsmusiceren instrumentaal: musical, groepsmusiceren vocaal: musical en zang musical

Bij deze 4 vakken worden v olgende bekwaamheidsbewijzen als een vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen:

De voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen worden afgestemd op de algemene principes voor de kunstvakken , dit is HKO 1 e graad + BPB, HKO 2e graad + BPB en HKO 3e graad + BPB en ten minste HSO ” als ‘ander’ bekwaamheidsbewijs.

Voor het vak atelier musical /muziektheater waaruit het vak atelier musical voortkomt, wordt voorzien in een overgangsmaatregel (zie hiervoor punt 5.2.4.3 ) .

5.2.1.6.5. Atelier opera/muziektheater

Gezien geen enkele opleiding ‘opera’ voorbereidt op dit vak, worden hier eveneens enkel de ‘brede’ VO gekoppeld zoals die ook voorkomen bij de andere vakken waar geen vereist bekwaamheidsbewijzen voor voorzien zijn.

Voor het vak atelier musical/muziektheater waaruit het vak atelier opera/muziektheater voortkomt, wordt voorzien in een overgangsmaatregel (zie hiervoor punt 5.2.4.3).

5.2.1.6.6. Compositie: opera/muziektheater

Aan dit vak worden dezelfde vereiste bekwaamheidsbewijzen gekoppeld als aan het vak compositie: klassiek, met uitzondering van de laureaat orgel.

5.2.1.6.7. Groepsmusiceren vocaal opera/muziektheater en zang opera/muziektheater

Aan dit vak worden dezelfde vereiste bekwaamheidsbewijzen gekoppeld als aan het oude vak lyrische kunst zoals dat bestond vóór 01/09/2018, met toevoeging van de diploma’s van

  • Het diploma van laureaat zang + BPB
  • Het hoger diploma voor zang + BPB
  • Het diploma eerste prijs zang + BPB .

5.2.1.6.8. Muziekgeschiedenis: opera/muziektheater en muziekcultuur: opera/muziektheater

Bij deze twee vakken worden alle diploma’s musicologie als een vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen.

5.2.2. Punctuele aanpassingen in het domein muziek

5.2.2.1. Muziekinitiatie

Volgende diploma’s worden als vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd:

  • Het diploma van laureaat muziekopvoeding
  • Het diploma van master in de muziek, muziekpedagogie + BPB
  • Het diploma van master in de muziek, muziektheorie/ schriftuur + BPB
  • Het diploma van master in de muziek, instrument/zang + BPB (de specialisatie kamermuziek wordt geschrapt)

Het diploma eerste prijs notenleer + GPL algemene muzikale vorming wordt als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs toegevoegd

5.2.2.2. MCV-vakken

Volgende diploma’s worden als vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd:

  • Het diploma van laureaat muziekopvoeding
  • Het diploma van master in de muziek, muziekpedagogie + BPB

Het diploma eerste prijs notenleer + GPL algemene muzikale vorming wordt als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs toegevoegd .

5.2.2.3. Muziektheorie

Het diploma van master in de muziek, muziekpedagogie + BPB wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd.

5.2.2.4. Arrangeren

Volgende diploma’s worden als vereist bekwaamheidsbewijs t oegevoegd:

  • het diploma “Prijs Lemmens-Tinel" voor compositie + BPB
  • het diploma van eerste prijs compositie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs + BPB
  • het diploma van laureaat compositie + BPB
  • het diploma van master in de muziek, compositie + BPB
  • het diploma van master in de muziek, scheppende muziek, compositie + BPB
  • het diploma van master of Music, Composing Music, compositie + BPB
  • het diploma van master in de muziek, jazz/lichte muziek, compositie(arranging) + BPB

De voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen worden afgestemd op de algemene principes voor de kunstvakken , dit is HKO 1 e graad + BPB, HKO 2e graad + BPB en HKO 3e graad + BPB .

5.2.2.5. Groepsmusiceren

Naar analogie met het diploma van meester in de muziek, wordt bij het diploma van master in de muziek, instrument/zang + BPB, de specialisatie kamermuziek overbodig gemaakt , zodat binnen de master in de muziek, instrument/zang alle special i teiten als vereist bekwaamheidsbewijs gelden in d e 1e, 2e en 3e graad .

5.2.2.6. Groepsmusiceren instrumentaal oude muziek

Na een vergelijking van de vakken groepsmusiceren instrumentaal klassiek en groepsmusiceren instrumentaal oude muziek, bleken de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor het vak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek het onmogelijk te maken om leraren gespecialiseerd in oude muziek af te zonderen van leraren gespecialiseerd in klassieke muziek. Een vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor een vak wil echter zeggen dat de houder ervan specifiek opgeleid is om het vak in kwestie te onderwijzen.

Gezien de bestaande diploma s het niet mogelijk maken om een correcte invulling aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen van het vak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek te geven, wordt er voor geopteerd om aan de bestaande diploma’s enkel de waarde van voldoende geacht bekwaamheidsbewijs toe te kennen.

Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2018-2019 een vereist bekwaamheidsbewijs hadden voor het vak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek en dat niet meer hebben vanaf het schooljaar 2019-2020 wordt voorzien in een overgangsmaatregel (zie hiervoor punt 5.2.4.1 ).

5.2.2.7. Groepsmusiceren vocaal klassiek

Volgende diploma’s worden uit de vereiste bekwaamheidsbewijzen verwijderd:

- het diploma van eerste prijs lyrische kunst, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs + BPB ;

- het diploma van meester in muziek, instrument-zang, opera + BPB ;

- het diploma van meester in muziek, instrument-zang, vocale muziek + BPB ;

- het diploma van meester in muziek, instrument-zang, zang + BPB ;

- het diploma, uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium na de tweede cyclus van het hoger niveau met volledig leerplan, afdeling vocale kunst + BPB .

Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2018-2019 een vereist bekwaamheidsbewijs hadden voor het vak groepsmusiceren vocaal klassiek en dat niet meer hebben vanaf het schooljaar 2019-2020 wordt voorzien in een overgangsmaatregel (zie hiervoor punt 5.2.4.2 ).

De overige diploma’s (koordirectie, vocale kamermuziek) die in het schooljaar 2018-2019 enkel in de 4e graad een vereist bekwaamheidsbewijs waren , worden ook als vereist bekwaamheidsbewijs aan de overige graden toegevoegd.

5.2.2.8. Opnamen van vergeten diploma’s en anderstalige equivalenten

De volgende diploma’s worden bijkomend als vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen:

Waar … voorkomt 

wordt … toegevoegd 

bachelor (PBA) in de musical + BPB 

het diploma van meester in dramatische kunst, toneel, musical + BPB 

het diploma van master in de muziek, scheppende muziek, muziekproductie + BPB 

het diploma van meester in muziek, jazz en lichte muziek, muziekproductie + BPB 

5.2.3. Punctuele aanpassingen in het domein woordkunst-drama

5.2.3.1. Theater maken

Het diploma van hoger technisch onderwijs van de derde graad, afdeling cultuurspreidingstechnieken, specialiteit toneel + BPB wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd.

5.2.3.2. Spelcoaching + theorie van de regie

Het diploma van meester in dramatische kunst, toneel (regie) + BPB wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd aan spelcoaching en theorie van de regie.

5.2.3.3. Storytelling

Het diploma van meester in dramatische kunst, toneel + BPB wordt als een vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd.

5.2.3.4. Opnamen van vergeten diploma’s en anderstalige equivalenten

Het volgende diploma wordt bijkomend als vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen:

Waar … voorkomt 

wordt … toegevoegd 

Het diploma van master in het drama + BPB 

het diploma van Master of Drama + BPB 

5.2.4. Overgangsmaatregelen

5.2.4.1. Groepsmusiceren instrumentaal oude muziek

Door het schrappen van alle vereiste bekwaamheidsbewijzen bij het vak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek (zie hiervoor punt 5.2.2.6) , is het nodig om overgangsmaatregelen te voorzien.

Welke personeelsleden kunnen een overgangsmaatregel krijgen?

  • De personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek;
  • De personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn geweest met een opdracht in het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek.

De bovenvermelde personeelsleden die organiek of via overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs hadden voor het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek en dat vanaf 1 september 2019 niet meer hebben, behouden via de overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek (OM/VE) .

5.2.4.2. Groepsmusiceren vocaal klassiek

Door het schrappen van sommige vereiste bekwaamheidsbewijzen bij het vak groepsmusiceren vocaal klassiek (zie hiervoor punt 5.2.2. 7 ), is het nodig om overgangsmaatregelen te voorzien.

Welke personeelsleden kunnen een overgangsmaatregel krijgen?

  • De personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek ;
  • De personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn geweest met een opdracht in het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek .

De bovenvermelde personeelsleden die organiek of via overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs hadden voor het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek en dat vanaf 1 september 2019 niet meer hebben, behouden via de overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek (OM/VE) .

5.2.4.3. Atelier musical en atelier opera/muziektheater

Naar aanleiding van de o psplitsing van de vakken musical/muziektheater in enerzijds musical en anderzijds opera/muziektheater (zie hiervoor ook punt 5.2.1.6) is er voor de personeelsleden die vanaf 1 september 2019 een opdracht opnemen in de vakken atelier musical en atelier opera/muziektheater een overgangsmaatregel voor het bekwaamheidsbewijs voorzien. In de omzendbrief Ambtshalve en individuele concordanties in het deeltijds kunstonderwijs vanaf 1 september 2018 vindt u meer informatie over de ambtshalve en individuele concordanties die voorzien worden voor de hier bedoelde vakken.

Welke personeelsleden kunnen een overgangsmaatregel krijgen?

- de personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in het kunstvak atelier musical/muziektheater en daarenboven een individuele concordantie verkregen hebben naar hetzij het kunstvak atelier musical, hetzij het kunstvak atelier opera/muziektheater ;

- de personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn geweest met een opdracht in het kunstvak atelier musical/muziektheater en daarenboven een individuele concordantie verkregen hebben naar hetzij het kunstvak atelier musical, hetzij het kunstvak atelier opera/muziektheater .

De bovenvermelde personeelsleden die tot en met 31 augustus 2019 een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hadden voor het kunstvak atelier musical/muziektheater en vanaf 1 september 2019 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs meer hebben voor het kunstvak atelier musical waarheen ze een individuele concordantie verkregen hebben, behouden voor het kunstvak atelier musical een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO) .

De bovenvermelde personeelsleden die tot en met 31 augustus 2019 een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hadden voor het kunstvak atelier musical/muziektheater en vanaf 1 september 2019 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs meer hebben voor het kunstvak atelier opera/muziektheater waarheen ze een individuele concordantie verkregen hebben, behouden voor het kunstvak atelier opera/muziektheater een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO) .

5.2.4.4. Woordlab en woordstudio

Aanvullend aan de ambtshalve concordanties die met ingang van 1 september 2018 al voorzien waren voor de vakken voordracht en drama, worden er met ingang van 1 september 2019 bijkomende ambtshalve concordanties voorzien naar de vakken woordlab en woordstudio. Zie hiervoor de omzendbrief Ambtshalve en individuele concordanties in het deeltijds kunstonderwijs vanaf 1 september 2018 . Bijkomend is het nodig om overgangsmaatregelen voor het bekwaamheidsbewijs te voorzien.

Welke personeelsleden kunnen een overgangsmaatregel krijgen?

- de personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 201 8 vastbenoemd waren in het kunstvak voordracht en daarenboven een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar hetzij het kunstvak woordlab , hetzij het kunstvak woordstudio ;

- de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest waren met een opdracht in het kunstvak voordracht in de loop van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018 en daarenboven een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar hetzij het kunstvak woordlab , hetzij het kunstvak woordstudio;

- de personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 201 8 vastbenoemd waren in het kunstvak drama en daarenboven een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar hetzij het kunstvak woordlab , hetzij het kunstvak woordstudio ;

- de personeelsleden die tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest waren met een opdracht in het kunstvak drama in de loop van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018 en daarenboven een ambtshalve concordantie verkregen hebben naar hetzij het kunstvak woordlab , hetzij het kunstvak woordstudio;

De bovenvermelde personeelsleden die een vereist bekwaamheidsbewijs hadden voor voordracht en dat niet meer hebben voor woordlab , respectievelijk woordstudio , waarheen ze een ambtshalve concordantie verkregen hebben, behouden via de overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs (OM/VE).

De bovenvermelde personeelsleden die een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hadden voor voordracht en dat niet meer hebben voor woordlab , respectievelijk woordstudio , waarheen ze een ambtshalve concordantie verkregen hebben, behouden via de overgangsmaatregel een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO).

De bovenvermelde personeelsleden die een vereist bekwaamheidsbewijs hadden voor drama en dat niet meer hebben voor woordlab , respectievelijk woordstudio , waarheen ze een ambtshalve concordantie verkregen hebben, behouden via de overgangsmaatregel een vereist bekwaamheidsbewijs (OM/VE).

De bovenvermelde personeelsleden die een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hadden voor drama en dat niet meer hebben voor woordlab , respectievelijk woordstudio , waarheen ze een ambtshalve concordantie verkregen hebben, behouden via de overgangsmaatregel een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO).

5.3. Specifieke wijzigingen voor het domein beeldende en audiovisuele kunsten

5.3.1. Nieuwe vakken graffiti/street art atelier en SAA: graffiti/street art

Vanaf 1 september 2019 kunnen in de 3e graad het nieuwe vak graffiti/street art atelier en in de 4e graad het nieuwe vak Specifiek artistiek atelier: graffiti/street art ingericht worden. Omdat er geen opleidingen zijn die specifiek opleiden tot deze vakken, worden er aan deze twee nieuwe vakken enkel voldoende geacht e en “andere” bekwaamheidsbewijzen toegekend. Voor de concrete opsomming van de bekwaamheidsbewijzen, zie BBBAK .

5.3.2. Opnamen van vergeten diploma’s en anderstalige equivalenten

De volgende diploma’s worden bijkomend als vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen:

Waar … voorkomt 

wordt … toegevoegd 

l icentiaat in de kunstwetenschappen + BPB 

licentiaat in de kunstwetenschappen en archeologie + BPB 

bachelor (PBA) interieurvormgeving + BPB  

b achelor of Interior and Service Design + BPB 

diploma van master in de interieurarchitectuur + BPB  

diploma van Master of Interior Architecture + BPB 

Bij het vak kunstinitiatie wordt tevens het diploma licentiaat oudheidkunde en kunstgeschiedenis + BPB naar analogie met het diploma licentiaat kunstgeschiedenis en oudheidkunde + BPB als een vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen.

6. Aandachtspunten meegedeeld in de vorige schooljaren

7. Website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs

8. Bijlagen