Bekwaamheidsbewijzen in het deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    DKO/2011/01
  • publicatiedatum
    21/06/2011
  • datum laatste wijziging
    08/09/2021
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst"
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans"
  • Deze omzendbrief geeft toelichting over de bekwaamheidsbewijzen van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel in het deeltijds kunstonderwijs.
  • Onder punt 5 worden de wijzigingen toegelicht die ingaan op 1 september 2021.De onderwijsbevoegdheid van verschillende educatieve masters kunst wordt herbepaald. Dat houdt in dat sommige educatieve masters aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen toegevoegd worden, terwijl andere uit de vereiste verwijderd worden en het statuut van voldoende geacht bekwaamheidsbewijs krijgen. Voor sommige personeelsleden wordt aansluitend in een overgangsmaatregel voor het bekwaamheidsbewijs voorzien. Er wordt ook bepaald dat wie eenmaal een overgangsmaatregel heeft verkregen, die ook bij herindiensttreding na een eerdere uitdiensttreding mag behouden. Bij een aantal vakken worden ook nog andere diploma’s aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen toegevoegd. Bij de ‘speciale’ dansvakken en het vak SAA: schoenontwerp worden de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen verruimd. Er worden ook vereiste bekwaamheidsbewijzen voorzien voor de nieuwe instrumenten j-p-r altviool, bastrombone, cello en eufonium die sinds vorig schooljaar ingericht kunnen worden. Ten slotte kan ook het nieuwe ambt van ICT-coördinator ingericht worden. Hiervoor worden bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voorzien en wordt voor sommige personeelsleden voorzien in een overgangsregeling voor de salarisschaal.

1. Inleiding

De twee besluiten van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst", respectievelijk domeinen “Muziek”, “Woordkunst-drama” en “Dans”, worden regelmatig geactualiseerd. In punt 5 van deze omzendbrief vindt u daar toelichting over.

2. Toepassingsgebied van deze omzendbrief

Deze omzendbrief is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel van de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Ook de personeelsleden van een kunstacademie, met inbegrip van de directeur en de personeelsleden die aangesteld zijn met uren-leraar voor beleidsondersteuning, vallen met ingang van 1 september 2018 onder het toepassingsgebied van deze omzendbrief.

3. Inhoud van deze omzendbrief

Deze omzendbrief omvat vier onderdelen.

  • Een algemeen gedeelte over de bekwaamheidsbewijzen (punt 4) handelt over de algemene principes en definities.
  • Een specifiek gedeelte (punt 5) licht recente vernieuwingen en aandachtspunten toe.
  • De wijzigingen en aandachtspunten die in vorige schooljaren bij omzendbrief meegedeeld werden, kunt u terugvinden via punt 6. Ook de wijzigingen die ingingen in het schooljaar 2018-2019 zijn naar deze sectie verhuisd.
  • Ten slotte vindt u in punt 7 de link naar de website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs en in punt 8 de link naar de bijlage (aanvraagformulier artistieke ervaring).

4. De bekwaamheidsbewijzen in het deeltijds kunstonderwijs

4.1. Wat is een bekwaamheidsbewijs?

De Vlaamse regering bepaalt de bekwaamheidsbewijzen die toegang verlenen tot de ambten in het deeltijds kunstonderwijs, en voor het ambt van leraar de vakken.

Als bekwaamheidsbewijs geldt een 'basisdiploma', meestal aangevuld met een 'bewijs van pedagogische bekwaamheid' (BPB). In uitzonderlijke gevallen kan 'artistieke ervaring' een bekwaamheidsbewijs vormen.

De Vlaamse regering kan voor elk ambt, en voor het ambt van leraar voor elk vak, naast 'vereiste' ook 'voldoende geachte' en 'andere' bekwaamheidsbewijzen vastleggen. Zij kan daarbij onder andere rekening houden met de situatie op de arbeidsmarkt.

4.2. Wie reikt het bekwaamheidsbewijs uit?

De studiebewijzen die deel uitmaken van het bekwaamheidsbewijs moeten in principe uitgereikt zijn door een Belgische onderwijsinstelling of examencommissie. Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling.

In het kader van de leertijd kunnen vanaf 1 september 2008in het deeltijds beroepssecundair onderwijs het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) en het diploma secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) uitgereikt worden.

Daarnaast komen ook sommige studiebewijzen in aanmerking die afgeleverd worden door erkende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (Syntra); in het kader van de leertijd kunnen deze centra een aantal studiebewijzen van secundair onderwijs afleveren. Concreet gaat het om:

  • het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  • het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);
  • het diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs).

4.3. Het stelsel van bekwaamheidsbewijzen

De bekwaamheidsbewijzen worden ingedeeld als volgt.

Vereiste bekwaamheidsbewijzen (VE)

Wie voor een ambt of vak een vereist bekwaamheidsbewijs heeft, is specifiek opgeleid om dat ambt uit te oefenen of dat vak te onderwijzen.

Voor de ambten van leraar en directeur, moet het personeelslid steeds over een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschikken (daarover meer in punt 4.7.3).

Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen (VO)

Wie voor een ambt of een vak een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft, is niet specifiek voor dat ambt of vak opgeleid. Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen zijn ruim omschreven. Niet elke houder van die bekwaamheidsbewijzen is de geschikte persoon voor het ambt, vak of de specialiteit in kwestie, maar sommigen kunnen dat wel zijn. De academies beschikken over de mogelijkheid om bij het toewijzen van opdrachten naast de lesbevoegdheid die door het specifieke diploma gegarandeerd wordt (VE), ook met de andere competenties van het individu rekening te houden: vakbekwaamheid die hij bijvoorbeeld door voortgezette opleiding, persoonlijke studie of ervaring verworven heeft. Het spreekt voor zich dat een aanstelling van een personeelslid op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs alleen gebeurt met instemming van zowel het personeelslid als de school, waarbij beide partijen overtuigd zijn van de competenties van het personeelslid.

Bij het gebruiken van voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen is het wel van belang rekening te houden met de rechtspositieregeling. Voor voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen zijn een aantal bepalingen verschillend van die voor vereiste bekwaamheidsbewijzen; u vindt daarover meer toelichting via punt 6 in de aandachtspunten die meegedeeld werden voor het schooljaar 2002-2003.

Voor de ambten van leraar en directeur moet het personeelslid ook bij voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen telkens over een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschikken.

De inrichtende macht kan bij een aanwerving vrij kiezen tussen kandidaten met een vereist bekwaamheidsbewijs of kandidaten met een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Andere bekwaamheidsbewijzen (AND)

Aan personen met een 'ander' bekwaamheidsbewijs, wordt tijdelijk een financiering of subsidiëring verleend.

Een inrichtende macht moet voorrang verlenen aan kandidaten met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Zij kan enkel kandidaten met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanwerven bij wijze van tijdelijke uitzonderingsmaatregel. Daarbij moet de inrichtende macht aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming op eer verklaren dat het niet mogelijk was om een houder van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aan te werven. In de praktijk gebeurt dit door het aankruisen van het veldje 'geen kandidaat VE/VO' in de elektronische zending.

(Zie omzendbrief: Indiensttreding van een tijdelijk personeelslid in het onderwijs: mededeling aan het departement Onderwijs referentie : PERS/2005/09 van 29/06/2005.)

De inrichtende macht hoeft die verklaring op eer niet af te leggen:

- wanneer de aanstelling van het personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs zich beperkt tot een aanstelling van maximaal 97 dagen;

- wanneer het personeelslid over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs zou beschikken indien het ook in het bezit zou zijn van een bewijs van pedagogische bekwaamheid. In dat geval hoeft de inrichtende macht de verklaring op eer niet af te leggen gedurende de periode die gelijk is aan de minimumduur nodig om een bewijs van pedagogische bekwaamheid te behalen, vermeerderd met één schooljaar. Die periode loopt vanaf de eerste september volgend op de datum van de eerste aanstelling in het deeltijds kunstonderwijs.

Als de inrichtende macht een personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanstelt buiten de twee bovenvermelde gevallen, kan een personeelslid dat een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit en dat zich voor een dergelijke betrekking bij die inrichtende macht kandidaat gesteld heeft, 'verhaal' aantekenen bij de inrichtende macht. Meer informatie hierover vindt u terug in:

- artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

De aanstelling van een personeelslid dat een 'ander' bekwaamheidsbewijs heeft, is beperkt tot het lopende schooljaar. Het personeelslid kan eventueel het volgende schooljaar opnieuw aangesteld worden op basis van een 'ander' bekwaamheidsbewijs als opnieuw aan de hierboven vermelde voorwaarden is voldaan.

Zolang het personeelslid een 'ander' bekwaamheidsbewijs heeft, kan het geen recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of vaste benoeming verwerven. De salarisschaal is lager dan bij de vereiste en voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

4.4. Regeling voor buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften

Buitenlandse studiebewijzen moeten erkend worden om als een bekwaamheidsbewijs te kunnen gelden. Er zijn 2 soorten erkenning:

  • de academische erkenning van buitenlandse diploma's;
    De erkenning wordt uitgereikt door NARIC-Vlaanderen.
    Voor meer informatie kunt u terecht op de website van Naric-Vlaanderen.
  • de professionele erkenning (EER-leerkrachten).
    Hiervoor kunnen personeelsleden terecht bij Agodi. Dit is de website met meer informatie.

4.5. Regeling voor diploma's behaald in de Franse Gemeenschap van België

De diploma's uitgereikt door erkende onderwijsinstellingen in de Franse Gemeenschap van België zijn evenwaardig met de overeenkomstige diploma's die erkende onderwijsinstellingen in Vlaanderen uitreiken. Er is dus geen beslissing tot gelijkwaardigheid nodig voor een diploma van de Franse Gemeenschap in Vlaanderen. Indien gewenst, kan NARIC- Vlaanderen wel een verklarend attest afleveren.

4.6. Het bekwaamheidsbewijs als bewijs van de vereiste taalkennis van het Nederlands

Vanaf 1 september 2009 is het gehele stelsel van taalkennisvoorwaarden om een betrekking in het onderwijs te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) herzien en is het Europees Referentiekader voor Talen van toepassing. De kennis van de onderwijstaal Nederlands kan o.a. aangetoond worden via een Nederlandstalig bekwaamheidsbewijs. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs” (PERS/2010/01).

4.7. Hoe het besluit en de bijlagen gebruiken?

De bekwaamheidsbewijzen en bijhorende salarisschalen, zijn per ambt en, voor het ambt van leraar, per vak opgenomen in bijlagen bij de bovenvermelde besluiten van de Vlaamse regering van 31 juli 1990. De inhoud van die bijlagen kunt u ook raadplegen op de website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs.

4.7.1. Website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs

Een toelichting over de mogelijkheden en zoekopties van de website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs vindt u in de handleiding erbij. De website biedt de mogelijkheid opzoekingen te doen in twee richtingen. Met 'van vak of ambt naar diploma' kunt u per vak of per ambt (voor de andere ambten dan leraar) de aanvaarde bekwaamheidsbewijzen terugvinden. U kunt ook omgekeerd via 'van diploma naar vak of ambt' voor een bekwaamheidsbewijs opzoeken tot welke vakken en ambten dit bekwaamheidsbewijs toegang geeft. Die opzoekingen in beide richtingen doet u afzonderlijk voor de domeinen muziek, woordkunst-drama en dans enerzijds en beeldende en audiovisuele kunst anderzijds.

Bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen zijn hoofdzakelijk concrete diploma's opgenomen, zoals bv. diploma hoger kunstonderwijs van de tweede graad fotografie + BPB, diploma van bachelor in het onderwijs secundair onderwijs plastische opvoeding, het diploma van master in de muziek, directie, orkestdirectie + BPB, bachelor (PBA) dans + BPB, het diploma van educatieve master vakdidactiek kunstwetenschappen, het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren, specialisatie jazz-pop-rock: zang enz.

Bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van verzamelbenamingen die verschillende bekwaamheidsbewijzen van een bepaald niveau, of vanaf een bepaald niveau, omvatten, zoals bv. ten minste bachelor + BPB, ten minste master + BPB, diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad + BPB enz. Concrete diplomabenamingen komen in die categorie van bekwaamheidsbewijzen minder vaak voor.

Als andere bekwaamheidsbewijzen is alleen een minimum diplomaniveau vastgelegd, meestal 'ten minste HSO', ook een verzamelbenaming.

Voor een goed begrip van de bekwaamheidsbewijzen gaan we hierna verder in op de bestanddelen ervan en op de betekenis van de meest gebruikte verzamelbenamingen, zoals ze gedefinieerd zijn in de regelgeving.

4.7.2. Basisdiploma's

Het overzicht van de aanvaarde basisdiploma's vindt u terug in:

- artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Deze lijst bevat een reeks studiebewijzen die gerangschikt zijn volgens niveau en gaan van de diploma's uitgereikt door universiteiten tot de studiebewijzen van het niveau hoger secundair onderwijs.

Voor de ambten en vakken in het deeltijds kunstonderwijs komen de basisdiploma's van het hoger kunstonderwijs uiteraard het meest voor in de bekwaamheidsbewijzen.

4.7.3. Bewijs van pedagogische bekwaamheid (BPB)

Een bewijs van pedagogische bekwaamheid geeft aan dat de houder ervan een lerarenopleiding gevolgd heeft. Als bewijs van pedagogische bekwaamheid komen diverse studiebewijzen in aanmerking. U vindt het overzicht in:

- artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Diploma's van een geïntegreerde lerarenopleiding, kunnen tegelijkertijd als basisdiploma en als bewijs van pedagogische bekwaamheid gelden, bv. de diploma's van bachelor in het onderwijs, GVSO-groep 1, GLSO kleuteronderwijzer, onderwijzer. Met de hervorming van de lerarenopleidingen behoren ook de nieuwe opleidingen van educatieve master, educatieve bachelor en educatief graduaat met ingang van 1 september 2019 ook tot deze groep diploma’s die als zowel basisdiploma als bewijs van pedagogische bekwaamheid gelden.

Diverse oudere bekwaamheidsgetuigschriften zijn gelijkgesteld met een getuigschrift van pedagogische leergangen en komen bijgevolg ook als bewijs van pedagogische bekwaamheid in aanmerking. Dat geldt ook voor diploma's van laureaat, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs, in muziekopvoeding, of met de aanvullende vermelding '... en muziekopvoeding', '... en muziekopvoeding van... (specialiteit)' of '... en opvoeding van... (specialiteit)'. U vindt een volledig overzicht van die gelijkstellingen in:

- artikel 8, paragraaf 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 8, paragraaf 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

4.7.4. Verzamelbenamingen van bekwaamheidsbewijzen

Hieronder vindt u informatie over de belangrijkste verzamelbenamingen die gebruikt worden in de bekwaamheidsbewijzen. Het volledige overzicht vindt u in:

- artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama " en "Dans".

4.7.4.1. Ten minste master

De term 'diploma van master’ omvat het diploma van een initiële master, aansluitend bij een bachelor, eventueel na een schakelprogramma.

Met ingang van 1 september 2013 vallen hier ook onder:

- de master, aansluitend op een master (manama);,

- de graden van gediplomeerde in de aanvullende studiën (GAS) en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën (GGS).

Met ingang van 1 september 2019 wordt hier ook de nieuwe educatieve master onder gerekend.

Onder de definitie 'ten minste master' worden niet alleen de bovenvermelde diploma's van master gerekend maar ook de diploma's van meester, licentiaat, arts, burgerlijk en industrieel ingenieur, hoger technisch of hoger kunstonderwijs van de 3e graad met volledig leerplan, architect, ingenieurarchitect enz. 

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'ten minste master':

· licentiaat oudheidkunde en kunstgeschiedenis;

· meester in muziek, instrument-zang, optie cello;

· meester in de beeldende kunsten, vrije kunsten, grafiek;

· master in de muziek, instrument-zang, gitaar;

· licentiaat Germaanse filologie

. educatieve master vakdidactiek musicologie

. educatieve master specifieke vakdidactiek: vrije kunsten, specialisatie mixed media.

4.7.4.2. Ten minste bachelor

De term ‘diploma van bachelor’ omvat diploma’s van :

- professioneel gerichte bachelor, uitgereikt na het volgen van een initiële bacheloropleiding;

- bachelor, aansluitend op een bachelor (vanaf 1 september 2013);

- academisch gerichte bachelor (vanaf 1 september 2013).

Onder de term 'ten minste bachelor' worden in de eerste plaats de bovenvermelde diploma's van bachelor gerekend. Bovendien omvat de verzamelbenaming ook de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, de diploma's van gegradueerde (zowel de vroeger uitgereikte als de nu uitgereikte in het hoger beroepsonderwijs en vanaf 1 september 2019 ook de diploma’s van het educatief graduaat in het secundair onderwijs), diploma's van technisch ingenieur, diploma's van hoger kunstonderwijs van de eerste of tweede graad met volledig leerplan, diploma's van een hogere technische leergang van de tweede graad, ... Ook de hele groep van diploma's die onder de definitie 'ten minste master' vallen, wordt onder ten minste bachelor gerekend.

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'ten minste bachelor':

· GVSO-groep 1 uitdieping muzikale opvoeding en basiscluster muzikale opvoeding-Engels;

· gegradueerde in de plastische kunsten;

. educatieve bachelor plastische opvoeding;

· master in de beeldende kunsten, vrije kunsten

. educatief graduaat in het secundair onderwijs onderwijsvak hedendaagse dans.

Opmerking
Onder de definitie van 'ten minste bachelor' vallen niet:
· het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie;
· het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;
· het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen;
· het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dans;
· het diploma van eerste prijs notenleer.

4.7.4.3. Ten minste HSO

Onder deze definitie vallen onder meer het diploma secundair onderwijs, het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, het certificaat gerangschikt als TSO3 of BSO3, het diploma van de 4e graad beroepssecundair onderwijs, maar ook het diploma van kandidaat en alle diploma's die onder 'ten minste bachelor' vallen.

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'ten minste HSO':

· gehomologeerd diploma algemeen HSO volledig leerplan;

· diploma van secundair kunstonderwijs 3de graad met volledig leerplan; architecturale kunst;

· studiegetuigschrift van het 7de specialisatiejaar beroeps HSO volledig leerplan;

· getuigschrift DKO hogere graad.

4.7.4.4. Diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad

Onder deze verzamelbenaming vallen:

- het diploma van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan;

- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste twee studiejaren;

- het diploma van de eerste cyclus, uiterlijk in academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium en met uitzondering van het diploma van kandidaat.

Een heel aantal diploma's zijn bovendien met een diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad gelijkgesteld, bv.:

- een aantal diploma's van eerste prijs uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;

- diploma's van bachelor, afgeleverd in de studiegebieden architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en dramatische kunst of muziek en podiumkunsten;

- diploma's van bachelor in het onderwijs secundair onderwijs en van educatieve bachelor secundair onderwijs, met vermelding van een van de volgende opleidingseenheden of onderwijsvakken: plastische kunsten, plastische opvoeding, muzikale opvoeding, muzikale vorming, muziekopvoeding, project kunstvakken.

Een volledig overzicht van die gelijkstellingen vindt u in:

- artikel 8, paragrafen 2 en 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 8, paragrafen 2 en 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'diploma van hoger kunstonderwijs van de eerste graad':

· het diploma eerste prijs viool;

· het diploma eerste prijs lyrische kunst;

· het diploma eerste prijs kamermuziek;

· het diploma eerste prijs muziekgeschiedenis;

· het diploma eerste prijs toneel;

· basisopleiding van één cyclus VL gegradueerde plastische kunsten;

· het diploma professioneel gerichte bachelor in de dans;

· het diploma professioneel gericht bachelor in de musical;

· het diploma professioneel gericht bachelor in de pop- en rockmuziek.

4.7.4.5. Diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad

Onder deze verzamelbenaming vallen:

- het diploma van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad met volledig leerplan;

- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vier studiejaren;

- het diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, voor 1 september 1969 uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door een instelling voor de beeldende kunsten;

- het diploma van de tweede cyclus, uiterlijk in academiejaar 1994-1995 uitgereikt door een Koninklijk Muziekconservatorium;

- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;

- het laureaatsdiploma, uitgereikt door het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst in Antwerpen;

- het diploma van binnenhuisontwerper, uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Provinciaal Hoger Instituut voor Architectuur en Toegepaste Kunsten in Hasselt, het Provinciaal Hoger Architectuurinstituut in Hasselt-Diepenbeek en het Stedelijk Hoger Architectuurinstituut De Bijloke in Gent;

- het diploma van binnenhuisontwerper, behaald voor het academiejaar 1964-1965 en uitgereikt na een cyclus van ten minste drie studiejaren door het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen;

Een aantal diploma's zijn bovendien met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad gelijkgesteld, bv. het hoger diploma, het diploma van eerste prijs fuga of contrapunt, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs. Deze gelijkstellingen vindt u terug in artikel 8, paragraaf 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Daarenboven werkt een vroegere gelijkstelling met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad ook vandaag nog door. Het gaat over de A7/A1-diploma's, de diploma's van de hogere technische scholen met kunstkarakter van de eerste graad en de diploma's van artistiek hoger onderwijs van het korte type, uitgereikt vóór 1 oktober 1982 door St-Lucas Brussel, St-Lucas Gent, het St-Lucaspaviljoen Antwerpen en het St-Maria-instituut Antwerpen. Zij moeten als gelijkwaardig aanzien worden met een diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad indien afgeleverd door afdelingen, ook al veranderden ze van naam, die voor 1 oktober 1982 werden gerangschikt in het hoger kunstonderwijs van de tweede graad.

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'diploma van hoger kunstonderwijs van de tweede graad':

· het hoger diploma piano;

· het diploma eerste prijs fuga;

· het diploma eerste prijs contrapunt;

· diploma van hoger kunstonderwijs VL (4-jarige cyclus) vrije grafiek;

· diploma HOKT VL foto-film uitgereikt door St. Lucas Brussel.

4.7.4.6. Diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad

Onder deze verzamelbenaming vallen:

- het diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan;

- het diploma van voortgezet hoger kunstonderwijs met volledig leerplan;

- het diploma van hoger kunstonderwijs met volledig leerplan, uitgereikt na een cyclus van ten minste vijf studiejaren;

- het laureaatsattest van het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen, verleend na een cyclus van ten minste 5 studiejaren;

- de prijs Lemmens-Tinel, uitgereikt door het Lemmensinstituut in Leuven;

- het diploma van meester, uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op het hoger onderwijs;

- het diploma van architect, interieurarchitect;

- het diploma van doctor in de kunsten.

Een heel aantal diploma's zijn bovendien met een diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad gelijkgesteld, bv.

- het diploma van virtuositeit, het diploma van een eerste prijs compositie of orkestdirectie, uitgereikt door een instelling voor hoger muziekonderwijs;

- diploma's van (educatieve) master, afgeleverd in de studiegebieden architectuur, audiovisuele en beeldende kunst, muziek en dramatische kunst, muziek en podiumkunsten.

Een volledig overzicht van die gelijkstellingen vindt u in:

- artikel 8, paragraaf 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 8, paragrafen 2 en 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

Voorbeelden van diploma's die voldoen aan de definitie 'diploma van hoger kunstonderwijs van de derde graad':

· diploma van hoger kunstonderwijs van de 3de graad beeldhouwen;

· diploma hoger kunstonderwijs VL (5-jarige cyclus) industriële vormgeving;

· het diploma van meester in muziek, muziektheorie + schriftuur;

· het diploma van meester in beeldende kunst, optie Vrije Kunsten: beeldhouwen;

· het diploma van meester in Dramatische kunst, optie toneel;

· het diploma van master in de muziek, instrument/zang, piano;

· het diploma van master in de beeldende kunsten, vrije kunsten, juweelontwerp en edelsmeedkunst;

.het diploma van educatieve master algemene vakdidactiek drama;

· het diploma eerste prijs compositie.

4.7.5. Studiebewijzen van het volwassenenonderwijs

4.7.5.1. Algemene regel

Om als basisdiploma in aanmerking te komen moet voor een studiebewijs uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs (of het vroegere onderwijs voor sociale promotie) de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat. Voor bewijzen van pedagogische bekwaamheid uitgereikt in het volwassenenonderwijs (of het vroegere onderwijs voor sociale promotie) geldt een minimum van 450 lestijden.

4.7.5.2. Studiebewijzen van het secundair volwassenenonderwijs

Met het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs komt er op termijn voor alle opleidingen secundair volwassenenonderwijs een nieuwe modulaire structuur (opleidingsprofiel). In overeenstemming hiermee zijn er al vanaf 1 september 2007 studiebewijzen van opleidingen secundair onderwijs in het volwassenenonderwijs afgeleverd zonder vermelding van onderwijsvorm en graad.

De bekwaamheidsbewijzen hanteren momenteel wel nog onderwijsvorm en graad bij studiebewijzen van secundair volwassenenonderwijs, bv. bso3, tso2 enz. Om van de nieuwe studiebewijzen de correcte rangschikking te kennen, wordt een tabel als bijlage bij de bekwaamheidsbewijzen gevoegd waarin de rangschikking van de opleiding staat voor modulaire opleidingen die voor 2011 ingevoerd werden (bijlage1 bij deze omzendbrief).

Nieuwe opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs zijn niet meer gerangschikt naar onderwijsvorm en –graad van secundair onderwijs. De studiebewijzen (certificaten en diploma’s) die uitgereikt worden in het modulaire volwassenenonderwijs na het volgen van een nieuwe opleiding, ingevoerd vanaf 1 september 2011, die niet meer gerangschikt zijn als bso2, bso3, bso4, tso2 of tso3, kunnen in aanmerking genomen worden als een bekwaamheidsbewijs. Zij worden gegroepeerd onder de verzamelbenaming ‘ten minste HSO’.

4.7.6. Erkenning van artistieke ervaring

In uitzonderlijke gevallen kan de artistieke ervaring van een kandidaat-leerkracht kunstvakken als bekwaamheidsbewijs in aanmerking komen. De procedure vindt u terug in: 

- artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domein "Beeldende en audiovisuele kunst";

- artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-drama" en "Dans".

De laatste stap in die procedure is dat de inrichtende macht of haar gemandateerde de beslissing tot erkenning meedeelt aan het ministerie van Onderwijs en Vorming via het formulier (bijlage2), samen met een kopie van het advies dat tot de beslissing aanleiding gegeven heeft.

4.7.7. Gelijkgestelde uren

Voor bv. een opdracht als pedagogisch coördinator, is er een regeling die erin bestaat dat de inrichtende macht de opdracht gelijkstelt met een bestaand vak, op basis van de bekwaamheidsbewijzen waar het personeelslid over beschikt. Het personeelslid wordt voor die opdracht dan bezoldigd op basis van de salarisschaal voor lesuren in het vak waarmee de opdracht gelijkgesteld is, en wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs, naargelang hij voor het onderwijzen van het gelijkstellingsvak in het bezit zou zijn van een vereist, een voldoende geacht of een ander bekwaamheidsbewijs.

5. Aandachtspunten vanaf het schooljaar 2021-2022

5.1. Nieuw ambt ICT-coördinator

5.1.1. Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen

Met ingang van 1 september kan ook in het deeltijds kunstonderwijs het ambt van ICT-coördinator ingericht worden. Hiervoor worden volgende bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen vastgelegd:

Ten minste master – salarisschaal 501 met puntenwaarde 126;

Ten minste bachelor – salarisschaal 301 met puntenwaarde 85;

Ten minste HSO – salarisschaal 202 met puntenwaarde 63.

Voor de personeelsleden die in het schooljaar 2020-2021 al de taken in ICT-coördinatie vervulden en wiens opdracht aan AGODI doorgestuurd werd met vakcode 785, wordt voorzien in een ambtshalve concordantie (zie hiervoor ook de mededeling betreffende de ICT-coördinatie, punt4.6).

5.1.2. Overgangsmaatregel voor de salarisschaal

Omdat in een aantal gevallen de organieke salarisschaal die voor het ambt van ICT-coördinator vastgelegd is, lager ligt dan sommige salarisschalen die in het ambt van leraar mogelijk zijn,wordt voorzien in een overgangsmaatregel voor de salarisschaal. Zo ligt bv. de nieuwe organieke salarisschaal 301 die bij het diplomaniveau ‘ten minste bachelor’ hoort, lager dan de salarisschalen 302 of 347 die toegekend worden aan houders van respectievelijk een diploma hoger kunstonderwijs 1e en 2e graad in de 4e graad. Door de overgangsmaatregel behouden de betrokken personeelsleden de salarisschaal waarop ze tijdens het schooljaar 2020-2021 recht hadden.

Aan wie wordt de overgangsmaatregel toegekend?

  • aan de personeelsleden die tijdens het schooljaar 2020-2021 al taken in ICT-coördinatie uitvoerden en wiens opdracht doorgestuurd werd aan AGODI met vakcode 785;
  • en die ook een ambtshalve concordantie naar het ambt van ICT-coördinator gekregen hebben;
  • en die volgens hun bekwaamheidsbewijs aangesteld werden op basis van het hoogst mogelijke diplomaniveau.

Meer specifiek houdt dit laatste in dat wie in het schooljaar 2020-2021

  • aangesteld was op basis van een bekwaamheidsbewijs ‘ten minste HSO’ of lager en daarvoor een hogere salarisschaal dan salarisschaal 202 ontvangt, de overgangsmaatregel krijgt voor het ambt van ICT-coördinator ten minste HSO – 63 punten;
  • aangesteld was op basis van een bekwaamheidsbewijs ‘ten minste bachelor’ en hiervoor een hogere salarisschaal dan salarisschaal 301 ontvangt, de overgangsmaatregel krijgt voor het ambt van ICT-coördinator ten minste bachelor – 85 punten;
  • aangesteld was op basis van een bekwaamheidsbewijs ‘ten minste master’ en hiervoor een hogere salarisschaal dan salarisschaal 501 ontvangt, de overgangsmaatregel krijgt voor het ambt van ICT-coördinator ten minste master – 126 punten.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een diploma hoger kunstonderwijs 2e graad schilderkunst en een bewijs van pedagogische bekwaamheid.In het schooljaar 2020-2021 werd hij belast met een opdracht ICT-coördinatie gelijkgesteld met het vak ‘specifiek artistiek atelier: schilderkunst’.Hiervoor werd hij bezoldigd aan salarisschaal 347.

Volgens de organieke regeling valt hij met zijn bekwaamheidsbewijs onder de categorie van bekwaamheidsbewijzen ‘ten minste bachelor’ met salarisschaal 301. Dit is een lagere salarisschaal dan 347.


Door de overgangsmaatregel kan hij voor zijn aanstelling in het ambt van ICT-coördinator aan 85 punten vanaf 1/09/2021 bij overgangsmaatregel verder bezoldigd worden aan salarisschaal 347.

Als hij aangesteld zou worden als ICT-coördinator aan 63 punten kan hij geen beroep doen op een overgangsmaatregel. Zijn bekwaamheidsbewijs is immers van een hoger niveau dan organiek gevraagd. Hij krijgt de organieke salarisschaal 202.

5.2. Wijzigingen specifiek voor het domein beeldende en audiovisuele kunst

5.2.1. Herziening bekwaamheidsbewijzen nieuwe educatieve masters in de kunsten

Bij het toekennen van de nieuwe educatieve masters in de kunsten als vereiste bekwaamheidsbewijzen in 2019, blijkt dat aan sommige diploma’s een verkeerde onderwijsbevoegdheid toegekend werd. Na evaluatie worden daarom aan een aantal educatieve masters bijkomende vereiste bekwaamheidsbewijzen toegekend en wordt van andere educatieve masters het aantal vakken waarvoor zij een vereist bekwaamheidsbewijs zijn, verminderd. Hieronder worden de verschillende wijzigingen opgesomd.

5.2.1.1. Toevoegen van bekwaamheidsbewijzen van educatieve master bij de “vereiste” bekwaamheidsbewijzen

KUNSTVAK AUDIOVISUEEL ATELIER

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie fotografie
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie mediakunst

KUNSTVAK BEELDATELIER

  • Diploma van educatieve master vakdidactiek architectuur
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: beeldende vorming en creatie, specialisatie animatiefilm

KUNSTVAK INITIATIE TEKENEN

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie beeldhouwkunst
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten specialisatie tekenkunst
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie vrije grafiek
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie schilderkunst
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie illustratie
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek beeldende kunst: design, ontwerp en vormgeving, specialisatie beeldverhaal 
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek beeldende kunst: design, ontwerp en vormgeving, specialisatie illustratie

KUNSTVAK INITIATIE-ATELIER

  • Diploma van educatieve master vakdidactiek architectuur

KUNSTVAK KUNSTINITIATIE

  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek audiovisuele kunst
  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek beeldende kunst

KUNSTVAK ONTWERPSCHETSEN

  • Diploma van educatieve master vakdidactiek ontwerp
  • Diploma van educatieve master vakdidactiek productontwikkeling
  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek productdesign

KUNSTVAK SAA: ARCHITECTURAAL ONTWERP

  • Diploma van educatieve master vakdidactiek architectuur

KUNSTVAK SAA: FOTOKUNST

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten mixed media

KUNSTVAK SAA: INTERIEURONTWERP

  • Diploma van educatieve master vakdidactiek productontwikkeling

KUNSTVAK SAA: LEVEND MODEL

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie tekenkunst
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten beeldhouwkunst
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten schilderkunst

KUNSTVAK SAA: PRODUCTONTWERP

  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek productdesign

KUNSTVAK SAA: PROJECTATELIER

  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek audiovisuele kunsten
  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek beeldende kunsten
  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek productdesign

KUNSTVAK SAA: TEKENKUNST

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie schilderkunst

KUNSTVAK SAA: TEXTIELE KUNST

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek beeldende kunst: design, ontwerp en vormgeving, specialisatie mode
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek beeldende kunst: design, ontwerp en vormgeving, specialisatie theaterkostuum

KUNSTVAK TEXTIELATELIER

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek beeldende kunst: design, ontwerp en vormgeving, specialisatie mode
  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek beeldende kunst: design, ontwerp en vormgeving, specialisatie theaterkostuum

KUNSTVAK WAARNEMINGSTEKENEN

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie schilderkunst

5.2.1.2. Schrappen van bekwaamheidsbewijzen van educatieve master bij de “vereiste” bekwaamheidsbewijzen

KUNSTVAK BEELDATELIER

  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek audiovisuele kunst
  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek productdesign (enkel 3 graad)
  • Diploma van educatieve master vakdidactiek ontwerp (enkel 3 graad)
  • Diploma van educatieve master vakdidactiek productontwikkeling (enkel 3 graad)

KUNSTVAK INITIATIE TEKENEN

  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek beeldende kunst

KUNSTVAK INITIATIE-ATELIER

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: instrumentenbouw

KUNSTVAK SAA: SOUNDDESIGN

  • Diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: creatie, specialisatie muziekproductie

KUNSTVAK WAARNEMINGSTEKENEN

  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek beeldende kunst
  • Diploma van educatieve master algemene vakdidactiek productdesign

5.2.2. Overgangsmaatregelen

5.2.2.1. Diploma’s van educatieve master

Zoals gebruikelijk bij het schrappen van diploma’s bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen (zie hierboven punt 5.2.1.2), is er voorzien in een overgangsmaatregel voor het bekwaamheidsbewijs, zodat personeelsleden hier geen nadelen van ondervinden.

Aan wie wordt de overgangsmaatregel toegekend?

  • Aan de personeelsleden die over een diploma van educatieve master beschikken;
  • En tijdens het schooljaar 2020-2021 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in een van de volgende vakken:
    • KV beeldatelier;
    • KV initiatie tekenen;
    • KV initiatie-atelier;
    • KV specifiek artistiek atelier: sounddesign;
    • KV waarnemingstekenen

Die personeelsleden die vanaf het schooljaar 2021-2022 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor de hierboven vermelde vijf vakken, behouden alsnog het vereist bekwaamheidsbewijs via de overgangsmaatregel.

5.2.2.2. Behoud overgangsmaatregelen na uitdiensttreding

Personeelsleden die overgangsmaatregelen genieten, behouden die overgangsmaatregelen onder bepaalde voorwaarden. Vast benoemde personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs. Tijdelijke personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, waarbij sommige perioden niet als een onderbreking beschouwd worden. Die regeling wijzigt vanaf 1 september 2021.

Personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 2021 conform de geldende regelgeving overgangsmaatregelen voor hun bekwaamheidsbewijs en/of salarisschaal genieten, mogen de al toegekende overgangsmaatregelen behouden als ze uit dienst treden en nadien terug in actieve dienst komen.

Wie een overgangsmaatregel genoot en het onderwijs verlaat (bv. door pensionering of omdat men een functie buiten onderwijs opneemt), maar nadien beslist om terug te keren naar onderwijs, behoudt dus de toegekende overgangsmaatregel.

5.2.3. Overige toevoegingen bij de bekwaamheidsbewijzen

5.2.3.1. Vereiste bekwaamheidsbewijzen

Naast de aanpassingen aan de educatieve masters, worden nog een aantal bijkomende diploma’s als vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd. Het betreft volgende diploma’s:

  • het diploma van master in de archeologie + BPB wordt toegevoegd aan het KV kunstinitiatie;
  • het diploma van master in de audiovisuele kunsten, regie + BPB wordt toegevoegd aan
  • SAA video- en filmkunst
  • SAA beeldende en audiovisuele kunsten
  • Dramaturgie (BAK)
  • Het diploma van master in de audiovisuele kunsten, cinematografie + BPB wordt toegevoegd aan
  • SAA video- en filmkunst
  • SAA beeldende en audiovisuele kunsten
  • Het diploma van master in de audiovisuele kunsten, productie + BPB wordt toegevoegd aan
  • SAA video- en filmkunst
  • SAA beeldende en audiovisuele kunsten
  • Het diploma van master in de audiovisuele kunsten, sounddesign + BPB wordt toegevoegd aan
  • SAA video- en filmkunst
  • SAA beeldende en audiovisuele kunsten
  • SAA sounddesign.

5.2.3.2. Voldoende geacht bekwaamheidsbewijzen bij SAA: schoenontwerp

Naar analogie met de kunstambachten, worden de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen bij het kunstvak specifiek artistiek atelier: schoenontwerp met volgende voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen verruimd:

  • HSKO + BPB;
  • HSTO + BPB.

5.3. Domeinen muziek, woordkunst-drama en dans (podiumkunsten)

5.3.1. Herziening bekwaamheidsbewijzen nieuwe educatieve masters in de kunsten

Bij het toekennen van de nieuwe educatieve masters in de kunsten als vereiste bekwaamheidsbewijzen in 2019, blijkt dat aan sommige diploma’s een verkeerde onderwijsbevoegdheid toegekend werd. Na evaluatie worden daarom aan een aantal educatieve masters bijkomende vereiste bekwaamheidsbewijzen toegekend en wordt van andere educatieve masters het aantal vakken waarvoor zij een vereist bekwaamheidsbewijs zijn, verminderd. Hieronder worden de verschillende wijzigingen opgesomd.

5.3.1.1. Toevoegen van bekwaamheidsbewijzen van educatieve master bij de “vereiste” bekwaamheidsbewijzen

KUNSTVAK DANSLAB HEDENDAAGSE DANS – 3e graad

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek dans

KUNSTVAK DANSLAB KLASSIEKE DANS – 3e graad

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek dans

ALGEMEEN VAK GESCHIEDENIS VAN DE DANS

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek dans

KUNSTVAK GROEPSMUSICEREN INSTRUMENTAAL: OUDE MUZIEK

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie blokfluit

KUNSTVAK MUSICAL DANS

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek dans

KUNSTVAK MUSICAL DRAMA

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: spelen

ALGEMEEN VAK MUZIEKMANAGEMENT

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: creatie, specialisatie muziekproductie

KUNSTVAK SPEL

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: spelen

ALGEMEEN VAK THEATERGESCHIEDENIS

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek drama

KUNSTVAK VERTELTHEATER-STEMREGIE

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek drama

5.3.1.2. Schrappen van bekwaamheidsbewijzen van educatieve master bij de “vereiste” bekwaamheidsbewijzen

KUNSTVAK ARRANGEREN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: creatie, specialisatie compositie
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: creatie, specialisatie jazz-pop-rock compositie

KUNSTVAK DANSCOMPOSITIE EN -IMPROVISATIE

  • diploma van educatief graduaat hedendaagse dans
  • diploma van educatief graduaat klassieke dans

KUNSTVAK DANSLAB HEDENDAAGSE DANS – 3e graad

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek hedendaagse dans

KUNSTVAK DANSLAB HEDENDAAGSE DANS – 4e graad

  • diploma van educatief graduaat hedendaagse dans

KUNSTVAK DANSLAB KLASSIEKE DANS – 3e graad

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek klassieke dans

KUNSTVAK DANSLAB KLASSIEKE DANS – 4e graad

  • diploma van educatief graduaat klassieke dans

KUNSTVAKKEN DIRECTIE INSTRUMENTALE MUZIEK en KOORDIRECTIE,

Bij het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: directie, specialisatie directie wordt de specialisatie opgesplitst in enerzijds koordirectie en anderzijds directie instrumentale muziek. Dit geeft het volgende resultaat:

huidige situatie  

vak  

te vervangen door vanaf 01/09/2021  

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: directie, specialisatie directie 

Directie instrumentale muziek  

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: directie, specialisatie directie instrumentale muziek 

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: directie, specialisatie directie 

Koordirectie  

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: directie, specialisatie koordirectie 

KUNSTVAK DJ-VAARDIGHEDEN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: auditieve vorming en creatie, specialisatie radio

ALGEMEEN VAK GESCHIEDENIS VAN DE DANS

  • diploma van educatief graduaat hedendaagse dans
  • diploma van educatief graduaat klassieke dans

KUNSTVAK GROEPSMUSICEREN INSTRUMENTAAL FOLK- EN WERELDMUZIEK –

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie accordeon
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie bandoneon
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie contrabas
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie mandoline

GROEPSMUSICEREN INSTRUMENTAAL: KLASSIEK, GROEPSMUSICEREN VOCAAL: KLASSIEK EN GROEPSMUSICEREN

Bij het diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie wordt de specialisatie opgesplitst in enerzijds koordirectie en anderzijds directie instrumentale muziek. Dit geeft het volgende resultaat:

huidige situatie  

vak  

te vervangen door vanaf 01/09/2021  

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie 

Groepsmusiceren instrumentaal: klassiek  

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie instrumentale muziek 

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie 

Groepsmusiceren vocaal: klassiek  

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie koordirectie 

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie 

Groepsmusiceren 

beiden een vereist bekwaamheidsbewijs: 

diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie instrumentale muziek + diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie koordirectie 

 

KUNSTVAK GROEPSMUSICEREN INSTRUMENTAAL: OUDE MUZIEK

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie contrabas
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie

KUNSTVAK GROEPSMUSICEREN VOCAAL: OPERA/MUZIEKTHEATER

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie zang

KUNSTVAK GROEPSMUSICEREN VOCAAL: OUDE MUZIEK

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie directie
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: groepsmusiceren , specialisatie zang

KUNSTVAK HEDENDAAGSE MUZIEK

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek muziek

KUNSTVAK MUSICAL DANS

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek/ improvisatie en creatie

ALGEMENE VAKKEN MUZIEKCULTUUR EN MUZIEKGESCHIEDENIS

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: instrumentenbouw

ALGEMENE VAKKEN MUZIEKCULTUUR: JAZZ-POP-ROCK, MUZIEKCULTUUR: FOLK- EN WERELDMUZIEK, MUZIEKGESCHIEDENIS: JAZZ-POP-ROCK, MUZIEKGESCHIEDENIS: FOLK- EN WERELDMUZIEK

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek muziek
  • diploma van educatieve master vakdidactiek musicologie

ALGEMEEN VAK MUZIEKKRITIEK

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek muziek
  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek muziek: instrumentenbouw

KUNSTVAK MUZIKALE EN CULTURELE VORMING: F&W-muziek, j-p-r, klassiek en oude muziek

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek muziek

KUNSTVAK PERFORMANCE

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek vrije kunsten, specialisatie performance

KUNSTVAK RADIO MAKEN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: tekst en creatie

KUNSTVAK SCENOGRAFIE (podiumkunsten)

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek: improvisatie en creatie
  • diploma van educatief graduaat hedendaagse dans
  • diploma van educatief graduaat klassieke dans

KUNSTVAK SCHRIJVEN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: beeldende vorming en creatie, specialisatie schrijven

KUNSTVAK SPEL

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: tekst en creatie

KUNSTVAK SPREKEN EN VERTELLEN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: auditieve vorming en creatie, specialisatie radio

KUNSTVAK STORYTELLING

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: tekst en creatie

KUNSTVAK TEKSTSCHRIJVEN EN -VERTOLKEN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: tekst en creatie

ALGEMEEN VAK THEATERKRITIEK

  • diploma van educatieve master algemene vakdidactiek drama

KUNSTVAK THEATERTECHNIEKEN

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: spelen

ALGEMEEN VAK THEORIE VAN DE REGIE

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: spelen

KUNSTVAK VERTELTHEATER-STEMREGIE

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek drama: tekst en creatie

ALGEMEEN VAK VOORSTELINGSANALYSE DANS

  • diploma van educatief graduaat hedendaagse dans
  • diploma van educatief graduaat klassieke dans

KUNSTVAK WOORDATELIER

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: auditieve vorming en creatie, specialisatie radio

KUNSTVAK WOORDINITIATIE

  • diploma van educatieve master specifieke vakdidactiek audiovisuele kunst: auditieve vorming en creatie, specialisatie radio

5.3.2. Overgangsmaatregelen

5.3.2.1. Diploma’s van educatieve master

Zoals gebruikelijk bij het schrappen van diploma’s bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen (zie hierboven punt 5.3.1.2), is er voorzien in een overgangsmaatregel voor het bekwaamheidsbewijs, zodat personeelsleden hier geen nadelen van ondervinden.

Aan wie wordt de overgangsmaatregel toegekend?

  • Aan de personeelsleden die over een diploma van educatieve master beschikken;
  • En tijdens het schooljaar 2020-2021 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in een van de volgende vakken:
  • AV geschiedenis van de dans;
  • AV muziekcultuur: experimentele muziek;
  • AV muziekcultuur: folk- en wereldmuziek;
  • AV muziekcultuur: jazz-pop-rock;
  • AV muziekcultuur: klassiek;
  • AV muziekcultuur: musical;
  • AV muziekcultuur: opera/muziektheater;
  • AV muziekcultuur: oude muziek;
  • AV muziekgeschiedenis;
  • AV muziekgeschiedenis: experimentele muziek;
  • AV muziekgeschiedenis: folk- en wereldmuziek;
  • AV muziekgeschiedenis: jazz-pop-rock;
  • AV muziekgeschiedenis: klassiek;
  • AV muziekgeschiedenis: musical;
  • AV muziekgeschiedenis: opera/muziektheater;
  • AV muziekgeschiedenis: oude muziek;
  • AV muziekkritiek;
  • AV theaterkritiek;
  • AV theorie van de regie;
  • AV voorstellingsanalyse dans;
  • KV arrangeren;
  • KV danscompositie en -improvisatie;
  • KV danslab hedendaagse dans;
  • KV danslab klassieke dans;
  • KV dj-vaardigheden;
  • KV groepsmusiceren instrumentaal: folk- en wereldmuziek;
  • KV groepsmusiceren instrumentaal: oude muziek;
  • KV groepsmusiceren vocaal: opera/muziektheater;
  • KV groepsmusiceren vocaal: oude muziek;
  • KV hedendaagse muziek;
  • KV musical dans;
  • KV muzikale en culturele vorming: folk- en wereldmuziek;
  • KV muzikale en culturele vorming: jazz-pop-rock;
  • KV muzikale en culturele vorming: klassiek;
  • KV muzikale en culturele vorming: oude muziek;
  • KV performance;
  • KV radio maken;
  • KV scenografie;
  • KV schrijven;
  • KV spel;
  • KV spreken en vertellen;
  • KV storytelling;
  • KV tekstschrijven en -vertolken;
  • KV theatertechnieken;
  • KV verteltheater- stemregie;
  • KV woordatelier;
  • KV woordinitiatie.

Die personeelsleden die vanaf het schooljaar 2021-2022 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor de hierboven vermelde reeks vakken, behouden alsnog het vereist bekwaamheidsbewijs via de overgangsmaatregel.

5.3.2.2. Behoud overgangsmaatregelen na uitdiensttreding

Personeelsleden die overgangsmaatregelen genieten, behouden die overgangsmaatregelen onder bepaalde voorwaarden. Vast benoemde personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs. Tijdelijke personeelsleden behouden de overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, waarbij sommige perioden niet als een onderbreking beschouwd worden. Die regeling wijzigt vanaf 1 september 2021.

Personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 2021 conform de geldende regelgeving overgangsmaatregelen voor hun bekwaamheidsbewijs en/of salarisschaal genieten, mogen de al toegekende overgangsmaatregelen behouden als ze uit dienst treden en nadien terug in actieve dienst komen.

Wie een overgangsmaatregel genoot en het onderwijs verlaat (bv. door pensionering of omdat men een functie buiten onderwijs opneemt), maar nadien beslist om terug te keren naar onderwijs, behoudt dus de toegekende overgangsmaatregel.

5.3.3. Andere toevoegingen bij de bekwaamheidsbewijzen

5.3.3.1. Verruiming voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen bij sommige kunstvakkendanslab

Binnen het stelsel bekwaamheidsbewijzen gelden een aantal algemene regels. Zo geldt bij de kunstvakken dat de voldoende geacht bekwaamheidsbewijzen enkel bestaan uit de diploma’s van hoger kunstonderwijs 1e; 2e en 3e graad + BPB. Enkel wanneer er geen vereiste bekwaamheidsbewijzen voorzien zijn, worden ook andere diploma’s hoger onderwijs als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aanvaard. Bij een aantal dansvakken gold deze regel echter niet.

Vanaf 1 september 2021 worden ook de bekwaamheidsbewijzen ‘HOKT + BPB’, ‘Bachelor + BPB’ en ‘ten minste master + BPB’ als voldoende geacht bekwaamheidsbewijzen opgenomen bij de danslabs waarvoor geen vereiste bekwaamheidsbewijzen bestaan:

  • Danslabirish /soft shoe
  • Danslab jazzdans
  • Danslab karakterdans
  • Danslab Spaanse dans
  • Danslab tapdans
  • Danslaburban
  • Danslab volksdans.

5.3.3.2. Vaststellen vereiste bekwaamheidsbewijzen nieuwe instrumenten KV instrument: jazz-pop-rock

Sinds 1 september 2020 kunnen binnen het vak instrument: jazz-pop-rock ook de instrumenten altviool, bastrombone, cello en eufonium ingericht worden. Tijdenshet schooljaar 2020-2021 konden personeelsleden enkel met een voldoende geacht of ‘ander’ bekwaamheidsbewijs aangesteld worden (zie hiervoor de aandachtspunten schooljaar 2020-2021 onder punt 6). Vanaf 1 september 2021 worden ook voor deze vier instrumenten vereiste bekwaamheidsbewijzen vastgelegd. Zie voor de concrete opsomming van de bekwaamheidsbewijzen de online toepassing.

5.3.3.3. Overige actualisaties aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen

Ten slotte worden ook nog een aantal studiebewijzen als vereist bekwaamheidsbewijs toegevoegd naar analogie met al opgenomen bekwaamheidsbewijzen. Concreet gaat het om de volgende studiebewijzen:

Waar … voorkomt 

Ook … toevoegen 

diploma van meester in muziek, jazz en lichte muziek, muziekproductie + BPB 

diploma van meester in muziek, jazz en lichte muziek, producer + BPB  

  

diploma van meester in muziek, jazz en lichte muziek, muziekproductie + BPB 

diploma van meester in muziek, jazz en lichte muziek, productie + BPB  

  

diploma van master in de muziek, scheppende muziek, muziekproductie + BPB 

diploma van master in de muziek, jazz en lichte muziek, muziekproductie + BPB  

educatieve master algemene vakdidactiek dans 

master in de dans + BPB  

6. Aandachtspunten meegedeeld in de vorige schooljaren

7. Website bekwaamheidsbewijzen deeltijds kunstonderwijs

8. Bijlagen