Screening niveau onderwijstaal, taal(integratie)traject en taalbad in het gewoon basisonderwijs

  • referentie
    BaO/2014/01
  • publicatiedatum
    15/05/2014
  • datum laatste wijziging
    07/06/2021
  • wettelijke basis
    Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 11ter, laatst gewijzigd bij Onderwijsdecreet XXVI van 17 juni 2016, en artikel 11quater, ingevoegd bij Onderwijsdecreet XXX van 3 juli 2020.
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van (…) over de taalscreening bij het begin van de leerplicht in het gewoon onderwijs en over de voldoende aanwezigheid van vijfjarigen in het kleuteronderwijs in scholen die over een afwijkende uurregeling beschikken, onder voorbehoud van het advies van de Raad van State en onder voo rbehoud van definitieve goedkeuring.
  • contactpersoon
    Veronique Adriaens, 02/553 92 32
  • Sinds 1 september 2014 moeten scholen voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, een verplichte screening van het niveau van de onderwijstaal uitvoeren. Deze screening brengt de beginsituatie van de leerling in kaart en wordt gevolgd door een aan de leerling aangepast taaltraject.
  • Sinds het schooljaar 2016-2017 is de screening niet langer verplicht voor anderstalige nieuwkomers.
  • Voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, is een taalbad van maximaal een jaar mogelijk.
  • De punten 1 tot en met 3 gelden tot en met het schooljaar 2020-2021.
  • Vanaf het schooljaar 2021-2022 wijzigt de regelgeving m.b.t. de taalscreening en de taalintegratietrajecten. De taalscreening wordt vanaf dan afgenomen in het eerste jaar van de leerplicht (in de periode van 10 oktober-30 november), met een door de overheid opgelegd instrument (zie punt 4).

1. Waarom worden deze maatregelen ingevoerd?

Een goede kennis van de onderwijstaal1 is voor leerlingen essentieel opdat ze met goed gevolg de onderwijsactiviteiten kunnen volgen. Maximaal inzetten op de kennis van deze onderwijstaal is en blijft een belangrijke opdracht van elke school in het kader van het verhogen van de kansen van alle leerlingen.

De maatregelen die hierna in punt 2 en 3 toegelicht worden (taalscreening, taaltraject en taalbad) willen leerlingen zo gericht mogelijk ondersteunen in het verwerven van de onderwijstaal.

Deze maatregelen zijn enkel van toepassing op het gewoon lager onderwijs. In het buitengewoon onderwijs wordt er immers gewerkt met individuele handelingsplannen waarin ook aandacht kan gaan naar extra ondersteuning van het leren van de onderwijstaal.

2. Screening niveau onderwijstaal en daaropvolgend taaltraject

2.1. Wat bedoelen we met een screening niveau onderwijstaal

Deze screening beoogt na te gaan wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Het is met andere woorden een beginsituatieanalyse van de leerling op basis waarvan verdere stappen ter ondersteuning van de leerling genomen kunnen worden.

2.2. Voor welke leerlingen moet u een screening doen?

De screening niveau onderwijstaal moet u doen voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt. Het kan gaan om leerlingen die de overstap maken van het (gewoon- of buitengewoon) kleuteronderwijs naar het gewoon lager onderwijs, het kan ook gaan om kinderen die op latere leeftijd in het gewoon lager onderwijs instromen (bijv. leerlingen uit Wallonië, uit het buitenland).

Sinds het schooljaar 2016-2017 is de screening niet langer verplicht voor anderstalige nieuwkomers. Deze leerlingen krijgen in elk geval een taaltraject dat aansluit bij hun beginsituatie en specifieke noden inzake de onderwijstaal (zie omzendbrief http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13800).

2.3. Wanneer moet u de taalscreening doen?

U voert de taalscreening in elk geval uit nà de instroom van de leerling in het gewoon lager onderwijs. De taalscreening is immers geen onderdeel van de toelatingsvoorwaarden tot het gewoon lager onderwijs.

Voor leerlingen die zich inschrijven in een lagere school (die dus niet doorstromen vanuit het eigen kleuteronderwijs, maar bijv. uit een andere school of uit het buitenland komen, of nog geen kleuteronderwijs gevolgd hebben) kan de screening dus niet voorafgaan aan de inschrijving in de lagere school.

Het resultaat van de taalscreening kan nooit het recht van de leerling op gewoon lager onderwijs beïnvloeden. De screening van de leerlingen rond taal kan ook nooit een reden zijn voor doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs.

2.4. Hoe gebeurt de taalscreening?

De taalscreening moet gebeuren met een betrouwbaar en valide screeningsinstrument. Als school kiest u zelf dit instrument, de overheid legt dus niet één instrument op. Om u te ondersteunen inzake de keuze van een betrouwbaar en valide instrument heeft de overheid wel een ‘toolkit breed evalueren taalvaardigheid Nederlands’ laten aanmaken door het Centrum voor Taal en Onderwijs en het Steunpunt Diversiteit en Leren. Deze toolkit geeft u een overzicht van bestaande en betrouwbare valide instrumenten en gaat in op de decretale verplichting (taalscreening bij eerste instroom in het gewoon lager onderwijs). Zie http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/toolkit-breed-evalueren-competenties-Nederlands-in-het-lager-onderwijs

Het spreekt voor zich dat, niet ter vervanging maar aanvullend bij het valide en betrouwbaar screeningsinstrument, ook de info die verkregen wordt vanuit de vorige school van het kind, meegenomen kan worden in de beginsituatieanalyse.

Voor het niveau van de onderwijstaal wordt gepolst naar de verschillende onderdelen binnen het leergebied Nederlands die aan bod komen in het kleuteronderwijs (luisteren, spreken, lezen, schrijven, taalbeschouwing).

2.5. Kunnen ouders de taalscreening weigeren?

Neen. De school is decretaal verplicht de taalscreening uit te voeren. Ouders kunnen deze screening van hun kind niet weigeren. De taalscreening is in het belang van de leerling want is het startpunt van een taaltraject aangepast aan de leerling (zie 2.6).  

2.6. Wat is het resultaat van de taalscreening?

Zoals onder punt 2.3 vermeld, kan de taalscreening er nooit toe leiden dat een leerling op basis van de resultaten van de taalscreening de toegang tot het gewoon lager onderwijs geweigerd wordt of naar het buitengewoon onderwijs doorverwezen wordt.

De taalscreening is een beginsituatieanalyse die moet aangeven of er nood is aan maatregelen m.b.t. de onderwijstaal. Het kan zijn dat de school vaststelt dat er geen enkel probleem is, het kan zijn dat de leerling op één of meer onderdelen van het leergebied Nederlands een taaltraject nodig heeft, het kan zijn dat een leerling op bepaalde onderdelen juist zeer sterk is en extra uitdagende activiteiten kan gebruiken,….

Indien de resultaten daar aanleiding toe geven, moet de school voorzien in een taaltraject dat aansluit bij de beginsituatie en de specifieke noden van de betrokken leerling inzake de onderwijstaal. Het behoort tot de vrijheid van elke school om dit taaltraject in te vullen en te kiezen voor de meest geschikte maatregelen voor de leerlingen.

Voor leerlingen die bij de eerste instroom in het gewoon lager onderwijs de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen, kunnen scholen als onderdeel van dit taaltraject een taalbad organiseren (zie punt 3).

3. Taalbad

3.1. Wat bedoelen we met taalbad?

Het taalbad is één manier om het taaltraject (zie punt 2.6) vorm te geven, of althans het taaltraject mee te laten starten.
Met taalbad bedoelen we de voltijdse en intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven, dit in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. In het taalbad kunnen tijdens de onderdompeling in de onderwijstaal uiteraard ook de leerinhouden van andere leergebieden aan bod komen, maar de focus van het taalbad moet op de taalverwerving liggen.

3.2. Voor wie is het taalbad bedoeld?

Het taalbad kan (maar moet niet!) georganiseerd worden voor alle leerlingen die bij de eerste instroom in het gewoon lager onderwijs de onderwijstaal onvoldoende beheersen om de lessen te kunnen volgen. Dit moet blijken uit een analyse van hun beginsituatie (…). Dat kan zowel om leerlingen gaan die beantwoorden aan de criteria voor anderstalige nieuwkomer (zie omzendbrief zie omzendbrief http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13800) als om andere leerlingen die de taalscreening doorlopen hebben.
Het taalbad is enkel bedoeld voor kinderen die echt Nederlandsonkundig zijn. Leerlingen die een dialectvorm van het Nederlands spreken of een minder rijke variant van het Nederlands, zijn uitdrukkelijk niet de doelgroep van het taalbad.

Een school is nooit verplicht om een leerling een taalbad te laten volgen.

3.3. Kan een ouder weigeren dat zijn/haar kind een taalbad moet volgen?

De school beslist welke leerlingen het taalbad moeten volgen. Ouders kunnen een taalbad, wanneer de school hiervoor kiest, niet weigeren.

3.4. Wie organiseert het taalbad?

Schoolbesturen kunnen het taalbad individueel of gezamenlijk organiseren.

Wanneer scholen het taalbad gezamenlijk organiseren, moet er wederzijdse samenwerking zijn tussen de school van inschrijving en de school die het taalbad van de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalbad wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalbad wordt georganiseerd, het opvolgen van de leerling die het taalbad volgt door de school waar de leerling is ingeschreven.

Het organiseren van een gezamenlijk taalbad is een materie die onderhandeld moet worden in het daartoe bevoegde onderhandelingscomité.

3.5. Hoe lang duurt een taalbad?

Een taalbad duurt maximaal een jaar. Wanneer de leerling het taalbad volgt in een andere school, dan wordt de leerkracht die het onderwijs in het taalbad verstrekt, betrokken bij de beslissing over de duur van het taalbad. Na het taalbad keert de leerling terug naar de school van inschrijving waar hij/zij voortaan verder de reguliere onderwijsactiviteiten volgt en verder de nodige taalondersteuning krijgt.

Uiteraard is het de bedoeling dat kinderen zo snel mogelijk terug in hun reguliere klas geïntegreerd worden, het taalbad moet dus zo kort mogelijk gehouden worden.

3.6. Krijgt een school bijkomende lestijden voor het organiseren van een taalbad?

Een school krijgt hiervoor geen bijkomende lestijden. Om schoolbesturen het gemakkelijker te maken om een taalbad te organiseren, wordt de deadline van aanvraag (nu 15/10) voor het overdragen van lestijden van de basisomkadering losgelaten. Hierdoor zullen scholen gedurende het hele schooljaar lestijden kunnen overdragen (zie omzendbrief BaO/2005/09, Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs, punt 5.2). Die aanvullende lestijden voor anderstalige nieuwkomers kunnen ook worden aangewend voor de organisatie van een taalbad. Deze lestijden kunnen gedurende het volledige schooljaar worden overgedragen (zie omzendbrief BAO/2006/03, Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers).

3.7. Is het inrichten van een taalbad een herstructurering?

Het inrichten van een taalbad is niet te beschouwen als een herstructurering.

3.8. Waar tellen de leerlingen die een taalbad volgen?

De leerlingen die een taalbad volgen, tellen (alleen) mee voor financiering of subsidiëring in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag. Leerlingen die in een andere school het taalbad volgen, worden als regelmatige leerling in de school van inschrijving beschouwd (ook al zijn ze aanwezig in de school van het taalbad in plaats van hun eigen school). De school die het taalbad organiseert geeft de afwezigheden van een leerlingen die het taalbad volgt door aan de school waar de leerling ingeschreven is (die ze op haar beurt doorgeeft aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten).

4. Regelgeving vanaf het schooljaar 2021-2022

Punten 1 t.e.m. 3 van deze omzendbrief zijn van toepassing tot en met het schooljaar 2020-2021.

Vanaf het schooljaar 2021-20 22 wijzigt de regelgeving op een aantal punten.

Zo zal de taalscreening
vanaf het schooljaar 2021-2022 vroeger afgenomen worden, namelijk bij elke leerling in het gewoon basisonderwijs bij het begin van de leerplicht (5 jaar). Enkel anderstalige nieuwkomers moeten niet gescreend worden op hun kennis van het Nederlands. Zij krijgen immers hoe dan ook een taalintegratietraject.

In concreto wordt de taalscreening jaarlijks afgenomen in de periode van 10 oktober tot en met 30 november van het eerste schooljaar van de leerplicht.
Deze tijdsmarge laat toe dat scholen de screening in deze weken kunnen inplannen wanneer dit hen het best uitkomt.

Ook kunnen scholen
zo rekening houd en met de leeftijd van de kleuters. Zo kunnen kleuters geboren in het begin van het kalenderjaar eerder tegen 10 oktober gescreend worden, maar kan voor kleuters die later op het jaar geboren zijn de screening eerder tegen 30 november gebeuren.

Voorbeeld :

Bij de kleuters die leerplichtig worden op 1 september 2021 (d.w.z. alle kleuters geboren in 2016) en in het gewoon basisonderwijs zitten, wordt de taalscreening afgenomen in de periode van 10 oktober 2021 tot en met 30 november 2021.
Aangezien 10 okto ber 2021 een zondag is start de afname de facto vanaf 11 oktober 2021.

De Vlaamse overheid bepaalt ook het instrument waarmee vanaf het schooljaar 2021-2022 de taalscreening afgenomen moet worden, alsook de manier van afname. D it instrument wordt momenteel ontwikkeld door wetenschappers (zie https://www.arts.kuleuven.be/cto/materialen/kleuter/taalscreening ) en zal in juli samen met een handleiding en instructiefilmpjes ter beschikking van de scholen gesteld worden .

Op basis van de resultaten van de taalscreening zullen leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands moeten volgen met in beginsel een taalbad, of een volwaardig alternatief d at dezelfde resultaten bereikt.

Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een sne lle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.

De bepalingen van de punten 3.3, 3.4, 3.7 en 3.8 uit deze omzendbrief gelden ook voor de taalintegratietrajecten vanaf het schooljaar 2021-2022.

Ook voor leerlingen die in de loop van het lager onderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school dan beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.

Taalintegratietrajecten kunnen vanaf het schooljaar 2021-2022 ook een voorwaarde zijn om tot het gewoon lager onderwijs toegelaten te worden. Deze informatie wordt opgenomen in de omzendbrief ‘Toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon basisonderwijs’ (zie https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/inhoudstafel.aspx?docid=13126 ).

Voor de taalintegratietrajecten van de 5-jarigen zullen scholen extra middelen onder de vorm van zorgpunten ontvangen. Meer informatie hieromtrent wordt opgenomen in de omzendbrie f m.b.t. de omkadering in het gewoon basisonderwijs https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13615 ) .

Meer informatie wordt aan deze omzendbrief toegevoegd van zodra de Vlaamse overheid het instrument waarmee de taalscreening moet gebeuren (inclusief manier van afname) vastgelegd heeft.

- (1): Voor de door de Vlaamse overheid erkende scholen is de onderwijstaal het Nederlands, met uitzondering van de scholen in de faciliteitengemeenten, waar de onderwijstaal het Frans kan zijn.