Toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon basisonderwijs

  • Deze omzendbrief geeft toelichting bij de toelatingsvoorwaarden in het gewoon kleuter- en lager onderwijs.
  • Het aantal halve dagen dat kleuters aanwezig moeten zijn om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs wordt verhoogd in het kader van de verlaging van de aanvang van de leerplicht . Deze maatregel treedt in werking vanaf het schooljaar 20 21-2022 . Concreet betekent dit dat van vijfjarige kleuters tijdens het schooljaar 2020-2021 ten minste 29 0 halve dagen aanwezigheid wordt verwacht met het oog op de toelating tot het lager onderwijs in het schooljaar 202 1 -202 2 .

1. Toelatingsvoorwaarden gewoon kleuteronderwijs

1.1. Algemeen 

Kleuters vanaf 2,5 tot 3 jaar mogen in het kleuteronderwijs op school aanwezig zijn op de volgende instapdagen:

- de eerste schooldag na de zomervakantie;

- de eerste schooldag na de herfstvakantie;

- de eerste schooldag na de kerstvakantie;

- de eerste schooldag van februari;

- de eerste schooldag na de krokusvakantie;

- de eerste schooldag na de paasvakantie;

- de eerste schooldag na Hemelvaartsdag;

Dit betekent dat een kleuter wordt toegelaten tot het kleuteronderwijs en als regelmatige leerling beschouwd wordt vanaf de instapdag volgend op de datum waarop het de leeftijd van twee jaar en zes maanden bereikt heeft. Vóór de instapdag mag een kleuter tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar niet op school aanwezig zijn.

Kleuters die twee jaar en zes maanden worden op een instapdag, kunnen op die dag in het kleuteronderwijs onmiddellijk toegelaten worden.

Een kleuter die de leeftijd van drie jaar bereikt heeft, kan elke dag worden ingeschreven en in de school toegelaten zonder rekening te houden met de instapdagen.

Voorbeelden:

Een kleuter geboren op 1 maart 2019 wordt op 1 september 2021 2,5 jaar. Hij mag in de school worden toegelaten de eerste schooldag van september 2021.

Een kleuter geboren op 8 maart 2019 wordt op 8 september 2021 2,5 jaar. Hij mag pas in de school worden toegelaten vanaf de eerste schooldag na de herfstvakantie. Hij wordt als regelmatige leerling beschouwd vanaf de eerste schooldag na de herfstvakantie.

Een kleuter geboren op 15 juli 2019 wordt op 15 januari 2022 2,5 jaar. Hij mag in het kleuteronderwijs worden toegelaten de eerstvolgende instapdag nadat hij de leeftijd van 2,5 jaar bereikt heeft. De kleuter mag de eerste schooldag van februari 2022 starten in het kleuteronderwijs. Hij wordt vanaf de eerste schooldag van februari als regelmatige leerling beschouwd.

Opgelet!
Bij de inschrijving van een kind in het gewoon basisonderwijs moet er naast de toelatingsvoorwaarden ook rekening gehouden worden met een aantal andere wettelijke mechanismen zoals bijvoorbeeld: voorrangsbepalingen, weigeringsgronden, moment waarop men over de documenten moet beschikken, akkoord pedagogisch project ...
Informatie hierover vindt u in de omzendbrief: BaO/2012/01 van 05/06/2012 “Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs”

1.2. Verlengd verblijf in het kleuteronderwijs

Een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan nog een schooljaar kleuteronderwijs volgen. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht.

Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.

Het verlengd ve rblijf in het kleuteronderwijs kan het gevolg zijn van het niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs of het kan een beslissing zijn van de ouders.

Voor een zesjarig kind dat niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs is er uiteraard geen advies van het CLB aan de ouders nodig (zie verder). Wel dienen de ouders de motivering te krijgen waarom een klassenraad dit zesjarig kind niet tot het gewoon lager onderwijs toelaat.

Het kan evenwel ook zijn dat het zesjarig kind eventueel wel voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs (zie verder), maar dat de ouders zelf de beslissing nemen om het kind nog een jaar langer kleuteronderwijs te laten volgen. Zowel de klassenraad als het bevoegde CLB geven de ouders hierover voorafgaandelijk advies, zodat de ouders met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen. Het is noodzakelijk dat de ouders toelichting krijgen bij deze adviezen (eventueel tijdens een gesprek met de directeur en de betrokken klastitularis). Nadat de ouders op de hoogte zijn van de voor- en nadelen en de mogelijke consequenties, nemen zij de uiteindelijke beslissing. Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

2. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs voor toelating vanaf het schooljaar 2021-2022

Voor het schooljaar 2021-2022 gelden, in het kader van de verlaging van de aanvang van de leerplicht vanaf 1 september 2020, nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs voor leerlingen die op zes jaar (2.2) , of vervroegd op vijf jaar (2.1) , wensen in te stappen .

2.1. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs voorvijfjarigen vanaf het schooljaar 2021-2022

Als vijfjarigen worden beschouwd, al wie vijf jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar.

V oorbeeld: voor de toelating tot het schooljaar 2021-2022 worden alle leerlingen geboren in 2016 beschouwd als vijfjarigen.

Er zijn twee mogelijke scenario’s waarin een vijfjarige leerling zich kan bevinden:

  • Een vijfjarige leerling die het voorgaande schooljaar was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs.
  • Een vijfjarige leerling die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs.

2.1.1. Een vijfjarige leerling die het voorafgaande schooljaar was ingeschreven een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs

Een vijfjarige kan enkel toegelaten worden mits:

  • Een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling laatst kleuteronderwijs volgde.
  • Of, b ij ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs omwille van de beheersing van het Nederlands , een gunstige beslissing van de klassenraad lager onderwijs en het volgen van een taalintegratietrajec t in het lager onderwijs.
  • Of, bij ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs, omwille van andere redenen dan de beheersing van het Nederlands, een gunstige beslissing van de klassenraad lager onderwijs .

Zowel het advies van de klassenraad van de school waar de leerling laatst kleuteronderwijs volgde, als de eventuele beslissing van de klassenraad van de school voor lager onderwijs behelzen in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende machtig is om het lager onderwijs te kunnen aanvatten. Andere overwegingen kunnen ook meegenomen worden.

Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na het gunstig advies of de gunstige beslissing door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap. Deze toelatingsvoorwaarde geldt ook in de Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

Meer informatie over een taalintegratietraject staat de omzendbrief ‘ Screening niveau onderwijstaal, taal(integratie)traject en taalbad in het gewoon basisonderwijs ’.

Opgelet: als de klassenraad de toelating tot het lager onderwijs weigert in de school waar de ouders een vraag tot inschrijving voor het lager onderwijs hebben gesteld , dan bezorgt de school aan de ouders een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving . Als deze leerling nog niet ingeschreven was (of is) in het kleuteronderwijs van de ze school kan deze leerling zich niet beroepen op de gegarandeerde schoolloopbaan. De ouders zullen een nieuwe vraag tot inschrijving moeten stellen in dezelfde school voor het kleuteronderwijs of in een andere school .
Indien de leerling er niet uitgeschreven werd, kunnen de ouders zich ook beroepen op de inschrijving van de leerling in de school voor kleuteronderwijs, waar de leerling ook het voorgaande schooljaar schoolliep.

Zie de omzendbrief
‘Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs’ .

2.1.2. Een vijfjarige leerling die het voorafgaande schooljaarniet ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs.

Leerlingen die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs hebben een gunstige beslissing nodig van de klassenraad van de school voor lager onderwijs .

Deze beslissing behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden.

De klassenraad lager onderwijs beslist ook of de leerling toegelaten wordt in een regulier traject en/ of taalintegratietraject. Meer informatie over een taalintegratietraject staat de omzendbrief ‘ Screening niveau onderwijstaal, taal(integratie)traject en taalbad in het gewoon basisonderwijs ’.

Bij weigering van toelating tot het lager onderwijs door de klassenraad lager onderwijs , beslist de klassenraad van de school voor kleuteronderwijs of de leerling in het kleuteronderwijs het reguliere traject en/ of een taalintegratietraject volgt.

Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad lager onderwijs , nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.

Opgelet: als de klassenraad de toelating tot het lager onderwijs weigert , dan bezorgt de school aan de ouders een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving . Als er geen inschrijving is voor het kleuteronderwijs in die school kan deze leerling zich in niet beroepen op de gegarandeerde schoolloopbaan. De ouders zullen een nieuwe vraag tot inschrijving moeten stellen in dezelfde school voor het kleuteronderwijs of in een andere school . Zie de omzendbrief ‘Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs’ .

2.2. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs voor zesjarigen vanaf het schooljaar 2021-2022

Als zesjarigen worden beschouwd, al wie zes jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar .

Voorbeeld: voor de toelating tot het schooljaar 2021-2022 worden alle leerlingen geboren in 2015 beschouwd als zesjarige .

Er zijn drie mogelijke scenario s waarin zesjarige leerlingen zich kunnen bevinden:

  • Een zesjarige leerling die het voorafgaande schooljaar was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig kleuter onderwijs én voldoende aanwezig was .
  • Een zes jarige leerling die het voorafgaande schooljaar was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig kleuter onderwijs en onvoldoende aanwezig was .
  • Een zes jarige leerling die niet was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig kleuter onderwijs.

Voor leerlingen die instappen in het gewoon lager onderwijs in Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied , is ingeschreven zijn geweest en/of voldoende aanwezigheid in een Nederlandstalige erkende school voor kleuteronderwijs geen vereiste. Zij hebben op basis van hun leeftijd van zes jaar recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

2.2.1. Een zesjarige leerling die het voorafgaande schooljaar was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs én voldoende aanwezig was.

Leerlingen die in het voorgaande schooljaar ingeschreven waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en er ten minste 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig geweest zijn , zijn toegelaten tot het lager onderwijs .

Aanwezigheid in de rijdende kleuterschool wordt mee in rekening genomen.

Daarnaast moet de klassenraad van de school waar de leerling laatst kleuteronderwijs volgde ook een advies geven. Dit advies be helst de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten . Het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld ten laatste op 30 juni van het lopende schooljaar. Indien er geen advies gegeven wordt door de klassenraad op uiterlijk 30 juni, wordt er uitgegaan van een gunstig advies voor de leerling.

De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies bevat tevens de motivatie.

Bij ongunstig advies wordt de leerling ook toegelaten tot het lager onderwijs mits een taalintegratietraject te volgen . M eer informatie over een taalintegratietrajec t staat de omzendbrief ‘ Screening niveau onderwijstaal, taal(integratie)traject en taalbad in het gewoon basisonderwijs .

Opgelet: Voor de toelatingsvoorwaarde gaat het om 290 halve dagen daadwerkelijke aanwezigheid in het kleuteronderwijs . Voor de leerplicht en in functie van de regelmatigheid van de leerling kunnen afwezigheden die de directie aanvaardbaar acht in aanmerking genomen worden voor het bereiken van deze 290 halve dagen . Zie de omzendbrief ‘Verlaging van de aanvang van de leerplicht vanaf 1 september 2020’.

Opgelet : halve dagen geregistreerd in het schooljaar 2020-2021 met code X en N tellen mee voor het bereiken van de halve dagen aanwezigheid in het kader van de toelatingsvoorwaarden tot het lager onderwijs. Zie de omzendbrief ‘Tijdelijke registratie van afwezigheden van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs - schooljaar 2020-2021’ .

2.2.2. Een zesjarige leerling die het voorafgaande schooljaar ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs en onvoldoende aanwezig was.

Leerlingen die in het voorgaande schooljaar ingeschreven waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en niet ten minste 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig geweest zijn, kunnen enkel toegelaten worden mits:

  • Een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling laatst kleuteronderwijs volgde.
  • Of, b ij ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs omwille van de beheersing van het Nederlands , een gunstige beslissing van de klassenraad lager onderwijs en het volgen van een taalintegratietraject .
  • Of, bij ongunstig advies van de klassenraad van het kleuteronderwijs, omwille van andere redenen dan de beheersing van het Nederlands, een gunstige beslissing van de klassenraad lager onderwijs .

Zowel het advies van de klassenraad van de school waar de leerling laatst kleuteronderwijs volgde, als de eventuele beslissing van de klassenraad van de school voor lager onderwijs behelzen in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het lager onderwijs te kunnen starten . Andere overwegingen kunnen ook meegenomen worden.

Het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld ten laatste op 30 juni van het lopende schooljaar. Indien er geen advies gegeven wordt door de klassenraad op uiterlijk 30 juni, wordt er uitgegaan van een gunstig advies voor de leerling.

De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. In afwachting van deze mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven.

De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie .

Opgelet : als de klassenraad de toelating tot het lager onderwijs weigert in de school waar de ouders een vraag tot inschrijving voor het lager onderwijs hebben gesteld , dan bezorgt de school aan de ouders een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving . Als deze leerling nog niet ingeschreven was ( of is ) in het kleuteronderwijs van de ze school kan deze leerling zich niet beroepen op de gegarandeerde schoolloopbaan. De ouders zullen een nieuwe vraag tot inschrijving moeten stellen in dezelfde school voor het kleuteronderwijs of in een andere school .
Indien de leerling er niet uitgeschreven werd, kunnen de ouders zich ook beroepen op de inschrijving van de leerling in de school voor kleuteronderwijs, waar de leerling ook het voorgaande schooljaar schoolliep.
Zie de omzendbrief
‘Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs’ .

2.2.3. Een zesjarige leerling die het voorafgaande schooljaar niet ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs.

Leerlingen die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs hebben een gunstige beslissing nodig van de klassenraad van de school voor lager onderwijs .

Deze beslissing behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden.

De klassenraad lager onderwijs beslist ook of de leerling toegelaten wordt in een regulier traject of taalintegratietraject.

Bij weigering van toelating tot het lager onderwijs door de klassenraad lager onderwijs, beslis t de klassenraad van de school voor kleuteronderwijs of de leerling in het kleuteronderwijs het reguliere traject of een taalintegratietraject volgt.

De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. In afwachting van deze mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven.

De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.

Opgelet: als de klassenraad de toelating tot het lager onderwijs weigert , dan bezorgt de school aan de ouders een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving . Als er geen inschrijving is voor het kleuteronderwijs in die school kan deze leerling zich in niet beroepen op de gegarandeerde schoolloopbaan. De ouders zullen een nieuwe vraag tot inschrijving moeten stellen in dezelfde school voor het kleuteronderwijs of in een andere school . Zie de omzendbrief ‘Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs’ .

2.3. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor zevenjarigen en ouder

Als zevenjarigen worden beschouwd: alle leerlingen die zeven jaar geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar.

Bijvoorbeeld : voor de toelating tot het schooljaar 20 21 -20 22 worden alle leerlingen geboren in 20 14 beschouwd als zevenjarigen.

Deze leerlingen hebben op basis van hun leeftijd recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. De vereist en omtrent voldoende aanwezigheid in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs , het volgen van een taalintegratietraject of toelating door de klassenraad zijn op hen niet van toepassing.

2.4. Overdracht van adviezen en beslissingen

In geval van een schoolveranderin g kan elke klassenraad van de school voor lager onderwijs -indien van toepassing- autonoom beslissen over de toelating van een leerling. De regelgeving voorziet geen automatische overdracht van adviezen en beslissingen van de klassenraden die een leerling toelating geven tot een bepaald onderwijsniveau. Ook adviezen in het kader het verlengd verblijf in het kleuter- of lager onderwijs, worden niet automatisch overgedragen.

Voorbeeld:
E
en zesjarige leerling verandert van school A naar B in de loop van zijn eerste leerjaar lager onderwijs.
De leerling was het voorafgaande schooljaar onvoldoende halve dagen aanwezig en kreeg een ongunstig advies van de klassenraad voor kleuteronderwijs . De klassenraad lager onderwijs van sc hool A nam een gunstige beslissing om de leerling toe te laten tot het lager onderwijs .
De leerling verandert van school in de loop van het schooljaar. D e nieuwe school B kan deze leerling inschrijven onder opschortende voorwaarde en zich opnieuw buigen over de toelating van deze leerling tot het lager onderwijs . Als de nieuwe school zich niet buigt over de toelating van deze leerling tot het lager onderwijs binnen de tien schooldagen na de inschrijving , dan is deze leerling ingeschreven .

Ook als de leerling niet toegelaten werd door de klassenraad lager onderwijs van school A , kan de nieuwe school B zich buigen over de toelating van deze leerling tot het lager onderwijs.

2.5. Organisatie klassenraden

Een basisschool kan beslissen om de k l assenraad van het kleuteronderwijs samen te laten vergaderen met die van het lager onderwijs.

De klassenraden voor kleuteronderwijs en lager onderwijs moeten wel elk hun eigen advies en/of beslissing nemen .

3. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs sinds het schooljaar 2014-2015 tot en met het schooljaar 2020-2021

Sinds het schooljaar 2014-2015 gelden nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs voor leerlingen die op zes jaar, of vervroegd op vijf jaar, wensen in te stappen. Als zesjarigen worden beschouwd, al wie zes jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar; als vijfjarigen worden beschouwd, al wie vijf jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar (bijvoorbeeld: voor het schooljaar 2016-2017 worden alle kinderen geboren in 2010 beschouwd als zesjarigen, de kinderen geboren in 2011 zijn in functie van dit schooljaar de vijfjarigen).

De klassenraad van de school voor lager onderwijs beslist voortaan over de toelating tot het gewoon lager onderwijs van alle vijfjarigen, alsook over de toelating van de zesjarigen die het jaar ervoor onvoldoende aanwezig waren in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs.

Om dit mogelijk te maken is de decretale definitie van het begrip ‘klassenraad’ gewijzigd. De klassenraad wordt voortaan gedefinieerd als het team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

De taalproef voor onvoldoend aanwezige kleuters vervalt zowel voor de vijf- als voor de zesjarigen.

Deze wijziging in de toelatingsvoorwaarden voor de vijf- en zesjarigen vloeit voort uit een evaluatie van de taalproef in samenwerking met scholen, CLB’s en experten. Uit deze evaluatie kwam ontevredenheid over de taalproef en de vraag naar meer inschattingsbevoegdheid voor de klassenraad van de lagere school naar boven.

De afschaffing van de taalproef viel chronologisch samen met de invoering van de taalscreening voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, en met de invoering van het taaltraject dat op deze screening volgt. Opgelet: de taalscreening heeft een andere finaliteit dan de taalproef. De taalscreening laat de school toe om een taaltraject voor de leerling op te stellen. De screening mag pas na inschrijving afgenomen worden en is dus, in tegenstelling tot de taalproef, geen onderdeel van de toelatingsvoorwaarden (zie omzendbrief BaO

/2014/01, Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad in het gewoon lager onderwijs). 

 

3.1. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs (…) voor zesjarigen tot en met het schooljaar 2020-2021

Vanaf het schooljaar 2018-2019 werd het aantal halve dagen dat zesjarigen in kleuteronderwijs aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs, verhoogd. Zij moeten het voorgaande schooljaar ingeschreven en ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest in een Nederlandstalige erkende kleuterschool om recht te hebben op toelating tot het gewoon lager onderwijs. Concreet betekent dit dat vijfjarige kleuters tijdens het schooljaar 2017-2018 ten minste 250 halve dagen aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2018-2019.

De klassenraad van het lager onderwijs beslist over de toelating voor de leerlingen die niet voldoende aanwezig zijn geweest.

De manier waarop de klassenraad deze beslissing neemt bepaalt de school zelf (bijv. contactname met de kleuterschool, advies van het CLB, een oriënterend gesprek met de leerling/ouders, testen, …).  

De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee uiterlijk de tiende schooldag van september, voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Wanneer deze termijnen overschreden worden is de leerling ingeschreven.

Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet deze beslissing schriftelijk meegedeeld worden en gemotiveerd worden.

Voor leerlingen die instappen in het gewoon lager onderwijs in Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied is voldoende aanwezigheid in een Nederlandstalige erkende school voor kleuteronderwijs geen vereiste. Zij hebben op basis van hun leeftijd van zes jaar recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

3.2. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor vijfjarigen tot het schooljaar 2020-2021

Sinds het schooljaar 2014-2015 is het steeds de klassenraad die beslist over de toelating van een vijfjarige tot het gewoon lager onderwijs. De modaliteiten en de termijn zoals vermeld onder 2.1.1 zijn ook hier van toepassing. Dit wil zeggen dat de school de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs meedeelt, uiterlijk de tiende schooldag van september voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Wanneer deze termijnen overschreden worden, is de leerling ingeschreven. Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet de beslissing schriftelijk meegedeeld en gemotiveerd worden.


(…)Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.

Deze toelatingsvoorwaarde geldt ook in de Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

 

Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar en lager onderwijs volgt, is onderworpen aan de leerplicht.

3.3. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor zevenjarigen en ouder tot het schooljaar 2020-2021

Als zevenjarigen worden beschouwd: alle leerlingen die zeven jaar geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar. Bijvoorbeeld voor de toelating tot het schooljaar 2016-2017 worden alle leerlingen geboren in 2009 beschouwd als zevenjarigen.

Deze leerlingen hebben op basis van hun leeftijd recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. De vereiste van voldoende aanwezigheid in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs of toelating door de klassenraad is op hen niet van toepassing.

 

(…)

4. Duur van het gewoon lager onderwijs

4.1.

4.1.1. Algemeen principe

Hoe lang een leerling in het lager onderwijs kan doorbrengen wordt vanaf het schooljaar 2016-2017 niet langer uitgedrukt in aantal jaren maar in leeftijden.

In principe duurt het lager onderwijs zes jaar.

4.1.2. Minimumduur lager onderwijs

Het minimum aantal jaren dat een leerling in het lager onderwijs ‘moet’ doorbrengen wordt niet langer vastgelegd in de regelgeving met dien verstande dat het getuigschrift lager onderwijs pas kan uitgereikt worden aan regelmatige leerlingen die voor 1 januari van het lopende schooljaar al acht jaar geworden zijn (zie omzendbrief ‘Het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs’ (BaO/98/11) http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=9287 ).

4.1.3. Maximumduur lager onderwijs

Een leerling die veertien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan nog één schooljaar lager onderwijs volgen, na gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en het CLB nemen de ouders de uiteindelijke beslissing. De ouders kunnen dus niet verplicht worden hun kind op de leeftijd van veertien jaar nog lager onderwijs te laten volgen, ook al is er een gunstig advies van de klassenraad.

Vanaf 1/9/2016 is er dus niet langer een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist voor een leerling die op dertienjarige leeftijd een achtste jaar lager onderwijs wil volgen. Deze adviezen zijn enkel nog vereist indien de leerling veertien jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar en nog een schooljaar lager onderwijs wil volgen (ongeacht het aantal jaren lager onderwijs de leerling al gevolgd heeft).

Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan niet meer toegelaten worden tot het lager onderwijs.

(…)

4.1.4. Getuigschrift basisonderwijs

Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs behaald heeft kan geen lager onderwijs meer volgen, tenzij na toelating door de klassenraad. Tot en met het schooljaar 2015-2016 kon een school een leerling die reeds in het bezit was van een getuigschrift basisonderwijs maar nog aan de leeftijdsvoorwaarden voldeed om lager onderwijs te volgen, niet weigeren nog verder lager onderwijs te volgen, ook al vond de school dit zelf geen goede keuze voor de leerling. Vanaf het schooljaar 2016-2017 kan dit niet meer, tenzij de klassenraad hiermee akkoord is. Dit laat toe om specifieke situaties op te vangen, waarbij de school het zinvol vindt om de leerling, ook al heeft deze het getuigschrift basisonderwijs al behaald, nog lager onderwijs te laten volgen. In de uitzonderlijke gevallen dat de klassenraad een dergelijke beslissing neemt, is dit meestal zo omdat zowel de ouders als de klassenraad van oordeel zijn dat de leerling emotioneel nog niet klaar is om het secundair onderwijs aan te vatten (vb. hoogbegaafde leerlingen die vervroegd het getuigschrift basisonderwijs behaald hebben of leerlingen die op het einde van het jaar geboren zijn). Meer informatie over het getuigschrift basisonderwijs vindt u in de omzendbrief BaO/98/11 ‘Het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs’ (zie http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=9287)

5. Regelmatige leerling

Een regelmatige leerling is een leerling die:

  • voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals bepaald onder punt 1 en 2 of 3.
  • slechts in één school is ingeschreven behalve wanneer het kind ook ingeschreven is in een school voor type 5;
  • in het lager onderwijs, of als zes- en zevenjarige in het kleuteronderwijs, altijd aanwezig is, behalve bij gewettigde afwezigheid .
  • als vijfjarige in het kleuteronderwijs voldoende aanwezig is (290 halve dagen, waarbij de afwezigheden die de directie aanvaardbaar acht, meetellen voor deze 290 halve dagen)
  • als leerplichtige deelneemt aan alle onderwijsactiviteiten die voor de leerlingengroep of de leerling worden georganiseerd, behoudens vrijstelling voor godsdienst/zedenleer. Deelname aan een taalbad of een ander taalintegratietraject (sinds 1/9/2014, zie omzendbrief BaO/2014/01, Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad in het gewoon lager onderwijs) wordt als zodanig beschouwd.

Deze bepaling is van belang voor de vaststelling van het werkingsbudget en het lestijdenpakket. Enkel regelmatige leerlingen tellen mee bij de berekening.