Omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling

  • referentie
    Pers/2021/01
  • publicatiedatum
    21/01/2021
  • datum laatste wijziging
    07/01/2022
  • contactpersoon
    Uw werkstation,

Toevoeging van praktische info in hoofdstuk 11 over de melding van deze dienstonderbreking aan het werkstation. Het schoolsecretariaat geeft deze dienstonderbreking enkel door op de werkdagen waarop het personeelslid het omstandigheidsverlof neemt. Als een personeelslid het verlof niet heeft opgenomen in het weekend, mag de dienstonderbreking niet doorgetrokken worden over het weekend heen.

1. Waarover gaat deze omzendbrief?

Deze omzendbrief gaat over het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling. Dat is het verlof dat een personeelslid kan opnemen naar aanleiding van de geboorte van een kind. Het verlof wordt in andere sectoren ook vaderschapsverlof of geboorteverlof genoemd.

Let op: het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind is in onderwijs niet hetzelfde als vaderschapsverlof. Vaderschapsverlof is de omzetting van het postnataal bevallingsverlof van de moeder naar een verlof voor de partner bij hospitalisatie of overlijden van de moeder na de geboorte van het kind. Daarover vindt u meer info in de omzendbrieven PERS/2005/02 (13AC) en PERS/2005/03 (13AC).

2. Wie kan het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling nemen?

2.1. Personeelscategorieën

Volgende personeelscategorieën hebben recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;

5° de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

Voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden gelden de bepalingen van deze omzendbrief enkel voor de afwezigheid die ligt binnen de periode van hun aanstelling.

2.2. Rechthebbenden

Een personeelslid heeft recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling bij de geboorte van een kind waarvan de afstamming aan de kant van het personeelslid vaststaat.

Als niemand het verlof opneemt op grond van afstamming, heeft het personeelslid dat gehuwd is of samenwoont met de moeder van het kind recht op het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling.

Het gaat dus om de vader of de meeouder van het kind.

3. Wat is het?

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling biedt het personeelslid de mogelijkheid om een aantal dagen afwezig te zijn naar aanleiding van de geboorte van een kind.

4. Is het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling een recht of een gunst?

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling is een recht. Het bevoegd bestuur kan het verlof niet weigeren.

Personeelsleden die zowel in de privé-sector als in het onderwijs werken, hebben slechts één keer recht op het aantal dagen verlof dat vermeld wordt in punt 7.

Het recht op bevallingsverlof sluit voor dezelfde ouder het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling uit.

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling wordt in mindering gebracht van het recht op opvangverlof.

5. Hoe kan het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling worden opgenomen?

5.1. Volume

Het verlof moet steeds met volledige dagen genomen worden. Ook als het personeelslid deeltijds werkt, wordt elke dag aangerekend.

Als een personeelslid in verschillende instellingen of centra werkt gedurende de dagen waarop het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling neemt, dan geldt dat verlof voor alle instellingen of centra.

5.2. Al dan niet aaneensluitend

Van het totaal aantal dagen omstandigheidsverlof waarop het personeelslid recht heeft (zie punt 7) moeten minimaal vijf dagen aaneensluitend worden genomen. Als het bevoegd bestuur akkoord gaat, mogen de voormelde vijf dagen ook niet aaneensluitend genomen worden.

5.3. Meerling

Bij de geboorte van een meerling heeft het personeelslid maar één keer recht op het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling.

6. Wanneer begint en eindigt het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling?

De begindatum van het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling is vrij te kiezen. Het verlof moet wel genomen worden binnen een periode van vier maanden vanaf de bevalling.

7. Wat is de totale duur van het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling?

Het aantal werkdagen omstandigheidsverlof waarop een personeelslid recht heeft, is afhankelijk van de geboortedatum van het kind. Onderstaande tabel geeft een schematisch overzicht:

Datum van de geboorte 

Aantal dagen omstandigheidsverlof 

Tot en met 31 december 2020 

10 

Van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022 

15 

Vanaf 1 januari 2023 

20 

8. Kan het personeelslid vervangen worden?

Een personeelslid dat omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling opneemt, kan altijd vervangen worden, ook als de afwezigheid geen aaneensluitende periode van ten minste tien werkdagen vormt. Er moet ook geen gebruik gemaakt worden van vervangingseenheden.

9. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

10. Hoeveel bedraagt het salaris?

Tijdens de eerste tien werkdagen van het verlof heeft het personeelslid recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of een hogere salaristoelage.

Vanaf de elfde werkdag ontvangt het personeelslid 82% van zijn brutosalaris op jaarbasis, a rato van het volume van zijn opdracht. Daarbij geldt er een beperking van het brutosalaris op jaarbasis tot 26.230 euro aan 100%.

11. Welke procedure moet gevolgd worden bij een omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling?

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling deelt u steeds mee, ook als er geen vervanger wordt aangesteld omdat het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen moet weten hoe er bezoldigd moet worden.

Tijdens de eerste tien werkdagen ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 100 % van het brutosalaris. De bijkomende werkdagen ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 82 % van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26.230€ (100%).

De bijkomende werkdagen bedragen maximaal vijf werkdagen gedurende de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2022 en maximaal tien werkdagen voor de periode vanaf 1 januari 2023.

De aanvraagformulieren en verantwoordingsstukken bij het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling blijven ter beschikking in de school, de instelling of het centrum en moeten dus niet aan de bovenvermelde agentschappen worden bezorgd.

Omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling deelt u via de volgende codes mee aan AGODI of AHOVOKS :

Codes omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling  

Code  

Dienstonderbreking  

bereik  

RL  

Begindatum  

Einddatum  

119  

Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris   

P   

2   

01-09-2005  

onbepaald   

237 

Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris   

P   

2   

01-01-2021   

onbepaald   

P = persoonsgebonden. Dat wil zeggen dat de dienstonderbreking gekoppeld wordt aan alle opdrachten van het personeelslid over de scholen, instellingen en centra heen.

De eerste tien werkdagen van het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling deelt u mee via de dienstonderbrekingcode 119. De volgende bijkomende werkdagen deelt u mee via de dienstonderbrekingcode 237.

De dienstonderbreking stuurt u enkel door op de werkdagen waarop het personeelslid het omstandigheidsverlof neemt. In het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en in de internaten kan dit ook in het weekend zijn.
Als een personeelslid het verlof niet heeft opgenomen in het weekend, mag u de dienstonderbreking niet doortrekken over het weekend heen.

Op welke dagen kan u de dienstonderbreking niet doorsturen?

  • Wettelijke feestdagen;
  • Weekenddagen waarop het personeelslid geen omstandigheidsverlof heeft opgenomen;
  • Dagen in de korte schoolvakanties die voor het betreffende onderwijsniveau en het betreffende ambt vakantiedagen zijn.
    De korte schoolvakanties zijn de herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie en paasvakantie.
    Als de titularis een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling neemt tot aan de vooravond van het weekend vóór een korte schoolvakantie en aansluitend op de korte schoolvakantie terug een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling neemt of een andere dienstonderbreking, zal de vervanger ook bezoldigd worden tijdens het weekend en de korte schoolvakantie volgens de bepalingen van de omzendbrief betreffende sommige aspecten van de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden van het onderwijs

Voorbeeld 1:

Een personeelslid neemt een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling voor 15 opeenvolgende werkdagen vanaf  10 januari 2022.

Elektronische zending :

U splitst de periode op in meerdere zendingen, waarbij u telkens de dagen weglaat (weekend en/of feestdagen) waarop het omstandigheidsverlof niet is opgenomen. De periode die de eerste tien werkdagen omvat, moet u zenden met een dienstonderbrekingcode (DO) 119. De periode met de bijkomende dagen moet u zenden met een dienstonderbrekingcode 237.

Voor de titularis X:

De eerste 5 werkdagen, van 10-1-2022 tot en met 14-1-2022 stuurt u door met de DO 119 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (stuurcode 23119) met begindatum 10-1-2022 en einddatum 14-1-2022.
Voor het personeelslid zitten er geen werkdagen in het weekend. Daarom stuurt u voor het weekend van 15-1-2022 tot 16-1-2022 geen DO 119.

De volgende 5 werkdagen, van 17-1-2022 tot 21-1-2022 meldt u opnieuw met DO119.

Voor deze 10 werkdagen ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 100 % van het brutosalaris.


Ook voor het weekend van 22-1-2022 tot 23-1-2022 meldt u geen Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind, want in het weekend zitten er geen werkdagen.

De periode van 24-1-2022 tot 28-1-2022 stuurt u door met DO 237 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (stuurcode 23237) met begindatum 24-1-2022 en einddatum 28-1-2022.

Voor deze periode ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 82 % van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26.230€ (100%).

Voor de vervanger Y:

Op geldigheidsdatum 10-1-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 10-1-2022 en met einddatum 14-1-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (dienstonderbrekingcode 119).

Op geldigheidsdatum 17-1-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 17-1-2022 en met einddatum 21-1-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (dienstonderbrekingcode 119).

Op geldigheidsdatum 24-1-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 24-1-2022 en met einddatum 28-1-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (dienstonderbrekingcode 237)
.

Zoals vermeld in punt 8 kan er steeds een vervanger worden aangesteld en bezoldigd, ook als de afwezigheid geen aaneensluitende periode van ten minste tien werkdagen vormt. In het basisonderwijs moet er ook geen gebruik gemaakt worden van vervangingseenheden (VKA).

Voorbeeld 2:

Een personeelslid neemt een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling voor 15 opeenvolgende werkdagen vanaf 23 mei 2022.

Elektronische zending :

U splitst de periode op in meerdere zendingen, waarbij u telkens de dagen weglaat (weekends en/of feestdagen) waarop het omstandigheidsverlof niet is opgenomen. De periode die de eerste tien werkdagen omvat, moet u zenden met een dienstonderbrekingcode (DO) 119. De periode met de bijkomende dagen moet u zenden met een dienstonderbrekingcode 237.

Voor de titularis X:

De eerste 5 werkdagen, van 23-5-2022 tot en met 27-5-2022 stuurt u door met de DO 119 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (stuurcode 23119) met begindatum 23-5-2022 en einddatum 27-5-2022.
Voor het personeelslid vallen er geen werkdagen in het weekend. Daarom stuurt u voor het weekend van 28-5-2022 tot 29-5-2022 geen DO 119.

De volgende 5 werkdagen, van 30-5-2022 tot 3-6-2022 meldt u opnieuw met DO119.


Voor deze 10 werkdagen DO119 ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 100 % van het brutosalaris.


Het weekend van 4-6-2022 tot 5-6-2022 wordt gevolgd door Pinkstermaandag, een feestdag. Zowel het weekend als de feestdagen zijn geen werkdagen voor het personeelslid. Daarom stuurt u voor de periode 4-6-2022 tot 6-6-2022 geen DO119.

De periode van 7-6-2022 tot 10-6-2022 stuurt u door met DO 237 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (stuurcode 23237) met begindatum 7-6-2022 en einddatum 10-6-2022.

Het weekend 11-6-2022 tot 12-6-2022 zijn geen werkdagen voor het personeelslid. Daarom zendt u hiervoor geen DO 237.


Het personeelslid neemt de laatste dag op 13-6-2022. Ook voor deze dag stuurt u DO 237 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (stuurcode 23237) met begindatum 13-6-2022 en einddatum 13-6-2022.

Voor deze periode ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 82 % van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26.230€ (100%).

Voor de vervanger Y:

Op geldigheidsdatum 23-5-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 23-5-2022 en met einddatum 27-5-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (dienstonderbrekingcode 119).

Op geldigheidsdatum 30-5-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 30-5-2022 en met einddatum 3-6-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (dienstonderbrekingcode 119).

Op geldigheidsdatum 7-6-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 7-6-2022 en met einddatum 10-6-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (dienstonderbrekingcode 237).

Op geldigheidsdatum 13-6-2022 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 13-6-2022 en met einddatum 13-6-2022 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (dienstonderbrekingcode 237).


Zoals vermeld in punt 8 kan er steeds een vervanger worden aangesteld en bezoldigd, ook als de afwezigheid geen aaneensluitende periode van ten minste tien werkdagen vormt. In het basisonderwijs moet er ook geen gebruik gemaakt worden van vervangingseenheden (VKA).