Omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling

  • referentie
    Pers/2021/01
  • publicatiedatum
    21/01/2021
  • datum laatste wijziging
    12/04/2021
  • contactpersoon
    Uw werkstation,
  • Voor bevallingen vanaf 1 januari 2021 heeft het personeelslid dat vader wordt of meeouder is, recht op vijftien dagen omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling in plaats van tien dagen.

1. Waarover gaat deze omzendbrief?

Deze omzendbrief gaat over het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling. Dat is het verlof dat een personeelslid kan opnemen naar aanleiding van de geboorte van een kind. Het verlof wordt in andere sectoren ook vaderschapsverlof of geboorteverlof genoemd.

Let op: het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind is in onderwijs niet hetzelfde als vaderschapsverlof. Vaderschapsverlof is de omzetting van het postnataal bevallingsverlof van de moeder naar een verlof voor de partner bij hospitalisatie of overlijden van de moeder na de geboorte van het kind. Daarover vindt u meer info in de omzendbrieven PERS/2005/02 (13AC) en PERS/2005/03 (13AC).

2. Wie kan het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling nemen?

2.1. Personeelscategorieën

Volgende personeelscategorieën hebben recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;

5° de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

Voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden gelden de bepalingen van deze omzendbrief enkel voor de afwezigheid die ligt binnen de periode van hun aanstelling.

2.2. Rechthebbenden

Een personeelslid heeft recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling bij de geboorte van een kind waarvan de afstamming aan de kant van het personeelslid vaststaat.

Als niemand het verlof opneemt op grond van afstamming, heeft het personeelslid dat gehuwd is of samenwoont met de moeder van het kind recht op het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling.

Het gaat dus om de vader of de meeouder van het kind.

3. Wat is het?

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling biedt het personeelslid de mogelijkheid om een aantal dagen afwezig te zijn naar aanleiding van de geboorte van een kind.

4. Is het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling een recht of een gunst?

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling is een recht. Het bevoegd bestuur kan het verlof niet weigeren.

Personeelsleden die zowel in de privé-sector als in het onderwijs werken, hebben slechts één keer recht op het aantal dagen verlof dat vermeld wordt in punt 7.

Het recht op bevallingsverlof sluit voor dezelfde ouder het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling uit.

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling wordt in mindering gebracht van het recht op opvangverlof.

5. Hoe kan het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling worden opgenomen?

5.1. Volume

Het verlof moet steeds met volledige dagen genomen worden. Ook als het personeelslid deeltijds werkt, wordt elke dag aangerekend.

Als een personeelslid in verschillende instellingen of centra werkt gedurende de dagen waarop het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling neemt, dan geldt dat verlof voor alle instellingen of centra.

5.2. Al dan niet aaneensluitend

Van het totaal aantal dagen omstandigheidsverlof waarop het personeelslid recht heeft (zie punt 7) moeten minimaal vijf dagen aaneensluitend worden genomen. Als het bevoegd bestuur akkoord gaat, mogen de voormelde vijf dagen ook niet aaneensluitend genomen worden.

5.3. Meerling

Bij de geboorte van een meerling heeft het personeelslid maar één keer recht op het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling.

6. Wanneer begint en eindigt het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling?

De begindatum van het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling is vrij te kiezen. Het verlof moet wel genomen worden binnen een periode van vier maanden vanaf de bevalling.

7. Wat is de totale duur van het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling?

Het aantal werkdagen omstandigheidsverlof waarop een personeelslid recht heeft, is afhankelijk van de geboortedatum van het kind. Onderstaande tabel geeft een schematisch overzicht:

Datum van de geboorte 

Aantal dagen omstandigheidsverlof 

Tot en met 31 december 2020 

10 

Van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022 

15 

Vanaf 1 januari 2023 

20 

8. Kan het personeelslid vervangen worden?

Een personeelslid dat omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling opneemt, kan altijd vervangen worden, ook als de afwezigheid geen aaneensluitende periode van ten minste tien werkdagen vormt. Er moet ook geen gebruik gemaakt worden van vervangingseenheden.

9. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

10. Hoeveel bedraagt het salaris?

Tijdens de eerste tien werkdagen van het verlof heeft het personeelslid recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of een hogere salaristoelage.

Vanaf de elfde werkdag ontvangt het personeelslid 82% van zijn brutosalaris op jaarbasis, a rato van het volume van zijn opdracht. Daarbij geldt er een beperking van het brutosalaris op jaarbasis tot 26.230 euro aan 100%.

11. Welke procedure moet gevolgd worden bij een omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling?

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling deelt u steeds mee, ook als er geen vervanger wordt aangesteld omdat het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen moet weten hoe er bezoldigd moet worden.

Tijdens de eerste tien werkdagen ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 100 % van het brutosalaris. De bijkomende werkdagen ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 82 % van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26.230€ (100%).

De bijkomende werkdagen bedragen maximaal vijf werkdagen gedurende de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2022 en maximaal tien werkdagen voor de periode vanaf 1 januari 2023.

De aanvraagformulieren en verantwoordingsstukken bij het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling blijven ter beschikking in de school, de instelling of het centrum en moeten dus niet aan de bovenvermelde agentschappen worden bezorgd.

Omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling deelt u via de volgende codes mee aan AGODI of AHOVOKS :

Codes omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling   

Code   

Dienstonderbreking   

bereik   

RL   

Begindatum   

Einddatum   

119  

Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris   

P   

2   

01-09-2005  

onbepaald   

237 

Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris   

P   

2   

01-01-2021   

onbepaald   

P = persoonsgebonden. Dat wil zeggen dat de dienstonderbreking gekoppeld wordt aan alle opdrachten van het personeelslid over de scholen, instellingen en centra heen.

De eerste tien werkdagen van het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling deelt u mee via de dienstonderbrekingcode 119. De volgende bijkomende werkdagen deelt u mee via de dienstonderbrekingcode 237.

De dienstonderbreking stuurt u door op de werkdagen waarop het personeelslid het omstandigheidsverlof neemt. De dienstonderbreking kan u ook doorsturen op de tussenliggende weekends tussen 2 aaneensluitende periodes omstandigheidsverlof.

Op welke dagen kan u de dienstonderbreking niet doorsturen?

  • Wettelijke f eestdagen;
  • Dagen in de korte schoolvakanties die voor het betreffende onderwijsniveau en het betreffende ambt vakantiedagen zijn.
    De korte schoolvakanties zijn de herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie en paasvakantie.

    Als de titularis een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling neemt tot aan
    de vooravond van het weekend v óó r een korte schoolvakantie en aansluitend op de korte schoolvakantie terug een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling neemt of een andere dienstonderbreking, zal de vervanger ook bezoldigd worden tijdens het weekend en de korte schoolvakantie volgens de bepalingen van de omzendbrief betreffende sommige aspecten van de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden van het onderwijs

Voorbeeld :

Een personeelslid neemt een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling voor de periode van 4 januari 2021 tot 22 januari 2021.

Elektronische zending :

Wanneer de periode meer dan tien werkdagen omvat, moet u de periode opsplitsen in twee zendingen. De periode die de eerste tien werkdagen omvat, moet u zenden met een dienstonderbrekingcode 119. De periode met de bijkomende dagen moet u zenden met een dienstonderbrekingcode 237.

Voor de titularis X:

De periode van 4-1-2021 tot en met 17-01-2021 moet u doorsturen via de dienstonderbrekingcode 119 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (stuurcode 23119) met begindatum 4-1-2021 en einddatum 17-1-2021.

Voor deze periode ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 100 % van het brutosalaris.

De periode van 18-01-2021 tot 22-01-2021 moet u doorsturen via de dienstonderbrekingcode 237 - Omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris.

RL-2 melding omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (stuurcode 23237) met begindatum 18-1-2021 en einddatum 22-1-2021.

Voor deze tweede periode ontvangt het personeelslid een salaris op basis van 82 % van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26.230€ (100%).

Voor de vervanger Y:

Op geldigheidsdatum 4-1-2021 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 4-1-2021 en met einddatum 17-1-2021 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 100 % salaris (dienstonderbrekingcode 119).

Op geldigheidsdatum 18-1-2021 :

RL-1 opdrachtenpakket ato 1 met begindatum 18-1-2021 en met einddatum 22-1-2021 met vermelding van het stamboeknummer van titularis X met opgave van de dienstonderbreking omstandigheidsverlof n.a.v. de geboorte van een kind 82 % salaris (dienstonderbrekingcode 237).

Zoals vermeld in punt 8 kan er steeds een vervanger worden aangesteld en bezoldigd, ook als de afwezigheid geen aaneensluitende periode van ten minste tien werkdagen vormt. In het basisonderwijs moet er ook geen gebruik gemaakt worden van vervangingseenheden (VKA).