Digisprong gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de HBO5-opleiding Verpleegkunde

  • referentie
    NO/2021/03
  • publicatiedatum
    31/05/2021
  • datum laatste wijziging
    01/06/2021
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2021 tot vaststelling van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2021 in het kader van de Digisprong voor het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de HBO5-opleiding Verpleegkunde
  • contact
    Bij vragen kan u terecht op de website Digisprong: http://www.digisprong.be
  • contact
    Raadpleeg zeker de rubriek met de veelgestelde vragen:
  • contact
    Voor vragen over het berekende en uitbetaalde bedrag neemt u best contact op met:
  • contact
    Voor het basisonderwijs: yves.luypaert@ond.vlaanderen.be
  • contact
    Voor het secundair onderwijs: pieter.lemahieu@ond.vlaanderen.be
  • contact
    Voor vragen over controle op de besteding: uw verificateur.

1. Inleiding

Een cruciale randvoorwaarde voor de digitalisering van het onderwijs is de beschikbaarheid van ICT-infrastructuur en ICT-materiaal.

Speerpunt 1 van de Visienota Digisprong omvat een aantal concrete acties om dit te realiseren. Via deze acties worden de volgende knelpunten gericht aangepakt:

  • Verouderde  ICT-infrastructuur;   
  • Onvoldoende    beschikbaarheid    van   ICT-materiaal voor leerlingen en klassen;    
  • Ontoereikende  middelen  voor  een  up-to-date  computerpark  en  ICT-infrastructuur  zoals internet/wifi/netwerk servers, stopcontacten, laadpunten, software ter ondersteuning...; 
  • Onvoldoende connectiviteit, snelheid en beveiliging.  

Dit doen we door geoormerkte middelen te voorzien voor investeringen in ICT-schoolinfrastructuur en ICT-toestellen voor gedeeld gebruik in de klas of voor elke leerling naargelang de doelgroep.

2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief geldt voor het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de HBO5-opleiding Verpleegkunde. De toekenning van de middelen voor Digisprong voor het secundair onderwijs en de HBO5-opleiding wordt gespreid over twee jaar.

Voor de leerlingen van OV 1 en OV 2 van het buitengewoon secundair onderwijs en het stelsel leren en werken die niet zijn mee opgenomen in dit besluit worden aparte middelen voorzien van het relance-programma ‘Van kwetsbaar naar Weerbaar’. Hierover zal later gecommuniceerd worden.

3. Wat wordt toegekend dit jaar

Maatregel 

Budget 

Bedrag per in aanmerking komende leerling 

ICT-infrastructuur 

50.017.009 euro 

42 euro 

Toestellen kleuteronderwijs tot en met 4de leerjaar basisonderwijs 

14.509.856 euro 

25 euro 

Toestellen 5de en 6de leerjaar basisonderwijs 

44.807.880 euro 

290 euro 

Toestellen secundair onderwijs (1/3/5/7de leerjaar) 

120.309.510 euro 

510 euro 

In mei 2021 worden middelen toegekend voor:

  • De versterking van de ICT-infrastructuur binnen de schoolmuren (generieke ICT-impuls voor connectiviteit, wifi, software, security,…)
    • Gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs en voltijds secundair onderwijs en HBO5-opleiding Verpleegkunde
    • Uitgezonderd: de leerlingen OV 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs en het stelsel leren en werken.
  • Toestellen voor gedeeld gebruik:
    • In het gewoon en buitengewoon kleuteronderwijs 
    • In het 1ste, 2de, 3de en 4de leerjaar gewoon en buitengewoon lager onderwijs

Er wordt geen norm voorzien wat het aantal "gedeelde toestellen" betreft. De school kan dit zelf bepalen vanuit zijn pedagogisch-didactische visie.

  • Een ICT-toestel voor elke leerling van het 5de en 6de leerjaar van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs.
  • Een ICT-toestel voor elke leerling voor het secundair onderwijs:
    • Uitgezonderd de leerlingen OV 1 en 2 van het buitengewoon onderwijs en het stelsel leren en werken.
  • De schoolbesturen SO beslissen vrij voor welke leerjaren binnen welke graad de middelen worden aangewend. De leerjaren van het eerste leerjaar van de eerste, tweede en derde graad en het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs zijn als berekeningsbasis gebruikt om de middelen toe te kennen voor dit schooljaar. Dit betekent niet dat de middelen per definitie prioritair voor deze groepen ingezet moeten worden. De school beslist autonoom de volgorde in functie van het eigen pedagogisch project.

De middelen voor ICT-toestellen, berekend op de leerlingenaantallen in de overige leerjaren (2de, 4de, 6de), HBO5 van het Secundair Onderwijs, de modulaire structuuronderdelen, de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers en de leerlingen permanent onderwijs aan huis, ontvangen de in aanmerking komende schoolbesturen in 2022.

Voor de leerlingen uit het buitengewoon onderwijs en leerlingen met bijzondere noden in het gewoon onderwijs kunnen de middelen voor ICT-toestellen ook aangewend worden voor aangepaste digitale leermiddelen (zie rubriek 11 van deze omzendbrief).

De gehanteerde teldag voor het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2021 tot vaststelling van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2021 in het kader van de Digisprong voor het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de HBO5-opleiding Verpleegkunde, om de middelen voor de school te berekenen is deze voor de berekening van de werkingsmiddelen voor het schooljaar 2020 – 2021.

4. Bestedingstermijn

De middelen voor Digisprong moeten niet allemaal worden aangewend op het moment dat ze worden ontvangen. De middelen dienen via aankoop, huur, leasing of huurkoop aangewend te worden voor de doelstelling waarvoor ze zijn toegekend en dit ten laatste in het schooljaar 2022-2023. Scholen krijgen zo de tijd om te werken aan een doordacht ICT-beleid (een stappenplan om dit uit te werken kan u raadplegen op de website www.Digisprong.be ).

Schoolbesturen die reeds in het schooljaar 2020-2021 werken met een huur-, huurkoop- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen kunnen de middelen uiterlijk tot en met het schooljaar 2023-2024 aanwenden.

5. Aanwending van en controle op de middelen

De middelen moeten worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn toegekend.

AGODI zal de aanwending van de middelen opvolgen en controleren. Een digitale tool om over de aanwending van deze middelen te rapporteren zal later door het agentschap aan de schoolbesturen ter beschikking worden gesteld. De schoolbesturen zullen van AGODI hieromtrent dan ook de nodige instructies ontvangen.

Schoolbesturen verantwoorden de aanwending van de middelen op basis van facturen of andere verantwoordingsdocumenten met datum vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2023.

Voor schoolbesturen die reeds in het schooljaar 2020-2021 werken met een huur-, huurkoop- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen is de uiterste datum van een verantwoordingsdocument 31 augustus 2024. De school dient de verantwoording dan in op uiterlijk 30 april 2025.

Volgende verantwoordingsdocumenten komen onder meer in aanmerking:

  • Aankoopfacturen;
  • Kassatickets;
  • Wanneer er wordt gewerkt met een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de schoolrekening in het kader van een “Bring Your own Device” model: schoolrekeningen met onderliggende bewijsstukken (aankoopbewijzen, overnameovereenkomsten of een bewijsstuk dat werd overeengekomen binnen de schoolraad);
  • Overzichtslijsten uitgereikt door externe firma’s “voor echt verklaard” met per leerling die ingetekend heeft op een aanbod het aankoopbedrag of huurprijs;
  • Overeenkomsten tussen schoolbesturen en leveranciers of dienstverleners: raamovereenkomsten, gunningsbeslissingen, huurovereenkomsten, huurkoopovereenkomsten en leasingovereenkomsten.

Termijnen voor aanwending en verantwoording:

 

Bestedingstermijn 

Datum verantwoordingsstukken 

Uiterlijke datum voor verantwoo rding 

schoolbesturen met reeds een huur-, huurkoop- of aankoopprogramma voor ICT-toestellen in sj 20-21 

Ten laatste in schooljaar 2023-2024 

Vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2024 

30 april 2025 

Andere schoolbesturen 

Ten laatste in schooljaar 2022-2023 

Vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 augustus 2023 

30 april 2024 

Het is belangrijk dat de scholen/schoolbesturen alle bewijsstukken ter beschikking houden voor controle; de verificatie zal controle uitoefenen op de aanwending van deze middelen. Naast het ter beschikking houden van bewijsstukken kunnen schoolbesturen ook gevraagd worden om deze over te maken aan AGODI.

6. Wet op de overheidsopdrachten

Het subsidiebesluit wijzigt het toepassingsgebied van de wet op de overheidsopdrachten niet, maar stelt dat met die wetgeving rekening gehouden moet worden bij de aankoop van ICT-toestellen. De wet op de overheidsopdrachten zelf (en de rechtspraak daarover) bepaalt welke overeenkomsten onder deze wet vallen. De wet is van toepassing op de overeenkomsten onder bezwarende titel die worden gesloten tussen één of meer ondernemers en één of meer aanbesteders en die betrekking heeft op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten. In die gevallen moet de wet toegepast worden. Zoals ook in het verleden het geval was, zijn de schoolbesturen verantwoordelijk om op basis van concrete plannen te oordelen of ze die wet moeten toepassen.

7. Welke toestellen?

De schoolbesturen bepalen autonoom welk type ICT-toestel ze aankopen, huren of leasen om te delen of ter beschikking te stellen van de leerlingen.

Kost van het toestel

De schoolbesturen bepalen autonoom welk ICT-toestel ze aankopen; dus dit kan duurder zijn dan het bedrag dat ze ontvangen. Het uitgangspunt is dat elke leerling vanaf het vijfde leerjaar een toestel ter beschikking heeft.

Indien de middelen voor de passende toestellen voor de leerlingen ontoereikend zijn, dan kunnen ze aangevuld worden met de middelen uit de generieke ICT-impuls van het schooljaar 2020-2021, de middelen uit Digisprong voor de ICT-infrastructuur in ruime zin of vanuit de reguliere werkingsmiddelen.

Indien er middelen voor de passende toestellen voor de leerlingen over zijn en de doelstelling is bereikt, kunnen deze resterende middelen aangewend worden voor ICT-infrastructuur in de ruime zin.

We moedigen de schoolbesturen wel aan om uiterste inspanningen te leveren om zo weinig mogelijk aan de ouders door te rekenen.

Met oog op zorgvuldig bestuur kunnen kosten ook niet zomaar doorgerekend worden aan de ouders.

In het basisonderwijs maken ICT-materiaal, multimedia en toestellen deel uit van de lijst met materiaal die de school gratis ter beschikking moet stellen. Kosten doorrekenen kan hier dus niet, ook niet onder de maximumfactuur. Zie https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/lijst-met-gratis-materiaal

Ook in het secundair onderwijs gelden strikte regels. Een school in het secundair onderwijs geeft aan de ouders een overzicht van de financiële bijdragen via het schoolreglement. Het schoolreglement en dus ook de bijdrageregeling komen ter sprake in de schoolraad. https://www.agodi.be/commissie-zorgvuldig-bestuur-wat-is-zorgvuldig-bestuur

We verwijzen eveneens naar de omzendbrieven kostenbeheersing in het basisonderwijs (https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13875) en zorgvuldig bestuur in het secundair onderwijs (https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13180)

8. Duurzame aankoop

We bevelen aan dat de aangeschafte toestellen (incl. huur of leasing) gefabriceerd worden met respect voor het milieu-, sociaal- en het arbeidsrecht. Een laptop of tablet doorloopt vaak een lange weg van grondstoffen tot eindproduct, wat toestellen kwetsbaar maakt voor inbreuken op onder meer mensen- en kinderrechten.

Je kan een duurzame laptop of tablet ook zien als onderdeel van onderwijs voor duurzame ontwikkeling. Onderwijs heeft niet alleen met het curriculum te maken maar met een geïntegreerde visie op onderwijsverstrekking, interne en externe relaties, schoolbeleid én infrastructuur (‘whole school approach’). Daarom roepen we scholen op het goede voorbeeld te geven door duurzaamheid op te nemen in de pedagogische visie, partnerschappen en… duurzame aankopen. Zo leren leerlingen niet alleen over duurzaamheid, maar zien ze het ook in de praktijk gebeuren.

Schoolbesturen kunnen dus bijdragen aan duurzame ontwikkeling door ICT-producten aan te kopen die ecologisch en ethisch duurzaam zijn. De Vlaamse overheid reikt de scholen daarvoor richtlijnen en praktische informatie aan die zij als aankopers kunnen gebruiken in hun bestekken en bij overleg met leveranciers.

Voor meer info over duurzame aankoop zie de richtlijnen: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/duurzaam-aankopen-digitale-toestellen-digisprong

9. Eigenaarschap van de toestellen

De schoolbesturen bepalen autonoom of ze aankopen, huren of leasen.

Wordt ook als huur beschouwd: het model waarbij het schoolbestuur kiest voor een systeem waar leerlingen gebruik maken van een eigen ICT-toestel (BYOD device). In dit geval wordt op de schoolrekening op advies van de schoolraad een af te spreken bedrag in mindering van de schoolrekening gebracht.

Het schoolbestuur beslist in het eigen beleid en pedagogisch project wat kan en wat niet kan met de toestellen, bv voor thuisgebruik. Onder thuisgebruik wordt ook de verblijfplaats van de leerling bedoeld, dus ook als die verblijft in een internaat of een voorziening voor kinder- of jeugdwelzijn.

10. Aandacht voor kwetsbare leerlingen

We vragen de schoolbesturen bijzondere aandacht voor leerlingen in kwetsbare situaties door bijvoorbeeld concrete acties op te nemen in het ICT-beleidsplan.

Interessante links om hierbij te raadplegen:

https://www.e-inclusie.be/dossiers/dossier-digitale-inclusie/dossier-digitale-inclusie-iedereen-mee

https://databank.e-inclusie.be/

In dit verband vestigen we ook aandacht op de waarborg (zie rubriek 12).

11. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs wordt ook voorzien in de mogelijkheid om de Digisprong-middelen voor ICT-toestellen aan te wenden in functie van andere digitale aanpassingen die voor de leerling noodzakelijk zijn.

Voor deze leerlingen kan al technische apparatuur aangevraagd worden via de financiering van ‘speciale onderwijsleermiddelen (SOL)’, zie hiervoor de omzendbrief ‘Speciale onderwijsleermiddelen voor leerlingen in het gewoon basis- en secundair onderwijs’ (bijvoorbeeld een beeldschermloep, een bordcamera, een brailleleesregel, omzettingen van handboeken ….).

Computerapparatuur wordt alleen gefinancierd via SOL als deze deel uitmaakt van een ruimere configuratie of wanneer de aard van de functiebeperking zo specifiek is dat de leerling niet zonder kan. Een bijkomende voorwaarde is dat de school zelf niet beschikt over de nodige apparatuur. Digitale materialen zoals een computer of laptop vallen daar dus niet onder.

Met de middelen voor de Digisprong kunnen deze basis ICT-materialen aangekocht worden. Met deze middelen kunnen ook aangepaste digitale leermiddelen aangekocht worden zoals klein computermateriaal (bv. een aangepast toetsenbord of muis), dat vaak onder het drempelbedrag valt dat geldt voor de aanvraag van speciale onderwijsleermiddelen.

Digitale hulpmiddelen kunnen uitgerekend voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften heel veel betekenen. Zo bieden bijvoorbeeld mobiele toestellen zoals tablets vele voordelen door de ingebouwde toegankelijkheidsopties (braille, vergroting, spraak, scan-functie, screenshot, de mogelijkheid om foto’s te nemen (bv. van het bord)). De mogelijkheid om (gratis) apps te installeren, ook voor de elektronische schoolplatformen, vergroot de functionaliteit en zorgt ervoor dat ook leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zoals bv. slechtziende of slechthorende leerlingen digitaal kunnen werken.

12. Waarborg

Mag je een waarborg vragen? Voor kinderen in kwetsbare thuissituaties of kansarmoede kan het betalen van een waarborg voor een ICT-toestel moeilijkheden opleveren. Wij raden daarom het gebruik aan van een bruikleenovereenkomst als alternatief.

Een voorbeeld van een dergelijk model van overeenkomst vindt u hier:

https://onderwijs.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Bruikleenovereenkomst.docx

13. Wat met lopende programma’s, waarbij leerlingen nu al een toestel huren, kopen, leasen,… via de ouders

Wie in een lopend systeem zit, kan dat verderzetten. Inzetten van de Digisprong-middelen kan in dat geval tot in het schooljaar 2023-2024. Het schoolbestuur dient de verantwoording dan in op uiterlijk 30 april 2025.

Suggesties over hoe u dit kan aanpakken vindt u terug op de website Digisprong.

14. Wat met de toestellen op het einde van hun levensduur?

Een levensduur van 4 jaar is standaard. Sommige digitale toestellen gaan mits goed onderhoud 5 jaar mee. Er zal ook maximaal worden ingezet op circulariteit door afgeschreven hardware te refurbishen en te hergebruiken. Na een grondige en professionele revisie van de digitale toestellen kunnen deze opnieuw in gebruik worden genomen door de school. Als onderdeel van Digisprong voorzien we in een aparte raamovereenkomst voor refurbishing en/of ontmanteling op een duurzame manier. Zo wordt ook maximaal ingezet op duurzaamheid en circulariteit door afgeschreven hardware te refurbishen en te hergebruiken. Het is dus ook hier niet de bedoeling de verouderde digitale toestellen van de school aan leerlingen te schenken.

15. Wat komt er nog volgend schooljaar?

Volgend schooljaar zal de tweede schijf voor het secundair onderwijs worden uitbetaald. De leerlingen die in de berekening van de middelen van dit schooljaar nog niet zijn meegenomen, vormen dan de berekeningsbasis voor de middelen die dan worden uitbetaald.

Let wel: in deze tweede schijf zal rekening worden gehouden met de toestellen die de scholen al gekregen hebben als noodoplossing eind 2020 om het afstandsonderwijs mogelijk te maken (15.000 toestellen, als 1ste fase van de Digisprong). Deze toestellen zullen verrekend worden (voor 75% van de marktwaarde) in het bedrag dat aan de scholen nog uitbetaald zal worden.