Schaarste aan onderwijsverstrekkers - overwerk, bijbetrekking en opnieuw in actieve dienst treden

  • De tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen en op de cumulatieregeling terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen in het kader van de COVID-19 crisis is stopgezet vanaf 1 april 2023.
  • De opschorting van een verlof voor verminderde prestaties om een andere betrekking op te nemen is sinds 1 september 2023 beperkt tot maximaal drie opeenvolgende schooljaren.

1. Inleiding

Indien geen geschikte kandidaat kan worden gevonden voor een tekort aan personeel, kan een school o.a. gebruik maken van twee maatregelen om tijdelijk een oplossing uit te werken nl.:

  • zij kan de in dienst zijnde personeelsleden belasten met bijkomende prestaties die als overwerk of als bijbetrekking worden beschouwd;
  • zij kan personeelsleden die sommige verlofstelsels/afwezigheden genieten, om bepaalde redenen geheel of gedeeltelijk ter beschikking zijn gesteld ..., opnieuw in actieve dienst laten treden.

Opmerking

In deze omzendbrief wordt het begrip ”bevoegd bestuur” gehanteerd. Hiermee wordt, naargelang het onderwijsniveau, de inrichtende macht, het schoolbestuur of het centrumbestuur bedoeld.

2. Overwerk en bijbetrekking

De maatregelen die betrekking hebben op overwerk en op bijbetrekking zijn opgenomen in de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerk PERS/2005/21, waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

3. Opnieuw in actieve dienst treden

Personeelsleden die ofwel sommige verlofstelsels/afwezigheden genieten, ofwel om bepaalde redenen geheel of gedeeltelijk ter beschikking zijn gesteld kunnen niet zomaar opnieuw een onderwijsopdracht opnemen, ook al zouden ze dit zelf willen.

Met het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 werd voor alle personeelsleden de mogelijkheid gecreëerd om, op vraag van de schoolleiding, in alle vrijheid zelf te beslissen om voor een korte periode ongepland opnieuw in actieve dienst te treden. Dat geldt voor alle personeelscategorieën van alle onderwijsniveaus, met uitzondering van het hoger onderwijs. Voor de personeelsleden van de centra voor basiseducatie is deze regeling van toepassing vanaf 1 januari 2018.

3.1. Voorwaarden

Het bevoegd bestuur kan een personeelslid slechts opnieuw in dienst laten treden indien voorafgaandelijk aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan:

Overleg

Er moet overleg zijn met het betrokken personeelslid waaruit blijkt dat zij/hij instemt om opnieuw in actieve dienst te treden.

Tot het einde van het schooljaar

De toewijzing van de betrekking gebeurt steeds voor een korte, onverwachte periode en uiterlijk tot het einde van het lopende school- of dienstjaar.

Geen ander geschikt kandidaat gevonden

BELANGRIJK

De verplichting om het tekort aan gekwalificeerde personeelsleden te bewijzen, is geschrapt. Het aantonen van dit tekort is dus niet vereist.

Bij het aanstellen van een zgn. “herindiensttreder” moet uiteraard worden nagegaan of mogelijke andere kandidaten niet in hun rechten worden geschaad. Een geschikt kandidaat is een persoon die voldoet aan de decretale of reglementaire aanstellingsvoorwaarden vastgelegd in de rechtspositieregeling.

De bepalingen betreffende o.a. de regeling omtrent de verdeling van de betrekkingen onder benoemde personeelsleden, de tijdelijke aanstellingen van doorlopende duur (TADD), ... e.d. blijven dus onverminderd van toepassing.

Verhaal indienen

Verhaal tegen de toewijzing van een betrekking aan een herindiensttreder wordt ingediend en behandeld op dezelfde wijze als het verhaal tegen de toewijzing van prestaties in overwerk of bijbetrekking (zie het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan).

Bezwaar bij het bevoegd bestuur

De persoon die zich benadeeld voelt, moet bij het bevoegd bestuur tegen de toewijzing bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift bevat het bewijs dat de betrokkene zich bij het bevoegd bestuur kandidaat heeft gesteld voor een betrekking van het toegewezen ambt of vak of van de toegewezen module, opleiding of specialiteit en de bevestiging van het verzoek tot aanstelling.

Verhaal bij de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs

De voorwaarden, de termijn en de procedure vindt u als bijlage.

3.2. Personeelsleden die opnieuw in actieve dienst kunnen treden

Het bevoegd bestuur kan een beroep doen op een personeelslid dat:

1° met verlof of afwezigheid is voor verminderde prestaties;

2° deeltijds ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen;

3° volledig ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (VTBS 58+ en bonus);

Belangrijk

Gepensioneerden en personeelsleden na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd vallen niet meer onder de categorie van de herindiensttreders. Dit betekent geenszins dat zij niet opnieuw in het onderwijs aan de slag kunnen. De mogelijkheden zijn zelfs uitgebreid.

De wijze waarop de gepensioneerden in het onderwijs kunnen aangesteld en bezoldigd worden, vindt u in de omzendbrief PERS/2009/11 van 25 september 2009.Voor personeelsleden na het bereiken van wettelijke pensioenleeftijd vindt u de info in de omzendbrief Pers/2012/05 van 30 juli 2012.

3.3. Administratieve toestand

Het verlof of de afwezigheid voor verminderde prestaties of de terbeschikkingstelling van het personeelslid dat zich in de toestand bevindt zoals bedoeld in punt 3.2, 1° wordt geheel of gedeeltelijk opgeschort zodra op haar/hem met toepassing van deze maatregel een beroep wordt gedaan.

Het personeelslid kan tijdens deze opschorting van het verlof of van de afwezigheid of de terbeschikkingstelling opnieuw geheel of gedeeltelijk hetzij de betrekking opnemen waarvan het titularis is, hetzij een andere betrekking opnemen.

Opgelet: vanaf het schooljaar 2023-2024 is de opschorting van een volledig verlof voor verminderde prestaties om een andere betrekking op te nemen beperkt tot maximaal drie opeenvolgende schooljaren. Onder “andere betrekking” moet zowel een betrekking bij hetzelfde als bij een ander bestuur worden begrepen.

De regeling is van toepassing wanneer het volledig verlof voor verminderde prestaties wordt opgeschort voor drie opeenvolgende schooljaren. Onder een schooljaar moet worden begrepen de periode die loopt van 1 september tot en met minstens 30 juni. Periodes korter dan een schooljaar tellen niet mee voor de berekening van de drie opeenvolgende schooljaren.

Het moet gaan om periodes van volledige onderbreking van de arbeidsprestaties. Zie punt 5.1 van de omzendbrief Verlof voor verminderde prestaties. Enkel de opname van een volledig verlof voor verminderde prestaties vanaf 1 september 2023 telt mee voor de berekening van de termijn van de drie opeenvolgende schooljaren.

TOESTAND VAN DE VERVANGER

Als het personeelslid ingevolge de afwezigheid van zijn vervanger opnieuw de betrekking opneemt waarvan hij titularis is, wordt, in afwijking van de bepalingen van de rechtspositieregeling, geen einde gesteld aan de opdracht van de vervanger.

3.4. Geldelijke toestand

Bezoldiging als tijdelijke

Het personeelslid krijgt tijdens de opschorting van het verlof of de afwezigheid of de terbeschikkingstelling als tijdelijk personeelslid het salaris of de salaristoelage waarop het aanspraak kan maken overeenkomstig de toegewezen betrekking.

De bezoldigingsregels die gelden voor elke tijdelijke aanstelling - cf de bepalingen van artikel 7 van het KB nr. 63 van 20 juli 1982 - gelden eveneens voor de herindiensttreders. Het personeelslid krijgt m.a.w. de bezoldiging volgens de gewone regeling van elke tijdelijke aanstelling.

Afwijking op de bepalingen van de dienstonderbreking

Als het voormelde verlof of de afwezigheid voor verminderde prestaties wordt opgeschort, is er in afwijking van de bestaande regelingen m.b.t. dit verlof/afwezigheid voor het betrokken personeelslid geen beperking meer noch inzake de wekelijkse prestaties die het mag verrichten noch voor de vervangende winstgevende activiteiten die het nog mag uitoefenen.

Steeds als hoofdambt

In afwijking van de bepalingen van overwerk en bijbetrekking, worden de prestaties van een personeelslid dat opnieuw in actieve dienst treedt, steeds als hoofdambt bezoldigd. Deze prestaties als herindiensttreder worden niet als overwerk of als bijbetrekking beschouwd.

Geen invloed op andere opdrachten

De andere door het personeelslid uitgeoefende opdrachten worden in geen enkel onderwijsniveau beïnvloed door de prestaties als herindiensttreder en worden desgevallend beschouwd als hoofdambt, bijbetrekking, plage of overwerk. Dit betekent dat er voor geen enkel aspect een beïnvloeding is van de andere door het personeelslid uitgeoefende opdrachten.

Zo wordt de noemerbepaling in de derde graad van het secundair onderwijs niet beïnvloed door deze herindiensttreding. Hierbij geldt de regel dat voor de personeelsleden die fungeren in de tweede graad maar tevens belast zijn met een halve lesopdracht in de derde graad, of de vierde graad, of de derde en de vierde graad: het minimum 20 i.p.v. 21 en het maximum 21 i.p.v. 22 lesuren wordt. De voormelde meer voordelige bezoldigingswijze van de prestaties in het kader van de vervanging is een uitzonderingsmaatregel. Deze maatregel mag echter geen aanleiding geven tot een “vermenging” met de bezoldigingsregels die normaal zouden gelden.

Voorbeeld

Een personeelslid dat 13/21 uitoefent in de tweede graad en als gevolg van een herindiensttreding bijkomend belast wordt met 11/20 in de derde graad behoudt dan ook de noemer 21 in de tweede graad.

Ook de wijze waarop in het deeltijds kunstonderwijs de bezoldigingsgrens op het zgn. best bezoldigd ambt wordt bepaald, wordt niet beïnvloed door de herindiensttreding.

Voorbeeld

Een voorbeeld hiervan is een leraar in DKO met een opdracht van 15/20 en 8/22 waarvan de bezoldiging eventueel beperkt wordt tot het best bezoldigd ambt. Deze leraar doet een vervanging van een omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind (DO 119) voor 10/20 en het verlof is korter dan 10 werkdagen. De beperking tot best bezoldigd ambt in de organieke betrekking blijft gelden en de vervangingsopdracht van 10/20 wordt bijkomend betaald in hoofdambt.

De opdrachten van de herindiensttreders beïnvloeden evenmin de vaststelling van de prestaties in hoofdambt of bijbetrekking in het volwassenenonderwijs, waar de “gewone” opdrachten als laatste meetellen om de gepondereerde eenheid te bepalen.

Voorbeeld

Een personeelslid is titularis van volgende opdrachten:

- voltijds secundair onderwijs: 11/22 leraar, waarvoor hij een afwezigheid voor verminderde prestaties voor 5/22 neemt.

- centrum voor volwassenenonderwijs: 10/20 lector.

De directie van het voltijds secundair onderwijs vraagt of betrokkene opnieuw in dienst wil treden voor 12/22. Tijdens de herindiensttreding blijven de prestaties in het CVO verder als vast benoemde als hoofdambt betaald en dit voor 10/20. Het hoofdambt wordt dus niet meer beïnvloed zoals voor 1/9/2009 waarbij de opdracht in CVO bijbetrekking werd omdat prestaties in andere onderwijsniveaus bij voorrang als hoofdambt werden bezoldigd.

Twee soorten beperkingen

1. Maximale bezoldiging van prestaties in het onderwijs

De personeelsleden kunnen maximaal tot 140 % van het minimum vereiste aantal uren voor een ambt met volledige prestaties worden bezoldigd. De toelichting over deze maximale bezoldigingsgrens vindt u in punt 3 van de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerk PERS/2005/21, waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

2. Het bedrag van het salaris/de salaristoelage uitgekeerd aan het personeelslid dat

  • - deeltijds ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen;(zie BVR 20 april 1994)
  • - volledig ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,(zie BVR 11 februari 2000)

mag voor het geheel van de prestaties die het nog uitoefent in het onderwijs op jaarbasis, niet meer bedragen dan het minimumbedrag dat volgens de reglementering inzake cumulatie van een rustpensioen met een beroepsactiviteit, is toegestaan. U vindt hierover meer informatie op de website van de Federale Pensioendienst en Pensioenen en andere inkomsten combineren | Federale Pensioendienst (fgov.be)

Tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen stopgezet

De tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen en op de cumulatieregeling terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen is stopgezet.

Personeelsleden die een opdracht in het onderwijs combineren met een rust- of een overlevingspensioen of een overgangsuitkering moeten daarom vanaf 1 april 2023 opnieuw nagaan of hun opdracht in het onderwijs nog verenigbaar is met de cumulbeperkingen.

Historiek

In het kader van de coronamaatregelen was een tijdelijke afwijking op de cumulatiebeperkingen in het leven geroepen voor wie een rust- of een overlevingspensioen of een overgangsuitkering geniet. Deze maatregel gold oorspronkelijk tot 30 september 2021.

Deze maatregel werd opnieuw van kracht verklaard specifiek voor personeel aangesteld in een wervingsambt ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel voor de periode van 1 januari tot 30 juni 2022. De opschorting van de cumulatiebeperking is daarna opnieuw verlengd en bestreek daarmee ook de periode van 1 juli tot en met 31 maart 2023. Deze maatregel gold enkel voor wie aangesteld wordt in het basisonderwijs of secundair onderwijs.

In  het contract van de aanstelling moet vermeld worden dat het om een aanwerving gaat in het kader van de COVID-19 crisis, m.a. w. om achterstand omwille van corona weg te werken of voor de vervanging van uitgevallen personeel.

Deze maatregel loopt af op 31 maart 2023 en is niet verder verlengd. 

Personeelsleden die een opdracht in het onderwijs combineren met een rust- of een overlevingspensioen of een overgangsuitkering moeten daarom vanaf 1 april 2023 opnieuw nagaan of deze opdracht verenigbaar is met hun pensioen.  

Meer informatie over de cumulatiebeperkingen en de combinatie van pensioenen met andere inkomsten is terug te vinden op de website van de Federale Pensioendienst (fgov.be) https://www.sfpd.fgov.be/nl/gevolgen-corona#werken.

Vragen over een individueel dossier of aangaande de geldende cumulatieregels kunnen gesteld worden op controle.nl@sfpd.fgov.be.

4. Voorbeelden - elektronische zendingen

4.1. Overwerk - bijbetrekking

De maatregelen die betrekking hebben op overwerk en op bijbetrekking zijn opgenomen in de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerk PERS/2005/21, waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

4.2. Opnieuw in actieve dienst treden

De opdrachten waarbij personeelsleden opnieuw in actieve dienst treden worden aangeduid via het veld “Herwaardering” in de opdracht (RL-1). Dit veld moet worden ingevuld met de aanduiding “Herintreder” (code 01).

Mogelijke situaties:

·het personeelslid neemt een betrekking op die hij of zij heeft verlaten.

·het personeelslid neemt een betrekking op waarvan hij of zij niet de titularis is.

4.2.1. Basisonderwijs

Voorbeeld 1

Op 1 september 2017 is een onderwijzer voor 24/24 vastbenoemd. Hij neemt voor 12/24 een verlof voor verminderde prestaties halftijds vanaf 1 september 2017 tot 31 augustus 2018. Hij wordt voor deze 12/24 vervangen door een tijdelijk onderwijzer X. De tijdelijk onderwijzer X wordt echter ziek van 20 november 2017 tot 15 februari 2018.De oorspronkelijke titularis onderbreekt zijn dienstonderbreking en gaat de tijdelijk onderwijzer X vervangen.

Eerste zending voor de titularis (toestand 1 september 2017)

RL-1 onderwijzer Ato4 voor 24/24 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Verlof verminderde prestatieshalftijds” (code 214) voor 12/24.

Voor de vervanger (tijdelijk onderwijzer X)

Toestand 1 september 2017

RL-1 onderwijzer Ato1 voor 12/24 met opgave van het stamboeknummer van de titularis en als reden “Verlof verminderde prestaties halftijds” (code 214).

Toestand 20 november 2017

RL-2 melding ziekteverlof van 20 november 2017 tot 15 februari 2018.

Tweede zending voor de titularis (toestand 20 november 2017)

RL-1 onderwijzer Ato4 voor 24/24 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Verlof verminderde prestaties halftijds” (code 214) voor 12/24.

RL-1 onderwijzer Ato1 voor 12/24 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “Herwaardering”; met aanduiding van het stamboeknummer van de tijdelijk onderwijzer “X” en als reden “Ziekteverlof (code 001)” en met einddatum 15 februari 2018.

Beide RL-1's worden doorgestuurd in 1 bericht.

Het personeelslid wordt van 20 november 2017 tot 15 februari 2018 voor 12/24 als vast benoemde betaald en voor 12/24 als tijdelijk personeelslid.

Voorbeeld 2

Een tijdelijke kleuteronderwijzer ASV is aangesteld voor 22 lestijden in school A. Dit personeelslid neemt een afwezigheid voor verminderde prestaties voor 22/22. Het personeelslid treedt opnieuw in actieve dienst als zorgcoördinator in school B voor 10/36.

In school A

RL-1 kleuteronderwijzer ASV voor 22/22 en de opdrachtgebonden dienstonderbreking afwezigheid voor verminderde prestaties (code 220) voor 22/22.

In school B

RL-1 zorgcoördinator voor 10/36. Indien het gaat om een herintreder (de school heeft geen andere geschikte kandidaat gevonden) wordt dit aangeduid via de code 01 in het veld "herwaardering".

Voorbeeld 3

Op 1 september 2017 is een logopedist voor 30/30 vast benoemd. Hij neemt voor 20/30 een afwezigheid voor verminderde prestaties vanaf 1 september 2017 tot 31 augustus 2018. Op 2 oktober 2017 neemt een tijdelijk personeelslid (logopedist voor 20/30) ontslag en de school vindt geen vervanger. De voltijds vast benoemde logopedist is bereid om zijn afwezigheid op te schorten en de betrokken opdracht uit te oefenen.

Eerste zending (toestand 1 september 2017)

RL-1 logopedist Ato4 voor 30/30 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Afwezigheid verminderde prestaties” (code 220) voor 20/30.

Tweede zending (toestand 2 oktober 2017)

RL-1 logopedist Ato4 voor 30/30 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Afwezigheid verminderde prestaties” (code 220) voor 20/30.

RL-1 logopedist Ato2 voor20/30 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “Herwaardering”.

Beide RL-1's worden doorgestuurd in één bericht.

Het personeelslid wordt vanaf 2 oktober 2017 tot het einde van de bijkomende opdracht voor10/30 als vast benoemde betaald en voor20/30 als tijdelijk personeelslid.

4.2.2. Secundair onderwijs

Voorbeeld 1

Een leraar is tijdelijk aangesteld voor 20u AV Latijn in de 3e graad ASO. Hij neemt voor 10u AV-Latijn in de 3e graad ASO een verlof voor verminderde prestaties vanaf 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2018.

Hij wordt voor deze 10u vervangen door een ander tijdelijk leraar X. De tijdelijk leraar X wordt echter ziek vanaf 10 november 2017 tot en met 18 december 2017. De oorspronkelijke tijdelijke titularis onderbreekt zijn dienstonderbreking en gaat de tijdelijk leraar X vervangen.

Zending voor de titularis (toestand 1 september 2017)

RL-1 leraar ATO 2 voor 20u AV Latijn 3de graad ASO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties halftijds" (code 214) voor 10u.

Eerste zending voor de vervanger (tijdelijk leraar X) - Toestand 1 september 2017

RL-1 leraar ATO 1 voor 10u AV Latijn 3e graad ASO met opgave van het stamboeknummer van de titularis en als reden "Verlof verminderde prestaties " (code 214).

Tweede zending voor de titularis - Toestand 10 november 2017

RL-1: leraar ATO 2 voor 20u AV Latijn 3de graad ASO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties“ (code 214) voor 10u.

RL-1 : leraar ATO 1 voor 10u AV Latijn 3de graad ASO met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld "herwaardering" ; ter vervanging van X (naam, voornaam, stamboeknummer) met als reden “ziekteverlof”(code 001) en met als einddatum 18 december 2017.

Tweede zending voor de vervanger (tijdelijk leraar X) – toestand 10 november 2017:

RL-2 melding ziekteverlof van 10 november 2017 tot 18 december 2017.

De beide RL-1’s worden doorgestuurd in één bericht.

De titularis wordt als tijdelijke (ATO 1) betaald voor 10u (herindiensttredingsopdracht) en als tijdelijke (ATO 2) betaald voor 10u (AV Latijn 3de graad ASO waarvoor geen verlof voor verminderde prestaties halftijds) van 10 november 2017 tot 18 december 2017.

De vervanger behoudt zijn aanstelling als tijdelijke (ATO1) voor 10u AV Latijn 3de graad ASO.

Voorbeeld 2

Een leraar is vastbenoemd voor 29u PV Mechanica in de 2e graad TSO. Hij neemt voor 29u PV Mechanica in de 2e graad TSO een afwezigheid voor verminderde prestaties. Omdat in een andere school er geen vervanger wordt gevonden is het personeelslid akkoord om opnieuw in actieve dienst te treden als leraar TV Mechanica in de 3e graad BSO voor 20u in die andere school in de periode van 16 november 2017 tot en met 11 december 2017.

In de school van vaste benoeming (toestand 1 september 2017)

RL-1 leraar ATO 4 voor 29u PV Mechanica 2e graad TSO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "AVP (code 220) voor 29u.

In de school van aanstelling (toestand 16 november 2017)

RL-1 : leraar ATO 1 voor 20u TV Mechanica in de 3e graad BSO met aanduiding van “herintreder” (code 01)  in het veld "herwaardering" en koppelen aan de afwezigheid van de titularis.

De betrokkene wordt als tijdelijke betaald voor 20u van 16 november 2017 tot en met 11 december 2017.

4.2.3. Deeltijds kunstonderwijs

Voorbeeld 1

Een leraar is vastbenoemd voor 4/20 initiatie tekenen 4de graad en voor 16/20 S.A.A. schilderkunst 4de graad. Hij neemt een halftijdse bonus op voor 10/20 S.A.A. schilderkunst vanaf 1 september 2018. Het personeelslid treedt in dezelfde school opnieuw in actieve dienst als leraar voor 8/20 S.A.A. schilderkunst vanaf 16 januari 2019 tot en met 4 februari 2019.

Eerste zending (toestand 1 september 2018)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20/20 met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus VTBS58+ voor 10/20

Tweede zending (toestand 16 januari 2019)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20/20 met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus VTBS58+ voor 10/20

RL-1 leraar ATO 1 voor 8/20 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “herwaardering” en koppelen aan de afwezigheid van de titularis.

Beide RL-1s worden doorgestuurd in één bericht.

De betrokkene wordt vanaf 01/9/2018 als vastbenoemde betaald voor 10u en ontvangt een wachtgeld voor 10. Van 16 januari tot 4 februari 2018 krijgt betrokkene bijkomend 8/20 als tijdelijk personeelslid.

Voorbeeld 2

Een leraar is als tijdelijke aangesteld in school A van 1 september 2018 tot en met 30 juni 2019 voor 12/22 Muzikale en culturele vorming 2de graad. Hij neemt afwezigheid voor verminderde prestaties op voor 4/22 vanaf 1 september 2018 tot en met 30 juni 2019.

Hij treedt opnieuw in actieve dienst als leraar piano in school B voor 8/22 en 3/20 vanaf

25 april 2019 tot en met 18 mei 2019.

Eerste zending door school A (toestand 1 september 2018)

RL-1 leraar ATO 2 voor 12/22 met de opdrachtgebonden DO 220 AVP voor 4/22.

Tweede zending door school B (toestand op 25 april 2019)

RL-1 leraar ato 2 voor 8/22 en 3/20 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “herwaardering”

4.2.4. Volwassenenonderwijs

Voorbeeld 1

Een leraar secundair volwassenenonderwijs is vast benoemd voor 20u Frans Richtgraad 3. Hij neemt voor 10u Frans Richtgraad 3 een verlof voor verminderde prestaties vanaf 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2018.

Hij wordt voor deze 10u vervangen door een ander tijdelijk leraar X. De tijdelijk leraar X wordt echter ziek vanaf 10 november 2017 tot en met 22 december 2017. De oorspronkelijke titularis onderbreekt zijn dienstonderbreking en gaat de tijdelijk leraar X vervangen.

Eerste zending voor de titularis (toestand 1 september 2017)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20u Frans Richtgraad 3 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties halftijds " (code 214) voor 10u Frans Richtgraad 3.

Voor de vervanger (tijdelijk leraar X)

Toestand 1 september 2017

RL-1 leraar ATO 1 voor 10u Frans Richtgraad 3 met opgave van het stamboeknummer van de titularis en als reden "Verlof verminderde prestaties halftijds " (code 214).

Toestand 10 november 2017

RL-2 melding ziekteverlof van 10 november 2017 tot 22 december 2017.

Tweede zending voor de titularis (toestand 10 november 2017)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20u Frans Richtgraad 3 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties halftijds " (code 214) voor 10u Frans Richtgraad 3.

RL-1 : in het veld "herwaardering" invullen "HI" (= herintreder) (code 01) 10u Frans Richtgraad 3 ATO 1 ter vervanging van X (naam, voornaam, stamboeknummer) met als reden “ziekteverlof”(code 001).

De beide RL-1's worden doorgestuurd in één bericht.

De betrokkene wordt voor de opdracht “herintreder” in hoofdambt als tijdelijke betaald.

Voorbeeld 2

Een leraar basiseducatie is vastbenoemd voor 18/36. Hij neemt voor 10/36 een verlof voor verminderde prestaties. Het personeelslid treedt opnieuw in actieve dienst als leraar basiseducatie in een ander CBE voor de periode van 10 november 2018 tot en met 22 december 2018.

In het centrum van vaste benoeming (toestand 1 september 2018)

RL-1 leraar basiseducatie ATO 4 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties afwijking volume " (code 216 voor 10/36.

In het CBE van de herindiensttreding (toestand 10 november 2017):

RL-1 : in het veld "herwaardering" invullen "HI" (= herintreder) (code 01) 10u leraar basiseducatie koppelen aan de afwezigheid van de titularis.

De betrokkene wordt voor de opdracht herintreder in hoofdambt als tijdelijke betaald.

5. Bijlage