Arbeidsongevallen

  • referentie
    13AC/IF/ONG.28.1
  • publicatiedatum
    15/12/1999
  • datum laatste wijziging
    03/11/2014
  • wettelijke basis
    Wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector
  • wettelijke basis
    Koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk
  • opheffing
    Hierbij wordt de omzendbrief 13AC/IF/ONG.28.4 van 15.12.1999 opgeheven.
  • contactpersoon
    Ivo Francis, 02-553 65 06
  • De federale wetgever heeft de arbeidsongevallenwetgeving aangepast door het koninklijk besluit van 8 mei 2014 houdende de bepaling van de bevoegdheid van het Bestuur van de medische expertise en tot wijziging van sommige bepalingen inzake arbeidsongevallen in de overheidssector.
  • Voornaamste wijzigingen:
  • Indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid 30 kalenderdagen of langer duurt, wordt het slachtoffer ambtshalve opgeroepen door MEDEX om het percentage van blijvende ongeschiktheid te bepalen.
  • Indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid minder lang duurt dan 30 kalenderdagen wordt aan het slachtoffer voorgesteld een medisch attest van genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid te laten invullen. Het medisch attest van genezing wordt ingevuld door een arts geraadpleegd door het slachtoffer.
  • Het ‘Medisch attest van genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid’ is als bijlage bij deze omzendbrief gevoegd.
  • Het is belangrijk dat de betrokken personeelsleden op de hoogte worden gebracht.

INLEIDING

Het doel van deze omzendbrief is een volledig overzicht te geven van de procedures bij een arbeidsongeval en dit vanaf de aangifte tot het afsluiten van het dossier.

Deze omzendbrief is in eerste instantie bestemd voor de personeelsleden van de secretariaten van de scholen en onderwijsinstellingen. Het is de bedoeling dat zij met de hulp van de omzendbrief een antwoord kunnen geven op de meest gestelde vragen over arbeidsongevallen.

De omzendbrief is ook bedoeld om de directeurs een inzicht te geven in hun verplichtingen en in de rechten en verplichtingen van de personeelsleden.

Een slachtoffer van een arbeidsongeval kan in deze omzendbrief meer informatie vinden aangaande specifieke problemen.

WETGEVING

De wetgeving op de arbeidsongevallen in de overheidssector omvat:

- de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector (hierna “wet" genoemd).

- het koninklijke besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk (hierna “K.B.” genoemd).

- aanvullend de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (hierna “privé-wet" genoemd).

- aanvullend het koninklijke besluit van 21 december 1971 houdende uitvoering van sommige bepalingen van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (hierna “privé-K.B." genoemd).

1. BEGRIPPEN

1.1. Arbeidsongeval

1.1.1. Bepaling

Volgens artikel 2 van de wet wordt onder een arbeidsongeval verstaan het ongeval dat zich tijdens en door de uitoefening van het ambt heeft voorgedaan en dat een letsel veroorzaakt.

Volgens het Hof van Cassatie is een arbeidsongeval een plotselinge gebeurtenis die een lichamelijk letsel teweegbrengt en waarvan de oorzaak of één der oorzaken buiten het organisme van de getroffene ligt. Bovendien moet het ongeval de werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (of het ambt) overkomen (Cass.) 22 september 1976, RW., 1978-79, 1487).

Deze bepaling bestaat uit vier elementen:

- plotselinge gebeurtenis;

- lichamelijk letsel;

- arbeid (tijdens en door de uitoefening van het ambt);

- oorzaak.

Deze elementen worden hieronder verduidelijkt.

1.1.2. Plotselinge gebeurtenis

Een plotselinge gebeurtenis is een in tijd en ruimte te situeren element waarin eventueel de oorzaak te vinden is van het letsel.

De plotselinge gebeurtenis mag niet verward worden met het plotse optreden van het letsel of het plotse optreden van pijn.

Een val is het typevoorbeeld van een plotselinge gebeurtenis.

vb. een val over een boekentas die in de gang stond.

Als er geen plotselinge gebeurtenis kan worden aangeduid, dan wordt het ongeval niet erkend als een arbeidsongeval.

Voor meer informatie over het begrip “plotselinge gebeurtenis” zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 1. Plotselinge gebeurtenis 

1.1.3. Letsel

Het letsel kan lichamelijk, mentaal, inwendig of uitwendig zijn.

Het letsel is de 'schade' en voor deze schade kan een vergoeding toegekend worden (zie onder 5.).

Het letsel kan arbeidsongeschiktheid of de dood tot gevolg hebben.

Zodra bewezen is dat het letsel medische of farmaceutische kosten meebrengt, of de fysische of psychische integriteit aangetast is, heeft het slachtoffer recht op een schadevergoeding.

Als er geen letsel is, dan wordt het ongeval niet erkend als een arbeidsongeval.

1.1.3.1. Prikincident

Een prikincident waarbij iemand zich prikt aan een naald van een injectiespuit is meestal een arbeidsongeval. Maar als verpleegkundigen en andere personeelsleden met een verhoogd infectierisico besmet zijn door tuberculose, virale hepatitis of een andere infectieziekte dan wordt dat best aangegeven als een beroepsziekte (zie omzendbrief beroepsziekten).

1.1.3.2. Schade aan een prothese

Een ongeval waarbij een prothese of een orthopedisch toestel wordt beschadigd, zonder dat er een lichamelijk letsel is, kan erkend worden als arbeidsongeval als het voldoet aan de voorwaarden voor een arbeidsongeval(zie 1.1.1.).

vb.: Een personeelslid valt en beschadigt zijn beenprothese. Dit ongeval kan beschouwd worden als een arbeidsongeval.

Een bril, contactlenzen, gebit, gehoorapparaat en dergelijke worden beschouwd als een prothese als zij bestendig gedragen worden door het personeelslid en noodzakelijk zijn voor het beroep of het dagelijkse leven.

Het beschadigen van een gewone zonnebril kan niet aanvaard worden als een arbeidsongeval. Het verliezen van contactlenzen door een ongeval kan wel aanvaard worden als een arbeidsongeval als er een plotselinge gebeurtenis is.

1.1.4. Arbeid

1.1.4.1. Tijdens en door de uitvoering van het ambt of de arbeidsovereenkomst

Volgens een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie is het ongeval overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of het ambt, wanneer de werknemer op het ogenblik van het ongeval onder het gezag, de leiding en het toezicht van de werkgever staat.

Voor meer informatie over het begrip 'arbeid' zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 2. Arbeid

1.1.4.2. Uitbreiding

Krachtens artikel 2, vijfde lid, van de wet, wordt het personeelslid geacht zich te bevinden op de plaats waar hij zijn dienst uitoefent, wanneer hij:

1° bij gelegenheid een opdracht in het buitenland volbrengt in het kader van zijn ambt;

2° een activiteit uitoefent als vakbondsafgevaardigde of vertegenwoordiger van het personeel, zelfs buiten het Belgisch grondgebied, waarvoor hij verlof of een dienstvr ijstelling kreeg;

3° deelneemt aan de werkzaamheden van de onderhandelings- of overlegorganen terwijl hij :

a) krachtens de arbeidsregeling die hem is opgelegd niet verplicht is te werken;

b) vooraf vakantieverlof heeft gekregen;

c) niet verplicht is te we rken omdat hij zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties, om welke reden ook, behalve voor verminderde prestaties wegens ziekte;

4° uitdrukkelijk vergunning krijgt om deel te nemen aan beroepsvormingsactiviteiten, zelfs indien het niet verplicht is te werken krachtens de arbeidsregeling die hem is opgelegd;

5° deelneemt aan activiteiten voor vakbondsopleiding waarvoor hij verlof of een dienstvrijstelling heeft gekregen;

6° deelneemt aan een vergelijkend examen, een selectie, een examen, een competentiemeting of ieder andere proef, voor zover die deelname is vastgelegd in de bepalingen die op hem van toepassing zijn, terwijl hij krachtens de arbeidsregeling die hem is opge legd niet verplicht is te werken of met verlof is of een dienstvrijstelling kreeg.

In overeenstemming met artikel 2, derde lid, 2°, van de wet, wordt eveneens als arbeidsongeval beschouwd:

het ongeval dat een personeelslid buiten de uitoefening van zijn dienst is overkomen maar dat veroorzaakt is door een derde wegens het door dit personeelslid uitgeoefend ambt.

Hiermee wordt de bescherming bedoeld tegen gewelddaden waarvan vergelding de beweegreden is.

Vb.: Als een ouder, die kwaad is omdat een leerkracht opgetreden is tegen zijn kind, deze leerkracht aanvalt, dan is de leerkracht verzekerd tegen arbeidsongevallen ook als de aanval bij de leerkracht thuis gebeurt.

1.1.5. Oorzaak

Naast de plotselinge gebeurtenis, het letsel en het feit dat het ongeval gebeurd is tijdens en door de uitvoering van het ambt of de arbeidsovereenkomst, is er nog een vierde element vereist, voornamelijk dat de oorzaak of één van de oorzaken van de plotselinge gebeurtenis die het letsel heeft veroorzaakt, buiten het organisme van het slachtoffer ligt.

Vb.: Flauwvallen door een maagontsteking en een bloedende hoofdwonde oplopen is geen arbeidsongeval omdat de oorzaak van de val binnen het organisme van het slachtoffer ligt.

Het slachtoffer moet dit oorzakelijk verband niet bewijzen. Het is voldoende dat naast het bestaan van een letsel een plotselinge gebeurtenis wordt aangewezen, dan wordt krachtens artikel 2 van de wet het letsel vermoed door het ongeval veroorzaakt te zijn (zie ook onder 1.4.).

Dit wettelijk vermoeden kan weerlegd worden door het Agentschap of door een beslissing van MEDEX-AGD, als er geoordeeld wordt dat er geen uitwendige oorzaak was voor het letsel. Het ongeval wordt dan niet erkend als een arbeidsongeval.

1.2. Ongeval op de weg naar en van het werk (arbeidswegongeval)

1.2.1. Bepaling

Krachtens artikel 2, derde lid, 1°, van de wet, wordt eveneens beschouwd als arbeidsongeval:

het ongeval overkomen op de weg naar en van het werk dat aan de vereisten voldoet om dit karakter te hebben in de zin van artikel 8 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.

In overeenstemming met dit laatste artikel wordt onder de weg naar en van het werk verstaan het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt en omgekeerd.

Het ongeval op de weg naar en van het werk moet in elk geval beantwoorden aan de volgende algemene voorwaarden: een ongeval (een plotselinge gebeurtenis, een letsel, een oorzaak die buiten het organisme van de getroffene ligt) overkomen gedurende het normale traject dat moet afgelegd worden om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats van zijn werk en omgekeerd, of gedurende één van de gelijkgestelde trajecten (zie 1.2.4.).

Het begin- en eindpunt van het traject of arbeidsweg (verblijf- en arbeidsplaats), het begrip “normale weg” naar en van het werk en de ermee samenhangende begrippen “omweg” en “onderbreking”, zijn het voorwerp van overvloedige rechtspraak.

1.2.2. Verblijfplaats

Het traject van of naar de verblijfplaats begint zodra de werknemer de drempel van zijn hoofd- of tweede verblijfplaats verlaat en eindigt zodra deze weer overschreden wordt.

Het begrip verblijfplaats moet zeer ruim opgevat worden, deze plaats kan toevallig zijn en een werknemer kan meer dan één verblijf hebben.

Daarnaast beperkt het verblijf zich tot wat strikt “privé” is. Gangen, liften, trapzalen van appartementsgebouwen behoren tot de weg.

Als men zich begeeft naar een garage die geen deel uitmaakt van het huis is men al op weg naar het werk.

Als “tweede verblijfplaats” kan beschouwd worden:

een (zomer)verblijf dat een personeelslid zou betrekken gedurende een min of meer regelmatige periode of op geregelde tijdstippen en waarvan de hiërarchische meerdere op de hoogte is gesteld.

Kan echter niet beschouwd worden als ongeval op de weg van of naar het werk: het ongeval dat een personeelslid zou overkomen wanneer het een weekend aan de kust of bij familieleden gaat doorbrengen.

1.2.3. Arbeidsplaats

De arbeidsplaats is elke plaats waar effectief of virtueel het recht van de werkgever om gezag, leiding en toezicht te geven, uitgeoefend wordt en de plaatsen vermeld onder artikel 2, vijfde lid van de wet (zie 1.1.4.2.).

Tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid voorgeschreven door een dokter is een personeelslid niet verzekerd tegen arbeidsongevallen, behalve voor de verplaatsingen op uitdrukkelijke vraag van de school of onderwijsinstelling, verplaatsingen naar de dokter aangeduid door het controleorgaan of naar MEDEX-AGD.

Vrijwillige vervroegde werkhervatting is altijd mogelijk. De directeur moet daarvan echter de dag vooraf gewaarschuwd worden. Zonder voorafgaande verwittiging is het traject van huis naar school of onderwijsinstelling op de dag van de hervatting niet verzekerd.

Personeelsleden die van de controlearts vervroegd moeten hervatten, zijn wel verzekerd vermits de beslissing tot werkhervatting het resterende ziekteverlof teniet doet.

1.2.4. Gelijkgestelde trajecten

Met de weg naar en van het werk wordt ondermeer gelijkgesteld het traject afgelegd (art.8, §2 privé-wet):

- van de plaats waar hij werkt naar de plaats waar hij zijn eetmaal neemt of zich aanschaft, en omgekeerd;

- van de plaats waar hij werkt naar de plaats waar hij leergangen volgt met het oog op zijn beroepsopleiding en van die plaats naar zijn verblijfpla ats;

- van de plaats waar hij werkt in uitvoering van een arbeidsovereenkomst met een werkgever, naar de plaats waar hij zal werken in uitvoering van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever;

- van de plaats waar hij werkt naar de plaats waar hij zijn loon of het daarmee overeenstemmende bedrag in speciën geheel of gedeeltelijk int, en omgekeerd;

- om tijdens de opzeggingstermijn, binnen de grenzen vastgesteld door de wetgeving op de arbeidsovereenkomsten en met toestemming van de werkgever een n ieuwe betrekking te zoeken;

- om zich, zelfs buiten de werkuren, van zijn verblijfplaats of van de plaats waar hij aan het werk is naar zijn vroegere werkgever te begeven met het oog op het afgeven of het afhalen van bescheiden opgelegd door de sociale wetgeving, kleding of werkgerie f, en omgekeerd;

- van de plaats waar de werknemer wegens het uitvoeren van een opdracht is of moet verblijven, naar de plaats waar hij zijn ontspanning neemt en omgekeerd, mits de werkgever het niet uitdrukkelijk verbood;

- door de werknemer die, in zij n hoedanigheid van vakbondsafgevaardigde of vertegenwoordiger van de werknemers, syndicale vormingslessen volgt, van zijn verblijfplaats of van zijn arbeidsplaats naar het vormingscentrum waar hij de lessen volgt en omgekeerd.

1.2.5. De normale weg naar en van het werk

Het normale traject veronderstelt een wegaflegging tussen de woonplaats en de werkplaats die zowel geografisch (naar plaats) als chronologisch (naar tijd) als normaal kan worden beschouwd.

1.2.5.1. Geografisch normale weg

Het Hof van Cassatie stelt als regel dat een omweg het normale karakter van het traject niet in het gedrang brengt wanneer hij niet belangrijk is en ingegeven wordt door een wettige reden. Is de omweg wel belangrijk dan moet deze gerechtvaardigd worden door overmacht. Is de omweg onbeduidend dan is er geen overmacht en evenmin een wettige reden vereist.

Belangrijk : het gaat hier om de rekenkundige verhouding tussen het effectief afgelegde traject en het normaal af te leggen traject. De rechtspraak geeft hiervoor geen duidelijke definitie.

Een omweg van 100% van het normale traject is altijd belangrijk. Een omweg van minder dan 25% is meestal onbelangrijk.

Overmacht kan slechts het gevolg zijn van een gebeurtenis die de menselijke wil niet heeft kunnen voorzien en niet heeft kunnen afwenden.

Wettige reden situeert zich tussen overmacht en een louter persoonlijke reden. Het gaat om een gebeurtenis die niet kan toegerekend worden aan de werknemer en die zich met een zekere dwang aan hem opdringt, zonder echter onvoorzienbaar of onvermijdbaar te moeten zijn.

Als men een omweg maakt om een “persoonlijke reden”, dan is het traject niet langer normaal.

vb.:

Wettige reden:

- Een omweg maken om een zieke echtgenoot te bezoeken in het ziekenhuis.

- Een omweg maken om voedsel te kopen.

Persoonlijke reden:

- Een omweg maken om bij een vriend of vriendin thuis iets te drinken.

Overmacht:

- Een grote omweg maken om een persoon, zwaar gekwetst tengevolge van een verkeersongeval, onmiddellijk naar een ziekenhuis te voeren.

Het traject blijft normaal indien de werknemer de nodige en redelijkerwijze te verantwoorden omwegen maakt (art.8, §1 privé-wet):

1° langs de verschillende verblijf- en arbeidsplaatsen of op- en afstapplaatsen om zich, in het kader van gemeenschappelijk woon-werkverkeer, samen met een of meerdere personen met een voertuig te verplaatsen (carpooling);

2° met het oog op het wegbrengen of ophalen van de kinderen naar of van de kinderopvangplaats of de school;

1.2.5.2. Chronologisch normale weg

Volgens het Hof van Cassatie is de normale arbeidsweg niet noodzakelijk het rechtstreekse en ononderbroken traject; het traject is normaal indien het in een niet belangrijke mate onderbroken wordt om een wettige reden of indien een belangrijke onderbreking aan overmacht te wijten is.

Voor “overmacht”, “wettige reden”, “persoonlijke reden” en “belangrijk” zie hierboven onder 1.2.5.1.

De onderbreking vormt het equivalent van de omweg bij de beoordeling van het chronologisch normaal karakter van het gevolgde traject.

De onderbreking om persoonlijke reden ontneemt het traject zijn normaal karakter, zelfs al bevond het slachtoffer zich op het ogenblik van het ongeval op het traject naar zijn woonplaats of zijn werkplaats.

vb.:

- Een herbergbezoek van een uur op een normaal traject van een half uur, is een onderbreking zonder dat van een wettige reden of overmacht sprake kan zijn.

- De aankoop van een cd is een onderbreking om persoonlijke redenen.

Indien het ongeval zich voordoet tijdens de onderbreking van het traject bevindt het slachtoffer zich op dat ogenblik niet meer op de arbeidsweg en verliest, tenminste tijdelijk, de verzekeringsdekking, zelfs indien deze onderbreking kan worden verantwoord door een wettige reden.

vb.:

Op weg naar huis maakt men een omweg om bij de bakker een brood te kopen (een niet belangrijke omweg en een wettige reden. Vanaf het moment dat de drempel van de bakkerij overschreden is, bevindt men zich niet meer op de arbeidsweg. Een ongeval dat zich voordoet in een winkel (tijdens de onderbreking van de arbeidsweg) kan niet erkend worden als een arbeidsongeval.

1.3. Specifieke situaties waarop de arbeidsongevallenwetgeving van toepassing is

Onder 1.1.1 werd gesteld dat een arbeidsongeval moet overkomen zijn tijdens de uitoefening van het ambt. Hieronder worden begrepen de ongevallen gebeurd in uitoefening van het lessenrooster of werkrooster en tijdens activiteiten in opdracht of op vraag van de inrichtende macht of de directie. De opdracht moet wel te maken hebben met het schoolleven of met activiteiten in verband met de uitstraling van de school.

1.3.1. Schoolse activiteiten

1.3.1.1. Toezicht

- Hieronder zijn alle vormen van toezicht begrepen: voor, tijdens en na de lesuren, in de schoolbus, bij bezoek aan een zwembad, tijdens de les lichamelijke opvoeding, bij bezoek aan het CLB, tijdens een wandeling gedurende de lesuren, ...

Naschoolse opvang is verzekerd tegen arbeidsongevallen als het onbezoldigd gebeurt of als de betaling geschiedt met werkingskredieten en als op de persoon die de opvang verzekert de arbeidsongevallenreglementering van toepassing is.

- Onder toezicht wordt ook het optreden als gemachtigde opzichter begrepen, tenminste als men optreedt voor de eigen school of in de eigen gemeente leerlingen van de school vergezelt.

- Voor toezicht zijn er geen normen vastgelegd. De inrichtende macht of de directeur bepaalt het aantal toezichthoudende personeelsleden rekening houdend met de leeftijd van de leerlingen en de omstandigheden.

1.3.1.2. Vergaderingen

Het deelnemen aan vergaderingen maakt deel uit van de normale opdracht en is bijgevolg verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Het gaat om: personeelsvergaderingen, oudervergaderingen, vergaderingen ingericht door de koepelorganisatie, vergaderingen i.v.m. testproeven en prognosekeuze van de leerlingen, vergaderingen van de lokale schoolraad of participatieraad (als het personeelslid afgevaardigd is), studiedagen enz.

1.3.1.3. Schoolreizen en dergelijke

Het begeleiden van de leerlingen en studenten tijdens school- of studiereizen, bos-, zee- en sneeuwklassen, didactische bezoeken, culturele activiteiten en dergelijke (in binnen- en buitenland) is verzekerd tegen arbeidsongevallen. De reis moet wel georganiseerd zijn door de school.

De aandacht wordt er wel op gevestigd dat niet alles verzekerd is tijdens de bijzondere klassen (zie daarvoor onder 1.3.2.6.).

Voor activiteiten buiten de schooldagen zie onder 1.3.2.

1.3.2. Activiteiten op vraag of in opdracht

Activiteiten op vraag of in opdracht vallen onder de verantwoordelijkheid van de inrichtende macht/de directie. Zij vragen dat een bepaalde activiteit uitgeoefend wordt of zij geven de opdracht. Dat hoeft niet noodzakelijk expliciet, het kan ook impliciet zijn. De vraag of de opdracht kan zowel schriftelijk als mondeling meegedeeld worden.

Het impliciet geven van een opdracht gebeurt volgens de regels en gewoonten van de school. Als het in de school de gewoonte is om eens per jaar een Vlaamse kermis in te richten waaraan alle personeelsleden van de school meehelpen, dan moet de vraag of de opdracht tot deelnemen niet aan elk personeelslid persoonlijk worden overhandigd.

1.3.2.1. Niet-schoolse activiteiten

Niet-schoolse activiteiten hebben plaats buiten de normale lesuren, binnen of buiten de schoolgebouwen, maar houden wel verband met het schoolleven of met de uitstraling van de school. Deze activiteiten worden georganiseerd door de school.

Het gaat om schoolfeesten, bals, Vlaamse kermissen, eetdagen, theatervoorstellingen door leerkrachten en/of leerlingen en dergelijke activiteiten.

1.3.2.2. Wervingsacties en verspreiden van publiciteitsfolders

Personeelsleden die tijdens wervingsacties aan huisbezoeken doen, zijn verzekerd tegen arbeidsongevallen als ze daartoe opdracht gekregen hebben. Dit betekent dat er een lijst opgemaakt wordt per personeelslid van de te bezoeken wijken of straten, op een bepaalde datum.

1.3.2.3. Nascholing

Bij deelname aan een nascholingsactiviteit die valt onder 'Titel IV - De nascholing' van het decreet van 16 april 1996 betreffende het mentorschap en de nascholing in Vlaanderen is het personeelslid verzekerd tegen arbeidsongevallen

Voor cursussen georganiseerd door andere instanties zoals universiteiten, vormingsinstituten, beroepsfederaties en dergelijke meer is het personeelslid verzekerd als de school de opdracht gegeven heeft om deel te nemen aan de cursus en verklaart dat het volgen van de cursus noodzakelijk is voor de vorming van het personeelslid.

Het volgen van een V.D.A.B.-cursus die niets te maken heeft met de opdracht van de leerkracht zal niet aanvaard worden.

Het georganiseerd bezoeken van gebouwen, monumenten, enz. tijdens de vakantie is niet verzekerd, ook niet het volgen van een taalcursus door bv. een leerkracht wiskunde.

Dergelijke activiteiten die doorgaan tijdens de zomervakantie zullen slechts na grondig onderzoek aanvaard worden. De school zal gevraagd worden te verklaren dat het noodzakelijk was dat het personeelslid deelnam aan de cursus en dat deze cursus niet georganiseerd werd tijdens het schooljaar.

1.3.2.4. Sportactiviteiten

De personeelsleden zijn verzekerd tijdens sportactiviteiten waarbij leerlingen betrokken zijn.

Zijn er geen leerlingen bij betrokken dan moeten de sportactiviteiten ingericht zijn door de Stichting Vlaamse Schoolsport, het BLOSO, de koepelorganisatie of de school zelf.

Personeelsleden van een andere school kunnen ook deelnemen aan een sportactiviteit ingericht door een school als zij daartoe uitgenodigd zijn en als hun inrichtende macht of directie hun de toelating gegeven heeft om deel te nemen.

Regelmatig sporten in de sporthal van de school, zoals een sportclub, wordt niet verzekerd tegen arbeidsongevallen.

1.3.2.5. Besturen van de schoolbus

De persoon die de schoolbus of een gehuurde bus bestuurt op vraag of in opdracht van de inrichtende macht of directie is verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Dit personeelslid moet wel beschikken over het nodige rijbewijs en medisch goedgekeurd zijn.

De betrokkene moet er zich wel van bewust zijn dat zij of hij burgerlijk aansprakelijk kan gesteld worden bij een eventueel ongeval waarbij kinderen betrokken zijn.

1.3.2.6. Opdrachten met overnachting in het buitenland

Bepaalde personeelsleden kunnen de opdracht krijgen om naar het buitenland te reizen en er te verblijven.

Alle activiteiten tijdens de tijd besteed aan het vervullen van de opdracht zijn verzekerd. Niet verzekerd zijn persoonlijke bezigheden die buiten een normale vrijetijdsbesteding vallen, dit wil zeggen activiteiten die een goede huisvader niet zou verrichten.

1.3.2.7. Vervoeren van leerlingen

Het vervoeren van leerlingen op vraag of in opdracht van de inrichtende macht of de directie is verzekerd.

Het gaat hier om het naar huis voeren van een ziek geworden leerling of met een groepje leerlingen naar een theatervoorstelling of een tentoonstelling rijden en dergelijke meer.

Als men leerlingen ophaalt of thuis brengt tijdens het traject van huis naar school of omgekeerd, moeten er een aantal regels gevolgd worden om het ongeval te kunnen erkennen:

- de leerlingen kunnen geen gebruik maken van de schoolbus of het openbaar vervoer;

- het personeelslid ontvangt geen geld voor het vervoer van de leerling;

- het vervoer gebeurt op vraag of in opdracht van de directie of de inrichtende macht.

Als men occasioneel rijdt in opdracht van zijn werkgever (= de school) is het aan te raden de verzekeringsmaatschappij die instaat voor de autoverzekering te verwittigen. Dit heeft geen gevolgen voor het contract als men per jaar minder dan 2.000 km in opdracht rijdt.

1.3.2.8. Andere opdrachten

De inrichtende macht of de directie kan nog andere opdrachten (geen leerlingen bij betrokken) noodzakelijk achten. Maar dergelijke opdrachten worden bij voorkeur gegeven aan het administratief, het werkliedenpersoneel of aan de directie zelf.

Vb.: Boodschappen doen voor de school.

Het onderwijzend personeel kan met een dergelijke opdracht belast worden als er geen lid van het administratief of het werkliedenpersoneel meer beschikbaar is of gezien de bijzondere aard van de opdracht.

Hieronder vallen ook de onderhoudswerken of een verhuis uitgevoerd tijdens de vakantie waarbij de leerkrachten worden gevraagd aan deze activiteit deel te nemen om kosten te besparen.

Deelname aan een humanitaire actie is verzekerd als deze actie ingericht wordt door de school of de koepelorganisatie.

Als ze ingericht wordt door een humanitaire organisatie zijn de activiteiten niet verzekerd.

vb.:

- De school zamelt kleren en voedsel in en brengt die dan met een vrachtwagen naar Roemenië: alle activiteiten zijn verzekerd.

- Leerlingen en personeelsleden verzamelen kleren en voedsel in het raam van een actie van het Rode Kruis en een leerkracht brengt deze goederen ter plaatse: deze activiteiten zijn niet verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Het bezoeken van zieke leerlingen in opdracht van de directie of de inrichtende macht is ook verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Een vastbenoemd personeelslid kan ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking (TBS/OB). Als de directie haar of hem tijdens deze periode van terbeschikkingstelling belast met het uitvoeren van pedagogische taken blijft het personeelslid verzekerd tegen arbeidsongevallen.

1.3.3. Springuren

Als een leerkracht een “springuur” heeft (vb. voor het basisonderwijs als de leerlingen overgedragen worden aan een bijzondere leermeester, in het secundair onderwijs geen opeenvolgende lesuren) mag het personeelslid naar huis gaan als zij/hij daartoe de toestemming gekregen heeft van de inrichtende macht of directie.

Bijgevolg is enkel het traject school-huis en omgekeerd verzekerd.

Voor toegestane omwegen en onderbrekingen zie onder 1.2.

1.3.4. Tijdelijke personeelsleden tijdens de zomervakantie

Tijdelijk aangestelde personeelsleden die bij het begin van het nieuwe schooljaar NIET opnieuw aangesteld worden, zijn tijdens de zomervakantie enkel verzekerd voor activiteiten die verband houden met het voorafgaande schooljaar.

Vb.: herexamens afnemen.

Tijdelijk aangestelde personeelsleden die bij het nieuwe schooljaar opnieuw aangesteld worden, zijn tijdens de zomervakantie verzekerd voor alle schoolactiviteiten (zoals vastbenoemde personeelsleden).

1.4. Bewijs

1.4.1. Principes

Het slachtoffer of zijn rechthebbenden moeten het bewijs leveren van het bestaan van een ongeval.

Wanneer het om een arbeidsongeval gaat, dient het bewijs geleverd te worden:

1. van een letsel;

2. van een plotselinge gebeurtenis;

3. dat het ongeval overkomen is tijdens de uitvoering van het ambt of de arbeidsovereenkomst.

Indien deze componenten bewezen zijn, geniet het slachtoffer of zijn rechthebbenden twee wettelijke vermoedens (art. 2 van de wet):

- Wanneer het slachtoffer of zijn rechthebbenden, benevens het bestaan van een letsel, het bestaan van een plotselinge gebeurtenis aanwijzen, wordt het letsel, behoudens tegenbewijs, vermoed door het ongeval te zijn veroorzaakt.

- Het ongeval overkomen tijdens de uitvoering van het ambt (of de arbeidsovereenkomst) wordt, behoudens tegenbewijs, geacht door de uitoefening van het ambt (of de arbeidsovereenkomst) te zijn overkomen.

Bij arbeidswegongevallen dient het bewijs te worden geleverd:

1. van een letsel;

2. van een plotselinge gebeurtenis (met het voordeel van het eerste wettelijk vermoeden);

3. dat het ongeval overkomen is op de normale arbeidsweg.

1.4.2. Bewijsvoering

Het is de taak van het slachtoffer kort na de feiten te zorgen voor voldoende bewijsmateriaal.

Het bewijs kan geleverd worden door alle rechtsmiddelen, getuigen en feitelijke vermoedens inbegrepen.

Het getuigenbewijs is vanzelfsprekend het eenvoudigste:

een schriftelijke verklaring van een ooggetuige, de ziekenwagenhelpers, de garagist, omwonenden, het ingevulde aanrijdingsformulier, het proces-verbaal van de politie, ...

Voor de getuigenverklaring wordt liefst gebruik gemaakt van het document dat hiervoor is opgesteld (zie bijlage 4 - Getuigenverklaring).

Als de getuigenverklaring ontbreekt wordt het document opgevraagd door de dossierbeheerder van het arbeidsongeval als het essentieel is voor het dossier. Het niet-opsturen van de getuigenverklaring heeft dan als gevolg dat het ongeval niet erkend wordt als een arbeidsongeval.

Voor meer informatie over de bewijsvoering zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 3. Bewijsvoering.

1.4.3. Tegenbewijs

Als het Agentschap het ongeval niet als arbeidsongeval erkent ondanks het feit dat de getroffene (of zijn rechthebbenden) de drie voormelde elementen bewijst, dan dient door het Agentschap het tegenbewijs te worden geleverd.

Dit kan door:

- de weerlegging van het vermoeden van ongeval.

Het letsel kan onmogelijk het gevolg geweest zijn van de door de getroffene of zijn rechthebbenden aangetoonde plotselinge gebeurtenis, omdat de gebeurtenis geen enkel verband kan gehad hebben met het letsel, of omdat de ingeroepen plotselinge gebeurtenis het letsel niet kan veroorzaakt hebben;

- de weerlegging van het vermoeden van arbeidsongeval.

Er is een gebrek aan causaliteit tussen het ongeval en de arbeid: het letsel is uitsluitend te wijten aan een inwendige lichamelijke oorzaak.

vb.: Een personeelslid wordt onwel en zakt in elkaar. Als het in elkaar zakken werd veroorzaakt door een ziekte zoals gastro-enteritis, dan kan dit voorval niet erkend worden als een arbeidsongeval.

2. ONDERWORPEN PERSONEN

2.1. Onderwijs gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap

De wet van 3 juli 1967 (art.1,5° van de wet) is van toepassing op alle personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. Dit betekent niet enkel de personen die betaald worden via een werkstation (wedde) maar ook personen aangeworven met een arbeidsovereenkomst zoals de busbegeleiders en het onderhoudspersoneel.

Deze regeling geldt ook voor alle personeelsleden van de officiële Hogescholen.

2.2. Onderwijs gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap

Enkel de personeelsleden die betaald worden via een werkstation (weddentoelage) zijn verzekerd (art.6 en 7 van de wet en art.1 en 2 van het K.B.).

Het gaat hier niet alleen om gesubsidieerde onderwijsinstellingen, maar ook om gesubsidieerde Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

2.3. Zijn niet onderworpen:

- Personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs die niet betaald worden via een weddentoelage ten laste van de Vlaamse Gemeenschap;

- Onbezoldigde stagiairs;

- Vrijwilligers, leesmoeders, zaagvaders en dergelijke personen die in feite buitenstaanders zijn waarop de school een beroep doet.

De inrichtende macht kan voor deze personen een verzekering afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij.

3. AANGIFTE VAN HET ONGEVAL

3.1. Aangifte

Elk arbeidsongeval of ongeval op de weg van of naar het werk moet zo snel mogelijk (binnen 4 dagen) aangegeven worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

De aangifteformulieren worden (...) verstuurd naar het Agentschap. Vanaf 1 januari 2014 zorgt het Agentschap voor de elektronische aangifte van het arbeidsongeval aan het Fonds voor Arbeidsongevallen via het portaal van de sociale zekerheid (Publiato). De aangifte in Publiato is gekoppeld aan de Dimona-aangifte en het ondernemingsnummer van het Agentschap. Voor de contractuele personeelsleden (zie 2.1.) waarvoor de Dimona-aangifte gebeurt door de werkgever, wordt er aan de werkgever een machtiging gevraagd om de aangifte in zijn plaats te doen.

Voor de personeelsleden van het onderwijs, de hogescholen inbegrepen, van de Centra voor Leerlingenbegeleiding, van de pedagogische begeleidingsdiensten, van de inspectie en van de contractuele personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs moeten de aangifteformulieren per post gestuurd worden naar het volgende adres:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Afdeling Advies en Ondersteuning onderwijsPersoneel (AOP)

Arbeidsongevallen

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II-laan 15

1210 BRUSSEL

Het is ook mogelijk om de aangifteformulieren in te scannen, bij voorkeur in pdf-formaat, en op te sturen naar arbeidsongevallen.agodi@vlaanderen.be

 

Als het slachtoffer in verschillende scholen tewerkgesteld is, moet het ongeval maar éénmaal aangegeven worden, namelijk via de school waar het ongeval gebeurd is.

Indien de hiërarchische overste of de directeur twijfelt over de erkenning van het ongeval als arbeidsongeval, moet desondanks het ongeval toch aangegeven worden op de hierboven vermelde wijze. De uiteindelijke beoordeling komt uitsluitend toe aan het Agentschap. Voor de twijfelgevallen is een rubriek voorzien op het formulier "Model A - Aangifte van arbeidsongeval", vak 34 en op het formulier 'Opgave van aanvullende informatie over een arbeidsongeval', rubriek 6 .

3.2. Aangifteformulieren

- Model A. - Aangifte van ongeval (zie bijlage)

- Model B. Doktersattest (zie bijlage)

Deze twee formulieren staan in originele versie samen op een geplooid A3 blad.

- Opgave van aanvullende informatie over een arbeidsongeval (zie bijlage).

- Getuigenverklaring (zie bijlage).

Voor het invullen van de aangifteformulieren zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 4. Invullen aangifteformulieren.

3.2.1. Bijkomende documenten

3.2.1.1. Werk- of lessenrooster

Bij elke aangifte van een ongeval moet een kopie van het werk- of lessenrooster gevoegd worden. Het moet gaan om het werk- of lessenrooster dat van toepassing was op het ogenblik van het ongeval. Het werk- of lessenrooster moet niet bijgevoegd worden als vak 33 van het formulier 'Model A. - Aangifte van arbeidsongeval' ingevuld werd.

Was op het ogenblik van het ongeval geen werk- of lessenrooster van toepassing omdat het ging om een activiteit in opdracht (zie 1.3.2.) dan moet een verklaring van de hiërarchische overste aangaande de gegeven opdracht bijgevoegd worden.

3.2.1.2. Reisweg

Indien het ongeval gebeurd is op de weg van of naar het werk, moet er een reisweg bij de aangifte gevoegd worden.

Deze reisweg kan een opsomming zijn van de gevolgde straten of een aanduiding van de gevolgde weg op een kaart. De verblijfplaats (woning), plaats van het ongeval en de werkplaats moeten duidelijk vermeld of aangeduid zijn.

Het moet gaan om de reisweg die gevolgd werd op de dag van het ongeval.

3.2.1.3. Arbeidsovereenkomst

Als het slachtoffer aangeworven werd met een arbeidsovereenkomst, moet een kopie daarvan bij de aangifte gevoegd worden.

Het gaat hier om de arbeidsovereenkomst geldig op de datum van het arbeidsongeval.

3.3. Ongeval met derde

Als bij het ongeval een persoon betrokken is die het ongeval kan veroorzaakt hebben, dan wordt dit een ongeval met derde genoemd. Dit betekent dat iemand (= de tegenpartij) kan aansprakelijk gesteld worden voor het ongeval. Als dat het geval is, kunnen de Vlaamse Gemeenschap en de Belgische Staat hun kosten terugvorderen van de tegenpartij.

Daarom is het van belang dat de eventueel aansprakelijke tegenpartij wordt geïdentificeerd. In dat geval moet Deel2: Opgave van informatie over een arbeidsongeval met een aansprakelijke derde ingevuld (= nieuw formulier) worden.

Ongevallen met derde zijn meestal verkeersongevallen of vechtpartijen. In dergelijke gevallen moet dat ook duidelijk blijken uit de feiten ingevuld op Model A, vak 14. In dit vak mag er niet verwezen worden naar het proces-verbaal van de politie. Het is aangewezen Model A te laten invullen door het slachtoffer of zijn rechthebbende. Als dit niet mogelijk is(vb. dodelijk ongeval) en de aangifte wordt ingevuld door een personeelslid van de school, dan vermeldt dit personeelslid in vak 14 wat hem werd meegedeeld door de persoon die hem op de hoogte bracht van het ongeval.

Opmerking: Voor ongevallen waarbij een zwakke weggebruiker (voetganger, fietser of passagier van een auto, moto of een autobus) gekwetst werd door een motorvoertuig (objectieve aansprakelijkheid) geldt ook deze regeling. De bestuurder van het motorvoertuig moet niet aansprakelijk zijn voor het ongeval.

Als getuigenverklaring bij een verkeersongeval kan ook een kopie van het ingevulde aanrijdingsformulier, ondertekend door alle partijen, worden toegestuurd.

Het is aangeraden bij elk verkeersongeval dat kan gelden als een arbeidsongeval het aanrijdingsformulier in te vullen en een kopie ervan naar de dossierbeheerder te sturen. Zelfs als er een procesverbaal werd opgemaakt, is het nuttig om een aanrijdingsformulier in te vullen omdat het maanden kan duren vooraleer het parket het proces-verbaal vrijgeeft. De afhandeling van het dossier kan zo vlotter gebeuren.

Het aanrijdingsformulier moet wel ondertekend worden door alle partijen betrokken bij het ongeval.

Als er een proces-verbaal opgemaakt wordt zal de politie vragen aan de betrokkene of hij een kopie van zijn verklaring wenst. Het is aangewezen om op deze vraag bevestigend te antwoorden en een kopie van deze verklaring mee te sturen met de aangifte.

Het slachtoffer kan ook aan de politie een exemplaar vragen van het formulier van de vaststelling van het ongeval, waarop alle betrokken partijen op vermeld staan, een kopie van dit formulier kan dan opgestuurd worden naar de dossierbeheerder van het ongeval.

3.4. Opmerking

Van de onderwijsinstellingen wordt verwacht dat zij hun personeelsleden inlichten over de modaliteiten van hun arbeidsongevallenverzekering. Bijkomende inlichtingen kunnen altijd bekomen worden bij de Afdeling AOP - Arbeidsongevallen.

Het is aan te raden dat elk personeelslid over een exemplaar van het formulier “Model A-B” beschikt, zodat dit bij een ongeval onmiddellijk kan ingevuld worden. Het formulier kan ofwel thuis ofwel in de auto worden bewaard.

Bij een activiteit in opdracht, zeker als er verschillende personeelsleden bij betrokken zijn, is het raadzaam om enkele formulieren “Model A-B” mee te geven.

Voor meer informatie over de procedure gevolgd door het Agentschap Onderwijs bij de erkenning van het arbeidsongeval zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 5. Procedure behandeling arbeidsongeval.

3.5. Bijkomende verplichtingen

3.5.1. Verwittigen hiërarchische overste

Het invullen en opsturen van het formulier “Model A-B” ontslaat het slachtoffer niet van zijn verplichting om zijn hiërarchische overste te verwittigen dat zij/hij verhinderd is om te komen werken.

3.5.2. Invullen Medisch attest MEDEX

Als de behandelende dokter van het slachtoffer van oordeel is dat hij minimaal één dag arbeidsongeschikt is tengevolge van het ongeval moet er een Medisch attest van MEDEX ingevuld worden door de dokter. Dit formulier moet gestuurd worden naar:

MEDEX - Medische attesten

Victor Hortaplein 40 bus 50

1060 BRUSSEL

(zie ook 4.3.1.).

MEDEX kan het personeelslid oproepen voor controle in het plaatselijk geneeskundig centrum. De lijst van de geneeskundige centra vindt u als bijlage.

3.5.3. Verplichtingen werkgever

De werkgever moet het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming inlichten dat zijn personeelslid arbeidsongeschikt is tengevolge van een arbeidsongeval, elektronisch door het invullen van RL-2 of met een formulier PERS 3 (dienstonderbreking).

Voor elk ongeval dat op het werk of op de weg naar en van het werk gebeurt, moet er een arbeidsongevallensteekkaart ingevuld worden, als het ongeval ten minste vier dagen arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft. Voor het invullen van de steekkaart zie het K.B. van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (artikel 27 en 28).

Een afschrift van de steekkaart moet bezorgd worden aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer belast met het medisch toezicht.

Het Agentschap zorgt voor de overdracht van de gegevens aan het Fonds voor Arbeidsongevallen volgens het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot vaststelling van de elementen van de ongevalsaangifte over te dragen aan het Fonds voor Arbeidsongevallen.

Voor een ernstig arbeidsongeval zijn er nog een aantal bijkomende formaliteiten te vervullen. Een ernstig arbeidsongeval is een ongeval dat aanleiding heeft gegeven tot de dood of waarvan het gebeuren in direct verband staat met een gebeurtenis die afwijkt van de normale uitvoering van het werk en dat aanleiding geeft tot hetzij een blijvend, hetzij een tijdelijk letsel.

De werkgever moet er in dat geval immers voor zorgen dat zijn interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk het ernstig arbeidsongeval onderzoekt en binnen de 10 dagen een omstandig verslag aan de Arbeidsinspectie bezorgt. Het omstandig verslag moet verplicht een aantal elementen bevatten zoals bv. identificatie van slachtoffer en werkgever, gedetailleerde beschrijving van plaats en omstandigheden,. De werkgever vult het verslag aan met de maatregelen die zullen genomen worden om een herhaling van het ongeval te voorkomen, een actieplan met termijnen en het advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk.

 

Indien het niet mogelijk is om binnen de vooropgestelde termijn een omstandig verslag af te leveren, kan de inspectie ook een voorlopig verslag aanvaarden. Indien de arbeidsinspectie daarentegen geen voorlopig of omstandig verslag ontvangt binnen de 10 dagen, kan zij zelf een deskundige aanstellen. In elk geval wordt een deskundige aangesteld bij een gebrekkige samenwerking bv. meerdere werkgevers betrokken, complexe omstandigheden, bijzonder ernstige arbeidsongevallen, onwettige toestanden.

 

Bij dodelijke ongevallen en ongevallen met een blijvend letsel moet de Arbeidsinspectie onmiddellijk op de hoogte worden gebracht.(adressen: http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=6550).

Voor bijkomende informatie zie: http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=645

3.6. Laattijdige aangifte

Een laattijdige aangifte heeft niet noodzakelijk een niet- erkenning van het ongeval als arbeidsongeval tot gevolg. Het slachtoffer moet wel het bewijs kunnen leveren van een plotselinge gebeurtenis, van een letsel en dat het ongeval overkomen is tijdens de uitvoering van het ambt of op de normale arbeidsweg (zie 1.4.1.)

(…)

Bij banale ongevallen is het zelfs aan te bevelen te wachten met de aangifte. Met een banaal ongeval wordt bedoeld een ongeval waarbij er geen doktershulp nodig is, het letsel kan verzorgd worden met de middelen uit de EHBO-kist en er ook geen arbeidsongeschiktheid is. Van zodra het slachtoffer naar de dokter geweest is moet het ongeval wel aangegeven worden.

Op de dag dat het feit zich voordoet, wordt het formulier "Model A" ingevuld en de getuigenverklaring(en). Het formulier "Model B" wordt pas ingevuld als er een dokter moet geraadpleegd worden, als bijvoorbeeld het letsel niet geneest of verergert. Pas na het invullen van het formulier "Model B" door de dokter wordt de volledige ongevalsaangifte gestuurd naar het Agentschap.

4. ROL VAN DE MEDEX-AGD

4.1. Expertiseopdracht van MEDEX-AGD.

Het Agentschap stuurt de aangifte via Publiato door naar MEDEX-AGD.

MEDEX doet uitspraak over:

a) het oorzakelijk verband tussen de letsels of het overlijden en de ongevalsfeiten;

b) de eventuele blijvende letsels voortspruitend uit het ongeval en het percentage van de blijvende arbeidsongesch iktheid dat hiervan het gevolg zou kunnen zijn;

c) de datum waarop de letsels geconsolideerd zijn. Deze datum moet samenvallen met de dag waarop de evolutie van het geval als beëindigd mag worden beschouwd;

d) de tijdelijke werkonbekwaamheid die het gevolg is van het ongeval.

4.2. Consolidatie

4.2.1. Medisch attest van genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid (Agentschap)

Indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid minder lang duurt dan 30 kalenderdagen zal het Agentschap aan het slachtoffer voorstellen om het arbeidsongeval af te sluiten met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid.

Aan het slachtoffer wordt gevraagd om het formulier ‘Medisch attest van genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid’ (zie bijlage) te laten invullen door zijn behandelende dokter.

Het ingevulde formulier wordt dan teruggestuurd naar het Agentschap.

Als het slachtoffer of de behandelende dokter meent dat er sprake is van blijvende arbeidsongeschiktheid, moet het formulier niet worden ingevuld, maar moet het slachtoffer dat per brief aan het Agentschap laten weten. De brief moet vergezeld zijn van een medisch verslag ter staving van de blijvende arbeidsongeschiktheid. Het slachtoffer zal dan door MEDEX uitgenodigd worden voor een onderzoek in het medisch centrum (zie 4.2.2.1.).

Als het slachtoffer niet reageert op het voorstel van het Agentschap zal er nog één keer een herinnering verstuurd worden. Als er binnen de 30 dagen na de herinnering nog altijd geen antwoord wordt gegeven, zal het Agentschap het ongeval consolideren met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid. Dit heeft gevolgen voor de betaling van medische kosten (zie 5.1.1.).

4.2.2. Besluit van medische expertise (MEDEX)

4.2.2.1. Beslissing

Indien de tijdelijke arbeidsongeschiktheid 30 kalenderdagen of langer duurt of als het slachtoffer aangeven heeft dat er mogelijk blijvende arbeidsongeschiktheid is roept MEDEX-AGD het slachtoffer van een arbeidsongeval op om zich aan te bieden in het medisch centrum van de regio waar het slachtoffer woont. Wanneer de betrokkene zich niet kan verplaatsen, gebeuren desnoods de nodige medische onderzoeken in zijn verblijfplaats. Het eerste onderzoek gebeurt zo spoedig mogelijk. Indien het arbeidsongeval niet kan afgesloten worden na het eerste onderzoek, kan het slachtoffer nog herhaalde malen opgeroepen worden voor onderzoek door de arts van MEDEX-AGD die zijn dossier behandeld. Deze laatste kan daarenboven bijkomende onderzoeken laten uitvoeren door een specialist van zijn keuze.

Als MEDEX-AGD oordeelt dat de toestand van het letsel gestabiliseerd is, wordt er overgegaan tot consolidatie. De besluiten van de medische expertise worden door MEDEX-AGD aan het slachtoffer genotificeerd. Indien deze laatste geen gebruik maakt van het recht op beroep worden de besluiten door MEDEX-AGD medegedeeld aan het Agentschap.

Op de besluiten worden de consolidatiedatum, het arbeidsongeschiktheidspercentage en eventueel de periodes van tijdelijke werkonbekwaamheid vermeld. Deze laatste worden ook als bijlage bij de besluiten gevoegd.

Indien het slachtoffer zich niet aanbiedt bij MEDEX, na twee oproepen per aangetekend schrijven, en zonder een geldige reden in te roepen zal het Agentschap beslissen om het arbeidsongeval te consolideren met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid.

4.2.2.2. Bezwaar

Indien het slachtoffer het niet eens is met de besluiten van medische expertise kan hij binnen dertig dagen vanaf de datum van de beslissing bezwaar aantekenen.

Bij de besluiten van medische expertise wordt steeds een formulier gevoegd dat moet ingevuld worden wanneer men bewaar aantekend tegen de beslissing van MEDEX-AGD.

Het slachtoffer geeft dit formulier aan de dokter die hij gekozen heeft om zijn belangen te verdedigen. De dokter stuurt het formulier naar het adres vermeld op het formulier.

Indien het betrokken personeelslid om een of andere reden (verlof van dokter of specialist, ...) binnen de voorgeschreven termijn geen afspraak kan maken met zijn vertrouwensarts, moet hij in ieder geval binnen 30 dagen aan MEDEX-AGD laten weten dat hij niet akkoord is met de beslissing.

De dokter kan kiezen uit 2 procedures:

a) ofwel een tegenstrijdig consult aanvragen met de dokter van MEDEX-AGD die de expertise in eerste aanleg deed of, in geval van heerkracht, met zijn plaatsvervanger. Als er tussen beide artsen geen akkoord bereikt wordt, zal het dossier worden doorgestuurd naar de arts die MEDEX-AGD leidt of diens afgevaardigde, voor het nemen van een eindbeslissing. Als de getroffene zich kan verplaatsen, heeft het consult plaats in het medisch centrum waaronder hij ressorteert. In het tegengestelde geval wordt hij onderzocht in zijn verblijfplaats (zijn woning of de instelling waar hij verzorgd wordt).

b) ofwel aan de arts-hoofd van dienst van het medisch centrum een omstandig medisch verslag sturen dat de argumenten van de arts van MEDEX-AGD weerlegt. Als deze arts, na inzage van het medisch verslag zijn oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt het dossier doorgestuurd naar de arts die MEDEX-AGD leidt of diens afgevaardigde voor het nemen van de eindbeslissing.

Zonder een grondig medisch verslag heeft het geen zin om bezwaar aan te tekenen tegen de consolidatiebeslissing.

Uit het medisch verslag moet duidelijk blijken waarom het toegekende arbeidsongeschiktheidspercentage, de voorgestelde consolidatiedatum of de toegekende afwezigheidperiode niet voldoet.

Na uitputting van de bezwaarprocedure worden de nieuwe besluiten van de medische expertise tegelijkertijd gestuurd naar betrokkene en naar het Agentschap.

4.3. Formaliteiten bij arbeidsongeschiktheid

4.3.1. Invullen Medisch attest MEDEX

Als een slachtoffer van een arbeidsongeval minstens één dag tijdelijk arbeidsongeschikt is tengevolge van het arbeidsongeval, dan dient door de behandelende dokter het Medisch attest van MEDEX ingevuld te worden. Dit getuigschrift moet gestuurd worden naar:

MEDEX – Medische attesten

Victor Hortaplein 40 bus 50

1060 BRUSSEL

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid kan volledig zijn, 100%, of gedeeltelijk, minimaal 50%. De behandelende dokter moet dan het voorgeschreven percentage vermelden bij de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Op deze manier wordt er een verlof voor verminderde prestaties ten gevolge van een arbeidsongeval aangevraagd. MEDEX zal het slachtoffer ter goedkeuring van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid oproepen in het medisch centrum.

Als bij het verstrijken van de voorziene duur van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid de betrokkene nog niet in staat is om het werk te hervatten, moet op de vooravond van de dag waarop de toegekende periode eindigt, een nieuw Medisch attest ingevuld en opgestuurd worden.

De behandelende dokter moet zeer duidelijk de diagnose, de datum van het arbeidsongeval en het aantal dagen arbeidsongeschiktheid dat hij noodzakelijk acht vermelden. Hij dient ook te vermelden of de patiënt zich al dan niet voor controle naar het medisch centrum kan begeven.

De dokter moet zijn naamstempel op het getuigschrift aanbrengen.

(…)

U kunt dit formulier vinden als  bijlage  b ij deze omzendbrief.

4.3.2. Controle

De controle van de arbeidsongeschiktheid gebeurt in de verblijfplaats van het slachtoffer als die zich niet naar het medisch centrum van MEDEX-AGD kan begeven. In het andere geval gebeurt de medische controle in het medisch centrum. De dokter van MEDEX-AGD gaat na of het slachtoffer arbeidsongeschikt is.

De controle kan gebeuren op initiatief van MEDEX-AGD of op vraag van de werkgever van het slachtoffer.

De controle kan via een fax aangevraagd worden.

De lijst van MEDEX-AGD-centra gaat als bijlage.

4.3.3. Bezwaarprocedure

Als het slachtoffer het niet eens is met de beslissing van de arts van MEDEX-AGD dat het werk dient hervat te worden, dan kan hij binnen 48 uur, via zijn behandelende dokter een bezwaarconsult aanvragen.

Het bezwaarconsult moet noodzakelijk plaats hebben binnen de 48 uren die volgen op de ontvangst van het verzoek vanwege de behandelende dokter. Ingeval er tijdens het consult geen akkoord tussen de dokters wordt bereikt, wordt het geval onderworpen aan de uitspraak van de arts die het medisch centrum van het ambtsgebied bestuurt. Als deze arts reeds is tussengekomen, dan wordt de eindbeslissing genomen door de arts die MEDEX-AGD leidt of zijn afgevaardigde.

Deze onderzoeken moeten plaatsvinden binnen 48 uur volgend op het neerleggen van de strijdige adviezen in consult.

4.3.4. Arbeidsongeschikt niet ten gevolge van het arbeidsongeval

De controle op de tijdelijke arbeidsongeschiktheid is niet enkel van belang om na te gaan of de getroffene nog steeds arbeidsongeschikt is, maar ook om uit te maken of de arbeidsongeschiktheid nog het gevolg is van het arbeidsongeval. Het kan inderdaad voorkomen dat het slachtoffer nog arbeidsongeschikt is, maar dat die ongeschiktheid niet meer toe te schrijven is aan de letsels die naar aanleiding van het ongeval opgelopen zijn.

In dit geval wordt het slachtoffer op de hoogte gebracht dat zijn afwezigheid niet meer ten gevolge van het arbeidsongeval is en dus beschouwd wordt als ziekteverlof. Als het slachtoffer het niet eens is met deze beslissing, dan beschikt zij/hij over een termijn van 10 dagen om, via haar/zijn dokter een omstandig verslag toe te zenden dat de beslissing van MEDEX-AGD weerlegt.

De bevoegde arts van MEDEX-AGD zal na kennisname van het geargumenteerd verslag oordelen of de oorspronkelijke beslissing al dan niet gehandhaafd blijft.

Het slachtoffer en de onderwijsinstelling worden tezelfdertijd op de hoogte gebracht van de nieuwe beslissing.

In afwachting van deze uitspraak moet het slachtoffer, bij een volgende periode van afwezigheid die door de behandelende dokter aanzien wordt als ten gevolge van het arbeidsongeval, een Medisch attest MEDEX laten invullen en tevens de formaliteiten bij gewoon ziekteverlof vervullen. Op het medisch attest dat naar het controleorgaan gestuurd wordt, zal de behandelende dokter toevoegen dat er een bezwaarprocedure lopende is bij MEDEX-AGD.

4.4. Wederinstorting

Het kan voorkomen dat het letsel veroorzaakt door een arbeidsongeval, nadat het personeelslid het werk hervat heeft zodanig verergert dat de betrokkene terug arbeidsongeschikt wordt. Dit is een “wederinstorting”.

Een “wederinstorting” moet onmiddellijk door het slachtoffer gemeld worden aan het bevoegd MEDEX-AGD-centrum door het opsturen van een Medisch attest MEDEX. Er moeten geen aangifteformulieren gestuurd worden naar het Agentschap, maar wel een kopie van het Medisch attest MEDEX.

Als het echter gaat om een nieuw ongeval met hetzelfde letsel moet wel de gewone aangifteprocedure gevolgd worden. Een nieuw ongeval betekent dat er een plotselinge gebeurtenis moet zijn waarvan het letsel het gevolg is.

Voor een wederinstorting na consolidatie zie onder punt 4.5.

4.5. Afwezigheden na consolidatie

In overeenstemming met de heersende rechtspraak eindigt de tijdelijke ongeschiktheid tengevolge van een arbeidsongeval op het ogenblik van de consolidatie. Op de datum van consolidatie gaat de tijdelijke arbeidsongeschiktheid over in een al dan niet blijvende arbeidsongeschiktheid.

Het is evident dat een slachtoffer van een arbeidsongeval aan wie een bepaald arbeidsongeschiktheidspercentage werd toegekend ook na consolidatie nog bepaalde ongemakken zal hebben die het gevolg zijn van het arbeidsongeval, maar daarvoor wordt men schadeloos gesteld door de toekenning van de rentevergoeding (zie punt 5.4.)

Afwezigheden na consolidatie, die gedekt worden door Medische attesten MEDEX, worden niet automatisch aanvaard als tengevolge van het arbeidsongeval. Zowel het slachtoffer als de school worden van deze beslissing op de hoogte gebracht.

Indien het slachtoffer het niet eens is met deze beslissing kan zij/hij bezwaar aantekenen. Na inzage van het dossier of na onderzoek van de betrokkene wordt het resultaat van het ingestelde bezwaar meegedeeld aan het slachtoffer en de school (zie 4.3.4.).

Het is wel zo dat in sommige uitzonderlijke gevallen de dokter van MEDEX-AGD kan oordelen dat een bepaalde afwezigheid na consolidatie nog kan aanvaard worden als daar medische redenen voor zijn. Vb: verwijderen van osteosynthesemateriaal bij een breuk, eventuele hospitalisatie die duidelijk het gevolg is van het ongeval, bepaalde specifieke gevallen van tijdelijke wederinstorting na consolidatiedatum, ...

Indien het slachtoffer het niet eens is met een beslissing van MEDEX-AGD dan staat het haar/hem vrij om de zaak via een dagvaarding bij de arbeidsrechtbank aanhangig te maken(zie 6.2.).

5. SCHADELOOSSTELLING

5.1. Medische kosten

5.1.1. Bepaling

Onder medische kosten worden verstaan :

- kosten voor dokter, chirurg, apotheker, verpleging, prothese en orthopedie (art.3 wet);

- herstellings- en vervangingskosten van de prothese en orthopedische toestellen waaraan het ongeval schade heeft veroorzaakt (art.3ter wet).

Hieronder horen ook de kosten voor tandarts, oogarts en kinesist. Maar niet alle kosten worden terugbetaald zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 6. Vergoeding medische kosten.

Het recht op vergoeding van de medische kosten is niet begrensd in de tijd.

Voor ongevallen die blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg hebben betekent dit dat de medische kosten zonder tijdslimiet zullen worden vergoed, ook wanneer het gaat om kosten na het verstrijken van de herzieningstermijn. Maar op voorwaarde dat een dokter van MEDEX-AGD de kosten moet erkennen als tengevolge van het ongeval.

Voor ongevallen zonder blijvende arbeidsongeschiktheid (0%)en zonder blijvend letsel worden er geen kosten meer terugbetaald die na de datum van de consolidatie gemaakt zijn, tenzij het prothesekosten betreft.

Het slachtoffer is volledig vrij in zijn keuze van dokter, apotheker, medische, farmaceutische of verplegingsdienst die instaat voor de behandeling van het letsel tengevolge van het arbeidsongeval.

5.1.2. Vergoeding

De medische kosten worden betaald door de MEDEX-AGD (art.25 K.B.), die behoort tot de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De medische kosten zullen rechtstreeks door MEDEX-AGD betaald worden aan de verzorgingsinstellingen, de dokters, de apothekers, de prothesisten, ... mits voorlegging van de originele ereloonnota's, facturen of rekeningen.

Ingeval het slachtoffer deze kosten zelf betaald heeft, worden ze terugbetaald op voorlegging van de ereloonnota's, facturen of rekeningen die dan voor voldaan moeten ondertekend zijn.

De medische kosten moeten, met vermelding van het geneeskundig nummer en de datum van het ongeval, gestuurd worden naar: MEDEX-AGD - cel medische kosten, Victor Hortaplein40 bus 10 te 1060 BRUSSEL.

Op deze kostenstaten dient een zelfklever van MEDEX-AGD gekleefd te worden. Het slachtoffer krijgt deze zelfklevers nadat MEDEX-AGD de aangifte van het ongeval ontvangen heeft.

5.1.3. Werkwijze

Bij een opname in het ziekenhuis moet er een formulier ingevuld worden om het ziekenhuis toe te laten de kosten rechtstreeks van de arbeidsongevallenverzekering terug te vorderen.

Als naam van de verzekering moet daar het hierboven vermelde adres van MEDEX-AGD ingevuld worden en als polisnummer het rijksregisternummer van het slachtoffer.

Om een huisarts toe te laten de kosten terug te vorderen, moeten dezelfde gegevens meegedeeld worden.

STUUR NOOIT GENEESKUNDIGE KOSTEN NAAR HET AGENTSCHAP.

Voor meer informatie over de medische kosten zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 6. Vergoeding medische kosten.

5.2. Verplaatsingskosten

5.2.1. Rechten van het slachtoffer

Het slachtoffer heeft recht op de vergoeding van de verplaatsingskosten die het gevolg zijn van het ongeval, namelijk voor zijn verplaatsingen op verzoek van MEDEX-AGD of op verzoek van de arbeidsrechtbank of van de door de rechter aangeduide deskundige (art.3,3° wet, art.4bis K.B.).

De volgende kosten worden vergoed indien ze werkelijk noodzakelijk waren:

- verplaatsingen die verband houden met een behandeling die nodig is voor de genezing of voor de verbetering van de toestand van het slachtoffer;

- verplaatsingen van het slachtoffer van de plaats van het ongeval naar zijn woonplaats of naar een ziekenhuis;

- verplaatsingen van het ziekenhuis naar zijn verblijfplaats of naar een ander ziekenhuis.

Voor meer informatie over de betaling van de verplaatsingskosten van de echtgenoot, kinderen en ouders zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 7. Verplaatsingskosten.

5.2.2. Vergoeding

Als de verplaatsing gebeurt met een gemeenschappelijk vervoermiddel (trein, tram of bus) of een ziekenwagen dan worden de werkelijke reiskosten terugbetaald.

Gebeurt de verplaatsing met een ander vervoermiddel en bedraagt de af te leggen afstand tenminste 5 km vanaf de woonplaats (voor een enkele reis), dan worden de reiskosten vergoed tegen 0,2479euro per kilometer (art.36 privé-K.B.).

Een verplaatsing met de fiets wordt niet terugbetaald, parkeerkosten ook niet.

Zo de verplaatsing aanleiding geeft tot overnachting die kosten veroorzaakt, worden de kosten vergoed op grond van de werkelijke prijs met een maximum van 28,50 euro per overnachting, ontbijt inbegrepen.

5.2.3. Formulier 'Aanvraag van een vergoeding voor verplaatsingskosten ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte'

De terugbetaling van de verplaatsingskosten op verzoek van MEDEX of de arbeidsrechtbank wordt gevraagd met een formulier “Aanvraag van een vergoeding voor verplaatsingskosten ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte” (zie bijlage).

Dit formulier moet volledig ingevuld, gedateerd, ondertekend en samen met de bewijsstukken (vervoerbewijzen van trein, tram of bus) gestuurd worden naar de bevoegde dienst (zie 5.2.4.). Eventueel een attest van de verplegingsdienst bijvoegen.

Als de verplaatsing het gevolg is van een oproep voor een geneeskundig onderzoek door het geneeskundig centrum van MEDEX-AGD volstaat als bewijsstuk de afgestempelde oproepingsbrief (bewijs van aanbieding op het centrum). In dit geval dient het vak 'visum geneesheer' niet ingevuld te worden.

De verplaatsingen moeten per kalenderjaar gegroepeerd worden. Het is zinloos voor elke verplaatsing een apart formulier in te dienen.

5.2.4. Betalingswijze

De vergoeding van de verplaatsingskosten gebeurt als volgt (art.28 K.B.):

5.2.4.1. Verplaatsingen tijdens de administratieve procedure

De kosten gemaakt voor de verplaatsing naar een geneeskundig onderzoek op verzoek van MEDEX-AGD of de arbeidsrechtbank worden betaald via het Agentschap. De documenten moeten gestuurd worden naar de dossierbeheerder van het arbeidsongeval. Bij een oproep door MEDEX-AGD dient de afgestempelde oproepingsbrief bijgevoegd te worden.

5.2.4.2. Verplaatsingen om medische redenen

De kosten verbonden aan een verplaatsing voor een behandeling voorgeschreven door de huisdokter, voor de genezing of de verbetering van de toestand van de betrokkene (vb. bezoek aan een dokter, een kinesist, ambulancekosten) moeten betaald worden door MEDEX-AGD en moeten gestuurd worden naar

MEDEX-AGD, cel medische kosten, Victor Hortaplein 40 bus 10 te 1060 BRUSSEL met het formulier "Verplaatsingskosten".

5.2.5. Andere kosten tijdens de administratieve procedure

Met andere kosten gemaakt tijdens de administratieve procedure worden bijvoorbeeld bedoeld de kosten van de dokter van het slachtoffer tijdens het beroepsconsult (zie 4.2).

Deze kosten worden vergoed door het Agentschap. De dokter moet zijn staat van ereloon en onkosten origineel ondertekenen en de formule “voor waar en onvergolden verklaard” toevoegen. Het document wordt naar de dossierbeheerder van het arbeidsongeval gestuurd.

5.2.6. Andere verplaatsingskosten

Andere verplaatsingskosten zoals de verplaatsingen naar de dokter van de verzekeringsmaatschappij, het ziekenfonds of naar de advocaat worden niet vergoed door het Agentschap of MEDEX-AGD

5.3. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

Voor meer informatie over het begrip tijdelijke arbeidsongeschiktheid zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 8. Begrip tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

5.3.1. TWO-vergoeding voor vastbenoemde personeelsleden

Bij vastbenoemde personeelsleden wordt de periode van tijdelijke ongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval gelijkgesteld met dienstactiviteit. Dit wil zeggen dat de normale wedde doorbetaald wordt (art.32 K.B.); de ziektedagen worden niet verminderd.

Bij verminderde prestaties tengevolge van het arbeidsongeval wordt de normale wedde onverminderd doorbetaald.

De wedde wordt betaald door het betreffende werkstation.

5.3.2. TWO-vergoeding voor tijdelijke personeelsleden

Voor tijdelijk aangestelde personeelsleden wordt de periode van tijdelijke ongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval gelijkgesteld met dienstactiviteit zolang de aanstelling niet beëindigd is. De normale wedde wordt doorbetaald en de ziektedagen worden niet verminderd (art.32 K.B.).

Zodra de aanstelling beëindigd is, geldt voor de betrokkenen een andere betalingsregeling. Dan wordt een de TWO-vergoeding betaald. Deze vergoeding is gelijk aan 90% van het gemiddeld dagloon (art.3bis wet + art.22 privé-wet). Dit betekent dat het slachtoffer ook na de beëindiging van de tijdelijke aanstelling Medische attesten MEDEX moet blijven sturen naar MEDEX-AGD als de behandelende dokter van oordeel is dat de ongeschiktheid nog het gevolg is van het ongeval. De dossierbeheerder van het arbeidsongeval moet hiervan ook verwittigd worden.

Als MEDEX-AGD bevestigt dat de ongeschiktheid het gevolg is van het arbeidsongeval kan de TWO-vergoeding uitbetaald worden door het bevoegde werkstation.

Tijdens de zomervakantie wordt er wel rekening gehouden met de “uitgestelde bezoldiging”.

Als de “uitgestelde bezoldiging” lager is dan de TWO-vergoeding wordt het verschil uitbetaald.

Bij verminderde prestaties tengevolge van het arbeidsongeval wordt de normale wedde onverminderd doorbetaald.

5.3.3. TWO-vergoeding voor contractuele personeelsleden.

Voor personeelsleden uit het Gemeenschapsonderwijs die aangenomen zijn met een arbeidsovereenkomst is de arbeidsovereenkomstenwet (3 juli 1978) van toepassing.

Bij arbeidsongeschiktheid hebben deze personeelsleden recht op gewaarborgd loon. Na het verstrijken van deze periode hebben zij recht op de doorbetaling van de wedde of op een TWO-vergoeding gelijk aan 90% van het gemiddeld dagloon (art.3bis wet + art.22 wet van 10 april 1971)zoals overeen gekomen is. Deze vergoeding wordt betaald door de werkgever.

Na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst hebben zij recht op een TWO-vergoeding gelijk aan 90% van het gemiddeld dagloon betaald door het Agentschap. Dit betekent dat het slachtoffer ook na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst Medische attesten MEDEX moet blijven sturen naar MEDEX-AGD als de behandelende dokter van oordeel is dat de ongeschiktheid nog altijd het gevolg is van het ongeval. De dossierbeheerder van het arbeidsongeval moet hiervan ook verwittigd worden.

Zodra MEDEX-AGD bevestigt dat de ongeschiktheid het gevolg is van het arbeidsongeval kan de TWO-vergoeding uitbetaald worden.

Bij verminderde prestatie tengevolge van het arbeidsongeval wordt de normale wedde onverminderd doorbetaald.

5.3.4. TWO na consolidatie.

Zie onder 4.4.

5.4. Blijvende arbeidsongeschiktheid

5.4.1. Bepaling

Het slachtoffer van een arbeidsongeval heeft recht op een rente in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid (art.3,2°b wet).

MEDEX-AGD stelt het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op basis van de opgelopen lichamelijke schade (art.8 K.B.).

Zolang de opgelopen letsels nog voor genezing vatbaar zijn, wordt de tijdelijke arbeidsongeschiktheid gehandhaafd. Vanaf het ogenblik dat de gevolgen onomkeerbaar gestabiliseerd zijn, wordt naar een blijvende arbeidsongeschiktheid overgegaan.

De blijvende arbeidsongeschiktheid vangt aan op de datum van de consolidatie (of het overlijden).

5.4.2. Consolidatie

5.4.2.1. Consolidatie met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid

Nadat het Agentschap of MEDEX-AGD het ongeval geconsolideerd heeft zonder blijvende arbeidsongeschiktheid (zie 4.2.1. en 4.2.2.) wordt deze beslissing met een aangetekende brief naar het slachtoffer gestuurd door de dossierbeheerder (art. 9 K.B.). De datum van deze brief is eveneens de aanvangsdatum voor de herzieningstermijn (zie 5.4.5).

Voor meer informatie over de procedure gevolgd door het Agentschap bij de consolidatie met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 5.4. Consolidatiebeslissing.

5.4.2.2. Consolidatie met blijvende arbeidsongeschiktheid

Wanneer MEDEX-AGD beslist heeft dat het ongeval geconsolideerd wordt met blijvende arbeidsongeschiktheid dan heeft het slachtoffer recht op een rentevergoeding of rente.

5.4.3. Rente

De rente wegens blijvende arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op grond van de jaarlijkse bezoldiging waarop het slachtoffer recht heeft op het tijdstip waarop het ongeval zich heeft voorgedaan. Zij is evenredig met het aan de getroffene toegekende percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid (art.4, §1 wet).

rente = Jaarwedde x arbeidsongeschiktheidspercentage

De rente wordt levenslang uitbetaald.

5.4.3.1. Jaarlijkse bezoldiging

Onder jaarlijkse bezoldiging wordt verstaan: ieder loon of wedde of als loon of wedde geldende vergoeding, vermeerderd met de toelagen en vergoedingen die geen werkelijke kosten dekken en op grond van een statuut of arbeidsovereenkomst verschuldigd zijn (art. 13 K.B.).

“Jaarlijkse bezoldiging” bestaat uit:

- brutojaarwedde op datum van het ongeval;

- haard- of standplaatstoelage;

- vakantiegeld;

- sociale programmatietoelage of eindejaarstoelage;

- eventuele andere toegekende toelagen of premies.

Maken geen deel uit van de “jaarlijkse bezoldiging” :

- kinderbijslag;

- vergoeding voor verplaatsingskosten;

- vergoeding voor werkkledij.

De jaarlijkse bezoldiging wordt berekend aan 100% d.i. zonder verhoging ingevolge de koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (art.14 K.B.).

5.4.3.2. Loongrens

Overschrijdt de jaarlijkse bezoldiging de loongrens: 24.332,08 euro voor ongevallen geconsolideerd vanaf 01-01-2005 (21.257,87 euro voor ongevallen geconsolideerd vanaf 23-05-2003) dan wordt zij slechts tot dat bedrag in aanmerking genomen voor de berekening van de rente.

vb. arbeidsongeschiktheidspercentage is 10%: rente: 24.332,08 euro x 10% = 2.433,21euro.

Voor meer informatie over de berekening van de rente en de cumulatie zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 9. Berekening van de rente.

5.4.4. Verhoogde rente wegens hulp van een derde persoon

Voor de slachtoffers wier toestand geregelde hulp van een derde persoon noodzakelijk maakt, kan hulp van een derde worden toegekend in uren (art.4, §2 wet) .

MEDEX-AGD neemt deze beslissing bij de consolidatie en houdt daarbij rekening met de bijzondere zorgen die de toestand van het slachtoffer vereisen.

5.4.5. Uitbetalingswijze

5.4.5.1. Rentevoorstel en besluit

De rente is verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand tijdens welke de consolidatie plaatsvond (art.20 K.B.).

Voor de uitbetaling van een rente na herziening zie 5.4.7.1.

Zodra de dossierbeheerder het consolidatiebericht van MEDEX-AGD krijgt, vraagt de dossierbeheerder de jaarlijkse bezoldiging aan het werkstation of de betalende instantie.

Na ontvangst van deze gegevens wordt er een rentevoorstel opgemaakt. In het rentevoorstel wordt het bedrag en de ingangsdatum van de rente vermeld. Nadat het slachtoffer zich daarmee akkoord verklaard heeft, worden bedrag en ingangsdatum verwerkt in een besluit houdende toekenning van een rentevergoeding. Het slachtoffer krijgt een exemplaar van het besluit.

De datum van het besluit is tevens de aanvangsdatum voor de herzieningstermijn (zie 5.4.7.).

5.4.5.2. Uitbetaling door Pensioenen

Een kopie van het besluit wordt, samen met een kopie van het dossier van het ongeval opgestuurd naar de Federale Pensioendienst voor uitbetaling.

De rente voor een blijvende arbeidsongeschiktheid >16%, wordt betaald de eerste dag van iedere maand ten belopen van 1/12.

De rente voor een blijvende arbeidsongeschiktheid <16%, wordt betaald éénmaal per jaar in de loop van het vierde trimester (in de maand december) (art.20 K.B.).

De renten en kapitalen brengen van rechtswege intrest op vanaf de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand waarin zij eisbaar worden (art.20bis wet).

5.4.6. Indexering

De rentevergoeding wordt vermeerderd of verminderd in overeenstemming met de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de publieke sector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

Deze regel is enkel van toepassing als het letsel werd geconsolideerd voor 1 januari 1994 of als het gaat om een rentevergoeding voor een blijvende arbeidsongeschiktheid >16%.

Een rentevergoeding voor een blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 16% wordt niet geïndexeerd (art.13 wet).

5.4.7. Herziening

5.4.7.1. Principe

De aanvraag tot herziening van blijvende arbeidsongeschiktheid op grond van verergering of vermindering van het letsel of wegens overlijden tengevolge van het ongeval, kan gedaan worden gedurende drie jaar te rekenen van het besluit houdende toekenning van een rentevergoeding, van de kennisgeving door het Agentschap dat het letsel geconsolideerd werd met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid of van een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan (een betekend vonnis of arrest).

De herziening heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op het indienen van de aanvraag (zie art.10, §1 K.B.).

5.4.7.2. Aanvraag

De gerechtigde vraagt de herziening met een aangetekende brief aan de dossierbeheerder van het arbeidsongeval. Het is de gerechtigde zelf die eigenhandig de herziening moet aanvragen en niet een dokter, een vakbond of een advocaat.

De aanvraag moet vergezeld zijn van een recent doktersattest waaruit blijkt dat de vermeerdering of de vermindering van het letsel het gevolg is van een nieuw feit of met andere woorden een feit waarmee geen rekening gehouden werd op het moment van de consolidatie.

De normale, voorzienbare evolutie van het letsel is geen grond voor een herzieningsaanvraag.

5.4.7.3. Procedure

De dossierbeheerder van het arbeidsongeval stuurt de herzieningsaanvraag samen met het doktersattest naar MEDEX-AGD.

MEDEX-AGD onderzoekt het slachtoffer en deelt zijn beslissing mee aan het slachtoffer via een besluit van medische expertise. Als het slachtoffer het niet eens is met deze beslissing moet zij/hij binnen dertig dagen beroep aantekenen tegen deze beslissing (zie ook 4.2.2.).

5.4.7.4. Schorsing van de rentevergoeding

Als tijdens de herzieningsprocedure het slachtoffer zich, zonder geldige reden en na twee opeenvolgende aangetekende brieven van MEDEX-AGD, niet aanmeldt bij MEDEX-AGD, dan wordt de rentevergoeding geschorst vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de tweede oproepingsbrief (art.11, §2 K.B.).

5.4.8. Gedeeltelijke omzetting in kapitaal

Bij een blijvende arbeidsongeschiktheid van 16% of meer kan, op aanvraag van het slachtoffer, één derde van de waarde van de rentevergoeding omgezet worden in kapitaal (art.12, §1 wet).

5.4.8.1. Omzetting

De omzetting in kapitaal gaat in op de eerste dag van de derde maand die volgt op de indiening van de aanvraag, maar ten vroegste op de eerste dag van de maand volgend op de herzieningstermijn (art.12, §2 wet). Het gaat om een eenmalige uitbetaling.

vb. Het besluit houdende toekenning van de rente is gedateerd op 15-09-1996 ,de omzetting in kapitaal vindt ten vroegste plaats op 01-10-1999.

Als de aanvraag gebeurt op 24-08-1999, gaat de omzetting pas in op 01-11-1999.

5.4.8.2. Aanvraag

De gedeeltelijke omzetting in kapitaal wordt met een gewone brief aangevraagd aan de dossierbeheerder van het arbeidsongeval. Deze aanvraag kan om het even wanneer gebeuren.

5.4.8.3. Resterende rente

Uiteraard wordt na de omzetting van één derde van de waarde van de rentevergoeding in kapitaal, de resterende rentevergoeding beperkt tot twee derde van de oorspronkelijke rentevergoeding.

Voor meer informatie over de berekening van de resterende rente zie  Aanvullende informatie arbeidsongevallen 10. Gedeeltelijke omzetting in kapitaal - Berekening resterende rente.

5.4.9. Bijslag wegens verergering

5.4.9.1. Bepaling

Het slachtoffer van een arbeidsongeval heeft recht op een bijslag wegens verergering van de blijvende arbeidsongeschiktheid na de herzieningstermijn bij een blijvende verergering van zijn letsel voor zover de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid, na de verergering, ten minste 10 procent bedraagt (art. 3, 1°, c wet en art. 5bis, §1 K.B.).

De bijslag is verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het indienen van de aanvraag. Bij elke verergering wordt zij herberekend vanaf deze datum. De bijslag wordt vanaf de datum van toekenning tegelijk met de rente betaald (art. 5bis, §4 K.B.).

5.4.9.2. Aanvraag

De gerechtigde dient zijn aanvraag voor een bijslag wegens verergering in met een aangetekende brief aan de dossierbeheerder van het arbeidsongeval. Het is de gerechtigde zelf die eigenhandig de bijslag moet aanvragen en niet een dokter, een vakbond of een advocaat.

De aanvraag moet vergezeld zijn van een recent doktersattest waaruit de verergering van het letsel blijkt.

5.4.9.3. Procedure

De dossierbeheerder van het arbeidsongeval stuurt de aanvraag samen met het doktersattest naar MEDEX-AGD.

MEDEX-AGD onderzoekt het slachtoffer en deelt zijn beslissing mee aan het slachtoffer via een besluit van medische expertise. Als het slachtoffer het niet eens is met deze beslissing moet zij/hij binnen dertig dagen beroep aantekenen tegen deze beslissing (zie ook 4.2.2.).

5.4.9.4. Schorsing van de rentevergoeding

Als tijdens de bijslagprocedure het slachtoffer zich, zonder geldige reden en na twee opeenvolgende aangetekende brieven van MEDEX-AGD, niet aanmeldt bij MEDEX-AGD, dan wordt de rentevergoeding geschorst vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de tweede oproepingsbrief (art.5bis, §5 K.B.).

5.4.9.5. Berekening

Het bedrag van de bijslag is gelijk aan het verschil tussen:

1° het product dat men bekomt door de nieuwe graad van blijvende arbeidsongeschiktheid te vermenigvuldigen met het met deze graad overeenstemmend bedrag en

2° het bedrag van de oorspronkelijke of herziene rente, vóór iedere uitkering in kapitaal.

Indien het overeenkomstig 1° bekomen product gelijk of lager ligt dan het bedrag van de rente, is geen bijslag verschuldigd.

Het bedrag van de bijslag wordt gekoppeld aan de spilindex (art. 5bis, §2).

Bedragen voor de berekening van de bijslag:

% blijvende ongeschiktheid 

bedrag per % ongeschiktheid 

10-35% 

70,49 euro 

36-65% 

93,91 euro 

>65% 

119,19 euro 

voor de hulp van een derde 

59,63 euro 

Voor een voorbeeld van de berekening van een bijslag wegens verergering zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 11. Berekening van de bijslag wegens verergering.

5.4.10. Overlijdensbijslag

5.4.10.1. Bepaling

De rechthebbende van een slachtoffer overleden ten gevolge van een arbeidsongeval na de herzieningstermijn heeft recht op een overlijdensbijslag (art. 3, 2°, c wet en art. 5ter, §1 K.B.).

De bijslag is opeisbaar vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving van het besluit. De bijslag wordt tegelijk met de rente betaald (art. 5ter, §6 K.B.).

Voor aanvraag zie 5.4.8.2.

Voor procedure zie 5.4.8.3.

5.4.10.2. Berekening

Het bedrag voor de bijslag is gelijk aan:

- 2.625,79 euro voor de overlevende echtgenoot;

- 1.750,52 euro voor de rechthebbenden die een rente genieten die gelijk is aan 20% van de basisbezoldiging;

- 1.312,86 euro voor de rechthebbenden die een rente genieten die gelijk is aan 15% van de basisbezoldiging;

- 875,26 euro voor de rechthebbenden die een rente genieten die gelijk is aan 10% van de basisbezoldiging.

Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex (art. 5ter, §3 K.B.).

5.5. Dodelijk arbeidsongeval

5.5.1. Begrafeniskosten

De rechthebbenden van een overleden slachtoffer hebben recht op een vergoeding wegens begrafeniskosten (art.3, 2° wet).

Voor de personeelsleden van het onderwijs en de CLB's is het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 1997 betreffende de toekenning van een vergoeding voor begrafeniskosten in geval van overlijden van genoemde personeelsleden van toepassing.

5.5.1.1. Rechthebbenden

De vergoeding wegens begrafeniskosten wordt toegekend volgens een bepaalde rangorde, waarbij de vergoeding wordt toegekend aan de volgende categorie van rechthebbenden bij ontstentenis van de vorige:

- de niet uit de echt gescheiden, noch van tafel en bed gescheiden echtgenoot;

- de erfgenamen in rechte lijn;

- elke natuurlijke of rechtspersoon die bewijst dat hij de begrafeniskosten heeft gedragen.

5.5.1.2. Bedrag

De vergoeding wegens begrafeniskosten is gelijk aan het maandelijks bedrag van de laatste bruto-activiteitsbezoldiging van het personeelslid. Deze bezoldiging omvat de toelagen die het karakter van een toebehoren van de wedde hebben.

De vergoeding mag het twaalfde niet overschrijden van het bedrag vastgesteld in artikel 39 van de privé-wet.

5.5.1.3. Aanvraagprocedure

De vergoeding wegens begrafeniskosten wordt door de rechthebbende met een gewone brief aangevraagd bij het werkstation dat zorgt voor de uitbetaling van de wedde. Deze brief moet een uittreksel van de overlijdensakte bevatten.

Als de echtgeno(o)t(e) de rechthebbende is, moet er een verklaring bijgevoegd worden dat de echtgenoten niet uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden zijn op de datum van het overlijden.

Als de erfgenamen in rechte lijn de rechthebbenden zijn, moet een verklaring bijgevoegd worden dat de aanvrager(s) de enige erfgename(n) is (zijn).

Als andere natuurlijke of rechtspersonen de rechthebbenden zijn, moet een verklaring bijgevoegd worden dat er geen erfgenamen in rechte lijn zijn, evenals de voor kwijting getekende facturen van de gemaakte begrafeniskosten.

5.5.1.4. Overbrenging stoffelijk overschot

Het Agentschap vergoedt ook de kosten voor de overbrenging van het stoffelijk overschot naar de plaats van de begrafenis en de kosten voor het vervullen van de administratieve formaliteiten (art.5 K.B.).

5.5.2. Renten voor bepaalde rechthebbenden

De rechthebbenden van een slachtoffer overleden tengevolge van een arbeidsongeval hebben recht op een rente van overlevende echtgenoot, kind of rechthebbende in een andere hoedanigheid (art.3, 2° wet).

De rente is verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand tijdens welke het overlijden plaats vond (art.20 K.B.).

Voor de indexering zie 5.4.6.

5.5.2.1. Overlevende echtgenoot

De overlevende echtgenoot heeft recht op een rente gelijk aan 30% van de jaarlijkse bezoldiging (zie 5.4.3.1.).De loongrens van 24.332,08 euro is hier ook van toepassing (zie 5.4.3.2.).

De bovenvermelde regel is van toepassing als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

- de echtgenoot op het tijdstip van het ongeval noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden was of de partner die op het tijdstip van het ongeval van het slachtoffer wettelijk met hem samenwoont;

- de echtgenoot op het tijdstip van het overlijden noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden was of de partner die op het tijdstip van het overlijden van het slachtoffer wettelijk met hem samenwoont en daarenboven:

a) als het huwelijk of de wettelijke samenwoning gesloten na het ongeval, ten minste één jaar voor het overlijden van het slachtoffer plaats vond of

b) als uit het huwelijk of de wettelijke samenwoning een kind geboren is of

c) als bij het overlijden een kind ten laste was waarvoor één van de echtgenoten of één van de wettelijk samenwonenden kinderbijslag ontving (art 8 wet).

De wettelijk samenwonende partner is de persoon die wettelijk samenwoont met een partner en waarbij tussen beide partners een overeenkomst is opgesteld overeenkomstig artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek waarin voor de partijen is voorzien in een verplichting tot hulp die, zelfs na een eventuele breuk, financiële gevolgen kan hebben (art. 2, laatste lid wet).

De overlevende ex-echtgenoot die uit de echt of van tafel en bed gescheiden is en die een wettelijk of conventioneel onderhoudsgeld ontving ten laste van het slachtoffer, alsook de langstlevende van een ontbonden wettelijke samenwoning, die een conventioneel onderhoudsgeld ten laste van het slachtoffer genoot heeft eveneens recht op bovenvermelde rente, zonder dat die rente echter meer mag bedragen dan het onderhoudsgeld (art.8 wet).

Op aanvraag van de overlevende echtgenoot wordt één derde van de waarde van de rente in kapitaal omgezet. De omzetting gebeurt op de eerste dag van de derde maand die volgt op de indiening van de aanvraag (art.12 wet) (zie ook onder 5.4.8.).

5.5.2.2. Kinderen

De kinderen die halve wezen zijn, hebben recht op een tijdelijke rente. De tijdelijke rente is voor ieder kind gelijk aan 15% van de jaarlijkse bezoldiging (zie 5.4.3.1.). De loongrens is hier ook van toepassing (zie 5.4.3.1.). Het totaal van 45% van die bezoldiging mag echter niet overschreden worden. Vb. 5 kinderen krijgen elk een tijdelijke rente van 9%.

Deze regel is van toepassing als de kinderen:

1. kinderen zijn, geboren of verwekt voor het overlijden van het slachtoffer;

2. kinderen van de overlevende echtgenoot of van de wettelijk samenwonende partner zijn, geboren of verwekt voor het overlijden van het slachtoffer;

3. niet-erkende kinderen zijn, die een pensioen hebben verkregen in toepassing van artikel 336 van het Burgerlijk Wetboek (art.9, §1 wet).

De hiervoor vermelde kinderen die volle wezen zijn (zowel vader als moeder gestorven) en de kinderen die niet erkend zijn door de, ingevolge een arbeidsongeval, overleden moeder, ontvangen een rente die voor ieder kind gelijk is aan 20%, zonder dat het totaal meer dan 60% van de jaarlijkse bezoldiging mag belopen. De loongrens is van toepassing (art.9, §2 wet).

Voor meer informatie over de rechten van geadopteerde kinderen, andere rechthebbenden en cumulatie bij een dodelijk arbeidsongeval zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 12. Geadopteerde kinderen en andere rechthebbenden of 13. Cumulatie bij een dodelijk ongeval.

5.6. Andere kosten

Andere kosten zoals morele schade, esthetische schade, schade aan voertuigen en goederen (vb. kleren), parkeerkosten, telefoonkosten, postzegels en dergelijke worden niet vergoed.

5.7. Overdracht en beslag

De renten en bijslagen kunnen overgedragen worden en zijn vatbaar voor beslag onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de vergoedingen uitbetaald volgens de arbeidsongevallenwet van de privé-sector (art.18 wet). Zie terzake de artikelen 1409 en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek.

Zijn niet vatbaar voor overdracht en beslag:

- de wezenrenten;

- de bedragen uitgekeerd als medische kosten, verplaatsingskosten en begrafeniskosten.

Voor meer informatie over de belasting van de kosten uitgekeerd tengevolge van een arbeidsongeval zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 14. Belasting.

5.8. Wedertewerkstelling

5.8.1. Verlof voor verminderde prestaties

Als MEDEX-AGD het slachtoffer geschikt acht om zijn ambt terug op te nemen met verminderde prestaties, zowel tijdens de periode van tijdelijke ongeschiktheid als na de consolidatie, mag het slachtoffer zonder tijdsbeperking en volgens de verdeling bepaald door MEDEX-AGD zijn ambt uitoefenen, mits het echter tenminste de helft van de normale duur van een ambt met volledige prestaties kan fungeren (art.32bis K.B.).

5.8.2. Wedertewerkstelling in een andere betrekking

Het slachtoffer dat ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te oefenen, maar dat andere, met zijn gezondheidstoestand verenigbare ambten kan vervullen, kan volgens de regels en binnen de grenzen die zijn statuut bepaalt, wedertewerkgesteld worden in een betrekking die met een dergelijk ambt overeenstemt.

De wedertewerkgestelde behoudt het voordeel van de bezoldigingsregeling welke zij/hij genoot op het ogenblik van het ongeval (art.6, §2 wet).

Als MEDEX-AGD bij of na de consolidatie aan het slachtoffer laat weten dat art. 6, §2 van wet van 3 juli 1967 kan toegepast worden dan kan het personeelslid op zijn verzoek door de inrichtende macht ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking (TBS/OB). De ter beschikkingstelling gaat in de eerste kalenderdag van de maand volgend op het verzoek. Het personeelslid krijgt tijdens de volledige duur van TBS/OB zijn volledige wedde. De periode van TBS/OB wordt geteld als ziekteverlof (art. XI.11 van onderwijsdecreet XIV van 14-02-2003).

De bedoeling van deze maatregel is dat tijdens de periode van TBS/OB via de reaffectatieprocedure gezocht wordt naar een passende functie voor het personeelslid. De periode van TBS/OB eindigt bij de reaffectatie of wedertewerkstelling van het personeelslid of bij de uitputting van de ziektedagen van het personeelslid. Bij de uitputting van de ziektedagen wordt het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ziekte en opgeroepen om te verschijnen voor de Pensioencommissie van MEDEX.

6. VERJARING EN BETWISTING

6.1. Verjaring

6.1.1. Verjaringstermijn

Vorderingen tot betaling van vergoedingen verjaren na het verstrijken van een termijn van drie jaar (art 20 wet).

6.1.2. Vertrekpunt van de verjaring

De verjaringstermijn vangt aan de dag waarop de betwiste administratieve rechtshandeling ter kennis werd gebracht.

Vb. de dag waarop de brief verstuurd werd, waarin meegedeeld wordt dat het ongeval niet erkend wordt als een arbeidsongeval.

6.1.3. Stuiting van de verjaring

De verjaring wordt gestuit of geschorst op dezelfde wijze en op dezelfde gronden als bepaald door de wetgeving op de arbeidsongevallen (art.20 wet).

De privé-wet stelt dat de verjaringen op de gewone wijze geschorst of gestuit worden. De verjaringen kunnen bovendien gestuit worden door een ter post aangetekende brief of door een rechtsvordering tot betaling wegens het arbeidsongeval, gesteund op een andere rechtsgrond (art.70 privé-wet).

Onder “op de gewone wijze” moet verstaan worden: de erkenning door de schuldenaar van het recht van de schuldeiser, hetzij op uitdrukkelijke, hetzij op stilzwijgende wijze.

Onder “een andere rechtsgrond” moet verstaan worden gebaseerd op het gemeen recht. Vb. een zaak die aanhangig gemaakt wordt voor de burgerlijke rechtbank.

Uit de praktijk blijkt echter dat een stuiting van de verjaring niet meer nodig is omdat de verjaringstermijn pas begint te lopen nadat de administratie een onderdeel van de procedure afgesloten heeft.

Voor meer informatie over het begin van de verjaringstermijn tijdens de procedure van de behandeling van het arbeidsongeval zie Aanvullende informatie arbeidsongevallen 5. Procedure behandeling arbeidsongeval.

6.2. Betwisting

6.2.1. Bevoegdheid

Alle geschillen met betrekking tot een arbeidsongeval worden verwezen naar de Arbeidsrechtbank (art.19 wet).

Het gaat om de Arbeidsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement van de woonplaats van het slachtoffer.

De geschillen kunnen gaan over het niet erkennen van een ongeval als een arbeidsongeval, het niet toekennen van een percentage blijvende arbeidsongeschiktheid, het toekennen van een te laag percentage blijvende arbeidsongeschiktheid, de betwisting van de consolidatiedatum, de betwisting van de afwezigheden tengevolge van het arbeidsongeval, ...

6.2.2. Start procedure arbeidsrechtbank

De vordering dient met een verzoekschrift of een dagvaarding aanhangig te worden gemaakt (art.579 en 704, lid 1, Gerechtelijk Wetboek).

Het verzoekschrift of de dagvaarding dient betekend te worden aan de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering in de persoon van de heer/mevrouw ......., Minister-president van de Vlaamse regering, wiens kantoren gevestigd zijn op het Martelaarsplein 19, 1000 Brussel ten verzoeke van de Vlaamse minister van Onderwijs, de heer/mevrouw ....... .

Bij betwisting van de medische kosten moet het verzoekschrift of de dagvaarding betekend worden aan de Belgische Staat in de persoon van de heer/mevrouw ......., minister van Volksgezondheid (MEDEX-AGD ressorteert onder de bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid).

7. Aanvullende informatie arbeidsongevallen

De hieronder vermelde onderverdelingen zijn hoger in de omzendbrief aanklikbaar via hyperlinks.

 

1. Plotselinge gebeurtenis

De uitvoering van een dagelijks, normaal en gewoon werk kan de plotselinge gebeurtenis uitmaken op voorwaarde dat, bij de uitvoering van dit werk, een feit aangetoond wordt dat het letsel kan veroorzaakt hebben.

Dit feit moet een onderscheiden of bepaalde gebeurtenis zijn. Een beweging uitgevoerd zonder bijzondere omstandigheid kan volstaan als plotselinge gebeurtenis.

- Bij een hartinfarct of een hersenbloeding moet er in de uitoefening van de dagtaak een element aanwijsbaar zijn dat het letsel kan veroorzaakt hebben.

Het gewoon beklimmen van een trap is geen plotselinge gebeurtenis; een hevige woordenwisseling kan wel de plotselinge gebeurtenis uitmaken.

Het criterium plotseling laat toe het arbeidsongeval te onderscheiden van een ziekte of een beroepsziekte. Dit betekent dat het letsel niet het gevolg mag zijn van een plotseling ontwikkelende ziekte of van een langzame verslechtering van de gezondheidstoestand.

- Een overbelasting of een ontsteking van spieren kan erkend worden als een arbeidsongeval als, zowel de oorsprong als de datum van de plotselinge gebeurtenis, met zekerheid kunnen bepaald worden. De duur ervan moet beperkt zijn tot een redelijk korte tijdspanne. De repetitieve bewegingen mogen zich over maximaal één dag uitstrekken.

Vb.: het herhaald heffen van zware pakken in en uit de rekken tijdens een voormiddag.

 

- Tendinitis die ontstaat ten gevolge van de herhaling van een beweging die reeds verscheidene honderden keren was uitgevoerd tijdens de dag en de vorige dagen kan niet te wijten zijn aan een plotselinge gebeurtenis.

- Een rugletsel kan erkend worden als een arbeidsongeval als er een plotselinge gebeurtenis is. Rugletsels zijn vaak overbelastingsletsels. Deze letsels treden op door langdurig gelijkaardige bewegingen uit te voeren. De kleine letsels die hierdoor ontstaan krijgen niet de tijd om te herstellen.

Vb.: Het geval van een onderhoudswerkman die na drie dagen zware sloopwerkzaamheden rugklachten kreeg is geen arbeidsongeval. Bukken om een gevallen kaartje op te rapen en daarna rugklachten kan aanvaard worden als een arbeidsongeval.

2. Arbeid (uitoefenen van g ezag)

Het uitoefenen van gezag houdt de bevoegdheid in om leiding te geven en toezicht te houden, al kan het gezag beperkt zijn. Het is niet noodzakelijk dat deze bevoegdheid feitelijk uitgeoefend wordt. Het is zelfs voldoende dat de mogelijkheid tot het uitoefenen van gezag voorhanden is.

Anders geformuleerd staat de werknemer in beginsel onder het gezag van de werkgever, zolang hij ten gevolge van het verrichten van de arbeid in zijn persoonlijke vrijheid wordt beperkt. De gezagsverhouding is derhalve niet noodzakelijk binnen de arbeidstijd besloten en de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of het ambt valt dan ook niet steeds samen met het eigenlijk verrichten van de arbeid. Het klassieke voorbeeld hiervan is de deelname aan een personeelsfeest of een schoolfeest.

Als de werknemer zijn vrije tijd gebruikt om persoonlijke bezigheden te verrichten die niets te maken hebben met het nemen van rust of ontspanning of zelfs een normale hervatting van de arbeid in de weg staan, herneemt hij zijn vrijheid en treedt hij buiten het kader van een normale uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst of ambt. Daardoor vervalt de gezagsverhouding van de werkgever en meteen ook de ondergeschiktheid van de werknemer, bijvoorbeeld tijdens de middagpauze gaan trainen in een fitnesscenter.

3. Bewijsvoering

Het slachtoffer of zijn rechthebbenden dienen effectief het bestaan van een plotselinge gebeurtenis aan te tonen.

Voor bepaalde categorieën personeelsleden die buiten de gewone werkuren taken moeten verrichten, vb. conciërges, kunnen zich moeilijkheden voordoen om het vereiste bewijs te leveren.

Wanneer hen in de uitoefening van hun werk een ongeval overkomt op een ogenblik dat er niemand aanwezig is, zijn zij niettemin verplicht het vereiste bewijs te leveren, zij het door een onrechtstreekse getuige. Als dusdanig komen in aanmerking: het telefonisch op de hoogte brengen van de directie en het inroepen van de hulp van een buur, van een toevallige voorbijganger of van de hulpdiensten.

Een getuigenverklaring opgesteld door een gezinslid of door de behandelende dokter wordt niet aanvaard.

De eigen verklaring van het slachtoffer volstaat niet om het bewijs te leveren van de plotselinge gebeurtenis. Deze verklaring dient te worden bevestigd door bepaalde, gewichtige en overeenstemmende vermoedens.

Vermits kwade trouw niet wordt vermoed, kan de verklaring als voldoende bewijs gelden indien het geheel van gegevens (vastgestelde letsels, omstandigheden van de gebeurtenis) een belangrijk vermoeden uitmaken.

Een arbeidsongeval vereist het bestaan van een letsel en niet van de mogelijkheid van een letsel. Het bestaan van dat letsel moet aangetoond worden door het slachtoffer of zijn rechthebbenden. Een doktersattest ingevuld kort na het arbeidsongeval geldt als voldoende bewijs.

De wettelijke vermoedens (zie omzendbrief 1.4.1.) kunnen pas spelen wanneer de getroffene effectief het bewijs levert van een letsel en van een plotselinge gebeurtenis die zich voordeed tijdens de uitvoering van het ambt of de arbeidsovereenkomst ofwel op de arbeidsweg.

4. Invullen aangifteformulieren

4.1. Model A. – Aangifte van arbeidsongeval

Dit formulier moet worden ingevuld door het slachtoffer van het ongeval, door een familielid, door een lid van het schoolsecretariaat of door enig ander persoon (zie bijlage 1).

Voor het aangeven van het ongeval aan het Agentschap moeten de rubrieken I, II, III en V ingevuld worden.

De rubrieken II en III worden ingevuld door het slachtoffer of door de aangever van het ongeval, de rubrieken I en V worden ingevuld door de werkgever. Rubriek VI moet niet ingevuld worden bij de aangifte, deze rubriek moet ingevuld worden als het aangifteformulier gebruikt wordt als arbeidsongevallensteekkaart.

Blad 1 - Rubriek I. – Gegevens over de WERKGEVER

In deze rubriek dienen de volgende gegevens vermeld te worden:

- Vakken 1. en 2. : Naam van de administratie, dienst of inrichting, Tel., Fax., Straat/Nr./bus, Postcode, Gemeente:

de naam en het adres, het telefoon- en faxnummer van de school of van de instelling waarbij het betrokken personeelslid fungeert;

- Vak 3. Aard van de administratie:

de aard van de instelling, bijv. basisschool (gewoon of buitengewoon onderwijs), kleuterschool (gewoon of buitengewoon onderwijs), lagere school (gewoon of buitengewoon onderwijs), MPI, instelling voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, hogeschool, instelling voor volwassenenonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, CLB;

- Vak 3. NACE BEL-code:

Moet niet ingevuld worden bij de aangifte.

- Vak 4. Ondernemingsnummer:

Het ondernemingsnummer moet enkel ingevuld worden als de werknemer niet betaald wordt door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Rubriek II. - Gegevens over het SLACHTOFFER

In deze rubriek dienen de identificatiegegevens van het slachtoffer van het ongeval te worden vermeld (5. en 6.), evenals het volledig adres van zijn hoofdverblijfplaats (10.).

Verder dienen het rijksregisternummer van het slachtoffer, zijn nationaliteit (7.), zijn geneeskundig nummer bij MEDEX-AGD(8.) en zijn bankrekeningnummer (9.) te worden ingevuld.

Het rijksregisternummer komt voor op de achterzijde van de identiteitskaart, bovenaan links of op de SIS-kaart, bovenaan rechts.

Rubriek III. – Gegevens over het ONGEVAL

In deze rubriek moet een precieze omschrijving gegeven worden van het ongeval, nl. in:

- vak 11: de dag, de datum en het uur van het ongeval;

- vak 12 : de juiste plaats van het ongeval. De te vermelden postcode is uiteraard het postnummer van de gemeente waar het ongeval zich heeft voorgedaan;

- vak 13 : of het slachtoffer op het ogenblik van het ongeval een bezigheid uitoefende in het kader van zijn gewone functie, m.a.w. of het slachtoffer een activiteit uitoefende die volgt uit zijn normaal werkrooster of lesrooster.

Als op deze vraag ontkennend wordt geantwoord, dient duidelijk te worden gepreciseerd welke bezigheid het slachtoffer wel uitoefende. Inzonderheid dient te worden vermeld of de uitgeoefende bezigheid een activiteit was in opdracht van de werkgever. In dat geval is ook een bondige omschrijving van de bezigheid vereist.

Onder de vraag “Gaat het om een ongeval bedoeld in art. 2, lid 3, 2°, van de wet van 3 juli 1967?” dient te worden begrepen een gewelddaad waarvan vergelding de beweegreden is, bijv. tijdens zijn vrije tijd wordt een personeelslid aangevallen door een persoon die zich benadeeld acht omdat deze leerkracht zijn kind gestraft heeft (zie Deel I, 1.1.4.2.);

- vak 14: een uitvoerige beschrijving van de omstandigheden en de materiële oorzaken van het ongeval.

a) Waar bevond het slachtoffer zich toen het ongeval zich voordeed?

Vb.: in de klas; op de speelplaats; op de arbeidsweg.

b) Bepaal de specifieke activiteit of de taak die het slachtoffer aan het verrichte was toen het ongeval zich voordeed:

Vb.: lesgeven; toezicht houden; autorijden.

c) Bepaal de specifieke activiteit die het slachtoffer aan het verrichten was toen het ongeval zich voordeed en de daarbij betrokken voorwerpen:

Vb.: rondlopen in de klas met de verbeterde huistaken in de hand; al rondlopend toezicht houden; rijden met da auto op de openbare weg.

d) Welke gebeurtenissen die afwijken van de normale gang van het werk, hebben tot het ongeval geleid? Vermeld alle gebeurtenissen EN de voorwerpen die daarbij een rol hebben gespeeld:

Vb.: met mijn rechtervoet achter een boekentas blijven haken en gevallen; een bal tegen het hoofd gekregen; tegenpartij reed mijn auto achteraan aan.

e) Hoe is het slachtoffer (fysieke of psychische letsel) gewond geraakt? Beschrijf in dalende volgorde van belangrijkheid alle verschillende contacten die de verwondingen hebben veroorzaakt EN de daarbij betrokken voorwerpen:

Vb.: tijdens de val is mijn rechtervoet in contact gekomen met de boekentas en de vloer en werd mijn voet verzwikt; door de bal tegen mijn hoofd heb ik een lichte hersenschudding opgelopen en viel mijn bril stuk op de grond; door de aaNrijding kreeg ik een whiplash.

Hoe preciezer en duidelijker de beschrijving van de omstandigheden van het ongeval is, hoe minder tijd er verloren gaat bij het behandelen van het dossier. Uit de beschrijving moet alleszins blijken dat een plotselinge gebeurtenis een letsel heeft veroorzaakt;

OPGELET wat hier ingevuld wordt is het allerbelangrijkste.

Een verwijzing naar een ander formulier of een proces-verbaal van de politie is niet correct.

Als vak 14 niet nauwkeurig ingevuld is, zal de dossierbeheerder van het arbeidsongeval via een brief bijkomende uitleg vragen.

Als de dossierbeheerder een vraag stelt aan het slachtoffer, dan moet het slachtoffer zelf antwoorden op de vraag in plaats van de vraag te laten beantwoorden door een personeelslid van de onderwijsinstelling.

- vak 15: de juiste identificatie van de geneesheer die de eerste zorgen heeft verstrekt of van het ziekenhuis waar dit gebeurde;

- vak 16: de instantie, de lokale of federale politie, die het proces-verbaal heeft opgesteld;

- vak 17: de naam en het adres van de tegenpartij die eventueel aansprakelijk is, evenals de naam en adres van haar verzekeringsmaatschappij, het nummer van de verzekeringspolis of het schadenummer;

- vak 18: de identificatiegegevens van de eventuele getuigen.

Onderaan rechts op het eerste blad van het formulier “Model A – Aangifte van arbeidsongeval” moet de handtekening voorkomen van de persoon die het arbeidsongeval aangeeft (bij voorkeur het slachtoffer), met vermelding van zijn naam en hoedanigheid, evenals de datum van de aangifte.

Blad 2

Bovenaan het tweede blad van het formulier “Model A – Aangifte van arbeidsongeval” moet worden aangekruist of het gaat om een arbeidsongeval, dan wel om een ongeval op de weg naar en van het werk (19.).

Rubriek IV – Geg evens over de WERKGEVER

- vak 20: adres waar het slachtoffer werkt als het adres verschilt van wat er ingevuld is in vak 1. Bijvoorbeeld het adres van een vestigingsplaats of een wijkafdeling.

- vak 21: naam en adres van de arbeidsgeneeskundige dienst.

- vak 22: totaal aantal personeelsleden van de onderwijsinstelling.

- vak 23: totaal aantal arbeidsdagen gepresteerd vanaf het begin van het jaar tot het einde van de maand voor het ongeval.

Rubriek V – Gegevens over het SLACHTOFFER en over het ONGEVAL

In deze rubriek dienen de gegevens te worden vermeld die het slachtoffer en het ongeval betreffen in relatie tot de werkgever.

- vak 24: datum van indiensttreding.

- vak 26: datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deze datum moet niet ingevuld worden als het slachtoffer van het arbeidsongeval een vastbenoemd personeelslid is;

- vak 28: beroepscategorie, nl. vast benoemd, contractueel, stagiair, andere. Onder “andere” horen de statutair tijdelijke personeelsleden van het onderwijs;

- vak 29: gewone functie in de administratie, dit zijn voor de personeelsleden van het onderwijs o.a. kleuteronderwijzer, onderwijzer, leraar, technisch adviseur (werkmeester), technisch adviseur-coördinator (werkplaatsleider), opvoeder-huismeester, directeur, docent, ... Het vak ISCO-code dient niet ingevuld te worden bij de aangifte.

- vak 31: of het ongeval gebeurde op de plaats waar het slachtoffer gewoonlijk zijn functie uitoefent. Dit vak hoeft niet ingevuld te worden als het gaat om een ongeval op de weg van of naar het werk;

- vak 32: datum waarop het slachtoffer van het ongeval zijn werkgever op de hoogte heeft gebracht van het ongeval;

- vak 33: uren die het slachtoffer moest presteren op de dag van het ongeval. Dit gegeven dient enkel te worden ingevuld als het normaal werkrooster van toepassing is. Er mag ook een kopie van het werk- of lesrooster bij de aangifte gevoegd worden;

- vak 34: eventueel bijkomende opmerkingen betreffende de omstandigheden en materiële oorzaken van het ongeval. Het is niet de bedoeling dat hier de elementen van het ongeval hernomen worden uit de verklaring van het slachtoffer (cf. vak 13). In vak 30 moet de werkgever zijn opmerkingen/eventuele toevoegingen vermelden bij de verklaring van het slachtoffer van het ongeval.

Onderaan het tweede blad van het formulier “Model A – Aangifte van arbeidsongeval” moet de handtekening voorkomen van de werkgever of zijn gemandateerde, met vermelding van zijn naam en hoedanigheid, evenals de datum van de ondertekening.

4.2. Model B. – Doktersattest

Dit formulier moet worden ingevuld door de behandelende geneesheer die alle vakken, nl. de vakken 1 tot 5, ervan dient in te vullen (zie bijlage 2). De behandelende geneesheer dateert en ondertekent het formulier.

Dit formulier moet worden ingevuld zodra er één dag arbeidsongeschiktheid is ten gevolge van het arbeidsongeval. Door “Model B – Doktersattest” in te vullen wordt het bewijs van het letsel geleverd.

Als er geen arbeidsongeschiktheid is, moet dit formulier enkel worden ingevuld als uit de getuigenverklaring niet het bewijs van het letsel kan afgeleid worden of als het niet duidelijk is om welk letsel het gaat.

Model B moet echter niet ingevuld worden als er enkel een prothese (bijv. een bril) beschadigd is.

4.3. Opgave van aanvullende informatie over een arbeidsongeval

Dit formulier bestaat uit twee delen (zie bijlage 3). Het eerste deel: Opgave van aanvullende informatie over een arbeidsongeval moet worden ingevuld door de hiërarchische meerdere van het slachtoffer van het arbeidsongeval. Dit is voor een personeelslid van een onderwijsinstelling de directeur van de instelling of zijn vervanger. Voor de directeur van een onderwijsinstelling is dit de daartoe gemandateerde van de inrichtende macht. Het tweede deel: Opgave van informatie over een arbeidsongeval met een aansprakelijke derde wordt ingevuld door het slachtoffer van het arbeidsongeval. Het tweede deel moet enkel ingevuld worden als een derde aansprakelijk kan gesteld worden voor het ongeval (verkeersongeval of vechtpartij).

Deel 1 – Gegevens van het slachtoffer

Hier worden de gegevens van het slachtoffer ingevuld.

Als het personeelslid op het ogenblik van het invullen van het document zijn geneeskundig nummer bij MEDEX-AGD nog niet kent, zal MEDEX-AGD bij de aangifte van het arbeidsongeval een geneeskundig nummer aanmaken en opsturen naar het slachtoffer van het ongeval, samen met de instructies.

De statutaire toestand van het slachtoffer dient duidelijk te worden aangeduid. Zoals vermeld, kan dit zijn vast benoemd, tijdelijk, contractueel betaald door het werkstation of contractueel betaald door de school. De contractuele personeelsleden betaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming dienen vermeld te worden als contractueel betaald door het werkstation.

Voor de contractuele personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs (contractueel betaald door school) moeten uiteraard het stamboeknummer niet worden vermeld.

Voor de personeelsleden die niet vast benoemd zijn in het onderwijs (tijdelijke personeelsleden en contractuelen) moet de volledige benaming en het adres worden opgegeven van het ziekenfonds waarbij het slachtoffer is aangesloten.

Deel 1 – Gegevens van de onderwijsinstelling

Hier worden de gegevens van de onderwijsinstelling ingevuld.

Het e-mailadres is het adres van de dienst of de persoon die de personeelsdossiers beheert.

Bij nummer werkstation: het werkstation vermelden dat het dossier van het betrokken personeelslid beheert.

Deel 1 – Gegevens van het ongeval

In rubriek 6 wordt er gevraagd dat de hiërarchische meerdere de feiten bevestigd zoals ze ingevuld werden op het formulier ‘Model A – Aangifte van een arbeidsongeval’. Als dat niet het geval is, is er ruimte gelaten voor het maken van opmerkingen.

In rubriek 7 wordt gevraagd of het slachtoffer van het ongeval nog een andere opdracht of arbeidsovereenkomst heeft. Het antwoord op deze vraag is vooral van belang voor personeelsleden die nog werken buiten het onderwijs.

Deel 1 – Ondertekening

Het formulier moet gedateerd en ondertekend worden naar gelang van het geval door de directeur of zijn vervanger of door de gemandateerde van de inrichtende macht.

Deel 2 – Gegevens van het ongeval

Hier vult het slachtoffer de gegevens van het ongeval in als een derde aansprakelijk kan gesteld worden voor het ongeval.

In rubriek 4 worden de verzekeringsgegevens ingevuld van het slachtoffer van het ongeval.

Rubrieken 5, 6 en 7 gaan over de tegenpartij(en).

Als de aansprakelijke voor het verkeersongeval vluchtmisdrijf gepleegd heeft of onbekend is en er een getuige is van de feiten, moet er een proces-verbaal opgesteld worden zodat de kosten teruggevorderd kunnen worden van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (rubriek 8).

De verbintenisverklaring (rubriek 9) is een onderdeel van dit formulier.

4.4. Getuigenverkla ring

Voor de getuigenverklaring moet gebruik gemaakt worden van het formulier "Getuigenverklaring" (zie bijlage 4).

Het verdient de voorkeur dat de getuigenverklaring ingevuld wordt door een ooggetuige (= rechtstreekse getuige), iemand die het ongeval heeft zien gebeuren.

Als er geen dergelijke getuige is, mag het formulier ook ingevuld worden door een onrechtstreekse getuige, een persoon aan wie het slachtoffer meegedeeld heeft wat haar of hem overkomen is.

4.5. Aangifte “gedetacheerde” personeelsleden 

Vastbenoemde personeelsleden die met verlof wegens opdracht zijn of ter beschikking gesteld zijn wegens bijzondere opdracht (“gedetacheerd zijn”), blijven tijdens hun opdracht verzekerd tegen arbeidsongevallen door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Op het formulier “Model A – Aangifte van arbeidsongeval” wordt met ‘werkgever’ bedoeld de huidige werkgever en niet de onderwijsinstelling. In vak 28 kan er vermeld worden dat het gaat om bv. een leerkracht met verlof wegens opdracht.

5. Procedure behandeling arbeidsongeval

5.1. Openen van het dossier

Bij ontvangst van de ongevalsaangifte kent het Agentschap een nummer toe aan het dossier. Het kenmerk ziet eruit als volgt: 1F3C8G (=afdeling AOP) /jaartal/volgnummer/initialen dossierbeheerder; 1F3C8G/08/4423/VJ. Een ‘A’ voor het jaartal betekent dat het ongeval behandeld wordt als een ongeval met derde aansprakelijke.

Dit kenmerk wordt meegedeeld aan:

- MEDEX-AGD samen met een exemplaar van de aangifteformulieren (via Publiato);

- het slachtoffer of bij een dodelijk ongeval aan de rechthebbende (formulier nieuwe JB 1 of formulier nieuwe JB beraad);

- de instelling (formulier nieuwe JB 1_S of nieuwe JB beraad_S).

5.2. Nakijken van de aangifte

De volgende stap voor de dossierbeheerder is nagaan of de aangifte volledig is:

- formulier "Model A" is volledig ingevuld; het letsel en de plotselinge gebeurtenis zijn vermeld;

- formulier "Model B" is volledig ingevuld door de dokter;

- formulier "Aanvullende informatie" is volledig ingevuld;

- er is een getuigenverklaring;

- het werk- of lessenrooster (of vak 33 van Model A is ingevuld) of een verklaring van de werkgever is bijgevoegd;

- als het gaat om een trajectongeval is er een reisweg bijgevoegd;

- als het gaat om een contractueel personeelslid moet de arbeidsovereenkomst in het dossier voorkomen.

Het is de taak van de dossierbeheerder om nauwgezet na te gaan of al deze formulieren correct ingevuld zijn.

Wanneer er een formulier ontbreekt of er is twijfel in verband met een van de elementen waaruit de ongevalsaangifte bestaat, dan zal de dossierbeheerder het nodige doen: vb. reisweg opvragen, bijkomende informatie vragen aan het slachtoffer.

 

Als er door de politie een proces-verbaal werd opgemaakt kan de dossierbeheerder van het arbeidsongeval een exemplaar van het proces-verbaal opvragen bij het parket.

5.3. Juridische beslissing

5.3.1. Positieve beslissing

Als de dossierbeheerder van het arbeidsongeval aan de hand van de gegevens van het dossier kan uitmaken dat het gaat om een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van of naar het werk (de aangifte is volledig in orde en alle vereiste formulieren en documenten bevinden zich in het dossier) dan wordt het ongeval erkend als een arbeidsongeval, of als een ongeval op de weg van of naar het werk.

Bij een arbeidsongeval wordt er vooral nagegaan of er een plotselinge gebeurtenis was en of deze plotselinge gebeurtenis bewezen wordt.

Bij een ongeval op de weg van of naar het werk wordt er vooral nagegaan of het traject normaal is naar tijd en plaats.

Als de positieve juridische beslissing getekend is door de daartoe gemachtigde ambtenaar, wordt zij gestuurd naar:

- het slachtoffer (formulier nieuwe JB 1 of nieuwe JB 2);

- het werkstation via het volledig elektronisch personeelsdossier (VEPD)

- de onderwijsinstelling (formulier nieuwe JB 1_S of nieuwe JB 2_S

- MEDEX-AGD (via Publiato).

5.3.2. Negatieve beslissing

Als het ongeval niet kan erkend worden als een arbeidsongeval, dan wordt de negatieve beslissing gemotiveerd en aangetekend gestuurd naar het slachtoffer (begin verjaringstermijn).

De negatieve juridische beslissing wordt ook nog gestuurd naar:

- de onderwijsinstelling (formulier JD 80hmin);

- het werkstation via VEPD;

- MEDEX-AGD (via Publiato);

- Fonds voor Arbeidsongevallen (via Publiato).

5.4. Consolidatiebeslissing

5.4.1. Beslissing blijvende arbeidsongeschiktheid 0%

De consolidatie met 0% blijvende arbeidsongeschiktheid kan het gevolg zijn van:

-het ingevulde ‘Medisch attest van genezing zonder blijvende arbeidsongeschiktheid’;

-de beslissing van MEDEX-AGD;

-de ambtshalve beslissing van het Agentschap.

De dossierbeheerder van het arbeidsongeval stuurt de beslissing met een formulier 39terh aangetekend naar het slachtoffer. Dit is het begin van de driejarige herzieningstermijn en de driejarige verjaringstermijn.

Een kopie wordt ook gestuurd naar:

- de onderwijsinstelling (formulier 39h);

- het werkstation via VEPD.

5.4.2. Beslissing blijvende arbeidsongeschiktheid meer dan 0%

Een consolidatiebeslissing MEDEX-AGD met blijvende arbeidsongeschiktheid betekent dat het slachtoffer recht heeft op een rentevergoeding. Een kopie van de beslissing van MEDEX-AGD wordt verstuurd naar:

- de onderwijsinstelling (formulier 39h);

- het werkstation via VEPD.

Voor het toekennen van de rente wordt er een rentedossier geopend. Het arbeidsongevaldossier krijgt een rentenummer.

Naar het slachtoffer wordt een formulier JD 102 gestuurd waarin bijkomende informatie wordt gevraagd (enkel voor arbeidsongevallen met een verantwoordelijke derde).

De dossierbeheerder vraagt aan het werkstation (of de verantwoordelijke voor de uitbetaling van de wedde) de weddengegevens op de datum van het ongeval (of het jaar van het ongeval voor de eindejaarstoelage en het vakantiegeld) voor de gevallen waarbij de jaarwedde onder de loongrens van 24.332,08 euro ligt. Voor de gevallen boven de loongrens vult de dossierbeheerder zelf het formulier JD 116 in. Als deze weddengegevens goedgekeurd zijn wordt het rentevoorstel opgemaakt en voor akkoord gestuurd naar het slachtoffer. Als bijlage bij het rentevoorstel is de berekening van de rente en het formulier "akkoord.RV" gevoegd.

Als het slachtoffer akkoord is met het rentevoorstel en het formulier ondertekend terugstuurt, wordt het besluit houdende toekenning van de rente opgemaakt.

Het besluit wordt gestuurd naar:

- het slachtoffer (formulier JD 125h), het slachtoffer moet één exemplaar ondertekend terugsturen;

- MEDEX-AGD (formulier JD 122);

- de Pensioendienst voor de overheidssector (formulier JD 126), samen met een kopie van het ongevalsdossier (elektronisch).

De datum van het besluit is tevens de aanvangsdatum van de herzieningstermijn.

6. Vergoeding medische kosten

6.1. Terugbetaling

Het tarief voor terugbetaling van de kosten voor geneeskundige verzorging is gelijk aan het tarief van honoraria en prijzen zoals dit voortvloeit uit de toepassing van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen opgemaakt in uitvoering van de wetgeving tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (Z.I.V.) (art.4 K.B. + art.1 K.B. 17-10-2000).

Dit betekent dat medische kosten worden terugbetaald aan Z.I.V.-tarief (gelijk aan terugbetaling ziekenfonds) + remgeld. De kosten die niet opgenomen zijn in de Z.I.V.-nomenclatuur worden niet terugbetaald.

De farmaceutische producten vereist voor de behandeling zijn ten laste van MEDEX-AGD (art.2 K.B. 17-10-2000).

De hospitalisatiekosten worden door MEDEX-AGD terugbetaald ten belope van de normale prijs van de verpleegdag, zoals hij is vastgelegd krachtens de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen (art. 3 K.B. 17-10-2000).

Dit betekent dat enkel de kosten voor het verblijf in een gemeenschappelijke kamer integraal zullen worden vergoed. Als het slachtoffer zonder medische grond of om een andere gegronde reden een kamer met één of met twee bedden vraagt, moet hij het surplus zelf betalen. Ook de kosten voor het gebruik van bijkomend comfort zoals televisie en telefoon worden niet terugbetaald.

De dokter is bij de behandeling van een arbeidsongeval ook niet gebonden aan de verplichtingen die hij op zich genomen heeft in het kader van de ziekteverzekering. Hij is vrij om zijn honorarium te bepalen.

Het verschil tussen het door het slachtoffer werkelijk betaalde bedrag en het bedrag terugbetaald volgens de hierboven uiteengezette regeling blijft ten laste van het slachtoffer.

6.2. Terugbetalingswijze

Als het slachtoffer de juridische beslissing heeft gekregen dat het ongeval erkend werd als een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van of naar het werk, mag hij de medische kosten sturen naar: MEDEX – AGD – cel medische kosten, Victor Hortaplaats 40 bus 10 te 1060 BRUSSEL.

Medex-AGD onderzoekt of de medische kosten het gevolg zijn van het arbeidsongeval. Als dat het geval is, zorgt de cel medische kosten van MEDEX te Brussel ervoor dat de kosten betaald worden.

STUUR NOOIT MEDISCHE KOSTEN NAAR HET VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING.

6.3. Prothesekosten

Als de prothesekosten opgenomen zijn in de Z.I.V.-nomenclatuur worden zij binnen deze grenzen terugbetaald.

Dit betekent dat het slachtoffer de vrije keuze heeft inzake het model van de prothese (brilmontuur, kunstgebit), zodat zelfs de meest luxueuse uitvoering kan worden gevraagd, maar dat MEDEX-AGD de vergoeding zal vaststellen volgens het Z.I.V.-tarief, volgens de tabellen van het Technisch Comité van het Fonds voor Arbeidsongevallen of indien de kosten niet opgenomen zijn in de Z.I.V.-nomenclatuur in functie van het voor het slachtoffer noodzakelijke hulpmiddel (art.4, 2° K.B.).

Bij brilbreuk moet de prijs van de glazen en de montuur afzonderlijk vermeld worden op de ingediende factuur.

7. Verplaatsingskosten 

De echtgeno(o)t(e), de kinderen en de ouders hebben eveneens recht op vergoeding van hun verplaatsingskosten, daarbij wordt onderscheid gemaakt of het leven van het slachtoffer al dan niet in gevaar is (art.37 privé-K.B.).

7.1. Het leven van het slachtoffer is niet in gevaar

Dan is de volgende regeling van toepassing:

- verblijf in de verplegingsdienst bedraagt minder dan 2 dagen: geen recht op vergoeding;

- verblijf in de verplegingsdienst bedraagt minstens 2 en maximum 7 dagen: 1 reis voor 1 persoon;

- voor iedere bijkomende verblijfperiode van drie dagen: 1 reis voor 1 persoon.

7.2. Het leven van het slachtoffer is in gevaar

Dan worden er 2 reizen per dag terugbetaald op de hierna volgende wijze:

- echtgeno(o)t(e) en één of meer kinderen: echtgeno(o)t(e) en één kind;

- geen echtgeno(o)t(e), maar meerdere kinderen: twee kinderen;

- feitelijke scheiding, maar meerdere kinderen: twee kinderen;

- geen echtgeno(o)t(e) en slechts één kind: kind en één van de ouders;

- feitelijke scheiding en slechts één kind: één kind en één van de ouders;

- geen echtgeno(o)t(e) en geen kinderen: beide ouders;

- feitelijke scheiding en geen kinderen: beide ouders.

Als algemene regel mogen we stellen dat de echtgeno(o)t(e) die niet feitelijk gescheiden is, de voorrang heeft op de kinderen die op hun beurt voorgaan op de ouders.

Ongeacht het voorgaande hebben de ouders van de getroffene in elk geval ieder recht op vergoeding van één reis per week.

De verplegingsdienst moet wel een attest opmaken dat de opnameperiode en de periode waarin het slachtoffer in levensgevaar verkeerde vermeldt.

De dag van de opname in de verplegingsdienst wordt als eerste en de dag van ontslag uit de dienst als laatste dag van het verblijf beschouwd. Voor de verplaatsingen buiten de Europese Unie is de toestemming van MEDEX-AGD vereist.

Deze verplaatsingskosten worden betaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Voor de vergoeding zie Omzendbrief 5.2.

8. Begrip tijdelijke arbeidson geschiktheid

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid of tijdelijke werkonbekwaamheid (TWO) betekent dat het slachtoffer onmogelijk in staat is om zonder nadeel voor zijn gezondheid of voor de vlotte werking van de dienst waarbij hij is tewerkgesteld zijn normale functies uit te oefenen. Deze onmogelijkheid zal op medische gronden worden geëvalueerd. Tijdelijk betekent voor genezing vatbaar. De opgelopen letsels moeten volgens de vooruitzichten van de geneeskunde van die aard zijn dat werkhervatting, na verloop van tijd, niet uitgesloten is.

De tijdelijke arbeidsongeschiktheid is dus uit zichzelf begrensd in de tijd en zal een einde nemen, ofwel door de volledige genezing van de getroffene zonder blijvende arbeidsongeschiktheid, ofwel na consolidatie, ofwel eventueel bij diens overlijden.

De consolidatie is het veelal theoretisch en artificieel bepaald ogenblik waarop de gunstige vooruitzichten op genezing of ernstige verbetering van de arbeidsongeschiktheid opgegeven worden en de betrokken partijen tot het besluit komen dat (onder voorbehoud van herziening) het verlies van arbeidsongeschiktheid gestabiliseerd is. Vanaf dat moment eindigt de tijdelijke arbeidsongeschiktheid en gaat zij over in een blijvende arbeidsongeschiktheid (zie Omzendbrief 5.4).

De TWO kan zowel volledig als gedeeltelijk zijn. In beide gevallen moet er een Medisch attest MEDEX ingevuld worden en gestuurd naar het geneeskundig centrum van MEDEX waaronder het slachtoffer ressorteert (zie Omzendbrief 4.3.1.).

MEDEX-AGD kan beslissen dat het slachtoffer geschikt is om zijn werk te hervatten met verminderde prestaties. Het slachtoffer moet geschikt zijn om tenminste de helft van de normale duur van een ambt met volledige prestaties te volbrengen (art.32bis K.B.). MEDEX-AGD bepaalt de verdeling en de tijdsduur.

De gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan terug overgaan in volledige ongeschiktheid als men hervalt.

Bij volledige genezing stopt de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

Na consolidatie kunnen de verminderde prestaties verlengd worden. Bij het vaststellen van de verminderde prestaties na de consolidatiedatum houdt MEDEX-AGD rekening met het toegekende percentage blijvende arbeidsongeschiktheid. Het slachtoffer moet minimaal in staat zijn de helft van de normale duur van een ambt met volledige prestaties te volbrengen.

9. Berekening van de rente

9.1. Cumulatie van betrekkingen

Als het slachtoffer betrekkingen, ambten of functies cumuleert in één of meer besturen, diensten of instellingen waarop de wet van toepassing is, wordt de rente berekend op de samengevoegde jaarlijkse bezoldigingen van die verschillende betrekkingen (art. 15 K.B.). Er moet natuurlijk wel rekening gehouden worden met de loongrens.

Een betrekking in de privé-sector komt nooit in aanmerking voor de berekening van de rente.

9.2. Onvolledige prestatie

Als de arbeidsduur van het slachtoffer minder beloopt dan de normale jaarlijkse duur van een ambt met volledige prestaties, wordt de jaarlijkse bezoldiging vermeerderd met een hypothetische bezoldiging die betrekking heeft op de periode zonder prestatie (art.17 eerste lid K.B.).

Die hypothetische bezoldiging wordt berekend met inachtname van de bezoldiging die aan het slachtoffer wordt uitbetaald en binnen de grenzen die vereist zijn om tot de normale jaarlijkse arbeidsduur van een ambt met volledige prestaties te komen. (art.17 tweede lid K.B.).

9.3. Verminderde rente in geval van geringe blijvende arbeidsongeschiktheid

De renten worden verminderd met 50% voor de arbeidsongeschiktheden van minder dan 5% en met 25 % voor de ongeschiktheden die ten minste gelijk zijn aan 5% maar minder bedragen dan 10% (art. 4, §3 wet).

9.3.1. Arbeidsongeschiktheidspercentage < 5 %

De renten voor blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 5% worden met 50% verminderd en worden niet geïndexeerd.

vb. arbeidsongeschiktheidspercentage is 2%: rente: 24.332,08 euro x 2% = 486,64 euro - 50% = 243,32 euro.

9.3.2. Arbeidsongeschiktheid spercentage = 5% en < 10%

De renten voor blijvende arbeidsongeschiktheid die ten minste gelijk zijn aan 5% maar niet groter dan 10% worden met 25% verminderd en worden niet geïndexeerd.

 vb arbeidsongeschiktheidspercentage is 8%: rente: 24.332,08 euro x 8% = 1.946,57 euro - 25% = 1.459,92 euro.

De loongrens van 24.332,08 euro geldt voor arbeidsongevallen geconsolideerd vanaf 01-01-2005, de loongrens van 21.257,87 euro geldt voor arbeidsongevallen geconsolideerd vanaf 23-05-2003.

9.4. Rente in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid vanaf 10%

9.4.1. Arbeidsongeschiktheidspercentage = 10% en < 16%

De renten voor blijvende arbeidsongeschiktheid die ten minste gelijk zijn aan 10% maar niet groter dan 16% worden niet verminderd en worden niet geïndexeerd.

vb. arbeidsongeschiktheidspercentage is 10%: rente: 24.332,08 euro x 10% = 2.433,21 euro.

9.4.2. Arbeidsongeschiktheidspercentage > 16%

De renten voor blijvende arbeidsongeschiktheid die ten minste gelijk zijn aan 16% worden niet verminderd en worden geïndexeerd (art.13 wet).

vb. arbeidsongeschiktheidspercentage is 20%: rente: 24.332,08 euro x 20% = 4.866,42 euro aan 100%.

9.5. Maximale bedragen

Maximale bedragen rentevergoeding blijvende arbeidsongeschiktheid (BWO)

BWO 

loongrens 21.257,87 EUR 

loongrens 24.332,08 EUR 

 

1% 

 

106,29 

 

121,66 

2% 

212,58 

243,32 

3% 

318,87 

364,98 

4% 

425,16 

486,64 

5% 

797,17 

912,45 

6% 

956,60 

1.094,94 

7% 

1.116,04 

1.277,43 

8% 

1.275,47 

1.459,92 

9% 

1.434,91 

1.642,42 

10% 

2.125,79 

2.433,21 

9.6. Cumulatie

In principe kan de rente voor blijvende arbeidsongeschiktheid gecumuleerd worden met de wedde of het rustpensioen van het slachtoffer, zij het binnen bepaalde grenzen.

9.6.1. Cumulatie met wedde

Zolang het slachtoffer zijn ambt of ambten verder uitoefent, mag de rente niet hoger liggen dan 25% van de bezoldiging op grond waarvan zij is vastgesteld (art.6, §1 wet)

vb. arbeidsongeschiktheidspercentage is 30%: rente: 24.332,08 euro x 30% = 7.299,62 euro.

De rente wordt beperkt tot 24.332,08 euro x 25% = 6.083,02 euro aan 100%.

9.6.2. Cumulatie met rustpensioen

Als het slachtoffer zijn ambt neerlegt en een rustpensioen (overheidssector) krijgt, kan de rente met het pensioen alleen worden gecumuleerd tot 100% van de laatste bezoldiging. De rente wordt in voorkomend geval tot het juiste bedrag verminderd (art.7 wet).

Dit betekent dat de rente en het rustpensioen samen niet meer mogen bedragen dan de laatste bruto-bezoldiging.

9.6.3. Cumulatie met een vergoeding in gemeen recht

De volgens het gemeen recht toegekende schadevergoeding (voor blijvende arbeidsongeschiktheid) kan niet samengevoegd worden met de krachtens de wet toegekende vergoeding (art.14, §2 wet).

Bij een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar of van het werk waarvoor een derde aansprakelijk is, kan het slachtoffer aan de derde of zijn verzekeringsmaatschappij vragen om de geleden schade te vergoeden (procedure in gemeen recht).

Als het gaat om een vergoeding voor morele of esthetische schade of schade aan voorwerpen (auto, kledij, …) is er geen probleem.

Een vergoeding voor morele schade mag gecumuleerd worden met de rente.

Het cumulatieverbod ontstaat als het gaat om een materiële schadevergoeding voor het letsel d.i. een vergoeding voor de blijvende arbeidsongeschiktheid. Een dergelijke vergoeding moet van de rente afgetrokken worden. Het moet wel degelijk gaan over een materiële vergoeding die dezelfde schade dekt.

Het slachtoffer heeft de vrije keuze om een dergelijke vergoeding te vragen.

Een verzekering blijvende arbeidsongeschiktheid die enkel rekening houdt met het excedentaire loon (loon boven de loongrens) is een verzekering voor een ander soort schade en bijgevolg is het cumulatieverbod niet van toepassing.

10. Gedeeltelijke omzettin g in kapitaal - Berekening resterende rente

Als de rentevergoeding beperkt werd tot 25% dan wordt bij de omzetting in kapitaal uitgegaan van de totale rente (art.22 K.B.). Bij het berekenen van de resterende rentevergoeding wordt het in kapitaal omgezette deel afgetrokken van de beperkte rentevergoeding.

vb. blijvende arbeidsongeschiktheid van 50%. Wedde van 24.332,08 euro, (totale) rente van 12.166,04 euro; rente wordt beperkt tot 25%, rente van 6.083,02 euro aan 100%.

1/3 omgezet in kapitaal: 12.166,04 : 3 = 4.055,35 euro (bedrag dat moet omgezet worden in kapitaal, rekening houdend met de index- en de leeftijdscoëfficiënt)

vb. voor een vrouw van 45 jaar op de dag van de omzetting bedraagt het kapitaal: 4.055,35 x 1,4282 x 19,8363 = 114.888,89 euro.

De leeftijdscoëfficiënt is opgenomen in de bijlage bij het K.B. van 16.11.2004 (B.S. 25.11.2004), Barema F, I-03 (voor ongevallen vanaf 01.01.2003).

resterende rente 6.083,02 – 4.055,35 = 2.027,67 euro aan 100%.

11. Berekening van de bijslag wegens verergering

Uitgangssituatie: consolidatie 20-01-2002 met 6% blijvende arbeidsongeschiktheid; rentevergoeding van 947,13 euro. Het slachtoffer vraagt op 01-02-2008 een bijslag wegens verergering aan. Beslissing MEDEX: 12% blijvende arbeidsongeschiktheid.

Voorbeeld berekening

12 x 70,49 = 845,88 euro

845,88 – 947,13 = -101,25. Er is geen bijslag verschuldigd.

Uitgangssituatie: hetzelfde als hierboven behalve

beslissing MEDEX: 15% blijvende arbeidsongeschiktheid

Voorbeeld berekening

15 x 70,49 = 1.057,35 euro

1.057,35 – 947,13 = 110,22 euro. Vanaf 01-03-2008 wordt er een bijslag betaald van 110,22 euro aan 100%. 

Uitgangssituatie: consolidatie 20-06-2003 met 20% blijvende arbeidsongeschiktheid; rentevergoeding van 4.251,57 euro. Het slachtoffer vraagt op 01-09-2008 een bijslag wegens verergering aan. Beslissing MEDEX: 40% blijvende arbeidsongeschiktheid.

Voorbeeld berekening

40 x 93,91 = 3.756,40 euro

3.756,40 – 4.251,57 = -495,17. Er is geen bijslag verschuldigd.

12. Geadopteerde kinderen en andere rechthebbenden

12.1. Geadopteerde kinderen

De kinderen die voor het overlijden door één persoon zijn geadopteerd ontvangen een rente die voor ieder kind gelijk is aan 20% van de jaarlijkse bezoldiging van de overleden adoptant zonder dat het totaal 60% van die bezoldiging mag overtreffen. De loongrens is van toepassing.

De kinderen die door twee personen zijn geadopteerd ontvangen een rente die voor ieder kind gelijk is aan:

a)15% van de bezoldiging zo één van de adoptanten de andere overleeft, zonder dat het totaal 45% van deze bezoldiging mag overtreffen. De loongrens is van toepassing;

b)20% van de bezoldiging zo één van de adoptanten vooroverleden is, zonder dat het totaal 60% van die bezoldiging mag overtreffen. De loongrens is van toepassing.

Zo de belangen van de geadopteerde kinderen samenvallen met die van in de Omzendbrief Arbeidsongevallen 5.5.2.2. bedoelde kinderen mag de rente toegekend aan de geadopteerden niet hoger zijn dan deze toegekend aan de andere kinderen (art.9, §4 wet).

 

12.1.1. Uitbe taling

De kinderen hebben recht op een rente zolang zij gerechtigd zijn op kinderbijslag en alleszins tot hun 18 jaar.

De rente is verschuldigd tot op het einde van de maand waarin het recht vervalt (art.9, §6 wet).

12.2. Andere rechthebbenden

Als een overleden slachtoffer van een arbeidsongeval noch een echtgenoot, noch een wettelijk samenwonende partner, noch rechthebbende kinderen nalaat, kunnen andere rechthebbenden aanspraak maken op een rente. Het gaat dan om ascendenten, kleinkinderen, broers en zusters (art.10 wet).

Deze rechthebbenden ontvangen de rente alleen als zij rechtstreeks voordeel uit het loon van het slachtoffer haalden. Zij worden als zodanig aanzien als zij onder hetzelfde dak woonden (art.20 privé-wet).

12.2.1. Ascendenten

Ascendenten zijn bloedverwanten in opgaande lijn.

De vader en de moeder hebben recht op een rente voor ieder van hen gelijk aan 20% van de bezoldiging als er geen echtgenoot, noch wettelijk samenwonende partner, noch rechthebbende kinderen nagelaten werden.

Laat het slachtoffer echter bij het overlijden een echtgenoot of een wettelijk samenwonende partner zonder rechthebbende kinderen na, dan is de rente voor de vader en de moeder gelijk aan 15% van de bezoldiging.

Bij vooroverlijden van de vader of de moeder van het slachtoffer ontvangt ieder van de ascendenten van de vooroverledene een rente gelijk aan:

a) 15% van de bezoldiging zo er noch echtgenoot, noch een wettelijk samenwonende partner, noch rechthebbende kinderen zijn;

b) 10% van de bezoldiging zo er een echtgenoot of een wettelijk samenwonende partner zonder rechthebbende kinderen is (art. 15 privé-wet).

De loongrens is hier telkens van toepassing.

Voor de ascendenten is de rente verschuldigd tot op het ogenblik waarop het slachtoffer de leeftijd van 25 jaar zou bereikt hebben, tenzij zij het bewijs leveren dat het slachtoffer voor hen de belangrijkste kostwinner was (art.20bis privé-wet).

12.2.2. Kleinkinderen

De kleinkinderen van een slachtoffer dat geen rechthebbende kinderen nalaat en hun vader of moeder is overleden, ontvangen een rente voor ieder van hen van 15% van de bezoldiging, zonder dat het totaal 60% van de bezoldiging mag overschrijden.

Zo hun vader en moeder overleden zijn, ontvangen zij een rente voor ieder van hen gelijk aan 20% van de bezoldiging, zonder dat het totaal 60% van deze bezoldiging mag overtreffen.

Zie voor een aantal uitzonderlijke gevallen verder onder artikel 16 van de privé-wet.

De loongrens is hier telkens van toepassing.

12.2.3. Broers en zussen

De broers en de zussen van het slachtoffer dat geen andere rechthebbenden nalaat, ontvangen ieder een rente gelijk aan 15% van de bezoldiging, zonder dat het totaal 45% van deze bezoldiging mag overschrijden (art.17 privé-wet).

De loongrens is hier telkens van toepassing.

12.2.4. Meer dan drie rechthebbenden

Indien er meer dan drie rechthebbenden, bedoeld in 12.2.1., 12.2.2. of 12.2.3. hierboven zijn, wordt het bedrag van 15% of 20% voor elke rechthebbende verminderd door het te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller gelijk is aan 3 en de noemer gelijk is aan het aantal rechthebbenden (art.18 privé-wet).

12.2.5. Uitbetaling

De kleinkinderen, broers en zussen ontvangen een rente zolang zij gerechtigd zijn op kinderbijslag en in ieder geval tot hun 18 jaar.

De rente is verschuldigd tot op het einde van de maand waarin het recht vervalt (art.19 privé-wet).

Gehandicapte kleinkinderen, broers en zussen hebben recht op een levenslange rente.

13. Cumulatie bij een dodelijk arbeidsongeval

13.1. Cumulatie met loon

Als de overlevende echtgenoot of de ascendenten zelf een loon verdient, dan doet dit geen afbreuk aan hun recht op een rente ingevolge het dodelijk ongeval van respectievelijk hun echtgenoot of hun descendent.

13.2. Cumulatie met pensioen

De renten ten voordele van de overlevende echtgenoot en de wees kunnen gecumuleerd worden met de weduwe- en wezenpensioenen toegekend krachtens de wets- en reglementsbepalingen eigen aan de overheidsdiensten.

Er is evenmin een verbod tot samenvoeging van de renten met een overlevingspensioen dat aan de overlevende echtgenoot toekomt op basis van een andere regeling of eventueel met een eigen rustpensioen.

Ingeval de rechthebbenden van het slachtoffer de toepassing van de arbeidsongevallenwet van de publieke sector vragen, mag hun pensioen niet worden gevestigd volgens de ten behoeve van de getroffenen van arbeidsongevallen uitgewerkte bevoorrechte berekeningswijze (art.11 wet).

13.3. Cumulatie met een vergoeding in gemeen recht

  

De volgens het gemeen recht toegekende schadevergoeding (vergoeding wegens materiële inkomstenschade) kan niet worden samengevoegd met krachtens de arbeidsongevallenwet toegekende schadevergoeding (art.10, §3 wet).

Zie ook onder 9.6.3. hierboven.

14. Belasting

De bedragen uitgekeerd als medische kosten, verplaatsingskosten en begrafeniskosten zijn van belasting vrijgesteld.

De rentevergoedingen worden niet meer beschouwd als belastbare inkomsten, als zij tenminste niet kunnen worden beschouwd als een vervangingsinkomen (uitvoering van arrest Nr.132/98 van 9 december 1998 van het Arbitragehof).

Zolang op het slachtoffer van een arbeidsongeval of een beroepsziekte artikel 6, §1 van de wet (zie 9.6.1. hierboven) van toepassing is, wordt de rentevergoeding niet beschouwd als een vervangingsinkomen.

8. Bijlagen