Bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen in het volwassenenonderwijs

  • referentie
    VWO/2010/03 (cvo)
  • publicatiedatum
    17/05/2010
  • datum laatste wijziging
    29/05/2019
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen in het volwassenenonderwijs
  • wettelijke basis
    Opheffing: VWO/2007/04 (cvo)
  • D eze omzendbrief licht het stelsel bekwaamheidsbewijzen toe zoals dat geldt in het volwassenenonderwijs voor de personeelsleden aangesteld in hetzij een selectie- of bevorderingsambt, hetzij in een ambt van het ondersteunend personeel, hetzij in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs. In een algemeen gedeelte wordt vooral aandacht besteed aan wat een bekwaamheidsbewijs is, welke soorten bekwaamheidsbewijzen er zijn, wie het mag uitreiken, hoe omgegaan moet worden met buitenlandse en anderstalige diploma's en hoe het besluit en de bijhorende bijlage gebruikt dienen te worden. In een specifiek gedeelte wordt gefocust op wat in het schooljaar 2019-2020 nieuw is. In de eerste plaats gaat het om wijzigingen ten gevolge de overdracht van het HBO/de SLO naar het hoger onderwijs. Ten tweede wordt ingegaan op de hervorming van de lerarenopleidingen en de invloed daarvan op het volwassenenonderwijs. Ten derde wordt ingezoomd op de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen van de nieuwe opleidingen die vanaf 1 september 2019 ingericht kunnen worden. Ten slotte wordeneen aantal punctuele aanpassingen aan de bekwaamheidsbewijzen toegelicht, die doorgevoerd zijn naar aanleiding van vragen of problemen die de voorbije jaren gerezen waren. Via een link zijn de specifieke aandachtspunten voor de voorbije schooljaren eveneens nog raadpleegbaar, evenals de website BBVWO (bekwaamheidsbewijzen volwassenenonderwijs online).

1. Inleiding

In het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs is definitief gekozen om het volwassenenonderwijs modulair te organiseren. Kenmerkend voor een modulaire organisatie van het onderwijs is het gebruik van modules, terwijl in het lineaire onderwijs gebruik gemaakt wordt van vakken, die een aantal uren per week gegeven worden. Hoewel in het volwassenenonderwijs organisatorisch al jaren gewerkt werd met modules, hield de personeelsregelgeving tot nu toe geen rekening met de specificiteit van de modulaire organisatie en was de regelgeving nog altijd afgestemd op een lineaire organisatie met vakken.

Met ingang van 1 september 2010 houdt ook de personeelsregelgeving rekening met de modulaire structuur die in het volwassenenonderwijs gehanteerd wordt in het hoger beroepsonderwijs, de specifieke lerarenopleiding en in het secundair volwassenenonderwijs.

Daarvoor is een besluit van 23 april 2010 opgesteld betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs. Deze omzendbrief geeft meer informatie over het systeem van bekwaamheidsbewijzen.

Dit systeem geldt in:

-

- ;

- de opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, waarvoor de Vlaamse Regering een definitief opleidingsprofiel goedgekeurd heeft.

(...)

Telkens in het secundair volwassenenonderwijs een nieuwe definitief modulaire opleiding goedgekeurd wordt (...) zal het stelsel voor de bekwaamheidsbewijzen aangevuld worden met deze nieuwe definitief modulaire opleidingen. (...) De omvorming naar een volledig aanbod van opleidingen op basis van een definitief modulair opleidingsprofiel is in 2013 afgerond. Dit betekent dat na 31 augustus 2013 geen enkele opleiding in het secundair volwassenenonderwijs nog aangeboden kan worden onder lineaire of voorlopig modulaire vorm.

2. Toepassingsgebied van deze omzendbrief

Deze omzendbrief is van toepassing op de volgende ambten:
· de leraar secundair volwassenenonderwijs, aangesteld in een opleiding die modulair georganiseerd wordt op basis van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel;
· ;
· de technisch adviseur;
· de technisch adviseur-coördinator;
· de adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs;
· ;
· de directeur ;
· ;
. de stafmedewerker;
· de administratief medewerker.

Deze omzendbrief is dus van toepassing op alle personeelsleden van het secundair volwassenenonderwijs .  

3. Inhoud van deze omzendbrief

Deze omzendbrief bevat twee onderdelen. Een algemeen gedeelte (punt 4) handelt over de algemene principes en definities die gelden bij de regelgeving over de bekwaamheidsbewijzen. Punt 5 behandelt de aandachtspunten voor het schooljaar 2019-2020. 

Voor het schooljaar 2019-2020 focust punt 5. op de wijzigingen met ingang van 1 september 2019. De wijzigingen kunnen onder 4 grote thema’s samengebracht worden:

  • w ijzigingen naar aanleiding van de overdracht van het HBO/SLO naar het hoger onderwijs;
  • w ijzigingen ten gevolge de hervorming van de lerarenopleidingen;
  • Wijzigingen ten gevolge de introductie van een aantal bijkomende nieuwe of hervormde opleidingen in het aanbod van het volwassenenonderwijs;
  • w ijzigingen aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen waarbij hoofdzakelijk al bestaande diploma’s bijkomend als vereist bekwaamheidsbewijs bij één of meerdere opleidingen of modules opgenomen worden.

In punt 6 vindt u de aandachtspunten van de vorige schooljaren 2010-2011 tot en met 2018-2019. In punt 7 ten slotte vindt u de link naar bekwaamheidsbewijzen volwassenenonderwijs (BBVWO) online.

4. De bekwaamheidsbewijzen in het volwassenenonderwijs

4.1. Wat is een bekwaamheidsbewijs?

De Vlaamse Regering bepaalt de bekwaamheidsbewijzen die toegang verlenen tot de ambten in het volwassenenonderwijs en voor de leraar secundair volwassenenonderwijs tot de opleidingen en modules. Als 'bekwaamheidsbewijs' geldt een 'basisdiploma', eventueel aangevuld met een 'diploma van leraar of een bewijs van pedagogische bekwaamheid' en eventueel aangevuld met de vereiste erkende 'nuttige ervaring'.

In een aantal gevallen bestaat het bekwaamheidsbewijs enkel uit erkende nuttige ervaring.

De Vlaamse Regering kan voor elk ambt, elke opleiding en elke module 'vereiste', 'voldoende geachte' en 'andere' bekwaamheidsbewijzen vastleggen.

4.2. Wie reikt het bekwaamheidsbewijs uit?

De studiebewijzen die deel uitmaken van het bekwaamheidsbewijs moeten in principe uitgereikt zijn door een Belgische onderwijsinstelling of examencommissie. Ze kunnen eveneens uitgereikt zijn na het volgen van een opleiding die door wet of decreet gelijkgesteld is met een opleiding aan een Belgische universiteit of een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling.

In afwijking hiervan komen ook studiebewijzen in aanmerking die afgeleverd worden door erkende centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (Syntra); in het kader van de leertijd kunnen deze centra een aantal studiebewijzen van secundair onderwijs afleveren. Concreet gaat het om:

- het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);

- het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs);

- het diploma secundair onderwijs(beroepssecundair onderwijs).

4.3. Het stelsel van de bekwaamheidsbewijzen

De bekwaamheidsbewijzen worden als volgt ingedeeld:

- 'vereiste' bekwaamheidsbewijzen:

Wie voor een ambt of in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs voor een opleiding of module een vereist bekwaamheidsbewijs heeft, is specifiek opgeleid om dat ambt/die opleiding/die module uit te oefenen.

In de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel moet het personeelslid steeds over een bewijs van pedagogische bekwaamheid beschikken om een vereist bekwaamheidsbewijs te hebben.

- 'voldoende geachte' bekwaamheidsbewijzen

Wie voor een ambt of in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs voor een opleiding of module een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft, voldoet aan het gevraagde opleidingsniveau, maar is niet specifiek opgeleid voor dit ambt/die opleiding/die module. Wel beschikt het personeelslid in de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel ook hier telkens over een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Het centrumbestuur kan bij een aanwerving vrij kiezen tussen kandidaten met een vereist bekwaamheidsbewijs of kandidaten met een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Bij de invulling van de vereiste en de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen bij het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, is een parallel getrokken tussen de toegelaten diplomaniveaus van de vereiste en de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen: indien bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen enkel diploma's van het niveau master toegelaten zijn, is dit ook zo bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen; indien bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen enkel diploma's hoger onderwijs toegelaten zijn, is dit ook zo bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen. Wanneer bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen studiebewijzen van het niveau secundair onderwijs met drie jaar erkende nuttige ervaring toegelaten zijn, is dit ook zo bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen en worden daarenboven bij de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen ook nog studiebewijzen van lager secundair technisch of beroepsonderwijs met zes jaar erkende nuttige ervaring en 9 jaar erkende nuttige ervaring erkend.

- 'andere' bekwaamheidsbewijzen

Aan personen met een 'ander' bekwaamheidsbewijs, wordt tijdelijk een financiering of subsidiëring verleend. Een centrumbestuur moet voorrang verlenen aan kandidaten met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Het kan enkel kandidaten met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanwerven bij wijze van tijdelijke uitzonderingsmaatregel. Daarbij moet het centrumbestuur aan de afdeling Volwassenenonderwijs op eer verklaren dat het niet mogelijk was om een houder van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aan te werven. (Zie omzendbrief: Indiensttreding van een tijdelijk personeelslid in het onderwijs: mededeling aan het departement Onderwijs referentie : PERS/2005/09 van 29/06/2005.)

Het centrumbestuur hoeft die verklaring op eer niet af te leggen:

- wanneer de aanstelling van het personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs zich beperkt tot een aanstelling van maximaal 97 dagen;

- wanneer het personeelslid over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs zou beschikken, als het ook een bewijs van pedagogische bekwaamheid had. Dan hoeft het centrumbestuur de verklaring op eer niet af te leggen gedurende een periode, gelijk aan de minimumduur nodig om een bewijs van pedagogische bekwaamheid te behalen, vermeerderd met een schooljaar. De bedoelde periode loopt vanaf de 1e september volgend op de datum van de eerste aanstelling in het secundair volwassenenonderwijs.

Als het centrumbestuur een personeelslid met een 'ander' bekwaamheidsbewijs aanstelt buiten de twee bovenvermelde gevallen, kan een personeelslid dat een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs bezit en dat zich voor het betrokken ambt, de betrokken opleiding of de betrokken module kandidaat heeft gesteld, verhaal aantekenen bij het centrumbestuur. Meer informatie hierover vindt u terug in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

De aanstelling van een personeelslid dat een 'ander' bekwaamheidsbewijs heeft, is beperkt tot het lopende schooljaar. Het personeelslid kan eventueel het volgende schooljaar opnieuw aangesteld worden op basis van een 'ander' bekwaamheidsbewijs als opnieuw aan de hierboven vermelde voorwaarden is voldaan.

Personeelsleden die aangesteld zijn met een 'ander' bekwaamheidsbewijs, kunnen geen tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of vaste benoeming verwerven. Zij worden ook aan een lagere salarisschaal bezoldigd dan personeelsleden die over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikken.

4.4. Regeling voor buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften

Buitenlandse studiebewijzen moeten erkend worden om als een bekwaamheidsbewijs te kunnen gelden. Er zijn twee soorten erkenning :

-de academische erkenning van buitenlandse diploma’s die NARIC-Vlaanderen uitreikt. Voor meer informatie kunt u terecht op hun website ;

-de professionele erkenning voor EER- leerkrachten, in toepassing van de Europese richtlijn 2005/36 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, die gewijzigd werd door ER 2013/55 die AGODI uitreikt. Voor meer informatie kunt u terecht op hun website .

4.5. Regeling voor diploma's behaald in de Franse Gemeenschap

De diploma's die erkende onderwijsinstellingen in de Franse Gemeenschap uitreiken, zijn als evenwaardig erkend met de overeenkomstige diploma's die erkende onderwijsinstellingen in Vlaanderen uitreiken. Er is dus geen beslissing tot gelijkwaardigheid voor een diploma van de Franse Gemeenschap nodig.

4.6. Het bekwaamheidsbewijs als bewijs van de vereiste kennis van het Nederlands

Vanaf 1 september 2009 is het gehele stelsel van taalkennisvoorwaarden om een betrekking in het onderwijs te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) herzien en is het Europees Referentiekader voor Talen van toepassing. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs” (PERS/2010/01).

4.7. Hoe het besluit en de bijlagen gebruiken?

Een bekwaamheidsbewijs bestaat, zoals hierboven al vermeld, uit een basisdiploma, eventueel aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid en eventueel aangevuld met erkende nuttige ervaring. In een aantal gevallen bestaat het bekwaamheidsbewijs enkel uit erkende nuttige ervaring.

4.7.1. Basisdiploma's

Het overzicht van de aanvaarde basisdiploma's vindt u terug in artikel 6 van het besluit van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

Deze lijst bevat een reeks studiebewijzen die gerangschikt zijn volgens niveau en gaan van de diploma's uitgereikt overeenkomstig de wetgeving op de academische graden tot de studiebewijzen van het niveau lager secundair onderwijs.

In het kader van de leertijd worden het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs), het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) en het diploma secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs) die na 1 september 2008 in het deeltijds beroepssecundair onderwijs uitgereikt werden, eveneens als basisdiploma aanvaard.

4.7.2. Bewijzen van pedagogische bekwaamheid

De bewijzen van pedagogische bekwaamheid die gelden in het volwassenenonderwijs zijn dezelfde als die, die gelden in het gewoon secundair onderwijs. U vindt het overzicht ervan terug in artikel 3, §2 van het hierboven al aangehaalde besluit van 14 juni 1989. Met ingang van 1 september 2019 omvat de lijst van aanvaarde bewijzen van pedagogische bekwaamheid dus ook de nieuwe educatieve master. Daarenboven worden ook de diploma’s van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs, in het lager onderwijs en in het secundair onderwijs en het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019 als bewijs van pedagogische bekwaamheid beschouwd.

Met ingang van 1 september 2013 worden een aantal studiebewijzen en diploma’s niet langer als bewijs van pedagogische bekwaamheid erkend. Het gaat om de volgende studiebewijzen:

1° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren;

2° het diploma van bachelor in het onderwijs: zorgverbreding en remediërend leren;

3° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs;

4° het diploma van de voortgezette studie van geaggregeerde voor het buitengewoon onderwijs en remedial teaching;

5° het diploma van de voortgezette studie van remedial teacher;

6° het diploma van de voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;

7° het diploma van bachelor in het onderwijs: buitengewoon onderwijs;

8° het bekwaamheidsgetuigschrift tot het geven van buitengewoon onderwijs.

Meer informatie hierover vindt u onder punt 6, Aandachtspunten schooljaar 2013-2014, punt 1.1.

4.7.3. Nuttige ervaring als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs

Bij studiebewijzen van het niveau secundair onderwijs of van een lager onderwijsniveau, of wanneer het personeelslid geen erkend studiebewijs heeft, is het steeds noodzakelijk dat het personeelslid beschikt over minimaal 3 jaar erkende nuttige ervaring. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief betreffende de erkenning van diensten als nuttige ervaring (referentie 13/CB/SG/WVB/4).

Belangrijk is dat bij opleidingen met een definitief modulair opleidingsprofiel waar de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van de opleiding vastgelegd zijn, een personeelslid dat nuttige ervaring nodig heeft als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs, voor alle modules van de betrokken opleiding nuttige ervaring erkend moet krijgen om aangesteld te kunnen worden in die opleiding.

Voorbeeld 1: een centrum voor volwassenenonderwijs wil een personeelslid met het diploma HSTO haartooi en een bewijs van pedagogische bekwaamheid aanstellen in de opleiding kapper. Het centrum vraagt voor dit personeelslid nuttige ervaring aan voor deze opleiding. Het personeelslid krijgt voor alle modules van deze opleiding 6 jaar en 3 maanden nuttige ervaring erkend en kan dus aangesteld worden in de opleiding kapper….

Voorbeeld 2: een centrum voor volwassenenonderwijs wil een personeelslid met het studiebewijs HSBS bouw en een bewijs van pedagogische bekwaamheid aanstellen in de opleiding ijzervlechter. Het centrum vraagt voor dit personeelslid nuttige ervaring aan voor de modules basis betonconstructies, betonconstructies en ijzervlechtwerk. Het personeelslid krijgt 4 jaar en 2 maanden nuttige ervaring erkend voor de modules basis betonconstructies en betonconstructies en 2 jaar en 6 maanden voor de module ijzervlechtwerk. Het personeelslid beschikt niet over minimaal 3 jaar erkende nuttige ervaring voor alle modules van de opleiding ijzervlechter en kan dus niet in die opleiding aangesteld worden, tenzij als uitzonderingsmaatregel met een 'ander' bekwaamheidsbewijs.

Enkel voor de opleidingen …,…,grootkeukenmedewerker, kelner, …, … en wordt een uitzondering gemaakt: hoewel de bekwaamheidsbewijzen hier op opleidingsniveau vastgelegd zijn, zullen deze opleidingen behandeld worden als lagen de bekwaamheidsbewijzen op moduleniveau. Dat betekent dus dat personeelsleden die nuttige ervaring nodig hebben als onderdeel van hun bekwaamheidsbewijs en die niet voor alle modules van deze opleidingen nuttige ervaring kunnen aantonen, in uitzondering op de hierboven geschetste algemene regel toch aangesteld kunnen worden in die modules waarvoor ze de benodigde nuttige ervaring erkend gekregen hebben.

Voorbeeld 3: een centrum voor volwassenenonderwijs wil een personeelslid met het diploma HSTO hotel - keuken en een bewijs van pedagogische bekwaamheid aanstellen in de opleiding grootkeukenmedewerker. Het centrum vraagt voor alle vijf modules van die opleiding nuttige ervaring aan en het personeelslid krijgt voor vier modules 4 jaar nuttige ervaring erkend, behalve voor de module toonbankbediening. Hoewel het personeelslid dus niet voor alle modules van de opleiding grootkeukenmedewerker nuttige ervaring erkend gekregen heeft, kan het omwille van de toegelaten uitzondering toch aangesteld worden met een vereist bekwaamheidsbewijs in die modules van de opleiding grootkeukenmedewerker waarvoor het wel de vereiste nuttige ervaring erkend gekregen heeft.

4.7.4. Bekwaamheidsbewijzen online: BBVWO

De bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2010 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs sommen per ambt en voor de leraar secundair volwassenenonderwijs per opleiding of per module de bekwaamheidsbewijzen op. U kunt deze overzichten online raadplegen via de website Onderwijs en Vorming en meer specifiek via de toepassing BBVWO. Een toelichting over de mogelijkheden ervan vindt u in de bijhorende handleiding.

De toepassing BBVWO bestaat uit twee luiken, namelijk enerzijds een luik met de ambten (behalve het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs) en anderzijds een luik dat voor het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs een verdere opsplitsing maakt naar de opleidingen en modules. Bij het luik met de ambten kunt u per ambt de verscheidene bekwaamheidsbewijzen terug vinden. U kunt ook omgekeerd op basis van een bekwaamheidsbewijs zoeken tot welke ambten dit bekwaamheidsbewijs toegang geeft.

Bij het luik met de opleidingen en modules kunt u via de knop 'van opleiding naar module of diploma' nagaan welke bekwaamheidsbewijzen gelden per opleiding. Voor de leraar secundair volwassenenonderwijs liggen de bekwaamheidsbewijzen ofwel vast op het niveau van de opleiding, wanneer de modules die deel uitmaken van de betrokken opleiding van gelijkaardige inhoud zijn, ofwel op het niveau van de module, wanneer de modules die deel uitmaken van de opleiding te divers van aard zijn. Dit wordt ook zo weerspiegeld in de online toepassing: wanneer u klikt op een opleiding en u krijgt meteen de bekwaamheidsbewijzen te zien, betekent dit dat de bekwaamheidsbewijzen vastgelegd zijn op opleidingsniveau. Wanneer u op een opleiding klikt en u krijgt daarna een scherm met modules te zien, betekent dit dat de bekwaamheidsbewijzen op moduleniveau vastgelegd zijn. U kunt ook via de knop 'van module naar diploma' de bekwaamheidsbewijzen per module opzoeken of omgekeerd via de knop 'van diploma naar module' nagaan welke bekwaamheidsbewijzen aan welke modules gekoppeld zijn. De schermen geven telkens ook de koppeling tussen de opleiding en de modules weer.

Behoudens een paar uitzonderingen, zijn bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen bij het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs concrete diploma's opgenomen, zoals bv. licentiaat taal- en letterkunde: Romaanse talen (hoofdtaal Frans) + BPB, master in de taal- en regiostudies: sinologie + BPB, educatieve master met vakdidactiek Nederlands niet-thuistaal, Bachelor (PBA) toegepaste informatica + BPB, HOKT orthopedagogie + BPB, GLSO hout, educatieve bachelor bouw, HSTO drukken + BPB + 3 jaar NE, HSTO mode en kleding + BPB + 3 jaar NE, HSBO boekbinden + BPB + 3 jaar NE, ...

Bij de voldoende geachte en 'andere' bekwaamheidsbewijzen van het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en bij de andere ambten wordt gebruik gemaakt van een algemeen diplomaniveau, al dan niet aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Deze algemene niveaus worden aangeduid via een aantal 'definities'. Hieronder vindt u informatie over de belangrijkste definities.

4.7.4.1. Ten minste master

De term ‘diploma van master’ omvat het diploma van

- een initiële master aansluitend bij een bachelor, eventueel na een schakelprogramma.

Met ingang van 1 september 2013 vallen hier ook onder:

- de master, aansluitend op een master (manama);

- de graden van gediplomeerde in de aanvullende studiën (GAS) en van gediplomeerde in de gespecialiseerde studiën (GGS).

Met ingang van 1 september 2019 wordt hier ook de nieuwe educatieve master onder gerekend.

Onder de definitie 'ten minste master' worden niet alleen de bovenvermelde diploma's van master gerekend, maar ook de diploma’s van licentiaat, arts, burgerlijk en industrieel ingenieur, hoger technisch of hoger kunstonderwijs van de 3e graad met volledig leerplan, enz.

Voor het volledige overzicht zie punt 1° tot en met 11° van artikel 6 van het besluit van 14 juni 1989.

4.7.4.2. Ten minste bachelor

De term ‘diploma van bachelor’ omvat diploma’s van:

- professioneel gerichte bachelor uitgereikt na het volgen van een initiële bacheloropleiding;

- bachelor, aansluitend op een bachelor (vanaf 1 september 2013);

- academisch gerichte bachelor (vanaf 1 september 2013).

Onder de definitie 'ten minste bachelor' worden in de eerste plaats de bovenvermelde diploma's van bachelor gerekend. Bovendien omvat de verzamelbenaming ook de diploma's van het hoger onderwijs van het korte type (HOKT), de diploma's van gegradueerde (zowel de vroeger uitgereikte als de nu uitgereikte in het hoger beroepsonderwijs en vanaf 1 september 2019 ook de diploma’s van het educatief graduaat in het secundair onderwijs), diploma's van technisch ingenieur, diploma's van hoger kunstonderwijs van de eerste of tweede graad met volledig leerplan, diploma's van een hogere technische leergang van de tweede graad, ...

Ook alle diploma's die onder de definitie 'ten minste master' vallen, worden hieronder gerekend. Voor het volledige overzicht zie punt 1° tot en met 42° van artikel 6 van het besluit van 14 juni 1989.

De diploma's van onderwijzer, kleuteronderwijzer, GLSO en GVSO-groep 1, evenals de bachelors in het onderwijs en vanaf 1 september 2019 de nieuwe educatieve bachelor in het kleuteronderwijs, in het lager onderwijs en in het secundair onderwijs, maar ook de educatieve master en het educatief graduaat in het secundair onderwijs vallen eveneens onder de definitie 'ten minste bachelor’, maar voldoen tezelfdertijd ook aan de definitie van 'bewijs van pedagogische bekwaamheid'.

Let op: onder de definitie van 'ten minste bachelor’ valt niet het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, noch het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, noch het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie, noch het pedagogisch getuigschrift uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs.

4.7.4.3. Ten minste HSO

Onder deze definitie vallen onder meer alle diploma's hoger onderwijs, het diploma van kandidaat, het diploma van de 4e graad beroepssecundair onderwijs, het diploma secundair onderwijs, het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, het certificaat gerangschikt als TSO3 of BSO3, ... Voor het volledige overzicht zie zowel punt 1° tot en met 56bis° van artikel 6 als de definities ASBO, HSBO, HSTO en HSKO, die opgenomen zijn in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989.

4.7.4.4. Andere definities

Andere definities, zoals bv. HOKT, HSTO, LSTO, LSBO, ... vindt u eveneens terug in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989.

4.7.5. Uitbreidingsmodules

Met ingang van 1 september 2011 werden voor het eerst de zogenaamde uitbreidingsmodules geïntroduceerd. Eigen aan uitbreidingsmodules is dat ze een uitbreiding of specialisatie bij een opleiding zijn, maar dat ze geen deel uitmaken van het certificaattraject van de opleiding: een cursist hoeft de uitbreidingsmodule met andere woorden niet te volgen om het certificaat van de opleiding waarbij de uitbreidingsmodule hoort, te behalen.

Zoals in punt 4.7.4. toegelicht, kent het secundair volwassenenonderwijs opleidingen waar de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van de opleiding vastgelegd zijn en opleidingen waar de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van de module vastgelegd zijn. Uitbreidingsmodules kunnen bij beide soorten opleidingen een uitbreiding/specialisatie vormen. In beide gevallen worden de uitbreidingsmodules behandeld als aparte modules, ook wanneer een uitbreidingsmodule dezelfde bekwaamheidsbewijzen heeft als een volledige opleiding. Zoals hierboven immers vermeld, maken de uitbreidingsmodules geen deel uit van een opleiding en kunnen ze aldus evenmin naar de invulling van de rechten en plichten van de personeelsleden samen met de erbij horende opleiding bekeken worden.

Voorbeeld:

Een aanvraag/erkenning nuttige ervaring voor de opleiding ‘autobuschauffeur’ (bekwaamheidsbewijzen op opleidingsniveau) geldt niet automatisch voor de module ‘rijtechnieken aanhangwagen’; de aanvraag/erkenning nuttige ervaring voor deze module moet apart verlopen. Ook de opbouw voor het aantal benodigde dagen dienstanciënniteit met het oog op het verkrijgen van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verloopt voor de opleiding ‘autobuschauffeur’ en de module ‘rijtechnieken aanhangwagen’ apart. Wie bijgevolg op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs 720 dagen dienstanciënniteit heeft opgebouwd in het kader van het verwerven van een recht op TADD voor de opleiding ‘autobuschauffeur’ heeft deze dienstanciënniteit niet automatisch ook verworven voor de uitbreidingsmodule ‘rijtechnieken aanhangwagen’.

4.7.6. Geletterdheidmodules en open modules

Met ingang van 1 september 2014 worden voor het eerst de zogenaamde geletterdheidsmodules geïntroduceerd. Net zoals uitbreidingsmodules maken geletterdheidsmodules geen deel uit van de opleiding waartoe ze behoren en hoeft een cursist aldus de geletterdheidsmodule niet te volgen om het certificaat van de opleiding waarbij de geletterdheidsmodule hoort, te behalen.

Momenteel komen de geletterdheidsmodules voor bij opleidingen uit het studiegebied Nederlands tweede taal waar de bekwaamheidsbewijzen van de opleidingen die deel uitmaken van dat studiegebied op het niveau van de opleiding liggen. Met ingang van 1 februari 2016 worden er ook geletterdheidsmodules geïntroduceerd in het kader van Nederlands en leren leren. Die geletterdheidsmodules kunnen bij elke diplomagerichte opleiding aangeboden worden. Vanaf 1 februari 2019 worden de geletterdheidsmodules aangevuld met de module Financiële geletterdheid uit het studiegebied bedrijfsbeheer.

In elk geval worden de geletterdheidsmodules, net zoals de uitbreidingsmodules, als aparte modules beschouwd, ook wanneer een geletterdheidsmodule dezelfde bekwaamheidsbewijzen heeft als een volledige opleiding. Zoals hierboven immers vermeld, maken de geletterdheidsmodules geen deel uit van een opleiding en kunnen ze aldus evenmin naar de invulling van de rechten en plichten van de personeelsleden samen met de erbij horende opleiding bekeken worden.

Het decreet volwassenenonderwijs bepaalt dat geletterdheidsmodules ook onder de vorm van een zogenaamde ‘open module’ aangeboden kunnen worden. Omdat een ‘open module’ geen volledig aparte module is, die zoals alle andere modules in een opleidingsprofiel opgenomen is, is er voor gekozen om bij het inrichten van een open module met het systeem van de gelijkstelling te werken. Wanneer een geletterdheidsmodule onder de vorm van een open module ingericht wordt, moet de open module gelijkgesteld worden met die geletterdheidsmodule waarvan de open module afgeleid is of waaruit de open module de meeste competenties haalt.

De personeelsleden die met een open module belast worden, worden dan bezoldigd op basis van het bekwaamheidsbewijs dat ze bezitten voor de geletterdheidsmodule waarmee de open module gelijkgesteld is. In de elektronische zendingen meldt u deze open modules door de vakcode 978 te koppelen aan de geletterdheidsmodule waarmee de open module wordt gelijkgesteld.

Voorbeeld

Een centrum richt een open module in binnen de opleiding Nederlands tweede taal – richtgraad 1. Deze open module is afgeleid of haalt de meeste competenties uit de module NT2 - Breakthrough / Waystage spreken/gesprekken voeren en luisteren in de opleiding. Het centrum meldt het betrokken personeelslid in dit geval in dienst voor de betreffende module en koppelt deze module aan de vakcode 978 – ‘open module’.

5. Aandachtspunten schooljaar 2019-2020 met ingang van 1 september 2019

5.1. Wijzigingen naar aanleiding van de overheveling van het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding naar het hoger onderwijs

5.1.1. Overgangsmaatregelen voor de directeurs van een centrum voor volwassenenonderwijs met HBO/SLO

In de huidige regeling is voorzien dat directies van een centrum voor volwassenenonderwijs waar hetzij hoger beroepsonderwijs, hetzij de specifieke lerarenopleiding ingericht worden, een hogere salarisschaal ontvangen dan de directeurs van centra waar enkel secundair volwassenenonderwijs ingericht wordt. Bij de berekening van het salaris wordt rekening gehouden met het aandeel lesuren-cursist die door het hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding gegenereerd worden als aandeel van het volledige pakket lesuren-cursist binnen het betrokken centrum voor volwassenenonderwijs. Omdat alle centra voor volwassenenonderwijs vanaf 1 september 2019 hun opleidingen hoger beroepsonderwijs of hun specifieke lerarenopleiding dienen over te hevelen naar het hoger onderwijs, zouden de directies die aan de slag blijven in het volwassenenonderwijs hun salaris zien dalen vanaf 1 september 2019.

Daarom is voorzien in een overgangsmaatregel, zodat sommige directeurs de salarisschaal waarop zij op 31 augustus 2019 recht hebben, kunnen behouden, wanneer zij na 1 september 2019 in een centrum voor volwassenenonderwijs aan de slag gaan als directeur.

Welke directeurs krijgen de overgangsmaatregel toegekend?

  • De directeurs die op 31/08/2019 vastbenoemd zijn als directeur in een centrum voor volwassenenonderwijs waar op diezelfdedatum nog hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding ingericht wordt;
  • De directeurs die in de loop van de schooljaren 2016-2017, 2017-2018 of 2018-2019 tijdelijk aangesteld waren in een centrum voor volwassenenonderwijs dat op 31/08/2019 hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding inricht.

De bovenvermelde directeurs behouden ook na 31 augustus 2019 het volume aan twintigsten in de salarisschaal 565 (of 511) waaraan zij op 31 augustus 2019 bezoldigd werden, op voorwaarde dat zij in het ambt van directeur aangesteld worden.

Ook de directeurs die na 1 september 2019 in het ambt van adjunct-directeur fusie aangesteld worden, kunnen van deze overgangsmaatregel gebruik maken.

5.1.2. Overgangsmaatregelen voor de adjunct-directeurs HBO/SLO

Ook de personeelsleden aangesteld in het ambt van adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding hebben volgens de regelgeving recht op een hogere salarisschaal dan de personeelsleden aangesteld in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs. Indien deze personeelsleden een nieuwe affectatie zouden verkrijgen in het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs, zouden zij loonverlies lijden.Daarom is ook voor hen voorzien in een overgangsmaatregel.

Welke adjunct-directeurs krijgen de overgangsmaatregel toegekend?

  • De adjunct- directeursdie op 31/08/2019 vastbenoemd zijn in het ambt van adjunct-directeur HBO/SLO in een centrum voor volwassenenonderwijs waar op diezelfde datum nog hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding ingericht wordt;
  • De adjunct-directeurs die in de loop van de schooljaren 2016-2017, 2017-2018 of 2018-2019 tijdelijk aangesteld waren in het ambt van adjunct-directeur HBOS/SLO in een centrum voor volwassenenonderwijs dat op 31/08/2019 hoger beroepsonderwijs of de specifieke lerarenopleiding inricht.

De hierboven vermelde adjunct-directeurs HBO/SLO behouden ook na 31 augustus 2019 de salarisschaal 509 wanneer zij een nieuwe affectatie verkrijgen in het ambt van adjunct-directeur SVWO. Een centrumbestuur dient hiervoor dan wel 134 punten uit de haar toegekende puntenenveloppe aan te wenden.

5.1.3. Bijkomende salarisschalen bij het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs

Binnen de puntenenveloppe die voorzien wordt voor het aanstellen van bestuurs- en ondersteunend personeel zijn een aantal bijkomende puntenwaardes toegevoegd, waardoor er voor het ambt van adjunct-directeur ook bijkomende salarisschalen ingevoerd worden. Zie hiervoor ook punt 6.2.2.2 van de omzendbrief De erkenning en financiering of subsidiëring van de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie .

Vanaf 1 september 2019 gelden voor het ambt van adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs volgende bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen:

  • ten minste bachelor met puntenwaarde 122 + BPB = salarisschaal 413
  • ten minste bachelor met puntenwaarde 120 + BPB = salarisschaal 312
  • ten minste master met puntenwaarde 134 + BPB = salarisschaal 540
  • ten minste master met puntenwaarde 130 + BPB = salarisschaal 502

5.1.4. Nieuw ambt van stafmedewerker

Vanaf 1 september 2019 wordt binnen de categorie van het ondersteunend personeel het nieuwe ambt van stafmedewerker ingevoerd. Voor dit ambt gelden volgende bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen:

  • t en minste bachelor = salarisschaal 316
  • t en minste master = salarisschaal 502

5.1.5. Schrappen ambten directeur centra voor volwassenenonderwijs met HBO/SLO, adjunct-directeur HBO/SLO en lector

Gezien vanaf 1 september 2019 de ambten van lector en adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs en specifieke lerarenopleiding naar aanleiding van de overdacht van het HBO en de SLO naar het hoger onderwijs niet meer in het volwassenenonderwijs ingericht kunnen worden, worden deze ambten verwijderd uit het besluit waarin de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen zijn vastgelegd. Ook de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen voor directies die aan het hoofd stonden van een centrum voor volwassenenonderwijs waar HBO of SLO ingericht werd, evenals de berekening voor het salaris van directies die in hun centrum voor volwassenenonderwijs zowel HBO of SLO als secundair volwassenenonderwijs aanboden, is opgeheven.

5.2. Hervorming van de lerarenopleidingen

5.2.1. Algemeen

Naar aanleiding van het decreet van 4 mei 2018 waarin de versterking van de lerarenopleidingen in de hogescholen en universiteiten voorzien wordt, was het noodzakelijk om de stelsels van de bekwaamheidsbewijzen aan te vullen met de vernieuwde lerarenopleidingen. De vernieuwde lerarenopleidingen bestaan uit 5 soorten lerarenopleidingen:

  • de educatieve master met een of meer gevolgde vakdidactieken
    • als generatietraject, aansluitend aan een academische bachelor;
    • in verkorte vorm voor wie al een ander masterdiploma heeft;
  • de educatieve bachelor in het secundair onderwijs
    • met onderwijsvakken
    • in verkorte vorm zonder onderwijsvakken voor wie al een ander bachelordiploma heeft ;
  • d e educatieve bachelor in het kleuteronderwijs
  • de educatieve bachelor in het lager onderwijs;
  • het educatief graduaat in het secundair onderwijs met een of meer gevolgde onderwijsvakken ;

Deze 5 soorten lerarenopleidingen worden allen beschouwd als zowel een basisdiploma als een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Ze worden daarenboven ook allen gerekend onder de definities ‘ten minste HSO’ en ‘ten minste bachelor’ (dus ook het educatief graduaat in het secundair onderwijs). De educatieve master behoort daarnaast ook tot de omschrijving ‘ten minste master’.

5.2.2. Educatieve master (niveau 7 van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

Er zijn twee soorten van opleidingen die leiden tot het diploma van educatieve master. Enerzijds is er het ‘generatietraject’ die studenten aansluitend bij een academische gerichte bachelor kiezen en dat uit hetzij 90 studiepunten, hetzij 120 studiepunten bestaat. Anderzijds is er een korter traject van 60 studiepunten voor wie al een ander masterdiploma heeft.

  • Wie de opleiding educatieve master volgt, kiest minstens één vakdidactiek uit het aanbod van de hogeschool of de universiteit, die erover waakt dat de student de nodige vakinhoudelijke voorkennis heeft. D e lijst van benamingen van toegelaten vakdidactieken is in een besluit van de Vlaamse Regering vastgelegd. De vakdidactieken en aanverwante opleidingsonderdelen bepalen wie in het volwassenenonderwijs een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor welke opleiding(en) en welke module(s).

Voor het concrete overzicht raadpleegt u best de online toepassing BBVWO : via het onderdeel “van diploma naar opleiding, module of ambt” geeft u de kernwoorden “educatieve master” in, waarna u een overzicht krijgt van de 44 vakdidactieken die momenteel voor een of meerdere opleidingen of modules e en vereist bekwaamheidsbewijs vormen.

  • Wat de onderwijsbevoegdheid betreft, kan er een verschil zijn tussen de onderwijsbevoegdheid toegekend op basis van een educatieve master en de bijhorende vakdidactiek enerzijds en de huidige gelijknamige master + BPB.

5.2.3. Educatieve bachelor in het secundair onderwijs (niveau 6 van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

5.2.3.1. Algemeen

Binnen de educatieve bachelor secundair onderwijs kunnen twee trajecten onderscheiden worden:

  • het traject van 180 studiepunten waarin de student 2 onderwijsvakken kiest. Dit traject is de opvolger van de bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs;
  • het verkorte traject van 60 studiepunten zonder onderwijsvakken dat gericht is naar kandidaat-leraren die al over een andere bachelordiploma beschikken.

In de meeste gevallen kan de student van de educatieve bachelor met onderwijsvakken uit dezelfde lijst onderwijsvakken kiezen als de student die tot nu toe de bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs volgde. De onderwijsbevoegdheid is in deze gevallen dan ook dezelfde gebleven – zie hiervoor BBVWO. f ambt

Vb.: het diploma van educatieve bachelor secundair onderwijs met onderwijsvak Frans heeft dezelfde onderwijsbevoegdheid als het diploma van bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs onderwijsvak Frans en is dus een vereist bekwaamheidsbewijs voor de opleidingen Frans RG 1 en RG 2 en voor de modules Frans binnen het studiegebied algemene vorming.

Hierbij is wel het onderwijsvak voeding/verzorging van de bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs in de educatieve bachelor het onderwijsvak gezondheidsopvoeding geworden, maar de onderwijsbevoegdheid is daarbij gelijk gebleven.

5.2.3.2. Specifieke gevallen bij de onderwijsvakken Nederlands niet-thuistaal,economie en bedrijfsorganisatie

Het onderwijsvak Nederlands niet-thuistaal is een nieuw onderwijsvak binnen de educatieve bachelor. Logischerwijze is dit onderwijsvak een vereist bekwaamheidsbewijs voor de opleidingen Nederlands tweede taal RG1 en RG2, Nederlands tweede taal professioneel bedrijfsgericht R G 2 en socio-culturele integratie RG1 en RG2 en voor de 7 modules NT2 binnen de geletterdheidsmodules.

Het onderwijsvak bedrijfsorganisatie komt in de plaats van de onderwijsvakken handel, burotica en handel/ burotica . In een aantal gevallen was er tussen deze onderwijsvakken en het onderwijsvak economie een overlap in vereiste bekwaamheidsbewijzen. Om de student die de onderwijsvakken bedrijfsorganisatie of economie kiest, duidelijker te richten, is de onderwijsbevoegdheid herzien en is de overlap beperkt tot een aantal boekhoudmodules. Voor het concrete overzicht, raadpleegt u BBVWO en geeft via het onderdeel “van diploma naar opleiding, module of ambt” respectievelijk “educatieve bachelor in het secundair onderwijs bedrijfsorganisatie” of “educatieve bachelor in het secundair onderwijs economie” in.

5.2.4. Educatieve bachelor in het kleuteronderwijs en educatieve bachelor in het lager onderwijs (niveau 6 van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

De nieuwe opleidingen van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs en educatieve bachelor in het lager onderwijs zijn net als hun voorlopers , de bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs en de bachelor in het onderwijs: lager onderwijs , als basisdiploma opgenomen. Zij worden tot de definities van ‘ten minste HSO en ‘ten minste bachelor + BPB’ gerekend en zijn dus bij quasi alle modules en opleidingen een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

5.2.5. Educatief graduaat in het secundair onderwijs (niveau 5van de Vlaamse kwalificatiestructuur)

Deze opleiding is specifiek gericht naar kandidaat-leraren die niet over een diploma hoger onderwijs beschikken en les wensen te geven in technische en praktische vakken of modules. Om tot de opleiding en een welbepaald onderwijsvak toegelaten te worden, oordeelt de inrichtende hogeschool of de kandidaat-leraar over de nodige vakinhoudelijke startbekwaamheid beschikt. De Vlaamse Regering heeft de onderwijsvakken die de student kan opnemen, in een besluit vastgelegd.

Bij houders van een educatief graduaat is het niet meer nodig om nuttige ervaring te laten erkennen als onderdeel van het bekwaamheidsbewijs – door het behalen van het educatief graduaat voldoen de betrokken leraren hier al aan. Wel kunnen zij volgens de geijkte procedure nog nuttige ervaring laten erkennen als deel van hun geldelijke anciënniteit (zie hiervoor de omzendbrief met referentie 13/CB/SG/WVB/4 ). Door de premisse dat de houder van een educatief graduaat zijn nuttige ervaring voor een welbepaalde opleiding of module niet meer hoeft te bewijzen, is het momenteel nog niet duidelijk tot welke opleidingen of modules de verschillende onderwijsvakken die in het educatief graduaat aangeboden worden, specifiek zullen opleiden. Daarom dat bij de start van het educatief graduaat nog geen vereiste bekwaamheidsbewijzen vastgelegd zijn voor het volwassenenonderwijs.

5.3. Nieuwe Opleidingsprofielen

5.3.1. Slavische en Europese neventalen richtgraad 2

Met ingang van 1 sep tember 2019 kunnen binnen het studiegebied Slavische talen de talen Bulgaars, Servisch-Kroatisch en Tsjechisch ook in Richtgraad 2 aangeboden worden. Ook de talen Fins en Hongaars van het studiegebied Europese neventalen kunnen vanaf dan in richtgraad 2 aangeboden worden. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen die voor deze 5 talen in richtgraad 2 gelden, zijn dezelfde als diegene die voor die talen al golden in richtgraad 1. Voor het concreet overzicht: zie BBVWO .

5.3.2. Opleidingen stukadoor, vloerder-tegelzetter (studiegebied afwerking bouw) en dekvloerlegger (studiegebied ruwbouw)

Met ingang van 1 september 2019 worden de opleidingen stukadoor, vloerder-tegelzetter en dekvloerlegger hervormd. De bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen blijven echter de bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen die golden voor de (bijna) gelijknamige benamingen. Voor het concreet overzicht ervan : zie BBVWO .

5.4. Actualisaties aan de vereiste bekwaamheidsbewijzen

5.4.1. Opleiding breien: schrappen vereiste bekwaamheidsbewijzen

Tot nu toe waren aan de opleiding “breien” dezelfde vereiste bekwaamheidsbewijzen toegekend als aan onder meer de opleidingen in de studiegebieden mode: maatwerk en mode: realisaties. Na het heroverwegen van de bekwaamheidsbewijzen, blijken deze vereiste bekwaamheidsbewijzen echter niet correct te zijn.

Daarom gelden vanaf 1 september 2019 enkel nog maar voldoende geachte (en ‘andere’) bekwaamheidsbewijzen meer voor deze opleiding. Zoals gebruikelijk wordt er wel voorzien in een overgangsmaatregel zodat sommige personeelsleden het vereist bekwaamheidsbewijs toch kunnen behouden.

Welke personeelsleden krijgen de overgangsmaatregel toegekend?

  • De leraren die op 31/08/2019 vastbenoemd zijn in de opleiding breien;
  • De leraren die in de loop van de schooljaren 2016-2017, 2017-2018 of 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in de opleiding breien .

Aan die personeelsleden die tot en met 31 augustus 2019 over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikken voor de opleiding breien en dat vanaf 1 september 2019 niet meer hebben, wordt een overgangsregeling toegekend, zodat zij ook na 1 september 2019 over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikken voor de opleiding breien.

5.4.2. Master met Nederlands als hoofdtaal

5.4.2.1. Verengen bekwaamheidsbewijs tot master uit het studiegebied taal- en letterkunde hoofdtaal Nederlands

Met ingang van 1 september 2014 werd bij alle talen ‘master met X als hoofdtaal’ als vereist bekwaamheidsbewijs ingeschreven bij de overeenstemmende taal. Daarmee werden zowel masters uit het studiegebied taal- en letterkunde als uit het studiegebied toegepaste taalkunde bedoeld. Wat Nederlands betreft, hebben houders van een masterdiploma uit het studiegebied toegepaste taalkunde de facto geen hoofdtaal voor Nederlands (wel mogelijks voor twee of meer moderne vreemde talen).

Om verwarring te voorkomen, wordt daarom het bekwaamheidsbewijs ‘master met Nederlands als hoofdtaal + BPB ‘ beter afgebakend tot ‘master uit het studiegebied taal- en letterkunde met Nederlands als hoofdtaal + BPB’ bij de volgende modules

  • AAV Nederlands B1/2
  • AAV Nederlands Basis
  • AAV Nederlands M1/2
  • ASO2-B Nederlands 1/2/3/4
  • ASO3-B Nederlands 1/2/3
  • Nederlandstalige communicatie voor contactcentermedewerkers
  • OPF Opfris Nederlands
  • OPF Opfris Nederlands ASO 3
  • OPF Opfris Nederlands TSO 3
  • Zakelijk Nederlands 1

5.4.2.2. Overgangsmaatregel AAV Nederlands basis

In de module AAV Nederlands basis zijn personeelsleden aangesteld die wel aan het criterium ‘master met Nederlands als hoofdtaal’ voldoen, maar hun studiebewijs behaald hebben in het studiegebied toegepaste taalkunde. Door de vere n ging van het vereist bekwaamheidsbewijs , zoals in punt 5.4.2.2. hierboven beschreven, zouden deze personeelsleden van een vereist bekwaamheidsbewijs terugvallen op een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs. Om dit te vermijden is een overgangsregeling voorzien.

Welke personeelsleden krijgen de overgangsmaatregel toegekend?

  • De leraren die op 31/08/2019 vastbenoemd zijn in de module AAV Nederlands basis ;
  • De leraren die in de loop van de schooljaren 2016-2017, 2017-2018 of 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast waren met een opdracht in de module AAV Nederlands basis.

Aan die personeelsleden die tot en met 31 augustus 2019 over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikken voor de module AAV Nederlands basis en dat vanaf 1 september 2019 niet meer hebben, wordt een overgangsregeling toegekend, zodat zij ook na 1 september 2019 over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikken voor die module AAV Nederlands basis.

5.4.3. Toevoegingen bij de modules digitale fotografie 1/2/3

Aan de modules digitale fotografie 1/2/3 worden volgende fotografie- gerelateerde diploma’s bij de vereiste bekwaamheidsbewijzen opgenomen:

  • Diploma hoger kunstonderwijs van de 2e graad afdeling foto-film + BPB
  • Diploma hoger kunstonderwijs van de 2e graad afdeling fotografie + BPB
  • Diploma hoger kunstonderwijs van de 2e graad afdeling kunstfilm-fotografie + BPB
  • Diploma hoger kunstonderwijs van de 2e graad afdeling publi -foto + BPB
  • Diploma hoger kunstonderwijs van de 3e graad fotografie + BPB
  • Diploma van meester in beeldende kunst fotografie + BPB
  • HOKT beeldvorming, optie fotografie + BPB
  • HOKT foto-film + BPB
  • HOKT fotografie + BPB
  • HSTO fotografie + BPB + 3 jaar NE

5.4.4. Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs natuurwetenschappen

Via OD XXIV werd in de lijst met onderwijsvakken die de opleidingen bachelor secundair onderwijs kunnen inrichten het onderwijsvak natuurwetenschappen toegevoegd. Dit onderwijsvak wordt toegevoegd als vereist bekwaamheidsbewijs bij de volgende modules:

  • AAV Wetenschappen B
  • AAV Wetenschappen M
  • OPF Opfris Natuurwetenschappen
  • WET 2 Wetenschappen 1/2/3/4

Zoals in 5.3.2.1 uitgelegd, wordt de onderwijsbevoegdheid van de nieuwe educatieve bachelor met onderwijsvak natuurwetenschappen eveneens bij deze 7 modules toegevoegd.

5.4.5. Opleidingen NT2

B ij de opleidingen van de twee studiegebieden NT2 zijn momenteel zowel de master taal- en letterkunde + BPB als de master toegepaste taalkunde + BPB als een vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen, zonder enige verdere specificatie van de gestudeerde taal. Naar analogie hiermee worden dan ook de Licentiaat Romaanse filologie + BPB en de Licentiaat taal- en letterkunde: Romaanse talen + BPB als een vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen voor de opleidingen NT2.

5.4.6. Schrappen afstudeerrichtingen bij HOKT verpleegkunde en HOKT verpleging

In 2013 werden in de opleidingen zorgkundige/verzorgende/logistiek medewerker de afstudeerrichtingen bij de opleidingen HOKT verpleegkunde/verpleging verwijderd, naar analogie met de bachelor verpleegkunde, waar dit al eerder was gebeurd onder invloed van een Europese richtlijn.

Met ingang van 1 september 2019 wordt deze vereenvoudiging ook doorgevoerd in de relevante modules van de opleidingen jeugd- en gehandicaptenzorg, interculturele medewerker en begeleider-animator bejaardenzorg, zodat onafhankelijk van de afstudeerrichting die iemand binnen de opleiding verpleegkunde/verpleging gevolgd heeft, de diploma’s HOKT verpleegkunde + BPB en HOKT verpleging + BPB een vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor alle modules van de opleidingen jeugd- en gehandicaptenzorg, interculturele medewerker en begeleider-animator bejaardenzorg waarvoor ook de Bachelor (PBA) verpleegkunde + BPB een vereist bekwaamheidsbewijs heeft.

5.4.7. Wegwerken van anomalieën bij de talen Chinees, Japans en Arabisch

Op basis van individuele dossiers bleek dat sommige oudere diploma’s bij deze drie talen onvoldoende gedetailleerd opgenomen waren of gewoon weg ontbraken . Om aan dit euvel te verhelpen, worden de bekwaamheidsbewijzen als volgt aangepast:

  • Bij Arabisch RG 1 en RG 2 worden de diploma’s
  • Licentiaat oosterse filologie + BPB
  • Licentiaat oosterse filologie en geschiedenis + BPB
  • Licentiaat oosterse studies + BPB

v erder verfijnd tot

  • Licentiaat oosterse filologie, optie arabistiek + BPB
  • Licentiaat oosterse filologie en geschiedenis, optie arabistiek + BPB
  • Licentiaat oosterse studies, optie arabistiek + BPB

  • Bij Chinees RG 1 en RG 2 worden toegevoegd
  • Licentiaat oosterse filologie, optie sinologie + BPB
  • Licentiaat oosterse filologie en geschiedenis, optie sinologie + BPB
  • Licentiaat oosterse studies, optie sinologie + BPB

  • Bij Japans RG 1 en RG 2 worden toegevoegd
  • Licentiaat oosterse filologie, optie japanologie + BPB
  • Licentiaat oosterse filologie en geschiedenis, optie japanologie + BPB
  • Licentiaat oosterse studies, optie japanologie + BPB

5.4.8. Certificaten uitgereikt in het secundair volwassenenonderwijs

De certificaten die in het secundair volwassenenonderwijs uitgereikt werden (en worden) bij opleidingen die vanaf 01/09/2011 ingericht konden worden, hebben geen indeling in TSO of BSO meer gekregen of deze indeling kan nergens nog van afgeleid worden. Met ingang van 01/09/2012 zijn zij in het stelsel van de bekwaamheidsbewijzen wel iswaar opgenomen onder de definitie ‘ten minste HSO’ , zodat zij via de omschrijving ‘ten minste HSO + BPB + 3 jaar NE’ de indeling ‘voldoende geacht’ bekwaamheidsbewijs gekregen hadden bij het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs.

Omdat sommige van die certificaten echter ook voldoen aan het criterium ‘specifiek opgeleid zijn voor...’ kan er aan sommige ervan ook een vereist bekwaamheidsbewijs toegekend worden. Aan de bedoelde certificaten wordt wel nog steeds geen indeling HSTO of HSBO gegeven; tenslotte hebben zij die indeling ook niet.

Concreet betekent dit de volgende toevoegingen

Waar .... voorkomt  

Wordt .... toegevoegd  

HSTO farmaceutisch-technisch assistent + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat farmaceutisch-technisch assistent (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs farmaceutisch-technisch assistent + BPB + 3 jaar NE 

HSTO fotografie + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat fotograaf (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs fotograaf + BPB + 3 jaar NE 

HSTO boekhouden-informatica + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat boekhoudkundig bediende (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs boekhoudkundig bediende + BPB + 3 jaar NE 

HSTO medico-sociale administratie + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat medisch administratief bediende (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs medisch administratief bediende + BPB + 3 jaar NE 

HSTO secretariaat-talen + BPB + 3 jaar NE 

Certificaat meertalig polyvalent bediende (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs meertalig polyvalent bediende + BPB + 3 jaar NE 

 

 

HSTO internationaal transport en goederenverzending + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat transport- en logistiek medewerker (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs transport- en logistiek medewerker + BPB + 3 jaar NE 

HSTO podiumtechnicus + BPB + 3 jaar NE 

Certificaat podiumtechnicus (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs podiumtechnicus + BPB + 3 jaar NE 

 

HSTO animatie in de ouderenzorg + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat begeleider-animator voor bejaarden (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs begeleider-animator voor bejaarden + BPB + 3 jaar NE 

HSTO jeugd- en gehandicaptenzorg + BPB + 3 jaar NE 

 

Certificaat jeugd- en gehandicaptenzorg (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs jeugd- en gehandicaptenzorg + BPB + 3 jaar NE 

HSTO toerisme en recreatie + BPB + 3 jaar NE 

Certificaat host/hostess op een toeristische bestemming (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs host/hostess op een toeristische bestemming + BPB + 3 jaar NE 

HSTO toerisme en organisatie + BPB + 3 jaar NE 

Certificaat medewerker reisbureau/touroperator (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs medewerker reisbureau/touroperator + BPB + 3 jaar NE 

HSTO toerisme en organisatie + BPB + 3 jaar NE 

Certificaat toeristisch receptionist (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

 

Diploma secundair onderwijs toeristisch receptionist + BPB + 3 jaar NE 

De hieronder vermelde certificaten van de opleidingen CAD-tekenaar worden toegevoegd als vereist bekwaamheidsbewijs aan de volgende modules:

certificaat  

module  

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar bouw (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar bouw + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis 

CAD-2D  

CAD-3D  

Toegepast CAD-tekenen in de bouw 

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar wegeniswerken (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar wegeniswerken + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis  

CAD-2D  

CAD-3D  

Toegepast CAD-tekenen in de bouw 

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar elektriciteit (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar elektriciteit + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis 

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar HVAC (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar HVAC + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis 

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar mechanische constructies (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar mechanische constructies + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis  

CAD-2D mechanische constructies1  

CAD-2D mechanische constructies 2  

CAD-3D mechanische constructies 1  

CAD-3D mechanische constructies 2 

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar piping (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar piping + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis 

Certificaat uitvoerend CAD-tekenaar inrichting buitenruimte, parken en tuinen (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs uitvoerend CAD-tekenaar inrichting buitenruimte, parken en tuinen + BPB + 3 jaar NE 

Computerbeheer voor de uitvoerend CAD-tekenaar  

CAD-basis 

CAD-2D  

CAD-3D  

Toegepast CAD-tekenen in de bouw 

5.4.9. Studiegebied maritieme technieken

Ook in dit studiegebied kunnen de certificaten die in het secundair volwassenenonderwijs uitgereikt worden, als vereist bekwaamheidsbewijs opgenomen worden. Tevens bleken tot nu toe de tegenhangers uit het gewoon secundair onderwijs evenmin een vereist bekwaamheidsbewijs te zijn, vandaar dat die eveneens toegevoegd worden aan sommige modules.

certificaat  

module  

certificaat maritieme opleiding dek (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

Opleiding maritieme opleiding dek: alle modules 

 

Diploma secundair onderwijs maritieme opleiding dek + BPB + 3 jaar NE 

Opleiding maritieme opleiding motoren: modules 

Eerste hulp en basis brandbestrijding 

 

Maritieme regelgeving 

 

Nautisch Engels 

 

Nautische wiskunde 

 

Operationele leiding en communicatie 

 

Praktijk brandbestrijding en sloepoefeningen 

 

Scheepsbouw 

 

Scheepsstabiliteit 

 

Scheepsveiligheid 

 

Zeemanschap 

HSTO maritieme technieken dek + BPB + 3 jaar NE  

Opleiding maritieme opleiding dek: alle modules 

 

Opleiding maritieme opleiding motoren: modules 

Eerste hulp en basis brandbestrijding 

 

Maritieme regelgeving 

 

Nautisch Engels 

 

Nautische wiskunde 

 

Operationele leiding en communicatie 

 

Praktijk brandbestrijding en sloepoefeningen 

 

Scheepsbouw 

 

Scheepsstabiliteit 

 

Scheepsveiligheid 

 

Zeemanschap 

certificaat maritieme opleiding motoren (volwassenenonderwijs, artikel 6, 56bis, BVR 14/06/1989) + BPB + 3 jaar NE 

 

Diploma secundair onderwijs maritieme opleiding motoren + BPB + 3 jaar NE 

Opleiding maritieme opleiding motoren: 

modules 

Elektriciteit maritieme motoren 

Hulpwerktuigen scheepsmachines 

Onderhoudstechnieken scheepsmotoren 

Pneumatica en hydraulica maritieme 

Scheepsmotoren 

Toegepaste mechanica maritieme 

Warmteleer en koeltechnieken scheepsmachines 

Werkplekleren scheepsmachines 

HSTO maritieme technieken motoren + BPB + 3 jaar NE 

Opleiding maritieme opleiding motoren: 

modules 

Elektriciteit maritieme motoren 

Hulpwerktuigen scheepsmachines 

Onderhoudstechnieken scheepsmotoren 

Pneumatica en hydraulica maritieme 

Scheepsmotoren 

Toegepaste mechanica maritieme 

Warmteleer en koeltechnieken scheepsmachines 

Werkplekleren scheepsmachines 

Daarenboven worden ook volgende toevoegingen doorgevoerd:

5.4.10. Gelijktrekken onderwijsbevoegdheid diploma’s HOKT en Bachelor (PBA)

5.4.11. Aanvullingen naar aanleiding van naamswijzigingen en Engelstalige varianten van diplomas hoger onderwijs

Waar .... voorkomt  

Wordt .... toegevoegd  

Master in de nanowetenschappen en de nanotechnologie + BPB 

Master in de nanowetenschappen , nanotechnologie en nano -engineering + BPB 

 

 

Master of Applied Economic Sciences: Business Administration + BPB 

Master of Applied Economic Sciences: Business Economics + BPB 

Master of Nanoscience and Nanotechnology + BPB 

Master of Nanoscience, Nanotechnology and Nanoengineering + BPB 

Master of Business Engineering: Business and Technology + BPB 

Master of Business Engineering + BPB 

 

Master of Industrial Sciences: Electromechanical Engineering + BPB 

Master of Electromechanical Engineering Technology + BPB 

Master of Industrial Sciences: Electronic Engineering + BPB 

Master of Electronics and ICT Engineering Technology + BPB 

Master of Industrial Sciences: Biochemical Engineering + BPB 

Master of Biochemical Engineering Technology + BPB 

Master of Industrial Sciences: Chemical Engineering + BPB 

Master of Chemical Engineering Technology + BPB 

Master of Agro- and Ecosystems Engineering + BPB 

Master of Bioscience Engineering: Agro - and Ecosystems + BPB 

 

 

Master in de epidemiologie + BPB 

Master of Epidemiology + BPB 

 

Master in de biochemie en de biotechnologie + BPB 

Master of Biochemistry and Biotechnology + BPB 

Master in de fysica en de sterrenkunde + BPB 

Master of Physics and Astronomy + BPB 

Master in de interieurarchitectuur + BPB + 1 jaar NE 

Master of Interior Architecture + BPB + 1 jaar NE 

Master in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica + BPB 

Master of Business and Information Systems Engineering + BPB 

Master in de politieke wetenschappen + BPB 

Master of Political Science + BPB 

 

Master in de geschiedenis + BPB 

Master of History + BPB 

Master in de vergelijkende en internationale politiek + BPB 

Master of International Politics + BPB 

Master in de sociologie + BPB 

Master of Sociology + BPB 

Master in de politieke wetenschappen + BPB 

Master of Political Science: European and International Governance + BPB 

 

 

Bachelor (PBA) audiovisuele technieken : assistentie, afstudeerrichting podiumtechnieken + BPB 

Bachelor (PBA) in de audiovisuele kunsten: podiumtechnieken + BPB 

Bachelor (PBA) facilitair management + BPB 

Bachelor (PBA) in het facility management + BPB 

 

 

Bachelor (PBA) bedrijfsmanagement + BPB 

Bachelor of Business Management + BPB 

 

Bachelor (PBA) toerisme en recreatiemanagement + BPB 

Bachelor of International Tourism and Leisure + BPB 

Bachelor (PBA) communicatiemanagement + BPB 

Bachelor of International Communication and Media + BPB 

 

Bachelor (PBA) journalistiek + BPB 

Bachelor of International Journalism + BPB 

 

Bachelor (PBA) interieurvormgeving + BPB 

Bachelor of Interior and Service Design + BPB 

 

Bachelor (PBA) office management + BPB 

 

Bachelor of International Office Management + BPB 

 

Bachelor (PBA) informatiemanagement en de multimedia + BPB 

Bachelor (PBA) of Information Management and Multimedia + BPB 

5.5. Verruiming van de ‘andere’ bekwaamheidsbewijzen bij de kantopleidingen

Tot nu toe weken de bekwaamheidsbewijzen van de opleidingen afgeknoopte draden, borduren, doorlopende draden en naaldkant af van de overige opleidingen. Om de uniformiteit waar dit aangewezen is, te bevorderen, worden de ‘andere’ bekwaamheidsbewijzen van deze opleidingen daarom verruimd met volgende bekwaamheidsbewijzen:

  • LSBO
  • LSTO
  • 3 jaar NE
  • Ten minste bachelor
  • Ten minste master

6. Aandachtspunten voorafgaande schooljaren

7. Bekwaamheidsbewijzen volwassenenonderwijs online (BBVWO)