Verlof voor adoptie, pleegvoogdij en pleegzorg

  • referentie
    PERS/2011/03
  • publicatiedatum
    23/05/2011
  • datum laatste wijziging
    04/06/2019
  • Het begrip “mindervalide” in punt 3.5. is uitgebreid. Als een kind een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, is er sprake van een mindervalide kind.

1. Op wie is deze omzendbrief van toepassing?

Deze omzendbrief geldt voor de:

1° personeelsleden bedoeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;

2° personeelsleden bedoeld in artikel 4, §1 decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra;

3° leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs;

4° personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;

5° de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

Voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden gelden de bepalingen van deze omzendbrief enkel voor de afwezigheid die ligt binnen de periode van hun aanstelling.

2. Welk verlofstelsel is van toepassing?

Bij adoptie of pleegvoogdij:

Als een personeelslid een kind adopteert of er de pleegvoogdij over uitoefent, heeft het recht op opvangverlof. Voor meer info: zie van deze omzendbrief.

Bovendien moet een personeelslid dat een kind wil adopteren, daarvoor een voorbereidingsprogramma volgen. Daarvoor heeft hij recht op dienstvrijstelling. Voor meer info: zie van deze omzendbrief.

Bij pleegzorg:

Een personeelslid dat voor een pleegkind zorgt, heeft per jaar recht op zes dagen pleegzorgverlof. Voor meer info: zie van deze omzendbrief.

Een personeelslid dat een pleegkind opneemt in zijn gezin gedurende minstens zes maanden, heeft bovendien recht op opvangverlof. Voor meer info: zie van deze omzendbrief.

3. Opvangverlof

3.1. Wat is het?

De personeelsleden, vermeld in punt 1, hebben op hun aanvraag recht op een opvangverlof als zij een minderjarig kind in hun gezin opnemen met de bedoeling om het kind te adopteren of er de pleegvoogdij over uit te oefenen.

Een personeelslid dat in het kader van een langdurige pleegzorg een kind in zijn gezin onthaalt, met het oog op de zorg voor dit kind, heeft ook recht op opvangverlof.

Langdurige pleegzorg is pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouders zal verblijven.

Opmerking: pleegvoogdij mag niet worden verward met pleegzorg.

Pleegvoogdij vindt haar wettelijke basis in artikel 475 bis van het Burgerlijk Wetboek. De overeenkomst waarbij pleegvoogdij tot stand komt, wordt vastgesteld bij authentieke akte.

Pleegvoogd zijn is niet hetzelfde als een pleegkind opnemen in zijn gezin. In dat geval is er sprake van pleegzorg. Hierbij wordt een kind of jongere (tijdelijk) opgenomen in een ander gezin wanneer de ouders onvoldoende in staat blijken te zijn om zelf hun kind(eren) de nodige zorg te bieden. Er zijn diverse vormen van pleegzorg. Om recht te hebben op opvangverlof, moet het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouders verblijven.

De tijdelijk aangestelde personeelsleden hebben alleen recht op opvangverlof als het geheel of gedeeltelijk valt binnen de periode van hun aanstelling.

Alleen het personeelslid dat adopteert of pleegvoogdij opneemt of langdurige pleegzorg uitoefent, kan aanspraak maken op het opvangverlof.

3.2. Recht of gunst?

Het opvangverlof is een recht. Het bevoegd bestuur kan het opvangverlof niet weigeren.

Het bevoegd bestuur is:

1° de inrichtende macht of het schoolbestuur voor de personeelsleden, vermeld in punt 1, 1°, en 2°;

2° de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

3° de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 1, 4°.

4° het centrumbestuur voor de personeelsleden van de centra voor basiseducatie.

3.3. Wanneer begint het opvangverlof?

Het opvangverlof kan op twee momenten ingaan:

- ofwel binnen een periode van vier maanden volgend op de datum waarop het kind effectief in het gezin wordt opgenomen met het oog op adoptie, pleegvoogdij of langdurige pleegzorg. Het bewijs van het tijdstip van opname moet blijken uit een getuigschrift van domiciliëring dat wordt afgeleverd door de gemeente.

In geval van een intrafamiliale adoptie wordt bovendien het bewijs geleverd dat het verzoekschrift tot adoptie is ingediend. Onder intrafamiliale adoptie moet worden begrepen : de adoptie van een kind dat tot in de vierde graad verwant is met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs als die persoon overleden is, of van een kind dat het dagelijkse leven op duurzame wijze gedeeld heeft met de adoptant of de adoptanten met een relatie, zoals geldt voor ouders, vóór de adoptant of de adoptanten stappen met het oog op de adoptie hebben ondernomen;

- ofwel op de dag van de afreis van het personeelslid naar het buitenland, op voorwaarde dat bij de terugkeer in België de adoptie tot stand gekomen is.

In alle situaties waarbij de adoptie niet kan plaatsvinden, wordt het verlof omgezet naar een afwezigheid voor verminderde prestaties.

3.4. Wanneer eindigt het opvangverlof?

Het opvangverlof eindigt na afloop van de aangevraagde periode.

3.5. Wat is de totale duur van het opvangverlof?

Het opvangverlof bedraagt een aaneengesloten periode van ten hoogste zeven weken voor verloven die ingaan op of na 1 maart 2019.

Vanaf 1 januari 2021 bedraagt het opvangverlof een aaneengesloten periode van ten hoogste acht weken.

Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het opvangverlof een aaneengesloten periode van ten hoogste negen weken.

Vanaf 1 januari 2025 bedraagt het opvangverlof een aaneengesloten periode van ten hoogste tien weken.

Vanaf 1 januari 2027 bedraagt het opvangverlof een aaneengesloten periode van ten hoogste elf weken.

De ingangsdatum van het opvangverlof geeft aan welke duur van toepassing is.

Voorbeeld 1

Een pleeggezin neemt een pleegkind voor langdurige pleegzorg op vanaf 1 november 2020. In dat geval bedraagt de duur van het opvangverlof zeven weken.

Voorbeeld 2

Een gezin adopteert een kind vanaf 1 december 2022. In dat geval bedraagt de duur van het opvangverlof acht weken.

Opgelet: de eerste zes weken opvangverlof worden toegekend per ouder. De bijkomende weken opvangverlof worden verdeeld tussen beide ouders als beide ouders adopteren of de pleegvoogdij opnemen of langdurige pleegzorg uitoefenen.

Voorbeeld 1

Een pleeggezin neemt een pleegkind voor langdurige pleegzorg op vanaf 1 november 2020. In dat geval bedraagt de duur van het opvangverlof zeven weken. Als het om twee ouders gaat die het kind in het gezin opnemen, hebben beide ouders recht op zes weken opvangverlof. De zevende week wordt door één van beide ouders opgenomen.

Voorbeeld 2

Een gezin adopteert een kind vanaf 1 december 2022. In dat geval bedraagt de duur van het opvangverlof acht weken. Als beide ouders adopteren, hebben ze allebei recht op zes weken opvangverlof. De bijkomende twee weken worden door één van beide ouders opgenomen, of beide ouders nemen zeven weken opvangverlof.

De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind mindervalide is. Mindervalide betekent dat het kind:

  • getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66%;
  • of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag;
  • of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag.

De verdubbeling van het aantal weken opvangverlof houdt in dat elke ouder recht heeft op 12 weken opvangverlof in plaats van zes weken opvangverlof. Daarnaast worden de bijkomende weken opvangverlof eveneens verdubbeld.

Voorbeeld

Een gezin adopteert een mindervalide kind vanaf 1 september 2019. In dat geval wordt het krediet van 6 weken opvangverlof per ouder verdubbeld naar 12 weken opvangverlof per ouder. Daarnaast wordt de bijkomende week eveneens verdubbeld van 1 week naar twee weken. Deze twee weken worden verdeeld tussen beide ouders of worden door één van beide ouders opgenomen.

De maximumduur van het opvangverlof wordt met twee weken per ouder verlengd bij gelijktijdige adoptie, pleegvoogdij of langdurige pleegzorg van meerdere minderjarige kinderen.

Voorbeeld:

Een pleeggezin neemt twee pleegkinderen op voor langdurige pleegzorg vanaf 1 april 2019. In dat geval heeft het gezin recht op negen weken opvangverlof in plaats van zeven weken. Beide ouders hebben recht op acht weken opvangverlof in plaats van zes weken. De bijkomende week wordt door één van beide ouders opgenomen.

Let op: het opvangverlof wordt verminderd met tien werkdagen wanneer het personeelslid dat adopteert al omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling heeft opgenomen.

3.6. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens het opvangverlof is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

Het opvangverlof telt niet mee om de duur van de proeftijd te berekenen.

3.7. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid heeft gedurende het opvangverlof recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of hogere salaristoelage.

3.8. Komt het opvangverlof in aanmerking voor het pensioen?

Het opvangverlof komt volledig in aanmerking voor de vaststelling van het rustpensioen.

3.9. Welke procedure moet gevolgd worden bij een opvangverlof?

De school moet geen attesten opsturen naar het werkstation. Ze moet het verlof enkel melden met een DO 007 (‘opvangverlof voor adoptie, pleegvoogdij, langdurige pleegzorg).

4. Dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie

4.1. Wat is het?

Personeelsleden die het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie volgen, hebben recht op dienstvrijstelling om afwezig te zijn voor de nodige duur om het voorbereidingsprogramma te volgen.

4.2. Recht of gunst?

De dienstvrijstelling voor het volgen van het verplichte voorbereidingsprogramma voor adoptie is een recht.

4.3. Wat is het begin, het einde en de duur van de dienstvrijstelling?

De dienstvrijstelling geldt voor de nodige duur van het voorbereidingsprogramma. Dat is de duur die nodig is om de bijeenkomst(en) in het kader van het voorbereidingsprogramma bij te wonen.

Na afloop van het programma staven de personeelsleden hun aanwezigheid met een bewijs van deelname bij de inrichtende macht. De leden van de inspectie leveren het bewijs van deelname via hiërarchische weg aan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde. De personeelsleden van de centra voor basiseducatie bezorgen het bewijs aan het centrumbestuur.

4.4. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

4.5. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid heeft gedurende de dienstvrijstelling recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of hogere salaristoelage.

4.6. Komt de dienstvrijstelling in aanmerking voor het pensioen?

De dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma voor adoptie komt volledig in aanmerking voor de vaststelling van het rustpensioen.

4.7. Welke procedure moet gevolgd worden bij een dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma?

De school moet geen attesten opsturen naar het werkstation. Ze moet de dienstvrijstelling voor het volgen van het voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie enkel melden met een DO 157 “dienstvrijstelling in het kader van het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie”.

Deze dienstvrijstelling meldt u enkel als er een vervanger wordt aangesteld.

Als de vervanger wordt aangesteld op basis van een reglementaire vervanging (dus niet op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden), moet de dienstonderbreking gemeld worden zowel bij de titularis als bij de vervanger. Bij de titularis gebeurt dit via een RL-2 met aanduiding van de DO-code 157. Bij de vervanger wordt de DO-code 157 aangegeven in het veld ‘dienstonderbreking te vervangen persoon’.

Voorbeeld

In een vestigingsplaats van een kleuterschool waar minder dan 72 lestijden ingericht worden in het ambt van kleuteronderwijzer krijgt een kleuteronderwijzeres op 4 mei dienstvrijstelling om het voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie te volgen. De school stelt een vervanger aan op 4 mei.

- Voor de titularis: een RL-2 met aanduiding ‘dienstvrijstelling in het kader van het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie’ en DO-code 157.

- Voor de vervanger: een RL-1 opdrachtenpakket van 04/05 tot en met 04/05 in ATO 1 ter vervanging van de titularis, afwezig wegens ‘dienstvrijstelling in het kader van het verplichte voorbereidingsprogramma in het kader van adoptie’ en DO-code 157.

Als de vervanger wordt aangesteld op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden, wordt de dienstonderbreking enkel gemeld bij de vervanger, niet bij de titularis. Bij de vervanger wordt de DO-code 157 aangegeven in het veld ‘dienstonderbreking te vervangen persoon’. Voor meer informatie over de correcte melding, zie de omzendbrief Vervanging van korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23)."

5. Pleegzorgverlof

5.1. Wat is het?

Een personeelslid, vermeld in punt 1, dat officieel als pleegouder is aangesteld door een rechtbank, een door de gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, de diensten van de "l'Aide à la Jeunesse" of het Comité Bijzondere Jeugdbijstand, heeft recht op pleegzorgverlof.

Het personeelslid levert aan de hand van een formele aanstellingsbeslissing het bewijs dat het pleegouder is.

Het pleegzorgverlof kan worden toegekend voor een van de volgende gebeurtenissen :

1° zittingen bijwonen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin;

2° contacten hebben met de natuurlijke ouders of met andere personen die belangrijk zijn voor het pleegkind of de pleeggast;

3° contacten hebben met de dienst voor pleegzorg.

Het pleegzorgverlof kan ook voor andere situaties toegekend worden als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:

1° de bevoegde plaatsingsdienst levert een attest af dat verduidelijkt waarom het pleegzorgverlof noodzakelijk is;

2° de afwezigheid wordt niet gedekt door het verlof wegens overmacht.

5.2. Recht of gunst?

Het pleegzorgverlof is een recht.

5.3. Wat is het begin, het einde en de duur van het pleegzorgverlof?

Het pleegzorgverlof begint en eindigt op de aangevraagde dag. Het wordt steeds opgenomen met een volledige dag.

Het pleegzorgverlof bedraagt ten hoogste zes dagen per kalenderjaar. Als twee personeelsleden uit hetzelfde pleeggezin allebei aangesteld zijn als pleegouder, kan maar een van hen van het pleegzorgverlof opnemen.

5.4. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens het pleegzorgverlof is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

5.5. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid heeft gedurende het pleegzorgverlof recht op salaris of salaristoelage en op verhoging tot een hoger salaris of hogere salaristoelage.

5.6. Komt het pleegzorgverlof in aanmerking voor het pensioen?

Het pleegzorgverlof komt volledig in aanmerking voor de vaststelling van het rustpensioen.

5.7. Welke procedure moet gevolgd worden bij een pleegzorgverlof?

De school moet geen attesten opsturen naar het werkstation. Ze moet het pleegzorgverlof enkel melden met een DO 161 ‘pleegzorgverlof korte duur’. De dienstvrijstelling meldt u enkel als er een vervanger wordt aangesteld.

Als de vervanger wordt aangesteld op basis van een reglementaire vervanging (bij één- of tweeklassige vestigingsplaatsen), moet de dienstonderbreking gemeld worden zowel bij de titularis als bij de vervanger. Bij de titularis gebeurt dit via een RL-2 met aanduiding van de DO-code 161. Bij de vervanger wordt de DO-code 161 aangegeven in het veld ‘dienstonderbreking te vervangen persoon’.

Als de vervanger wordt aangesteld op basis van vervangingseenheden voor korte afwezigheden, wordt de dienstonderbreking enkel gemeld bij de vervanger, niet bij de titularis. Bij de vervanger wordt de DO-code 161 aangegeven in het veld ‘dienstonderbreking te vervangen persoon’. Voor meer informatie over de correcte melding, zie de omzendbrief Vervanging van korte afwezigheden (omzendbrief PERS/2005/23)."

Voorbeeld

Een onderwijzer is aangesteld als pleegouder door een rechtbank. Ze heeft al drie afspraken gepland met de biologische ouders van haar pleegkind, namelijk op 13 mei, 3 juni en 24 juni 2019. Het personeelslid heeft het recht om pleegzorgverlof te nemen op die dagen. Ze neemt telkens een volledige dag verlof op. Ze heeft nog recht op drie dagen pleegzorgverlof in 2019.

De school stelt een vervanger aan op 13 mei en 3 juni:

-Voor de titularis: geen zending nodig

-Voor de vervanger: een RL-1 opdrachtenpakket van 13-05-2019 tot en met 13-05-2019 en van 03-06-2019 tot en met 03-06-2019 in ATO 1 ter vervanging van de titularis, afwezig wegens ‘pleegzorgverlof korte duur’ (DO-code 161) en de aanduiding ‘vervanging korte afwezigheden’ (OOM 08).