Studieaanbod voltijds secundair onderwijs

1. Inleiding

Deze omzendbrief bevat een overzicht van alle huidige en, ingevolge de modernisering, toekomstige structuuronderdelen van het voltijds gewoon secundair onderwijs (met uitzondering van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers).

In het eerste leerjaar van de eerste graad blijven er, ook na de modernisering per 1 september 2019, twee structuuronderdelen, nl. het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B.

In het tweede leerjaar van de eerste graad worden vanaf 1 september 2020 een tweede leerjaar A en, ter vervanging van het begrip "beroepsvoorbereidend leerjaar", een tweede leerjaar B onderscheiden. Zowel in het tweede leerjaar A als B komen basisopties voor, wat betekent dat het begrip "beroepenveld" samen met het begrip ‘beroepsvoorbereidend leerjaar verdwijnt.

Sommige van de basisopties die vanaf 1 september 2020 worden ingevoerd, kunnen ook worden georganiseerd door middel van pakketten. Een pakket wordt omschreven als een of meerdere vakken waarmee de doelen van de overeenstemmende basisoptie worden gerealiseerd. Een pakket is geen structuuronderdeel, zodat de programmatieregels er niet op van toepassing zijn.

Vanaf het schooljaar 2021-2022 wordt, in het kader van de modernisering, progressief - leerjaar per leerjaar - het huidige studieaanbod van de tweede en derde graad vervangen door het studieaanbod zoals opgenomen in de matrix. De matrix is een rooster, bestaande uit twee assen nl. " finaliteiten " (doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktfinaliteit) en "studiedomeinen". Een studiedomein groepeert inhoudelijk verwante structuuronderdelen van de tweede en derde graad. Studiedomeinen (8 in totaal) komen in de plaats van studiegebieden (30 in totaal) en zijn dus breder opgevat. De matrix vermeldt eveneens per finaliteit de, naargelang van het geval, onderliggende onderwijsvormen (ASO, TSO, KSO en BSO). Specifiek is de situatie van de ASO-structuuronderdelen die allen doorstroomgericht zijn maar niet in studiedomeinen worden ondergebracht, wat ertoe leidt dat ASO-structuuronderdelen als " studiedomeinoverschrijdend " worden aangeduid.

Gelijktijdig met de progressieve invoering van de modernisering, wordt op 1 september 2019 ook overgestapt van de experimentele naar de organieke fase in het duaal leren. De duale structuuronderdelen die organiseerbaar zijn in het voltijds gewoon secundair onderwijs vanaf 1 september 2019, zijn toegevoegd aan het aanbod van de overeenkomstige studiegebieden TSO en BSO in de bijlagen bij deze omzendbrief.

De modernisering impliceert ook omschakeling van een bestaand naar een nieuw studieaanbod. Hiertoe zijn concordantietabellen vastgelegd.

Deze omzendbrief moet samen worden gelezen met de onderrichtingen van omzendbrief SO 37 betreffende de administratieve groepen en omzendbrief SO 61 betreffende de programmatie in het voltijds gewoon secundair onderwijs.

2. Tweede leerjaar A

Vanaf het schooljaar 2020-2021 kiest de leerling in het tweede leerjaar A één basisoptie of één pakket binnen het aanbod van de school dat is gebaseerd op de lijst die in bijlage 1 gaat. Elke basisoptie/pakket in het tweede leerjaar A omvat 5 wekelijkse lesuren. Op 1 september 2020 vindt er een concordantie plaats van de huidige basisopties naar de nieuwe basisopties volgens de tabel in bijlage 35. De concordantie door de school gebeurt van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, maar wordt uiterlijk 1 april 2020 door middel van het modelformulier dat in bijlage 33 gaat aan AGODI gemeld. De huidige basisopties zijn dus organiseerbaar tot en met het schooljaar 2019-2020.

Ook als de school een huidige basisoptie wel in het schooljaar 2018-2019 maar niet in het schooljaar 2019-2020 inricht, heeft die school concordantiebevoegdheid op 1 september 2020 (dit houdt verband met de bepaling dat heropstart na een jaar onderbreking van een structuuronderdeel, GEEN programmatie is).

Een nieuwe basisoptie of een pakket kan het symbool "(*)" dragen, wat er op wijst dat het een niche-karakter heeft en er omwille van macrodoelmatigheid een aanbodbeperking geldt. Voor wat de basisopties betreft, wordt die aanbodbeperking in de regelgeving niet cijfermatig vastgelegd, maar de Vlaamse Regering zal er wel rekening mee houden bij haar beslissing over de programmatie van de basisoptie in kwestie want daartoe moet het schoolbestuur steeds een aanvraag indienen. Voor wat het aanbod van de niche-pakketten betreft, wordt in bijlage 1 het aantal scholen per onderwijsnet wel gecontingenteerd.

Indien een school ervoor kiest een basisoptie te realiseren op niveau van de basisoptie en niet via pakketten, is ze ertoe gehouden die te realiseren in maximaal drie, in functie van de basisoptie samenhangende, vakken op de lessentabel; die vakken kunnen zowel dezelfde als andere zijn dan de vakken waarmee de basisvorming wordt gerealiseerd. Een pakket daarentegen is een specifieke context om de doelen van de overeenstemmende basisoptie te realiseren; vandaar dat er mag van uitgegaan worden dat het aantal vakken van een pakket sowieso beperkt zal zijn.

3. Tweede leerjaar B

Vanaf het schooljaar 2020-2021 kiest de leerling in het tweede leerjaar B maximaal drie basisopties en/of pakketten binnen het aanbod van de school dat is gebaseerd op de lijst die in bijlage 2 gaat. Die basisoptie(s)/pakket(ten)in het tweede leerjaar B omvatten in zijn geheel10 wekelijkse lesuren. Op 1 september 2020 vindt er een concordantie plaats van de huidige beroepenvelden naar de nieuwe basisopties volgens de tabel in bijlage 35. De concordantie door een school gebeurt van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, maar wordt uiterlijk 1 april 2020 door middel van het modelformulier dat in bijlage 33 gaat aan AGODI gemeld. Uitzonderlijk is de situatie voor het beroepenveld "Decoratie" aangezien dit op twee wijzen kan worden geconcordeerd, nl. naar "Kunst en creatie" en naar "Stem-technieken"; het komt dan aan het schoolbestuur toe om per school één van beide alternatieven voor concordantie te kiezen. De huidige beroepenvelden zijn dus organiseerbaar tot en met het schooljaar 2019-2020.

Ook als de school een huidig beroepenveld wel in het schooljaar 2018-2019 maar niet in het schooljaar 2019-2020 inricht, heeft die school concordantiebevoegdheid op 1 september 2020 (dit houdt verband met de bepaling dat heropstart na een jaar onderbreking van een structuuronderdeel, GEEN programmatie is).

Een nieuwe basisoptie of een pakket kan het symbool "(*)" dragen, wat er op wijst dat het een niche-karakter heeft en er omwille van macrodoelmatigheid een aanbodbeperking geldt. Voor wat de basisopties betreft, wordt die aanbodbeperking in de regelgeving niet cijfermatig vastgelegd, maar de Vlaamse Regering zal er wel rekening mee houden bij haar beslissing over de programmatie van de basisoptie in kwestie want daartoe moet het schoolbestuur steeds een aanvraag indienen. Voor wat het aanbod van de niche-pakketten betreft, wordt in bijlage 2 het aantal scholen per onderwijsnet wel gecontingenteerd.

Indien een school ervoor kiest een basisoptie te realiseren op niveau van de basisoptie en niet via pakketten, is ze ertoe gehouden die te realiseren in maximaal drie, in functie van de basisoptie samenhangende, vakken op de lessentabel; die vakken kunnen zowel dezelfde als andere zijn dan de vakken waarmee de basisvorming wordt gerealiseerd. Een pakket daarentegen is een specifieke context om de doelen van de overeenstemmende basisoptie te realiseren; vandaar dat er mag van uitgegaan worden dat het aantal vakken van een pakket sowieso beperkt zal zijn.

4. Tweede en derde graad (vóór de modernisering)

In de bijlagen 3 tot en met 32 gaat, per afzonderlijk studiegebied, de lijst van de organiseerbare structuuronderdelen van de tweede en derde graad.

Duale structuuronderdelen zijn herkenbaar aan het begrip "duaal" waarmee de benaming van elk desbetreffend structuuronderdeel eindigt. Voor elk van die structuuronderdelen is er een eenvormig standaardtraject dat de minimale inhoudelijke en organisatorische modaliteiten van het traject bevat. Ze zijn terug te vinden via https://www.onderwijsdoelen.be/duaal-leren. Hoewel deze structuuronderdelen duaal al terug te vinden zijn in de matrix, zijn ze vooralsnog (in afwachting van de uitrol van de modernisering) gerangschikt binnen de huidige structuur die op studiegebieden is gebaseerd !

In het studiegebied Personenzorg is ook het enige structuuronderdeel opgenomen dat behoort tot het hoger beroepsonderwijs (= hoger onderwijs) én voorbehouden is voor voltijds secundaire scholen, nl. verpleegkunde. Het derde leerjaar van de derde graad BSO, niet georganiseerd als een specialisatiejaar (= naamloos leerjaar), wordt daarentegen in geen enkel studiegebied ondergebracht.

Structuuronderdelen van de derde graad KSO of TSO, aangeduid als Se-n-Se (= secundair na secundair) kunnen een duurtijd hebben van één, twee of drie aansluitende semesters. Vooralsnog hebben alle Se-n-Se echter een duurtijd van twee semesters.

5. Tweede en derde graad (gemoderniseerd)

Vanaf 1 september 2021 worden progressief, leerjaar per leerjaar vanaf de tweede graad, de structuuronderdelen ingevoerd die zijn opgenomen in de matrix die in bijlage 34 gaat. Een nieuw structuuronderdeel kan het symbool "(*)" dragen, wat er op wijst dat het een niche-karakter heeft en er omwille van macrodoelmatigheid een aanbodbeperking geldt. Die beperking is niet cijfermatig vastgelegd, maar de Vlaamse Regering zal er wel rekening mee houden bij haar beslissing over de programmatie van het structuuronderdeel in kwestie want daartoe moet het schoolbestuur steeds een aanvraag indienen. De Vlaamse Regering zal bepalen welke structuuronderdelen van de matrix ook als duale structuuronderdelen kunnen worden ingericht.

De concordantie van de huidige naar de nieuwe structuuronderdelen gebeurt volgens de tabellen die in bijlage 35 zijn opgenomen. De concordantie door de school gebeurt van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, maar wordt uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar door middel van het modelformulier dat in bijlage 33 gaat aan AGODI gemeld. Daar waar de concordantie alternatieven voorziet, komt het aan het schoolbestuur toe om per school slechts één van die alternatieven te kiezen.

Ook als de school een huidig structuuronderdeel in het schooljaar voorafgaand aan de concordantie niet inricht maar wel in het tweede voorafgaand schooljaar, heeft die school concordantiebevoegdheid (dit houdt verband met de bepaling dat heropstart na een jaar onderbreking van een structuuronderdeel, GEEN programmatie is).

Structuuronderdelen van de finaliteiten die leiden naar de arbeidsmarkt worden ingevuld met een of meer beroepskwalificaties en/of deelkwalificaties. De tabellen in bijlage 36 bevatten het overzicht van deze invulling. Daar waar "te bepalen" is vermeld, moet worden verstaan dat de overeenkomstige beroeps- of deelkwalificaties nog in onderzoek of ontwikkeling zijn. De tabellen in kwestie zullen te gepasten tijde dan ook worden aangevuld.

6. Nieuwe structuuronderdelen

De Vlaamse Regering kan nieuwe structuuronderdelen vastleggen. Ze kan hiertoe zelf het initiatief nemen of voorstellen in overweging nemen die door onderwijsverstrekkers of derden permanent kunnen worden ingediend. Het al dan niet opportuun zijn om een nieuw structuuronderdeel aan het studieaanbod toe te voegen, wordt bekeken vanuit de Vlaamse onderwijscontext en niet vanuit de lokale schoolcontext. De schoolcontext is immers pas een relevante factor indien het om programmaties van structuuronderdelen gaat.

De regelgeving maakt, procedureel, een onderscheid tussen:

a) nieuwe structuuronderdelen die niet onder het begrip "onderwijskwalificatie" vallen, m.n. de structuuronderdelen die zich situeren op het niveau van de eerste graad en de tweede graad ASO, TSO en KSO;

b) nieuwe structuuronderdelen die het statuut van "onderwijskwalificatie" dragen, m.n. de structuuronderdelen die zich situeren op het niveau tweede graad BSO en de derde graad ASO, TSO, KSO en BSO, uitgezonderd Se-n-Se;

c) nieuwe structuuronderdelen die het statuut van "onderwijskwalificatie" dragen, m.n. de structuuronderdelen Se-n-Se die zich situeren op het niveau derde leerjaar van de derde graad TSO en KSO.

De indienings- en adviesprocedure m.b.t. een initiatief tot een nieuw structuuronderdeel dat uitgaat van een schoolbestuur of een derde organisatie, wordt hierna beschreven. Wat de tweede graad BSO en de derde graad ASO, TSO, KSO en BSO betreft, moet deze procedure worden gezien als een procedure tot erkenning van een onderwijskwalificatie.

Onderwijskwalificaties in structuuronderdelen van de derde graad TSO + KSO (voor zover niet uitsluitend doorstroomgericht) en BSOzijn gebaseerd op een of meer beroepskwalificaties, al dan niet aangevuld met een of meer deelkwalificaties; onderwijskwalificaties in arbeidsmarktgerichte structuuronderdelen van de tweede graad BSO zijn gebaseerd op een of meer beroepskwalificaties en/of een of meer deelkwalificaties.

Bij lezing van de hiernavolgende bepalingen, moet worden verstaan onder:

a) "onderwijskwalificatie": een afgerond en ingeschaald geheel van competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of in het hoger onderwijs kunnen worden aangevat of waarmee beroepsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend.

Concreet:

- onderwijskwalificatie niveau 2: structuuronderdeel tweede graad BSO, bekrachtigd met een getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs;

- onderwijskwalificatie niveau 3: structuuronderdeel derde graad BSO, bekrachtigd met een studiegetuigschrift van de derde graad secundair onderwijs;

- onderwijskwalificatie niveau 4:structuuronderdeel derde graad ASO, TSO, KSO of BSO, bekrachtigd met een diploma van secundair onderwijs of een certificaat van Se-n-Se (m.a.w. de derde graad, uitgezonderd het tweede leerjaar derde graad BSO);

b) "beroepskwalificatie" :een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend;

c)"deelkwalificatie": een samenhangend geheel van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie die uitstroomkansen biedt in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie (een deelkwalificatie heeft geen eigen inschalingsniveau);

d) "competentie": de bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten.

6.1. Nieuw structuuronderdeel op het niveau van de eerste graad of tweede graad ASO, TSO of KSO

a) Het voorstel wordt per aangetekend schrijven gestuurd naar:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Kwaliteit in Onderwijs en Vorming

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

b) Naast de identificatiegegevens van de indiener, bevat het voorstel:

1° de benaming van het structuuronderdeel, de graad, de onderwijsvorm (indien tweede graad) en het studiegebied (indien tweede graad);

2° de maatschappelijke, economische of culturele behoefte;

3° de invulling: de invulling van het structuuronderdeel wordt bepaald vanuit een of meer actuele referentiekaders, waaronder studieprofielen en federale of Vlaamse regelgeving;

4° de onderwijskundige en opvoedkundige context: de aansluiting bij de doelgroep, het bieden van een duidelijke finaliteit, namelijk de arbeidsmarktgerichtheid en/of de doorstroomgerichtheid, de mate waarin leermotivatie gestimuleerd wordt;

5° een inschatting van de instroom;

6° een inschatting van de uitstroom;

7° de noodzakelijke materiële en financiële middelen en expertise;

8° de noodzakelijke samenwerking, als die vereist is;

9° de beschrijving van de plaats in de opleidingenstructuur en in voorkomend geval de vereiste voorkennis;

10° de beschrijving van het onderscheidend karakter ten opzichte van al bestaande structuuronderdelen;

11° het structuuronderdeel of de structuuronderdelen die in voorkomend geval vervangen worden.

c) Het voorstel wordt behandeld:

- enerzijds door een commissie ad hoc, bestaande uit afgevaardigden van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en experten, intern of extern aan de onderwijssector, die de indiener zal horen en die conclusies formuleert, en

- anderzijds door de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) die een advies uitbrengt.

Op basis van de conclusies en het advies neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Indien het voorstel uiterlijk 31 januari wordt ingediend, dan beslist de Vlaamse Regering uiterlijk 30 juni daaropvolgend, zoniet is het voorstel van rechtswege goedgekeurd.

6.2. Nieuw structuuronderdeel op het niveau van de tweede graad BSO of de derde graad ASO, TSO, KSO of BSO, uitgezonderd Se-n-Se

a) Een vraag tot het opmaken van een voorstel van onderwijskwalificatie wordt per aangetekend schrijven gestuurd naar:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Kwaliteit in Onderwijs en Vorming

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

b) De vraag bevat afdoende informatie die moet toelaten dat het Agentschap voor Kwaliteit in Onderwijs en Vorming hetzij gemotiveerd beslist tot het niet opmaken van een voorstel van onderwijskwalificatie, hetzij een voorstel van onderwijskwalificatie opmaakt dat het volgende bevat:

1° de titel en het niveau;

2° de aanvrager(s) en de actoren die bij de opmaak betrokken zijn;

3° de eindtermen en/of de specifieke eindtermen en/of al de competenties van de erkende beroepskwalificatie(s) waaruit de onderwijskwalificatie is samengesteld;

4° de benaming en het niveau van de erkende beroepskwalificatie(s) die in voorkomend geval deel uitmaken van de kwalificatie (aandacht: beroepskwalificatie(s) vervat in een onderwijskwalificatie zijn in principe van hetzelfde niveau of mits motivatie één niveau lager of één niveau hoger dan de onderwijskwalificatie zelf; eenzelfde beroepskwalificatie kan vervat zitten in verschillende onderwijskwalificaties);

5° de maatschappelijke, economische of culturele behoefte;

6° de onderwijskundige en opvoedkundige context : de aansluiting bij de doelgroep, het bieden van een duidelijke finaliteit zijnde de arbeidsmarktgerichtheid en/of de doorstroomgerichtheid, de mate waarin leermotivatie gestimuleerd wordt;

7° een inschatting van de instroom;

8° een inschatting van de uitstroom;

9° de noodzakelijke materiële en financiële middelen en expertise;

10° de noodzakelijke samenwerking, als die vereist is;

11° de beschrijving van de plaats in de opleidingenstructuur en in voorkomend geval de vereiste voorkennis;

12° de onderwijsvorm(en), het onderwijsniveau of de onderwijsniveaus en het studiegebied of de studiegebieden, waarin de onderwijskwalificatie zal kunnen worden aangeboden;

13° de beschrijving van het onderscheidend karakter van de onderwijskwalificatie tegenover en de samenhang met andere voorstellen van onderwijskwalificaties en met erkende beroeps- en onderwijskwalificaties;

14° welke onderwijskwalificatie of kwalificaties in voorkomend geval vervangen worden.

c) Bij het opmaken van een voorstel worden de indiener en de vertegenwoordigers van de schoolbesturen geraadpleegd. De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) brengt een advies uit over de beslissing tot het niet opmaken van een voorstel van onderwijskwalificatie of over het opgemaakte voorstel van onderwijskwalificatie, naargelang van het geval. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet erkenning van het voorstel van onderwijskwalificatie.

6.3. Nieuw structuuronderdeel Se-n-Se op het niveau van de derde graad TSO en KSO

a) Een vraag tot het opmaken van een voorstel van onderwijskwalificatie wordt per aangetekend schrijven gestuurd naar:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Kwaliteit in Onderwijs en Vorming

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

b) De vraag bevat afdoende informatie die moet toelaten dat het Agentschap voor Kwaliteit in Onderwijs en Vorming een voorstel van onderwijskwalificatie opmaakt dat het volgende bevat:

1° de competenties van één of meer erkende beroepskwalificaties;

2° het kwalificatieniveau;

3° de maatschappelijke, economische of culturele behoefte;

4° de onderwijskundige en opvoedkundige context: aansluitend bij de doelgroep, bij het profiel van onderwijsvorm en graad, stimuleren van de leermotivatie;

5° de verwachte instroom en uitstroom;

6° de beschikbare materiële en financiële middelen en expertise;

7° de mogelijkheid tot samenwerking met andere instellingen of met arbeidsmarkt/bedrijfsleven, indien vereist;

8° de continuïteit in de (studie)loopbaan: inpassing in het bestaande studieaanbod, aansluiting op vervolgopleidingen en/of tewerkstellingsmogelijkheden;

9° de samenhang met andere voorstellen van onderwijskwalificaties en met erkende beroeps- en onderwijskwalificaties;

10° een advies over de wenselijkheid van een opleiding die leidt tot die onderwijskwalificatie en het studiegebied waartoe ze behoort.

c) De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) brengt een advies uit over het voorstel van onderwijskwalificatie. De Vlaamse Regering neemt vervolgens een beslissing over de al dan niet erkenning van het voorstel van onderwijskwalificatie.

7. Bijlagen

Bijlage 1 - TWEEDE LEERJAAR A

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=308 (doc. nr. 308)

Bijlage 2 - TWEEDE LEERJAAR B

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=309 (doc. nr. 309)

Bijlage 3 - STUDIEGEBIED ALGEMEEN SECUNDAIR ONDERWIJS

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=310 (doc. nr. 310)

Bijlage 4 - STUDIEGEBIED SPORT

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=311 (doc. nr. 311)

Bijlage 5 - STUDIEGEBIED AUTO

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=312 (doc. nr. 312)

Bijlage 6 - STUDIEGEBIED BOUW

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=322 (doc. nr. 322)

Bijlage 7 - STUDIEGEBIED CHEMIE

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=313 (doc. nr. 313)

Bijlage 8 - STUDIEGEBIED DECORATIEVE TECHNIEKEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=305 (doc. nr. 305)

Bijlage 9 - STUDIEGEBIED FOTOGRAFIE

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=314 (doc. nr. 314)

Bijlage 10 - STUDIEGEBIED GLASTECHNIEKEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=315 (doc. nr. 315)

Bijlage 11 - STUDIEGEBIED GRAFISCHE COMMUNICATIE EN MEDIA

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=316 (doc. nr. 316)

Bijlage 12 - STUDIEGEBIED HANDEL

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=317 (doc. nr. 317)

Bijlage 13 - STUDIEGEBIED HOUT

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=318 (doc. nr. 318)

Bijlage 14 - STUDIEGEBIED JUWELEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=319 (doc. nr. 319)

Bijlage 15 - STUDIEGEBIED KOELING EN WARMTE

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3439 (doc. nr. 3439)

Bijlage 16 - STUDIEGEBIED LAND- EN TUINBOUW

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3440 (doc. nr. 3440)

Bijlage 17 - STUDIEGEBIED LICHAAMSVERZORGING

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3441 (doc. nr. 3441)

Bijlage 18 - STUDIEGEBIED MAATSCHAPPELIJKE VEILIGHEID

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=4054 (doc. nr. 4054)

Bijlage 19 - STUDIEGEBIED MARITIEME OPLEIDINGEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3442 (doc. nr. 3442)

Bijlage 20 - STUDIEGEBIED MECHANICA-ELEKTRICITEIT

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3443 (doc. nr. 3443)

Bijlage 21 - STUDIEGEBIED MODE

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3444 (doc. nr. 3444)

Bijlage 22 - STUDIEGEBIED MUZIEKINSTRUMENTENBOUW

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3445 (doc. nr. 3445)

Bijlage 23 - STUDIEGEBIED OPTIEK

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3446 (doc. nr. 3446)

Bijlage 24 - STUDIEGEBIED ORTHOPEDISCHE TECHNIEKEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3447 (doc. nr. 3447)

Bijlage 25 - STUDIEGEBIED PERSONENZORG

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3448 (doc. nr. 3448)

Bijlage 26 - STUDIEGEBIED TANDTECHNIEKEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3449 (doc. nr. 3449)

Bijlage 27 - STUDIEGEBIED TEXTIEL

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3450 (doc. nr. 3450)

Bijlage 28 - STUDIEGEBIED TOERISME

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3451 (doc. nr. 3451)

Bijlage 29 - STUDIEGEBIED VOEDING

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3452 (doc. nr. 3452)

Bijlage 30 - STUDIEGEBIED BALLET

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3453 (doc. nr. 3453)

Bijlage 31 - STUDIEGEBIED BEELDENDE KUNSTEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3454 (doc. nr. 3454)

Bijlage 32 - STUDIEGEBIED PODIUMKUNSTEN

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=3455 (doc. nr. 3455)

Bijlage 33 - Melding van concordantie

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=11361 (doc. nr. 11361)

Bijlage 34 - Matrix secundair onderwijs

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=11999 (doc. nr. 11999)

Bijlage 35 - Concordantietabellen

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=11339 (doc. nr. 11339)

Bijlage 36 - Samenstelling structuuronderdelen wat betreft beroepskwalificaties en deelkwalificaties

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=12000 (doc. nr. 12000)