Eenmalige vaste benoeming op 1 juli 2021 in wervingsambten in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

  • Op 1 juli 2021 moet een inrichtende macht eenmalig vaste benoemingen toewijzen in wervingsambten in instellingen van het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het secundair onderwijs en in de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • Daarvoor moet een inrichtende macht ook eenmalig en onder specifieke voorwaarden voor 15 juni 2021 betrekkingen vacant verklaren.
  • Voor de personeelsleden die in aanmerking komen voor een vaste benoeming op 1 juli 2021 gelden eveneens eenmalige specifieke voorwaarden en geldt bovendien een bepaalde volgorde die de inrichtende macht moet hanteren bij het toewijzen van een vaste benoeming. Binnen deze volgorde kan een inrichtende macht onder bepaalde voorwaarden toch de vaste benoeming weigeren van een tijdelijk personeelslid met 580 dagen dienstanciënniteit of met 360 dagen dienstanciënniteit.
  • Het tijdelijke personeelslid dat op 1 juli 2021 in een ambt wordt vast benoemd maar op 30 juni 2021 niet in aanmerking komt om zich kandidaat te stellen voor het recht op TADD, verwerft door de vaste benoeming toch het recht op TADD in het betrokken ambt vanaf 1 september 2021.

1. Inleiding

1.1. Algemeen

Deze omzendbrief licht een specifieke eenmalige maatregel toe die de Vlaamse overheid heeft opgenomen in het kader van het begrotingsdecreet 2021.

De maatregel houdt in dat een inrichtende macht op 1 juli 2021 eenmalig en onder specifieke voorwaarden vaste benoemingen moet toewijzen in vacante betrekkingen in wervingsambten in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

Opgelet

Voor deze eenmalige vaste benoeming op 1 juli 2021 kan een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt geen beroep doen op voorrang op het recht op een vaste benoeming, zoals bepaald in artikel 40ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 35bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Deze voorrang geldt immers enkel voor de vaste benoeming die ingaat op 1 januari.

U vindt in deze omzendbrief de nodige informatie over deze vaste benoeming.

1.2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief is van toepassing op de personeelsleden en inrichtende machten van het gemeenschaps- en gesubsidieerd onderwijs van:

  • het basisonderwijs
  • het deeltijds kunstonderwijs
  • het secundair onderwijs
  • de centra voor volwassenenonderwijs
  • de centra voor leerlingenbegeleiding

Deze omzendbrief geldt ook voor de personeelsleden en inrichtende machten van internaten van het gemeenschaps- en gesubsidieerd onderwijs.

Opmerking
 
In deze omzendbrief wordt steeds het begrip inrichtende macht gehanteerd. Voor het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het secundair onderwijs moet inrichtende macht steeds gelezen worden als schoolbestuur, in het volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding als centrumbestuur en voor het POC in het gemeenschapsonderwijs als de afgevaardigd-bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs.

In deze omzendbrief wordt ook steeds het begrip instelling gebruikt. Al naargelang het geval moet dit gelezen worden als school, centrum, academie, tehuis of internaat.

2. Vacantverklaring

2.1. Procedure van vacantverklaring

Een vaste benoeming kan pas worden uitgesproken als de inrichtende macht de betrekking waarin de vaste benoeming plaatsvindt correct vacant heeft verklaard en de vacante betrekkingen openbaar heeft gemaakt.

Met het oog op de eenmalige vaste benoeming in wervingsambten op 1 juli 2021 moet een inrichtende macht een bijkomende vacantverklaring opstellen en die ook openbaar maken.

Hierna volgen de specifieke voorwaarden t.a.v. die bijkomende vacantverklaring.

2.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

In het gemeenschapsonderwijs gebeurt de vacantverklaring van betrekkingen in wervingsambten per scholengroep.

De raad van bestuur van de scholengroep stelt op basis van de personeelsformatie op 15 mei 2021 de vacantverklaring op en maakt deze openbaar.

Dit gebeurt vóór 15 juni 2021.

2.1.1.1. Vacantverklaring voor het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

De raad van bestuur moet voor haar instellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en voor het centrum voor leerlingenbegeleiding volgende betrekkingen vacant verklaren:

alle betrekkingen in wervingsambten die op 15 mei 2021 vacant zijn

2° de betrekkingenin wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeelin het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en secundair onderwijs die op 15 mei 2021 aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Opgelet

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze eindeloopbaanverlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 3.4.

3° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en secundair onderwijs waarvan de vastbenoemde titularis op 15 mei 2021 voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:
- verlof wegens bijzondere opdracht;
- verlof wegens opdracht;
- verlof voor vakbondsopdrachten;
- verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;
- verlof erkende politieke groepen;
- politiek verlof;
- verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;
- verlof voor verminderde prestaties;
- afwezigheid voor verminderde prestaties.

Het totale volume van deze opdrachten moet worden vacant verklaard.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.
Voor het schooljaar 2020-2021 gaat het dus om minimaal de periode van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021.

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze specifieke verlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 3.4.

4° als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De raad van bestuur moet die vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dat verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

5° de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 mei 2021 als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte door de administratieve gezondheidsdienst (Medex) ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te oefenen en dat op zijn verzoek door de raad van bestuur ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Vanaf het ogenblik van de terbeschikkingstelling geldt de betrekking immers als een vacante betrekking.

6° de raad van bestuur kan betrekkingen die na 15 mei en uiterlijk op 1 juli 2021 vacant worden door pensionering eveneens vacant verklaren.

2.1.1.2. Vacantverklaring voor de centra voor volwassenonderwijs

Voor de vacantverklaring van betrekkingen in een centrum voor volwassenenonderwijs gelden specifieke regels m.b.t. de vacantverklaring.

Als algemeen principe geldt immers dat er voor de centra voor volwassenenonderwijs geen absolute verplichting is om alle vacante betrekkingen ook daadwerkelijk vacant te verklaren met het oog op een vaste benoeming.

De raad van bestuur beslist op basis van een beleidsplan jaarlijks en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen hij vacant verklaart met het oog op een vaste benoeming. Als er in het bevoegde lokale onderhandelingscomité geen akkoord wordt bereikt over bepaalde betrekkingen, dan moet de raad van bestuur die betrekkingen wel vacant verklaren op voorwaarde dat die betrekkingen gedurende de drie voorafgaande schooljaren ook al vacant waren.

De raad van bestuur is – ongeacht welke afspraken hij in zijn beleidsplan met betrekking tot de vacantverklaring heeft opgenomen – wel verplicht om volgende betrekking vacant te verklaren met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2021:

1° de betrekkingenin wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeeldie op 15 mei 2021 aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Opgelet

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze eindeloopbaanverlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvan de vastbenoemde titularis op 15 mei 2021 voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:
- verlof wegens bijzondere opdracht;
- verlof wegens opdracht;
- verlof voor vakbondsopdrachten;
- verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;
- verlof erkende politieke groepen;
- politiek verlof;
- verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;
- verlof voor verminderde prestaties;
- afwezigheid voor verminderde prestaties.

Het totale volume van deze opdrachten moet worden vacant verklaard.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.
Voor het schooljaar 2020-2021 gaat het dus om minimaal de periode van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021.

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze specifieke verlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

2.1.1.3. Mededeling van de vacantverklaring en kandidaatstelling

De raad van bestuur bepaalt wanneer en onder welke vorm een personeelslid zich kandidaat moet stellen voor een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking. Hiertoe maakt de raad van bestuur vóór 15 juni 2021de lijst van vacant verklaarde betrekkingen openbaar, samen met een beschrijving van de wijze waarop een personeelslid zijn kandidatuur moet indienen.

De vacant verklaarde betrekkingen worden omschreven conform de bepalingen van artikel 3, 10° van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

2.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

In het gesubsidieerd onderwijs ziet de procedure van vacantverklaring van betrekkingen in wervingsambten er als volgt uit.

2.1.2.1. Mededeling van vacante betrekkingen voor het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

De inrichtende macht deelt aan de personeelsleden van haar instellingen voor basisonderwijs, voor deeltijds kunstonderwijs en voor secundair onderwijs en van haar centrum of centra voor leerlingenbegeleiding de betrekkingen mee die in aanmerking komen voor vaste benoeming en maakt dit ook openbaar.

Deze mededeling omvat volgende betrekkingen:

allebetrekkingen in wervingsambten die vacant zijn op 15 mei 2021.

2° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeelin het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en secundair onderwijs, die op 15 mei 2021 aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Opgelet

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze eindeloopbaanverlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 3.4.

3° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs en secundair onderwijs waarvan de vastbenoemde titularis op 15 mei 2021 voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:

- verlof wegens bijzondere opdracht;

- verlof wegens opdracht;

- verlof voor vakbondsopdrachten;

- verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;

- verlof erkende politieke groepen;

- politiek verlof;

- verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;

- verlof voor verminderde prestaties;

- afwezigheid voor verminderde prestaties.

Het totale volume van deze opdrachten moet worden vacant verklaard.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.
Voor het schooljaar 2020-2021 gaat het dus om minimaal de periode van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021.

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze specifieke verlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 3.4.

4° als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De inrichtende macht moet die vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dat verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

5° de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 mei 2021 als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte door de administratieve gezondheidsdienst (Medex) ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te oefenen en dat op zijn verzoek door de inrichtende macht ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Vanaf het ogenblik van de terbeschikkingstelling geldt de betrekking immers als een vacante betrekking.

6° de inrichtende macht kan daarnaast betrekkingen in een wervingsambt die na 15 mei en uiterlijk op 1 juli 2021 daaropvolgend vacant worden door pensionering eveneens meedelen als een vacante betrekking met het oog op een vaste benoeming.

2.1.2.2. Mededeling van vacante betrekkingen voor de centra voor volwassenenonderwijs

Voor de mededeling van de vacante betrekkingen in een centrum voor volwassenenonderwijs gelden specifieke regels.

Als algemeen principe geldt immers dat er voor de centra voor volwassenenonderwijs geen absolute verplichting is om alle vacante betrekkingen ook daadwerkelijk mee te delen met het oog op een vaste benoeming.

De inrichtende macht beslist op basis van een beleidsplan jaarlijks en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen ze meedeelt met het oog op een vaste benoeming. Als er in het bevoegde lokale onderhandelingscomité geen akkoord wordt bereikt over bepaalde betrekkingen, dan moet de inrichtende macht die betrekkingen wel mee delen met het oog op een vaste benoeming op voorwaarde dat die betrekkingen gedurende de drie voorafgaande schooljaren ook al vacant waren.

De inrichtende macht is – ongeacht welke afspraken ze in haar beleidsplan met betrekking tot mededeling van vacante betrekkingen heeft opgenomen – wel verplicht om volgende betrekkingen mee te delen met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2021:

1° de betrekkingenin wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeeldie op 15 mei 2021 aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 mei 2021 met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Opgelet

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze eindeloopbaanverlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvan de vastbenoemde titularis op 15 mei 2021 voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:
- verlof wegens bijzondere opdracht;
- verlof wegens opdracht;
- verlof voor vakbondsopdrachten;
- verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;
- verlof erkende politieke groepen;
- politiek verlof;
- verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;
- verlof voor verminderde prestaties;
- afwezigheid voor verminderde prestaties.

Het totale volume van deze opdrachten moet worden vacant verklaard.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.
Voor het schooljaar 2020-2021 gaat het dus om minimaal de periode van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021.

Het betreft hier ook het deel van de betrekkingen in deze specifieke verlofstelsels waarin er op 1 januari 2021 geen vaste benoeming werd uitgesproken op basis van de vacantverklaring van vacante betrekkingen op 15 oktober 2020.

2.1.2.3. Mededeling van de vacante betrekking en kandidaatstelling

De inrichtende macht deelt haar vacante betrekkingen met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2021 mee voor 15 juni 2021.

Deze mededeling van de vacante betrekkingen bevat een duidelijke omschrijving van de aangeboden betrekkingen en vermeldt de vorm waarin en de termijn waarbinnen een personeelslid moet kandideren bij de inrichtende macht, evenals de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vaste benoeming.

Dit bericht wordt aan alle personeelsleden meegedeeld en openbaar gemaakt voor 15 juni 2021.

De vacant verklaarde betrekkingen worden omschreven conform de bepalingen van artikel 5, 12° van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Als in het basis- of secundair onderwijs de school tot een scholengemeenschap behoort, dan gebeurt de mededeling van de vacante betrekkingen aan alle personeelsleden van alle scholen van de scholengemeenschap, ook als die tot een andere inrichtende macht behoren.

3. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

Een inrichtende macht kan een vaste benoeming op 1 juli 2021 slechts toewijzen aan een personeelslid dat aan een aantal specifieke voorwaarden voldoet.

Daarnaast moet ook de betrekking waarin de vaste benoeming wordt toegewezen aan bepaalde voorwaarden getoetst worden.

3.1. In het gemeenschapsonderwijs

3.1.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen

Een raad van bestuur kan een vaste benoeming in een vacante betrekking van een wervingsambt op 1 juli 2021 slechts toewijzen als het personeelslid in kwestie aan bepaalde voorwaarden voldoet.

Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van die afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

7. Op 31 mei 2021 ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben in het ambt van benoeming in een of meer instellingen van de scholengroep.

Voor een leraar die in het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs of het volwassenenonderwijs tijdelijk is aangesteld in een betrekking op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen gepresteerd zijn:

  • in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking voor een leraar secundair onderwijs;
  • in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking voor een leraar deeltijds kunstonderwijs;
  • in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking voor een leraar secundair volwassenenonderwijs.

Is het personeelslid als leraar tijdelijk in een betrekking aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling of via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, dan moeten de 360 dagen dienstanciënniteit:

  • voor een leraar secundair onderwijs verworven zijn in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;
  • voor een leraar deeltijds kunstonderwijs verworven zijn in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;
  • voor een leraar secundair volwassenenonderwijs verworven zijn in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

10. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot die scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

11. uiterlijk op 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld zijn in een instelling van de scholengroep in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Behoort de instelling waar het personeelslid tijdelijk is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van deze scholengemeenschap.

Behoort de instelling waar het personeelslid tijdelijk is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Is het personeelslid op 30 juni 2021 aangesteld in het ambt van leraar met een vereist bekwaamheidsbewijs dan geldt de tijdelijke aanstelling:

  • in het secundair onderwijs voor alle vakken of specialiteiten waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs geldt
  • in het deeltijds kunstonderwijs voor alle vakken of specialiteiten waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs geldt;
  • in het volwassenenonderwijs voor alle opleidingen of modules waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs geldt.

Is het personeelslid op 30 juni 2021 aangesteld in het ambt van leraar met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs dan geldt de tijdelijke aanstelling:

  • in het secundair onderwijs voor het vak of de specialiteit waarin het personeelslid met dat voldoend geachte bekwaamheidsbewijs is aangesteld en daarnaast ook voor de vakken of specialiteiten waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs bezit;
  • in het deeltijds kunstonderwijs voor het vak of de specialiteit waarin het personeelslid met dat voldoend geachte bekwaamheidsbewijs is aangesteld en daarnaast ook voor de vakken of specialiteiten waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs bezit;
  • in het volwassenenonderwijs voor de opleiding of de module waarin het personeelslid met dat voldoend geachte bekwaamheidsbewijs is aangesteld en daarnaast ook de opleidingen en modules waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs bezit.

De tijdelijke aanstelling houdt niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed tijdelijk aangesteld zijn in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een tijdelijke aanstelling hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk op 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld zijn in het ambt waarin ze voor uitbreiding kandideren.

3.1.2. Voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

De raad van bestuur moet de betrekking vacant verklaard hebben en dit ook meegedeeld hebben op het daartoe voorziene tijdstip (zie punt 2.1.1)

De raad van bestuur kan een vacant verklaarde betrekking op 1 juli 2021 door vaste benoeming toewijzen als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 juli 2021 nog vacant is.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

Daarnaast komen ook bepaalde specifieke betrekkingen nooit in aanmerking voor vacantverklaring of vaste benoeming. Dat geldt ook voor de eenmalige vaste benoeming op 1 juli 2021.

Meer informatie over de betrekkingen die niet in aanmerking komen voor vacantverklaring en vaste benoeming vindt u in de omzendbrief Vaste benoeming – Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming (13cc/VB/ml van 29-11-1999):

  • voor het basisonderwijs in punt 3.1.1.1;
  • voor het secundair onderwijs in punt 4.5;
  • voor het deeltijds kunstonderwijs in punt 6.5;
  • voor de centra voor volwassenenonderwijs in punt 5.5;
  • voor de centra voor leerlingenbegeleiding in punt 7.1.1.1.

3.2. Het gesubsidieerd onderwijs

3.2.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen

Een inrichtende macht kan een vaste benoeming in een vacante betrekking van een wervingsambt op 1 juli 2021 slechts toewijzen als het personeelslid in kwestie aan bepaalde voorwaarden voldoet.

Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van die afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

7. Op 31 mei 2021 ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben in het ambt van benoeming in een of meer instellingen van de inrichtende macht.

Voor een leraar die in het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs of het volwassenenonderwijs tijdelijk is aangesteld in een betrekking op basis van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen gepresteerd zijn:

  • in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking voor een leraar secundair onderwijs;
  • in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking voor een leraar deeltijds kunstonderwijs;
  • in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking voor een leraar secundair volwassenenonderwijs.

Is het personeelslid als leraar tijdelijk in een betrekking aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling of via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, dan moeten de 360 dagen dienstanciënniteit:

  • voor een leraar secundair onderwijs verworven zijn in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;
  • voor een leraar deeltijds kunstonderwijs verworven zijn in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking;
  • voor een leraar secundair volwassenenonderwijs verworven zijn in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

10. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de inrichtende macht die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de inrichtende macht die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van deze inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

11. uiterlijk op 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld zijn in een instelling van de inrichtende macht in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Behoort de instelling waar het personeelslid tijdelijk is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de inrichtende macht in deze scholengemeenschap.

Behoort de instelling waar het personeelslid tijdelijk is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Is het personeelslid op 30 juni 2021 aangesteld in het ambt van leraar met een vereist bekwaamheidsbewijs dan geldt de tijdelijke aanstelling:

  • in het secundair onderwijs voor alle vakken of specialiteiten waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs geldt
  • in het deeltijds kunstonderwijs voor alle vakken of specialiteiten waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs geldt;
  • in het volwassenenonderwijs voor alle opleidingen of modules waarvoor dat vereiste bekwaamheidsbewijs geldt.

Is het personeelslid op 30 juni 2021 aangesteld in het ambt van leraar met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs dan geldt de tijdelijke aanstelling:

  • in het secundair onderwijs voor het vak of de specialiteit waarin het personeelslid met dat voldoend geacht bekwaamheidsbewijs is aangesteld en daarnaast ook voor de vakken of specialiteiten waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs bezit;
  • in het deeltijds kunstonderwijs voor het vak of de specialiteit waarin het personeelslid met dat voldoend geacht bekwaamheidsbewijs is aangesteld en daarnaast ook voor de vakken of specialiteiten waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs bezit;
  • in het volwassenenonderwijs voor de opleiding of de module waarin het personeelslid met dat voldoend geacht bekwaamheidsbewijs is aangesteld en daarnaast ook de opleidingen en modules waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs bezit.

De tijdelijke aanstelling houdt niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed tijdelijk aangesteld zijn in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een tijdelijke aanstelling hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk op 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld zijn in het ambt waarin ze voor uitbreiding kandideren.

3.2.2. Voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

De inrichtende macht moet de betrekking op het daartoe voorziene tijdstip als vacante betrekking meegedeeld hebben met het oog op een vaste benoeming (zie punt 2.1.2).

De inrichtende macht kan een meegedeelde vacante betrekking op 1 juli 2021 door vaste benoeming toewijzen als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 juli 2021 nog vacant is.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

Daarnaast komen ook bepaalde specifieke betrekkingen nooit in aanmerking voor vacantverklaring of vaste benoeming. Dat geldt ook voor de eenmalige vaste benoeming op 1 juli 2021.

Meer informatie over de betrekkingen die niet in aanmerking komen voor vacantverklaring en vaste benoeming vindt u in de omzendbrief Vaste benoeming – Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming (13cc/VB/ml van 29-11-1999):

  • voor het basisonderwijs in punt 3.1.2.1;
  • voor het secundair onderwijs in punt 4.5;
  • voor het deeltijds kunstonderwijs in punt 6.5;
  • voor de centra voor volwassenenonderwijs in punt 5.5;
  • voor de centra voor leerlingenbegeleiding in punt 7.1.2.1.

3.3. Volgorde bij toewijzen van een vaste benoeming op 1 juli 2021

Als meerdere personeelsleden die aan de voorwaarden voldoen zich kandidaat stellen voor een vaste benoeming in eenzelfde betrekking moet de inrichtende macht een specifieke voorrangsorde hanteren bij de toewijzing van de vaste benoeming op 1 juli 2021.

3.3.1. In het gemeenschapsonderwijs

Als er zich meerdere personeelsleden die aan de voorwaarden voor benoeming voldoen (zie punt 3.1.1) kandidaat stellen voor vaste benoeming in eenzelfde betrekking moet de raad van bestuur bij de toewijzing van de vaste benoeming in die betrekking de volgende volgorde respecteren:

1° de personeelsleden die deeltijds benoemd zijn in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen;

2° de tijdelijke personeelsleden die uiterlijk op 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur in een betrekking in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen;

Het betreft een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het ambt in een instelling van de scholengroep of desgevallend in een instelling van de scholengemeenschap.

3° de tijdelijke personeelsleden die uiterlijk op 31 mei 2021 in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen ten minste 580 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in een of meer instellingen van de scholengroep. Voor de berekening van deze dienstanciënniteit mag het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 worden vermenigvuldigd.

De raad van bestuur kan beslissen om een tijdelijk personeelslid dat voldoet aan deze voorwaarde niet vast te benoemen, als het tijdelijke personeelslid uiterlijk op 30 juni 2021 een beoordeling met werkpunten heeft gekregen van zijn eerste evaluator.

Als de raad van bestuur een dergelijke beslissing neemt, moet ze de weigering van de vaste benoeming ook schriftelijk motiveren aan het betrokken personeelslid.

De raad van bestuur kan deze beslissing om de vaste benoeming te weigeren ook nemen als het tijdelijk personeelslid de enige kandidaat is voor de vacant verklaarde betrekking.

4° de tijdelijke personeelsleden die uiterlijk op 31 mei 2021 in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in een of meer instellingen van de scholengroep. Voor de berekening van deze dienstanciënniteit wordt het aantal gepresteerde dagen wel met 1,2 vermenigvuldigd.

De raad van bestuur kan ook beslissen om een tijdelijk personeelslid dat voldoet aan deze voorwaarde niet vast te benoemen. Als de raad van bestuur een dergelijke beslissing neemt, moet ze aan het betrokken personeelslid een schriftelijke motivatie bezorgen met daarin de redenen waarom ze de vaste benoeming weigert.

De raad van bestuur kan deze beslissing om de vaste benoeming te weigeren ook nemen als het tijdelijk personeelslid de enige kandidaat is voor de vacant verklaarde betrekking.


De raad van bestuur kan voor elke van de vier hiervoor vermelde groepen bijkomende criteria opstellen die ze zal hanteren om binnen die groep kandidaten in een bepaalde volgorde te plaatsen (bv. op basis van een selectieprocedure, volgens dienstanciënniteit, ambtsanciënniteit, volume van de opdracht, ...).
Deze criteria moeten worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal onderhandelingscomité.

Het tijdelijke personeelslid die behoort tot de voorrangscategorie 3 (ten minste 580 dagen dienstanciënniteit op 31 mei 2021) of tot de voorrangscategorie 4 (ten minste 360 dagen dienstanciënniteit op 31 mei 2021) en die op 1 juli 2021 door de raad van bestuur vast benoemd wordt in een betrekking in een ambt, verwerft met ingang van 1 september 2021 ook het recht op TADD in dat ambt.

Wordt het tijdelijke personeelslid door een raad van bestuur op 1 juli 2021 vast benoemd in een ambt in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, dan geldt dat recht op TADD als volgt:

1° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;

2° in de instellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren.

Wordt het tijdelijke personeelslid door een raad van bestuur op 1 juli 2021 vast benoemd in een ambt in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, dan geldt dat recht op TADD als volgt:

1° in de instellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;

2° in de instellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;

3° in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

3.3.2. In het gesubsidieerd onderwijs

Als er zich meerdere personeelsleden die aan de voorwaarden voor benoeming voldoen (zie punt 3.2.1), zich kandidaat stellen voor vaste benoeming in eenzelfde betrekking in een ambt moet de inrichtende macht bij de toewijzing van de vaste benoeming in die betrekking de volgende volgorde respecteren:

1° de personeelsleden die deeltijds benoemd zijn in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen;

2° de tijdelijke personeelsleden die uiterlijk op 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen;

Het betreft een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur in het ambt in een instelling van de inrichtende macht of desgevallend in een instelling van de scholengemeenschap.

3° de tijdelijke personeelsleden die uiterlijk op 31 mei 2021 in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen ten minste 580 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in een of meer instellingen van de inrichtende macht of desgevallend in een of meer instellingen van dezelfde scholengemeenschap.

Voor de berekening van deze dienstanciënniteit mag het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 worden vermenigvuldigd.

De inrichtende macht kan beslissen om een tijdelijk personeelslid dat voldoet aan deze voorwaarde niet vast te benoemen, als het tijdelijke personeelslid uiterlijk op 30 juni 2021 een beoordeling met werkpunten heeft gekregen van zijn eerste evaluator.

Als de inrichtende machteen dergelijke beslissing neemt, moet ze de weigering van de vaste benoeming ook schriftelijk motiveren aan het betrokken personeelslid.

De inrichtende macht kan deze beslissing om de vaste benoeming te weigeren ook nemen als het tijdelijk personeelslid de enige kandidaat is voor de vacant verklaarde betrekking;

4° de tijdelijke personeelsleden die uiterlijk op 31 mei 2021 in het ambt waarvoor ze zich kandidaat stellen ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in een of meer instellingen van de inrichtende macht. Voor de berekening van deze dienstanciënniteit wordt het aantal gepresteerde dagen wel met 1,2 vermenigvuldigd.

De inrichtende macht kan ook beslissen om een tijdelijk personeelslid dat voldoet aan deze voorwaarde niet vast te benoemen. Als de inrichtende macht een dergelijke beslissing neemt, moet ze aan het betrokken personeelslid dan een schriftelijke motivatie bezorgen met daarin de redenen waarom ze de vaste benoeming weigert.

De inrichtende macht kan dergelijke beslissing ook nemen als het tijdelijk personeelslid de enige kandidaat is voor de vacant verklaarde betrekking.


De inrichtende macht kan binnen elke hiervoor vermelde groep bijkomende criteria bepalen om een vaste benoeming toe te kennen (bv. op basis van een selectieprocedure, volgens dienstanciënniteit, ambtsanciënniteit, volume van de opdracht, ...).
Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal onderhandelingscomité.

Binnen de voormelde groepen geldt alvast altijd de decretaal bepaalde voorrang die stelt dat het een personeelslid dat bij de inrichtende macht minstens 960 dagen dienstanciënniteit heeft verworven, bij deze inrichtende macht voorrang voor een vaste benoeming heeft t.a.v. een personeelslid die deze anciënniteit niet heeft verworven (artikel 35, §2 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs).
Om hierop beroep te doen, moet een personeelslid deze dienstanciënniteit verworven hebben op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de vaste benoeming ingaat.

Het tijdelijke personeelslid die behoort tot de voorrangscategorie 3 (ten minste 580 dagen dienstanciënniteit op 31 mei 2021) of tot de voorrangscategorie 4 (ten minste 360 dagen dienstanciënniteit op 31 mei 2021) en die op 1 juli door de inrichtende macht vast benoemd wordt in een betrekking in een ambt, verwerft met ingang van 1 september 2021 ook het recht op TADD in dat ambt.

Wordt het tijdelijke personeelslid door een inrichtende macht op 1 juli 2021 vast benoemd in een ambt in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort, dan geldt dat recht op TADD voor alle instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Wordt het tijdelijke personeelslid door een inrichtende macht op 1 juli 2021 vast benoemd in een ambt in een instelling die tot een scholengemeenschap behoort, dan geldt dat recht op TADD voor alle instellingen van de scholengemeenschap.

3.4. Gevolgen van de vacantverklaring van een betrekking waarvan de titularis met verlof is

Zoals vermeld in punt 2.1.1 en 2.1.2 moet een inrichtende macht ook bepaalde betrekkingen die worden ingenomen door een bepaald verlofstelsel als vacante betrekkingen beschouwen voor vaste benoeming op 1 juli 2021.

Vanaf het ogenblik dat een dergelijke betrekking op 15 mei 2021 als een vacante betrekking voor vaste benoeming wordt beschouwd, geldt de betrekking als een vacante betrekking en moet ze ook als dusdanig worden gehanteerd in de personeelsorganisatie van de instelling.

Dit heeft gevolgen voor zowel de (voormalige) titularis van de vacant verklaarde betrekking als voor het personeelslid dat in deze vacante betrekking wordt aangesteld. Deze gevolgen worden hierna toegelicht.

3.4.1. Administratieve toestand van de vacant verklaarde betrekking

3.4.1.1. Eindeloopbaanverlofstelsels op 15 mei 2021

Het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvoor de titularis op 15 mei 2021 met een eindeloopbaanverlofstelsel is en dat vacant is verklaard met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2021 (zie punt 2.1.1 en 2.1.2), geldt vanaf 15 mei 2021 als een vacante betrekking.

De instelling moet hier dus vanaf deze datum rekening mee houden in het kader van haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling.

Vanaf 15 mei 2021 situeert deze vacant verklaarde betrekking zich ook buiten de reguliere omkadering en komt deze opdracht voor het volume van de vacantverklaring niet meer in aanmerking voor vervanging.

Meer informatie over de melding van deze betrekkingen vindt u in punt 4.3.

3.4.1.2. Specifieke verlofstelsels op 15 mei 2021

Het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvoor de titularis op 15 mei 2021 een specifiek verlofstelsel geniet en dat vacant is verklaard met het oog op een vaste benoeming op 1 juli 2021 (zie punt 2.1.1 en 2.1.2), geldt vanaf 15 mei 2021 volledig als een vacante betrekking.

De instelling moet hier dus vanaf deze datum rekening mee houden in het kader van haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling.

Vanaf 15 mei 2021 situeert deze vacant verklaarde betrekking zich ook buiten de reguliere omkadering en komt deze opdracht voor het volume van de vacantverklaring niet meer in aanmerking voor vervanging.

Meer informatie over de melding van deze betrekkingen vindt u in punt 4.3.

3.4.2. Administratieve toestand van de voormalige titularis

3.4.2.1. Op het ogenblik dat de betrekking vacant wordt

Het vastbenoemde personeelslid dat een eindeloopbaanverlofstelsel of specifiek verlofstelsel geniet en van wie de betrekking deels of volledig vacant wordt verklaard (zie punt 2.1.1 en 2.1.2), blijft vanaf het ogenblik van de vacantverklaring in de administratieve en geldelijke toestand die hij heeft op het ogenblik van de start van zijn verlofstelsel. Het personeelslid blijft dus ook na de vacantverklaring als vastbenoemd personeelslid aangesteld in het desbetreffende verlofstelsel op basis van de initiële instapvoorwaarden.

Als er na het vacant worden van zijn betrekking een wijziging plaatsvindt in de administratieve toestand van het vastbenoemde personeelslid omdat hij zijn verlofstelsel opschort, omdat hij een ander verlofstelsel neemt dat geen specifiek verlofstelsel is, omdat hij een kleiner volume verlof neemt, … dan betekent dit dat het personeelslid op dat ogenblik geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn initiële specifieke verlofstelsel. Op dat ogenblik gelden de principes van terugkeer die hierna worden toegelicht.

Meer informatie over de melding van de opdracht van het personeelslid vindt u in punt 4.3.

3.4.2.2. Bij terugkomst uit het verlofstelsel

3.4.2.2.1. Algemeen principe

Als het personeelslid na de vacantverklaring terugkeert uit zijn verlofstelsel, dan kunnen zich twee generieke situaties voordoen: het personeelslid komt terug in de loop van het schooljaar of het personeelslid komt terug bij de start van het schooljaar.

Het personeelslid komt vervroegd uit zijn verlofstelsel terug in de loop van het schooljaar)

Bij vervroegde terugkomst moet de inrichtende macht nagaan of er in de school of het centrum waar het personeelslid is aangesteld of, als dat niet kan, in een andere school of centrum een vacante betrekking is (in de scholengemeenschap of desgevallend in de scholengroep) die op dat ogenblik niet is toegewezen aan een ander personeelslid.

Als er een vacante betrekking is die binnen de draagwijdte van de vaste benoeming van het betrokken personeelslid past en die niet is toegewezen aan een ander personeelslid, dan wijst de inrichtende macht die vacante betrekking toe aan het personeelslid.

Is er geen vacante betrekking voorhanden dan wordt het personeelslid voor de resterende duur van het schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en zijn de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling van toepassing. Het daaropvolgende schooljaar neemt het personeelslid op basis van zijn dienstanciënniteit dan weer zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen.

Het personeelslid komt terug bij de start van het schooljaar (op 1 september)

Als een vastbenoemd personeelslid dat een eindeloopbaanverlofstelsel of een specifiek verlofstelsel geniet, bij de start van het schooljaar weer in dienst komt, neemt hij op dat ogenblik op basis van zijn dienstanciënniteit zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen bij de aanvang van het schooljaar.

3.4.2.2.2. Terugkeer na 15 mei en voor 1 september 2021

Als het vastbenoemde personeelslid na de vacantverklaring van zijn betrekking op basis van de situatie van 15 mei 2021 nog dit schooljaar terugkeert uit zijn verlofstelsel, dan kunnen zich volgende situaties voordoen:

  • het personeelslid komt vervroegd terug voor of op 30 juni 2021;
  • het personeelslid komt terug op 1 juli 2021.

Het personeelslid keert terug voor of op 30 juni 2021

Als het vastbenoemde personeelslid na 15 mei en voor 30 juni 2021 vervroegd terugkomt uit zijn verlofstelsel is hij geen titularis meer van de betrekking. Deze betrekking werd op 15 mei 2021 immers een vacante betrekking en de vervanger die er in is aangesteld wordt dan de nieuwe titularis van de betrekking.

De inrichtende macht gaat dan na of er in de school of het centrum waar het personeelslid is aangesteld of, als dat niet kan, in een andere school of centrum een vacante betrekking is (in de scholengemeenschap of desgevallend in de scholengroep) die op dat ogenblik niet is toegewezen aan een ander personeelslid.

Als er een vacante betrekking is die binnen de draagwijdte van de vaste benoeming van het betrokken personeelslid past en die niet is toegewezen aan een ander personeelslid, dan wijst de inrichtende macht die vacante betrekking toe aan het personeelslid.

Is er geen vacante betrekking voorhanden dan wordt het personeelslid voor de resterende duur van het schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en zijn de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling van toepassing. Bij de start van het nieuwe schooljaar (1 september 2021) neemt het personeelslid op basis van zijn dienstanciënniteit weer zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen.

Het personeelslid keert terug op 1 juli 2021

Als een vastbenoemd personeelslid op 1 juli 2021 terugkeert, kan dit echter vanuit twee situaties:

  • het verlof van het personeelslid loopt tot en met 30 juni 2021;
  • het verlof van het personeelslid loopt in principe tot 31 augustus 2021 of later, maar het personeelslid komt vervroegd terug.

Afhankelijk van deze situaties kan het vastbenoemde personeelslid op 1 juli 2021 al of niet opnieuw een vacante betrekking opnemen.

Als het vastbenoemde personeelslid op 1 juli 2021 terugkomt uit zijn verlofstelsel is hij in principe geen titularis meer van de betrekking. Deze betrekking werd op 15 mei 2021 immers een vacante betrekking en de vervanger die er in is aangesteld werd dan de nieuwe titularis van de vacante betrekking.

Het verlof loopt tot en met 30 juni 2021

Als het verlof van het vastbenoemde personeelslid tot en met 30 juni 2021 loopt, is de vervanger initieel ook tot 30 juni 2021 tijdelijk aangesteld in ATO 1.

Op 15 mei 2021 wordt de betrekking echter een vacante betrekking en wijzigt ze naar ATO 2.

Blijft de initiële aanstelling van het personeelslid dat als vervanger in de betrekking werd aangesteld ook na het vacant worden van de betrekking op 15 mei 2021 ongewijzigd lopen tot en met 30 juni 2021, dan betekent dit dat de betrekking vanaf 1 juli 2021 een vacante betrekking is waarin niemand is aangesteld. Dan wordt het vastbenoemde personeelslid op 1 juli 2021 terug titularis van de betrekking.

Er is dan ook geen nieuwe vaste benoeming mogelijk in deze betrekking!

Voorbeeld 1

Een voltijds vastbenoemd onderwijzer (24/24) neemt een halftijds verlof voor verminderde prestaties (VVP) van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021 voor 12/24.

Op 1 september 2020 wordt een tijdelijk personeelslid als vervanger aangesteld en deze tijdelijke aanstelling loopt initieel tot 30 juni 2021 voor 12/24 in ATO1.

De betrekking waarvoor het vastbenoemde personeelslid op 15 oktober 2020 met VVP is, werd vacant verklaard voor 15 november 2020 met het oog op vaste benoeming op 1 januari 2021. Er werd geen vaste benoeming toegewezen op 1 januari 2021.

Dit betekent dat de betrekking van 12/24 op 15 mei 2021 nog steeds geldt als een vacante betrekking die voor 15 juni 2021 opnieuw moet worden vacant verklaard met het oog op de eenmalige benoeming op 1 juli 2021.

Bij het vacant worden van deze betrekking van 12/24 op 15 oktober 2020 wijzigde de tijdelijke aanstelling al van ATO1 naar ATO2.

De aanstelling van het tijdelijke personeelslid loopt ongewijzigd door tot en met 30 juni 2021 (12/24 ATO2).

Het tijdelijk personeelslid is dus uit dienst op 1 juli 2021, wat betekent dat de betrekking van 12/24 op dat ogenblik effectief een vacante betrekking is waarin geen personeelslid is aangesteld.

De vastbenoemde onderwijzer keert op 1 juli 2021 terug en neemt de betrekking van 12/24 weer in.

Er is dan ook geen vaste benoeming mogelijk in deze betrekking van 12/24 op 1 juli 2021, vermits ze op dat ogenblik niet meer vacant is.

Voorbeeld2

Een voltijds vastbenoemde leraar (22/22) neemt een voltijds verlof wegens opdracht van 1 september 2020 tot en met 31 december 2020. Op 1 september 2020 wordt een tijdelijk personeelslid als vervanger aangesteld en deze tijdelijke aanstelling loopt initieel tot 31 december 2020 voor 22/22 in ATO1.

Op 15 oktober 2020 wordt deze betrekking niet vacant verklaard omdat het niet gaat om een verlofstelsel dat voor een volledig schooljaar wordt opgenomen.

Op 1 januari 2021 wordt het verlof wegens opdracht echter verlengd tot en met 30 juni 2021.De tijdelijke aanstelling van de vervanger wordt verlengd van 1 januari tot en met 30 juni 2020 (22/22 ATO1).

Op 15 mei 2021 geldt deze betrekking wel als een vacante betrekking die voor 15 juni 2021 moet vacant verklaard worden. Op dat ogenblik gaat het immers wel over een betrekking waarvoor een verlof wordt opgenomen voor een volledig schooljaar.

Bij het vacant worden van deze betrekking wijzigt de tijdelijke aanstelling van ATO1 naar ATO2. De einddatum blijft ongewijzigd, nl. 30 juni 2021.

Het tijdelijk personeelslid is dus uit dienst op 1 juli 2021, wat betekent dat de betrekking van 22/22 op dat ogenblik effectief een vacante betrekking is waarin geen personeelslid is aangesteld.

De vastbenoemde leraar keert op 1 juli 2021 terug en neemt de betrekking van 22/22 weer in.

Er is dan ook geen vaste benoeming mogelijk in deze betrekking van 22/22 op 1 juli 2021, vermits ze op dat ogenblik niet meer vacant is.

Wordt de duur van de tijdelijke aanstelling van het personeelslid die initieel in de betrekking als vervanger werd aangesteld op het ogenblik van het vacant worden op 15 mei 2021 wel gewijzigd tot 31 augustus 2021 of over het schooljaar heen (bv. omdat de vervanger TADD is) , dan is de betrekking op 1 juli 2021 een vacante betrekking waarin een personeelslid is aangesteld.

Het vastbenoemde personeelslid dat terugkeert kan deze betrekking dus niet opnieuw innemen.

Er is dan wel een nieuwe vaste benoeming mogelijk in de betrekking.

Voorbeeld

Een leraar secundair onderwijs is vastbenoemd voor 20/20 en neemt een verlof voor verminderde prestaties voor een vijfde (VVP) van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021 voor 4/20.

Op 1 september 2020 wordt een tijdelijk personeelslid met het recht op TADD voor doorlopende duur aangesteld als vervanger en deze TADD-aanstelling loopt initieel tot 30 juni 2021 voor 4/20 in ATO1.

De betrekking waarvoor het vastbenoemde personeelslid op 15 oktober 2020 met VVP is, werd vacant verklaard voor 15 november 2020 met het oog op vaste benoeming op 1 januari 2021. Er werd geen vaste benoeming toegewezen op 1 januari 2021.

Dit betekent dat de betrekking van 4/20 op 15 mei 2021 nog steeds geldt als een vacante betrekking die voor 15 juni 2021 opnieuw moet worden vacant verklaard met het oog op de eenmalige benoeming op 1 juli 2021.

Bij het vacant worden van deze betrekking van 4/20 op 15 oktober 2020 wijzigde de tijdelijke aanstelling al van ATO1 naar ATO2.

De inrichtende macht beslist om de periode van tijdelijke aanstelling van het tijdelijke personeelslid aan te passen naar een TADD-aanstelling van 4/20 ATO2 tot en met 31 augustus 2021.

Het tijdelijk personeelslid blijft dus in dienst op 1 juli 2021, wat betekent dat de betrekking van 4/20 op dat ogenblik een vacante betrekking is waarin nog een personeelslid is aangesteld.

De vastbenoemde leraar keert op 1 juli 2021 terug.

De betrekking van 4/20 is op 1 juli 2021 echter toegewezen aan een ander personeelslid en geldt dus voor hem niet als een vacante betrekking.

De inrichtende macht moet dan aan het vastbenoemde personeelslid op 1 juli 2021 een andere vacante betrekking toewijzen in de school of in een andere school. Als dat niet mogelijk is, moet het schoolbestuur het vastbenoemde personeelslid op 1 juli 2021 voor 4/20 ter beschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB).

In de vacante betrekking van 4/20 is op 1 juli 2021 een vaste benoeming mogelijk.

De inrichtende macht gaat dan na of er in de school of het centrum waar het personeelslid is aangesteld of, als dat niet kan, in een andere school of centrum een vacante betrekking is (in de scholengemeenschap of desgevallend in de scholengroep) die op dat ogenblik niet is toegewezen aan een ander personeelslid.

Als er een vacante betrekking is die binnen de draagwijdte van de vaste benoeming van het betrokken personeelslid past en die niet is toegewezen aan een ander personeelslid, dan wijst de inrichtende macht die vacante betrekking toe aan het personeelslid.

Is er geen vacante betrekking voorhanden dan wordt het personeelslid voor de resterende duur van het schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en zijn de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling van toepassing. Bij de start van het nieuwe schooljaar (1 september 2021) neemt het personeelslid op basis van zijn dienstanciënniteit weer zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen.

Het verlof loopt tot en met 31 augustus 2021 of later

Als het verlof van het vastbenoemde personeelslid tot en met 31 augustus 2021 of later loopt en het personeelslid komt op 1 juli 2021 vervroegd terug, dan moet worden nagegaan of de vacante betrekking op 1 juli 2021 al of niet aan een ander personeelslid is toegewezen.

Als de aanstelling van het personeelslid dat als vervanger in de betrekking werd aangesteld loopt tot en met 30 juni 2021, dan betekent dit dat de betrekking vanaf 1 juli 2021 een vacante betrekking is waarin niemand is aangesteld. Dan wordt het vastbenoemde personeelslid op 1 juli 2021 terug titularis van de betrekking.

Er is dan ook geen vaste benoeming mogelijk in deze betrekking!

Als de aanstelling van het personeelslid dat als vervanger in de betrekking werd aangesteld loopt tot en met 31 augustus 2021 of later, dan betekent dit dat de betrekking vanaf 1 juli 2021 een vacante betrekking is waarin wel nog een personeelslid is aangesteld. Het vastbenoemde personeelslid dat terugkeert kan deze betrekking dus niet opnieuw innemen.

Er is dan wel vaste benoeming mogelijk in de betrekking.

De inrichtende macht gaat dan na of er in de school of het centrum waar het personeelslid is aangesteld of, als dat niet kan, in een andere school of centrum een vacante betrekking is (in de scholengemeenschap of desgevallend in de scholengroep) die op dat ogenblik niet is toegewezen aan een ander personeelslid.

Als er een vacante betrekking is die binnen de draagwijdte van de vaste benoeming van het betrokken personeelslid past en die niet is toegewezen aan een ander personeelslid, dan wijst de inrichtende macht die vacante betrekking toe aan het personeelslid.

Is er geen vacante betrekking voorhanden dan wordt het personeelslid voor de resterende duur van het schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en zijn de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling van toepassing. Bij de start van het nieuwe schooljaar (1 september 2021) neemt het personeelslid op basis van zijn dienstanciënniteit weer zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen.

4. Mededeling van de vaste benoeming aan AGODI of AHOVOKS

4.1. Indieningstermijn

De inrichtende macht deelt elke vaste benoeming mee aan AGODI en AHOVOKS uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de vaste benoeming of toelating tot de proeftijd.

AGODI en AHOVOKS aanvaarden geen vaste benoeming die buiten deze termijn worden ingestuurd. Dit heeft tot gevolg dat de vaste benoeming of toelating tot de proeftijd geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Uitzondering

De vaste benoeming die na de termijn van drie maanden wordt meegedeeld, kan wel nog worden aanvaard door de overheid. Dit gebeurt op voorwaarde dat de mededeling plaatsvindt binnen een periode van 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.
In dat geval heeft de benoeming pas uitwerking ten aanzien van de overheid op de eerste dag van de maand volgend op deze periode van de 45 kalenderdagen.

Uiteraard kan de administratie slechts na mededeling van de vaste benoeming het salaris of de salaristoelage aanpassen aan de vaste benoeming.

4.2. Wijze van mededeling

De mededeling van de vaste benoeming gebeurt elektronisch via een RL-1.

Als het gaat om een eerste vaste benoeming of om een benoeming in een nieuw ambt, moet het bevoegde werkstation in het bezit zijn van een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De geldigheidsdatum van de RL-1 waarmee een vaste benoeming wordt meegedeeld, is de datum van vaste benoeming van het personeelslid. Deze RL-1 bevat het volledige nieuwe opdrachtenpakket, waarbij de opdracht waarvoor het personeelslid vast benoemd is met ATO 4 (administratieve toestand) wordt aangeduid.

Voorbeeld

Een personeelslid dat reeds voor 14/20 als leraar secundair onderwijs vast benoemd is, krijgt op 01-07-2021 in het ambt van leraar secundair onderwijs een uitbreiding van benoeming met 6 uur in de derde graad .

De school zendt een RL-1 geldig op 01-07-2021 met opdracht 20/20 (niet : 06/20).

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AGODI en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u via EDISON aan AGODI en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

4.3. Aandachtspunten bij de vacantverklaring van betrekkingen die zijn ingenomen door bepaalde verlofstelsels

4.3.1. Melding van de betrekking

Zoals toegelicht in punt 2.1.1 en 2.1.2 moet u steeds alle betrekkingen waarvan de titularis een eindeloopbaanverlofstelsel of een specifiek verlofstelsel geniet, beschouwen als een vacante betrekking met het oog op vaste benoeming op 1 juli 2021.

Dit betekent dat deze betrekkingen vanaf de referentiedatum van de vacantverklaring (15 mei 2021) als vacante betrekkingen gelden en dat u ze bijgevolg moet melden met ATO 02.

Vanaf 15 mei 2021 en ten belope van het volume van de vacantverklaring meldt u de betrekking van de titularis met code oorsprong omkadering 27 (OOM27). Daarmee geeft u aan dat de betrekking zich situeert buiten de reguliere omkadering en niet meer voor vervanging in aanmerking komt.

Vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming (1 juli 2021) meldt u de betrekking uiteraard met ATO 04. De vroegere titularis blijft gemeld met OOM 27.

De melding van de betrekking van de titularis met OOM 27 ten belope van het volume van de vacantverklaring geldt onverminderd indien in de betrekking niet of slechts ten dele vast benoemd kan worden. Dat is bijvoorbeeld het geval als de betrekking bij de verdeling van de betrekkingen toegewezen moet worden aan een vast benoemde collega voor wie een TBSOB dreigt of als er geen kandidaten zijn die aan de benoemingsvoorwaarden voldoen.

De melding met OOM 27 loopt over de schooljaren heen:

  • bij de eindeloopbaanverlofstelsels loopt de melding met OOM 27 tot de vooravond van het pensioen (indien gekend), tenzij het personeelslid geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn verlof;
  • bij de specifieke verlofstelsels die op 15 mei 2021 vacant verklaard werden, loopt de melding met OOM 27 in principe tot 31 augustus maar ze wordt telkens verlengd vanaf 1 september, tenzij het personeelslid geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn verlof.

Zolang het personeelslid afwezig blijft wegens een of meer van de specifieke verlofstelsels (1 verlofstelsel, een combinatie van deze specifieke verlofstelsels, de wijzing van het ene naar het andere specifieke verlofstelsel, ...), blijft de OOM27 over de schooljaren gelden. Ook bij wijziging van het volume van het verlofstelsel blijft de OOM27 gelden, maar dan moet dit steeds afgetoetst worden aan het initiële volume van het verlof. Is er een toename van volume van verlof, dan blijft de OOM27 gelden voor het initiële volume van de afwezigheid. Is er een daling in het verlof, dan blijft de OOM27 gelden voor het resterende verlof. Het deel waarvoor het personeelslid niet langer verlof neemt, geldt dan als terugkeer van de voormalige titularis.

4.3.2. Voorbeelden

In de voorbeelden hierna wordt meestal het personeelslid vast benoemd dat de vervanging van het verlofstelsel presteerde. Gelet op de specifieke volgorde bij de toewijzing van de vaste benoeming op 1 juli 2021 (zie punt 3.3) zal in de praktijk waarschijnlijk vaak een ander personeelslid in de vacante verklaarde betrekking vast benoemd worden. De principes over de mededeling van de opdrachten van alle betrokken personeelsleden blijven ook dan echter dezelfde.

4.3.2.1. Eindeloopbaanverlofstelsel

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A geniet vanaf 1 april 2021 een VVP55+ met 1/5 (=4/20) en wordt vervangen door personeelslid B. Op basis van de referentiedatum van 15 mei 2021 moet de betrekking van 4/20 voor 15 juni 2021 vacant verklaard en op 1 juli 2021 wordt personeelslid B vast benoemd in de betrekking.

Berichten geldig op 01/04/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 31/08/2021

Berichten geldig op 15/05/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) met OOM 27 tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 02 tot 31/08/2021

Berichten geldig op 01/07/2021:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

4.3.2.2. Specifieke verlofstelsels

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A neemt vanaf 1 september 2020 een VVP voor 12/20 tot en met 31 december 2020 en wordt vervangen door personeelslid B .

Op 1 januari 2021 neemt de vast benoemde leraar een AVP voor 12/20 tot en met 31 augustus 2021. Personeelslid B wordt opnieuw aangesteld als vervanger tot 30 juni 2021.

Op basis van de referentiedatum van 15 mei 2021 geldt dit als een betrekking die ingenomen wordt door een of meer specifieke verlofstelsels voor een volledig schooljaar en moet de betrekking van 12/20 voor 15 juni 2021 worden vacant verklaard.

Personeelslid B wordt op 1 juli 2021 vast benoemd in de vacant verklaarde betrekking.

Berichten geldig op 01/09/2020:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u VVP (DO 216) tot 31/12/2020
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 12u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 31/12/2020

Berichten geldig op 01/01/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) tot 31/08/2021
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 12u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 30/06/2021

Berichten geldig op 15/05/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 8u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/2021
  • voor personeelslid B:
    • RL- 1: 12u leraar ATO 02 tot 30/06/2021

Berichten geldig op 01/07/2021:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

4.3.2.3. TBSOB

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A geniet vanaf 1 april 2021 een VVP55+ met 1/5 (=4/20) en wordt vervangen door personeelslid B. Op basis van de referentiedatum van 15 mei 2021 moet de betrekking voor 15 juni 2021 worden vacant verklaard. Op 15 mei 2021 is collega C in dezelfde school en in hetzelfde ambt TBSOB voor 2 uren. Van de 4 vacant verklaarde uren moeten er op 15 mei 2021 2 uren aangewend worden om de TBSOB van collega C op te heffen. In de 2 resterende uren wordt personeelslid B op 1 juli 2021 vast benoemd.

Berichten geldig op 1/04/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 31/08/2021
  • voor personeelslid C:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met TBSOB voor 2u

Berichten geldig op 15/05/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) met OOM 27 tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 2u leraar ATO 02 tot 31/08/2021
  • voor personeelslid C:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 (zonder TBSOB)

Berichten geldig op 01/07/2021:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 2u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • voor personeelslid C: geen (de lopende zending blijft gelden)

4.3.2.4. Terugkeer titularis

Voorbeeld 1

Een leraar secundair onderwijs A is vastbenoemd voor 20/20 en neemt een verlof voor verminderde prestaties voor een vijfde (VVP) van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021 voor 4/20.

Op 1 september 2020 wordt een tijdelijk personeelslid B met het recht op TADD voor doorlopende duur aangesteld als vervanger en deze TADD-aanstelling loopt initieel tot 30 juni 2021 voor 4/20 in ATO1.

De betrekking waarvoor het vastbenoemde personeelslid A op 15 oktober 2020 met VVP is, werd vacant verklaard voor 15 november 2020 met het oog op vaste benoeming op 1 januari 2021. Er werd geen vaste benoeming toegewezen op 1 januari 2021.

Dit betekent dat de betrekking van 4/20 op 15 mei 2021 nog steeds geldt als een vacante betrekking die voor 15 juni 2021 moet worden vacant verklaard met het oog op de eenmalige benoeming op 1 juli 2021.

Bij het vacant worden van deze betrekking van 4/20 op 15 oktober 2020 wijzigde de tijdelijke aanstelling al van ATO1 naar ATO2.

De inrichtende macht beslist om de periode van tijdelijke aanstelling van het tijdelijke personeelslid B aan te passen naar een TADD-aanstelling van 4/20 ATO2 tot en met 31 augustus 2021.

Het tijdelijk personeelslid B blijft dus in dienst op 1 juli 2021, wat betekent dat de betrekking van 4/20 op dat ogenblik een vacante betrekking is waarin nog een personeelslid is aangesteld.

De vastbenoemde leraar A keert op 1 juli 2021 terug.

De betrekking van 4/20 is op 1 juli 2021 echter toegewezen aan een ander personeelslid en geldt dus voor hem niet als een vacante betrekking.

De inrichtende macht kan aan het vastbenoemde personeelslid A op 1 juli 2021 geen andere vacante betrekking toewijzen in de school of in een andere school en moet het vastbenoemde personeelslid A op 1 juli 2021 voor 4/20 ter beschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB).

Personeelslid B wordt op 1 juli 2021 in de vacante betrekking van 4/20 vastbenoemd.

Berichten geldig op 01/09/2020

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP (DO 215) tot 30/06/2021
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar  ATO 01  ter vervanging van personeelslid A tot 30/06/2021

Berichten geldig op 15/10/2020

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1:- 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP (DO 215) met OOM 27tot 30/06/2021
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar  ATO 02   tot 30/06/2021

Berichten geldig op 01/01/2021

  • Voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • Voor personeelslid B: geen (de lopende zending blijft gelden)

Berichten geldig op 15/05/2021

  • Voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: geen (de lopende zending blijft gelden)

Berichten geldig op 01/07/2021

  • Voor personeelslid A: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met TBSOB voor 4u
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

Voorbeeld 2

Een voltijds vastbenoemd onderwijzer (24/24) neemt een halftijds verlof voor verminderde prestaties (VVP) van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021 voor 12/24.

Op 1 september 2020 wordt een tijdelijk personeelslid als vervanger aangesteld en deze tijdelijke aanstelling loopt initieel tot 30 juni 2021 voor 12/24 in ATO1.

De betrekking waarvoor het vastbenoemde personeelslid op 15 oktober 2020 met VVP is, werd vacant verklaard voor 15 november 2020 met het oog op vaste benoeming op 1 januari 2021. Bij het vacant worden van deze betrekking van 12/24 op 15 november 2020 wijzigt de tijdelijke aanstelling van ATO1 naar ATO2. De periode van tijdelijke aanstelling van het tijdelijke personeelslid blijft daarbij ongewijzigd en wordt dan 12/24 ATO2 tot en met 30 juni 2021.

Er werd geen vaste benoeming toegewezen op 1 januari 2021.

Dit betekent dat de betrekking van 12/24 op 15 mei 2021 opnieuw geldt als een vacante betrekking die voor 15 juni 2021 moet worden vacant verklaard met het oog op de eenmalige benoeming op 1 juli 2021.

Vermits de tijdelijke aanstelling loopt tot en met 30 juni 2021 is het tijdelijk personeelslid dus uit dienst op 1 juli 2021, wat betekent dat de betrekking van 12/24 op dat ogenblik effectief een vacante betrekking is waarin geen personeelslid is aangesteld.

De vastbenoemde onderwijzer keert op 1 juli 2021 en neemt de betrekking van 12/24 weer in.

Er is dan ook geen vaste benoeming mogelijk in deze betrekking van 12/24 op 1 juli 2021, vermits ze op dat ogenblik niet meer vacant is.

Berichten geldig op 01/09/2020

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 24u onderwijzer ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u VVP halftijds (DO 214) tot 30/06/2021
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 12u onderwijzer ATO 01  ter vervanging van personeelslid A tot 30/06/2021

Berichten geldig op 15/10/2020

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 12u onderwijzer ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 12u onderwijzer ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u VVP halftijds (DO 214) met OOM 27 tot 30/06/2021
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 12u onderwijzer  ATO 02 tot 30/06/2021

Berichten geldig op 01/01/2021

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • Voor personeelslid B: geen (de lopende zending blijft gelden)

Berichten geldig op 15/05/2021

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:geen (de lopende zending blijft gelden)

Berichten geldig op 01/07/2021

  • voor personeelslid A: RL-1: 24u onderwijzer ATO 04 tot 31/12/4444
  • voor personeelslid B: geen (personeelslid is uit dienst)