Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming

  • Vanaf 1 september 2021 moet een inrichtende macht in haar vacantverklaring voor het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs steeds de betrekkingen opnemen van vastbenoemde personeelsleden die voor een volledig schooljaar een of meerdere specifiek verlofstelsel s nemen in een wervingsambt van het onderwijzend personeel.
  • Vanaf 1 september 2021 geldt in het deeltijds kunstonderwijs voor een inrichtende macht niet langer een absolute verplichting tot vacantverklaring van alle vacante betrekkingen in haar academies . De vacantverklaring steunt vanaf dan op keuzes die een inrichtende macht kan maken op basis van een beleidsplan en op basis van lokale onderhandelingen in het bevoegde lokale comité.
  • Personeelsleden zullen sneller in aanmerking kunnen komen voor een vaste benoeming. Een personeelslid zal zich kandidaat kunnen stellen voor een vaste benoeming als hij in het betrokken ambt bij de inrichtende macht minstens 360 dagen dienstanciënniteit heeft verworven en aan de andere benoemingsvoorwaarden voldoet .

1. Inleiding

Voor een vaste benoeming in een wervingsambt geldt slechts één ingangsdatum: 1 januari.
De vacantverklaring gebeurt op basis van de personeelsformatie op 15 oktober voorafgaand aan de vaste benoeming van 1 januari en omvat ook bepaalde betrekkingen van vastbenoemde personeelsleden die een eindeloopbaanverlofstelsel of een specifiek verlofstelsel genieten. Daarnaast kunnen ook betrekkingen vacant worden verklaard die na 15 oktober en uiterlijk op 1 januari vacant zullen worden door pensionering of TBSVP. De vacante betrekkingen moeten worden meegedeeld uiterlijk voor 15 november.

Vanaf 1 september 2021moet een inrichtende macht aan de vacantverklaring in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs ook steeds de betrekkingen of het deel van de betrekkingen toevoegen die worden ingenomen door specifieke verlofstelsels in wervingsambten van het onderwijzend personeel.
Meer informatie over deze procedures vindt u in deze omzendbrief.

1.1. Algemeen

Vaste benoeming is een decretaal bepaalde toestand die aan een personeelslid een aantal rechten en plichten toekent.

Een personeelslid dat wordt vast benoemd, kan vanuit deze toestand genieten van zekerheid van werkgelegenheid en van verloning.

Personeelsleden die vast benoemd zijn, hebben immers via het principe van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling steeds recht op tewerkstelling en de daarbij horende verloning.

Een vaste benoeming geeft ook recht op een ganse reeks verlofstelsels, op ziekteverlof, op pensioen, ...

Deze omzendbrief heeft tot doel toe te lichten volgens welke regels de vaste benoeming aan een personeelslid wordt toegekend en hoe de inrichtende macht deze benoeming vervolgens moet meedelen aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, opdat zij zou uitwerking hebben ten aanzien van de overheid.

Deze regels zijn vastgelegd in de decreten rechtspositie van 27 maart 1991, respectievelijk voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde CLB's.

Wanneer en binnen welke termijn u een vaste benoeming moet meedelen aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, is vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van de vaste benoeming aan het departement onderwijs.

Tenslotte werd bij ministerieel besluit voorgeschreven op welke wijze een vaste benoeming, een mutatie of een wijziging van affectatie aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming moet worden meegedeeld. Het gaat om het ministerieel besluit van 24 april 2006 ter uitvoering van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van de vaste benoeming aan het departement onderwijs.

1.2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief is van toepassing op de personeelsleden van het gemeenschaps- en gesubsidieerd onderwijs.

De omzendbrief bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor alle niveaus.

Dit algemeen deel bestaat uit volgende hoofdstukken:

  • Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen betreffende vaste benoeming;
  • Hoofdstuk 8. Mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming;
  • Hoofdstuk 9. Opmerkingen.

De omzendbrief behandelt vervolgens per onderwijsniveau de bepalingen betreffende vaste benoeming die specifiek zijn voor dat onderwijsniveau:

  • Hoofdstuk 3. Het basisonderwijs;
  • Hoofdstuk 4. Het secundair onderwijs;
  • Hoofdstuk 5. Het volwassenenonderwijs;
  • Hoofdstuk 6. Het deeltijds kunstonderwijs;
  • Hoofdstuk 7. De centra voor leerlingenbegeleiding en de permanente ondersteuningscellen.

Hier vindt u:

  • aan welke voorwaarden het personeelslid moet voldoen;
  • aan welke voorwaarden de betrekking moet beantwoorden;
  • en wat de draagwijdte is van een benoeming.

Opmerking 
In deze omzendbrief wordt in het algemene deel steeds het begrip inrichtende macht gehanteerd. Voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs moet inrichtende macht steeds gelezen worden als schoolbestuur, in het volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding als centrumbestuur en voor het POC in het gemeenschapsonderwijs als de afgevaardigd-bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs.

2. Algemene bepalingen betreffende vaste benoeming

2.1. Procedure van vacantverklaring

Een vaste benoeming kan pas worden uitgesproken als de inrichtende macht de betrekking waarin de vaste benoeming plaatsvindt correct vacant heeft verklaard en heeft meegedeeld aan de personeelsleden die in aanmerking komen voor een vaste benoeming.

De decreten rechtspositie bepalen tijdens welke periode de inrichtende macht haar vacante betrekkingen moet openbaar maken en deze betrekkingen moet meedelen aan haar personeelsleden, en welke rechtsgeldige ingangsdatum voor de benoeming van toepassing is.

2.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

2.1.1.1. Wervingsambten

In het gemeenschapsonderwijs gebeurt de vacantverklaring van betrekkingen in wervingsambten per scholengroep.

De raad van bestuur van de scholengroep stelt op basis van de personeelsformatie op 15 oktober de vacantverklaring op en maakt deze openbaar.

Dit gebeurt vóór 15 november .

2.1.1.1.1. Vacantverklaring voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

De raad van bestuur moet voor haar instellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs en voor het centrum voor leerlingenbegeleiding volgende betrekkingen vacant verklaren:

1° alle betrekkingen in wervingsambten die op 15 oktober vacant zijn. 

De raad van bestuur moet alle betrekkingen die op 15 oktober vacant zijn, vacant verklaren en opnemen in deze vacantverklaring. 

Dit geldt ook voor de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 oktober als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte door de administratieve gezondheidsdienst ( Medex ) ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te oefenen en dat op zijn verzoek door de inrichtende macht ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking . Deze betrekking geldt immers vanaf het ogenblik van de terbeschikkingstelling ook als een vacante betrekking.

Daarnaast moet de raad van bestuur voor zijn instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs ook volgende betrekkingen vacant verklaren:

2° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en secundair onderwijs die op 15 oktober aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

3° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en secundair onderwijs waarvan de vastbenoemde titularis op 15 oktober voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:

  • verlof wegens bijzondere opdracht;
  • verlof wegens opdracht;
  • verlof voor vakbondsopdrachten;
  • verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;
  • verlof erkende politieke groepen;
  • politiek verlof;
  • verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;
  • verlof voor verminderde prestaties;
  • afwezigheid voor verminderde prestaties.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De raad van bestuur moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De raad van bestuur kan betrekkingen die na 15 oktober en uiterlijk op 1 januari vacant worden door pensionering of terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, eveneens vacant verklaren.

2.1.1.1.2. Vacantverklaring voor de centra voor volwassenonderwijs en voor de academies van het deeltijds kunstonderwijs

Voor de vacantverklaring van betrekkingen in een centrum voor volwassenenonderwijs of in een academie van het deeltijds kunstonderwijs gelden specifieke regels m.b.t. de vacantverklaring.

Als algemeen principe geldt immers dat er voor de centra voor volwassenenonderwijs en voor de academies voor deeltijds kunstonderwijs geen absolute verplichting is om alle vacante betrekkingen ook daadwerkelijk vacant te verklaren met het oog op een vaste benoeming.

De raad van bestuur beslist op basis van een beleidsplan jaarlijks en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen hij in haar centrum of centra voor volwassenonderwijs en haar academie ( s ) voor deeltijds kunstonderwijs vacant verklaart met het oog op een vaste benoeming. Als er in het bevoegde lokale onderhandelingscomité geen akkoord wordt bereikt over bepaalde betrekkingen, dan moet de raad van bestuur die betrekkingen wel vacant verklaren op voorwaarde dat die betrekkingen gedurende de drie voorafgaande schooljaren ook al vacant waren.

De raad van bestuur is – ongeacht welke afspraken hij in zijn beleidsplan met betrekking tot de vacantverklaring heeft opgenomen – wel verplicht om volgende betrekking en in haar centra, respectievelijk academies vacant te verklaren met het oog op een vaste benoeming op 1 januari :

1° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel die op 15 oktober aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

2° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvan de vastbenoemde titularis op 15 oktober voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:

  • verlof wegens bijzondere opdracht;
    - verlof wegens opdracht;

    - verlof voor vakbondsopdrachten;

    - verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;

    - verlof erkende politieke groepen;

    - politiek verlof;

    - verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;

    - verlof voor verminderde prestaties;

    - afwezigheid voor verminderde prestaties.

Het totale volume van deze opdrachten moet worden vacant verklaard.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.

2.1.1.1.3. Mededeling van de vacantverklaring en kandidaatstelling

De raad van bestuur bepaalt wanneer en onder welke vorm een personeelslid zich kandidaat moet stellen voor een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking. Hiertoe maakt de raad elk jaar vóór 15 november de lijst van vacant verklaarde betrekkingen openbaar, samen met een beschrijving van de wijze waarop een personeelslid zijn kandidatuur moet indienen.

De vacant verklaarde betrekkingen worden omschreven conform de bepalingen van artikel 3, 10° van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

2.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

2.1.1.2.1. Algemeen

De raad van bestuur maakt ten minste éénmaal per jaar de vacante betrekkingen bekend die in aanmerking komen voor toelating tot de proeftijd en vaste benoeming.

Opgelet : betrekkingen in een selectie- of bevorderingsambt zijn deelbaar.

Voor het basis- en secundair onderwijs en voor de centra voor leerlingenbegeleiding houdt dit in dat een voltijdse betrekking in één van deze ambten kan worden toegekend aan één personeelslid of aan twee personeelsleden die dan elk met een halftijdse betrekking worden belast.

In het secundair onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding kan een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van het bevorderingsambt van directeur, ook halftijds worden ingericht.

Het bevorderingsambt van directeur wordt steeds voltijds ingericht, maar kan wel wegens de deelbaarheid van het ambt slechts aan één of twee personeelsleden worden toegekend.

Voor het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs betekent dit dat een betrekking in een selectieambt aan één of meerdere personeelsleden kan worden toegewezen. Een betrekking in een bevorderingsambt kan aan één of twee personeelsleden worden toegekend.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De raad van bestuur moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

2.1.1.2.2. Vacantverklaring van de betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is

De raad van bestuur kan een volledige betrekking van directeur vacant verklaren als de titularis van deze betrekking gedurende een bepaalde periode afwezig is omwille van een of meerdere aansluitende verlofstelsels.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief PERS/2009/05 van 07-07-2009 - Vacant laten worden van een betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is - Maatregelen voor het schooljaar 2009-2010.

2.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

2.1.2.1. Wervingsambten

In het gesubsidieerd onderwijs ziet de procedure van vacantverklaring van betrekkingen in wervingsambten er als volgt uit.

2.1.2.1.1. Mededeling van vacante betrekkingen voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

De inrichtende macht deelt aan de personeelsleden van haar instellingen voor basisonderwijs, voor secundair onderwijs en van haar centrum of centra voor leerlingenbegeleiding de betrekkingen mee die in aanmerking komen voor vaste benoeming en maakt dit ook openbaar.

Deze mededeling omvat volgende betrekkingen:

1° alle betrekkingen in wervingsambten die op 15 oktober vacant zijn.

De inrichtende macht moet alle betrekkingen die op 15 oktober vacant zijn opnemen in haar mededeling van vacantverklaring.

Dit geldt ook voor de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 oktober als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte door de administratieve gezondheidsdienst ( Medex ) ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te oefenen en dat op zijn verzoek door de inrichtende macht ter beschikking werd gesteld wegens ontstentenis van betrekking . Deze betrekking geldt immers v anaf het ogenblik van de terbeschikkingstelling ook als een vacante betrekking.

Daarnaast moet de inrichtende macht voor haar instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs ook volgende betrekkingen vacant verklaren:

2° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs, secundair onderwijs die op 15 oktober aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

3° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs en secundair onderwijs waarvan de vastbenoemde titularis op 15 oktober voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:

  • verlof wegens bijzondere opdracht;
  • verlof wegens opdracht;
  • verlof voor vakbondsopdrachten;
  • verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;
  • verlof erkende politieke groepen;
  • politiek verlof;
  • verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;
  • verlof voor verminderde prestaties;
  • afwezigheid voor verminderde prestaties.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De inrichtende macht moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De inrichtende macht kan daarnaast betrekkingen die na 15 oktober en uiterlijk op 1 januari daaropvolgend vacant worden door pensionering of terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, eveneens meedelen als een vacante betrekking met het oog op een vaste benoeming.

2.1.2.1.2. Mededeling van vacante betrekkingen voor de centra voor volwassenenonderwijs en voor de academies van het deeltijds kunstonderwijs

Voor de mededeling van de vacante betrekkingen in een centrum voor volwassenenonderwijs en in een academie van het deeltijds kunstonderwijs gelden specifieke regels.

Als algemeen principe geldt immers dat er voor de centra voor volwassenenonderwijs en voor de academies van het deeltijds kunstonderwijs geen absolute verplichting is om alle vacante betrekkingen ook daadwerkelijk mee te delen met het oog op een vaste benoeming.

De inrichtende macht beslist op basis van een beleidsplan jaarlijks en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen ze voor haar centrum of centra voor volwassenenonderwijs of voor haar academie(s) van het deeltijds kunstonderwijs meedeelt met het oog op een vaste benoeming. Als er in het bevoegde lokale onderhandelingscomité geen akkoord wordt bereikt over bepaalde betrekkingen, dan moet de inrichtende macht die betrekkingen wel mee delen met het oog op een vaste benoeming op voorwaarde dat die betrekkingen gedurende de drie voorafgaande schooljaren ook al vacant waren.

De inrichtende macht is – ongeacht welke afspraken ze in haar beleidsplan met betrekking tot mededeling van vacante betrekkingen heeft opgenomen – wel verplicht om volgende betrekkingen in haar centra, respectievelijk academies mee te delen met het oog op een vaste benoeming op 1 januari:

1° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel die op 15 oktober aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met verlof wegens verminderde prestaties vanaf de leeftijd van 55 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar is;
  • het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van een vastbenoemd personeelslid waarvoor dat personeelslid op 15 oktober met gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar is.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

2° de betrekkingen in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvan de vastbenoemde titularis op 15 oktober voor zijn volledige opdracht of voor een deel van zijn opdracht voor een volledig schooljaar afwezig is omwille van een of meer van volgende verlofstelsels:

  • verlof wegens bijzondere opdracht;
  • verlof wegens opdracht ;
  • verlof voor vakbondsopdrachten;
  • verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet;
  • verlof erkende politieke groepen;
  • politiek verlof;
  • verlof voor verminderde prestaties;
  • afwezigheid voor verminderde prestaties.

Het totale volume van deze opdrachten moet worden vacant verklaard.

Meer informatie over de gevolgen van deze vacantverklaring vindt u in punt 2.1.3.

Opgelet

Een afwezigheid voor een volledig schooljaar wordt in het kader van deze vacantverklaring beschouwd als een afwezigheid van minimaal de periode vanaf de eerste effectieve werkdag van september tot en met de laatste effectieve werkdag van juni.

2.1.2.1.3. Mededeling van de vacante betrekking en kandidaatstelling

De inrichtende macht deelt haar vacante betrekkingen met het oog op een vaste benoeming op 1 januari mee vóór 15 november.

De mededeling van de vacante betrekkingen bevat een duidelijke omschrijving van de aangeboden betrekkingen en vermeldt de vorm waarin en de termijn waarbinnen een personeelslid moet kandideren bij de inrichtende macht, evenals de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vaste benoeming. Dit bericht wordt aan alle personeelsleden meegedeeld en openbaar gemaakt voor 15 november.

De vacant verklaarde betrekkingen worden omschreven conform de bepalingen van artikel 5, 12° van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Als in het basis- of secundair onderwijs de school tot een scholengemeenschap behoort, dan gebeurt de mededeling van de vacante betrekkingen aan alle personeelsleden van alle scholen van de scholengemeenschap, ook als die tot een andere inrichtende macht behoren.

2.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

2.1.2.2.1. Algemeen

In het gesubsidieerd vrij onderwijs is er geen decretale verplichting m.b.t. de vacantverklaring van selectie- en bevorderingsambten. De inrichtende macht hoeft deze ambten dus niet vacant te verklaren.

In het gesubsidieerd officieel onderwijs daarentegen moet er rekening worden gehouden met het beginsel van de principiële toegankelijkheid tot het openbaar ambt. De inrichtende macht kan kiezen tussen een vacantverklaring bij bevordering (intern) of aanwerving (ook extern) bij een definitieve vacature in een selectie- of bevorderingsambt.

Opgelet : betrekkingen in een selectie- of bevorderingsambt zijn deelbaar.

Voor het basis- en secundair onderwijs en voor de centra voor leerlingenbegeleiding houdt dit in dat een voltijdse betrekking in één van deze ambten kan worden toegekend aan één personeelslid of aan twee personeelsleden die dan elk met een halftijdse betrekking worden belast.

In het secundair onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding kan een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van het bevorderingsambt van directeur, ook halftijds worden ingericht.

Het bevorderingsambt van directeur wordt steeds voltijds ingericht, maar kan wel wegens de deelbaarheid van het ambt slechts aan één of twee personeelsleden worden toegekend.

Voor het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs betekent dit dat een betrekking in een selectieambt aan één of meerdere personeelsleden kan worden toegewezen. Een betrekking in een bevorderingsambt kan aan één of twee personeelsleden worden toegekend.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De inrichtende macht moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

2.1.2.2.2. Vacantverklaring van de betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is

De inrichtende macht kan een volledige betrekking van directeur als een vacante betrekking beschouwen als de titularis van deze betrekking gedurende een bepaalde periode afwezig is omwille van een of meerdere aansluitende verlofstelsels.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief PERS/2009/05 van 07-07-2009 - Vacant laten worden van een betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is - Maatregelen voor het schooljaar 2009-2010.

2.1.3. Gevolgen van de vacantverklaring van betrekkingen in bepaalde verlofstelsels

Zoals vermeld in punt 2.1.1.1 en 2.1.2.1 moet een inrichtende macht bepaalde betrekkingen vacant verklaren die worden ingenomen door een bepaald verlofstelsel.

Op het ogenblik dat dergelijke betrekking vacant verklaard wordt, geldt de betrekking als een vacante betrekking en moet u ze ook als dusdanig hanteren in uw personeelsorganisatie.

Dit heeft gevolgen voor zowel de (voormalige) titularis van de vacant verklaarde betrekking als voor het personeelslid dat in deze vacante betrekking wordt aangesteld. Deze gevolgen worden hierna toegelicht.

2.1.3.1. Administratieve toestand van de vacant verklaarde betrekking

2.1.3.1.1. Eindeloopbaanverlofstelsels op 15 oktober

Het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvan de titularis op 15 oktober met een eindeloopbaanverlofstelsel is en dat vacant is verklaard met het oog op een vaste benoeming op 1 januari (zie punt 2.1.1.1 en 2.1.2.1), geldt vanaf 15 oktober als een vacante betrekking.

De instelling moet hier dus vanaf deze datum rekening mee houden in het kader van haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling.

Vanaf 15 oktober situeert deze vacantverklaarde betrekking zich ook buiten de reguliere omkadering en komt deze opdracht voor het volume van de vacantverklaring niet meer in aanmerking voor vervanging.

Meer informatie over de melding van deze betrekkingen vindt u in punt 8.4.

2.1.3.1.2. Specifieke verlofstelsels op 15 oktober ...

Het deel van de betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel waarvan de titularis op 15 oktober een specifiek verlofstelsel geniet en dat vacant is verklaard met het oog op een vaste benoeming op 1 januari (zie punt 2.1.1.1en 2.1.2.1), geldt vanaf 15 oktober volledig als een vacante betrekking.

De instelling moet hier dus vanaf deze datum rekening mee houden in het kader van haar verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling.

Vanaf 15 oktober situeert deze vacantverklaarde betrekking zich ook buiten de reguliere omkadering en komt deze opdracht voor het volume van de vacantverklaring niet meer in aanmerking voor vervanging.

Meer informatie over de melding van deze betrekkingen vindt u in punt 8.4.

2.1.3.2. Administratieve toestand van de voormalige titularis

Het vastbenoemde personeelslid dat een eindeloopbaanverlofstelsel of een specifiek verlofstelsel geniet en van wie de betrekking deels of volledig vacant wordt verklaard (zie punt 2.1.1.1 en 2.1.2.1), blijft vanaf het ogenblik van de vacantverklaring in de administratieve en geldelijke toestand die hij heeft op het ogenblik van de start van zijn verlofstelsel. Het personeelslid blijft dus ook na de vacantverklaring als vastbenoemd personeelslid aangesteld in het desbetreffende verlofstelsel op basis van de initiële instapvoorwaarden.

Wijzigt de toestand van het vastbenoemde personeelslid omdat hij zijn eindeloopbaanverlofstelsel opschort, omdat hij een ander verlofstelsel neemt, omdat hij een kleiner volume eindeloopbaanverlof neemt, … dan betekent dit dat het personeelslid geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn initiële eindeloopbaanverlofstelsel. Op dat ogenblik gelden de principes van terugkeer die hierna worden toegelicht.

Dit principe geldt eveneens voor de betrekkingen in specifieke verlofstelsels die worden meegenomen in de vacantverklaring met het oog op vaste benoeming op 1 januari. Als het vastbenoemde personeelslid tijdens het schooljaar van vacantverklaringen daaropvolgend zijn zelfde verlofstelsel behoudt voor maximum hetzelfde volume, blijft hij in de administratieve en geldelijke toestand die hij had op het ogenblik van de start van zijn verlofstelsel. Dat geldt eveneens als het personeelslid het volgende schooljaar aansluitend en zonder onderbreking een nieuw specifiek verlofstelsel neemt en deze afwezigheid binnen het initiële volume verlof blijft. Wijzigt echter de toestand van het personeelslid omdat hij zijn verlofstelsel onderbreekt of opschort, omdat hij een ander verlofstelsel neemt dat geen specifiek verlofstelsel is, omdat hij een kleiner volume verlof in zijn specifieke verlofstelsel neemt, … dan betekent dit dat het personeelslid geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn initiële verlofstelsel. Op dat ogenblik gelden de principes van terugkeer die hierna worden toegelicht.

...

Meer informatie over de melding van de opdracht van het personeelslid vindt u in punt 8.4.

Keert het personeelslid na de vacantverklaring terug uit zijn verlofstelsel, dan kunnen zich twee situaties voordoen: het personeelslid komt terug in de loop van het schooljaar of het personeelslid komt terug bij de start van het schooljaar.

Komt het personeelslid vervroegd uit zijn verlofstelsel terug in de loop van het schooljaar dan moet de inrichtende macht in eerste instantie nagaan of er in de school waar het personeelslid is aangesteld of, als dat niet kan, in een andere school een vacante betrekking is (in de scholengemeenschap of desgevallend in de scholengroep) die niet is toegewezen aan een ander personeelslid. Als er een vacante betrekking is die binnen de draagwijdte van de vaste benoeming van het betrokken personeelslid past en die niet is toegewezen aan een ander personeelslid, dan wijst de inrichtende macht die vacante betrekking toe aan het personeelslid.

Is dergelijke vacante betrekking niet voorhanden dan wordt het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en zijn de verplichtingen betreffende reaffectatie of wedertewerkstelling van toepassing. Dat betekent dat als er in een instelling van de inrichtende macht een vacante of niet-vacante betrekking is die geldt als “hetzelfde ambt” voor het personeelslid dat terug is gekeerd uit zijn verlofstelsel en vervolgens ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, dat er van rechtswege een einde moet worden gesteld aan deze tijdelijke aanstelling omwille van de toepassing van regelgeving betreffende reaffectatie. Gaat het om een vacante betrekking in de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid vast benoemd is, dan neemt hij deze betrekking in weer in als vastbenoemd titularis. Gaat het omeen niet-vacante betrekking dan neemt hij de betrekking in via een reaffectatie. Gaat het om een vacante of niet-vacante betrekking in een andere instelling van de inrichtende macht, dan gaat het om een reaffectatie. Als er geen vacante betrekking voorhanden is en het personeelslid gereaffecteerd is of ter beschikking gesteld blijft wegens ontstentenis van betrekking omdat de inrichtende macht geen reaffectatie kan toewijzen, neemt het personeelslid het daaropvolgende schooljaar op basis van zijn dienstanciënniteit weer zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen.

Komt het personeelslid bij de start van het schooljaar terug, dan neemt hij op basis van zijn dienstanciënniteit zijn plaats in bij de verdeling van de betrekkingen bij de aanvang van het schooljaar.

2.2. Ingangsdatum van de vaste benoeming

2.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

Een inrichtende macht kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor d eze betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De inrichtende macht moet daarom criteria vast leggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de inrichtende macht alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

2.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

2.2.2.1. Gemeenschapsonderwijs

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden en moet effectief worden gepresteerd in de betrekking van het ambt waarin het personeelslid tot de proeftijd is toegelaten. Elke onderbreking verlengt de duur van de proeftijd met de duur van de onderbreking.

Voor een personeelslid dat tijdens zijn proeftijd belast wordt met het mandaat van algemeen directeur of het mandaat van coördinerend directeur, tellen de diensten gepresteerd tijdens de mandaatperiode mee als effectieve prestaties voor de proeftijd.

Deze proeftijd is éénmaal verlengbaar voor een periode van 12 maanden.

De toelating tot de proeftijd is niet gebonden aan een vaste ingangsdatum.

Dit betekent dus dat de raad van bestuur van de scholengroep een personeelslid aan de proeftijd kan laten beginnen op de eerste dag van elke maand.

Voorbeeld

Een personeelslid wordt op 1 april 2020 tot de proeftijd toegelaten in een betrekking van directeur. De proeftijd begint te lopen vanaf 1 april 2020 tot en met 31 maart 2021.

De vaste benoeming kan bijgevolg op zijn vroegst ingaan op 1 april 2021.

Het doorlopen van een proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen.

Voorbeeld

Een personeelslid wordt op 1 januari 2020 in scholengroep A vast benoemd in een halftijdse betrekking van adjunct-directeur.

Op 1 september 2021 wordt in scholengroep A een halftijdse betrekking van adjunct-directeur vacant verklaard. Het reeds deeltijdse benoemde personeelslid kandideert voor deze vacature.

De scholengroep kan dit personeelslid vast benoemen in de vacature en het personeelslid moet geen nieuwe proeftijd meer doorlopen vermits hij reeds deeltijds benoemd is in het ambt van adjunct-directeur.

2.2.2.2. Gesubsidieerd onderwijs

In het gesubsidieerd onderwijs wordt voor een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum opgelegd.

Een vaste benoeming kan dan ook plaatsvinden op de eerste dag van elke maand.

Voorbeeld

Een betrekking van directeur is op 1 maart vacant geworden door pensionering van de titularis. Vaste benoeming van een nieuwe directeur kan ingaan op 1 maart, 1 mei, 1 juni, 1 september, ....

2.3. Mutatie en affectatie

2.3.1. Gemeenschapsonderwijs

Affectatie : De vaste benoeming gebeurt door de raad van bestuur van de scholengroep. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs - affecteert het personeelslid aan een instelling van de scholengroep of aan het vormingscentrum.

Als het personeelslid aan een andere instelling van dezelfde scholengroep wordt toegewezen, spreekt men van een nieuwe affectatie. In principe gebeurt dit in hetzelfde ambt als het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was.

Op dit principe gelden volgende afwijkingen:

  • in het basisonderwijs kan een raad van bestuur een personeelslid ook in een ander ambt dan dat van vaste benoeming affecteren. In dat geval kan de nieuwe affectatie ook plaatsvinden in dezelfde instelling (zie punt 3.6.1);
  • in het basis- en secundair onderwijs kan een raad van bestuur ook een nieuwe affectatie toekennen in een wervingsambt in het gewoon basis- of secundair onderwijs aan een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt van het buitengewoon basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor dat ambt (zie punt 3.7.1 of 4.8.1).

...

Mutatie : Een vastbenoemd personeelslid neemt een betrekking op in hetzelfde ambt in een andere instelling binnen een andere scholengroep of binnen het vormingscentrum.

Op dit principe gelden volgende afwijkingen:

  • in het basisonderwijs kan een personeelslid via mutatie een betrekking opnemen in een ander ambt (zie punt 3.6.2);.
  • in het basis- en secundair onderwijs kan een raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt van het buitengewoon basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs bij wijze van mutatie in dienst nemen in een wervingsambt in het gewoon basis- of secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor dat ambt (zie punt 3.7.2 of 4.8.2);
  • in het volwassenenonderwijs kan de raad van bestuur op 1 september 2020 of op 1 september 2021 een mutatie toekennen in het ambt van leraar secundair volwassenonderwijs aan een personeelslid dat vast benoemd was in het ambt van lector en dat aan een aantal specifieke voorwaarden voldoet (zie decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, artikel 31, §5).

...

Een vastbenoemd personeelslid kan ook muteren naar het gesubsidieerd onderwijs.

2.3.2. Gesubsidieerd onderwijs

Affectatie : Het personeelslid wordt vast benoemd bij een inrichtende macht en wordt aan een instelling van die inrichtende macht geaffecteerd.

Als het personeelslid aan een andere instelling van dezelfde inrichtende macht wordt toegewezen, spreekt men van een nieuwe affectatie. In principe gebeurt dit in hetzelfde ambt als het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was.

Op dit principe gelden volgende afwijkingen:

  • in het basisonderwijs kan een inrichtende macht een personeelslid ook in een ander ambt dan dat van vaste benoeming affecteren. In dat geval kan de nieuwe affectatie ook plaatsvinden in dezelfde instelling (zie punt 3.6.1);
  • in het basis- en secundair onderwijs kan een inrichtende macht ook een nieuwe affectatie toekennen in een wervingsambt in het gewoon basis- of secundair onderwijs aan een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt van het buitengewoon basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor dat ambt (zie punt 3.7.1 of 4.8.1).

...

Mutatie : Een vastbenoemd personeelslid neemt een andere betrekking op in hetzelfde ambt in een instelling van een andere inrichtende macht.

Op dit principe gelden volgende afwijkingen:

  • in het basisonderwijs kan een personeelslid via mutatie een betrekking opnemen in een ander ambt (zie punt 3.6.2);
  • in het basis- en secundair onderwijs kan een inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt van het buitengewoon basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs bij wijze van mutatie in dienst nemen in een wervingsambt in het gewoon basis- of secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft voor dat ambt (zie punt 3.7.2 of 4.8.2);
  • ...
  • in het volwassenenonderwijs kan een inrichtende macht ... op 1 september 2021 een mutatie toekennen in het ambt van leraar secundair volwassenonderwijs aan een personeelslid dat vast benoemd was in het ambt van lector en dat aan een aantal specifieke voorwaarden voldoet (zie decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, artikel 45, §5 ).

Een vastbenoemd personeelslid kan ook muteren naar het gemeenschapsonderwijs. 

3. Het basisonderwijs

3.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

3.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

3.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

6. Op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben in het ambt van benoeming in een of meer instellingen van de scholengroep.

De raad van bestuur kan hiervoor ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die een personeelslid in het betrokken ambt heeft verworven bij een andere scholengroep of bij een inrichtende macht van het gesubsidieerd onderwijs.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

Een raad van bestuur kan ook diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen alsof die gepresteerd zijn in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs en dit beperkt tot maximaal 290 dagen dienstanciënniteit.

7. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

8. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

9. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

10. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van deze scholengemeenschap. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en) als het instellingshoofd van de betrokken instelling met die vaste benoeming instemt.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en) als het instellingshoofd van de betrokken instelling met die vaste benoeming instemt.

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan de andere hier opgesomde voorwaarden.

Voorbeeld

Een voltijds vastbenoemde onderwijzeres neemt in het schooljaar 2021-2022 een verlof tijdelijk andere opdracht voor 12/24 om binnen haar eigen school een opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer ATO 2 uit te oefenen. In november 2021 verklaart de raad van bestuur in totaal 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvoor voormeld personeelslid kandideert. Op 31 augustus 2021 heeft het personeelslid binnen de scholengroep al 360 dagen opgebouwd in het ambt van kleuteronderwijzer.

Op 1 januari 2022 zijn er nog steeds 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvan het personeelslid er nog altijd 12/24 presteert via een verlof tijdelijk andere opdracht. Omdat ze aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet kan ze op 01-01-2022 vast benoemd worden als kleuteronderwijzer. De benoeming is wel beperkt tot 12/24 (niet 20/24).

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van o.m. ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Voorbeeld

Een tijdelijk personeelslid is vanaf 1 september 2021 aangesteld voor doorlopende duur in een definitief vacante betrekking van onderwijzer. Dit personeelslid heeft gekandideerd voor een vaste benoeming in het ambt van onderwijzer.

Dit personeelslid is met bevallingsverlof vanaf 22-10-2021 tot 02-02-2022.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school van dezelfde scholengroep.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

3. Vacantverklaring en vaste benoeming is mogelijk in vacante betrekkingen ingericht in alle lestijden, uren of punten die toegekend worden op basis van de omzendbrieven Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs en Personeelsformatie Scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs, tenzij in die omzendbrieven anders bepaald is.

In het gewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de instaplestijden (= herberekening van de lestijden volgens de schalen bij de instap van kleuters na de krokusvakantie) (code 435);
  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de herverdeelde lestijden tussen het kleuter- en lager onderwijs binnen één school (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT worden ingericht op het niveau van een samenwerkingsplatform ICT;
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de vervangingseenheden voor vervanging korte afwezigheden VKA (OOM-code 08);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16);
  • de lestijden toegekend in het kader van het lerarenplatform (OOM-code 25);
  • de lestijden toegekend in het kader van de ‘Bijsprong’ (OOM-code 33 – wegwerken leerachterstand);
  • d e lestijden toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – M LT);
  • ...

In het buitengewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de aanvullende lestijden voor permanent onderwijs aan huis (code 432);
  • de bijkomende lestijden of uren als gevolg van bijzondere omstandigheden (afwijkingsuren) (code 884);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT worden ingericht op het niveau van een samenwerkingsplatform ICT;
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16);
  • de begeleidingseenheden toegekend in het kader van het ondersteuningsmodel (code 1365);
  • de lestijden toegekend in het kader van het lerarenplatform (OOM-code 25);
  • de lestijden toegekend in het kader van de ‘Bijsprong’ (OOM-code 33 – wegwerken leerachterstand);
  • d e lestijden toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • ....

4. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c) Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d) Vacantverklaring in beleids- en ondersteunend personeel

De vacantverklaring in de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel (ambten van administratief medewerker, ICT-coördinator en zorgcoördinator)gebeurt als volgt:

- per school;

- per puntenenveloppe;

- per ambt;

- per opleidingsniveau.

e) Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een raad van bestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De raad van bestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de raad van bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

3.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

5. Beschikken over de bekwaamheden voor het ambt. De raad van het gemeenschapsonderwijs bepaalt het profiel van het ambt en legt de bekwaamheden vast die daaraan verbonden zijn. Deze worden onder haar verantwoordelijkheid getest via een proef.

6. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

7. Zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden indien ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • vacant verklaard is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

Opgelet
Bij uitbreiding van een kleuterschool tot basisschool heeft de directeur van de betrokken kleuterschool voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur van de basisschool.

3.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

3.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

6. Op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben in het ambt van benoeming in een of meer instellingen van het schoolbestuur.

Het schoolbestuur kan hiervoor ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die het personeelslid in het betrokken ambt verworven heeft bij een ander schoolbestuur .

In afwijking van voormelde regel kan een personeelslid voor een uitbreiding van een vaste benoeming in een ambt op 1 januari 2022, beroep doen op alle dagen dienstanciënniteit die hij uiterlijk op 31 augustus 2021 in het betrokken ambt heeft verworven bij het schoolbestuur en op dagen dienstanciënniteit die hij in dat ambt heeft verworven bij een ander schoolbestuur . Dit geldt enkel onder de volgende voorwaarden:
- het personeelslid werd op 1 januari 2021 in het betrokken ambt deeltijds benoemd door het schoolbestuur;
- de instellingen van de schoolbesturen waar het personeelslid deze dagen dienstanciënniteit in het ambt heeft verworven behoren tot dezelfde scholengemeenschap ;
- het schoolbestuur waar het personeelslid deeltijds werd benoemd in het ambt, heeft op 1 januari 2021 geen gebruik heeft gemaakt van de bepaling dat er bij haar een dienstanciënniteit van ten minste 360 dagen, waarvan 240 effectief gepresteerd, moest verworven zijn.

Een schoolbestuur kan ook diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen alsof die zijn gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs en dit beperkt tot maximaal 290 dagen dienstanciënniteit.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

7. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

8. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

9. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het schoolbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

10. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het schoolbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en).

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap behoren. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het schoolbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en).

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan andere hier opgesomde voorwaarden.

Voorbeeld

Een voltijds vastbenoemde onderwijzeres neemt in het schooljaar 2021-2022 een verlof tijdelijk andere opdracht voor 12/24 om binnen haar eigen school een opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer ATO 2 uit te oefenen. In november 2021 verklaart het schoolbestuur in totaal 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvoor voormeld personeelslid kandideert. Op 31 augustus 2021 heeft het personeelslid binnen haar schoolbestuur al 360 dagen opgebouwd in het ambt van kleuteronderwijzer.

Op 1 januari 2022 zijn er nog steeds 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvan het personeelslid er nog altijd 12/24 presteert via een verlof tijdelijk andere opdracht. Omdat ze aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet kan ze op 01-01-2022 vast benoemd worden als kleuteronderwijzer.  De benoeming is wel beperkt tot 12/24 (niet 20/24).

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van o.m. ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Voorbeeld

Een tijdelijk personeelslid is vanaf 1 september 2021 aangesteld voor doorlopende duur in een definitief vacante betrekking van onderwijzer. Dit personeelslid heeft gekandideerd voor een vaste benoeming in het ambt van onderwijzer.

Dit personeelslid is met bevallingsverlof vanaf 22-10-2021 tot 02-02-2022.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk aan de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

3. Vacantverklaring en vaste benoeming is mogelijk in vacante betrekkingen ingericht in alle lestijden, uren of punten die toegekend worden op basis van de omzendbrieven Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs en Personeelsformatie Scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs, tenzij in die omzendbrieven anders bepaald is.

In het gewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de instaplestijden (= herberekening van de lestijden volgens de schalen bij de instap van kleuters na de krokusvakantie) (code 435);
  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de herverdeelde lestijden tussen het kleuter- en lager onderwijs binnen één school (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT worden ingericht op het niveau van een samenwerkingsplatform ICT;
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de vervangingseenheden voor vervangingen korte afwezigheden VKA (OOM-code 08);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16);
  • de lestijden toegekend in het kader van het lerarenplatform (OOM-code 25;
  • de lestijden toegekend in het kader van de ‘Bijsprong’ (OOM-code 33 – wegwerken leerachterstand);
  • d e lestijden toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • ....

In het buitengewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de aanvullende lestijden voor permanent onderwijs aan huis (code 432);
  • de bijkomende lestijden of uren als gevolg van bijzondere omstandigheden (afwijkingsuren) (code 884);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT worden ingericht op het niveau van een samenwerkingsplatform ICT;
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07), tenzij deze uren worden aangewend in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16);
  • de begeleidingseenheden toegekend in het kader van het ondersteuningsmodel (code 1365);
  • de lestijden toegekend in het kader van het lerarenplatform (OOM-code 25);
  • de lestijden toegekend in het kader van de ‘Bijsprong’ (OOM-code 33 – wegwerken leerachterstand);
  • d e lestijden toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • ....

4. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c) Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is. 

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d) Vacantverklaring binnen de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel

De vacantverklaring in de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel (ambten van administratief medewerker, ICT-coördinator en zorgcoördinator)gebeurt als volgt:

- per school;

- per puntenenveloppe;

- per ambt;

- per opleidingsniveau.

e) Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een inrichtende macht kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De inrichtende macht moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de inrichtende macht alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

3.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

4. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het schoolbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

6. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden indien ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid;
  • niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

Opgelet
Bij uitbreiding van een kleuterschool tot basisschool heeft de directeur van de betrokken kleuterschool voorrang voor een benoeming in het ambt van directeur van de basisschool.

3.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan:

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door het schoolbestuur. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 3.1.1.1 of 3.1.2.1).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is het schoolbestuur verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 februari voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk zijn of voor een onvolledige betrekking vast benoemd zijn.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari.

3.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Het schoolbestuur kan - bij wijze van uitzondering op de gewone benoemingsprocedure - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard worden.

Het schoolbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan het schoolbestuur op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 3.1.1.1 of 3.1.2.1).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 januari.

Als de opdracht een uitbreiding van de vaste benoeming betreft, vermeldt u hier de totale opdracht in de instelling waarvoor de vaste benoeming geldig is.

3.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is deeltijds benoemd als onderwijzer voor 12/24 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 12/24 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het personeelslid kan nog voor maximaal 6/24 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007 - Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

3.5. Draagwijdte van een vaste benoeming

3.5.1. Algemeen principe

In de decreten rechtspositie wordt bepaald dat de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is.

Dit betekent dat, als het schoolbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen, rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen:

  • bij overgang naar een ander ambt

Voorbeeld

Een vast benoemd onderwijzer kan verlof nemen om tijdelijk belast te worden met de opdracht van onderwijzer ASV. Indien hij deze opdracht als vast benoemde wenst te presteren, is een nieuwe benoeming nodig.

  • bij uitbreiding van de opdracht van benoeming

Voorbeeld

Een personeelslid met een vaste opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer en 12/24 lager onderwijzer wenst FT als vastbenoemd kleuteronderwijzer te presteren. Een nieuwe benoeming is vereist voor 12/24 kleuteronderwijzer.

3.5.2. Gevolg van een nieuwe benoeming voor een eerdere benoeming

De decreten rechtspositie bepalen dat een personeelslid slechts kan benoemd zijn ten belope van maximaal één voltijdse betrekking in hoofdambt. Het voltijds karakter wordt bepaald op basis van de prestaties vereist voor een voltijdse betrekking in het ambt van de nieuwe benoeming.

Een bijzondere situatie kan zich voordoen indien een vastbenoemd personeelslid dat voor het geheel of een gedeelte van de opdracht ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, in een andere instelling van hetzelfde schoolbestuur (= raad van bestuur van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs) een nieuwe benoeming aanvaardt. Het aanvaarden van deze benoeming impliceert dat de terbeschikkingstelling - en dus ook de benoeming - aan de andere instelling in evenredige mate wordt verminderd.

Voorbeeld

Een leermeester godsdienst is benoemd aan een basisschool van het Gemeenschapsonderwijs voor 20/24, waarvan 2/24 TBSOB gesteld en gereaffecteerd. Op 1 januari wordt hij voor 4/24 benoemd aan een andere gemeenschapsschool van dezelfde scholengroep.

Het personeelslid is op dat ogenblik niet FT benoemd maar slechts voor 22/24.

De reductie van de oorspronkelijke benoeming gebeurt ambtshalve.

3.5.3. Draagwijdte vaste benoeming voor het beleids- en ondersteunend personeel

Een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel op basis van een opleidingsniveau dat lager ligt dan het niveau van zijn diploma, kan zonder nieuwe vaste benoeming aangesteld worden in een betrekking met een hoger opleidingsniveau. De benoeming geldt immers voor het betrokken ambt (zonder meer) en een aanstelling in een betrekking met een hoger opleidingsniveau valt dus binnen de draagwijdte van de vaste benoeming. Voorwaarde is alleen dat het personeelslid een diploma op het vereiste niveau bezit en de school over de nodige punten beschikt.

Voorbeeld

Een personeelslid met een diploma van het niveau bachelor is vast benoemd administratief medewerker op het niveau ten minste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 202.

Op 1 september beslist het schoolbestuur de betrekking in te richten op het niveau ten minste bachelor. Het personeelslid kan op basis van zijn diploma van het niveau bachelor deze betrekking als vastbenoemd personeelslid blijven innemen, vermits dit tot de draagwijdte van zijn vaste benoeming behoort. Er is in dit geval dus geen nieuwe vaste benoeming nodig. De betrekking heeft de puntenwaarde 82 en het personeelslid heeft recht op de salarisschaal 158.

3.6. Nieuwe affectatie en mutatie naar de ambten onderwijzer en kleuteronderwijzer

Om het nijpend tekort aan (kleuter)onderwijzers tegen te gaan gelden er een aantal specifieke maatregelen. De mutatie en nieuwe affectatie naar de ambten onderwijzer en kleuteronderwijzer is één van deze maatregelen. Deze maatregel moet het bijvoorbeeld mogelijk maken dat scholen een personeelslid verschuiven van het ambt waarin hij vast benoemd is naar het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer, ambten waarin de school eventueel een tekort op de arbeidsmarkt ervaart. In vele scholen zijn opgeleide (kleuter)onderwijzers aangesteld in een ander ambt (zorgcoördinator, ICT-coördinator, administratief medewerker, (kleuter)onderwijzer), leermeester lichamelijke opvoeding, kinderverzorger, leermeester godsdienst, leermeester niet-confessionele zedenleer). In sommige van deze scholen kan men kampen met een tekort aan (kleuter)onderwijzers terwijl er op de arbeidsmarkt wellicht makkelijker bijvoorbeeld zorg- of ICT-coördinatoren kunnen gevonden worden met een andere opleiding dan (kleuter)onderwijzer. Deze maatregel maakt het mogelijk dat deze personeelsleden een nieuwe affectatie of een mutatie kunnen krijgen in het ambt van (kleuter)onderwijzer en dat anders opgeleide personeelsleden worden aangeworven voor de andere ambten.

3.6.1. Nieuwe affectatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in het ambt van kinderverzorger mits zijn akkoord een nieuwe affectatie geven in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel mits zijn akkoord een nieuwe affectatie geven in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.

De nieuwe affectatie kan zowel bij dezelfde instelling als bij een andere instelling van hetzelfde schoolbestuur plaatsvinden.

3.6.2. Mutatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in het ambt van kinderverzorger op zijn verzoek via mutatie affecteren in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel op zijn verzoek via mutatie affecteren in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.

De mutatie vindt altijd plaats bij een instelling van een ander schoolbestuur.

3.7. Nieuwe affectatie of mutatie van het buitengewoon basis- of secundair onderwijs naar het gewoon basis- of secundair onderwijs

3.7.1. Nieuwe affectatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in een instelling voor buitengewoon basisonderwijs of in een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs mits zijn akkoord een nieuwe affectatie geven in een vacante betrekking in een wervingsambt in een instelling voor gewoon basisonderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt in het gewoon basisonderwijs.

3.7.2. Mutatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in een instelling voor buitengewoon basisonderwijs of in een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs op zijn verzoek via mutatie affecteren in een vacante betrekking in een wervingsambt in een instelling voor gewoon basisonderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt in het gewoon basisonderwijs.

De mutatie vindt altijd plaats bij een instelling van een ander schoolbestuur.

Voorbeeld

Een personeelslid dat een diploma heeft van bachelor in het onderwijs: lager onderwijs en dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer ASV in het buitengewoon basisonderwijs kan een mutatie of nieuwe affectatie verkrijgen naar het ambt van onderwijzer of van zorgcoördinator in het gewoon basisonderwijzer, vermits het personeelslid voor beide ambten een vereist bekwaamheidsbewijs bezit. Het personeelslid kan echter geen mutatie of nieuwe affectatie verkrijgen naar het ambt van kleuteronderwijzer in het gewoon basisonderwijs omdat het personeelslid daarvoor slechts een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs bezit.

4. Het secundair onderwijs

4.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

4.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

4.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

5. Op 31 augustus voorafgaand aan de datum van de vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben in het ambt van benoeming in een of meer instellingen van de scholengroep.

De raad van bestuur kan voor deze 360 dagen ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die een personeelslid in het betrokken ambt heeft verworven bij een andere scholengroep of bij een schoolbestuur van het gesubsidieerd onderwijs.

Als het een leraar betreft die voor een vacant verklaarde betrekking in een vak of specialiteit in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen dienstanciënniteit gepresteerd zijn in dat vak of die specialiteit.

Een raad van bestuur kan ook diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen alsof die zijn gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon secundair onderwijs en dit beperkt tot maximaal 290 dagen dienstanciënniteit.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

6. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van deze scholengemeenschap. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en) als het instellingshoofd van de betrokken instelling met die vaste benoeming instemt.

Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en) als het instellingshoofd van de betrokken instelling met die vaste benoeming instemt.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan de andere hier opgesomde voorwaarden en moet als het gaat om het ambt van leraar de vereiste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid uiterlijk op de vooravond van de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van o.m. ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het evenwel gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak of de specialiteit waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak of die specialiteit.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid uiterlijk op 31 december voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2021 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 17-12-2021 tot 18-01-2022 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur stelde haar op 01-09-2021 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 31-12-2021 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur kende haar op 01-09-2021 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 14-12-2021.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Neen, want op 31-12-2021 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. Zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. is op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

4. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c. Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een raad van bestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De raad van bestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de raad van bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

4.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

5. Beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.

6. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

7. Zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. moet vacant verklaard zijn.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden die effectief gepresteerd moeten zijn in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het personeelslid bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin hij zijn proeftijd heeft volbracht.

De toelating tot de proeftijd heeft geen vaste ingangsdatum.

(zie ook punt 2.2.2.1 van deze omzendbrief)

Belangrijke opmerking

Bij de omvorming van een centrum voor deeltijds onderwijs, verbonden aan een instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar technisch of beroepssecundair onderwijs wordt georganiseerd, tot een autonoom centrum voor deeltijds onderwijs, heeft de coördinator van het desbetreffende centrum voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur in het autonome centrum. Dit personeelslid moet geen proeftijd vervullen, maar moet wel voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt.

4.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

4.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

5. Op 31 augustus voorafgaand aan de datum van de vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het ambt van benoeming in een of meer instellingen van het schoolbestuur.

Het schoolbestuur kan hiervoor ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die het personeelslid in het betrokken ambt verworven heeft bij een ander schoolbestuur.

In afwijking van voormelde regel kan een personeelslid voor een uitbreiding van een vaste benoeming in een ambt op 1 januari 2022, beroep doen op alle dagen dienstanciënniteit die hij uiterlijk op 31 augustus 2021 in het betrokken ambt heeft verworven bij het schoolbestuur en op dagen dienstanciënniteit die hij in dat ambt heeft verworven bij een ander schoolbestuur. Dit geldt enkel onder de volgende voorwaarden:
- het personeelslid werd op 1 januari 2021 in het betrokken ambt deeltijds benoemd door het schoolbestuur;
- de instellingen van de schoolbesturen waar het personeelslid deze dagen dienstanciënniteit in het ambt heeft verworven behoren tot dezelfde scholengemeenschap;
- het schoolbestuur waar het personeelslid deeltijds werd benoemd in het ambt, heeft op 1 januari 2021 geen gebruik heeft gemaakt van de bepaling dat er bij haar een dienstanciënniteit van ten minste 360 dagen, waarvan 240 effectief gepresteerd, moest verworven zijn.

Als het een leraar betreft die voor een vacant verklaarde betrekking in een vak of specialiteit in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen dienstanciënniteit gepresteerd zijn in dat vak of die specialiteit.

Een schoolbestuur kan ook diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen alsof die zijn gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon secundair onderwijs en dit beperkt tot maximaal 290 dagen dienstanciënniteit.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

6. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van deze scholengemeenschap. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het schoolbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en).

Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap behoren. Deze voorwaarde geldt echter niet voor de instelling(en) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het schoolbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in deze instelling(en).

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties.

- Voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid met wel voldoen aan de andere hier opgesomde voorwaarden en moet als het gaat om het ambt van leraar de vereiste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van o.m. ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school van hetzelfde schoolbestuur als het instellingen betreft die niet behoren tot een scholengemeenschap of van hetzelfde schoolbestuur of een ander schoolbestuur als het instellingen betreft die behoren tot een scholengemeenschap.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het evenwel gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak of de specialiteit waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak of die specialiteit.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid op 31 december voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2021 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 17-12-2021 tot 18-01-2022 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur stelde haar op 01-09-2021 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 31-12-2021 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur kende haar op 01-09-2021 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 14-12-2021.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Neen, want op 31-12-2021 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 30-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 5

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar bij schoolbestuur A.

Op 1-9-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking in een school van schoolbestuur B binnen dezelfde scholengemeenschap.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur in een instelling van de scholengemeenschap waar hij zich kandidaat stelde.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het schoolbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van het schoolbestuur die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van het schoolbestuur die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. Zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking :

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. is op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

4. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c. Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een schoolbestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

Het schoolbestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet het schoolbestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

4.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

5. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het schoolbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van het schoolbestuur die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van het schoolbestuur die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

6. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking :

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

De benoeming kan worden uitgesproken op de eerste dag van elke maand.

Belangrijke opmerking 

Bij de omvorming van een centrum voor deeltijds onderwijs, verbonden aan een instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar technisch of beroepssecundair onderwijs wordt georganiseerd, tot een autonoom centrum voor deeltijds onderwijs, heeft de coördinator van het desbetreffende centrum voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur in het autonome centrum. Het personeelslid moet wel voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt.

4.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent evenwel niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

Het schoolbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren. Op deze manier kan het schoolbestuur de benoeming uitspreken in een betrekking die die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 4.1.1.1 of 4.1.2.1).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is het schoolbestuur verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 februari voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk personeelslid zijn of deeltijds benoemd zijn.

c. Ingangsdatum

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari.

4.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Het schoolbestuur kan - bij wijze van uitzondering op de gewone benoemingsprocedure - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard worden.

Het schoolbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan het schoolbestuur op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 4.1.1.1 of 4.1.2.1).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 januari.

4.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als leraar deeltijds benoemd voor 12/20 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 8/20 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het kan nog maximaal voor 3/20 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van de werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007 - Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

4.5. Lesuren, uren-leraar en betrekkingen die niet voor vaste benoeming in aanmerking komen

Op basis van de geldende wettelijke of reglementaire normen wordt het aantal financierbare of subsidieerbare lesuren, uren-leraar en betrekkingen van iedere onderwijsinstelling berekend.

Een deel van deze uren en betrekkingen komen jaarlijks in aanmerking voor vacantverklaring en benoeming.

Er zijn evenwel een aantal lesuren, uren-leraar en betrekkingen die niet in aanmerking komen voor een vaste benoeming :

  • de herverdeling van maximaal drie procent (voor het voltijds secundair onderwijs maximaal twee procent) door het schoolbestuur van de aan haar onderwijsinstellingen toegekende lesuren of uren-leraar;
  • de overdracht binnen hetzelfde net of binnen een zelfde scholengemeenschap. Dit is niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
  • de overdracht door een onderwijsinstelling van niet ingerichte uren-leraar van een bepaald schooljaar naar het daarop volgend schooljaar;
  • betrekkingen die worden opgericht voor een beleid van taak-en functiedifferentiatie op het niveau van de scholengemeenschap op basis van het principe van de voorafname van de globale puntenenveloppe (maximaal 10 % van de puntenenveloppe), tenzij de betrekkingen opgericht zijn in een scholengemeenschapsinstelling van de scholengemeenschap;
  • betrekkingen opgericht op basis van punten toegekend voor de ICT-coördinatie die samengelegd worden in de scholengemeenschap, de scholengroep of een samenwerkingsplatform ICT;
  • betrekkingen opgericht in het kader van het onderwijs voor zieke jongeren;
  • betrekkingen opgericht in het kader van het tijdelijk project inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen;
  • de betrekkingen opgericht via uren-leraar, lesuren of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget);
  • de begeleidingseenheden toegekend in het kader van het ondersteuningsmodel (code 1365);
  • de betrekkingen opgericht in uren-leraar of lesuren toegekend in het kader van de ‘Bijsprong’ (OOM-code 33 – wegwerken leerachterstand);
  • de betrekking opgericht in uren-leraar of lesuren toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • ...

Eventuele vaste benoemingen die worden uitgesproken in voormelde uren of betrekkingen hebben geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

4.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

De decreten rechtspositie bepalen dat, onverminderd de toepassing van de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie, de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort:

a) voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is, en voor de leraar voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt, waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft;

b) voor het ambt, en voor de leraar het vak of deze specialiteit, waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs.

Onder "soort" wordt hier verstaan : het wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van voormelde definitie worden als vereiste en voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen.

Dit betekent dat, als het schoolbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen.

  • in een andere personeelscategorie dan deze waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
  • in een ander ambt, binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
  • in een ander onderwijsniveau dan dat waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • voor een ander vak of specialiteit dan dit waarvoor het reeds eerder vast benoemd werd, als het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
  • voor een grotere omvang van de opdracht dan deze waarvoor het personeelslid reeds vast benoemd is.

Voor de toepassing van deze bepalingen gelden volgende begrippen:

  • personeelscategorie: bestuurs- en onderwijzend, opvoedend hulp-, ondersteunend, paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch, sociaal, medisch, technisch, meester-, vak- en dienstpersoneel en administratief personeel;
  • soort: wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

In het buitengewoon secundair onderwijs geldt de vaste benoeming in het ambt van leraar beroepsgerichte vorming voor de opleidingsvorm/specialiteit van opleidingsvorm 3 waarin het personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming (1 juni 1991 voor de personeelsleden die reeds vóór deze datum vast benoemd waren), alsook voor voormeld ambt voor de andere opleidingsvorm/specialiteiten van opleidingsvorm 3 waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit.

Enkele voorbeelden kunnen dit duidelijk maken.

Voor een personeelslid dat reeds vast benoemd is in een ambt dat vermeld is in de linker kolom, is een nieuwe vaste benoeming nodig wanneer het gaat over een ambt dat vermeld is in de rechter kolom.

In een andere categorie 

 

Opvoeder 

Leraar 

Opvoeder 

Onderwijzer 

Leraar 

ICT-coördinator 

 

 

In een andere soort 

 

Leraar 

Adjunct-directeur 

Technisch adviseur 

Directeur 

Studiemeester-opvoeder int. 

Beheerder 

 

 

In een ander ambt 

 

Leraar 

Godsdienstleraar 

Technisch adviseur 

Adjunct-directeur 

Leraar ASV 

Leraar BGV 

Opvoeder 

Administratief medewerker 

Administratief medewerker 

Opvoeder 

Leraar 

ICT-coördinator 

 

 

Voor een grotere opdracht 

 

Leraar 10/20 

Leraar 15/20 

 

 

In een ander onderwijsniveau 

 

Leraar (SO) 

Leraar (VWO) 

De draagwijdte van een vaste benoeming in een bepaald ambt is steeds beperkt tot het aantal uren waarvoor men in dit ambt is vast benoemd. Voor een personeelslid dat tezelfdertijd in twee verschillende ambten is benoemd, is bij een uitbreiding van het aantal uren in één van deze ambten steeds een nieuwe vaste benoeming noodzakelijk.

Voorbeeld 1 

 

Personeelslid is benoemd  

als : 

Nieuwe benoeming (5 u als godsdienstleraar) is nodig als: 

Leraar (10 u) 

Leraar (5 u) 

Godsdienstleraar (5 u) 

Godsdienstleraar (10 u) 

 

 

Voorbeeld 2 

 

Personeelslid is benoemd 

als : 

Nieuwe benoeming (3 u als leraar ASV) is nodig als : 

Leraar ASV (11 u) 

Leraar ASV (14 u) 

Leraar BGV (12 u) 

Leraar BGV (9 u) 

 

 

Voorbeeld 3 

 

Personeelslid is benoemd 

als : 

Nieuwe vaste benoeming (4 u als leraar ASV Lichamelijke opvoeding) is nodig als : 

Leraar ASV (12 u) 

Leraar ASV (8 u) 

Leraar ASV 

Lichamelijke opvoeding (10 u) 

Leraar ASV 

Lichamelijke opvoeding (14 u) 

Voor een personeelslid wiens vaste benoeming in het ambt van leraar op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs reeds geldt voor een bepaald vak of specialiteit (zie linkerkolom), is een nieuwe benoeming nodig wanneer het gaat om een ander vak of specialiteit (zie rechterkolom) en waarvoor het personeelslid eveneens over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs beschikt.

Voorbeeld

GLSO Frans-Geschiedenis 

 

Benoemd als leraar 

AV Nederlands 

Nieuwe benoeming is nodig voor leraar AV Aardrijkskunde 

Voor een personeelslid dat in het ambt van leraar werd benoemd op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, geldt de benoeming voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft, maar ook voor het vak of de specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd. Er is géén nieuwe benoeming nodig wanneer het betrokken personeelslid de omvang van zijn opdracht in dat vak of die specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd, uitbreidt. Dit natuurlijk op voorwaarde dat de totale omvang van de opdracht waarvoor dit personeelslid in het ambt van leraar is benoemd, niet toeneemt.

Voorbeeld

Personeelslid benoemd als : 

Geen nieuwe benoeming nodig als: 

 

Leraar AV Engels (VE) : 10 u 

Leraar AV Engels (VE) : 5 u 

Leraar AV Duits (VO) : 5 u 

Leraar AV Duits (VO) : 10 u 

4.7. Ondersteunend personeel

Een vaste benoeming in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel verloopt volledig volgens de hiervoor vermelde principes voor de wervingsambten in het secundair onderwijs.

Een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van het ondersteunend personeel op basis van een opleidingsniveau dat lager ligt dan het niveau van zijn diploma, kan zonder nieuwe vaste benoeming aangesteld worden in een betrekking met een hogere salarisschaal. De benoeming geldt immers voor het betrokken ambt (zonder meer) en een aanstelling in een betrekking met een hoger opleidingsniveau valt dus binnen de draagwijdte van de vaste benoeming. Voorwaarde is alleen dat het personeelslid een diploma op het vereiste niveau bezit en de school over de nodige punten beschikt.

Voorbeeld

Een personeelslid met een diploma van het niveau bachelor is vast benoemd opvoeder met diplomavereiste tenminste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 202.

Op 1 september beslist het schoolbestuur aan de betrekking de hogere puntenwaarde 82 toe te kennen. Het personeelslid kan op basis van zijn diploma van het niveau bachelor deze betrekking als vastbenoemd personeelslid blijven innemen, vermits dit tot de draagwijdte van zijn vaste benoeming behoort. Er is in dit geval dus geen nieuwe vaste benoeming nodig. De betrekking heeft de puntenwaarde 82 en het personeelslid heeft recht op de salarisschaal 158.

Daarnaast kan een personeelslid in het ambt van administratief medewerker of van opvoeder ook bevorderd worden tot de salarisschaal 106.

Meer informatie over deze mogelijkheid vindt u in de omzendbrief - Het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs (PERS/2009/07 van 17-08-2009).

4.8. Nieuwe affectatie of mutatie van het buitengewoon basis- of secundair onderwijs naar het gewoon basis- of secundair onderwijs

4.8.1. Nieuwe affectatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in een instelling voor buitengewoon basisonderwijs of in een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs mits zijn akkoord een nieuwe affectatie geven in een vacante betrekking in een wervingsambt in een instelling voor gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt in het gewoon secundair onderwijs.

4.8.2. Mutatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in een instelling voor buitengewoon basisonderwijs of in een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs op zijn verzoek via mutatie affecteren in een vacante betrekking in een wervingsambt in een instelling voor gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt in het gewoon secundair onderwijs.

De mutatie vindt altijd plaats bij een instelling van een ander schoolbestuur.

Voorbeeld 1

Een personeelslid dat een diploma heeft van bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs Engels en dat vast benoemd is in het ambt van leraar ASV in het buitengewoon secundair onderwijs kan een mutatie of nieuwe affectatie verkrijgen naar het ambt van leraar in het gewoon secundair onderwijs voor het vak AV Engels vermits het personeelslid voor dit vak een vereist bekwaamheidsbewijs heeft in de 1ste graad, de 2de graad ASO/TSO/KSO/BSO en in de 3de graad BSO.

Voorbeeld 2

Een personeelslid dat een diploma heeft van master in de psychologie en dat vast benoemd is in het ambt van psycholoog in het buitengewoon secundair onderwijs kan een mutatie of nieuwe affectatie verkrijgen naar het ambt van opvoeder in het gewoon secundair onderwijs vermits het personeelslid voor dit vak een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Het personeelslid kan echter geen mutatie of nieuwe affectatie verkrijgen naar het ambt van leraar in het gewoon secundair onderwijs omdat het personeelslid hiervoor geen vereist bekwaamheidsbewijs heeft.

5. Het volwassenenonderwijs

5.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

5.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

5.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

...

4. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel;

5. op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in het ambt van benoeming in een of meer centra van de scholengroep.

Enkel diensten als hoofdambt gepresteerd, komen daarvoor in aanmerking.

De raad van bestuur kan voor deze 360 dagen ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die een personeelslid in het betrokken ambt heeft verworven bij een andere scholengroep of bij een centrumbestuur van het gesubsidieerd onderwijs.

Als het een leraar secundair volwassenenonderwijs betreft die voor een vacant verklaarde betrekking in een opleiding of een module in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen dienstanciënniteit gepresteerd zijn in die opleiding of die module.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs;

6. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Dit houdt in dat het personeelslid dat een benoeming wenst op 1 januari, uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een centrum voor volwassenenonderwijs van de scholengroep in het ambt waarvoor hij kandideert. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de scholengroep, behalve voor het centrum of de centra waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in dat centrum of die centra als het instellingshoofd van de betrokken instelling met die vaste benoeming instemt.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan de hier opgesomde voorwaarden en moet, als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, de vereiste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in hetzij de opleiding hetzij de module van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een ander centrum voor volwassenenonderwijs van dezelfde scholengroep.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een opleiding of een module, waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in die opleiding of die module waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor hetzij de opleiding, hetzij de module waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in de opleiding of de module waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in die opleiding of die module.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, het personeelslid op 31 december voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2021 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 17-12-2021 tot 18-01-2022 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het centrumbestuur stelde haar op 01-09-2021 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 31-12-2021 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het centrumbestuur kende haar op 01-09-2021 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 14-12-2021.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Neen, want op 31-12-2021 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van de scholengroep, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de scholengroep.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen;

9. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. is op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant;

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • De overgedragen leraarsuren naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05);
  • De leraarsuren Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16);
  • De leraarsuren ter inrichting van ICT-coördinatie (vakcode 785) die samengelegd worden in een scholengroep of in een samenwerkingsplatform ICT;
  • De leraarsuren in het kader van projectfinanciering en –subsidiëring (vakcode 972) ;
  • De leraarsuren in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2 (OOM-code 22);
  • De leraarsuren voor aanvangsbegeleiding die worden overgedragen binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding - OVD (OOM-code 05);
  • De leraarsuren toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • De leraarsuren in het kader van het educatief overbruggingskrediet voor het schooljaar 2021-2022;
  • ...

c. Ingangsdatum:

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een raad van bestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De raad van bestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de raad van bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

5.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

...

4. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt;

5. beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;

6. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van de scholengroep, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de scholengroep.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

7. zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten;

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. moet vacant verklaard zijn;

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking:

  • De overgedragen punten naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05);
  • De betrekkingen ingericht als Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16);
  • De betrekkingen ingericht als ICT-coördinatie (vakcode 785) die worden samengelegd in een samenwerkingsplatform ICT;
  • De betrekkingen ingericht binnen de puntenenveloppe in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2 (OOM-code 22);
  • De betrekkingen ingericht in leraarsuren voor aanvangsbegeleiding die worden overgedragen binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding - OVD (OOM-code 05);
  • De betrekkingen ingericht in leraarsuren toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • De betrekkingen ingericht in leraarsuren in het kader van het educatief overbruggingskrediet voor het schooljaar 2021-2022;
  • ...

c. Ingangsdatum:

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden die effectief moeten gepresteerd zijn in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin het zijn proeftijd heeft volbracht.

De toelating tot de proeftijd heeft geen vaste ingangsdatum.

(zie ook punt 2.2.2.1 van deze omzendbrief)

5.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

5.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

...

4. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel;

5. op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit hebben in het ambt van benoeming in een of meer centra van het centrumbestuur.

Enkel diensten gepresteerd als hoofdambt, komen daarvoor in aanmerking.

Het centrumbestuur kan hiervoor ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die het personeelslid in het betrokken ambt verworven heeft bij een ander centrumbestuur.

Als het een leraar secundair volwassenenonderwijs betreft die voor een vacant verklaarde betrekking in een opleiding of een module in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen dienstanciënniteit gepresteerd zijn in die opleiding of die module.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

6. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Dit houdt in dat het personeelslid dat een vaste benoeming wenst op 1 januari, uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een centrum voor volwassenenonderwijs van het centrumbestuur in het ambt waarvoor hij kandideert. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle centra voor volwassenenonderwijs van het centrumbestuur, behalve voor het centrum of de centra waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het centrumbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in dat centrum of die centra.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan de andere hier opgesomde voorwaarden en moet, als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, de vereiste 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een ander centrum voor volwassenenonderwijs van hetzelfde centrumbestuur.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een opleiding of een module, waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in die opleiding of die module waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in de opleiding of de module waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in die opleiding of die module.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, het personeelslid op 31 december voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2021 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 17-12-2021 tot 18-01-2022 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2019 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het centrumbestuur stelde haar op 01-09-2021 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 31-12-2021 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het centrumbestuur kende haar op 01-09-2021 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 14-12-2021.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Neen, want op 31-12-2021 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het centrumbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van het centrumbestuur, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van het centrumbestuur.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen;

9. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. is op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant;

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • De overgedragen leraarsuren naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05);
  • De leraarsuren Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16);
  • De leraarsuren ter inrichting van ICT-coördinatie (vakcode 785) die worden samengelegd in een samenwerkingsplatform ICT;
  • De leraarsuren in het kader van projectfinanciering en –subsidiëring (vakcode 972);
  • De leraarsuren in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2 (OOM-code 22);
  • De leraarsuren voor aanvangsbegeleiding die werden overgedragen binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding- OVD (OOM-code 05);
  • De leraarsuren toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • De leraarsuren in het kader van het educatief overbruggingskrediet voor het schooljaar 2021-2022;
  • ...

c. Ingangsdatum:

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een centrumbestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

Het centrumbestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet het centrum bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

5.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

...

4. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt;

5. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het centrumbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van het centrumbestuur, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van het centrumbestuur.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

6. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking:

  • De overgedragen punten naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05);
  • De betrekkingen ingericht als Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16);
  • De betrekkingen ingericht als ICT-coördinatie (vakcode 785) die worden samengelegd in een samenwerkingsplatform ICT;
  • De betrekkingen ingericht binnen de puntenenveloppe in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2 (OOM-code 22);
  • De betrekkingen ingericht in leraarsuren toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • De betrekkingen ingericht in leraarsuren in het kader van het educatief overbruggingskrediet voor het schooljaar 2021-2022;
  • ...

c. Ingangsdatum:

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

De benoeming kan worden uitgesproken op de eerste van elke maand.

5.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek vast benoemd worden mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent evenwel niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking;

2. moet in een wervingsambt zijn;

3. moet niet vacant verklaard zijn.

Het centrumbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren. Op deze manier kan het centrumbestuur de benoeming uitspreken in een betrekking die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het centrumbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming;

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 5.1.1.1 of 5.1.2.1);

3. om de vaste benoeming verzoeken bij het centrumbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is het centrumbestuur verplicht de benoeming uit te spreken;

4. vanaf 1 februari voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in het centrum voor volwassenenonderwijs waar de betrekking te begeven is;

5. tijdelijke of deeltijds benoemd zijn.

c. Ingangsdatum:

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari.

5.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Het centrumbestuur kan - bij wijze van uitzondering - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn;

2. moet in een wervingsambt zijn;

3. moet niet vacant verklaard worden;

Het centrumbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren. Het staat het centrumbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij het centrumbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan het centrumbestuur op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming;

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 5.1.1.1 of 5.1.2.1).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

c. Ingangsdatum:

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 januari.

5.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als leraar SVWO deeltijds benoemd voor 10/20 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 6/20 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het kan nog maximaal voor 5/20 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007 - Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

5.5. Leraarsuren en betrekkingen die niet voor vaste benoeming in aanmerking komen

Op basis van de geldende wettelijke of reglementaire normen wordt het aantal financierbare of subsidieerbare leraarsuren en betrekkingen van iedere onderwijsinstelling berekend.

Er zijn evenwel een aantal leraarsuren en betrekkingen die niet in aanmerking komen voor een vaste benoeming.

  • de betrekkingen in ambten van het onderwijzend personeel die tijdelijk worden opgericht op basis van overgedragen leraarsuren volgens artikel 103 of 104 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007;
  • de betrekkingen in ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel die tijdelijk worden opgericht op basis van overgedragen punten volgens artikel 105 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007;
  • de betrekkingen opgericht op basis van de punten toegekend voor ICT-coördinatie volgens artikel V.7 van de codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 als die samengelegd worden in een samenwerkingsplatform ICT;
  • de betrekkingen die tijdelijk worden opgericht ter ondersteuning en stimulering van het gecombineerd onderwijs volgens artikel 72bis tot en met 72septies van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007;
  • de betrekkingen die tijdelijk worden opgericht om de wachtlijsten NT2 van de centra voor basiseducatie op te vangen volgens artikel 103, §4 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007;
  • de betrekkingen die worden opgericht in het kader van de vluchtelingencrisis binnen het studiegebied NT2 volgens artikel 196sexies van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007;
  • de betrekkingen in ambten van het onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel die tijdelijk worden opgericht op basis van overgedragen leraarsuren binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding volgens artikel 98, §4bis van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007;
  • de betrekking opgericht in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer volgens artikel 14, §2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2021 over de loopbaanonderbreking voor mantelzorg, over de omzetting van lestijden in uren kinderverzorging, over de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36 en over een meelooptraject voor directeur in het basisonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding ;
  • de betrekkingen opgericht in het kader van het educatief overbruggingskrediet voor het schooljaar 2021-2022 volgens artikel 2 van het decreet van 30 april 2021 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VII) ;
  • ...

Met het oog op de controle door het Ministerie van Onderwijs en Vorming van bovenvermelde bepalingen moet het centrumbestuur van de betrokken instellingen een verklaring op eer afleggen waaruit blijkt dat zij in bedoelde leraarsuren of betrekkingen geen personeelsleden vast benoemen. De niet-naleving ervan heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de overheid.

5.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

De decreten rechtspositie bepalen dat, onverminderd de toepassing van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie, de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort:

a) voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is en waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft (OM/VE).

Gaat het om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs dan geldt de vaste benoeming voor alle opleidingen of modules waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft (OM/VE).

b) voor het ambt waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs.

Gaat het om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs dan geldt de vaste benoeming voor de opleiding of module waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs(OM/VO).

Onder "soort" wordt hier verstaan: het wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van voormelde definitie worden als vereiste en voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen.

Dit betekent dat, als het centrumbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen.

  • in een andere personeelscategorie dan deze waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
  • in een ander ambt, binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
  • voor een andere opleiding of een andere module dan deze waarin de leraar secundair volwassenenonderwijs zijn opdracht op het ogenblik van een vorige vaste benoeming uitoefende en waarvoor hij vast benoemd werd, als het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
  • voor een grotere omvang van de opdracht dan deze waarvoor het personeelslid reeds vast benoemd is.

Voor de toepassing van deze bepalingen gelden in het volwassenenonderwijs volgende begrippen:

  • personeelscategorie : bestuurspersoneel, onderwijzend personeel en ondersteunend personeel;
  • soort : wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

De ambtsbenamingen, hun indeling in categorieën en hun soort, worden vermeld in punt 3.1.1 van de omzendbrief VWO/2010/01(pers) van 17 mei 2010 - De ambten en hun prestatieregeling in de centra voor volwassenenonderwijs.

Het ambt van administratief medewerker en het ambt van stafmedewerker wordt voor het volwassenenonderwijs als een wervingsambt beschouwd.

Voor de draagwijdte van de vaste benoeming wordt het ambt van administratief medewerker als 1 ambt beschouwd.

Ook het ambt van stafmedewerker wordt voor de draagwijdte van de vaste benoeming als 1 ambt beschouwd.

Een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van administratief medewerker of in het ambt van stafmedewerker op basis van een opleidingsniveau dat lager ligt dan het niveau van zijn diploma, kan in het ambt in kwestie zonder nieuwe vaste benoeming aangesteld worden in een betrekking met een hogere salarisschaal voor zover dit valt binnen de draagwijdte van de vaste benoeming.

Voorbeeld

Een personeelslid met een diploma van het niveau bachelor is vast benoemd administratief medewerker met diplomavereiste tenminste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 122.

Op 1 september beslist het schoolbestuur aan de betrekking de hogere puntenwaarde 82 toe te kennen. Het personeelslid kan op basis van zijn diploma van het niveau bachelor deze betrekking als vastbenoemd personeelslid blijven innemen, vermits dit tot de draagwijdte van zijn vaste benoeming behoort. Er is in dit geval dus geen nieuwe vaste benoeming nodig. De betrekking heeft de puntenwaarde 82 en het personeelslid heeft recht op salarisschaal 158.

Enkele voorbeelden ter verduidelijking van de draagwijdte van vaste benoeming.

Voor een personeelslid dat reeds vast benoemd is in een ambt dat vermeld is in de linker kolom, is een nieuwe vaste benoeming nodig wanneer het gaat over een ambt dat vermeld is in de rechter kolom.

In een andere categorie  

 

administratief medewerker 

leraar secundair volwassenenonderwijs 

Leraar secundair volwassenenonderwijs 

technisch adviseur 

 

 

In een andere soort  

 

technisch adviseur 

adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs 

technisch adviseur 

directeur 

adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs 

directeur 

 

 

In een ander ambt  

 

Administratief medewerker 

stafmedewerker 

Stafmedewerker 

ICT-coördinator 

 

 

Voor een grotere opdracht  

 

Leraar secundair volwassenenonderwijs 10/20 

Leraar secundair volwassenenonderwijs 15/20 

De draagwijdte van een vaste benoeming in een bepaald ambt is steeds beperkt tot het aantal uren waarvoor men in dit ambt is vast benoemd. Voor een personeelslid dat tezelfdertijd in twee verschillende ambten is benoemd, is bij een uitbreiding van het aantal uren in één van deze ambten steeds een nieuwe vaste benoeming noodzakelijk.

 

Voorbeeld 1 

 

Personeelslid is benoemd 

als: 

Nieuwe benoeming (4 u als leraar secundair volwassenenonderwijs) is nodig als: 

leraar secundair volwassenenonderwijs (10/20) 

leraar secundair volwassenenonderwijs (14/20) 

administratief 

medewerker (16/32) 

administratief  

medewerker (10/32) 

 

Voorbeeld 2 

 

Personeelslid is benoemd 

als: 

Nieuwe vaste benoeming (7/36 als technisch adviseur) is nodig als: 

technisch adviseur (29/36)  

Leraar secundair volwassenenonderwijs (4/20) 

technisch adviseur (36/36) 

Voor een personeelslid wiens vaste benoeming in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs al geldt voor een bepaalde opleiding of module (zie linkerkolom), is een nieuwe benoeming nodig wanneer het gaat om een andere opleiding of module (zie rechterkolom) en waarvoor het personeelslid eveneens over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs beschikt.

Als het personeelslid met een andere opleiding of een andere module wordt belast dan diegene waar hij mee belast was op het ogenblik van de vaste benoeming, betekent dit een wijziging van de draagwijdte van de vaste benoeming en moet een nieuwe benoeming worden uitgesproken.

Voorbeeld

GHSO Germaanse Talen 

 

benoemd als leraar 

secundair volwassenenonderwijs Frans RG 1 

nieuwe benoeming is nodig voor leraar secundair volwassenenonderwijs Italiaans RG 1 

benoemd als leraar secundair volwassenenonderwijs in de module Nagerechten 

nieuwe benoeming is nodig voor leraar secundair volwassenenonderwijs in de module Traiteurkeuken 

Voor een personeelslid dat in het ambt van leraar secundair onderwijs werd benoemd op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, geldt de benoeming voor alle opleidingen en modules van dat ambt waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft, maar ook voor de opleiding of module waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd. Er is géén nieuwe benoeming nodig wanneer het betrokken personeelslid de omvang van zijn opdracht in die opleiding of die module waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd, uitbreidt. Dit natuurlijk op voorwaarde dat de totale omvang van de opdracht waarvoor dit personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs is benoemd, niet toeneemt.

Voorbeeld

Personeelslid benoemd als: 

Geen nieuwe benoeming nodig als: 

leraar secundair volwassenenonderwijs Engels richtgraad 1 (VE)  

voor 10/20 

leraar secundair volwassenenonderwijs Engels richtgraad 1 (VE) 

voor 5/20 

leraar secundair volwassenenonderwijs Duits richtgraad 1 (VO) 

voor 5/20 

leraar secundair volwassenenonderwijs Duits richtgraad 1(VO) 

voor 10/20 

6. Het deeltijds kunstonderwijs

6.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

6.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

6.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1;

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

6. op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het ambt van benoeming in een of meer academies van de scholengroep.

De raad van bestuur kan voor deze 360 dagen ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die een personeelslid in het betrokken ambt heeft verworven bij een andere scholengroep of bij een schoolbestuur van het gesubsidieerd onderwijs.

Als het een leraar betreft die voor een vacant verklaarde betrekking in een vak of specialiteit in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen dienstanciënniteit gepresteerd zijn in dat vak of die specialiteit.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs. Voor een vaste benoeming in het ambt van administratief medewerker worden diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker.

7. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

8. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

9. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

10. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

De maatregel die toelaat om diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook mee te rekenen als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker, doet geen afbreuk aan deze voorwaarde. Voor een vaste benoeming op 1 januari in het ambt van administratief medewerker moet het personeelslid uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt van administratief medewerker; een aanstelling voor doorlopende duur in het ambt van studiemeester-opvoeder volstaat niet.

Een personeelslid dat in een academie van de scholengroep uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de benoeming is aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij kandideert, voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle academies van de scholengroep, behalve voor de academie(s) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in die academie(s) als het instellingshoofd van de betrokken academie met die vaste benoeming instemt.

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan de andere hier opgesomde voorwaarden en moet, als het gaat om het ambt van leraar, de vereiste 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid uiterlijk op de vooravond van de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval of bevallingsverlof het recht heeft om na afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor het een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak.

Praktisch gezien komt het erop neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid uiterlijk op 31 december voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk aan de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2021 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 17-12-2021 tot 18-01-2022 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur stelde haar op 01-09-2021 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 31-12-2021 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur kende haar op 01-09-2021 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 14-12-2021.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Neen, want op 31-12-2021 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen.

3. is op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

4. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c. De ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een raad van bestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De raad van bestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de raad van bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

6.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

6. beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.

7. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

8. zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

9. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen.

3. moet vacant verklaard zijn.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden die effectief moeten gepresteerd in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten. Deze proeftijd is eenmaal verlengbaar voor 12 maanden.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin het zijn proeftijd heeft volbracht.

De raad van bestuur beslist over de toelating tot de proeftijd.

6.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

6.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

6. op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste  360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het ambt van benoeming in een of meer centra van het centrumbestuur.

Het centrumbestuur kan voor deze 360 dagen ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die een personeelslid in het betrokken ambt heeft verworven bij een ander centrumbestuur.

Als het een leraar betreft die voor een vacant verklaarde betrekking in een vak of specialiteit in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs moeten deze 360 dagen dienstanciënniteit gepresteerd zijn in dat vak of die specialiteit.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Voor een vaste benoeming in het ambt van administratief medewerker worden diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker.

7. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

8. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

9. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het schoolbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

10. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

De maatregel die toelaat om diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook mee te rekenen als gepresteerd in het ambt van administratief medewerker, doet geen afbreuk aan deze voorwaarde. Voor een vaste benoeming in het ambt van administratief medewerker op 1 januari moet het personeelslid uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt van administratief medewerker; een aanstelling voor doorlopende duur in het ambt van studiemeester-opvoeder volstaat niet.

Een personeelslid dat in een academie van het schoolbestuur uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de benoeming is aangesteld in het ambt waarvoor hij kandideert, voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle academies van het schoolbestuur, behalve voor de academie(s) waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het schoolbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in die academie(s).

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan de andere hier opgesomde voorwaarden en moet, als het gaat om het ambt van leraar, de vereiste 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval of bevallingsverlof het recht heeft om na afwezigheid de betrekking definitief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling voor doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het evenwel gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor het zich kandidaat heeft gesteld.

Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak of de specialiteit waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak of in die specialiteit.

Praktisch gezien komt het erop neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid uiterlijk op 31 december voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk aan de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2021 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 17-12-2021 tot 18-01-2022 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur stelde haar op 01-09-2021 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 31-12-2021 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

Het schoolbestuur kende haar op 01-09-2021 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 14-12-2021.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Neen, want op 31-12-2021 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2021 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-01-2022?

Ja, want op 31-12-2021 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door affectatie of mutatie toegewezen.

3. is op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

4. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c. De ingangsdatum:

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

Bij gebrek aan kandidaten, eigen personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in 6.1.2.1, a, kan het schoolbestuur een personeelslid van een instelling, behorend tot een ander schoolbestuur van hetzelfde net, op zijn verzoek benoemen, indien het voldoet aan de voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde over de vorm en de termijn van de kandidaatstelling.

d. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een schoolbestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

H et schoolbestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet het schoolbestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

6.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

6. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het schoolbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

b. De betrekking:

1. als ze niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

6.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door het schoolbestuur. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking

die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 6.1.1.1 of 6.1.2.1).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is het schoolbestuur verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 februari voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk of deeltijds benoemd zijn.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari.

6.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard worden.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door het schoolbestuur. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan het schoolbestuur op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 6.1.1.1 of 6.1.2.1).

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 januari.

6.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als leraar deeltijds benoemd voor 11/20 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 8/20 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het kan nog maximaal voor 4/20 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007 - Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

6.5. Lesuren en uren-leraar waarin geen vaste benoeming kan worden uitgesproken

Op basis van de geldende wettelijke of reglementaire normen wordt het aantal financierbare of subsidieerbare lestijden en betrekkingen van iedere onderwijsinstelling berekend.

Een deel van deze lestijden en betrekkingen komen jaarlijks in aanmerking voor vacantverklaring en benoeming.

Er zijn evenwel een aantal lestijden die niet in aanmerking komen voor een vaste benoeming.

  • de herverdeling van maximaal drie procent door het schoolbestuur van de aan haar onderwijsinstellingen toegekende lesuren of uren-leraar;
  • de overdracht binnen hetzelfde net;
  • de overdracht door een onderwijsinstelling van niet ingerichte lestijden van een bepaald schooljaar naar het daarop volgend schooljaar;
  • de middelen toegekend voor het inrichten van een betrekking voor ICT-coördinatie, als deze middelen samengelegd worden in een samenwerkingsplatform ICT;
  • de lestijden voor aanvangsbegeleiding die worden overgedragen binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding;
  • additionele lestijden;
  • lestijden toegekend voor de Kunstkuurprojecten;
  • de lestijden toegekend in het kader van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • de overbruggingslestijden toegekend voor het schooljaar 2021-2022 ( OOM-code 36 OLT );
  • ...

Vastbenoemde personeelsleden kunnen via het stelsel van tijdelijk andere opdracht aangesteld worden in een Kunstkuurproject, in uren ICT-coördinatie die samengelegd worden in een samenwerkingsplatform ICT, in lestijden aanvangsbegeleiding overgedragen binnen een samenwerkingsplatform en in additionele lestijden.

6.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

In de decreten rechtspositie wordt bepaald dat, onverminderd de toepassing van de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie, de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort:

a) voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is, en voor de leraar voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt, waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft;

b) voor het ambt, en voor de leraar het vak of deze specialiteit, waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs.

Onder "soort" wordt hier verstaan: het wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van voormelde definitie worden als vereiste en voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen.

Dit betekent dat, als het schoolbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen:

  • in een andere personeelscategorie dan deze waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
  • in een ander ambt, binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
  • voor een ander vak of specialiteit dan dat waarin het personeelslid zijn opdracht op het ogenblik van een vorige vaste benoeming uitoefende en waarvoor het vast benoemd werd, indien het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
  • voor een grotere omvang van de opdracht dan deze waarvoor het personeelslid reeds vast benoemd is.

Voor de toepassing van deze bepalingen gelden volgende begrippen:

  • personeelscategorie: bestuurs- en onderwijzend, opvoedend hulp-, ondersteunend, paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch, sociaal, medisch, technisch en administratief personeel;
  • soort: wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Enkele voorbeelden kunnen dit duidelijk maken.

Voor een personeelslid dat reeds vast benoemd is in een ambt dat vermeld is in de linker kolom, is een nieuwe vaste benoeming nodig wanneer het gaat over een ambt dat vermeld is in de rechter kolom.

In een andere categorie  

 

Studiemeester-opvoeder 

Leraar 

Studiemeester-opvoeder 

Administratief medewerker 

Leraar 

Administratief medewerker 

Administratief medewerker 

Begeleider 

 

In een andere soort  

 

Leraar 

Directeur 

Begeleider 

Directeur 

 

In een ander ambt  

 

Leraar 

Begeleider 

 

Voor een grotere opdracht  

 

Leraar 10/20 

Leraar 15/20 

De draagwijdte van een vaste benoeming in een bepaald ambt is steeds beperkt tot het aantal uren waarvoor men in dit ambt is vast benoemd. Voor zover personeelsleden over het vereist bekwaamheidsbewijs beschikken, geldt de draagwijdte van de vaste benoeming in het desbetreffende ambt over de graden heen.

Voorbeeld

Laureaat muziekopvoeding 

 

is benoemd als leraar  

voor : 

geen nieuwe benoeming vereist voor : 

KV algemene muzikale vorming, lagere graad (VE) : 10 u 

KV algemene muzikale vorming, lagere graad (VE) : 5 u 

KV muziektheorie, hogere graad (VE) : 5 u 

Voor een personeelslid dat tezelfdertijd in twee verschillende ambten is benoemd, is bij een uitbreiding van het aantal uren in één van deze ambten steeds een nieuwe vaste benoeming noodzakelijk.

Voorbeeld 1 

 

Personeelslid is benoemd als : 

Nieuwe benoeming (10 u als administratief medewerker) is nodig als : 

Leraar vak 'AMC'(10 u) 

Leraar vak 'AMC' (5 u) 

Administratief medewerker (5 u) 

Administratief medewerker (15 u) 

 

Voorbeeld 2 

 

Personeelslid is benoemd als : 

Nieuwe benoeming (3 u als leraar) is nodig als : 

Leraar (11 u) 

Leraar (14 u) 

Begeleider (11 u) 

Begeleider (8 u) 

 

Voorbeeld 3 

 

Personeelslid is benoemd als : 

Nieuwe vaste benoeming (5 u als begeleider) is nodig als : 

Leraar (10 u) 

Leraar (8 u) 

Begeleider (5 u) 

Begeleider (10 u) 

Voor een personeelslid wiens vaste benoeming in het ambt van leraar op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs reeds geldt voor een bepaald vak of specialiteit (zie linkerkolom), is een nieuwe benoeming nodig wanneer het gaat om een ander vak of specialiteit (zie rechterkolom) en waarvoor het personeelslid eveneens over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs beschikt.

Voorbeeld

Personeelslid is  

 

benoemd als leraar 

KV SAA Kunstambachten(VO) 

Nieuwe benoeming is nodig voor leraar TV materialenleer (VO) 

Voor een personeelslid dat in het ambt van leraar werd benoemd op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, geldt de benoeming voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft, maar ook voor het vak of de specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd. Er is géén nieuwe benoeming nodig wanneer het betrokken personeelslid de omvang van zijn opdracht in dat vak of die specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd, uitbreidt. Dit natuurlijk op voorwaarde dat de totale omvang van de opdracht waarvoor dit personeelslid in het ambt van leraar is benoemd, niet toeneemt.

Voorbeeld

Personeelslid benoemd als : 

Geen nieuwe benoeming nodig als: 

Leraar KV SAA Kunstambachten (VE) : 10 u 

Leraar KV SAA Kunstambachten (VE) : 5 u 

Leraar TV Materialenleer (VO) : 5 u 

Leraar TV Materialenleer (VO) : 10 u 

7. De centra voor leerlingenbegeleiding en de permanente ondersteuningscellen

7.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

7.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

7.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor;

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

5. Op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het ambt van benoeming in een of meer centra van de scholengroep.

De raad van bestuur kan voor deze 360 dagen ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die een personeelslid in het betrokken ambt heeft verworven bij een andere scholengroep of bij een centrumbestuur van het gesubsidieerd onderwijs.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

6. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen in het ambt waarvoor het kandideert, is de raad van bestuur niet verplicht de vaste benoeming toe te wijzen. De raad van bestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen als het instellingshoofd van het centrum met die vaste benoeming instemt.

Uitzonderingen: De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet wel voldoen aan andere hier vermelde voorwaarden.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van bijvoorbeeld ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. Zich kandidaat gesteld hebben in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Volgende betrekkingen komen niet in aanmerking voor een vaste benoeming:

  • betrekkingen die niet gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten, zoals bepaald in artikel 41 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten die werden overgedragen in toepassing van artikel 42 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
  • betrekkingen ingericht als Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16);
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten voor aanvangsbegeleiding die werden overgedragen binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding;
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten voor de organisatie van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • ...

3. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een raad van bestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo kan worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

De raad van bestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet de raad van bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

7.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor;

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

...

4. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt;

5. Beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;

6. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een CLB van de scholengroep, geldt deze bepaling voor alle CLB van de scholengroep.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

7. Zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten;

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. moet vacant verklaard zijn.

c. Ingangsdatum:

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden die effectief moeten gepresteerd zijn in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin het zijn proeftijd heeft volbracht.

De toelating tot de proeftijd heeft geen vaste ingangsdatum.

7.1.1.3. Vaste benoeming van een directeur die uiterlijk 31 augustus 2018 met het mandaat is belast

Het personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2018 belast is met het mandaat van directeur in een CLB, is vanaf 1 september 2018 tijdelijk aangesteld in het ambt van directeur.

Het personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2018 als titularis belast is met het mandaat van directeur in een CLB, heeft voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur van dat CLB.

Het personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2018 als titularis belast is met het mandaat van directeur in een CLB, moet geen proeftijd meer doorlopen in het ambt van directeur. De raad van bestuur kan dat personeelslid onmiddellijk vast benoemen in het ambt van directeur van het CLB, op voorwaarde dat hij voldoet aan de andere voorwaarden vermeld in punt 7.1.1.2.

Voor de melding van deze vaste benoeming: zie punt 7.4 van de omzendbrief “De ambten, de prestatieregeling, de bezoldiging en de aanwending van de omkaderingsgewichten in de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB/2018/01 van 16-05-2018)”.

7.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

7.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 januari plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1 hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

4. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

5. Op 31 augustus voorafgaand aan de datum van vaste benoeming ten minste 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het ambt van benoeming in een of meer centra van het centrumbestuur.

Het centrumbestuur kan hiervoor ook dienstanciënniteit in aanmerking nemen die het personeelslid in het betrokken ambt verworven heeft bij een ander centrumbestuur.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

6. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Dit houdt in dat het personeelslid dat een vaste benoeming wenst op 1 januari, uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een centrum van het centrumbestuur in het ambt waarvoor hij kandideert. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle centra van het centrumbestuur, behalve voor het centrum of de centra waar het personeelslid als tijdelijk personeelslid van de eerste evaluator als laatste beoordeling een negatieve beoordeling heeft gekregen. Het centrumbestuur kan er voor kiezen om aan het personeelslid toch een vaste benoeming toe te wijzen in dat centrum of die centra.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel voldoen aan andere hier vermelde voorwaarden.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van bijvoorbeeld ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming (31 december) aangesteld zijn voor doorlopende duur.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het centrumbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. Zich kandidaat gesteld hebben in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 januari volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Volgende betrekkingen komen niet in aanmerking voor een vaste benoeming:

  • betrekkingen die niet gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten, zoals bepaald artikel 41 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten die werden overgedragen in toepassing van artikel 42 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
  • betrekkingen ingericht als Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16);
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten voor aanvangsbegeleiding die werden overgedragen binnen een samenwerkingsverband voor aanvangsbegeleiding;
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten voor de organisatie van een meelooptraject voor directeur voor een zijinstromer (OOM-code 32 – MLT);
  • .. .

3. Vaste benoeming kan enkel in een vacante betrekking die ingericht wordt in volledige uren. Een uitzondering op dit principe geldt voor een personeelslid dat in het verleden een vaste benoeming heeft verworven in een betrekking bestaande uit onvolledige uren. Voor dergelijk personeelslid is een vaste benoeming in een vacante betrekking in onvolledige uren nog mogelijk om zo een aanvulling tot een vaste benoeming in volledige uren mogelijk te maken.

c. Meerdere kandidaten voor een vacant verklaarde betrekking

Een centrumbestuur kan een vaste benoeming toewijzen voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacant verklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

Het centrumbestuur moet daarom criteria vastleggen die ze zal hanteren om een vaste benoeming toe te kennen als er meerdere personeelsleden zijn die zich kandidaat hebben gesteld voor eenzelfde betrekking. Daarbij moet het centrum bestuur alvast rekening houden met de al bestaande voorrangsprincipes voor vaste benoeming.

Deze criteria worden onderhandeld in het daartoe bevoegde lokaal comité.

7.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. Van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

4. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

...

5. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

6. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij het centrumbestuur waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

b. De betrekking:

1. als ze niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

7.1.2.3. Vaste benoeming van een directeur die uiterlijk 31 augustus 2018 met het mandaat is belast

Het personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2018 belast is met het mandaat van directeur in een CLB, is vanaf 1 september 2018 tijdelijk aangesteld in het ambt van directeur.

Het personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2018 als titularis belast is met het mandaat van directeur in een CLB, heeft voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur van dat CLB. Het centrumbestuur moet met dit gegeven rekening houden als ze een vaste benoeming in het bevorderingsambt van directeur wilt toewijzen. Het personeelslid dat voorrang geniet, moet op het ogenblik van de vaste benoeming wel voldoen aan de voorwaarden vermeld in punt 7.1.2.2.

Het centrumbestuur kan het personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2018 als titularis belast is met het mandaat van directeur in een CLB, op 1 september 2018 ook onmiddellijk vast benoemen in het ambt van directeur van dat CLB, op voorwaarde dat het personeelslid voldoet aan de voorwaarden vermeld in punt 7.1.2.2.

Voor de melding van deze vaste benoeming: zie punt 7.4 van de omzendbrief De ambten, de prestatieregeling, de bezoldiging en de aanwending van de omkaderingsgewichten in de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB/2018/01 van 16-05-2018).

7.2. Benoeming in een wervingsambt vanaf de leeftijd van 55 jaar

Een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek in een wervingsambt worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door het centrumbestuur. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking

die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het centrumbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 7.1.1.1 of 7.1.2.1).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij het centrumbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is het centrumbestuur verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 februari voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk of deeltijds benoemd zijn.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari.

7.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Een centrumbestuur kan - bij wijze van uitzondering op de gewone benoemingsprocedure - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking moet:

1. vacant zijn.

2. in een wervingsambt zijn.

3. niet vacant verklaard worden.

Het centrumbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren, maar het staat het centrumbestuur wel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. om de vaste benoeming verzoeken bij het centrumbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan het centrumbestuur op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 7.1.1.1 of 7.1.2.1).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari.

7.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als maatschappelijk werker deeltijds benoemd voor 18/36 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 18/36 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 70% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 30% langdurig VVP medische reden. Het personeelslid kan in dat geval voor maximum 70% vast benoemd worden, m.a.w. het personeelslid kan nog maximaal voor 7/36 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007 -Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

7.5. Ingangsdatum van de vaste benoeming

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 januari van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

Deze datum geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

7.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

In de decreten rechtspositie wordt bepaald dat de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is.

Dit betekent dat, als het centrumbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen, rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is bij overgang naar een ander ambt.

8. Mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd aan AGODI en AHOVOKS

8.1. Indieningstermijn

De inrichtende macht deelt elke vaste benoeming of toelating tot de proeftijd mee aan AGODI en AHOVOKS uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de vaste benoeming of toelating tot de proeftijd.

AGODI en AHOVOKS aanvaarden geen vaste benoeming of toelating tot de proeftijd die buiten deze termijn worden ingestuurd. Dit heeft tot gevolg dat de vaste benoeming of toelating tot de proeftijd geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Uitzonderingen

- de vaste benoeming die na de termijn van drie maanden wordt meegedeeld, kan wel nog worden aanvaard door de overheid. Dit gebeurt op voorwaarde dat de mededeling plaatsvindt binnen een periode van 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.

In dat geval heeft de benoeming pas uitwerking ten aanzien van de overheid op de eerste dag van de maand volgend op deze periode van de 45 kalenderdagen.

- de nieuwe vaste benoeming van een personeelslid van het ondersteunend personeel in het kader van een bevordering tot een hogere salarisschaal in hetzelfde ambt, moet worden meegedeeld binnen een termijn van twaalf maanden na de ingangsdatum van deze bevordering.

Voorbeeld

Een inrichtende macht benoemt een personeelslid op 1 januari 2020 in het ambt van leraar. Zij deelt de benoeming evenwel slechts mee op 6 april 2020. Dit is buiten de termijn van drie maanden volgend op de ingangsdatum van de benoeming. De benoeming wordt toch aanvaard door de overheid, omdat ze is ingediend binnen de 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.

De vaste benoeming heeft evenwel slechts uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op de periode van 45 kalenderdagen, dus op 1 juni 2020.

Uiteraard kan de administratie slechts na mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd het salaris of de salaristoelage aanpassen aan de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd.

8.2. Wijze van mededeling

Opdat een vaste benoeming van een personeelslid uitwerking zou hebben ten aanzien van de overheid, moet de inrichtende macht de benoeming op de hierna vermelde wijze meedelen aan AGODI en AHOVOKS.

8.2.1. Het gemeenschapsonderwijs

De mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd gebeurt elektronisch via een RL-1.

Als het gaat om een eerste vaste benoeming of om een benoeming in een nieuw ambt, moet het bevoegde werkstation in het bezit zijn van een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd.

Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De geldigheidsdatum van de RL-1 waarmee een vaste benoeming wordt meegedeeld, is de datum van vaste benoeming van het personeelslid. Deze RL-1 bevat het volledige nieuwe opdrachtenpakket, waarbij de opdracht waarvoor het personeelslid vast benoemd is met ato 4 (administratieve toestand) wordt aangeduid.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een personeelslid dat reeds voor 14/20 vast benoemd was, krijgt op 01-01-2022 een uitbreiding van benoeming met 6 uur in de derde graad .

De school zendt een RL-1 geldig op 01-01-2022 met opdracht 20/20 (niet : 06/20).

Voor een toelating tot de proeftijd stuurt de instelling een RL-1 met de nieuwe opdracht in het selectie- of bevorderingsambt met ATO 3. Als het personeelslid reeds benoemd is in een ander ambt moet eveneens een opdrachtgebonden dienstonderbreking (RL-1 met code 055) worden ingestuurd.

Voorbeeld 2

Een voltijds benoemd onderwijzer van school A wordt met ingang van 01-05-2022 toegelaten tot de proeftijd in school B.

In te zenden :

- school A : RL-1 24/24 onderwijzer ATO 4 met DO 055 voor periode 01-05-2022 t/m 30-04-2023

- school B : RL-1 24/24 directeur ATO 3 voor periode 01-05-2022 t/m 30-04-2023

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AGODI en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u aan AGODI en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

8.2.2. Het gesubsidieerd onderwijs

De mededeling van de vaste benoeming gebeurt elektronisch via een RL-1.

Als het gaat om een eerste vaste benoeming of om een benoeming in een nieuw ambt, moet het bevoegde werkstation in het bezit zijn van een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet de volgende finaliteit vermelden: 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen.

De geldigheidsdatum van de RL-1 waarmee een vaste benoeming wordt meegedeeld, is de datum van vaste benoeming van het personeelslid. Deze RL-1 bevat het volledige nieuwe opdrachtenpakket, waarbij de opdracht waarvoor het personeelslid vast benoemd is met ato 4 (administratieve toestand) wordt aangeduid.

Voorbeeld

Een personeelslid dat reeds voor 14/20 vast benoemd was, krijgt op 01-01-2022 een uitbreiding van benoeming met 6 uur in de derde graad .

De school zendt een RL-1 geldig op 01-01-2022 met opdracht 20/20 (niet : 06/20).

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AGODI en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u via EDISON aan AGODI en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

8.3. Mededeling van de mutatie en affectatie

8.3.1. Indieningstermijn

De inrichtende macht deelt elke affectatie of mutatie mee aan AGODI en AHOVOKS uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de affectatie of mutatie.

AGODI en AHOVOKS aanvaarden geen nieuwe affectatie of mutatie die buiten deze termijn worden ingestuurd. Dit heeft tot gevolg dat de affectatie of mutatie geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Uitzondering

De nieuwe affectatie of mutatie die na de termijn van drie maanden wordt meegedeeld, kan wel nog worden aanvaard door de overheid. Dit gebeurt op voorwaarde dat de mededeling plaatsvindt binnen een periode van 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.

In dat geval heeft de nieuwe affectatie of mutatie pas uitwerking ten aanzien van de overheid op de eerste dag van de maand volgend op deze periode van de 45 kalenderdagen.

Uiteraard kan de administratie slechts na mededeling van de nieuwe affectatie of mutatie het salaris of de salaristoelage aanpassen aan de nieuwe situatie.

8.3.2. Wijze van mededelen

De instelling die het personeelslid verlaat, stuurt een RL-4 (stopzetting opdrachtenpakket) met reden mutatie (code 01) of affectatie (code 02). Als het personeelslid niet voor zijn volledige opdracht wordt geaffecteerd of gemuteerd, stuurt de instelling een nieuw opdrachtenpakket (RL-1) op met de nog resterende opdrachten (opgelet: in dit geval wordt geen RL-4 opgestuurd).

De instelling waar de nieuwe affectatie of mutatie plaatsvindt, stuurt een RL-1 (opdrachtenpakket) in met ATO 4 voor de nieuwe opdracht.

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AGODI en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u aan AGODI en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

8.4. Vacantverklaring betrekkingen sommige verlofstelsels

Zoals toegelicht in punt 2.1.1.1 en 2.1.2.1 moet u steeds alle betrekkingen van eindeloopbaanverlofstelsels vacant verklaren. Daarnaast moet u ook de betrekkingen die worden ingenomen door specifieke verlofstelsels voor hun volledig volume (100%) vacant verklaren.

  • Vanaf de referentiedatum van de vacantverklaring (15 oktober) gelden de betrekkingen als vacante betrekkingen en meldt u ze bijgevolg met ATO 02.
  • Vanaf dezelfde datum en ten belope van het volume van de vacantverklaring meldt u de betrekking van de titularis met code oorsprong omkadering 27 (OOM27). Daarmee geeft u aan dat de betrekking zich situeert buiten de reguliere omkadering en niet meer voor vervanging in aanmerking komt.
  • Vanaf de ingangsdatum van de vaste benoeming (1 januari) meldt u de betrekking uiteraard met ATO 04. De titularis blijft gemeld met OOM 27.
  • De melding van de betrekking van de titularis met OOM 27 ten belope van het volume van de vacantverklaring geldt onverminderd indien in de betrekking niet of slechts ten dele vast benoemd kan worden. Dat is bijvoorbeeld het geval als de betrekking bij de verdeling van de betrekkingen toegewezen moet worden aan een vast benoemde collega voor wie een TBSOB dreigt of als er geen kandidaten zijn die aan de benoemingsvoorwaarden voldoen.
  • De melding met OOM 27 loopt over de schooljaren heen. Bij de eindeloopbaanverlofstelsels loopt de melding met OOM 27 tot de vooravond van het pensioen (indien gekend), tenzij het personeelslid geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn verlof. Bij de specifieke verlofstelsels die voor hun volledig volume (100%) vacant verklaard werden, loopt de melding met OOM 27 in principe tot 31 augustus maar ze wordt telkens verlengd vanaf 1 september, tenzij het personeelslid dan geheel of gedeeltelijk terugkeert uit zijn verlof.
  • Zolang het personeelslid afwezig blijft wegens een of meer van de specifieke verlofstelsels (1 verlofstelsel, een combinatie van deze specifieke verlofstelsels, de wijzing van het ene naar het andere specifieke verlofstelsel, ...), blijft de OOM27 gelden. Ook bij wijziging van het volume van het verlofstelsel blijft de OOM27 gelden, maar dan moet dit steeds afgetoetst worden aan het initiële volume van het verlof.

Is er een toename van volume van verlof, dan blijft de OOM27 gelden voor het initiële volume van de afwezigheid. Het bijkomende volume verlof geldt dan als een nieuwe ‘betrekking’ (indien een specifiek verlofstelsel) die na vacantverklaring vanaf 15 oktober leidt tot een bijkomend volume OOM 27.
Is er een daling in het verlof, dan blijft de OOM27 gelden voor het resterende verlof. Het deel waarvoor het personeelslid niet langer verlof neemt, geldt dan als terugkeer van de voormalige titularis. Zie ook punt 2.1.3.2.

  • In de voorbeelden hieronder wordt meestal het personeelslid vast benoemd dat de vervanging van het verlofstelsel presteerde. Gelet op de geldende voorrangsregels zal in de praktijk vaak een ander personeelslid in de vacante verklaarde betrekking vast benoemd worden.

8.4.1. Voorbeelden eindeloopbaanverlofstelsels

Voorbeeld 1

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A geniet vanaf 1 september 2021 een VVP55+ met 1/5 (=4/20) en wordt vervangen door personeelslid B. Op basis van de referentiedatum van 15 oktober 2021 wordt de betrekking van 4/20 vóór 15 november 2021 vacant verklaard en op 1 januari 2022 wordt personeelslid B vast benoemd in de betrekking.

Berichten geldig op 01/09/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 31/08/ 202 2

Berichten geldig op 15/10/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) met OOM 27 tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 02 tot 31/08/ 20 22

Berichten geldig op 01/01/2022:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

Voorbeeld 2

Een personeelslid A is 10/20 vast benoemd leraar en 18/36 vast benoemd administratief medewerker. Hij geniet vanaf 1 september 2021 een halftijds VVP55+ voor 5/20 leraar en 9/36 administratief medewerker. Op basis van de referentiedatum van 15 oktober 2021 wordt de betrekking van 5/20 leraar vóór 15 november 2021 vacant verklaard (de mogelijkheid om vacant te verklaren in een verlofstelsel geldt niet voor het ambt van administratief medewerker). Personeelslid B presteert de vervanging van 5/20 leraar en wordt in die betrekking op 1 januari 2022 vast benoemd.

Berichten geldig op 01/09/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 5u VVP55+ halftijds (DO 217) tot vooravond pensioen
    • RL-1: 18u administratief medewerker ATO 4 met 9u VVP55+ halftijds (DO 217) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 5u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 31/08/ 20 22


Berichten geldig op 15/10/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 5u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 5u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 5u VVP55+ halftijds(DO 217) met OOM 27 tot vooravond pensioen
    • RL-1: 18u administratief medewerker ATO 4 met 9u VVP55+ halftijds (DO 217) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 5u leraar ATO 02 tot 31/08/ 20 22

Berichten geldig op 01/01/2022:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 5u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

8.4.2. Voorbeelden specifieke verlofstelsels

8.4.2.1. Voorbeeld doorlopend 33-50% verlofstelsel waarin op 1 januari 2019 werd vast benoemd

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A is vanaf 1 september 2018 voltijds met verlof wegens opdracht (detachering) voor een volledig schooljaar en wordt voltijds vervangen door personeelslid B. Op basis van de referentiedatum van 15 oktober 2018 werd de betrekking van 20/20 vóór 15 november 2018 vacant verklaard (binnen de totaliteit van haar instellingen voldoet het bestuur/de scholengemeenschap aan de norm van minimum 33 en maximum 50% vacantverklaring). Personeelslid B genoot nog geen TADD-rechten en op 1 januari 2019 werd personeelslid C, die wel aan de benoemingsvoorwaarden voldeed, vast benoemd in de vacant verklaarde betrekking.

Vanaf 1 september 2019 neemt personeelslid A zonder onderbreking opnieuw een voltijds verlof wegens opdracht voor een volledig schooljaar. Ook op 1 september 2020 en op 1 september 2021 neemt dit personeelslid zonder onderbreking opnieuw een voltijds verlof wegens opdracht voor een volledig schooljaar.

Berichten geldig op 01/09/2018:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 20u verlof wegens opdracht (DO 115) tot 31/08/2019
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 20u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 30/06/2019


Berichten geldig op 15/10/2018:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 20u verlof wegens opdracht (DO 115) met OOM 27 tot 31/08/2019
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 20u leraar ATO 02 tot 30/06/2019

Berichten geldig op 01/01/2019:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-4 indien stopzetting opdracht of RL-1 indien andere opdracht
  • voor personeelslid C:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

Berichten geldig op 01/09/2019:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 20u verlof wegens opdracht (DO 115) met OOM 27tot 31/08/2020
  • voor personeelslid C: geen (de lopende zending blijft gelden)

Berichten geldig op 01/09/2020:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 20u verlof wegens opdracht (DO 115) met OOM 27tot 31/08/2021
  • voor personeelslid C: geen (de lopende zending blijft gelden)

Berichten geldig op 01/09/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 20u verlof wegens opdracht (DO 115) met OOM 27 tot 31/08/202 2
  • voor personeelslid C: geen (de lopende zending blijft gelden)

8.4.2.2. Voorbeeld 100% verlofstelsel waarin op 1 januari wordt vast benoemd

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A neemt vanaf 1 september een AVP voor 12/20 voor een volledig schooljaar en wordt vervangen door personeelslid B. Op basis van de referentiedatum van 15 oktober van dat schooljaar wordt de betrekking van 12/20 vóór 15 november vacant verklaard (de betrekking wordt dus 100% vacant verklaard). Personeelslid B geniet nog geen TADD-rechten en op 1 januari wordt personeelslid C, die wel aan de benoemingsvoorwaarden voldoet, vast benoemd in de vacant verklaarde betrekking.

Berichten geldig op 01/09/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) tot 31/08/ 2022
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 12u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 30/06/202 2


Berichten geldig op 15/10/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 8u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/ 2022

- voor personeelslid B:

  • RL-1: 12u leraar ATO 02 tot 30/06/ 2022

Berichten geldig op 01/01/2022:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-4 indien stopzetting opdracht of RL-1 indien andere opdracht
  • voor personeelslid C:
    • RL-1: 12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

8.4.3. Voorbeeld met TBSOB

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A geniet vanaf 1 september 2021een VVP55+ met 1/5 (=4/20) en wordt vervangen door personeelslid B. Op basis van de referentiedatum van 15 oktober 2020 wordt de betrekking vóór 15 november 2021 vacant verklaard. Met ingang van 1 september is er in dezelfde school en in hetzelfde ambt voor collega C een TBSOB voor 2 uren. Van de 4 vacant verklaarde uren moeten er op 15 oktober 2021 2 uren aangewend worden om de TBSOB van collega C op te heffen. In de 2 resterende uren wordt personeelslid B op 1 januari 2022 vast benoemd.

Berichten geldig op 01/09/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 4u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 31/08/ 2022
  • voor personeelslid C:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met TBSOB voor 2u

Berichten geldig op 15/10/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) met OOM 27 tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 2u leraar ATO 02 tot 31/08/ 2022
  • voor personeelslid C:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 (zonder TBSOB)

Berichten geldig op /01/01/2022:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zending blijft gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 2u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • voor personeelslid C: geen (de lopende zending blijft gelden)

8.4.4. Voorbeeld vacantverklaring en uitgestelde benoeming

Voorbeeld

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar A geniet vanaf 1 september 2021 een halftijds VVP55+ en wordt vervangen door personeelslid B, een gewoon tijdelijk personeelslid zonder TADD-rechten. Op basis van de referentiedatum van 15 oktober 2021 wordt de betrekking van 10/20 vóór 15 november 2021 vacant verklaard. Omdat personeelslid B niet aan de voorwaarden voldoet en er geen andere kandidaten zijn, wordt er niet vast benoemd op 1 januari 2022.

Tijdens het schooljaar 2021-2022 blijft de betrekking openstaan voor vacantverklaring en vaste benoeming. Personeelslid B verwerft TADD-rechten op 1 september 2022 en wordt vast benoemd voor 10/20 op 1 januari 2023.

Berichten geldig op 01/09/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 10u VVP55+ halftijds (DO 217) tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 10u leraar ATO 01 ter vervanging van personeelslid A tot 30/06/ 20 22

Berichten geldig op 15/10/2021:

  • voor personeelslid A:
    • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
    • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 10u VVP55+ halftijds (DO 217) met OOM 27 tot vooravond pensioen
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 10u leraar ATO 02 tot 30/06/ 20 22

Berichten geldig op 01/09/2022:

  • voor personeelslid A: geen (de lopende zendingen blijven gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 10u leraar ATO 02 TADD tot 31/08/ 20 23

Berichten geldig op 01/01/2023:

  • voor personeelslid A:geen (de lopende zendingen blijven gelden)
  • voor personeelslid B:
    • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444

8.4.5. Voorbeelden geheel of gedeeltelijke terugkeer titularis

Voorbeeld 1 (eindeloopbaanstelsel)

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar genoot vanaf 1 september 2020 een halftijds VVP55+ en de betrekking van 10/20 werd op 15 oktober 2020 vacant en vervolgens voor 15 november 2020 vacant verklaard. Op 1 september 2021 keert hij volledig terug uit zijn halftijds VVP55+.

Bericht geldig op 15/10/2020:

  • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 10u VVP55+ halftijds (DO 217) met OOM 27 tot vooravond pensioen (tikt voor 10u niet aan op de omkadering)

Bericht geldig op 01/09/2021:

  • RL-1: 20u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 (geen RL-1 met OOM 27 meer: tikt weer voor volle 20u aan op de omkadering)

Voorbeeld 2 (specifiek verlofstelsel)

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar neemt vanaf 1 september 2020 een AVP voor 12/20 tot en met 31/08/2021 en die betrekking werd op 15 oktober vacant en vervolgens voor 15 november 2020 vacant verklaard. Op 1 september 2021 neemt hij nog altijd een AVP, maar nog slechts voor 6/20 (gedeeltelijke terugkeer).

Bericht geldig op 15/10/2020:

  • RL-1: 8u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/ 2021 (tikt voor 12u niet aan op de omkadering)

Bericht geldig op 01/09/2021:

  • RL-1: 14u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 6u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 6u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/ 2022 (tikt voor 6u niet aan op de omkadering)

8.4.6. Voorbeelden uitbreiding van volume verlof titularis

Voorbeeld 1 (33/50% verlofstelsel en 100% verlofstelsel)

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar neemt vanaf 1 september 2021 een AVP voor 12/20 en die betrekking werd op 15 oktober 2021 vacant en vervolgens voor 15 november 2021 vacant verklaard. Vanaf 1 september 2022 breidt hij zijn AVP uit naar 15/20.

Bericht geldig op 15/10/2021:

  • RL-1: 8u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/ 20 22 (tikt voor 12u niet aan op de omkadering)

Bericht geldig op 01/09/2022:

  • RL-1: 8u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 3u AVP (DO 220) tot 31/08/ 202 2
  • RL-1:12u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 12u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/ 20 23 (tikt verder voor 12u niet aan op de omkadering)

Bericht geldig op 15/10/2022:

  • RL-1: 5u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 15u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 15u AVP (DO 220) met OOM 27 tot 31/08/ 20 23 (tikt voor 15u niet aan op de omkadering)

Voorbeeld 2 (eindeloopbaanstelsel)

Een voltijds (20/20) vast benoemd leraar genoot vanaf 1 september 2020 een VVP55+ met 1/5 en de betrekking van 4/20 werd op 15 oktober 2020 vacant en vervolgens voor 15 november 2020 vacant verklaard. Op 1 september 2021 breidt hij zijn VVP55+ uit van 1/5 naar halftijds. De bijkomende 6u worden vacant vanaf 15 oktober 2021.

Bericht geldig op 15/10/2020:

  • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ met 1/5 (DO 218) met OOM 27 tot vooravond pensioen (tikt voor 4u niet aan op de omkadering)

Bericht geldig op 01/09/2021:

  • RL-1: 16u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 6u VVP55+ halftijds (DO 217) tot vooravond pensioen
  • RL-1: 4u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 4u VVP55+ halftijds (DO 217) met OOM 27 tot vooravond pensioen (tikt verder voor 4u niet aan op de omkadering)

Bericht geldig op 15/10/2021:

  • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444
  • RL-1: 10u leraar ATO 04 tot 31/12/4444 met 10u VVP55+ halftijds (DO 217) met OOM 27 tot vooravond pensioen (tikt voor 10u niet aan op de omkadering)

9. Opmerkingen

9.1. Geen uitwerking ten aanzien van overheid

Vaste benoemingen of toelatingen tot de proeftijd die gebeuren in strijd met de geldende reglementering hebben geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

10. Bijlage

Veelgestelde vragen