Afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs

  • Deze omzendbrief bepaalt welke afwezigheden van leerlingen in het basisonderwijs gewettigd zijn, welke formaliteiten ouders bij afwezigheden moeten vervullen en onder welke voorwaarden problematische afwezigheden omgezet kunnen worden in gewettigde afwezigheden
  • De regelgeving op afwezigheden wil enerzijds het leerrecht van jongeren maximaal garanderen en anderzijds scholen die inspanningen leveren om problematisch afwezige leerlingen te begeleiden, niet langer bestraffen
  • Bij deze omzendbrief is een model gevoegd dat door de school gebruikt kan worden om ouders in te lichten over de regelgeving en welke verwachtingen er naar hen zijn inzake aan- en afwezigheden van hun kind
  • De inschakeling van het CLB en het opmaken van een begeleidingsdossier voor leerplichtige leerlingen die problematisch afwezig zijn, wordt vanaf het schooljaar 2016-2017 verplicht vanaf 5 al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematisch afwezig zijn geregistreerd.
  • Punt 5 bevat een gedeeltelijke herformulering van de voorwaarden om de problematische afwezigheid van de leerlingen als gewettigd te beschouwen.

1. Inleiding

De leerplichtwet bepaalt dat alle kinderen moeten leren, hetzij via huisonderwijs, hetzij via onderwijs in een school. De leerplicht van elk kind is niet los te zien van het leerrecht, dat in diverse internationale verdragen (o.a. het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind) ingeschreven is. De overheid heeft als plicht erover te waken dat het recht op onderwijs - hoewel in veel gevallen een evidentie - voor àlle kinderen gegarandeerd wordt.

Ouders die kiezen voor onderwijs in een school zetten met de inschrijving van hun kind in die school een eerste stap in het voldoen aan de leerplicht, maar daarmee eindigt het niet: een ingeschreven leerling moet ook regelmatig aanwezig zijn. Inschrijving en regelmatige aanwezigheid zijn dus nauw met elkaar verbonden.

Artikel 22 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 bepaalt dat de regering vastlegt in welke gevallen leerplichtige leerlingen gewettigd afwezig zijn.

Het bepalen van deze gevallen is van belang voor het begrip 'regelmatige leerling' in het basisonderwijs. Een leerplichtige die onwettig afwezig is, verliest immers het statuut van regelmatige leerling. Dit heeft gevolgen op twee vlakken:

  • De leerling telt niet mee voor de personeelsformatie en voor de werkingsmiddelen (gevolgen naar de school toe);
  • Indien het om een leerling uit het zesde leerjaar gaat, dan kan deze geen getuigschrift basisonderwijs krijgen (gevolg naar de leerling toe).

Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs heeft de redenen van afwezigheid die als geldig kunnen worden aanvaard, vastgelegd. Het is een regeling die enerzijds het leerrecht van jongeren maximaal garandeert en anderzijds scholen die inspanningen leveren bij de begeleiding van problematische afwezigheden niet bestraft. Preventie, open communicatie, begeleiding en samenwerking met het CLB staan hierbij centraal.

2. Op wie is de regelgeving afwezigheden van toepassing?

De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige leerlingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs. De regelgeving is dus ook van toepassing op leerlingen die, wegens verlengd kleuterschoolbezoek, op zesjarige leeftijd nog in het kleuteronderwijs zitten. Op basis van hun leeftijd zijn zij immers leerplichtig. Anderzijds is de regelgeving ook van toepassing op leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd overgestapt zijn naar het lager onderwijs. Zij zijn op basis van artikel 14 van het decreet basisonderwijs onderworpen aan de leerplicht.

Niet-leerplichtige leerlingen in het kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze - wegens niet onderworpen aan de leerplicht - niet steeds op school moeten zijn. De regelgeving is dus niet op hen van toepassing. Toch wijst de school best ook ouders van kleuters op het belang om àlle afwezigheden (tijdig) te melden. Op deze manier kan de school ook het belang van aanwezigheid in het kleuteronderwijs duidelijk maken aan de ouders.

3. Welke afwezigheden zijn gewettigd?

3.1. Afwezigheid wegens ziekte (code Z en code D). Voor het gebruik van de codes, zie BaO/2006/04 en BaO/2006/05 (rubriek Verificatie).

Afwezigheid wegens ziekte is een gewettigde afwezigheid, mits de voorlegging van een van volgende documenten:

a) een medisch attest, uitgereikt door een arts, voor zover het om een van de volgende gevallen gaat (code D):

  • een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
  • een afwezigheid wegens  ziekte nadat de leerling in datzelfde schooljaar al viermaal afwezig is geweest voor een ziekteperiode met verklaring van de ouders (zie punt b hierna);

Dit medisch attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo;

b) een verklaring van ziekte ondertekend en gedateerd door een ouder (code Z). De afwezigheid wegens ziekte mag een periode van drie opeenvolgende kalenderdagen niet overschrijden en kan hoogstens vier maal per schooljaar worden ingediend.

Onder een ouder wordt verstaan een persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of in rechte of in feite de leerling onder zijn bewaring heeft.

Voorbeelden:

Een kind is afwezig wegens ziekte op vrijdag en op de daaropvolgende maandag. Aangezien het om een afwezigheid van vier opeenvolgende kalenderdagen gaat, moet er een medisch attest uitgereikt door een arts, ingediend worden.

Een kind is afwezig wegens ziekte in september twee opeenvolgende kalenderdagen (a), in oktober één dag (b), in december vijf opeenvolgende kalenderdagen (c), in januari drie opeenvolgende kalenderdagen (d), in maart één dag (e), in juni opnieuw één dag (f).

In de situaties a, b, d en e volstaat een briefje van de ouders, in de situaties c en f is er een medisch attest nodig. In situatie c betreft het immers een ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen (en hiervoor is altijd een medisch attest nodig), in situatie f betreft de ziekte maar één kalenderdag maar het kind is dat schooljaar al vier keer met een briefje van de ouders wegens ziekte afwezig geweest (nl. in de situaties a, b, d en e). Indien evenwel de ouders bijvoorbeeld voor de eerste afwezigheid (a), een medisch attest ingediend hebben, dan volstaat voor de afwezigheid in juni (f) een briefje van de ouders, aangezien het hier dan nog maar een vierde afwezigheid met verklaring van de ouders betreft.

Kinderen die in een type-5 school verblijven moeten in de thuisschool ook geregistreerd worden met een code D.

Wanneer een bepaald chronisch ziektebeeld leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine,...) kan na samenspraak tussen school en CLB één medisch attest dat het ziektebeeld bevestigt volstaan. Wanneer een afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van de ouders.

Opgelet:

In volgende drie gevallen is een medisch attest twijfelachtig, nl.:

- het attest geeft zelf de twijfel van de geneesheer aan wanneer deze schrijft “dixit (zegt) de patiënt”;

- het attest is geantedateerd (de datum van het attest valt buiten de ziekteperiode van de leerling) of begin- en einddatum werden ogenschijnlijk vervalst;

- het attest vermeldt een reden die niets met de medische toestand van de leerling te maken heeft zoals de ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden, familiale redenen, enz.

Dergelijke afwezigheden moeten benaderd worden vanuit de invalshoek van problematische afwezigheden en dus met een Code B geregistreerd worden (zie 4 en 5).

Medische attesten waarrond twijfel bestaat of die onaanvaardbaar zijn, worden best gesignaleerd aan de CLB-arts, die rekening houdend met de deontologische artsencode, deze zaak verder kan volgen.

3.2. “Van rechtswege” gewettigde afwezigheden (code R)

Naast ziekte is het evident dat de afwezigheid van een leerling in een aantal situaties gewettigd is. De regelgeving voorziet volgende situaties van gewettigde afwezigheid, mits voorlegging van - naargelang van het geval - een verklaring van de ouders of een document met officieel karakter, tot staving van de afwezigheid:

  • het bijwonen van een familieraad (code R);
  • het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling (code R). Het betreft hier enkel de dag van de begrafenis zelf. Indien het bijwonen van de begrafenis een afwezigheid van meer dan één dag vergt, bijv. omdat het een begrafenis in het buitenland betreft, dan is voor die bijkomende dagen steeds een toestemming van de directie vereist (zie 3.3. Afwezigheden mits toestemming van de directeur);
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bijvoorbeeld het hoorrecht van de minderjarige in het kader van een echtscheiding of het verschijnen voor de jeugdrechtbank) (code R). het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming (code R); (bijvoorbeeld opname in een onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum);
  • de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bijvoorbeeld door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,...) (code R);
  • het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische e godsdienst). Concreet gaat het over:
    * het Suiker- en Offerfeest in de islam (telkens 1 dag). Opgelet: het is niet uitgesloten dat binnen de moslimgemeenschap een bepaalde groep het desbetreffende feest op een andere dag viert dan op de dag die is bepaald door de Moslimexecutieve van België (i.c. Turkse moslims); voor die leerlingen is het toegelaten om “hun” feestdag (1 dag, geen combinatie van de 2 mogelijke dagen!) op die andere dag te vieren;
    * het Joods nieuwjaar (2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag), het Loofhuttenfeest (2 dagen), het Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen) en het Wekenfeest (2 dagen) in de joodse godsdienst;
    * Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren in de orthodoxe godsdienst, voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholieke Paasfeest (code R);
    * De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties. De protestants-evangelische en anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken;
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. Deze afwezigheid kan maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen. Het betreft hier niet het bijwonen van een training, maar wel het kunnen deelnemen aan wedstrijden/tornooien of stages waarvoor de leerling (als lid van een unisportfederatie) geselecteerd is. De unisportfederatie dient een document af te leveren waaruit blijkt dat de leerling effectief geselecteerd is als topsportbelofte. Dit document is geldig voor één schooljaar en dient eventueel elk schooljaar opnieuw verlengd te worden.

Voor deze categorie afwezigheden is, in tegenstelling tot de afwezigheden hierna besproken onder 3.3 en 3.4, geen (…) akkoord van de directeur nodig.

3.3. Afwezigheden mits akkoord van de directeur (code P, code S, code Q en code O)

Naast de afwezigheden wegens ziekte (3.1) en de van rechtswege gewettigde afwezigheden (3.2), kunnen er zich nog een aantal situaties voordoen waarin afwezigheden gewettigd kunnen zijn. Om deze reden is een categorie afwezigheden mits akkoord van de directeur ingevoerd. Het verlenen van autonomie aan de school moet deze toelaten in te spelen op specifieke situaties die niet altijd door algemene regelgeving op te vangen zijn.  De directeur basisonderwijs beslist - zoals voorheen al in het secundair onderwijs bestond - op elk moment van het schooljaar, over het aan een leerling toegekend aantal gewettigde afwezigheden om “persoonlijke redenen” (code P). Er wordt van overheidswege geen plafond op dit aantal meer opgelegd, vanuit het idee dat de school het best geplaatst is om - rekening houdend met de lokale context en de individuele leerling in kwestie - een beslissing te nemen. De school moet hiertoe dus geen aanvraag bij de overheid indienen. 

Belangrijk is dat deze afwezigheden zeker niet mogen gezien worden als “automatismen”. De ouders dienen een aanvraag in bij de school, de directeur beslist.

Indien de directie de afwezigheid om persoonlijke redenen weigert, dan is voor de ouders hiertegen geen beroepsmogelijkheid.

Deze afwezigheden wegens persoonlijke omstandigheden worden door de school aangeduid met een code P.

Omwille van beleidsinformatie wordt aan de scholen gevraagd om binnen deze categorie afwezigheden specifieke codes toe te kennen wanneer de afwezigheid toegekend wordt om volgende redenen:

- code Q voor rouwperiode bij een overlijden:

 code S voor actieve deelname in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties, andere dan de 10 halve schooldagen waarop topsportbeloften recht hebben (deze zijn immers code R) (zie 3.2);

- code O voor time-out-projecten.

De verificatie geeft geen inhoudelijke appreciatie bij het toekennen van afwezigheden om persoonlijke redenen maar kijkt enkel of de afwezigheid om persoonlijke reden op een correcte wijze (d.w.z. aan de hand van de juiste code) in het aanwezigheidsregister is vermeld.  

De afwezigheden omwille van topsporttraining (3.4) en omwille van revalidatie (3.6) (die ook de toestemming van de directie vergen) worden afzonderlijk behandeld. Deze afwezigheden kan de directeur immers enkel onder bepaalde voorwaarden toestaan.

3.4. Afwezigheden voor maximaal 6 lestijden per week voor topsport tennis, zwemmen en gymnastiek  mits toestemming van de directie (code C)

Sporttrainingen moeten bij voorkeur zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden. Dit om te vermijden dat leerlingen moeilijkheden krijgen voor bepaalde leergebieden. Enkel voor topsportbeloften die topsport beoefenen in de sporttakken tennis, zwemmen en gymnastiek en die een dermate zwaar trainingsschema volgen dat het niet volledig buiten de schooluren kan gegeven worden, kan een afwijking voorzien worden zodat de trainingen binnen én buiten de schooluren een harmonisch geheel vormen. Het uitgangspunt van de regelgeving op afwezigheden blijft dus dat alle leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs in principe àlle activiteiten volgen, aangezien al deze activiteiten belangrijk zijn voor de volledige ontplooiing. De overheid moet kinderen ook beschermen tegen eventuele druk van de omgeving die de school op de tweede plaats wil zetten.

Deze categorie afwezigheden kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

1. Een gemotiveerde aanvraag van de ouders.

De vraag voor de afwezigheden omwille van topsport zal meestal van de ouders komen of van de sportfederatie waarbij het kind aangesloten is (zie punt 2 hierna). Het spreekt voor zich dat de ouders akkoord moeten zijn met de topsporttraining van hun kind en dat zij moeten beseffen dat het kind daardoor ook een aantal lestijden zal missen.

2. Een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie

Om te vermijden dat enkel de ouders het talent van hun kind beoordelen (en misschien 'overschatten'), moet er ook een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie zijn, waaruit blijkt dat de leerling een trainingsschema van deze federatie volgt én dat dit trainingsschema de gevraagde afwezigheden op school verantwoordt. Er mag aangenomen worden dat de topsportfederaties deze verklaringen enkel zullen doen voor leerlingen die inderdaad over een uitzonderlijk talent beschikken, dus niet voor kinderen die aan gewone 'recreatieve' sportbeoefening doen. Een verklaring van een individuele sportclub volstaat dus niet.

3. Een akkoord van de directie.

Indien aan alle hierboven vermelde voorwaarden (aanvraag ouders en verklaring sportfederatie) voldaan is, kan de directie het aanvraagdossier aanvaarden. De directie is hiertoe niet verplicht en kan de aanvraag dus ook weigeren, zelfs al is aan alle voorwaarden voldaan.

Het akkoord van de directie houdt meteen ook een engagement van de school in om de leerling in die mate te begeleiden dat de afwezige lestijden op school zo goed mogelijk ondervangen zullen worden. De afwezigheid mag in geen geval leiden tot een achterstand op school. Desgevallend zal dit van het team een extra inspanning vragen om dit te voorkomen. Een directie die dit engagement niet wil nemen (bijv. omdat het een te grote belasting voor de school zou betekenen), heeft dus het recht om de aanvraag te weigeren.

Zoals bij andere afwezigheden is het de verificatie van het Agentschap voor Onderwijsdiensten die ter plaatse (in de school) n.a.v. de telling van de leerlingen zal oordelen of aan de vereisten voldaan is en of het dus gaat om een gewettigde afwezigheid. Is dit niet het geval, dan kan de leerling niet in aanmerking komen als regelmatige leerling.

3.5. In uitzonderlijke situaties de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen (de zgn. 'trekperiodes') (code V)

Ouders behorend tot de categorie trekkende bevolking, die voor de leerplicht van hun kind kiezen voor een inschrijving in een school, moeten er - net als alle andere ouders - op toezien dat hun kind elke schooldag op school aanwezig is.

Niettemin kunnen er zich in echt uitzonderlijke omstandigheden situaties voordoen waarbij het omzeggens onvermijdelijk is dat deze kinderen tijdelijk met hun ouders meereizen. School en ouders moeten deze situaties op voorhand grondig bespreken, het er over eens zijn dat het meenemen van het kind in deze situatie aangewezen is en duidelijke afspraken maken over de manier waarop school en ouders in contact zullen blijven met elkaar en de manier waarop het kind verdere onderwijstaken zal vervullen.

Deze vorm van onderwijs is een soort tijdelijk 'huisonderwijs', maar ondersteund vanuit een 'ankerschool' en enkel voorbehouden voor deze groep leerplichtigen tijdens hun noodzakelijke verplaatsingen. Afwezigheden van deze kinderen zijn dus te beschouwen als gewettigde afwezigheden mits:

  • de ouders noodzakelijke verplaatsingen doen omwille van beroepsredenen;
  • de school tijdens de afwezigheid voor een vorm van onderwijs op afstand zorgt;
  • de school, maar ook de ouders, zich engageren dat er regelmatig contact is over het leren van het kind.

De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

Met deze categorie afwezigheden moet heel spaarzaam omgesprongen worden. Afwezigheden van kinderen van trekkende bevolking die ter plaatse (bijv. op een woonwagenpark) blijven, vallen er niet onder, evenmin als afwezigheden van trekkende bevolking die zonder gegronde reden en zonder grondige communicatie hun kind zomaar meenemen. Deze afwezigheden zijn te beschouwen als problematische afwezigheden (zie hierna).

3.6. Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden (code H)

Een groeiend aantal ouders doet een beroep op schoolexterne hulpverleners. Wanneer de revalidatie gevolgd wordt tijdens de lestijden, gaan de leerlingen gedurende een bepaalde tijd uit de klas voor de behandeling. De bestaande regelgeving is niet meer actueel en wordt vervangen door een nieuwe, geactualiseerde regeling die we hierna concreter beschrijven.

Het doel van de nieuwe regeling is:

- een meer actueel kader bieden aan scholen om een beslissing te nemen over vragen van ouders om therapie tijdens de lestijden/lesuren toe te staan;

- de planlast voor scholen verminderen door de duur van de afwezigheid beperkt te verruimen (gewoon onderwijs) en verschillen weg te werken (buitengewoon onderwijs) en tegelijk de afwijkingsprocedure bij de onderwijsinspectie af te schaffen en deze voor sommige situaties te vervangen door een advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat al een algemene adviserende taak opneemt in het kader van aanvragen voor revalidatie tijdens de lestijden/lesuren;

Inhoudelijk onderscheiden we drie situaties waarin de directeur van een school een beslissing kan nemen over het toestaan van een afwezigheid van een leerling omwille van revalidatie tijdens de lestijden uitgevoerd door schoolexterne hulpverleners die hiertoe bij de wet gemachtigd zijn. “Bij de wet gemachtigd zijn" is een algemene omschrijving om aan te geven dat de schoolexterne hulpverleners hun therapeutische taak uitvoeren binnen een door de wet geregelde context; dit kan een hulpverleningsinstantie zijn (zoals een revalidatiecentrum bijvoorbeeld) of op basis van het statuut van zelfstandig therapeut (logopedist, kinesitherapeut ...). De schoolexterne hulpverleners moeten kunnen legitimeren dat zij hun beroep uitoefenen op een reglementaire basis. Omdat de beroepscontexten sterk kunnen verschillen zullen ook diverse reglementaire kaders in het geding zijn.

Het schoolbestuur moet volledig onafhankelijk zijn van de behandelende persoon of van zijn bestuur.

a) de afwezigheid in het gewoon of buitengewoon onderwijs omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, die niet behoren tot situaties die vallen onder b) of c), en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:

1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;

2) een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;

3) een advies, geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding, na overleg met de klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom revalidatie tijdens de lestijden vereist is;

4) een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden;

Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding, in overleg met de klassenraad en de ouders. Het advies moet motiveren waarom de behandeling tijdens de lestijden noodzakelijk blijft en moet aantonen dat door die afwezigheid het leerproces van de leerling niet ernstig wordt benadeeld.

b) de afwezigheid in het gewoon onderwijs gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.

Een bewijs van deze diagnose moet terug te vinden zijn in het revalidatiedossier voor deze leerling op school. Indien dit voor specifieke diagnoses omwille van privacy (persoonsgegevens betreffende de gezondheid) niet mogelijk is, kan het bewijs geleverd worden op basis van een verklaring van het CLB dat het een stoornis betreft die is vastgelegd in een officiële diagnose zoals omschreven in artikel 5, 4° van het BVR tot vaststelling van de operationele doelen van CLB. Het gaat dan over een op systematische wijze opgebouwd, geobjectiveerd en gedetailleerd beeld van de problematiek en de onderwijsnoden van een leerling met gebruik van wetenschappelijk verantwoorde methoden en, waar die voorhanden zijn, van vastgelegde standaarden.

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:

1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;

2) een advies, geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding in overleg met de klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod. Onder schoolgebonden aanbod wordt verstaan: het reguliere pedagogisch-didactische aanbod voor alle leerlingen, de aanvullende zorgmaatregelen op niveau van de school of scholengemeenschap, en de schoolexterne dienstverlening door personeel of diensten, gefinancierd of gesubsidieerd door het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Deze omschrijving is conform de adviezen van de Commissie Zorgvuldig Bestuur;

3) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijs voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;

4) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3);

In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen. Het advies moet motiveren waarom de behandeling tijdens de lestijden noodzakelijk blijft en moet aantonen dat door die afwezigheid het leerproces van de leerling niet ernstig wordt benadeeld.

Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

c) de afwezigheid in het buitengewoon onderwijs gedurende maximaal 250 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:

1) een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;

2) een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs;

3) een advies, geformuleerd door het centrum voor leerlingenbegeleiding in overleg met de klassenraad en de ouders. Dat advies moet motiveren waarom revalidatie voor die leerling vereist is;

4) een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijsaanbod voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;

5) een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 4).

De therapie die gegeven wordt aan leerlingen uit het buitengewoon onderwijs door een therapeut verbonden aan een internaat of semi-internaat valt niet onder de toepassing van de regeling van afwezigheden omwille van revalidatie. De samenwerking tussen scholen voor buitengewoon onderwijs en (semi)internaten van welzijn (in toepassing van de principes van het protocolakkoord Coens-Steyaert) impliceert de inzet van paramedici vanuit het internaat of semi-internaat. Bijgevolg vallen deze interventies niet onder de regeling van revalidatie tijdens de lestijden.

Voor deze drie situaties geldt dat u in het aanwezigheidsregister (bij de kolom opmerkingen) in september of vanaf het moment dat de revalidatie begint te lopen, schrijft dat de leerling revalidatie tijdens de lestijden volgt.

Afwezigheden (…)omwille van revalidatie tijdens de lestijden noteert u met een code H. Hierbij dient u zelf te beoordelen of, op een volledige voor- of namiddag, de leerling meer afwezig was voor revalidatie of meer aanwezig was op school. Afhankelijk van de duur van de afwezigheid voor revalidatie, noteert u de code H of duidt u de leerling als aanwezig aan.

U hanteert deze code H eveneens voor onderzoeken die tijdens de lestijden uitgevoerd worden door schoolexterne hulpverleners of diensten in functie van het stellen van een diagnose of de nood aan therapie. Het blijft evenwel aangewezen dat deze onderzoeken zoveel mogelijk buiten de lestijden gebeuren. Onderzoeken in het kader van preventieve gezondheidszorg en diagnostische onderzoeken die uitgevoerd worden door een CLB worden niet als een afwezigheid gecodeerd.

(…)

In bijlage bij het register voegt u in alle gevallen een weekplanning (of maandplanning).

De verzekering van de leerlingen die tijdens de lestijden revalidatie krijgen, valt tijdens de periode van de therapie en de verplaatsingen niet ten laste van de schoolverzekering. De begeleiding van de leerling tijdens de verplaatsingen vallen niet ten laste van de school.

3.7. Afwezigheden ingevolge preventieve schorsing (code Y) en tijdelijke (code U) en definitieve uitsluiting (code T)

Sinds 1 september 2014 zijn de reglementaire bepalingen m.b.t. schorsen en uitsluiten van leerlingen in het basisonderwijs vervangen door nieuwe bepalingen met betrekking tot tijdelijke en definitieve uitsluiting. Ook is er de preventieve schorsing als bewarende maatregel bijgekomen.

Zie Omzendbrief Ba0/2014/04 van 15/05/2014.

Het algemeen principe is dat de school bij preventieve schorsing en tijdelijke of definitieve uitsluiting in opvang voorziet. Enkel als de school aan de ouders schriftelijk motiveert waarom dit niet haalbaar is, moet de school niet voor opvang zorgen.

Een afwezigheid ingevolge een preventieve schorsing en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang niet haalbaar is, is een gewettigde afwezigheid. U noteert hiervoor code Y.

Een afwezigheid ingevolge een tijdelijke uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang niet haalbaar is, is een gewettigde afwezigheid. U noteert hiervoor code U.

Een afwezigheid ingevolge een definitieve uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang niet haalbaar is, is een gewettigde afwezigheid. U noteert hiervoor code T.

4. Welke afwezigheden zijn problematisch? (code B)

Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals beschreven onder punt 3 zijn ten aanzien van de leerling te beschouwen als problematische afwezigheden. Ten aanzien van de school betekent dit niét dat deze problematische afwezigheden automatisch zullen leiden tot niet-financierbaarheid of niet-subsidieerbaarheid van de leerling. Onder bepaalde voorwaarden kunnen problematische afwezigheden immers toch omgezet worden in gewettigde afwezigheden.

5. Onder welke voorwaarden kunnen problematische afwezigheden omgezet worden in gewettigde afwezigheden?

In het verleden leidde elke onwettige afwezigheid tot een verlies van de hoedanigheid van regelmatige leerling. Dit stimuleerde vaak administratieve regulariseringen om de voordelen van regelmatige leerling niet te verliezen. Deze werkwijze ging aan de kern van de zaak voorbij.

In het verleden werden soms leerlingen geschrapt om redenen waar de school geen vat op had (illegalen die samen met hun kinderen onderduiken, ouders die hun kinderen meenemen op verlof tijdens het schooljaar, ouders die geen medisch attest kunnen voorleggen omdat ze geen dokter kunnen betalen,...).

De huidige regelgeving op afwezigheden wil een open communicatie over afwezigheden stimuleren en scholen die zich inspannen om problematische afwezigheden te begeleiden niet langer bestraffen. Problematische afwezigheden kunnen onder bepaalde voorwaarden toch beschouwd worden als gewettigde afwezigheden. Essentieel hierbij is dat de school samen met het CLB werkt aan de begeleiding van de leerling.

Voor problematische afwezigheden tot en met 4 halve schooldagen zijn geen specifieke bepalingen inzake deze begeleiding opgelegd. Dit betekent niet dat er geen begeleidingsinspanningen geleverd moeten worden. Een school moet aandacht hebben voor élke problematische afwezigheid, ook deze van 'slechts' een halve dag. Van scholen wordt verwacht dat ze hierrond op verschillende manieren werken: zo moeten afspraken rond afwezigheden opgenomen zijn in het schoolreglement, moet bij problematische afwezigheden de school contact opnemen met de ouders (telefonisch, via de schoolagenda, door huisbezoek, contact met het CLB, ...). Directie en team moeten op een gecoördineerde en bewuste manier de begeleiding van problematische afwezigheden vorm geven en systematisch opvolgen (bijvoorbeeld via een stappenplan, een netwerk,...). Voor problematische afwezigheden tot en met 4 halve schooldagen moet de school geen schriftelijk dossier aanleggen.

Vanaf 5 al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd, moet de school minimaal aan een aantal door de overheid opgelegde voorwaarden voldaan hebben ( de afwezigheid signaleren aan het CLB, samenwerken met het CLB aan de begeleiding van de leerling, schriftelijke neerslag van de inspanningen)

De als problematisch geregistreerde afwezigheid van de leerling wordt als gewettigd beschouwd als de school aan de volgende voorwaarden voldoet :

1° begeleidende maatregelen neemt, ongeachte het aantal halve dagen problematische afwezigheid dat de leerling opbouwt;

2° een dossier van die begeleidende maatregelen bijhoudt, eventueel als onderdeel van een leerlingendossier;

3° vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen problematische afwezigheid per schooljaar:

  • die afwezigheden signaleert aan het CLB;
  • samen met het CLB beslist of het onmiddellijk opstarten van een CLB-begeleidingstraject noodzakelijk is;
  • extra begeleidende maatregelen neemt na advies van het CLB.

De wettiging van problematische afwezigheden is dus afhankelijk van het feit dat de school kan aantonen dat ze, in samenwerking met het begeleidend CLB, ernstige inspanningen heeft geleverd om de leerling die problematisch afwezig is te begeleiden.

6. Melding van problematische afwezigheden

Dankzij DISCIMUS hoeven scholen de leerlingenzendingen van leerplichtige leerlingen die 30 halve dagen problematisch afwezig zijn (d.w.z. 30 B-codes hebben) vanaf het schooljaar 2013-2014, niet meer apart te versturen. 

Meer informatie over de uitwisseling van aan- en afwezigheidsgegevens via DISCIMUS vindt u in de omzendbrief ‘DISCIMUS – Een toekomstgerichte manier om leerlingengegevens uit te wisselen (http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=14347 ).

7. Zorgwekkende dossiers

Indien u als school van oordeel bent dat de begeleiding die u, in samenwerking met het CLB, opgestart hebt, geen enkel resultaat oplevert bijv. omdat er manifeste onwil bij de ouders is, kan u contact opnemen met het Agentschap voor Onderwijsdiensten (t.a.v. Bea De Cuyper, tel. 02/553.04.04, bea.decuyper@ond.vlaanderen.be).

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten zal dan, in samenspraak met u, onderzoeken welke verdere stappen gezet kunnen worden. Een van de mogelijke stappen is om het dossier van de betrokken leerling - wiens leerrecht geschonden wordt, aan het parket over te maken. Dit gebeurt steeds na een verwittiging van de ouders.

8. Wat met leerlingen die 'onbereikbaar' zijn?

In bepaalde gevallen zal de school in de onmogelijkheid verkeren om de leerling daadwerkelijk te begeleiden. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn bij leerlingen die na een vakantie in het buitenland niet tijdig terugkeren of bij leerlingen die spoorloos zijn. In dit geval moet de school kunnen aantonen dat er inspanningen geleverd zijn om de leerling terug te vinden.

Voorbeeld:

Een leerling vertrekt tijdens de paasvakantie met zijn ouders naar het buitenland. Na de paasvakantie geraken de ouders en de kinderen niet tijdig terug op school. De school is hiervan niet op de hoogte gebracht. De school kan in dit geval de leerling niet begeleiden, aangezien de leerling onbereikbaar is (en de school zelfs niet zeker weet waar de leerling is). In dit geval kan de school niet veel meer doen dan inspanningen doen om de leerling te lokaliseren (door bijv. contact te zoeken met de familie (telefonisch of via huisbezoek), door te informeren bij de gemeente,...).

9. Voor wie moeten de wettigingen en het begeleidingsdossier op school ter inzage zijn?

Alle wettigingen, alsook het begeleidingsdossier waarvan sprake in punt 5, moeten tot het einde van het schooljaar, en het daaropvolgende schooljaar, op de school ter inzage zijn voor de verificateurs. Zij zijn het immers die nagaan of de school aan haar begeleidingsinspanningen voldoet en welke als problematisch geregistreerde afwezigheden kunnen beschouwd worden als gewettigde afwezigheden (zie punt 5).

10. Wat bij schoolveranderingen?

Bij schoolverandering hoeven de B-codes niet meer tussen scholen doorgegeven te worden. Scholen kunnen dit nu immers via Discimus raadplegen.

11. Wat zijn de gevolgen wanneer een leerling ongewettigd afwezig is?

Leerlingen die ongewettigd afwezig zijn (d.w.z. problematische afwezigheden die niet omgezet worden in gewettigde afwezigheden, cfr. punt 5) verliezen hun statuut van regelmatige leerling overeenkomstig artikel 20 van het decreet basisonderwijs. Dit houdt in dat de betrokken leerling in het zesde leerjaar geen getuigschrift basisonderwijs kan krijgen en dat de school de betrokken leerling niet kan meetellen voor de personeelsformatie en de toelagen.

12. Communicatie naar de ouders

Essentieel is dat ouders zo goed en volledig mogelijk geïnformeerd worden over welke afwezigheden van leerlingen al dan niet gewettigd zijn en aan welke verplichtingen bij afwezigheden voldaan moet worden. Aangezien afspraken rond afwezigheden een verplicht onderdeel vormen van het schoolreglement, is dit reglement hét instrument bij uitstek om ouders op hun verplichtingen terzake te wijzen.

In bijlage is een modelbrief gevoegd die gebruikt kan worden als addendum bij het schoolreglement.

13. Sanctionering van de ouders

De leerplichtwet bepaalt dat ouders bij misbruik gestraft kunnen worden.  In elk gerechtelijk arrondissement is er een parketcriminoloog aangesteld die zich onder andere buigt over de dossiers van leerplichtontduiking en spijbelen.  Bij ernstig misbruik kunnen zij de ouders vervolgen voor de politierechtbank of maatregelen voor de jongere vorderen via de jeugdrechtbank. 

14. Bijlage