Toepassing van de regels inzake de rationalisatie en de programmatie van het buitengewoon secundair onderwijs

  • referentie
    SO/2006/03(BuSO)
  • publicatiedatum
    04/05/2006
  • datum laatste wijziging
    13/08/2021
  • wettelijke basis
    Artikelen 3, 14, 15 en 268 tot en met 290/1 van de codex secundair onderwijs betreffende de rationalisatie en programmatie van het buitengewoon secundair onderwijs
  • opheffing
    KAB. MIN.
  • contactpersoon
    Kristel De Plecker, 02/553.02.38
  • contactpersoon
    Carl Lamote, 02/553.96.03

Wijzigingen in de regelgeving naar aanleiding van onderwijsdecreet XXX:

- Vanaf 1/9/2020 is er een programmatieprocedure voor structuuronderdelen van opleidingsvorm 4: Vanaf 1/9/2020 zijn structuuronderdelen (duaal en niet duaal) die in het voltijds gewoon secundair onderwijs vrij programmeerbaar zijn, ook in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4 vrij programmeerbaar, na een melding. Structuuronderdelen (duaal en niet duaal) die in het voltijds gewoon secundair onderwijs programmeerbaar zijn mits goedkeuring door de Vlaamse Regering, zijn ook in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering en moet aangevraagd worden uiterlijk twee maanden, schoolvakanties niet meegerekend, vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie. Binnen een termijn van twee maanden na indiening van de aanvraag beslist de Vlaamse regering over deze programmatieaanvraag.

- Vanaf 1/9/2020 is er een aanpassing van de programmatieprocedure voor structuuronderdelen van opleidingsvorm 3:

Deze aanvraag moet vanaf 1/9/2020 uiterlijk op 30 november 1 schooljaar voorafgaand aan de programmatie van het structuuronderdeel gebeuren.

Bij de aanvraag van een dergelijke programmatie in opleidingsvorm 3 wordt toegevoegd dat naast de vereiste van een samenwerkingsovereenkomst met één of meer scholen voor gewoon secundair onderwijs ook met centra voor deeltijds beroep secundair onderwijs een dergelijke samenwerking mogelijk is.

Nieuwe structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 kunnen vanaf 1/9/2020 dus niet langer tot stand komen na een omvorming, maar enkel na een programmatie. De laatste omvorming die mogelijk was en nog kon aangevraagd worden is de omvorming die uiterlijk op 1 april 2020 is aangevraagd, met het oog op een start van de omvorming in het eerste jaar van de opleidingsfase op 1/9/2020 (en die zo verder progressief wordt uitgerold).

- Vanaf het schooljaar 2021-2022 wordt een programmatie van een vestigingsplaats, ingediend conform de richtlijnen opgenomen in de omzendbrief SO 42 .

Ten gevolge van de modernisering blijft wel gelden:

- Op 1 september 2021 vindt er een concordantie plaats van de huidige opleidingen uit opleidingsvorm 3 in het eerste leerjaar van de opleidingsfase naar de nieuwe gemoderniseerde opleidingen uit de opleidingsfase. De concordantie door de school gebeurt 1-op-1 , conform de opgenomen concordanties in de matrix en van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, en wordt uiterlijk 30 november 2020 gemeld aan AGODI. Bij die concordantie waar er geen keuzemogelijkheden zijn, is er geen melding aan AGODI nodig.

- Op 1 september 2023 vindt er een concordantie plaats van de huidige opleidingen uit opleidingsvorm 3 in het eerste leerjaar van de kwalificatiefase naar de nieuwe gemoderniseerde opleidingen uit de kwalificatiefase. De concordantie door de school gebeurt 1-op-1, conform de opgenomen concordanties in de matrix en van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, en wordt uiterlijk 30 november 2022 gemeld aan AGODI. Bij die concordantie waar er geen keuzemogelijkheden zijn, is er geen melding aan AGODI nodig. De concordantietabel is toegevoegd in bijlage 8.

Voor opleidingsvorm 4 impliceert de modernisering een omschakeling van het bestaande studieaanbod naar een nieuw studieaanbod. De concordantie door een school gebeurt van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid. Bij die concordantie waar er geen keuzemogelijkheden zijn, is er geen melding aan AGODI nodig. In de situatie dat er wel keuzemogelijkheden zijn, vindt een melding aan AGODI plaats uiterlijk 30 november van het voorafgaande schooljaar door middel van het modelformulier in bijlage 12. Meer informatie over het studieaanbod en de concordantietabellen is terug te vinden in omzendbrief SO 60.

1. Inleiding.

Hierna volgt een uitgebreide toelichting in verband met de concrete toepassing van artikelen 3, 14, 15 en 268 tot en met 290/1 van de codex secundair onderwijs.

Deze regelgeving is uitsluitend van toepassing op de scholen voor buitengewoon secundair onderwijs en niet op internaten en tehuizen.

2. Aanvraag of melding programmaties en herstructureringen.

Een aanvraag voor een nieuwe school, wordt ingediend uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting.

Een aanvraag voor een nieuwe opleidingsvorm en/of type, wordt ingediend uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting.

Een aanvraag van een nieuw structuuronderdeel in opleidingsvorm 3, wordt ingediend uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting.

Een aanvraag van een nieuw structuuronderdeel in opleidingsvorm 4, wordt ingediend uiterlijk twee maanden, schoolvakanties niet meegerekend, vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie. De Vlaamse Regering neemt een beslissing binnen de twee maanden na indiening.

Een melding voor een nieuwe vestigingsplaats, wordt tot en met het schooljaar 2020-2021 ingediend ten laatste op het tijdstip van ingebruikname van de nieuwe vestigingsplaats. De opheffing van een vestigingsplaats wordt uiterlijk op het moment van opheffing gemeld.

Een programmatie van een vestigingsplaats, wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 ingediend conform de richtlijnen opgenomen in de omzendbrief SO 42 .

Alle overige aanvragen tot herstructureringen worden uiterlijk op 1 april ingediend van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting, met uitzondering van een omvorming van een opleidingsvorm en een vrijwillige afbouw van een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3, of een concordantie van een structuuronderdeel, die uiterlijk op 30 november van het voorafgaand schooljaar moeten ingediend worden.

Aanvragen na de uiterste data van indiening zijn onontvankelijk.

Alle aanvragen worden bij voorkeur via e-mail verstuurd naar: formulieren.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be

U kunt deze ook per post versturen naar:

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen (SBT-BuSO)

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II laan 15

1210 BRUSSEL

De aanvragen tot herstructureringen gebeuren met het formulier "Aanvraag tot programmatie of herstructurering in het buitengewoon secundair onderwijs" (zie bijlage 1).

Voor de programmatie van een vestigingsplaats, vanaf het schooljaar 2021-2022, vindt u de richtlijnen in de omzendbrief SO 42 .

Voor de programmatie voor een nieuwe school en voor een nieuwe opleidingsvorm en/of type zijn er 2 formulieren voorzien (bijlage 3 en bijlage 4).

Meer informatie over de programmatie van een school volgt in 3.6.1.

Meer informatie over de programmatie van een nieuwe opleidingsvorm en/of type volgt in punt 3.6.10.

Voor de programmatie voor een nieuw structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 en 4 zijn er eveneens formulieren voorzien ( bijlage 5 , bijlage 9 en bijlage 1 0 ).

Meer informatie over de programmatie van een nieuw structuuronderdeel vindt u in punten 3.6.12, 3.6.13 en 3.6.15.

3. Algemene bepalingen.

3.1. Teldatum rationalisatie en programmatie.

De rationalisatie en de programmatienormen worden op basis van het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen op 1 oktober nagekeken.

Voor de ziekenhuisscholen wordt deze teldatum voor rationalisatie gelijkgesteld met de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 oktober van het jaar waarin het betrokken schooljaar een aanvang neemt en de berekeningswijze gebaseerd op de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen.

Voor de ziekenhuisscholen wordt deze teldatum voor programmatie gelijkgesteld met de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen gedurende de maand september.

In toepassing van artikel 289 van de codex van het secundair onderwijs komen de leerlingen van een opleidingsvorm, die opgeheven wordt tijdens de periode van omvorming, niet in aanmerking voor de berekening van de rationalisatienormen.

In de afbouwende opleidingsvorm of opleiding mogen enkel nieuwe leerlingen ingeschreven worden in de leerjaren, die gelet op de progressieve omvorming nog niet zijn opgeheven. De leerlingen die deze opleidingsvorm of deze opleiding in deze school reeds volgden voor de omvorming mogen hun opleiding daarin beëindigen.

3.2. Enkele definities.

Hoofdgebouw:

Artikel 268, § 1, 1° van de codex van het secundair onderwijs : de vestigingsplaats door het schoolbestuur gekozen als administratieve zetel voor de gehele school.

Vestigingsplaats:

Artikel 3, 46° van de codex van het secundair onderwijs: een geografische afbakening die bestaat uit een geheel van gebouwde en ongebouwde onroerende goederen in gebruik van een onderwijsinstelling dat voldoet aan alle volgende voorwaarden:

1° gelegen zijn binnen eenzelfde of aansluitende kadastrale percelen of gescheiden zijn door één van volgende mogelijkheden:

a)maximaal twee kadastrale percelen;

b) een weg;

2° volledig of gedeeltelijk gebruikt door personeelsleden van de onderwijsinstelling voor onderwijsactiviteiten, met uitzondering van:

a) extra- murosactiviteiten ;

b) leerlingenstages;

c) lessen, al dan niet gegeven door personeelsleden van de onderwijsinstelling, in een bedrijf of in een opleidings- of vormingsinstelling die geen onderwijsinstelling is;

d) sport- en bewegingsactiviteiten, voor zover de aanwezige sportinfrastructuur buiten het schooldomein ligt en ook door derden wordt gebruikt.

In afwijking van punt 1° geldt voor de bepalingen aangaande het "recht op inschrijving" dat een vestigingsplaats enkel betrekking heeft op eenzelfde of aansluitende kadastrale percelen.

Tijdelijke vestigingsplaats:

Artikel 268, § 3 van de codex secundair onderwijs. In geval van overmacht wordt de tijdelijke overbrenging van een school of vestigingsplaats niet gelijkgesteld met een nieuwe oprichting.

In geval van definitieve ontruiming mag het verlaten schoolgebouw niet meer geheel of gedeeltelijk in gebruik genomen blijven.

Groepen:

Voor de toepassing van de reglementering inzake rationalisatie en programmatie in het buitengewoon onderwijs worden de instellingen naargelang van het schoolbestuur waarvan zij afhangen ingedeeld in de volgende groepen:

- scholen van het Gemeenschapsonderwijs,

- gesubsidieerde officiële scholen,

- gesubsidieerde vrije katholieke scholen,

- gesubsidieerde vrije protestantse scholen,

- gesubsidieerde vrije israëlitische scholen,

- gesubsidieerde vrije islamitische scholen,

- gesubsidieerde vrije orthodoxe scholen,

- gesubsidieerde vrije anglicaanse scholen,

- gesubsidieerde vrije niet-confessionele scholen.

Herstructureringen programmatie:

Wat is een herstructurering of een programmatie?

- nieuwe school,

- nieuwe school ontstaan door fusie,

- nieuwe school ontstaan door afsplitsing,

- opheffing van een school,

- nieuwe vestigingsplaats,

- opheffing van een vestigingsplaats,

- oprichting van een opleidingsvorm,

- omvorming van een opleidingsvorm,

- opheffing van een opleidingsvorm,

- oprichting van een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3,

- opheffing van een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3,

- oprichting van een structuuronderdeel van opleidingsvorm 4,

- opheffing van een structuuronderdeel van opleidingsvorm 4,

- oprichting van een type,

- opheffing van een type.

3.3. Taalstelsel.

In de scholen met twee taalafdelingen worden de rationalisatie- en programmatienormen steeds afzonderlijk per taalafdeling toegepast.

3.4. Rekenkundige bewerkingen.

Bij rekenkundige bewerkingen van de rationalisatie- en programmatienormen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze regelgeving, wordt het eindresultaat afgerond tot de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma 5 of meer is.

3.5. Wijziging van schoolbestuur.

Met ingang van 1 september 1997 heeft de overheveling van een school naar een ander schoolbestuur slechts op l september uitwerking ten aanzien van het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Een wijziging van schoolbestuur wordt aan de hand van een formulier model verklaring van wijziging van schoolbestuur bijlage 2 gemaild naar formulieren.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be of opgestuurd via de post naar Agentschap voor Onderwijsdiensten, Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen, t.a.v. SBT - BuSO, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II laan 15, 1210 BRUSSEL.

Op het vlak van personeel wordt verwezen naar de omzendbrief PERS/2009/03 van 30 juni 2009 betreffende de rechten en plichten van personeelsleden bij het overnemen van scholen, bij de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een school van een ander schoolbestuur en bij een samensmelting van filialen tot een nieuwe school.

Ook wijzigingen aan de naam of het adres van het schoolbestuur moeten schriftelijk of per mail aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, Afdeling secundair onderwijs, Scholen en leerlingen, worden meegedeeld. Indien deze wijziging aanleiding heeft gegeven tot een publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (bv. ingevolge een wijziging van de statuten van de vzw), dient bij de mededeling een afschrift van deze publicatie te worden gevoegd.

3.6. Programmatie en herstructurering.

3.6.1. Nieuwe school.

Bij de oprichting van een nieuwe school zijn er drie mogelijkheden:

- Volledig nieuwe school NIET ten gevolge van een herstructurering (artikelen 14, 15, § 2 en 286 van de codex secundair onderwijs):

Het schoolbestuur dient een oprichtingsdossier in. Dit dossier bevat, o.a.:

- de identificatiegegevens van het schoolbestuur en de school;

- per combinatie van opleidingsvorm en type een omgevingsanalyse waarbij de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het aanbod, voldoen aan de criteria die vermeld staan in artikel 259 van codex secundair onderwijs. Bij de omgevingsanalyse wordt in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden met het lokale aanbod;

- bij de omgevingsanalyse worden de aangepaste begeleidingsmogelijkheden met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de betreffende populatie per combinatie van type en opleidingsvorm beschreven.

- het schoolbestuur toont in het dossier ook aan dat de school beschikt over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen o.a. op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen die nodig zijn voor de doelgroep per combinatie van type en opleidingsvorm;

- tenslotte moet het dossier ook weergeven wat de reeds bestaande expertise is of welke inspanningen rond professionalisering van het team voorzien worden met betrekking tot de populatie per combinatie van type en opleidingsvorm;

- Bij het dossier worden de volgende bewijsstukken in elk geval toegevoegd, als het gaat over een programmatie van opleidingsvorm 4: een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité van de desbetreffende school of scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs.

De aanvraag gebeurt uiterlijk op 30 november met het formulier in bijlage 3.

Het is van belang dat op dit formulier de essentiële informatie die het oprichtingsdossier onderbouwt, opgenomen wordt. Bijkomende informatie kan in bijlage worden gevoegd.

De oprichting van een nieuwe school is afhankelijk van een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering.

Het oprichtingsdossier zal voor administratief-technisch en inhoudelijk advies voorgelegd worden aan de Vlaamse Onderwijsraad. Het dossier zal ook geadviseerd worden door AGODI en de Onderwijsinspectie.

De criteria waarmee de Vlaamse Regering ten minste rekening houdt, om de aanvragen te beoordelen, zijn de volgende:

1° wordt voor de programmatieaanvraag de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod;

2° worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en, als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd;

3° beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomende aanbod waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft;

4° zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe aanbod of zijn dergelijke inspanningen gepland;

5° heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het aanbod dat ze wil programmeren;

6° als het gaat over de aanvraag van een oprichting van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, is er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol.

Indien het een aanvraag voor een nieuwe school met opleidingsvorm 3 betreft, moet ook de programmatie van opleidingen aangevraagd en goedgekeurd worden conform de aanvraagprocedure in punt 3.6.13., simultaan met de aanvraag van de nieuwe school.

- Nieuwe school ten gevolge van een fusie van bestaande scholen (aanvraag uiterlijk op 1 april met het formulier in bijlage 1, punt 4);

- Nieuwe school ten gevolge van een afsplitsing van een bestaande school (aanvraag uiterlijk op 1 april met het formulier in bijlage 1, punt 13).

Een aanvraag na 30 november, respectievelijk na 1 april is onontvankelijk.

3.6.2. Fusie van scholen.

Een fusie van scholen komt als volgt tot stand:

- ofwel door samenvoeging tot één school van twee of meerdere scholen die gelijktijdig worden afgeschaft (eenvoudige fusie);

- ofwel door samenvoeging van twee of meerdere scholen waarbij één van de betrokken scholen blijft bestaan die de andere school of scholen opslorpt (fusie door opslorping).

De fusie gaat in vóór 1 oktober van het lopende schooljaar. De aanvraag wordt uiterlijk op 1 april ingestuurd met het formulier in bijlage 1, punt 4.

In een vestigingsplaats kunnen na een fusie alleen de opleidingsvormen en opleidingen, die vóór de fusie werden georganiseerd, georganiseerd blijven.

Tijdens de periode van programmatie (= oprichting nieuwe school) kan een school niet fusioneren of samengevoegd worden met een andere school.

Een school die tot stand gekomen is uit een fusie wordt niet beschouwd als een programmatie van een nieuwe school.

3.6.3. Opheffing van een school.

De vrijwillige opheffing van een school wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 23.

3.6.4. Nieuwe vestigingsplaatsen.

Vanaf het schooljaar 2021-2022 geldt:

Een programmatie van een vestigingsplaats wordt ingediend conform de richtlijnen opgenomen in de omzendbrief SO 42 .

3.6.5. Opheffing van een vestigingsplaats.

De opheffing van een vestigingsplaats wordt uiterlijk op het moment van opheffing meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 25.

3.6.6. Omvorming van een opleidingsvorm.

Onder bepaalde voorwaarden (artikel 289 §1 van de codex secundair onderwijs) kan een school een nieuwe opleidingsvorm oprichten of een bestaande opleidingsvorm omvormen tot een nieuwe opleidingsvorm.

Tijdens de periode van omvorming kunnen in de opleidingsvorm die opgeheven wordt enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleidingsvorm in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen.

De omvorming wordt uiterlijk op 30 november meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 28.

Als het gaat om een omvorming naar opleidingsvorm 4, moet er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten zijn met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en moet er een het protocol van de onderhandelingen zijn in het lokaal comité van de desbetreffende school of scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs waaruit blijkt dat het voorstel gedragen is. Deze documenten moeten meegestuurd worden in bijlage bij het formulier.

Indgien het een omvorming naar opleidingsvorm 3 betreft, moet ook de programmatie van opleidingen aangevraagd en goedgekeurd worden conform de aanvraagprocedure in punt 3.6.13., simultaan met de aanvraag van de nieuwe opleidingsvorm waarnaar omgevormd wordt.

3.6.7. Opheffing van een opleidingsvorm.

De opheffing van een opleidingsvorm die niet het gevolg is van een omvorming, wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 31.

3.6.8. Omvorming van een niet duale opleiding van opleidingsvorm 3 (uitdovend).

Onder bepaalde voorwaarden (artikel 289, §1 van de codex secundair onderwijs) kan een school een bestaande niet duale opleiding omvormen tot een nieuwe niet duale opleiding in de opleidingsvorm 3. Enkel omvormingen aangevraagd voor of op 1/4/2020 kunnen nog (progressief) doorgevoerd worden.

Tijdens de periode van omvorming kunnen in de niet duale opleiding die opgeheven wordt enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleiding in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen.

3.6.9. Vrijwillige afbouw van een structuuronderdeel en verplichte afbouw van een opleiding van opleidingsvorm 3.

De vrijwillige afbouw van een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3, wordt uiterlijk op 30 november meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 36.

Indien de school reeds voor het schooljaar 2019-2020 verplicht een afbouw van een opleiding was gestart, dan moet zij deze afbouw verderzetten, leerjaar na leerjaar, tot de opleiding volledig is afgebouwd. Scholen die voor het schooljaar 2019-2020 vrijwillig een afbouw gestart zijn, kunnen deze eveneens verderzetten, maar kunnen ook, indien gewenst, terug opbouwen.

3.6.10. Oprichting van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type.

Dit betreft zowel de programmatie van een nieuw type (bij één of meerdere bestaande opleidingsvormen – die ook vermeld dienen te worden op de aanvragen), als de programmatie van een nieuwe opleidingsvorm (bij een of meerdere bestaande types – die ook dienen vermeld te worden op de aanvragen), alsook de programmatie van een nieuwe opleidingsvorm samen met een nieuw type.

Het schoolbestuur dient een oprichtingsdossier in.

Dit dossier bevat, o.a.:

- de identificatiegegevens van het schoolbestuur, de school en de vestgingsplaats;

- het schooljaar waarop de oprichting betrekking heeft;

- de combinatie van opleidingsvorm en type waarop de oprichting betrekking heeft (bvb. een schoolbestuur wil een nieuw type 9 oprichten bij de bestaande opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 van een school. Dus moet zij dan twee aanvragen indienen: één volledige aanvraag voor opleidingsvorm 3, type 9 en één volledige aanvraag voor opleidingsvorm 4, type 9),

- de motivering van de aanvraag met ten minste de volgende elementen: - per combinatie van opleidingsvorm en type een omgevingsanalyse waarbij de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het aanbod, voldoen aan de criteria die vermeld staan in artikel 259 van codex secundair onderwijs. Bij de omgevingsanalyse wordt in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden met het lokale aanbod;

- bij de omgevingsanalyse worden de aangepaste begeleidingsmogelijkheden met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de betreffende populatie per combinatie van type en opleidingsvorm beschreven.

- het schoolbestuur toont in het dossier ook aan dat de school beschikt over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen o.a. op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen die nodig zijn voor de doelgroep per combinatie van type en opleidingsvorm;

- tenslotte moet het dossier ook weergeven wat de reeds bestaande expertise is of welke inspanningen rond professionalisering van het team voorzien worden met betrekking tot de populatie per combinatie van type en opleidingsvorm;

- Bij het dossier worden de volgende bewijsstukken in elk geval toegevoegd:

  • het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité en het verslag van het overleg binnen de schoolraad;

  • als het gaat over een aanvraag voor programmatie van opleidingsvorm 4 (of van een nieuw type bij een bestaande opleidingsvorm 4): een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité van de desbetreffende school of scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs.

Scholen die al een opleidingsvorm 4 hebben en uiterlijk op 1 juli 2014 een aanvraag indienen voor een nieuw type 9 bij deze opleidingsvorm 4, sluiten deze samenwerkingsovereenkomst voor het nieuwe type uiterlijk op 1 september 2015 af (en dienen deze dus niet mee te sturen met de aanvraag).

De oprichting van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type wordt per combinatie van opleidingsvorm en type aangevraagd uiterlijk op 30 november met het formulier in bijlage 4.

Het is van belang dat op dit formulier de essentiële informatie die het oprichtingsdossier onderbouwt, opgenomen wordt. Bijkomende informatie kan in bijlage worden gevoegd.

Scholen die in het schooljaar 2014-2015 hetzij opleidingsvorm 3, type 1 aanbieden, bieden vanaf 1 september 2015 automatisch het opleidingsvorm 3, type basisaanbod aan. Dit wordt niet beschouwd als een programmatie of een herstructurering. Scholen die dit type nog niet aanbieden in het schooljaar 2014-2015 en het nieuwe type basisaanbod willen oprichten, moeten wel een oprichtingsdossier indienen zoals hierboven beschreven.

Voor de oprichting van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type is immers een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering vereist.

Het oprichtingsdossier zal voor administratief-technisch en inhoudelijk advies voorgelegd worden aan de Vlaamse Onderwijsraad. Het dossier zal ook geadviseerd worden door AGODI en de Onderwijsinspectie.

De criteria waarmee de Vlaamse Regering ten minste rekening houdt, om de ontvankelijke aanvragen te beoordelen, zijn de volgende:

1° wordt voor de programmatieaanvraag de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod;

2° worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en, als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd;

3° beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomende aanbod waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft;

4° zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe aanbod of zijn dergelijke inspanningen gepland;

5° heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het aanbod dat ze wil programmeren;

6° als het gaat over de aanvraag van een oprichting van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, is er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol.

7° als het gaat over de aanvraag voor de oprichting van een nieuw type of een nieuwe opleidingsvorm in een bestaande school, is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol.

Opmerking: De voorwaarde van de omgevingsanalyse en het beschrijven van de begeleidingsmogelijkheden geldt niet wanneer het enkel gaat over de oprichting van een opleidingsvorm van vrije keuze (meer hierover zie punt 6.7.). In dit geval wordt het oprichtingsdossier niet voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad. AGODI en de Onderwijsinspectie brengen wel een advies uit.

Indien het een oprichting van een nieuwe opleidingsvorm 3, eventueel samen met een nieuw type betreft, moet ook de programmatie van opleidingen aangevraagd en goedgekeurd worden conform de aanvraagprocedure in punt 3.6.13., simultaan met de aanvraag van de nieuwe opleidingsvorm en het nieuwe type. Indien het enkel de oprichting van een nieuw type in een bestaande opleidingsvorm 3 in de reeds ingerichte opleidingen betreft, moet uiteraard er geen aanvraag gebeuren voor programmatie van opleidingen.

3.6.11. Opheffing van een type.

De opheffing van een type, wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 40.

3.6.12. Oprichting van een nieuw duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 of in opleidingsvorm 4.

Let op: Een duaal structuuronderdeel kan slechts georganiseerd worden als tijdens het schooljaar voorafgaand aan de programmatie van de duale opleiding een nauw-verwante niet-duale opleiding wordt aangeboden in de school in kwestie. (Deze voorwaarde geldt bij het programmeren van duale opleidingen, maar er is nadien geen verplichting om na deze programmatie dit nauw-verwante aanbod effectief te blijven inrichten)

Een aanbieder van een duaal structuuronderdeel dat in het schooljaar 2018-2019 experimenteel wordt ingericht in het project schoolbank op de werkplek, is vrijgesteld van programmatie van dit structuuronderdeel, zolang dit structuuronderdeel geen twee aansluitende schooljaren niet wordt ingericht.

Voor de opleiding(en) waarvoor de school op 1 oktober 2018 regelmatige leerlingen hadden ingeschreven in het 4e en/of 5e jaar van de kwalificatiefase van het proefproject, is de school vrijgesteld van programmatie voor het schooljaar 2019-2020. Deze scholen moeten ook geen bijkomende aanvraag doen om vanaf volgend schooljaar de integratiefase van die opleiding te mogen aanbieden.

Voor nieuwe opleidingen (of opleidingen waarvoor de school op 1 oktober 2018 geen leerlingen ingeschreven hadden) waarvoor de school een programmatieaanvraag indienen, moet de programmatieaanvraag zowel de kwalificatiefase als de integratiefase omvatten als je deze beide wil inrichten. Als enkel de integratie- of kwalificatiefase wordt aangevraagd, krijg je de andere fase dus niet automatisch.

Per 1 september 2019 en per 1 september 2020 zijn duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 en van tso en bso in opleidingsvorm 4, waarvoor de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december 2018 standaardtrajecten zal goedgekeurd hebben, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. Duale structuuronderdelen zijn herkenbaar door het begrip "duaal" dat in hun benaming voorkomt. Voor elk duaal structuuronderdeel is er een eenvormig traject (= standaardtraject) dat de minimale inhoudelijke en organisatorische modaliteiten van het traject bevat, alsook de nauw-verwante niet duale opleiding.

Deze standaardtrajecten vindt u terug op: https://www.kwalificatiesencurriculum.be/duaal-leren.

De nauw-verwante niet-duale opleidingen voor de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 en nauw-verwante niet-duale opleidingen voor de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4 vindt u terug in bijlage 7.

De programmatie voor de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 5 uiterlijk 30 november van het voorafgaande schooljaar.

De programmatie voor de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4 wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 10 uiterlijk twee maanden, schoolvakanties niet meegerekend, vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie.

Bij die aanvraag gaan het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap.

De aanvraag moet worden gemotiveerd en houdt in elk geval rekening met alle volgende gezamenlijke criteria:

1° de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting …) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld;

2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt;

3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen;

4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de aanbieder duaal leren of binnen de scholengemeenschap;

5° de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;

6° de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld;

7° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod;

8° de afstemming binnen het overlegforum duaal leren waaronder de school als aanbieder ressorteert (in bijlage 6 zijn de contactpersonen opgenomen van de verschillende overlegfora).

Over de aanvraag wint de Vlaamse Regering het advies in van:

1° de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR);

2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen(SERV);

3° de onderwijsinspectie en AGODI.

Deze adviezen moeten toelaten de onderwijskundige, arbeidsmarktgerichte én juridische aspecten van het programmatiedossier nader in kaart te brengen.

Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria neemt de Vlaamse Regering een beslissing uiterlijk 31 maart van het schooljaar voorafgaand aan de programmaties van de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3.

Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria neemt de Vlaamse Regering binnen een termijn van twee maanden na indiening een beslissing over de programmatieaanvragenvan de duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4.

Als die termijn wordt overschreden, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.

3.6.13. Oprichting van een nieuw niet duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3.

Een bestaande school die opleidingsvorm 3 organiseert die aan de rationalisatienorm voldoet, kan een of meer bijkomende structuuronderdelen inrichten en moet hiervoor een programmatieaanvraag indienen.

Een nieuwe school die opleidingsvorm 3 wil inrichten, moet ook een aanvraag doen voor de structuuronderdelen die ze wil inrichten, simultaan met de aanvraag voor een nieuwe school en een bestaande school die een nieuwe opleidingsvorm 3 wil inrichten moet dit ook doen voor de structuuronderdelen die ze wil inrichten, simultaan met de aanvraag voor de nieuwe opleidingsvorm3.

Om een programmatieaanvraag in te dienen voor de oprichting van een of meer (bijkomende) structuuronderdelen in opleidingsvorm 3, stelt het schoolbestuur een oprichtingsdossier samen, dat ten minste de volgende elementen bevat:

1° de identificatiegegevens van het schoolbestuur, de school en de vestigingsplaats;

2° het schooljaar waarop de programmatie betrekking heeft;

3° de benaming van het structuuronderdeel of de structuuronderdelen, bepaald door de Vlaamse Regering, waarop de programmatie betrekking heeft, samen met een grondige motivering waarom zij ditstructuuronderdeel of de structuuronderdelen wenst te programmeren;

4° per structuuronderdeel of combinatie van structuuronderdelen een samenwerkingsovereenkomst met ten minste één school voor gewoon secundair onderwijs of één centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs met een gelijkaardig studieaanbod in de buurt uit het beroepssecundair onderwijs;

5° bewijsstukken, namelijk:

a) de samenwerkingsovereenkomst met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs of centra voor deeltijds beroep secundair onderwijs met een gelijkaardig aanbod in het beroepssecundair onderwijs;

b) in voorkomend geval, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.

De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing over de programmatie rekening met al de volgende criteria:

1° de eventuele beperkingen of voorwaarden die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld;

2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt;

3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen;

4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de scholengemeenschap;

5° de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;

6° de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld;

7° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod.

Het schoolbestuur stuurt een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AGODI uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan de programmatie. De programmatie wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 9.

Voor programmaties van structuuronderdelen moet de aanvraag 1 schooljaar voorafgaand aan de effectieve oprichting ingediend worden.

De aanvraag en het oprichtingsdossier kan zowel gemoderniseerde structuuronderdelen van hetzij de opleidingsfase, hetzij de kwalificatiefase en de integratiefase bevatten als structuuronderdelen van alle 3 de desbetreffende fasen samen. Voormelde termijn geldt als vervaltermijn. Aanvragen die later worden ingediend, zijn onontvankelijk.

De aanvraag kan zowel structuuronderdelen van de opleidingsfase, ofwel de kwalificatiefase, ofwel de integratiefase bevatten, als structuuronderdelen van enkele of alle fasen in kwestie samen.

De programmatie in de integratiefase en de kwalificatiefase kan verschillen van elkaar, zolang het schoolbestuur structuuronderdelen binnen hetzelfde studiedomein programmeert. Het schoolbestuur kan er ook voor kiezen om identieke structuuronderdelen in die fasen te programmeren.

De programmatie van gemoderniseerde structuuronderdelen volgt de geleidelijke uitrol in leerjaren en fasen van de modernisering. Na de volledige uitrol van de modernisering kan de programmatie ofwel in alle jaren of fasen tegelijkertijd gebeuren, ofwel progressief gebeuren.

Voor de programmatie van de gemoderniseerde structuuronderdelen in de opleidingsfase die start per 1 september 2021 betekent dit dat de aanvragen ten laatste op 30 november 2020 moeten ingediend zijn (programmaties van niet-gemoderniseerde opleidingen in de opleidingsfase zijn niet meer mogelijk). Op 30 november kan samen met de aanvraag voor de opleidingsfase ineens ook al de aanvraag voor de gemoderniseerde structuuronderdelen van de kwalificatiefase en de integratiefase gebeuren (voor de kwalificatiefase is na een goedkeuring de effectieve start van dit gemoderniseerd structuuronderdeel dan 1 september 2023 en voor de integratiefase 1 september 2025).

Een school kan ook opteren om apart de aanvraag voor de programmatie van de gemoderniseerde opleidingen van de opleidingsfase die start per 1 september 2021 in te dienen op 30 november 2020. Dan moet ook apart een aanvraag volgen voor de programmaties van gemoderniseerde structuuronderdelen in de kwalificatiefase (en integratiefase) die starten per 1 september 2023 (en per 1 september 2025), wat betekent dat deze de aanvragen ten laatste op respectievelijk op 30 november 2022 en op 30 november 2024 gebeuren.

Voor de programmatie van de niet-gemoderniseerde structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 buitengewoon secundair onderwijs betekent dit ook dat enkel nog aanvragen kunnen gebeuren voor een programmatie per 1 september 2021 (aan te vragen uiterlijk op 30 november 2020) of per 1 september 2022 (aan te vragen uiterlijk op 30 november 2021) van de niet-gemoderniseerde structuuronderdelen in de kwalificatiefase en de integratiefase. Deze aanvraag moet dan eveneens de toekomstige concordantie naar de gemoderniseerde structuuronderdelen bevatten om ontvankelijk te zijn. De niet-gemoderniseerde structuuronderdelen zijn niet meer programmeerbaar in de opleidingsfase vanaf 1 september 2019 en vanaf 1 september 2023 zijn zij evenmin programmeerbaar in de kwalificatiefase en de integratiefase.

De Vlaamse Onderwijsraad, de Onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvragen, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs.

De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, legt een voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering.

Een bijkomend structuuronderdeel kan op 1 september in een school alleen worden opgericht na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het schooljaar waarin de aanvraag is ingediend.

Als die termijn wordt overschreden, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.

3.6.14. Concordantie van een niet duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3.

Op 1 september 2021 vindt er een concordantie plaats van de huidige opleidingen uit opleidingsvorm 3 in het eerste leerjaar van de opleidingsfase naar de nieuwe gemoderniseerde structuuronderdelen uit de opleidingsfase. De concordantie door de school gebeurt 1-op-1, conform de opgenomen concordanties in de matrix en van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, en wordt uiterlijk 30 november 2020 door middel van een modelformulier aan AGODI gemeld. Dit modelformulier vindt u in bijlage 13 aan deze omzendbrief. Bij die concordantie waar er geen keuzemogelijkheden zijn, is er geen melding aan AGODI nodig. De huidige niet gemoderniseerde opleidingen in het eerste jaar van de opleidingsfase zijn dus organiseerbaar tot en met het schooljaar 2020-2021.

De concordantiekeuze voor het eerste leerjaar van de opleidingsfase geldt ook voor de het tweede leerjaar van de opleidingsfase die start op 1 september 2022. De huidige opleidingen in het tweede jaar van de opleidingsfase zijn dus organiseerbaar tot en met het schooljaar 2021-2022.

Op 1 september 2023 vindt er een concordantie plaats van de huidige opleidingen uit opleidingsvorm 3 in het eerste leerjaar van de kwalificatiefase naar de nieuwe gemoderniseerde structuuronderdelen uit de kwalificatiefase. De concordantie door de school gebeurt 1-op-1, conform de opgenomen concordanties in de matrix en van rechtswege, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de overheid, en wordt uiterlijk 30 november 2022 door middel van een modelformulier aan AGODI gemeld. Bij die concordantie waar er geen keuzemogelijkheden zijn, is er geen melding aan AGODI nodig. De concordantie gebeurt voor de kwalificatie- en integratiefase afzonderlijk. Dit wil zeggen dat een school er voor kan kiezen om voor de kwalificatie- en integratiefase te concorderen naar hetzelfde structuuronderdeel, of te concorderen naar twee verschillende structuuronderdelen voor respectievelijk de integratie- en de kwalificatiefase. De gemoderniseerde integratiefase gaat van start op 1 september 2025.

De concordantietabel vindt u in bijlage 8.

3.6.15. Oprichting van een nieuw niet duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 4 (niet van toepassing op type 5).

Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs vrij programmeerbaar zijn, zijn ook in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4 vrij programmeerbaar, na een melding. De structuuronderdelen die vrij programmeerbaar zijn, vindt u terug in de omzendbrief SO 61 .

Het meldingsformulier vindt u terug in bijlage 11 aan deze omzendbrief.

Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs programmeerbaar zijn mits goedkeuring door de Vlaamse Regering, zijn ook in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering en moet aangevraagd worden uiterlijk twee maanden, schoolvakanties niet meegerekend, vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie.

Het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers is niet programmeerbaar in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4.

De structuuronderdelen die moeten goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering, voor de oprichting, vindt u terug in de omzendbrief SO 61 , onder punt 3.4.1., 3.5.1. en 3.6.1. De motivering van de aanvraag houdt rekening met de criteria die vermeld zijn in de omzendbrief SO 61 , onder punt 3.4.2, 3.5.2. en 3.6.2. Alleen de timing is anders en wijkt af van hetgeen onder die punten vermeld is.

Het aanvraagformulier vindt u in bijlage 10 aan deze omzendbrief.

Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria neemt de Vlaamse Regering binnen een termijn van twee maanden na indiening een beslissing over de programmatieaanvragen van de niet duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 4.

Als die termijn wordt overschreden, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.

3.6.16. Welke teldatum voor de berekening omkadering bij oprichting en herstructurering?

nieuwe school ontstaan door fusie 

eenmalig op 1 oktober 

opheffing van een vestigingsplaats 

de teldatum blijft 1 februari 

omvorming van een opleidingsvorm 

het eerste jaar van de omvorming (er komt een OV bij) op 1 oktober
het laatste jaar van de omvorming (er is een OV afgeschaft) op 1 oktober
de tussenliggende jaren op 1 februari 

oprichting van een duaal of niet duaal structuuronderdeel van opleidingsvorm 3 

de teldatum blijft 1 februari 

opheffing van een duaal of niet duaal structuuronderdeel van opleidingsvorm 3 

de teldatum blijft 1 februari 

oprichting van een duaal of niet duaal structuuronderdeel van opleidingsvorm 4 

de teldatum blijft 1 februari 

opheffing van een duaal of niet duaal structuuronderdeel van opleidingsvorm 4 

de teldatum blijft 1 februari 

nieuwe school ontstaan door programmatie of afsplitsing 

gedurende 3 opeenvolgende schooljaren op 1 oktober 

nieuwe vestigingsplaats 

de teldatum blijft 1 februari 

oprichting van een opleidingsvorm (evt. samen met oprichting van een type) 

gedurende 3 opeenvolgende schooljaren op 1 oktober 

opheffing van een opleidingsvorm 

eenmalig op 1 oktober het schooljaar dat de opleidingsvorm volledig weg is 

omvorming van een niet duale opleiding van opleidingsvorm 3 (laatste omvorming is diegene die start op 1/9/2020) 

de teldatum blijft 1 februari 

bij concordantie n.a.v. de modernisering 

de teldatum blijft 1 februari 

oprichting van een type (bij een bestaande opleidingsvorm) 

eenmalig op 1 oktober 

OPGELET: De teldatum wordt ALTIJD op het geheel van de school toegepast.

4. Rationalisatienormen in het buitengewoon secundair onderwijs.

4.1. Rationalisatienorm per school.

Artikel 276 van de codex secundair onderwijs:

Iedere school voor buitengewoon secundair onderwijs moet op 1 oktober ten minste 15 regelmatig ingeschreven leerlingen tellen.

Deze norm is niet van toepassing op ziekenhuisscholen (daar geldt enkel de norm van opleidingsvorm 4).

4.2. Rationalisatienorm per opleidingsvorm.

Artikel 277 van de codex secundair onderwijs:

Bevolkingsminima voor:

- opleidingsvorm 1: 7 leerlingen

- opleidingsvorm 2: 12 leerlingen

- opleidingsvorm 3: 24 leerlingen

- opleidingsvorm 4: 12 leerlingen

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 mogen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

In een school met meerderde opleidingsvormen moet men de som maken van de verschillende minima.

In een school met meerdere vestigingsplaatsen moet de globale bevolking van de school in aanmerking worden genomen (= hoofdgebouw + vestigingsplaats(en)).

4.3. Rationalisatienorm per opleidingsvorm - Brussel.

Artikel 278 van de codex secundair onderwijs:

De normen uit 4.2. worden met 1/4 verminderd voor de scholen gelegen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad:

- opleidingsvorm 1: 5 leerlingen

- opleidingsvorm 2: 9 leerlingen

- opleidingsvorm 3: 18 leerlingen

- opleidingsvorm 4: 9 leerlingen

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van de types 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 morgen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

Artikel 279 van de codex secundair onderwijs:

Indien in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad geen enkele school van een bepaalde groep (zie 3.2.) voldoet aan de rationalisatienorm, mag 1 school per groep met de volledige structuur behouden blijven op voorwaarde dat de school minimum 15 leerlingen telt.

Indien meerdere scholen hiervoor in aanmerking komen, dan blijft de school met het op 1 oktober grootste aantal regelmatig ingeschreven leerlingen verder bestaan.

….

5. De rationalisatienorm wordt NIET bereikt in het buitengewoon secundair onderwijs.

5.1. De rationalisatienorm wordt NIET bereikt in het buitengewoon secundair onderwijs - maar er is GEEN afbouw of fusie nodig.

5.1.1. Eerste mogelijkheid: per opleidingsvorm wel 2/3 norm.

Artikel 280, §1 van de codex secundair onderwijs:

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen globaal voldoet aan de normen van de opleidingsvormen samen, maar voor één of meer opleidingsvormen afzonderlijk de norm van de opleidingsvorm niet bereikt, dan mogen deze opleidingsvormen behouden blijven, indien voor iedere opleidingsvorm afzonderlijk 2/3 van deze norm bereikt wordt:

- opleidingsvorm 1: 5 leerlingen

- opleidingsvorm 2: 8 leerlingen

- opleidingsvorm 3: 16 leerlingen

- opleidingsvorm 4: 8 leerlingen

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 mogen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

Voor Brussel Hoofdstad zijn de normen de volgende:

- opleidingsvorm 1: 4 leerlingen

- opleidingsvorm 2: 6 leerlingen

- opleidingsvorm 3: 12 leerlingen

- opleidingsvorm 4: 6 leerlingen

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 mogen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

5.1.2. Tweede mogelijkheid: enige opleidingsvorm binnen provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en groep (opleidingsvorm van vrije keuze).

Artikel 283 van de codex secundair onderwijs:

Indien een school de enige is die per provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en per groep (zie 3.2.) een bepaalde opleidingsvorm organiseert, dan mag die opleidingsvorm behouden blijven indien de schoolbevolking minimum 15 leerlingen bedraagt.

5.2. De rationalisatienorm wordt NIET bereikt in het buitengewoon secundair onderwijs - en er is wel een afbouw of een fusie nodig.

5.2.1. Eerste mogelijkheid: per opleidingsvorm geen 2/3 norm.

Artikel 280, §2 van de codex secundair onderwijs:

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen, zoals gesteld in 5.1.1. wel globaal de normen van de opleidingsvormen samen bereikt, maar voor één of meer opleidingsvormen afzonderlijk niet alleen beneden de norm van de opleidingsvorm blijft maar ook niet 2/3 van deze norm bereikt op 1 oktober en dit feit zich gedurende twee opvolgende schooljaren herhaalt, dan:

- moet ofwel de in gebreke blijvende opleidingsvorm op 1 oktober van het tweede schooljaar worden afgeschaft

- ofwel moet de school fusioneren

- ofwel moet de school gebruik maken van de mogelijkheid om verder te bestaan na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in 5.2.3..

5.2.2. Tweede mogelijkheid: opleidingsvormen samen geen globale norm.

Artikel 280, §3 van de codex secundair onderwijs:

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen wel 2/3 van de norm voor iedere opleidingsvorm afzonderlijk bereikt, maar niet de globale norm van de opleidingsvormen samen bereikt op 1 oktober, en dit feit zich gedurende twee opeenvolgende schooljaren herhaalt, dan:

- moet ofwel de in gebreke blijvende opleidingsvormen afgeschaft worden op 1 oktober van het tweede schooljaar

- ofwel moet de school fusioneren

- ofwel moet de school gebruik maken van de mogelijkheid om verder te bestaan na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering vermeld in 5.2.3..

5.2.3. Derde mogelijkheid: school of opleidingsvorm.

Artikel 284 van de codex secundair onderwijs:

Wanneer een school of opleidingsvorm op 1 oktober de rationalisatienorm niet bereikt:

- moet ofwel deze school of opleidingsvorm op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar afgeschaft worden

- ofwel moet de school fusioneren

Deze school kan uitzonderlijk ook blijven verder voortbestaan, als ze hiervoor een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering heeft gekregen. Het schoolbestuur moet daarvoor een gemotiveerde afwijkingsaanvraag indienen, met daarin een omgevingsanalyse die de noodzaak, doelmatigheid en leefbaarheid aantoont, rekening houdend met het lokale aanbod. Deze gemotiveerde afwijkingsaanvraag gebeurt van zodra het schoolbestuur op de hoogte is dat ze de rationalisatienorm niet bereikt. Een afwijkingsaanvraag na 1 september van het tweede schooljaar dat de betrokken school onder de rationalisatienorm zit wordt als onontvankelijk beschouwd.

Aanvragen worden bij voorkeur via e-mail verstuurd naar: formulieren.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be.

U kunt deze ook per post versturen naar:

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen (SBT-BuSO)

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II laan 15

1210 BRUSSEL

….

6. Programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs.

6.1. De programmatienormen.

De programmatienormen zijn oprichtingsnormen, die slechts van toepassing zijn op de nieuw opgerichte scholen, vestigingsplaatsen en opleidingsvormen voor buitengewoon secundair onderwijs.

6.2. Oprichting van nieuwe scholen.

Artikel 286 van de codex secundair onderwijs:

Een school kan alleen op 1 september opgericht of gesubsidieerd worden.

Een nieuwe school moet op 1 oktober:

- ten minste twee opleidingsvormen oprichten, tenzij dit een school is met enkel opleidingsvorm 4;

- iedere opleidingsvorm afzonderlijk moet minimaal 150 % van de rationalisatienorm bereiken:

 

buiten Brussel 

Brussel 

opleidingsvorm 1 

11 

opleidingsvorm 2 

18 

14 

opleidingsvorm 3 

36 

27 

opleidingsvorm 4 

18 

14 

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 mogen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

- bovendien moeten de verschillende opleidingsvormen samen:

het 1ste jaar: 200% van de rationalisatienorm behalen

het 2de jaar: 250%

het 3de jaar: 300%

het 4de jaar: 100%

Worden de minima niet bereikt, dan moet(en) hetzij de in gebreke blijvende opleidingsvorm(en), hetzij de school met ingang van 1 september daaropvolgend worden opgeheven.

6.3. Oprichting van nieuwe vestigingsplaatsen.

Artikel 15, §4 en 287 van de codex secundair onderwijs:

Voor het schooljaar 2020-2021 geldt:

Een bestaande school, die voldoet aan de rationalisatienormen, mag vestigingsplaats(en) oprichten.

Er kunnen alleen reeds bestaande opleidingsvormen en opleidingen georganiseerd worden, tenzij er nieuwe opleidingsvormen of opleidingen geprogrammeerd worden.

Dit geldt niet voor nieuwe vestigingsplaatsen van opleidingsvorm 4, type 5. Nieuwe vestigingsplaatsen van opleidingsvorm 4, type 5 mogen enkel opgericht worden na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering (zie punt 3.6.4.).

Vanaf het schooljaar 2021-2022 geldt:

Een programmatie van een vestigingsplaats wordt ingediend conform de richtlijnen opgenomen in de omzendbrief SO 42 .

6.4. Oprichting van type 5 van het buitengewoon secundair onderwijs.

Artikel 288 en 289/1 van de codex secundair onderwijs:

Een nieuwe school van buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, type 5, kan worden opgericht, op voorwaarde dat de volgende normen worden bereikt op de teldatum (zie punt 3.1.):

 

Buiten Brussel 

Brussel 

1ste jaar (200%) 

24 

18 

2de jaar (250%) 

30 

23 

3de jaar (300%) 

36 

27 

6.5. Omvorming van opleidingsvormen.

Artikel 289, §1, 1° t.e.m. 4° van de codex secundair onderwijs:

Een bestaande school voor buitengewoon secundair onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm kan per 1 september:

6.5.1. een bestaande opleidingsvorm 1 of 2 omvormen tot een andere opleidingsvorm, op voorwaarde dat:

- de bestaande opleidingsvorm volledig en gelijktijdig wordt opgeheven en

- de nieuwe opleidingsvorm op 1 oktober de rationalisatienorm bereikt

6.5.2. een bestaande opleidingsvorm 3 of 4 omvormen tot een andere opleidingsvorm, op voorwaarde dat:

- de bestaande opleidingsvorm gelijktijdig, leerjaar na leerjaar, wordt opgeheven en

- de nieuwe opleidingsvorm op 1 oktober de rationalisatienorm bereikt

Tijdens de omvorming komen de leerlingen van de opleidingsvorm die opgeheven wordt, niet in aanmerking voor de berekening van de rationalisatienorm.

De omvorming moet uiteraard doorgevoerd worden in alle vestigingsplaatsen van de school waar deze opleidingsvorm wordt georganiseerd.

6.6. Oprichting van een nieuwe opleidingsvorm 1, 2 of 3.

Artikel 289, §1, 5° van de codex secundair onderwijs:

Een bestaande school voor buitengewoon secundair onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm kan per 1 september een nieuwe opleidingsvorm 1, 2 of 3 oprichten, op voorwaarde dat:

- de Vlaamse Regering de programmatieaanvraag goedkeurde voor de nieuwe opleidingsvorm en bij opleidingsvorm 3 ook de nieuwe opleidingen goedkeurde (aanvraag conform 3.6.13.)

- het vorig schooljaar ten minste 150% van de rationalisatienorm werd bereikt (over alle reeds aangeboden opleidingsvormen heen)

- 2 opeenvolgende schooljaren 250% van de rationalisatienorm wordt bereikt voor de nieuw opgerichte opleidingsvorm

- vanaf het derde schooljaar de gewone rationalisatienorm wordt bereikt voor alle ingerichte opleidingsvormen

6.7. Een nieuwe opleidingsvorm 4 oprichten.

Artikel 289, §1, 6° van de codex secundair onderwijs:

Een bestaande school voor buitengewoon secundair onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm kan per 1 september een opleidingsvorm 4 oprichten, op voorwaarde dat:

- het vorig schooljaar ten minste 150% van de rationalisatienorm werd bereikt (over alle reeds aangeboden opleidingsvormen heen)

- 2 opeenvolgende schooljaren 125% van de rationalisatienorm wordt bereikt voor de nieuw opgerichte opleidingsvorm 4

- vanaf het derde schooljaar de gewone rationalisatienorm wordt bereikt voor alle ingerichte opleidingsvormen

De oprichting van de nieuwe en enige opleidingsvorm van een groep in een provincie of maximaal tweede opleidingsvorm in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad (opleidingsvorm van vrije keuze).

Artikel 289, §2 van de codex secundair onderwijs:

Per provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en per groep kan in een bestaande school een opleidingsvorm worden opgericht, op voorwaarde dat:

- deze opleidingsvorm in deze provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en deze groep niet werd georganiseerd en dit de enige opleidingsvorm is in die provincie per groep en per taalstelsel of maximaal twee keer dezelfde opleidingsvorm is in het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad per groep en per taalstelsel;

- het vorig schooljaar het totaal van de rationalisatienormen in de bestaande opleidingsvormen werd behaald (zie punt 4.2. en 4.3.);

- de nieuwe opleidingsvorm gedurende 2 opeenvolgende schooljaren de rationalisatienorm (zie punt 4.2. en 4.3.)

Vanaf het derde schooljaar zijn uitsluitend de bepalingen inzake rationalisatie van toepassing.

Ook indien scholen zelf niet aangeven een opleidingsvorm van vrije keuze te programmeren, maar dit in praktijk wel blijken te doen, zal deze regeling toegepast worden.

Gedurende de periode van programmatie zoals hierboven beschreven, kunnen geen omvormingen (zie punt 6.7.) gebeuren.

7. Bijlagen.

Bijlage 1 - Aanvraag tot programmatie of herstructurering in het buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/5499.docx (nr. 5499, docx, 10 p., 928 kB)

Bijlage 2 - Melding van de wijziging van het schoolbestuur

/documenten/bestanden/273.docx (nr. 273, docx, 2 p., 888 kB)

Bijlage 3 - Aanvraag tot erkenning en subsidiëring of financiering van een school voor buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/5805.docx (nr. 5805, docx, 5 p., 907 kB)

Bijlage 4 - Aanvraag tot programmatie van een opleidingsvorm en type in het buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/5806.docx (nr. 5806, docx, 3 p., 898 kB)

Bijlage 5 - Aanvraag van de programmatie van een duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 in het buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/11453.docx (nr. 11453, docx, 2 p., 900 kB)

Bijlage 6 - Lijst contactpersonen overlegfora

/documenten/bestanden/11556.docx (nr. 11556, docx, 1 p., 25 kB)

Bijlage 7 - Lijst nauw verwante niet-duale opleidingen voor de duale opleidingen van opleidingsvorm 3 en nauw verwante niet-duale opleidingen voor de duale opleidingen van opleidingsvorm 4

/documenten/bestanden/11663.docx (nr. 11663, docx, 18 p., 71 kB)

Bijlage 8 - Concordantietabel BuSO OV3

/documenten/bestanden/11991.docx (nr. 11991, docx, 16 p., 61 kB)

Bijlage 9 - Aanvraag van de programmatie van een niet-duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 in het buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/12082.docx (nr. 12082, docx, 3 p., 903 kB)

Bijlage 10 - Aanvraag van de programmatie van een structuuronderdeel in opleidingsvorm 4 in het buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/12726.docx (nr. 12726, docx, 3 p., 903 kB)

Bijlage 11 - Melding van de programmatie van een vrij programmeerbaar structuuronderdeel in opleidingsvorm 4 in het buitengewoon secundair onderwijs

/documenten/bestanden/12723.docx (nr. 12723, docx, 1 p., 898 kB)

Bijlage 12 - Melding van concordantie in onderwijsvorm 4

/documenten/bestanden/12725.docx (nr. 12725, docx, 2 p., 898 kB)

Bijlage 13 - Melding van concordantie in onderwijsvorm 3

/documenten/bestanden/12724.docx (nr. 12724, docx, 2 p., 900 kB)