Toepassing van de regels inzake de rationalisatie en de programmatie van het buitengewoon secundair onderwijs

  • referentie
    SO/2006/03(BuSO)
  • publicatiedatum
    04/05/2006
  • datum laatste wijziging
    14/11/2018
  • wettelijke basis
    Artikelen 3, 14, 15 en 268 tot en met 290/1 van de codex secundair onderwijs betreffende de rationalisatie en programmatie van het buitengewoon secundair onderwijs
  • opheffing
    KAB. MIN.
  • contactpersoon
    Mieke Van de Casteele, 02/553.87.40
  • contactpersoon
    Marion De Clercq, 02/553.88.86
  • contactpersoon
    Nele Vanvaerenbergh, 02/553.87.23
  • contactpersoon
    Els Exter, 02/553.97.76

Wijzigingen in de regelgeving naar aanleiding van Onderwijsdecreet XXVIII :

Per 1 september 2019 zijn duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 en van tso en bso in opleidingsvorm 4, waarvoor de Vlaamse Regering uiterlijk 31december 2018 standaardtrajecten zal goedgekeurd hebben, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering.

De programmatie wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het nieuwe modelformulier in bijlage 6 uiterlijk op 28 februari 2019 voor programmaties per 1 september 2019.

Wijzigingen onder voorbehoud van definitieve goedkeuring van het decreet betreffende duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4 :

De programmatienormen per opleiding zijn niet van toepassing bij de programmatie van een duale opleiding in opleidingsvorm 3.

De rationalisatienormen per opleiding zijn niet van toepassing bij een duale opleiding in opleidingsvorm 3.

Deze normen gelden dus enkel voor de niet duale opleidingen in opleidingsvorm 3.

1. Inleiding.

Hierna volgt een uitgebreide toelichting in verband met de concrete toepassing van artikelen 3, 14, 15 en 268 tot en met 290/1 van de codex secundair onderwijs.

Deze regelgeving is uitsluitend van toepassing op de scholen voor buitengewoon secundair onderwijs en niet op internaten en tehuizen.

2. Aanvraag of melding programmaties en herstructureringen.

Een aanvraag voor een nieuwe school, wordt ingediend uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting.

Een aanvraag voor een nieuwe opleidingsvorm en/of type, wordt ingediend uiterlijk op 30 november van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting.

Een melding voor een nieuwe vestigingsplaats, wordt ingediend ten laatste op het tijdstip van ingebruikname van de nieuwe vestigingsplaats. De opheffing van een vestigingsplaats wordt uiterlijk op het moment van opheffing gemeld.

Alle overige aanvragen tot programmaties en herstructureringen worden uiterlijk op 1 april ingediend van het schooljaar voorafgaand aan de oprichting.

Aanvragen na de uiterste data van indiening zijn onontvankelijk.

Alle aanvragen worden bij voorkeur via e-mail verstuurd naar : scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be

U kunt deze ook per post versturen naar :

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen (SBT-BuSO)

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II laan 15

1210 BRUSSEL

De aanvragen tot programmaties en herstructureringen gebeuren met het formulier "Aanvraag tot programmatie of herstructurering in het buitengewoon secundair onderwijs" (zie bijlage 1). Voor de programmaties van een nieuwe vestigingsplaats is er een apart formulier (zie bijlage 5).

Voor de programmatie voor een nieuwe school en voor een nieuwe opleidingsvorm en/of type zijn er 2 formulieren voorzien (bijlage 3 en bijlage 4).

3. Algemene bepalingen.

3.1. Teldatum rationalisatie en programmatie.

De rationalisatie en de programmatienormen worden op basis van het aantal regelmatig ingeschreven leerlingen op 1 oktober nagekeken.

Voor de ziekenhuisscholen wordt deze teldatum voor rationalisatie gelijkgesteld met de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 oktober van het jaar waarin het betrokken schooljaar een aanvang neemt en de berekeningswijze gebaseerd op de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen.

Voor de ziekenhuisscholen wordt deze teldatum voor programmatie gelijkgesteld met de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen gedurende de maand september.

In toepassing van artikel 289 van de codex van het secundair onderwijs komen de leerlingen van een opleidingsvorm of een opleiding van opleidingsvorm 3, die opgeheven wordt tijdens de periode van omvorming, niet in aanmerking voor de berekening van de rationalisatienormen.

In de afbouwende opleidingsvorm of opleiding mogen enkel nieuwe leerlingen ingeschreven worden in de leerjaren, die gelet op de progressieve omvorming nog niet zijn opgeheven. De leerlingen die deze opleidingsvorm of deze opleiding in deze school reeds volgden voor de omvorming mogen hun opleiding daarin beëindigen.

3.2. Enkele definities.

Hoofdgebouw :

Artikel 268, § 1, 1° van de codex van het secundair onderwijs : de vestigingsplaats door het schoolbestuur gekozen als administratieve zetel voor de gehele school.

Vestigingsplaats :

Artikel 3, 46° van de codex van het secundair onderwijs : alle gebouwde en ongebouwde onroerende goederen die ingeplant zijn op eenzelfde kadastraal perceel of op aaneengesloten kadastrale percelen en die volledig of gedeeltelijk door personeelsleden van de betrokken school gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten, met uitzondering van stages en buitenschoolse activiteiten.

Wordt ook niet als een vestigingsplaats beschouwt : sportactiviteiten (voor zover de aanwezige sportinfrastructuur ook door particulieren of instanties buiten onderwijs wordt gebruikt), plaats vinden.

Tijdelijke vestigingsplaats :

Artikel 268, § 3 van de codex secundair onderwijs. In geval van overmacht wordt de tijdelijke overbrenging van een school of vestigingsplaats niet gelijkgesteld met een nieuwe oprichting.

In geval van definitieve ontruiming mag het verlaten schoolgebouw niet meer geheel of gedeeltelijk in gebruik genomen blijven.

Groepen :

Voor de toepassing van de reglementering inzake rationalisatie en programmatie in het buitengewoon onderwijs worden de instellingen naargelang van het schoolbestuur waarvan zij afhangen ingedeeld in de volgende groepen :

- scholen van het Gemeenschapsonderwijs,

- gesubsidieerde officiële scholen,

- gesubsidieerde vrije katholieke scholen,

- gesubsidieerde vrije protestantse scholen,

- gesubsidieerde vrije israëlitische scholen,

- gesubsidieerde vrije islamitische scholen,

- gesubsidieerde vrije orthodoxe scholen,

- gesubsidieerde vrije anglicaanse scholen,

- gesubsidieerde vrije niet-confessionele scholen.

Herstructureringen programmatie :

Wat is een herstructurering of een programmatie?

- nieuwe school,

- nieuwe school ontstaan door fusie,

- nieuwe school ontstaan door afsplitsing,

- opheffing van een school,

- nieuwe vestigingsplaats,

- opheffing van een vestigingsplaats,

- oprichting van een opleidingsvorm,

- omvorming van een opleidingsvorm,

- opheffing van een opleidingsvorm,

- oprichting van een opleiding van opleidingsvorm 3,

- omvorming van een opleiding van opleidingsvorm 3,

- opheffing van een opleiding van opleidingsvorm 3,

- oprichting van een type,

- opheffing van een type.

3.3. Taalstelsel.

In de scholen met twee taalafdelingen worden de rationalisatie- en programmatienormen steeds afzonderlijk per taalafdeling toegepast.

3.4. Rekenkundige bewerkingen.

Bij rekenkundige bewerkingen van de rationalisatie- en programmatienormen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze regelgeving, wordt het eindresultaat afgerond tot de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma 5 of meer is.

3.5. Wijziging van schoolbestuur.

Met ingang van 1 september 1997 heeft de overheveling van een school naar een ander schoolbestuur slechts op l september uitwerking ten aanzien van het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Een wijziging van schoolbestuur wordt aan de hand van een formulier model verklaring van wijziging van schoolbestuur bijlage 2 gemaild naar scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be of opgestuurd via de post naar Agentschap voor Onderwijsdiensten, Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen, t.a.v. SBT - BuSO, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II laan 15, 1210 BRUSSEL.

Op het vlak van personeel wordt verwezen naar de omzendbrief PERS/2009/03 van 30 juni 2009 betreffende de rechten en plichten van personeelsleden bij het overnemen van scholen, bij de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een school van een ander schoolbestuur en bij een samensmelting van filialen tot een nieuwe school.

Ook wijzigingen aan de naam of het adres van het schoolbestuur moeten schriftelijk of per mail aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, Afdeling secundair onderwijs, Scholen en leerlingen, worden meegedeeld. Indien deze wijziging aanleiding heeft gegeven tot een publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad (bv. ingevolge een wijziging van de statuten van de vzw), dient bij de mededeling een afschrift van deze publicatie te worden gevoegd.

3.6. Programmatie en herstructurering.

De aanvragen voor programmatie van een nieuwe school gebeurt met het formulier in bijlage 3. Meer informatie hierover volgt in 3.6.1.

De aanvragen voor programmatie van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type gebeurt per combinatie van opleidingsvorm en type met het formulier in bijlage 4. Meer informatie hierover volgt in 3.6.10.

Voor programmatie van een nieuwe vestigingsplaats dient een melding te gebeuren (geen aanvraag). De melding gebeurt via het formulier dat in bijlage 5 gaat.

Meer informatie hierover volgt in 3.6.4.

De overige aanvragen tot programmaties en herstructureringen gebeuren met het formulier "Aanvraag tot programmatie of herstructurering in het buitengewoon secundair onderwijs" (zie bijlage 1).

3.6.1. Nieuwe school.

Bij de oprichting van een nieuwe school zijn er drie mogelijkheden :

- Volledig nieuwe school NIET ten gevolge van een herstructurering (artikelen 14, 15, § 2 en 286 van de codex secundair onderwijs) :

Het schoolbestuur dient een oprichtingsdossier in. Dit dossier bevat, o.a.:

- de identificatiegegevens van het schoolbestuur en de school;

- per combinatie van opleidingsvorm en type een omgevingsanalyse waarbij de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het aanbod, voldoen aan de criteria die vermeld staan in artikel 259 van codex secundair onderwijs. Bij de omgevingsanalyse wordt in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden met het lokale aanbod;

- bij de omgevingsanalyse worden de aangepaste begeleidingsmogelijkheden met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de betreffende populatie per combinatie van type en opleidingsvorm beschreven.

- het schoolbestuur toont in het dossier ook aan dat de school beschikt over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen o.a. op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen die nodig zijn voor de doelgroep per combinatie van type en opleidingsvorm;

- tenslotte moet het dossier ook weergeven wat de reeds bestaande expertise is of welke inspanningen rond professionalisering van het team voorzien worden met betrekking tot de populatie per combinatie van type en opleidingsvorm;

- Bij het dossier worden de volgende bewijsstukken in elk geval toegevoegd, als het gaat over een programmatie van opleidingsvorm 4 : een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité van de desbetreffende school of scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs.

De aanvraag gebeurt uiterlijk op 30 november met het formulier in bijlage 3.

Het is van belang dat op dit formulier de essentiële informatie die het oprichtingsdossier onderbouwt, opgenomen wordt. Bijkomende informatie kan in bijlage worden gevoegd.

De oprichting van een nieuwe school is afhankelijk van een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering.

Het oprichtingsdossier zal voor administratief-technisch en inhoudelijk advies voorgelegd worden aan de Vlaamse Onderwijsraad. Het dossier zal ook geadviseerd worden door AGODI en de Onderwijsinspectie.

De criteria waarmee de Vlaamse Regering ten minste rekening houdt, om de aanvragen te beoordelen, zijn de volgende :

1° wordt voor de programmatieaanvraag de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod;

2° worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en, als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd;

3° beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomende aanbod waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft;

4° zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe aanbod of zijn dergelijke inspanningen gepland;

5° heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het aanbod dat ze wil programmeren;

6° als het gaat over de aanvraag van een oprichting van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, is er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol.

- Nieuwe school ten gevolge van een fusie van bestaande scholen (aanvraag uiterlijk op 1 april met het formulier in bijlage 1, punt 4);

- Nieuwe school ten gevolge van een afsplitsing van een bestaande school (aanvraag uiterlijk op 1 april met het formulier in bijlage 1, punt 10).

Een aanvraag na 30 november, respectievelijk na 1 april is onontvankelijk.

3.6.2. Fusie van scholen.

Een fusie van scholen komt als volgt tot stand :

- ofwel door samenvoeging tot één school van twee of meerdere scholen die gelijktijdig worden afgeschaft (eenvoudige fusie);

- ofwel door samenvoeging van twee of meerdere scholen waarbij één van de betrokken scholen blijft bestaan die de andere school of scholen opslorpt (fusie door opslorping).

De fusie gaat in vóór 1 oktober van het lopende schooljaar. De aanvraag wordt uiterlijk op 1 april ingestuurd met het formulier in bijlage 1, punt 4.

In een vestigingsplaats kunnen na een fusie alleen de opleidingsvormen en opleidingen, die vóór de fusie werden georganiseerd, georganiseerd blijven.

Tijdens de periode van programmatie (= oprichting nieuwe school) kan een school niet fusioneren of samengevoegd worden met een andere school.

Een school die tot stand gekomen is uit een fusie wordt niet beschouwd als een programmatie van een nieuwe school.

3.6.3. Opheffing van een school.

De vrijwillige opheffing van een school wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 17.

3.6.4. Nieuwe vestigingsplaatsen.

Een school heeft één hoofdvestigingsplaats, dat het contactadres is voor de overheid, en eventueel één of meer bijkomende vestigingsplaatsen. Onder vestigingsplaats worden alle gebouwde en ongebouwde onroerende goederen verstaan die ingeplant zijn op eenzelfde kadastraal perceel of op aaneengesloten kadastrale percelen en die door personeelsleden van de school gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten. Worden niet als vestigingsplaats beschouwd : locaties waar a) stages, b) extramuros activiteiten of c) sportactiviteiten (voor zover de aanwezige sportinfrastructuur ook door particulieren of instanties buiten onderwijs wordt gebruikt), plaats vinden.

De ingebruikname, al dan niet tijdelijk en om welke reden dan ook, van een nieuwe vestigingsplaats moet bij de onderwijsoverheid worden aangevraagd. Onder "nieuw" wordt verstaan een vestigingsplaats die nog niet gelinkt is aan het instellingsnummer van de school in kwestie. Worden evenwel niet als nieuwe vestigingsplaatsen beschouwd : bestaande vestigingsplaatsen van afzonderlijke scholen die fuseren.

Een school kan op elk moment van het schooljaar een nieuwe vestigingsplaats in gebruik nemen. Onder "nieuw" wordt verstaan : een vestigingsplaats die nog niet gelinkt is aan het instellingsnummer van de school in kwestie; worden evenwel niet als nieuwe vestigingsplaatsen beschouwd : bestaande vestigingsplaatsen van afzonderlijke scholen die fuseren.

De ingebruikname, al dan niet tijdelijk en om welke reden dan ook, van een nieuwe vestigingsplaats moet bij AGODI worden gemeld uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. Door die melding verklaart het schoolbestuur dat de nieuwe vestigingsplaats beantwoordt aan de decretale erkenningsvoorwaarde "veiligheid, hygiëne en bewoonbaarheid". De melding (dus geen aanvraag) gebeurt via het formulier dat in bijlage 5 gaat.

Voor de oprichting van een nieuwe vestigingsplaats van een school van opleidingsvorm 4, type 5 is er een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering vereist.

3.6.5. Opheffing van een vestigingsplaats.

De opheffing van een vestigingsplaats wordt uiterlijk op het moment van opheffing meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 19.

3.6.6. Omvorming van een opleidingsvorm.

Onder bepaalde voorwaarden (artikel 289 §1 van de codex secundair onderwijs) kan een school een nieuwe opleidingsvorm oprichten of een bestaande opleidingsvorm omvormen tot een nieuwe opleidingsvorm.

Tijdens de periode van omvorming kunnen in de opleidingsvorm die opgeheven wordt enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleidingsvorm in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen.

De omvorming wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 21.

Als het gaat om een omvorming naar opleidingsvorm 4, moet er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten zijn met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en moet er een het protocol van de onderhandelingen zijn in het lokaal comité van de desbetreffende school of scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs waaruit blijkt dat het voorstel gedragen is. Deze documenten moeten meegestuurd worden in bijlage bij het formulier.

3.6.7. Opheffing van een opleidingsvorm.

De opheffing van een opleidingsvorm die niet het gevolg is van een omvorming, wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 24.

3.6.8. Oprichting en omvorming van een niet duale opleiding van opleidingsvorm 3.

Onder bepaalde voorwaarden (artikel 289, §1 van de codex secundair onderwijs) kan een school een nieuwe niet duale opleiding in de opleidingsvorm 3 oprichten of een bestaande niet duale opleiding omvormen tot een nieuwe niet duale opleiding in de opleidingsvorm 3.

Tijdens de periode van omvorming kunnen in de niet duale opleiding die opgeheven wordt enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleiding in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen.

De oprichting of de omvorming van een niet duale opleiding van opleidingsvorm 3 wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 29.

3.6.9. Opheffing van een opleiding van opleidingsvorm 3.

De opheffing van een opleiding van opleidingsvorm 3 die niet het gevolg is van een omvorming, wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 33.

3.6.10. Oprichting van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type.

Dit betreft zowel de programmatie van een nieuw type (bij één of meerdere bestaande opleidingsvormen – die ook vermeld dienen te worden op de aanvragen), als de programmatie van een nieuwe opleidingsvorm (bij een of meerdere bestaande types – die ook dienen vermeld te worden op de aanvragen), alsook de programmatie van een nieuwe opleidingsvorm samen met een nieuw type.

Het schoolbestuur dient een oprichtingsdossier in.

Dit dossier bevat, o.a. :

- de identificatiegegevens van het schoolbestuur, de school en de vestgingsplaats;

- het schooljaar waarop de oprichting betrekking heeft;

- de combinatie van opleidingsvorm en type waarop de oprichting betrekking heeft (bvb. een schoolbestuur wil een nieuw type 9 oprichten bij de bestaande opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 van een school. Dus moet zij dan twee aanvragen indienen : één volledige aanvraag voor opleidingsvorm 3, type 9 en één volledige aanvraag voor opleidingsvorm 4, type 9),

- de motivering van de aanvraag met ten minste de volgende elementen : - per combinatie van opleidingsvorm en type een omgevingsanalyse waarbij de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het aanbod, voldoen aan de criteria die vermeld staan in artikel 259 van codex secundair onderwijs. Bij de omgevingsanalyse wordt in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden met het lokale aanbod;

- bij de omgevingsanalyse worden de aangepaste begeleidingsmogelijkheden met inbegrip van schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de betreffende populatie per combinatie van type en opleidingsvorm beschreven.

- het schoolbestuur toont in het dossier ook aan dat de school beschikt over de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen o.a. op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen die nodig zijn voor de doelgroep per combinatie van type en opleidingsvorm;

- tenslotte moet het dossier ook weergeven wat de reeds bestaande expertise is of welke inspanningen rond professionalisering van het team voorzien worden met betrekking tot de populatie per combinatie van type en opleidingsvorm;

- Bij het dossier worden de volgende bewijsstukken in elk geval toegevoegd :

  • het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité en het verslag van het overleg binnen de schoolraad;

  • als het gaat over een aanvraag voor programmatie van opleidingsvorm 4 (of van een nieuw type bij een bestaande opleidingsvorm 4) : een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en het protocol van de onderhandelingen in het lokaal comité van de desbetreffende school of scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs.

Scholen die al een opleidingsvorm 4 hebben en uiterlijk op 1 juli 2014 een aanvraag indienen voor een nieuw type 9 bij deze opleidingsvorm 4, sluiten deze samenwerkingsovereenkomst voor het nieuwe type uiterlijk op 1 september 2015 af (en dienen deze dus niet mee te sturen met de aanvraag).

De oprichting van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type wordt per combinatie van opleidingsvorm en type aangevraagd uiterlijk op 30 november met het formulier in bijlage 4.

Het is van belang dat op dit formulier de essentiële informatie die het oprichtingsdossier onderbouwt, opgenomen wordt. Bijkomende informatie kan in bijlage worden gevoegd.

Scholen die in het schooljaar 2014-2015 hetzij opleidingsvorm 3, type 1 aanbieden, bieden vanaf 1 september 2015 automatisch het opleidingsvorm 3, type basisaanbod aan. Dit wordt niet beschouwd als een programmatie of een herstructurering. Scholen die dit type nog niet aanbieden in het schooljaar 2014-2015 en het nieuwe type basisaanbod willen oprichten, moeten wel een oprichtingsdossier indienen zoals hierboven beschreven.

Voor de oprichting van een nieuwe opleidingsvorm en/of een nieuw type is immers een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering vereist.

Het oprichtingsdossier zal voor administratief-technisch en inhoudelijk advies voorgelegd worden aan de Vlaamse Onderwijsraad. Het dossier zal ook geadviseerd worden door AGODI en de Onderwijsinspectie.

De criteria waarmee de Vlaamse Regering ten minste rekening houdt, om de ontvankelijke aanvragen te beoordelen, zijn de volgende :

1° wordt voor de programmatieaanvraag de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid, met inbegrip van een realistische inschatting van het potentiële aantal leerlingen die, naargelang het te programmeren aanbod, voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, afdoende gemotiveerd in een omgevingsanalyse, waarbij in de mate van het mogelijke ook rekening gehouden wordt met het lokale aanbod;

2° worden de aangepaste en schoolexterne begeleidingsmogelijkheden (bvb. MFC’s, internaten, semi-internaten, …) voor de te programmeren doelgroep in kaart gebracht, en, als dat niet het geval is, wordt dat dan afdoende gemotiveerd;

3° beschikt de school over de nodige expertise voor het bijkomende aanbod waarop de programmatieaanvraag betrekking heeft;

4° zijn er recent inspanningen geleverd om het personeel te professionaliseren voor het nieuwe aanbod of zijn dergelijke inspanningen gepland;

5° heeft de school de vereiste infrastructurele en materiële voorzieningen op het gebied van toegankelijkheid en hulpmiddelen voor het aanbod dat ze wil programmeren;

6° als het gaat over de aanvraag van een oprichting van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, is er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs, met een breed aanbod en in de fysieke nabijheid van de school voor buitengewoon secundair onderwijs en is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol.

7° als het gaat over de aanvraag voor de oprichting van een nieuw type of een nieuwe opleidingsvorm in een bestaande school, is er onderhandeld met het lokaal onderhandelingscomité van die school of scholen en wat is de inhoud van dat protocol.

Opmerking : De voorwaarde van de omgevingsanalyse en het beschrijven van de begeleidingsmogelijkheden geldt niet wanneer het enkel gaat over de oprichting van een opleidingsvorm van vrije keuze (meer hierover zie punt 6.8.). In dit geval wordt het oprichtingsdossier niet voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad. AGODI en de Onderwijsinspectie brengen wel een advies uit.

Opheffing van een type.

De opheffing van een type, wordt uiterlijk op 1 april meegedeeld met het formulier in bijlage 1, punt 38.

3.6.11. Oprichting van een nieuwe duale opleiding in opleidingsvorm 3 of een nieuw duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 4

Let op : Een duaal structuuronderdeel kan slechts georganiseerd worden als tijdens het schooljaar voorafgaand aan de programmatie van de duale opleiding een nauw-verwante niet-duale opleiding wordt aangeboden in de school in kwestie.

Een aanbieder van een duaal structuuronderdeel dat in het schooljaar 2018-2019 experimenteel wordt ingericht in het project schoolbank op de werkplek, is vrijgesteld van programmatie van dit structuuronderdeel, zolang dit structuuronderdeel geen twee aansluitende schooljaren niet wordt ingericht.

Per 1 september 2019 en per 1 september 2020 zijn duale structuuronderdelen van opleidingsvorm 3 en van tso en bso in opleidingsvorm 4, waarvoor de Vlaamse Regering uiterlijk 31 december 2018 standaardtrajecten zal goedgekeurd hebben, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. Duale structuuronderdelen zijn herkenbaar door het begrip "duaal" dat in hun benaming voorkomt. Voor elk duaal structuuronderdeel is er een eenvormig traject (= standaardtraject) dat de minimale inhoudelijke en organisatorische modaliteiten van het traject bevat, alsook de nauw-verwante niet duale opleiding.

De programmatie wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 6 uiterlijk :

a) 28 februari 2019 voor programmaties per 1 september 2019;

b) 30 november van het voorafgaande schooljaar voor programmaties per 1 september 2020 en de daaropvolgende schooljaren.

Bij die aanvraag gaan het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap.

De aanvraag moet worden gemotiveerd en houdt in elk geval rekening met alle volgende gezamenlijke criteria :

1° de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting …) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld;

2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt;

3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen;

4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de aanbieder duaal leren of binnen de scholengemeenschap;

5° de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;

6° de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld;

7° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod;

8° de afstemming binnen het overlegforum duaal leren waaronder de school als aanbieder ressorteert (in bijlage 7 zijn de contactpersonen opgenomen van de verschillende overlegfora) .

Over de aanvraag wint de Vlaamse Regering het advies in van :

1° de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR);

2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen(SERV);

3° de onderwijsinspectie en AGODI.

Deze adviezen moeten toelaten de onderwijskundige, arbeidsmarktgerichte én juridische aspecten van het programmatiedossier nader in kaart te brengen.

Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria neemt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 mei 2019 voor de programmaties voor 1 september 2019 (bij programmaties voor de schooljaren na 2019-2020 wordt dit 31 maart van het voorafgaand schooljaar aan de programmaties).

3.6.12. Welke teldatum voor de berekening omkadering bij oprichting en herstructurering?

nieuwe school ontstaan door fusie 

eenmalig op 1 oktober 

opheffing van een vestigingsplaats 

de teldatum blijft 1 februari 

omvorming van een opleidingsvorm 

het eerste jaar van de omvorming (er komt een OV bij) op 1 oktober
het laatste jaar van de omvorming (er is een OV afgeschaft) op 1 oktober
de tussenliggende jaren op 1 februari 

oprichting van een duale of niet duale opleiding van opleidingsvorm 3 

de teldatum blijft 1 februari 

opheffing van een duale of niet duale opleiding van opleidingsvorm 3 

de teldatum blijft 1 februari 

nieuwe school ontstaan door programmatie of afsplitsing 

gedurende 3 opeenvolgende schooljaren op 1 oktober 

nieuwe vestigingsplaats 

de teldatum blijft 1 februari 

oprichting van een opleidingsvorm (evt. samen met oprichting van een type) 

gedurende 3 opeenvolgende schooljaren op 1 oktober 

opheffing van een opleidingsvorm 

eenmalig op 1 oktober het schooljaar dat de opleidingsvorm volledig weg is 

omvorming van een niet duale opleiding van opleidingsvorm 3 

de teldatum blijft 1 februari 

oprichting van een type (bij een bestaande opleidingsvorm) 

eenmalig op 1 oktober. Let op : dit is niet van toepassing bij een oprichting van een nieuw type in het schooljaar 2015-2016. Hier blijft de teldatum 1 februari. 

OPGELET : De teldatum wordt ALTIJD op het geheel van de school toegepast.

4. Rationalisatienormen in het buitengewoon secundair onderwijs.

4.1. Rationalisatienorm per school.

Artikel 276 van de codex secundair onderwijs :

Iedere school voor buitengewoon secundair onderwijs moet op 1 oktober ten minste 15 regelmatig ingeschreven leerlingen tellen.

Deze norm is niet van toepassing op ziekenhuisscholen (daar geldt enkel de norm van opleidingsvorm 4).

4.2. Rationalisatienorm per opleidingsvorm.

Artikel 277 van de codex secundair onderwijs :

Bevolkingsminima voor :

- opleidingsvorm 1 : 7 leerlingen

- opleidingsvorm 2 : 12 leerlingen

- opleidingsvorm 3 : 24 leerlingen

- opleidingsvorm 4 : 12 leerlingen

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 mogen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

In een school met meerderde opleidingsvormen moet men de som maken van de verschillende minima.

In een school met meerdere vestigingsplaatsen moet de globale bevolking van de school in aanmerking worden genomen (= hoofdgebouw + vestigingsplaats(en)).

4.3. Rationalisatienorm per opleidingsvorm - Brussel.

Artikel 278 van de codex secundair onderwijs :

De normen uit 4.2. worden met 1/4 verminderd voor de scholen gelegen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad :

- opleidingsvorm 1 : 5 leerlingen

- opleidingsvorm 2 : 9 leerlingen

- opleidingsvorm 3 : 18 leerlingen

- opleidingsvorm 4 : 9 leerlingen

(in de opleidingsvorm 1, 2, 3 en 4 mogen de leerlingenaantallen van de types 6, in de opleidingsvorm 1 en 4 mogen de leerlingenaantallen van het type 7 en in de opleidingsvorm 3 morgen de leerlingenaantallen van het type 3 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

Artikel 279 van de codex secundair onderwijs :

Indien in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad geen enkele school van een bepaalde groep (zie 3.2.) voldoet aan de rationalisatienorm, mag 1 school per groep met de volledige structuur behouden blijven op voorwaarde dat de school minimum 15 leerlingen telt.

Indien meerdere scholen hiervoor in aanmerking komen, dan blijft de school met het op 1 oktober grootste aantal regelmatig ingeschreven leerlingen verder bestaan.

4.4. Rationalisatienorm naargelang het aantal niet duale opleidingen binnen opleidingsvorm 3.

Artikel 281 van de codex secundair onderwijs :

Naast het bevolkingsminimum per school, bestaan er ook bevolkingsminima in opleidingsvorm 3, die bepalend zijn voor het aantal opleidingen.

De bevolkingsminima zijn de volgende :

(De leerlingen van type 3, 6 en 7 worden met 2 vermenigvuldigd.)

- 32 leerlingen : 2 opleidingen

- 48 leerlingen : 3 opleidingen

- 64 leerlingen : 4 opleidingen

- ...

Er komt dus één opleiding bij per schijf van 16 leerlingen.

In Brussel-Hoofdstad zijn het bevolkingsminima de volgende :

(De leerlingen van type 3, 6 en 7 worden met 2 vermenigvuldigd.)

- 24 leerlingen : 2 opleidingen

- 48 leerlingen : 3 opleidingen

- 64 leerlingen : 4 opleidingen

- ...

5. De rationalisatienorm wordt NIET bereikt in het buitengewoon secundair onderwijs.

5.1. De rationalisatienorm wordt NIET bereikt in het buitengewoon secundair onderwijs - maar er is GEEN afbouw of fusie nodig.

5.1.1. Eerste mogelijkheid : per opleidingsvorm wel 2/3 norm.

Artikel 280, §1 van de codex secundair onderwijs :

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen globaal voldoet aan de normen van de opleidingsvormen samen, maar voor één of meer opleidingsvormen afzonderlijk de norm van de opleidingsvorm niet bereikt, dan mogen deze opleidingsvormen behouden blijven, indien voor iedere opleidingsvorm afzonderlijk 2/3 van deze norm bereikt wordt :

- opleidingsvorm 1 : 5 leerlingen

- opleidingsvorm 2 : 8 leerlingen

- opleidingsvorm 3 : 16 leerlingen

- opleidingsvorm 4 : 8 leerlingen

(in de opleidingsvorm 4 mogen de leerlingenaantallen van de types 6 en 7 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

Voor Brussel Hoofdstad zijn de normen de volgende :

- opleidingsvorm 1 : 4 leerlingen

- opleidingsvorm 2 : 6 leerlingen

- opleidingsvorm 3 : 12 leerlingen

- opleidingsvorm 4 : 6 leerlingen

(in de opleidingsvorm 4 mogen de leerlingenaantallen van de types 6 en 7 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

5.1.2. Tweede mogelijkheid : enige opleidingsvorm binnen provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en groep (opleidingsvorm van vrije keuze).

Artikel 283 van de codex secundair onderwijs :

Indien een school de enige is die per provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en per groep (zie 3.2.) een bepaalde opleidingsvorm organiseert, dan mag die opleidingsvorm behouden blijven indien de schoolbevolking minimum 15 leerlingen bedraagt.

5.2. De rationalisatienorm wordt NIET bereikt in het buitengewoon secundair onderwijs - en er is wel een afbouw of een fusie nodig.

5.2.1. Eerste mogelijkheid : per opleidingsvorm geen 2/3 norm.

Artikel 280, §2 van de codex secundair onderwijs :

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen, zoals gesteld in 5.1.1. wel globaal de normen van de opleidingsvormen samen bereikt, maar voor één of meer opleidingsvormen afzonderlijk niet alleen beneden de norm van de opleidingsvorm blijft maar ook niet 2/3 van deze norm bereikt op 1 oktober en dit feit zich gedurende twee opvolgende schooljaren herhaalt, dan :

- moet ofwel de in gebreke blijvende opleidingsvorm op 1 oktober van het tweede schooljaar worden afgeschaft

- ofwel moet de school fusioneren

- ofwel moet de school gebruik maken van de mogelijkheid om verder te bestaan na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in 5.2.3..

5.2.2. Tweede mogelijkheid : opleidingsvormen samen geen globale norm.

Artikel 280, §3 van de codex secundair onderwijs :

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen wel 2/3 van de norm voor iedere opleidingsvorm afzonderlijk bereikt, maar niet de globale norm van de opleidingsvormen samen bereikt op 1 oktober, en dit feit zich gedurende twee opeenvolgende schooljaren herhaalt, dan :

- moet ofwel de in gebreke blijvende opleidingsvormen afgeschaft worden op 1 oktober van het tweede schooljaar

- ofwel moet de school fusioneren

- ofwel moet de school gebruik maken van de mogelijkheid om verder te bestaan na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering vermeld in 5.2.3..

5.2.3. Derde mogelijkheid : school of opleidingsvorm :

Artikel 284 van de codex secundair onderwijs :

Wanneer een school of opleidingsvorm op 1 oktober de rationalisatienorm niet bereikt :

- moet ofwel deze school of opleidingsvorm op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar afgeschaft worden

- ofwel moet de school fusioneren

Deze school kan uitzonderlijk ook blijven verder voortbestaan, als ze hiervoor een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering heeft gekregen. Het schoolbestuur moet daarvoor een gemotiveerde afwijkingsaanvraag indienen, met daarin een omgevingsanalyse die de noodzaak, doelmatigheid en leefbaarheid aantoont, rekening houdend met het lokale aanbod. Deze gemotiveerde afwijkingsaanvraag gebeurt van zodra het schoolbestuur op de hoogte is dat ze de rationalisatienorm niet bereikt. Een afwijkingsaanvraag na 1 september van het tweede schooljaar dat de betrokken school onder de rationalisatienorm zit wordt als onontvankelijk beschouwd.

Aanvragen worden bij voorkeur via e-mail verstuurd naar : scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be.

U kunt deze ook per post versturen naar :

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen (SBT-BuSO)

Hendrik Consciencegebouw

Koning Albert II laan 15

1210 BRUSSEL

5.2.4. Vierde mogelijkheid : 1 niet duale opleiding binnen opleidingsvorm 3.

Artikel 280, §5 van de codex secundair onderwijs :

Wanneer een school met verschillende opleidingsvormen, waaronder opleidingsvorm 3, die slechts uit één niet duale opleiding bestaat, voor die opleiding gedurende twee opeenvolgende schooljaren de norm niet bereikt, dan moet de school de opleiding geleidelijk van jaar tot jaar afbouwen, te beginnen met het laagste leerjaar, op voorwaarde dat er binnen een straal van 20 km. geen enkele school van dezelfde groep deze opleiding organiseert.

5.2.5. Vijfde mogelijkheid : niet duale opleidingen binnen opleidingsvorm 3.

Artikel 282 van de codex secundair onderwijs :

Wanneer een school de norm naargelang het aantal niet duale opleidingen binnen opleidingsvorm 3 gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet bereikt, dan :

- moet ofwel de school vanaf uiterlijk 1 oktober van het tweede schooljaar de boventallige opleiding(en) geleidelijk van jaar tot jaar afbouwen

- ofwel moet de school fusioneren.

6. Programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs.

6.1. De programmatienormen.

De programmatienormen zijn oprichtingsnormen, die slechts van toepassing zijn op de nieuw opgerichte scholen, vestigingsplaatsen, opleidingsvormen en opleidingen voor buitengewoon secundair onderwijs.

6.2. Oprichting van nieuwe scholen.

Artikel 286 van de codex secundair onderwijs :

Een school kan alleen op 1 september opgericht of gesubsidieerd worden.

Een nieuwe school moet op 1 oktober :

- ten minste twee opleidingsvormen oprichten, tenzij dit een school is met enkel opleidingsvorm 4;

- iedere opleidingsvorm afzonderlijk moet minimaal 150 % van de rationalisatienorm bereiken :

 

buiten Brussel 

Brussel 

opleidingsvorm 1 

11 

opleidingsvorm 2 

18 

14 

opleidingsvorm 3 

36 

27 

opleidingsvorm 4 

18 

14 

(in de opleidingsvorm 4 mogen de leerlingenaantallen van de types 6 en 7 met 2 vermenigvuldigd worden om de norm te bereiken)

- bovendien moeten de verschillende opleidingsvormen samen :

het 1ste jaar : 200% van de rationalisatienorm behalen

het 2de jaar : 250%

het 3de jaar : 300%

het 4de jaar : 100%

- daarenboven moet de school waar opleidingsvorm 3 is ingericht de volgende norm bereiken :

 

buiten Brussel 

Brussel 

1 opleiding 

36 

27 

2 opleidingen 

48 

36 

3 opleidingen 

72 

72 

en zo verder per schrijf van 24 leerlingen

(De leerlingen van type 6 en 7 worden met 2 vermenigvuldigd)

Worden de minima niet bereikt, dan moet(en) hetzij de in gebreke blijvende opleidingsvorm(en), hetzij de school met ingang van 1 september daaropvolgend worden opgeheven.

6.3. Oprichting van nieuwe vestigingsplaatsen.

Artikel 287 van de codex secundair onderwijs :

Een bestaande school, die voldoet aan de rationalisatienormen, mag vestigingsplaats(en) oprichten.

Er kunnen alleen reeds bestaande opleidingsvormen en opleidingen georganiseerd worden, tenzij er nieuwe opleidingsvormen of opleidingen geprogrammeerd worden.

6.4. Oprichting van type 5 van het buitengewoon secundair onderwijs.

Artikel 288 en 289/1 van de codex secundair onderwijs :

Een nieuwe school van buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, type 5, kan worden opgericht, op voorwaarde dat de volgende normen worden bereikt op de teldatum (zie punt 3.1.) :

 

Buiten Brussel 

Brussel 

1ste jaar (200%) 

24 

18 

2de jaar (250%) 

30 

23 

3de jaar (300%) 

36 

27 

6.5. Omvorming van opleidingsvormen en niet duale opleidingen.

Artikel 289, §1, 1° t.e.m. 4° van de codex secundair onderwijs :

Een bestaande school voor buitengewoon secundair onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm kan per 1 september :

6.5.1. een bestaande opleidingsvorm 1 of 2 omvormen tot een andere opleidingsvorm, op voorwaarde dat :

- de bestaande opleidingsvorm volledig en gelijktijdig wordt opgeheven en

- de nieuwe opleidingsvorm op 1 oktober de rationalisatienorm bereikt

6.5.2. een bestaande opleidingsvorm 3 of 4 omvormen tot een andere opleidingsvorm, op voorwaarde dat :

- de bestaande opleidingsvorm gelijktijdig, leerjaar na leerjaar, wordt opgeheven en

- de nieuwe opleidingsvorm op 1 oktober de rationalisatienorm bereikt

6.5.3. een bestaande niet duale opleiding van opleidingsvorm 3, die voldoet aan de rationalisatienorm, omvormen tot een andere niet duale opleiding, op voorwaarde dat :

- de bestaande niet duale opleiding geleidelijk leerjaar na leerjaar wordt afgebouwd

- op 1 oktober van het schooljaar waarin de omvorming wordt aangevat, voor de opleiding(en) wordt voldaan aan de normen uit artikel 281 van de codex secundair onderwijs.

Tijdens de omvorming kunnen in de verdwijnende opleidingsvorm of niet duale opleiding die opgeheven wordt enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. De leerlingen die deze opleidingsvorm of deze opleiding in deze school reeds volgden voor de omvorming mogen hun opleiding daarin beëindigen.

Tijdens de omvorming komen de leerlingen van de opleidingsvorm of niet duale opleiding die opgeheven wordt, niet in aanmerking voor de berekening van de rationalisatienorm.

De omvorming moet uiteraard doorgevoerd worden in alle vestigingsplaatsen van de school waar deze opleidingsvorm of opleiding wordt georganiseerd.

6.6. Oprichting van een nieuwe opleidingsvorm 1, 2 of 3.

Artikel 289, §1, 5° van de codex secundair onderwijs :

Een bestaande school voor buitengewoon secundair onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm kan per 1 september een nieuwe opleidingsvorm 1, 2 of 3 oprichten, op voorwaarde dat :

- het vorig schooljaar ten minste 150% van de rationalisatienorm werd bereikt

- 2 opeenvolgende schooljaren 250% van de rationalisatienorm wordt bereikt

- vanaf het derde schooljaar de gewone rationalisatienorm wordt bereikt

6.7. Een nieuwe opleidingsvorm 4 oprichten.

Artikel 289, §1, 6° van de codex secundair onderwijs :

Een bestaande school voor buitengewoon secundair onderwijs die voldoet aan de rationalisatienorm kan per 1 september een opleidingsvorm 4 oprichten, op voorwaarde dat :

- het vorig schooljaar ten minste 150% van de rationalisatienorm werd bereikt

- 2 opeenvolgende schooljaren 125% van de rationalisatienorm wordt bereikt

- vanaf het derde schooljaar de gewone rationalisatienorm wordt bereikt

De oprichting van de nieuwe en enige opleidingsvorm van een groep in een provincie of maximaal tweede opleidingsvorm in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad (opleidingsvorm van vrije keuze).

Artikel 289, §2 van de codex secundair onderwijs :

Per provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en per groep kan in een bestaande school een opleidingsvorm worden opgericht, op voorwaarde dat :

- deze opleidingsvorm in deze provincie of in het tweetalig gebied Brussel-hoofdstad en deze groep niet werd georganiseerd en dit de enige opleidingsvorm is in die provincie per groep en per taalstelsel of maximaal twee keer dezelfde opleidingsvorm is in het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad per groep en per taalstelsel;

- het vorig schooljaar het totaal van de rationalisatienormen in de bestaande opleidingsvormen werd behaald (zie punt 4.2. en 4.3.);

- de nieuwe opleidingsvorm gedurende 2 opeenvolgende schooljaren de rationalisatienorm (zie punt 4.2. en 4.3.)

Vanaf het derde schooljaar zijn uitsluitend de bepalingen inzake rationalisatie van toepassing.

Ook indien scholen zelf niet aangeven een opleidingsvorm van vrije keuze te programmeren, maar dit in praktijk wel blijken te doen, zal deze regeling toegepast worden.

Gedurende de periode van programmatie zoals hierboven beschreven, kunnen geen omvormingen (zie punt 6.7.) gebeuren.

6.8. Oprichting van een nieuwe niet duale opleiding in opleidingsvorm 3.

Artikel 289,§3 van de codex secundair onderwijs :

In een bestaande school die opleidingsvorm 3 organiseert en aan de rationalisatienormen voldoet, kan een nieuwe niet duale opleiding worden opgericht op voorwaarde dat onderstaande norm bereikt wordt op 1 oktober gedurende twee opeenvolgende schooljaren.

Oprichting van een  

Bevolkingsminima : 

2de opleiding 

24 leerlingen 

3de opleiding 

90 leerlingen 

4de opleiding 

140 leerlingen 

5de opleiding 

165 leerlingen 

6de opleiding 

190 leerlingen 

7de opleiding 

215 leerlingen 

en zo verder per bijkomende schijf van 25 leerlingen.

Tijdens de twee opeenvolgende schooljaren dat de programmatienormen gelden kan geen opleiding omgevormd worden.

Vanaf het 3de schooljaar zijn uitsluitend de bepalingen inzake rationalisatie van toepassing.

….

7. Bijlagen.