Tijdelijk Onderwijs aan Huis (TOAH), Permanent Onderwijs aan Huis (POAH) en vrijstelling van leerplicht in het basisonderwijs

  • (…) Deze omzendbrief dient in samenhang gelezen te worden met de omzendbrief NO/2015/01, Synchroon Internetonderwijs (SIO).
  • Sinds 1 januari 2018 wordt de werkelijke afstand vergoed die de leerkracht aflegt om onderwijs aan huis te geven.
  • Sinds 1 januari 2019 komen alle leerlingen, dus ook de kleuters jonger dan vijf, in aanmerking voor tijdelijk onderwijs aan huis.
  • De administratieve procedure om TOAH aan te vragen, wordt versoepeld (zie punt 2.2 en 2.6.3). .

1. Voor wie is Tijdelijk Onderwijs aan Huis bedoeld?

Alle leerlingen van het basisonderwijs (kleuter- en lager onderwijs) die wegens ziekte langdurig of korte opeenvolgende periodes niet op school aanwezig kunnen zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op 4 lestijden onderwijs aan huis per week.


2. Vaststelling van het recht op TOAH

Er zijn drie criteria waarmee rekening gehouden wordt bij het al dan niet vaststellen van het recht op TOAH:

- De aard van de aandoening en duur van afwezigheid op school;

- De aanvraag door de ouders;

- De afstand van de school tot de verblijfplaats van de leerling.

Alle voorwaarden verbonden aan deze criteria moeten gelijktijdig voldaan zijn.

Zodra de voorwaarden voor het verstrekken van tijdelijk onderwijs aan huis vervuld zijn, kan de school hiermee van start gaan.

2.1. Aard van de aandoening en duur van de afwezigheid op school

Bij de vaststelling van het recht op TOAH wordt onderscheid gemaakt tussen afwezigheid wegens langdurigeziekte of ongeval en afwezigheid wegens chronischeziekte. Naargelang het vastgestelde ziektebeeld verschilt de vereiste duur van de afwezigheid op school.

2.1.1. Afwezigheid wegens langdurige ziekte of ongeval

Het kind is bij de start of tijdens het schooljaar meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig wegens ziekte of ongeval.

Bij het in aanmerking nemen van de 21 opeenvolgende kalenderdagen worden de vakantieperiodes meegeteld.

Zo bestaat de mogelijkheid dat een deel of zelfs de totaliteit van de wachttijd tijdens een vakantie of tijdens het vorige schooljaar opgebouwd werd.

Voorbeeld:

Een kind wordt ziek op 2 januari (kerstvakantie). De periode van 2 januari tot en met 8 januari valt in de kerstvakantie, maar telt mee voor de berekening van de 21 kalenderdagen die recht geven op Tijdelijk Onderwijs aan Huis. Dit kind heeft recht op Tijdelijk Onderwijs aan Huis vanaf 23 januari.

Een kind wordt de maandag vóór de paasvakantie ziek. Dit kind heeft op de eerste schooldag na de paasvakantie recht op Tijdelijk Onderwijs aan Huis, aangezien de wachttijd van 21 kalenderdagen doorlopen is (de week voor de paasvakantie = 7 kalenderdagen - de twee weken paasvakantie = 14 kalenderdagen).

Een kind wordt ziek op 1 augustus. De eerste schooldag van september heeft dit kind onmiddellijk recht op Tijdelijk Onderwijs aan Huis, aangezien dit kind al een volledige maand ziek is.

Een kind dat - na een ononderbroken afwezigheid van 21 kalenderdagen - wegens ziekte of ongeval op weekbasis minder dan halftijds aanwezig kan zijn op school, blijft recht hebben op Tijdelijk Onderwijs aan Huis.

In de praktijk gaat het om kinderen die wekelijks minder dan 5 halve dagen aanwezig zijn.

In dit geval kunnen Tijdelijk Onderwijs aan Huis en onderwijs op school gecombineerd worden. We vermijden zo dat herstellende jongeren onmiddellijk het recht op onderwijs aan huis verliezen.

2.1.2. Afwezigheid wegens chronische ziekte

Een chronische ziekte wordt gedefinieerd als een ziekte waarbij een continue of repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzakelijk is.

Het gaat bijvoorbeeld om nierpatiëntjes, astmapatiëntjes, ...

Telkens wanneer een kind in de loop van het schooljaar een totaal van 9 halve schooldagen afwezigheid heeft opgebouwd, heeft het recht op vier lestijden Tijdelijk Onderwijs aan Huis.

Voorbeeld:

Een kind is wekelijks een halve dag afwezig omdat het naar de nierdialyse moet. Na 9 weken heeft dit kind een schoolweek afwezigheid (9 halve schooldagen) opgebouwd en heeft het recht op vier lestijden Tijdelijk Onderwijs aan Huis. Na de 18de week heeft het kind opnieuw een schoolweek afwezigheid opgebouwd en heeft het opnieuw recht op vier lestijden Tijdelijk Onderwijs aan Huis.

Een kind met een chronische ziekte is in een bepaalde week 3 dagen afwezig. Daarna gaat het terug naar school maar 3 weken later is het kind 2 dagen ziek. Dit kind is, omgerekend, een volledige schoolweek afwezig geweest en heeft dus recht op vier lestijden Tijdelijk Onderwijs aan Huis.

2.2. Aanvraag door de ouders

De ouders (of de personen die de minderjarige in rechte of in feite onder hun bewaring hebben) dienen een schriftelijke aanvraa g in bij de directeur van de school. Bij die aanvraag gaat een medisch attest waarop de arts attesteert dat de leerling niet of minder dan halftijds naar school kan gaan (bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval) of dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte, maar wel onderwijs mag krijgen.

Ouders kunnen hiervoor het modelformulier gebruiken in bijlage 1 bij deze omzendbrief. Dit formulier is slechts een voorbeeldmodel, alle andere aanvragen van ouders waarbij dezelfde gegevens worden verme ld, zijn eveneens voldoende.

2.2.1. Bij afwezigheid wegens langdurige ziekte of ongeval

De behandelende (huis)arts bepaalt de aanvang en de vermoedelijke duur van de afwezigheid (ten minste 21 kalenderdagen). Het Tijdelijk Onderwijs aan Huis wordt bij de vaststelling van het recht, vanaf de 22ste kalenderdag afwezigheid georganiseerd voor de duur die door de arts bepaald wordt op het ziekteattest.

Indien de ziekteperiode noodgedwongen verlengd wordt, kan het g eorganiseerde TOAH doorlopen zonder dat het kind opnieuw de wachttijd moet doorlopen en zonder dat er een nieuwe aanvraag van de ouders moet zijn.

Er is evenmin een wachttijd voorzien en er is geen nieuwe aanvraag nodig voor de kinderen die na het onderwi js aan huis terug naar school gaan en binnen drie maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte. Bij de bepaling van de termijn van 3 maanden worden de schoolvakanties niet meegeteld.

Voorbeeld:

Een kind krijgt Tijdelijk Onderwijs aan Huis tot 15 juni en gaat vanaf 16 juni terug naar school. Het daaropvolgende schooljaar wordt het kind ziek op 30 september. Dit kind heeft onmiddellijk recht op Tijdelijk Onderwijs aan Huis aangezien de maanden juli en augustus geen deel uitmaken van de termijn van 3 maanden.

Zowel bij een verlenging van de voorziene periode als bij herval binnen de 3 maanden na afloop van de periode moet er wel een medisch attest ter verantwoording van de nieuwe afwezigheid.

2.2.2. Bij afwezigheid wegens chronische ziekte

De aanvraag van de ouders en de medische vaststelling van de chronische ziekte moet niet bij elke afwezigheid of bij elke periode van 9 halve dagen afwezigheid opnieuw gebeuren, maar blijft geldig gedurende de volledige periode van de inschrijving van de leer ling op de school.

Kinderen met een chronisch ziektebeeld zijn in de loop van een schooljaar vaak op onregelmatige tijdstippen afwezig.

Voor chronisch zieke kinderen vervalt daarom de wachttijd van 21 opeenvolgende kalenderdagen.

Chronisch zieke kinderen hebben recht op 4 lestijden Tijdelijk Onderwijs aan Huis na elke opgebouwde afwezigheid van 9 halve schooldagen. Deze 9 halve schooldagen afwezigheid hoeven niet op elkaar aan te sluiten.

Omgerekend zijn 9 halve schooldagen het equivalent van een volledige schoolweek.

2.3. Afstand tussen school en verblijfplaats van het kind

De afstand tussen de school of vestigingsplaats en de verblijfplaats van betrokken leerling mag ten hoogste 10 km zijn voor het gewoon kleuter- of lager onderwijs en ten hoogste 20 km zijn voor het buitengewoon kleuter- of lager onderwijs.

Met de vestigingsplaats wordt de meest gunstig gelegen vestigingsplaats voor de leerling bedoeld.

De verblijfplaats van de betrokken leerling kan de eigen woonplaats zijn maar ook die van de grootouders. Soms kan dit het ziekenhuis zijn waar het kind opgenomen is.

Indien de school vrijwillig onderwijs aan huis organiseert voor leerlingen die op meer dan 10 km (gewoon onderwijs) of op meer dan 20 km (buitengewoon onderwijs) verblijven en de voorwaarden gesteld ten aanzien van het kind zijn voldaan, dan krijgt de school de bijkomende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en worden de vervoerskosten terugbetaald.

2.4. Wat indien aan de bovenstaande voorwaarden niet voldaan is?

Een school kan toch op eigen initiatief onderwijs aan huis organiseren voor zieke kinderen, als de gestelde voorwaarden niet vervuld zijn.

In dit geval worden geen bijkomende lestijden of vervoerskosten gefinancierd of gesubsidieerd (uitzondering: zie punt 2.3).

2.5. Opname in een ziekenhuis of preventorium waaraan een ziekenhuisschool verbonden is of opname in een K-dienst

Een kind kan in een ziekenhuis of preventorium opgenomen zijn waar ziekenhuisonderwijs wordt georganiseerd. Dit zijn de type 5-scholen.

Soms verblijft een kind in een K-dienst (“dienst met onderwijsbehoefte” in de kinderpsychiatrie) die ook onderwijsbegeleiding voorziet.

In deze gevallen wordt de thuisschool “tijdelijk ontslagen van de verplichting” om onderwijs aan huis te organiseren.

Aangezien het kind ingeschreven blijft in de thuisschool (dit is de school van het gewoon of buitengewoon onderwijs waar het kind is ingeschreven) zal deze school de type 5-school of de K-dienst bijstaan met de organisatie van een zinvol onderwijsaanbod. De thuisschool kan de ziekenhuisschool informatie geven over bvb. de gebruikte handboeken, mogelijke aandachtspunten voor de leerlingen, het programma enz.

Indien het kind tussen twee behandelingen of tijdens een herstelperiode na de opname niet naar school kan, zal de thuisschool aansluitend onderwijs aan huis organiseren, indien aan alle voorwaarden voldaan is (zie punt 2.1, 2.2 en 2.3).

Dit gebeurt in overleg met de type 5-school of de K-dienst.

Om tegemoet te komen aan de problematiek van de onderwijsbegeleiding bij een korte opname in een ziekenhuis of preventorium met type 5-school of in een K-dienst, wordt voor de thuisschool bij de organisatie van TOAH voor de zieke leerling (chronisch en niet-chronisch) eenzelfde principe gehanteerd:

Het begrip “instelling” gebruiken we hierna voor een ziekenhuis of preventorium met type 5-school of K-dienst.

1) Indien de leerling op weekbasis minder dan halftijds opgenomen wordt in een instelling, blijft de thuisschool verplicht om TOAH in te richten. Het TOAH mag echter niet in de instelling georganiseerd worden door de thuisschool.

In overleg met de ouders worden door de school en de begeleidende leerkracht duidelijke afspraken gemaakt in verband met de momenten waarop het TOAH zal gegeven worden.

2) Indien de leerling op weekbasis meer dan halftijds opgenomen wordt in een instelling, wordt de thuisschool ontheven van de verplichting om TOAH in te richten.

Dit houdt in dat de thuisschool een tweeledige keuze heeft:

- ofwel ziet de thuisschool af van de organisatie van TOAH

- ofwel wordt het recht op TOAH verder voorzien en effectief uitgevoerd door de thuisschool. De school houdt rekening met het feit dat het TOAH niet in de instelling mag doorgaan maar achteraf op de verblijfplaats van de leerling thuis (of op school buiten de reguliere lestijden) moet georganiseerd worden.

Het spreekt voor zich dat ook in dit geval de beslissing in overleg met alle betrokken partners genomen wordt. Het standpunt van de ouders en de haalbaarheid van de beslissing mogen hierbij niet uit het oog verloren worden.

Indien de thuisschool verder voorziet in de organisatie van TOAH voor een chronisch zieke leerling, tellen de opnamedagen in het ziekenhuis mee voor de bepaling van het recht op het volgende blokje van 9 halve dagen.

(…)

2.6. De organisatie van het Tijdelijk Onderwijs aan Huis

2.6.1. Informatieverplichting TOAH voor de school

Alle scholen zijn verplicht om de regels rond TOAH in hun schoolreglement te vermelden.

De school moet de ouders individueel op de hoogte brengen van het bestaan en de mogelijkheden van het TOAH, van zodra duidelijk is dat de leerling in aanmerking zal komen voor het TOAH. Kleuters zijn nog niet leerplichtig, dit neemt niet weg dat ook de ouders van deze doelgroep geïnformeerd worden over TOAH.

2.6.2. Bijkomende lestijden

Om het Tijdelijk Onderwijs aan Huis te kunnen organiseren worden vier bijkomende lestijden per week en per leerling gefinancierd of gesubsidieerd. De reiskosten van het personeelslid die de leerling begeleidt, worden vergoed.

2.6.3. Melding TOAH aan AGODI

Telken s wanneer de school voor één van haar leerlingen een periode tijdelijk onderwijs aan huis organiseert, meldt ze dit aan het schoolbeheerteam door middel van het formulier in bijlage 2 van deze omzendbrief, uiterlijk de week die volgt na de aanvangsdatum va n de voorziene periode.

Voor langdurig zieke kinderen stuurt de school bij de aanvang van een nieuwe periode of bij de verlenging of de vroegtijdige stopzetting van een periode opnieuw een ingevuld formulier op.

Voor chronisch zieke kinderen volstaat éé n melding per schooljaar.

3. Permanent Onderwijs aan Huis

Kinderen die ingevolge hun handicap niet in staat zijn om onderwijs te volgen in de setting van het buitengewoon onderwijs, maar wel onderwijs mogen volgen, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op vier lestijden Permanent Onderwijs aan Huis.

Voor de begeleidende leerkracht worden de reiskosten vergoed.

3.1. Voorwaarden inzake recht op Permanent Onderwijs aan Huis

Elk kind vanaf vijf jaar (d.w.z. leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar) dat voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het buitengewoon onderwijs (zie omzendbrief “Toelatingsvoorwaarden leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs”) en een gunstig advies van de Onderwijsinspectie verkrijgt voor één of meerdere schooljaren, kan aanspraak maken op Permanent Onderwijs aan Huis. (…)

Een te grote afstand naar een school, te lange ritduur, ... zijn geen redenen om Permanent Onderwijs aan Huis te vragen.

Een kind dat een recht kreeg op Permanent Onderwijs aan Huis kan op een later moment opnieuw naar school gaan. Daarvoor is geen nieuwe beoordeling door de onderwijsinspectie nodig. Uiteraard kan het kind niet tegelijkertijd naar school gaan en Permanent Onderwijs aan Huis ontvangen.

3.2. Organisatie van Permanent Onderwijs aan Huis

3.2.1. Aanvullende lestijden

De school voor buitengewoon onderwijs ontvangt 4 aanvullende lestijden per week om het Permanent Onderwijs aan Huis te organiseren. Er kunnen geen therapeutische behandelingen worden verstrekt.

De reiskosten van het personeelslid die de leerling begeleidt, worden vergoed.

3.2.2. De rol van de school voor Buitengewoon onderwijs

Het Permanent Onderwijs aan Huis wordt in principe verstrekt door de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs. Rekening houdend met de vrije keuze tussen het officieel onderwijs en het vrij onderwijs van de ouders duidt de Onderwijsinspectie de - ten opzichte van de verblijfplaats van de leerling – dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs aan om het Permanent Onderwijs aan Huis te organiseren. In de meeste gevallen zal de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs tegemoet komen aan de onderwijsbehoefte van het betrokken kind.

Van het principe - dichtstbijzijnde school - kan worden afgeweken omwille van leerling-specifieke kenmerken die goed gemotiveerd worden. In elk geval moet bij aanduiding van een school het gezond verstand vooropstaan, m.a.w. de onderwijsinspectie zal overwegen of er in de school voldoende deskundigheid aanwezig is om op een kwaliteitsvolle manier buitengewoon onderwijs aan te bieden.

Voorbeeld:

Voor een blind kind kan een verder afgelegen Type 6-school aangeduid worden.

De directeur van de school die een kind inschrijft, dat recht heeft op Permanent Onderwijs aan Huis, moet voor deze leerling het type van buitengewoon onderwijs organiseren dat vermeld is op het attest. Dit staat los van de types die de school zelf organiseert.

3.3. De procedure voor de aanvraag van Permanent Onderwijs aan Huis

De aanvraag voor Permanent Onderwijs aan Huis wordt schriftelijk ingediend bij de Onderwijsinspectie d.m.v. het formulier in bijlage 4:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Zorgpunt Onderwijsinspectie

Hendrik Consciencegebouw – 2M06

Koning Albert II laan 15

1210 Brussel

Aanspreekpunten :

Nadine Ceulemans (stafmedewerker zorgpunt) Tel. 02 553 88 37

Annemarie Desmyttere (verantwoordelijke inspecteur) Tel. 0497 839388

Permanent Onderwijs aan Huis kan worden aangevraagd door de ouders. Bij het opstellen van de aanvraag kunnen zij geholpen worden door een school voor buitengewoon onderwijs of door het CLB. Een aanvraag voor Permanent Onderwijs aan Huis bevat een gemotiveerd schrijven van de ouders en een medisch verslag.

Ouders hebben het recht gehoord te worden voordat de Onderwijsinspectie haar advies uitbrengt. Zij kunnen zich daarvoor laten bijstaan door een expert van hun keuze. De ouders hebben eveneens het recht om alle door de Onderwijsinspectie gebruikte documenten in te zien.

De Onderwijsinspectie kan bij de scholen documenten betreffende de leerling opvragen of een verslag over de vorderingen laten opmaken. De Onderwijsinspectie is tot geheimhouding verplicht over de dossiers die haar worden voorgelegd en over de gegevens die hen betreffende de te onderzoeken zaken worden meegedeeld.

De Onderwijsinspectie meldt haar advies aan de ouders en aan de school en stelt het Agentschap voor Onderwijsdiensten hiervan in kennis. Tegen een ongunstig advies is geen verder beroep mogelijk.

4. De procedure voor de aanvraag van tijdelijke of permanente vrijstelling van leerplicht

Voor kinderen die door hun beperking niet in staat zijn om onderwijs te volgen, ook niet onder de vorm van Permanent Onderwijs aan Huis, kan de inspectie beslissen om de leerling tijdelijk of permanent vrij te stellen van de leerplicht.

Vrijstelling van leerplicht kan aangevraagd worden door de ouders bij de Onderwijsinspectie:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Zorgpunt Onderwijsinspectie

Hendrik Consciencegebouw – 2M06

Koning Albert II laan 15

1210 Brussel

Aanspreekpunten :

Nadine Ceulemans (stafmedewerker zorgpunt) Tel. 02 553 88 37

Annemarie Desmyttere (verantwoordelijke inspecteur) Tel. 0497 839388

Een aanvraag voor vrijstelling van leerplicht bevat een gemotiveerd schrijven van de ouders en een dossier dat minimaal de volgende elementen moet bevatten: een verslag (opgesteld door bvb. een Centrum voor ontwikkelingsstoornissen, een CLB ...) met daarin informatie over de cognitieve mogelijkheden, de mogelijkheden van sociaal aanpassingsgedrag (= redzaamheid, communicatie, socialisatie en motoriek) en de mogelijkheden op vlak van sensomotorisch functioneren van het kind.

De ouders hebben het recht gehoord te worden voordat de Onderwijsinspectie een beslissing neemt. Zij kunnen zich daarvoor laten bijstaan door een expert van hun keuze. De ouders hebben eveneens het recht om alle door de Onderwijsinspectie gebruikte documenten in te kijken.

De Onderwijsinspectie kan bij de scholen documenten betreffende de leerling opvragen of een verslag over de vorderingen laten opmaken. De Onderwijsinspectie is tot geheimhouding verplicht over de dossiers die haar worden voorgelegd en over de gegevens die hen betreffende de te onderzoeken zaken worden meegedeeld.

De Onderwijsinspectie meldt haar beslissing aan de ouders en aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Tegen de beslissing is geen verder beroep mogelijk.

Een kind dat vrijgesteld werd van leerplicht kan op een later moment toch opnieuw naar school gaan. Daarvoor moet de vrijstelling niet ingetrokken worden. Als het kind aan de toelatingsvoorwaarden (zie omzendbrief: BaO/2007/02 - Toelatingsvoorwaarden en inschrijvingsverslag leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs”) en aan de voorwaarden van regelmatige leerling voldoet (zie artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997) dan is het financier- of subsidieerbaar.

Jongeren die ingeschreven zijn in voorzieningen die gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap en die geen vorm van onderwijs kunnen volgen, moeten, naast de inschrijving in deze voorziening, ook in het bezit zijn van een vrijstelling van leerplicht door de Onderwijsinspectie.

5. Personeel

5.1. Aanstelling van een personeelslid in een betrekking in bijkomende lestijden Tijdelijk Onderwijs aan Huis en in een betrekking in aanvullende lestijden Permanent Onderwijs aan Huis

Met de lestijden voor Tijdelijk/Permanent Onderwijs aan Huis richt de school waar de leerling is ingeschreven, een betrekking op in een wervingsambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel.

5.2. Administratieve toestand van het personeelslid

Het personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking ingericht met de lestijden voor Tijdelijk/Permanent Onderwijs aan Huis wordt steeds als tijdelijk personeelslid aangesteld in de betrekking. Deze betrekking wordt steeds opgericht in de school waar de leerling is ingeschreven.

De decreten rechtspositie blijven integraal van toepassing op deze personeelsleden. Deze betrekkingen kunnen echter niet worden vacant verklaard en kunnen geen aanleiding geven tot vaste benoeming. Vastbenoemde personeelsleden kunnen evenmin worden geaffecteerd of gemuteerd in deze betrekkingen.

Bij de aanstelling in de betrekking van het ambt in kwestie dient steeds de bestaande reglementering inzake bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen te worden toegepast.

De opgerichte betrekking kan op verschillende manieren worden ingevuld.

In eerste instantie is het schoolbestuur verplicht in deze betrekking een tijdelijk personeelslid aan te stellen dat het recht heeft verworven op een aanstelling van doorlopende duur.

Heeft een schoolbestuur geen verplichtingen meer ten aanzien van tijdelijke personeelsleden met het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, dan kan zij naar keuze:

- een tijdelijk (TABD) personeelslid werven en aanstellen in de betrekking;

- een vastbenoemd personeelslid aanstellen in de betrekking via het principe van een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen (verlof TAO);

- een personeelslid dat in hoofdambt al een voltijdse betrekking uitoefent, in overwerk of in bijbetrekking belasten met het onderwijs aan huis;

- een personeelslid opnieuw in actieve dienst laten treden zoals bedoeld in de omzendbrief “Schaarste aan onderwijsverstrekkers - overwerk, bijbetrekking en opnieuw in actieve dienst treden” (referentie 13CC/IF/GDH van 6 oktober 2000).

Opgelet!
Bij de 2 laatste keuzemogelijkheden is het schoolbestuur niet verplicht om een tekort aan beschikbare personeelsleden aan te tonen, zoals bedoeld in voormelde omzendbrief.

5.3. Geldelijke toestand van het personeelslid

Als in de betrekking een tijdelijk personeelslid wordt aangeworven, zal dit personeelslid worden bezoldigd volgens de geldende reglementering die van toepassing is op het ambt waarin betrokkene wordt aangesteld (met inbegrip van eventuele uitgestelde bezoldiging tijdens de zomermaanden). Als een vastbenoemd personeelslid via een verlof TAO in de betrekking wordt aangesteld, gelden de bezoldigingsprincipes van de reglementering betreffende het verlof TAO. Meer informatie hierover is opgenomen in de omzendbrief “Administratieve en geldelijke toestand van vast benoemd personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht – TAO” (referentie PERS/2014/01 van 22 januari 2014).

Als een personeelslid in overwerk of in bijbetrekking wordt belast met het Tijdelijk Onderwijs aan Huis, gelden de bezoldigigsprincipes van de desbetreffende reglementering. De maatregelen die betrekking hebben op Tijdelijk Onderwijs aan Huis, op overwerk en op bijbetrekking zijn opgenomen in de punten 5.2.1.4. en 5.2.2.2. van de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerk PERS/2005/21, waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

5.4. Arbeidsongeval - beroepsziekte

De wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten in de overheidssector is van toepassing op de personeelsleden die Tijdelijk Onderwijs aan Huis verstrekken.

5.5. Mededeling aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten

De school waar het personeelslid tijdelijk wordt aangesteld, deelt deze opdracht voor Tijdelijk Onderwijs aan Huis via een RL 1 aan het werkstation mee met als administratieve toestand ATO 2 (tijdelijk vacant) en met de vakcode 598 “onderwijs aan huis”.

Opgelet! Niet verwarren met vakcode 432. Deze code is voorbehouden voor Permanent Onderwijs aan Huis.

Voor de personeelsleden die nieuw in dienst komen, wordt een indiensttredingsdossier ingediend (zie de omzendbrief Indiensttreding van een tijdelijk personeelslid in het onderwijs: mededelingen aan het ministerie van Onderwijs en Vorming).

5.6. Reiskosten van het personeel

De leerkrachten die onderwijs aan huis verstrekken hebben recht op de terugbetaling van de reiskosten.

De werkelijke afstand die de leerkracht aflegt om onderwijs aan huis te geven, wordt vergoed. Als het personeelslid gebruik maakt van het openbaar vervoer, worden trein-, tram- en/of buskaarten (2de klas) terugbetaald.

Vanaf 1 juli 2018 bedraagt de kilometervergoeding bij verplaatsingen met de eigen wagen 0,3573 euro per kilometer.

Vanaf 1 januari 2013 bedraagt de fietsvergoeding 0,21 euro per kilometer.

De terugvordering van alle reiskosten heeft altijd betrekking op een kalenderjaar en moet worden ingediend vóór 28 februari volgend op het kalenderjaar waarop de schuldvordering betrekking heeft. De terugvordering gebeurt door middel van bijlage 3 bij de omzendbrief. Dit terugvorderingsformulier is telkens maar één kalenderjaar geldig.

Veel gegevens worden automatisch ingevuld en de meeste berekeningen gebeuren ook automatisch. Daarnaast wordt u gewaarschuwd als u bepaalde gegevens niet heeft ingevuld, of als u gegevens invult die niet overeenstemmen met de regelgeving.

Vul daarom altijd het formulier in Excel in en volg de waarschuwingen en instructies daarbij nauwgezet op.

Als de school zowel Tijdelijk als Permanent Onderwijs aan Huis organiseert, moet er maar één globale schuldvordering worden ingediend.

Indien u meer rijen nodig heeft dan op het terugvorderingsformulier zijn voorzien, dan mag u de terugvordering doen op basis van meerdere formulieren, op voorwaarde dat op elk document het teruggevorderde bedrag staat vermeld en het document door de gemandateerde van de inrichtende macht wordt ondertekend.

De verplaatsingsvergoedingen van de personeelsleden worden door middel van één jaarlijkse betaling overgemaakt op dezelfde bankrekening als die waarop de werkingsmiddelen van de school worden uitbetaald.

Om recht te hebben op de terugbetaling van de reiskosten voor onderwijs aan huis, moet het aanvraagformulier "Terugvordering van reiskosten voor onderwijs aan huis – kalenderjaar …." (bijlage 3) worden ingevuld.

Mail het ingescande en ondertekende formulier naar het e-mailadres dat op het formulier staat vermeld.

6. Sancties

Het onterecht inrichten van lestijden onderwijs aan huis kan, na vaststelling door het Agentschap voor Onderwijsdiensten, aanleiding geven tot de terugvordering hiervan.

Het miskennen van het recht op onderwijs aan huis wanneer aan de hiervoor beschreven voorwaarden is voldaan, kan, na klacht van de ouders, aanleiding geven tot een sanctie.

Deze sanctie kan bestaan uit een gedeeltelijke terugbetaling van of inhouding op het werkingsbudget. Het bedrag kan niet meer bedragen dan 10% van het werkingsbudget van de school waar de overtreding is vastgesteld.

Het niet naleven van het recht op onderwijs aan huis wordt vastgesteld door het Agentschap voor Onderwijsdiensten. De vaststelling wordt bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. Er wordt in de brief verwezen naar de mogelijke sanctie.

Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten een verweerschrift indienen en eventueel gehoord worden. De betekening wordt geacht plaats te vinden de derde werkdag na het versturen van de aangetekende brief. De vakantieperiodes (herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie) schorten de termijn van dertig kalenderdagen op.

Na het ontvangen van het verweerschrift en uiterlijk zestig kalenderdagen na de betekening van de aangetekende brief, legt het Agentschap voor Onderwijsdiensten eventueel een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de minister.

Binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de aangetekende brief neemt de minister een beslissing omtrent een sanctie. De beslissing wordt met een aangetekende brief meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. Na de termijn van drie maanden kan er geen sanctie meer worden opgelegd.

7. Bijlagen