Omkadering in het buitengewoon secundair onderwijs

  • De meeste formulieren werden omwille van informatisering en het streven naar een betere dienstverlening afgeschaft, er is slechts één omzendbrief over omkadering in het buitengewoon secundair onderwijs waar alle informatie over de berekening en aanwending van omkadering in wordt opgenomen.
  • Ingevolge het M-decreet ontstaan er vanaf 1/9/2015 nieuwe types BO, in de berekeningen wordt hiermee rekening gehouden.
  • Bij de bepaling van het urenpakket voor de school wordt geen rekening gehouden met het verblijfsregime van de leerlingen opgenomen in een MFC (Multifunctionele Centra) gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap (VAPH), het protocolakkoord Coens- Steyaert is momenteel zonder voorwerp.
  • In het schooljaar 2015-2016 zal er uitzonderlijk niet herteld worden op 1 oktober 2015 bij de oprichting van een nieuw type (bij een bestaande opleidingsvorm). Invoorvermeld geval blijft de teldatum 1 februari 2015.

1. Inleiding.

Het schoolbeheerteam berekent de omkadering en plaatst de resultaten van de berekening op Mijn Onderwijs https://mijnonderwijs.vlaanderen.be/start/).

Indien u vragen heeft over de berekening van uw omkadering kunt u steeds terecht bij uw dossierbeheerder van het schoolbeheerteam:

- Mieke Van de Casteele, tel. 02-553.87.40

e-mail: annemarie.vandecasteele@ond.vlaanderen.be

- Marion De Clercq, tel. 02-553.88.86

e-mail: marion.declercq@ond.vlaanderen.be

- Sanne Versmissen, tel. 02-553.88.72

e-mail: sanne.versmissen@ond.vlaanderen.be

- Nele Vanvaerenbergh, tel. 02-553.87.23

e-mail: nele.vanvaerenbergh@ond.vlaanderen.be

Uitwisseling van informatie gebeurt zoveel mogelijk elektronisch. Indien er toch documenten op papier moeten bezorgd worden, kunt u dit sturen naar:

MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING, Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi), Afdeling secundair onderwijs. Scholen en leerlingen (SBT - Buso) Hendrik Consciencegebouw, 2de verdieping - toren A, Koning Albert II laan 15, 1210 BRUSSEL

2. Teldatum.

Toepassing van artikel 299 van de Codex Secundair Onderwijs.

Alle berekeningen worden uitgevoerd op basis van de tellingen op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

Voor type 5 wordt het lesurenpakket berekend op basis van de gemiddelde aanwezigheid van de leerlingen.

a. gedurende de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 februari van het jaar waarin het betrokken schooljaar een aanvang neemt indien het type die hele periode georganiseerd was;

De gemiddelde aanwezigheid in type 5 wordt als volgt berekend:

- iedere dag worden in de voormiddag de aanwezigheden van de leerlingen genoteerd;

- de som van het dagelijks aantal aanwezigheden per maand, gedeeld door het aantal lesdagen van deze maand, geeft het maandgemiddelde. Deze deling gebeurt tot op één honderdste;

- de som van al de maandgemiddelden gedeeld door 10 geeft het jaargemiddelde;

- de eindsom wordt naar de hogere eenheid afgerond.

b. in andere gevallen, gedurende de eerste 30 dagen te rekenen vanaf de openstelling van het type, of gedurende een periode te bepalen door de Vlaamse Regering.

Uitzonderingen bij de teldatum

De teldatum is 1 oktober van het lopende schooljaar in het geval van:

nieuwe school 

gedurende 3 opeenvolgende schooljaren 

oprichting nieuwe opleidingsvorm 

gedurende 3 opeenvolgende schooljaren 

afschaffing opleidingsvorm 

eenmalig het schooljaar dat de opleidingsvorm volledig weg is 

omvorming opleidingsvorm 

het eerste jaar van de omvorming (er komt een OV bij) 

 

het laatste jaar van de omvorming (er is een OV afgeschaft) 

 

de tussenliggende jaren op 1 februari 

een fusie 

eenmalig 

oprichting nieuw type 

eenmalig 

Let op: dit is niet van toepassing bij een oprichting van een nieuw type in het schooljaar 2015-2016. Hier blijft de teldatum 1 februari 

OPGELET: De teldatum wordt ALTIJD op het geheel van de school toegepast.

3. Regelmatige leerling.

Regelmatige leerlingen zijn leerlingen die beantwoorden aan de toelatingsvoorwaarden en, waar het voorzien is, aan de overgangsvoorwaarden, m.a.w. aan de artikelen 291 tot en met 295 van de Codex Secundair Onderwijs.

Daarnaast moet een regelmatige leerling de activiteiten regelmatig volgen, behoudens in geval van gewettigde afwezigheid.

Een leerling kan slechts regelmatig ingeschreven worden in het type en de opleidingsvorm zoals vermeld staat in het inschrijvingsverslag.

Om regelmatige leerling van type 5 te zijn moet de leerling in een school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een universitair ziekenhuis of aan een residentiële setting voor periodes van minimum vijf, al dan niet opeenvolgende dagen, per dag gemiddeld ten minste één lestijd gekregen hebben (Codex Secundair Onderwijs artikel 295).

4. Toelichting bij de berekeningen.

4.1. Het ambt van directeur.

Toepassing van artikel 296 van de Codex Secundair Onderwijs.

In het buitengewoon secundair onderwijs wordt een voltijdse betrekking van directeur toegekend aan een instelling met minstens 72 regelmatige leerlingen op de geldende teldatum.

Voor de toepassing van deze bepalingen worden enerzijds de regelmatige leerlingen van de opleidingsvormen 1 en 2 vermenigvuldigd met 1,33. Anderzijds worden in scholen die minimaal 10 regelmatige leerlingen in het geïntegreerd onderwijs begeleiden, de leerlingen in aanmerking genomen die op de eerste schooldag van oktober van het voorafgaande schooljaar in het kader van geïntegreerd onderwijs begeleid werden.

Indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt, wordt de directeur belast met een onderwijsopdracht pro rata van 2 lesuren per volledige reeks van 9 leerlingen die ontbreken. De lesuren vallen binnen het lesurenpakket. Hij behoudt echter het recht op de salarisschaal van directeur met een volledige opdracht of op de overeenstemmende salaristoelage.

De eventuele onderwijsopdracht van de directeur is een lesopdracht, exclusief klassenraad en klassendirectie, die uitgeoefend moet wordt in de eigen school.

De onderwijsopdracht bedraagt:

2 lesuren voor een schoolbevolking van 55 tot 63 leerlingen;

4 lesuren voor een schoolbevolking van 46 tot 54 leerlingen;

6 lesuren voor een schoolbevolking van 37 tot 45 leerlingen;

8 lesuren voor een schoolbevolking van 28 tot 36 leerlingen;

10 lesuren voor een schoolbevolking van 19 tot 27 leerlingen;

12 lesuren voor een schoolbevolking van 10 tot 18 leerlingen;

14 lesuren voor een schoolbevolking van 1 tot 9 leerlingen.

4.2. Teeltleiders - extra lesuren voor land- en tuinbouwscholen.

Toepassing van artikelen 308/1 en 308/2 van de Codex Secundair Onderwijs.

Land- en tuinbouwscholen in opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 werken met levend didactisch materiaal, nl. met gewassen en veestapel. Onderhoud en verzorging hiervan vergen een bijzondere inzet gedurende het volledig jaar, ook in weekends en vakantie- en verlofperiodes. De gewone personeelsomkadering die aan scholen voor buitengewoon secundair onderwijs wordt toegekend, is ontoereikend om aan deze specifieke noden van land- en tuinbouwscholen te voldoen. Daarom worden extra organieke lesuren toegekend: één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad in opleidingsvorm 4 en/of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3, indien voldaan wordt aan de norm.

4.2.1. Voor de toekenning van deze extra lesuren komen in aanmerking:

4.2.1.1. De door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4, die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste één van de volgende structuuronderdelen organiseren in de tweede en/of derde graad:

- dier- en landbouwtechnische wetenschappen TSO

- plant-, dier- en milieutechnieken TSO

- planttechnische wetenschappen TSO

- landbouw BSO

- paardrijden en –verzorgen BSO

- plant, dier en milieu BSO

- tuinbouw en groenvoorziening BSO

Scholen die uitsluitend andere structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw en/of aanverwante structuuronderdelen van de eerste graad organiseren, worden dus buiten beschouwing gelaten.

4.2.1.2. De door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, die de opleiding tuinbouwarbeider in de opleidingsfase, kwalificatiefase en/of integratiefase organiseren in opleidingsvorm 3.

4.2.2. Voorwaarden om in aanmerking te komen:

4.2.2.1. Aan de scholen met opleidingsvorm 4, hierboven vermeld, worden 29 lesuren toegekend, wat overeenkomt met één voltijdse betrekking, als de instelling op de gebruikelijke teldatum de norm van 40 regelmatige leerlingen bereikt in de structuuronderdelen (samen te tellen) vermeld in 4.2.1.1.

4.2.2.1. Aan de scholen met opleidingsvorm 3, hierboven vermeld, worden 24 lesuren toegekend, wat overeenkomt met één voltijdse betrekking, als de school op de gebruikelijke teldatum de norm van 40 regelmatige leerlingen bereikt, in de opleidingsfase, kwalificatiefase en integratiefase (samen te tellen) van de opleiding tuinbouwarbeider.

4.2.3. De behoudsnorm:

Het aantal lesuren dat overeenstemt met een betrekking blijft toegekend gedurende twee opeenvolgende schooljaren waarin de behoudsnorm niet wordt bereikt. Vanaf het daaropvolgende schooljaar wordt de toekenning stopgezet tot de oprichtingsnorm opnieuw wordt gehaald. Deze gedoogperiode moet toelaten dat het personeelskader een zekere stabiliteit vertoont en niet onmiddellijk fluctueert bij schommelingen in het leerlingenbestand.

4.3. Beheerder internaat.

Toepassing van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982, artikel 12.

Er wordt per instituut en tehuis voor buitengewoon secundair onderwijs een ambt van internaatbeheerder toegekend.

4.4. Berekening van het lesurenpakket. Toepassing van de artikelen 297 tot en met 303 van de Codex Secundair Onderwijs. Toepassing van de artikelen 148 en 149 van de Codex Secundair Onderwijs (i.v.m. de opleidingsvorm 4). De berekening van het lesurenpakket gebeurt op basis van de volgende elementen:

a) de in aanmerking komende leerlingen (zie punt 3);

b) het aantal wekelijks georganiseerde lesuren;

In de opleidingsvormen 1, 2 en 3 is dit 32 tot 36 lesuren per week.

In de opleidingsvorm 4, met uitzondering van de ziekenhuisscholen, moet rekening gehouden worden met het maximum aantal lesuren per week.

In de ziekenhuisscholen is dit 32 lesuren per week.

c) het richtgetal.

De volgende richtgetallen zijn van toepassing:

Opleidingsvorm 1 

type 2 

type 3 

type 4 

type 6 

type 7 

type 9 

Opleidingsvorm 2 

type 2 

type 3 

type 4 

type 6 

type 7 

type 9 

Opleidingsvorm 3 

type BA 

type 1 

type 3 

type 4 

type 6 

type 7 

type 9 

Opleidingsvorm 4 

type 3 

type 4 

type 5 

type 6 

type 7 

type 9 

4,75 

4,25 

4,75 

4,75 

d) Het aanwendingspercentage bedraagt voor:

Opleidingsvormen 1, 2 en 3 

93,9 % 

Opleidingsvorm 4 

100 % 

Het lesurenpakket wordt berekend door het aantal leerlingen per type te vermenigvuldigen met het aantal wekelijks georganiseerde lesuren en te delen door een richtgetal per type en opleidingsvorm.

Het wordt berekend tot 2 cijfers na de komma.

Het lesurenpakket à 100 % wordt naar boven afgerond.

Het eindtotaal per instelling wordt na de berekening van het aanwendingspercentage naar beneden afgerond.

De berekening van het lesurenpakket gebeurt door het schoolbeheerteam en wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

Opdat u zelf een simulatie van het lesurenpakket zou kunnen maken, kunt u een modelberekening BuSO 1 bis in bijlage 6 van deze omzendbrief vinden.

4.5. Berekening van het urenpakket van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs en van het personeel van het internaat van het gemeenschapsonderwijs. Toepassing van de artikelen 309 tot en met 311 van de Codex Secundair Onderwijs en van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de Rijksinstituten voor buitengewoon onderwijs de ambten worden bepaald van het paramedisch personeel en van het personeel toegekend in het kader van het internaat, zoals gewijzigd.

4.5.1. De verschillende berekeningswijzen.

Buso 7bis-RI voor de instituten van het Gemeenschapsonderwijs;

Buso RI voor de tehuizen (autonome internaten) van het gemeenschapsonderwijs;

Buso 7bis voor alle andere scholen, onder andere de scholen die samenwerken met een multifunctioneel centrum (MFC).

De berekening van het urenpakket "paramedici" gebeurt door het schoolbeheerteam en wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

Opdat u zelf een simulatie van het urenpakket zou kunnen maken, kunt u de modellen Buso 7 bis-RI, Buso-RI en Buso 7 bis in bijlage 7 van deze omzendbrief vinden.

De berekening gebeurt op basis van:

a) het aantal regelmatige leerlingen op de geldende teldatum;

b) de verblijfsregeling van de leerlingen in de school;

De definities van de gebruikte codes verblijfsregeling (E, I-E, I ...) worden vermeld in bijlage 5 van deze omzendbrief.

c) met de leerlingen buitengewoon geïntegreerd onderwijs wordt geen rekening gehouden voor de becijfering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel en van het personeel van het internaat van het gemeenschapsonderwijs;

d) bij de berekening van het urenpakket wordt het totaal naar beneden afgerond;

e) het aanwendingspercentage bedraagt 100 %.

4.5.2. Buso 7bis-RI.

Toepassing van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 voor de internen en van de artikelen 309 tot en met 311 van de Codex Secundair Onderwijs voor de externen van de instituten van het Gemeenschapsonderwijs.

Het urenpakket is de som van de producten bekomen door voor elk type en niveau van onderwijs, het aantal in aanmerking komende interne/externe leerlingen te vermenigvuldigen met het overeenkomstige richtgetal.

Ongeacht het aantal interne leerlingen bedraagt het urenpakket voor het internaat ten minste 140 uren.

De volgende richtgetallen zijn van toepassing:

a) voor de externe leerlingen:

type BA 0,5

type 1 0,5

type 2 1,5

type 3 1,3

type 4 3,5

type 6 1,5

type 7 1,6

type 9 1,3

b) voor de interne leerlingen:

 

niveau 

van eigen 

school 

van andere 

school 

type BA 

lager 

 

 

secundair 

6,5 

type 1 

lager 

 

 

secundair 

6,5 

type 2 

kleuter 

 

 

lager 

 

 

secundair OV 1 

10,5 

 

secundair OV 2 

8,5 

type 3 

kleuter 

 

 

lager 

 

 

secundair 

6,3 

type 4 

kleuter 

 

 

lager 

 

 

secundair 

12,5 

type 6 

kleuter 

 

 

lager 

 

 

secundair 

8,5 

type 7 

kleuter 

 

 

lager 

 

 

secundair 

8,6 

type 8 

lager 

 

type 9 

Kleuter 

 

 

Lager 

 

 

secundair 

6,3 

gewoon onderwijs 

 

Naast het berekende urenpakket wordt per schooljaar een bijkomend urenpakket "slapende waak" toegekend.

Dit bijkomend urenpakket wordt aangewend voor de compensatie van de nachtprestaties van de studiemeesters - opvoeder internaat.

Het urenpakket "slapende waak" wordt als volgt berekend:

Het aantal organieke voltijdse betrekkingen, georganiseerd in het ambt van studiemeester - opvoeder internaat, ingericht op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar wordt vermenigvuldigd met 3,768 uren.

Het product wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier.

4.5.3. Buso RI.

Toepassing van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 voor de internen van de tehuizen van het Gemeenschapsonderwijs.

Het urenpakket is de som van de producten bekomen door voor elk type en niveau van onderwijs, het aantal in aanmerking komende interne leerlingen te vermenigvuldigen met het overeenkomstig richtgetal.

Ongeacht het aantal interne leerlingen bedraagt het urenpakket voor het internaat ten minste 140 uren.

De volgende richtgetallen zijn van toepassing:

type BA 

lager 

 

secundair 

type 1 

lager 

 

secundair 

type 2 

kleuter 

 

Lager 

 

secundair OV 1 

 

secundair OV 2 

type 3 

kleuter 

 

lager 

 

secundair 

type 4 

kleuter 

 

lager 

 

secundair 

type 6 

kleuter 

 

lager 

 

secundair 

type 7 

kleuter 

 

lager 

 

secundair 

type 8 

lager 

type 9 

Kleuter 

 

Lager 

 

secundair 

gewoon onderwijs 

Naast het berekende urenpakket wordt per schooljaar een bijkomend urenpakket "slapende waak" toegekend.

Dit bijkomend urenpakket wordt aangewend voor de compensatie van de nachtprestaties van de studiemeesters - opvoeder internaat.

Het urenpakket "slapende waak" wordt berekend zoals vermeld onder punt 4.5.2.

4.5.4. Buso 7bis.

Toepassing van de artikelen 309 tot en met 311 van de Codex Secundair Onderwijs.

Het urenpakket wordt berekend door de externe of ermee gelijkgestelde leerlingen, per type, te vermenigvuldigen met het richtgetal.

De volgende richtgetallen zijn van toepassing:

type BA 0,5

type 1 0,5

type 2 1,5

type 3 1,3

type 4 3,5

type 6 1,5

type 7 1,6

type 9 1,3

De som van de producten wordt naar beneden afgerond.

4.6. Punten ICT - coördinatie.

De berekening van de punten ICT - coördinatie vindt u terug in het besluit van de Vlaamse Regering van 05 december 2003 betreffende ICT - coördinatie in het onderwijs en de bijhorende omzendbrief GD/2003/04 van 18 juli 2003 betreffende ICT - coördinatie vanaf het schooljaar 2005-2006.

Het resultaat wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

4.7. Lesuren gelijke onderwijskansen (GOK).

Toepassing van de artikelen 316 tot en met 319 van de Codex Secundair Onderwijs.

De berekening van de lesuren gelijke onderwijskansen vindt u terug in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 betreffende het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon secundair onderwijs en de bijhorende omzendbrief SO/2009/05(Buso) van 7 juli 2009.

Het resultaat wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

4.8. Globale puntenenveloppe.

Toepassing van de artikelen 23 tot en met 25 en artikel 27 van de Codex Secundair Onderwijs.

De berekening van de globale puntenenveloppe vindt u terug in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs, de omzendbrief SO/2009/04(Buso) van 3 juli 2009 betreffende de berekening van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs.

Het resultaat wordt via een dienstbrief aan de school/scholengemeenschap bezorgd.

4.9. Eenheden geïntegreerd onderwijs (GON).

Toepassing van de artikelen 351 tot en met 356 van de Codex Secundair Onderwijs.

Het geïntegreerd onderwijs is een samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap en/of leer- en opvoedingsmoeilijkheden die lessen volgen in het gewoon onderwijs met hulp vanuit het buitengewoon onderwijs.

Het aantal GON-eenheden wordt op 1 oktober van het lopende schooljaar berekend, de modaliteiten zijn vermeld in de omzendbrief GD/2003/05 van 11 september 2003.

De school stuurt een elektronische zending met alle GON-leerlingen in toepassing van de hierboven vermelde omzendbrief, de leerlingen die enkel begeleid worden met afwijkingsuren GON-ASS worden NIET opgenomen in de zending.

Het resultaat wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

4.10. ION - lesuren.

De berekening van de ION - lesuren vindt u terug in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 over de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs (ION) en de bijhorende omzendbrief NO/2008/05 van 22 juli 2008.

Het resultaat wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

4.11. Lesuren permanent onderwijs aan huis (POAH).

De regelgeving over de toekenning van de lesuren POAH vindt u terug in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2007 betreffende onderwijs aan huis voor zieke jongeren en kinderen en de bijhorende omzendbrief SO/2005/06(BUSO) van 22 juli 2005.

Het resultaat wordt via een dienstbrief aan de school bezorgd.

4.12. Lesuren tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH).

De regelgeving over de toekenning van de lesuren TOAH vindt u terug in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2007 betreffende onderwijs aan huis voor zieke jongeren en kinderen en de bijhorende omzendbrief SO/2005/06(BUSO) van 22 juli 2005.

4.13. Afwijkingsuren.

Toepassing van de artikelen 304 en 312 van de Codex Secundair Onderwijs en van artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982.

Er bestaan twee soorten afwijkingsuren.

- extra lesuren en uren;

De afwijkingsuren voor het buitengewoon secundair onderwijs omvatten een pakket lesuren en uren dat 0,475 % van het totaal aantal lesuren- en urenpakket van het voorafgaande schooljaar bedraagt.

- extra lesuren en uren om de bestaande GON-omkadering aan te vullen met het oog op begeleiding van leerlingen met autismespectrumstoornis (GON-ASS).

De modaliteiten vindt u terug in de omzendbrief NO/2006/02 van 15 juni 2006 betreffende afwijkingslestijden, -lesuren en -uren en bijkomende lestijden en uren of extra lesuren en uren voor leerlingen met een autismespectrumstoornis in het kader van het geïntegreerd onderwijs begeleid door het buitengewoon onderwijs;

4.14. Minderheidscursus godsdienst/zedenleer.

Toepassing van de artikelen 300 en 307 van de Codex Secundair Onderwijs.

Minderheidscursussen godsdienst/zedenleer worden voornamelijk ingericht in het officieel onderwijs.

In tegenstelling tot de meerderheidscursus die uit het toegekende lesurenpakket geput wordt, vallen de minderheidscursussen godsdienst/zedenleer buiten het lesurenpakket.

Het aantal lesuren van een minderheidscursus kan nooit hoger zijn dan het aantal lesuren van de meerderheidscursus. De scholen moeten zowel voor meerderheidscursus als voor minderheidscursus de door hen gekozen erkende leerplannen/lessentabellen volgen.

Een minderheidscursus kan slechts gefinancierd of gesubsidieerd worden als er ten minste één regelmatig ingeschreven leerling in is ingeschreven.

Het aantal toegekende lesuren voor een minderheidscursus kan wijzigen in de loop van het schooljaar ten gevolge van het in- en uitschrijven van leerlingen.

Bij vermeerdering van het aantal toegekende lesuren voor een minderheidscursus blijft de voorwaarde dat het aantal lesuren van een minderheidscursus nooit hoger is dan het aantal lesuren van de meerderheidscursus ongewijzigd van kracht.

Bij vermindering van het aantal toegekende lesuren voor een minderheidscursus zijn er twee mogelijkheden:

1. de betrokken leerkracht is vastbenoemd en wordt voor deze lesuren belast met pedagogische taken;

2. de betrokken leerkracht is niet vastbenoemd, deze lesuren worden onmiddellijk in mindering gebracht.

4.15. Bijkomende uren.

Toepassing van artikel 307 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 3, §2 van koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en de psycho - medisch - sociale centra.

Een school voor buitengewoon onderwijs heeft recht op een aantal lesuren die buiten het lesurenpakket vallen:

4.15.1. Klassenraad

4.15.2. Klassendirectie

4.15.3. Bijscholing/begeleiding

4.15.4. Uren die recht geven op bijkomende uren

4.15.1. Klassenraad.

Een school krijgt:

- één uur per week voor klassenraad op voorwaarde dat betrokkene titularis is van een opdracht die ten minste gelijk is aan de helft van het aantal uren vereist voor een volledige opdracht (bedoelde helft kan bereikt worden door de toevoeging van het uur bestemd voor de klassenraad);

- betrokkene presteert ten minste één uur in de klas waar hij lid is van de klassenraad;

- betrokkene neemt regelmatig deel aan de vergaderingen van de klassenraad, d.w.z. gemiddeld één uur per week;

- een tweede uur per week voor klassenraad op voorwaarde dat betrokkene titularis is van een volledige opdracht (of deze door toevoeging van de twee uren voor klassenraad zou bereiken);

- er kunnen nooit meer dan twee uren klassenraad in de opdracht van een personeelslid opgenomen worden.

Opgelet:

- wanneer de opdracht van een personeelslid verdeeld is over verschillende scholen en hij slechts op één uur klassenraad aanspraak kan maken, wordt dit uur klassenraad toegekend aan de school waar hij het grootste aantal uren presteert;

- wanneer hij op twee uren klassenraad aanspraak kan maken, wordt aan beide scholen elk één uur toegekend;

- voor de directeur, het ondersteunend personeel, de paramedici maakt de klassenraad integraal deel uit van de opdracht.

4.15.2. Klassendirectie.

Toepassing van de artikelen 307 en 308 van de Codex Secundair Onderwijs.

Het aantal uren klassendirectie dat buiten het lesurenpakket wordt toegekend, wordt bepaald door het totaal aantal regelmatig ingeschreven leerlingen (zie punt 3) te delen door 12 en af te ronden naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier.

Aan de prestaties van een leerkracht kan slechts één uur per week voor klassendirectie toegevoegd worden (behalve wanneer deze uren samengevoegd worden en ingericht worden als BPT-uren zie 5.2.).

Het uur voor klassendirectie wordt toegewezen aan een personeelslid dat titularis is van een volledige opdracht of waarvan de opdracht na de toevoeging van het uur voor klassendirectie volledig wordt.

Bij gebrek aan personeelsleden met een volledige opdracht kan het uur voor klassendirectie toegekend worden aan een personeelslid van wie de onvolledige opdracht ten minste één uur klassenraad omvat.

Indien meer uren klassendirectie worden georganiseerd dan het maximum, dan worden deze extra uren uit het lesurenpakket geput.

Indien er in het lesurenpakket geen uren meer beschikbaar zijn vallen ze ten laste van het schoolbestuur.

4.15.3. Bijscholing/begeleiding.

Het uur bijscholing/begeleiding wordt voor de titularis van een betrekking in het buitengewoon secundair onderwijs niet in mindering gebracht van het lesurenpakket indien het betrokken personeelslid aan de volgende vijf voorwaarden voldoet:

- op 1 september een wervingsambt uitoefenen in het buso in de categorie van het en onderwijzend personeel;

- op dezelfde datum titularis zijn van één of meer betrekkingen die een volledige leeropdracht omvatten of een volledige leeropdracht omvatten door toevoeging van het uur besteed aan bijscholing / begeleiding.

Voor het vormen van deze voltijdse opdracht komen ook de uren klassenraad en/of klassendirectie in aanmerking;

- op dezelfde datum ten minste 60% van de opdracht presteren in het buso en de uren klassenraad en/of klassendirectie komen in aanmerking voor het vormen van bedoelde 60%;

- op dezelfde datum in het buitengewoon secundair onderwijs minstens één effectief lesuur ASV, godsdienst/zedenleer, AV of TV presteren.

Klassenraad en/of klassendirectie worden niet beschouwd als effectief lesuur, BPT of BPT/AO-uur daarentegen wel;

- in het buitengewoon secundair onderwijs belast zijn met het volgen van bijscholing of het geven van begeleiding.

Indien de betrokken titularis niet voldoet aan de hierboven vermelde voorwaarden dan wordt het uur bijscholing/begeleiding uit het lesurenpakket geput.

Indien er in het lesurenpakket geen uren meer beschikbaar zijn vallen ze ten laste van het schoolbestuur.

4.15.4. Uren die recht geven op bijkomende uren

De onderstaande uren geven recht op bijkomende uren:

- lesuren uit het lesurenpakket

- minderheidscursus(sen)

- BPT-lesuren

- BPT/AO -lesuren

- lesuren overdracht van het vorige schooljaar

- lesuren overdracht van het schoolbestuur

- lesuren overdracht binnen het net

- lesuren overdracht van de scholengemeenschap

- toegekende afwijkingslesuren

- GON-lesuren

- toegekende afwijkingslesuren GON-ASS

- GOK-lesuren

- ICT-lesuren

- lesuren taak en functiedifferentiatie

- lesuren permanent onderwijs aan huis

- ION-lesuren

- lesuren voorafname puntenenveloppe

5. Toelichting bij de aanwending.

5.1. Overdrachten.

Toepassing van de artikelen 19, 20, 21 en 313 van de Codex Secundair Onderwijs.

Er zijn verschillende soorten overdrachten:

5.1.1. Overdrachten van uren naar een andere buitengewone secundaire school binnen het net.

5.1.2. Overdrachten van lesuren naar een andere secundaire school binnen het eigen schoolbestuur.

5.1.3. Overdrachten van lesuren binnen de scholengemeenschap 

5.1.4. Overdrachten van lesuren buiten de scholengemeenschap, binnen het net

5.1.5. Overdrachten van de scholengemeenschap.

5.1.6. Overdrachten van lesuren en uren naar het volgend schooljaar.

Opgelet, alle overdrachten worden vastgelegd op uiterlijk op 1 november van het lopende schooljaar.

5.1.1. Overdrachten van uren binnen het net.

De overdracht van uren naar een andere buitengewone school voor secundair onderwijs binnen het net is slechts mogelijk indien tijdens het lopende schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling, in overeenstemming met de geldende reglementering, geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorieën van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en/of sociaal personeel worden uitgesproken.

Het niet naleven van deze bepalingen heeft voor gevolg dat een dergelijke terbeschikkingstelling geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

In uren overgedragen naar een andere school voor secundair onderwijs kunnen geen personeelsleden vastbenoemd worden.

Het niet naleven van deze bepalingen heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten opzichte van de overheid.

Met het oog op de controle door AgODi dient het betrokken schoolbestuur een verklaring op eer af te leggen om in bedoelde uren geen personeelsleden vast te benoemen.

5.1.2. Overdrachten van lesuren binnen het eigen schoolbestuur.

Een schoolbestuur kan van de aan zijn scholen toegekende uren-leraar van het gewoon onderwijs respectievelijk lesuren van het buitengewoon onderwijs maximaal twee procent respectievelijk maximaal drie procent herverdelen onder zijn scholen.

Die twee procent voor het gewoon onderwijs en drie procent voor het buitengewoon onderwijs worden berekend op basis van het totaal aantal uren-leraar respectievelijk lesuren dat gedurende het vorig schooljaar aan het schoolbestuur werd toegekend op basis van de geldende reglementaire normen.

5.1.2.1 . Het afstaan van lesuren aan scholen binnen dezelfde scholengemeenschap is slechts mogelijk indien:

1° De overdracht in overeenstemming is met de afspraken binnen de scholengemeenschap (van de school die de lesuren afstaat).

2° Er een onderhandeling met het lokaal comité heeft plaatsgevonden.

D eze overdracht kan gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel.

5.1.2.2 .Het afstaan van lesuren aan scholen buiten de scholengemeenschap of aan scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren is slechts mogelijk indien:

1° De overdracht in overeenstemming is met de afspraken binnen de scholengemeenschap (indien de school die de lesuren afstaat tot een scholengemeenschap behoort).

2° Er een onderhandeling met het lokaal comité heeft plaatsgevonden.

3° Er een melding is gemaakt van de overdracht aan de scholengemeenschap waartoe de begunstigde school behoort (indien de begunstigde school tot een scholengemeenschap behoort).

Deze overdracht kan gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel, indien er een expliciet akkoord is van het lokaal comité.

5.1.3. Overdrachten van lesuren binnen dezelfde scholengemeenschap

Het afstaan van lesuren aan scholen van dezelfde scholengemeenschap is slechts mogelijk indien:

1° De overdracht in overeenstemming is met de afspraken binnen de scholengemeenschap (van de school die lesuren afstaat).

2° Er een onderhandeling met het lokaal comité heeft plaatsgevonden.

Deze overdracht kan gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel.

5.1.4. Overdrachten van lesuren buiten de scholengemeenschap, binnen het net

De overdacht van lesuren tussen scholen die niet tot dezelfde scholengemeenschap behoren of niet tot een scholengemeenschap behoren, binnen het eigen net, is slechts mogelijk indien:

1° De overdracht in overeenstemming is met de afspraken binnen de scholengemeenschap (indien de school die de lesuren afstaat tot een scholengemeenschap behoort).

2° Er een onderhandeling met het lokaal comité heeft plaatsgevonden.

3° Er een melding is gemaakt van de overdracht aan de scholengemeenschap waartoe de begunstigde school behoort (indien de school tot een scholengemeenschap behoort).

Deze overdracht kan gepaard gaan met bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorie van het onderwijzend personeel, indien er een expliciet akkoord is van het lokaal comité.

5.1.5. Overdrachten vanuit de scholengemeenschap.

5.1.5.1. extra uren -leraar gekregen van de scholengemeenschap.

Extra uren -leraar in toepassing van punt 4.4. van de omzendbrief SO 62 van 30 april 1999 betreffende de scholengemeenschappen secundair onderwijs.

Een scholengemeenschap maakt afspraken/beslist over de verdeling van de extra uren-leraar over haar instellingen. De verdelingscriteria worden onderhandeld in het lokaal comité. Bij gebrek aan een akkoord binnen de scholengemeenschap over de verdelingscriteria, worden de extra uren-leraar recht evenredig verdeeld volgens het aandeel dat het pakket uren-leraar van elke afzonderlijke instelling uitmaakt binnen de totaliteit van de pakketten uren-leraar van de diverse instellingen die tot de scholengemeenschap behoren.

De scholengemeenschappen en de scholen zullen de bevoegde onderhandelingsorganen informeren over de uiteindelijke verdeling en aanwending van de extra uren-leraar.

5.1.5.2. "andere" lesuren gekregen van de scholengemeenschap.

Het aantal "andere" lesuren gekregen van de scholengemeenschap zijn de overige lesuren, anders dan deze vermeld onder punt 5.1.5.1. bvb. de voorafname puntenenveloppe.

5.1.6. Overdrachten van lesuren en uren naar het volgend schooljaar.

Een school kan een aantal lesuren en/of uren "paramedici" dat zij niet wenst aan te wenden, bijvoorbeeld als gevolg van een gedaald leerlingenaantal, overdragen naar het eerstvolgende schooljaar, met uitzondering van de GOK-uren en de (les)uren toegekend in het kader van het geïntegreerd onderwijs.

De overdracht van lesuren en uren wordt beperkt tot maximum 2 % van de aanwendbare lesuren en uren van het lopende schooljaar.

Het maximum aantal lesuren en uren dat wordt overgedragen naar het volgend schooljaar dient vastgelegd uiterlijk op 1 november van het lopend schooljaar. Het gaat echter om het "maximum" en niet het "effectief" aantal dat lager kan liggen immers, ook na 1 november mogen niet-ingerichte lesuren en uren, die als buffer werden aangelegd, alsnog gebruikt worden in de eigen school of overgedragen worden naar een andere school van hetzelfde net of van dezelfde scholengemeenschap.

De overdracht van lesuren of uren is slechts mogelijk indien tijdens het lopende schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling, in overeenstemming met de geldende reglementering, geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in de categorieën van het onderwijzend personeel, het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en/of sociaal personeel worden uitgesproken of indien de leden van het onderwijzend personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledig schooljaar.

Het niet naleven van de bepalingen heeft voor gevolg dat een dergelijke terbeschikkingstelling geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Opgelet, indien (les)uren toegekend worden bij afwijking kunnen er niet tegelijkertijd (les)uren van het (les)urenpakket overgedragen worden naar het volgende schooljaar.

5.2. Uren bijzondere pedagogische taken.

Toepassing van de artikelen 306, 307 §2 en 314 van de Codex Secundair Onderwijs en van de omzendbrief PERS/2014/06 van 26 juni 2014 - Beperking van het aantal uren die geen lesuren zijn en georganiseerd worden als bijzondere pedagogische taken in het secundair onderwijs.

Er kunnen maximum 3 % B.PT. – uren geput worden uit het lesuren- en urenpakket "paramedici".

Maximum 3 % van het lesurenpakket en het urenpakket kan worden aangewend voor uren die geen lesuren zijn en georganiseerd worden als bijzondere pedagogische taken.

Dit maximum geldt niet voor:

- het buitengewoon secundair beroepsonderwijs dat georganiseerd is volgens een modulair stelsel of in de vorm van een alternerende beroepsopleiding;

- de BPT-uren geput uit het urenpakket klassendirectie.

Het maximum van 3 %kan worden overschreden bij akkoord van het lokaal comité, bevoegd voor de arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden.

De BPT-uren kunnen uitsluitend aangewend worden voor schoolgebonden opdrachten en kunnen gericht zijn op:

- het optimaliseren van de pedagogisch-didactische organisatiedoor het toekennen van welbepaalde coördinatieopdrachten aan leerkrachten en paramedici zoals bvb. ASV-coördinatie, tewerkstellingsbegeleiding, crisisinterventie, klassendirectie, coördinatie schoolplanontwikkeling, enz.;

- deze uren mogen ook toegekend worden aan de directeur die met een onderwijsopdracht belast is;

- begeleiding van leerlingen die moet kaderen in de handelingsplanning en dus gestuurd wordt door de klassenraad.

Voorwaarden voor het organiseren van BPT-uren:

- de criteria zijn het voorwerp van overleg binnen de geëigende participatieorganen.

Een school kan slechts overgaan tot het organiseren van BPT-uren, wanneer alle partijen die bij het overleg zijn betrokken akkoord gaan;

- voor de taken en functies die gecreëerd worden met het oog op het optimaliseren van de pedagogisch-didactische organisatie stelt de directeur een functieomschrijving op.

- het moet duidelijk bepaald zijn wanneer de BPT-uren effectief gepresteerd worden zodat hierop controle mogelijk is.

- ook de inhoudelijke controle moet mogelijk zijn, zowel door de directie als door de inspectie. De directie bepaalt de wijze waarop dit gebeurt, bvb. via de agenda, periodieke verslaggeving enz.

De verhouding tussen het aantal "lesuren" en het aantal "uren die geen lesuren" zijn mag de organisatie en de kwaliteit van het onderwijs aan de leerlingen niet in het gedrang brengen.

Het kan gevolgen hebben voor de samenstelling van de pedagogische eenheden.

In geen geval mag de hoofdopdracht van het onderwijs erdoor in het gedrang komen.

Het schoolbestuur stelt de BPT-uren gelijk met één van de vakken/specialiteiten of paramedische disciplines die voorkomen in het buitengewoon secundair onderwijs. De gelijkstelling gebeurt in functie van de bekwaamheidsbewijzen die het personeelslid bezit. Het AgODi bezoldigt de BPT-uren in overeenstemming met de weddenschalen verbonden aan de opgegeven vakken/specialiteiten of paramedische disciplines.

Alle ambten van leraar en alle paramedische ambten en zowel voltijdse als deeltijdse leerkrachten en paramedici komen in aanmerking voor het toewijzen van BPT-uren.

5.3. Uren bijzondere pedagogische taken in de alternerende beroepsopleiding (BPT/AO-uren).

De BPT/AO-uren zijn uren die aangewend worden als lesuren en/of begeleidingsuren uitsluitend voor de leerlingen in de alternerende beroepsopleiding.

Het schoolbestuur stelt de BPT/AO-uren gelijk met één van de vakken/specialiteiten die voorkomen in het buitengewoon secundair onderwijs. De gelijkstelling gebeurt in functie van de bekwaamheidsbewijzen die het personeelslid bezit. Het AgODi bezoldigt de BPT/AO-uren in overeenstemming met de weddenschalen verbonden aan de opgegeven vakken/specialiteiten.

5.4. Het ambt van directeur.

Het directieambt wordt verplicht georganiseerd en is steeds een volledige betrekking. De onderwijsopdracht, die eraan verbonden is, maakt deel uit van het ambt en wordt in de eigen school uitgeoefend.

De onderwijsopdracht van de directeur kan geen uren klassenraad of klassendirectie omvatten.

De onderwijsopdracht van de directie kan geput worden uit:

- lesuren, BPT-uren en BPT/AO-uren uit het toegekend lesurenpakket

- minderheidscursus

- BPT-lesuren en BPT/AO-lesuren geput uit de uren klassendirectie

- GON-lesuren

5.5. Het ambt van teeltleider.

De extra lesuren voor het ambt van teeltleider stemmen overeen met één voltijdse betrekking (hoewel een betrekking uiteraard aan een personeelslid niet voltijds hoeft te worden toegewezen) in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad in de opleidingsvorm 4 of met beroepsgerichte vorming in de opleidingsvorm 3.

De betrokken personeelsleden zijn belast met de uitbating en het onderhoud van de culturen, de serres en de veestapel om tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.

5.6. Aanwending van lesuren of daarmee gelijkgestelde uren.

5.6.1. Gelijkstellen van lesuren.

Het schoolbestuur stelt de volgende lesuren gelijk met één van de vakken/specialiteiten die voorkomen in het buitengewoon secundair onderwijs. De gelijkstelling gebeurt in functie van de bekwaamheidsbewijzen die het personeelslid bezit.

- BPT-ren en BPT/AO-uren

- afwijkingslesuren

- klassenraad

- klassendirectie

- bijscholing/begeleiding

- lesuren geïntegreerd onderwijs (GON)

- afwijkingslesuren GON-ASS

- lesuren gelijke onderwijskansen (GOK)

- lesuren permanent onderwijs aan huis (POAH)

- lesuren tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH)

- lesuren ICT

- lesuren ION

- lesuren taak- en functiedifferentiatie

- lesuren voorafname puntenenveloppe

5.6.2. Tijdelijk andere opdracht (TAO).

Opgelet, indien de volgende lesuren toegewezen worden aan vastbenoemde personeelsleden dan moeten zij voor die uren tijdelijk belast worden met "een andere opdracht" (TAO)

- afwijkingslesuren

- afwijkingslesuren GON-ASS

- POAH en TOAH

- ICT

- ION

- lesuren voorafname puntenenveloppe

De personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht moeten deze opdracht ook daadwerkelijk uitoefenen.

5.6.3. Aanwending bijkomende uren.

Bij het toewijzen van de klassenraad, klassendirectie en/of bijscholing/begeleiding aan de titularis van één of meer betrekkingen in het buso mag nooit rekening gehouden worden met de opdrachten die het personeelslid ad interim uitoefent.

De lesuren klassenraad, klassendirectie en/of bijscholing/begeleiding kunnen daarentegen bij afwezigheid van een titularis altijd vervangen worden, ongeacht het volume van de opdracht(en) van het vervangende personeelslid of één van de vervangende personeelsleden.

Voor het toewijzen van de lesuren klassenraad, klassendirectie en/of bijscholing/begeleiding worden de betrekkingen waarvan de titularis vastbenoemd is en deze waarvan hij/zij tijdelijk titularis wordt, afzonderlijk beschouwd (TAO afzonderlijk).

Voor de directeur, het ondersteunend personeel, het medisch, orthopedagogisch, paramedisch, psychologisch en sociaal personeel maakt de klassenraad integraal deel uit van hun opdracht.

Voor de aanwending van de lesuren voor bijscholing en begeleiding gelden de volgende regels:

- deze lesuren kunnen niet ingeschreven worden op de algemene lessenroosters;

- deze lesuren kunnen worden samengevoegd tot maximum 4 lesuren;

- met "bijscholing" wordt de vorming van personeelsleden in de eigen school (intra-muros) bedoeld;

- met "begeleiding" wordt de begeleiding van de leerlingen bedoeld, zowel op pedagogisch als op sociaal vlak. De inhoud van deze begeleiding wordt door de klassenraad bepaald;

- lesvoorbereidingen kunnen niet verrekend worden als bijscholing/begeleiding;

- lesuren besteed aan bijscholing/begeleiding worden opgenomen in een speciaal daartoe bestemd register dat eenmaal per trimester wordt ondertekend door de directie en de betrokken personeelsleden.

Het register ligt ter inzage van de bevoegde inspectie in de school.

5.7. Aanwending van uren "paramedici".

Het schoolbestuur stelt de BPT-uren, afwijkingsuren, de afwijkingsuren GON-ASS, uren voorafname puntenenveloppe en de uren taak- en functiedifferentiatie gelijk met één van de paramedische disciplines die voorkomen in het buitengewoon secundair onderwijs. De gelijkstelling gebeurt in functie van de bekwaamheidsbewijzen die het personeelslid bezit.

Opgelet bij het toewijzen van de afwijkingsuren, de afwijkingsuren GON-ASS– en de uren voorafname puntenenveloppe aan vastbenoemde personeelsleden.

Opgelet bij de aanwending in de paramedische disciplines orthopedagoog, psycholoog en arts.

Bij deze disciplines is het aantal uren dat uit het urenpakket geput wordt verschillend van het aantal uren dat wordt doorgegeven in het elektronisch personeelsdossier (EPD).

De omzettingstabel die u hiervoor moet gebruiken kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2002/12 van 10 juli 2002 betreffende de oprichting van ambten in het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs.

Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest het schoolbestuur in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden in stand gehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorafgaande schooljaar.

5.8. Aanwending van de globale puntenenveloppe.

Toepassing van de artikelen29 tot en met 31 van de Codex Secundair Onderwijs en de omzendbrieven PERS/2009/06 van 17 augustus 2009betreffende de aanwending van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs en PERS/2009/07 van 17 augustus 2009 betreffende ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs.

Mogelijk aan te wenden ambten en uren uit de globale puntenenveloppe:

- adjunct - directeur

- technisch adviseur coördinator (TAC)

- technisch adviseur (TA)

- bonusambt technisch adviseur coördinator

- bonusambt technisch adviseur

- ondersteunend personeel

- lesuren taak en functiedifferentiatie (TFD)

- uren taak en functiedifferentiatie (TFD)

- lesuren voorafname puntenenveloppe

- uren voorafname puntenenveloppe

5.9. Plage-uren.

Toepassing van artikel 315 van de Codex Secundair Onderwijs.

Personeelsleden kunnen niet belast worden met niet-gefinancierde of niet-gesubsidieerde lesuren, uitgezonderd lesuren die in de plage gelegen zijn. Als een schoolbestuur dit verbod overtreedt, dan valt de bezoldiging ten laste van dat schoolbestuur. Plage-uren zijn de lesuren begrepen tussen het minimum en het maximum van een voltijdse leraarsbetrekking. Ze kunnen al dan niet worden geput uit het lesurenpakket waarover een school beschikt.

Personeelsleden kunnen slechts met plage-uren worden belast als die uren om organisatorische redenen noodzakelijk zijn en op een billijke en transparante wijze georganiseerd worden. Over de algemene regels die het schoolbestuur hierbij zal hanteren, wordt bij de voorbereiding van het schooljaar in elke school onderhandeld in de bevoegde organen.

De reductie van het aantal plage-uren wordt administratief als volgt geregeld. De scholen moeten vóór 15 november van het betreffende schooljaar het AgOD i informeren over het aantal gepresteerde plage-uren per individueel personeelslid, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de situatie waarin de plage-uren worden geput uit het lesurenpakket en de situatie waarin de plage-uren niet worden geput uit het lesurenpakket. Bij een ten onrechte melding van een plage-uur moet een annulatieplage-uren CAO VI (gebeurteniscode 21015) worden ingestuurd; het aantal uren moet in dit geval altijd 0 zijn.

De lesuren die financierbaar of subsidieerbaar zijn en die in de "plage" vallen, worden meegedeeld via het gewone opdrachtenpakket met een RL-1. Het bepalen van de plage-uren en eventueel overwerk gebeurt automatisch zonder speciale aanduiding.

De lesuren die niet financierbaar of niet subsidieerbaar zijn en die in de "plage" vallen, worden meegedeeld met een nieuwe recordlayout RL-10 "melden plage-uren (opvraging CAO VI)". Concreet: voor elk personeelslid dat dergelijke plage-uren heeft op 15 september (= geldigheidsdatum van het bericht) moet een RL-10 "melden plage-uren opvraging CAO VI" (gebeurteniscode 21014) worden aangemaakt. Het aantal uren kan enkel 1 zijn, andere waarden zullen resulteren in een foutmelding. Een RL-10 met een andere geldigheidsdatum dan 15 september zal eveneens geweigerd worden.

De school bekijkt de toestand op 15 september van ieder personeelslid afzonderlijk, wat betekent dat de "oorsprong" van de plage-uren geen rol speelt. Indien een afwezige titularis niet-financierbare of niet-subsidieerbare uren heeft en volledig vervangen wordt door een interimaris, dan moet zowel voor de titularis als de interimaris een RL-10 opgestuurd worden. Het is eveneens van geen belang of het personeelslid al dan niet aanwezig is in de school op 15 september. Er wordt enkel gekeken naar de opdracht waarmee het personeelslid op dat moment belast is. Dit staat dus volledig los van een eventuele dienstonderbreking of van het feit dat het personeelslid op die dag geen lesopdracht heeft.

6. Administratieve handelingen van de school.

6.1. In te sturen documenten en formulieren.

6.1.1. Structuur en schoolbevolking, formulier BuSO 1.

De berekeningen gebeuren op basis van de leerlingenaantallen op het Formulier BuSO 1, het wordt enkel door de ziekenhuisscholen manueel ingevuld op 1 februari en op 1 oktober.

Het wordt ondertekend door de directeur en door de gemachtigde van het schoolbestuur en binnen de twee weken na de geldende teldatum naar het schoolbeheerteam (SBT) gestuurd, per post of een gescand exemplaar bij email.

Ten behoeve van de verificatie wordt in de school wel een lijst bijgehouden van alle leerlingen die de school bezocht hebben met vermelding van de inschrijvingsdatum, de uitschrijfdatum en eventueel het aantal dagen dat in aanmerking komt voor de berekening van de gemiddelde bezettingsgraad.

Voor alle andere scholen wordt het document BuSO 1 door het schoolbeheerteam uitgeprint op basis van de met Discimus ingestuurde leerlingengegevens.

Voor de leerplichtcontrole (1 oktober) geeft de school uitsluitend deze leerlingen op die in geen enkele andere school zijn ingeschreven en die nog steeds aan de leerplichtwet moeten voldoen.

Dit wordt schriftelijk of bij email naar het SBT gestuurd.

Op 1 oktober gebeurt, voor alle BuSO-scholen, de controle op de rationalisatie- of programmatienormen.

Voor de type 5-scholen gebeurt deze controle niet meer op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober maar op basis van de gemiddelde aanwezigheid van 1 oktober van het voorafgaande schooljaar tot en met 30 september van het lopende schooljaar.

6.1.2. Lijst van niet-subsidieerbare of niet-financierbare ambtsbezigheden in het buitengewoon secundair onderwijs (formulier BuSO 4).

Op dit formulier (bijlage 8) vermeldt men de personeelsleden voor wie, om welke redenen ook, geen weddentoelagen gevraagd worden.

Het formulier wordt altijd ingestuurd in twee exemplaren, eventueel met de vermelding "NIHIL".

Per instelling een formulier bij het begin van het schooljaar met de toestand op 1 september en een aanvulling bij elke wijziging in de loop van het schooljaar.

Het formulier wordt ondertekend door de directeur en door de gemachtigde van het schoolbestuur en wordt uiterlijk tegen 8 november van het lopende schooljaar of binnen de twee weken na de gewijzigde situatie naar het SBT gestuurd, per post of een gescand exemplaar bij email.

6.1.3. Proces-verbaal raadpleging.

Het proces-verbaal van de raadpleging van de afvaardiging van het personeel en de ouders betreffende de urenpakketten, ondertekend door alle afgevaardigden, wordt in één exemplaar ingestuurd door alle scholen, uitgezonderd de type 5-scholen.

6.1.4. Proces-verbaal overdrachten.

De processen-verbaal van de overeenkomst(en) betreffende de overdracht van (les)uren en/of punten wordt in één exemplaar ingestuurd door alle scholen op wie het van toepassing is.

6.1.5. Wanneer documenten en formulieren insturen?

Deze documenten en formulieren worden uiterlijk tegen 8 november van het lopende schooljaar ingestuurd.

6.2. Uitwisseling van gegevens.

De uitwisseling van gegevens met het schoolbeheerteam verloopt ofwel via Discimus ofwel via een elektronische zending met Webedison. Meer informatie over Discimus vindt u terug in de omzendbrief NO/2012/01 van 07/03/2012. Bijkomende informatie over de elektronische zendingen vindt u terug in de omzendbrief SO/2007/05 van 30 augustus 2007.

De technische handleidingen zijn terug te vinden op http://www.ond.vlaanderen.be/edison/Wie/Schoolauto/download_lerenden.htm.

6.2.1. Elektronische zending "geïntegreerd onderwijs".

Alle scholen die leerlingen begeleiden in het kader van het geïntegreerd onderwijs, sturen een elektronische zending "geïntegreerd onderwijs" in tegen uiterlijk 8 oktober van het lopende schooljaar, met de identificatie - en GON - gegevens van de GON - leerlingen op de 1ste schooldag van oktober.

Leerlingen die begeleid worden met enkel afwijkingsuren en/of - lesuren GON - ASS worden niet in de zending opgenomen.

6.2.2. Elektronische zending van de internen (GO).

De instituten en tehuizen van het gemeenschapsonderwijs sturen een elektronische zending "internen" in, binnen de twee weken na de geldende teldatum, met de identificatie - en inschrijvingsgegevens van de ingeschreven internen.

6.2.3. Elektronische zending "aanwending middelen".

Het formulier BuSO 1ter wordt niet meer door de school ingevuld. U krijgt de informatie over de toegekende en aangewende omkadering via een dienstbrief toegestuurd.

Alle scholen sturen een elektronische zending "aanwending middelen" in.

Wat wordt opgenomen in de elektronische zending "aanwending middelen"?

a. binnen de grenzen van de beschikbare ambten en uren wordt een pedagogische structuur en een personeelskader uitgewerkt, de aanwending. Deze aanwending wordt er opgenomen in de elektronische zending.

b. de school die lesuren en/of uren overdraagt naar een andere school vermeldt deze overdracht in de elektronische zending "aanwending middelen".

c. de school die extra uren leraar krijgt in toepassing van punt 4.4. van de omzendbrief SO 62 van 30 april 1999 betreffende de scholengemeenschappen secundair onderwijs, vermeldt deze overdracht in de elektronische zending "aanwending middelen".

Wanneer wordt de elektronische zending "aanwending middelen" ingestuurd?

- tegen uiterlijk 8 november van het lopende schooljaar met de toestand vanaf 1 september;

- bij wijzigingen in de aanwending vóór 1 februari van het lopende schooljaar. In dit geval moet de school de dossierbeheerder altijd eerst contacteren.

Het SBT verifieert de gegevens. De toegekende ambten en uren, de aangewende ambten en uren volgens de elektronische zending "aanwending middelen" en het elektronisch personeelsdossier (EPD) worden naast elkaar gelegd.

In de tabel in bijlage 9 van deze omzendbrief staan de te gebruiken codes vermeld.

Opdat het voor u overzichtelijk zou zijn, kunt u in bijlage 10 van deze omzendbrief een modelformulier BuSO 1 ter vinden waar de codes voor de zending "aanwending middelen" bij werden vermeld.

7. Verwijzingen naar relevante regelgeving.

a) de omzendbrief GD/2002/05 van 15 juli 2002 betreffende de onderwijsinspectie over de erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer;

b) de omzendbrief SO 62 van 30 april 1999 betreffende de scholengemeenschappen secundair onderwijs;

c) de omzendbrief SO/2006/03 (Buso) van 4 mei 2006 betreffende de rationalisatie en programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs;

d) de omzendbrief SO 74 van 12 juni 2001 betreffende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;

e) de omzendbrief SO/2007/04 (pers) van 17 juli 2007 betreffende de prestatieregeling van de personeelsleden in een ambt in het buitengewoon secundair onderwijs;

f) het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage (i.v.m. artikel 20 § 5);

g) de omzendbrief SO/2002/11(Buso) van 16 september 2002 betreffende de leerlingenstages en sociaal-maatschappelijke training in het buitengewoon secundair onderwijs en de omzendbrief SO/2015/01 van 31 augustus 2015 betreffende de leerlingenstages in het voltijds secundair onderwijs (i.v.m. opleidingsvorm 4);

h) de omzendbrief SO 64 van 25 juni 1999 betreffende structuur en organisatie van het voltijds secundair onderwijs;

i) de omzendbrief SO/2011/03/BuSO van 15 augustus 2011 betreffende structuur en organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs;

j) de omzendbrief SO/2008/04 van 18 juli 2008 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens modulair stelsel;

k) de omzendbrief PERS/2014/06 van 26 juni 2014 betreffende de beperking van het aantal uren die geen lesuren zijn en georganiseerd worden als bijzondere pedagogische taken in het secundair onderwijs.

8. Bijlagen.