Dringende maatregelen voor het secundair onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis

  • referentie
    SO/2022/01
  • publicatiedatum
    31/03/2022
  • datum laatste wijziging
    30/08/2022
  • wettelijke basis
    Decreet van 22 april 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen
  • wettelijke basis
    Decreet van 3 juni 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis en tot wijziging van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (II)
  • contact
    Ondersteuningsaanbod Agentschap voor Onderwijsdiensten: oekraiensevluchtelingen.agodi@vlaanderen.be
  • contact
    Infrastructuur in het gesubsidieerd onderwijs: oekraine@agion.be
  • contact
  • Deze omzendbrief licht de dringende maatregelen toe die genomen worden om secundaire scholen (van gewoon en buitengewoon onderwijs), centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, de centra voor de vorming van zelfstandigen en KMO en de centra voor leerlingenbegeleiding maximaal te ondersteunen met het oog op het faciliteren van onderwijs aan jongeren die gevlucht zijn uit Oekraïne.
  • Voor scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs komen de extra personeelsomkadering en het extra werkingsbudget die toegekend worden op basis van deze omzendbrief bovenop de specifieke omkadering voor anderstalige nieuwkomers.

1. Situering

Het groot aantal vluchtelingen door de crisis in Oekraïne brengt ook grote uitdagingen met zich mee voor het Vlaams onderwijs. Deze uitdagingen zijn nog groter dan tijdens de vluchtelingencrisis in 2015. De verschillen situeren zich zowel aan de vraagzijde (toestroom van vluchtelingen) als aan de aanbodzijde (capaciteitstekort en lerarentekort). De vluchtelingen nu verschillen ook qua profiel, met een groter aandeel vrouwen en kinderen.

Het is op dit ogenblik nog niet duidelijk hoeveel vluchtelingen uit Oekraïne naar Vlaanderen zullen komen, noch hoelang zij hier zullen verblijven. In heel Europa is de politieke bereidheid om deze vluchtelingen te huisvesten groot. De vluchtelingen uit Oekraïne zullen onder de Europese richtlijn "tijdelijke bescherming" (2001/55/EG)1 niet de normale asielprocedure doorlopen, maar meteen een volwaardig, tijdelijk verblijfsstatuut krijgen, waardoor ze ook dadelijk recht hebben op wonen, werk, onderwijs, inburgering,… Oekraïners zijn bovendien niet visumplichtig voor de eerste drie maanden van hun verblijf, ze kunnen zich ook vrij verplaatsen.

De Europese richtlijn bepaalt dat de lidstaten de begunstigden van tijdelijke bescherming jonger dan 18 jaar toegang bieden tot onderwijs "onder dezelfde omstandigheden als onderdanen van de lidstaat van opvang."

Naast de Europese richtlijn geldt de leerplicht nog steeds vanaf de 60ste dag na inschrijving in het vreemdelingenregister of bevolkingsregister. Artikel 28 van het verdrag inzake de rechten van het kind voorziet in het recht op onderwijs van elk kind.

De Vlaamse overheid wil het onderwijsveld zo snel mogelijk de nodige ondersteuning geven om deze tweede grote uitdaging op korte termijn (na de coronacrisis) zo goed mogelijk het hoofd te kunnen bieden. Hierna worden de dringende maatrelen toegelicht die momenteel genomen zijn om deze ondersteuning te bieden.

2. Dringende maatregelen gewoon en buitengewoon secundair onderwijs

2.1. Hertellingen

Belangrijk: voor scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs komen de extra personeelsomkadering en het extra werkingsbudget die toegekend worden op basis van deze omzendbrief bovenop de specifieke omkadering voor anderstalige nieuwkomers.

Voor meer informatie: omzendbrief SO 75 (voltijds gewoon secundair onderwijs) of omzendbrief SO/2008/08 (deeltijds beroepssecundair onderwijs).

2.1.1. Algemeen

Scholen en centra zullen geconfronteerd worden met een sterk stijgende vluchtelingenstroom en een daarbij horende toename van leerlingen.

Voor de berekening van de reguliere personeelsomkadering en het bepalen van de werkingsbudgetten wordt voor de meeste scholen en centra het aantal leerlingen geteld op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar. De stijging van het aantal leerlingen naar aanleiding van de vluchtelingenstroom vertaalt zich hierdoor niet naar reguliere personeelsomkadering en werkingsbudgetten op het ogenblik dat deze leerlingen instromen en ondersteuning nodig hebben.

Vanaf het schooljaar 2021-2022 komen er daarom extra telmomenten met een direct effect op de personeelsomkadering en de werkingsbudgetten van scholen en centra.

Deze telmomenten blijven in voege tot het einde van het schooljaar waarin de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 van toepassing blijft.

In deze rubriek wordt met "leerling" bedoeld:

1° een leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001. Dit is een leerling met het statuut tijdelijke bescherming;

2° een anderstalige nieuwkomer. Hiermee wordt een leerling bedoeld die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
- op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar enerzijds minstens twaalf jaar en anderzijds geen achttien jaar geworden zijn;
- een nieuwkomer zijn, dat wil zeggen maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven;
- niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal hebben;
- onvoldoende de onderwijstaal beheersen om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;
- maximaal negen maanden ingeschreven zijn (vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen) in een school met het Nederlands als onderwijstaal.

Een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum en die op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar minstens twaalf en geen achttien jaar geworden is, wordt ook beschouwd als anderstalige nieuwkomer.

Deze definitie geldt voor de toepassing van deze rubriek zowel in het gewoon als in het buitengewoon secundair onderwijs.

Een leerling die zowel aan 1° als 2° beantwoordt, wordt slechts één keer in rekening gebracht voor de toepassing van deze rubriek.

Voor meer informatie over de berekening van deze extra uren-leraar/lesuren/uren en extra werkingsbudgetten kan u contact opnemen met uw schoolbeheerteam.

Voor de aanwending van deze extra uren-leraar/lesuren/uren, kan u contact opnemen met Kris.lambrecht@ond.vlaanderen.be.

2.1.2. Scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs

2.1.2.1. Schooljaar 2021-2022

2.1.2.1.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen 4 maart en 30 juni 2022:

1° 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

2° 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.

Deze extra uren-leraar worden steeds naar een lager geheel getal afgerond. Deze afronding gebeurt voor alle extra uren-leraar godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie samen. De school ontvangt voor deze vakken één pakket extra uren-leraar.

Ze kunnen door de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het aantal extra uren-leraar niet herrekend.

Voorbeeld 1:

Als er 5 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten op 19 april 2022 dan heeft de school vanaf dan recht op 9 extra uren-leraar (5 x 1,98527443 = 9,92637215 afgerond naar beneden). Als er op 29 april opnieuw 7 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten in de school, heeft de school vanaf dan recht op 23 extra uren-leraar (12 x 1,98527443 = 23,8232932 afgerond naar beneden). Als op 5 mei 2022 twee van de 12 leerlingen van school veranderen, blijft de school recht hebben op de 23 extra uren-leraar.

Voorbeeld 2:

Als er 10 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten op 19 april 2022 dan heeft de school vanaf dan recht op 1 extra uur-leraar voor godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie (10 x 0,11803881 = 1,1803881 afgerond naar beneden). Als er op 29 april opnieuw 8 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten in de school heeft de school vanaf dan recht op 2 extra uren-leraar voor godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie (18 x 0,11803881 = 2,12469858 afgerond naar beneden). Als op 5 mei 2022 van de 18 leerlingen 5 leerlingen veranderen van school, blijft de school recht hebben op de 2 extra uren-leraar. Deze 2 extra uren-leraar worden gebruikt voor een keuze levensbeschouwing van de overblijvende de leerlingen.

2.1.2.1.2. Extra werkingsbudget

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen 4 maart en 30 juni 2022 296,41 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

Voorbeeld:

Als er tussen 4 maart en 30 juni, 15 leerlingen met een effectieve lesbijwoning starten in de school, dan heeft de school recht op 15 x 296,41 euro of 4.446,15 euro. Ook als er voor 30 juni enkele leerlingen veranderen van school.

2.1.2.2. Vanaf het schooljaar 2022-2023

Vanaf het schooljaar 2022-2023 gelden er twee telmomenten.

2.1.2.2.1. Telling op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar

Bij deze hertelling worden de leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG en de anderstalige nieuwkomers die er niet onder ressorteren afzonderlijk geteld. Hiermee wordt ondervangen dat het aantal anderstalige nieuwkomers op de eerste lesdag van oktober lager kan liggen dan het aantal anderstalige nieuwkomers op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar wat niet noodzakelijk het geval is voor leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG. Door de afzonderlijke telling wordt de nieuwe instroom van leerlingen die onder de Europese richtlijn 2001/55/EG vallen, steeds gehonoreerd.

Deze hertelling geldt niet voor scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs waarvoor de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar de teldatum is voor berekening van de reguliere personeelsomkadering en het bepalen van de werkingsbudgetten.

Wanneer voor het structuuronderdeel onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers de teldatum is bepaald op 1 juni, wordt voor de toepassing van dit punt de zinsnede "op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar" telkens gelezen als op de eerste lesdag van juni van het voorafgaand schooljaar.

2.1.2.2.1.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs ontvangt:

1° per leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar:

a) 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

b) 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie;

en

2° per anderstalige nieuwkomer, die niet ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar:

a) 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

b) 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.

Deze uren-leraar worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal. Deze afronding gebeurt voor alle extra uren-leraar godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie samen. De school ontvangt voor deze vakken één pakket extra uren-leraar.

2.1.2.2.1.2. Extra werkingsbudget

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs ontvangt 988,04 euro als extra werkingsbudget:

1° per leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar;

2° per anderstalige nieuwkomer, die niet ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar.

Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar uitbetaald.

2.1.2.2.2. Telling op basis van de instroom vanaf de tweede lesdag van oktober

2.1.2.2.2.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar:

1° 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

2° 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.

Deze uren-leraar worden steeds naar een lager geheel getal afgerond. Ze kunnen door de school worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het aantal extra uren-leraar niet herrekend.

2.1.2.2.2.2. Extra werkingsbudget

Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar, 889,23 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar uitbetaald.

2.1.2.3. Aanwending van de extra uren-leraar personeelsomkadering

De aanwending van de extra uren-leraar personeelsomkadering is vrij, zoals bepaald in punt 4.2. van de omzendbrief SO 55. De uren-leraar voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie moeten voor de desbetreffende cursus te worden aangewend.

De school voor voltijds gewoon secundair onderwijs wendt de extra uren-leraar aan voor onderwijzend personeel. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen. De betrekkingen zijn wel onderhevig aan de regelgeving m.b.t. terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling en aan de regelgeving m.b.t. tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Meer informatie hierover vindt u in de volgende omzendbrieven:

- De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs (PERS/2003/08 van 28/07/2003)

- De tijdelijke aanstelling van bepaalde duur en van doorlopende duur in een wervingsambt (PERS/2019/03 van 24/09/2019)

Het personeelslid wordt steeds tijdelijk aangesteld in de betrekking en heeft dan ook recht op een salaris op basis van de regelgeving die voor tijdelijke personeelsleden van kracht is voor het desbetreffende ambt of opdracht.

Als u een vastbenoemd personeelslid via een verlof tijdelijk andere opdracht (TAO) in deze betrekking aanstelt, ontvangt hij of zij een salaris zoals vastgelegd in de omzendbrief "Administratieve en geldelijke toestand van vast benoemde personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht – TAO" (PERS/2014/01).

Als u een gepensioneerde leerkracht aanstelt in deze betrekking, volgt u daarbij ook de richtlijnen uit de omzendbrief "Een gepensioneerde die in het onderwijs of bij de inspectie in dienst treedt" (PERS/2009/11).

Als u een personeelslid aanstelt dat geniet van een terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBS VP), volgt u de richtlijnen inzake cumulatie uit de omzendbrief "Terbeschikkingstelling persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan pensioen" ( PERS/2013/01).

Tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen

Van 1 januari tot en met 30 juni 2022 geldt een tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen en op de cumulatieregeling terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden die aangesteld worden in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel. Meer informatie over de cumulatiebeperkingen en de combinatie van pensioenen met andere inkomsten is terug te vinden op de website van de Federale Pensioendienst (fgov.be) https://www.sfpd.fgov.be/nl/gevolgen-corona#werken.

De uitgestelde bezoldiging zal voor de controle van de beroepsinkomsten inzake pensioen gesitueerd worden in de maanden waarin ze werkelijk wordt uitbetaald, dus juli of augustus. Gezien de opschorting van de cumulatiebeperking slechts geldt tot 30 juni 2022 valt de uitgestelde bezoldiging onder de gewone cumulatieregels.

De extra uren-leraar, inclusief de omzetting naar punten ervan zoals voorzien in punt 3.2, kunnen niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

2.1.2.4. Praktische schikkingen AGODI

2.1.2.4.1. Registratie Discimus

Leerlingen die in aanmerking komen als "anderstalige nieuwkomer" (niet ingeschreven in de onthaalklas) worden als "AN" geregistreerd in uw schooladministratiepakket en vervolgens uitgewisseld via Discimus. Daarnaast moet voor deze leerlingen een verklaring op eer ingevuld worden (zie bijlage 3). Het formulier moet gedateerd en ondertekend worden door de ouders of door een persoon die de minderjarige leerplichtige leerling in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft. Deze verklaringen worden ter controle van de verificatie beschikbaar gehouden.

Op basis van deze registraties in Discimus (samen met de gegevens van leerlingen met het statuut tijdelijke bescherming, die AGODI centraal inzamelt), berekent AGODI of uw school in aanmerking komt voor bijkomende uren-leraar en een extra toelage.

Registreer deze gegevens daarom zo snel mogelijk in Discimus. AGODI adviseert om alle leerlingen die in aanmerking komen als "AN", ook zo te registreren. Dit in afwachting van het statuut tijdelijke bescherming, waarvan de gegevens mogelijk met enige vertraging toekomen.

U hoeft als school niet te wachten op een dienstbrief van AGODI of op een controle van de verificatiedienst om de extra uren-leraar voor schooljaar 2021-2022 in te richten. Steekproefsgewijze controles door de verificatie en controles op basis van data gebeuren kort na de registratie van de AN-gegevens in Discimus. Aan de hand van de simulatietool (zie bijlage 4) kan u zelf berekenen hoeveel middelen uw school zal ontvangen.

Voor de berekeningen door AGODI van de bijkomende middelen voor schooljaar 2021-2022 registreert u uiterlijk 15 juli 2022 de gegevens van de leerlingen die hiervoor in aanmerking komen in Discimus.

2.1.2.4.2. Mededeling van de tijdelijke aanstellingen in het kader van de Oekraïnecrisis aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten

U kunt één of meerdere personeelsleden tijdelijk aanstellen in het kader van de dringende maatregelen naar aanleiding van de Oekraïnecrisis conform de bepalingen van de decreten rechtspositie. U gebruikt daarvoor de OOM-code 37 (vluchtelingencrisis).

Het is van het grootste belang dat u de OOM-code 37 correct en consequent meestuurt met het opdrachtenpakket voor het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld. Het gaat immers over uren extra omkadering die als dusdanig herkenbaar moet zijn.

De eerst mogelijke startdatum van een zending met OOM-code 37 is 4 maart 2022.

Voor het schooljaar 2021-2022 kunnen de aanstellingen in het kader van de vluchtelingencrisis gebeuren in de periode van 4 maart 2022 tot en met 30 juni 2022.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid wordt tijdelijk aangesteld voor 6/20 in het ambt van leraar AV Nederlands voor de periode van 19 april 2022 tot en met 30 juni 2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 19/04/2022

RL-1: leraar AV Nederlands ATO 2 voor 6/20 met OOM-code 37 met begindatum opdracht 19/04/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 2:

Een voltijds vastbenoemd leraar orthodoxe godsdienst (22/22), die voor 10/22 TBSOB is, wordt voor 8/22 gereaffecteerd in het ambt van leraar orthodoxe godsdienst voor de periode van 20/03/2022 tot 30/06/2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 20/03/2022

RL-1: 22/22 leraar orthodoxe godsdienst ATO4 met melding 10/22 TBSOB en met einddatum oneindig.

RL-1: leraar orthodoxe godsdienst voor 8/22 met OOM-code 37, met aanduiding reaffectatie in veld R/W/T, met begindatum opdracht 20/03/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 3:

Een gepensioneerde leraar niet-confessionele zedenleer geeft van 2 mei tot 30 juni 2022 4/21 niet-confessionele zedenleer.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 02/05/2022

RL-1: leraar Nederlands ATO 2 voor 4/21 met OOM-code 37 met begindatum opdracht 02/05/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022. U stuurt de zending ook met een PEN-code.

2.1.3. Scholen voor buitengewoon secundair onderwijs

2.1.3.1. Schooljaar 2021-2022

2.1.3.1.1. Extra lesuren en uren personeelsomkadering

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen 4 maart en 30 juni 2022:

1° 5,13157660 lesuren voor onderwijskundig personeel;

2° 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

3° 1,12182854 uren voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5.

Deze extra lesuren en uren worden steeds naar een lager geheel getal afgerond.

Ze kunnen door de school voor buitengewoon secundair onderwijs worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het aantal lesuren en uren niet herrekend.

Voorbeeld 1:

Als er 5 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten op 19 april 2022 dan heeft de school vanaf dan recht op 25 extra lesuren (5 x 5,13157660 = 25,657883 afgerond naar beneden). Als er op 29 april opnieuw 7 in aanmerking komende leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten in de school heeft de school vanaf dan recht op 61 extra lesuren (12 x 5,13157660 = 61,5789192 afgerond naar beneden). Als op 5 mei 2022 twee van de 12 leerlingen van school veranderen, blijft de school recht hebben op de 61 extra lesuren.

Voorbeeld 2:

Als er 10 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten op 19 april 2022 dan heeft de school vanaf dan recht op 1 extra lesuur voor levensbeschouwing (10 x 0,11599751 = 1,1599751 afgerond naar beneden). Als er op 29 april opnieuw 8 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten in de school, heeft de school vanaf dan recht op 2 extra lesuren voor levensbeschouwing (18 x 0,11599751 = 2,08795518 afgerond naar beneden). Als op 5 mei 2022 van de 18 leerlingen 5 leerlingen veranderen van school, blijft de school recht hebben op de 2 extra lesuren. Deze 2 extra lesuren worden gebruikt voor een keuze levensbeschouwing van de overblijvende leerlingen.

Voorbeeld 3:

Als er 5 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten op 19 april 2022 dan heeft de school vanaf dan recht op 5 extra uren (5 x 1,12182854 uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel = 5,6091427 afgerond naar beneden). Als er op 29 april opnieuw 7 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten, heeft de school vanaf dan recht op 13 extra uren (12 x 1,12182854 uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel = 13,4619425 afgerond naar beneden). Als op 5 mei 2022 twee van de 12 leerlingen veranderen van school, blijft de school recht hebben op de 13 extra uren tot 30 juni 2022.

2.1.3.1.2. Extra werkingsbudget

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen 4 maart en 30 juni 2022 296,41 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer leerlingen de school verlaten tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

Voorbeeld:

Als er tussen 4 maart en 30 juni, 15 leerlingen met een effectieve lesbijwoning starten in de school, dan heeft de school recht op 15 x 296,41 euro of 4.446,15 euro. Ook als er voor 30 juni enkele leerlingen veranderen van school.

2.1.3.2. Schooljaar 2022-2023

Vanaf het schooljaar 2022-2023 gelden er twee telmomenten.

2.1.3.2.1. Telling op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar

Bij deze hertelling worden de leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG en de anderstalige nieuwkomers die er niet onder ressorteren afzonderlijk geteld. Hiermee wordt ondervangen dat het aantal anderstalige nieuwkomers op 1 oktober lager kan liggen dan het aantal anderstalige nieuwkomers op 1 februari van het voorafgaand schooljaar wat niet noodzakelijk het geval is voor leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG. Door de afzonderlijke telling wordt de nieuwe instroom van leerlingen die onder de Europese richtlijn 2001/55/EG vallen, steeds gehonoreerd.

Deze hertelling geldt niet voor scholen voor buitengewoon secundair onderwijs waarvoor de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar de teldatum is of in type 5 wanneer geteld wordt gedurende de eerste 30 dagen te rekenen vanaf de openstelling van het type voor berekening van de reguliere personeelsomkadering en het bepalen van de werkingsbudgetten.

2.1.3.2.1.1. Extra lesuren en uren personeelsomkadering

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs ontvangt:

1° per leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar:

a) 5,13157660 lesuren voor onderwijskundig personeel;

b) 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

c) 1,12182854 uren voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5.

en

2° per anderstalige nieuwkomer, die niet ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar:

a) 5,13157660 lesuren voor onderwijskundig personeel;

b) 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

c) 1,12182854 uren voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5.

Deze lesuren en uren worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

Voor de type 5 scholen wordt onder "op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar", het volgende begrepen: "de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 februari van het voorgaand schooljaar".

2.1.3.2.1.2. Extra werkingsbudget

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs ontvangt 988,04 euro als extra werkingsbudget:

1° per leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar;

2° per anderstalige nieuwkomer, die niet ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige "anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar.

Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar uitbetaald.

Voor de type 5 scholen wordt onder "op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar", het volgende begrepen: "de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 februari van het voorgaand schooljaar".

2.1.3.2.2. Telling op basis van de instroom vanaf de tweede lesdag van oktober

2.1.3.2.2.1. Extra lesuren en uren personeelsomkadering

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar:

1° 5,13157660 lesuren voor onderwijskundig personeel;

2° 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

3° 1,12182854 uren voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5.

Deze extra lesuren en uren worden steeds naar een lager geheel getal afgerond. Ze kunnen door de school voor buitengewoon secundair onderwijs worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het aantal lesuren en uren niet herrekend.

2.1.3.2.2.2. Extra werkingsbudget

Een school voor buitengewoon secundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar, 889,23 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer een leerling de school verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar uitbetaald.

2.1.3.3. Aanwending van de extra lesuren en uren personeelsomkadering

De aanwending van de extra lesuren en uren personeelsomkadering gebeurt, zoals bepaald in punt 5.6. en 5.7. van de omzendbrief SO/2011/01(buso). De uren-leraar voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie moeten voor de desbetreffende cursus te worden aangewend.

De school voor buitengewoon secundair onderwijs wendt de extra lesuren aan voor onderwijzend personeel en de extra uren aan voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend en paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen. De betrekkingen zijn wel onderhevig aan de regelgeving m.b.t. terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling en aan de regelgeving m.b.t. tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Meer informatie hierover vindt u in de volgende omzendbrieven:

- De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs (PERS/2003/08 van 28/07/2003)

- De tijdelijke aanstelling van bepaalde duur en van doorlopende duur in een wervingsambt (PERS/2019/03 van 24/09/2019)

Het personeelslid wordt steeds tijdelijk aangesteld in de betrekking en heeft dan ook recht op een salaris op basis van de regelgeving die voor tijdelijke personeelsleden van kracht is voor het desbetreffende ambt of opdracht.

Als u een vastbenoemd personeelslid via een verlof tijdelijk andere opdracht (TAO) in deze betrekking aanstelt, ontvangt hij of zij een salaris zoals vastgelegd in de omzendbrief "Administratieve en geldelijke toestand van vast benoemde personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht – TAO" (PERS/2014/01).

Als u een gepensioneerde leerkracht aanstelt in deze betrekking, volgt u daarbij ook de richtlijnen uit de omzendbrief "Een gepensioneerde die in het onderwijs of bij de inspectie in dienst treedt" (PERS/2009/11).

Als u een personeelslid aanstelt dat geniet van een terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBS VP), volgt u de richtlijnen inzake cumulatie uit de omzendbrief "Terbeschikkingstelling persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan pensioen" ( PERS/2013/01).

Tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen

Van 1 januari tot en met 30 juni 2022 geldt een tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen en op de cumulatieregeling terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden die aangesteld worden in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel. Meer informatie over de cumulatiebeperkingen en de combinatie van pensioenen met andere inkomsten is terug te vinden op de website van de Federale Pensioendienst (fgov.be) https://www.sfpd.fgov.be/nl/gevolgen-corona#werken.

De uitgestelde bezoldiging zal voor de controle van de beroepsinkomsten inzake pensioen gesitueerd worden in de maanden waarin ze werkelijk wordt uitbetaald, dus juli of augustus. Gezien de opschorting van de cumulatiebeperking slechts geldt tot 30 juni 2022 valt de uitgestelde bezoldiging onder de gewone cumulatieregels.

De extra lesuren en uren, inclusief de omzetting naar punten ervan zoals voorzien in punt 3.2, kunnen niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

2.1.3.3.1. Praktische schikkingen AGODI

2.1.3.3.2. Registratie Discimus

Leerlingen die in aanmerking komen als "anderstalige nieuwkomer" worden als "AN" geregistreerd in uw schooladministratiepakket en vervolgens uitgewisseld via Discimus. Daarnaast moet voor deze leerlingen een verklaring op eer ingevuld worden (zie bijlage 3). Het formulier moet gedateerd en ondertekend worden door de ouders of door een persoon die de minderjarige leerplichtige leerling in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft. Deze verklaringen worden ter controle van de verificatie beschikbaar gehouden.

Op basis van deze registraties in Discimus (samen met de gegevens van leerlingen met het statuut tijdelijke bescherming, die AGODI centraal inzamelt), berekent AGODI of uw school in aanmerking komt voor bijkomende uren-leraar, lestijden, uren en een extra toelage.

Registreer deze gegevens daarom zo snel mogelijk in Discimus. AGODI adviseert om alle leerlingen die in aanmerking komen als "AN", ook zo te registreren. Dit in afwachting van het statuut tijdelijke bescherming, waarvan de gegevens mogelijk met enige vertraging toekomen.

U hoeft als school niet te wachten op een dienstbrief van AGODI of op een controle van de verificatiedienst om de extra uren-leraar voor schooljaar 2021-2022 in te richten. Steekproefsgewijze controles door de verificatie en controles op basis van data gebeuren kort na de registratie van de AN-gegevens in Discimus. Aan de hand van de simulatietool (zie bijlage 5) kan u zelf berekenen hoeveel middelen uw school zal ontvangen.

Voor de berekeningen door AGODI van de bijkomende middelen voor schooljaar 2021-2022 registreert u uiterlijk 15 juli 2022 de gegevens van de leerlingen die hiervoor in aanmerking komen in Discimus.

2.1.3.3.3. Mededeling van de tijdelijke aanstellingen in het kader van de Oekraïnecrisis aan AGODI

U kunt één of meerdere personeelsleden tijdelijk aanstellen in het kader van de dringende maatregelen naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, conform de bepalingen van de decreten rechtspositie. U gebruikt daarvoor de OOM-code 37 (vluchtelingencrisis).

Het is van het grootste belang dat u de OOM-code 37 correct en consequent meestuurt met het opdrachtenpakket voor het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld. Het gaat immers over uren extra omkadering die als dusdanig herkenbaar moet zijn.

De eerst mogelijke startdatum van een zending met OOM-code 37 is 4 maart 2022.

Voor het schooljaar 2021-2022 kunnen de aanstellingen in het kader van de vluchtelingencrisis gebeuren in de periode van 4 maart 2022 tot en met 30 juni 2022.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid wordt tijdelijk aangesteld voor 6/22 in het ambt van leraar ASV voor de periode van 19 april 2022 tot en met 30 juni 2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 19/04/2022

RL-1: leraar ASV ATO 2 voor 6/22 met OOM-code 37 met begindatum opdracht 19/04/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 2:

Een voltijds vastbenoemd leraar orthodoxe godsdienst (22/22), die voor 10/22 TBSOB is, wordt voor 8/22 gereaffecteerd in het ambt van leraar orthodoxe godsdienst voor de periode van 21 maart 2022 tot 30 juni 2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 21/03/2022

RL-1: 22/22 leraar orthodoxe godsdienst ATO4, met melding 10/22 TBSOB en met einddatum oneindig.

RL-1: leraar orthodoxe godsdienst voor 8/22 met OOM-code 37, met aanduiding reaffectatie in veld R/W/T, met begindatum opdracht 21/03/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 3:

Een gepensioneerde leerkracht niet-confessionele zedenleer geeft van 2 mei tot 30 juni 4/21 niet-confessionele zedenleer.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 02/05/2022

RL-1: leraar Nederlands ATO 2 voor 4/21 OOM-code 37 met begindatum opdracht 02/05/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022. U stuurt de zending ook met een PEN-code.

Voorbeeld 4:

Een personeelslid wordt tijdelijk aangesteld voor 3 uren in het ambt van kinderverzorger voor de periode van 25 april 2022 tot en met 30 juni 2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 25/04/2022

RL-1: kinderverzorger ATO 2 voor 3 uren met OOM-code 37, met begindatum opdracht 2/05/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 5:

Een personeelslid wordt tijdelijk aangesteld voor 6 uren logopedist van 19 april tot 30 juni 2022.

Elektronische zending

RL-1: logopedist voor 6 uren met OOM-code 37, met begindatum 19/04/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

2.1.4. Centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs

2.1.4.1. Schooljaar 2021-2022

2.1.4.1.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ontvangt 2,94838350 extra uren-leraar per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart en 30 juni 2022.

Deze extra uren-leraar worden steeds naar een lager geheel getal afgerond. Ze kunnen door het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan worden de extra uren-leraar niet herrekend.

Voorbeeld:

Als er 5 leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten op 19 april 2022 dan heeft het centrum vanaf dan recht op 14 extra uren-leraar (5 x 2,94838350 = 14,7419175 afgerond naar beneden). Als er op 29 april opnieuw 7 in aanmerking komende leerlingen met de effectieve lesbijwoning starten in het centrum, heeft het centrum vanaf dan recht op 35 extra uren-leraar (12 x 2,94838350 = 35,380602 afgerond naar beneden). Als op 5 mei 2022 twee van de 12 leerlingen van centrum veranderen, blijft het centrum recht hebben op de 35 extra uren-leraar.

2.1.4.1.2. Extra werkingsbudget

Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart en 30 juni 2022 296,41 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

Voorbeeld:

Als er tussen 4 maart en 30 juni, 15 leerlingen met een effectieve lesbijwoning starten in het centrum, dan heeft het centrum recht op 15 x 296,41 euro of 4.446,15 euro. Ook als er voor 30 juni enkele leerlingen veranderen van centrum.

2.1.4.2. Vanaf het schooljaar 2022-2023

Vanaf het schooljaar 2022-2023 gelden er twee telmomenten.

2.1.4.2.1. Telling op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar

Bij deze hertelling worden de leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG en de anderstalige nieuwkomers die er niet onder ressorteren afzonderlijk geteld. Hiermee wordt ondervangen dat het aantal anderstalige nieuwkomers op 1 oktober lager kan liggen dan het aantal anderstalige nieuwkomers op 1 februari van het voorafgaand schooljaar wat niet noodzakelijk het geval is voor leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG. Door de afzonderlijke telling wordt de nieuwe instroom van leerlingen die onder de Europese richtlijn 2001/55/EG vallen, steeds gehonoreerd.

Deze hertelling geldt niet voor centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waarvoor de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar de teldatum is voor berekening van de reguliere personeelsomkadering en het bepalen van de werkingsbudgetten.

2.1.4.2.1.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ontvangt 2,94838350 uren-leraar:

1° per leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar;

2° per anderstalige nieuwkomer, die niet ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar.

Deze uren-leraar worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

2.1.4.2.1.2. Extra werkingsbudget

Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ontvangt 988,04 euro als extra werkingsbudget:

1° per leerling die ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar;

2° per anderstalige nieuwkomer, die niet ressorteert onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder de Europese richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar.

Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar uitbetaald.

2.1.4.2.2. Telling op basis van de instroom vanaf de tweede lesdag van oktober

2.1.4.2.2.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ontvangt 2,94838350 uren-leraar per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar.

Deze uren-leraar worden steeds naar een lager geheel getal afgerond. Ze kunnen door het centrum worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan worden de extra uren-leraar niet herrekend.

2.1.4.2.2.2. Extra werkingsbudget

Een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar, 889,23 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar uitbetaald.

2.1.4.3. Aanwending van de extra uren-leraar personeelsomkadering

De extra uren-leraar kunnen worden aangewend zoals bepaald in punt 14.2.2.2. van de omzendbrief SO/2008/08.

Het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wendt de extra uren-leraar aan voor onderwijzend personeel. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen. De betrekkingen zijn wel onderhevig aan de regelgeving m.b.t. terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling en aan de regelgeving m.b.t. tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Meer informatie hierover vindt u in de volgende omzendbrieven:

- De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs (PERS/2003/08 van 28/07/2003)

- De tijdelijke aanstelling van bepaalde duur en van doorlopende duur in een wervingsambt (PERS/2019/03 van 24/09/2019)

Het personeelslid wordt steeds tijdelijk aangesteld in de betrekking en heeft dan ook recht op een salaris op basis van de regelgeving die voor tijdelijke personeelsleden van kracht is voor het desbetreffende ambt of opdracht.

Als u een vastbenoemd personeelslid via een verlof tijdelijk andere opdracht (TAO) in deze betrekking aanstelt, ontvangt hij of zij een salaris zoals vastgelegd in de omzendbrief "Administratieve en geldelijke toestand van vast benoemde personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht – TAO" (PERS/2014/01).

Als u een gepensioneerde leerkracht aanstelt in deze betrekking, volgt u daarbij ook de richtlijnen uit de omzendbrief "Een gepensioneerde die in het onderwijs of bij de inspectie in dienst treedt" (PERS/2009/11).

Als u een personeelslid aanstelt dat geniet van een terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBS VP), volgt u de richtlijnen inzake cumulatie uit de omzendbrief "Terbeschikkingstelling persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan pensioen" ( PERS/2013/01).

Tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen

Van 1 januari tot en met 30 juni 2022 geldt een tijdelijke afwijking op de cumulatieregeling pensioenen en op de cumulatieregeling terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden die aangesteld worden in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel. Meer informatie over de cumulatiebeperkingen en de combinatie van pensioenen met andere inkomsten is terug te vinden op de website van de Federale Pensioendienst (fgov.be) https://www.sfpd.fgov.be/nl/gevolgen-corona#werken.

De uitgestelde bezoldiging zal voor de controle van de beroepsinkomsten inzake pensioen gesitueerd worden in de maanden waarin ze werkelijk wordt uitbetaald, dus juli of augustus. Gezien de opschorting van de cumulatiebeperking slechts geldt tot 30 juni 2022 valt de uitgestelde bezoldiging onder de gewone cumulatieregels.

De extra uren-leraar, inclusief de omzetting naar punten ervan zoals voorzien in punt 3.2, kunnen niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

2.1.4.4. Praktische schikkingen AGODI

2.1.4.4.1. Registratie Discimus

Leerlingen die in aanmerking komen als "anderstalige nieuwkomer" worden als "AN" geregistreerd in uw schooladministratiepakket en vervolgens uitgewisseld via Discimus. Daarnaast moet voor deze leerlingen een verklaring op eer ingevuld worden (zie bijlage 3). Het formulier moet gedateerd en ondertekend worden door de ouders of door een persoon die de minderjarige leerplichtige leerling in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft. Deze verklaringen worden ter controle van de verificatie beschikbaar gehouden.

Op basis van deze registraties in Discimus (samen met de gegevens van leerlingen met het statuut tijdelijke bescherming, die AGODI centraal inzamelt), berekent AGODI of uw school in aanmerking komt voor bijkomende uren-leraar en een extra toelage.

Registreer deze gegevens daarom zo snel mogelijk in Discimus. AGODI adviseert om alle leerlingen die in aanmerking komen als "AN", ook zo te registreren. Dit in afwachting van het statuut tijdelijke bescherming, waarvan de gegevens mogelijk met enige vertraging toekomen.

U hoeft als school niet te wachten op een dienstbrief van AGODI of op een controle van de verificatiedienst om de extra uren-leraar voor schooljaar 2021-2022 in te richten. Steekproefsgewijze controles door de verificatie en controles op basis van data gebeuren kort na de registratie van de AN-gegevens in Discimus. Aan de hand van de simulatietool (zie bijlage 6) kan u zelf berekenen hoeveel middelen uw school zal ontvangen.

Voor de berekeningen door AGODI van de bijkomende middelen voor schooljaar 2021-2022 registreert u uiterlijk 15 juli 2022 de gegevens van de leerlingen die hiervoor in aanmerking komen in Discimus.

2.1.4.4.2. Mededeling van de tijdelijke aanstellingen in het kader van de Oekraïnecrisis aan AGODI

U kunt één of meerdere personeelsleden tijdelijk aanstellen in het kader van de dringende maatregelen naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, conform de bepalingen van de decreten rechtspositie. U gebruikt daarvoor de OOM-code 37 (vluchtelingencrisis).

Het is van het grootste belang dat u de OOM-code 37 correct en consequent meestuurt met het opdrachtenpakket voor het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld. Het gaat immers over uren extra omkadering die als dusdanig herkenbaar moet zijn.

De eerst mogelijke startdatum van een zending met OOM-code 37 is 4 maart 2022.

Voor het schooljaar 2021-2022 kunnen de aanstellingen in het kader van de vluchtelingencrisis gebeuren in de periode van 4 maart 2022 tot en met 30 juni 2022.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid wordt tijdelijk aangesteld voor 6/20 in het ambt van leraar PAV voor de periode van 19 april 2022 tot en met 30 juni 2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 19/04/2022

RL-1: leraar PAV ATO 2 voor 6/20 met OOM-code 37 met begindatum opdracht 19/04/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 2:

Een voltijds vastbenoemd leraar hout (20/20), die voor 4/20 TBSOB is, wordt voor 2/20 gereaffecteerd in het ambt van leraar TV hout voor de periode van 20 maart 2022 tot 30 juni 2022.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 20/03/2022

RL-1: 20/20 leraar TV hout ATO4, met melding 4/20 TBSOB en met einddatum oneindig.

RL-1: leraar TV hout voor 2 uren met OOM-code 37 met aanduiding reaffectatie in veld R/W/T, met begindatum opdracht 20/03/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022.

Voorbeeld 3:

Een gepensioneerde leraar geeft van 2 mei tot 30 juni 15/29 het praktisch vak PV Verzorging.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 02/05/2022

RL-1: leraar PV Verzorging voor 15/29 met OOM-code 37 met begindatum opdracht 02/05/2022 en met einddatum opdracht 30/06/2022. U stuurt de zending ook met een PEN-code.

2.1.5. Centra voor de vorming van zelfstandigen en KMO

Centra voor de vorming van zelfstandigen en KMO genereren extra middelen, enkel voor leerlingen die zijn ingeschreven in een duaal structuuronderdeel of aanloopstructuuronderdeel.

2.1.5.1. Schooljaar 2021-2022

2.1.5.1.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Een centrum voor de vorming van zelfstandigen en KMO ontvangt 2,94838350 extra uren-leraar per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart en 30 juni 2022. Deze uren-leraar worden uitbetaald in een krediet, uiterlijk op 31 oktober 2022.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan worden de extra uren-leraar niet herrekend.

2.1.5.1.2. Extra werkingsbudget

Een centrum voor de vorming van zelfstandigen en KMO ontvangt per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart en 30 juni 2022, 296,41 euro als extra werkingsbudget.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

2.1.5.2. Vanaf het schooljaar 2022-2023

Specifiek voor de centra voor de vorming van zelfstandigen en KMO vindt er vanaf het schooljaar 2022-2023 één telling plaats. De eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar is immers de teldag voor de berekening van de reguliere omkadering en het bepalen van het werkingsbudget. Bijgevolg wordt geen extra telmoment op de eerste teldag van oktober van het lopende schooljaar voorzien.

2.1.5.2.1. Extra uren-leraar personeelsomkadering

Vanaf het schooljaar 2022-2023 ontvangt een centrum voor de vorming van zelfstandigen en KMO ontvangt 2,94838350 extra uren-leraar per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar. Deze uren-leraar worden uitbetaald in een krediet, uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan worden de extra uren-leraar niet herrekend.

2.1.5.2.2. Extra werkingsbudget

Een centrum voor de vorming van zelfstandigen en KMO ontvangt 889,23 euro per leerling die met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar.

Wanneer een leerling het centrum verlaat tijdens bovenvermelde periode, dan wordt het extra werkingsbudget niet herrekend. Het extra werkingsbudget wordt uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar uitbetaald.

2.2. Telling op de eerste schooldag van oktober voor de ondersteuningsnetwerken

Om de ondersteuningsnetwerken de nodige omkadering te bezorgen om ook leerlingen die uit Oekraïne vluchtten en andere anderstalige nieuwkomers met een (gemotiveerd) verslag type basisaanbod, 3 of 9 te ondersteunen, wordt de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar als bijkomende teldag ingevoerd.

Als scholen voor gewoon onderwijs, die aangesloten zijn bij een ondersteuningsnetwerk, op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer leerlingen die uit Oekraïne vluchtten en andere anderstalige nieuwkomers met een (gemotiveerd) verslag type basisaanbod, 3 of 9 tellen dan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar dan worden voor die leerlingen 1,17 bijkomende lesuren en 1,10 bijkomende uren toegekend.

Om de bijkomende lesuren en bijkomende uren per ondersteuningsnetwerk te kunnen toekennen aan een of meer scholen voor buitengewoon onderwijs, zullen de paritaire commissies die jaarlijks ook betrokken zijn bij de verdeling van de gegarandeerde omkadering naar de ondersteuningsnetwerken en scholen voor buitengewoon onderwijs, ook voor deze bijkomende lesuren en bijkomende uren een voorstel van verdeling naar scholen voor buitengewoon onderwijs in de betrokken ondersteuningsnetwerken doen aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

De bijkomende lesuren en bijkomende uren worden aangewend voor de ondersteuning van leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type basisaanbod, 3 en 9. De betrekkingen die ingericht worden met de bijkomende lesuren en bijkomende uren komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Met de bijkomende lesuren en bijkomende uren correspondeert ook bijkomend werkingsbudget. Daarvoor wordt een bedrag per omkaderingseenheid (bijkomende lesuren en bijkomende uren) toegekend volgens dezelfde regels als deze die gelden voor de toekenning van werkingsbudget voor leerlingen met een gemotiveerd verslag type 2, 4, 6 of 7 en leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type basisaanbod, 3 of 9 (artikel 330/3, §2) van de Codex Secundair Onderwijs.

2.3. Tijdelijke verslagen voor leerlingen in het secundair onderwijs (gewoon en buitengewoon secundair onderwijs)

Voor bepaalde leerlingen die gevlucht zijn uit Oekraïne kan de noodzaak bestaan om een verslag af te leveren voor toegang tot een IAC in het gewoon onderwijs of voor toegang tot het buitengewoon onderwijs.

Met het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX) werd voor de CLB ’s de mogelijkheid verlengd om tijdens het schooljaar 2021-2022 tijdelijke verslagen op te maken zonder de vereiste van een medische/classificerende diagnose. Met zo een tijdelijk verslag kan een leerling in schooljaar 2021-2022 of met het oog op de start van schooljaar 2022-2023 een IAC in het gewoon onderwijs volgen, of toegang krijgen tot het buitengewoon onderwijs. Van deze bestaande maatregel kan ook gebruik gemaakt worden voor uit Oekraïne gevluchte leerlingen.

Vanaf 1 september 2022 continueren we deze mogelijkheid tot opmaak van tijdelijke verslagen tijdens het schooljaar 2022-2023 voor uit Oekraïne gevluchte leerlingen. Voor andere leerlingen kan er in de loop van het schooljaar 2022-2023 geen tijdelijk verslag meer opgemaakt worden.

2.4. Middelen voor de huur van bestaande gebouwen en van tijdelijke modulaire units (verhogen infrastructuurcapaciteit)

Scholen krijgen extra middelen zodat ze bestaande gebouwen en modulaire units kunnen huren (met maximum bedrag per vierkante meter).

- Alle kosten voor tijdelijke modulaire units voor noodopvang, worden vergoed: plaatsing, omgevingswerken, huur en ophaling.

- Er is een eenmalige vergoeding voor de inrichting van gehuurde bestaande gebouwen en van modulaire units.

- Voor de modulaire units is er een vergoeding voor eenmalige kosten voor nutsvoorziening, fundering en beperkte omgevingsaanleg.

Meer informatie vindt u op deze webpagina. Met vragen over infrastructuur in het gesubsidieerd onderwijs kan u terecht op het mailadres oekraine@agion.be.

2.5. Inschrijven in overcapaciteit

2.5.1. Inschrijvingen in overcapaciteit in het gewoon secundair onderwijs

Er wordt een overcapaciteitsgroep bij gecreëerd voor anderstalige nieuwkomers voor de inschrijvingen in het gewoon secundair onderwijs (definitie zie punt 2.1.1.). Deze mogelijkheid wordt voorzien vanaf 4 maart 2022 en duurt zolang Richtlijn 2001/55/EG van toepassing is.

De lopende aanmeldingsprocedures voor volgend schooljaar (in 1A en 1B) maken het moeilijk om meteen "gewone" inschrijvingen voor het lopende schooljaar te realiseren: deze plaatsen voor dit schooljaar worden "gereserveerd" voor volgend schooljaar. Door deze overcapaciteitsgroep kan een school desondanks meteen tot inschrijven overgaan in overcapaciteit voor deze leerlingen, ook in 1A of 1B.

Ook in de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs en in het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers is het mogelijk om leerlingen in overcapaciteit in te schrijven, als een structuuronderdeel in een hoger leerjaar of het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers volzet is.

Het inschrijven in overcapaciteit van een anderstalige nieuwkomer is een mogelijkheid, geen verplichting. Inschrijven in overcapaciteit is steeds een gunst van de school. De school of het centrum beslist zelf om al dan niet in te gaan op de vraag van de ouders. Het creëert de mogelijkheid om op een administratief eenvoudige wijze een bijkomende inschrijving te realiseren.

2.5.2. Inschrijvingen in overcapaciteit in het buitengewoon secundair onderwijs

Er wordt een overcapaciteitsgroep bij gecreëerd voor anderstalige nieuwkomers (definitie zie punt 2.1.1.) voor de inschrijvingen in het buitengewoon secundair onderwijs. Deze mogelijkheid wordt voorzien vanaf 4 maart 2022 en duurt zolang Richtlijn 2001/55/EG van toepassing is.

De lopende aanmeldingsprocedures maken het moeilijk om meteen "gewone" inschrijvingen voor het lopende schooljaar te realiseren: deze plaatsen voor dit schooljaar worden “gereserveerd” voor volgend schooljaar.

Door deze overcapaciteitsgroep kan een school desondanks meteen tot inschrijven overgaan in overcapaciteit voor deze leerlingen.

Het inschrijven in overcapaciteit van een anderstalige nieuwkomer is een mogelijkheid, geen verplichting. Inschrijven in overcapaciteit is steeds een gunst van de school. De school beslist zelf om al dan niet in te gaan op de vraag van de ouders. Het creëert de mogelijkheid om op een administratief eenvoudige wijze een bijkomende inschrijving te realiseren.

3. Dringende maatregelen voltijds gewoon secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs

Omzetting van specifieke uren-leraar anderstalige nieuwkomers naar punten bij gebrek aan onderwijzend personeel

Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het school- of centrumbestuur tijdens het schooljaar 2022-2023 toegekende vacante uren-leraar voor de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers omzetten naar punten en aanwenden in ambten van het ondersteunend personeel.

De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 oktober van het schooljaar en gelden voor de duur van het lopende schooljaar.

Een omzetting van uren-leraar eindigt als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via de omzetting werd ingericht, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.

De punten die verkregen worden door de omzetting worden maximaal op de klasvloer aangewend ter ondersteuning van de anderstalige nieuwkomers.

De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel, in het kader van de omzetting, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokale comité.

De betrekkingen die ingericht worden in ambten van het ondersteunend personeel, door de omzetting, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De omzetting van de uren-leraar naar punten gebeurt volgens de onderstaande omzettingen:

a) 11 uren-leraar = 31,5 punten voor aanwending in een of meer betrekkingen met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs in een wervingsambt van het ondersteunend personeel;

b) 22 uren-leraar = 63 punten voor aanwending in een of meer betrekkingen met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs in een wervingsambt van het ondersteunend personeel;

c) 11 uren-leraar = 41 punten voor aanwending in een of meer betrekkingen met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor in een wervingsambt van het ondersteunend personeel;

d) 22 uren-leraar = 82 punten voor aanwending in een of meer betrekkingen met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor in een wervingsambt van het ondersteunend personeel;

e) 10 uren-leraar = 60 punten voor aanwending in een of meer betrekkingen met bekwaamheidsbewijs ten minste master in een wervingsambt van het ondersteunend personeel;

f) 20 uren-leraar = 120 punten voor aanwending in een of meer betrekkingen met bekwaamheidsbewijs ten minste master in een wervingsambt van het ondersteunend personeel.

De wijze van mededelen van de omzettingen zal door Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld worden voorafgaand aan de start van het schooljaar 2022-2023.

Voorbeelden:

Een school stelt een lerarentekort vast en beslist dat ze een aantal uren niet kan invullen voor de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers. Ze beslist na lokaal overleg om die uren om te zetten naar punten voor aanwending in ambten van het ondersteunend personeel ter ondersteuning van anderstalige nieuwkomers.

Voorbeeld 1:

De school zet 11 OKAN-uren om naar 31,5 punten voor de oprichting van betrekkingen met een bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs. De school heeft verschillende mogelijkheden, zoals:

- Met deze 31,5 punten richt ze een opdracht van 18/36 opvoeder ssc 202 in en stelt ze daar een personeelslid in aan

- Met deze 31,5 punten richt ze een opdracht van 17/36 ICT-coördinator ssc 202 (30 punten) in en stelt ze daar een personeelslid in aan

- De school wendt 30 punten aan van de 31,5 punten om een betrekking van 4/36 administratief medewerker ssc 202 in te richten (7 punten) en een betrekking van 10/36 opvoeder ssc 158 (23 punten). Samen komt dit op 30 punten.

Voorbeeld 2:

De school zet 11 OKAN-uren om naar 41 punten voor de oprichting van betrekkingen met een bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor. De school heeft verschillende mogelijkheden, zoals:

- Met deze 41 punten richt ze een opdracht van 18/36 opvoeder ssc 158 in en stelt ze daar een personeelslid in aan

- De school wendt 40 punten aan van de 41 punten om een betrekking van 17/36 ICT-coördinator ssc 301 in te richten.

- De school wendt de 41 punten om een betrekking van 8/36 administratief medewerker ssc 158 in te richten (18 punten) en een betrekking van 7/36 opvoeder ssc 542 (23 punten). Samen komt dit op 41 punten.

Voorbeeld 3:

De school zet 20 OKAN-uren om naar 120 punten voor de oprichting van betrekkingen met een bekwaamheidsbewijs ten minste master. De school heeft verschillende mogelijkheden, zoals:

- Met deze 120 punten richt ze een opdracht van 18/36 opvoeder ssc 542 (60 punten) en een betrekking van 18/36 administratief medewerker ssc 542 (60 punten) in

- De school wendt de 120 punten aan om een betrekking van 13/36 administratief medewerker ssc 542 in te richten (43 punten), een betrekking van 3/36 opvoeder ssc 542 (10 punten) en een betrekking van 19/36 ICT-coördinator ssc 501 (67 punten). Samen komt dit op 120 punten.

De personeelsleden die aangesteld worden in de ambten van het ondersteunend personeel, na omzetting van de lestijden anderstalige nieuwkomers in punten, meldt u met OOM-code 38.

Voorbeeld 1:

De school zet vanaf 1 oktober 11 OKAN-uren om naar 41 punten en richt een betrekking van 18/36 opvoeder ssc 158 op om de anderstalige nieuwkomers te ondersteunen

U maakt één bericht met geldigheidsdatum 01.10:

RL-1: 18/36 opvoeder "ten minste bachelor" ATO 2 met OOM-code 38 tot 30 juni.

Voorbeeld 2:

De school zet vanaf 1 oktober 11 OKAN-uren om naar 31,5 punten en gebruikt hiervan 30 punten om een betrekking van 4/36 administratief medewerker ssc 202 (= 7 punten) en van 10/36 opvoeder ssc 158 (= 23 punten) op te richten om de anderstalige nieuwkomers te ondersteunen

U maakt één bericht met geldigheidsdatum 01.10:

RL-1: 4/36 administratief medewerker "ten minste HSO" ATO 2 met OOM-code 38 tot 31 augustus.

RL-1: 10/36 opvoeder "ten minste bachelor" ATO 2 met OOM-code 38 tot 30 juni.

Voorbeeld 3:

De school zet vanaf 13 november 11 OKAN-uren om naar 41 punten en richt een betrekking van 17/36 ICT-coördinator opleidingsniveau ten minste bachelor ssc 301 (= 40 punten) op om de anderstalige nieuwkomers te ondersteunen

U maakt één bericht met geldigheidsdatum 13.11:

RL-1: 17/36 ICT-coördinator "ten minste bachelor" ATO 2 met OOM-code 38 tot 30 juni.

4. Dringende maatregelen voltijds gewoon secundair onderwijs

4.1. Ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats voor onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers

Er is vanaf 4 maart 2022 tot zolang richtlijn 2001/55/EG actief is geen aanvraag nodig voor de in gebruikname van een nieuwe vestigingsplaats voor het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomer in het gewoon secundair onderwijs. Een schriftelijke melding bij de afdeling secundair onderwijs van het Agentschap voor Onderwijsdiensten volstaat, uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat:

1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;

2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.

Dit gebeurt met het formulier in bijlage 1.

4.2. Vrije programmatie onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers

Het structuuronderdeel "onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomer" is momenteel programmeerbaar in het gewoon secundair onderwijs mits goedkeuring van de Vlaamse Regering.

Het "onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers" wordt vanaf 4 maart 2022 tot zolang richtlijn 2001/55/EG actief is, tijdelijk vrij programmeerbaar. Zo faciliteren we het flexibel inrichten van het onthaaljaar op basis van de noden die zich aandienen en reduceren we de planlast voor schoolbesturen.

Het schoolbestuur meldt de programmatie (namens een scholengemeenschap, als de school tot een scholengemeenschap behoort) schriftelijk bij de afdeling secundair onderwijs van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, uiterlijk op de datum van de effectieve opstart.

Bij die melding gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.

De programmatie heeft geen betrekking op een individueel schoolbestuur, maar op de scholengemeenschap. Op het niveau van de scholengemeenschap zelf wordt bepaald in welke scholen van die scholengemeenschap onthaalonderwijs wordt ingericht.

Dit gebeurt met het formulier in bijlage 2.

Als in het geval van een scholengemeenschap het bestaande aanbod van scholen met onthaalonderwijs wijzigt (uitbreiding of inkrimping), dan is dat GEEN programmatie maar moet wel het Agentschap voor Onderwijsdiensten vooraf op de hoogte worden gebracht per e-mail: scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be.

4.3. Tijdelijke inzetbaarheid van vervolgschoolcoaches in het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers

Elke contactschool van een scholengemeenschap en elke school met onthaalonderwijs buiten een scholengemeenschap krijgt 0,9 uren-leraar per regelmatige anderstalige nieuwkomer in het onthaaljaar voor vervolgschoolcoaching. Deze uren-leraar kunnen uitsluitend worden aangewend voor begeleiding, ondersteuning en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het regulier onderwijs en voor expertise-overdracht en -opbouw in het regulier onderwijs m.b.t. gewezen anderstalige nieuwkomers. Voor meer info over deze extra omkadering, zie omzendbrief SO 75 "Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds gewoon secundair onderwijs".

Gelet op het lerarentekort dat zich ook stelt in het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers kan de school vanaf 4 maart 2022 bij een acuut lerarentekort beslissen om de vervolgschoolcoach(es) tijdelijk in te zetten voor het onthaaljaar. Indien de school deel uitmaakt van een scholengemeenschap waar verschillende scholen onthaalonderwijs organiseren, dan wordt deze beslissing genomen binnen het gestructureerd en systematisch overleg dat door de scholengemeenschap wordt georganiseerd.

5. Extra werkingsbudget CLB voor onthaal en begeleiding

Alle CLB’s samen ontvangen tot en met 31 december 2022 een eenmalig extra werkingsbudget van 3.897.331,5 euro voor het onthaal en de begeleiding van Oekraïense vluchtelingen. Het extra werkingsbudget wordt verdeeld onder de individuele CLB’s op basis van hun aandeel in de nieuwe omkadering.

Vanaf het begrotingsjaar 2023 wordt er tot het einde van het schooljaar waarin er een uitvoeringsbesluit van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan in werking is, extra werkingsbudget toegekend aan de CLB’s voor het onthaal en de begeleiding van Oekraïense vluchtelingen.

Het extra werkingsbudget bedraagt 150,7662 euro per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan. De middelen kunnen gebruikt worden om personeel aan te stellen. De middelen worden ingezet voor de organisatie en de uitvoering van het onthaal van de leerling, kort na de inschrijving van de leerling in de school, en de andere opdrachten m.b.t. het psychisch en sociaal functioneren, de preventieve gezondheidszorg, de onderwijsloopbaan en het leren en studeren zoals opgenomen in het decreet leerlingenbegeleiding en het uitvoeringsbesluit operationalisering leerlingenbegeleiding.

Om alle CLB’s netoverstijgend te ondersteunen in bovenstaande opdracht wordt er vanaf het begrotingsjaar 2022 en tot het einde van het schooljaar waarin er een uitvoeringsbesluit van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan in werking is, 59.017 extra werkingsbudget toegekend aan één van de permanente ondersteuningscellen voor de aanstelling van een medewerker.

Deze medewerker heeft bij de uitvoering van de opdracht aandacht voor een gelijkgerichte aanpak. Het is noodzakelijk dat de maatregelen die in onderwijs maar ook in andere beleidsdomeinen genomen worden en impact hebben op de leerlingenbegeleiding van het CLB, zoveel als mogelijk een gelijkgerichte uitvoering kennen voor alle CLB’s in functie van haalbaarheid en herkenbaarheid. Zo worden in het kader van de prioritaire maatregelen op het vlak van preventie en controle van infectieziekten voor Oekraïense vluchtelingen lokaal afspraken gemaakt over medische screening en vaccinatie waarbij CLB’s een sensibiliserende en waar nodig aanklampende rol opnemen om Oekraïense vluchtelingen toe te leiden naar de lokale verantwoordelijke instanties voor medische screening en prioritaire vaccinatie. De medewerker heeft ook de opdracht om de CLB’s te ondersteunen in hun trauma sensitieve werking en fungeert als contactpersoon voor de CLB’s, de vertegenwoordigers van de centrumnetten CLB, de verschillende betrokken overheden andere betrokken partners.

De middelen worden toegekend aan één permanente ondersteuningscel maar worden netoverstijgend ingezet.

6. Zomeraanbod

6.1. Algemeen

Scholen van het basis- en secundair onderwijs en lokale besturen kunnen een gesubsidieerd zomeraanbod organiseren voor kleuters en leerplichtige leerlingen die tijdelijke bescherming genieten op basis van het Uitvoeringsbesluit 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en dit voor de zomervakantie van 2022.

Het zomeraanbod is een gevarieerd en doelgericht aanbod van onderwijs- en vrijetijdsactiviteiten. Doelstellingen van het zomeraanbod zijn werken aan de algemene competenties van de leerlingen, en/of werken aan specifieke noden. Het zomeraanbod kan georganiseerd worden door scholen van het basis- en secundair onderwijs en lokale besturen, in samenwerking met de vele partners op het terrein.

Het zomeraanbod volgt grotendeels het opzet, de doelstellingen en de procedure van "reguliere" zomerscholen waarvoor de aanvraagprocedure open staat tot 30 mei 2022. Voor het zomeraanbod is er een aparte subsidieoproep, waaraan subsidies verbonden zijn.

De organisatie van een zomeraanbod voor tijdelijk beschermde kinderen en jongeren uit Oekraïne betekent niet dat deze leerlingen uitgesloten worden van deelname aan de hoger vermelde zomerscholen Indien organisatoren zomerscholen organiseren met een voor de Oekraïense kinderen en jongeren relevant aanbod, kunnen zij hierbij aansluiten. De oproep zomeraanbod richt zich vooral op die kinderen en jongeren die pas later in Vlaanderen zijn toegekomen en/of geen plaats hebben in de gewone zomerscholen.

6.1.1. Wat is het zomeraanbod?

Het zomeraanbod is bedoeld voor kinderen die in het kader van de Oekraïnecrisis tijdelijk in België verblijven. Het aanbod speelt zoveel mogelijk in op de specifieke noden van deze kinderen en jongeren. Het staat de organisatoren vrij om te kiezen op welke meer specifieke doelgroep (qua leeftijd bijvoorbeeld) ze zich richten.

In het zomeraanbod staat het leren van (schoolse) kennis en vaardigheden centraal. Er wordt zoveel mogelijk op maat van de leerlingen gewerkt. Het zomeraanbod kan zich zowel richten op specifieke noden, als op algemene competenties. Voor veel leerlingen zal de verwerving van het Nederlands een belangrijk element zijn. Het onderwijsaanbod wordt uitgebreid met een vrijetijdsaanbod waarin er kan ingezet worden op (educatieve) sport- en spelvormen of de realisatie van bijkomende doelstellingen, zoals het verhogen van zelfvertrouwen van de jongeren/kinderen, het ontwikkelen van sociale vaardigheden,… De kans is reëel dat er kinderen en jongeren met (oorlogs)trauma’s in het zomeraanbod zullen terecht komen. Het is belangrijk dat er op een aangepaste manier met hen wordt gewerkt.

Het zomeraanbod vindt plaats in de zomervakantie van 2022 en heeft een duur van tien volle dagen of twintig halve dagen. Gezien de specifieke situatie van deze kinderen en jongeren kan dergelijk engagement echter te lang zijn. Om die reden voorzien we de mogelijkheid om een zomeraanbod te organiseren met een duur van 5 volle dagen of 10 halve dagen.

Deelname aan het zomeraanbod is gratis voor de kinderen en hun ouders.

6.1.2. Subsidieoproep zomeraanbod en subsidies

Voor het zomeraanbod is er een aparte subsidieoproep, waaraan aparte subsidies verbonden zijn.

6.1.2.1. Subsidieoproep zomeraanbod

De subsidieoproep gaat meer in detail in op de volgende aspecten van het zomeraanbod:

1. Projectdoelstellingen en aanbod

2. Doelgroep

3. Organisatoren en samenwerkingsverbanden

4. Personeel van het zomeraanbod en hun verloning

5. Locatie van het zomeraanbod

6. Looptijd

7. Indiening en kwaliteitszorg

8. Budget

9. Communicatie

10. Ondersteuning

Bekijk de subsidieoproep op deze webpagina.

6.1.2.2. Subsidies

De financiering van het zomeraanbod bestaat uit 2 delen:

1. De financiering van het onderwijs- en vrijetijdsaanbod;

2. De financiering van de regierol;

Voor elk van deze delen wordt per leerling een forfaitair bedrag voorzien:

- Per leerling per halve dag van het zomeraanbodinitiatief wordt een subsidie voorzien van 22,5 euro voor de organisatie van een onderwijsaanbod en het vrijetijdsaanbod (sport, cultuur,…).

- In het geval een lokaal bestuur een regierol opneemt voor een zomeraanbodinitiatief met verschillende partners, is er extra financiering voorzien. De regierol kan worden opgenomen voor alle maar zeker voor minimum 2 scholen op haar grondgebied. Lokale besturen ontvangen voor de regierol 20 euro per leerling voor de volledige duur van het zomeraanbod.

- Onderwijsinstellingen die geen beroep doen op de regierol van een lokaal bestuur ontvangen een extra subsidie van 5 euro per leerling voor de periode van de zomeraanbod, voor de indirecte kosten2  .

In het subsidiedossier, dat na afloop van het zomeraanbod wordt ingediend, worden de effectieve leerlingenaantallen opgevraagd. Het doorgeven van de effectieve leerlingenaantallen betekent dat organisatoren de aanwezigheden van de leerlingen moeten bijhouden. Het is niet nodig de aanwezigheidslijsten te bezorgen aan de Vlaamse overheid.

De subsidie voor het onderwijs- en vrijetijdsaanbod wordt uitbetaald aan de indienende onderwijsinstelling of het indienend lokaal bestuur.

Opgelet: De subsidie wordt pas uitbetaald na afloop van de periode van het zomeraanbod op basis van de effectieve leerlingenaantallen.

Aangezien alle bedragen pas achteraf worden uitbetaald is het niet nodig eerst een schatting door te geven.

6.2. Contactgegevens voor meer informatie

Voor meer informatie over het zomeraanbod kan u contact opnemen via zomerschool@vlaanderen.be.

7. Ondersteuningsaanbod Agentschap voor Onderwijsdiensten

7.1. Algemeen

Scholen, centra en lokale besturen kunnen een beroep doen op het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) voor:

1° Ondersteuning bij het maken van een afsprakenkader (opvang, aanbod en toeleiding naar het onderwijs).

2° Toelichting over (nieuwe) regelgeving over de organisatie van het onderwijs.

3° Contactinfo van lokale partners en partners op Vlaams niveau.

AGODI werkt vraaggestuurd, complementair aan andere partners en op maat van de ondersteuningsnoden van wie de vraag stelt.

7.2. Contactgegevens voor meer informatie

Voor meer informatie over het ondersteuningsaanbod kan u contact opnemen via oekraiensevluchtelingen.agodi@vlaanderen.be.

8. Bijlagen

- (1):   Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen

- (2):    Indien "overheadkosten" worden aangerekend, dan worden geen kosten meer vergoed voor het sluiten en het beheer van de overeenkomsten, de huur en het onderhoud van gebouwen, lokalen, vergaderzalen met inbegrip van de normale kantooruitrusting, de kosten voor verwarming, verlichting, elektriciteit, de kosten verbonden met het centrale beheer van de goederen en diensten die aan de opdrachthouder ter beschikking worden gesteld en de kosten zoals voor telefoon, fax, kopieën, correspondentie, kantoorbenodigdheden en apparatuur die niet specifiek met de uitvoering van het project verbonden zijn.