Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming

  • Met ingang van het schooljaar 2015-2016 wijzigt de procedure van vacantverklaring met het oog op een vaste benoeming op 1 juli of op 1 oktober. De betrekking en die op 1 maart vacant zijn, moeten voor 1 april meegedeeld worden met het oog op een vaste benoeming op 1 juli of 1 oktober.
  • Voor een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van het ondersteunend personeel is geen nieuwe vaste benoeming nodig als dit personeelslid in een betrekking met een hogere puntenwaarde wordt aangesteld, op voorwaarde dat dit binnen de draagwijdte van de vaste benoeming valt.

1. Inleiding

Voor een vaste benoeming in een wervingsambt zijn twee ingangsdata van kracht: 1 juli en 1 oktober.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.

De tweede ingangsdatum van 1 oktober geeft aan een personeelslid de mogelijkheid om nog een vaste benoeming te
bekomen als dit personeelslid op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstap t via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ).

Voor de vaste benoemingen op beide data geldt eenzelfde moment van vacantverklaring en mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen. De vacantverklaring en mededeling gebeur
en steeds op basis van de personeelsformatie op 1 maart voorafgaand aan de vaste benoeming van 1 juli é n 1 oktober . Daarnaast kunnen ook betrekkingen vacant worden verklaard die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant zullen worden door pensionering of TBSVP. De vacante betrekkingen moeten worden meegedeeld uiterlijk voor 1 april.
Dit betekent dat de betrekkingen die voor 1 april meegedeeld worden met het oog op een vaste benoeming, gelden voor een vaste benoeming op 1 juli én op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar voor wie op 1 juli nog niet in aanmerking komt voor een vaste benoeming of als het gaat om een vacant verklaarde betrekking die pas na 1 juli vacant wordt.
Een personeelslid moet zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data. Dit geldt ook voor het personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoet, maar wel op 1 oktober aan de voorwaarden zal voldoen.


Meer informatie over de wijzigingen aan de procedure vindt u in deze
omzendbrief .

1.1. Algemeen

Vaste benoeming is een decretaal bepaalde toestand die aan een personeelslid een aantal rechten en plichten toekent.

Een personeelslid dat wordt vast benoemd, kan vanuit deze toestand genieten van zekerheid van werkgelegenheid en van verloning.

Personeelsleden die vast benoemd zijn, hebben immers via het principe van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling steeds recht op tewerkstelling en de daarbij horende verloning.

Een vaste benoeming geeft ook recht op een ganse reeks verlofstelsels, op ziekteverlof, op pensioen, ...

Deze omzendbrief heeft tot doel toe te lichten volgens welke regels de vaste benoeming aan een personeelslid wordt toegekend en hoe de inrichtende macht deze benoeming vervolgens moet meedelen aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, opdat zij zou uitwerking hebben ten aanzien van de overheid.

Deze regels zijn vastgelegd in de decreten rechtspositie van 27 maart 1991 , respectievelijk voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde CLB's.

Wanneer en binnen welke termijn u een vaste benoeming moet meedelen aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, is vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van de vaste benoeming aan het departement onderwijs.

Tenslotte werd bij ministerieel besluit voorgeschreven op welke wijze een vaste benoeming, een mutatie of een wijziging van affectatie aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming moet worden meegedeeld. Het gaat om het ministerieel besluit van 24 april 2006 ter uitvoering van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van de vaste benoeming aan het departement onderwijs.

1.2. Toepassingsgebied

Deze omzendbrief is van toepassing op de personeelsleden van het gemeenschaps- en gesubsidieerd onderwijs.

De omzendbrief bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor alle niveaus.

Dit algemeen deel bestaat uit volgende hoofdstukken:

  • Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen betreffende vaste benoeming;
  • Hoofdstuk 8. Mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming;
  • Hoofdstuk 9. Opmerkingen.

De omzendbrief behandelt vervolgens per onderwijsniveau de bepalingen betreffende vaste benoeming die specifiek zijn voor dat onderwijsniveau:

  • Hoofdstuk 3. Het basisonderwijs;
  • Hoofdstuk 4. Het secundair onderwijs;
  • Hoofdstuk 5. Het volwassenenonderwijs;
  • Hoofdstuk 6. Het deeltijds kunstonderwijs;
  • Hoofdstuk 7. De centra voor leerlingenbegeleiding en de permanente ondersteuningscellen.

Hier vindt u:

  • aan welke voorwaarden het personeelslid moet voldoen;
  • aan welke voorwaarden de betrekking moet beantwoorden;
  • en wat de draagwijdte is van een benoeming.

Opmerking 
In deze omzendbrief wordt het begrip inrichtende macht gehanteerd. Voor het basisonderwijs en secundair onderwijs moet inrichtende macht steeds gelezen worden als schoolbestuur, in het volwassenenonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding als centrumbestuur en voor het POC als de afgevaardigd-bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs.

2. Algemene bepalingen betreffende vaste benoeming

2.1. Procedure van vacantverklaring

Een vaste benoeming kan pas worden uitgesproken als de inrichtende macht de betrekking waarin de vaste benoeming plaatsvindt correct vacant heeft verklaard en heeft meegedeeld aan de personeelsleden die in aanmerking komen voor een vaste benoeming.

De decreten rechtspositie bepalen tijdens welke periode de inrichtende macht haar vacante betrekkingen moet openbaar maken en deze betrekkingen moet meedelen aan haar personeelsleden, en welke rechtsgeldige ingangsdatum voor de benoeming van toepassing is.

2.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

2.1.1.1. Wervingsambten

In het gemeenschapsonderwijs gebeurt de vacantverklaring van betrekkingen in wervingsambten per scholengroep:

1. De raad van bestuur van de scholengroep stelt op basis van de personeelsformatie op 1 maart van dat schooljaar de vacantverklaring op. Dit gebeurt vóór 1 april.

De raad van bestuur moet alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn, vacant verklaren en opnemen in deze vacantverklaring. De betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking wegens definitieve arbeidsongeschiktheid na een beslissing van Medex of van een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie, is vanaf het ogenblik van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking van het personeelslid een vacante betrekking en moet - net als de andere vacante betrekkingen - mee opgenomen worden in de vacantverklaring. N.B. Vanaf 1 september 2014 is terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking niet meer mogelijk naar aanleiding van: 

  • een beslissing van MEDEX dat het personeelslid definitief ongeschikt wordt verklaard voor de uitoefening van zijn gewone werkzaamheden, maar wel geschikt voor specifieke functies die door MEDEX worden bepaald;
  • een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een re-integratieprocedure.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De raad van bestuur moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De raad van bestuur kan betrekkingen die tussen 1 maart tot en met 1 september daaropvolgend vacant worden door pensionering of terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, eveneens vacant verklaren.

De raad van bestuur bepaalt wanneer en onder welke vorm een personeelslid zich kandidaat moet stellen voor een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking. Hiertoe maakt de raad elk jaar vóór 1 april de lijst van vacant verklaarde betrekkingen openbaar, samen met een beschrijving van de wijze waarop een personeelslid zijn kandidatuur moet indienen.

De vacant verklaarde betrekkingen worden omschreven conform de bepalingen van artikel 3, 10° van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs.

2. Op 1 juli van hetzelfde schooljaar en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar moet de raad van bestuur de vaste benoeming uitspreken, op voorwaarde dat de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een raad van bestuur een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de raad van bestuur vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant worden door p ensionering of TBSVP .
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De raad van bestuur moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de raad van bestuur op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de raad van bestuur op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

De vaste benoeming kan uitgesproken worden voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacantverklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

Met ingang van 1 januari 2014 geldt in het volwassenenonderwijs een beperking op vaste benoemingen in het ambt van lector in een HBO5-opleiding. Deze beperking geldt tot en met het ogenblik dat de HBO5-opleiding is omgevormd.

Dit houdt in dat een raad van bestuur van een scholengroep in het volwassenenonderwijs in het ambt van lector in een HBO5-opleiding geen vaste benoeming kan uitspreken zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. Dit betekent dat de raad van bestuur ook geen betrekkingen kan vacant verklaren in het ambt van lector in een HBO5-opleiding zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. 

Uitzonderingen
- Op de beperking betreffende vaste benoeming in het ambt van lector in het HBO5 in het volwassenenonderwijs geldt een uitzondering voor het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Dit personeelslid kan wel nog worden vast benoemd op 1 juli of 1 oktober  als het personeelslid voldoet aan de voorwaarden ter zake. De voorwaarden voor een vaste benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar vindt u terug in punt 5.2.
- De beperking op een vaste benoeming geldt niet voor betrekkingen in het ambt van lector in de SLO.
- De beperking op een vaste benoeming geldt niet voor het ambt van administratief medewerker.
- De beperking op vaste benoeming in het HBO5 geldt ook niet voor de opleiding Verpleegkunde in het gewoon secundair onderwijs.

2.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

2.1.1.2.1. Algemeen

De raad van bestuur maakt ten minste éénmaal per jaar de vacante betrekkingen bekend die in aanmerking komen voor toelating tot de proeftijd en vaste benoeming.

Opgelet : betrekkingen in een selectie- of bevorderingsambt zijn deelbaar.

Voor het basis- en secundair onderwijs houdt dit in dat een voltijdse betrekking in één van deze ambten kan worden toegekend aan één personeelslid of aan twee personeelsleden die dan elk met een halftijdse betrekking worden belast.

In het secundair onderwijs kan een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van het bevorderingsambt van directeur, ook halftijds worden ingericht.

Het bevorderingsambt van directeur wordt steeds voltijds ingericht, maar kan wel wegens de deelbaarheid van het ambt aan meerdere personeelsleden worden toegekend.

Voor het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs betekent dit dat een betrekking in een selectieambt aan één of meerdere personeelsleden kan worden toegewezen. Een betrekking in een bevorderingsambt kan aan één of twee personeelsleden worden toegekend.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De raad van bestuur moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

2.1.1.2.2. Vacantverklaring van de betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is

De raad van bestuur kan een volledige betrekking van directeur vacant verklaren als de titularis van deze betrekking gedurende een bepaalde periode afwezig is omwille van een of meerdere aansluitende verlofstelsels.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief PERS/2009/05 van 07-07-2009 -Vacant laten worden van een betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is - Maatregelen voor het schooljaar 2009-2010.

2.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

2.1.2.1. Wervingsambten

In het gesubsidieerd onderwijs ziet de procedure van vacantverklaring van betrekkingen in wervingsambten er als volgt uit:

1. De inrichtende macht deelt vóór 1 april aan de personeelsleden van haar instellingen de vacante betrekkingen in een wervingsambt mee die in aanmerking komen voor vaste benoeming. Het uitgangspunt voor deze vacantverklaring is steeds de personeelsformatie op 1 maart van dat schooljaar. De betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking wegens definitieve arbeidsongeschiktheid na een beslissing van Medex of van een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een procedure tot re-integratie, is vanaf het ogenblik van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking van het personeelslid een vacante betrekking en moet - net als de andere vacante betrekkingen - meegedeeld worden met het oog op vaste benoeming. N.B. Vanaf 1 september 2014 is terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking niet meer mogelijk naar aanleiding van: 

  • een beslissing van MEDEX dat het personeelslid definitief ongeschikt wordt verklaard voor de uitoefening van zijn gewone werkzaamheden, maar wel geschikt voor specifieke functies die door MEDEX worden bepaald;
  • een advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in het kader van een re-integratieprocedure.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De inrichtende macht moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De inrichtende macht kan daarnaast betrekkingen die tussen 1 maart tot en met 1 september daaropvolgend vacant worden door pensionering of terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen, eveneens meedelen als een vacante betrekking met het oog op een vaste benoeming.

Deze mededeling van de vacante betrekkingen bevat een duidelijke omschrijving van de aangeboden betrekkingen en vermeldt de vorm waarin en de termijn waarbinnen een personeelslid moet kandideren bij de inrichtende macht, evenals de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vaste benoeming. Dit bericht wordt aan alle personeelsleden meegedeeld en openbaar gemaakt voor 1 april.

De vacant verklaarde betrekkingen worden omschreven conform de bepalingen van artikel 5, 12° van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Als in het basis- of secundair onderwijs de school tot een scholengemeenschap behoort, dan gebeurt de mededeling van de vacante betrekkingen aan alle personeelsleden van alle scholen van de scholengemeenschap, ook als die tot een andere inrichtende macht behoren.

2. Op 1 juli van hetzelfde schooljaar en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar moet de inrichtende macht de vaste benoeming uitspreken, op voorwaarde dat de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een inrichtende macht een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de inrichtende macht vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant wo rden door pensionering of TBSVP .
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De inrichtende macht moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de inrichtende macht op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de inrichtende macht op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

De vaste benoeming kan uitgesproken worden voor het geheel of voor een deel van de vacant verklaarde betrekking. Dit betekent bv. dat een vacantverklaarde betrekking kan worden opgedeeld in verschillende deelbetrekkingen en zo worden toegewezen aan meerdere personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld voor die betrekking of dat een deeltijds vastbenoemd personeelslid op basis van zijn voorrang een uitbreiding van zijn vaste benoeming kan krijgen via een deel van de vacant verklaarde betrekking.

Met ingang van 1 januari 2014 geldt in het volwassenenonderwijs een beperking op vaste benoemingen in het ambt van lector in een HBO5-opleiding. Deze beperking geldt tot en met het ogenblik dat de HBO5-opleiding is omgevormd.

Dit houdt in dat een centrumbestuur in het volwassenenonderwijs in het ambt van lector in een HBO5-opleiding geen vaste benoeming kan uitspreken zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. Dit betekent dat een centrumbestuur ook geen mededeling van vacante betrekkingen kan doen in het ambt van lector in een HBO5-opleiding zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. ….  

Uitzonderingen
- Op de beperking betreffende vaste benoeming in het ambt van lector in het HBO5 in het volwassenenonderwijs geldt een uitzondering voor het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Dit personeelslid kan wel nog worden vast benoemd op 1 juli of 1 oktober  als het personeelslid voldoet aan de voorwaarden ter zake. De voorwaarden voor een vaste benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar vindt u terug in punt 5.2.
- De beperking op een vaste benoeming geldt niet voor betrekkingen in het ambt van lector in de SLO.
- De beperking op vaste benoeming geldt niet voor het ambt van administratief medewerker.
- De beperking op vaste benoeming in het HBO5 geldt ook niet voor de opleiding Verpleegkunde in het gewoon secundair onderwijs.

2.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

2.1.2.2.1. Algemeen

In het gesubsidieerd vrij onderwijs is er geen decretale verplichting m.b.t. de vacantverklaring van selectie- en bevorderingsambten. De inrichtende macht hoeft deze ambten dus niet vacant te verklaren.

In het gesubsidieerd officieel onderwijs daarentegen moet er rekening worden gehouden met het beginsel van de principiële toegankelijkheid tot het openbaar ambt. De inrichtende macht kan kiezen tussen een vacantverklaring bij bevordering (intern) of aanwerving (ook extern) bij een definitieve vacature in een selectie- of bevorderingsambt.

Opgelet : betrekkingen in een selectie- of bevorderingsambt zijn deelbaar.

Voor het basis- en secundair onderwijs houdt dit in dat een voltijdse betrekking in één van deze ambten kan worden toegekend aan één personeelslid of aan twee personeelsleden die dan elk met een halftijdse betrekking worden belast.

In het secundair onderwijs kan een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van het bevorderingsambt van directeur, ook halftijds worden ingericht.

Het bevorderingsambt van directeur wordt steeds voltijds ingericht, maar kan wel wegens de deelbaarheid van het ambt aan meerdere personeelsleden worden toegekend.

Voor het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs betekent dit dat een betrekking in een selectieambt aan één of meerdere personeelsleden kan worden toegewezen. Een betrekking in een bevorderingsambt kan aan één of twee personeelsleden worden toegekend.

Als een vastbenoemd personeelslid de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, wordt het deel van de opdracht waarvoor het personeelslid dit langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen opneemt, 24 maanden na de aanvangsdatum van dit verlof een vacante betrekking. De inrichtende macht moet deze vacante betrekking volgens de gebruikelijke procedure vacant verklaren en opnemen in de vacantverklaring.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

2.1.2.2.2. Vacantverklaring van de betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is

De inrichtende macht kan een volledige betrekking van directeur als een vacante betrekking beschouwen als de titularis van deze betrekking gedurende een bepaalde periode afwezig is omwille van een of meerdere aansluitende verlofstelsels.

Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief PERS/2009/05 van 07-07-2009 -Vacant laten worden van een betrekking van een vastbenoemd directeur die langdurig afwezig is - Maatregelen voor het schooljaar 2009-2010.

2.2. Ingangsdatum van de vaste benoeming

2.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is. 

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een vacant verklaarde betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen of met TBSVP gaat).

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

2.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

2.2.2.1. Gemeenschapsonderwijs

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden en moet effectief worden gepresteerd in de betrekking van het ambt waarin het personeelslid tot de proeftijd is toegelaten. Elke onderbreking verlengt de duur van de proeftijd met de duur van de onderbreking.

Voor een personeelslid dat tijdens zijn proeftijd belast wordt met het mandaat van algemeen directeur of het mandaat van coördinerend directeur, tellen de diensten gepresteerd tijdens de mandaatperiode mee als effectieve prestaties voor de proeftijd.

Deze proeftijd is éénmaal verlengbaar voor een periode van 12 maanden.

De toelating tot de proeftijd is niet gebonden aan een vaste ingangsdatum.

Dit betekent dus dat de raad van bestuur van de scholengroep een personeelslid aan de proeftijd kan laten beginnen op de eerste dag van elke maand.

Voorbeeld

Een personeelslid wordt op 1 april 2016 tot de proeftijd toegelaten in een betrekking van directeur. De proeftijd begint te lopen vanaf 1 april 2016 tot en met 31 maart 2017.

De vaste benoeming kan bijgevolg op zijn vroegst ingaan op 1 april 2017.

Het doorlopen van een proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen.

Voorbeeld

Een personeelslid wordt op 1 januari 2016 in scholengroep A vast benoemd in een halftijdse betrekking van adjunct-directeur.

Op 1 september 2016 wordt in scholengroep A een halftijdse betrekking van adjunct-directeur vacant verklaard. Het reeds deeltijdse benoemde personeelslid kandideert voor deze vacature.

De scholengroep kan dit personeelslid vast benoemen in de vacature en het personeelslid moet geen nieuwe proeftijd meer doorlopen vermits hij reeds deeltijds benoemd is in het ambt van adjunct-directeur.

2.2.2.2. Gesubsidieerd onderwijs

In het gesubsidieerd onderwijs wordt voor een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum opgelegd.

Een vaste benoeming kan dan ook plaatsvinden op de eerste dag van elke maand.

Voorbeeld

Een betrekking van directeur is op 1 maart vacant geworden door pensionering van de titularis. Vaste benoeming van een nieuwe directeur kan ingaan op 1 maart, 1 mei, 1 juni, 1 september, ....

2.3. Mutatie en affectatie

2.3.1. Gemeenschapsonderwijs

Affectatie : De vaste benoeming gebeurt door de raad van bestuur van de scholengroep. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs - affecteert het personeelslid aan een instelling van de scholengroep of aan het vormingscentrum.

Als het personeelslid aan een andere instelling van dezelfde scholengroep wordt toegewezen, spreekt men van een nieuwe affectatie. In principe gebeurt dit in hetzelfde ambt als het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was. In het basisonderwijs geldt er vanaf 1 september 2012 een afwijking op dit principe, zodat ook in een ander ambt dan dat van vaste benoeming kan worden geaffecteerd. In dat geval kan de nieuwe affectatie ook plaatsvinden in dezelfde instelling (zie punt 3.5).

Mutatie : Een vastbenoemd personeelslid neemt een betrekking op in hetzelfde ambt in een andere instelling binnen een andere scholengroep of binnen het vormingscentrum. In het basisonderwijs geldt er vanaf 1 september 2012 een afwijking op het principe dat bij mutatie het personeelslid een betrekking moet opnemen in hetzelfde ambt (zie punt 3.5).

Een vastbenoemd personeelslid kan ook muteren naar het gesubsidieerd onderwijs.

2.3.2. Gesubsidieerd onderwijs

Affectatie : Het personeelslid wordt vast benoemd bij een inrichtende macht en wordt aan een instelling van die inrichtende macht geaffecteerd.

Als het personeelslid aan een andere instelling van dezelfde inrichtende macht wordt toegewezen, spreekt men van een nieuwe affectatie. In principe gebeurt dit in hetzelfde ambt als het ambt waarin het personeelslid voordien vast benoemd was. In het basisonderwijs geldt er vanaf 1 september 2012 een afwijking op dit principe, zodat ook in een ander ambt dan dat van vaste benoeming kan worden geaffecteerd. In dat geval kan de nieuwe affectatie ook plaatsvinden in dezelfde instelling (zie punt 3.5).

Mutatie : Een vastbenoemd personeelslid neemt een andere betrekking op in hetzelfde ambt in een instelling van een andere inrichtende macht.

Een vastbenoemd personeelslid kan ook muteren naar het gemeenschapsonderwijs. In het basisonderwijs geldt er vanaf 1 september 2012 een afwijking op het principe dat bij mutatie het personeelslid een betrekking moet opnemen in hetzelfde ambt (zie punt 3.5).

3. Het basisonderwijs

3.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

3.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

3.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

7. voldoen aan de dienstplichtwetten.

8. Op 30 juni voorafgaand aan de datum van vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie.

9. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

10. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

11. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

12. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld voor benoeming.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van deze scholengemeenschap.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarde vermeld in punt 8.

Voorbeeld

Een voltijds vastbenoemde onderwijzeres neemt in het schooljaar 2015-2016 een verlof tijdelijk andere opdracht voor 12/24 om binnen haar eigen school een opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer ATO 2 uit te oefenen. In maart2016 verklaart het schoolbestuur in totaal 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvoor voormeld personeelslid kandideert.  Op 30 juni 2016 heeft het personeelslid binnen haar schoolbestuur ruim 720 dagen dienstanciënniteit verworven en inmiddels ook 360 dagen opgebouwd in het ambt van kleuteronderwijzer.

Op 1 juli 2016 zijn er nog steeds 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvan het personeelslid er nog altijd 12/24 presteert via een verlof tijdelijk andere opdracht.  Omdat ze aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet, kan ze op 01-07-2016 vast benoemd worden als kleuteronderwijzer.  De benoeming is wel beperkt tot 12/24 (niet 20/24).

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Voorbeeld

Een tijdelijk personeelslid is vanaf 1 september 2015 aangesteld voor doorlopende duur in een definitief vacante betrekking van onderwijzer. Dit personeelslid heeft gekandideerd voor een vaste benoeming in het ambt van onderwijzer.

Dit personeelslid is met bevallingsverlof vanaf 23-04-2016 tot 05-08-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school van dezelfde scholengroep.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Voorbeeld
Op 1 maart 2016 zijn 20 lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer vacant verklaard. Een deeltijds vast benoemd personeelslid (12/24) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni haar recht op TADD in het ambt van kleuteronderwijzer nog niet heeft verworven maar wel op 1 september 2016.

Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 12/24 in het ambt van kleuteronderwijzer.

Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het ambt van kleuteronderwijzer voor 8/24. Zij kan op 1 oktober 2016 voor 8/24 worden benoemd omdat zij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van kleuteronderwijzer en de lestijden enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

3. Vacantverklaring en vaste benoeming is mogelijk in vacante betrekkingen ingericht in àlle lestijden, uren of punten die toegekend worden op basis van de omzendbrieven Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs en Personeelsformatie Scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs, tenzij in die omzendbrieven anders bepaald is.

In het gewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de instaplestijden (= herberekening van de lestijden volgens de schalen bij de instap van kleuters na de krokusvakantie) (code 435);
  • de lestijden kleuteronderwijs (zowel de lestijden uit de basisomkadering als de instaplestijden) die omgezet werden naar uren kinderverzorger (OOM-code 05);
  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de herverdeelde lestijden tussen het kleuter- en lager onderwijs binnen één school (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16).

In het buitengewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de aanvullende lestijden voor permanent onderwijs aan huis (code 432);
  • de aanvullende lestijden voor de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs (ION) (code 795);
  • de bijkomende lestijden of uren als gevolg van bijzondere omstandigheden (afwijkingsuren) (code 884);
  • de bijkomende lestijden of uren GON voor leerlingen met een autismespectrumstoornis (GON ASS) (code 885);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16).

c) Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is. 

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen of met TBSVP gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een raad van bestuur een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de raad van bestuur vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant wo rden door pensionering of TBSVP .
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De raad van bestuur moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de raad van bestuur op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de raad van bestuur op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d) Vacantverklaring in beleids- en ondersteunend personeel

De vacantverklaring in de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel (ambten van administratief medewerker, ICT-coördinator en zorgcoördinator)gebeurt als volgt:

- per school;

- per puntenenveloppe;

- per ambt;

- per opleidingsniveau.

3.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgenvolgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

6. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

7. Beschikken over de bekwaamheden voor het ambt. De raad van het gemeenschapsonderwijs bepaalt het profiel van het ambt en legt de bekwaamheden vast die daaraan verbonden zijn. Deze worden onder haar verantwoordelijkheid getest via een proef.

8. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

9. Zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

10. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden indien ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • vacant verklaard is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

Opgelet
Bij uitbreiding van een kleuterschool tot basisschool heeft de directeur van de betrokken kleuterschool voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur van de basisschool.

3.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

3.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

7. voldoen aan de dienstplichtwetten.

8. Op 30 juni voorafgaand aan de datum van vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

Deze anciënniteit moet het personeelslid hebben bereikt:
- ofwel bij de betrokken inrichtende macht wat de instellingen betreft die niet tot de scholengemeenschap behoren;
- ofwel bij de betrokken inrichtende macht en/of bij een andere inrichtende macht, beide voor wat de instellingen betreft die tot dezelfde scholengemeenschap behoren. Gaat het om een dienstanciënniteit verworven bij een andere inrichtende macht, dan kan de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert, eisen dat bij haar een dienstanciënniteit van ten minste 360 dagen, waarvan 240 effectief gepresteerd, werd verworven;
Voor het basisonderwijs komen de prestaties geleverd vóór 1 september 2005 voor de berekening van de 720 dagen dienstanciënniteit als volgt in aanmerking: - voor een vaste benoeming in een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap: alle prestaties verstrekt in instellingen van de inrichtende macht die de betrokken instelling beheert;
- voor een vaste benoeming in een scholengemeenschap: alle prestaties verstrekt in instellingen die vanaf 1 september 2005 tot de betrokken scholengemeenschap behoren en alle prestaties verstrekt in andere instellingen van de inrichtende macht bij wie men zijn kandidatuur stelt;
- ofwel bij een andere inrichtende macht wanneer het een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid betreft, tenzij het personeelslid ter beschikking gesteld werd wegens ontstentenis van betrekking in een instelling van een ander net of voor het gesubsidieerd vrij onderwijs van een ander karakter of een andere groep.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie.

9. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

10. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

11. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

12. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld voor benoeming.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap.

- Behoort de instelling waar het personeelslid voor doorlopende duur is aangesteld, niet tot een scholengemeenschap, dan vervult het personeelslid deze voorwaarde voor alle instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarde vermeld in punt 8.

Voorbeeld

Een voltijds vastbenoemde onderwijzeres neemt in het schooljaar 2015-2016 een verlof tijdelijk andere opdracht voor 12/24 om binnen haar eigen school een opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer ATO 2 uit te oefenen. In maart 2016 verklaart het schoolbestuur in totaal 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvoor voormeld personeelslid kandideert.  Op 30 juni 2016 heeft het personeelslid binnen haar schoolbestuur ruim 720 dagen dienstanciënniteit verworven en inmiddels ook 360 dagen opgebouwd in het ambt van kleuteronderwijzer.

Op 1 juli 2016 zijn er nog steeds 20/24 kleuteronderwijzer vacant, waarvan het personeelslid er nog altijd 12/24 presteert via een verlof tijdelijk andere opdracht.  Omdat ze aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet kan ze op 01-07-2016 vast benoemd worden als kleuteronderwijzer.  De benoeming is wel beperkt tot 12/24 (niet 20/24).

Het feit dat het personeelslid op voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Voorbeeld

Een tijdelijk personeelslid is vanaf 1 september 2015 aangesteld voor doorlopende duur in een definitief vacante betrekking van onderwijzer. Dit personeelslid heeft gekandideerd voor een vaste benoeming in het ambt van onderwijzer.

Dit personeelslid is met bevallingsverlof vanaf 23-04-2016 tot 05-08-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk aan de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Voorbeeld

Op 1 maart 2016 zijn 20 lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer vacant verklaard. Een deeltijds vast benoemd personeelslid (12/24) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni haar recht op TADD in het ambt van kleuteronderwijzer nog niet heeft verworven maar wel op 1 september 2016.

Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 12/24 in het ambt van kleuteronderwijzer.

Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het ambt van kleuteronderwijzer voor 8/24. Zij kan op 1 oktober 2016 voor 8/24 worden benoemd omdat zij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van kleuteronderwijzer en de lestijden enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

3. Vacantverklaring en vaste benoeming is mogelijk in vacante betrekkingen ingericht in àlle lestijden, uren of punten die toegekend worden op basis van de omzendbrieven Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs en Personeelsformatie Scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs, tenzij in die omzendbrieven anders bepaald is.

In het gewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de instaplestijden (= herberekening van de lestijden volgens de schalen bij de instap van kleuters na de krokusvakantie) (code 435);
  • de lestijden kleuteronderwijs (zowel de lestijden uit de basisomkadering als de instaplestijden) die omgezet werden naar uren kinderverzorger (OOM-code 05);
  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de herverdeelde lestijden tussen het kleuter- en lager onderwijs binnen één school (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16).

In het buitengewoon basisonderwijs komen NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • de overgedragen lestijden of uren aan een school van eenzelfde of ander schoolbestuur (OOM-code 05);
  • de bijkomende lestijden vrijwillige fusie (code 615);
  • de bijkomende lestijden voor tijdelijk onderwijs aan huis (code 598);
  • de aanvullende lestijden voor permanent onderwijs aan huis (code 432);
  • de aanvullende lestijden voor de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs (ION) (code 795);
  • de bijkomende lestijden of uren als gevolg van bijzondere omstandigheden (afwijkingsuren) (code 884);
  • de bijkomende lestijden of uren GON voor leerlingen met een autismespectrumstoornis (GON ASS) (code 885);
  • de uren op basis van de stimuluspunten toegekend aan de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren die op basis van samengelegde punten ICT en administratieve ondersteuning worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren van de puntenenveloppe zorg die worden ingericht op het niveau van de scholengemeenschap (OOM-code 07);
  • de uren op basis van punten zorg die naar een andere scholengemeenschap werden overgedragen (OOM-code 04);
  • de lestijden of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) (OOM-code 16).

c) Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is. 

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen of met TBSVP gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een inrichtende macht een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli 2015 en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de inrichtende macht vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant worden door pensionering of TBSVP.
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De inrichtende macht moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de inrichtende macht op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de inrichtende macht op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.  

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

d) Vacantverklaring binnen de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel

De vacantverklaring in de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel (ambten van administratief medewerker, ICT-coördinator en zorgcoördinator)gebeurt als volgt:

- per school;

- per puntenenveloppe;

- per ambt;

- per opleidingsniveau.

3.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

6. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden indien ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen is.

2. Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

Opgelet
Bij uitbreiding van een kleuterschool tot basisschool heeft de directeur van de betrokken kleuterschool voorrang voor een benoeming in het ambt van directeur van de basisschool.

3.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan:

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door het schoolbestuur. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking die vacant wordt na de reglementair voorziene datum voor vacantverklaring.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 3.1.1.1. of 3.1.2.1.).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij het schoolbestuur.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is het schoolbestuur verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 oktober voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk zijn of voor een onvolledige betrekking vast benoemd zijn.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 juli of 1 oktober.

3.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Het schoolbestuur kan - bij wijze van uitzondering op de gewone benoemingsprocedure - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard worden.

Het schoolbestuur moet de betrekking niet vacant verklaren.

Het staat het schoolbestuur evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan de inrichtende macht op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 3.1.1.1 of 3.1.2.1).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 juli of 1 oktober.

Als de opdracht een uitbreiding van de vaste benoeming betreft, vermeldt u hier de totale opdracht in de instelling waarvoor de vaste benoeming geldig is.

3.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is deeltijds benoemd als onderwijzer voor 12/24 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 12/24 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het personeelslid kan nog voor maximaal 6/24 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

3.5. Draagwijdte van een vaste benoeming

3.5.1. Algemeen principe

In de decreten rechtspositie wordt bepaald dat de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is.

Dit betekent dat, als het schoolbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen, rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen:

  • bij overgang naar een ander ambt

Voorbeeld

Een vast benoemd onderwijzer kan verlof nemen om tijdelijk belast te worden met de opdracht van onderwijzer ASV. Indien hij deze opdracht als vast benoemde wenst te presteren, is een nieuwe benoeming nodig.

  • bij uitbreiding van de opdracht van benoeming

Voorbeeld

Een personeelslid met een vaste opdracht van 12/24 kleuteronderwijzer en 12/24 lager onderwijzer wenst FT als vastbenoemd kleuteronderwijzer te presteren. Een nieuwe benoeming is vereist voor 12/24 kleuteronderwijzer.

3.5.2. Gevolg van een nieuwe benoeming voor een eerdere benoeming

De decreten rechtspositie bepalen dat een personeelslid slechts kan benoemd zijn ten belope van maximaal één voltijdse betrekking in hoofdambt. Het voltijds karakter wordt bepaald op basis van de prestaties vereist voor een voltijdse betrekking in het ambt van de nieuwe benoeming.

Een bijzondere situatie kan zich voordoen indien een vastbenoemd personeelslid dat voor het geheel of een gedeelte van de opdracht ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, in een andere instelling van hetzelfde schoolbestuur (= raad van bestuur van de scholengroep in het GMO)een nieuwe benoeming aanvaardt. Het aanvaarden van deze benoeming impliceert dat de terbeschikkingstelling - en dus ook de benoeming - aan de andere instelling in evenredige mate wordt verminderd.

Voorbeeld

Een leermeester godsdienst is benoemd aan een basisschool van het Gemeenschapsonderwijs voor 20/24, waarvan 2/24 TBSOB gesteld en gereaffecteerd. Op 1 juli wordt hij voor 4/24 benoemd aan een andere gemeenschapsschool van dezelfde scholengroep.

Het personeelslid is op dat ogenblik niet FT benoemd maar slechts voor 22/24.

De reductie van de oorspronkelijke benoeming gebeurt ambtshalve.

3.5.3. Draagwijdte vaste benoeming voor het beleids- en ondersteunend personeel

Een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel op basis van een opleidingsniveau dat lager ligt dan het niveau van zijn diploma, kan zonder nieuwe vaste benoeming aangesteld worden in een betrekking met een hoger opleidingsniveau. De benoeming geldt immers voor het betrokken ambt (zonder meer) en een aanstelling in een betrekking met een hoger opleidingsniveau valt dus binnen de draagwijdte van de vaste benoeming. Voorwaarde is alleen dat het personeelslid een diploma op het vereiste niveau bezit en de school over de nodige punten beschikt.

Voorbeeld

Een personeelslid met een diploma van het niveau bachelor is vast benoemd administratief medewerker op het niveau ten minste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 202.

Op 1 september beslist het schoolbestuur de betrekking in te richten op het niveau ten minste bachelor. Het personeelslid kan op basis van zijn diploma van het niveau bachelor deze betrekking als vastbenoemd personeelslid blijven innemen, vermits dit tot de draagwijdte van zijn vaste benoeming behoort. Er is in dit geval dus geen nieuwe vaste benoeming nodig. De betrekking heeft de puntenwaarde 82 en het personeelslid heeft recht op de salarisschaal 158.

3.6. Nieuwe affectatie en mutatie naar de ambten onderwijzer en kleuteronderwijzer

Om het nijpend tekort aan (kleuter)onderwijzers tegen te gaan worden er vanaf het schooljaar 2012-2013 een aantal maatregelen getroffen. De mutatie en nieuwe affectatie naar de ambten onderwijzer en kleuteronderwijzer is één van deze maatregelen. Deze maatregel moet het bijvoorbeeld mogelijk maken dat scholen een personeelslid verschuiven van het ambt waarin hij vast benoemd is naar het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer, ambten waarin de school eventueel een tekort op de arbeidsmarkt ervaart. In vele scholen zijn opgeleide (kleuter)onderwijzers aangesteld in een ander ambt (zorgcoördinator, ICT-coördinator, administratief medewerker, (kleuter)onderwijzer), leermeester lichamelijke opvoeding, kinderverzorger, leermeester godsdienst, leermeester niet-confessionele zedenleer). In sommige van deze scholen kan men kampen met een tekort aan (kleuter)onderwijzers terwijl er op de arbeidsmarkt wellicht makkelijker bijvoorbeeld zorg- of ICT-coördinatoren kunnen gevonden worden met een andere opleiding dan (kleuter)onderwijzer. Deze maatregel maakt het mogelijk dat deze personeelsleden een nieuwe affectatie of een mutatie kunnen krijgen in het ambt van (kleuter)onderwijzer en dat anders opgeleide personeelsleden worden aangeworven voor de andere ambten.

3.6.1. Nieuwe affectatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in het ambt van kinderverzorger mits zijn akkoord een nieuwe affectatiegeven in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel mits zijn akkoord een nieuwe affectatie geven in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.

De nieuwe affectatie kan zowel bij dezelfde instelling als bij een andere instelling van hetzelfde schoolbestuur plaatsvinden.

3.6.2. Mutatie

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in het ambt van kinderverzorger op zijn verzoek via mutatie affecteren in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.

Een schoolbestuur kan een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, van leermeester lichamelijke opvoeding, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel op zijn verzoek via mutatie affecteren in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.

De mutatie vindt altijd plaats bij een instelling van een ander schoolbestuur.

4. Het secundair onderwijs

4.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

4.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

4.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

22. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

6. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

7. Op 30 juni voorafgaand aan de datum van de vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

Als het een leraar betreft die in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs kan de raad van bestuur eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie.

8. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs betekent dit dat het personeelslid dat een vaste benoeming wenst op 1 juli of op 1 oktober, respectievelijk op 30 juni of 30 september voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een instelling van de scholengemeenschap in het ambt waarvoor hij zich kandidaat stelt voor benoeming. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel, als het gaat om het ambt van leraar, 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking. Deze dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie.

Het feit dat het personeelslid uiterlijk op de vooravond van de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van o.m. ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het evenwel gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak of de specialiteit waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak of die specialiteit.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum van vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

Op 1 maart 2016 zijn 15u AV Nederlands vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (10/20sten AV Nederlands) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni zijn recht op TADD voor het vak AV Nederlands nog niet heeft verworven. Dit personeelslid zal wel 1 september 2016 het recht op TADD verwerven.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 10u AV Nederlands.

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak AV Nederlands voor 5u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 5u AV Nederlands worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 2:

Op 1 maart 2016 zijn 10u TV Mechanica vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (10/20sten TV Mechanica) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 10u TV Mechanica. Op 1 september 2016 stapt dit personeelslid in het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP).

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak TV mechanica voor 10u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 10u TV Mechanica worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 3:

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2015 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 20-05-2016 tot 30-06-2016 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht stelde haar op 01-09-2015 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 30-06-2016 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 5:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht kende haar op 01-09-2015 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 15-04-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Neen, want op 30-06-2016 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 6:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 -Functiebeschrijving en evaluatie.

10. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

11. Zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. is op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een raad van bestuur een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de raad van bestuur vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant worden door pensionering of TBSVP.
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De raad van bestuur moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de raad van bestuur op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de raad van bestuur op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.   

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

4.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

6. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

7. Beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.

8. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 -Functiebeschrijving en evaluatie.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt hij geacht aan deze voorwaarde te hebben voldaan.

9. Zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

10. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. moet vacant verklaard zijn.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden effectief gepresteerd in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het personeelslid bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin hij zijn proeftijd heeft volbracht.

De toelating tot de proeftijd heeft geen vaste ingangsdatum.

(zie ook punt 2.2.2.1 van deze omzendbrief)

Belangrijke opmerking
bij de omvorming van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, verbonden aan een instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar technisch of beroepssecundair onderwijs wordt georganiseerd, tot een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, heeft de coördinator van het desbetreffende centrum voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur in het autonome centrum. Dit personeelslid moet geen proeftijd vervullen. Het moet wel voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt.

4.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

4.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweedelid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

6. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

7. Op 30 juni voorafgaand aan de datum van de vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit verworven hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

Deze anciënniteit moet zijn verworven:

  • ofwel bij de betrokken inrichtende macht als het instellingen betreft die niet behoren tot een scholengemeenschap;
  • ofwel bij de betrokken inrichtende macht en/of bij een andere inrichtende macht als het instellingen betreft die behoren tot een zelfde scholengemeenschap. Gaat het om dienstanciënniteit die is verworven bij een andere inrichtende macht binnen dezelfde scholengemeenschap, dan kan de inrichtende macht waarbij de vacante betrekking zich situeert eisen dat er bij haar tenminste 360 dagen dienstanciënniteit, waarvan 240 dagen effectief gepresteerd, werden verworven.

Als het personeelslid kandideert voor een benoeming in het ambt van leraar en het heeft voor dit ambt een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, dan kan de inrichtende macht eisen dat van de 720 dagen dienstanciënniteit er 360 werden gepresteerd in het vak of specialiteit waarvoor het personeelslid kandideert.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie.

8. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs betekent dit dat het personeelslid dat een vaste benoeming wenst op 1 juli of op 1 oktober, respectievelijk op 30 juni of 30 september voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een instelling van de scholengemeenschap in het ambt waarvoor hij zich kandidaat stelt voor benoeming. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle instellingen van de scholengemeenschap.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties.

- Voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet echter, als het gaat om het ambt van leraar, 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking. Deze dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van o.m. ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school van dezelfde inrichtende macht als het instellingen betreft die niet behoren tot een scholengemeenschap of van dezelfde inrichtende macht of een andere inrichtende macht als het instellingen betreft die behoren tot een scholengemeenschap.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het evenwel gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak of de specialiteit waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak of die specialiteit.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum van vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

Op 1 maart 2016 zijn 15u AV Nederlands vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (10/20sten AV Nederlands) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni zijn recht op TADD voor het vak AV Nederlands nog niet heeft verworven. Dit personeelslid zal wel op 1 september 2016 het recht op TADD verwerven.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 10u AV Nederlands.

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak AV Nederlands voor 5u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 5u AV Nederlands worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 2:

Op 1 maart 2016 zijn 10u TV Mechanica vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (10/20sten TV Mechanica) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 10u TV Mechanica. Op 1 september 2016 stapt dit personeelslid in het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP).

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak TV mechanica voor 10u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 10u TV Mechanica worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 3:

Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2015 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 20-05-2016 tot 30-06-2016 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht stelde haar op 01-09-2015 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 30-06-2016 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 5:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht kende haar op 01-09-2015 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 15-04-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Neen, want op 30-06-2016 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 6:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 7:

Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar bij inrichtende macht A.

Op 1-9-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking in een school van inrichtende macht B binnen dezelfde scholengemeenschap.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur in een instelling van de scholengemeenschap waar hij zich kandidaat stelde.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de inrichtende macht die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de inrichtende macht die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 -Functiebeschrijving en evaluatie.

10. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

11. Zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking :

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. is op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is. 

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een inrichtende macht een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de inrichtende macht vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant worden door pensionering of TBSVP.
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De inrichtende macht moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de inrichtende macht op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de inrichtende macht op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

4.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. Burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

6. Het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de inrichtende macht die tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de inrichtende macht die tot deze scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, geldt deze bepaling voor alle instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

8. De betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking :

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

De benoeming kan worden uitgesproken op de eerste dag van elke maand.

Belangrijke opmerking 
Bij de omvorming van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, verbonden aan een instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar technisch of beroepssecundair onderwijs wordt georganiseerd, tot een autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, heeft de coördinator van het desbetreffende centrum voorrang voor een vaste benoeming in het ambt van directeur in het autonome centrum. Het personeelslid moet wel voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot de vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt.

4.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent evenwel niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De inrichtende macht moet de betrekking niet vacant verklaren. Op deze manier kan de inrichtende macht de benoeming uitspreken in een betrekking die bijvoorbeeld in april van het schooljaar vacant werd.

Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 4.1.1.1. of 4.1.2.1.).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is de inrichtende macht verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 oktober voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk personeelslid zijn of deeltijds benoemd zijn.

c. Ingangsdatum

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 juli of 1 oktober.

4.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

De inrichtende macht kan - bij wijze van uitzondering op de gewone benoemingsprocedure - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard worden.

De inrichtende macht moet de betrekking niet vacant verklaren.

Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan de inrichtende macht op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 4.1.1.1. of 4.1.2.1.).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

c. Ingangsdatum

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 juli of 1 oktober.

4.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als leraar deeltijds benoemd voor 12/20 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 8/20 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het kan nog maximaal voor 3/20 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van de werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

4.5. Lesuren, uren-leraar en betrekkingen die niet voor vaste benoeming in aanmerking komen

Op basis van de geldende wettelijke of reglementaire normen wordt het aantal financierbare of subsidieerbare lesuren, uren-leraar en betrekkingen van iedere onderwijsinstelling berekend.

Een deel van deze uren en betrekkingen komen jaarlijks in aanmerking voor vacantverklaring en benoeming.

Er zijn evenwel een aantal lesuren, uren-leraar en betrekkingen die niet in aanmerking komen voor een vaste benoeming :

  • de herverdeling van maximaal drie procent (vanaf 1 september 1998 is dit voor het voltijds secundair onderwijs maximaal twee procent) door de inrichtende macht van de aan haar onderwijsinstellingen toegekende lesuren of uren-leraar;
  • de overdracht binnen hetzelfde net of binnen een zelfde scholengemeenschap. Dit is niet van toepassing op het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
  • de overdracht door een onderwijsinstelling van niet ingerichte uren-leraar van een bepaald schooljaar naar het daarop volgend schooljaar;
  • betrekkingen die worden opgericht voor een beleid van taak-en functiedifferentiatie op het niveau van de scholengemeenschap op basis van het principe van de voorafname van de globale puntenenveloppe (maximaal 10 % van de puntenenveloppe);
  • betrekkingen opgericht op basis van punten toegekend voor de ICT-coördinatie;
  • betrekkingen opgericht in het kader van het onderwijs voor zieke jongeren;
  • betrekkingen opgericht in het kader van het tijdelijk project inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen;
  • betrekkingen opgericht in aanvullende lesuren of uren GON voor leerlingen met autismespectrumstoornissen;
  • de uren-leraar, lesuren of uren PWB (personeel ten laste van het werkingsbudget) .

Eventuele vaste benoemingen die worden uitgesproken in voormelde uren of betrekkingen hebben geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

4.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

De decreten rechtspositie bepalen dat, onverminderd de toepassing van de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie, de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort:

a) voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is, en voor de leraar voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt, waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft;

b) voor het ambt, en voor de leraar het vak of deze specialiteit, waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs.

Onder "soort" wordt hier verstaan : het wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van voormelde definitie worden als vereiste en voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen.

Dit betekent dat, als de inrichtende macht een personeelslid wenst vast te benoemen rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen.

  • in een andere personeelscategorie dan deze waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
  • in een ander ambt, binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
  • in een ander onderwijsniveau dan dat waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • voor een ander vak of specialiteit dan dit waarvoor het reeds eerder vast benoemd werd, als het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
  • voor een grotere omvang van de opdracht dan deze waarvoor het personeelslid reeds vast benoemd is.

Voor de toepassing van deze bepalingen gelden volgende begrippen:

  • personeelscategorie: bestuurs- en onderwijzend, opvoedend hulp-, ondersteunend, paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch, sociaal, medisch, technisch, meester-, vak- en dienstpersoneel en administratief personeel;
  • soort: wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

In het buitengewoon secundair onderwijs geldt de vaste benoeming in het ambt van leraar beroepsgerichte vorming voor de opleidingsvorm/specialiteit van opleidingsvorm 3 waarin het personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming (1 juni 1991 voor de personeelsleden die reeds vóór deze datum vast benoemd waren), alsook voor voormeld ambt voor de andere opleidingsvorm/specialiteiten van opleidingsvorm 3 waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit.

Enkele voorbeelden kunnen dit duidelijk maken.

Voor een personeelslid dat reeds vast benoemd is in een ambt dat vermeld is in de linker kolom, is een nieuwe vaste benoeming nodig wanneer het gaat over een ambt dat vermeld is in de rechter kolom.

In een andere categorie 

 

Opvoeder 

Leraar 

Opvoeder 

Onderwijzer 

Opvoeder 

Administratief medewerker 

Administratief medewerker 

Opvoeder 

 

 

In een andere soort 

 

Leraar 

Adjunct-directeur 

Technisch adviseur 

Directeur 

Studiemeester-opvoeder int. 

Beheerder 

 

 

In een ander ambt 

 

Leraar 

Godsdienstleraar 

Technisch adviseur 

Adjunct-directeur 

Leraar ASV 

Leraar BGV 

 

 

Voor een grotere opdracht 

 

Leraar 10/20 

Leraar 15/20 

 

 

In een ander onderwijsniveau 

 

Leraar (SO) 

Leraar of lector(VWO) 

De draagwijdte van een vaste benoeming in een bepaald ambt is steeds beperkt tot het aantal uren waarvoor men in dit ambt is vast benoemd. Voor een personeelslid dat tezelfdertijd in twee verschillende ambten is benoemd, is bij een uitbreiding van het aantal uren in één van deze ambten steeds een nieuwe vaste benoeming noodzakelijk.

Voorbeeld 1 

 

Personeelslid is benoemd  

als : 

Nieuwe benoeming (5 u als godsdienstleraar) is nodig als: 

Leraar (10 u) 

Leraar (5 u) 

Godsdienstleraar (5 u) 

Godsdienstleraar (10 u) 

 

 

Voorbeeld 2 

 

Personeelslid is benoemd 

als : 

Nieuwe benoeming (3 u als leraar ASV) is nodig als : 

Leraar ASV (11 u) 

Leraar ASV (14 u) 

Leraar BGV (12 u) 

Leraar BGV (9 u) 

 

 

Voorbeeld 3 

 

Personeelslid is benoemd 

als : 

Nieuwe vaste benoeming (4 u als leraar ASV Lichamelijke opvoeding) is nodig als : 

Leraar ASV (12 u) 

Leraar ASV (8 u) 

Leraar ASV 

Lichamelijke opvoeding (10 u) 

Leraar ASV 

Lichamelijke opvoeding (14 u) 

Voor een personeelslid wiens vaste benoeming in het ambt van leraar op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs reeds geldt voor een bepaald vak of specialiteit (zie linkerkolom), is een nieuwe benoeming nodig wanneer het gaat om een ander vak of specialiteit (zie rechterkolom) en waarvoor het personeelslid eveneens over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs beschikt.

Voorbeeld

GLSO Frans-Geschiedenis 

 

Benoemd als leraar 

AV Nederlands 

Nieuwe benoeming is nodig voor leraar AV Aardrijkskunde 

Voor een personeelslid dat in het ambt van leraar werd benoemd op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, geldt de benoeming voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft, maar ook voor het vak of de specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd. Er is géén nieuwe benoeming nodig wanneer het betrokken personeelslid de omvang van zijn opdracht in dat vak of die specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd, uitbreidt. Dit natuurlijk op voorwaarde dat de totale omvang van de opdracht waarvoor dit personeelslid in het ambt van leraar is benoemd, niet toeneemt.

Voorbeeld

Personeelslid benoemd als : 

Geen nieuwe benoeming nodig als: 

 

Leraar AV Engels (VE) : 10 u 

Leraar AV Engels (VE) : 5 u 

Leraar AV Duits (VO) : 5 u 

Leraar AV Duits (VO) : 10 u 

4.7. Ondersteunend personeel

Een vaste benoeming in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel verloopt volledig volgens de hiervoor vermelde principes voor de wervingsambten in het secundair onderwijs.

Een personeelslid dat vast benoemd is in een ambt van het ondersteunend personeel op basis van een opleidingsniveau dat lager ligt dan het niveau van zijn diploma, kan zonder nieuwe vaste benoeming aangesteld worden in een betrekking met een hogere salarisschaal . De benoeming geldt immers voor het betrokken ambt (zonder meer) en een aanstelling in een betrekking met een hoger opleidingsniveau valt dus binnen de draagwijdte van de vaste benoeming. Voorwaarde is alleen dat het personeelslid een diploma op het vereiste niveau bezit en de school over de nodige punten beschikt.

Voorbeeld

Een personeelslid met een diploma van het niveau bachelor is vast benoemd opvoeder met diplomavereiste tenminste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 202.

Op 1 september beslist het schoolbestuur aan de betrekking de hogere puntenwaarde 82 toe te kennen. Het personeelslid kan op basis van zijn diploma van het niveau bachelor deze betrekking als vastbenoemd personeelslid blijven innemen, vermits dit tot de draagwijdte van zijn vaste benoeming behoort. Er is in dit geval dus geen nieuwe vaste benoeming nodig. De betrekking heeft de puntenwaarde 82 en het personeelslid heeft recht op de salarisschaal 158.

Daarnaast kan een personeelslid ook bevorderd worden tot de salarisschaal 106.

Meer informatie over deze mogelijkheid vindt u in de omzendbrief - Het ondersteunend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs (PERS/2009/07 van 17-08-2009).

5. Het volwassenenonderwijs

5.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

5.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

5.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

AANDACHT
Met ingang van 1 januari 2014 geldt in het volwassenenonderwijs een beperking op vaste benoemingen in het ambt van lector in een HBO5-opleiding. Deze beperking geldt tot en met het ogenblik dat de HBO5-opleiding is omgevormd.

Dit houdt in dat een raad van bestuur van een scholengroep in het volwassenenonderwijs in het ambt van lector in een HBO5-opleiding geen vaste benoeming kan uitspreken zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. Dit betekent dat de raad van bestuur ook geen betrekkingen kan vacant verklaren in het ambt van lector in een HBO5-opleiding zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. ….

Uitzonderingen
- Op de beperking betreffende vaste benoeming in het ambt van lector in het HBO5 in het volwassenenonderwijs geldt een uitzondering voor het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Dit personeelslid kan wel nog worden vast benoemd op 1 juli of op 1 oktober  als het personeelslid voldoet aan de voorwaarden ter zake. De voorwaarden voor een vaste benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar vindt u terug in punt 5.2.
- De beperking op een vaste benoeming geldt niet voor betrekkingen in het ambt van lector in de SLO.
- De beperking op een vaste benoeming geldt niet voor het ambt van administratief medewerker.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel;

6. voldoen aan de dienstplichtwetten;

7. op 30 juni voorafgaand aan de datum vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming. Enkel diensten als hoofdambt gepresteerd, komen daarvoor in aanmerking.

Als het een leraar secundair volwassenenonderwijs betreft die in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs kan de raad van bestuur eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd:

- hetzij in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding;

- hetzij in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een definitief modulaire opleiding.

Als het een lector betreft (waar enkel nog voldoend geacht bekwaamheidsbewijzen van kracht zijn) kan de raad van bestuur eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd:

- hetzij in het vak van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een lineaire opleiding;

- hetzij in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een voorlopige of definitief modulaire opleiding.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie;

8. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Dit houdt in dat het personeelslid dat een benoeming wenst op 1 juli of op 1 oktober, respectievelijk op 30 juni of 30 september voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een centrum voor volwassenenonderwijs van de scholengroep in het ambt waarvoor hij kandideert. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de scholengroep.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet echter, als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in hetzij het vak of de specialiteit (in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding), hetzij de opleiding of de module (in een definitief modulaire opleiding van de vacant verklaarde betrekking.
Als het gaat om het ambt van lector moet het personeelslid 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in hetzij het vak (in een lineaire opleiding), hetzij de opleiding (in een voorlopig of definitief modulaire opleiding) waar de vacant verklaarde betrekking deel van uitmaakt.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een ander centrum voor volwassenenonderwijs van dezelfde scholengroep.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een opleiding of een module, waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in die opleiding of die module waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor hetzij de opleiding, hetzij de module waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak, de specialiteit, de opleiding of de module waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak, die specialiteit, die opleiding of die module.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum van vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor het vak, de specialiteit, de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Als het gaat om het ambt van lector, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt lector het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak, een opleiding of een module waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van lector, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak, die opleiding of die module waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van lector en dat hij voor het vak, de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak, de opleiding of de module waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak, die opleiding of die module.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van lector, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum voor vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van lector en dat hij voor het vak, de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

- Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2015 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 20-05-2016 tot 30-06-2016 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht stelde haar op 01-09-2015 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 30-06-2016 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht kende haar op 01-09-2015 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 15-04-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Neen, want op 30-06-2016 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van de scholengroep, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de scholengroep.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

10. de betrekking in hoofdambt uitoefenen;

11. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. is op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant;

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • De overgedragen leraarsuren naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05)
  • De omgezette leraarsuren vanuit een hogeschool binnen een samenwerkingsverband HBO-5 (OOM-code 21)
  • De leraarsuren Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16)
  • De leraarsuren ter inrichting van de taalexamencommissie (vakcode 973)
  • De leraarsuren ter inrichting van ICT-coördinatie (vakcode 785)
  • De leraarsuren in het kader van projectfinanciering en –subsidiëring (vakcode 972)
  • De leraarsuren in het kader van het integratie- en inburgeringstraject NT2 (OOM-code 20)
  • De leraarsuren in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2 (OOM-code 22)

c. Ingangsdatum:

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een raad van bestuur een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de raad van bestuur vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant wo rden door pensionering of TBSVP .
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De raad van bestuur moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de raad van bestuur op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de raad van bestuur op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

5.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

4. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. voldoen aan de dienstplichtwetten;

6. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt;

7. beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;

8. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van de scholengroep, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de scholengroep.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 -Functiebeschrijving en evaluatie;

9. zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten;

10. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. moet vacant verklaard zijn;

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking:

  • De overgedragen punten naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05)
  • De betrekkingen ingericht als Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16)
  • De betrekkingen ingericht als ICT-coördinatie (vakcode 785)
  • De betrekkingen ingericht binnen de puntenenveloppe in het kader van het integratie- en inburgeringstraject NT2
  • De betrekkingen ingericht binnen de puntenenveloppe in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2

c. Ingangsdatum:

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden effectief gepresteerd in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin het zijn proeftijd heeft volbracht.

De toelating tot de proeftijd heeft geen vaste ingangsdatum.

(zie ook punt 2.2.2.1 van deze omzendbrief)

5.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

5.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

AANDACHT
Met ingang van 1 januari 2014 geldt in het volwassenenonderwijs een beperking op vaste benoemingen in het ambt van lector in een HBO5-opleiding. Deze beperking geldt tot en met het ogenblik dat de HBO5-opleiding is omgevormd.

Dit houdt in dat een centrumbestuur in het volwassenenonderwijs in het ambt van lector in een HBO5-opleiding geen vaste benoeming kan uitspreken zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. Dit betekent dat een centrumbestuur ook geen mededeling van vacante betrekkingen kan doen in het ambt van lector in een HBO5-opleiding zolang de HBO5-opleiding niet is omgevormd. 

Uitzonderingen
- Op de beperking betreffende vaste benoeming in het ambt van lector in het HBO5 in het volwassenenonderwijs geldt een uitzondering voor het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Dit personeelslid kan wel nog worden vast benoemd op 1 juli of op 1 oktober  als het personeelslid voldoet aan de voorwaarden ter zake. De voorwaarden voor een vaste benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar vindt u terug in punt 5.2.
- De beperking op een vaste benoeming geldt niet voor betrekkingen in het ambt van lector in de SLO.
- De beperking op vaste benoeming geldt niet voor het ambt van administratief medewerker.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

4. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel;

6. voldoen aan de dienstplichtwetten;

7. op 30 juni voorafgaand aan de datum vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming. Enkel diensten gepresteerd als hoofdambt, komen daarvoor in aanmerking.

Deze anciënniteit moet verworven zijn bij de betrokken inrichtende macht.

Als het een leraar secundair volwassenenonderwijs betreft die in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs kan de inrichtende macht eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd:

- hetzij in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding;

- hetzij in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een definitief modulaire opleiding.

Als het een lector betreft (waar enkel nog voldoend geacht bekwaamheidsbewijzen van kracht zijn) kan de raad van bestuur eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd:

- hetzij in het vak van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een lineaire opleiding;

- hetzij in de opleiding of de module van de vacant verklaarde betrekking als het personeelslid een opdracht heeft in een betrekking in een voorlopige of definitief modulaire opleiding.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie;

8. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Dit houdt in dat het personeelslid dat een vaste benoeming wenst op 1 juli of op 1 oktober, respectievelijk op 30 juni of 30 september voorafgaand aan de benoeming voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in het ambt waarvoor hij kandideert. Het personeelslid voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet echter, als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in hetzij het vak of de specialiteit (in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding), hetzij de opleiding of de module (in een definitief modulaire opleiding van de vacant verklaarde betrekking.
Als het gaat om het ambt van lector moet het personeelslid 360 dagen dienstanciënniteit hebben verworven in hetzij het vak (in een lineaire opleiding), hetzij de opleiding (in een voorlopig of definitief modulaire opleiding) waar de vacant verklaarde betrekking deel van uitmaakt.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk  de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een ander centrum voor volwassenenonderwijs van dezelfde inrichtende macht.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het gaat om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor hetzij een vak of een specialiteit (via een opdracht in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding), hetzij een opleiding of een module (via een opdracht in een definitief modulaire opleiding), waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak, die specialiteit, die opleiding of die module waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor hetzij het vak of de specialiteit, hetzij de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak, de specialiteit, de opleiding of de module waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak, die specialiteit, die opleiding of die module.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum voor vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs en dat hij voor het vak, de specialiteit, de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Als het gaat om het ambt van lector, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt lector het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak, een opleiding of een module waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van lector, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak, die opleiding of die module waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van lector en dat hij voor het vak, de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak, de opleiding of de module waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak, die opleiding of die module.

Praktisch gezien komt het er op neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van lector, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum voor vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van lector en dat hij voor het vak, de opleiding of de module waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

- Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2015 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 20-05-2016 tot 30-06-2016 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 2:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht stelde haar op 01-09-2015 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 30-06-2016 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 3:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht kende haar op 01-09-2015 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 15-04-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Neen, want op 30-06-2016 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie;

10. de betrekking in hoofdambt uitoefenen;

11. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Een vacant verklaarde betrekking kan echter wel voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen;

3. is op 1 juli of 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant;

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking de betrekkingen ingericht in:

  • De overgedragen leraarsuren naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05)
  • De omgezette leraarsuren vanuit een hogeschool binnen een samenwerkingsverband HBO-5 (OOM-code 21)
  • De leraarsuren Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16)
  • De leraarsuren ter inrichting van de taalexamencommissie (vakcode 973)
  • De leraarsuren ter inrichting van ICT-coördinatie (vakcode 785)
  • De leraarsuren in het kader van projectfinanciering en –subsidiëring (vakcode 972)
  • De leraarsuren in het kader van het integratie- en inburgeringstraject NT2 (OOM-code 20)
  • De leraarsuren in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2 (OOM-code 22)

c. Ingangsdatum:

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een inrichtende macht een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de inrichtende macht vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant wo rden door pensionering of TBSVP.

Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP) ) .

De inrichtende macht moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de inrichtende macht op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de inrichtende macht op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

5.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;

2. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor;

3. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking;

4. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. voldoen aan de dienstplichtwetten;

6. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt;

7. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid de evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" kreeg in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, geldt deze bepaling voor alle centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 -Functiebeschrijving en evaluatie;

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. moet niet door reaffectatie of wedertewerkstelling worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking door benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

In het volwassenenonderwijs komen verder NIET in aanmerking:

  • De overgedragen punten naar een ander centrum of naar een volgend schooljaar (OOM-code 05)
  • De betrekkingen ingericht als Personeel ten laste van het Werkingsbudget – PWB (OOM-code 16)
  • De betrekkingen ingericht als ICT-coördinatie (vakcode 785)
  • De betrekkingen ingericht binnen de puntenenveloppe in het kader van het integratie- en inburgeringstraject NT2
  • De betrekkingen ingericht binnen de puntenenveloppe in het kader van de vluchtelingencrisis – NT2

c. Ingangsdatum:

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

De benoeming kan worden uitgesproken op de eerste van elke maand.

5.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Het personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek vast benoemd worden mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent evenwel niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking;

2. moet in een wervingsambt zijn;

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De inrichtende macht moet de betrekking niet vacant verklaren. Op deze manier kan de inrichtende macht de benoeming uitspreken in een betrekking die bijvoorbeeld in april van het schooljaar vacant werd.

Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming;

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 5.1.1.1 of 5.1.2.1);

3. om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is de inrichtende macht verplicht de benoeming uit te spreken;

4. vanaf 1 oktober voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in het centrum voor volwassenenonderwijs waar de betrekking te begeven is;

5. tijdelijke of deeltijds benoemd zijn.

c. Ingangsdatum:

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 juli of 1 oktober.

5.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

De inrichtende macht kan - bij wijze van uitzondering - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn;

2. moet in een wervingsambt zijn;

3. moet niet vacant verklaard worden;

De inrichtende macht moet de betrekking niet vacant verklaren. Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan de inrichtende macht op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming;

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 5.1.1.1 of 5.1.2.1).

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

c. Ingangsdatum:

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 juli of 1 oktober.

5.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als leraar SVWO deeltijds benoemd voor 10/20 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 6/20 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het kan nog maximaal voor 5/20 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

5.5. Leraarsuren en betrekkingen die niet voor vaste benoeming in aanmerking komen

Op basis van de geldende wettelijke of reglementaire normen wordt het aantal financierbare of subsidieerbare leraarsuren en betrekkingen van iedere onderwijsinstelling berekend.

Er zijn evenwel een aantal leraarsuren en betrekkingen die niet in aanmerking komen voor een vaste benoeming.

  • de betrekkingen in ambten van het onderwijzend personeel die tijdelijk worden opgericht op basis van overgedragen leraarsuren volgens artikel 103 of 104 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007;
  • de betrekkingen in ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel die tijdelijk worden opgericht op basis van overgedragen punten volgens artikel 105 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007;
  • de betrekkingen in ambten van het onderwijzend personeel die tijdelijk worden opgericht op basis van omgezette middelen van een hogeschool naar leraarsuren volgens artikel 53 van het decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs van 30 april 2009;
  • de betrekkingen opgericht op basis van de punten toegekend voor ICT-coördinatie volgens artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003;
  • de betrekkingen die tijdelijk worden opgericht ter ondersteuning en stimulering van het gecombineerd onderwijs volgens artikel 72bis tot en met 72septies van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007;
  • de betrekkingen die tijdelijk worden opgericht om de wachtlijsten NT2 van de centra voor basiseducatie op te vangen volgens artikel 103, §4 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007;
  • de betrekkingen die worden opgericht in het kader van de organisatie van de taalexamencommissie volgens artikel 98 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007;
  • de betrekkingen die worden opgericht in het kader van het integratie- en inburgeringstraject NT2 volgens artikel 196quater van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007 ;
  • de betrekkingen die worden opgericht in het kader van de vluchtelingencrisis binnen het studiegebied NT2 volgens artikel 196sexies van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juli 2007.

Met het oog op de controle door het Ministerie van Onderwijs en Vorming van bovenvermelde bepalingen moet de inrichtende macht van de betrokken instellingen een verklaring op eer afleggen waaruit blijkt dat zij in bedoelde leraarsuren of betrekkingen geen personeelsleden vast benoemen. De niet-naleving ervan heeft tot gevolg dat de vaste benoemingen geen uitwerking kunnen hebben ten aanzien van de overheid.

5.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

De decreten rechtspositie bepalen dat, onverminderd de toepassing van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie, de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort:

a) voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is en waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft (OM/VE).

Gaat het om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs dan geldt de vaste benoeming voor alle vakken of specialiteiten (bij een opdracht in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding)en voor alle opleidingen of modules (bij een opdracht in een definitief modulaire opleiding) waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft (OM/VE).

b) voor het ambt waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs.

Gaat het om het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs dan geldt de vaste benoeming voor het vak of de specialiteit (bij een opdracht in een lineaire of voorlopig modulaire opleiding) en voor de opleiding of module (bij een opdracht in een definitief modulaire opleiding) waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs(OM/VO).

Gaat het om het ambt van lector dan geldt de vaste benoeming voor het vak (bij een opdracht in een lineaire opleiding) en voor de opleiding of module (bij een opdracht in een voorlopige of definitief modulaire opleiding) waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs(OM/VO).

Onder "soort" wordt hier verstaan: het wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van voormelde definitie worden als vereiste en voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen.

Dit betekent dat, als de inrichtende macht een personeelslid wenst vast te benoemen rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen.

  • in een andere personeelscategorie dan deze waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
  • in een ander ambt, binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
  • voor een ander vak, een andere specialiteit, een andere opleiding of een andere module dan deze waarin het personeelslid (de leraar secundair volwassenenonderwijs of de lector) zijn opdracht op het ogenblik van een vorige vaste benoeming uitoefende en waarvoor het vast benoemd werd, als het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
  • voor een grotere omvang van de opdracht dan deze waarvoor het personeelslid reeds vast benoemd is.

Voor de toepassing van deze bepalingen gelden in het volwassenenonderwijs volgende begrippen:

  • personeelscategorie : bestuurspersoneel, onderwijzend personeel en ondersteunend personeel;
  • soort : wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

De ambtsbenamingen, hun indeling in categorieën en hun soort, worden vermeld in punt 3.1.1 van de omzendbrief VWO/2010/01(pers) van 17 mei 2010 - De ambten en hun prestatieregeling in de centra voor volwassenenonderwijs.

Het ambt van administratief medewerker wordt voor het volwassenenonderwijs als een wervingsambt beschouwd.

Voor de draagwijdte van de vaste benoeming wordt het ambt van administratief medewerker als 1 ambt beschouwd.

Een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van administratief medewerker op basis van een opleidingsniveau dat lager ligt dan het niveau van zijn diploma, kan zonder nieuwe vaste benoeming aangesteld worden in een betrekking met een hogere salarisschaal voor zover dit valt binnen de draagwijdte van de vaste benoeming.

Voorbeeld

Een personeelslid met een diploma van het niveau bachelor is vast benoemd administratief medewerker met diplomavereiste tenminste HSO. De betrekking heeft een puntenwaarde 63 en geeft recht op salarisschaal 122 .

Op 1 september beslist het schoolbestuur aan de betrekking de hogere puntenwaarde 82 toe te kennen. Het personeelslid kan op basis van zijn diploma van het niveau bachelor deze betrekking als vastbenoemd personeelslid blijven innemen, vermits dit tot de draagwijdte van zijn vaste benoeming behoort. Er is in dit geval dus geen nieuwe vaste benoeming nodig. De betrekking heeft de puntenwaarde 82 en het personeelslid heeft recht op salarisschaal 158.

Enkele voorbeelden ter verduidelijking van de draagwijdte van vaste benoeming.

Voor een personeelslid dat reeds vast benoemd is in een ambt dat vermeld is in de linker kolom, is een nieuwe vaste benoeming nodig wanneer het gaat over een ambt dat vermeld is in de rechter kolom.

In een andere categorie  

 

administratief medewerker 

leraar secundair volwassenenonderwijs 

lector 

technisch adviseur 

 

 

In een andere soort  

 

technisch adviseur 

adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs 

technisch adviseur 

directeur 

adjunct-directeur hoger beroepsonderwijs/specifieke lerarenopleiding 

directeur 

 

 

In een ander ambt  

 

leraar secundair volwassenenonderwijs 

lector 

 

 

 

 

Voor een grotere opdracht  

 

Leraar secundair volwassenenonderwijs 10/20 

Leraar secundair volwassenenonderwijs 15/20 

De draagwijdte van een vaste benoeming in een bepaald ambt is steeds beperkt tot het aantal uren waarvoor men in dit ambt is vast benoemd. Voor een personeelslid dat tezelfdertijd in twee verschillende ambten is benoemd, is bij een uitbreiding van het aantal uren in één van deze ambten steeds een nieuwe vaste benoeming noodzakelijk.

Voorbeeld 1 

 

Personeelslid is benoemd  

als: 

Nieuwe benoeming (6 u als lector) is nodig als:  

leraar secundair volwassenenonderwijs (12/24)  

leraar secundair volwassenenonderwijs (5/24) 

lector (5/20) 

lector (11/20) 

 

Voorbeeld 2 

 

Personeelslid is benoemd 

als: 

Nieuwe benoeming (4 u als leraar secundair volwassenenonderwijs) is nodig als: 

leraar secundair volwassenenonderwijs (10/20) 

leraar secundair volwassenenonderwijs (14/20) 

administratief 

medewerker (16/32) 

administratief  

medewerker (10/32) 

 

Voorbeeld 3 

 

Personeelslid is benoemd 

als: 

Nieuwe vaste benoeming (7/36 als technisch adviseur) is nodig als: 

technisch adviseur (29/36)  

lector (4/20) 

technisch adviseur (36/36) 

Voor een personeelslid wiens vaste benoeming in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs al geldt voor een bepaald vak, een bepaalde specialiteit, een bepaalde opleiding of module (zie linkerkolom), is een nieuwe benoeming nodig wanneer het gaat om een ander vak, specialiteit, opleiding of module (zie rechterkolom) en waarvoor het personeelslid eveneens over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs beschikt.

Dit principe geldt ook voor een personeelslid dat in het ambt van lector is benoemd, omdat voor dit ambt alleen voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen zijn vastgelegd.

Als het personeelslid met een ander vak, een andere opleiding of een andere module wordt belast dan diegene waar hij mee belast was op het ogenblik van de vaste benoeming, betekent dit een wijziging van de draagwijdte van de vaste benoeming en moet een nieuwe benoeming worden uitgesproken.

Voorbeeld

GHSO Germaanse Talen 

 

benoemd als leraar 

secundair volwassenenonderwijs Frans RG 1 

nieuwe benoeming is nodig voor leraar secundair volwassenenonderwijs Italiaans RG 1 

benoemd als leraar secundair volwassenenonderwijs in de module Nagerechten 

nieuwe benoeming is nodig voor leraar secundair volwassenenonderwijs in de module Traiteurkeuken 

benoemd als lector in de opleiding Boekhouden 

nieuwe benoeming is nodig voor lector in de opleiding Marketing 

Voor een personeelslid dat in het ambt van leraar secundair onderwijs werd benoemd op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, geldt de benoeming voor alle vakken, specialiteiten, opleidingen en modules van dat ambt waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft, maar ook voor het vak of de specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd. Er is géén nieuwe benoeming nodig wanneer het betrokken personeelslid de omvang van zijn opdracht in dat vak, die specialiteit, die opleiding of die module waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd, uitbreidt. Dit natuurlijk op voorwaarde dat de totale omvang van de opdracht waarvoor dit personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs is benoemd, niet toeneemt.

Voorbeeld

Personeelslid benoemd als: 

Geen nieuwe benoeming nodig als: 

leraar secundair volwassenenonderwijs Engels richtgraad 1 (VE)  

voor 10/20 

leraar secundair volwassenenonderwijs Engels richtgraad 1 (VE) 

voor 5/20 

leraar secundair volwassenenonderwijs Duits richtgraad 1 (VO) 

voor 5/20 

leraar secundair volwassenenonderwijs Duits richtgraad 1(VO) 

voor 10/20 

6. Het deeltijds kunstonderwijs

6.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

6.1.1. Het gemeenschapsonderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

6.1.1.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1;

3. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

7. voldoen aan de dienstplichtwetten.

8. op 30 juni voorafgaand aan de datum vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

Als het een leraar betreft die in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs kan de raad van bestuur eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie. Voor een vaste benoeming in het ambt van opsteller worden diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van opsteller.

9. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

10. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

11. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

12. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

De maatregel die toelaat om diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook mee te rekenen als zijnde gepresteerd in het ambt van opsteller, doet geen afbreuk aan deze voorwaarde. Voor een vaste benoeming op 1 juli of op 1 oktober in het ambt van opsteller moet het personeelslid op 30 juni respectievelijk 30 september voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt van opsteller; een aanstelling voor doorlopende duur in het ambt van studiemeester-opvoeder volstaat niet.

Een personeelslid dat in een instelling van de scholengroep op 30 juni respectievelijk 30 september voorafgaand aan de benoeming is aangesteld voor doorlopende duur in het ambt waarvoor hij kandideert, voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle instellingen van de scholengroep.

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel, als het gaat om het ambt van leraar, 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid uiterlijk op de vooravond van de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval of bevallingsverlof het recht heeft om na afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd:

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor het een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak.

Praktisch gezien komt het erop neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum van vaste benoeming 1 oktober is) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk aan de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

Op 1 maart 2016 zijn 15u specifiek atelier: schilderkunst vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (10/20sten specifiek atelier: schilderkunst) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni zijn recht op TADD voor het vak specifiek atelier: schilderkunst nog niet heeft verworven. Dit personeelslid zal wel 1 september 2015 het recht op TADD verwerven.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 10u specifiek atelier: schilderkunst.

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak specifiek atelier: schilderkunst voor 5u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 5u specifiek atelier: schilderkunst worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 2:

Op 1 maart 2016 zijn 11u instrument piano vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (11/22sten instrument piano) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 11u instrument piano. Op 1 september 2016 stapt dit personeelslid in het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP).

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak instrument piano voor 11u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 11u instrument piano worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 3:

- Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2015 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 20-05-2016 tot 30-06-2016 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht stelde haar op 01-09-2015 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 30-06-2016 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 5:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht kende haar op 01-09-2015 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 15-04-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Neen, want op 30-06-2016 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 6:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

b. De betrekking:

1. als ze niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking terbeschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen.

3. is op 1 juli of 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant.

Een betrekking die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, niet in aanmerking komt voor een vaste benoeming.

c. De ingangsdatum

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een raad van bestuur een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de raad van bestuur vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant wo rden door pensionering of TBSVP .
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP)) .

De raad van bestuur moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de raad van bestuur op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de raad van bestuur op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

6.1.1.2. Selectie- en bevorderingsambten

In het gemeenschapsonderwijs moet een personeelslid steeds een proeftijd doorlopen, voordat hij kan worden vast benoemd in een selectie- of bevorderingsambt.

De proeftijd is niet vereist voor een personeelslid dat reeds deeltijds vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en dat in datzelfde ambt een uitbreiding van benoeming wenst te bekomen. Het personeelslid moet evenwel op het ogenblik van de uitbreiding van vaste benoeming voldoen aan de hierna voormelde voorwaarden.

Bij toelating tot de proeftijd en uitbreiding van vaste benoeming moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. Van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister - model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. voldoen aan de dienstplichtwetten.

7. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

8. beschikken over de bekwaamheden voor het ambt.

Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden vastgelegd door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Zij worden getest in een proef die wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

10. zich bij de raad van bestuur van de scholengroep kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

11. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

b. De betrekking:

1. als ze niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking terbeschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen.

3. moet vacant verklaard zijn.

4. die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

De proeftijd omvat een periode van 12 maanden effectief gepresteerd in de betrekking van het ambt waarin men tot de proeftijd is toegelaten. Deze proeftijd is eenmaal verlengbaar voor 12 maanden.

Tenzij ongunstig advies wordt uitgebracht en op voorwaarde dat de betrekking tijdens de proeftijd of op het einde van de proeftijd nog kan worden ingericht en het personeelslid niet onrechtmatig tot de proeftijd werd toegelaten, wordt het bij het beëindigen van de proeftijd in vast verband benoemd in de vacante betrekking waarin het zijn proeftijd heeft volbracht.

De raad van bestuur beslist over de toelating tot de proeftijd.

6.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs

Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs maakt een onderscheid tussen wervingsambten enerzijds en selectie- en bevorderingsambten anderzijds.

6.1.2.1. Wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. Van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister - model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, voor het specifieke wervingsambt.

7. voldoen aan de dienstplichtwetten.

8. op 30 juni voorafgaand aan de datum vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

Als het een leraar betreft die in het bezit is van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs kan de inrichtende macht eisen dat van de 720 dagen er 360 werden gepresteerd in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 6 van het decreet rechtspositie. Voor een vaste benoeming in het ambt van opsteller worden diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van opsteller.

9. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

10. zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

11. voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

12. uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

De maatregel die toelaat om diensten gepresteerd als studiemeester-opvoeder ook mee te rekenen als gepresteerd in het ambt van opsteller, doet geen afbreuk aan deze voorwaarde. Voor een vaste benoeming in het ambt van opsteller op 1 juli of op 1 oktober moet het personeelslid op 30 juni respectievelijk 30 september voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt van opsteller; een aanstelling voor doorlopende duur in het ambt van studiemeester-opvoeder volstaat niet.

Een personeelslid dat in een instelling van de inrichtende macht op 30 juni respectievelijk 30 september voorafgaand aan de benoeming is aangesteld in het ambt waarvoor hij kandideert, voldoet dan aan de gestelde benoemingsvoorwaarde voor alle instellingen van de inrichtende macht.

Uitzondering
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- Voor een vast benoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.
- Voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel, als het gaat om het ambt van leraar, 360 dagen dienstanciënniteit verworven hebben in het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van ziekte, een arbeidsongeval of bevallingsverlof het recht heeft om na afwezigheid de betrekking definitief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere school.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling voor doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Als het evenwel gaat om het ambt van leraar, wordt het begrip “het ambt van benoeming” als volgt beschouwd.

Heeft het personeelslid in het ambt van leraar het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur verworven voor een vak of een specialiteit waarvoor hij het voldoend geacht bekwaamheidsbewijs heeft en is hij uiterlijk op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming aangesteld in het ambt van leraar, dan is aan de benoemingsvoorwaarde voldaan. Het is dus niet nodig dat het personeelslid op de dag voorafgaand aan de vaste benoeming voor doorlopende duur is aangesteld in dat vak of die specialiteit waarvoor het zich kandidaat heeft gesteld.

Het volstaat dat hij voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

Het personeelslid kan op deze manier dus worden benoemd in het vak of de specialiteit waarvoor hij het recht op doorlopende duur heeft opgebouwd, ook als hij op de vooravond niet is aangesteld in dat vak of in die specialiteit.

Praktisch gezien komt het erop neer dat wanneer het gaat om een vaste benoeming in het ambt van leraar, het personeelslid op 30 juni (als de datum van vaste benoeming 1 juli is) of op 30 september (als de datum van vaste benoeming) voor doorlopende duur moet aangesteld zijn in het ambt van leraar en dat hij voor het vak of de specialiteit waarvoor hij kandideert het recht op aanstelling van doorlopende duur moet verworven hebben.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden, moeten uiterlijk aan de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich heeft kandidaat gesteld.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

Op 1 maart 2016 zijn 15u specifiek atelier: schilderkunst vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (10/20sten specifiek atelier: schilderkunst) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni zijn recht op TADD voor het vak specifiek atelier: schilderkunst nog niet heeft verworven. Dit personeelslid zal wel 1 september 2016 het recht op TADD verwerven.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 10u specifiek atelier: schilderkunst.

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak specifiek atelier: schilderkunst voor 5u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 5u specifiek atelier: schilderkunst worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 2:

Op 1 maart 2016 zijn 11u instrument piano vacant.

Een deeltijds vast benoemd personeelslid (11/22sten instrument piano) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar.

- Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 11u instrument piano. Op 1 september 2016 stapt dit personeelslid in het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP).

- Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het vak instrument piano voor 11u. Hij kan op 1 oktober 2016 voor 11u instrument piano worden benoemd omdat hij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van leraar en de uren enerzijds vacant werden verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant zijn op 1 oktober 2016.

Voorbeeld 3:

- Een tijdelijk personeelslid wordt op 01-09-2015 voor doorlopende duur aangesteld voor de duur van het volledige schooljaar.

Van 20-05-2016 tot 30-06-2016 is het personeelslid afwezig wegens ziekte.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 4:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht stelde haar op 01-09-2015 aan voor doorlopende duur in een betrekking voor een volledig schooljaar. Op 30-06-2016 is dit personeelslid in bevallingsverlof.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 5:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor een aanstelling voor doorlopende duur.

De inrichtende macht kende haar op 01-09-2015 een aanstelling in een niet-vacante betrekking toe tot en met 15-04-2016.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Neen, want op 30-06-2016 is het personeelslid niet aangesteld voor doorlopende duur.

Voorbeeld 6:

- Een tijdelijk personeelslid heeft gekandideerd voor vaste benoeming in het ambt van leraar.

Op 01-09-2015 wordt dit personeelslid als leraar tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking voor een volledig schooljaar.

Kan dit personeelslid worden benoemd op 01-07-2016?

Ja, want op 30-06-2016 is het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur.

b. De betrekking:

1. als ze niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door affectatie of mutatie toegewezen.

3. is op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant.

4. die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van de rationalisatiereglementering in progressieve opheffing is, komt niet in aanmerking voor een vaste benoeming.

c. De ingangsdatum:

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een inrichtende macht een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de inrichtende macht vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn , eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant worden door pensionering of TBSVP .
Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP)).

De inrichtende macht moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de inrichtende macht op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de inrichtende macht op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data geldt eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

Bij gebrek aan kandidaten, eigen personeelsleden die voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in 6.1.2.1 a, kan de inrichtende macht een personeelslid van een instelling, behorend tot een andere inrichtende macht van hetzelfde net, op zijn verzoek benoemen, indien het voldoet aan de voorwaarden, met uitzondering van de voorwaarde over de vorm en de termijn van de kandidaatstelling.

6.1.2.2. Selectie- en bevorderingsambten

Bij een vaste benoeming in een selectie- of bevorderingsambt moeten volgende voorwaarden vervuld zijn.

a. Het personeelslid moet:

1. Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A. (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten genieten of in het bezit zijn van een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

3. van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister - model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd.

4. voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

5. lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

6. voldoen aan de dienstplichtwetten.

7. het vereiste of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel, bezitten voor het specifieke selectie- of bevorderingsambt.

8. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

b. De betrekking:

1. als ze niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking terbeschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

2. is niet reeds door mutatie of affectatie toegewezen.

3. die hetzij deel uitmaakt van een instelling, afdeling, vestigingsplaats, graad, cyclus of andere onderverdeling die als gevolg van de toepassing van rationalisatieregelen progressief wordt opgeheven, komt niet in aanmerking voor een vacantverklaring of een vaste benoeming.

In tegenstelling tot de wervingsambten is voor een benoeming in een selectie- of bevorderingsambt geen vaste ingangsdatum bepaald.

6.2. Benoeming vanaf de leeftijd van 55 jaar

Een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door de inrichtende macht. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking die bijvoorbeeld in april van het schooljaar vacant wordt.

Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 6.1.1.1 of 6.1.2.1).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is de inrichtende macht verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 oktober voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk of deeltijds benoemd zijn.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 juli of 1 oktober.

6.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

Een inrichtende macht kan een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard worden.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door de inrichtende macht. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking die bijvoorbeeld in november van het voorafgaande jaar vacant wordt.

Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid:

1. moet om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan de inrichtende macht op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. moet aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen (zie punt 6.1.1.1 of 6.1.2.1).

De ingangsdatum van deze vaste benoeming is steeds 1 juli of 1 oktober.

6.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als leraar deeltijds benoemd voor 11/20 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 8/20 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 75% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 25% langdurig VVP medische reden. Het kan in dat geval voor maximum 75% vast benoemd worden, m.a.w. het kan nog maximaal voor 4/20 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007- Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

6.5. Lesuren en uren-leraar waarin geen vaste benoeming kan worden uitgesproken

Op basis van de geldende wettelijke of reglementaire normen wordt het aantal financierbare of subsidieerbare lesuren, uren-leraar en betrekkingen van iedere onderwijsinstelling berekend.

Een deel van deze uren en betrekkingen komen jaarlijks in aanmerking voor vacantverklaring en benoeming.

Er zijn evenwel een aantal lesuren en uren-leraar die niet in aanmerking komen voor een vaste benoeming.

  • de herverdeling van maximaal drie procent door de inrichtende macht van de aan haar onderwijsinstellingen toegekende lesuren of uren-leraar;
  • de overdracht binnen hetzelfde net;
  • de overdracht door een onderwijsinstelling van niet ingerichte uren-leraar van een bepaald schooljaar naar het daarop volgend schooljaar;
  • extra-uren toegekend voor een tijdelijk project komen niet in aanmerking voor vaste benoeming;
  • de uren toegekend voor het inrichten van een betrekking voor ICT-coördinatie;
  • de extra lestijden toegekend in het kader van projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen;
  • de extra uren-leraar voor beleidsondersteuning die aan een kunstacademie worden toegekend.

Vastbenoemde personeelsleden kunnen via het stelsel van tijdelijk andere opdracht aangesteld worden in uren tijdelijk project (experiment), in uren ICT-coördinatie, in een kunstinitiatieproject en in de extra uren-leraar voor beleidsondersteuning.

6.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

In de decreten rechtspositie wordt bepaald dat, onverminderd de toepassing van de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie, de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort:

a ) voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is, en voor de leraar voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt, waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs heeft;

b ) voor het ambt, en voor de leraar het vak of deze specialiteit, waarin het betrokken personeelslid zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming en waarvoor het vast benoemd is, als het personeelslid vast benoemd wordt met een voldoend geacht of het gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs.

Onder "soort" wordt hier verstaan: het wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van voormelde definitie worden als vereiste en voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen.

Dit betekent dat, als de inrichtende macht een personeelslid wenst vast te benoemen rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is in de hierna vermelde gevallen:

  • in een andere personeelscategorie dan deze waarin het personeelslid reeds vast benoemd is;
  • in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
  • in een ander ambt, binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
  • voor een ander vak of specialiteit dan dat waarin het personeelslid zijn opdracht op het ogenblik van een vorige vaste benoeming uitoefende en waarvoor het vast benoemd werd, indien het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
  • voor een grotere omvang van de opdracht dan deze waarvoor het personeelslid reeds vast benoemd is.

Voor de toepassing van deze bepalingen gelden volgende begrippen:

  • personeelscategorie: bestuurs- en onderwijzend, opvoedend hulp-, ondersteunend, paramedisch, psychologisch, orthopedagogisch, sociaal, medisch, technisch en administratief personeel;
  • soort: wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

Enkele voorbeelden kunnen dit duidelijk maken.

Voor een personeelslid dat reeds vast benoemd is in een ambt dat vermeld is in de linker kolom, is een nieuwe vaste benoeming nodig wanneer het gaat over een ambt dat vermeld is in de rechter kolom.

In een andere categorie  

 

Studiemeester-opvoeder 

Leraar 

Studiemeester-opvoeder 

Opsteller 

Leraar 

Opsteller 

Opsteller 

Begeleider 

 

In een andere soort  

 

Leraar 

Directeur 

Begeleider 

Directeur 

 

In een ander ambt  

 

Leraar 

Begeleider 

 

Voor een grotere opdracht  

 

Leraar 10/20 

Leraar 15/20 

De draagwijdte van een vaste benoeming in een bepaald ambt is steeds beperkt tot het aantal uren waarvoor men in dit ambt is vast benoemd. Voor zover personeelsleden over het vereist bekwaamheidsbewijs beschikken, geldt de draagwijdte van de vaste benoeming in het desbetreffende ambt over de graden heen.

Voorbeeld

Laureaat muziekopvoeding 

 

is benoemd als leraar  

voor : 

geen nieuwe benoeming vereist voor : 

KV algemene muzikale vorming, lagere graad (VE) : 10 u 

KV algemene muzikale vorming, lagere graad (VE) : 5 u 

KV muziektheorie, hogere graad (VE) : 5 u 

Voor een personeelslid dat tezelfdertijd in twee verschillende ambten is benoemd, is bij een uitbreiding van het aantal uren in één van deze ambten steeds een nieuwe vaste benoeming noodzakelijk.

Voorbeeld 1 

 

Personeelslid is benoemd als : 

Nieuwe benoeming (10 u als opsteller) is nodig als : 

Leraar vak 'AMC'(10 u) 

Leraar vak 'AMC' (5 u) 

Opsteller(5 u) 

opsteller (15 u) 

 

Voorbeeld 2 

 

Personeelslid is benoemd als : 

Nieuwe benoeming (3 u als leraar) is nodig als : 

Leraar (11 u) 

Leraar (14 u) 

Begeleider (11 u) 

Begeleider (8 u) 

 

Voorbeeld 3 

 

Personeelslid is benoemd als : 

Nieuwe vaste benoeming (5 u als begeleider) is nodig als : 

Leraar (10 u) 

Leraar (8 u) 

Begeleider (5 u) 

Begeleider (10 u) 

Voor een personeelslid wiens vaste benoeming in het ambt van leraar op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs reeds geldt voor een bepaald vak of specialiteit (zie linkerkolom), is een nieuwe benoeming nodig wanneer het gaat om een ander vak of specialiteit (zie rechterkolom) en waarvoor het personeelslid eveneens over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs beschikt.

Voorbeeld

Personeelslid is  

 

benoemd als leraar 

KV SAA Kunstambachten(VO) 

Nieuwe benoeming is nodig voor leraar TV materialenleer (VO) 

Voor een personeelslid dat in het ambt van leraar werd benoemd op grond van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, geldt de benoeming voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt waarvoor het betrokken personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft, maar ook voor het vak of de specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd. Er is géén nieuwe benoeming nodig wanneer het betrokken personeelslid de omvang van zijn opdracht in dat vak of die specialiteit waarvoor het met een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs werd benoemd, uitbreidt. Dit natuurlijk op voorwaarde dat de totale omvang van de opdracht waarvoor dit personeelslid in het ambt van leraar is benoemd, niet toeneemt.

Voorbeeld

Personeelslid benoemd als : 

Geen nieuwe benoeming nodig als: 

Leraar KV SAA Kunstambachten (VE) : 10 u 

Leraar KV SAA Kunstambachten (VE) : 5 u 

Leraar TV Materialenleer (VO) : 5 u 

Leraar TV Materialenleer (VO) : 10 u 

7. De centra voor leerlingenbegeleiding en de permanente ondersteuningscellen

7.1. Voorwaarden waaraan het personeelslid moet voldoen en voorwaarden waaraan de betrekking moet voldoen

7.1.1. Het gemeenschapsonderwijs - wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor;

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

6. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

7. Op 30 juni voorafgaand aan de datum vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie.

8. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Uitzonderingen: De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:

- voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;

- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarde vermeld in punt 7.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van bijvoorbeeld ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur. 

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Voorbeeld
Op 1 maart 2016 is een betrekking van 8/10 paramedisch werker vacant verklaard. Een deeltijds vast benoemd personeelslid (7/10) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni haar recht op TADD in het ambt van paramedisch werker nog niet heeft verworven maar wel op 1 september 2016.

Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 3/10 in het ambt van paramedisch werker.

Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het ambt van paramedisch werker voor 5/10. Zij kan op 1 oktober 2016 voor 5/10 worden benoemd omdat zij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van paramedisch werker en de betrekking enerzijds vacant werd verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant is op 1 oktober 2016.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie of laatste beoordeling geen evaluatie of beoordeling met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

10. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

11. zich kandidaat gesteld hebben in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Volgende betrekkingen komen niet in aanmerking voor een vaste benoeming:

  • betrekkingen die niet gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten, zoals bepaald in de artikelen 70 en 71 van het decreet CLB;
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten die werden overgedragen in toepassing van artikel 90 of van de artikelen 92 en 93 van het decreet CLB.

7.1.2. Het gesubsidieerd onderwijs - wervingsambten

Een vaste benoeming in een vacant verklaarde betrekking van een wervingsambt moet op 1 juli en op 1 oktober plaatsvinden onder volgende voorwaarden.

a. Het personeelslid moet:

1. onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de E.V.A.(Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.

2. burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en van onberispelijk gedrag zijn zoals blijkt uit een uittreksel uit het strafregister – het vroegere model 2 -, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd. Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten:Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt.

De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1. hiervoor.

3. Voldoen aan de taalvereisten.

Het personeelslid dat een tijdelijke afwijking van de taalvereisten heeft verkregen, komt niet in aanmerking voor vaste benoeming tijdens de duur van deze afwijking.

4. Lichamelijk geschikt zijn.

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.

5. Een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel.

6. Voldoen aan de dienstplichtwetten.

7. Op 30 juni voorafgaand aan de datum vaste benoeming 720 dagen dienstanciënniteit hebben, waarvan 360 dagen in het ambt van benoeming.

De dienstanciënniteit wordt in aanmerking genomen en berekend volgens artikel 4 van het decreet rechtspositie.

8. Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld voor benoeming.

Uitzonderingen
De voorwaarde betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is niet vereist in volgende situaties:
- voor een vastbenoemd personeelslid dat werd aangesteld bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;
- voor een vast benoemd personeelslid voor wat betreft het volume van zijn opdracht waarvoor hij is vast benoemd en waarvoor hij een verlof heeft verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Dit personeelslid moet evenwel voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarde vermeld in punt 7.

Het feit dat het personeelslid voorafgaand aan de benoeming moet aangesteld zijn voor doorlopende duur, betekent niet dat het personeelslid effectief in dienst moet zijn op die datum.

Het decreet rechtspositie bepaalt immers dat een tijdelijk personeelslid dat het recht op een aanstelling van doorlopende duur heeft verworven en dat op het ogenblik van de aanstelling zijn betrekking niet effectief kan opnemen omwille van bijvoorbeeld ziekte, een arbeidsongeval, bevallingsverlof, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, het recht heeft om na de afwezigheid de betrekking effectief op te nemen. Dit betekent evenwel dat in het begin van het schooljaar of uiterlijk de dag voorafgaand aan de benoeming de vacature effectief moet worden toegewezen aan dit personeelslid.

Wordt de vacature niet toegewezen, dan kan het personeelslid er ook geen aanspraak op maken bij zijn terugkeer.

Aanstelling voor doorlopende duur houdt ook niet in dat het personeelslid in de vacant verklaarde betrekking moet fungeren. Het personeelslid kan evengoed aangesteld zijn voor doorlopende duur in een andere vacante betrekking, in een niet-vacante betrekking of zelfs in een andere instelling.

Het personeelslid moet echter wel degelijk een aanstelling van doorlopende duur hebben in het ambt van benoeming.

Ook deeltijds vast benoemde personeelsleden die hun benoeming willen uitbreiden moeten uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming aangesteld zijn voor doorlopende duur.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 juli moet het personeelslid uiterlijk op 30 juni daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Als de vaste benoeming ingaat op 1 oktober moet het personeelslid uiterlijk op 30 september daarvoor voor doorlopende duur aangesteld zijn in het ambt waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld.

Voorbeeld
Op 1 maart 2016 is een betrekking van 8/10 paramedisch werker vacant verklaard. Een deeltijds vast benoemd personeelslid (7/10) kandideert voor uitbreiding tot een voltijdse opdracht. Daarnaast kandideert ook een tijdelijk personeelslid dat op 30 juni haar recht op TADD in het ambt van paramedisch werker nog niet heeft verworven maar wel op 1 september 2016.

Op 1 juli 2016 wordt het deeltijds vast benoemd personeelslid bijkomend benoemd voor 3/10 in het ambt van paramedisch werker.

Het tijdelijk personeelslid wordt op 1 september 2016 aangesteld voor doorlopende duur in het ambt van paramedisch werker voor 5/10. Zij kan op 1 oktober 2016 voor 5/10 worden benoemd omdat zij op 30 september 2016 voor doorlopende duur is aangesteld in het ambt van paramedisch werker en de betrekking enerzijds vacant werd verklaard op 1 maart 2016 en anderzijds nog steeds vacant is op 1 oktober 2015.

9. Voor het ambt in kwestie als laatste evaluatie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen bij de inrichtende macht waar de vacante betrekking zich situeert.

Als het personeelslid niet werd geëvalueerd of niet werd beoordeeld, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.

Meer informatie over evaluatie kan u terugvinden in de omzendbrief PERS/2010/09 van 29-10-2010 - Functiebeschrijving en evaluatie.

10. de betrekking in hoofdambt uitoefenen.

11. zich kandidaat gesteld hebben in de vorm en binnen de termijn vermeld in de oproep tot de kandidaten.

b. De betrekking:

1. Een betrekking kan slechts door benoeming ingenomen worden als ze:

  • niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid. Weliswaar kan een vacant verklaarde betrekking voor benoeming worden toegewezen aan een personeelslid dat daarin is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld;
  • niet reeds door een nieuwe affectatie of mutatie toegewezen is;
  • op 1 juli of op 1 oktober volgend op de vacantverklaring nog vacant is.

2. Volgende betrekkingen komen niet in aanmerking voor een vaste benoeming:

  • betrekkingen die niet gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten, zoals bepaald in de artikelen 70 en 71 van het decreet CLB;
  • betrekkingen die gebaseerd zijn op omkaderingsgewichten die werden overgedragen in toepassing van artikel 90 of van de artikelen 92 en 93 van het decreet CLB.

7.2. Benoeming in een wervings- of bevorderingsambt vanaf de leeftijd van 55 jaar

Een personeelslid dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, kan op zijn verzoek worden vast benoemd mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

7.2.1. In een wervingsambt

a. De betrekking:

1. moet vacant zijn.

Dit betekent niet dat het personeelslid op de vooravond van de vaste benoeming effectief moet aangesteld zijn in de vacante betrekking.

2. moet in een wervingsambt zijn.

3. moet niet vacant verklaard zijn.

De betrekking moet niet worden vacant verklaard door de inrichtende macht. Op deze manier kan de benoeming worden uitgesproken in een betrekking die bijvoorbeeld in april van het schooljaar vacant wordt.

Het staat de inrichtende macht evenwel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de vaste benoeming.

2. de voorwaarden vervullen voor vaste benoeming (zie punt 7.1.1 of 7.1.2).

3. om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt en hij voldoet aan alle voorwaarden, dan is de inrichtende macht verplicht de benoeming uit te spreken.

4. vanaf 1 oktober voorafgaand aan de datum van vaste benoeming in dienst zijn in de instelling waar de betrekking te begeven is.

5. tijdelijk of deeltijds benoemd zijn.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 juli of 1 oktober.

7.2.2. In het bevorderingsambt van directeur

Een personeelslid dat belast is met een mandaat van directeur in een vacante betrekking, wordt op zijn verzoek op de leeftijd van 55 jaar vast benoemd in deze betrekking, op voorwaarde dat hij:

  • de voorwaarden vervult voor vaste benoeming in het bevorderingsambt van directeur;

  • mandaathouder is van de betrekking waarin hij wordt benoemd;

  • de vaste benoeming bij de inrichtende macht raad aanvraagt.

De betrekking hoeft niet vacant verklaard te worden.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 januari. 

7.3. Benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling

De inrichtende macht kan - bij wijze van uitzondering op de gewone benoemingsprocedure - een personeelslid dat bij haar wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante betrekking, vast benoemen mits aan volgende voorwaarden is voldaan.

a. De betrekking moet:

1. vacant zijn.

2. in een wervingsambt zijn.

3. niet vacant verklaard worden.

De inrichtende macht moet de betrekking niet vacant verklaren, maar het staat de inrichtende macht wel vrij om de betrekking toch vacant te verklaren volgens de gebruikelijke procedure.

b. Het personeelslid moet:

1. om de vaste benoeming verzoeken bij de inrichtende macht.

Als het personeelslid om de benoeming verzoekt, kan de inrichtende macht op het verzoek ingaan. Er is hier echter geen sprake van een verplichting tot benoeming.

2. aan de voorwaarden voor vaste benoeming voldoen.

Het personeelslid moet evenwel niet aangesteld zijn voor doorlopende duur op de vooravond van de vaste benoeming.

Deze vaste benoeming heeft als ingangsdatum steeds 1 juli of 1 oktober.

7.4. Vaste benoeming en langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen

Een deeltijds benoemd personeelslid dat de goedkeuring heeft gekregen om een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen op te nemen, kan zich, indien hij voldoet aan de voorwaarden betreffende vaste benoeming, kandidaat stellen voor uitbreiding van zijn vaste benoeming.

De uitbreiding van de vaste benoeming is echter steeds beperkt tot een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Voorbeeld

Een personeelslid is als maatschappelijk werker deeltijds benoemd voor 18/36 en oefent daarnaast een tijdelijke opdracht van 18/36 uit. Het personeelslid krijgt de goedkeuring voor een langdurig VVP medische redenen en moet nog 70% van een voltijdse opdracht blijven uitoefenen. Het personeelslid neemt dus voor 30% langdurig VVP medische reden. Het personeelslid kan in dat geval voor maximum 70% vast benoemd worden, m.a.w. het personeelslid kan nog maximaal voor 7/36 een uitbreiding van zijn vaste benoeming krijgen.

Een personeelslid dat in het gemeenschapsonderwijs in een selectie- of bevorderingsambt is toegelaten tot de proeftijd en de goedkeuring krijgt voor een langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen, komt in aanmerking voor een vaste benoeming in dat selectie- of bevorderingsambt voor een volume dat maximum gelijk is aan het volume van werkhervatting dat in de beslissing over het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen is goedgekeurd.

Meer informatie over dit verlof vindt u in de omzendbrief PERS/2007/07 van 21-09-2007-Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen en de terbeschikkingstelling wegens ziekte voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

7.5. Ingangsdatum van de vaste benoeming

Een vaste benoeming in een wervingsambt vindt plaats op 1 juli van het schooljaar waarin de betrekking is vacant verklaard en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar, voor zover de betrekking op die datum nog vacant is.

1 juli is de datum waarop een inrichtende macht het gros van haar vaste benoemingen moet uitspreken.
De tweede ingangsdatum van 1 oktober is bedoeld voor de vaste benoeming van een personeelslid dat op 1 juli nog niet aan de benoemingsvoorwaarden voldoet of als het gaat om een betrekking die pas na 1 juli effectief vacant wordt (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat).

Dit betekent dat er twee ogenblikken zijn waarop een raad van bestuur of een inrichtende macht een vaste benoeming moet uitspreken, nl. op 1 juli en op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar .

Deze vaste benoemingen gebeuren op basis van de mededeling van de vacant verklaarde betrekkingen die de raad van bestuur of de inrichtende macht vóór 1 april heeft openbaar gemaakt. Deze mededeling omvat alle betrekkingen die op 1 maart vacant zijn eventueel aangevuld met de betrekkingen die na 1 maart en uiterlijk op 1 september vacant wo rden door pensionering of TBSVP .

Er is dus slechts 1 oproep voor beide data van vaste benoeming.
De personeelsleden moeten zich op basis van deze mededeling kandidaat stellen voor een vaste benoeming op deze data.

De datum van 1 oktober laat toe dat ook personeelsleden kunnen kandideren die op 1 juli nog niet aan de voorwaarden van een vaste benoeming voldoen en dat betrekkingen in aanmerking komen die pas effectief vacant worden na 1 juli (bv. omdat een personeelslid op 1 september met pensioen gaat of uitstapt via het stelsel terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (TBSVP)) .

De raad van bestuur of de inrichtende macht moet op 1 juli een vaste benoeming toewijzen aan het personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet. Daarna wijst de raad van bestuur of de inrichtende macht op 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar een vaste benoeming toe aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden van vaste benoeming voldoet, voor zover de betrekking op dat ogenblik nog vacant is.

Dit betekent dat als de raad van bestuur of de inrichtende macht op 1 juli aan een personeelslid dat op dat ogenblik aan de voorwaarden voldoet geen vaste benoeming toewijst, er op 1 oktober ook geen vaste benoeming aan dit personeelslid kan worden toegekend voor de betrekking waarvoor betrokkene op 1 juli kon vast benoemd worden.

Deze data gelden eveneens voor de personeelsleden die op dat ogenblik afwezig zijn en toch voldoen aan de voorwaarden tot vaste benoeming. Dit is onder meer het geval voor de personeelsleden die afwezig zijn wegens ziekte of bevalling.

7.6. Draagwijdte van een vaste benoeming

In de decreten rechtspositie wordt bepaald dat de vaste benoeming geldt binnen dezelfde categorie en binnen een zelfde soort voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is.

Dit betekent dat, als het centrumbestuur een personeelslid wenst vast te benoemen, rekening houdend met alle andere gestelde voorwaarden, een (nieuwe) vaste benoeming nodig is bij overgang naar een ander ambt.

8. Mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd aan AgODi en AHOVOKS

8.1. Indieningstermijn

De inrichtende macht deelt elke vaste benoeming of toelating tot de proeftijd mee aan AgODi en AHOVOKS uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de vaste benoeming of toelating tot de proeftijd.

AgODi en AHOVOKS aanvaarden geen vaste benoeming of toelating tot de proeftijd die buiten deze termijn worden ingestuurd. Dit heeft tot gevolg dat de vaste benoeming of toelating tot de proeftijd geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Uitzonderingen

- de vaste benoeming die na de termijn van drie maanden wordt meegedeeld, kan wel nog worden aanvaard door de overheid. Dit gebeurt op voorwaarde dat de mededeling plaatsvindt binnen een periode van 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.

In dat geval heeft de benoeming pas uitwerking heeft ten aanzien van de overheid op de eerste dag van de maand volgend op deze periode van de 45 kalenderdagen.

- de nieuwe vaste benoeming van een personeelslid van het ondersteunend personeel in het kader van een bevordering tot een hogere salarisschaal in hetzelfde ambt, moet worden meegedeeld binnen een termijn van twaalf maanden na de ingangsdatum van deze bevordering.

Voorbeeld

Een inrichtende macht benoemt een personeelslid op 1 juli 2016 in het ambt van leraar. Zij deelt de benoeming evenwel slechts mee op  7 oktober 2016. Dit is buiten de termijn van drie maanden volgend op de ingangsdatum van de benoeming. De benoeming wordt toch aanvaard door de overheid, omdat ze is ingediend binnen de 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.

De vaste benoeming heeft evenwel slechts uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op de periode van 45 kalenderdagen, dus op 1 december 2016.

Uiteraard kan de administratie slechts na mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd het salaris of de salaristoelage aanpassen aan de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd.

8.2. Wijze van mededeling

Opdat een vaste benoeming van een personeelslid uitwerking zou hebben ten aanzien van de overheid, moet de inrichtende macht de benoeming op de hierna vermelde wijze meedelen aan AgODi en AHOVOKS.

8.2.1. Het gemeenschapsonderwijs

De mededeling van de vaste benoeming of de toelating tot de proeftijd gebeurt elektronisch via een RL-1.

AgODi en AHOVOKS streven ernaar om de vaste benoeming met ingangsdatum 1 juli ten laatste uit te voeren bij de salarisverwerking van juni. Het is dan ook aangewezen om de indieningstermijn van 3 maanden (zie punt 8.1) niet uit te putten en de elektronische zending en het uittreksel strafregister zo vlug mogelijk door te sturen en dit uiterlijk op 10 juni . Dit geeft het werkstation de tijd om de benoemingsvoorwaarden grondig te controleren en de nodige regularisaties door te voeren.

Als het gaat om een eerste vaste benoeming of om een benoeming in een nieuw ambt, moet het bevoegde werkstation in het bezit zijn van een uittreksel uit het strafregister- het vroegere model 2 - dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd.

Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho -medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt .

De geldigheidsdatum van de RL-1 waarmee een vaste benoeming wordt meegedeeld, is de datum van vaste benoeming van het personeelslid. Deze RL-1 bevat het volledige nieuwe opdrachtenpakket, waarbij de opdracht waarvoor het personeelslid vast benoemd is met ato 4 (administratieve toestand) wordt aangeduid.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een personeelslid dat reeds voor 14/20 vast benoemd was, krijgt op 01-07-2016 een uitbreiding van benoeming met 6 uur in de derde graad .

De school zendt een RL-1 geldig op 01-07-2016 met opdracht 20/20 (niet : 06/20).

Voor een toelating tot de proeftijd stuurt de instelling een RL-1 met de nieuwe opdracht in het selectie- of bevorderingsambt met ATO 3. Als het personeelslid reeds benoemd is in een ander ambt moet eveneens een opdrachtgebonden dienstonderbreking (RL-1 met code 055) worden ingestuurd.

Voorbeeld 2

Een voltijds benoemd onderwijzer van school A wordt met ingang van 01.05.2016 toegelaten tot de proeftijd in school B.

In te zenden :

- school A : RL-1 24/24 onderwijzer ATO 4 met DO 055 voor periode 01.05.2016 t/m 30.04.2017

- school B : RL-1 24/24 directeur ATO 3 voor periode 01.05.2016 t/m 30.04. 2017

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AgODi en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u aan AgODi en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

8.2.2. Het gesubsidieerd onderwijs

De mededeling van de vaste benoeming gebeurt elektronisch via een RL-1.

AgODi en AHOVOKS streven ernaar om de vaste benoeming met ingangsdatum 1 juli ten laatste uit te voeren bij de salarisverwerking van juni. Het is dan ook aangewezen om de indieningstermijn van 3 maanden (zie punt 8.1) niet uit te putten en de elektronische zending en het uittreksel strafregister zo vlug mogelijk door te sturen en dit uiterlijk op 10 juni . Dit geeft het werkstation de tijd om de benoemingsvoorwaarden grondig te controleren en de nodige regularisaties door te voeren.

Als het gaat om een eerste vaste benoeming of om een benoeming in een nieuw ambt, moet het bevoegde werkstation in het bezit zijn van een uittreksel uit het strafregister- het vroegere model 2 - dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgeleverd.

Het uittreksel strafregister moet verwijzen naar artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering (596.2 SV) of volgende uitdrukkelijke vermelding bevatten: Uittreksel strafregister gevraagd om een activiteit uit te oefenen die onder opvoeding, psycho -medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt .

De geldigheidsdatum van de RL-1 waarmee een vaste benoeming wordt meegedeeld, is de datum van vaste benoeming van het personeelslid. Deze RL-1 bevat het volledige nieuwe opdrachtenpakket, waarbij de opdracht waarvoor het personeelslid vast benoemd is met ato 4 (administratieve toestand) wordt aangeduid.

Voorbeeld

Een personeelslid dat reeds voor 14/20 vast benoemd was, krijgt op 01-07-2016 een uitbreiding van benoeming met 6 uur in de derde graad .

De school zendt een RL-1 geldig op 01-07-2016met opdracht 20/20 (niet : 06/20).

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AgODi en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u via EDISON aan AgODi en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

8.3. Mededeling van de mutatie en affectatie

8.3.1. Indieningstermijn

De inrichtende macht deelt elke affectatie of mutatie mee AgODi en AHOVOKS uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de affectatie of mutatie.

AgODi en AHOVOKS aanvaarden geen nieuwe affectatie of mutatie die buiten deze termijn worden ingestuurd. Dit heeft tot gevolg dat de affectatie of mutatie geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid.

Uitzondering

De nieuwe affectatie of mutatie die na de termijn van drie maanden wordt meegedeeld, kan wel nog worden aanvaard door de overheid. Dit gebeurt op voorwaarde dat de mededeling plaatsvindt binnen een periode van 45 kalenderdagen volgend op de termijn van drie maanden.

In dat geval heeft de nieuwe affectatie of mutatie pas uitwerking heeft ten aanzien van de overheid op de eerste dag van de maand volgend op deze periode van de 45 kalenderdagen.

Uiteraard kan de administratie slechts na mededeling van de nieuwe affectatie of mutatie het salaris of de salaristoelage aanpassen aan de nieuwe situatie.

8.3.2. Wijze van mededelen

De instelling die het personeelslid verlaat, stuurt een RL-4 (stopzetting opdrachtenpakket) met reden mutatie (code 01) of affectatie (code 02). Als het personeelslid niet voor zijn volledige opdracht wordt geaffecteerd of gemuteerd, stuurt de instelling een nieuw opdrachtenpakket (RL-1) op met de nog resterende opdrachten (opgelet: in dit geval wordt geen RL-4 opgestuurd).

De instelling waar de nieuwe affectatie of mutatie plaatsvindt, stuurt een RL-1 (opdrachtenpakket) in met ATO 4 voor de nieuwe opdracht.

Aandacht

In het kader van de Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en AgODi en AHOVOKS moet u het personeelslid steeds op de hoogte stellen van de opdrachten die u aan AgODi en AHOVOKS bezorgt. Dus ook bij melding van een vaste benoeming via RL-1 moet u de gegevens die u instuurt voorleggen aan het personeelslid.

Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie vindt u terug in de omzendbrief - Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de inrichtende machten en het ministerie van Onderwijs en Vorming - vervanging basisovereenkomst voor elektronische gegevensoverdracht (BOEG) – PERS/2011/02 van 11/04/2011.

9. Opmerkingen

9.1. Geen uitwerking ten aanzien van overheid

Vaste benoemingen of toelatingen tot de proeftijd die gebeuren in strijd met de geldende reglementering hebben geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

10. Bijlage