Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten

  • Deze omzendbrief bevat een overzicht van de personeelsformatie op basis van de puntenenveloppen scholen en scholengemeenschappen en de specifieke personeelsaspecten verbonden aan de ambten ingericht op basis van deze puntenenveloppen.
  • Binnen de scholengemeenschappen kunnen er vanaf 1 september 2021 scholengemeenschapsinstellingen opgericht worden. In dat geval kunnen de personeelsleden die worden aangesteld met punten die op het niveau van de scholengemeenschap worden aangewend vast benoemd worden.
  • In de andere onderwijsniveaus wordt het ambt van ICT-coördinator voor het eerst voorzien vanaf volgend schooljaar. Om ervoor te zorgen dat de ICT-coördinatoren in het basisonderwijs recht hebben op een zelfde salarisschaal als de ICT-coördinatoren in de andere onderwijsniveaus, behouden we vanaf het schooljaar 2021-2022 nog enkel de salarisschalen 148 (ten minste bachelor - 85 punten) en 501 (ten minste master – 126 punten).
  • In uitvoering van cao XII en onder voorbehoud van de definitieve goedkeuring van het ontwerp van besluit door de Vlaamse regering wordt het ambt van beleidsondersteuner vanaf 1 januari 2022 aan de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel toegevoegd. Dit ambt wordt tot nader order net zoals de zorgcoördinator als wervingsambt ingericht. Momenteel lopen sociale onderhandelingen of het ambt een wervings- dan wel een selectieambt moet zijn. Deze onderhandelingen zullen ten vroegste op 1 september 2022 hun uitvoering krijgen. Met dit voor ogen kan u eventueel al gericht personeel aanstellen in het ambt van beleidsondersteuner.

1. Personeelsformatie

1.1. Inleiding

Sinds 1 september 2003 is er een personeelsformatie op basis van puntenenveloppen op het niveau van het basisonderwijs. Er werd op dat ogenblik een statutair kader voorzien aan de hand van de puntenenveloppen administratieve ondersteuning, ICT en zorg, waarmee ambten in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel kunnen worden ingericht. Vanaf 1 januari wordt de puntenenveloppe administratieve ondersteuning hervormd naar de puntenenveloppe administratieve en beleidsondersteuning.

De basisprincipes voor het gebruik van de puntenenveloppen zijn grotendeels ongewijzigd gebleven. Vanaf het schooljaar 2005-2006 werden wel enkele aanpassingen aangebracht, om op deze manier het beleidsvoerend vermogen van de scholen te verhogen, het management te ondersteunen en de slagkracht van de scholengemeenschappen te vergroten. Vanaf 1 januari 2022 wordt bovendien het ambt van beleidsondersteuner voorzien.

Er zijn vier puntenenveloppen. Twee daarvan worden toegekend aan de school (administratieve en beleidsondersteuning en ICT), maar kunnen gedeeltelijk worden samen gelegd op het niveau van de scholengemeenschap. De twee andere puntenenveloppen (stimulus en zorg) worden toegekend aan de scholengemeenschap, maar kunnen/moeten gedeeltelijk worden verdeeld over de scholen die tot de scholengemeenschap behoren.

Scholen voor gewoon basisonderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren, blijven recht hebben op een puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid.

1.2. Puntenenveloppen

1.2.1. Puntenenveloppen op het niveau van de school

Op het niveau van de scholen onderscheiden we drie soorten punten:

1) door de scholengemeenschap verdeeld worden over de scholen die tot de scholengemeenschap behoren;

2) afkomstig zijn van de puntenenveloppe zorg voor het uitbouwen van een zorgbeleid (opgelet: enkel voor de scholen uit het gewoon basisonderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren).

De berekening van de puntenenveloppen is terug te vinden in de omzendbrieven Personeelsformatie scholen in het Gewoon Basisonderwijs en Personeelsformatie scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs.

Op het niveau van de school zijn alle punten gekleurd. Dit betekent dat alle punten specifiek moet worden gebruikt voor het doel waarvoor ze bestemd zijn, namelijk:

- de punten(enveloppe) zorg voor het zorgbeleid;

- de puntenenveloppe ICT voor ICT-beleid;

- de puntenenveloppe administratieve en beleidsondersteuning voor administratieve en beleidsondersteuning.

Het is op schoolniveau niet mogelijk dat punten overgedragen worden van de ene enveloppe naar een andere enveloppe.

Voorbeeld

Het schoolbestuur kan er niet voor opteren om de helft van de door de scholengemeenschap aan de school toegekende punten zorg over te dragen naar de enveloppe voor ICT.

1.2.2. Puntenenveloppe op niveau van de scholengemeenschap

Op het niveau van de scholengemeenschap onderscheiden we drie soorten punten:

- de punten die afkomstig zijn van de stimulus-enveloppe;

- de punten die afkomstig zijn van de puntenenveloppe zorg en die niet over de scholen van de scholengemeenschap worden verdeeld;

- de punten die de scholen van de scholengemeenschappen samen leggen.

Samen zijn dit de punten van de scholengemeenschap.

In de uren die ingericht worden op basis van deze punten kon tot 1 september 2021 niet vast benoemd worden.

Vanaf het schooljaar 2021-2022 kan dat wel, voor zover er een scholengemeenschapsinstelling wordt opgericht binnen de scholengemeenschap.

Personeelsleden die al vastbenoemd waren (en eventueel via een verlof tijdelijk andere opdracht een betrekking opnamen op het niveau van de scholengemeenschap binnen hetzelfde ambt) kunnen via een mutatie of een nieuwe affectatie al vanaf 1 september 2021 als vastbenoemd personeelslid tewerkgesteld worden in de betrekkingen opgericht binnen de scholengemeenschapsinstelling.

Bij een scholengemeenschap waarbij alle scholen (binnen hetzelfde net) tot hetzelfde schoolbestuur behoren en het schoolbestuur bijgevolg ook de bevoegdheid draagt over de scholengemeenschapsinstelling, kan dit via een nieuwe affectatie.

Bij een scholengemeenschap waarbij de scholen - binnen hetzelfde net - tot meerdere schoolbesturen behoren, en bijgevolg een aparte rechtspersoon moet opgericht worden die de bevoegdheid draagt over de scholengemeenschapsinstelling, kan dit via een mutatie.

Voor de punten die afkomstig zijn van de puntenenveloppe zorg die niet over de scholen van de scholengemeenschap worden verdeeld en voor de punten die de scholen van de scholengemeenschappen samen leggen (=punten uit de puntenenveloppes administratie en ICT)kan er maximaal vacant verklaard worden tot het percentage dat op 1 september 2020 werd aangewend op het niveau van de scholengemeenschap. Dit percentage kan verhoogd worden na akkoord binnen het bevoegd lokaal comité. Wanneer er evenwel meer dan 10% van deze puntenenveloppes wordt aangewend op het niveau van de scholengemeenschap, dan komen de betrekkingen die worden ingericht bovenop deze 10% niet in aanmerking voor vacantverklaring en kunnen er dus ook in geen geval personeelsleden in geaffecteerd, tot de proeftijd toegelaten, vast benoemd of gemuteerd worden in deze betrekkingen.

Voor de punten die afkomstig zijn van de stimulus-enveloppe gelden deze begrenzingen niet, deze punten kunnen dus integraal vacant verklaard worden.

1.2.2.1. Stimulus

De scholengemeenschap ontvangt ter ondersteuning van de werking een puntenenveloppe, de stimulus.

Deze puntenenveloppe kan ze volledig vrij aanwenden voor het doel of voor de doelen waarvoor ze zelf kiest. De keuze kan autonoom gemaakt worden voor: zorg en/of ICT en/of administratie en/of beleidsondersteuning en/of de aparte functies specifiek ter ondersteuning van de scholengemeenschap (zie verder).

1.2.2.2. Zorg

De scholengemeenschap ontvangt een puntenenveloppe zorg.

Er moet minstens 90% van de punten van deze puntenenveloppe verdeeld worden over de verschillende scholen die behoren tot de scholengemeenschap. De overige 10% mag aangewend worden op het niveau van de scholengemeenschap. Van deze percentages kan men lokaal - na akkoord in het bevoegd lokaal comité - afwijken. In uitvoering van CAO VIII is het de bedoeling dat de puntenenveloppe maximaal naar het niveau van de scholen doorvloeit ten einde werkdrukverlaging te realiseren voor de leerkrachten die zich ondersteund voelen door deskundige zorgcoördinatoren. Daarom moet er zeker aandacht geschonken worden aan het feit dat de puntenenveloppe in de eerste plaats besteed dient te worden aan hulp aan leerlingen en leerkrachten.

De middelen voor zorg kunnen momenteel aangewend worden voor “vier domeinen”, nl. coördinatie van alle zorg en gelijke onderwijskanseninitiatieven, het ondersteunen van het handelen van onderwijzend personeel, het begeleiden van leerlingen en het bevorderen van kleuterparticipatie.

De middelen van deze zorgenveloppe zullen vanaf het schooljaar 2020-2021 voor minstens 20% aangewend worden voor leerlingondersteuning in de klas in de scholen van het gewoon basisonderwijs. Omdat we meer handen in de klas willen zullen we dit percentage de komende jaren laten stijgen naar 25% in het schooljaar 2021-2022, 30% in het schooljaar 2022-2023 en 35% in het schooljaar 2023-2024.

Deze leerlingondersteuning dient zich te focussen op het begeleidingsdomein leren en studeren. Dit heeft tot doel het leren van de leerling te optimaliseren en het leerproces te bevorderen door leer- en studeervaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen. Op die manier worden de middelen aangewend op de klasvloer ter ondersteuning van de leerlingen.

Deze bepaling geldt niet voor scholengemeenschappen met enkel buitengewoon basisonderwijs.

Voorbeeld

De scholengemeenschap heeft recht op 264 punten. Minstens 25% daarvan, m.a.w. 66 punten, dient tijdens het schooljaar 2021-2022 aangewend te worden op schoolniveau in het gewoon basisonderwijs voor leerlingondersteuning in de klas in de scholen van het gewoon basisonderwijs. Het percentage stijgt naar 30% in het schooljaar 2022-2023 en 35% in schooljaar 2023-2024.

De punten gegenereerd door de vierjarige kleuters met thuistaal niet de onderwijstaal dienen gebruikt te worden voor taalintegratietrajecten in de scholen voor gewoon basisonderwijs. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. De aanwending van deze middelen maakt deel uit van de aanwending voor leerlingondersteuning. Voor meer informatie zie omzendbrief Screening niveau onderwijstaal, taal(integratie)traject en taalbad in het gewoon basisonderwijs.

Om het exacte aantal punten te kennen dat op het niveau van de scholengemeenschap mag aangewend worden, moet er afgerond worden. Hierbij zijn de gebruikelijke afrondingsregels van toepassing. Indien, na toepassing van de 10%-regel, het eerste cijfer na de komma kleiner is dan 5 wordt er afgerond naar beneden. Indien het eerste cijfer na de komma 5 of meer is wordt er afgerond naar boven.

Voorbeeld 1

Een scholengemeenschap ontvangt 117 punten zorg. 10% van 117 is 11,7. Na toepassing van de gebruikelijke afrondingsregels betekent dit dat deze scholengemeenschap maximum 12 punten zelf kan aanwenden.

Voorbeeld 2

Een school ontvangt 131 punten voor haar zorgbeleid. Na toepassing van de 10%-regel en van de gebruikelijke afrondingsregels betekent dit dat deze scholengemeenschap maximum 13 punten uit de zorgenveloppe zelf mag aanwenden.

De punten uit de enveloppe zorg die aangewend worden op het niveau van de scholen kunnen enkel in het ambt van zorgcoördinator aangewend worden.

Met de punten die op het niveau van de scholengemeenschap aangewend worden kan men eveneens enkel betrekkingen oprichten in het ambt van zorgcoördinator. Wel is het mogelijk om met deze punten ook betrekkingen op te richten in de functie stafmedewerker-scholengemeenschap (zie verder in punt 1.3.2.). In tegenstelling met de stimuluspunten of de samen gelegde punten zijn de betrekkingen in de functie stafmedewerker-scholengemeenschap, opgericht met deze punten zorg, enkel mogelijk in het ambt van zorgcoördinator.

Meer informatie over de berekening van de puntenenveloppe zorg vindt u in de omzendbrief scholengemeenschappen basisonderwijs.

1.2.2.3. Samen leggen van punten

Een schoolbestuur kan, in overeenstemming met de afspraken die binnen de scholengemeenschap gemaakt zijn, beslissen om maximum 10% van de punten van de enveloppe voor ICT-coördinatie en/of voor administratieve en beleidsondersteuning samen te leggen op het niveau van de scholengemeenschap voor zover dit niet tot een bijkomende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leidt van de vast benoemde ICT-coördinatoren, administratieve medewerkers en beleidsondersteuners. Na een akkoord (per puntenenveloppe!) in het bevoegd lokaal comité kan er meer dan 10% van de punten samen gelegd worden op het niveau van de scholengemeenschap. Meer info hierover vindt u in de onder 1.2.1. vermelde omzendbrieven Personeelsformatie scholen in het Gewoon Basisonderwijs en Personeelsformatie scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs en verder in punt 1.4.2.

Om het exacte aantal punten te kennen dat kan worden samen gelegd op het niveau van de scholengemeenschap, moet er afgerond worden. Hierbij zijn de gebruikelijke afrondingsregels van toepassing. Indien, na toepassing van de 10%-regel, het eerste cijfer na de komma kleiner is dan 5 wordt er afgerond naar beneden. Indien het eerste cijfer na de komma 5 of meer is wordt er afgerond naar boven.

Voorbeeld 1

Een school ontvangt 42 punten administratieve en beleidsondersteuning. 10% van 42 is 4,2. Na toepassing van de gebruikelijke afrondingsregels betekent dit dat deze school maximum 4 punten kan overdragen naar de scholengemeenschap.

Voorbeeld 2

Een school ontvangt 25 punten voor haar ICT-beleid. Na toepassing van de 10%-regel en van de gebruikelijke afrondingsregels betekent dit dat de scholengemeenschap maximum 3 punten uit de enveloppe ICT van deze school mag ontvangen.

Voorbeeld 3

Een school ontvangt slechts 1 punt voor haar ICT-beleid. Na toepassing van de 10%-regel en van de gebruikelijke afrondingsregels betekent dit dat er niets kan worden overgedragen naar de scholengemeenschap. Na een akkoord in het lokaal comité van deze school kan echter afgeweken worden van de 10%-regel waardoor dat éne punt toch kan worden overgedragen.

Voor wat ICT betreft kan men bovendien de punten aanwenden in een samenwerkingsplatform ICT voor zover dit niet tot een bijkomende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leidt van de vast benoemde ICT-coördinatoren. Anders dan bij het samen leggen op het niveau van de scholengemeenschap, is hier geen beperking (maximum 10%) voorzien. Voor zover er geen vast benoemde ICT-coördinator is in de school, kunnen m.a.w. alle ICT-punten overgedragen worden naar het samenwerkingsplatform ICT. Vanaf het schooljaar 2021-2022 moet er evenwel een keuze gemaakt worden: een school kan kiezen om al dan niet deel uit te maken van een samenwerkingsplatform ICT. Maakt de school die keuze, dan moeten automatisch alle punten ICT samengelegd worden binnen het samenwerkingsplatform. Die keuze mag er evenwel niet toe leiden dat een vastbenoemd ICT-coördinator hierdoor ter beschikking moet worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Scholen met een vastbenoemde ICT-coördinator kunnen dus vanaf het schooljaar 2021-2022 niet langer deel blijven uitmaken van of toetreden tot een samenwerkingsplatform ICT. Meer informatie hierover vindt u in de afzonderlijke omzendbrief:Mededeling betreffende ICT-coördinatie.

De punten voor administratieve en beleidsondersteuning of voor ICT die de scholengemeenschap ontvangt van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap, kan ze vrij aanwenden voor ICT, zorg, administratieve ondersteuning, beleidsondersteuning of ter ondersteuning van de scholengemeenschap.

1.3. Aanwending

1.3.1. Aanwending van de puntenenveloppen van de school

Elke school heeft recht op een puntenenveloppe voor administratieve en beleidsondersteuning en ICT. Scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren blijven recht hebben op een puntenenveloppe voor zorg. Voor meer informatie zie de omzendbrief personeelsformatie scholen in het gewoon basisonderwijs (punt 7.4.2). De scholen die wel tot een scholengemeenschap behoren ontvangen van hun scholengemeenschap punten zorg.

Met al deze punten kan men in de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel aanstellingen doen. Dit wordt verder besproken in punt 1.4.1. van deze omzendbrief.

1.3.2. Aanwending van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de scholengemeenschap

De punten uit de stimulus en de samen gelegde punten administratieve en beleidsondersteuning en ICT kunnen aangewend worden voor de aanstelling van personeelsleden die een managementsondersteunende functie uitoefenen ten behoeve van de scholengemeenschap.

Ook met de punten zorg die aangewend worden op het niveau van de scholengemeenschap kan men personeelsleden aanstellen die een ondersteunende functie (stafmedewerker- scholengemeenschap) uitoefenen. Maar met deze punten is dit enkel mogelijk in het ambt van zorgcoördinator. Het is echter niet mogelijk om met deze punten betrekkingen op te richten in de functie directeur coördinatie-scholengemeenschap omdat zij moeten besteed worden aan zorg.

Het is belangrijk dat op het niveau van de scholengemeenschap hieromtrent duidelijke afspraken worden gemaakt. De keuze die gemaakt wordt, gebeurt als volgt:

a) welke betrekkingen wil de scholengemeenschap inrichten?

b) waar wil men deze betrekkingen inrichten en bijgevolg ook: wie wordt de werkgever van het betrokken personeelslid?

c) wie gaat de functie uitoefenen?

De volgende opties zijn mogelijk:

1. Er kan een betrekking opgericht worden in het ambt van directeur. Per scholengemeenschap kunnen er maximaal twee halftijdse betrekkingen of één voltijdse betrekking opgericht worden. Een halftijdse betrekking kost 60 punten, een voltijdse 120 punten. Deze directeur wordt belast met een coördinerende opdracht voor de scholengemeenschap in de functie van directeur coördinatie-scholengemeenschap (directeur coördinatie-SG).

2. In deze punten kunnen eveneens betrekkingen worden opgericht waarmee een beleidsondersteunende functie kan uitgeoefend worden ten behoeve van de scholengemeenschap. In deze omzendbrief wordt voor deze nieuwe functie de benaming “stafmedewerker-scholengemeenschap” (stafmedewerker-SG) gebruikt. Het staat elke school / scholengemeenschap vrij intern hiervoor een eigen benaming te hanteren.

De personeelsleden in de nieuwe functies van directeur coördinatie-SG en stafmedewerker-SG worden expliciet vrijgesteld van een klas- en schoolopdracht. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk hiermee klassen te organiseren.

Deze nieuwe functies zullen ervoor zorgen dat individuele scholen hun werking kunnen laten ondersteunen door dit middenkader.

Op deze manier kan een gedeelde verantwoordelijkheid ontstaan waarbij de directie belast met een coördinerende opdracht, directies van de individuele scholen en de personeelsleden aangesteld in een ondersteunende functie bijdragen tot de goede werking van de scholengemeenschap en van de individuele scholen.

Doordat meer mensen aangesteld kunnen worden op het niveau van de scholengemeenschap, zullen de directies in de individuele scholen meer ruimte krijgen om zich te concentreren op de werking van hun school. De scholengemeenschap kan dan bijvoorbeeld instaan voor een aantal administratieve en organisatorische aspecten van de scholen in de scholengemeenschap en van de scholengemeenschap als geheel. Ook op pedagogisch vlak kan het samenwerken op het niveau van de scholengemeenschap een troef zijn, bijvoorbeeld voor het uitwerken van een gezamenlijk professionaliseringsbeleid.

3. In het Gemeenschapsonderwijs is de scholengroep verplicht om het personeelslid dat belast is met het mandaat van algemeen directeur klas- of schoolvrij te maken. De scholengroep kan daar vanaf 01/09/2005 de punten van de stimulus of de samen gelegde punten op het niveau van de scholengemeenschap voor gebruiken.

Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, moet het document “Melding van de aanwending van de puntenenveloppe bij het vrijmaken van de algemeen directeur” ingediend worden vóór 15/10 van het lopende schooljaar t.a.v. werkstation 32 (werkstation voor het ondersteunend personeel van het secundair onderwijs). Hierop moet aangegeven worden vanuit welke scholengemeenschap(pen) er punten worden aangewend voor deze aanstelling en hoeveel. Dit document vindt u terug in bijlage1 en is identiek voor basisonderwijs en secundair onderwijs.

1.3.3. Ter ondersteuning van de scholen van de scholengemeenschap

De punten uit de stimulus en de samen gelegde punten kunnen aangewend worden voor de aanstelling van een ICT-coördinator en/of een zorgcoördinator en/of een administratief medewerker en/of een beleidsondersteuner in één (of meerdere) scholen van de scholengemeenschap.

1.3.4. Aanwending van de puntenenveloppe zorg

De punten zorg die toegekend worden aan de scholen die behoren tot de scholengemeenschap kunnen enkel aangewend worden voor de aanstelling van een zorgcoördinator. Indien de scholengemeenschap punten toekent aan een school voor buitengewoon basisonderwijs moeten deze punten eveneens aangewend worden voor de aanstelling van een zorgcoördinator.

In de punten zorg die op het niveau van de scholengemeenschap aangewend worden, kunnen betrekkingen worden ingericht in het ambt zorgcoördinator waarmee een beleidsondersteunende functie kan uitgeoefend worden ten behoeve van de scholengemeenschap (stafmedewerker-SG).

Van scholengemeenschappen wordt verwacht dat zij nog steeds aandacht hebben voor de bevordering van de deelname aan en inschrijving in het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen. Naar de overheid toe duidt de scholengemeenschap één aanspreekpunt kleuterparticipatie aan.

1.3.5. Niet-overdraagbaarheid punten buiten de scholengemeenschappen

Het is niet mogelijk om punten van één scholengemeenschap naar een andere scholengemeenschap over te dragen.

Hierop zijn slechts twee uitzonderingen voorzien. In de eerste plaats voor specifieke projecten met betrekking tot zorg. Meer informatie hieromtrent vindt u in de omzendbrief Personeelsformatie scholen in het Buitengewoon Basisonderwijs. Daarnaast kan een scholengemeenschap aan de schoolbesturen van haar scholen de overdracht van zorgpunten voorleggen naar de scholengemeenschap waartoe een “uittredende” school toetreedt. Meer informatie hieromtrent vindt u in punt 7.2 van de omzendbrief Scholengemeenschappen basisonderwijs.

1.4. Van punten naar ambten en betrekkingen

Met de punten uit de verschillende puntenenveloppen worden betrekkingen ingericht. Een betrekking wordt ingericht in een bepaalde instelling, in een bepaald ambt, in een bepaald opleidingsniveau en voor een bepaald aantal uren.

Op het niveau van de school beslist het schoolbestuur welke betrekkingen worden ingericht, terwijl op het niveau van de scholengemeenschap de schoolbesturen gezamenlijk beslissen waarvoor en in welke instelling(en) de betrekkingen worden ingericht.

1.4.1. Ambten op het niveau van de school

Op het niveau van de school kunnen personeelsleden aangesteld worden binnen de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel.

Op 01/09/2005 werd een overgang gemaakt van twee ambten (beleidsmedewerker en administratief medewerker) naar drie ambten. Deze personeelscategorie bestond sindsdien uit de volgende ambten:

  • Administratief medewerker
  • ICT-coördinator
  • Zorgcoördinator

Vanaf 1 januari 2022 komt daar in uitvoering van cao XII de beleidsondersteuner als een vierde ambt bij.

1.4.1.1. Keuze van het ambt

Op basis van punten kunnen op het niveau van de school betrekkingen worden ingericht in de vier bovenvermelde ambten. Het schoolbestuur heeft niet zomaar de vrije keuze in welk ambt ze een betrekking inricht. De keuze van het ambt wordt bepaald door het doel waarvoor de puntenenveloppe is bestemd.

De betrekkingen op basis van de puntenenveloppe voor administratieve en beleidsondersteuning worden ingericht in het ambt van administratief medewerker en/of beleidsondersteuner.

De betrekkingen op basis van de puntenenveloppe voor ICT kunnen worden ingericht in het ambt van ICT-coördinator.

De betrekkingen op basis van de punten zorg die de scholen ontvangen van de scholengemeenschap en op basis van de puntenenveloppe zorg (scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren) worden ingericht in het ambt van zorgcoördinator.

Overgangsmaatregel m.b.t. zorg en ICT:
Voor de personeelsleden die in de schooljaren 2003-2004 en 2004-2005 aangesteld waren in de ambten van beleidsmedewerker en administratief medewerker, worden overgangsmaatregelen voorzien.
De dienstanciënniteit en de vaste benoeming die een beleidsmedewerker-ICT of een administratief medewerker-ICT ondertussen in dat ambt heeft opgebouwd of verworven, neemt hij/zij mee naar het nieuwe ambt van ICT-coördinator.
De dienstanciënniteit en de vaste benoeming die een beleidsmedewerker-zorg ondertussen in dat ambt heeft opgebouwd of verworven, neemt hij/zij mee naar het nieuwe ambt van zorgcoördinator.
Alle betrekkingen die vacant verklaard zijn voor administratief medewerker-ICT, beleidsmedewerker-ICT en beleidsmedewerker-zorg, met het oog op een vaste benoeming op 01/01/2006, worden geacht vacant verklaard te zijn in de respectievelijke nieuwe ambten van ICT-coördinator en zorgcoördinator.

In volgende tabel vindt u een overzicht van de overgang van twee naar drie ambten:

Puntenenveloppe 

September 2003 

(vorige benaming van het ambt) 

September 2005 

(nieuwe benaming van het ambt) 

Administratie 

Administratief medewerker - administratie 

Administratief medewerker 

ICT 

Administratief medewerker-ICT of beleidsmedewerker - ICT 

ICT-coördinator 

Zorg 

Beleidsmedewerker-zorg 

Zorgcoördinator 

1.4.1.2. Keuze voor het opleidingsniveau

Afhankelijk van de doelstellingen die men binnen elke enveloppe moet of wil realiseren, legt het schoolbestuur of de scholengemeenschap vast aan welk profiel het personeelslid moet voldoen om in het vooropgestelde ambt te fungeren en welk opleidingsniveau vereist is. Een betrekking is dan ook steeds gekoppeld aan een opleidingsniveau.

Voor de personeelsleden van het beleids- en ondersteunend personeel legt de overheid enkel een algemeen opleidingsniveau vast en geen specifieke bekwaamheidsvereisten. De schoolbesturen kunnen in deze ambten werven op basis van een algemeen opleidingsniveau. Deze brede wervingsmogelijkheden laten toe dat een bijkomende expertise in het bereik komt van de basisscholen, op het vlak van personeelsadministratie, beleidsondersteuning, ICT en zorgbeleid.

Voor de ambten van administratief medewerker en ICT-coördinator is een bekwaamheidsbewijs van het niveau ten minste HSO, ten minste BA of ten minste MA nodig; voor de ambten van zorgcoördinator en beleidsondersteuner het niveau ten minste BA of ten minste MA.

Opmerking:

Ten minste HSO = ten minste hoger secundair onderwijs

Ten minste BA = ten minste bachelor

Ten minste MA = ten minste master

De diploma's die verstaan worden onder ten minste HSO, ten minste BA en ten minste MA, zijn opgesomd in de besluiten betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter- lager en basisonderwijs en het buitengewoon onderwijs. Een opsomming van de bekwaamheidsbewijzen per algemeen opleidingsniveau vindt u via de volgende link: http://www.ond.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzenBaO/default.htm

Overzicht van het opleidingsniveau per ambt

Ambt 

Opleidingsniveau 

Administratief medewerker 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

ICT-coördinator 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Zorgcoördinator 

 

Beleidsondersteuner 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Uitzondering: personeelsleden die in augustus 2003 in dienst waren als administratief medewerker in het basisonderwijs maar geen diploma van ten minste hoger secundair onderwijs hebben, krijgen toch toegang tot het ambt van administratief medewerker voor 63 punten.

1.4.1.3. Het puntengewicht van een betrekking

Om een betrekking te kunnen inrichten in het ambt van administratief medewerker, beleidsondersteuner, ICT-coördinator of zorgcoördinator is een bepaald aantal punten nodig. De kostprijs van een ambt wordt met andere woorden uitgedrukt in een puntengewicht. Dit puntengewicht is afhankelijk van het opleidingsniveau van de betrekking en van het volume van de opdracht.

Een voltijdse betrekking in de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel bestaat uit 36 klokuren.

Bij de aanwerving van een personeelslid houdt het schoolbestuur in de eerste plaats rekening met de beschikbare puntenenveloppe. Aanwervingen zijn maar mogelijk binnen de voorziene enveloppe.

Het puntengewicht wordt enerzijds berekend op basis van het opleidingsniveau en de salarisschaal op grond waarvan het personeelslid wordt aangeworven, anderzijds op basis van het aantal uren waarvoor hij of zij wordt aangesteld. Een personeelslid wordt met andere woorden aangesteld per instelling in een bepaald ambt met een bepaald opleidingsniveau voor een bepaald volume van uren, wat resulteert in een bepaald aantal in te leveren punten.

Van opleidingsniveau naar puntengewicht

Ambt 

Opleidingsniveau 

Puntengewicht van een voltijdse betrekking 

Administratief medewerker 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

63 punten 

82 punten 

120 punten 

ICT-coördinator 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA  

63 punten 

85 punten 

126 punten 

Zorgcoördinator 

 

Beleidsondersteuner 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

85 punten 

126 punten 

85 punten 

126 punten 

Aan de hand van volgende tabellen voor de ambten van administratief medewerker, beleidsondersteuner, ICT-coördinator en zorgcoördinator kan de kostprijs van een voltijdse of deeltijdse aanstelling worden berekend.

Puntentabel voor het ambt van administratief medewerker

Opleidingsniveau 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Puntenwaarde 

63 

82 

120 

Aantal uren 

Punten 

Punten 

Punten 

10 

13 

11 

17 

11 

14 

20 

12 

16 

23 

14 

18 

27 

16 

21 

30 

10 

18 

23 

33 

11 

19 

25 

37 

12 

21 

27 

40 

13 

23 

30 

43 

14 

25 

32 

47 

15 

26 

34 

50 

16 

28 

36 

53 

17 

30 

39 

57 

18 

32 

41 

60 

19 

33 

43 

63 

20 

35 

46 

67 

21 

37 

48 

70 

22 

39 

50 

73 

23 

40 

52 

77 

24 

42 

55 

80 

25 

44 

57 

83 

26 

46 

59 

87 

27 

47 

62 

90 

28 

49 

64 

93 

29 

51 

66 

97 

30 

53 

68 

100 

31 

54 

71 

103 

32 

56 

73 

107 

33 

58 

75 

110 

34 

60 

77 

113 

35 

61 

80 

117 

36 

63 

82 

120 

Puntentabel voor het ambt van beleidsondersteuner

Opleidingsniveau 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Puntenwaarde 

85 

126 

Aantal uren 

Punten 

Punten 

1 

2 

4 

2 

5 

7 

3 

7 

11 

4 

9 

14 

5 

12 

18 

6 

14 

21 

7 

17 

25 

8 

19 

28 

9 

21 

32 

10 

24 

35 

11 

26 

39 

12 

28 

42 

13 

31 

46 

14 

33 

49 

15 

35 

53 

16 

38 

56 

17 

40 

60 

18 

42 

63 

19 

45 

67 

20 

47 

70 

21 

50 

74 

22 

52 

77 

23 

54 

81 

24 

57 

84 

25 

59 

88 

26 

61 

91 

27 

64 

95 

28 

66 

98 

29 

68 

102 

30 

71 

105 

31 

73 

109 

32 

76 

112 

33 

78 

116 

34 

80 

119 

35 

83 

123 

36 

85 

126 

Puntentabel voor het ambt van ICT-coördinator

Diploma-niveau 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Uren opdracht 

Salarisschaal 202 

Salarisschaal 148 

Salarisschaal 501 

 

punten 

Punten 

punten 

11 

14 

12 

18 

11 

14 

21 

12 

17 

25 

14 

19 

28 

16 

21 

32 

10 

18 

24 

35 

11 

19 

26 

39 

12 

21 

28 

42 

13 

23 

31 

46 

14 

25 

33 

49 

15 

26 

35 

53 

16 

28 

38 

56 

17 

30 

40 

60 

18 

32 

42 

63 

19 

33 

45 

67 

20 

35 

47 

70 

21 

37 

50 

74 

22 

39 

52 

77 

23 

40 

54 

81 

24 

42 

57 

84 

25 

44 

59 

88 

26 

46 

61 

91 

27 

47 

64 

95 

28 

49 

66 

98 

29 

51 

68 

102 

30 

53 

71 

105 

31 

54 

73 

109 

32 

56 

76 

112 

33 

58 

78 

116 

34 

60 

80 

119 

35 

61 

83 

123 

36 

63 

85 

126 

Opgelet:
In het ambt van ICT-coördinator werden tot het schooljaar 2020-2021 zowel op het niveau BA als op het niveau MA twee puntengewichten en twee respectievelijke salarisschalen voorzien. In de andere onderwijsniveaus wordt het ambt van ICT-coördinator voor het eerst voorzien vanaf 1 september 2021. Om ervoor te zorgen dat de ICT-coördinatoren in het basisonderwijs recht hebben op een zelfde salarisschaal als de ICT-coördinatoren in de andere onderwijsniveaus, behouden we vanaf het schooljaar 2021-2022 nog enkel de salarisschalen 148 (ten minste bachelor - 85 punten) en 501 (ten minste master – 126 punten).

De ICT-coördinatoren die recht hadden op salarisschaal 158 of 542 hebben vanaf volgend schooljaar recht op salarisschaal 148, respectievelijk 501. Ook het puntengewicht van deze betrekkingen dient aangepast te worden waardoor sommige scholen enkele punten meer zullen moeten aanwenden uit hun puntenenveloppe.

Puntentabel voor het ambt van zorgcoördinator

Opleidingsniveau 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Puntenwaarde 

85 

126 

Aantal uren 

Punten 

Punten 

11 

14 

12 

18 

14 

21 

17 

25 

19 

28 

21 

32 

10 

24 

35 

11 

26 

39 

12 

28 

42 

13 

31 

46 

14 

33 

49 

15 

35 

53 

16 

38 

56 

17 

40 

60 

18 

42 

63 

19 

45 

67 

20 

47 

70 

21 

50 

74 

22 

52 

77 

23 

54 

81 

24 

57 

84 

25 

59 

88 

26 

61 

91 

27 

64 

95 

28 

66 

98 

29 

68 

102 

30 

71 

105 

31 

73 

109 

32 

76 

112 

33 

78 

116 

34 

80 

119 

35 

83 

123 

36 

85 

126 

Voorbeeld

Een school ontvangt voor haar zorgbeleid van de scholengemeenschap 35 punten zorg die zij in de eigen school kan aanwenden. Hiervoor kan de school een personeelslid aanstellen met:

- ofwel een diploma van ten minste BA-niveau met salarisschaal 148. Het puntengewicht van deze salarisschaal bedraagt 85 punten voor een voltijdse betrekking. In dat geval kan de aanstelling maximum 15 uur bedragen (15/36). De school gebruikt haar punten volledig ten belope van 35 punten.

- ofwel een diploma van ten minste MA-niveau met salarisschaal 501. Het puntengewicht van deze salarisschaal bedraagt 126 punten. In dat geval kan de aanstelling maximum 10 uur bedragen (10/36). De school gebruikt haar punten volledig ten belope van 35 punten.

Opgelet:
Wanneer binnen eenzelfde instelling meerdere personeelsleden aangesteld worden binnen hetzelfde ambt, uit dezelfde puntenenveloppe en in hetzelfde opleidingsniveau voor een bepaald volume aan uren, dan moeten hiervoor nooit méér punten worden ingeleverd dan wanneer hetzelfde volume aan uren door één personeelslid zou gepresteerd worden. Dit wordt geduid aan de hand van de drie onderstaande voorbeelden.

Voorbeeld 1

Een school krijgt 63 punten voor administratieve ondersteuning. Men kiest voor een administratief medewerker-HSO. Mogelijke aanwendingen zijn onder andere:

Aanstelling van één personeelslid, 36/36 (63 punten)

Of: Personeelslid 1: 18/36 (32 punten) + personeelslid 2: 2/36 (4 punten) + personeelslid 3: 16/36 (28 punten)

Of: personeelslid 1: 18/36 (32 punten) + personeelslid 2: 18/36 (32 punten)

Bij de mogelijkheden (2) en (3) komt men via optelsom van de punten telkens aan 64. Daarvan worden echter slechts 63 punten aangerekend.

Voorbeeld 2

Een school beschikt over 28 punten voor ICT. Men kiest voor een ICT-coördinator op het niveau ten minste HSO. Met 28 punten kan men 16/36 inrichten.

Men beslist echter om één tijdelijk personeelslid een aanstelling van 10/36 (18 punten) te geven en drie andere personeelsleden 2/36 (3x4 punten = 12 punten).

Er worden echter slechts 28 punten aangerekend in plaats van 30 punten.

Voorbeeld 3

Een school beschikt over 42 punten zorg. Hiermee kan de school een zorgcoördinator voor 18/36 op niveau ten minste BA aanstellen.

De school stelt drie zorgcoördinatoren aan. Eén personeelslid presteert 2/36 (5 punten), terwijl de twee anderen telkens 8/36 doen (2 x 19 punten = 38 punten).

Er worden slechts 42 punten aangerekend in plaats van 43 punten.

1.4.1.4. Salaris

De salarisschaal wordt bepaald aan de hand van het opleidingsniveau van het personeelslid.

Onderstaande tabel vat samen welke salarisschaal en welk puntengewicht gekoppeld zijn aan elk opleidingsniveau en dit per ambt

Ambt 

Opleidingsniveau 

Puntengewicht 

Salarisschaal 

Administratief medewerker 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

63 punten 

63 punten 

82 punten 

120 punten 

200  

202  

158 

542 

ICT-coördinator 

Ten minste HSO 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

63 punten 

85 punten 

126 punten 

202 

148 

501 

Zorgcoördinator 

 

Beleidsondersteuner 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

Ten minste BA 

Ten minste MA 

85 punten 

126 punten 

85 punten 

126 punten 

148 

501 

148 

501 

De personeelsleden die geen diploma van ten minste hoger secundair onderwijs hebben, maar toch toegang krijgen tot het ambt van administratief medewerker op basis van de eerder vermelde uitzondering (aangesteld in een administratieve functie in het basisonderwijs in augustus 2003), hebben recht op de salarisschaal 200 (zie hierboven punt 1.4.1.2.)

Alle nodige informatie over de salarisschalen is te vinden op de website.

1.4.1.5. Overzicht

Hier vindt u een overzicht van de aanwending van de punten op het niveau van de school.

Niveau 

Punten 

Functie 

Ambten 

School 

Administratieve en beleidsondersteuning 

Administratieve ondersteuning 

Beleidsondersteuning 

Administratief medewerker 

Beleidsondersteuner 

 

ICT 

ICT 

ICT-coördinator 

 

Zorgbeleid  

Zorg 

Zorgcoördinator 

1.4.2. Ambten op het niveau van de scholengemeenschap

1.4.2.1. Beleids- en ondersteunend personeel

Met de punten van de stimulus en de samen gelegde punten ICT en administratieve ondersteuning (max. 10%) kunnen betrekkingen opgericht worden in de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel. Met de punten zorg, die op het niveau van de scholengemeenschap worden aangewend (in principe maximum 10%), kunnen betrekkingen opgericht worden in het ambt van zorgcoördinator. De algemene principes in verband met de aanstellingen van het beleids- en ondersteunend personeel vindt u terug in punt 1.4.1 van deze omzendbrief en gelden ook voor aanstellingen op het niveau van de scholengemeenschap.

Voorbeeld

In haar puntenenveloppe voor administratieve en beleidsondersteuning ontvangt school A 40 punten, school B 47 punten en school C 62 punten. De drie scholen behoren tot dezelfde scholengemeenschap en kiezen ervoor om de punten uit deze enveloppen maximaal samen te leggen voor de uitbouw van een administratieve kern.

In de scholengemeenschap zijn reeds enkele administratieve medewerkers vast benoemd.

Uiteraard moet rekening gehouden worden met het volume van de vaste benoeming alvorens kan gezien worden hoeveel punten naar de scholengemeenschap kunnen overgedragen worden (zie verder).

Voor de administratieve omkadering in de school zelf, hebben school A en school B een personeelslid met diploma HSO (salarisschaal 202, puntengewicht 63). School C heeft gekozen voor een personeelslid met diploma BA (salarisschaal 158, puntengewicht 82).

In school A is een administratief medewerker vast benoemd voor 20/36, wat overeenstemt met 35 punten. Deze school heeft dus nog 5 resterende punten, maar kan toch maar 4 punten samen leggen op het niveau van de scholengemeenschap aangezien maximum 10% van de punten kan worden samen gelegd.

School B heeft een administratief medewerker die voor 24/36 vast benoemd is, wat overeenkomt met 42 punten. Deze school kan 5 punten samen leggen op het niveau van de scholengemeenschap (na afronding maakt 10% van 47 immers 5).

Bij school C is de administratief medewerker eveneens voor 24/36 vast benoemd, maar op niveau BA, wat overeenkomt met 55 punten. Deze school heeft dus nog 7 resterende punten, maar kan toch maar 6 punten samen leggen op het niveau van de scholengemeenschap aangezien maximum 10% van de punten kan worden samen gelegd (na afronding maakt 10% van 62 immers 6).

Gelet op de regel dat er maximum 10% van de punten kan samen gelegd worden op het niveau van de scholengemeenschap, kunnen school A en school C er aan denken om met het oog op een optimale aanwending van de puntenenveloppen 1 uur extra aan te wenden op schoolniveau.

In school A wordt er dan een administratief medewerker met diploma HSO voor 21/36 aangesteld (37 punten); in school C wordt er een administratief medewerker met diploma BA 25/36 (57 punten) aangesteld.

In totaal kunnen op die manier 3+5+5 = 13 punten uit de enveloppen voor administratie op het niveau van de scholengemeenschap worden samen gelegd.

1.4.2.2. Directeur coördinatie-scholengemeenschap

Vanaf 1 september 2005 is het mogelijk om op het niveau van de scholengemeenschap een nieuwe betrekking van directeur in te richten. Per scholengemeenschap kan men hierin maximaal twee halftijdse of één voltijdse functie(s) van directeur coördinatie-SG inrichten.

Betrokkene wordt op deze manier klas- en schoolvrij aangesteld ter ondersteuning van de scholengemeenschap.

In de functie van directeur coördinatie-SG was voor 1 september 2021 enkel een tijdelijke aanstelling mogelijk. Er mogen immers daarvoor enkel de punten gebruikt worden uit de stimulus en de samengelegde punten op niveau van de scholengemeenschap. Vanaf het schooljaar 2021-2022 kunnen deze personeelsleden wel vast benoemd worden in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht (meer info hierover vindt u in punt 1.2.2).

Behalve in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht, moet een vast benoemd personeelslid deze functie steeds opnemen via een verlof tijdelijk andere opdracht. Tijdelijke personeelsleden kunnen uiteraard steeds rechtstreeks in de functie van directeur coördinatie-SG aangesteld worden.

In deze aanstellingen zijn de bekwaamheidsvereisten voor het ambt van directeur uiteraard van toepassing. Deze vindt u terug via de volgende link: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen/.

1.4.2.2.1. Het puntengewicht van een betrekking

Om een voltijdse betrekking te kunnen inrichten in de functie van directeur coördinatie-SG zijn 120 punten vereist. Voor een halftijdse betrekking worden 60 punten aangerekend.

Functie 

Puntengewicht 

Halftijds directeur coördinatie-SG 

60 punten 

Voltijds directeur coördinatie-SG 

120 punten 

Voorbeeld:

Een scholengemeenschap beschikt over 63 stimuluspunten en 18 punten die samen gelegd worden op het niveau van de scholengemeenschap. Er zijn zodoende 81 punten waarover de scholengemeenschap kan beschikken om haar slagkracht te verhogen. Hiervoor worden 60 punten gebruikt om een directeur halftijds aan te stellen als directeur coördinatie-SG. De overige 21 punten worden gebruikt om een (…) onderwijzer (…) 6/24 aan te stellen in de functie van stafmedewerker-SG (zie verder).

1.4.2.2.2. Salaris

Een directeur coördinatie-SG ontvangt een salaris verbonden aan de salarisschaal 879.

1.4.2.3. Stafmedewerker-scholengemeenschap

Naast de nieuwe functie van directeur coördinatie-SG kan vanaf 1 september 2005 op het niveau van de scholengemeenschap een functie van stafmedewerker-SG ingericht worden. Het staat elke school / scholengemeenschap vrij intern hiervoor een eigen benaming te hanteren.

1.4.2.3.1. Keuze van het ambt

Voor de functie van stafmedewerker-SG kunnen met de punten uit de stimulus en met de samen gelegde punten ICT en administratieve ondersteuning aanstellingen gebeuren in de volgende onderliggende ambten:

  • onderwijzer
  • onderwijzer-ASV
  • kleuteronderwijzer
  • kleuteronderwijzer-ASV
  • administratief medewerker
  • ICT-coördinator
  • zorgcoördinator
  • beleidsondersteuner

Met de punten zorg die op het niveau van de scholengemeenschap worden aangewend kunnen voor de functie stafmedewerker-SG enkel aanstellingen gebeuren in het onderliggende ambt zorgcoördinator.

Personeelsleden in de functie van stafmedewerker-SG worden klas- en schoolvrij aangesteld op basis van de punten die kunnen worden aangewend op het niveau van de scholengemeenschap. Zij kunnen op die manier actief bijdragen tot het verhogen van het beleidsvoerend vermogen van de scholengemeenschap. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk hiermee klassen te organiseren.

In de functie van stafmedewerker-SG was tot 1 september 2021 enkel een tijdelijke aanstelling mogelijk. Er mogen daarvoor immers enkel punten gebruikt worden uit de stimulus, uit de samen gelegde punten op niveau van de scholengemeenschap en uit de punten zorg die kunnen worden aangewend op het niveau van de scholengemeenschap (maximum 10%). Vanaf het schooljaar 2021-2022 kunnen in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht deze personeelsleden wel vast benoemd worden (meer info hierover vindt u in punt 1.2.2).

Behalve in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht, betekent dit concreet dat wanneer een vast benoemd personeelslid deze taak opneemt, dit steeds via een verlof tijdelijk andere opdracht moet gebeuren. Tijdelijke personeelsleden kunnen uiteraard steeds rechtstreeks in de functie van stafmedewerker-SG aangesteld worden.

1.4.2.3.2. Het puntengewicht van een betrekking

De kostprijs van de functie van stafmedewerker-SG wordt eveneens uitgedrukt in een puntengewicht. Dit puntengewicht wordt berekend op basis van het aantal uren waarvoor hij of zij wordt aangesteld.

Indien de stafmedewerker-SG aangesteld wordt via het onderliggende ambt van administratief medewerker, beleidsondersteuner, ICT-coördinator of zorgcoördinator, moeten de tabellen gebruikt worden die vermeld staan in punt 1.4.1.3. van deze omzendbrief.

Wanneer gekozen wordt voor het onderliggende ambt van (kleuter)onderwijzer(ASV), gelden volgende puntentabellen.

Tabel puntengewicht voor het onderliggende ambt (kleuter)onderwijzer

Ambt 

(kleuter)onderwijzer 

Waarde van de teller van 

De opdrachtbreuk 

 

Lestijden 

Punten 

11 

14 

18 

21 

25 

28 

32 

10 

35 

11 

39 

12 

43 

13 

46 

14 

50 

15 

53 

16 

57 

17 

60 

18 

64 

19 

67 

20 

71 

21 

74 

22 

78 

23 

81 

24 

85 

Tabel puntengewicht voor het onderliggende ambt (kleuter)onderwijzer-ASV

Ambt 

(kleuter)onderwijzer-ASV 

Waarde van de teller van 

de opdrachtbreuk 

 

Lestijden 

Punten 

12 

15 

19 

23 

27 

31 

35 

10 

39 

11 

43 

12 

46 

13 

50 

14 

54 

15 

58 

16 

62 

17 

66 

18 

70 

19 

73 

20 

77 

21 

81 

22 

85 

Voorbeeld 1:

Een scholengemeenschap beslist om 42 van haar 63 stimuluspunten aan te wenden om een stafmedewerker-SG aan te stellen. Men kiest voor het onderliggende ambt van zorgcoördinator BA, wat correspondeert met 18/36. De resterende 21 punten (9/36) worden aangewend om een stafmedewerker-SG in het ambt van ICT-coördinator, niveau BA aan te stellen.

Voorbeeld 2:

Een scholengemeenschap beschikt over 120 punten van de stimulus. Men wil onder andere zijn administratieve kern versterken en stelt een voltijdse administratief medewerker-HSO aan (36/36), wat 63 punten kost.

Verder wordt voor 14/22 een stafmedewerker-SG aangesteld in het onderliggende ambt van kleuteronderwijzer-ASV. Dit kost 54 punten. De 3 overige punten worden samengevoegd bij de samengelegde punten op niveau scholengemeenschap.

1.4.2.3.3. Salaris

De personeelsleden die aangesteld zijn in de functie van stafmedewerker-SG ontvangen een salaris overeenkomstig de salarisschalen van de corresponderende ambten.

1.4.2.4. Overzicht

In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de mogelijke combinaties van puntenenveloppen, functies en ambten op het niveau van de scholengemeenschap.

Niveau 

Puntenenveloppe 

Functie 

Ambten 

 

 

 

 

Scholenge-meenschap 

 

Stimulus + samen gelegde punten ICT en administratieve ondersteuning (max. 10%) 

Coördinatie-SG 

Directeur 

 

Stafmedewerker-SG 

(kleuter)on-derwijzer(ASV) 

Zorgcoördinator 

ICT-coördinator 

Administratief medewerker 

Beleidsondersteuner 

Administratieve ondersteuning 

Administratief medewerker 

Beleidsondersteuning 

Beleidsondersteuner 

ICT 

ICT-coördinator 

Zorg 

Zorgcoördinator 

Zorg (max. 10%) 

Zorg 

Zorgcoördinator 

Stafmedewerker-SG 

Zorgcoördinator 

1.4.3. Directeur en adjunct-directeur met lesopdracht

Een directeur of adjunct-directeur met lesopdracht in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs kan voor die lesopdracht geheel of gedeeltelijk klasvrij worden gemaakt via uren, gegenereerd uit de puntenenveloppe zorg (zowel de punten die toegekend worden aan de scholen als de punten die op het niveau van de scholengemeenschap blijven) of ICT van de school. Ook de samen gelegde punten op niveau van de scholengemeenschap of de punten van de stimulus kunnen hiervoor gebruikt worden. Met deze laatst genoemde punten kan deze (adjunct-)directeur een zorg- of ICT-functie of de functie van stafmedewerker-SG op zich nemen.

Voor meer informatie hierover, zie punt 2.1 van de omzendbrief Personeelsformatie Scholen in het Gewoon Basisonderwijs of punt 2.1 van de omzendbrief personeelsformatie scholen buitengewoon onderwijs

Er zijn twee mogelijkheden:

Mogelijkheid 1: als een (adjunct-)directeur geheel of gedeeltelijk klasvrij gemaakt wordt via punten zorg die door een scholengemeenschap aan een school worden toegekend of via punten ICT die op het niveau van een school blijven of – enkel in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht - via de punten op het niveau van de scholengemeenschap (de stimulus, de samen gelegde punten en de punten zorg die op het niveau van de scholengemeenschap aangewend worden), dan kunnen de lestijden die vrijkomen als gevolg van de onderwijsopdracht van de directeur in aanmerking komen voor vacantverklaring en vaste benoeming in het ambt van (kleuter)onderwijzer(ASV).

Het schoolbestuur kan zijn beslissing om een (adjunct-) directeur klasvrij te maken met punten enkel herzien als dit niet leidt tot een bijkomende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van (kleuter)onderwijzer(ASV).

Mogelijkheid 2: als een (adjunct-)directeur geheel of gedeeltelijk klasvrij gemaakt wordt - in een scholengemeenschap die geen scholengemeenschapsinstelling heeft opgericht - via de punten op het niveau van de scholengemeenschap (de stimulus, de samen gelegde punten en de punten zorg die op het niveau van de scholengemeenschap aangewend worden) kan dit enkel via verlof tijdelijk andere opdracht en dan moeten de lestijden die vrijkomen ingevolge de onderwijsopdracht van de (adjunct-) directeur in deze school worden gevrijwaard. Concreet betekent dit dat deze lestijden niet in aanmerking komen voor vacantverklaring en vaste benoeming in het ambt van (kleuter)onderwijzer(ASV).

Dit wordt praktisch uitgelegd in de omzendbrief praktische schikkingen bij de omzendbrief puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten.

2. Personeelsaspecten

2.1. De prestatieregeling

Alle personeelsleden die zijn aangesteld op basis van de puntenenveloppen hebben een prestatieregeling van 36 klokuren voor een voltijdse betrekking.

Deze opdracht moet als een totale opdracht worden beschouwd en kan niet, zoals bij de leerkracht, uitgedrukt worden in een aantal contacturen. Deze opdracht wordt breder gedefinieerd in een voltijdse opdracht waarin de volledige functie als basis is opgenomen. Deze totale opdracht omvat ook activiteiten zoals overleg, voorbereidingen, thuiswerk ... Het schoolbestuur of de directeur beslist uiteindelijk in welke mate de aanwezigheid op school is vereist.

2.2. De inzetbaarheid in de scholengemeenschap

De personeelsleden aangeworven op basis van punten worden aangesteld in of geaffecteerd aan de school of de scholengemeenschapsinstelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht.

Binnen een scholengemeenschap kunnen echter afspraken worden gemaakt om deze personeelsleden ruimer in te schakelen. Om het beleidsvoerend vermogen van de scholengemeenschap verder uit te bouwen kunnen leden van het beleids- en ondersteunend personeel, de (kleuter)onderwijzers (ASV) aangesteld in de functie van stafmedewerker-SG en de directeur coördinatie-SG ingezet worden voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap en voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.

Wanneer een personeelslid in meer dan één school wordt ingezet, moeten de scholen onderling uiteraard overleggen opdat hij/zij zo efficiënt mogelijk kan worden ingeschakeld.

De inzetbaarheid van deze personeelsleden is echter niet onbeperkt. Het schoolbestuur moet rekening houden met een maximale afstand van 25 km tussen de school van aanstelling of affectatie en de school van tewerkstelling. Het personeelslid kan echter instemmen om over een verdere afstand ingezet te worden.

Wanneer een personeelslid ruimer wordt ingezet, moet dit opgenomen worden in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld en in de functiebeschrijving van het betrokken personeelslid. Als de inzetbaarheid niet uitdrukkelijk schriftelijk is vastgelegd, betekent dit dat het personeelslid alleen kan worden ingezet in de school van aanstelling of affectatie.

2.3. Tijdelijke aanstellingen en vervangingen

De decreten rechtspositie van 27 maart 1991 zijn van toepassing op alle personeelsleden aangesteld op basis van de puntenenveloppen. Dit betekent dat het schoolbestuur rekening houdt met alle aanstellingsvoorwaarden en volgende regels in acht neemt:

1° In de eerste plaats moet het schoolbestuur rekening houden met de doelstelling en de omvang van de beschikbare puntenenveloppe en het puntengewicht van de betrekking.

2° Na deze initiële keuze moet het schoolbestuur zijn verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling naleven.

3° Daarna moet het schoolbestuur rekening houden met het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD). Voor meer informatie, zie de omzendbrief De tijdelijke aanstelling van bepaalde duur en van doorlopende duur in een wervingsambt.

Voorbeeld

School A opteert om een betrekking van administratief medewerker HSO in te richten. In school B (van dezelfde scholengemeenschap) is er een personeelslid dat zijn recht op TADD heeft verworven op basis van prestaties als administratief medewerker BA en dat kandideert voor de betrekking in school A. Het feit dat het opleidingsniveau verschilt, belet niet dat school A met deze kandidatuur rekening moet houden.

Een personeelslid met recht op TADD kan zijn recht doen gelden in het ambt waarin hij zijn recht op TADD heeft verworven. Het ambt is administratief medewerker, niet administratief medewerker HSO of BA. Hetzelfde geldt voor de ambten van beleidsondersteuner, ICT- en zorgcoördinator. Het opleidingsniveau van een betrekking speelt hier geen rol. Bijgevolg kan in dit voorbeeld het betrokken personeelslid, indien hij daarvoor kiest, ook zijn recht doen gelden op de betrekking van administratief medewerker HSO. Hij kan uiteraard niet eisen dat school A de betrekking administratief medewerker op het niveau BA inricht.

Het opleidingsniveau kan wel tot gevolg hebben dat een personeelslid voor een bepaalde betrekking zijn TADD-recht niet kan doen gelden omdat hij niet het vereiste bekwaamheidsbewijs heeft behaald.

Voorbeeld

School A opteert om een betrekking van administratief medewerker BA in te richten. In school B ( van dezelfde scholengemeenschap) is er een personeelslid dat zijn recht op TADD heeft verworven op basis van prestaties als administratief medewerker HSO en dat niet beschikt over een bekwaamheidsbewijs BA. Het personeelslid kan niet kandideren voor de betrekking in school A vermits hij niet beschikt over het vereiste bekwaamheidsbewijs voor de aangeboden betrekking.

Ook hier kan het personeelslid uiteraard niet eisen om de betrekking in te richten op het niveau HSO.

De gewone regels inzake vervangingen van het onderwijzend personeel gelden ook voor de personeelsleden aangesteld op basis van de puntenenveloppen.

De vervanging vindt steeds plaats in hetzelfde ambt: als bijvoorbeeld een zorgcoördinator afwezig is en vervangen moet worden, moet de vervanger ook worden aangesteld in het ambt van zorgcoördinator. Hetzelfde geldt voor de overige ambten van het beleids- en ondersteunend personeel. De puntenwaarde die aan de vervanger is gekoppeld, speelt geen enkele rol.

Voorbeeld

Een ICT-coördinator met diploma BA (salarisschaal 148 - puntengewicht 85) is afwezig wegens ziekte en kan tijdelijk worden vervangen door een ICT-coördinator met diploma MA (salarisschaal 501 - puntengewicht 126). Hiervoor hoeft de school geen extra punten uit haar enveloppe aan te wenden.

2.4. Vaste benoeming, affectatie en mutatie

2.4.1. Betrekkingen die in aanmerking komen voor vaste benoeming

De volgende betrekkingen komen in aanmerking voor vacantverklaring en vaste benoeming:

- de betrekkingen in de ambten zorgcoördinator, ICT-coördinator, beleidsondersteuner en administratief medewerker die worden opgericht op het niveau van de school op basis van de puntenenveloppen van de scholen (zorg voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, ICT en administratieve en beleidsondersteuning);

- de betrekkingen in het ambt van zorgcoördinator die worden opgericht op het niveau van de school op basis van de punten zorg die door de scholengemeenschappen aan de scholen worden toegekend;

- in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht eveneens de betrekkingen in de ambten zorgcoördinator, ICT-coördinator, administratief medewerker, beleidsondersteuner en in de functies stafmedewerker-SG en directeur coördinatie-SG die worden opgericht met de punten die worden aangewend op het niveau van de scholengemeenschap (= samengelegde punten, stimuluspunten en punten zorg die niet verdeeld worden over de scholen). Boven bepaalde grenzen komen deze betrekkingen echter niet in aanmerking voor vacantverklaring (meer informatie hierover vindt u in punt 1.2.2).

De vacantverklaring en vaste benoeming voor deze ambten gebeurt per school of scholengemeenschapsinstelling, per puntenenveloppe, per ambt en per opleidingsniveau, zoals terug te vinden is in de omzendbrief vaste benoeming.

In scholengemeenschappen die geen scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht is geen vaste benoeming mogelijk in de betrekkingen die worden ingericht op basis van de stimulus, de samen gelegde punten op niveau van de scholengemeenschap en de punten zorg die op het niveau van de scholengemeenschap worden aangewend (in principe maximum 10%), zoals reeds vermeld. Deze punten kunnen bijgevolg ook niet worden gebruikt om betrekkingen toe te wijzen aan vast benoemde personeelsleden via affectatie of mutatie.

2.4.2. Affectatie en mutatie

De ambten van administratief medewerker, beleidsondersteuner, ICT-coördinator en zorgcoördinator zijn dezelfde in het gewoon onderwijs als in het buitengewoon onderwijs. Dit betekent dat affectatie of mutatie van het buitengewoon onderwijs naar het gewoon onderwijs en omgekeerd mogelijk is. Uiteraard is affectatie en mutatie enkel mogelijk binnen de punten die aangewend worden op het niveau van de school, behalve voor de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht.

Het ambt van administratief medewerker in het basisonderwijs is echter niet hetzelfde als het gelijknamige ambt van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs. Dit betekent dat affectatie of mutatie van het secundair onderwijs naar het basisonderwijs en omgekeerd niet mogelijk is.

In de functies directeur coördinatie-SG en stafmedewerker-SG en in de betrekkingen in de ambten van administratief medewerker, ICT-coördinator en zorgcoördinator aangesteld met punten van de scholengemeenschap, kan niet vast benoemd, geaffecteerd of gemuteerd worden, behalve in de scholengemeenschappen die een scholengemeenschapsinstelling hebben opgericht.

2.5. Ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking (TBSOB)

Voor meer informatie over de algemene principes, zie de omzendbrief i.v.m. TBSOB

Voor de zorgenveloppe die wordt toegekend aan de scholengemeenschappen geldt de volgende regeling. Indien er in een bepaalde school sprake is van een dalend leerlingenaantal, dan kan er bij de verdeling door de scholengemeenschap aan die school minder zorgpunten toegekend worden dan het voorgaande schooljaar. Dit kan dan uiteraard voor één of meer zorgcoördinatoren, aangesteld bij die school, leiden tot een ter beschikking stelling wegens ontstentenis van betrekking.

Een scholengemeenschap kan ook, los van een dalend leerlingenaantal, minder punten toekennen aan een bepaalde school omdat de zorgbehoeften in die school gedaald zijn terwijl er in andere scholen van diezelfde scholengemeenschap extra nood is aan zorgmiddelen. Dit kan echter enkel op voorwaarde dat er geen zorgcoördinatoren wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking moeten worden gesteld, tenzij ze onmiddellijk kunnen gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap en dit voor de duur van het volledige schooljaar.

De zorgmiddelen die een school heeft gekregen bij de verdeling door de scholengemeenschap moeten uiteraard bij voorrang aangewend worden om de betrekkingen van de vastbenoemde zorgcoördinatoren, aangesteld bij die school, in stand te houden.

2.6. Vakantieregeling

Met ingang van 1 januari 2011 heeft een administratief medewerker recht op een jaarlijkse vakantie die bestaat uit de vakantieperiodes die gelden voor de leerlingen. Het schoolbestuur kan binnen die vakantieperiodes haar administratieve medewerker(s) verplichten om maximum 12 werkdagen te presteren, waarvan maximum 10 dagen in de zomervakantie.

Meer informatie over deze vakantieregeling vindt u in de omzendbrief - PERS/2011/01 - Vakantieregeling voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel (31-03-2011).

Voor de ambten van beleidsondersteuner, ICT-coördinator en zorgcoördinator evenals voor de functie van stafmedewerker-SG (met uitzondering van het onderliggend ambt van administratief medewerker) geldt de vakantieregeling van het onderwijzend personeel. Voor de directeur coördinatie-SG geldt de vakantieregeling van het bestuurspersoneel.

2.7. Verloven en afwezigheden

Voor de administratief medewerker geldt de reglementering m.b.t. de verloven en afwezigheden van het administratief personeel.

Voor de ambten van beleidsondersteuner, ICT-coördinator en zorgcoördinator evenals voor de functie van stafmedewerker-SG (met uitzondering van het onderliggend ambt van administratief medewerker) geldt de reglementering m.b.t. de verloven en afwezigheden van het onderwijzend personeel. Voor de directeur coördinatie-SG geldt de reglementering m.b.t. de verloven en afwezigheden van het bestuurspersoneel.

2.8. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de administratief medewerker

De personeelsleden die vóór 1 september 2003 deel uitmaakten van de administratieve omkadering in een basisschool waren voornamelijk aangesteld met een arbeidsovereenkomst. Het gaat dan in de eerste plaats om de contractuele personeelsleden (de codo's of ex-geco's) die betaald werden door het departement Onderwijs, maar ook om een groep personeelsleden die rechtstreeks betaald werden door het schoolbestuur op basis van de werkingsmiddelen.

Voor deze personeelsleden wordt volgende overgangsmaatregel voorzien:

- de diensten die zij vóór 1 september 2003 presteerden als contractueel personeelslid worden bij uitzondering gevalideerd als dienstanciënniteit met het oog op vaste benoeming.

2.8.1. De omzetting van contractuele prestaties naar dienstanciënniteit

Welke personeelsleden kunnen genieten van de bijzondere maatregel?

- De contractuele personeelsleden ten laste van het departement onderwijs;

- De contractuele personeelsleden die vóór 1 september 2003 rechtstreeks werden betaald door het schoolbestuur op basis van de werkingsmiddelen;

- De gesubsidieerde contractuele personeelsleden;

- Indien zij in juni 2003 in dienst waren in een administratieve functie in het basisonderwijs;

- Indien zij niet vóór juni 2003 als contractueel personeelslid werden ontslagen door het schoolbestuur of de scholengroep. Dit geldt niet als het personeelslid na dit ontslag opnieuw werd aangeworven door een school van het betrokken schoolbestuur of scholengroep.

Welke diensten kunnen worden omgezet?

- De contractuele diensten die deze personeelsleden presteerden in een administratieve functie in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs. Onder deze diensten worden de diensten verstaan die gepresteerd zijn als:

- contractueel personeelslid ten laste van het departement Onderwijs.

- gesubsidieerd contractueel personeelslid.

- contractueel personeelslid ten laste van het werkingsbudget.

- diensten als verstrekt als werknemer in het "Bijzonder tijdelijk kader" en in het "Derde arbeidscircuit".

- de diensten verstrekt als tewerkgestelde werkloze.

Meer informatie i.v.m. de opname van contractuele diensten in de geldelijke en sociale anciënniteit van het administratief personeel en de administratief medewerker in het basisonderwijs, is terug te vinden via volgende link: http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13685

Het attest tewerkstelling contractueel personeelslid vindt u in bijlage5.

Hoe worden de diensten aangerekend?

- De diensten worden beschouwd alsof zij gepresteerd werden in het ambt van administratief medewerker.

- De diensten worden aangerekend ten belope van:

- maximum 720 dagen wat betreft de dienstanciënniteit die vereist is om het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te verwerven, die vereist is voor de vaste benoeming of om niet langer vatbaar te zijn voor reaffectatie;

- de reële prestaties wat betreft de dienstanciënniteit van de administratief medewerker voor de bevordering tot een hogere salarisschaal (principalaatsverhoging)

- Deze diensten worden berekend overeenkomstig de decreten rechtspositie van 27 maart 1991.

2.8.2. Gebruik van punten in het kader van een beslissing van Medex of van een re-integratie van een arbeidsongeschikt personeelslid

1. Een personeelslid dat ingevolge een beslissing van Medex ongeschikt wordt verklaard voor zijn gewone werkzaamheden maar wel geschikt geacht wordt voor administratieve taken, kon voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. Als dat uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 gebeurd is, kan het personeelslid op vrijwillige basis door de inrichtende macht worden wedertewerkgesteld in het ambt van administratief medewerker. Als de terbeschikkingstelling tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ingegaan is, is die wedertewerkstelling verplicht. 

2. Een personeelslid dat in het kader van de procedure tot re-integratie arbeidsongeschikt is verklaard maar nog wel geschikt is bevonden voor een tewerkstelling in een administratieve functie, kon voor 1 september 2014 ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking. Als dat uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012 gebeurd is, kan het personeelslid op vrijwillige basis door de inrichtende macht worden wedertewerkgesteld in het ambt van administratief medewerker. Als de terbeschikkingstelling tussen 1 augustus 2012 en 1 september 2014 ingegaan is, is die wedertewerkstelling verplicht.

Voor een wedertewerkstelling als vermeld in 1 en 2 hierboven naar een vacante betrekking in het ambt van administratief medewerker wordt steeds 63 punten aangerekend.

Indien betrokkenen een toewijzing kregen door de Vlaamse reaffectatiecommissie als "wedertewerkgestelde administratieve hulp" of in het kader van de administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap worden hiervoor geen punten aangerekend.

Bij een eventuele vaste benoeming in het ambt van administratief medewerker, geldt voor deze personeelsleden dat ze de diensten gepresteerd als “wedertewerkgestelde administratieve hulp” of in het kader van de administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap kunnen valideren als dienstanciënniteit.

2.8.3. Specifieke bepalingen voor het Gemeenschapsonderwijs

2.8.3.1. Algemeen

Binnen het Gemeenschapsonderwijs bestond er al vóór 1 september 2003 een beperkt vast benoemd kader van administratief personeel, namelijk dat van het ambt van (eerste) rekenplichtig correspondent (in de gewone en buitengewone basisscholen). Dit is echter een uitdovend ambt, tenzij voor wat betreft de internaten en de opvangcentra van het Gemeenschapsonderwijs waar het ambt van (eerste) rekenplichtig correspondent wel blijft bestaan.

De personeelsleden die op 30 juni 2003 in een basisschool van het Gemeenschapsonderwijs vast benoemd waren of ter beschikking gesteld waren wegens ontstentenis van betrekking in een ambt van:

- rekenplichtig correspondent of eerste rekenplichtig correspondent;

- klerk, klerk-typist of eerste klerk-typist;

- opsteller;

werden met ingang van 1 september 2003 ambtshalve omgeschakeld naar het ambt van administratief medewerker in de nieuwe personeelscategorie (= concordantie van het ene ambt naar het andere).

De concordantie is persoonsgebonden en heeft geen gevolgen voor de administratieve of geldelijke rechtspositie van het betrokken personeelslid. Het behoudt de salarisschaal die het genoot op 30 juni 2003. De Raad van bestuur affecteert deze personen vervolgens aan een instelling van de scholengroep.

Vanaf het schooljaar 2017-2018 moet voor deze rekenplichtig correspondenten aangesteld in een school van het basisonderwijs bij de omrekening van de punten administratieve ondersteuning slechts de helft van de punten nodig voor een betrekking in salarisschaal 202 (= ten minste HSO, zie puntentabel in punt 1.4.1.3), afgerond naar het hoger gelegen geheel getal, in rekening worden gebracht.

Sommige van deze personeelsleden waren na hun concordantie maar deeltijds vast benoemd in het ambt van administratief medewerker.

Bij diegenen die benoemd werden in een bepaald volume plus een half uur, wordt één punt aangerekend voor dat halve uur.

Voorbeeld:

Voormalig rekenplichtige correspondent van het Gemeenschapsonderwijs was voor 24,5/36 vast benoemd. Door de concordantie wordt betrokkene administratief medewerker-HSO. 24/36 kost 21 punten. Aangezien er benoeming is voor 24,5/36 dienen 22 punten ingeleverd te worden.

2.8.3.2. Affectatie en reaffectatie van de voormalig rekenplichtig correspondenten

Voor het innemen van betrekkingen van administratief medewerker, ingericht op basis van de organieke puntenenveloppe, moet de directeur bij voorrang - en ten belope van het volume van de benoeming en affectatie van betrokkene(n) - putten uit de vast benoemde administratieve medewerkers die werden geconcordeerd en geaffecteerd zijn aan zijn school.

Bij terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dient de vast benoemde administratief medewerker die werd geconcordeerd bij voorrang gereaffecteerd te worden binnen de scholengroep.

3. Praktische schikkingen

Meer informatie over de praktische schikkingen is terug te vinden bij de omzendbrief puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten.

4. Bijlagen